CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Vaststelling bestemmingsplan Muldersweg-Lange Voort Bornerbroek - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan.pdf

Raad 26 mei 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Muldersweg-Lange Voort Bornerbroek24.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

33

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen, aangezien een overschrijding van de streefwaarden is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater is een lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 van bijlage 5. De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van vijf woningen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico voor de volksgezondheid oplevert. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

4.4

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverk eerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Vanuit het aspect wegverkeerslawaai zijn er twee akoestische onderzoeken uitgevoerd door Munsterhuis Geluidsadvies (projectnummers 18.126, d.d. 27-09-2018 én 18.148, d.d. 13-11-2018). Aan de noordzijde van het plangebied is de Entersestraat gelegen, een 50 km/u weg die Bornerbroek verbind met Enter.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

34

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Het doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer ter plaatse van de toekomstige woningen. De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012'. Allereerst zullen de onderste vier woningen van het plan beschreven worden. Grenswaarden geluidbelasting In de Wgh worden twee grenswaarden gesteld ten aanzien van wegverkeerslawaai, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. In onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de grenswaarden die voor het plan van toepassing zijn. Aanwezige weg binnenstedelijk voorkeursgrenswaarde

maximaal te verlenen ontheffingswaarde nieuwe woning 48 dB (Artikel 82 lid 1 Wgh) 63 dB (Artikel 83 lid 2 Wgh) Tabel 1: overzicht grenswaarden wegverkeerslawaai (bron: Munsterhuis geluidsadvies) In de onderstaande tabel zijn de maatgevende berekeningsresultaten voor de Entersestraat inclusief 2 en 5 dB aftrek ex artikel 110 g Wgh, samengevat voor de woningen.

Tabel 2: geluidbelasting Entersestraat inclusief aftrek 2,5 dB (bron: Munsterhuis geluidsadvies) Uit de tabel blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de Entersestraat ter plaatse van de woningen niet wordt overschreden. Er dient geen hogere grenswaarde procedure gevolgd te worden voor wegverkeerslawaai afkomstig van de Entersestraat. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 1 Door de latere toevoeging van één woning, wat het geheel tot vijf woningen brengt, is voor deze woning een aanvullend akoestisch onderzoek gedaan. Voor deze woning geldt dezelfde grenswaarden aangegeven in tabel 1. Onderstaande tabel zijn de maatgevende berkeningsresultaten voor de Entersestraat inclusief 2 en 5 dB aftrek ex artikel 110 g Wgh, samengevat voor de woning, gelegen in het noorden van het plangebied, zie tabel 3.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

35

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Tabel 3: geluidbelasting Entersestraat (5e woning) inclusief aftrek 2,5 dB (bron: Munsterhuis geluidsadvies) Uit bovenstaand tabel blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de Entersestraat ter plaatse van de woning niet wordt overschreden. Ten behoeve van de woning is geen hogere grenswaarde procedure noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek ten behoeve van de meest noordelijk gelegen woning is opgenomen in Bijlage 2, akoestisch onderzoek. Uit het onderhavig onderzoeken kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Entersestraat ter plaatse van de woningen wordt niet overschreden. Er dient geen hogere grenswaarde procedure gevolgd te worden voor wegverkeerslawaai; Het blijkt dat de maximale geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de gevels van de toekomstige woningen maximaal 47 dB bedraagt. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig om aan het gewenste binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen. Railverkeerslawaai Het aspect Railverkeerslawaai is niet van toepassing op het plangebied. Nadere toetsing is daarom niet noodzakelijk. Industrielawaai Aan de Entersestraat 27 te Bornerbroek is een een bouwbedrijf gevestigd.

Het bouwbedrijf (hierna: de inrichting) bestaat uit een kantoorgedeelte, een werkplaats die uit twee delen bestaat, een overkapping waar allerlei opslag plaatsvindt van bouwmaterialen en machines en een open terrein waar eveneens opslag plaatsvindt. In de werkplaats worden allerlei houtbewerkingswerkzaamheden uitgevoerd. Op het dak van de werkplaats bevindt zich een houtmotafzuiging met een bijbehorende container op het achterterrein. Daarnaast is er een afzuiging van de spuiterij op het dak van de werkplaats. Op het terrein rijdt een gasheftruck voor het verplaatsen van allerlei bouwmaterialen, kleine afvalcontainers en of het laden en lossen. Iedere dag vinden er verschillende transportbewegingen plaats van zowel externe en eigen vrachtwagens, bouwkranen, een verreiker, bestelbussen en personenwagens. De aanvoer van materialen vindt plaats aan de zijde van de Lange Voort met behulp van vrachtwagens. Opleggers blijven over het algemeen staan langs de openbare weg alwaar ze gelost en/of geladen worden. De geplande woningen liggen binnen de beoordelingssfeer van het bouwbedrijf. Derhalve is door Munsterhuis Geluidsadvies akoestisch onderzoek (19.047, d.d. 6 april 2021, versie 2.2) verricht naar de geluidsituatie ter hoogte van de bouwvlakken van derden, zowel in de huidige als in de toekomstige situatie bij het bouwbedrijf.

Het akoestisch onderzoek is in Bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Voor de volledige rapportage en de berekeningen wordt dan ook verwezen naar Bijlage 3. Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering en metingen ter plaatse, literatuur en leveranciergegevens en Munserhuis Geluidsadvies expertise. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend. Door middel van een overdrachtsberekening zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

36

NL.IMRO.0141.00082-BP31

maximale geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig methode II.8 uit de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999'. Hiertoe zijn gebouwen, bodemgebieden, geluidbronnen met bijbehorende bedrijfstijden en beoordelingspunten als coördinaten in een rekenmodel ingevoerd. De invoergegevens die zijn gebruikt bij de geluidoverdrachtsberekening zijn gegeven in bijlage 3 en bijlage 5 van het akoestisch onderzoek. De representatieve bedrijfssituatie is onderzocht en er is twee maal rekening gehouden met toekomstplannen. De beoordelingspunten zijn daarbij gelegen ter plaatse van grens van de bouwblokken van de toekomstige woningen van derden en liggen op een hoogte van 1,5 meter in de dagperiode en 5,0 meter in zowel de avond- als nachtperiode.

Huidige situatie: het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de toekomstige woningen bedraagt maximaal 43, 32 en 30 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode; ter plaatse van de bestaande woningen bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 44, 34 en 34 dB(A) in respectievelijk de dag-, avaond en nachtperiode; de ambitiewaarden voor de toekomstige als bestaande woningen worden niet overschreden; de maatgevende geluidbron betreffen de afzuiginstallatie houtmot en de heftruck; het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 64, 59 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode ter plaatse van de toekomstige woningen; het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 64, 59 en 60 dB (A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode ter plaatse van de bestaande woningen; er wordt voldaan aan de geluidvoorschriften voor het maximale geluidniveau die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit.

Toekomstige situatie: het blijkt uit de berekeningen dat ter plaatse van de toekomstige woning het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 44, 33 en 31 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode bedraagt; de ambitiewaarden voor de toekomstige woningen worden niet overschreden; ter plaatse van de bestaande woningen bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelinsniveau maximaal 46, 34 en 38 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode; de ambitiewaarden voor de bestaande woningen wordt overschreden als gevolg van de houtmot afzuiging, de heftruck en het luchtdraaien; Ten opzichte van de huidige situatie wordt de geluidbelasting met circa 1 tot 4 dB(A) verhoogd; het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 64, 60 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode ter plaatse van de toekomstige woningen; het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 64, 59 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode ter plaatse van de toekomstige woningen; er wordt voldaan aan de geluidvoorschriften voor het maximale geluidniveau die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit; de maximale waarden blijven gelijk ten opzichte van de huidige situatie.

Tweede toekomstige situatie: Het blijkt uit de berekeningsresultaten dat ter plaatse van de toekomstige woning het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 45, 33 en 32 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode bedraagt; De ambitiewaarden voor de toekomstige woningen worden niet overschreden. De maatgevende geluidbron betreffen de afzuiginstallatie houtmot en de heftruck; Ten opzichte van de huidige situatie wordt de geluidbelasting met circa 1 a 2 dB(A) verhoogd ter plaatse van de toekomstige woningen; Ter plaatse van de aanwezige woningen bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 46, 35 en 41 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode; De ambitiewaarden voor de bestaande woningen wordt ter plaatse van twee woningen overschreden als gevolg van de houtmot afzuiging, de heftrucks en het luchtdraaien; De grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het activiteitenbesluit wordt in de nachtperiode met

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

37

NL.IMRO.0141.00082-BP31

1 dB(A) overschreden ter plaatse van 1 woning; Ten opzichte van de huidige situatie wordt de geluidbelasting met circa 1 tot 7 dB(A) verhoogd ter plaatse van de bestaande woningen. Het maximale geluidniveau zijn hetzelfde als bij de eerste toekomstige situatie. Ten opzichte van indirecte hinder geldt dat het is gebleken dat: Het blijkt dat in de huidige situatie ter plaatse van de toekomstige woningen in de huidige situatie wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden vanwege verkeer op de openbare weg. De geluidbelasting bedraagt maximaal 36, 22 en 24 in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; Ter plaatse van de bestaande woning aan de Lange Voort 4 bedraagt de geluidbelasting maximaal 47, 37 en 38 in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; De voorkeurgrenswaarden van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt niet overschreden; Het blijkt dat in de toekomstige situatie ter plaatse van de toekomstige woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden vanwege verkeer op de openbare weg. De geluidbelasting bedraagt maximaal 38, 22 en 24 in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode; Ter plaatse van de bestaande woning aan de Lange Voort 4 bedraagt de geluidbelasting maximaal 48, 38 en 39 in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; De voorkeursgrenswaarden van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt niet overschreden.

Het blijkt dat in de tweede toekomstige situatie ter plaatse van de toekomstige woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden vanwege verkeer op de openbare weg. De geluidbelasting bedraagt maximaal 40, 26 en 28 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; Ter plaatse van de bestaande woning aan de Lange Voort 4 bedraagt de geluidbelasting maximaal 48, 40 en 42 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; Duiding en conclusies uit het akoestisch onderzoek Op basis van het akoestisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat de invloedssfeer van het bedrijf geen negatieve effecten heeft op de nieuw te realiseren woningen. In de kern komt het erop neer dat het bouwbedrijf goed kan bestaan naast de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw. De nieuwe woningen zijn daarom ruimtelijk inpasbaar. Daarnaast geldt dat voor het bouwbedrijf richting de toekomst nog (ruime) mogelijkheden resteren voor uitbreiding en/of een alternatieve bedrijfsvoering, waarvoor dan nog steeds geldt dat de nieuwe woningen en het bouwbedrijf goed naast elkaar kunnen bestaan. Reeds de ambitiewaarde van het gemeentelijk geluidbeleid wordt niet overschreden (45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau), terwijl op grond van het beleid ook boven deze ambitiewaarde nog sprake is van een aanvaardbare situatie.

Zeker in transitiegebieden en gebieden met een meer gemengd karakter zijn waarden boven de ambitiewaarde niet ongebruikelijk. Tevens wordt voldaan aan stap 2 van de VNG-brochure (45 dB(A) bij rustige woonwijken (terwijl het gebied een gemengd karakter heeft, waarvoor in stap 2 een 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau geldt. De geluidbelasting op de nieuwe woningen (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau), bedraagt in de bestaande representatieve situatie maximaal 43, 32 en 30 dB(A) (dag, avond, nacht) en in de beschouwde mogelijke toekomstige situaties 45, 33 en 32 dB(A) (dag, avond, nacht). Dit betekent dat voordat de voor het bedrijf geldende (standaard)normstelling van het Activiteitenbesluit (50 dB(A), 45 dB(A), 40 dB(A) (dag, avond, nacht)) worden overschreden, nog ruimschoots ontwikkelruimte en groeimogelijkheden bestaan. Dat geldt ook voor de maximale geluidniveaus. De (standaard)normstelling daarvoor is 70 dB(A), 65 dB(A), 60 dB(A) (dag, avond, nacht) en de berekende waarde in de meest verstrekkende tweede toekomstige situatie is 64 dB(A), 60 dB(A), 60 dB(A). Uit het onderzoek kan voorts worden afgeleid dat niet de nieuwe woningen, maar de op dit moment rondom het bouwbedrijf al gerealiseerde woningen maatgevend zijn. Onder die omstandigheden en gelet op de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is sprake van een ruimtelijk aanvaardbare situatie.

Conclusie geluid Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

38

NL.IMRO.0141.00082-BP31

4.5

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Met de realisatie van vijf nieuwe woningen worden nieuwe gevoelige bestemmingen gerealiseerd. Met dit plan worden vijf nieuwe, vrijstaande, woningen met bijbehorende bouwkavels gerealiseerd. Het aantal verkeersbewegingen aan motorvoertuigen voor vrijstaande woningen bedraagt maximaal 8,6 per woning.

Dit betekent dat per dag er maximaal 43 verkeersbewegingen zullen plaatsvinden.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

39

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Figuur 4.5: Worst-case berekening voor bijdrage aan extra verkeer (bron: infomil.nl) Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 43 per dag gesteld worden. Er zal geen sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0 gezet kan worden. In figuur 4.5 is de worst-case berekening weergegeven met 43 voertuigbewegingen. Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

40

NL.IMRO.0141.00082-BP31

In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.6: uitsnede risicok aart (bron: risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 660 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. Het dichtsbijzijnde risico is een LPG station, waarvoor een risicogebied geldt van 25 meter. Daarnaast is in het zuid(oost) een buisleiding gelegen op een minimale afstand van 790 meter. Derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

41

NL.IMRO.0141.00082-BP31

zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.7

Water

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.

De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.

Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 20 december 2018 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 8

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

42

NL.IMRO.0141.00082-BP31

'Watertoets'. Op basis van de watertoets is de korte procedure van toepassing. Dit betekent dat met inachtneming van de uitgangspunten zoals verstrekt door het waterschap, het voornemen een positief waterschapadvies verkrijgt. Daarnaast is het voor het voorliggend plan, voor de realisatie van 5 woningen, van belang dat wat de grondwater standen zijn ten opzichte van de nieuw te realiseren woningen. Figuur 4.7 geeft een weergave van de grondwaterstanden.

Figuur 4.7: gemiddeld hoogste grondwaterstand (bron: Wateratlas Overijssel) Uit deze kaart blijkt dat, naast een gedeelte waar geen gegevens van zijn, de gemiddeld hoogste grondwaterstanden variëren van 40 tot 80 cm tot onder het maaiveld. Voor het plangebied is gesteld dat wegen tenminste 0,7 meter boven het ghg moeten komen te liggen en woningen minimaal 1,0 meter boven het ghg. In de uiteindelijke vergunningsaanvraag zal moeten blijken dat hier aan voldaan wordt. De twee woningen gelegen aan de Lange Voort zullen minimaal met 40 cm opgehoogd moeten worden om te voldoen aan deze maatregel. De meest noordelijk gelegen behoeft verder geen verhogingen. De twee

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

43

NL.IMRO.0141.00082-BP31

west-gelegen woningen zullen met minimaal 50 cm opgehoogd moeten worden. Daarnaast zal de weg die de drie woningen met de Muldersweg verbindt, minimaal verhoogd moeten worden met 20 centimeter. Het hemelwater zal op eigen terrein geïnfiltreerd worden. Hiervoor zal er een 40 mm berging van hemelwater op eigen terrein, door middel van infiltratiekratten (ca. 8m3/ kavel), gerealiseerd worden. Daarnaast zal er een afstortleiding hemelwater op de sloot gerealiseerd worden. Verder zal door het ophogen van de randen van de percelen afstroming tegen gegaan worden om infiltratie op eigen terrein te bevorderen. Voor regenval boven de 40 mm zal er een soort 'overstort' op de sloot van het waterschap gerealiseerd worden. Hierdoor kan het overmatige regenval via het openbaar gebied afgevoerd worden. Het afvalwater zal met behulp van een ondergronds leidingstelsel worden opgevangen en onder vrij verval afgevoerd worden naar een gemaal nabij de Lange Voort. Nabij het plangebied zal een 2-pompsgemaal incl. bijbehoren geplaatst worden.

4.8

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese Richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan flora en fauna (Natuurbank Overijssel, project 1669, versie 1.0, 16 oktober 2020). Zie hiervoor ook Bijlage 6. De resultaten hiervan zijn in de volgende paragrafen opgenomen. Ecologische Hoofdstructuur (Nationaal Natuurnetwerk Nederland) Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking heet, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Beschermde gebieden Het plangebied ligt op enige afstand van beschermd (natuur)gebied. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming.

Beschermde soorten Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Het wordt niet als geschikt habitat voor andere beschermde diergroepen beschouwd, zoals reptielen. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerargeergebied en vermoedelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplantingsplaats, bezetten sommige amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in de beplanting en bebouwing. Er zijn geen directe aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in het plangebied, maar gelet op de aanwezige bebouwingen beplanting, kan de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen niet uitgesloten worden. Het plangebied vormt geen onderdeel van een vliegroute van vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing verstoord of vernield worden. Nader onderzoek is verreist om inzicht te krijgen in de aan- of afwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen in het plangebied.

Voor de grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voorplantingslocaties' (of de soort is niet beschermd). De functie van het plangebied als foerargeergebied voor de meest vogel-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten is niet beschermd. Het foerageergebied van de steenuil en vleermuizen is echter wel beschermd en mag alleen met een ontheffing aangetatst worden. De inrichting en het gevoerde beheer maken hetplangebied tot een potentieel zeer geschikt foerageergebied voor vleermuizen en steenuil,

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

44

NL.IMRO.0141.00082-BP31

maar op basis van het uitgevoerde onderzoek kan niet vastgesteld worden of het plangebied binnen een bezet territorium van de steenuil (en dus benut wordt als foerageergebied door de steenuil). Dat het plangebied benut wordt door vleermuizen als foerargeergebied staat niet ter discussie, maar nader onderzoek is nodig om vast te kunnen stellen welke soorten en foerageren en wat de gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten voor deze functie. Stikstofdepositie Natura 2000-gebieden Onderhavig plan maakt nieuwbouw van vijf woningen mogelijk. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt stikstof en mogelijk ammoniak uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Door Ad-Fontem is een onderzoek uitgevoerd om de effecten van deze emissie op kwetsbare natuur in Natura 2000-gebieden te onderzoeken (projectnummer 17JA092 d.d. 26 september 2019). De rapportage is in Bijlage 7 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Veel Natura2000-gebieden zijn kwetsbaar voor stikstofdepositie; stikstofdepostie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Ad-Fontem een zogenaamde Aeriusberkening uitgevoerd voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase, zie Bijlage 7.

In dit rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie besproken, evenals de berekende in Natura 2000-gebied. De uitgevoerde Aerius-berekening geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1. Hoe groot is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die moeten leiden tot de realisatie van de nieuwe woningen in het plangebied? 2. Hoe groot is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg van de bewoning van de nieuwe woningen in het plangebied? Het plangebied zelf behoort niet tot Natura 2000. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt op 8,62 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied. Dit betreft het Natura 2000-gebied Borkeld. Overige Natura2000-gebieden liggen op een afstand >10 kilometer. Het voornemen is om nieuwe woningen te realiseren in het plangebied. Om de woningen te kunnen bouwen dient de bestaande bebouwing in het plangebied gesloopt te worden en het terrein bouwrijp gemaakt te worden, inclusief tijdelijke bouwwegen. Om te kunnen bouwen hoeft er niet geheid te worden en er wordt geen rekening gehouden met bronbemaling. Om de volledige emissie/depositie van NOx, als gevolg van het bouwen en bewonen van vijf woningen te kunnen berekenen, wordt onderscheid gemaakt in de ontwikkel- en gebruiksfase.

De emissie/depositie NOx in Natura 2000-gebied zijn berekend met de Aerius Calculator. In hoofdstuk 3 van de Aerius-berekening (Bijlage 7) zijn de gehanteerde methode en de gebruikte parameters en kengetallen beschreven. In paragraaf 3.4 van de Aerius berekening zijn de resultaten weergegeven. Conclusie Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de aanleg- en gebruiksfase, vindt er géén meetbare verhoging van de depostitie van NOx of NH3 plaats in Natura2000-gebied als gevolg van de bouw en bewoning van vijf woningen aan de Muldersweg en Lange Voort. Voor details van de berekening wordt verwezen naar de rapportage. Conclusie Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteit. De Quickscan Flora Fauna is opgenomen in Bijlage 6.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

45

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Algehele conclusie is dat er vanuit ecologie geen belemmeringen zijn, rekening houdend met de voorwaarden die genoemd ten aanzien van bezette vogelnesten. Daarnaast leidt de emissie (NOx en NH3) als gevolg van de aanleg en gebruiksfase van het plan niet tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied waardoor de ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

4.9

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het plangebied is gelegen in een gebied dat de waarde 'lage archeologische verwachtingswaarde' kent, volgens de 'geactualiseerde archeologische verwachtingskaart Almelo', zie figuur 4.8 waarin het plangebied in rood is aangegeven. Hierbij is alleen onderzoek nodig bij bodemingrepen dieper dan 40 cm en meer dan 50.000 m2. Aangezien er voor de gewenste ontwikkeling vijf woningen worden gerealiseerd, is er geen sprake van ingrepen van meer dan 50.000 m2. Derhalve is er geen verder onderzoek noodzakelijk.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

46

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Figuur 4.8 geactualiseerde archeologische verwachtingskaart Almelo (locatie rood omkaderd) (bron: gemeente Almelo) Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Voor het aspect 'cultuurhistorie' heeft een toetsing plaatsgevonden aan de hand van de historische waardenkaart van de provincie Overijssel. In de nabije omgeving van de Muldersweg en Lange voort zijn geen cultuurhistorische aspecten gelegen. Vanuit het aspect cultuurhistorie is er daarmee sprake van een verantwoorde ontwikkeling.

4.10 Verkeer / parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Mulderseweg en de Lange Voort. Deze wegen worden weer ontsloten via de Entersestraat, een 50 km/u weg. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen (ongeveer 43) door het realiseren van 5 nieuwe woningen kan eenvoudig via de huidige wegen worden afgewikkeld. In publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van het CROW zijn kengetallen opgenomen voor de verkeersgeneratie van nieuwe woningen per woningtype, stedelijkheidsgraad en ligging waarin de totale verkeersgeneratie per woning opgenomen is. Er is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'weinig tot niet stedelijk' en ligging 'rest bebouwde kom'. De CROW-publicatie geeft een minimum en maximum kengetal. Er is uitgegaan van een gemiddelde van deze twee getallen. Er zijn namelijk geen specifieke

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

47

NL.IMRO.0141.00082-BP31

kenmerken van de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie die de verkeersgeneratie vooraf laten afwijken (of anders maken dan) dan een gemiddelde ontwikkeling van deze functies op een vergelijkbare locatie. Uitgegaan wordt dat in het plangebied 5 vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Voor vrijstaande woningen geldt een kencijfer van 8,2 verkeersbewegingen. Dit betekent dat op basis van het bestemmingsplan voor 5 vrijstaande woningen er 43 verkeersbewegingen ten gevolgen van het plan zullen plaatsvinden. Deze beperkte toename van verkeersbewegingen ten behoeve van de 12 woningen kan eenvoudig via de Muldersweg/Entersestraat en de Lange Voort worden afgewikkeld. Het aspect 'Verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Het parkeren ten behoeve van de woningen zal plaatsvinden binnen het plangebied. Hierbij worden de CROW parkeerkencijfers als uitgangspunt gebruikt. Voor wat betreft de ontwikkeling in het plangebied wordt er van uit gegaan dat het plangebied valt onder 'rest bebouwde kom' in een 'weinig stedelijke' omgeving. Uitgegaan wordt dat er in het plangebied 5 vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Voor de woningen geldt dat per woning 2,3 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn.

Deze normen zijn inclusief bezoekersparkeren (0,3). Dit betekent dat er conform de CROW parkeercijfers in totaal (5 x 2,3 =) 11,5 parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd moeten worden. Gezien de verkeerssituatie ter plaatse dient het parkeren ten behoeve van de woningen volledig op de eigen kavel te worden gefaciliteerd. Hiervoor bieden de huidige kavels voldoende ruimte.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

48

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek

De in het plan beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

T oelichting op de regels

5.2.1 Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijk en van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijk en van de gebruik sregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

49

NL.IMRO.0141.00082-BP31

bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2.2 Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Wonen Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor de handhaving en eventuele herontwikkeling van respectievelijk grondgebonden woningen. In de woning is slaap- en badruimte op de begane grond meegenomen. De oppervlakte van de begane grond is daarom als uitgangspunt gekozen voor de oppervlakte van het bouwvlak. De hoofdbebouwing mag enkel opgericht worden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. In de regels en verbeelding zijn vervolgens bepalingen opgenomen omtrent de maximale bouwhoogten, de maximaal aaneen te bouwen woningen en de afstand tot de

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

50

NL.IMRO.0141.00082-BP31

perceelsgrenzen voor zowel de hoofdbebouwing als bijbehorende bouwwerken. Ook zijn bepalingen opgenomen voor het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De grootte van het perceel bepaald het toegestane aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken. De volgende regel is van toepassing: De gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal: 75 m²; 100 m² voor percelen groter dan 500m²; 125 m² voor percelen groter dan 1000 m². Vereiste hierbij is dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt blijft. Dit maximumpercentage is van toepassing omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd worden. Dit is ruimtelijk echter onaanvaardbaar. Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Deze regels zijn gericht op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten.

Daar waar specifieke functies binnen de woonbestemming voorkomen is er een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Tuin Deze bestemming is voor een belangrijk deel geprojecteerd vóór woningen en vormt veelal de voortuin. Binnen deze bestemming zijn geen bouwmogelijkheden anders dan de realisatie van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten. Het betreft hier voornamelijk erfafscheidingen. Waarde - Waardevolle bomen De voor 'Waarde - Waardevolle Bomen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van waardevolle bomen. In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen (basisbestemmingen) mag niet worden bebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

51

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Voorliggend plan is opgesteld voor rekening en risico van de aanvragers. Voor de uitvoering van het plan wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de aanvragers. Daardoor zijn er voor de gemeente geen financiële gevolgen te verwachten. Omdat daarmee de kosten anderszins verzekerd zijn, kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

52

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie A onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is. Er worden hier vijf woningen gerealiseerd. De grens voor vooroverleg bij de provincie ligt hier bij 7. Waterschap Vechtstromen Op 20 december is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft.

Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Inspraak

Er zijn diverse gesprekken met de buurt gevoerd om te buurtbewoners op de hoogte te stellen van de plannen. Hierin zijn de gewenste plannen duidelijk gemaakt en zijn de bewoners op de hoogte gesteld. Naar aanleiding hiervan is van Holtkamp Bouw een (premature) zienswijze aangeleverd. Het bestaande bedrijf zou onnodig beperkt worden door de voorliggende ontwikkeling. Middels een akoestisch onderzoek is aangetoond dat de gewenste ontwikkeling passend is in de omgeving.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 9 december 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn drie zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van het plan.

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

53

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Bijlagen toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

54

NL.IMRO.0141.00082-BP31

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek 4 woningen

vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek

55

Aanslagsweg 22 7622 LD Borne

Ad Fontem Ruimtelijk Advies De heer C. Eidhof

telefoon

Stationsstraat 37

074 7676007 / 06 10556500

e-mail

7622 LW BORNE

rob@munsterhuisgeluidsadvies.nl

internet

Geluidsadvies BV.nl www.munsterhuisgeluidsadvies.nl

datum Project Onderwerp

27 september 2018

Ons kenmerk

B02.18.126-RM

projectnummer

18.126

Plan Muldersweg te Bornerbroek Rapport wegverkeerslawaai akoestisch onderzoek

Geachte heer Eidhof,

Hierbij zend ik u de resultaten van het akoestisch onderzoek ten behoeve van de bepaling van de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van vier nieuw te bouwen woningen aan de Muldersweg en Lange Voort te Bornerbroek.

Inleiding Het onderzoek richt zich op het bepalen van de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai op de Entersestraat ter plaatse van de te bouwen woningen. In figuur 1 is de situatie, ligging van het plan en de wegen opgenomen.

bank

ING Bank 65.20.43.232

k.v.k.

64846148

projectnummer

18.126

Pagina

2 van 5

Het doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer ter plaatse van de toekomstige woningen. De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.

Wetgeving Wegverkeer Grenswaarden geluidbelasting In de Wgh worden twee grenswaarden gesteld ten aanzien van wegverkeerslawaai, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. In onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de grenswaarden die voor het plan van toepassing zijn.

Tabel 1. Overzicht grenswaarden wegverkeerslawaai. aanwezige weg binnenstedelijk

nieuwe woning

voorkeursgrenswaarde

maximaal te verlenen ontheffingswaarde

48 dB

63 dB

[artikel 82 lid 1 Wgh]

[artikel 83 lid 2 Wgh]

Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een hogere waarde worden vastgesteld door Burgemeester en Wethouders (hierna te noemen: B&W). Wanneer ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels of afschermende voorzieningen.

Aftrek conform artikel 110g Wgh Op de berekende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai mag, conform artikel 110g van de Wet geluidhinder, een correctie worden toegepast. Zoals omschreven in artikel 3.6 van het RMG 2006 is de te hanteren aftrek 5 dB voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur en 2 dB voor wegen waar een representatief te achten snelheid gelijk aan of hoger is dan 70 km/uur. Voor de onderzochte weg is een aftrek van 5 dB toegepast en een deel 2 dB (buiten bebouwde kom). Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder.

projectnummer

18.126

Pagina

3 van 5

Hogere waarden In de Wgh is een onderzoeksplicht opgenomen (artikel 77 Wgh) naar de doeltreffendheid van maatregelen die voorkomen dat de geluidsbelasting tot boven de voorkeursgrenswaarde stijgt. Hogere waarden kunnen alleen verleend worden nadat is onderbouwd (artikel 110a, lid 5) dat maatregelen, om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen, onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=766df789-0466-4f90-8c1a-94999629e74a