CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Actieplan beleid sociaal domein

Raad 23 april 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W30.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een speerpunt voor de komende vier jaar is de inzet op het tegengaan van eenzaamheid. Dit geldt voor jeugd, maar zeker ook voor ouderen. Zo zijn jongeren tijdens de coronaperiode gemiddeld minder gaan bewegen, zijn meer gestrest/ gespannen en hebben meer depressieklachten, gevoelens van eenzaamheid en onzekerheid. We zetten dan ook fors in op bestrijding van eenzaamheid en zullen hiertoe samen met de coalitie Kom Erbij een nieuw meerjarenplan opstellen. Schulden zijn, zoals al eerder in dit hoofdstuk opgemerkt, een factor die bijdraagt aan stress en daarmee gezondheidsproblemen. We zetten dan ook in op het voorkomen van schulden en op het beperken van de gevolgen van beginnende financiële problemen. Met name onder jongeren vanaf de leeftijd van 18 jaar, zien we de schuldenlast gemiddeld gezien toenemen. Naast rechten krijgen jongeren vanaf deze leeftijd ook plichten waar ze niet altijd even goed op voorbereid zijn. Met “Nibud bijna 18!” richten we ons op jongeren die bijna 18 jaar worden. Zij ontvangen de Nibud geldwijzer waarmee jongeren worden voorbereid op de geldzaken die zij vanaf hun 18de verjaardag zelf moeten regelen.

In een aantal klassen in het Vmbo worden geldlessen gegeven onder de noemer “Hoe word je rijk” (via Money Start) met als doel dat jongeren in Almelo over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om nu en in de toekomst verantwoord zelfstandig met geld te kunnen omgaan. De nadruk ligt op budgetteren, leningen, het recht op voorzieningen waaronder toeslagen en de regels rond studiefinanciering.

18

Beleidslijnen

1.10

Bevorderen en beschermen gezondheid door tegengaan ongezonde gewoonten en leefstijl, waaronder terugdringen roken, alcohol- en middelengebruik alsook verminderen overgewicht en stress blijkend uit de gezondheidsmonitors.

1.11

Systematisch volgen en signaleren van ontwikkelingen in gezondheidstoestand van jeugdigen, volwassenen en ouderen en op peil houden vaccinatiegraad infectieziekten (Rijksvaccinatieprogramma).

1.12

Bestrijden eenzaamheid en realiseren dementievriendelijke stad waarbij nadruk op vroegtijdig signaleren.

1.13

Via het instrument van de preventieagenda inzet op bevorderen van een gezonde leefstijl, vitaliteit en vergroten zelfredzaamheid door vereenvoudigen dienstverleningsstructuren.

1.14

Preventie gericht op voorkomen van en snel oplossen van schulden

Prestatie indicatoren 1.10.1 Percentage inwoners dat rookt 1.10.2 Percentage inwoners dat overmatig alcohol gebruikt 1.10.3 Het percentage gebruikers van softdrugs in de laatste 4 weken 1.10.4 Het percentage jongeren dat ooit harddrugs en lachgas heeft gebruikt 1.10.5 Percentage leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs en inwoners van 65 jaar en ouder met overgewicht 1.10.6 Het aantal inwoners dat regelmatig beweegt en sport 1.11.1 Vaccinatiegraden kinderen voor DKTP en BMR 1.11.2 Percentage jongeren dat stress ervaart in de drie categorieën (sociale media, school/huiswerk en alles wat ze moeten doen) 1.12.1 Percentage inwoners dat zich eenzaam voelt 1.13.1 Percentage inwoners tussen de 19 en 65 jaar dat aangeeft onvoldoende zelfregie te hebben 1.13.2 Het percentage inwoners dat de gezondheid als goed ervaart in de leeftijdsgroep van 19 tot 65 jaar en de leeftijdsgroep ouder dan 65 jaar 1.14.1 Het aantal huishoudens met problematische schulden

19

5

Versterken ondersteunende sociale structuren en voorzieningen

Casus dagactiviteiten De heer Hansen, 72 jaar kan na het overlijden van zijn partner zijn draai niet vinden. Totdat zijn partner ziek werd, was hij zeer actief als vrijwilliger voor verschillende organisaties. Dit verwaterde toen hij de verzorging van zijn partner vrijwel volledig op zich nam. Hierdoor werden zijn sociale contacten ook steeds minder. Nu, een jaar na het overlijden van zijn partner, voelt de heer Hansen zich erg eenzaam en mist hij een zinvolle invulling van de dag. Hij kent inmiddels zelf ook enkele fysieke beperkingen maar is wel in staat om deel te nemen aan activiteiten. In verband met zijn fysieke beperkingen heeft hij sinds enkele maanden huishoudelijke ondersteuning van een zorgaanbieder. Deze zorgaanbieder is ook gecontracteerd voor dagbesteding indien deze moet worden geleverd als maatwerkvoorziening. De medewerker die de huishoudelijke ondersteuning levert, vertelt de heer Hansen over de dagbesteding van de zorgaanbieder en stimuleert hem om contact op te nemen met de gemeente om deel te kunnen nemen aan de activiteiten. De heer Hansen neemt contact op met het wijkteam en vraagt of hij een indicatie kan krijgen voor de dagbesteding bij de zorgaanbieder die bij hem ook de huishoudelijke ondersteuning levert.

De coach van het wijkteam geeft aan dat een indicatie voor dagbesteding in zijn situatie waarschijnlijk niet mogelijk is omdat vanwege de beperkingen die hij heeft, geen specifieke zorg nodig is voor deelname aan activiteiten. Ook is het ontwikkelen van vaardigheden niet aan de orde. Wel kan hij deelnemen aan de vrij toegankelijke algemene voorziening die door een welzijnsinstelling wordt geboden. Hiervoor is geen indicatie nodig. De heer Hansen kan gebruik maken van de activiteiten die in de Wijkkamer worden georganiseerd. Voordeel is dat hij hier op loopafstand gebruik kan maken van de aangeboden activiteiten en dat hij in contact komt met buurtgenoten die ook behoefte hebben aan sociale contacten. Hiermee levert de Wijkkamer direct een bijdrage aan de bestrijding van eenzaamheid door enerzijds wijkbewoners laagdrempelig de gelegenheid te bieden om deel te nemen aan activiteiten en anderzijds door wijkbewoners in staat te stellen om sociale contacten met elkaar aan te gaan ook buiten de georganiseerde activiteiten om.

Wanneer inwoners zelf of met de hulp van het sociale netwerk niet in staat zijn zelfstandig en/of adequaat te functioneren in de eigen leefomgeving, kan ondersteuning noodzakelijk zijn. Ondersteuning kan ook nodig zijn voor de mantelzorger die een naaste verzorgt. Het zorgen voor een naaste kan een zware wissel trekken op mantelzorgers. Met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt en personeelstekorten in de zorg zal het belang van hulp van het sociale netwerk toenemen. We moeten hier dan ook meer in investeren om overbelasting van mantelzorgers en zwaardere zorg te voorkomen. De ondersteuning die noodzakelijk is als inwoners zelf of met de hulp van het sociale netwerk niet kunnen functioneren, kan met verschillende voorzieningen worden gerealiseerd waaronder algemene voorzieningen. Een groot aantal activiteiten binnen algemene voorzieningen maar ook bij andere organisaties en sportverenigingen wordt met de inzet van vrijwilligers georganiseerd. De bijdrage die door vrijwilligers wordt geleverd aan het in stand houden van de sociale infrastructuur van Almelo is van groot maatschappelijk belang. Wij blijven dan ook inzetten op ondersteuning van vrijwilligers en organisaties die afhankelijk zijn van de inzet van vrijwilligers.

Bij het inrichten van het stelsel van algemene voorzieningen en het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers houden we rekening met de meest effectieve en efficiënte schaal (buurt, wijk, dorp of stad) waarop dit georganiseerd wordt. Op de volgende bladzijden gaan we nader in op algemene voorzieningen, ondersteuning vrijwilligers en mantelzorgondersteuning.

20

5.1

Mantelzorgondersteuning

Mantelzorgers zijn mensen die op structurele basis zorgen voor of zorgen hebben om een naaste. Dit is onbetaalde hulp of zorg die wordt gegeven aan bijvoorbeeld een partner, een kind, een ouder of ander familielid. Maar dat kan ook gaan om een vriend of vriendin, buurman of buurvrouw. In de komende jaren zal het beroep op mantelzorgers stijgen als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing, langer thuis blijven wonen en meer langdurig chronisch zieken). Mantelzorgers verdienen onze waardering. Er moet voldoende aandacht zijn voor mantelzorg en zeker ook voor jonge mantelzorgers. We willen mantelzorgers ondersteunen zodat zij kunnen blijven zorgen voor hun naaste zonder zelf overbelast te raken. De ondersteuning is gericht op bewustwording, preventie en ontlasting. Activiteiten zijn of alleen gericht op de mantelzorger of gericht op de mantelzorger en degene die door de mantelzorger wordt verzorgd samen. Met het laatste wordt een drempel om deel te nemen aan activiteiten door de mantelzorger verlaagd. De mantelzorger hoeft zich dan geen zorgen te maken over het welzijn van degene die verzorgd wordt. Mantelzorgers moeten in balans blijven. In de ondersteuning van mantelzorgers staat ontlasten en het voorkomen van overbelasting centraal.

Wij kiezen bij het vormgeven van het mantelzorgbeleid voor de vijf aandachtspunten, namelijk: • Vinden • Versterken • Verlichten • Verbinden • Verblijden. Bij vinden staat het bereiken van mantelzorgers centraal. Mantelzorgers komen vaak ongemerkt in deze rol terecht en zien zichzelf niet als mantelzorger. Om de doelgroep mantelzorgers te bereiken ligt voor ons de focus op de bewustwording, zodat het bereiken van de doelgroep eenvoudiger wordt. Ook willen we dat professionals mantelzorgvaardig gemaakt worden. Dit betekent dat professionals mantelzorgsituaties en overbelasting herkennen, er bewust naar vragen en voor ondersteuning doorverwijzen. Het bereiken van mantelzorgers is een voorwaarde om hen verder te kunnen ondersteunen. Bij versterken draait het om het versterken van de regie, kracht, zelfredzaamheid en positie van de mantelzorger. Vanuit het gedachtengoed van positieve gezondheid willen we de mantelzorger en zijn ervaring centraal stellen. We zetten daarbij in op individuele begeleiding en advisering van mantelzorgers vanuit de zorgen en behoeften van de mantelzorger. Ook worden er gespreksgroepen en themabijeenkomsten georganiseerd waarbij mantelzorgers onderwerpen en ervaringen met elkaar kunnen delen.

Verlichten gaat over het ondersteunen van mantelzorgers waardoor zij (even) op adem kunnen komen. Dit kan door het overnemen van de zorg (door de bezoekvrijwilliger) of het organiseren van activiteiten voor de mantelzorger. Deze ondersteuning heeft als doel om draagkracht en draaglast van de mantelzorger in balans te houden. Jonge mantelzorgers worden gekoppeld aan een maatje waarbij het gezamenlijk deelnemen aan activiteiten ter ontspanning voorop staat. Uit een onderzoek in 2022 is gebleken dat mantelzorgers een grote behoefte hebben aan activiteiten ter ontspanning waarbij ze in contact kunnen komen met lotgenoten en/of de zorg voor een naaste even kunnen vergeten. We zetten dan ook in op uitbreiding van dit activiteitenaanbod ook in relatie tot het versterken van het aanbod aan activiteiten voor thuiswonende inwoners met dementie. Om mantelzorgers te ontlasten is de inzet van respijtzorg belangrijk. Enerzijds doen we dat via onze algemene en maatwerkvoorzieningen (denk aan dagbesteding, wijkkamers en

21

dagstructurering) en anderzijds doen we dat met de inzet van vrijwilligers die kunnen worden ingezet bij inwoners met een zorgvraag. Om te verbinden is het belangrijk dat er samengewerkt wordt tussen formele en informele zorg. De mate van samenwerking speelt een grote rol bij de ondersteuning van mantelzorgers. Hierbij is het belangrijk om via het Steunpunt Mantelzorg een integrale aanpak te bewerkstellen tussen domeinen welzijn, zorg en publieke gezondheid. In 2023 wordt bekeken op welke wijze de samenwerking tussen formele en informele zorg momenteel verloopt, en welke stappen daarin gezet kunnen worden. Het waarderen van mantelzorgers is een opdracht aan gemeenten vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De waardering van mantelzorgers doen wij onder de noemer van verblijden. Elk jaar zorgen wij ervoor dat onze mantelzorgers gewaardeerd worden voor het dankbare, mooie, maar vaak ook zware en belastende werk dat zij verrichten om zorg voor hun naasten te (blijven) verlenen. Daarom organiseert het Steunpunt Mantelzorg Almelo activiteiten en momenten van waardering in het kader van de Dag van de mantelzorger en de Week van de jonge mantelzorgers. Naast ondersteuning gericht op mantelzorgers zetten we in op het vergroten van zelfredzaamheid van zorgvragers en alleenstaande hulpvragers via een vervoersdienst door vrijwilligers.

Hiermee leveren ook een bijdrage aan het ontlasten van mantelzorgers. De komende jaren werken we aan toekomstbestendige mantelzorgondersteuning. Dit betekent dat we ook groepen mantelzorgers gaan ondersteunen waarvoor nu geen specifiek aanbod is, we denken hierbij aan een cultuursensitief aanbod gericht op mantelzorgers van oudere arbeidsmigranten, maar ook een specifiek aanbod gericht op werkende mantelzorgers. Daarnaast creëren we specifiek een aanbod voor zeer jonge mantelzorgers (van 4 tot 7 jaar) waarbij we het in ieder geval belangrijk vinden om een goed zicht te krijgen op deze doelgroep.

Beleidslijnen

2.1

Ten aanzien van mantelzorgondersteuning zetten we onder andere in op verbeteren van de toegang tot deze vorm van ondersteuning, ontlasten (verlichten) waaronder respijtzorg en activiteiten om mantelzorgers te waarderen.

Prestatie indicatoren 2.1.1 Aantal ingeschreven mantelzorgers voor ondersteuning 2.1.2 Aantal deelnemers aan activiteiten voor mantelzorgers 2.1.3 Aantal inwoners dat gebruik maakt van individuele hulp

5.2

Ondersteuning vrijwilligers

Casus vrijwilligerswerk en inclusie Ida is 68 jaar en heeft een verstandelijke beperking. Het liefst wil zij in contact komen met en zorgen voor anderen. Zelfstandig werken is niet mogelijk maar onder begeleiding van een vrijwilliger kan zij prima meedraaien in de kantine van de sportvereniging. Zij zorgt voor de drankjes en broodjes terwijl de begeleidende vrijwilliger zorgt voor bijvoorbeeld het afrekenen van de consumpties. De sportvereniging had eerst nog twijfels bij het laten verrichten van vrijwilligerswerk door Ida maar is inmiddels volledig om. Het enthousiasme van haar werkt aanstekelijk en zorgt voor een goede sfeer binnen de club. Het vrijwilligerswerk levert bovendien een enorme bijdrage aan het welzijn van Ida. Zij voelt zich meer gewaardeerd dan ooit en neemt daadwerkelijk veel werk uit handen van andere vrijwilligers binnen de club.

22

Meedoen in de maatschappij is belangrijk en draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde. De waarde van vrijwilligerswerk is groot. Vrijwilligers maken het voor organisaties mogelijk juist iets extra’s te bieden aan inwoners. Ook steunen algemene voorzieningen voor een groot deel op de inzet van vrijwilligers. Veel activiteiten zijn onmogelijk te organiseren zonder vrijwilligers. We zien vrijwilligers dan ook niet als extra beroepskrachten maar juist als betrokken inwoners die net die extra persoonlijke aandacht kunnen bieden die in de drukte van alledag soms minder kan worden geboden. Voordeel is dat door de inzet van vrijwilligers zowel het welzijn van de inwoner als het welzijn van de vrijwilliger wordt bevorderd. Vrijwilligerswerk kan een optimale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van talenten. Daarnaast zien we dat voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vrijwilligerswerk een opstap kan zijn naar betaalde arbeid. Van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die een uitkering ontvangen, verwachten we dan ook dat zij een bijdrage, een tegenprestatie, leveren aan de maatschappij door het leveren van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk (participatie naar vermogen). We constateren dat vrijwilligerswerk voor een aanzienlijk deel wordt verricht door economisch actieve inwoners. Dit is ook de groep inwoners waarop als mantelzorger een beroep wordt gedaan.

Omdat we het vrijwilligerswerk graag in stand willen houden, willen we ook inwoners die economisch niet meer actief hoeven te zijn, waaronder ouderen en arbeidsongeschikte inwoners, stimuleren om vrijwilligerswerk te gaan verrichten. Vrijwilligerswerk kan hiermee een bijdrage leveren aan de strijd tegen eenzaamheid waarmee inwoners geconfronteerd kunnen worden na het wegvallen van de contacten na pensionering of betaalde arbeid. Ook inwoners die vanwege een beperking moeilijk de stap kunnen zetten richting vrijwilligerswerk of niet zelfstandig in staat zijn tot het verrichten van vrijwilligerswerk, willen we zo veel mogelijk stimuleren om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Dit kan door organisaties te ondersteunen die ook inwoners met beperkingen een kans willen geven tot het verrichten van vrijwilligerswerk en door inwoners met beperkingen vaardigheden te leren die van belang zijn om als vrijwilliger te functioneren. Hiermee wordt naast het bevorderen van het welzijn van inwoners met beperkingen ook een bijdrage geleverd aan de inclusieve samenleving. Ten aanzien van het vrijwilligersbeleid gaan we uit van de volgende aandachtspunten: • Vinden

• •

Behouden Waarderen

We zien dat het vinden van vrijwilligers moeilijker wordt. Met name is dit het geval ten aanzien van vrijwilligerswerk dat op een meer structurele basis wordt verricht. Voor projecten of activiteiten met een duidelijke start en afloop, is de animo vaker groter. Ten aanzien van vrijwilligerswerk zetten we in op werving en dan specifiek op het werven van vrijwilligers uit doelgroepen die nu minder worden bereikt: asielzoekers, statushouders en arbeidsmigranten. Bovendien willen we meer de samenwerking zoeken met bedrijven die vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid medewerkers in de gelegenheid stellen als vrijwilliger een bijdrage te leveren. In het project “participatie naar vermogen” worden door vrijwilligers inwoners begeleid die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt waarbij ze worden gekoppeld aan activeringsplekken bij diverse organisaties en verenigingen. In het project #Meedoen worden bewoners van het Asielzoekerscentrum in Almelo met ondersteuning gekoppeld aan een organisatie of instantie om vrijwilligerswerk te doen. Hierdoor worden de kansen op participatie vergroot voor deze doelgroep. We onderzoeken de effecten van dit project in het licht van de Wet inburgering nieuwkomers. Om vrijwilligers te vinden willen we de drempel voor inwoners om zich aan te melden voor vrijwilligerswerk zo laag mogelijk maken.

Dit doen we via het (digitale) platform Almelo voor elkaar. Via het platform kunnen organisaties en (lokale) vrijwilligersorganisaties, waaronder bijvoorbeeld Stichting Present, die vrijwilligers zoeken en inwoners die interesse hebben om vrijwilligerswerk te verrichten eenvoudig aan elkaar worden gekoppeld.

23

Naast het vinden van vrijwilligers is het behouden van vrijwilligers een belangrijk uitgangspunt in het vrijwilligersbeleid. Door het aanbieden van trainingen en cursussen via de Vrijwilligersacademie zijn vrijwilligers in staat om vrijwilligerswerk te verrichten binnen tal van maatschappelijke organisaties. Ook worden trainingen en cursussen gegeven om balans te brengen in de draagkracht en de draaglast van vrijwilligers. Bij de inschrijving van de inwoner als vrijwilliger wordt expliciet gekeken naar de mogelijkheden van de vrijwilliger om vrijwilligerswerk te verrichten qua tijdsbeslag, ambitie en competenties. Dit ook om teleurstellingen te voorkomen. We zien dat vrijwilligers soms afhaken omdat zij te zwaar belast worden door taken van professionals over te nemen. Voor het bewaken van de grenzen tussen vrijwillige en professionele inzet op hulpvragen is professionele begeleiding en ondersteuning van vrijwilligers noodzakelijk. Voor het behouden van vrijwilligers is het waarderen van de inzet erg belangrijk. Primair is dit een verantwoordelijkheid van de organisaties die gebruik maken van vrijwilligers. Het gaat hierbij om vergoedingen voor vrijwilligerswerk, attenties en organiseren van activiteiten voor vrijwilligers. Waar mogelijk faciliteren wij dit door hiermee bij de bekostiging van voorzieningen rekening te houden.

Ook ondersteunen wij initiatieven rondom de uitreiking van de Overijsselse vrijwilligersprijs. Samen met de grote vrijwilligersorganisaties in Almelo onderzoeken we de mogelijkheden om naar het voorbeeld van de Dag van de mantelzorg de Dag van de vrijwilliger vorm en inhoud te geven. Immers vrijwilligers zijn, net als mantelzorgers, goud waard! Voor vrijwilligers in Almelo hebben wij een collectieve verzekering afgesloten voor de niet verzekerde risico’s die een vrijwilliger loopt bij het verrichten van vrijwilligerswerk. Met deze verzekering wordt voorkomen dat schade opgelopen door of als gevolg van het verrichten van vrijwilligerswerk ten laste komt van de vrijwilliger of de organisatie waarvoor vrijwilligerswerk wordt verricht. Hierdoor wordt het verrichten van vrijwilligerswerk aantrekkelijker gemaakt. Hoewel het vrijwilligersbeleid vooral gericht is op vrijwilligers bieden we ook ondersteuning aan organisaties die gebruik (willen) maken van vrijwilligers. Het gaat hierbij met name om adviseren en informeren op het gebied van werven van vrijwilligers, vergoedingen, verzekeringen en verklaringen omtrent gedrag. Beleidslijnen

2.2

Ondersteunen vrijwilligersinitiatieven en faciliteren organisaties die vrijwilligers met een beperking willen inzetten en bevorderen vrijwilligerswerk door onder andere bijeenbrengen van vraag en aanbod.

Prestatie indicatoren 2.2.1 Aantal ingeschreven vrijwilligers bij Almelo voor Elkaar 2.2.2 Aantal ondersteunde vrijwilligers met een beperking

5.3 Algemene voorzieningen Indien gebruik kan worden gemaakt van een passende en toereikende algemene voorziening, wordt een maatwerkvoorziening niet geïndiceerd. Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die drempelloos toegankelijk zijn. Dat wil zeggen dat hiervoor geen indicatie hoeft te worden afgegeven. Een uitgebreid stelsel van algemene voorzieningen levert daarmee een bijdrage aan het beperken van de druk op de medewerkers in de wijkteams en daarmee een beperking van de lasten van de uitvoering. Bovendien bieden algemene voorzieningen meer mogelijkheden om inwoners met en zonder beperkingen met elkaar in contact te brengen. Dit is meer in lijn met de door ons voorgestane inclusieve samenleving. Alleen daar waar voorzieningen specifiek op beperkingen van inwoners moeten worden toegespitst of bijvoorbeeld gericht zijn op de

24

ontwikkeling naar meer zelfredzaamheid, willen we deze op basis van een indicatie toekennen als maatwerkvoorziening. We streven naar inclusief en algemeen waar het inclusief kan, exclusief en maatwerk waar het exclusief moet. De beweging die we hebben ingezet om maatwerkvoorzieningen te transformeren naar algemene voorzieningen, zullen we dan ook voortzetten. Hierbij geldt overigens wel dat ook aan algemene voorzieningen hoge kwaliteitseisen worden gesteld. Algemene voorzieningen kunnen alleen passend en toereikend zijn als deze als volwaardig alternatief kunnen dienen voor maatwerkvoorzieningen. We stellen dan ook eisen aan bestuurders, medewerkers en vrijwilligers van organisaties die de algemene voorziening uitvoeren en kwaliteitseisen aan de dienstverlening. Passende en toereikende algemene voorzieningen bieden mogelijkheden aan (kwetsbare) inwoners voor ontmoeting en vrijetijdsbesteding, voor informatie en advies en voor lichte ondersteuning gericht op deelname aan de samenleving. De algemene voorzieningen hebben een belangrijke functie in het bevorderen van participatie, zelfredzaamheid en preventie. Het aantal voorzieningen waar inwoners zonder verwijzing terecht kunnen, breiden we verder uit. Zo kunnen we vroegtijdiger problemen signaleren en zo mogelijk duurdere specialistische hulp voorkomen.

We doen dit zoveel mogelijk wijkgericht, binnen de wijkaccommodaties, in afstemming met signalen vanuit de toegang en onze ketenpartners. Op dit moment kennen we al een uitgebreid stelsel van algemene voorzieningen in Almelo, namelijk: • Welzijnsactiviteiten • Dagstructurering • Inloopvoorziening • Kinder-, tiener- en jongerenwerk • Ondersteuning kinderen en jongeren (kinder- en pubercoach) • Ondersteuning ouders bij opvoeding • Jonge Moederwerk • Ondersteuning bij thuisadministratie • Persoonlijke ondersteuning door vrijwilligers • Wasdienst • Persoonlijke netwerkcoach • Buurtbemiddeling Voor de volledigheid melden we hier ook nog dat ook mantelzorgondersteuning, ondersteuning van vrijwilligers en de onafhankelijke cliëntondersteuning deel uit maken van het stelsel van algemene voorzieningen. Deze vormen van een algemene voorziening zijn in de vorige paragrafen beschreven of, in het geval van onafhankelijke cliëntondersteuning, komt dit nog aan bod in het hoofdstuk 7 Organiseren efficiënte en effectieve uitvoeringsorganisatie. Naast deze algemene voorzieningen kennen we nog voorzieningen die ook gericht zijn op maatschappelijke ondersteuning en niet direct door ons gefinancierd worden.

Hierbij kan gedacht worden aan: • Boodschappendienst • Maaltijdvoorziening Onze inzet in de komende periode is het uitbouwen van de algemene voorzieningen en een toename van het gebruik van deze voorzieningen. Zo zal het aantal wijkkamers, het aantal dagdelen per wijkkamer en het activiteitenaanbod binnen dagstructurering worden uitgebreid. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om het vervoer door vrijwilligers in relatie tot mantelzorgondersteuning uit te breiden. Bij het uitbouwen van de algemene voorzieningen richten we ons ook op activiteiten die nu nog in het kader van bijvoorbeeld de maatwerkvoorziening Ondersteuning zelfstandig leven worden verricht. Met name willen we hierbij kijken naar het aanbieden van kortdurende individuele begeleiding bij lichte ondersteuningsvragen in aanvulling op de begeleiding die vanuit de wijkteams door intakers en praktijkondersteuners bij huisartsen kan worden geleverd.

25

De jeugd heeft de toekomst en de jeugd bepaalt een groot deel van het DNA van onze stad. Ook zetten we ten aanzien van jeugdigen in op meer en betere beschikbare algemene voorzieningen met onder andere als doel de kansengelijkheid te vergroten, maar ook om eenzaamheid te bestrijden. Jeugdigen kunnen zelf een mentor kiezen en we maken gebruik van ervaringsdeskundigen. Er wordt ingezet op vroege ondersteuning (o.a. nu niet zwanger en kansrijke start). Om geen drempels op te werpen voor inwoners om gebruik te maken van een algemene voorziening zijn we terughoudend voor wat betreft het vragen van een eigen bijdrage. Bijdragen die kunnen worden gevraagd zijn bijdrage in de kosten van consumpties, maaltijden, materialen benodigd voor activiteiten en excursies. Ook kan een bijdrage worden gevraagd wanneer, door het gebruik van een algemene voorziening, een besparing wordt gerealiseerd op uitgaven die normaal gesproken voor rekening van de inwoner komen. Soms kan de eigen bijdrage worden gematigd als de inwoner, om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, noodzakelijkerwijs aangewezen is op de algemene voorziening. Dan kan tegen een gereduceerd tarief gebruik worden gemaakt van de voorziening. Dit wordt vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Almelo.

Naast het vergroten van het aanbod aan algemene voorzieningen zetten we ook in op vergroten van bekendheid van deze voorzieningen bij onze medewerkers, inwoners en externe partners waaronder huisartsen. Ten aanzien van onze inwoners houden we daarbij specifiek rekening met laaggeletterdheid en ontbreken van digitale vaardigheden. We doen dit om het gebruik van deze voorzieningen te bevorderen en de vraag naar maatwerkvoorzieningen te beperken.

Activiteiten van andere organisaties en sportverenigingen Naast activiteiten, gericht op maatschappelijke ondersteuning aan (kwetsbare) inwoners, die binnen de hiervoor genoemde algemene voorzieningen worden georganiseerd, worden ook activiteiten georganiseerd door andere (culturele) organisaties en sportverenigingen die een goede aanvulling of substituut kunnen vormen van het aanbod binnen de algemene voorziening. In plaats van dagactiviteiten binnen een algemene voorziening kan ook een sportvereniging of bijvoorbeeld een culturele organisatie voorzien in een activiteitenaanbod. Op verschillende manieren kunnen inwoners in staat worden gesteld om aan activiteiten deel te nemen. Soms door verenigingen en instellingen actief te ondersteunen (door advies, voorlichting en begeleiding) om ook inwoners met een beperking te laten deelnemen aan sporten culturele activiteiten waarmee tevens een bijdrage wordt geleverd aan inclusie. Soms door het beschikbaar stellen van een bijdrage in de kosten van het lidmaatschap of kosten van deelname aan inwoners met een laag inkomen. Buit de algemene voorziening dagstructurering die wordt uitgevoerd door welzijnsorganisaties, kijken we ook naar mogelijkheden om met culturele organisaties, maatschappelijke partners en sportverenigingen een nieuw aanbod voor dagactiviteiten vorm te geven.

Van dit aanbod zou dan bijvoorbeeld gebruik kunnen worden gemaakt door jeugdigen die vanwege de thuissituatie meer aangewezen zijn op activiteiten buitenshuis.

Beleidslijnen

2.3

Uitbreiden stelsel van algemene voorzieningen waardoor beroep op maatwerk beperkt moet worden.

Prestatie indicatoren 2.3.1 Aantal hulpvragen opgelost binnen algemene voorzieningen 2.3.2 Aantal inwoners met voorziening OMD 2.3.3 Aantal deelnemers Wijkkamers en activiteiten dagstructurering

26

6

Ontwikkelen efficiënte en effectieve maatwerkvoorzieningen

Na de decentralisaties in 2015 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Jeugdwet en de vanuit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) gedecentraliseerde voorzieningen die opgenomen werden in de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ook trad de Participatiewet in werking waarin de verantwoordelijkheid van de gemeente werd uitgebreid ten aanzien van het begeleiden naar werk van de doelgroep jonggehandicapten met arbeidsvermogen. Waar nodig passen wij maatwerk toe. De noodzaak van het toepassen van maatwerk is afhankelijk van: • Vaardigheden van inwoners om zelf te voorzien in ondersteuning of de ondersteuning zelf te regelen en te bekostigen • Ondersteuning die kan worden verkregen uit het sociale netwerk • Ondersteuning die kan worden ingezet via algemene voorzieningen • Beroep dat kan worden gedaan op voorliggende voorzieningen waarbij op grond van een andere dan de door de gemeente uitgevoerde wet aanspraak kan worden gemaakt op een voorziening die naar aard en doel eenzelfde soort van ondersteuning kan bieden1. Indien onze inwoners niet zelf en niet met hulp van het sociale netwerk kunnen voorzien in noodzakelijke ondersteuning en deze ondersteuning ook niet via een algemene of voorliggende voorziening kan worden geboden, kan een beroep worden gedaan op maatwerkvoorzieningen.

Onder maatwerkvoorzieningen verstaan we elke voorziening waarop op basis van een individuele toewijzing door de gemeente aanspraak kan worden gemaakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet en diverse voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet. De ontwikkeling in het aantal en het beroep op maatwerkvoorzieningen gecombineerd met een structureel ontoereikend budget noodzaken ons echter ook scherp te zijn op de door ons uit te voeren taken. Uitgangspunt is dat wij ook op de lange termijn willen instaan voor een toereikend en kwalitatief goed aanbod aan voorzieningen voor inwoners van onze stad die zich zonder onze zorg en ondersteuning niet staande kunnen houden. Voor wat betreft de inzet van maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein bieden wij een vangnet voor onze inwoners die problemen hebben om zich staande te houden in de maatschappij en voor jeugdigen die zonder steun niet of minder kansrijk kunnen opgroeien. Wij zijn er voor inwoners die de weg naar de juiste hulp soms lastig kunnen vinden en zelf geen mogelijkheden hebben of zien om zelf de problemen op te lossen. Daar waar naar verwachting de inwoner in staat is om op termijn wel zelfstandig, zonder of met beperkte ondersteuning, te functioneren, is de inzet er op gericht om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

Voor inwoners die blijvend aangewezen zijn op ondersteuning streven wij naar het stabiliseren van de situatie zodat toch kan worden deelgenomen aan de maatschappij. Een duidelijke grens die wij stellen is aan het oneigenlijk gebruiken of misbruik maken van voorzieningen in het sociaal domein. We staan voor een harde aanpak van aanbieders en hulpverleners die meer gefixeerd zijn op het maken van winst dan op het leveren van kwalitatief goede zorg aan kwetsbare inwoners. Hetzelfde geldt voor inwoners die bewust misbruik maken van voorzieningen. Bij de inkoop van voorzieningen in het sociaal domein toetsen we aanbieders dan ook vooraf op de eisen die wij stellen ten aanzien van de integriteit van

1

Een werkloosheidsuitkering (op grond van de Ww) is, indien hierop aanspraak kan worden gemaakt, voorliggend aan een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Hetzelfde geldt voor voorzieningen waarop via de Wet langdurige zorg (Wlz) aanspraak kan worden gemaakt: indien recht bestaat op deze voorzieningen, wordt niet eenzelfde soort van voorziening verstrekt via de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Jeugdwet. De Wlz is dan voorliggend aan de Wmo of Jw.

27

bestuurders (hiervoor gebruiken we de mogelijkheden die de Wet Bibob ons biedt), criteria die we stellen ten aanzien van de kwaliteit van de te leveren voorzieningen en de besteding van de middelen voor zorg. Aanbieders die meer winst boeken dan de norm die wij hiervoor hanteren, zullen door ons nader worden onderzocht, omdat onze toezichthouders in de praktijk zien dat winstmaximalisatie ten koste gaat van (de kwaliteit van) de zorg. Middelen voor zorg moeten worden aangewend voor het leveren van kwalitatief goede zorg. Naast deze eisen die we voorafgaand aan het contracteren van aanbieders stellen, controleren we aanbieders en de kwaliteit van de geleverde voorzieningen ook tijdens de looptijd van het contract. Hetzelfde geldt voor aanbieders die via een persoonsgebonden budget rechtstreeks aan inwoners voorzieningen leveren. Voor het toezicht op de kwaliteit en de handhaving wordt een nieuw Uitvoeringskader met procesbeschrijvingen opgesteld met daarin specifiek aandacht voor de samenwerking met andere toezichthouders in het sociaal domein waaronder de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, proactief en reactief onderzoek en de onafhankelijkheid van de toezichthouder. Kwaliteit voorzieningen Voor alle voorzieningen in het sociaal domein geldt dat we bij de inkoop van de voorzieningen stringente eisen stellen aan de kwaliteit.

De kwaliteitseisen betreffen zowel de voorzieningen zelf (denk onder andere aan kwalitatief hoogwaardige hulpmiddelen, schone en veilige locaties waar inwoners deelnemen aan activiteiten en evidence based interventies) als medewerkers die de voorzieningen feitelijk uitvoeren (waaronder de juiste diploma’s, voor de zorg relevante opleiding(en), beroepsregistraties en begeleiding). De kwaliteitseisen worden vastgelegd in de verordeningen en beleidsregels. Van belang is verder dat de juiste voorziening op het juiste moment wordt ingezet (matched care). Dit betekent voor medewerkers in de uitvoering dat zij goed op de hoogte zijn van het aanbod aan voorzieningen bij de verschillende aanbieders. Bovendien moeten zij zo objectief mogelijk de omvang en intensiteit van de inzet van voorzieningen kunnen bepalen. Hiertoe gaan we werken met een duidelijker normenkader voor ambulante voorzieningen. De hierboven beschreven algemene beleidslijnen ten aanzien van maatwerkvoorzieningen werken we verder uit voor de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet. Ook wordt specifiek nog dieper ingegaan op schuldhulpverlening en armoede. Voor de overige wetten die wij uitvoeren in het sociaal domein, denk onder andere aan de Wet inburgering nieuwkomers, de Wet kinderopvang en het leerlingenvervoer gelden onverkort de algemene uitgangspunten zoals hiervoor geformuleerd.

Beleidslijnen

3.1

Stringenter definiëren inhoud maatwerkvoorzieningen met als uitgangspunt dat maatwerk een vangnet is en aanscherpen grenzen verantwoordelijkheid gemeente, verantwoordelijkheid andere organisaties (waaronder onderwijs, zorgverzekeraars en zorgkantoor) en eigen verantwoordelijkheid inwoner.

3.9

Voortzetten stevige aanpak op misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen met een toets op kwaliteit aanbieder voorafgaand aan contractering en uitwijkmogelijkheid naar persoonsgebonden budget beperken door aan verstrekkingen in de vorm van een persoonsgebonden budget dezelfde kwaliteitseisen te verbinden die wij stellen aan gecontracteerde aanbieders.

Prestatie indicatoren 3.1.1 Totaal aantal verstrekte voorzieningen op jaarbasis: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, Leerlingenvervoer, Wet inburgering nieuwkomers 3.9.1 Aantal ontnemingsvorderingen op jaarbasis 3.9.2 Totaal bedrag vorderingen

28

6.1

Jeugdwet Casus We sluiten aan bij de casus van Anna uit hoofdstuk 3.1 “Van kinderwens tot geboorte”. Op het moment dat Anna 7 maanden zwanger is, zijn er zorgen over het komende moederschap. De verloskundige en de betrokken hulpverleners zien een jonge vrouw, die grote stappen zet in haar eigen proces. Zij constateren echter ook dat Anna nog hulp nodig heeft om een stabiele basis voor zichzelf en haar kindje te creëren. In haar eigen huis staat door de inzet vanuit het preventieve kader en de algemene voorzieningen alles klaar voor de baby en ligt er een bevallingsplan. Om moeder en kind een goede start te geven naar de geboorte wordt er hulpverlening vanuit de Jeugdwet ingezet. Vanaf week 36 van de zwangerschap komt een hulpverlener van een jeugdzorgaanbieder 2 keer per week bij moeder thuis. Er wordt gestart met het opbouwen van vertrouwen van Anna in haar nieuwe hulpverlener Na de geboorte van de baby wordt de hulpverlening intensiever ingezet, namelijk 4 keer per week. Met de hulpverlener werkt moeder hard aan haar vaardigheden als moeder en aan de hechtingsrelatie met haar dochter. Langzaam krijgt moeder meer vertrouwen in zichzelf en de hulpverleners en krijgt haar dochter een kansrijke start. De hulpverlener betrekt het netwerk van moeder, zodat ze een beroep kan doen op haar netwerk

Vanaf 2015 zijn wij verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet en de bijbehorende taken (onder andere preventie). De taakstelling vanuit het Rijk die met de decentralisatie van de voorzieningen gepaard ging, heeft een forse wissel getrokken op de gemeenten. Dit en de toename van complexe problematiek hebben geleid tot een stijging van het beroep op Jeugdwet voorzieningen. Ongeveer 1 op de 7 jeugdigen in Almelo ontvangt momenteel een vorm van jeugdhulpverlening. Door de krapte op de arbeidsmarkt is het met name voor de zwaardere vormen van jeugdhulp lastig om aan voldoende gekwalificeerde medewerkers te komen. Beschikbaarheid en betaalbaarheid van het stelsel staat dan ook onder druk. We ondersteunen de oproep om te komen tot een hervorming van het stelsel van jeugdhulp via de Hervormingsagenda jeugd waaronder het beperken van de reikwijdte van de Jeugdwet en het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Om de meest kwetsbare jeugdigen (in onveilige situaties) de hulp te bieden die ze nodig hebben en het zorglandschap financieel beheersbaar te houden, zullen we ook in Almelo in de komende jaren stappen moeten zetten. Lokaal zetten we stappen die passend zijn bij onze inwoners in aansluiting op de leidende principes van de Regiovisie Jeugd en landelijke ontwikkelingen.

Dit betekent: • Uitbouwen basis- en algemene voorzieningen • Zakelijk partnerschap met aanbieders om op- en afschalen zorg mogelijk te maken • Hulp zo thuis mogelijk: als het niet thuis kan, dan in een pleeggezin of gezinshuis • Toewerken naar kleinschalige intramurale/residentiële instellingen • Ambulantiseren van de zorg Ons uitgangspunt ten aanzien van hulp aan jeugdigen is dat deze hulp passend moet zijn, waarbij de jeugdige en zijn of haar omgeving centraal staan, en de hulp tijdig moet worden ingezet. We gaan hierbij uit van het principe van matched care in plaats van stepped care: de juiste hulp op het moment dat het nodig is, in plaats van het stapsgewijs opschalen van hulp. Hoewel de Hervormingsagenda nog niet is vastgesteld, willen we niet wachten met het zetten van een aantal stappen. De druk op de jeugdhulp en stijging van de kosten laten dat niet toe. De meest kwetsbare kinderen in Almelo hebben passend ondersteuning nodig en zijn niet gebaat bij (net) niet passend zorg. Onderdeel van de Hervormingsagenda zal worden het inperken van de reikwijdte van de Jeugdwet. De lichtere vormen van ondersteuning, waaronder opvoedondersteuning zullen

29

mogelijk geen deel meer uit maken van de maatwerkvoorzieningen die in het kader van de Jeugdwet nu nog moeten worden ingezet. De sociale basisinfrastructuur zal hiertoe versterkt moeten worden, zodat inwoners voldoende aanbod hebben om te kunnen deelnemen aan de maatschappij en zo zelfredzaam mogelijk te zijn. Dit is in lijn met de motie “mogelijkheden voor een collectief en groepsgewijs aanbod bij veelvoorkomende problemen” ingediend tijdens de behandeling van de begroting op 10 november 2022. Lichtere vormen van jeugdhulpverlening worden waar mogelijk omgevormd naar (vrij toegankelijke) algemene voorzieningen zonder wachtlijsten. Waar mogelijk stimuleren wij het groepsgewijze aanbod voor bijvoorbeeld hoogbegaafde jeugdigen (zie ook paragraaf 3.4). Hierdoor ontstaat er ruimte voor de zwaardere vormen van jeugdhulpverlening en krijgen kinderen de zorg die ze nodig hebben op het juiste moment. De lokale teams worden versterkt en er vindt een goede brede analyse van de problematiek plaats aan de voorkant. Hiertoe starten we in de toegang een pilot “verklarende analyse”. Binnen het zorglandschap wordt adequaat op- en afgeschaald en worden de vaardigheden van inwoners versterkt, zodat ze zo zelfstandig mogelijk of met ondersteuning van het netwerk, zonder of met minder en minder zware vormen van hulp verder kunnen.

Ook zetten we in op de ontwikkeling van collectieve vormen van jeugdhulp binnen basisvoorzieningen in plaats van individuele ondersteuning per jeugdige. Dit geldt met name voor het toevoegen van jeugdhulp aan het onderwijs, de kinderopvang en buitenschoolse opvang. In het speciaal onderwijs starten we hiertoe pilots gericht op de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. De ondersteuning richt zich hierbij met name op het functioneren binnen of gerelateerd aan het onderwijs. Aanvullend hierop blijft maatwerk in de vorm van behandeling mogelijk voor zo ver dit is gericht op het functioneren buiten het onderwijs of in gezinsverband. In dit kader willen we onderzoeken of dyslexiezorg op grond van de Jeugdwet, voor zo ver deze ontwikkeling niet wordt meegenomen in de Hervormingsagenda, binnen het onderwijs gepositioneerd kan worden. Het collectief arrangeren van jeugdhulp binnen het onderwijs vergt een goede afstemming tussen de ondersteuning die op school en elders wordt geboden. Ten aanzien van de opvang worden plus-varianten ontwikkeld waarbij de plus wordt geleverd door jeugdhulpaanbieders. In paragrafen 3.2 en 3.3 hebben we dit al kort beschreven.

In plaats van afgezonderde groepen van jeugdigen die gebruik maken van op opvang lijkende voorzieningen bij jeugdhulpaanbieders en jeugdigen die na schooltijd gebruik maken van geïndiceerde vormen van dagbesteding, willen wij jeugdigen, met extra hulp en begeleiding, zoveel mogelijk opvangen binnen de basisvoorzieningen die we al kennen, namelijk de kinderopvang en de buitenschoolse opvang. Waar dit niet passend is, gelet op de (zwaarte van de) problematiek van de jeugdige, blijven wij zorgen voor geïndiceerde vormen van dagbesteding. Met het organiseren van jeugdhulp binnen de opvang willen we kwetsbare of op ondersteuning aangewezen jeugdigen in contact brengen met leeftijdsgenoten die minder of niet kwetsbaar zijn en minder of geen zorg nodig hebben. Dit past ook in ons streven naar inclusie: (zoveel mogelijk) gewoon waar dat kan, bijzonder als het moet. Naast deze collectieve vormen van jeugdhulp zetten we passende hulp in rondom echtscheidingen. Daarbij staat in eerste instantie het voorkomen van problematische scheidingen centraal (zie ook Hoofdstuk 4 Preventie). Waar een scheiding toch problematisch wordt of lijkt te worden zetten we passende hulp tijdig in. Deze hulp is bij voorkeur gericht op de ouders, maar hulp kan indien nodig ook worden ingezet ten behoeve van de jeugdige.

Aanbieders en organisaties die zich bezighouden met het voorkomen van en hulp bieden bij echtscheidingen zijn verenigd in een pact. Met dit pact wordt het project “Scheiden zonder schade” vormgegeven. Collectief arrangeren en vervangen van maatwerk door algemene voorzieningen is niet altijd mogelijk en ook niet altijd gewenst. Waar passende hulp niet geleverd kan worden in een algemene voorziening of via collectief arrangeren, voorzien wij in kwalitatief goede maatwerkvoorzieningen. Hierbij zetten we lokaal en regionaal in op een beheersbaar en dekkend zorglandschap waarbij de continuïteit van de hulp voorop staat. Het op- en afschalen

30

van zorg willen we optimaliseren door aanbieders van hulp aan te zetten tot samenwerking en voorzieningen efficiënt te combineren en herdefiniëren. De voorzieningen zijn voor jeugdigen voornamelijk gericht op het versterken van het zelfoplossend vermogen (ontwikkelingsgericht) en versterken van ondersteunende sociale structuren. Daar waar beperkingen het vergroten van het zelfoplossend vermogen in de weg staan, zetten we in op stabiliseren van de situatie waarbij het kunnen deelnemen aan de maatschappij mogelijk wordt gemaakt. Ten aanzien van de voorziening behandeling gaan we uit van evidence based interventies. Ruimte voor veelbelovende interventies die nog niet bewezen effectief zijn kunnen alleen na toestemming van de gemeente worden ingezet. We willen dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien in een stabiel, veilig en gezond pedagogisch klimaat. Hulpverlening wordt zo passend mogelijk en bij voorkeur dus in de thuissituatie ingezet, waarbij de jeugdige, ouders en het eigen netwerk betrokken worden. Als de jeugdige voor ondersteuning niet goed terecht kan bij de ouder(s), kan een mentor of een ervaringsdeskundige soms uitkomst bieden. Wij onderzoeken dan ook de mogelijkheid om mentoren en ervaringsdeskundigen toe te wijzen aan jeugdigen.

Een andere optie die we willen onderzoeken is het steungezin: een gezin waar de jeugdige met enige regelmaat verblijft of om de jeugdige of om de ouders te ontlasten met als doel een stabiele en veilige plek te creëren voor de jeugdige. Daar waar een jeugdige met ondersteuning niet veilig in de thuissituatie kan opgroeien, zetten wij lokaal en regionaal in op het zo thuis mogelijk organiseren van ondersteuning. In deze beweging past de afbouw van de voorziening JeugdzorgPlus, de realisatie van kleinschalige woon- en verblijfsvoorzieningen voor jeugdigen en meer nog de inzet van pleegzorg en gezinshuizen. Hulpverlening zo thuis mogelijk vraagt een doorontwikkeling van het zorglandschap in Twente. Dit kunnen we niet alleen en doen we samen met de andere Twentse gemeenten, de zorgaanbieders en de overige partners (waaronder scholen). We constateren dat we er niet altijd in slagen om jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken, passende ondersteuning te bieden. Wanneer na het bereiken van 18 jaar nog ondersteuning nodig is, moet deze idealiter aansluiten op de eerder ingezette ondersteuning. Voor jeugdige inwoners met psychische problematiek of een (lichte) verstandelijk beperking die tijdelijk nog niet zelfstandig kunnen wonen, regelen wij dit zelf via de voorzieningen beschermd wonen en beschermend wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

In andere situaties waarbij geen sprake is van psychische of verstandelijke beperking kan soms gebruik worden gemaakt van verlengde jeugdzorg. Met de jeugdzorgaanbieders die zich richten op hulp aan deze jeugdigen constateren wij dat complexe problematiek zich vaak op een laat moment uit. Hierdoor is het soms niet goed mogelijk voor jeugdhulpaanbieders om jeugdigen goed voor te bereiden op zelfstandig wonen met, indien nodig, ambulante begeleiding. Ten aanzien van deze jeugdigen zetten we in op vroegtijdig signaleren van complexer wordende problematiek, het tijdig (ruim voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar) aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen en zo nodig uitbreiden van plekken voor het leveren van verlengde jeugdzorg. Problemen met betrekking tot de continuïteit van de zorg ontstaan doorgaans bij niet uitbehandelde jeugdigen met ernstige psychische problemen die in een op jeugdigen ingerichte aanbieder verblijven. Bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar moet de zorg gefinancierd worden via de Zorgverzekeringswet (Zvw). Indien de zorgverzekeraar geen contract heeft afgesloten met de jeugdhulpaanbieder, kan de jeugdige tussen wal en schip vallen. Evenzo geldt dit voor jeugdigen die ambulant behandeld worden door een jeugd ggz-aanbieder waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft afgesloten.

In deze situaties kan de jeugdige geconfronteerd worden met een verhuizing naar een andere intramurale voorziening of een andere behandelaar die wel door de zorgverzekeraar gecontracteerd zijn. Het abrupt afbreken van een behandeling bij een aanbieder of een behandelaar door het bereiken van de leeftijd van 18 jaar vinden wij ongewenst. We sturen bij niet door de zorgverzekeraars gecontracteerde aanbieders en behandelaars dan ook aan op een zorgvuldige tijdige warme overdracht van de jeugdige naar een andere aanbieder of behandelaar voor ggz volwassenen. Indien een

31

zorgvuldige overdracht niet mogelijk is, proberen we de zorgverzekeraar te bewegen de behandeling voort te laten zetten bij de aanbieder of behandelaar waar de behandeling is gestart. Hoewel de problematiek bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar zich voornamelijk lijkt af te spelen ten aanzien van de hierboven beschreven voorzieningen willen we uitsluiten dat niet dezelfde problemen zich voordoen ten aanzien van andere voorzieningen. Hiervoor gaan een gericht onderzoek doen naar de hiaten bij de overgang van zorg van 18-/18+, waarna gerichte interventies en initiatieven kunnen worden opgezet.

Beleidslijnen

3.3

Vereenvoudigen indeling en ordening van de maatwerkvoorzieningen met behoud van speelruimte voor aanbieders voor kwalitatief hoogwaardige dienstverlening en met tarieven passend bij het kwalificatieniveau van medewerkers waarbij rekening wordt gehouden met het beperken van de administratieve lastendruk. 3.3A.1 Benutten mogelijkheden collectief arrangeren jeugdhulp in onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse opvang en meewerken aan pilots.

3.4

Bij inkoop voorzieningen wordt rekening gehouden met het door de aanbieder, zo nodig afgestemd met andere aanbieders, kunnen op- en afschalen van ondersteuning en zorg en het efficiënt en effectief kunnen combineren en inzetten van voorzieningen (door middel van de Doorbraakmethode) onder andere om een langdurige zorgafhankelijkheid te voorkomen en wachtlijsten te beperken. 3.4A.1 Uitgaan van het principe van matched care in plaats van stepped care: de juiste hulp op het moment dat het nodig is

3.5

Om de effectiviteit van de inzet van voorzieningen te verbeteren, zetten we in op het door aanbieders waarborgen van de continuïteit van de zorg bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.

3.6

Stimuleren ontwikkeling alternatief aanbod voorzieningen en interventies in afwachting start behandeling om crises te voorkomen en behandelduur te verkorten.

3.7

Ten aanzien van voorzieningen in het kader van de Jeugdwet waarbij verblijf buiten het gezin noodzakelijk is, als uitgangspunt hanteren dat een normale veilige gezinssituatie zoveel mogelijk wordt nagebootst en een verblijf in een (grotere) instelling indien mogelijk wordt voorkomen en anders zo kort mogelijk duurt.

3.10

Beperken aantal aanbieders per voorziening, maar met behoud van een keuzemogelijkheid voor inwoners, om effectiever te kunnen sturen op de resultaten van de inzet van een voorziening waaronder het tijdig op- en afschalen van ondersteuning en zorg. 3.10A.1 Om effectiever te kunnen sturen op de resultaten van de inzet van voorzieningen door de aanbieders moet in het algemeen het aantal aanbieders worden beperkt, waarbij rekening moet worden gehouden met een dekkend zorglandschap

32

Prestatie indicatoren

Algemeen 3.1 3.2 3.3

Aantal jeugdigen met een voorziening in het kader van de Jeugdwet per voorziening per aanbieder Aantal jeugdigen met hulp via een maatwerkcontract per aanbieder Aantal jeugdigen met een voorziening uitgesplitst naar verwijzer

Specifiek 3.3A.1 Tevredenheid cijfers leerkrachten, ouders en wijkcoaches binnen pilots onderwijsjeugdhulp 3.3A.2 Aantal jeugdigen met jeugdhulp op school (aantal trajecten individueel en groepsgericht) 3.3A.3 Percentage kinderen dat uitstroomt naar regulier onderwijs 3.4A.1 Aantal trajecten met jeugdhulp in Doorbraakmethode 3.10.1 Aantal gecontracteerde aanbieders Jeugd (Jw) 3.10.2 Aantal maatwerkcontracten voorzieningen Jw

6.2

Wet maatschappelijke ondersteuning

6.2.1

Maatwerkvoorzieningen Wmo

Casus Miriam, 50 jaar, heeft een lichte verstandelijke beperking. Zij woont zelfstandig in een sociale huurwoning. Haar ouders zijn enkele jaren geleden overleden. Na het overlijden van haar ouders is Miriam vereenzaamd . Zij ging elke dag bij haar ouders op bezoek en haar ouders zorgden er voor dat zij goed te eten kreeg en hielden voor haar de post in de gaten. De laatste maanden meldt Miriam zich vrijwel elke week bij haar huisarts. Naast medische klachten als gevolg van een slecht eetpatroon, merkt de huisarts op dat Miriam geen sociale contacten onderhoudt en geen activiteiten buitenshuis onderneemt. De huisarts neemt, met toestemming van Miriam, contact op met een intaker van het wijkteam en deelt haar zorgen met de intaker. De intaker maakt een afspraak met Miriam en brengt haar situatie in beeld. De intaker constateert dat naast de eenzaamheid door het ontbreken van sociale contacten ook enkele betalingsachterstanden zijn ontstaan. Verder lijkt Miriam, in ieder geval voor een periode, individuele begeleiding nodig te hebben om haar leven structureel op orde te brengen. De intaker schakelt om de financiële problemen op te lossen een schuldenspecialist in en voor de beoordeling van individuele begeleiding een wijkcoach volwassenen.

Daarnaast wordt Miriam door de intaker meegenomen naar een wijkkamer bij haar in de buurt om deel te nemen aan activiteiten en andere mensen te ontmoeten. Ook wordt afgesproken dat Miriam gaat kijken bij welzijnsactiviteiten van De Klup. Voor deze door Avedan en De Klup georganiseerde activiteiten is geen indicatie nodig.

Ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en/of het bevorderen van de participatie. In het algemeen dragen de voorzieningen bij aan het langer zelfstandig kunnen blijven wonen van inwoners met beperkingen. Waar mogelijk zetten wij bij de verstrekking van maatwerkvoorzieningen in op de ontwikkeling van inwoners naar meer zelfredzaamheid en creëren van mogelijkheden om deel te nemen aan activiteiten waarbij ontmoeting met anderen centraal staan. Voor inwoners met progressieve aandoeningen (denk aan dementie) of aandoeningen met een wisselend beeld (sommige psychiatrische aandoeningen) zijn maatwerkvoorzieningen meer gericht op stabilisatie van de

33

situatie waardoor inwoners minder snel aangewezen raken op zwaardere voorzieningen en/of langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Daar waar bij de verstrekking van een voorziening het doel is om de zelfredzaamheid te vergroten, ligt het afschalen van de maatwerkvoorziening na verloop van tijd voor de hand. Immers doordat de zelfredzaamheid is toegenomen, mag worden verwacht dat de ondersteuning kan worden afgebouwd. Afschalen wil niet zeggen dat daarmee de ondersteuning per definitie wordt beëindigd. Een lichte(re) mate van toezicht en ondersteuning om te voorkomen dat meer en/of zwaardere vormen van ondersteuning op een later moment noodzakelijk zijn, kan gewenst zijn. Naast de ontwikkeling van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen willen we ook binnen de maatwerkvoorzieningen de mogelijkheid openhouden om deze anders te segmenteren en te organiseren. Hierbij kan worden gedacht aan meer hybride vormen van het bieden van ondersteuning (digitaal en fysiek, in de thuissituatie en op locatie, het efficiënter organiseren van de dagbesteding, het collectiever inzetten van hulpmiddelen, en het inzetten van zorgtechnologie. We constateren dat het huidige aanbod van voorzieningen en de wijze waarop deze worden uitgevoerd nog sterk geënt is op de oude productindeling van voor de decentralisatie van de voorzieningen in 2015.

Dit staat een vernieuwing van de uitvoering die meer toekomstbestendig is, gelet op de behoeften van onze inwoners, de krapte op de arbeidsmarkt en onze ambitie om beter uit te komen met de middelen die we ontvangen via het Rijk, in de weg. De ondersteuning is gericht op het zelfstandig kunnen blijven functioneren in een woning (let op: het gaat hierbij niet per definitie om de woning waar men al woont), zichzelf kunnen verplaatsen over korte en langere afstanden en deel kunnen nemen aan activiteiten met meerdere personen. Ten aanzien van het kunnen verrichten van activiteiten om zelfstandig te kunnen blijven wonen, willen wij de ondersteuning gericht hebben op het versterken van de zelfregie en het bevorderen van het zelf uitvoeren van de activiteiten waarbij rekening wordt gehouden met de door de inwoner ondervonden beperkingen. Nadruk ligt dan meer op het ontwikkelen van vaardigheden en leren omgaan met beperkingen in relatie tot zelfstandig functioneren. Dit kan betekenen dat eerst een extra inspanning moet worden geleverd om vaardigheden bij te brengen en het huishouden in te richten op de mogelijkheden van de inwoner om zelf activiteiten uit te voeren. Te denken hierbij valt aan een eenmalige grote schoonmaakactie waardoor er vervolgens minder ondersteuning nodig is of alleen met een zekere regelmaat toezicht moet worden gehouden om terugval te voorkomen.

Ten aanzien van de voorzieningen geldt dat er sprake is van een vangnet. Dit betekent ook dat inwoners geacht worden het huishouden en de activiteiten zo te organiseren dat de ondersteuning tot een minimum beperkt kan blijven. Tegenover onze plicht om te voorzien in adequate ondersteuning staat een plicht van de inwoner om mee te werken aan de mogelijkheden om de maatschappelijke kosten van deze noodzakelijke ondersteuning zoveel mogelijk te beperken. Het uitgangspunt dat we maatwerkvoorzieningen beschouwen als een vangnet betekent ook dat we niet kiezen voor het generiek toepassen van een financiële tegemoetkoming in de meerkosten om de zelfredzaamheid en participatie te ondersteunen. Indien sprake is van noodzakelijk kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden kan mogelijk een beroep worden gedaan op de bijzondere bijstand (Participatiewet). Bij het contracteren van aanbieders houden we rekening met de kwaliteit en de integriteit maar ook met een zekere mate van vrijheid voor de inwoner gelet op de beperkingen en de ondersteuningsbehoefte om een aanbieder te kiezen die past bij haar/zijn godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond. Dit betekent echter niet dat we voor elke voorziening per doelgroep verschillende aanbieders kunnen en willen contracteren.

We vragen overigens van alle aanbieders om cultuursensitief te werken en medewerkers met verschillende achtergronden in dienst te hebben of te willen nemen om te kunnen voorzien in de vraag van onze inwoners.

34

Een voorziening op grond van de Wmo kan worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). De keuze voor een persoonsgebonden budget is aan strikte voorwaarden gebonden. We stellen zowel eisen aan het (kunnen) beheren van het budget als aan de kwaliteit van de voorziening die op basis van een persoonsgebonden budget wordt ingekocht. De eisen die we stellen aan gecontracteerde aanbieders die een voorziening in natura mogen leveren gelden daarom, voor zo ver de wet dit toelaat, ook voor professionele pgb-aanbieders. Ten aanzien van het inkopen van voorzieningen met een persoonsgebonden budget maken we een onderscheid tussen professionele en informele aanbieders. Ook in het geval de ondersteuning geleverd wordt door een informele aanbieder moet er sprake zijn van passende volwaardige dienstverlening. Bij wijze van uitzondering kan uit efficiency overwegingen gekozen worden voor een financiële tegemoetkoming in de kosten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verhuiskosten als gevolg van een noodzakelijke verhuizing naar een passende woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=3dad135a-9a23-4960-bff6-2bc572ab4b0f