CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Vaststelling bestemmingsplan Mastboersweg 1-4 - Bijlage 1 - Compleet analoog bestemmingsplan Mastboersweg 1-4

Raad 28 november 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Mastboersweg 1-428.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

53

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Hoofdstuk 6

Juridisch bestuurlijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

6.1

Inleiding

Het bestemmingsplan Mastboersweg 1 - 4 bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.

6.2

Juridische systematiek

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Opbouw planregels De planregels zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: Inleidende regels: bevat een aantal bepalingen die van belang zijn voor een juiste interpretatie en toepassing van de planregels in de overige hoofdstukken; Bestemmingsregels: bevat de regels omtrent de diverse bestemmingen waarin bouw- en gebruiks(on)mogelijkheden zijn opgenomen; Algemene regels: bevat algemeen geldende regels met betrekking tot gebruik en afwijkingen; Overgangs- en slotregels: bevat overgangsregels en de titel van het plan. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.

Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

54

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Nadere eisen; ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. Afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is.

Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruik sregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werk zaamheden; Door het aanvragen van een 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' kunnen ingrepen eerst worden beoordeeld op hun gevolgen voor de omgeving, alvorens al dan niet toestemming wordt gegeven. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Door het aanvragen van een 'omgevingsvergunning voor het slopen van bouwwerk' kunnen ingrepen eerst worden beoordeeld op hun gevolgen, alvorens al dan niet toestemming wordt gegeven voor sloopwerkzaamheden. Wijzigingsbevoegdheid In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

55

NL.IMRO.0141.00146-BP31

afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene procedureregels: In deze bepaling worden de procedureregels uiteengezet. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze bestemmingsomschrijving worden limitatief de functies genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van de grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving.

De afwijkingsregels en nadere eisen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden bij een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers. Flexibiliteit binnen het bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende instrumenten aanwezig ten behoeve van de benodigde flexibiliteit: een omgevingsvergunning om af te wijken van specifieke regels. Het gaat hier om geringe afwijkingen van het bestemmingsplan. Deze afwijkingsmogelijkheid biedt voor burgemeester en wethouders de mogelijkheid een afweging te maken van de noodzaak ten opzichte van het stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch belang; nadere eisen: ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte.

Of en onder welke voorwaarden van deze mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, staat in het bestemmingsplan omschreven.

6.3

Bestemmingen

6.3.1 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Agrarisch, Wonen en Waarde Archeologische verwachting. Hierna volgt een korte beschrijving van deze bestemmingen.

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

56

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Agrarisch Gronden met de bestemming Agrarisch zijn bestemd voor agrarisch gebruik, groenvoorzieningen en de versterking van landschapswaarden. Ook is extensieve dagrecreatie toegestaan. Het rustpunt zal onder deze bestemming ondergebrach worden. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. Deze bestemming is opgenomen voor de gronden die in de nieuwe situatie buiten de woonpercelen vallen, maar in de huidige situatie wel waren voorzien van een agrarisch bouwvlak. Wonen Gronden met een bestemming Wonen bestemd voor wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep. De hoofdbebouwing mag enkel opgericht worden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. In de regels en verbeelding zijn vervolgens bepalingen opgenomen omtrent de maximale bouwhoogten, de maximaal aaneen te bouwen woningen en de afstand tot de perceelsgrenzen voor zowel de hoofdbebouwing als bijbehorende bouwwerken. Ook zijn bepalingen opgenomen voor het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De grootte van het perceel bepaald het toegestane aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken. De volgende regel is van toepassing; De gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 100 m².

Met uitzondering van de gronden ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen akkerbouwbedrijf' geldt een maximum van 300 m² extra aan bebouwing t.b.v. het hobbymatig voortzetten van het akkerbouwbedrijf. Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Deze regels zijn gericht op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten. Waarde - Archeologische verwachtingswaarde De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

57

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

58

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Hoofdstuk 8

Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze

Vooroverleg Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het feit dat er sprake is van een ontwikkeling die in overeenstemming is met het provinciaal beleid, wordt vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk geacht. Waterschap Vechtstromen In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd. Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gelet op de aard en omvang van het plan geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Omgevingstraject De initiatiefnemers hebben vooroverleg gevoerd met de directe omwonenden.

Hierbij zijn de plannen besproken en zijn de respectievelijke erfinrichtingsplannen getoond. In Bijlage 7 is het verslag van de bijeenkomst opgenomen. Op basis van het vooroverleg met de omwonenden is gebleken dat omwonenden positief tegenover de plannen staan. Men is te spreken over de sloop van de landschapsontsierende bebouwing en de nieuwe inrichting van de betrokken erven. Op voorhand zijn geen bezwaren gebleken tegen de voorgenomen ontwikkelingen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan 'Mastboersweg 1 en 4 ' en de bijbehorende stukken hebben met ingang van 25-07-2023 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

59

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Bijlagen toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

60

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

61

Ruimtelijk kwaliteitsplan M A S T B O E R S W E G 1 - 4 A L M E LO

Plangebied in vogelvlucht (bron: Cyclomedia)

Inhoudsopgave I N T R O D U C T I E 0 5 B E S TA A N D E S I T U AT I E 0 6 L A N D S C H A P S A N A LYS E - B E L E I D 1 0 L A N D S C H A P S A N A LYS E - H I S TO R I E 1 2 L A N D S C H A P S A N A LYS E - L A N D S C H A P S T Y P E

14

L A N D S C H A P S A N A LYS E - H U I D I G E R F

16

R U I M T E L I J K K WA L I T E I T S P L A N 1 7

Plangebied

4

Locatie plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Introductie Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de

De gemeente heeft na het indienen van een principeverzoek

voorgenomen ontwikkelingen aan de Mastboersweg 1-4 te Almelo. De initiatiefnemers zijn voornemens de erven te

positief besloten. De bestemmingsplanherziening kan onder

herontwikkelen. De vrijgekomen agrarische bebouwing zal plaatsmaken voor twee compensatiewoningen. Op nr. 1

meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat de ontwikkeling

wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd en er wordt één compensatiewoning toegevoegd. Op nr. 4 wordt de

landschappelijk wordt ingepast en dat de ruimtelijke

bedrijfswoning behouden en zal samen met de compensatiewoning en de schuren t.b.v. de akkerbouw een ensemble

kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De landschappelijke

vormen.

inpassing wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten van de actoren, die relevant zijn voor de landschappelijke inpassing, worden in beeld gebracht. Het voor de gehele ontwikkeling relevante beleid zal in het bestemmingsplan worden benoemd en getoetst. Er wordt een beschrijving gegeven van het plangebied in het omliggende landschap op basis van de landschapsinventarisatie en analyse. Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Almelo.

Locatie plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

5

1

Bestaande situatie Het plangebied, Erve Masttoon en Erve Klein Wolthuis, zijn

is een jonger erf dat zich vanaf ca. 1950 heeft ontwikkeld.

gelegen in het buitengebied tussen Almelo en Zenderen. De

Het erf kenmerkt zich met een wat langgerekt karakter waar

erven zijn tegenover elkaar gesitueerd aan weerszijden van de

bebouwing op een informale en losse manier gesitueerd is.

Mastboersweg. Het bestaande erfbos vormt het verbindende

De woning is op de zuidwestzijde van het erf gesitueerd met

element tussen beide erven. De omgeving rond de erven

het voorerf aan de zuidzijde van de woning. De bebouwing

bestaat uit voornamelijk landbouwgronden met verspreid

wordt afgewisseld met een diversiteit aan erfbeplantingen.

liggende (woon)erven en natuurgebieden.

De veehouderij tak van het agrarische bedrijf is reeds gestaakt waardoor reeds geruime tijd stallen leeg staan. Het

Mastboersweg 1

akkerbouwbedrijf zal voortgezet worden waarbij ca. 23 hectare

Erve Masttoon bevindt zich aan de westzijde van de

bewerkt wordt.

Mastboersweg. Het betreft een historisch erf waar door de jaren heen een verzameling aan bebouwing uit verscheidene

Op de volgende pagina zijn verscheidene foto’s van het erf

bouwjaren is ontstaan. Op het zuidelijke deel van het erf is

weergegeven.

de woning gesitueerd met aan de zuidzijde het voorerf. Ten noorden van de woning bevindt zich het achtererf waar een

1 Doorkijk tussen schuren door naar boerderij

concentratie aan voormalige agrarische bebouwing aanwezig

Mastboersweg 1

is. Via diverse inritten zijn de gebouwen te bereiken. Inmiddels

2 Erf Mastboersweg 4 richting buren

wordt het grootste deel van de bebouwing niet meer gebruikt

3 Oude boerderij met diverse schuren Mastboersweg 4

en is er reeds sprake van verval.

4 Erf en wegbeplanting Mastboersweg 1 5 Voormalige kippenschuren Mastboersweg 4

Mastboersweg 4 Het Klein Wolthuis aan de oostzijde van de Mastboersweg heeft een vergelijkbare opzet als Erve Masttoon. Het geheel 6

6 Zicht op zuidzijde erven gezien vanaf Mastboersweg

2

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

1 4

2

3 5

6

Diverse foto’s van het plangebied met de locatie weergegeven op de luchtfoto (bron: Cyclomedia)

7

3

6 8

4

5

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Plangebied in vogelvlucht (bron: Cyclomedia)

9

Landschapsanalyse Beleid Provinciaal beleid De Omgevingsvisie Overijssel geeft de

gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht:

Beekdalen en natte laagtes

provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel

•

De natuurlijke laag

Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat.

weer. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit

•

De laag van het agrarisch-cultuur landschap

In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water.

zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven

•

De stedelijke laag (hier n.v.t.)

Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het

in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

•

De lust en leisure laag (hier n.v.t.)

water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde

Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er

naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. De

moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande

Natuurlijke laag Dekzandvlakte en ruggen

ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke

kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De opgaven, kansen,

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de

dragende structuren van het landschap betekenis te geven.

beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de

oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote

Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend.

provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel

delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap

2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de

achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen

Uitgangpunten hiervoor zijn : Ontwikkelingen dragen bij aan

groene omgeving en stedelijke omgeving.

tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. De ambitie is de

extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en

natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en

het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de

nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan

in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid,

Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd

bij-voorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door

bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

op drie niveaus, te weten:

beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)

•

generieke beleidskeuzes;

richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

•

ontwikkelingsperspectieven;

•

gebiedskenmerken.

Uitgangpunten hiervoor zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan beter beleefbaar maken van reliëf en watersysteem;

Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit

Strekkingsrichting van landschap is uitgangspunt bij

vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.

ontwikkelingen.

Gebiedskenmerken Middels een verdeling in vier lagen zijn de 10

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Agrarische cultuurlandschap Oude Hoevenlandschap

van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige

Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen

– heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’

verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop

vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven

gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de

naar de omliggende gronden en tussen de erven.

eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid.

Het belangrijkste uitgangspunt is dat als ontwikkelingen plaats

Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en

vinden in het oude hoevenlandschap, deze dan bijdragen

functionele relatie met het omliggende landschap.

aan behoud en accentuering van de dragende structuren

(groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap,

Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met

en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen

verspreid liggende erven. Het werd ontwikkeld nadat de

tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting;

complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende

open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van

generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die

openheid en kleinschaligheid. Met deze uitgangspunten is

vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden

waar van toepassing rekening gehouden in het voorliggende

ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw

plan. Zo wordt de structuur van het erf, in samenhang met het

kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige,

omliggende landschap verbeterd.

meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem

De route tussen beide erven door geeft een besloten karakter wat in het nieuwe emseble zal terugkeren

11

Landschapanalyse Historie Erve Masttoon en Klein Wolthuis gelegen aan Mastboersweg

het land. Veel houtwallen zijn bijvoorbeeld geruimd om de

zijn gesitueerd aan een van de kleine essen nabij de Leebeek.

percelen aan te passen aan de grotere machines met als gevolg

De ontwikkelingen van de erven en de omgeving door de jaren

een schaalvergroting van het landschap. De herkenbaarheid

heen zijn te zien op historische topografische kaarten van ca.

van het open landschap op de essen en het kleinschalige

1900 tot 1980. Het erf aan de Mastboersweg 1 is echter al veel

landschap op de flanken richting de beekdalen is ter plaatse

ouder dan dat deze karteringen kunnen laten zien. De boerderij

van het plangebied deels overeind gebleven. De organische

wordt genoemd als boerderij aanwezig op kaartmateriaal

structuur is behouden gebleven, evenals landschapselementen

omstreeks 1500. Vanwege de huidige staat van de boerderij

zoals het erfbosje en de diverse erfbomen op het erf.

aan de Mastboersweg 1 is ervoor gekozen om de woning te herbouwen. De boerderij aan de Mastboersweg 4 is recenter opgericht en blijft in zijn huidige vorm bestaan. Rechts is de bouwtekening uit 1957 weergegeven.

De erven en het omliggende landschap zijn door de jaren heen blootgesteld aan veranderingen waarbij de natuurlijke weide afscheidingen, de houtwallen, singels en bosschages gaandeweg deels zijn verdwenen. De entree tot beide erven is karakteristiek te noemen vanwege de aanwezigheid van een aantal zware zomereiken en de beslotenheid die de plek creëerd. De historische topografische kaarten op de volgende pagina laten zien dat met name in de periode 1900-1960 er veel landschapselementen in de omgeving verdwenen zijn. Andere landbouwmethoden leidden tot ander gebruik van 12

Bouwtekening Mastboersweg 4

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

1900

1960

1935

1980 Plangebied in op diverse historische topografische kaarten (Topotijdreis.nl)

13

Landschapsanalyse Landschapstype Door de wisselwerking tussen abiotische (fysische)

hoog gewaardeerd wordt. In het verleden zijn eerst de hoger

bevindt zich een kleine es. In noordelijke richting zijn de nattere

en biotische factoren en processen is er sprake van

gelegen, grootste en vruchtbaarste dekzandruggen ontgonnen

gronden in de dalvormige laagte te vinden. Een netwerk van

waarneembare verschillen in het landschap. Zo zorgden ijs-,

waarbij de verkaveling was afgestemd op het natuurlijke reliëf.

houtsingels, houtwallen en loofhoutbosjes kenmerken het

wind- en waterstromen voor het ontstaan van een afwisselend

Op individuele wijze werd de grond in cultuur gebracht. De

afwisselende landschap. De wegen volgen de natuurlijke lijnen

landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen

hoger (oranje geel in figuur 7) gelegen delen zijn in het verleden

van het kleinschalige landschap, waardoor een organisch en

en natte laagtes in Twente. De mens en haar (agrarische)

gebruikt als bouwland met een nabij gelegen erf . In onderhavig

kronkelend wegenpatroon ontstaan is.

activiteiten vormen de drijvende kracht achter de ontwikkeling

geval blijft deze situatie ook bestaan. Deze situering van

van het landschap in de afgelopen eeuwen. Activiteiten die

erven en de bouwlanden (kampen) zijn op de historische

voor het overgrote deel gebaseerd zijn op de kenmerken van de

topografische kaarten op de vorige bladzijde waarneembaar.

natuurlijke ondergrond. Afhankelijk van het agrarisch gebruik

De gronden nabij de beken liggen lager en behoren tot de

door de mens is de door abiotische factoren gevormde bodem

nattere beekdalgronden (groen, blauw in figuur 6).

veranderd. Het erf ligt in een matig glooiend landschap dat is opgebouwd

14

Van oudsher worden de hoger gelegen delen in het landschap

uit dekzandkoppen en ruggen met in de lagere delen

gebruikt voor bewoning en bewerking van het land, de lager

beekdallaagtes die ter plaatse te herkennen zijn. Voor

gelegen, vaak nattere gronden werden gebruikt als weiland.

dit landschap is het kenmerkend dat aan de rand van de

Op de algemene hoogtekaart van Nederland (AHN), zie

eenmansesjes (kampen) verspreid liggende boerderijen

figuur 7 en 8, is het reliëf in het plangebied en de omgeving

aanwezig zijn zodat de bouwlanden, maar ook het water en de

te zien. De dekzandkoppen richting Zenderen en Borne, de

heide (voor de plaggen), dichtbij huis aanwezig waren.

dekzandgordel richting Albergen en de beekdallaagtes bij de

Deze diversiteit in het landschap is waar te nemen rondom het

omliggende beken. De mens heeft deze gebieden in cultuur

plangebied. Het is een gebied waar in het landschap rondom

gebracht wat heeft geleid tot de vormgeving van het huidige

het erf enkele esjes zijn gelegen, evenals natte laagtes met

kampenlandschap, welke door de bewoner en de recreant

de bijbehorende vegetatie. Ten zuiden van het plangebied

MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Algemene hoogtekaart Nederland plangebied en omgeving (AHN)

15

HIER DE TITEL VAN HET PLAN PLAATSEN

Landschapsanalyse Huidige erf De erven gelegen aan de Mastboersweg 1 en 4 liggen aan de rand van kleine esjes waarvan de gronden wat hoger zijn

Eikenlaan

gelegen in het landschap. De boerderijen zijn aan de wegzijde

Pauze plek

en de zuidzijde van het erf gesitueerd tegen de rand van de verhogingen, met het voorerf aan de weg en aan de zuidzijde

Recreatieve route

gesitueerd. De tuin bevat voornamelijk uitheemse beplanting. Zowel het voor- als zijerf hebben een formeler karakter dan het achtererf. Het achtererf betreft het werkgedeelte met

Beleving van openheid

de deel, waar het vee gestald stond en de oogsten gedorst werden. De sober ingerichte ruimte met veel erfverharding is karakteristiek te noemen voor achtererven. Aan de noordzijde van de boerderij, van de weg af, is het achtererf

Groen verbindt erven

met de diverse (voormalige agrarische) bebouwing. Door de jaren heen zijn er diverse schuren aangepast en bijgebouwt. Aan de Mastboersweg 4 in een lossere structuur dan de Mastboersweg 1. Richting het noorden is nog een (vervallen)

Solitaire boom

veldschuur aanwezig. De boerderijen vormen het hoofdgebouw

Perceelrandbegroeiing

Zichtlijn over het erf naar coulissen

op beide erven. De overige bebouwing is qua uitstraling van ondergeschikte aard.

Beleving van beslotenheid door bebouwing en beplanting

Hogere gronden

Het groen op de erven en aan de weg verbindt de erven met elkaar. Het erfbos temidden beide erven zorgt tevens voor een

Beleving van openheid

groene achtergrond van de bebouwing. De erfbeplanting in de vorm van solitaire bomen, houtsingels en fruitbomen geven karakter aan de plek. 16

Hogere gronden

Zichtlijnen en beleving

Ruimtelijk kwaliteitsplan In het plangebied liggen kansen om een kwaliteitsimpuls te geven aan het oude hoevenlandschap conform de uitgangspunten van het gemeentelijke en provinciale beleid. Middels voorliggende erfinrichting wordt aangesloten bij de kenmerken van het gebied. Een

Zichtlijnen en zoekgebied woningen

duidelijke vervlechting van bebouwing en landschap waarin het zicht op het omliggende landschap behouden blijft. Mastboersweg 1 en 4 Almelo

De erven gelegen aan de Mastboersweg 1 en 4 liggen aan de rand van kleine esjes waarvan de gronden wat hoger zijn gelegen in het landschap. De boerderijen zijn aan de wegzijde en de zuidzijde van het erf gesitueerd, met aan de zuidzijde

Zone gewenst uitzicht vanuit compensatiewoning 1

het voorerf en aan de noordzijde, van de weg af het achtererf met de diverse (voormalige agrarische) bebouwing. Deze Zone gewenst uitzicht vanuit compensatiewoning 2

opzet en gevormde hierarchie wordt meegenomen in de toekomstige situatie. Eveneens van belang voor de inrichting is de positionering van de nieuwe bebouwing waarbij de éénerf-gedachte en de compactheid van het erf versterkt wordt. Tevens is het uitgangspunt het versterken van de kleinschalige

Zoekgebied compensatiewoning 1 Zoekgebied herbouw woning

Zoekgebied compensatiewoning 2

structuur van het landschap tussen de erven en het landschap. De toe te voegen landschapselementen en erfbeplanting

Bestaand bouwvlak

dragen tevens bij aan het vormgeven van deze uitgangspunten. De omgeving is eveneens van belang voor de situering van de woningen en de bijbehorende zichtlijnen. In het figuur hiernaast zijn de belangrijkste zichtlijnen weergegeven.

Zichtlijnen vanuit bestaande woning Mastboersweg 4

17

Inrichting erf

lijkheden voor bijgebouwen van maximaal 100 m² per woning;

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de transformatie

• 100 m² aan bijgebouwen mogelijk bij de bestaande woning en

van twee met landschappelijk met elkaar verbonden

300 m² aan bijgebouwen ten behoeve een akkerbouwbedrijf;

erven naar woonerven. Een boerderij wordt herbouwd, de

• Landschappelijke inpassing van het erf waarbij aangesloten

andere blijft behouden, oude landschapsontsierende en

wordt op de karakteristiek van het oude hoevenlandschap (zie

reeds in verval geraakte bebouwing wordt gesloopt, twee

vigerend beleid);

compenstiewoningen met bijgebouw en schuren ten behoeve

• Positionering nieuwe bebouwing waarbij de één-erf-gedachte

van een akkerbouwbedrijf worden gebouwd. Het geheel zal

en de compactheid van het erf versterkt wordt;

landschappelijke worden ingepast, o.a. door het toevoegen van

• Realisatie compensatiewoningen in ondergeschikte vorm zo

landschapselementen en erfbeplanting. In het inrichtingsplan

dat er een duidelijke hierachie op het erf is;

is aangegeven welke schuren zullen worden ingezet ten

• Ruimte op het erf om te keren (landbouwvoertuigen) of te

behoeve van deelname aan de Rood voor Rood regeling van de

parkeren.

gemeente Almelo. De totale sloopoppervlakte bedraagt 1710

• Versterken van de kleinschalige structuur van het landschap

m2 wat betekent dat er wordt voldaan aan de gestelde eis van

tussen de erven en het landschap;

1700 m2 voor twee compensatiewoningen. De voorgenomen

• Toevoegen van landschapselementen en erfbeplanting

ontwikkeling wordt ingepast in het landschap waarbij de

(gebiedseigen en inheems) waardoor de kleinschaligheid van

volgende uitgangspunten gehanteerd worden:

het landschap versterkt wordt, evenals de compactheid en één-erf-gedachte.

Uitgangspunten: • Sloop (voormalige) agrarische bebouwing ca. 1710 m2 en verwijderen overmatige erfverharding zodat de groene omgeving vergroot wordt;

Impressiebeeld van inheems plantmateriaal op een overgang

• Eén her te bouwen boerderij van 1000 m3 met bouwmoge-

van hoog naar lager gelegen land (boven) en inheems

lijkheden voor bijgebouwen van maximaal 100 m²;

bosplantsoen in de vorm van een houtsingel (onder)

• Twee compensatiewoningen van 750 m3 met bouwmoge- 18

8

e

Bebouwing en erf a= Boerderij Mastboersweg 1 (herbouw 1000m3) met bijgebouw b= Boerderij Mastboersweg 4 met bijgebouwen voor akkerbouwbedrijf c= Compensatiewoning 1 met bijgebouw d= Compensatiewoning 2 met bijgebouw e= Te slopen bebouwing (oranje omlijnd) f= Paardrijbak Bestaande landschapselementen g= Solitaire erfbomen (kers, es) h= Fruitbomen i= Erfbos (verbindend element tussen erven)

6

2

4

Landschapsmaatregelen 1= Uitbreiden erfbos, aanplant zomereik (Quercus robur), plantafstand ca. 8-12 meter, maatvoering 16-18, 5 stuks. 2= Erfbomen, solitair en in een groep, aanplant zilverlinde (Tilia tomentosa), walnoot (Juglans regia) of kastanje (Aesculus hippocastanum), maatvoering 14-16, 5 stuks aanplant. 3= Haag (Fagus sylvatica, Crataegus monogyna en/of Acer campestre), 1-1.2 meter hoogte, 7 stuks/ m1 in twee rijen, maat 80-100 cm, lengte 130 meter en een totale aanplant 910 stuks. 4= Struweel, aanplant bosplantsoen in driehoeksverband, oppervlakte ca. 450 m2, plantverband 1 x1 meter, maatvoering 80-100 cm en een totale aanplant 450 stuks. 5= Boomgaard, toevoegen Malus/Pyrus/Prunus, plantafstand min. 6 meter, maatvoering 10-12, 7 stuks aanplant. 6= Houtsingel, aanplant struweel (bosplantsoen) met boomvormers indien deze nog niet aanwezig zijn, breedte 4 meter, lengte in totaal ca. 150 meter, aanplant in 3 rijen, plantverband 1 x 1 meter, maatvoering 80-100. De zichtlijnen dienen open gehouden te worden. 7= Erfverharding van de erven wordt op elkaar afgestemd zodat de beleving van de één erfgedachte en de onderlinge verbondenheid versterkt wordt. 8= Plaatsen robuuste houten picknicktafel

f c

e

c

2

4

4

i

7

a g 3

g

1 d

b

a 4

b

2 3

7

6

2 5

h

Het inheems struweel bestaat uit een gelijke verdeling van de volgende soorten bosplantsoen: Zwarte els - Alnus glutinosa Zomereik - Quercus robur Hazelaar - Corylus avellana Eenstijlige meidoorn - Crataegus monogyna Sleedoorn - Prunus spinosa Gelderse roos - Viburnum opulus Kardinaalsmuts - Euonymus europaeus Vuilboom - Frangula alnus

e

19

Erfbeplanting

paardenbak en/of een boomgroep. Doorkijkjes worden zo veel

De bestaande erfbeplanting is matig op het erf aanwezig en

mogelijk behouden om het zicht op het coulissen landschap te

beperkt zich tot een klein erfbosje, erfbomen en hier en daar

versterken. De erfbeplanting en de landschapselementen gaan

een fruitboom. De bestaande erfbeplanting zal versterkt

versnippering van de bebouwing tegen waardoor de opzet van

De hagen zorgen voor de begrenzing van het

worden met streekeigen en inheemse beplanting passend op

het erf naadloos in het agrarisch landschap past. Uitgangspunt

formele gedeelte van het erf en bevorderen de

de natuurlijk ondergrond en zal zorgen voor versterking van het

is een compensatiewoning aan het landschap, zonder formele

herkenbaarheid van het erf.

erfensemble, de één-erf-gedachte en daarnaast de esthetisch

siertuin aangrenzend aan het landschap.

en belevingswaarde van het boerenerf. Erfbeplantingsvormen betreffen hagen, solitaire bomen, boomgroepen en zoomvegetatie op de overgang naar het omliggende landschap.

Een extra kwaliteitsimpuls bestaat uit het toevoegen van

Uitheemse beplanting wordt verwijder.Bij nieuwe aanplant

een pauzeplek met een zitplek/picknick tafel met zicht op

in de siertuin bestaat de voorkeur om gebiedsvreemde

de erven en nabij het authentieke eikenlaantje ten noorden

grote heesters te voorkomen (coniferen, laurierkers) en

van het plangebied. Onderstaand een impressiebeeld van

inheemse, gebiedseigen of passende beplanting als hortensia,

het materiaal en uiterlijk dat gebruikt zal gaan worden voor

rhododendron, vaste planten in de tuin aan te brengen.

de zitplek/picknicktafel op de aangegeven locatie

Het voorerf en het zijerf zijn open met tuinaanplant en zullen worden begrensd door een boerenhaag die doorloopt naar aangrenzende landschapselementen. De siertuin bevindt zich op het voor- en zijerf. De entree naar de besloten centrale erfruimte wordt begeleid door het erfbos en de aangrenzende bebouwing. Een eenduidige bestrating waarbij zoveel mogelijk de bestaande gebakken klinkers hergebruikt worden is passend op het erf zodat de één erf-gedachte versterkt wordt. De achtererven worden begrenst door de bebouwing, de 20

Referentie beeld erfboom

Colofon N A A M Mastboersweg 1-4 Almelo P L A N T Y P E Ruimtelijk kwaliteitsplan S TAT U S Concept DAT U M 8 september 2022 P R OJ E C T N U M M E R

20AF237

O D P R AC H TG E V E R

Fam

O P S T E L L E R Ad Fontem, AV C O N TAC T P E R S O O N Ad Fontem 074 255 7020 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl

AV

WIJ MAKEN PLANNEN BINNEN UW RUIMTE

NL.IMRO.0141.00146-BP31

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4

84

AERIUS Calculator 2022 stikstofberekening ERFONTWIKKELING MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Plangegevens Naam

AERIUS berekening Mastboersweg 1-4 Almelo

Plantype

AERIUS Calculator 2022

Status

Definitief

Datum

20 februari 2023

Projectnummer

20AF237

Opsteller

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW BORNE

074 255 7020 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl

Dhr. Y. Yildirim LLB

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Contactpersoon

01

02

03

INLEIDING

1

01.1 Inleiding en voornemen

1

PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF EN DE AERIUS BEREKENING

2

02.1 Programma Aanpak Stikstof (PAS)

2

02.2 Besluit stikstofreductie en natuurverbetering

3

02.3 AERIUS Calculator 2022

3

TOETSING ONTWIKKELING MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

4

03.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied

4

03.2 Methode

5

03.3 Uitgangspunten

7

03.4 Uitkomsten AERIUS calculator 2022

15

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Inhoudsopgave

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

01 INLEIDING

01.1

Inleiding en voornemen

Voor de locatie aan de Mastboersweg 1-4 in Almelo is een plan ontwikkeld. Momenteel zijn ter plaatse twee boerderijen aanwezig, de Mastboersweg 1 en 4. Door toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling wordt op beide erven een extra compensatiewoning gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande woning aan de Mastboersweg 1 herbouwd. De nieuwe woningen zullen niet op het gasnetwerk aangesloten worden. De bestaande woning aan de Mastboersweg 4 blijft echter wel op het gasnetwerk aangesloten. In figuur 1 is de beoogde ontwikkeling van de erven weergegeven.

Figuur 1 – Beoogde erfontwikkeling Mastboersweg 1-4 Almelo (bron: Ad Fontem)

Daarbij wordt aan de Mastboersweg 4 bestaande agrarische activiteiten ontplooid. Er is namelijk sprake van een akkerbouw, waarbij eens in het jaar gewassen gesneden worden. Verder wordt een paardenbak gerealiseerd ten behoeve van de toekomstige bewoners die hobbymatig een of meerdere paard(en)

Als gevolg van de beoogde erfontwikkeling zal bij de verbranding van fossiele brandstoffen mogelijk zowel stikstof als ammoniak worden uitgestoten, welke kunnen neerslaan in kwetsbaar natuur. Derhalve heeft initiatiefnemer Ad Fontem gevraagd om de effecten van deze emissies op kwetsbare Natuur 2000 gebied te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd.

01

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

zal/zullen houden.

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

02 PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF EN DE AERIUS BEREKENING

02.1

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog.

De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NO x (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw.

Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 26 januari 2022 is de AERIUS Calculator geactualiseerd. De nieuwe versie van de AERIUS calculator is de AERIUS calculator 2022. De belangrijkste verandering ten opzichte van de oude calculator is tot nu toe nog de ‘afkapgrens’ van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het

Raad van State over de A15 van afgelopen jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht. De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km).

02

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

adviescollege ‘Meten en berekenen Stikstof’(ook wel de ‘Commissie Hordijk’) en de uitspraak van de

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

02.2 Besluit stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningsvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden.

De wet maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Dit werd nader uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering. Sinds de uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 is de partiële vrijstelling, die voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten gold, van tafel geveegd. Vanaf deze uitspraak dient in een stikstofberekening (AERIUS) dan ook zowel de aanleg- als gebruiksfase van projecten/plannen meegenomen te worden.

02.3 AERIUS Calculator 2022 Het rekeninstrument AERIUS Calculator 2022 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof

03

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

en ammoniak.

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

03 TOETSING ONTWIKKELING MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

03.1

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied

Zoals beschreven ligt het plangebied aan de Mastboersweg 1-4 in Almelo. Het plangebied behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het gebied Lemselermaten en ligt op circa 10,8 km afstand van het plangebied. Figuur 2 toont globaal de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van het dit gebied. Op grotere afstand liggen meerdere Natura 2000-gebieden die ook als gevolg van de emissie uitstoot van de voorgenomen ontwikkeling nadelige effecten kunnen ondervinden. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. De stikstof- en ammoniakemissie voor de Natura 2000-gebieden die dus niet in figuur 2 zichtbaar zijn maar wel binnen de 25 km van het plangebied liggen, worden automatisch meegenomen in de berekening.

04

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Figuur 2 – Relatie plangebied met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS calculator 2022).

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

03.2

Methode

03.2.1 Referentiesituatie De stikstofemissie die gepaard gaat met de voorgenomen ontwikkeling moet bezien worden in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het vigerende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan. In onderhavige situatie wordt worst-case uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidig feitelijk legale situatie.

03.2.2 Beoogde situatie Om de NOx-emissie en NH3-emissie in de beoogde situatie uit te rekenen, wordt in de voorliggende AERIUS-berekening onderscheid gemaakt tussen de aanleg- en gebruiksfase.

Aanlegfase Betreft de daadwerkelijke uitvoering van een voorliggend project, zoals het slopen van bestaande bebouwing, het bouwrijp maken van gronden (aanleg van kabels, nutsvoorzieningen etc.), het bouwen van nieuwbouw en het woonrijp maken van de overige gronden binnen het plangebied. In de voorliggende AERIUS-berekening kan er in de aanlegfase op twee mogelijke manieren stikstof en ammoniak vrijkomen: 1.

Werkvoertuigen op de bouwlocatie: a.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het bouwrijp maken van gronden (voorbereidingsfase);

b.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor de realisatie van de beoogde woningen (realisatiefase);

c.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het woonrijp maken van de gronden (afrondingsfase).

2.

Verkeersbewegingen

van

en

naar

plangebied

c.q.

bouwplaats:

dit

betreft

de

verkeersbewegingen van- en naar het plangebied c.q. bouwplaats. De calculator berekent de

luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. Bij voorliggende ontwikkeling ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied “Lemselermaten” op circa 10,8 kilometer afstand van het plangebied. Verkeersbewegingen van en naar het plangebied dienen derhalve meegenomen te worden.

05

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden

Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase kan er op een aantal mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1.

Bewoning van de woningen: in het voorliggende geval zullen de nieuwe woningen niet op het gasnetwerk worden aangesloten. Dit is inclusief de bestaande woning aan de Mastboersweg 1 die herbouwd zal worden. Alleen de bestaande woning aan de Mastboersweg 4 blijft aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor zal ter plaatse van de woning aan de Mastboersweg 4 sprake zijn van de uitstoot van NOx. Er vindt immers emissie plaats als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de woning.

2.

Agrarische activiteiten: de bewoners aan de Mastboersweg 4 houden zich bezig met akkerbouw waarbij eens in het jaar gewassen gesneden wordt en deze verkocht worden. Voor het snijden van gewassen wordt er gebruik gemaakt van twee trekkers die op fossiele brandstoffen werken. Er vindt emissie plaats als gevolg van het gebruiken van de trekkers. Daarnaast vindt emissie plaats als gevolg van bemesten.

3.

Hobbymatig houden van paarden: aan de Mastboersweg 1 zal in de toekomst mogelijk hobbymatig paarden worden gehouden. Hoeveel paarden dit zijn, staat momenteel niet vast. Op basis van vaste jurisprudentie, o.a. ECLI:NL:RBGEL:2016:2437 waarin het houden van 5 paarden als bedrijfsmatig is gezien, kan worden beredeneert dat er maximaal 4 paarden hobbymatig gehouden kunnen worden. Dit aantal wordt dan ook als uitgangspunt genomen bij de voorliggende berekening.

4.

Verkeersbewegingen gebruiksfase: betreft zowel de interne verkeersbewegingen door bijvoorbeeld leveranciers voor het aanleveren van voer, goederen e.d. als externe

gebruiksfase. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Lemselermaten” is gelegen op circa 10,8 km afstand. Dit betekent dat de verkeersbewegingen in de berekening moeten worden meegenomen.

06

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verkeersbewegingen die de voorgenomen ontwikkeling te weeg brengt tijdens de

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden.

03.3 Uitgangspunten

03.3.1 Referentiesituatie In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidig feitelijk legale situatie (worst-case).

03.3.2 Aanlegfase 03.3.2.1

Algemeen

Voor de berekening van de stikstofdepositie in de aanlegfase wordt er gebruik gemaakt van kengetallen op basis van ervaringen bij vergelijkbare bouwprojecten elders in het land. In deze gegevens wordt uitgegaan van het brandstofverbruik per type werkvoertuig. Het (te verwachten) aantal draaiuren is berekend op basis van het aantal dagen dat een werkvoertuig gemiddeld op de bouwplaats staat. Deze twee gegevens worden met elkaar vermenigvuldigd om het totaal aantal brandstofverbruik en de daarmee gemoeide stikstof- en ammoniak depositie te berekenen, e.e.a. conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2022”.

In het voorliggende geval wordt uitgegaan dat er enkel werktuigen vanaf STAGE IV gebruikt zullen worden, omdat nieuwere machines in het gebruik en verbruik duurzamer zijn. Ook zijn ze tegenwoordig eenvoudig te vinden. Bovendien is duurzaam ontwikkelen vaak een vereiste vanuit de gemeente om nadelige effecten voor het natuur zo veel mogelijk te beperken. Door gebruik te maken van minimaal STAGE IV werktuigen kunnen nadelige effecten voor het natuur door toepassing van nieuwe technieken beperkt worden. Zo is o.a. mogelijk om aan het dieselverbruik AdBlue toe te voegen, waarmee het

in de AERIUS-calculator bij STAGE IV werktuigen gelimiteerd tot 7% van het dieselverbruik. Echter blijkt uit onderzoek van de TNO (Ligterink et al 2021) dat het AdBlue verbruik maximaal 6% van het dieselverbruik kan bedragen. Aangezien verwacht wordt dat initiatiefnemer kan zorgen voor het gebruik van AdBlue, wordt in de voorliggende AERIUS-berekening rekening gehouden met maximaal 6% Ad Blue.

07

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verbruik zuiniger wordt en dus minder stikstof wordt uitgestoten. De hoeveelheid AdBlue verbruik wordt

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

In aansluiting van het vorenstaande wordt er vanuit gegaan dat een werkvoertuig op de bouwplaats gemiddeld zes uur per dag gebruikt zal worden. In feite zal het werkelijke belasting van het werktuig lager liggen, omdat deze niet continue volledig worden belast. De meeste tijd zullen de werktuigen immers uitstaan, dan wel stationair draaien. De inzet voor de verschillende werkvoertuigen betreft dan ook inclusief de uren voor het stationair draaien van de werkvoertuigen. Verder wordt bij het maken van berekeningen telkens naar boven afgerond, aangezien de AERIUS-calculator met hele getallen rekent. Door gebruik te maken van deze uitgangspunten kan er een defensieve inschatting worden gemaakt van het te verwachten gebruik. In praktijk zal het verbruik en de daarbij behorende stikstofdepositie naar verwachting dan ook lager uitvallen, aangezien werkvoertuigen niet allemaal volledig en continue gebruikt zullen worden.

03.3.2.2

Voorbereidingsfase

Sloop v.d. huidige bebouwing Voor de sloop van diverse bebouwing binnen het plangebied wordt rekening gehouden met een graafmachine en een shovel om het puin in containers te laden. Gelet op de geringe omvang van de te slopen bouwwerken wordt aangenomen dat de sloopwerkzaamheden maximaal 5 dagen zullen duren. Tijdens deze periode zal naar verwachting voornamelijk gebruik worden gemaakt van de graafmachine. Derhalve wordt hiervoor 3 volle dagen uitgetrokken. Dit komt neer op een inzet van 18 uur voor de graafmachine (3*6). Wat de shovel betreft zal deze alleen worden gebruikt om puin op te ruimen c.q. in de container te laden. Hiervoor wordt 2 volle dagen uitgetrokken. Dit komt neer op een inzet van 12 uur voor de shovel (2*6).

Het is op voorhand niet precies bekend hoeveel puin er zal vrijkomen. Ervan uitgaande dat er maximaal 3.000 m³ puin zal vrijkomen en dat er een container zal worden geplaatst met een inhoud van ongeveer 40 m³, komt dit neer op 75 vrachtwagens (3000/40).

Bovenstaande uitgangspunten zijn opgenomen in de AERIUS calculator 2022. In onderstaande tabel

Bouwrijp maken van de gronden Er worden 2 compensatiewoningen gebouwd en een bestaande woning die gesloopt is wordt herbouwd. Daarnaast worden er diverse bijgebouwen bij de woningen gebouwd. En zal er een paardenbak worden gerealiseerd. Worst-case wordt uitgegaan dat de woningen en bijgebouwen samen een gezamenlijk oppervlak hebben van 1.000 m². Ervan uitgaande dat voor het aanleggen van kabels en leidingen en voor

08

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

worden de daarbijbehorende NOx-emissie en NH3-emissie weergegeven.

AERIUS BEREKENING –MASTBOERSWEG 1-4 ALMELO

het storten van betonfundering een sleuf moet worden afgegraven van 0,7 meter diep, komt dit neer op 700 m³ grond (1000*0,7). Een kraanbak heeft een minimale inhoud van 0,7 m³. Er zijn derhalve 1.000 scheppen benodigd om 700 m³ grond af te graven (700/0,7). Een kraanbeweging duurt gemiddeld 1,5 minuut. Dit komt neer op een inzet van 25 uur voor de graafmachine (1000*1,5/60).

Wanneer de kabels en leidingen zijn aangelegd, dienen de gronden weer dichtgemaakt te worden. Hiervoor zal naar verwachting wederom een graafmachine worden ingezet. Ervan uitgaande dat 50% van de sleuf dichtgegooid zal worden met grond, komt dit neer op 350 m³ grond (700*50%). Op basis van de hierboven beschreven berekening komt dit neer op een inzet van afgerond 13 uur voor de graafmachine (25*50%).

Gesteld wordt dat de overtollige grond afgevoerd zal worden. Dit is het resterende deel van 50% van 700 m³ grond, te weten 350 m³ grond. Naar verwachting zal hiervoor een shovel worden ingezet, waarmee de overtollige grond in een container geladen kan worden. Voor de shovel betekent dit, uitgaande van een even groot kraanbak als de graafmachine, eveneens een inzet van afgerond 13 uur (25*50%). Voor het afvoeren van 350 m³ grond zijn er afgerond 9 containers/vrachtwagens (350/40) benodigd, e.e.a. op basis van het eerder gehanteerde uitgangspunt voor een container.

Naast het afgraven van een sleuf voor de woningen en bijgebouwen dient er mogelijk grond worden afgegraven, zodat er zand kan worden gestort voor de paardenbak. Omdat niet bekend is hoe groot de paardenbak zal worden, wordt voorzichtigheidshalve uitgegaan van een paardenbak met een oppervlak van circa 2.000 m². Gesteld wordt dat er maximaal 0,20 meter zal worden afgegraven. Dit komt neer op 400 m³ grond (2000*0,20). Hiervoor zal mogelijk een graaflaadcombinatie worden ingezet die tegelijkertijd het afgraven van de gronden vulzand kan storten. Ervan uitgaande dat de graaflaadcombinatie een even groot kraanbak heeft als graafmachine (0,7 m³), komt dit neer op afgerond 572 scheppen (400/0,7). Een kraanbeweging duurt gemiddeld 1,5 minuut. Dit komt neer op een inzet van afgerond 15 uur voor de graaflaadcombinatie (572*1,5/60). Omdat de graaflaadcombinatie ook vulzand moet storten, wordt worst-case rekening gehouden met de dubbele inzet van de hoeveelheid uren, te weten 30 uur voor de graaflaadcombinatie.

Voor het afvoeren van grond zal mogelijk wederom een shovel worden ingezet, om de grond in een

graaflaadcombinatie, eveneens een inzet van afgerond 15 uur (572*1,5/60). Hiervoor zijn 10 containers/vrachtwagens benodigd (400/10). Volledigheidshalve wordt rekening gehouden met 20 vrachtwagens, aangezien mogelijk ook vrachtwagens met vulzand naar het plangebied zullen moeten komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=49c3d7e7-b00f-4913-a229-10aee19a660a