CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Ontwerpbestemmingsplan en procedure hogere grenswaarden geluid Breesegge 9 Bornerbroek.pdf

Raad 26 januari 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W28.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogten, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

50

NL.IMRO.0141.00096-BP21

van de bebouwing en ten aanzien van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; Specifieke gebruiksregels: regels ten aanzien van strijdig gebruik en de voorwaardelijke verplichtingen; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In deze regels zijn de algemene bouwregels opgenomen. Hierin de bestaande maatvoering en nadere eisen opgenomen. Algemene aanduidingsregels (Artikel 8) In deze regels zijn bepalingen opgenomen als gevolg van de ligging van een deel van het plangebied binnen de veiligheidszone - transport. Binnen deze zone is bepaald dat de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten niet is toegestaan, tenzij de verantwoordingsplicht groepsrisico word doorlopen in samenspraak met de veiligheidsregio en ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In de algemene wijzigingsregels zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Algemene procedureregels (Artikel 12) In de artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 13) In dit artikel zijn regels ten aanzien van parkeren en laden en lossen opgenomen.

7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

51

NL.IMRO.0141.00096-BP21

'Artikel 3 Agrarisch' De zuidoostelijke gronden van het plangebied zijn voorzien van een agrarische gebiedsbestemming. Gronden met de bestemming Agrarisch zijn hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik en wegen en paden. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4 Bos De gronden ter plaatse van de te saneren mestbak hebben een bosbestemming gekregen. Gronden met de bestemming Bos zijn bestemd voor bos en bebossing, houtwallen, de bescherming van natuurwaarden en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen wroden gebouwd. 'Artikel 5 Wonen' De gronden ter plaatse van en rondom de bestaande woning, de compensatiewoning en de te behouden opstallen hebben een woonbestemming gekregen. Gronden met de bestemming 'Wonen zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen, met dien verstande dat maximaal twee woningen zijn toegestaan en inwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' is toegestaan.

Daarnaast zijn aan huis verbonden beroepen, een bed en breakfast binnen het bestaande hoofdgebouw, een paardenstal met een oppervlakte van maximaal 313 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - paardenstal, een machineberging met een maximale oppervlakte van 310 m2 ter plaatse van de aanduiding specififieke vorm van wonen - machineberging en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De woningen mogen een maximale inhoud van 750 m3 hebben, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' een maximum inhoud van 1.000 m3 is toegestaan. De goot- en bouwhoogte voor woningen bedragen respectievelijk maximaal 5 en 9 meter. Tevens zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. De totaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 735 m2. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming zijn zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Het gaat om voorwaardelijke verplichting om de uitvoer van het bodemonderzoek ter plaatse van de compensatiewoning te borgen. Daarnaast is in een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat er een Melding Acitiviteitenbesluit gedaan moet zijn voor het hobbymatig houden van paarden. Verder is de sloop van de gebouwen in het kader van rood voor rood en de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen geborgt.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

52

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

53

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze

Vooroverleg

9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2 Provincie Overijssel Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een zogenoemde Vooroverleglijst Ruimtelijke Plannen opgesteld. In dit geval valt het plan onder: Plannen voor uitbreiding van agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bedrijfslocaties (VAB's) mits passend in een gemeentelijk kwaliteitskader dat in lijn is met het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de Omgevingsvisie Overijssel. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals NNN en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk. In dit geval betreft het een Rood voor Rood project, dat is in lijn is met het Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Tevens is er geen sprake van andere provinciale belangen. Derhalve is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk.

9.1.3 Waterschap Vechtstromen De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een korte procedure. De bijbehorende standaard waterparagraaf is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. Nader overleg is niet noodzakelijk.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft de direct omwonenden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. De direct omwonenden hebben aangegeven akkoord met de planvorming te zijn.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage heeft gelegen.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

54

Bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek NL.IMRO.0141.00096-

Regels

NL.IMRO.0141.00096-BP21

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

3

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Inhoudsopgave

Regels

2

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 6 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch Bos Wonen

13 14 15 16

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

19 20 21 22 23 24 25 26 27

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

28 29 30

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

4

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

5

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan:

het bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek met identificatienummer NL.IMRO.0141.00096-BP21 van de gemeente Almelo;

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;

1.3

de verbeelding:

de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0141.00096-BP21) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan.

1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

aan huis verbonden beroep:

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.8

bed & breakfast:

het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.9

beperkt kwetsbaar object:

a. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden, sporthallen, zwembaden en speeltuinen; b. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen; c. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder d, vallen; d. objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; e. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

6

NL.IMRO.0141.00096-BP21

f.

stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;

1.10

bestaand(e) (bebouwing en gebruik):

a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald.

1.11

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.12

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.13

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.16

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.17

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.18

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel.

1.19

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.20

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

7

NL.IMRO.0141.00096-BP21

1.21

eerste bouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond;

1.22

extensieve (dag)recreatie:

recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen;

1.23

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.24

gebruiken:

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

1.25

hobbymatig agrarisch gebruik:

het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd, met dien verstande dat pensionstalling voor derden niet is toegestaan;

1.26

hobbymatig houden van dieren

het gebruik van gronden, gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd, met dien verstande dat pensionstalling voor derden niet is toegestaan;

1.27

hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.28

hoofdverblijf:

een gebouw of een deel van een gebouw dat fungeert als de vaste verblijfplaats van die persoon, hetgeen blijkt uit de basisregistratie personen (BRP);

1.29

huishouden:

een persoon, of groep personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;

1.30

geluidsgevoelige functies:

bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.31

geluidsgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

8

NL.IMRO.0141.00096-BP21

1.32

hogere grenswaarde:

een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.33

inpassingsplan:

een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven;

1.34

inwoning:

twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;

1.35

kampeermiddel:

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.36

kwetsbaar object:

a. woningen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten, onder a b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

1.37

landschappelijke waarden:

de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht;

1.38

maaiveld:

a. de gemiddelde hoogte van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; b. de gemiddelde hoogte van het grasland in een open gebied;

1.39

machineberging:

Een bijbehorend bouwwerk bedoeld voor de stalling van machines en werktuigen voor het onderhoud en bewerken van erf en gronden;

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

9

NL.IMRO.0141.00096-BP21

1.40

mantelzorg:

het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.41

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.42

paardenbak:

een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;

1.43

paardenstal:

een bijbehorend bouwwerk bedoeld voor het hobbymatig houden van maximaal 5 paarden

1.44

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en sluitbaar is;

1.45

peil:

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;

1.46

pensionstalling voor derden:

het stallen van paarden van derden;

1.47

permanente bewoning:

bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte/gebouw als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats;

1.48

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.49

recreatieve bewoning:

de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

10

NL.IMRO.0141.00096-BP21

1.50

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.51

Staat van Bedrijfsactiviteiten:

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

1.52

uitvoeren:

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

1.53

vakantieappartement:

een ruimte dat naar aard en inrichting bedoeld is voor recreatieve bewoning;

1.54

vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aangebouwde- en vrijstaande bijbehorende bouwwerken op de begane grond;

1.55

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;

1.56

vrijstaand bijbehorend bouwwerk:

een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.57

wijziging:

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.58

wonen:

het woonachtig zijn in een hoofdverblijf;

1.59

woning:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

11

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.2

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.5

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.6

ondergeschikte bouwonderdelen:

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

2.7

meten:

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

12

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

13

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 3 3.1

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hobbymatig agrarisch gebruik; b. wegen en paden; a. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; b. een bestaande paardenbak; met bijbehorende overige bouwwerken, ontsluitingsvoorzieningen, groenvoorzieningen en bestaande nutsvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Overige bouwwerken Binnen deze bestemming mogen overige bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. sleufsilo's, silo's, hooibergen, windmolens en mestopslagplaatsen mogen niet worden gebouwd; b. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van een paardenbak is maximaal 6 meter; c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 m.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

14

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 4 4.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos en bebossing; b. houtwallen; c. de bescherming van natuurwaarden; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende overige bouwwerken, wegen en verhardingen, parkeervoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en met inachtneming van de keur van het waterschap.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Overige bouwwerken Binnen deze bestemming mogen overige bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt in de overige gevallen maximaal 3 m.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden op de in 4.1 bedoelde gronden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het verwijderen van diepwortelende beplantingen en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 4.3.2 Afwegingskader Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bos en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 4.3.3 Uitzonderingen op het verbod Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is nodig voor: a.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ten behoeve van de in Bijlage 2 opgenomen landschappelijke inpassing.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

15

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning met dien verstande dat: 1. maximaal twee woningen zijn toegestaan; 2. inwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' is toegestaan; b. aan huis verbonden beroepen met dien verstande dat de oppervlakte ten behoeve van deze functie maximaal 25% van de vloeroppervlakte van de gebouwen bedraagt tot een maximum van 50 m2; c. een paardenstal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - paardenstal' met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 313 m² bedraagt; d. een machineberging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - machineberging' met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 310 m² bedraagt; e. bed & breakfast (bestaande uit maximaal vier slaapkamers en één gemeenschappelijke huiskamer met een maximale oppervlakte van 30 m2 per kamer) binnen het bestaande hoofdgebouw; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; met bijbehorende gebouwen, overige bouwwerken, tuinen en erven.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Hoofdgebouwen Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. goothoogte maximaal 5 m; b. bouwhoogte maximaal 9 m; c. inhoud maximaal 750 m3, met dien verstande dat de inhoud ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' maximaal 1.000 m3 bedraagt. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Binnen de bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m; b. gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de 'maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken (m2)' aangegeven oppervlakte; c. goothoogte maximaal 3 m dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw +0,25 m; d. bouwhoogte maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw -2 m, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 6 m. 5.2.3 Overige bouwwerken Binnen deze bestemming mogen overige bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 m; b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 m; c. de bouwhoogte bedraagt in de overige gevallen maximaal 2 m; 5.2.4 Herbouw woning Herbouw van een woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie binnen het bestemmingsvlak met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.2.1.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

16

NL.IMRO.0141.00096-BP21

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Verplaatsing van de woning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.4 ten behoeve van het verplaatsen van de woning, mits: a. woning op maximaal 25 m van de bestaande (voormalige) woning wordt gebouwd, met dien verstande dat wanneer in verband met het bepaalde in artikel 5.3.1 onder b een grotere afstand vereist is deze afstand wordt aangehouden; b. met betrekking tot wegverkeergeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Strijdig gebruik a. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: 1. het gebruik van een woning ten behoeve van inwoning, met dien verstande dat inwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' wel is toegestaan; 2. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van zelfstandige bewoning; 3. het splitsen van een woning in meerdere woningen; 4. buitenopslag; 5. het gebruik van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van pensionstalling; 5.4.2

Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – inwoning' zonder dat is aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is, blijkend uit een uitgevoerd bodemonderzoek conform de geldende NEN-normen. 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting Melding Activiteitenbesluit Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bijbehorende bouwwerken voor het hobbymatig houden van paarden zonder de daarvoor benodigde ingediende Melding Activiteitenbesluit. 5.4.4 Voorwaardelijke verplichting sloop a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen inwoning' overeenkomstig de in 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de sloop en sanering van de in Bijlage 1 aangeduide sloopopgave; b.

in afwijking van het bepaalde onder a mag de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' overeenkomstig de in 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de sloop en sanering van de in Bijlage 1 aangeduide sloopopgave. 5.4.5 Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van een woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen inwoning', overeenkomstig de in 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassing, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de woning overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na ingebruikname van de woning,

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

17

NL.IMRO.0141.00096-BP21

geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassing teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.4 ten behoeve van de volgende functies: 5.5.1 Bed & breakfast Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het toestaan van bed & breakfast in bestaande bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. bed & breakfast mag bestaan uit maximaal vier slaapkamers en één gemeenschappelijke huiskamer met een maximale oppervlakte van 30 m2 per kamer; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; d. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van de functie. 5.5.2 Landschapsmaatregelen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.4.5 ten behoeve van het nemen van andere landschapsmaatregelen dan de in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassing, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de landschapsmaatregelen van de in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassing en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden als de in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassing.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

18

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 3

Algemene regels

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

19

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

20

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Bestaande maatvoering

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand tot enige op de kaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

7.2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, afmetingen, en (technische) voorzieningen van de, krachtens dit plan toegestane, bebouwing, ten behoeve van: a. een goede landschappelijke inpassing; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; e. de sociale veiligheid; f. een goede milieusituatie; g. de bescherming van de groenstructuur; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

21

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 8 8.1

Algemene aanduidingsregels

veiligheidszone - transport

8.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - transport' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in verband met het risicovol transport (spoor, weg, water en buisleidingen) zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. 8.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemmingen) mogen geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten worden gebouwd. 8.1.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikel 8.1.2 voor het toestaan van nieuwe beperkt kwetsbare objecten overeenkomstig de andere bestemmingen ter plaatse, mits de verantwoordingsplicht groepsrisico word doorlopen in samenspraak met de veiligheidsregio en ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. 8.1.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de aanduiding veiligheidszone - transport, mits het gebruikt van de transportroute wijzigt waardoor geen risico’s voor de omgeving optreden.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

22

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Gebruiksverbod

Het is verboden opstallen – of delen ervan – en gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en).

9.2

Strijdig gebruik

Onder een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van horeca, prostitutie en/of als seksinrichting; d. met betrekking tot de bestemming 'Bedrijf': een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige bedrijven en bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo) met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; e. met betrekking tot de bestemming 'Sport': een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van sporten die veel omgevingslawaai tot gevolg hebben, zoals (model)vliegsport en motorcross; f.

met betrekking tot de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Wonen': een gebruik van recreatiewoningen, vakantieappartementen, trekkershutten, groepsaccommodaties, bed & breakfastaccommodaties, stacaravans of enige andere recreatieobjecten ten behoeve van permanente bewoning.

9.3

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 en 9.2, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

9.4

Strafbepaling

Overtreding van het verbod gesteld in lid 9.1 en 9.2 wordt hierbij aangemerkt als een strafbaar feit en daarmee als een economisch delict als bedoeld in artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

23

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1

Afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, met dien verstande dat wanneer hoger wordt gebouwd dan 30 m advies moet worden verkregen van het ministerie van defensie; d. van de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 4 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, telefooncellen, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd.

10.2

Afwegingskader

Een afwijking als bedoeld in artikel 10.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

24

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

25

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 12 Algemene procedureregels Bij het stellen van nadere eisen die onderdeel uitmaken van de regels van dit bestemmingsplan worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende twee weken ter inzage; b. burgemeester en wethouders geven tevoren kennis van de terinzagelegging in een of meer dag of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk kenbaar maken van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit, gedurende de hiervoor onder a. genoemde termijn; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen zijn kenbaar gemaakt, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijze hebben kenbaar gemaakt de beslissing daaromtrent mede.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

26

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 13 Overige regels 13.1

Parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' . Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. b. De ruimte voor het parkeren van de motorvoertuigen moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare motorvoertuigen.De afmetingen van bedoelde parkeerruimte voor personenauto's bedragen: 1. bij haaks parkeren: minimaal 5 meter lang en minimaal 2,5 meter breed; 2. bij langs parkeren: minimaal 5,5 meter lang en minimaal 2,0 meter breed.

13.2

Laden en lossen

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk voldoende wordt voorzien in die behoefte.

13.3

Afwijkingsregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.1 en 13.2: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. b. De vergunning als bedoeld in lid a. kan slechts verleend worden, indien: 1. het woon- en leefklimaat in de directe omgeving niet onevenredig wordt aangetast; en 2. de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig wordt aangetast.

13.4

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien overeenkomstig het gestelde onder artikel 13.1 en 13.2.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

27

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

28

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 14 Overgangsrecht 14.1

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

14.2

Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 14.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 14.1 met maximaal 10%.

14.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

14.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

14.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 14.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

14.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 14.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

29

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek van de gemeente Almelo.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

30

WGD

T475

4

CPND

OWT

4

WTD

T7

WTD OWT

WGD

T58

OWT

WTD

A

OTD

OTD

(sw-inw)

COBB

CPND

WGD

T4 T6 WGD

(sw-pst) CBPD

W

T382 OTD

WTD

v

(sw-mb)

735 9

CPND 9

WTD OWT

WTD OWT OWT WTD

T383

OTD

BTD

BTD

T5

WTD

T55

OWT WTD

OWG WGD

OWT

OTD

BO

WTD

T32

BTD

CBPD T13 T40

Plangebied Bestemmingsplan 00096 Breesegge 9 Bornerbroek

Bestemmingen

art.3

A

Maatvoeringaanduidingen

maatvoeringsvlak

Agrarisch

maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken (m2)

v

art.4

BO

art.5

W

1000

Bos

Verklaring

Wonen

12 10 6

8

Topografische gegevens en bestaande ondergrond (4 februari 2020)

Gebiedsaanduidingen veiligheidszone transport

Ligging plangebied

Functieaanduidingen

Vriezenveen

Harbrinkhoek

Mariaparochie

(sw-inw)

specifieke vorm van wonen - inwoning

(sw-mb)

specifieke vorm van wonen - machineberging

(sw-pst)

specifieke vorm van wonen - paardenstal

Aadorp

Wierden

Zenderen

A35

Ruimtelijk plan

1/1

NL.IMRO.0141.00096-BP21

G e m e e n t e

Almelo

Breesegge 9 Bornerbroek Bornerbroek

Sector Stad en Economie

Vastgesteld door Gemeenteraad / B&W d.d. A1

Ligging plangebied

Modelnaam

Datum

7-12-2020

Schaal

1:2000

Status

ONTWERP

Formaat

A3

Getekend

MvL

Best M ingenieursbureau Buiksloterdijk 338 1034 ZG

Bestandnaam

020 6338110

Amsterdam

www.bestm.nl

Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo 0546 454466

www.bjz.nu

Bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek NL.IMRO.0141.00096-

Bijlagen bij de toelichting

NL.IMRO.0141.00096-BP21

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

3

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

2

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

5

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

24

Bijlage 3

Kwantitatieve risicoanalyse

61

Bijlage 4

Stikstofberekening

87

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

111

Bijlage 6

Standaard waterparagraaf

141

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

4

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

5

ruimtelijk kwaliteitsplan Breesegge 9 te Bornerbroek

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s

06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1854 H. Oldehinkel 16 november 2020 1854-RKP-001.indd 11

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE

1

2 VIGEREND BELEID

4

2.1.

omgevingsvisie overijssel

4

2.2.

bestemmingsplan buitengebied almelo

4

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 

6

3.1.

6

beeldkwaliteit

4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N 

7

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

7

4.2.

samenvatting maatregelen

8

4.3.

kwaliteitsimpuls groene omgeving

9

5 BEPLANTING

10

1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Breesegge 9 te Bornerbroek. Initiatiefnemer wil op deze locatie ca. 1176 m2 landschapsontsierende bebouwing slopen. Middels de rood voor rood regeling wordt één compensatiekavel toegewezen. Deze bouwkavel zal op het bestaande erf worden gepositioneerd waarmee het erf zich als eenheid in het landschap blijft presenteren. Daarnaast blijven twee bestaande schuren voor hobbymatige activiteiten staan. De gemeente Almelo wil hier middels de rood voor rood regeling in principe aan medewerken, mits het erf landschappelijk goed wordt ingepast. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (minimaal 850 m2) en deels door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de welstandsnota Almelo. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.

1

lo catie plangebie d en slo oplo catie

De wens bestaat om op het erf een woning toe te voegen. Bij voorkeur op de locatie waar nu een woning onder gedoogbeleid staat. Twee schuren blijven behouden evenals de huidige bedrijfswoning. In het kader van een zoekgebied compensatiewoning

goede landschappelijke te slopen stallen te behouden paardenstal

te behouden wagenberging

mestplaat opruimen

2

mestplaat ten zuiden van het erf aan de Breesegge opgeruimd.

te slopen stallen te behouden woning

inpassing wordt ook een

plangebied en omgeving rond 1900

plangebied en omgeving rond 1950

plangebied en omgeving rond 2010

3

2 VIGEREND BELEID

schillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld

2.1.

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL

door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met

De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en

‘natuurlijke’ soorten en door de (strekkings)richting van het

vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-

landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van

Het maten- en flierenlandschap is de natte contramal van het

Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-

essen- en oude hoevenlandschap. Het zijn de beekdalen en

teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden

laagtes tussen de essen met hun flanken en (voormalige) heide-

beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen

velden. Kenmerkend zijn het hoge waterpeil, het onbebouwde

deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil

karakter, de continuïteit van de beekloop, het lineaire landschap

zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de

met open ‘kamers’ en coulissen en de duidelijk zichtbare over-

verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en

gang naar hogere gronden

dekzand

het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het

Gebiedskenmerken

historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen,

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken

aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toe-

binnen de Omgevingsvisie toegelicht:

gankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water.

De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving

2.2.

Toelichting: Dekzandvlakte en Maten- en Flierenlandschap De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke ver4

natuurlijke laag

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED ALMELO

Het bestemmingsplan buitengebied Almelo vormt de uitwerking van de wens om te komen tot een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Almelo. Het buitengebied van de gemeente Almelo ligt als ware als een schil om de stad heen. Een deel van het buitengebied bestaat uit enkele groene longen die aan verschillende zijden zijn omsloten door stedelijke

Maten en Flierenlandschap

uitleggebieden van de stad Almelo. De natuurlijke gesteldheid van Twente wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van stuwwallen. Deze stuwwallen zijn ontstaan tijdens de derde ijstijd (Riss). Toen de agrarisch cultuurlandschap

gletsjers ten gevolge van een temperatuurstijging zich naar

door aansturing van grootgrondbezitters, de ontginningen

het noorden terugtrokken, bleef een geplooid landschap

collectief werden aangepakt.

achter met door het ijs meegevoerde en opgestuwde

Ten westen van Almelo werden de ontginningen indivi-

morenen (zand, grind en steenblokken). In samenhang met

dueel aangepakt. Hierdoor is hier een meer verbrokkeld

deze ruggen of stuwwallen is een aantal beeksystemen

landschap met eenmansessen ontstaan. Deze collectieve

ontstaan. Tijdens de vierde en laatste ijstijd was er sprake

en individuele ontginningen zijn de oude ontginningen.

van een toendraklimaat. Het was koud, droog en stormach-

De heidegebieden ten zuiden van Almelo zijn in een latere

tig en er werd een dik pak-ket dekzand als een deken over

periode ontgonnen. Hier is nu sprake van blokvormige

Gebiedskenmerken

het landschap afgezet. De oostflank van Almelo is door-

verkavelingen in een half open landschap, de broekgronden.

Landschapstype

aderd met beekdalen. In grote lijnen loopt het gebied af van

Ten noorden van Almelo heeft zich in het lage landschap,

oost naar west en het bekenstelsel watert dan ook naar het

met een keileemlaag, veen gevormd. Het hoogveen is het

westen af op de Regge. De beekdalen zijn van oudsher laag,

laatst ontgonnen. Hier is nu sprake van een grootschalig

nat en begroeid met elzen. Het dekzand is hoog, droog en

cultuurlandschap. Deze rationele ontginningen van heide

begroeid met onder ander iep en linde, veel later kwamen

en veen behoren tot de jongere ontginningen die plaats

daar beuk en haagbeuk bij.

vonden na 1850. Op grond van het bovenstaande is het huidige buitengebied van de gemeente Almelo globaal

Cultivering en landschapstypen

onder te verdelen in de oude en jonge ontginningen. Deze

Almelo is gelegen in een overgangsgebied van hoge gron-

ontginningen kennen verschillende landschapstyperingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=563daf82-f4aa-4dec-b093-e8d10570bfe7