CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Vaststelling bestemmingsplan Noordflank - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Noordflank.pdf

Raad 30 mei 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Noordflank28.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Kader 4.2 Toelichting onderzoeksprotocol voor vleermuisonderzoek Vleermuizen zijn een belangrijke soortgroep binnen de natuurbescherming. De soorten zijn echter moeilijk te inventariseren, vertonen specifiek gedrag en advies omtrent deze soortgroep is complex. Tegen die achtergrond heeft het Vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus een protocol opgesteld voor de inventarisatie van vleermuizen. Het doel van het protocol is bij te dragen aan de kwaliteit en uniformiteit in onderzoek. Het protocol wordt ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) van het Ministerie van EZ en de Zoogdiervereniging. Vleermuisonderzoek blijft echter maatwerk en het protocol geldt daarom als richtsnoer en niet als plicht. Het volgen van het vleermuisprotocol wordt echter wel aangeraden. Het toepassen van het protocol heeft tot doel: 1) Dat bevoegd gezag geen aanvullend onderzoek verlangt bij een ontheffingsaanvraag; 2) Dat een onderzoek stand houdt in eventuele juridische procedure.

Vliegroutes en foerageergebieden Tijdens het verkennend veldbezoek zijn in het plangebied potentieel geschikte vliegroutes(zie kader 3.1) van vleermuizen aangetroffen. Het gaat hierbij om de bomenlanen langs de Schout Doddestraat en de

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

11

Westermaatweg. Daarnaast betreft het, het Lateraalkanaal in zijn geheel. Verwacht wordt dat vleermuizen deze vliegroutes gebruiken om vanuit omliggende woonwijken hun foerageergebied te bereiken. Uit het door Ecogroen uitgevoerde ecologisch onderzoek (Veldhoen & van der Sluis, 2011) blijkt daadwerkelijk dat langs deze routes meerdere vleermuizen zijn aangetroffen. Het ging hierbij om 8 exemplaren van Laatvlieger en 20 exemplaren van Gewone dwergvleermuis langs bomenlanen en (Westermaatweg) en het Lateraalkanaal. Tijdens het verkennend veldbezoek zijn potentieel geschikte foerageergebieden aangetroffen. Het gaat hierbij om bomenlanen, watergangen, groenstructuren en erven. Verwacht wordt dat het hierbij niet om onmisbare foerageergebieden gaat. Er dient een actualisatie van het vleermuisonderzoek naar vliegroutes te worden uitgevoerd. Vleermuisonderzoek is in de regel namelijk slechts twee á drie jaar houdbaar. Het onderzoek kan goed gecombineerd worden met het vleermuisonderzoek gericht op verblijfplaatsen. Als wederom wordt vastgesteld dat er sprake is van een vliegroute van vleermuizen, dient te worden vastgesteld of deze van onmisbare aard is, en of het nieuwe bestemmingsplan de functionaliteit van de vliegroute garandeert.

Overige zoogdieren Bij overige zoogdieren wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën met een verschillende beschermingsregime (zie kader 2.1). Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn (o.a. Otter) worden op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) Op basis van het uitgevoerde veldbezoek, de terreinkenmerken en de constructie van de bebouwing worden meerdere beschermde zoogdieren verwacht. Eekhoorn Kader 3.3. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos. De afmetingen van het leefgebied van Eekhoorn variëren sterk; groottes van 2 tot 50 hectare zijn bekend. In een territorium gebruiken Eekhoorns vaak één hoofdnest met daarnaast enkele reservenesten die afwisselend gebruikt worden. In totaal gaat het vaak om 4 à 7 stuks (Bekker et al. 2010).

In een boom in het plangebied is één takkennest van Eekhoorn aangetroffen. Deze bevindt zich op erf 2, zie bijlage 1. Ten noorden van het plangebied bij Vriezenveen zijn waarnemingen bekend van diverse Eekhoornnesten. Gezien de afstand staan deze los van het waargenomen takkennest in het plangebied.

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

12

Wanneer de betreffende boom met het eekhoornnest wordt verwijderd is mogelijk het aanvragen van ontheffing noodzakelijk. Steenmarter Kader 3.4. Steenmarter Steenmarter leeft veelal in stedelijk gebied en heeft zijn verblijfplaatsen in takkenhopen, boomholtes, dichte struwelen, op zolders en in kruipruimten. Binnen zijn leefgebied heeft Steenmarter soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. De grootte van het leefgebied is zeer variabel, 10-700 hectare. In stedelijke omgeving is het leefgebied vanwege de gunstige voedselsituatie vaak kleiner (Bekker et al. 2010).

In de melkstal op erf drie zijn uitwerpselen aangetroffen van Steenmarter (zei bijlage 1). Ook zijn enkele waarnemingen bekend in de directe omgeving van het plangebied van dode exemplaren van Steenmarter (NDFF, 2016). Gezien het bovengenoemde worden naar verwachting één tot enkele erven in het plangebied gebruikt als verblijfplaats van Steenmarter. Het gaat hierbij om erven één tot en met vier. Tijdens eerdere door Ecogroen uitgevoerde onderzoeken zijn hier geen verblijfplaatsen van Steenmarter in het waargenomen (Veldhoen & van der Sluis, 2011). Dit is echter in de tijd dat de bebouwing in het plangebied intensief werd gebruikt. De leegstand van aanwezige schuren en bebouwing heeft mogelijk een aantrekkende werking gehad ten aanzien van Steenmarter Wanneer één of meerdere van deze van erven worden verwijderd of gerenoveerd, is aanvullend onderzoek naar Steenmarter noodzakelijk om de functie en grootte van het leefgebied van Steenmarter inzichtelijk te maken. Op basis van het aanvullend onderzoek is mogelijk het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. Overige soorten Overige nationaal beschermde soorten zonder provinciale vrijstelling worden op basis van terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2017) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.

Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) Tijdens het veldbezoek is in het plangebied een vossenburcht aangetroffen. Deze bevindt zich in een begroeide zandhoop in de vorm van een gegraven hol (zie bijlage 1). In het plangebied komen bovendien naar verwachting verblijfplaatsen en exemplaren van vrijgestelde beschermde soorten zoals Huisspitsmuis, Egel en Bosmuis voor in struweel bosschages rondom erven. Vanwege het open agrarische karakter en nabijheid van oppervlakte water zijn ook niet-beschermde soorten als Muskusrat en Bruine rat te verwachten. In voorliggende situatie geldt automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Voor deze soorten geldt echter nog wel de zorgplicht.

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

13

4.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillende beschermingsregiem (zie kader 2.1). Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Op basis van het uitgevoerde veldbezoek, de terreinkenmerken en de constructie van de bebouwing worden meerdere jaarrond beschermde nesten van broedvogels (zie kader 4.2) verwacht. Kader 3.5. Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt verstaan: in functie zijnde nesten van de Ooievaar, Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Roek, Wespendief, Zwarte wouw, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Kerkuil, Oehoe, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart en Huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Huismus Huismus broedt voornamelijk in dakvoetconstructies met toegang tot open ruimtes tussen dakbedekking en dakbeschot. Geschikte dakvoetconstructies zijn aangetroffen op alle geïnspecteerde woningen/erven Ook zijn op erven één, twee en vijf diverse exemplaren van Huismus foeragerend waargenomen. Tijdens eerdere door Ecogroen uitgevoerde onderzoeken zijn nestplaatsen van Huismus waargenomen op erven één tot en met vier (Veldhoen & van der Sluis, 2011). Wanneer bebouwing op erven wordt verwijderd of gerenoveerd is aanvullend onderzoek naar Huismus noodzakelijk om eventuele aanwezige nestplaatsen en foerageergebieden in kaart te brengen. Voor sloop en renovatie is het aanvragen van ontheffing mogelijk noodzakelijk. Buizerd Kader 3.6. Buizerd Een Buizerd neemt genoegen met vrijwel elk landschapstype, vooropgesteld dat enkele bomen aanwezig zijn om in te roesten en te nestelen. Afhankelijk van het voedselaanbod is de grootte van het territorium van Buizerd één tot meerdere vierkante kilometers. De gebieden waarin Buizerds jagen zijn groter, maar kunnen elkaar overlappen.

In één boom in het plangebied is één nestplaats van Buizerd aangetroffen. Daarnaast zijn twee nesten aangetroffen welke mogelijk zowel door een Buizerd als een Zwarte kraai in gebruik kan worden genomen. Aanvullend onderzoek moet duidelijk maken of deze twee nesten ook gebruikt worden door buizerd. Wanneer bomen met een nestplaats van Buizerd worden gekapt is het aanvragen van ontheffing noodzakelijk.

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

14

Kerkuil Kader 3.7. Kerkuil Kerkuilen (RL ‘kwetsbaar’) komen voor in open tot half open landschappen en broeden bij voorkeur op donkere plaatsen zoals schuren, graansilo’s ruïnes, torens, et cetera. De grootte van het leefgebied van Kerkuil wordt hoofdzakelijk bepaald door het voedselaanbod. Bij een groot aanbod aan voedsel hebben Kerkuilen voldoende aan een oppervlakte van 40-60 hectare of aan een gebied van 800 - 1500 meter rond de broedplaats (Kerkuilenwerkgroep Nederland). Kerkuilen foerageren vooral langs lijnvormige elementen zoals perceelsranden en bosranden.

Op erf twee is één Kerkuil rustend aangetroffen in de schuurzolder aan de woning. Op erf drie is één Kerkuil rustend aangetroffen in de kapschuur. Tijdens eerder door Ecogroen uitgevoerde onderzoeken zijn geen nestplaatsen van Kerkuil aangetroffen. Dit is echter in de tijd dat de bebouwing in het plangebied intensief werd gebruikt. De leegstand van aanwezige schuren en bebouwing heeft mogelijk een aantrekkende werking gehad ten aanzien van Kerkuil. Wanneer (kap)schuren in het plangebied worden verwijderd is echter aanvullend onderzoek noodzakelijk. Op basis van het aanvullend onderzoek is mogelijk het aanvragen van ontheffing noodzakelijk. Steenuil Kader 3.8. Steenuil De favoriete habitat van Steenuil (RL ‘kwetsbaar’) bestaat uit kleinschalig cultuurlandschap, met een veelheid aan holle bomen, oude schuren en ruige graslanden, vaak in de randen van oude dorpen of steden. Als standvogel is de soort het gehele jaar in het territorium aanwezig. Steenuil foerageert voornamelijk binnen 200 meter rond de nestlocatie en de gemiddelde grootte van een steenuilterritorium bedraagt circa 12 hectare (Bloem et al. 2001).

Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen exemplaren en/of sporen van Steenuil aangetroffen. Wel is geschikt leefgebied aangetroffen in de vorm van erven met schuren. Uit voorgaand onderzoek blijkt tevens dat roepende steenuilen in de directe omgeving van het plangebied zijn aangetroffen. Het gaat hierbij om een erf in het verlengde van de Westermaatweg ten westen van het plangebied (Veldhoen & van der Sluis, 2011). Wanneer (kap)schuren in het plangebied worden verwijderd is aanvullend onderzoek naar Steenuil nodig om de functie en grootte van het leefgebied van mogelijk aanwezige Steenuilen inzichtelijk te maken. Met name de erven langs de Westermaatweg dienen tijdens schemeruren nader onderzocht te worden. Op basis van het aanvullend onderzoek is mogelijk het aanvragen van ontheffing noodzakelijk. Ransuil Kader 3.9. Ransuil ‘De Ransuil bewoont een groot scala aan leefgebieden, variërend van agrarische gebieden tot open bos, bosranden, parken, duinen, heiden, hoogvenen en moerasgebieden. In groot, aaneengesloten bos ontbreekt hij veelal. De ransuil jaagt bij voorkeur in het open veld, langs wegbermen en op plekken met kaalslag in bos. De ransuil broedt en roest bij voorkeur in naaldbomen, die hem de beste dekking bieden. Daarnaast ook in houtwallen, boomgroepen, hagen en zelfs solitaire bomen’ (Vogelbescherming.nl).

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

15

Tijdens het veldbezoek en eerdere door Ecogroen uitgevoerde onderzoeken zijn geen exemplaren van Ransuil aangetroffen (Veldhoen & van der Sluis, 2011). Er is echter wel potentieel geschikt leefgebied aangetroffen in de vorm van houtwallen, boomgroepen en hagen op onder andere erven waar de bebouwing reeds is verwijderd. Ook zijn er twee nesten aangetroffen die in gebruik kunnen zijn als nestplaats voor Ransuil. De soort bouwt zelf geen nesten maar maakt veelal gebruik van oude kraaiennesten. Wanneer houtwallen, boomgroepen en hagen worden verwijderd aangrenzend aan bebouwing is aanvullend onderzoek naar Ransuil noodzakelijk om mogelijk aanwezige nestplaatsen te identificeren. Op basis van het aanvullend onderzoek is mogelijk het aanvragen van ontheffing noodzakelijk. Overig jaarrond beschermde nesten van broedvogels Overige jaarrond beschermde nesten van broedvogels zijn tijdens het veldonderzoek niet waargenomen en/of te verwachten.

Overige broedvogels Door de aanwezigheid van bebouwing en struweel in het plangebied is broedbiotoop aanwezig voor enkele algemene vogelsoorten zoals Witte kwikstaart, Merel, Zwarte roodstaart en Turkse tortel. Vanwege het open agrarische karakter zijn vogelsoorten als Kievit, Kwartel en Scholekster aangetroffen of te verwachten. Door de aanwezigheid van open wateren zijn watervogels als Waterhoen en Meerkoet aangetroffen en te verwachten. Alle broedvogels zijn gedurende het broedseizoen beschermd en mogen in deze periode niet verstoord of geschaad worden. Voor verstoring tijdens het broedseizoen van een vogel wordt geen ontheffing verleend. Als broedseizoen wordt gehanteerd: periode van nestbouw, periode van broed op de eieren en de periode dat de jongen op het nest gevoerd worden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen.

4.4 Overige soortgroepen In het plangebied zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde amfibieën, vissen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten. Wegens de afwezigheid van geschikt biotoop ontbreken geschikte voortplantingslocaties of andere beschermde leefgebieden voor deze soorten. Vervolgstappen voor overige soortgroepen zijn niet aan de orde.

4.5 Conclusie aanwezige beschermde soorten Op basis van de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de in onderstaande tabel weergegeven soorten binnen de invloedssfeer van de plannen (potentieel) aanwezig zijn. Erven zes en acht zijn niet onderzocht. Deze dienen alsnog onderzocht te worden. Afhankelijk van de verdere invulling van de bestemmingsplanwijzing en de exacte toekomstige werkzaamheden, dient ten aanzien van deze soorten aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd als negatieve aantasting van het leefgebied te verwachten is.

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

16

Nader onderzoek Mocht aanvullend onderzoek uitwijzen dat nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn, en deze nest- en/of verblijfplaatsen door de beoogde plannen wezenlijk worden aangetast, (bijvoorbeeld door het verwijderen van bebouwing of het kappen van bomen) dan is het noodzakelijk om ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Tabel 3.1. Aangetroffen of te verwachten beschermde soorten, zie bijlage 1 voor corresponderende locaties.

Erf 1 2 3 4 5 6 Overig landschapselementen

Aangetroffen leefgebied Huismus, vleermuizen, uilen, Steenmarter Huismus, vleermuizen, uilen, Steenmarter Huismus, vleermuizen, uilen, Steenmarter Huismus, vleermuizen Huismus Niet onderzocht Geschikte boomholtes voor vleermuizen, vliegroute vleermuizen, nestplaats Eekhoorn, nestplaats Buizerd nestplaats Ransuil

Aanvullend onderzoek Vereist Vereist Vereist Vereist Vereist Vereist Voor alle betreffende soorten vereist behalve voor Eekhoorn.

Vervolgtraject voor vaststelling bestemmingsplan Als uit de nadere onderzoeken blijkt dat voor één of meerdere diersoorten negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dan zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Mogelijk is het nodig om bepaalde mitigerende maatregelen of voorbehouden vast te leggen in het nieuwe bestemmingsplan. Te denken valt aan een bomenrij ter bescherming van een vleermuisvliegroute of nestgelegenheid voor uilen. Zodoende kan pas bij afronding van nadere onderzoeken met zekerheid worden vastgesteld of er uitzicht bestaat op ontheffing. Daarom kan ook pas dan worden bepaald of het bestemmingsplan kan worden vastgesteld. De onderzoeken kunnen ten vroegste in augustus/september 2017 afgerond zijn.

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

17

5. Geraadpleegde bronnen Literatuur Bekker J.P, P. Twisk & A. Diepenbeek (2010). Veldgids Europese zoogdieren. Uitgegeven door de KNNV en VZZ. Veldhoen E. en M. van der Sluis (2011). Activiteitenplan Woningbouw Waterrijk, Almelo. Conceptrapport 10-347. EcoGroen Advies BV, Zwolle.

Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000) NDFF Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 10 januari 2017. Provincie Overijssel (2016). Atlas van Overijssel (http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel_basis/v1) Provincie Overijssel (2016). (http://www.overijssel.nl/thema's/natuur-en-landschap/wet/)

Quickscan natuurtoets Noordflank, Almelo

18

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=5a8eb278-c07f-4e65-b998-7a6ea4443a8a