CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Ontwerp bestemmingsplan Recreatiewoningen 't Maatveld.pdf

Raad 21 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W23.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage

Doorkiesnummer

Behandeld door L.E. Brouwer

Datum 30 november 2021

Onderwerp Ontwerp bestemmingsplan Recreatiewoningen 't Maatveld

Geachte leden van de raad, Initiatiefnemer heeft in het verleden een principemedewerking ontvangen voor het ontwikkelen van 5 duurzame en energieneutrale recreatiewoningen/lodges in een bestaand bosperceel nabij horecagelegenheid ’t Maatveld in Tusveld/Bornerbroek, waarbij dit innovatieve concept bijdraagt aan een verbreding van de recreatieve mogelijkheden binnen de gemeente.

Pagina 1 van 2 Raad - 2106926 DCS - 1429271

Met het Ruimtelijk Kwaliteitsplan en het Beplantingsplan wordt invulling gegeven aan zowel de basisinspanning als aanvullende maatregelen op basis van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving evenals de benodigde boscompensatie. Hiervoor wordt een strook grond door de Gemeente Almelo aan initiatiefnemer verkocht. Het planconcept past niet in het geldende bestemmingsplan. Nu het ontwerp bestemmingsplan voldoet aan de eerdere principemedewerking en de gestelde kwaliteitseisen, wordt dit plan ter inzage gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan ‘Recreatiewoningen ’t Maatveld is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het voorjaar van 2022 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

F.W. van Ardenne

Pagina 2 van 2

A.J. Gerritsen

Gemeente Almelo Ontwerp

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld

22 november 2021 NL.IMRO.0141.00066-BP21 www.dagnl.nl

NL.IMRO.0141.00066-BP21

2

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 10

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Functionele structuur 2.2 Landschap en stedenbouw 2.2.1 Historische ontwikkeling 2.2.2 Landschap omgeving plangebied 2.2.3 De Doorbraak 2.2.4 Recreatie 2.3 Verkeersstructuur

12 12 14 14 16 17 18 20

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving 3.4 Gemeentelijk beleid

21 21 21 23 24

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Bedrijven en andere activiteiten 4.2 Fysieke veiligheid 4.3 Externe veiligheid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Besluit Milieueffectrapportage 4.8 Flora en fauna 4.9 Archeologie en cultuurhistorie

27 27 29 32 34 35 35 36 38 41

Hoofdstuk 5

45

Waterparagraaf

Hoofdstuk 6 Planuitgangspunten 6.1 Ruimtelijke ontwikkeling 6.2 Verkeer en parkeren

48 48 50

Hoofdstuk 7 Juridische bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

53 53 53 55

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

59

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Omgevingsdialoog en Zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Omgevingsdialoog 9.3 Zienswijzen

60 60 60 60

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

3

NL.IMRO.0141.00066-BP21

BIJLAGEN VAN TOELICHTING

61

BIJLAGE 1

62

BIJLAGE 2

63

BIJLAGE 3

64

BIJLAGE 4

65

BIJLAGE 5

66

BIJLAGE 6

67

BIJLAGE 7

68

BIJLAGE 8

69

BIJLAGE 9

70

REGELS

71

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

73 73 79

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bos Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie Artikel 5 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog

80 80 81 83

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

85 85 85 85 86 87

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

88 88 89

BIJLAGE 1 VAN REGELS

90

BIJLAGE 2 VAN REGELS

91

VERBEELDING

92

4

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

TOELICHTING

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

5

NL.IMRO.0141.00066-BP21

6

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Vanaf 1999 is de initiatiefnemer voornemens een vijftal recreatiewoningen of lodges te bouwen op een bosperceel aan de weg Tusveld in het buitengebied van Bornerbroek, gemeente Almelo. Destijds behoorde het gebied van het buurtschap Tusveld nog bij de gemeente Borne. De lodges worden volgens een bijzonder concept luxe afgewerkte, duurzame en natuurlijke recreatieverblijven in het bos. Ze worden landschappelijk ingepast in de omgeving en kunnen een bijdrage leveren aan de recreatieve mogelijkheden van dit deel van de gemeente Almelo. Daarnaast wordt de kwaliteit van het bestaande bos verbeterd met extra groen en nabij een strook bos aangeplant, ter compensatie. Binnen het vigerende bestemmingsplan voor het Buitengebied Almelo is realisatie van de recreatiewoningen en de bosstrook niet mogelijk. Om die reden is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Recreatiewoningen t Maatveld" bestaat uit de volgende stukken: a.

regels;

b.

verbeelding;

c.

bijlagen bij de toelichting;

d.

bijlagen bij de regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. De bijlagen van de toelichting: Bijlage 1

Verslag omgevingsdialoog; december 2019, Wispels.

Bijlage 2

Watertoets; 3 augustus 2017.

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Het Maatveld; 27 augustus 2018, Greenhouse Advies.

Bijlage 4

Quickscan Flora & Fauna Wet natuurbescherming; 8 oktober 2018, Gras advies.

Bijlage 5

Bomeninventarisatie; juli 2015, Buro Hoogstraat.

Bijlage 6

Ruimtelijk Kwaliteitsplan ‘t Maatveld; 10 juni 2021, Buro Hoogstraat.

Bijlage 7

Almelo ‘t Maatveld, Beplantingsplan 1:1500; 20 november 2019, Dagnl.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

7

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Bijlage 8

Rapportage AERIUS-berekening ’t Maatveld Almelo; 27 januari 2021, Gras advies.

Bijlage 9

Rapportage aanvullend soortenonderzoek, Wet natuurbescherming ’t Maatveld 18 december 2020, Gras advies.

De bijlagen van de regels: Bijlage 1

Ruimtelijk Kwaliteitsplan ‘t Maatveld; 10 juni 2021, Buro Hoogstraat.

Bijlage 2

Almelo ‘t Maatveld, Beplantingsplan 1:1500; 20 november 2019, Dagnl.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het zuidoostelijk deel van het buitengebied van de gemeente Almelo vlak bij het buurtschap Tusveld, aan de gelijknamige weg. Ten noorden van het plangebied ligt de bebouwde kom van Almelo, naar het oosten liggen Borne en Zenderen en in het westen ligt de kern Bornerbroek.

Ligging van het plangebied ten zuiden van Almelo.

8

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

1.4

Huidige planologische situatie

Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavig bestemmingsplan, de volgende drie plannen: •

Bestemmingsplan “Buitengebied Almelo” van de gemeente Almelo, vastgesteld op 29 maart 2011 en onherroepelijk geworden op 26 september 2012.

•

Bestemmingsplan “Buitengebied correctieve herziening”, vastgesteld op 17 juli 2017 en onherroepelijk geworden op 13 september 2017. Dit plan heeft vooral betrekking op de gewijzigde archeologische waarden in het gebied. Veel onderdelen van de regels grijpen terug op het originele bestemmingsplan voor het buitengebied uit 2012.

•

Bestemmingsplan “Parapluherziening parkeren”, vastgesteld op 5 juni 2018 en onherroepelijk geworden op 1 augustus 2018.

In het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" heeft het plangebied voor de recreatiewoningen (deel 1) de bestemming ‘Bos’ (BO) en voor de bosstrook (deel 2) de bestemming ‘Sport’. In de directe omgeving van het plangebied zijn veel woningen bestemd als ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ (R-VR) en aangeduid als ‘recreatiewoning’ (rw). In de regels van de bestemming ‘Bos’ is beschreven dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd. Ook zijn er geen binnenplanse of buitenplanse ontheffingsmogelijkheden opgenomen om gebouwen mogelijk te maken. Binnen de bestemming ‘Sport’ is geen nieuw bos mogelijk. Onderhavig, zelfstandig bestemmingsplan voor de locatie ‘t Maatveld neemt de meest geactualiseerde regels over.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

9

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Vigerende bestemmingsplannen Buitengebied Almelo en Correctieve herziening, met de twee deelgebieden.

De planvorming voor de locatie speelt vanaf 1999. Sindsdien hebben planwijzigingen plaatsgevonden. Het college van de gemeente Borne heeft op 19 december 1999 aangegeven medewerking te willen verlenen aan de bouw van recreatiewoningen. Bij de overgang van het plangebied naar de gemeente Almelo zijn alle bestaande toezeggingen van de gemeente Borne overgenomen. In 2009 is het plan voorgelegd aan de provincie Overijssel. Gesteld wordt dat de provincie niet onwelwillend staat tegenover de voorgenomen ontwikkeling. Als voorwaarden worden gesteld dat er sprake moet zijn van een bedrijfsmatige exploitatie, een innovatief concept en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In een brief van 10 december 2010 geeft de gemeente Almelo aan, onder voorwaarden, medewerking te willen verlenen aan het wijzigen van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting van dit bestemmingsplan bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken:

10

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Hoofdstuk 1

Inleiding

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Hoofdstuk 4

Milieu-aspecten

Hoofdstuk 5

Waterparagraaf

Hoofdstuk 6

Planuitgangspunten

Hoofdstuk 7

Juridisch bestuurlijke aspecten

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9

Vooroverleg, Omgevingsdialoog en Zienswijzen

In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeerstructuur). Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, voor het buitengebied al is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent het vooroverleg en de omgevingsdialoog.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

11

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Hoofdstuk 2

2.1

De huidige situatie

Functionele structuur

Het plangebied, bestaande uit twee plandelen, ligt in het zuidoostelijk deel van het buitengebied van de gemeente Almelo ten noorden van het buurtschap Tusveld. Het terrein waarop de initiatiefnemer voornemens is de recreatiewoningen te realiseren (deel 1; kadastraal perceel, bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie P, nummer 109) heeft een oppervlakte van circa 0,89 ha en bestaat geheel uit bos met een grote diversiteit aan bomen- en plantensoorten, dat zich weinig onderscheid van de bospercelen in de omgeving. In het voorjaar van 2013 heeft grootschalig onderhoud plaatsgevonden, waardoor kwalitatief mindere bomen zijn verwijderd. Het bos heeft daardoor op een aantal plekken een meer open karakter gekregen. Het perceel is onderdeel van een grotere boszone, ten noordoosten van het natuurontwikkelingsproject De Doorbraak (geopend op 30 september 2016). Het plangebied voor de boscompensatie (deel 2) heeft een oppervlakte van circa 0,25 ha en bestaat uit een strook langs de rand van een agrarisch perceel en een sportperceel welke niet meer als zodanig in gebruik is. Ten noorden van het plangebied ligt het Nijreesbos dat geldt als recreatief uitloopgebied voor de Almelose wijken Windmolenbroek, Nijrees en De Riet. Nabij het plangebied voor de nieuwe recreatiewoningen, aan de zuidzijde staan vier objecten in het bos met een bestemming (recreatie)woning.

Zij worden ontsloten via de weg Het Maatveld en de Maatkampsweg. De naastgelegen woning aan de weg Tusveld en De Doorbraak wordt ontsloten via een zandpad binnen de oostgrens van het plangebied. Dit pad loopt verder naar het zuiden voor wandelaars langs de nieuwe beek.

12

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Luchtfoto van plandelen 1 en 2 naast de sportvelden en De Doorbraak.

Ten noorden van deel 1 van het plangebied ligt het restaurant ’t Maatveld, met een terras en een midgetgolfbaan. Achter het restaurant ligt een sportcomplex met voetbalvelden, een honkbalveld en daarbij behorende gebouwen. Het sportcomplex wordt ontsloten door de weg Het Maatveld. Tussen deel 1 van het plangebied, het restaurant en de sportvelden ligt een geasfalteerd parkeerterrein. Ten westen van de sportvelden ligt deel 2. De nieuwe bosstrook conformeert zich aan de strokenverkaveling langs de bestaande wegen in oost-westrichting. Aan de hand van een beschrijving van de historische ontwikkeling van het landschap in de omgeving van het plangebied en een beschrijving van het huidige landschap wordt het voorgenomen initiatief in het volgende hoofdstuk in de landschappelijke context geplaatst.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

13

NL.IMRO.0141.00066-BP21

2.2

Landschap en stedenbouw

2.2.1

Historische ontwikkeling

Situatie in 1850 Tot 1850 bestond de omgeving van het plangebied uit onontgonnen ‘woeste gronden’ met namen als Nijreesveld, het Maatveld en het Elhorsterveld. Vanaf de zuidelijke rand van Almelo liep er een brede zone met woeste gronden in zuidelijke richting Delden (Landgoed Twickel) en verder. Tussen deze gronden lagen kleine eilandjes van ontgonnen landbouwgronden rondom enkele vruchtbare essen, onder andere de Tusvelder Esch, en langs enkele waterlopen zoals de Tusvelderleiding, Lopbeek/Azelerbeek en Twickelervaart. Ter hoogte van het plangebied is op de topografische kaart uit 1850 zelfs ‘zandgrond’ als tekstuele aanduiding opgenomen. Op de woeste gronden komt geen bebouwing voor, deze is geconcentreerd op en rond de ontgonnen essen. Deze bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen.

Topografische kaart uit 1850.

14

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Begin twintigste eeuw Aan het eind van de negentiende eeuw is de industrialisatie van de Twentse steden op gang gekomen. Almelo, Hengelo en Enschede zijn via de Overijsselse Kanalen en het spoor verbonden met de grote steden in het westen van het land. In deze periode is het areaal woeste grond aanzienlijk afgenomen en ontgonnen voor de landbouw. Daarnaast is begonnen met de aanplant grove den als productiebos op een groot deel van de overgebleven woeste gronden. Het bos was in eerste instantie bedoeld voor de nieuwe industrieën en de zich ontwikkelende mijnbouw in Limburg. Later, toen het economisch tij in de jaren ’30 terug begon te lopen, werd de bebossing van de woeste gronden ingezet als werkverschaffing. In deze tijd zijn onder andere het Nijrees- en het Dikkersbosch aangelegd, maar zijn ook de bossen rondom Twickel aanzienlijk uitgebreid.

Topografische kaart uit het begin van de twintigste eeuw.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

15

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Eenentwintigste eeuw Met de aanleg van de rijkswegen A1/A35 in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw en met name het knooppunt Azelo is de omgeving van het plangebied afgesneden geraakt van de Twickelse bossen en meer en meer het recreatieve uitloopgebied van Almelo geworden. In het Nijrees-, het Dickersbos en langs het Tusveld hebben zich in de afgelopen decennia tal van recreatieve/toeristische functies gevestigd: enkele horecagelegenheden, de scouting en een trimbaan. De gebieden die niet zijn bebost, met name gelegen langs de A35, zijn verder ontgonnen voor modern agrarisch gebruik. Het buurtschap Tusveld is langs de gelijknamige weg verder uitgebreid. Naast woningen zijn ook andere functies als een aannemersbedrijf en een garagebedrijf verschenen.

Topografische kaart uit het begin van de eenentwintigste eeuw.

2.2.2

Landschap omgeving plangebied

Het verschil tussen de eerste ontginningen op de essen en langs de waterlopen en de voormalige woeste gronden is in het huidige landschap nog steeds herkenbaar. De kleinschaligheid van de Tusvelder Esch is nog steeds herkenbaar aan de kleine hoogteverschillen, het slingerend verloop van de weg Tusveld met aan weerszijden oude bomen, de grillige kavelvormen, de oude agrarische bedrijfskavels en de solitaire eiken in het land. Met name in westelijke en noordelijke richting wordt het verkavelingspatroon rationeler, het landschap vlakker en opener en het gebruik meer monofunctioneel. Het kleinschalige karakter van het landschap rondom de Tusvelder Esch is hier verdwenen.

16

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Verschil in landschapsvormen rondom het plangebied en het Tusveld.

Op basis van het oorspronkelijke landschap, met een duidelijk verschil tussen de eerste ontginningen op de Tusvelder Esch en de voormalige woeste gronden, en een grote verscheidenheid aan functies is een kleinschalig en gevarieerd landschap ontstaan.

2.2.3

De Doorbraak

Het waterschap Regge en Dinkel heeft recent De Doorbraak gerealiseerd, een nieuwe beek met een lengte van circa 13 kilometer die rondom het zuidelijke deel van Almelo loopt. Het doel van de nieuwe beek is de waterafvoer in het gebied te verbeteren, de ecologische waarden te vergroten en de waterkwaliteit te verbeteren. De Doorbraak volgt zoveel mogelijk de loop van de Tusvelder waterleiding en de Bornerbroekse waterleiding. De zone waardoor de beek loopt is zo'n 75 meter breed. Meestal is de breedte van de beek 15 tot 20 meter, maar bij veel neerslag is er extra ruimte voor het water gecreëerd.

De Doorbraak loopt direct ten oosten van het plangebied.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

17

NL.IMRO.0141.00066-BP21

2.2.4

Recreatie

In de beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied is al aangegeven dat het gebied rondom het Nijrees- en het Dickersbos zich heeft ontwikkeld tot het recreatieve uitloopgebied van Almelo. De bossen en akkerlanden worden doorsneden door recreatieve wandel-, fiets- en ruiterpaden. Deze paden zijn zowel onderdeel van lokale ‘rondjes’ als van grotere netwerken als het fietsknooppuntennetwerk Twente, het Wandelnetwerk Twente en Lange Afstandsroutes (zowel voor de fietser als voor de wandelaar). Een afgeleide doelstelling van de realisatie van De Doorbraak is het verbeteren van de recreatieve waarden van het gebied. De realisatie van de nieuwe beek betekent op zichzelf al een impuls voor de recreatieve waarden van het gebied. Grote delen van het gebied zijn bijvoorbeeld toegankelijk voor wandelaars (‘free walking area’). Maar doordat De Doorbraak onderdeel is van de ecologische verbindingszone tussen Twente en Salland betekent dit ook dat de aantrekkelijkheid van het gebied wordt vergroot. Daarnaast zijn aan De Doorbraak op strategische punten recreatieve voorzieningen als picknickplaatsen, informatieborden, uitzichtpunten en parkeervoorzieningen gekoppeld. Met name bij het Tusveld zijn deze voorzieningen gekoppeld aan de reeds aanwezige voorzieningen zoals restaurant ’t Maatveld. Op deze manier zijn langs De Doorbraak een aantal recreatieve knooppunten ontstaan.

Deze knooppunten zijn van belang voor Almelo, maar hebben daarnaast ook een regionale aantrekkingskracht als de toegangspoort tot De Doorbraak en omgeving.

18

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Uitsnede van de recreatiekaart, behorend bij het recreatieplan De Doorbraak.

Conclusie Met het realiseren van recreatiewoningen bij ’t Maatveld wordt het recreatieve voorzieningenniveau van het knooppunt aangevuld en verder versterkt. De inrichting van het plangebied zal sterke binding moeten hebben met De Doorbraak. Dit kan door met een natuurlijke overgang tussen beek en bos de aansluiting te zoeken en door zichtbaarheid en architectuur (natuurlijke, duurzame en ‘groene’ architectuur) van de recreatiewoningen de wederzijdse belevingsmogelijkheden. Door in te spelen op de combinatie van wandel- en fietsrecreatie, duurzaamheid en natuurontwikkeling kan een specifieke doelgroep worden aangeboord. In het plan zijn compenserende maatregelen opgenomen die de landschappelijke en ecologische waarden van de directe omgeving verbeteren. Bosgebieden worden beter met elkaar verbonden en de kleinschaligheid van het gebied wordt versterkt.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

19

NL.IMRO.0141.00066-BP21

2.3

Verkeersstructuur

’t Maatveld is onderdeel van een recreatief knooppunt. Op de plek waar De Doorbraak de weg Tusveld kruist komen verscheidene wandel- en fietsroutes samen, zijn twee restaurants gevestigd, een camping en ruime parkeermogelijkheden. Via de wegen Tusveld, Oude Deldensestraat en Verlengde Deldensestraat is de binnenstad bereikbaar voor zowel automobilisten als fietsers (verkorte route via de Steffensdwarsweg).

Restaurant ‘t Maatveld op hoek van de weg Tusveld (rechts) en de weg Het Maatveld met parkeerterrein (links).

Bestaand parkeerterrein aan de weg ‘t Maatveld.

20

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk worden uitsluitend de beleidskaders besproken welke relevant zijn voor de doorgevoerde wijziging. Per overheid wordt geconcludeerd of het initiatief past binnen het gevoerde beleid. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie waarin de gevolgen voor het initiatief worden besproken.

3.1

Rijksbeleid

Het rijksbeleid voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO) en de realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid. In de SVIR geeft de rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en op de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Eén van de kernbegrippen is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten meer ruimte geven om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het motto van deze structuurvisie is 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'. Dit is vertaald naar drie concrete doelstellingen: 1.

concurrentiekracht verbeteren;

2.

bereikbaarheid verbeteren;

3.

leefbare en veilige leefomgeving met unieke en cultuurhistorische waarden.

In het BARRO en de Realisatieparagraaf is vastgelegd op welke wijze de doelstellingen uit het SVIR worden uitgevoerd. De drie doelstellingen die het motto van de SVIR vertegenwoordigen, zijn terug te vinden in dertien nationale (gelijkwaardige) belangen. Conclusie Het nationaal belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de Natuurnetwerk Nederland (NNN) en robuuste verbindingszones raakt, gezien de ligging van het plangebied langs De Doorbraak, aan het initiatief. De realisatie van de recreatiewoningen schaadt het nationale belang echter niet.

3.2 De

Provinciaal beleid ruimtelijke

ontwikkeling

van

Overijssel

is

vastgelegd

in

de

Omgevingsvisie

en

de

Omgevingsverordening 2017 van de provincie Overijssel. Voor het plangebied gelden twee

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

21

NL.IMRO.0141.00066-BP21

ontwikkelingsperspectieven: 1.

Stadsrandgebied: sterke relatie tussen stad en land

2.

Buitengebied, accent veelzijdige gebruiksruimte: mixlandschap

Stadsrandgebied Stadsrandgebieden liggen op de overgang tussen bebouwd gebied en groene omgeving. Deze gebieden vormen zowel de entree van de stad als de verbinding tussen de stad en het buitengebied. In deze gebieden liggen kansen voor recreatiemogelijkheden, nieuwe landgoederen en eventueel stedelijke uitbreiding volgens gebiedskenmerken. In deze gebieden wordt de functie ‘uitloopgebied’ voor de stad versterkt door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Ook recreatieve functies en culturele voorzieningen kunnen op specifieke plekken in de stadsranden de kwaliteit en de aantrekkelijkheid verhogen. Mixlandschap In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (zoals recreatie, zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Nieuwe recreatiewoningen In de Omgevingsverordening 2017 wordt onder een recreatiewoning verstaan: “een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, dat niet op wielen verplaatsbaar is en dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdbedrijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor toeristisch of recreatief gebruik.

Onder recreatiewoningen worden niet verstaan groepsaccommodaties zoals kampeerboerderijen en jeugdherbergen”. In de verblijfsrecreatie is een toename in de vraag naar een gevarieerd aanbod en een hogere kwaliteit een belangrijke trend. Het huidige aanbod van recreatiewoningen in Overijssel sluit niet altijd aan bij de wensen van de hedendaagse consument. Met de Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) biedt de provincie Overijssel een stimulans voor de verbetering van de kwaliteit en het vergroten van de diversiteit met innovatieve concepten van bestaande recreatieterreinen waarvan de bouw van nieuwe recreatiewoningen onderdeel uitmaakt. Een belangrijke voorwaarde is dat de bedrijfsmatige exploitatie is verzekerd van het complex van verhuurde recreatiewoningen. Permanente bewoning wordt uitgesloten. De in het gebiedsperspectief voor Noordwest-Overijssel aangewezen mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties blijven gehandhaafd. Buiten deze specifieke plannen is er geen ruimte voor nieuwe recreatiewoningen, tenzij sprake is van een innovatief concept of indien de realisering van de recreatiewoningen onderdeel uitmaakt van een kwaliteitsimpuls van bestaande recreatieterreinen. De ontwikkeling van recreatiewoningen vindt plaats volgens de gebiedskenmerken.

22

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Conclusie Het plangebied ligt in een gebied met veel recreatieve mogelijkheden. De realisatie van De Doorbraak heeft deze mogelijkheden verder vergroot en van ’t Maatveld en omgeving een recreatief knooppunt gemaakt. De realisatie van de recreatiewoningen past binnen de provinciale ontwikkelingsperspectieven. Het plangebied ligt niet in Noordwest-Overijssel, waardoor er in principe geen ruimte is voor nieuwe recreatiewoningen. Een uitzondering wordt gemaakt voor plannen met een innovatief concept of wanneer de nieuwe recreatiewoningen een kwaliteitsimpuls betekenen voor een recreatieterrein. De recreatiewoningen voldoen aan de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie. Het innovatieve aspect van het initiatief en de kwaliteitsimpuls komt naar voren op een aantal niveaus. Ten eerste vormt de bouw van de recreatiewoningen volgens een bijzonder concept een kwalitatieve en functionele aanvulling op het huidige recreatieve aanbod van zowel het recreatieve knooppunt als de gemeente Almelo. Ten tweede wordt met het ontwerp voor het inrichtingsplan en de recreatiewoningen nadrukkelijk aangesloten bij de landschappelijke karakteristiek en De Doorbraak. Tot slot moet in het architectonische en bouwkundige ontwerp de ecologische footprint van de recreatiewoningen zo klein mogelijk worden. Daarom wordt geconcludeerd dat er voor dit initiatief ruimte is voor ontwikkeling.

Natuurontwikkelingsproject De Doorbraak, gezien vanaf de nabijgelegen Grote Bavenkelsweg.

3.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

De provincie Overijssel wil hiermee een impuls geven aan het landelijke gebied zodat de kwaliteiten ervan beschermd worden en waar mogelijk verbeterd. Hierbij geldt het principe ‘voor wat hoort wat’: als een initiatiefnemer een gewenste ontwikkeling van enige omvang in het landelijke gebied wil, is een tegenprestatie vereist.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

23

NL.IMRO.0141.00066-BP21

De hoofdlijnen van het KGO-beleid worden door de provincie als volgt samengevat: “Onder bepaalde voorwaarden ruimte bieden voor sociaaleconomische ontwikkeling, als deze vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en past in het ontwikkelingsperspectief voor het gebied. Bij nieuwe en relatief grootschalige ontwikkelingen moet naast een investering in de ontwikkeling zelf ook worden geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit; op deze manier wordt aantasting van de omgevingskwaliteit voorkomen of gecompenseerd” (Provincie Overijssel, 2010). Behalve de genoemde principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en de afweging of de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief voor het gebied, speelt ook mee of de ontwikkeling naast het eigen gewin voor de initiatiefnemer ook bijdraagt aan het maatschappelijke belang. Afhankelijk van de schaal van de ontwikkeling zijn twee soorten tegenprestaties te onderscheiden, namelijk de basisinspanning en de aanvullende tegenprestatie. Wanneer de ontwikkeling binnen het beleid past, wordt gekeken naar de impact ervan; deze wordt bepaald op basis van de functie, verschijningsvorm, gebiedskwaliteiten en het ontwikkelperspectief.

Aan de hand van deze informatie kan worden gekeken of een aanvullende tegenprestatie noodzakelijk is De basisinspanning is altijd noodzakelijk, maar de aanvullende is afhankelijk van een bepaalde omvang en/of impact op het landschap. De basisinspanning betreft het ruimtelijk inpassen van het erf. Bij de aanvullende tegenprestatie dient een percentage van de waardevermeerdering van het perceel te worden geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit (Provincie Overijssel, 2010). De waardevermeerdering (of meerwaarde) wordt berekend door de te maken kosten af te trekken van de waarde van de nieuwe bestemming. Het KGO-beleid is juridisch verankerd in de provinciale verordening (artikel 2.1.6). De uitvoering ervan wordt door de provincie zoveel mogelijk overgelaten aan de gemeenten, maar zij kan naast de verordening bijsturen als een provinciaal belang in het geding dreigt te komen. Een provincie kan onder andere een zienswijze indienen of een reactieve aanwijzing geven. De gemeente Almelo heeft de afspraken voor het KGO-beleid onderschreven. In onderhavig plan betekent dit dat extra aandacht is besteed aan ruimtelijke kwaliteit, ecologie, duurzaamheid en innovatie. Een en ander is vastgelegd in het Ruimtelijk Kwaliteitsplan, welke als bijlage 6 aan de toelichting is toegevoegd.

Daarnaast wordt dit Ruimtelijk Kwaliteitsplan ook als bijlage 1 bij de regels opgenomen en zijn de daarin opgenomen maatregelen met een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd.

3.4

Gemeentelijk beleid

Het ruimtelijk beleid van het buitengebied van de gemeente Almelo is vastgelegd in het Structuurplan Almelo (herziening 2018), het beleidskader landelijk gebied (10 juli 2012) en het bestemmingsplan Buitengebied Almelo (onherroepelijk op 26 september 2012). Voor een deel van het buitengebied is een bestemmingsplan Correctieve Herziening van kracht geworden (vastgesteld 18 juli 2017). Het bestemmingsplan is behandeld in paragraaf 1.4.

24

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in het buitengebied waardoor de visie voor het buitengebied het meest relevant is. Het buitengebied is het geheel aan grafelijke gebieden en landgoederen, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap, het boerenland en de beroemde groene longen van Almelo, die in een vlindervorm om onze stad en dorpen liggen. De gemeente wil het buitengebied optimaal benutten ten gunste van de economie, recreatie, imago, klimaatbestendigheid en duurzaamheidsdoelen, zonder nadelige effecten voor het buitengebied, de bewoners en gebruikers. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een vijftal recreatiewoningen die worden ingepast in een bosgebied. Tevens vindt boscompensatie plaats.

Deze kleinschalige ontwikkeling is passend bij de doelstellingen van de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving'. Kaderstelling landelijk gebied Op 10 juli 2012 heeft de gemeenteraad de 'Kaderstelling landelijk gebied' vastgesteld. Deze kaderstelling bevat een richtinggevend ruimtelijk beleidskader dat dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het landelijke gebied. In de kaderstelling wordt een viertal ruimtelijke kaders specifiek genoemd: 1. Het landelijk gebied is in principe primair bestemd voor de uitoefening van de agrarische sector. 2. Nieuwe initiatieven mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet hinderen. 3. De groene longen worden gevrijwaard van verdere stedelijke ontwikkeling. 4. Nieuwe initiatieven die: a. niet binnenstedelijk zijn op te lossen; b. van oorsprong al in het gebied aanwezig zijn kunnen eventueel worden ingepast, indien met het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving de aanwezige ruimtelijke kwaliteit in het gebied wordt versterkt. Met de kaderstelling is eveneens het werkboek 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' vastgesteld als toetsingsinstrument voor nieuwe initiatieven in het buitengebied. Met de provincie is uitgebreid overleg gevoerd over deze extra kwalitatieve bijdrage, wat met de boscompensatiestrook richting het Nijreesbos wordt vormgegeven.

Ecologisch levert dit een belangrijke extra mitigatiemogelijkheid voor planten en dieren. Er wordt gestuurd op synergie tussen stad en land. Versterking van recreatieve mogelijkheden krijgt daarbij voor de stadsrandzones een hoge prioriteit. Naast de recreatieve infrastructuur van wandel- en fietspaden, dragen ook recreatiewoningen bij aan een optimale verwevenheid tussen stad en platteland. Daarnaast heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar overzichtsuitspraak omtrent de Ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 onder andere bepaald dat de

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

25

NL.IMRO.0141.00066-BP21

toevoeging van niet meer dan 11 woningen op één woningbouwlocatie in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. De toevoeging van 5 duurzame recreatiewoningen of lodges in een bestaand bosgebied is aanzienlijk beperkter van omvang, zodat dit geen stedelijke ontwikkeling betreft. Bovendien zorgen deze recreatiewoningen voor de gewenste verwevenheid tussen stad en platteland. Conclusie Het initiatief is onder voorwaarden passend binnen het gemeentelijk beleid. Zowel in de gemeentelijke Omgevingsvisie en de ‘Kaderstelling landelijk gebied’ biedt de ligging van het plangebied in de zuidelijke groene long van Almelo mogelijkheden de recreatieve waarden van dit gebied te versterken. Door met de bouw van de recreatiewoningen nadrukkelijk aan te sluiten op de natuur (De Doorbraak en boscompensatie) en buitenbeleving van de omgeving (Nijreesbos en routes) wordt hieraan voldaan. De vigerende bestemmingsplanregels voor het Buitengebied van de gemeente Almelo bieden geen mogelijkheden. Onderhavig bestemmingsplan is dus noodzakelijk om de recreatiewoningen te kunnen realiseren.

26

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Hoofdstuk 4

Milieu-aspecten

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Omdat door middel van voorliggende bestemmingsplan een nieuwe ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, moet worden aangetoond dat deze haalbaar is in relatie tot de planologische en milieuhygiënische aspecten. Dit bestemmingsplan is gericht op het toestaan van nieuw gebruik, vijf recreatiewoningen of lodges, in een bestaand bos. En de realisatie van een nieuwe bosstrook. De bestaande en nieuwe ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied zijn in voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. Voor zover het bestemmingsplan slechts een beheersfunctie heeft ten aanzien van het bos, hoeven geen planologische en milieuaspecten te worden onderzocht.

4.1

Bedrijven en andere activiteiten

Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw).

4.1.1

Wijze van beoordelen

De invloed van de aanwezige bedrijven en de mogelijke potentiële milieubelasting van toegestane bedrijven op het plangebied zijn beoordeeld. Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Vervolgens is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het plan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen.

4.1.2

Externe zonering

De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting. Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving wordt gestreefd naar functiemenging of functiescheiding. Binnen de functiescheiding worden twee gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Het plangebied is gelegen in een omgeving dat is aan te merken als een 'rustige woonwijk'.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

27

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Bij deze milieucategorie gelden de volgende richtafstanden: Milieucategorie

Aan te houden afstand tot woonwijken (zone)

1

0 tot 10 meter

2

30 meter

3.1

50 meter

3.2

100 meter

4.1

200 meter

4.2

300 meter

5.1

500 meter

5.2

700 meter

5.3

1000 meter

6

1500 meter

4.1.3

Beoordeling

Algemeen De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd dient bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval worden vijf recreatiewoningen toegevoegd. Ten aanzien van de functie 'verblijfsrecreatie' wordt opgemerkt dat een dergelijke functie niet wordt beschouwd als een milieubelastende functie voor de omgeving. Er is daarom geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Op het perceel Tusveld 22 is een aannemerij gevestigd. De afstand tot de grens van het plangebied bedraagt circa 160 meter.

De minimale afstand van een gevoelig object tot een aannemersbedrijf bedraagt 50 meter als gevolg van geluid. Op het perceel Tusveld 15 is een autobedrijf gevestigd, voor de in- en verkoop van auto’s, reparatie- en

28

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

onderhoud en schadeherstel. De afstand tot de grens van het plangebied bedraagt circa 190 meter. De minimale afstand van een gevoelig object tot een autoschadeherstelbedrijf bedraagt 100 meter als gevolg van geluid. Op het perceel Tusveld 31 is een horecabedrijf gevestigd. De afstand tot de grens van het plangebied bedraagt circa 20 meter; de bouwvlakken voor de recreatiewoningen liggen op minimaal 50 meter. De minimale afstand van een gevoelig object tot een horecabedrijf bedraagt 10 meter als gevolg van geur, geluid en gevaar. Met name geur van horeca kan overlast geven. Afgezien dat de kleine recreatieunits niet ingericht worden voor langdurig verblijf is de afstand zodanig dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met het naastgelegen horecabedrijf. Geur zou een aspect kunnen zijn dat speelt in het buitengebied. Binnen een zone van 50 meter buiten het plangebied bevindt zich echter geen agrarisch bedrijf met intensieve veeteelt. Het eerste agrarische bedrijf, Tusveld 69, is gelegen op een afstand van meer dan 150 meter van een recreatiewoning. Dit aspect wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Naast het te ontwikkelen gebied is een honkbal veld gelegen (gemeentelijk eigendom). Dit veld heeft verlichting en kan worden beschouwd als een veldsportcomplex categorie 3.1 met een minimale afstand van 50 meter tot gevoelige bebouwing.

De afstand tussen dit complex en initiatief bedraagt ten minste 75 meter en is hiermee milieu hygiënisch voldoende.

Conclusie De afstanden van de bedrijven tot de grens van het plangebied, en daarbij ook tot de te bouwen recreatiewoningen, zijn in alle gevallen groter dan de richtafstanden van deze bedrijven volgens de VNGbrochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

4.2

Fysieke veiligheid

4.2.1 Algemeen Het aspect fysieke veiligheid beoogt het beschermen van mens, dier en milieu tegen (de gevolgen van) ongevallen en rampen. Om de effecten van een incident zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat hulpverleningsdiensten op kunnen treden en dat burgers zich in veiligheid kunnen brengen. Het bestemmingsplan is op fysieke veiligheidsaspecten getoetst aan landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en/of regelgeving. Dit betreft de onderdelen: •

bereikbaarheid;

•

opkomsttijd;

•

bluswatervoorziening;

•

zelfredzaamheid;

•

sirenedekking;

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

29

NL.IMRO.0141.00066-BP21

•

samenhang veiligheidsketen.

4.2.2 Beoordeling Bereikbaarheid Bij het bepalen of er een goede bereikbaarheid van de gebouwen via het openbare wegennet wordt het plangebied getoetst aan de handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019. Hierbij wordt beoordeeld of: •

De wegen voldoen aan de specifieke afmetingen van brandweervoertuigen;

•

Een willekeurig adres binnen een verblijfsgebied in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar is;

•

Of de verkeersaders aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde doorgang bieden.

Het plangebied is vanuit verschillende richtingen goed te bereiken. Er wordt op dit punt dan ook voldaan aan de handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019. Opkomsttijd De opkomsttijd is de optelsom van de verwerkingstijd van de melding, de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd is daarbij de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het voertuig de kazerne verlaat. De aanrijdtijd is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft om van de kazerne naar het plaats incident te gaan. De opkomsttijd van de brandweer wordt als een belangrijk kwaliteitskenmerk van de brandweer beschouwd. In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgelegd en staan in onderstaande tabel beschreven. Normtijd

Gebruiksfunctie

5 minuten

Winkel met gesloten constructie (tijdens openingsuren), wonen boven winkel, cel

6 minuten

Portiekwoningen/portiekflats, woning verminderd zelfredzamen

8 minuten

Overige woningen, winkels, gezondheidszorg, onderwijs, kinderdagverblijf, logies

10 minuten

Kantoor, (lichte)industrie, sport, overige ruimtes voor bijeenkomsten, overige gebruiksfuncties

Daarnaast is het 'Dekkingsplan Brandweer Twente', dat onderdeel uitmaakt van het beleidsplan, vastgesteld. Voor 'overige woningen', waaronder ook logies en derhalve recreatiewoningen vallen, geldt een opkomsttijd van 8 minuten. Uit berekeningen blijkt dat de brandweer binnen deze norm ter plaatse kan zijn. Bluswatervoorziening Voor een optimale bluswatervoorziening wordt onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzieningen. Dit is van belang omdat de eisen voor de afstand, de capaciteit en de bereikbaarheid verschillend zijn. De basiskenmerken van deze drie modellen zijn: •

De primaire bluswatervoorziening

Boven- of ondergrondse brandkranen die geplaatst zijn op het drinkwaterleidingnet.

30

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

•

De secundaire bluswatervoorziening

De secundaire bluswatervoorziening is in principe aanvullend op een primaire bluswatervoorziening. Een secundaire bluswatervoorziening kan bestaan uit geboorde putten, bluswaterriolen, vijvers e.d. of ondergrondse reservoirs. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 320 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 8 meter kunnen bereiken. •

De tertiaire bluswatervoorziening

Bij de noodzakelijke inzet van grotere hoeveelheden water of gedurende langere tijd zijn de primaire en secundaire voorzieningen niet voldoende. Water wordt dan onttrokken uit bijvoorbeeld kanalen. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 2.500 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 50 meter kunnen bereiken. Tijdens de beoordeling van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt beoordeeld of een brandweerkraan dient te worden geplaatst. Zelfredzaamheid Voor de bestrijdbaarheid van een incident zijn onder andere de bereikbaarheid voor hulpdiensten, de opkomsttijd en de bluswatervoorziening van belang. Daarnaast speelt de zelfredzaamheid van burgers een rol. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan hoofdzakelijk uit schuilen en vluchten. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. De ruimtelijke inrichting van het gebied kan op verschillende manieren inspelen op de zelfredzaamheid. Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van vijf recreatiewoningen. De bewoners van een dergelijke woning zullen over het algemeen zelfredzaam zijn.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het plangebied in verschillende richtingen te ontvluchten. Sirenedekking De Regionale Brandweer Twente heeft de taak zich voor te bereiden op de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen en het waarschuwen van de bevolking middels het sirenenet. De sirenes worden eens per maand op een vast moment in heel Nederland luid getest, om te controleren of de apparatuur werkt en om het signaal bij burgers bekend te maken, zodat de sirene in geval van een ramp wordt herkend. Het plangebied valt buiten het dekkingsgebied van sirenes. Opgemerkt wordt dat het ministerie van Justitie en Veiligheid voornemens is om het WAS-systeem binnenkort af te schaffen. Het alarm bij rampen wordt vervangen door een alarmering via social media, NL-alert, radio, geluidswagens, websites en sms'jes van de overheid. In voorliggend geval vormt het aspect sirenedekking dan ook geen belemmering. Samenhang veiligheidsketen De hoofdtaken van de brandweer zijn onderverdeeld in schakels uit de veiligheidsketen. De schakels zijn: Pro-actie; de schakel pro-actie gaat onder andere over de bluswatervoorziening, de bereikbaarheid en de

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

31

NL.IMRO.0141.00066-BP21

sirenedekking. Preventie; voor het aspect preventie geldt dat rekening moet worden gehouden met de bestaande weten regelgeving. Preparatie; voor hulpdienstrelevante objecten is het wenselijk om deze op te nemen in de planvorming van de brandweer, zoals een bereikbaarheidskaart of een aanvalsplan. Repressie; vanuit de repressieve dienst wordt ter plaatse bepaald hoe er wordt ingezet. Nazorg; de taak nazorg heeft geen consequenties voor de ruimtelijke ordening. Ondanks de gerealiseerde veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen blijft er een restrisico waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden.

4.3

Externe veiligheid

4.3.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); • het Registratiebesluit externe veiligheid; • het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo 1999); • het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

32

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

4.3.2

Beoordeling

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Onderstaand is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven. Met de zwarte bollenlijn is het plandeel voor de recreatiewoningen aangegeven.

Uitsnede Risicokaart Overijssel met grens rond plandeel 1 met recreatiewoningen (Bron: Provincie Overijssel)

In de omgeving van het plangebied zijn een aantal risicobronnen aanwezig, namelijk een gas meet- en regelstation en de spoorlijn Deventer-Hengelo. Aan de Brandweer Twente (onderdeel Veiligheidsregio Twente) wordt om een advies gevraagd. Spoorlijn Deventer-Hengelo Op circa 500 meter van het plangebied Iigt het spoortracé Deventer - Hengelo waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Voor het spoortracé geldt geen wettelijk plasbrandaandachtsgebied en daarnaast reikt de 10-6 plaatsgebonden risicocontour niet buiten het spoortracé. Aangezien het plangebied ook buiten 300 meter van deze risicobron Iigt wordt hierna niet verder ingegaan op de scenario's (plasbrand, BLEVE en toxisch) die zich voor kunnen doen. Gas meet- en regelstation

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

33

NL.IMRO.0141.00066-BP21

Op meer dan 30 meter van de plangrens Iigt het gas meet- en regelstation Tusveld van de Gasunie en tevens een aardgastransportleiding (6 inch) naar dit meet- en regelstation. Rondom het station ligt een 10-6-risicocontour voor het plaatsgebonden risico van 25 meter. Het plangebied valt buiten deze risicocontour. Langs de weg Tusveld en de Maatkampsweg liggen aardgasleidingen van de Gasunie. Aan weerszijden van de leiding ligt een belemmerende strook van 5 meter, gemeten vanuit het hart van de buisleiding (uit het Besluit externe veiligheid buisleidingen). Deze belemmerende stroken hebben geen invloed op het plangebied. Gezien de afstand tot de risicobron is een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk en wordt nader onderzoek niet nodig geacht. Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

4.4

Luchtkwaliteit

Hoewel de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe functie groter is dan de huidige functie, kan worden gesteld dat de vergroting van het aantal verkeersbewegingen geen aanzienlijke vermeerdering betekent van de dagelijkse hoeveelheid verkeersbewegingen in de omgeving. De vergroting van het aantal verkeersbewegingen draagt niet bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze redenering is getoetst door de NIBM-tool op www.infomil.nl in te vullen. De conclusie hiervan is dat het aantal verkeerbewegingen als gevolg van de realisatie van de recreatiewoningen niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar de bijdrage van de vergroting van het aantal verkeersbewegingen door de herontwikkeling van het gebouw is niet noodzakelijk.

34

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

NL.IMRO.0141.00066-BP21

4.5

Geluid

De realisatie van de recreatiewoningen en een bosstrook betekent dat er geen geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd aan de omgeving. Omliggende wegen spoorwegen of industrieterreinen liggen op ruime afstand. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en/of industrielawaai wordt om deze reden niet noodzakelijk geacht. Bij de afbakening van geluidsgevoelige functies die niet door de Wgh worden beschermd kan in eerste instantie worden aangesloten bij de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen van de Wgh. Ook voor andere functies kan, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een zeker mate van bescherming tegen geluid nodig zijn (bv recreatiewoningen). Gezien het feit dat de toegekende bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie" onder andere nachtverblijf toestaat, is sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven in de recreatiewoningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt daarom aan de recreatiewoningen een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe. Naastgelegen horecabedrijf met terrassen, midgetgolf, parkeerplaatsen en het sportterrein kan hinderlijk geluid geven. De naaste omgeving kent meestal een rustige sfeer.

Overlast van (menselijk stem)geluid vanaf de naastgelegen sportvelden en horecavoorziening wordt als acceptabel beschouwd, gezien de afstand (minimaal circa 40 meter) de aard van de recreatievoorziening die in alles (parkeren, unitinrichting, beheer, etc.) gericht is op een tijdelijk verblijf. Ook in het kader van een “goede ruimtelijke ordening” wordt daarom afgezien van verder onderzoek.

4.6

Bodemkwaliteit

Het plan maakt de bouw van een aantal recreatiewoningen mogelijk. Ten opzichte van de huidige situatie is er sprake van kort of langer verblijf van mensen in het plangebied. Om vast te stellen of milieukundige kwaliteit van de bodem hiervoor geen belemmering is, is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit plan is uitgevoerd door het bureau Greenhouse Advies (augustus 2018; zie bijlage 3). Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: •

In geen van de onderzochte bovengrondmengmonsters (BG1, BG2, BG3) gehalten boven de Achter-grondwaarden zijn aangetroffen;

•

In geen van de onderzochte ondergrondmengmonsters (OG1 en OG2) gehalten boven de Achter-grondwaarden zijn aangetroffen;

•

Het grondwatermonster uit peilbuis PB01 licht verontreinigd is met barium en zink;

•

Het grondwatermonster uit peilbuis PB02 licht verontreinigd is met barium.

Dit heeft geleid tot de volgende hoofdconclusies en aanbevelingen: •

Op basis van het aantreffen van verontreinigingen in het grondwater dient de hypothese “locatie is onverdacht” formeel verworpen te worden.

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

35

NL.IMRO.0141.00066-BP21

•

De

bodem

ter

plaatse

van

de

onderzoekslocatie

voldoet

aan

de

kwaliteitsklasse

Achtergrondwaarde. Wel is er in het bovengrondmengmonster BG1 een vluchtige oliefractie aangetroffen, hier zijn echter geen toetsingswaarden voor bekend. Het aantreffen van een vluchtige oliefractie kan duiden op de aanwezigheid van aromaten (BTEXN) in één of meer van de deelmonsters. Middels het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is hier meer duidelijk over te verkrijgen. •

Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk).

•

De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten.

•

Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Inmiddels heeft al controle van het verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden door de nieuwe organisatie ‘Regionale Utvoeringsdienst Twente’. Dit gaf geen bijzonderheden. Nader onderzoek is niet vereist. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van de bodem geen bezwaren zijn tegen het planvoorstel.

4.7

Besluit Milieueffectrapportage

4.7.1

Algemeen

In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: • Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; • Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). • Een plan kan m.e.r.- (beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk

36

Bestemmingsplan Recreatiewoningen t Maatveld (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=f3fcd3d8-cc66-464e-b3c7-d3bbf62444a7