CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Ontwerpbestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W22.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

49

NL.IMRO.0141.00106-BP21

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

50

NL.IMRO.0141.00106-BP21

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan heeft betrekking op een initiatief van Beter Wonen. De kosten van dit plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Voor zover de gemeente kosten maakt, zullen deze kosten door leges worden gedekt. Verder wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. Hiermee komen eventuele planschadeclaims voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan wordt als economisch uitvoerbaar beschouwd.

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

51

NL.IMRO.0141.00106-BP21

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

52

NL.IMRO.0141.00106-BP21

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1

Participatie

Vanwege Covid-19 was het niet mogelijk een fysieke bewonersavond te organiseren. Om die reden is er voor gekozen een nieuwsbrief naar alle omwonenden te sturen om hen te informeren over de plannen met betrekking tot de ontwikkeling van de Herbergier en het Thomashuis. In deze nieuwsbrief is het voorstel opgenomen een klankbordgroep samen te stellen waarmee de plannen zijn besproken.

9.2

Overlegprocedure

Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden verwerkt in het bestemmingsplan.

9.3

Zienswijzen

Na verwerking van de overlegresultaten wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Dan kan eenieder zienswijzen indienen.

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

53

NL.IMRO.0141.00106-BP21

ontwerp bestemmingsplan Herontwikkeling Acaciaschool

54

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Acaciaschool Vormvrije m.e.r.-beoordeling

projectnummer: 20171266

projectleider: mr. S. Lamkadmi

datum: 06-08-2021

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding 1.1.

Aanleiding

3

1.2.

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

3

1.3.

Leeswijzer

3

Plaats en kenmerken van het project

4

2.1.

Plaats van het project

4

2.2.

Kenmerken van het project

6

Kenmerken van de milieueffecten

9

3.1.

Bodem en water

9

3.2.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

9

3.3.

Natuur

10

3.4.

Cultuurhistorie en archeologie

10

3.5.

Wegverkeerslawaai

11

3.6.

Luchtkwaliteit

11

3.7.

Verkeer en parkeren

12

3.8.

Risico’s voor de menselijke gezondheid

12

3.9.

Cumulatie van projecten

12

3.10. 4.

3

Mitigerende maatregelen

Conclusie

12 13

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Op de hoek van de Nachtegaalstraat en de Nieuwstraat in Almelo is een school met gymzaal gevestigd. Het beoogde plan bestaat uit de sloop van de gymzaal, herontwikkeling van de school, een aanbouw aan de school en een vrijstaand woongebouw aan de noordzijde van het plangebied. Ter plaatse van de school en de voormalige gymzaal komt de Herbergier. De Herbergier is een zorgcomplex bestaande uit 16 zorgeenheden, een dienstwoning en een logeerkamer. In een apart gebouw wordt het Thomashuis gerealiseerd. Het Thomashuis is een bijzonder wooncomplex met 9 wooneenheden, een logeerkamer en een dienstwoning. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 woningen of 100 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 16 zorgeenheden en 9 wooneenheden in een bijzonder wooncomplex en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling. 1.2.

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). 1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Almelo. De locatie wordt begrensd door de Nachtegaalstraat en Nieuwstraat. Momenteel bestaat de bebouwing uit de Acaciaschool met bijbehorende gymzaal, parkeerplaats en is er ook groen aanwezig. Op figuur 2.1 is het plangebied rood omlijnd.

Figuur 2.1 Ligging plangebied rood omlijnd (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Zuid-Holland (NNZH). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Wierdense Veld) is gelegen op circa 9 km afstand ten noordoosten van het plangebied (zie figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Zuid-Holland gebied ligt op een afstand van circa 3,5 km (figuur 2.3).

Figuur 2.2 Plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS)

Figuur 2.3 Plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland

Op basis van de archeologische waardenkaart kan geconcludeerd worden dat het zuidelijke deel van het plangebied een middelhoge trefkans heeft op archeologische vondsten (figuur 2.4). In het plangebied zijn geen elementen aanwezig die cultuurhistorisch waardevol zijn, zoals beschermde monumenten.

Afbeelding 2.4 Uitsnede archeologische waardenkaart met plangebied rood omcirkeld

2.2.

Kenmerken van het project

Binnen het plangebied mogen twee gebouwen worden gerealiseerd: de Herbergier (bestaande schoolgebouw met uitbreiding) een zorgcomplex bestaande uit 16 zorgeenheden, een dienstwoning en een logeerkamer. In de naastgelegen nieuw te bouwen gebouw wordt het Thomashuis gevestigd, een bijzonder wooncomplex met 9 wooneenheden, een logeerkamer en een dienstwoning. De logeerkamer in zowel Herbgier als Thomashuis is in hoofdzaak bedoeld voor bezoekers. In de figuren 2.5 en 2.6 is een impressie van de beoogde ontwikkeling weergegeven

Figuur 2.5 Beoogde situatie

Figuur 2.4 Impressie van de beoogde woningen

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In het plangebied is momenteel de Acaciaschool met gymzaal, parkeerplaatsen en groen aanwezig. De gymzaal zal worden gesloopt. 3.1.

Bodem en water

Bodem Bij een planologische wijziging moet de geschiktheid van de bodem meegewogen worden. In dit geval is sprake van een strijdige functie, gezien woningen worden gerealiseerd op een perceel waar eerst een school en gymzaal gevestigd waren. Door Econsultancy is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De vooraf gestelde hypothese in dit onderzoek, dat de onderzoekslocatie als ‘onverdacht’ kan worden beschouwd, wordt op basis van aangetroffen lichte verontreinigingen verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de sloop en nieuwbouw voor de bestemmingsplanwijziging. Indien werkzaamheden plaatsvinden waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat er geen aanzienlijke negatieve effecten ten aanzien van het aspect bodem te verwachten zijn. Water Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Vechtstromen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen primaire- of regionale waterkeringen aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering.

Ook ligt het gebied niet in een drinkwaterbeschermingsgebied. Het betreft hier een inbreidingslocatie waarvoor uit het gemeentelijk beleid een bergingseis geldt van 20 mm voor bestaande verharding. De toename van de verharding bestaat uit de twee gebouwen (1445 m2) en het parkeerterrein (490 m2). Dit betekent dat er 38 m3 water geborgen dient te kunnen worden op het terrein. Het parkeerterrein wordt uitgevoerd als waterberging. Er zijn geen nadelige effecten op de waterhuishouding. 3.2.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk bij bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Uit de professionele risicokaart Nederland blijkt dat er in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen liggen. Verder vindt er ook geen transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het water of door buisleidingen plaats. Op circa 650 meter ten oosten loopt het spoortraject 30 Deventer Oost – Hengelo West. Dit spoortraject heeft een invloedsgebied van 4.000 meter. Wanneer een ontwikkeling betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk binnen 200 meter van een transportroute ligt, dient conform het Besluit externe veiligheid transportroutes Artikel 8.1 inzicht te worden gegeven in het groepsrisico. Omdat het plangebied verder dan de 200 meter gelegen is, hoeft er geen berekening uitgevoerd te worden. Omdat het plangebied wel in het invloedsgebied valt, dient er inzicht te worden gegeven in de mogelijkheden voor rampbestrijding, hulpverlening en zelfredzaamheid. De beknopte verantwoording is in het bestemmingsplan te vinden. De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Risico’s op rampen door klimaatverandering De beoogde (her)ontwikkeling is niet relevant wat betreft risico’s op rampen door klimaatadaptatie. 3.3.

Natuur

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in of in nabijheid van Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Zuid-Holland (NNZH). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Wierdense Veld’ ligt op circa 9 kilometer afstand. De dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Zuid-Holland ligt op een afstand van circa 3,5 kilometer. Gezien de beperkte aard van de ontwikkeling en afstand tot natuurgebieden zal er geen sprake zijn van negatieve effecten. Soortenbescherming In september 2017 is er een quickscan beschermde planten- en dierensoorten uitgevoerd door adviesbureau Mertens. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de aanwezigheid van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van overige beschermde soorten is ook uitgesloten. Het plangebied bezit geen mogelijkheden voor vleermuizen om er te verblijven. Mogelijk vliegen er vleermuizen in lage dichtheid. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven foerageren. Daarnaast wordt het voorkomen van overige beschermde soorten uitgesloten.

In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). De aanwezigheid van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve gevolgen voor beschermde soorten en er is geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming indien de werkzaamheden op een manier worden uitgevoerd dat vogels niet tot broeden kunnen komen. De quickscan is toegevoegd aan als bijlage bij het bestemmingsplan. 3.4.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900-1925 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik (weide). Tevens liepen er enkele sloten door het plangebied. Tot circa 1925 is dit gebruik van het plangebied niet wezenlijk veranderd. Na 1925 is een schoolgebouw op het perceel gebouwd. Het overige deel van het perceel is onbebouwd gebleven tot 1955. Rond 1955 en vanaf 1988 is bij de school nieuwbouw gerealiseerd. Na 2012 is de bebouwing uit 1988 gesloopt. Tot op heden bestaat de locatie uit een leegstaande school. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie is gedeeltelijk onverhard (gras) en gedeeltelijk verhard (klinkers en tegels). Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds

1950 niet veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten en monumenten aanwezig. Wel zijn twee bomen in het plangebied aangeduid als 'waardevol' vanwege hun ligging en verschijningsvorm. Rondom deze bomen gelden beperkingen voor het bouwen en het uitvoeren van bepaalde werken. In het ontwerp van het gebouw is daarom rekening gehouden met de boom achter de Herbergier. Archeologie Het zuidelijke deel van het plangebied ligt op basis van de archeologische waardenkaart van de gemeente Almelo binnen de zone met de aanduiding 'middelhoge archeologische verwachtingswaarde'. In het vigerende bestemmingsplan is dit deel van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog' voorzien. Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd zonder dat door middel van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn indien het nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 5.000 m2 of dieper steekt dan 0,50 meter. De archeologische dubbelbestemming beslaat slechts een deel van het plangebied. Alleen de locatie Herbergier valt binnen deze dubbelbestemming. Aangezien het schoolgebouw aan het Acaciaplein behouden blijft, wordt de grond ter plaatse van dit gebouw niet geroerd.

De oppervlakte waar sloop en/of nieuwbouw plaatsvindt, blijft ruimschoots onder de 5.000 m2 waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. 3.5.

Wegverkeerslawaai

De te realiseren woningen liggen in de wettelijke geluidzone van de route Nachtegaalstraat - Schoolstraat, het Acaciaplein en de Nieuwstraat. Daarom is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van de gezoneerde route Nachtegaalstraat - Schoolstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden ter plaatse van de Herbergier en het Thomashuis. De gemeentelijke ambitiewaarde wordt niet overschreden. Ten gevolge van de Nieuwstraat wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden ter plaatse van de Herbergier. Ook hier wordt de gemeentelijke ambitiewaarde niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting aan de gevels van de ontwikkeling terug te dringen zijn onvoldoende doeltreffend of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Omdat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden kunnen hogere waarden worden aangevraagd. 3.6.

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Hierin worden grenswaarden genoemd die in onderstaande tabel zijn weergegeven. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van maximaal 16 zorgwoningen en 9 wooneenheden in een bijzonder wooncomplex met in beide gebouwen een logeerkamer en dienstwoning. Een dergelijke ontwikkeling

valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast blijkt uit de NSL-monitoringstool dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. 3.7.

Verkeer en parkeren

De verkeerstoename is bepaald op basis van kencijfers van het CROW zoals opgenomen in publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (2012). De ontwikkeling leidt tot een verkeersgeneratie van circa 80 mvt/etmaal op een weekdag. Door de ligging van het plangebied op het kruispunt van verschillende uitvalswegen, wordt het verkeer verdeeld over het omliggende wegennet. De verwachting is dat door de toename van het aantal verkeersbewegingen geen knelpunten ontstaan. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost. 3.8.

Risico’s voor de menselijke gezondheid

Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. 3.9.

Cumulatie van projecten

Voor zover bekend leiden de ontwikkelingen in de buurt, gezien de beperkte effecten, niet tot cumulatie van effecten. 3.10. Mitigerende maatregelen Voor het voorgenomen plan zijn de volgende mitigerende maatregelen noodzakelijk: • De werkzaamheden voor de beoogde ontwikkeling moeten zo worden uitgevoerd dat vogels niet tot broeden komen. • Hogere waarden moeten worden aangevraagd vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als gevolg van de gezoneerde route Nachtegaalstraat - Schoolstraat (Herbergier en Thomashuis) en de gezoneerde Nieuwstraat (ter plaatse van de Herbergier).

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Bijlage 2 Onderzoek wegverkeerslawaai herontwikkeling Acaciaschool

Almelo Acaciaschool herontwikkeling Onderzoek wegverkeerslawaai

Almelo Acaciaschool herontwikkeling

Onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

400641.20171266

20‐09‐2021

projectleider:

opdrachtgever:

mr. S. Lamkadmi

Suijkerbuijk Vastgoed Consultancy

auteur(s):

mw. ing. P. Dijkgraaf ing. A.R.J. Kramer

Weena 505

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-201 85 55 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoud 1. 2.

3.

4.

5.

Inleiding

3

Toetsingskader

5

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

5 6 6 6 7

Normstelling wegverkeerslawaai Nieuwe situaties 30 km/u Cumulatie Gemeentelijk beleid

Berekeningsuitgangspunten

11

3.1. 3.2. 3.3.

11 11 13

Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Ruimtelijke gegevens

Resultaten

15

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

15 17 18 19 20

Gezoneerde wegen Niet‐gezoneerde wegen Maatregelenonderzoek Cumulatie Toetsing aan gemeentelijk geluidbeleid

Conclusie

23

Bijlagen: 1

Invoergegevens

2

Resultaten gezoneerde wegen

3

Resultaat niet‐gezoneerde weg

4

Gecumuleerde geluidbelasting

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.20171266

2

400641.20171266

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

3

1. Inleiding

De initiatiefnemer is voornemens om de Acaciaschool en het achtergelegen terrein te (her) ontwikkelen. Ter plaatse van het voormalige schoolgebouw en in de achterliggende nieuwbouw komt de Herbergier. De Herbergier is een zorgcomplex bestaande uit 16 zorgeenheden, een dienstwoning en een logeerkamer. In een apart gebouw op het nu braakliggend terrein achter de school, grenzend aan de Nachtegaalstraat wordt het Thomashuis gerealiseerd. Het Thomashuis is een bijzonder wooncomplex met 9 wooneenheden, een logeerkamer en een dienstwoning. Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai is noodzakelijk volgens de Wet geluidhinder (Wgh) indien de nieuwe complexen binnen de geluidzone van een gezoneerde weg wordt gerealiseerd. Verder omdat de nieuwe complexen op grond van de Wgh geluidgevoelige functies zijn. De nieuw te realiseren zorg‐ en wooneenheden zijn gelegen binnen de geluidzone van de Nachtegaalstraat, de Schoolstraat, het Acaciaplein en de Nieuwstraat. Daarnaast dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening een beschouwing te worden gegeven op het akoestisch klimaat als gevolg van de Nieuwstraat waarop een 30 km/uur regime geldt.

Figuur 1.1. Ligging planlocaties t.o.v. relevante wegen

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.20171266

4

400641.20171266

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

5

2. Toetsingskader

2.1.

Normstelling wegverkeerslawaai

Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen‐ of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanaf de kant van de weg en is gelegen vanuit de as van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Aantal rijstroken Breedte van de geluidszone (in meters) Buitenstedelijk gebied

Stedelijk gebied

5 of meer

600

350

3 of 4

400

350

1 of 2

250

200

In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van binnenstedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

Stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg

De ontwikkeling is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Nachtegaalstraat, de Nieuwstraat, de Schoolstraat en het Acaciaplein. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.20171266

6

toegepast bij toetsing van de geluidbelasting aan de normstellingen uit de Wgh. Op alle genoemde geluidbelastingen als gevolg van wegverkeer wordt in deze rapportage de aftrek toegepast, tenzij anders vermeld.

2.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe situaties is 63 dB.

2.3.

30 km/u

Zoals aangegeven bij de normstellingen (paragraaf 2.1) zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager op basis van de Wgh niet‐gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. De Nieuwstraat heeft direct ten oosten van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/uur. Op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden deze wegen in het akoestisch onderzoek betrokken. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Op basis van een ligging binnen de bebouwde kom bedraagt de maximaal aanvaardbare waarde 63 dB. De richtwaarden zijn opgenomen in onderstaande tabel 2.2. Tabel 2.2 Relevante richtwaarden 30 km/u wegen

2.4.

Richtwaarden

Maximale ontheffingswaarde

48 dB

63 dB

Cumulatie

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de gecumuleerde geluidbelasting beoordelen. In tabel 2.3 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen.

400641.20171266

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

7

Tabel 2.3 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM)

2.5.

Lden [dB]

Geluidkwaliteit

<45

zeer goed

46‐50

goed

51‐55

redelijk

56‐60

matig

61‐65

slecht

>65

zeer slecht

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijke geluidbeleid ‘Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 juni 2015. Het doel van dit beleid is het behouden van de goede kwaliteiten en het benutten van kansen om voor de verschillende gebieden binnen de gemeente de geluidkwaliteit en hiermee de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Almelo is hiertoe opgedeeld in verschillende gebiedstypen. Voor elk gebiedstype is voorts een passende geluidkwaliteit opgenomen, zie tabel 2.4. Tabel 2.4 Ambitietabel verkeerslawaai per gebiedstype

Opgemerkt wordt dat voor het gebiedstype ‘wonen’ een hogere geluidskwaliteit wordt nagestreefd dan voor het gebiedstype ‘mengvorm wonen en werken’. In tabel 2.5 zijn de geluidsklassen met de bijbehorende normen voor verkeerslawaai opgenomen. In veel gevallen ligt deze bovengrens lager dan wat wettelijk gezien maximaal kan worden vastgesteld. De reden hiervan vloeit voort uit de gedachte dat Almelo ernaar streeft om de maximale norm zo min mogelijk toe te passen en alleen daar waar het niet anders kan.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

400641.20171266

8

Tabel 2.5 geluidklassen

In figuur 2.1 zijn de stappen geformuleerd die doorlopen moeten worden om een verzoek voor een hogere grenswaarde te onderbouwen.

Figuur 2.1 Uitgangspunten bij een hogere grenswaarde procedure De gemeente Almelo hanteert de criteria voor het verlenen van een hogere grenswaarde: A. Hoofdcriteria “toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.” B. Nadere ontheffingscriteria: Locatiespecifieke afweging De onderstaande locatiespecifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen.

de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus‐ of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen(bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; ‐ de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.

400641.20171266

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

9

C. Akoestische compensatiemaatregelen De gemeente Almelo past primair de hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidsklasse verschillend. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarden t/m geluidklasse ‘onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse ‘onrustig’ worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. Indien mogelijk bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen treffen; 2. Indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; 3. In ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; 4. het stedenbouwkundige ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en; 5. vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.

Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarden t/m geluidklasse ‘zeer onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse ‘zeer onrustig’ worden aanvullend op de voorwaarden bij ‘onrustig’ ook de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal één verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal drie verblijfsruimten in de woning aan de geluidluwe zijde; 2. de buitenruimte (tuin of balkon) worden bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd; 3. wanneer de woning een balkon heeft aan de geluidbelaste zijde moet deze afsluitbaar zijn, zodat men zalf kan kiezen of men zich wil afzonderen van de hoge geluidbelasting of niet.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

400641.20171266

10

400641.20171266

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

11

3. Berekeningsuitgangspunten

3.1.

Rekenmethodiek en invoergegevens

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 2020.2 van DGMR. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op verkeer en weg (geluidafstraling); voor een ander deel op de omgeving van de weg (geluidoverdracht). Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren.

3.2.

Verkeersgegevens

Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de gemiddelde weekdagintensiteiten in motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) op de wegen. Voertuigcategorieën De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: 1. lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); 2. middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); 3. zware voertuigen (zware vrachtauto's). De verkeersgegevens zijn aangeleverd door de gemeente Almelo, deze bevatten de verwachtte verkeersintensiteiten in het jaar 2030. In tabel 3.1 zijn de voor de berekening gehanteerde intensiteiten opgenomen Tabel 3.1 Verkeersintensiteiten Wegvak

Intensiteiten 2030 in mvt/etmaal (weekdag)

Nieuwstraat

3.396

Nachtegaalstraat

5.929

Schoolstraat

5.006

Acaciaplein

3.864

Voertuigverdelingen De voertuigverdelingen zijn eveneens door de gemeente Almelo geleverd en zijn uit de volgende tabellen af te lezen.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.20171266

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=870f5115-ff79-4320-bfb5-d59f6791297a