11 Ontwerpbestemmingsplan en procedure hogere grenswaarden geluid Breesegge 9 Bornerbroek.pdf
Tekst van het document
den (de stuwwallen) en lage gronden (de veen- en heidege-
met gebiedseigen kenmerken.
Landschapskenmerken: Openheid/regelmatigheid; vlakke ligging; opstrekkende strokenverkaveling; herkenbare structuur; bebouwing langs ontginningsassen.
bieden). Deze overgangen van hoog naar laag en van droog
Huidige functie:
naar nat zijn kenmerkend voor het buitengebied van de
Hoofdzakelijk landbouw
gemeente Almelo. Het oorspronkelijke beekdalenlandschap
Toekomst:
is nagenoeg verdwenen. Nu kenmerken met name het
Verwevingsgebied
agrarisch grondgebruik, recreatieve activiteiten vanuit de
Functies:
stad Almelo en infrastructurele werken het buitengebied. De cultivering bracht en brengt nieuwe landschapsbeelden en landschappelij-ke waarden voort. In de Middeleeuwen zijn op de hoger gelegen delen woeste gronden gecultiveerd wat heeft geleid tot esdorpen met door houtwallen omgeven kleine akkers. Deze situatie is kenmerkend voor het oostelijke deel van Almelo waar, 5
Oude Veldontginning
de ontinnging van het landschap
Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimte vragen de functies; het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
BEELDKWALITEIT
Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving een ruimtelijke kwaliteit te geven waarmee een nieuwe impuls ontstaat en het
Inrichting vanuit het landschap De karakteristiek van het landschap behouden; ontginningsrichting respecteren; zo compact mogelijke erven voorzien; deels zicht op erf behouden; erven moeten aansluiten op bestaande structuren; rekening houden met omliggende erven streekeigen beplanting toepassen.
geformuleerde beleid voor wat dit gebied grotendeels kan worden doorgevoerd. Aangezien het erf een andere functie
Vanuit de overheid wordt onder meer medewerking aan bo-
krijgt zal de beeldkwaliteit geborgd moeten worden. De
vengenoemde ontwikkelingen verleend indien de ruimtelijke
erven in het gebied presenteren zich veelal als groene eilan-
kwaliteit gewaarborgd en zo mogelijk versterkt kan worden.
den waarbij de gebouwen op het erf een eenheid vormen.
Het belangrijkste doel hierbij is de leefomgeving te beschermen. Het initiatief moet leiden tot een kwalitatief hoogwaar-
Analyse landschap
dige, ruimtelijke situatie ontwikkeling
Het plangebied ligt op de overgang van een veldontginning naar het hoevenlandschap. Hierdoor valt de openheid van
De erven kennen van oorsprong een kenmerkende opbouw,
het gebied extra op. Het erf staat op enige afstand van de
wonen voor en werken achter. Dit resulteerde in de sier-
weg en kent een passende verschijning van groen, woon-
en nutstuin aan de voorzijde en het veel soberder maar
huis en stallen. Langs de Breesegge staan enkele eiken en
functionele deel werken aan de achterzijde. Ook op dit erf
hier en daar wat opgaande beplantingen. Het is kenmer-
zal deze herkenbare opbouw behouden moeten worden. De
kend in ontginningslandschappen dat beplantingen zich
woningen met de tuinen zullen georiënteerd worden op de
beperken tot de randen van een erf en als accent langs de
Breesegge.
ontginningswegen. Het gebied kent een sterk agrarisch karakter door de
Het achtererf met de schuren, de paardrijbak, en stapmolen
openheid en het gebruik van de gronden in het gebied. De
zal met name vanuit het landschap en vanaf de A35 een
erven in het gebied liggen vrij open in het landschap. De
opvallende verschijning in het landschap vormen. Bij de uit-
aanleg van de A35 heeft het karakter van het gebied sterk
werking van het erf zal hier rekening mee gehouden moeten
veranderd. Het erf daarentegen heeft altijd op deze plek
worden.
gelegen en door de sterk veranderende omgeving haar landelijke uitstraling behouden. De volwassen bomen aan de oostzijde van het erf zijn een kwaliteit en geven het erf de gewenste groene massa. 6
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: de erven vormen clusters in het relatief open landschap; de verkaveling is organisch en kleinschalig, er is geen duidelijke riching; de te slopen stallen zijn landschapsontsierend door het gebrek aan gebruikswaarde de bestaande woning met te behouden schuren passen in het landschap de nieuwe bebouwing zal zich hieraan moeten schikken; het erf en het landschap dient een bepaalde maat van openheid te behouden het erf kent veel gebiedseigen beplanting, dit is waardevol en moet waar kan behouden blijven; het is echter niet nodig om het gehele erf te verstoppen achter groen; geen harde grensen van het erf duidelijk onderscheid in een ‘voor-’ en een ‘achtererf’ dit uit zich in de beplanting en het gebruik van het erf.
4 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: Sloop landschapsontsierende bebouwing nieuwe compensatiewoning (1000 m3) met bijgebouw (78 m2) behouden paardenstal en wagenberging; half open beeld van erf behouden; ruimte om te keren en te parkeren op het erf; functioneel erf met ruimte voor het hobbymatig gebruik.
18
8 4 12 6
Uitgangspunten gemeente: Sloop aangegeven landschapsontsierende bebouwing; behoud van twee bestaande schuren; ter compensatie moet er aan de Breesegge een betonnen mestplaat gesaneerd worden waarmee de groenstructuur aangevuld kan worden; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het ontginningslandschap zoals is omschreven in het de Welstandsnota;
5
14
3
17 14 2 1 15
Uitgangspunten provincie:
11
10
het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (beekdallandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, deze wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht
17 16 5 13
7
9
7
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt door de
Situering compensatiewoningen
bebouwing een gelijke oriëntatie te geven (of haaks hierop),
Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober
Met de sloop van de stallen bestaat de mogelijkheid om op
en middels het toevoegen van structuurbepalend groen als
toegepast worden (aansluitend op de bestaande verhar-
deze plek een nieuwe compensatiewoning te bouwen. In
bomen, hagen het erf landschappelijk in te passen.
ding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige
samenspraak met de gemeente is gekozen om de woning op de plek van de meest noordelijk te slopen woning te
Het erf langs de Breesegge komt overeen met de karakte-
gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in
situeren. .Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit
ristiek van het ontginningslandschap. De huidige bebou-
het buitengebied voorkomen worden.
erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presen-
wing staat aan elkaar uitgelijnd en is deels afgeschermd
teren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grensen op
door groen. Over het algemeen zijn de erven half open,
4.2.
het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen
al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten
of andere bouwkundige elementen. De bestaande groene
bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er
‘rand’ aan de oostzijde blijft behouden. De compensatie-
is zicht op de bebouwing. De erven kennen een duidelijke
woning zal hier binnen worden gebouwd. De bestaande
clustering en worden veelal ontsloten door één inrit.
sloop 1176 m2 landschapsontsierende bebouwing verplaatsen stapmolen dichter op de bestaande bebouwing; opruimen longeercirkel; aanplant houtsingel aan zuidzijde en oostzijde van het erf; aanplant bomenrij aan de westzijde; aanplant hagen als afscherming tuin; nieuwe compensatiewoning op de plek waar een bestaande (reeds gedoogde) woning staat; het erf blijft zich als eenheid in het landschap presenteren de centrale inrit blijft de enige ontsluiting van het erf op het erf is ruimte om te keren/parkeren.
woning en de nieuwe compensatiewoning zullen gezamenlijk het voorerf vormen. Een bescheiden tuin maakt dat dit
Het erf wordt compacter gemaakt door de stapmolen op
de respresentatieve kant van het erf is.
de plek van de te slopen schuur te zetten en de longeercirkel op te ruimen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om
Twee bestaande schuren op het erf blijven behouden.
weer een groene rand om het achtererf te maken. Deze
Door deze ruimten te behouden kan verrommeling van het
rand zal bestaan uit een gesloten singel van gebiedseigen
landschap voorkomen worden. De opslag van materiaal/
soorten. Aan de westzijde is gekozen om middels bomen
materieel kan zo veel mogelijk binnen uit het zicht staan.
wel de randen van het erf te verzachten met groen maar
De bestaande paardrijbak en stapmolen blijven behouden.
niet geheel af te schermen.
Deze zijn uitgevoerd in passende landelijke materialen en zijn daarmee geen opvallende verschijning in het landschap.
De noordzijde van het erf zal opener blijven met enkel (bestaande) bomen en een haag ter afscherming van de
De uitgelijnde situering van de gebouwen is overeenkom-
tuin. (voorerf).
stig de gebiedskenmerken. Daarbij wordt het erf ontsloten door één inrit met ruimte om op het erf te keren/parkeren.
Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De gebouwen
Groenstructuur en inrichting erf:
op de erven worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is
Vanuit de welstandsnota is het gewenst om in het Flie-
een kwaliteit van het landschap.
renlandschap rechtlijnigheid en de functionele inrichting 8
SAMENVATTING MAATREGELEN