CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Actieplan beleid sociaal domein

Raad 23 april 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W30.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage

Doorkiesnummer

Behandeld door M. van Brink

Datum 2 april 2024

Onderwerp Actieplan beleid sociaal domein

Geachte leden van de raad, Na consultatie van de gemeenteraad op 3 oktober 2023 in een politiek beraad en de verwerking van het advies van de Adviesraad sociaal domein in het Actieplan beleid sociaal domein, hebben wij deze nu definitief vastgesteld In het politiek beraad zijn vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over de concrete uitvoering van het beleid in het sociaal domein en de organisatie van Uitvoering Sociaal. Een aantal vragen is tijdens het politiek beraad al beantwoord en heeft niet geleid tot een wijziging van het Actieplan beleid sociaal domein. Voorbeelden hiervan zijn vragen over het delen van (medische) gegevens, de doorlooptijd van een aanvraag voor een voorziening, het aantal intakers en hun scholing. Op uw verzoek hadden wij voor het beeldvormend beraad aan het Actieplan beleid sociaal domein al de klantreis toegevoegd. Deze is ook als bijlage opgenomen in de definitieve versie.

In het vastgestelde Actieplan beleid sociaal domein hebben we de volgende opmerkingen en vragen om verduidelijking uit het beeldvormend beraad wel verwerkt: - De begrippen “misbruik” en “oneigenlijk gebruik” zijn opgenomen in Hoofdstuk 2 Definities begrippen; - De term “jobready” is in paragraaf 6.3 Participatiewet nader toegelicht; - In paragraaf 5.3 Algemene voorzieningen is ten aanzien van het organiseren van algemene voorzieningen opgenomen dat dit zoveel mogelijk wijkgericht, binnen de wijkaccommodaties, wordt gerealiseerd; - In paragraaf 6.3 Participatiewet hebben we de doelgroep nieuwkomers (waaronder ontheemden uit Oekraïne) expliciet genoemd als groep waar we aandacht aan besteden om afhankelijkheid van een uitkering te voorkomen. Zowel in het politiek beraad als door de Adviesraad sociaal domein zijn opmerkingen gemaakt over het meten van effecten van het beleid, een 0-meting van verschillende indicatoren en het formuleren van doelstellingen. In het tweede kwartaal van 2024 willen wij dit uitgewerkt hebben in een instrument om te kunnen sturen en te monitoren. Hoofdstuk 10 Datagedreven werken en monitoring is vanwege de ontwikkeling van dit instrument herschreven. Het accuraat en meer systematisch meten van de effecten van het beleid en vervolgens sturen op het resultaat is met het oog op het te verwachten begrotingstekort in 2026 noodzakelijk.

Pagina 1 van 2 UIT - 24114296 DCS - 2175954

Voor de opgaven waarvoor wij ons vanaf 1 januari 2026 gesteld zien in het sociaal domein, zullen we zoveel mogelijk aansluiting proberen te vinden bij de (strategische) doelen zoals beoogd met de in te zetten en al ingezette beleidslijnen zoals verwoord in het Actieplan beleid sociaal domein. De opgave is echter enorm groot. We moeten een balans vinden tussen de taken die wij uitvoeren in het sociaal domein en de middelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld. Hiervoor werken we verschillende scenario’s uit. Afhankelijk van de keuze kunnen de strategische beleidslijnen in meer of minder mate onder druk komen te staan. We maken dan ook uitdrukkelijk het voorbehoud dat de strategische beleidslijnen die in het Actieplan beleid sociaal domein zijn uitgewerkt, afhankelijk van de nog te maken keuzes ten aanzien van de onontkoombare bezuinigingsmaatregelen voor 2026 en verder, in meer of mindere mate onder druk kunnen komen te staan.

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

J. Dijkstra

Pagina 2 van 2

M.M. van ’t Veld

Inhoudsopgave bladzijde Inleiding

2

1

Organisatorische inbedding uitvoering Actieplan beleid

4

2

Definities begrippen

6

3

Bevorderen zelfoplossend vermogen 3.1 Van kinderwens tot geboorte 3.2 Het jonge kind (tot 4 jaar) 3.3 Van kleuter tot tiener (4 tot en met 12 jaar) 3.4 Tieners (12 tot 18 jaar) 3.5 Volwassenen

9 9 10 11 13 15

4 5 6 7

Versterken ondersteunende sociale structuren en voorzieningen Ontwikkelen efficiënte en effectieve maatwerkvoorzieningen GEMEENTE ALMELO Organiseren efficiënte en effectieve uitvoeringsorganisatie Meer middelen uitvoering taken sociaal domein

Actieplan beleid sociaal domein

Inhoudsopgave bladzijde Inleiding

2

1

Organisatorische inbedding uitvoering Actieplan beleid

5

2

Definities begrippen

7

3

Bevorderen zelfoplossend vermogen 3.1 Van kinderwens tot geboorte 3.2 Het jonge kind (tot 4 jaar) 3.3 Van kleuter tot tiener (4 tot en met 12 jaar) 3.4 Tieners (12 tot 18 jaar) 3.5 Volwassenen

10 10 11 12 13 14

4

Preventie

16

5

Versterken ondersteunende sociale structuren en voorzieningen 5.1 Mantelzorgondersteuning 5.2 Ondersteuning vrijwilligers 5.3 Algemene voorzieningen

20 21 22 24

6

Ontwikkelen efficiënte en effectieve maatwerkvoorzieningen 6.1 Jeugdwet 6.2 Wet maatschappelijke ondersteuning 6.2.1 Maatwerkvoorzieningen Wmo 6.2.2 Centrumgemeentetaken beschermd wonen en maatschappelijke opvang 6.3 Participatiewet 6.4 Schuldhulpverlening en armoedebeleid

27 29 33 33 36

7

Organiseren efficiënte en effectieve uitvoeringsorganisatie

45

8

Meer middelen uitvoering taken sociaal domein

50

9

Relaties met programma’s, wijkregie en fysiek domein

51

10

Datagedreven werken en monitoring

57

Bijlagen:

1 2

39 42

Klantreis sociaal domein Wasdienst, voorbeeld uitwerking instrument monitoring en sturing

1

Inleiding Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad het Strategisch beleidsplan sociaal domein vastgesteld. In het Strategisch beleidsplan zijn de kaders gesteld voor het te voeren beleid in het sociaal domein in de komende jaren. Hierbij zijn vijf strategische doelen geformuleerd, te weten:

1 2 3 4 5

Bevorderen zelfoplossend vermogen; Versterken ondersteunende sociale structuren en voorzieningen; Ontwikkelen efficiënte en effectieve maatwerkvoorzieningen; Organiseren efficiënte en effectieve uitvoeringsorganisatie, en Meer middelen uitvoering taken sociaal domein.

Deze strategische doelen zijn vervolgens uitgewerkt in de hoofdlijnen voor het beleid waaraan prestatie indicatoren zijn gekoppeld om het effect van het ingezette beleid te kunnen meten. Voor een op de lange termijn houdbaar stelsel van voorzieningen in het sociaal domein is het noodzakelijk dat de inkomsten en uitgaven binnen het sociaal domein meer in balans komen. Om te komen tot een duurzaam stelsel van voorzieningen voor inwoners die ondersteuning nodig hebben, gaan we meer investeren in preventie, versterken we het zelfoplossend vermogen van onze inwoners en ondersteunen we de sociale structuren meer. In dit Actieplan werken we dit concreter uit.

De beweging die we inzetten is het zo mogelijk omvormen van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Daarnaast zetten we in op preventie en dan met name op het voorkomen dat inwoners sneller dan nodig gebruik moeten maken van algemene en maatwerkvoorzieningen. Dit doen we enerzijds door het zelfoplossend vermogen van inwoners te versterken (aanleren van vaardigheden) en anderzijds door het stimuleren van gezond en actief leven. Ten aanzien van maatwerkvoorzieningen zetten we in op een verdere ambulantisering van kwalitatief goede zorg en ondersteuning en, waar ambulante zorg of ondersteuning niet mogelijk is, op ondersteuning zo thuis mogelijk of binnen kleine(re) woongroepen. Om direct de juiste en passende zorg en ondersteuning in te zetten werken we toe naar een effectieve en efficiënte uitvoeringsorganisatie. Om de beweging naar uitbreiding van algemene voorzieningen (de sociale basis) en preventie mogelijk te maken, zullen de middelen gefaseerd worden verschoven van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en preventie.

Met het Actieplan beleid sociaal domein geven we, samen met onze partners, binnen de kaders die de gemeenteraad gesteld heeft, ook antwoord op de nieuwe uitdagingen, waaronder de Hervormingsagenda Jeugd, waarvoor we ons gesteld zien. Naast de uitdagingen waarmee we bij het schrijven van het Strategisch beleidsplan rekening hebben gehouden, hebben we in de loop van 2022 onder andere nog te maken gekregen met: • De oorlog in Oekraïne waardoor vluchtelingen op onze zorg en ondersteuning aangewezen zijn geraakt; • De crisis in de asielopvang waardoor extra inspanningen moeten worden verricht in het kader van de crisisnoodopvang, maar wat binnen het sociaal domein ook leidt tot een extra inspanning ten aanzien van de Wet inburgering nieuwkomers; • De gevolgen van de energiecrisis die niet alleen inwoners met de lagere inkomens treft maar ook inwoners die zich tot voor kort relatief eenvoudig staande konden houden. Dit geeft extra druk op onze schuldenspecialisten. Hiervoor werd tevens een nieuwe regeling, de energietoeslag, in het leven geroepen;

2

•

•

De forse stijging van salarissen om de gevolgen van de inflatie te beperken welke leidt tot hogere tarieven voor voorzieningen die op grond van de Wmo en Jeugdwet worden verstrekt; Toename van de krapte op de arbeidsmarkt waardoor enerzijds de tarieven nog meer onder druk komen te staan en anderzijds wachtlijsten dreigen te ontstaan of op te lopen.

Naast deze ontwikkelingen, ondervinden we nog de naweeën van de coronacrisis. Hoewel de maatregelen zijn afgebouwd, zien we met name bij sommige jeugdigen dat de problemen zijn toegenomen en dat sommigen meer moeite hebben om zich in de maatschappij staande te houden. Tegelijkertijd hebben we van de coronacrisis geleerd dat begeleiden en behandelen op afstand, via overleggen online, soms ook tot positieve resultaten hebben geleid en dat deze vorm van hulpverlenen, al dan niet in aanvulling op face-to-face gesprekken, als alternatief kan dienen voor de traditionele vormen van hulpverlening. In ons beleid zullen we rekening houden met deze ontwikkeling en ook kijken naar andere mogelijkheden om ondersteuning en zorg door middel van zorgtechnologie te vernieuwen. Het Actieplan beleid sociaal domein is tot stand gekomen met de inzet van medewerkers in alle geledingen van de gemeentelijke organisatie. Het Actieplan beleid sociaal domein is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad sociaal domein en besproken in het oordeelsvormend beraad van de gemeenteraad.

Daarnaast zijn op verschillende manieren externe partners betrokken bij de totstandkoming van het Actieplan: soms direct bij het opstellen van de teksten en soms indirect door de inbreng van externe partners in andere reguliere overleggen met medewerkers van de gemeente in de ambtelijke bijdrage aan het Actieplan te verwerken. De uitvoerbaarheid van de beleidslijnen in dit Actieplan is hiermee gegarandeerd evenals het in gezamenlijkheid vormgeven van de door ons gewenste ontwikkelingen in het sociaal domein.

Opbouw Actieplan beleid sociaal domein Aan de hand van casusbeschrijvingen of voorbeelden beschrijven we de rol van de gemeente in de ondersteuning die wij bieden aan onze inwoners en de ontwikkelingen en beleidslijnen die we daarbij willen volgen. De indeling van de hoofdstukken in het Actieplan volgt daarbij de indeling van de strategische doelen die we in het Strategisch beleidsplan sociaal domein hebben geformuleerd. We houden hierbij rekening met maatschappelijke ontwikkelingen en context, het sociale netwerk waarbinnen de inwoner en/of het gezin functioneert en de beperkingen of problemen die de inwoner ondervindt. De gemeente heeft in dit systeem verschillende, soms in wetgeving vastgelegde, opgaven die uiteenlopen van voorkomen dat inwoners aangewezen raken op ondersteuning of zorg (preventie onder andere op basis van Wet publieke gezondheid), zorgen voor een stabiel, veilig en gezond pedagogisch klimaat, ondersteunen van inwoners en gezinnen als zij zichzelf (tijdelijk) niet kunnen redden omdat de financiële middelen ontbreken (Participatiewet) of als zij door beperkingen aangewezen raken op bijvoorbeeld hulpmiddelen (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) of als zij hulp nodig hebben omdat zij bijvoorbeeld in hun ontwikkeling worden bedreigd (Jeugdwet).

Daarnaast heeft de gemeente in het sociaal domein onder andere nog taken ten aanzien van de schuldhulpverlening, de inburgering van nieuwkomers en het leerlingenvervoer. Naast deze meer op individuele inwoners of gezinnen gerichte ondersteuning is in de Wet maatschappelijke ondersteuning bepaald dat gemeenten moeten zorgen voor het ondersteunen van mantelzorgers (Wet maatschappelijke ondersteuning) en het sociaal netwerk moeten betrekken bij het bepalen van de ondersteuning die moet worden ingezet.

3

Maatschappij Sociaal netwerk Gezin Inwoner

Het grote aantal opgaven in het sociaal domein en de maatschappelijke ontwikkelingen die in rap tempo plaatsvinden, vragen om een samenhangend beleid waarbij de verbinding moet worden gelegd tussen het sociaal domein en het fysiek domein maar ook de verschillende programma’s van de gemeente Almelo die de zorg raken. Daarnaast zal met name op het gebied van preventie en het realiseren van algemene voorzieningen aangesloten moeten worden op de vragen in de wijken. In het Actieplan beleid sociaal domein zal een aantal begrippen steeds terugkomen. We zullen deze begrippen eerst definiëren voordat we aan de hand van de casusbeschrijvingen en voorbeelden de concrete beleidslijnen ten aanzien van het vergroten van het zelfoplossend vermogen, preventie, versterken en uitbouwen algemene voorzieningen en passende en toereikende maatwerkvoorzieningen in dit Actieplan beleid sociaal domein schetsen. Daarbij kijken we ook naar de beleidsmatige aspecten voor wat betreft de toegang tot en toeleiding naar voorzieningen in het sociaal domein. Specifiek zal ook nog aandacht worden besteed aan de monitoring van de effecten van het beleid.

4

1

Organisatorische inbedding uitvoering Actieplan beleid

In de inleiding is aangegeven dat de grote opgaven in het sociaal domein en het inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen vraagt om een samenhangend beleid. Dit beleid kan niet alleen vanuit het sociaal domein worden vormgegeven omdat de sleutels tot oplossen van de grote(re) opgaven ook liggen op het vlak van veiligheid, wonen, de inrichting van de openbare ruimte en gebouwen. Daarnaast hebben we te maken met wijken en dorpen die elk een eigen dynamiek en bevolkingsopbouw en -samenstelling kennen en waar we in de sfeer van preventie en het realiseren van (algemene) voorzieningen op in willen spelen. Om meer balans te krijgen in de wijken en dorpen zetten we in op een herstructurering. Een aandachtspunt is de aansluiting van beleid op de uitvoering: beleid komt voor onze inwoners tot leven als de ingezette beleidslijnen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit vraagt veel van medewerkers in de uitvoering. Zij worden als eersten geconfronteerd met de inwoner die de effecten van het nieuwe beleid ondervindt. Bij het ontwikkelen van nieuwe plannen, projecten of pilots zal dan ook een toets op de uitvoerbaarheid plaatsvinden.

Bij het opzetten van plannen, projecten en pilots worden medewerkers in de uitvoering betrokken bij de beoordeling van de (maatschappelijke) risico’s en het inschatten van de benodigde capaciteit om deze, ook op langere termijn, uit te kunnen voeren in de lijn. Het niet kunnen garanderen dat plannen, projecten en pilots op termijn structureel kunnen worden geborgd in de lijnorganisatie, betekent dat wij hieraan niet beginnen. Een ander aandachtspunt betreft het meten en monitoren van het behalen van de doelen die we willen bereiken met het in te zetten beleid. In het Strategisch beleidsplan sociaal domein zijn hiertoe per strategisch doel indicatoren opgesteld. Dit voeren we verder door in het Actieplan beleid sociaal domein: aan de doelen die wij willen bereiken, koppelen we indicatoren die over een lange periode eenduidig en meetbaar zijn. De indicatoren worden daarbij goed gedefinieerd en de vindplaats (bron) wordt hierbij zo nauwkeurig mogelijk aangegeven. In beleidsdocumenten, projecten en pilots wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de in het beleidsplan opgestelde set van indicatoren. Hiermee wordt voorkomen dat indicatoren voor de verschillende beleidsonderdelen een andere inhoud en betekenis krijgen. Organisatorische inbedding uitvoering Actieplan beleid sociaal domein

Fysiek domein

Adviseur beleidsuitvoering

Medewerkers uitvoering

(Toets op uitvoerbaarheid)

Opstellen beleid Opgaven direct uit wet- en regelgeving met beperkter impact

Uitvoering Sociaal

Programma’s Adviseur beleidsuitvoering Adviseur beleidsontwikkeling

Adviespool Adviseur beleidsontwikkeling

CCA Businesscontroller sociaal domein (indicatoren en

monitoring)

Opstellen beleid grote(re), complexe, nieuwe of multidisciplinaire opgaven

Concernzaken

5

Wijkregie

Uit het schema op de vorige bladzijde is (blauwe pijlen) af te lezen dat adviseurs binnen de eenheid Uitvoering Sociaal het beleid opstellen voor opgaven die direct uit wet- en regelgeving volgen. Dit betreft beleid met een impact op vooral de eenheid Uitvoering Sociaal. Door de komst van de adviseur beleidsuitvoering is de verbinding tussen beleid en uitvoering geborgd. Voor het opstellen van beleid ten aanzien van de nieuwe, complexe en/of multidisciplinaire opgaven is een adviseur vanuit de Adviespool verantwoordelijk. Daarbij wordt, indien noodzakelijk, een beroep gedaan op adviseurs uit het fysiek domein, adviseurs uit de eenheid Uitvoering Sociaal en de wijkregisseurs. Ook vanuit de programma’s kan nieuw beleid worden ontwikkeld; hiervoor maakt de programmamanager gebruik van de adviseurs uit de Adviespool of de eenheid Uitvoering Sociaal. Ten aanzien van het ontwikkelen en opstellen van nieuw beleid, en dan met name de nieuwe, complexe en/of multidisciplinaire opgaven, geldt dat op het niveau van de MT’s nauwe samenwerking is vereist tussen Uitvoering Sociaal en Concernzaken. Daarnaast is afstemming nodig met de programmamanagers en bij specifieke wijkopgaven met de wijkregisseurs. Opstellen beleid: uitvoerbaarheid, 0-meting en implementatie Bij het opstellen van het beleid willen we drie stappen nadrukkelijker naar voren laten komen.

De eerste betreft het tijdig betrekken van medewerkers in de uitvoering (coaches in de wijkteams, juridisch medewerkers en financieel administratief medewerkers) bij de totstandkoming van beleid (donkerblauwe gebogen pijlen). Voorstellen voor beleidswijzigingen of nieuw beleid moeten op uitvoerbaarheid worden getoetst; deze toets op de uitvoerbaarheid maakt onderdeel uit van het voorstel tot het wijzigen of opzetten van nieuw beleid. De tweede betreft het betrekken van de businesscontroller sociaal domein bij het opstellen van de indicatoren om het effect van het in te zetten beleid beter te kunnen monitoren (oranje gebogen pijlen). Dit betekent dat voorstellen voor nieuw of te wijzigen beleid, maar ook pilots en projecten, vergezeld gaan van een 0-meting waarin de uitgangssituatie beschreven wordt (kwalitatieve en kwantitatieve analyse van situatie voor wijzigen of opzetten nieuw beleid, pilot of project); voor deze 0-meting wordt gebruik gemaakt van dezelfde indicatoren waarmee op een later moment de effecten van het beleid, pilot of project worden gemeten en geëvalueerd. De derde stap betreft het implementeren van nieuw of gewijzigd beleid dat vanuit de Adviespool is opgesteld.

Hiervoor geldt dat vanaf het begin duidelijk moet zijn hoe het nieuwe of gewijzigde beleid, indien effectief, gaat landen in de lijn bij Uitvoering Sociaal en welke adviseur binnen Uitvoering Sociaal vanaf dat moment verantwoordelijk is voor de verdere implementatie van dit beleid. Dit kan alleen als adviseurs binnen Uitvoering Sociaal vanaf het begin worden betrokken bij ontwikkelingen die vanuit de Adviespool worden ingezet. Overigens worden de resultaten na implementatie van nieuw beleid in de lijn gemonitord op basis van de dezelfde indicatoren die gebruikt zijn bij de 0-meting. Adviesraad sociaal domein en jongerenparticipatie De Adviesraad sociaal domein geeft gevraagd en ongevraagd advies op het door ons te voeren beleid in het sociaal domein. We hanteren hiervoor het Raad van State-model waar de gemeenteraad een besluit moet nemen op het in te zetten beleid. Dit betekent ook dat adviezen van de Adviesraad bij de besluitvorming openbaar worden gemaakt alsmede de reactie van het college op de adviezen. In de verdere ontwikkeling van de Adviesraad sociaal domein zetten we in op participatie van jeugdigen (in lijn met de rechten van het kind) op vraagstukken in het sociaal domein die specifiek op jeugdigen betrekking hebben.

Daarnaast willen we juist inwoners die beperkingen ondervinden bij het gebruik van (openbare) voorzieningen en de openbare ruimte structureel betrekken bij de inrichting van deze voorzieningen en openbare ruimte.

6

2

Definities begrippen

Een aantal begrippen zal regelmatig terugkomen in dit Actieplan beleid sociaal domein. Het definiëren van deze begrippen is noodzakelijk om te begrijpen wat er bedoeld wordt als in het Actieplan een begrip gebruikt wordt. Veel begrippen die wij gebruiken zijn te vinden in de wetten die wij uitvoeren in het sociaal domein. Ter illustratie bij begrippen: casus lekke band Jan (14 jaar) rijdt onderweg van school naar huis over een glasscherf. De voorband van de fiets is lek en hij moet zijn weg lopend vervolgen. Thuis aangekomen wil hij direct de band plakken. Dit heeft hij zijn ouders ook enkele keren zien doen en hij gaat er van uit dat hij dit ook wel zelf kan. Met een beetje lijm en een plakker dicht hij het gat op de buitenband. Hoewel hier sprake is van zelfstandigheid1 en ook van zelfregie2 is het probleem van de lekke band hiermee niet opgelost. De plakker laat binnen de kortste keren los. Om het probleem op te lossen heeft Jan verschillende opties: • Wachten tot zijn ouders thuiskomen, hen het probleem voorleggen en aan de hand van het antwoord zelf de binnenband gaan pakken; • Wachten tot zijn ouders thuiskomen en één van hen de binnenband laten plakken; • De fiets naar de fietsenmaker brengen en daar de band laten plakken; • Bandenplakinstructie uit de reparatiedoos lezen en vervolgens zelf gaan plakken; • Instructiefilm bekijken op internet en zelf gaan plakken.

Jan kiest voor de laatste optie omdat hij het probleem van de lekke band zelf wil oplossen. Hij doet daarmee dus een beroep op zijn zelfoplossend vermogen3. Met de instructies uit de film weet Jan de binnenband deugdelijk te plakken en heeft hij daarmee laten zien dat hij op het punt van banden plakken zelfredzaam4 is.

Hieronder worden de in de casus vet en cursief gemarkeerde begrippen gedefinieerd:

1

Zelfstandigheid

Het zelf op onderzoek uitgaan, zelf oplossingen zoeken en om hulp vragen om problemen op te lossen.

2

Zelfregie Het vermogen om zelf te kunnen bepalen wat je gaat doen en hoe je dat gaat organiseren.

3

Zelfoplossend vermogen Het vermogen om zelf tot oplossingen te komen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vaardigheden en/of eigen middelen.

4

Zelfredzaamheid

`

Het vermogen om jezelf (eventueel met hulp uit het sociale netwerk) te redden met zo min mogelijk (professionele) ondersteuning en zorg.

Vervolg casus lekke band Door het repareren van de lekke band kan Jan ’s avonds op de fiets naar het sportcomplex. Na de voetbaltraining heeft hij vanuit het Jeugdbestuur nog een overleg met Hoofdbestuur van de club over de wensen van de jongere leden. Kortom Jan participeert5 alom.

5

Participatie Het actief meedoen aan, deelnemen aan of deelhebben in. Wij maken hierin een onderscheid in maatschappelijke participatie waarbij de inwoner deelneemt aan het maatschappelijke leven en burgerparticipatie waarbij de inwoner een bijdrage levert aan het beleid of actief deelneemt in een project.

7

Vervolg casus lekke band Om het probleem van de lekke band opgelost te krijgen, had Jan naar de fietsenmaker kunnen gaan. Hij had gebruik kunnen maken van een voor iedereen toegankelijke basisvoorziening6 waar hij voor de reparatie had moeten betalen. Hij had ook kunnen kiezen voor reparatie van de fietsband in een repaircafé. Het repaircafé is een algemene voorziening7 opgezet door de plaatselijke welzijnsaanbieder waar inwoners met en zonder beperkingen bij wijze van dagbesteding ook fietsen repareren. Ook had Jan nog kunnen kiezen voor de fietsenmakerij van een zorgaanbieder waar inwoners met een indicatie voor dagbesteding, een maatwerkvoorziening8 op grond van de Wmo of een voorliggende voorziening9 fietsen repareren.

6

Basisvoorziening Alle voorzieningen die min of meer vrij toegankelijk zijn (winkels, horeca, musea, bibliotheek, clubs, verenigingen) die niet specifiek gericht zijn op inwoners met beperkingen of inwoners die ondersteuning nodig hebben.

7

Algemene voorziening Een vrijwel drempelloze voorziening waar inwoners met en zonder beperkingen terecht kunnen voor vaak lichtere vormen van ondersteuning.

8

Maatwerkvoorziening Een voorziening voor inwoners die ondersteuning nodig hebben en waarvoor voldaan moet worden aan een aantal criteria om voor die ondersteuning in aanmerking te komen; er vindt een toets plaats aan de criteria om te bepalen of aanspraak bestaat op deze voorziening. Voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning moet, behalve voor rolstoelen, een eigen bijdrage worden betaald.

9

Voorliggende voorziening Een voorliggende voorziening is een maatwerkvoorziening op grond van een andere wettelijke regeling die in dezelfde soort van ondersteuning voorziet als de wettelijke regeling waarop een beroep wordt gedaan. Zo kan voor inwoners die langdurig op zorg zijn aangewezen aanspraak bestaan op voorzieningen in het kader van de Wlz die ook in het kader van de Wmo worden geboden. In dat geval is de Wlz voorliggend aan de Wmo en moet een inwoner gebruik maken van de voorzieningen die in het kader van de Wlz worden geboden.

Casus lekke band, de norm Het zelf repareren van een lekke band, deze laten repareren door een ouder of de fiets laten repareren door een fietsenmaker zijn drie mogelijkheden om het probleem opgelost te krijgen en die we in het algemeen ook nog als gebruikelijke of normale oplossingen beschouwen (de oplossing wijkt niet af van de maatschappelijke norm). Vanuit het perspectief van een inwoner met schulden en een minimumbedrag aan leefgeld per week is het wellicht niet normaal om voor een dergelijke kleine reparatie de hulp van een fietsenmaker in te roepen Normaliseren in de zin van terugbrengen naar wat de norm of normaal is, is alleen met een nadere duiding een begrip dat bruikbaar is in het opstellen van beleid. Normen zijn cultureel, plaats- en tijdbepaald en vanuit de inwoner bekeken soms ook nog individueel bepaald op basis van de situatie en omstandigheden. Omdat het begrip normaliseren in (de aanhef van) de Jeugdwet wordt gebruikt en aan dit begrip onder andere ook door jeugdzorgaanbieders en onderwijsorganisaties in het kader van de ontwikkelopgaven worden gebruikt, gebruiken we deze ook in dit Actieplan beleid sociaal domein.

10

Normaliseren In de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet wordt het begrip normaliseren nader toegelicht. Voor ouders en professionals moet het vanzelfsprekend zijn dat ouders zelf

8

de regie nemen en houden over de opvoeding van hun kinderen (tenzij dit een onverantwoord risico voor het kind oplevert. In de hulpverlening moet dan ook worden aangesloten bij wat mensen en hun sociale netwerk zelf kunnen en dat met ouders en jeugdigen niet gesproken wordt over maar met hen. Het normaliseren van opvoedvragen betekent, dat ondersteuning, als deze noodzakelijk is, zoveel mogelijk wordt verleend in de omgeving van het kind , thuis in het gezin, op school en in de buurt. De hulpverlening is minder gericht op sturen, controleren en doorverwijzen, en meer op ontmoeten, vertrouwen opbouwen en gesprekken voeren. Uitgegaan wordt van de mogelijkheden en de behoeften van individuele jeugdigen en hun ouders en ondersteuning is aanvullend op wat men zelf kan (we proberen hierbij zoveel mogelijk in te spelen op de intrinsieke motivatie van jeugdigen en hun ouders). Met het leren omgaan met beperkingen en het ondanks de beperkingen benutten van de eigen mogelijkheden, kan (een te sterke) afhankelijkheid van hulpverleners en overheid worden voorkomen. Normaliseren betekent verder voor ons dat niet elke tegenslag in het leven een probleem is dat intensieve begeleiding behoeft, niet bij alles waar een inwoner zich mee meldt, moet worden gedacht aan het inzetten van hulp. Soms gaan dingen vanzelf, zonder hulp van buitenaf, over.

We willen onnodig problematiseren tegengaan evenals het etiketteren van jeugdigen en gezinnen. 11

Misbruik Onder misbruik verstaan wij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens door belanghebbenden met als doel ten onrechte subsidies, uitkeringen, voorzieningen of persoonsgebonden budgetten te verkrijgen. Onder belanghebbende wordt mede verstaan de aanbieder van voorzieningen die in natura of via een persoonsgebonden budget worden verstrekt.

12

Oneigenlijk gebruik Onder oneigenlijk gebruik verstaan wij het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van subsidies, uitkeringen, voorzieningen of persoonsgebonden budgetten, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking ervan.

9

3

Bevorderen zelfoplossend vermogen

Onder zelfoplossend vermogen verstaan we het vermogen van de inwoner zelf om tot oplossingen te komen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vaardigheden en/of eigen middelen. Onder deze vaardigheden worden onder andere verstaan: • Lees- en schrijfvaardigheid; • Rekenvaardigheid; • Digitale vaardigheid; • Financiële en administratieve vaardigheden; • Sociale vaardigheden waaronder de vaardigheid om zelf in de eigen omgeving hulp te organiseren; • Opvoedvaardigheden. Bij het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden speelt, na de ouders, het onderwijs een grote rol. De optimale ontwikkelingskansen voor kinderen staan centraal. Daarom zetten we ons in voor het realiseren van een doorlopende leer-, zorg en ontwikkelingslijn. Dit neemt niet weg dat ouders allereerst zelf verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van ontwikkeling van hun kinderen Indien nodig zullen wij hierbij ondersteuning bieden met als doel het creëren van kansengelijkheid. Jeugdigen moeten veilig opgroeien en zich kunnen ontwikkelen. Thuis, op school en in de sociale omgeving. De ondersteuning zal dan onder andere gericht zijn op het creëren van een stabiel, veilig en gezond pedagogisch klimaat. Normaliseren, zoals beschreven in hoofdstuk 1, staat hierbij voorop.

Voor de ondersteuning gericht op het creëren van een stabiel, veilig en gezond pedagogisch klimaat maken we onder andere gebruik van de expertise van de GGD en dan met name de schoolverpleegkundige en de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De GGD levert ook een bijdrage aan opvoedondersteuning (via LOES), biedt kortdurende gezinsondersteuning en neemt deel aan lokale zorgnetwerken. Naast het beheersen van (basis)vaardigheden is het van belang dat inwoners over de financiële middelen beschikken om zelf tot een oplossing te komen. Voor inwoners met beperkingen kan het zelfoplossend vermogen soms worden verbeterd door voorzieningen of de openbare ruimte toegankelijk(er) te maken. We zetten dan ook in op verbeteren van de vaardigheden, vergroten van kansen en kansengelijkheid in het onderwijs en op werk en inclusie zoals bedoeld in het VN-Verdrag Handicap. In de volgende paragrafen beschrijven we de concrete beleidslijnen per leeftijdsfase.

3.1

Van kinderwens tot geboorte

Casus: Verslaafd en zwanger Anna, 23 jaar, is dakloos en verslaafd aan drugs. In de tweede klas van het voortgezet onderwijs is zij in aanraking gekomen met drugs. Langzamerhand is zij in een vicieuze cirkel terechtgekomen: om haar problemen het hoofd te bieden, gebruikt ze middelen om vervolgens te merken dat daarmee de problemen verder toenemen en nog meer middelen nodig zijn om de problemen voor even te vergeten. Met hangen en wurgen en veel inzet van hulpverleners en docenten heeft zij een MBO-2 opleiding weten af te ronden. Anna heeft na het behalen van haar diploma vrijwel alle hulpverlening geweigerd. Ze heeft alleen nu en dan contact met begeleiders bij de Nachtopvang waar ze af en toe een nacht slaapt. Anna heeft geen contact meer met haar ouders. Zij voorziet in haar levensonderhoud door zich te prostitueren maar zorgt er voor dat ze uit andere problemen blijft. Hierdoor blijft ze zo veel mogelijk uit zicht van hulpverleners. Anticonceptie kan zij niet betalen. Anna raakt onbedoeld zwanger.

In de casus “Verslaafd en zwanger” raakt Anna onbedoeld zwanger. Gelet op haar situatie (dakloos en gebruik van middelen) wordt het wel heel moeilijk haar kind een kansrijke start te geven. Zij heeft dan ook niet bewust gekozen voor een zwangerschap en heeft op dit moment

10

ook geen kinderwens. Met het verstrekken van anticonceptie was de kans aanmerkelijk kleiner geweest dat zij onbedoeld zwanger zou raken. Hoewel zij contacten met hulpverleners uit de weg gaat, is er een begeleider waar ze nu en dan contact mee heeft als zij gebruik maakt van de nachtopvang. In het kader van preventie had een gesprek gevoerd kunnen worden over een kinderwens en bij afwezigheid van deze wens de mogelijkheden om een zwangerschap te voorkomen. Deze preventieve aanpak staat centraal in het programma Nu niet Zwanger (onderdeel van Kansrijke Start) dat in Almelo reeds wordt uitgevoerd en ook uitgevoerd zal blijven worden. Ons beleid richt zich verder op alle inwoners die een kinderwens hebben. Bij een eerste zwangerschap zetten we in op een huisbezoek van een verloskundige. Hierdoor kunnen mogelijke problemen al vroeg worden gesignaleerd. We willen bereiken dat kinderen thuis veilig opgroeien. Hierdoor kunnen kinderen zich beter ontwikkelen en kunnen zij zichzelf op latere leeftijd beter redden. Beleidslijnen

1.6

Creëren van een veilig, stabiel en gezond opvoedingsklimaat onder meer door stimuleren bewuste keuze voor het ouderschap, preventieve huisbezoeken bij inwoners die eerste baby verwachten.

Prestatie indicatoren 1.6.1 Aantal preventieve huisbezoeken bij kwetsbare zwangeren en aanstaande ouders

3.2

Het jonge kind (tot 4 jaar)

Voor jonge kinderen met een risico op onderwijsachterstand zetten wij in op voor- en vroegschoolse educatie. De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) kan worden ingezet totdat het kind de leeftijd van 6 jaar bereikt. In de Integrale Kindcentra (IKC) werken we samen met scholen, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg en welzijnsorganisatie om achterstanden te voorkomen. Als kinderen opgroeien in een onveilige situatie of een situatie waarin de kansengelijkheid niet kan worden gegarandeerd, kunnen zij gebruik maken van een Sociaal Medische Indicatie (SMI) om gebruik te kunnen maken van de kinderopvang. Voor jonge kinderen die, vanwege een verstandelijke, zintuigelijke-, lichamelijke- en/of psychische beperking, of huiselijke omstandigheden, (tijdelijk) geen gebruik kunnen maken van een kinderdagverblijf (KDV), investeren we in de realisatie en exploitatie van een passende KDV+ voorziening. Aan de kinderopvang in het Kinderdagverblijf worden dan elementen uit de jeugdhulp (begeleiding en behandeling) toegevoegd. Dit is de + in de basisvoorziening van het kinderdagverblijf. Dit wordt uitgebreider beschreven bij de maatwerkvoorzieningen Jeugdwet. Beleidslijnen

1.7A

Voorkomen onderwijsachterstanden 0 tot 4-jarigen door te investeren in verbinding kinderopvang met zorg en preventie met als uitgangspunten normaliseren en inclusie en hoogwaardig aanbod voorschoolse educatie. 1.7A.1 Realiseren kwaliteitsimpuls VVE door implementatie programma Piramide digitaal, implementeren aanbevelingen uit onderzoek Oberon en opstellen uitvoeringsagenda 1.7A.2 Extra begeleiding in reguliere kinderopvang indien noodzakelijk in verband met zorgzwaarte peutergroepen in combinatie met ontwikkelen KDV+ in relatie tot afschalen individuele voorzieningen Jw

Prestatie indicatoren 1.7A.1 Aantal peuters in voorschoolse educatie met risico onderwijsachterstand 1.7A.2 Aantal kinderen tot 4 jaar met een Jeugdwet voorziening

11

3.3

Van kleuter tot tiener (4 tot en met 12 jaar)

Casus Schoolgericht maatschappelijk werk in de basisschool Carlo, leerling in groep 6 van de basisschool is tot een paar maanden geleden een voorbeeldige leerling. De prestaties liepen in de pas met de klasgenoten en ook sociaal emotioneel ontwikkelde hij zich goed. De laatste maanden zondert hij zich af van zijn klasgenoten, wordt soms ogenschijnlijk zonder aanleiding enorm boos, lijkt vermoeid en de prestaties hollen in vergelijking met zijn leeftijdgenoten achteruit. De lerares merkt op dat Carlo anders reageert en maakt zich zorgen. Zij probeert met hem in gesprek te gaan om de oorzaken van de te achterhalen. Hij geeft aan niet te willen praten maar laat wel doorschemeren dat er thuis iets speelt. Reden voor de lerares om de beide moeders van Carlo uit te nodigen voor een gesprek. Uit dit gesprek blijkt dat moeder Diana die tijdens de coronacrisis een eigen bedrijf is gestart, door haar bedrijf flink in de verandering financiële problemen is geraakt. Dit geeft spanningen in de relatie met moeder Ellie en af en toe reageert ze nogal kortaf naar Carlo. Hoewel de beide moeders aangeven de uitingen van deze spanningen zoveel mogelijk buiten het zicht van hun zoon te houden, lukt dit niet altijd. Er is al hulp gezocht voor het oplossen van de financiële problemen.

De situatie van Carlo wordt Voor kinderen in de basisschoolleeftijd staat het voorkomen van achterstanden in het onderwijs besproken met de schoolgericht maatschappelijk werker. Deze weet het vertrouwen van hem te centraal. Het vangesprekken basiszorg alleen en preventie binnen demet scholen hieraan winnen enorganiseren gaat na enkele met hem, samen Carlodraagt in gesprek met bij. de moeders. Met enkele tips voor de moeders en Carlo weet de maatschappelijk werker bij te dragen aan een gezonder en veiliger pedagogisch thuisklimaat waarin de jongen beter gedijt.

Scholen hebben een rol in het signaleren van eventuele problemen in de thuissituatie van leerlingen. Met het schoolgericht maatschappelijk werk ondersteunen we gezinnen zodat leerlingen weer verder kunnen werken aan hun ontwikkeling. Om de kansengelijkheid van de jeugd te vergroten, versterken we via het onderwijs de aanpak van laaggeletterdheid. Ook willen we met het onderwijs werken aan de “rijke” schooldag. Daarnaast zetten we in afstemming met de scholen onder andere in op extra beweegactiviteiten, bevorderen buitenspelen en in het algemeen de lichamelijke en geestelijke gezondheid van leerlingen. Met de samenwerkingsverbanden in het onderwijs zoeken we naar mogelijkheden om verantwoord de instroom van leerlingen in het speciaal onderwijs te beperken. Ook zetten we in op schoolaanwezigheid. Voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar die, vanwege beperkingen en stoornissen of huiselijke omstandigheden (tijdelijk) geen gebruik kunnen maken van de reguliere buitenschoolse opvang (BSO), investeren we in de realisatie en exploitatie van een passende BSO+ voorziening. Aan de buitenschoolse opvang worden dan elementen uit de jeugdhulp (begeleiding en behandeling) toegevoegd. Zie hiervoor ook de maatwerkvoorzieningen Jeugdwet. Beleidslijnen

1.7B

Voorkomen onderwijsachterstanden kinderen in de basisschoolleeftijd door te investeren in verbinding onderwijs met zorg en preventie met als uitgangspunten normaliseren en inclusie. 1.7B.1 Doorontwikkelen visie en doelstellingen Integrale Kindcentra

Prestatie indicatoren 1.7B.1 Percentage kinderen in de basisschoolleeftijd met een onderwijsachterstand (CBS) 1.7B.2 Percentage leerlingen met ongeoorloofd schoolverzuim

12

3.4

Tieners (12 tot 18 jaar) en jongvolwassenen (tot 23 jaar) Casus Puberende tiener Carlo uit de casus bij paragraaf 3.3, met moeders Diana en Ellie. heeft nog een broer Fabio. Deze broer is 16 jaar oud en heeft dezelfde problemen met de situatie thuis als Carlo. Het resulteert bij Fabio in spijbelgedrag. In het centrum van Almelo heeft Fabio enkele gelijkgestemden getroffen en de groep zorgt zo nu en dan voor wat hinder en overlast. Dit blijft echter beperkt omdat de groep zich laat aanspreken. De jongerenwerker en de wijkagent die zichtbaar aanwezig zijn in de binnenstad dragen hierin in belangrijke mate bij. De jongerenwerker weet een vertrouwensband op te bouwen met de spijbelende jongeren en legt in het geval van Fabio ook contact met school. Ook heeft de jongerenwerker contact met de schoolgericht maatschappelijk werker van Carlo over de thuissituatie en de aanpak vanuit het schoolgericht maatschappelijk werk. Niet alleen blijkt Fabio last te hebben van de situatie thuis, maar hij mist ook de aansluiting bij klasgenoten omdat hij deels andere interesses heeft. Fabio is uitermate creatief maar kan zijn creativiteit niet kwijt en hij mist ook de stimulans uit zijn omgeving om zijn creatieve talenten te benutten. De jongerenwerker brengt hem in contact met Studio 15.

Met het kunnen ontplooien van zijn talenten en het ontmoeten van andere jongeren met dezelfde interesses vervalt voor Fabio de noodzaak om zijn vertier in schooltijd te zoeken buiten de school. Het ongeoorloofde schoolverzuim is zo goed als voorbij.

Voor jongeren is het belangrijk dat zij met een diploma school verlaten. Dit biedt de beste kansen op een leven waarin men zichzelf kan redden. Schoolaanwezigheid blijft dan ook een speerpunt van ons beleid. Dit beleid wordt uitgevoerd door onze leerplichtambtenaren en de leerlingambtenaar en trajectbegeleiders binnen de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC), De ontwikkelingskansen van jongeren willen we verder vergroten door de samenwerking met werkgevers, zorgaanbieders en scholen te verbeteren. Onze speciale aandacht heeft nog het vroeg signaleren van risicojongeren en het op tijd ingrijpen op risicogedrag. In bovenstaande casus is deze vroegtijdige aanpak beschreven waarbij door de aansluiting te vinden bij de interesses en talenten van de jongere het risicogedrag kon worden omgebogen zonder in de sfeer van jeugdhulpvoorzieningen terecht te komen. Naast Studio 15 zou daarbij ook gedacht kunnen worden aan het stimuleren van jongeren om deel te nemen aan sportactiviteiten of activiteiten in wijkcentra. Ook in het voortgezet onderwijs kiezen we voor inzet van het schoolmaatschappelijk werk. De schoolmaatschappelijk werkers leveren een bijdrage in het voorkomen van problemen bij jongeren waarbij wordt gekeken naar de wisselwerking met de omgeving (ouders en leerkrachten.

De inzet van jongerenwerkers is eveneens gericht op het voorkomen van problemen waarvoor jeugdhulp zal moeten worden ingezet. De inzet is wijkgericht waarbij of outreachend wordt gewerkt (zoals in het geval van de jongerenwerker in de binnenstad) of wordt gezorgd voor een laagdrempelige inloop in de wijk. In aanvulling op het schoolgericht maatschappelijk werk en het jongerenwerk wordt individuele ondersteuning via kinder- en pubercoaching aangeboden. Beleidslijnen

1.8

Ten aanzien van kinderen in het voortgezet onderwijs zetten we in op bestrijden van schooluitval, verbinding onderwijs en zorg met de arbeidsmarkt om ook kwetsbare jongeren te ontwikkelen richting werk en meer zelfredzaamheid. 1.8.1 Creëren samenwerkingsstructuur ten behoeve van tieners waaronder ontwikkelen visie en gezamenlijke doelstellingen analoog aan aanpak Het jonge Kind en samenbrengen initiatieven waaronder de rijke schooldag, het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) en de gelijke kansen alliantie (GKA) 1.8.2 Ontwikkelen preventieve integrale jongerenaanpak gericht op beperken uitval onderwijs, beperken instroom uitkering en/of beperken geïndiceerde zorgkosten

1.9

Ontwikkeling van talenten van jongeren door creëren optimaal pedagogisch (thuis)klimaat en mogelijkheden van opvang buitenshuis.

13

Prestatie indicatoren 1.8.1 Aantal voortijdige schoolverlaters 1.9.1 Aantal jeugdigen in verschillende leeftijdsgroepen dat gebruik maakt van inloop in de wijken

3.5

Volwassenen

Casus Laaggeletterdheid Gerda, 48 jaar, heeft van jongs af aan moeite gehad met lezen en schrijven. Zonder diploma heeft ze op 18 jarige leeftijd de school verlaten. Voor de geboorte van haar kind heeft ze haar werk opgezegd. Haar partner voorzag in het levensonderhoud van het gezin. Gerda was lang in staat haar moeite met lezen en schrijven te verbloemen. Al ging dit wel een keer bijna verkeerd toen zij haar kind een verkeerde hoeveelheid medicijn toediende die de huisarts had voorgeschreven. Ook was zij, toen haar kind naar de basisschool ging, al snel niet meer in staat haar kind te helpen. De financiën en de administratie werden altijd verzorgd door haar partner. Vorig jaar is deze echter overleden. Nu stapelen de problemen zich echter op: brieven van de Belastingdienst, energieleveranciers en woningcorporatie worden niet gelezen. Ze dreigt afgesloten te worden van de gas en licht en heeft inmiddels volkomen onnodig een achterstand opgebouwd in de betaling van de huur. Ze had immers gebruik kunnen maken van een huurtoeslag die uiteraard niet door haar is aangevraagd. Bij toeval komt haar kind achter de problemen die zijn ontstaan. Deze adviseert Gerda direct hulp te zoeken bij een schuldenspecialist van de gemeente. Na de situatie in kaart te hebben gebracht, blijken de schulden betrekkelijk eenvoudig op te lossen.

De schuldenspecialist heeft echter doorgevraagd naar het ontstaan van de problemen en daarbij geeft Gerda aan dat zij nauwelijks kan lezen en schrijven. In overleg met Gerda meldt de schuldenspecialist haar aan bij Taalpunt voor taalcoaching in de hoop dat een betere beheersing van de taal leidt tot minder problemen in de toekomst.

We constateren dat een groot aantal inwoners van Almelo is aangewezen op ondersteuning door de gemeente. Veel inwoners zijn niet in staat zelf de problemen die zij ondervinden op te lossen, bijvoorbeeld omdat de (basis)vaardigheden hiertoe ontbreken. Ook zien we soms dat inwoners niet bewust zijn van de mogelijkheden die men zelf heeft om te voorkomen dat men op hulp aangewezen raakt. De inzet van zorgtechnologie biedt hierbij kansen. Daarnaast moeten onze inwoners soms meer ondersteund worden dan nodig omdat bij de inrichting van de openbare ruimte en gebouwen en de toegankelijkheid van voorzieningen onvoldoende rekening is gehouden met inwoners met beperkingen. Ten aanzien van volwassenen zetten we dan ook in op het vergroten van (basis)vaardigheden, bewustwording en inclusie. Ten aanzien van laaggeletterdheid en andere basisvaardigheden zetten we in op het verder implementeren van het aanvalsplan laaggeletterdheid. Uit onze ervaringen en inzichten elders in het land blijkt dat voor volwaardige participatie in de samenleving niet alleen de ontwikkeling van taalvaardigheid maar ook van reken-, digitale, financiële en administratieve vaardigheden van groot belang zijn. Het ontwikkelen van deze vaardigheden kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van problemen op het gebied van gezondheid, schulden en werk.

De doorontwikkeling van de aanpak laaggeletterdheid omvat dan ook de aanpak van andere basisvaardigheden. Binnen de gemeentelijke organisatie wordt de opgedane kennis met betrekking tot herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid geborgd en worden ook externe organisaties, die potentieel contact hebben met de doelgroep, betrokken bij de aanpak onder andere in de verdere uitrol van trainingen. We zetten in op het vergroten van het bereik van laaggeletterden en dan met name degenen met een Nederlandstalige achtergrond. Dit doen we onder andere met taalambassadeurs, het versterken van Taalpunt en een jaarlijkse voorlichtingscampagne. Ook in onze communicatie met inwoners zetten we in op begrijpelijk schrijven en passen we hiertoe de sjablonen voor brieven en formulieren in onze organisatie aan.

14

Een belangrijke factor ten aanzien van het zelfoplossend vermogen is het beschikbaar hebben van financiële middelen om een oplossing te realiseren. Werken kan bovendien bijdragen aan het welbevinden. De inzet is dan ook gericht op deelname aan de arbeidsmarkt van onze inwoners waarbij we extra aandacht besteden aan inwoners met beperkingen en inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Instroom in de Participatiewet willen we zoveel mogelijk voorkomen en daar waar inwoners aangewezen raken op een bijstandsuitkering willen we de duur van de uitkering zo kort mogelijk houden. De kansen om duurzaam uit een uitkeringssituatie te raken, stijgen naarmate de uitkeringsduur korter is. Om de uitkeringsduur te beperken, zullen we ook hier soms inzetten op het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden. Het toegankelijk inrichten van de openbare ruimte, gebouwen en voorzieningen (waaronder aanleg van buitensportvoorzieningen voor inwoners met beperkingen) draagt in belangrijke mate bij aan het vermogen van inwoners met beperkingen om ongehinderd aan de maatschappij deel te kunnen nemen en gebruik te kunnen maken van alle voorzieningen zoals winkels, cafés en sportzalen in Almelo. Een goede toegankelijkheid van de stad helpt daardoor bovendien om vereenzaming tegen te gaan.

Ook het realiseren van tenminste één rolstoeltoegankelijk openbaar toilet draagt bij aan het toegankelijk maken van de stad. De bereikbaarheid en toegankelijkheid van de binnenstad voor mensen met een beperking is belangrijk. Hierdoor hoeft minder gebruik te worden gemaakt van specifiek voor mensen met beperkingen ingerichte voorzieningen en hoeft minder gebruik te worden gemaakt van individuele ondersteuning. Inwoners met beperkingen worden hierdoor minder afhankelijk van hulp en ondersteuning zoals de bedoeling is van het VN-Verdrag Handicap. In onze plannen met betrekking tot stadsontwikkeling, maar ook bij de inrichting van voorzieningen in het sociaal domein zoals de dagbesteding, houden we rekening met het gebruik door inwoners met beperkingen. Er is een Mobiliteitsvisie, een raamwerk voor verkeer. Een goed voetgangersbeleid en inrichting van de openbare ruimte zorgen ervoor dat inwoners veilig over straat kunnen. Daar waar maatregelen worden getroffen om de toegankelijkheid te vergroten, zorgen we voor actief toezicht en handhaving om te voorkomen dat inwoners met beperkingen gehinderd worden in het gebruik van de openbare ruimte. Inwoners met beperkingen (verenigd in de werkgroep Almelo Toegankelijk) zullen we actief betrekken bij het beoordelen van plannen en voorzieningen op toegankelijkheid.

Hierdoor denken mensen met een beperking zelf mee en worden maatregelen door hen getoetst. Beleidslijnen

1.1

Stimuleren en creëren randvoorwaarden om eigen kracht aan te wenden door onder andere aanpak laaggeletterdheid, optimaal inzetten instrumenten arbeidsmarkttoeleiding, waaronder beschut werk, maar ook bevorderen toegankelijkheid openbare ruimte en gebouwen. 1.1.1 Organisatie breed inbedden inclusie zoals bedoeld in VN-Verdrag Handicap waardoor inwoners met beperkingen eenvoudiger gebruik kunnen maken van (basis)voorzieningen onder andere door structureel aandacht te hebben voor toegankelijkheid

1.2

Normaliseren waaronder accepteren en leren omgaan met beperkingen, voorkomen (te sterke) afhankelijkheid van hulpverleners en overheid en begrenzen mogelijkheden ondersteuning door gemeente

1.3

Stimuleren zelfredzaamheid van inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet en een grote afstand tot de arbeidsmarkt door inzet op maatschappelijke tegenprestatie

Prestatie indicatoren 1.1.1 Aantal deelnemers aanpak laaggeletterdheid 1.2.1 Aantal verstrekte woonvoorzieningen Wmo 1.3.1 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering dat een maatschappelijke tegenprestatie levert

15

4

Preventie

Ter illustratie Uit meerdere onderzoeken blijkt dat mensen die een sociaal economische lagere sociale status hebben minder positieve gezondheid ervaren, een lagere levensverwachting en een aanzienlijk lagere verwachting op gezonde levensjaren hebben. Voor hen zou veel gezondheidswinst te behalen moeten zijn. Maar bestaanszekerheid is een voorwaarde om aan de persoonlijke gezondheid te kunnen werken. Daarbij groeit het besef dat leefstijl, over het algemeen gezien als dé basis voor een goede gezondheid, niet alleen een individuele keuze is, maar mede wordt ingegeven door omgevingsfactoren.

Wij willen bijdragen aan een goede fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners. De sociale en fysieke omgeving worden zo ingericht dat gezond leven geen opgave maar een vanzelfsprekendheid is. De gemeente heeft hierbij op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) een belangrijke taak om de gezondheid van haar inwoners te bevorderen. De gezondheid van de inwoners bevorderen we door te zorgen voor een stabiele situatie (waaronder geen problematische schulden), hun competenties, basisvaardigheden en veerkracht te vergroten en een passend aanbod te doen om psychisch en fysiek gezonder te worden in een sociaal en fysieke omgeving die uitnodigt om in beweging te komen en andere mensen te ontmoeten. In het vorige hoofdstuk zijn de beleidslijnen met betrekking tot bewustwording en vergroten van de (basis)vaardigheden beschreven. In dit hoofdstuk gaan we nader in op preventie, waarbij we onder preventie verstaan het voorkomen dat problemen ontstaan en het voorkomen dat bestaande problemen verergeren. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) dat door het Rijk, de gemeenten en zorgpartijen is gesloten, wordt gesteld dat gezondheid een opgave is van de medische sector, in samenhang met het sociaal domein.

Daarbij geldt bovendien dat binnen de gemeente alle beleidsterreinen in meer of mindere mate een bijdrage kunnen leveren aan de gezondheid van de inwoners (health with all policies). De preventieakkoorden landelijk en regionaal richten zich op de leefstijlcomponenten roken, alcohol en middelengebruik, overgewicht en bewegen. In 2023 worden hier een aantal elementen aan toegevoegd: ook een gezonde omgeving en psychische kwetsbaarheid zijn elementen voor de lokale gezamenlijke aanpak. Het Rijk stelt een brede specifieke uitkering beschikbaar, waar tegenover moet staan dat er een integraal plan moet komen waarin alle betrokken beleidsterreinen terugkomen (health in all policies). Het Rijk ziet het verband dat er is tussen algehele kwetsbaarheid en een kwetsbare gezondheid, en ondersteunt gemeenten om hierin te interveniëren. Tegelijkertijd trekt ze daarbij een zware wissel op de gemeente, door ook het huidig en toekomstig tekort in de zorg op te willen lossen via het lokale en regionale preventiebeleid. Vanuit de gedachte dat het huidig zorggebruik voor een groot deel (tot 50%) te wijten is aan leefstijlproblemen, wordt er geen uitbreiding van de zorgcapaciteit voorbereid. Dat betekent voor de gemeente dat de doelgroep voor wie we het preventiebeleid uitvoeren, aanzienlijk groter is dan alleen onze kwetsbare inwoners.

De samenwerking op regionaal niveau en op lokaal niveau met preventiepartners als onder meer huisartsen en eerstelijnszorg zal goed geregeld moeten zijn. We zullen de komende periode goed moeten benutten om de inwoners die educatie en/of ondersteuning nodig hebben voor een gezond leven, te (leren) bereiken. Positieve gezondheid is ons uitgangspunt waarbij gezondheid wordt gezien als het vermogen zich aan te passen aan en eigen regie te voeren bij fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Veerkracht en een betekenisvol leven zijn hierbij belangrijke waarden. Hoe beter iemand in staat is zich aan te passen aan hun omstandigheden, bijvoorbeeld bij ziekte, zich in balans voelt en in staat is om te werken of anderszins te participeren, hoe gezonder en betekenisvoller het leven van die persoon. Gezondheid is veelal individueel bepaald. Maar

16

individuen maken deel uit van een samenleving. De sociale en fysieke omgeving beïnvloeden de gezondheid van het individu en de groep in de samenleving waarvan het individu deel uitmaakt. Gezondheidsproblemen kunnen op verschillende manieren worden voorkomen: rechtstreeks door het aanpakken van gewoonten en gedragingen die gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken en indirect door factoren die stress kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld schulden of problematische scheidingen) zo snel mogelijk aan te pakken. Ook het bestrijden van eenzaamheid en het dementievriendelijk inrichten van de stad kan leiden tot een vermindering van gezondheidsklachten. Daarnaast is het belangrijk om informatie over gezondheid en gezond leven zo toegankelijk en begrijpelijk mogelijk te maken voor onze inwoners. Het beroep op voorzieningen kan worden beperkt door op het juiste moment de juiste activiteiten en interventies in te zetten. Publieke gezondheid richt zich op het publiek belang en onderscheidt zich daarmee van individuele gezondheid. Op basis van de Wet publieke gezondheid moet de gemeente (binnen een regionale samenwerking) de basisgezondheidszorg in stand houden. Het werken aan preventie en gezondheidsbevordering kan alleen succesvol zijn als dit vanuit samenhang en wederkerigheid gebeurt. Gezondheid wordt beïnvloed door veel factoren.

Factoren die veelal behoren tot het beleidsterrein buiten de publieke gezondheid en factoren die behoren tot het werkterrein van andere (maatschappelijke) organisaties. We zetten dan ook stevig in op de interne samenwerking tussen Uitvoering Fysiek, Uitvoering Sociaal, Stedelijke ontwikkeling en Wijkregie. Ook werken we samen met onze inwoners en partners in de stad (onder andere welzijnsinstellingen, Sportbedrijf, Kaliber en Bibliotheek, scholen en woningcorporaties) en de regio (onder andere Menzis, GGD, Samen Twente, Twentse Koers en provincie Overijssel). Wij committeren ons aan de doelen die in de Twentse Bestuursagenda 2020 - 2023 zijn geformuleerd. Het thema gezondheid is meegenomen in de Woonvisie, de Omgevingsvisie, het Sportakkoord, de Lokale Preventieagenda en Kom Erbij Almelo (Coalitie tegen eenzaamheid). Een integrale aanpak omvat meerdere beleidsterreinen en betreft meerdere organisaties. Dit zal doorklinken in de doorontwikkeling van het lokale preventieakkoord. We rekenen hierbij dan op meer actieve deelnemers, en op meer focus op gezondheid in al haar complexiteit. Met de eerste ervaringen rond de projecten uit de Preventieagenda en uit het Sportakkoord groeit het besef dat we de doelgroep die het meest baat kan hebben bij onze projecten en interventies, nog onvoldoende bereiken.

We zullen in 2023 en de komende jaren daarom gaan inzetten op het bereiken van deze doelgroep door onze werkwijzen zo goed mogelijk aan te passen en de samenwerking te zoeken met nieuwe partners. Waar nu al het besef heerst dat de effecten van preventie pas op de langere termijn zichtbaar zijn, geldt dat des te meer voor deze projecten. We zijn er ons scherp van bewust, mede dankzij de uitkomsten van de kinder- en jeugdmonitor 2022, dat de psychische kwetsbaarheid onder onze jeugd nog te groot is. Zeker als we beseffen dat veerkracht en welzijn een zeer grote toegevoegde waarde hebben op gezondheid en fit zijn, is er alle reden om in de komende periode hierop in te zetten. Voor alle inwoners geldt dat bestaanszekerheid een noodzakelijke voorwaarde is om na te kunnen denken over gezondheid en leefstijl. Stress en onzekerheid maken mensen kwetsbaar en leveren verlies aan gezondheid op. Als gezond leven dan óók nog een opgave is, is er nog een stressfactor aan toegevoegd. Het helpt iedereen als gezond leven een vanzelfsprekendheid is, ingegeven door je sociale en fysieke omgeving, meegegeven vanaf je geboorte. De komende tijd zal daarom versterkte aandacht zijn voor de samenloop van leefstijl, stressfactoren en de financiële situatie. De groep die het meest kwetsbaar is, is ook het moeilijkst te bereiken als het gaat om leefstijl en gezondheid.

Er wordt gezocht naar manieren om mensen die te maken hebben met meerdere stressverhogende factoren en/of financieel krap zitten, toch mee te laten doen als het gaat om bewegen en gezonde voeding. Dit vanuit de

17

optiek dat gezondheid een waarde in zichzelf is, en dat een verbetering van de eigen gezondheid leidt tot meer veerkracht en welbevinden. Ook vanuit zorgtechnologie kan de verbinding worden gelegd met gezonde leefstijl, eenzaamheid en dementie. Zo zijn er diverse e-health toepassingen waarmee mensen hun gezondheid kunnen bijhouden, verbeteren of ondersteunen. Mensen hebben hierdoor meer regie over hun eigen zorgproces en het geeft inzicht in hun eigen gezondheidssituatie. Dit bevordert een positieve en gezonde leefstijl. Daarnaast voorkomt het een te sterke afhankelijkheid van hulpverleners en overheid. Ook zijn er technologische hulpmiddelen speciaal ontworpen voor dementerenden die ondersteunen bij afname van tijdsbesef, het creëren van structuur en geven van ondersteuning om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Bijzondere aandacht hebben we nog voor de gevolgen die een echtscheiding vaak heeft. We zien een grote samenloop van een thuissituatie waarin sprake is van een (problematische) scheiding en een ondersteuningsbehoefte van de betrokkene gezinsleden. Als de situatie sneller in beeld is, en het aanbod daarop aangepast kan worden, kan meer schade voorkomen worden. Vanuit dit perspectief is een pact opgericht van organisaties die op verschillende manieren te maken kunnen krijgen met een gezin in scheiding. We doen dit onder de noemer “Scheiden zonder schade”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=3dad135a-9a23-4960-bff6-2bc572ab4b0f