CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Vaststelling bestemmingsplan Steenweg - Bijlage - Vast te stellen bestemmingsplan en verbeelding.pdf

Raad 2 november 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Steenweg22.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap gezet in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streven we naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) heeft tot doel om in de periode tot 2020 het hoofdwatersysteem in Nederland te verbeteren en op orde te houden. Belangrijk onderdeel is om de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen, afvoeren' in alle overheidsplannen als verplicht afwegingsprincipe te hanteren. In het Nationaal Bestuursakkoord is vastgelegd dat de watertoets een verplicht te doorlopen proces is in waterrelevante ruimtelijke planprocedures, waarbij een vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder in de planvorming wordt gewaarborgd.

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswatereren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven vor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgesteld in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastegesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie(NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.2 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

30

NL.IMRO.0141.00131-BP31

6.1.3 Beleid Waterschap Vechtstromen In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen uitgewerkt voor de thema’s waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: <0000> Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken in het beheergebied en de boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. <0000> Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is dan schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving, de Kaderrichtlijn Water (KRW), maken onderdeel uit van het plan. Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Het waterschap haalt niet alleen schadelijke stoffen uit het afvalwater, maar wil daarmee ook nuttige producten maken en ze probeert nieuwe toepassingen te zoeken. Ook de kosten en financiering zijn weergegeven. Het waterbeheerplan is afgestemd met de plannen van het Rijk, de provincies en de gemeenten.

6.1.4 Gemeentelijk beleid Waterplan Almelo De gidsprincipes voor het waterplan Almelo en de visie zijn gebaseerd op principes uit de Vierde Nota waterhuishouding en de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21-ste eeuw, waarbij aanpak van de bron prevaleert boven ‘end-of-pipe’-maatregelen en de afwenteling van lokale problemen op (boven)regionale systemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het vasthouden van water verdient de voorkeur. Wanneer dit niet meer mogelijk is, wordt zoveel mogelijk water geborgen. Daarbij speelt de waterkwaliteit een belangrijke rol. Water van verschillende kwaliteit wordt zoveel mogelijk gescheiden. Wanneer ook berging niet meer mogelijk is, wordt het water ten slotte afgevoerd. In stedelijke in- of uitbreidingsgebieden dient zoveel mogelijk verhard oppervlak niet aangesloten te worden op de riolering. Een duurzame inrichting van het terrein moet zorgen voor het bewaken van de kwaliteit. Kortom, problemen met waterkwaliteit en –kwantiteit mogen niet worden afgewenteld en de ontwikkelingen mogen geen negatieve beïnvloeding van waterkwaliteit en –kwantiteit met zich meebrengen. Bij nieuwbouw dient grondwaterneutraal gebouwd te worden.

Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026 Het Programma Water en Riolering is de opvolger van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) en geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, hemel- en grondwater, en de bekostiging hiervan. Daarnaast heeft de gemeente Almelo ook nadrukkelijk oppervlaktewater als onderdeel van het beheer van het stedelijk water gemaakt. Het Programma Water en Riolering beschrijft de beleidskaders en de bekostiging voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het oppervlaktewater in de gemeente Almelo voor de periode 2022 t/m 2026, en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn. Om een strategie voor de komende planperiode op te kunnen stellen is een visie voor de lange termijn van belang. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat ook de gemeente Almelo moet anticiperen op de financiële omstandigheden en heeft te maken met bezuinigingsdoelstellingen. Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater).

Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

31

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1. 2. 3. 4. 5.

Samen op met burgers en bedrijven. Toekomstgericht en klimaatbestendig. Een doelmatige aanpak. De organisatie en de middelen op orde. Een functionerend watersysteem.

Almelose Klimaatadaptatie Strategie (AKAS) Sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van kracht. Hierin hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten met elkaar afgesproken dat ons land van af 2050 klimaat robuust en waterbestendig is ingericht. De verschillende overheden werken hiervoor met elkaar samen in zogenaamde werkregio’s. Voor de gemeente Almelo is dit Twents waternet (TWN). Het Deltaprogramma werkt volgens een aantal stappen: <0000> WETEN: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld <0000> WILLEN: we gaan met de stad in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen <0000> WERKEN: we stellen een agenda op met concrete acties die Almelo klimaat robuust maken De stappen zijn vertaald in 7 ambities: 1.Kwetsbaarheden in beeld brengen 2.Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3.Uitvoeringsagenda opstellen 4.Meekoppelkansen benutten 5.Stimuleren en faciliteren 6.Reguleren en borgen 7.Handelen bij calamiteiten In het AKAS zijn de ambities gekoppeld aan de klimaattrends en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige uitgangspunten voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Het AKAS beperkt zich tot de klimaattrends wateroverlast (inclusief overstromen van beken en kanalen), hitte en droogte.

Wateroverlast: Uitgangspunt bij wateroverlast is dat bij extreme regenval hoofd- en gebiedsontsluitingswegen toegankelijk voor hulpdiensten blijven. Ter voorkoming van overlast bij extreme regenval zijn uitgangspunten voor te nemen maatregelen opgesteld. <0000> Voor nieuw aan te leggen hoofd- en gebiedsontsluitingswegen geldt dat de waterdiepte (waterplassen op straat) gemiddeld over de breedte van de weg niet groter mag zijn dan 10 cm bij een bui van respectievelijk 70mm (hoofdwegen) en 45mm (gebiedsontsluitingswegen) in één uur. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen (inclusief tunnels) met kans op een waterdiepte van meer dan 25 cm bij een bui is het uitgangspunt dat deze voor 2030 worden aangepakt. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen met minder dan 25 cm maar meer dan 10 cm waterdiepte geldt dat de gemeente bij herinrichting streeft de duur van water op straat bij een bui van 45 mm in één uur te beperken tot maximaal 2 uur, voor private wegen geldt een waterdiepte van meer dan 10 cm bij een bui van 70mm of 45mm in één uur. <0000> Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen en nutsvoorzieningen geldt dat het vloerpeil minimaal 30 cm boven het wegpeil dient te liggen. Voor stedelijke in- en uitbreidingen geldt bovendien dat water binnen het plangebied op doelmatige wijze geborgen moet worden (40 mm (uitbreidingslocaties) of 20 mm (inbreidingslocaties)).

De wijze waarop is ter goedkeuring door de gemeente. <0000> Bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur, door een gebied/wijk verwerkt kan worden zonder dat er nieuwe onacceptabele situaties ontstaan. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering kan eventueel worden uitgegaan van een afvoercapaciteit van 20 mm per uur; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Eigenaren van bestaande percelen worden gestimuleerd af te koppelen en hun tuin te ontstenen / vergroenen. <0000> Om overlast van grondwater bij nieuwbouw tegen te gaan geldt een vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Voor gebieden in de openbare ruimte waar structureel sprake is van grondwateroverlast neemt de gemeente maatregelen indien dat doelmatig is. Voor bestaande bouw geldt een vloerhoogte van minimaal 90 cm en straatpeil van 70 cm ten

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

32

NL.IMRO.0141.00131-BP31

opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door grondwater. Hitte en droogte Ten aanzien van hitte en droogte heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de hitte impact in 2050 niet erger is dan in 2020 en droogte niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur. <0000> Om die reden wordt bij nieuwbouwontwikkeling en herinrichting gestreefd naar een zodanige inrichting van het gebied dat er voldoende koelteplekken en schaduw is. Bij het beheer en onderhoud van wegen wordt onderzocht op welke manier de opwarming van verharding kan worden teruggedrongen. Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken, door het toevoegen van groen, warmte werend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken. <0000> Ter voorkoming van droogte wordt bij nieuwbouw het gebied neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water uit het plangebied worden voorzien. Oppervlaktewater wordt zo ingericht dat droogval zoveel als mogelijk voorkomen kan worden en circulatie mogelijk is.

Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun groen of voor het beperken van de gevolgen.

6.2 Waterparagraaf 6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Bij de besluitvorming dient gemotiveerd te worden op welke manier rekening is gehouden met dit wateradvies. De initiatiefnemer verantwoordt de ruimtelijke keuzen ten aanzien van water in de waterparagraaf, als onderdeel van het ruimtelijk plan. Binnen het plangebied blijft de bestaande situatie ongewijzigd. De huidge weg blijft ingericht als wegvak en zal alleen gebruikt worden als stalling van voertuigen en traillers.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

33

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

7.1 Inleiding Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: <0000> een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; <0000> een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; <0000> Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; <0000> Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen. Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen.

Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied omvat slechts één bestemming en is ten behoeve van één bedrijf. Het ligt dan ook voor de hand om hier een gedetailleerd bestemmingsplan te kiezen.

7.2 Juridische systematiek Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: <0000> Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; <0000> Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; <0000> Hoofdstuk 3 - Algemene regels; <0000> Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden.

De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: <0000> bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen);

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

34

NL.IMRO.0141.00131-BP31

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

<0000> <0000>

bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers.

7.3 Beschrijving per bestemming De gronden begrepen in dit bestemmiingsplan zijn bestemd voor: 'Bedrijf 3-1' met functieaanduiding bebouwing niet toegestaan en 'Leiding - Riool'

7.3.1. Bestemmingsregels Bedrijf - 3.1' met specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen In de bestemmingsomschrijving is aangegeven welke bedrijven zijn toegestaan(bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.1) De categorieën zijn vastgesteld aan de hand van de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Verwezen wordt naar de bijlage "Staat van inrichtingen" (bijlage 1) welke bedrijven zijn toegestaan. Leiding - Riool De dubbelbestemming zijn gericht op de bescherming van de (hoofd)leidingen. De dubbelbestemming schort de werking van de onderliggende (basis)bestemming in eerste instantie op. Een afwijkingsregeling maakt het echter mogelijk om toch binnen deze dubbelbestemming te bouwen ten behoeve van de onderliggende enkelbestemming. De omgevingsvergunning om af te wijken kan alleen worden verleend, mits het functioneren van de leiding niet in het geding komt. Op de verbeelding is een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten-gebouwen opgenomen.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

35

NL.IMRO.0141.00131-BP31

7.3.2. Overige regels Inleidende regels / begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. nleidende regels / wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregel Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt.

Tevens kunnen krachtens dit artikel kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van ges Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.

7.4 Handhaving Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

36

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Met de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, indien sprake is van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Met een derde kan een exploitatieovereenkomst worden gesloten, waarin het kostenverhaal is geregeld en waarin tevens bepalingen kunnen worden opgenomen ten aanzien van planschades.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

37

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 9 Vooroverleg en zienswijzen Vooroverleg Het plan is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit Ruimtelijke Ordening aan verschillende instanties toegezonden. Het bestemmingsplan heeft geen aanleiding gegeven tot het geven van reacties. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Steenweg en de bijbehorende stukken hebben met ingang van 27 april 2022 tot en met 31 mei 2022 ter inzage gelegen. Er zijn geev zienswijzen binnengekomen.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

38

NL.IMRO.0141.00131-BP31

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

39

Bestemmingsplan Herziening Steenweg NL.IMRO.0141.00131

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Regels

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

1

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Inhoudsopgave

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

2

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

4 5 9

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - 3.1 Artikel 4 Leiding - Riool

10 11 13

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene gebruiksregels Artikel 7 Algemene aanduidingsregels Artikel 8 Algemene procedureregels Artikel 9 Overige regels

15 16 17 18 19 20

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel

21 22 23

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

3

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

4

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Herziening Steenweg met identificatienummer NL.IMRO.0141.00131-BP31 van de gemeente Almelo;

1.2 bestemmingsplan: de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aangebouwd bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.7 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft dat maximaal bebouwd mag worden;

1.8 beperkt kwetsbaar object: een object ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr 250;

1.9 besluit externe veiligheid inrichtingen: Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen zoals deze luidde op 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr. 250;

1.10 bestaand(e) (bebouwing en gebruik): <0000> legale bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, <0000>

dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;

1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.12 bestemmingsvlak:

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

5

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.15 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder;

1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.19 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.20 bruto-vloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, zowel op de begane grond als op de verdieping;

1.21 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.22 erf: de grond deel uitmakende van een bouwperceel, behorende bij één woning, waarop geen hoofdgebouw is of mag worden gebouwd krachtens de vigerende woonbestemming;

1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.24 geluidsgevoelige functies: bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

1.25 (groot)handel: de handel tussen de producent en de detailhandel. Bij groothandel gaat het om de verkoop van goederen in grote aantallen en hoeveelheden;

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

6

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1.26 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.27 kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;

1.28 kwetsbaar object: een object ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr. 250;

1.29 maatvoeringsvlak: een op de verbeelding aangegeven vlak dat binnen een bestemmingsvlak de grens aangeeft tussen bijvoorbeeld gebruik, maximum bouwhoogte, maximum bebouwingspercentage, maximum aantal wooneenheden, etc.;

1.30 nok: het snijpunt van twee hellende vlakken, of, indien voorgaande niet van toepassing is, het hoogste punt van het dak;

1.31 ondergeschikte functie: een functie waarvoor maximaal 25% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;

1.32 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.33 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.34 veiligheidszone: de zone welke niet mag worden overschreden door de grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. door een plaatsgebonden risico-afstand welke geldt voor aanwezige of te vestigen risicobedrijven;

1.35 verbeelding: de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0141.00131-BP31) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan;

1.36 verkoopvloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank;

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

7

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1.37 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond;

1.38 voorerf: gedeelte van het erf dat voor de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen;

1.39 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

8

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden, indien een bouwvlak bestaat uit meerdere bouwpercelen, geldt het bebouwingspercentage per bouwperceel;

2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.7 peil: <0000> voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de <0000>

weg; voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

9

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

10

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 3 Bedrijf - 3.1 3.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor "Bedrijf - 3.1" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven zoals genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 tot en met 3.1; b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; met de daarbij behorende gebouwen, overige bouwwerken, verhardingen en groenvoorzieningen. Met dien verstande dat: - de voorgeschreven afstanden zoals genoemd in de bij deze voorschriften behorende Bijlage I, Staat van Bedrijfsactiviteiten, in acht worden genomen;

3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt het bebouwingspercentage niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) en maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. de afstand van de gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen zijn geen gebouwen toegestaan. 3.2.2 Overige bouwwerken Binnen deze bestemming mogen overige bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van reclame- en lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing en bouwpercelen, aan de inrichting van gronden voor wat betreft de aanleg en omvang van parkeer- en groenvoorzieningen en de aanleg en profilering van wegen ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. het beschermen van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de gewenste parkeer-, laad- en losmogelijkheden van voldoende omvang op eigen terrein.

3.4 Afwijken van de bouwregels a.

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1: 1. onder a. tot de oprichting van bebouwing buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; 2. onder d. ten behoeve van een vermindering van de voorgeschreven afstand tot de perceelsgrenzen, mits hier uit oogpunt van brandbeheersing en brandbestrijding geen bezwaar bestaat; 3. onder b. en een bebouwingspercentage toestaan tot 85% van het bouwperceel.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

11

NL.IMRO.0141.00131-BP31

b.

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt slechts verleend indien: 1. de afwijking noodzakelijk is uit oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficient gebruik van het bouwperceel of de bouwpercelen. 2. op het bouwperceel parkeer-, laad- en losruimte van voldoende omvang aanwezig is; 3. de verkeersveiligheid, brandveiligheid en een adequate brand- en rampenbestrijdig gewaarborgd is; 4. het verlenen van een omgevingsvergunning uit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is; 5. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van: I. de functionele en ruimtelijke structuur; II. het straat- en bebouwingsbeeld; III. de verkeersveiligheid; IV. de sociale veiligheid; V. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.5 Specifieke gebruiksregels a.

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: 1. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan en het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens, voor zover dit geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsactiviteiten; 2. het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen op de onbebouwde gronden, voor zover dit geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsactiviteiten.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels a.

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.5 ten behoeve van: 1. detailhandel in auto's, boten, caravans, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen mits daardoor geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de structuur van het plaatselijke en/of regionale distributieapparaat of een reeds bestaande verstoring wordt vergroot en in voldoende mate verzekerd is dat geen onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast zal optreden voor de omgeving; 2. detailhandel in andere volumineuze artikelen zoals keukens, badkamers, sanitair et cetera, mits daardoor geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de structuur van het plaatselijke en/of regionale distributieapparaat of een reeds bestaande verstoring wordt vergroot en in voldoende mate verzekerd is dat geen onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast zal optreden voor de omgeving; 3. detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen als ondergeschikte functie; 4. bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten

b.

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid a. b.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de aanduiding '[naam aanduiding]' wordt verwijderd; Burgemeester en wethouders wijzigen het plan zoals genoemd onder a enkel indien van de mogelijkheden welke gegeven zijn door de aanduiding op het betreffende perceel geen gebruik meer wordt gemaakt.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

12

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 4 Leiding - Riool 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) hoofdrioleringen met de daarbijbehorende gebouwen en overige bouwwerken.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemmingen) mogen geen gebouwen worden gebouwd, ander dan ten behoeve van deze bestemming, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; b. de maximale inhoud bedraagt 36m3 4.2.2 Overige bouwwerken De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten dienste van deze bestemming bedraagt 3 meter. 4.2.3 Afwijken van de bouwregels B urgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2. ten aanzien van het bouwen van bouwwerken en toestaan dat op of in deze gronden een bij de andere bestemming toelaatbaar bouwwerk wordt gebouwd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leidingen en de veiligheid daarvan. Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning winnen zij advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of het doelmatig functioneren van de leidingen niet worden of kunnen worden geschaad. 4.2.4 Specifieke gebruiksregels: Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te grebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

4.2.5 afwijking van de gebruiksregels Burgemeeste en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

13

NL.IMRO.0141.00131-BP31

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en het bebossen en beplanten van gronden; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of op enige andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; c. het ontginnen, ontgronden, verlagen, afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem; d. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; e. het aanleggen, verdiepen, verbreken en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het aanleggen van drainageleidingen; g. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 4.3.2 Uitzondering op het verbod Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan De in artkel 4.3.1 genoemde vergunnning kan slechts worden verleend indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veilgheid van de hoofdriolering. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in de artikel 4.3.1, wordt vooraf advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

14

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 3 Algemene regels

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

15

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

16

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 6 Algemene gebruiksregels Het is verboden: a. opstallen – of delen ervan – en gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming; b. voor zover dit niet door de bestemming expliciet is toegestaan, gronden en opstallen te gebruiken ten behoeve van horeca, prostitutie en/of als seksinrichting.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

17

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels

7.1 Algemene ondergeschikte afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straaten bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen voor het bestemmingsplan: a. voor afwijkingen ten aanzien van de in het bestemmingsplan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. voor het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, voor zover deze bouwwerken geen grotere hoogte dan 3,5 meter hebben en geen grotere inhoud hebben dan 60 m3; c. het plaatsen van mobiele verkooppunten; d. ten aanzien van ondergeschikte punten met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen in het terrein en aan het beloop van bepaalde gegevenheden, met dien verstande dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast, dat belangen van derden niet in redelijkheid worden geschaad en de vergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het bestemmingsplan; e.

ten aanzien van het bepaalde over het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bebouwingsvlak en/of bestemmingsvlak worden overschreden door erkers over maximaal tweederde gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bebouwingsgrens met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden en er vóór de uitbreiding tenminste 3,5 meter resteert van het voorerf; f. voor het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en zenden van telecommunicatiesignalen, voor zover deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer bedraagt dan maximaal 15 meter voor antennes voor privégebruik en maximaal 40 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

18

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 8 Algemene procedureregels Bij het stellen van nadere eisen die onderdeel uitmaken van de regels van dit bestemmingsplan worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende twee weken ter inzage; b. burgemeester en wethouders geven tevoren kennis van de terinzagelegging in een of meer dagof nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk kenbaar maken van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit, gedurende de hiervoor onder a. genoemde termijn; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijze kenbaar hebben gemaakt de beslissing daaromtrent mede.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

19

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 9 Overige regels 9.1 Parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' en de beleidsregel 'Parkeernormen Almelo', zoals door het college vastgesteld op 11 december 2018. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. b. De ruimte voor het parkeren van de motorvoertuigen moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare motorvoertuigen. De afmetingen van bedoelde parkeerruimte voor personenauto's bedragen: - bij haaks parkeren: minimaal 5 meter lang en minimaal 2,5 meter breed. - bij langs parkeren: minimaal 5,5 meter lang en minimaal 2,0 meter breed.

9.2 Laden en lossen Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk voldoende wordt voorzien in die behoefte.

9.3 Afwijkingsregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 en 8.2: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. De vergunning als bedoeld in lid 4.3 a. kan slechts verleend worden, indien: 1. het woon- en leefklimaat in de diecte omgeving niet onevenredig wordt aangetast; en 2.. de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig wordt aangetast.

9.4 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien overeenkomstig het gestelde onder deartikelen 8.1 en 8.2.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

20

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

21

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

10.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 10.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 met maximaal 10%.

10.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

10.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

10.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

10.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 10.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

22

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Herziening Steenweg NL.IMRO.0141.00131-BP31 van de gemeente Almelo. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van

De griffier,

De voorzitter,

......................

......................

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

23

NL.IMRO.0141.00131-BP31

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

24

BIJLAGE I: STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN

BIJLAGE 1 STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN SBI 01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0121 0122 0122 0122 0123 0124 0124 0124 0124 0124 0125 0125 0125 0125 0125 0125 0125 014 0141.1 0142 02 020 05 0501.1 0501.2 0502

VOLGNR OMSCHRIJVING LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) 0 Tuinbouw: 1 - bedrijfsgebouwen 2 - kassen zonder verwarming 3 - kassen met gasverwarming 4 - champignonkwekerijen (algemeen) 5 - champignonkwekerijen met mestfermentatie 6 - bloembollendroog- en prepareerbedrijven Fokken en houden van rundvee 0 Fokken en houden van overige graasdieren: 1 - paardenfokkerijen 2 - overige graasdieren Fokken en houden van varkens 0 Fokken en houden van pluimvee: 1 - legkippen 2 - opfokkippen en mestkuikens 3 - eenden en ganzen 4 - overig pluimvee 0 Fokken en houden van overige dieren: 1 - nertsen en vossen 2 - konijnen 3 - huisdieren 4 - maden, wormen e.d. 5 - bijen 6 - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw hoveniersbedrijven KI-stations BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen

GEUR STOF GELUID

C

Z

GEVAAR VERKEER VISUEEL AFSTAND CAT B

D

L

10

30

30

C

10

1

1

30

2

B

L

10 10 10 30 100 30 100

30 10 10 10 10 30 30

30 30 30 30 30 30 30

C C C C C C C

10 10 10 30 30 10 0

1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1

30 30 30 30 100 30 100

2 2 2 2 3 2 3

B B B B B B

L L L

50 50 300

30 30 30

30 30 50

C C C

0 0 0

1 1 1

1 1 1

50 50 300

3 3 4

300 300 300 100

30 30 50 30

50 50 50 50

C C C C

0 0 0 0

1 1 1 1

1 1 1 1

300 300 300 100

4 4 4 3

200 100 30 100 10 30 30 10 50

30 30 0 0 0 10 10 10 10

30 30 50 30 30 30 50 10 50

C C C C C C

0 0 10 10 10 0 10 10 0

1 1 1 1 1 1 2 1 2

1 1 1 1 1 1 1 1 1

200 100 50 100 30 30 50 10 50

4 3 3 3 2 2 3 1 3

10

10

50

0

1

1

50

3

100 50

0 0

100 50

50 30

2 1

2 1

100 50

3 3

C

C C

D D

D

D D

0502 0502 10 103 11 111 111 111 111 14 1421 1421 1421 144 145 15 151 151 151 151 151 151 152 152 152 152 152 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1541 1541 1542 1542 1542

1 2 0 1 2 3 0 1 2

0 1 2 3 4 5 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2

- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven - visteeltbedrijven TURFWINNING Turfwinningbedrijven AARDOLIE- EN AARDGASWINNING Aardolie- en aardgaswinning: - aardoliewinputten - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 100.000 N m3/d - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 100.000 N m3/d WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): - algemeen - steenbrekerijen Zoutwinningbedrijven Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - vetsmelterijen - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken - loonslachterijen Visverwerkingsbedrijven: - drogen - conserveren - roken - verwerken anderszins Aardappelprodukten fabrieken Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j

100 50

30 0

50 50

C C

0 0

1 1

1 1

100 50

3 3

50

50

100

C

10

2

2

100

3

100 30 50

0 0 0

200 500 700

C C C

200 200 200

1 1 1

2 1 1

200 500 700

4 5 5

10 10 50 10

100 200 10 200

200 700 100 500

10 10 30 50

2 2 1 3

1 2 1 3

200 700 100 500

4 5 3 5

100 700 300 100 50

0 0 0 0 0

100 100 100 100 50

C C C C

30 30 30 50 10

2 2 2 2 1

1 2 2 2 1

100 700 300 100 50

3 5 4 3 3

700 200 300 300 300

100 0 0 10 30

200 100 50 50 200

C C C C C

30 30 0 30 50

2 2 1 2 2

2 2 2 2 2

700 200 300 300 300

5 4 4 4 4

50 100 200 300 300

10 10 10 10 10

100 100 100 200 100

C C C C C

10 10 10 30 10

1 2 2 2 2

1 2 2 2 2

100 100 200 300 300

3 3 4 4 4

200 300

30 50

100 300

C C

Z

30 50

3 3

2 3

200 300

4 4

B B

200 300

10 10

100 300

C C

Z

100 200

3 3

2 3

200 300

4 4

B B

Z

Z C C

B B B

L

D B

D

D

1543 1543 1543 1551 1551 1551 1551 1551 1551 1552 1561 1561 1561 1561 1562 1562 1562 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1583 1583 1584 1584 1584 1584 1585 1586 1586 1586

0 1 2 0 1 2 3 4 5

0 1 2 0 1 2 0 1 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 0 1 2 3 0 1 2

Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j 100 - p.c. >= 250.000 t/j 300 Zuivelprodukten fabrieken: - gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u 200 - geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >= 200 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 50 - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j 100 - overige zuivelprodukten fabrieken 50 Consumptie-ijsfabrieken 50 Grutterswarenfabrieken 50 Meelfabrieken: - p.c. < 500 t/u 100 - p.c. >= 500 t/u 200 Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u 200 - p.c. >= 10 t/u 300 Veevoerfabrieken: - destructiebedrijven 700 - beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek 700 - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoed 300 - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoed 700 - mengvoeder, p.c. < 100 t/u 200 - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u 300 Vervaardiging van voer voor huisdieren 200 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week 30 - Brood- en beschuitfabrieken 100 Banket, biscuit- en koekfabrieken 100 Suikerfabrieken: - v.c. < 2.500 t/j 500 - v.c. >= 2.500 t/j 1000 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - Cacao- en chocoladefabrieken 500 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden 100 - Suikerwerkfabrieken met suiker branden 300 Deegwarenfabrieken 50 Koffiebranderijen en theepakkerijen: - koffiebranderijen 500 - theepakkerijen 100

10 10

200 300

C C

100 30 0 0 50 0 100

500 500 100 300 300 100 200

C C C C C C C

50 100

200 300

C C

50 100

200 300

C C

30 100 100 200 50 100 100

200 100 200 300 200 300 200

C C C C C C C

10 30 10

30 100 100

C C C

100 200

300 700

C C

50 30 30 30

100 50 50 10

30 10

200 30

C

30 50

3 3

2 3

200 300

4 4

50 50 30 50 50 50 50

3 3 2 3 3 2 2

2 2 1 2 2 2 2

500 500 100 300 300 100 200

5 5 3 4 4 3 4

Z

50 100

2 2

2 2

200 300

4 4

Z

30 50

1 2

2 3

200 300

4 4

50 30 30 50 30 50 30

3 3 2 3 3 3 2

3 3 2 3 3 3 2

700 700 300 700 200 300 200

5 5 4 5 4 4 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=223c721f-3dde-4819-b30b-1bf186f83c24