10.1 Vaststelling bestemmingsplan Muldersweg-Lange Voort Bornerbroek - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Muldersweg-Lange Voort Bornerbroek NL.IMRO.0141.00082-
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Relatie met omgeving
10 10 12 14
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
18 18 19 25
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Geur 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Verkeer / parkeren
28 28 30 32 34 39 40 42 44 46 47
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
49 49 49
Hoofdstuk 6
52
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak 7.3 Zienswijzen
53 53 53 53
Bijlagen toelichting
54
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek 4 woningen
55
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek 5e woning
74
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek industrielawaai
92
Bijlage 4
Bodemonderzoek perceel 449
218
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
3
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Bijlage 5
Bodemonderzoek overige percelen
286
Bijlage 6
QuickScan Flora Fauna
350
Bijlage 7
AERIUS berekening
380
Bijlage 8
Watertoets
390
Regels
397
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
398 399 406
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Waardevolle bomen
407 408 409 412
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
414 415 416 417 419 420
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
421 422 423
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
4
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
5
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de ontwikkeling van vijf woningen aan de Muldersweg en Lange Voort, te Bornerbroek is een bestemmingsplan ontwikkeld. De initiatiefnemers zijn voornemens om vijf woningen te realiseren op verschillende percelen langs de Muldersweg. Er zullen in totaal 5 woningen gerealiseerd worden op de percelen kadastraal bekend als gemeente Almelo, sectie O (oude situatie): 1612, 1610, 1298, 451, 452, 453 en 454. De locatie is naar voren gekomen naar aanleiding van een gezamenlijke wens van initiatiefnemers om bouwkavels te ontwikkelen in Bornerbroek. Initiatiefnemers hebben daarom op deze locatie een plan uitgewerkt om in totaal vijf woningen te realiseren. Het huidige bestemmingsplan voorziet niet in deze mogelijkheid. Middels een herziening van het bestemmingsplan moet het mogelijk worden binnen het plangebied vijf woningen te bouwen. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied bestaat uit de percelen aan de Muldersweg en Lange Voort te Bornerbroek. Het perceel is gelegen in het bestemmingsplan 'Muldersweg' en 'Zuid Bornerbroek' van de gemeente Almelo. Het plangebied valt hiermee binnen de bebouwde kom van Bornerbroek en is omgeven door agrarische gronden en enkele woningen. Het gebied ligt westelijk in Bornerbroek. Het gebied staat kadastraal bekend als gemeente Almelo, sectie O, perceelsnummers 1612, 1610, 1298, 451, 452, 453 en 454. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
6
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een topografische kaart weergegeven waarop het plangebied Muldersweg en Lange Voort in Bornerbroek te zien is. Het gehele plangebied is hierin begrensd.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor de Muldersweg en Lange Voort in Bornerbroek gelden in de huidige situatie twee bestemmingsplannen, het bestemmingsplan 'Muldersweg' en het bestemmingsplan 'Zuid Bornerbroek'. Het bestemmingplan 'Muldersweg' is door de gemeenteraad van Almelo op 21 mei 2013 vastgesteld. Onderstaande figuur 1.3 geeft een weergave van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
7
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Muldersweg' en 'Muldersweg' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het bestemmingsplan 'Zuid Bornerbroek' is door de gemeenteraad van Almelo op 3 juni 2009 vastgesteld. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan opgenomen. Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch', 'Wonen' en 'Tuin' toegekend met een wijzigingsbevoegdheid naar Wonen voor het perceelnummer 1298, 451 en 452. Dit plangebied is gelegen in het bestemmingsplan 'Muldersweg'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor het agrarische gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Voor perceel 1298, gelegen aan de rechterzijde van het plangebied, is er ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden om te zetten naar de bestemming 'wonen'. In het bestemmingsplan 'Zuid Bornerbroek' geeft de gemeente ruimte aan uitbreiding ter hoogte van de Lange Voort en Muldersweg. Op dit stuk grond geeft de gemeente ruimte aan ontwikkeling van de woningen tussen minimaal 5 en maximaal 12 woningen. De realisatie van 5
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
8
NL.IMRO.0141.00082-BP31
woningen past binnen deze wens. Deze mogelijke uitbreiding heeft de gemeente vertaald in een wijzigingsbevoegdheid voor (een gedeelte van) het gebied. Hiermee geeft de gemeente aan dat woningbouw op deze locatie aanvaardbaar is. Aangezien een aantal kavels buiten deze wijzigingsbevoegdheid liggen, is een herziening van het bestemmingsplan wenselijk. Daarnaast zijn er binnen het plangebied geen bouwvlakken opgenomen. Het is dus niet toegestaan om op grond van het vigerende bestemmingsplan op de overige percelen woningen te realiseren. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk om vijf woningen te realiseren aan de Muldersweg en Lange Voort.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Muldersweg-Lange Voort Bornerbroek' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding, schaal 1:1000 (identificatie NL.IMRO.0141.00082-BP31); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
9
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
Op de percelen aan de Muldersweg en Lange Voort in Bornerbroek zijn momenteel agrarische gronden gelegen. Op een enkele veldschuur en bomen na, is het een braakliggend terrein. Het perceel is gelegen aan de rand van het dorp Bornerbroek. Het is een gebied dat ligt in de overgang van agrarische gronden naar bebouwing. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 7000 m2. In figuur 2.1 is de locatie weergegeven op de topografische kaart van 1950.
Figuur 2.1: Topografische kaart 1950 (bron: atlas van Overijssel) Er zijn op het perceel enkele veldschuren en verschillende bomen aanwezig. Deze bomen zijn aangemerkt als een waardevolle houtopstand. De agrarische gronden zijn momenteel in gebruik voor kleinschalig agrarisch gebruik. Het grootste gedeelte van het perceel kenmerkt zich door agrarische gronden. Aan de zuidwest zijde is een bestaande woning gelegen. Aan de noordzijde wordt het plangebied afgeschermd van de Entersestraat door middel van een woning. Deze woningen maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In figuur 2.2 is een overzicht van het gehele perceel te zien. Daarnaast geeft figuur 2.3 het plangebied weer vanaf de Lange voort. Het plangebied is niet zichtbaar vanaf de Entersestraat. Het gebied is gelegen in een overgangsgebied, aan de Westzijde wordt momenteel gebouwd, aan de oost- en noordzijde is de kern gelegen en aan de zuidzijde zijn agrarische gronden gelegen.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
10
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 2.2: huidige situatie planlocatie (bron: kadastralekaart.com)
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
11
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 2.3: huidige situatie gezien vanaf Lange Voort (bron: Google Maps) Het plangebied is gelegen tussen de Muldersweg, Lange Voort en Entersestraat. De Entersestraat is een 50 km/u weg. De Muldersweg is gelegen ten westen van het plangebied. De Muldersweg is geen doorgaande weg, halverwege is een hekwerk geplaatst om sluipverkeer te voorkomen. In de directe omgeving zijn diverse functies gelegen. Het plangebied wordt omgeven door verschillende woningen en agrarische gebieden. De ontwikkeling zal plaats vinden in de bebouwde kom van Bornerbroek. Ten noordwesten van het plangebied worden reeds nieuwe woningen gerealiseerd. Het gebied zal voor een overgang zorgen tussen het landelijke gebied en de bebouwde kom.
2.2
T oekomstige situatie
Met betrekking tot de toekomstige situatie bestaat de wens om vijf nieuwe woningen te realiseren, naast de reeds vergunde woning ter hoogte van perceelnummer 451. Er zullen vijf nieuwe kavels gerealiseerd worden. Figuur 2.4 geeft een weergave van de toekomstige situatie. In het plangebied zullen in totaal 5 nieuwe woningen gerealiseerd worden. De woningen zullen gerealiseerd worden op ruime kavels. Deze woningen zullen landschappelijk ingepast worden om zo aan te sluiten bij de bestaande structuren. De woning in het zuidwesten van het plangebied is een bestaande woning. De vijf, nieuw toe te voegen woningen, zullen aansluiten bij bestaande bebouwing en vormen zo een goede overgang tussen het dorp Bornerbroek en het buitengebied. De woningen zullen geplaatst worden in lijn van elkaars voorgevel. De kavels zullen bestaan uit ruime bouwkavels van ongeveer 290 m2. Tot slot zullen de nieuw te bouwen woningen ontsloten worden via de Muldersweg naar de Lange Voort en de Entersestraat. De twee woningen aan de westzijde van het plangebied (zie afbeelding 2.4) zullen ontsloten worden via de weg over eigen terrein en uiteindelijk bij perceel 452 zal deze op de Muldersweg aansluiten. Om de bestaande structurele houtwal te beschermen wordt deze voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Waardevolle bomen' met uitzondering van de locatie waar de inrit geplaatst wordt.
Deze inrit ontsluit twee woningen.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
12
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 2.4: Toekomstige situatie met situering inrit (bron: KROON) Door de keuze van een inritconstructie is het 'slechts' noodzakelijk om eenmalig door de houtwal te rijden voor de ontsluiting. De inrit wordt gerealiseerd op een afstand van minimaal 3,5 meter uit het hart van de dichtstbij gelegen boom. Om de bomen en de waardevolle bomenstructuur te beschermen is ter plaatse van de bomenrij de dubbelbestemming 'Waarde - waardevolle bomen' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning werken en/of werkzaamheden uit te voeren, waaronder onder andere wordt verstaan: het aanleggen en verharden van wegen en paden en het afgrave, ophogen en egaliseren van de bodem. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van dit plan is minimaal. Hierdoor blijft de Muldersweg
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
13
NL.IMRO.0141.00082-BP31
grotendeels in tact en zal er slechts één boom gekapt moeten worden. Daarnaast zal de lichtinval richting de westelijk gelegen percelen minimaal zijn vanwege de afstand en de reeds aanwezige groenvoorzieningen. Ten aanzien van de inrit zijn twee opties opgesteld. Hieronder zijn de uitgangspunten ten aanzien van optie A en optie B weergegeven.
1x door de houtwal Aantal verkeerbewegingen minimaal, alleen de woning achter Entersestraat 43 komt aan de noordkant erbij
1x door de houtwal Aantal verkeerbewegingen minimaal, iets meer voor bestaande bebouwing aan noordkant (toevoeging van 2 woningen), achter no. 43 bestaat in beide modellen Muldersweg grotendeel intact
Muldersweg wordt grotendeels aangetast, veel verharding om de kavels bereikbaar te maken. 1 boom sneuvelt, maar er is onvoldoende ruimte voor 1 boom sneuvelt, voldoende ruimte voor goede inritconstructie. Hierdoor zal de inritconstructie met behoud van bomen levensvatbaarheid van de andere bomen verkorten. Grotere impact lichtschijnsel op kavel Muldersweg Minimaal lichtschijnsel op kavel Muldersweg 14, 14 door gebruik van bestaande structuren Door de toepassing van optie B dient één boom in de waardevolle bomenstructuur gekapt te worden zonder dat daarmee de waardevolle bomenstructuur teniet wordt gedaan. De inrit wordt op een afstand van ten minste 3,5 meter uit het hart van de dichtstbijzijnde boom gelegen waardoor er geen graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare zone van de bomen plaatsvindt. Tot slot sluit de inrit van optie B aan bij de situering van de inrit van de woningen aan de Muldersweg 12 en 14 waardoor geconcludeerd kan worden dat optie B het meeste recht doet aan de uitgangspunten die zijn gesteld.
2.3
Relatie met omgeving
Het plan heeft invloed op het gebied en moet ruimtelijk aanvaardbaar zijn in de omgeving. In eerste instantie zijn in het gebied twee bedrijven gelegen die van invloed zijn op de gewenste ontwikkeling van 5 woningen. Ten eerste is ten zuidwesten van het plangebied het bedrijf 'Toon Kolenbrander Sloopwerken' gelegen aan de Pepershaar 2. Dit bedrijf kent een milieucategorie van maximaal 3.2 en 3.1. Voor het aspect geluid houdt dit in dat er een richtafstand geldt van 100 meter.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
14
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Woningen aan de Lange Voort 10 en 16 liggen op respectievelijk 53 meter en 80 meter van dit bedrijf. De bestaande afstand van 53 meter kan hierdoor aangehouden worden als beperking. De dichtsbijzijnde woning die nieuw gerealiseerd zal worden zal op een minimale afstand van 54 geplaatst worden van het bedrijf. Aan de maatgevende afstand wordt voldaan. Aan de oostzijde van het plangebied is het bouwbedrijf Holtkamp Bouw gelegen, waar milieucategorie 3.1 op van toepassing is. Voor milieucategorie 3.1 geldt een richtafstand van 50 meter. Het huidige plan is tot stand gekomen door een aantal ontwikkelingen. Een algeheel plan was eerst de wens voor dit gebied, waarin er concensus was over de bebouwing. Echter, de financiële uitvoerbaarheid was niet gegarandeerd waardoor voorliggende ontwikkeling als alternatief is opgesteld. Het plan draagt zorg voor een mooie overgang tussen stedelijk gebied en het buitengebied. Door de ruime opzet van de kavels sluit het plan aan op de overgang tussen het dorp Bornerbroek en het buitengebied. Daarnaast krijgt de bestaande houtwal aan de Entersestraat de dubbelbestemming 'Waarde - Waardevolle bomen', waardoor bomen in deze houtopstand niet gekapt kunnen worden zonder omgevingsvergunning. De Muldersweg zal daarnaast een half onverharde weg blijven met een fysieke belemmering op de bestaande locatie.
Hierdoor zal voorkomen worden dat deze weg een sluiproute wordt. Door de natuurlijke barriére zal het verkeer afgewikkeld worden via de Muldersweg naar de Lange Voort. Voor de inritten zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van een natuurlijke inrit naar de bovengelegen bouwkavels. Figuur 2.5 en 2.6 geven een weergave van de Muldersweg en de aanliggende houtopstand.
Figuur 2.5: aanzicht Muldersweg
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
15
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 2.6: aanzicht Muldersweg De gemeente ziet het plangebied als een geschikte locatie voor woningbouw. Dit blijkt ook wel uit het feit dat beide vigerende bestemmingsplannen een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor woningbouw. Van belang is het om woningen zoveel mogelijk te richten met de voorkant naar openbaar toegankelijk gebied. Aangezien de gronden in dit gebied van vele eigenaren zijn is het lastig het gebied als geheel te ontwikkelen. Voorliggend plan voorziet op de realisatie van vijf woningen in dit gebied. Hierbij is ook gekozen voor een verkaveling langs de bestaande wegen om recht te doen aan de historische situatie. De percelen zullen apart verkaveld worden langs de Lange Voort en Muldersweg. Onderstaande afbeelding laat (een van) de mogelijke principes zien voor de inrichting van het gebied.
Figuur 2.7: verkavelen langs de radialen (bron: gemeente Almelo) Onderhavig plan wordt voorzien in een gedeelte van deze invulling van het gebied. In de toekomst kan hierdoor worden ingezet op de verdere invulling van het gebied tot woningen langs de radialen van de
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
16
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Lange Voort.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
17
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.
De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van vijf woningen aan de Muldersweg en de Lange Voort te Bornerbroek. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 3.2 en 3.3.3 wordt de realisatie van de vijf woningen getoetst aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Almelo. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe woningen voor starters. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
18
NL.IMRO.0141.00082-BP31
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Toets Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) geldt dat de realisatie van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro is dan niet van toepassing. Voorliggend plan ziet toe op de ontwikkeling van vijf nieuwe woningen. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak geldt dat de voorgenomen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit.
Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
19
NL.IMRO.0141.00082-BP31
aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop.
3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel.De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
20
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is met name artikel 2.1.3 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en bestaand stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw plaatsvindt in de groene omgeving. Op de huidige situatie is reeds een woning aanwezig en is er een woonbestemming. Hier zal een vijftal woningen aan toegevoegd worden in de nabije omgeving. Het gebied kenmerkt zich door de overgang tussen agrarisch en stedelijk gebied. Door deze ontwikkeling kan er aangesloten worden op bestaande bebouwing. Met het plan wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik uit de provinciale omgevingsvisie. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
21
NL.IMRO.0141.00082-BP31
in ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het gebied kent het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Dorpen en steden buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Het onderhavig plan betreft de ontwikkeling van vijf extra woningen in de stedelijke omgeving. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de functie wonen in de omgeving. Daarnaast zijn de woningen bestemd voor de lokale behoefte waardoor ze aansluiten op het ontwikkelingsperspectief van dit gebied. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3). De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlanschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is om de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken.
Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Het plangebied kent geen duidelijk reliëf. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
22
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Laag van het agrarisch cultuurlandschap De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' heeft binnen het plangebied de kenmerk 'oude hoevenlandschap. Het oude hoevelandschap kenmerkt zich door verspreid liggende erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. it leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. De realisatie van vijf nieuwe woningen ter hoogte van de Muldersweg en Lange Voort sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur.
Deze ontwikkeling draagt bij aan de afronding van de bebouwde kom van Bornerbroek in zuidwestelijke richting. De Muldersweg en Lange Voort zijn hierin een natuurlijke afscheiding tussen het buitengebied en het dorp. Deze blijft in het nieuwe plan behouden. Het plan doet op voorhand geen afbreuk aan de kleinschaligheid en/of het groene karakter van het gebied. Stedelijk e laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu' zoals weergegeven in figuur 3.4.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
23
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 3.4: stedelijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in die aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar als onderdeel daarvan wel herkenbaar. Met het realiseren van vijf nieuwe woningen is rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De nieuwe woningen zullen aansluiten bij de bestaande bebouwing in de wijk omdat er wordt aangesloten bij het geldende bestemmingsplan. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag': 'Woonwijken 1955 - nu'. Laag van de beleving Het plangebied kent geen specifieke kenmerken aangaande de 'Laag van de beleving'. Met het plan worden vijf nieuwe woningen gerealiseerd.
het plan doet daarmee geen afbreuk aan de kenmerken van de 'Laag van de beleving'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde, en in de Omgevingsverordening verankerde, provinciaal ruimtelijk beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
24
NL.IMRO.0141.00082-BP31
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie 'Mijn Almelo, Onze omgeving' Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad van Almelo de omgevingsvisie 'Mijn Almelo, Onze omgeving' vastgesteld. De Omgevingsvisie vervangt het sterk verouderde Structuurplan. Met de Omgevingsvisie heeft de gemeente Almelo weer een actueel, strategisch en eigentijds plan voor de leefomgeving van Almelo voor de komende vijftien tot twintig jaar. Met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, e.a. is veel gesproken over veel verschillende thema's zoals wonen, zorg, veiligheid, mobiliteit, cultuur, economie, duurzaamheid en leefbaarheid. Daardoor is het een beleidsvisie geworden niet alleen van het bestuur, maar van inwoners, samenleving en bestuur. Voor de dorpen Bornerrboek en Aadorp en de wijken van de stad Almelo is een gezamenlijke visie ontwikkeld. Voornamelijk omdat ze hun belangrijkste functie met elkaar gemeen hebben: een fijne woonomgeving bieden. Maar ook omdat elke wijk eigenlijk een dorpje op zich is. Met een eigen sfeer, eigen voorzieningen en een unieke sociale samenhang. En hoeveel de inwoners soms ook van elkaar verschillen – qua leeftijd, cultuur, gezondheid of inkomen – er is één ding dat hen verbindt: de plek die ze thuis noemen. Het is onze ambitie om hen allemaal de basisvoorwaarden te bieden voor dat thuisgevoel. Prettig wonen begint natuurlijk met een passende woning.
Met de kans om woonwensen te vervullen, doordat er voldoende keuze is. Daarom willen we wijken creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. Onze bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit brengen we meer in balans door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. Bovendien krijgen de dorpen gelegenheid om te bouwen, want daar blijft de vraag naar betaalbare starterswoningen groot (landelijke trends van vergrijzing en ontgroening ten spijt). Toets Middels dit bestemmingsplan worden vijf nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het plangebied is gelegen binnen de kern Bornerbroek. Ten aanzien van de bouw van nieuwe woningen geldt dat de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelt moet worden in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een concrete actuele woningbouwbehoefte. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de omgevingsvisie 'Mijn Almelo, Onze Omgeving'.
3.3.2 Masterplan Almelo Het Masterplan geeft de ontwikkeling van Almelo aan tot het jaar 2030. Almelo wil met het Masterplan onder meer jongeren, hoger opgeleiden en gezinnen aan de stad binden. Daarnaast heeft het plan als doel de regionale positie van Almelo als centrumstad te versterken en de voorzieningen in de stad te verbeteren. Deze ambities krijgen de komende jaren concreet vorm in de verschillende projecten en plannen die voortkomen uit het Masterplan. Een vernieuwing van de binnenstad levert meer sfeer en gezelligheid op en een toename van het winkelbezoek. Met het creëren van verschillende nieuwe woonmilieus wil Almelo tegemoet komen aan de verschillende wensen op de woningmarkt. Het aanpassen van de wegenstructuur zorgt ervoor dat Almelo beter en makkelijker toegankelijk wordt. Het Masterplan bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Het plangebied is niet gelegen in stadsdeel die specifiek is benoemd en valt ook niet onder een van de kernprojecten. De onderhavige ontwikkeling is dusdanig kleinschalig dat het masterplan Almelo zich hier niet over uitlaat. Voor de kern Bornerbroek is opgenomen dat er kleinschalige ontwikkelingen bij de kern en in de omgeving zullen plaatsvinden. Hiermee is gedoeld op de wijk Maatkampslanden en de ontwikkeling van het voormalige Eiveko-terrein.
Verder wordt aangegeven dat binnen de wijken sprake dient te zijn van een gevarieerde opbouw en plufirormiteit.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
25
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Toets Dit bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van vijf woningen in Bornebroek. Dit gebied is niet specifiek aangewezen als kernproject. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen belemmering vormt voor de beleidskaders zoals opgenomen in het Masterplan Almelo.
3.3.3 Woonvisie Almelo 2020 - 2030 Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest Twente. In de nieuwe Woonvisie Almelo 2020 - 2030, vastgesteld op 23 maart 2021 beschrijft de gemeente hoe de gemeente dit op het gebied van wonen wil realiseren. Op basis van de beschikbare prognoses en de historische en huidige woonsituatie in Almelo, zijn de belangrijkste ambities op woongebied bepaald: 1. Flexibele woningvoorraad a. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp b. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor de jongeren en jonge gezinnen c. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding d. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren e. De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad a. De stad meer in evenwicht brengen vanuit vraag en aanbod zowel vanuit huur en b. koopwoningen als typologie van woningen. c. Voldoende divers aanbod van sociale huurwoningen voor elke doelgroep van bewoners zowel vanuit gezinssamenstelling als vanuit economische draagkracht gezien. d. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten) verdelen. e.
Door herstructurering de diversiteit en kwaliteit van woningen te verhogen in buurten in Almelo waar sprake is van een verhoogd risico op leegstand omdat de woningen niet toekomstbestendig zijn. 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad a. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. b. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. c. een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. Om de opgaven uit de woonvisie te kunnen realiseren wil de gemeente meer meer grip op de woningmarkt krijgen. Daarbij wil de gemeente niet alleen maar regels stellen, maar zal de gemeente het vooral samen met partijen (marktpartijen, corporaties, bewoners ed.) moeten doen. In de woonvisie wordt naast de aanleiding en de visie ook vooral aangegeven wat de speerpunten zijn en wat de gemeente gaat doen om haar ambitieste realiseren. De visie dient tevens als basis voor de woningbouwprogrammering en de prestatieafspraken met de corporaties. Toets Middels dit bestemmingsplan worden vijf woningen binnen bestaand stedelijk gebied in Bornerbroek gerealiseerd. Bij de uitbreiding van de woningvoorraad geldt het credo inbreiding gaat voor uitbreiding.
Daarbij wordt nauwkeurig gekeken naar wat de precieze woonvraag is, zodat de gemeente niet bouwt voor leegstand. De kern Aadorp en Bornerbroek krijgen de gelegenheid om voor de lokale behoefte te bouwen, om te voorkomen dat jonge mensen wegtrekken uit de kernen. Aangezien het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied is gelegen wordt voldaan aan het uitgangspunt dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Daarnaast wordt er middels dit bestemmingsplan gebouwt voor de lokale behoefte van de kern Bornerbroek. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het voornemen in overeenstemming is met de Woonvisie van de gemeente Almelo.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
26
NL.IMRO.0141.00082-BP31
3.3.4 Dorpsvisie Bornerbroek De stichting Dorpsbelangen Bornerbroek heeft een eigen dorpsvisie opgesteld om richting te geven aan Bornerbroek voor de komende tien jaar. Hierin staat centraal dat er voorzieningen en woningen moeten worden gerealiseerd om het dorp aantrekkelijk te maken en houden voor alle leeftijdscategorieën. Mocht er behoefte aan zijn dan wenst de dorpsraad uitbreiding van het dorp te creëren langs de zuidelijke uitvalswegen. Mogelijke ontwikkellocaties liggen in het gebied langs de Maatkampsweg en aan de westkant van het centrum. Toets De gewenste ontwikkeling is gelegen in het westen van het dorp Bornerbroek. Gewenste ontwikkeling sluit hierbij aan op de ontwikkelingswensen van de dorpsvisie. Daarnaast zal de ontwikkeling zorgen voor een passende overgang van het agrarische landschap naar het stedelijke gebied.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
27
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
M ilieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gemotiveerd toegepast. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden, zoals ook bij onderhavig plan is gedaan vanwege het nabij gelegen bedrijf Holtkamp.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Ten zuiden van het plangebied is het bedrijf Toon Kolenbrander Sloopwerken gelegen. Dit bedrijf kent een milieucategorie van 3.1 en 3.2, uitgaande van 'gemengd gebied' geldt op basis van de VNG-lijst een (maximale) richtafstand van 50 meter en uitgaande van 'rustige woonwijk' maximaal 100 meter. De grootste afstand geldt hierbij voor geluid. Verder kent deze milieucategorie een minimale afstand van 10 meter voor geur, 30 meter ten opzichte van stof en 10 meter ten opzichte van gevaar. De kortste afstand tussen de woning binnen het plangebied en dit bedrijf bedraagt circa 55 meter. Het bedrijf is reeds in
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
28
NL.IMRO.0141.00082-BP31
alle richtingen beperkt door gevoelige functies (woningen). Dit houdt in dat de huidige omgeving voor het bedrijf al beperkend is en dat aan het bedrijf al zodanige (geluids)normen zijn gesteld ter plaatse van de huidige woningen dat daar een goed leef en woonmilieu is gewaarborgd. Dit geldt eveneens voor de nieuw te realiseren woningen. Door de nieuw te realiseren woningen zal het bedrijf niet (verder) beperkt worden. Aan de Entersestraat 27 is een bouwbedrijf gevestigd. De gemeenteraad heeft bij vaststelling van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Zuid-Bornerbroek' (oktober 2008) aan de gronden van het bedrijf toegekend (zie hieronder) met daarbij de aanduiding 'bb' (bouwbedrijf). Met die aanduiding is het bestaande bedrijf destijds positief bestemd. Er is geen (algemene) 3.2 milieucategorie toegekend. De zuidelijke gronden van het bedrijf hebben de 'bb' aanduiding niet. Het voorste deel van het zuidelijke perceeldeel heeft de bestemming 'Tuin'.
Figuur 4.2: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Hiervoor is al opgemerkt dat de VNG-brochure slechts richtafstanden geeft. De VNG-brochure moet gemotiveerd worden toegepast. Als aan de richtafstand niet wordt voldaan (Stap 1 van deVNG-brochure (van in totaal 4 stappen)), betekent dit dus niet dat een ontwikkeling geen doorgang kan vinden. Het betekent slechts dat nader onderzoek en een nadere motivering aangewezen is. De brochure is dus een hulpmiddel, waarbij van grof naar fijn wordt gewerkt. Uitgaande van categorie 3.1 wordt voor het bouwberdrijf hier aan de richtafstand voldaan en is in beginsel nader onderzoek niet nodig. Daarvoor zou een afstand van 50 meter gelden volgens de VNG-brochure als het omgevingstype rustige woonwijk wordt gehanteerd en 30 meter wanneer van gemengd gebied wordt uitgegaan. Voor milieucategorie 3.2 'gemengd gebied' wordt een richtafstand van 50 meter gehanteerd. Enkel voor de variant categorie 3.2 'rustige woonwijk' wordt niet direct aan de richtafstand voldaan op grond waarvan nader onderzoek voor het bouwbedrijf aangewezen zou zijn. Als van dat laatste wordt uitgegaan (categorie 3.2, rustige woonwijk, 100 meter) is volgens de VNG-brochure dus nader onderzoek nodig, omdat dan niet aan die richtafstand wordt voldaan.
Dat nadere onderzoek is opgenomen in de bijlage 3 bij het plan (rapport van Munsterhuis Geluidsadvies, zie
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
29
NL.IMRO.0141.00082-BP31
ook hierna paragraaf 4.4).
4.2
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets In de bijlage van de gebiedsverordening is een plattegrond opgenomen van Bornerbroek waarin staat wat de geldende geurnorm is ter plaatse. Voor het plangebied geldt een norm van 6 en 3 ouE/m3, zie figuur 4.3 voor een overzicht.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
30
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 4.3: gebiedsverordeningskaart Bornerbroek Bovenstaand figuur geeft aan dat de geldende geurnorm 6 ouE/m3 is voor het grootste gedeelte, een klein gedeelte in het zuiden kent de norm 3 ouE/m3. Voor het plangebied zijn twee agrarische bedrijven van belang, die het plangebied raken. Dit zijn de agrarische bedrijven aan de Lange Voort 1 en Het Linschot 4. Beide geurgebieden zijn hieronder weergegeven.
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
31
NL.IMRO.0141.00082-BP31
Figuur 4.4: geurcontouren (l) Lange Voort 1 en (r) Het Linschot 4 (bron: gemeente Almelo). Beide geurcontouren hebben raakvlakken met het plangebied. Het plangebied ligt voor beide geurcontouren binnen 3 odour. Linker contour, van Lange Voort 1, ligt volledig in het gebied 3 odour. Op basis van figuur 4.4 kan er geconcludeerd worden dat het agrarische bedrijf gelegen aan de Lange Voort 1 geen gevolgen heeft voor het plangebied. Het agrarische bedrijf aan Het Linschot 4 heeft daarnaast ook geen gevolgen voor het gebied aangezien deze ook binnen de norm van 3 odour ligt. Voor het plangebied geldt dat er een geurnorm van 3 tot 6 odour aanwezig is. Uit de geurcontouren van agrarische bedrijven, gelegen in de omgeving, dat zij geen negatieve invloed hebben op de realisatie van vijf woningen. Er kan geconcludeerd worden dat het voornemen niet strijdig is met het aspect geur.
4.3
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Bij het bepalen van de kwaliteit van de bodem is gebruik gemaakt van twee verkennende bodemonderzoeken ter plaatse. Bestaand onderzoek, datum: juni 2017, is gebaseerd op twee percelen, te weten kadastrale percelen bekend als gemeente Almelo, sectio O, nummers 450 en 449. Voor dit bestemmingsplan is perceel 449 van belang.
Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek en een nader bodemonderzoek. Hierbij is het terrein beschouwd als niet verdacht. in totaal zijn er 11 boringen verricht, waarvan 3 tot 2.0 meter diepte. Er is één boring afgewerkt tot peilbuis. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 0.5 meter min maaiveld (m-mv) is zeer fijn, zwak siltig en zwak humeus zand aangetroffen, daaronder is tot circa 1.30 m-mv matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen. Daaronder is een laag leem aangetroffen, met een dikte van
vastgesteld bestemmingsplan Muldersw eg-Lange Voort Bornerbroek
32
NL.IMRO.0141.00082-BP31
0.05 tot 0.3 meter. Onder deze leemlaag is uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig zand aangetroffen. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn met uitzondering van sporen puin in de bovengrond van boring 3 geen bodemvreemde materialen waargenomen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Verkennend bodemonderzoek In de bovengrond van boring 3 en het grondwater zijn lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaring wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarde overschreden is, is er een nader onderzoek uitgevoerd. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. De onderzoekslocatie kan worden beschouwd als niet asbestverdacht. Nader onderzoek (PAK) De omvang van de sterke PAK-verontreiniging nabij boring 3 is gering. Voor een beschrijving van de resultaten wordt verwezen naar de paragrafen 5.3 en 5.4 van Bijlage 4. Geschat wordt dat circa 6 m2 x 0.5 meter = 3 m3 sterk verontreinigd is. Dit is minder dan 25 m 3 en is geen ernstig geval van bodemverontreiniging. De locatie waar zich de verontreiniging bevindt maakt geen deel uit van de bouwlocatie en op dit moment is een sanering niet noodzakelijk. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met schone grond.
Tevens mag de verontreinigde grond niet worden geroerd, verminderd of verplaatst zonder toestemming van bevoegd gezag (gemeente Almelo). Indien de grond alsnog wordt afgevoerd, dient dit in overleg met de gemeente te geschieden. De locatie waar zich de verontreiniging bevindt maakt geen deel uit van de bouwlocatie en op dit moment is een sanering niet noodzakelijk. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met schone grond. Tevens mag de verontreinigde grond niet worden geroerd, verminderd of verplaatst zonder toestemming van bevoegd gezag (gemeente Almelo). Indien de grond alsnog wordt afgevoerd, dient dit in overleg met de gemeente te geschieden. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen aan de oostzijde van het perceel (449), aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren en de PAK verontreiniging zich op het westelijk deel van het terrein bevindt. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). De PAK-verontreiniging mag niet zonder toestemming van het bevoegd gezag worden geroerd, verminderd of verplaatst.
Bodemonderzoek december 2018 Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de percelen die bekend staan als gemeente Almelo, sectie O, perceelnummers 452, 453, 454, 1298, 1649 en 1650 (Kruse Milieu, projectcode 18065510, d.d. 10-12-2018) om ter plaatse de milieu-hygiënsche kwaliteit van de bodem vast te stellen. Zie hiervoor het rapport in Bijlage 5. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Hieruit is gebleken dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd. In totaal zijn er 28 boringen verricht, waarvan 8 tot 2.0 meter of de grondwaterspiegel. Eén boring is doorgezet tot 3.2 meter diepte en afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig tot zeer fijn zwak siltig zand. Zintuiglijk zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Het freatische grondwater is in peilbuis 11 aangetroffen op 1.55 meter min maaiveld. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG I t/m BG IV) is niet verontreinigd; de ondergrond (OG t/m OG III) is niet verontreinigd; het grondwater is licht verontreinigd met barium.