CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Eindrapport Visitatiecommissie Financiële Beheersbaarheid Sociaal Domein.pdf

Raad 14 september 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W13.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In alle Twentse gemeenten is de schaarste in het sociaal domein een feit, zowel in menskracht als in financiële middelen. Almelo kan in de regio een mooie rol vervullen, door te handelen vanuit de vraag ‘Waar zou de regio ons mee kunnen helpen?’ Door regionaal vanuit dit perspectief te communiceren, wordt samenwerken geen doel maar een middel. De commissie verwacht dat hogere ambtenaren een mooie rol kunnen vervullen in het organiseren van deze dialoog, gericht op de complexe uitdagingen. 4. Aanbeveling: Benoem strategische partners, zowel lokaal als in de (sub)regio. Open met hen een constructief gesprek, neem hen mee in de gemeentelijke uitdagingen en luister ook naar de uitdagingen waar zij voor staan. Het investeren in de relatie met strategische partners is belangrijk om de gemeentelijke doelen in het sociaal domein te realiseren. Welke partners dit zijn, kan verschillen per deeldomein. De gemeente werkt bijvoorbeeld al intensief samen met zorgverzekeraar Menzis (zie regiovisie Twente Beter). Menzis is partner in het schuldenlab en biedt via de gemeente een minima-polis, waarin het eigen risico is meeverzekerd. Mogelijk is deze samenwerking uit te breiden naar preventieve gezondheid en de samenwerking met de huisarts (zie onder andere onderzoek van Significant2).

De prestatieafspraken met woningbouwcorporaties (op basis van woonvisie Almelo) zijn een ander belangrijk voorbeeld. Almelo laat met dit soort initiatieven zien dat niet alle problemen in het sociaal domein opgelost kunnen worden in het sociaal domein. Deze weg verdient het om verder te worden verkend.

1 2

18

Movisie, 2021, “Snijden of investeren in de sociale basis, het hoeft geen dilemma te zijn” VNG, 2018 “Onderzoek naar de waarde van minimapolissen”

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Do: Gemeente Almelo heeft het leren en het geïntegreerd sturen op resultaten in het sociaal domein op veel punten ingebakken in de organisatie. Prioritering is nodig rond de verschillende plannen, rekening houdend met de beschikbare randvoorwaarden en middelen. Er is de afgelopen jaren veel aandacht uitgegaan naar de organisatie en interne sturing binnen de gemeente (zie de beschrijving in hoofdstuk 2). Dit heeft geleid tot het organisatiemodel zoals beschreven in hoofdstuk 1. Ook is veel aandacht besteed aan het steeds verder vormgeven van monitoring (in toenemende mate integraal) en leren. De commissie is hiervan onder de indruk en ziet veel ideeën en energie om dit verder door te ontwikkelen. Zoals hierboven geschetst: aan plannen geen gebrek in Almelo. De commissie ziet hierin twee uitdagingen: het aantal van deze plannen in combinatie met een sterke interne gerichtheid. In de maatregelenplannen zijn veel initiatieven opgenomen. Om deze te kunnen realiseren, is capaciteit nodig van ambtenaren en veelal ook samenwerking met partijen in het veld. Capaciteit en tijd zijn naast financiële middelen ook in Almelo schaars. Het is dus belangrijk te prioriteren. 5. Aanbeveling: De wijkgerichte aanpak in Almelo maakt het mogelijk om maatregelen te differentiëren, passend bij de problematiek in wijken (sturen op metaniveau).

In rijkere wijken zou het gesprek met huisartsen bijvoorbeeld kunnen gaan over normaliseren van opvoedingsproblematiek, terwijl de huisarts in andere wijken een sterke signalerende functie kan hebben. Werk deze differentiatie uit op alle niveaus, van richtinggevende politieke uitspraak (zie ook de aanbevelingen onder Plan) tot aan instructies voor de teams die in de verschillende wijken actief zijn. 6. Aanbeveling: Borg randvoorwaarden (capaciteit, mensen en middelen om deze samenwerkingsrelaties aan te gaan) en geef waar nodig prioriteiten om het takenpakket binnen deze randvoorwaarden uit te kunnen voeren. Check: Almelo heeft sterke instrumenten en processen ingericht voor monitoring. Aandachtspunt is het organiseren van een meer kort-cyclische en geïntegreerde duiding van de ontwikkelingen. Uit de beschrijving van toegang en monitoring in hoofdstuk 2 blijkt dat de gemeente de monitoring sterk heeft ingericht. De commissie is hiervan onder de indruk en is nieuwsgierig naar hoe de nieuwe ideeën over het koppelen van wijkgerichte informatie (het wijkkompas) de wijkgerichte aanpak nog verder kunnen versterken. Met de gemeenteraad zijn afspraken gemaakt over de vormgeving van de jaarlijkse cyclus van begroting en verantwoording. Deze is vormgegeven op een klassieke wijze, voor een periode van steeds drie jaar.

De financiële afspraken in het coalitieakkoord staan onverminderd centraal, maar het is duidelijk dat deze niet gehaald gaan worden. 7. Aanbeveling: Combineer de klassieke PDCA met het leren door kort-cyclische reflectie. Het sociaal domein leent zich niet goed voor een klassieke PDCA-aanpak alleen. Er is weinig beleidstheorie die evidence based is. De kern van sturing in het sociaal domein is daarom om samen op te zoek gaan naar wat werkt en snel kunnen bijsturen. Het is belangrijk om ‘samen’ breder te zien dan alleen de gemeentelijke organisatie. Lokaal en regionaal leert men van elkaar. Juist omdat sturen in het sociaal domein zo lastig is, is het belangrijk om rond dit kort-cyclische leren een cultuur van veiligheid te creëren. 8. Aanbeveling: Een van de thema’s die bij dit leren aan de orde kan komen, is de dialoog over normaliseren. Op wijkniveau kunnen teams aan de slag met vragen als ‘Wat zijn normale opvoedingsvraagstukken?’ en ‘In welke situaties is echt hulp nodig?’. 9. Aanbeveling: Neem tijd voor gezamenlijke analyse en duiding. Uit de beschrijving in hoofdstuk 2 blijkt dat Almelo veel van de cijfers als puzzelstukjes op microniveau al beschikbaar heeft. Uitdaging is deze te integreren, te vertalen naar macroniveau en deze samen met alle organisatielagen en externe partners te duiden (zie ook aanbeveling 10).

De ervaring in Utrecht is dat je daarin ook aannames mag maken. Niet alle causaliteit is hard te maken. 10. Aanbeveling: Besteed daarom zeker ook aandacht aan het verhaal achter de cijfers en betrek hierin ook de raad en externe partners. Voorbeeld: Utrecht organiseert twee tot drie keer per jaar een ‘samen kijken naar de cijfers’-sessie. Daarin confronteren ze cijfers met aannames en verwachtingen. Deelnemers zijn college,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

19

raad en externe partners. Bij het gesprek over uitstroom vanuit residentiële voorzieningen kwam het gebrek aan woonruimte naar voren. Dat werd een aandachtspunt waar de gemeente mee aan de slag gaat. Adjust: Almelo heeft haar visie sterk vertaald tot in de uitvoering. Dit leidt tot mooie resultaten. De commissie merkt ook dat er ongeduld is op terreinen waar veranderingen meer tijd vragen. Sociaal-domein-breed kijken naar de ontwikkelingen zal het begrip van de weerbarstige praktijk vergroten, inspiratie bieden voor verbeteringen, met een balans tussen korte- en lange-termijn-resultaten. Gedeeld begrip zal bestuurders en raad sterken in het geloof dat Almelo op de goede weg zit. Het zal daarmee inspireren om de ingeslagen weg voort te gaan en waar nodig actief onderbouwd bij te sturen. Het is belangrijk dat bestuurders de blik op de horizon houden. Almelo is succesvol door haar strategie om integraal en wijkgericht te werken. Inzichten op het brede sociale domein worden in de uitvoering bij elkaar gebracht en leiden tot aantoonbaar positieve resultaten voor burgers. Wijkteammedewerkers en burgers zeggen de kracht te ervaren van deze werkwijze. De kwaliteitstafel werkt als een PDCA-cyclus op casusniveau. Professionals in de toegang ervaren ruimte om verbinding te zoeken met wat er gebeurt in de wijken. In veel wijken zijn wijkregisseurs zichtbaar aanwezig.

Ze kunnen ‘oren en ogen’ zijn voor wat speelt en nodig is in de wijken. Er is veel energie om de wijkgerichte aanpak door te ontwikkelen. Het vertalen van de effecten op microniveau naar resultaten op macroniveau vraagt aandacht. Wethouders hebben dit nodig om het geloof in deze aanpak te blijven uitstralen. Kort gezegd zijn alle ingrediënten aanwezig om de ontwikkelingen goed te volgen, te duiden en op basis daarvan bij te sturen. In 2018 is een overleg gestart, waarin de drie wethouders als een gezamenlijke stuurgroep worden geïnformeerd over de ontwikkelingen in het sociaal domein; inhoudelijk en cijfermatig. Ook de rapportages vanuit de ambtelijke organisatie worden in toenemende mate gericht op de samenhang tussen inhoud/cijfers, tussen de deeldomeinen en met aandacht voor kenmerken van de diverse wijken. Dit leidt tot interessante gesprekken, onderling begrip maar zeker ook samenhang en inspiratie. Nieuw is dat bezuinigingstaakstellingen niet langer per deeldomein maar integraal worden opgepakt, al zijn ze nog wel per domein opgesteld. De uitdaging in het sociaal domein is daarmee nog sterker een gedeelde verantwoordelijkheid van de drie wethouders. 11. Aanbeveling: geef gekozen maatregelen de tijd om effect te sorteren en houd koers, ook als de gewenste resultaten niet op de gewenste termijn worden geboekt.

De commissie verwacht dat de wethouders samen de kracht van Almelo en de regio kunnen vertalen naar een versterking van de ‘sociale stijging’, zoals verwoord in de visie. Ook in het gesprek met de gemeenteraad kan dit bredere perspectief helpen om samen vooruit te blijven kijken en vanuit kansen te denken; zie ook aanbeveling 1. 12. Aanbeveling: Kies voor een passende mix van harde, formele sturingsinstrumenten en zachtere, informelere sturingsinstrumenten. De commissie heeft de indruk dat de bestuurders in Almelo veelal harde instrumenten inzetten. Beleidsmedewerkers zien ook de kracht van inspanningen die gericht zijn op het versterken van de relatie en het samen leren. Deze zachtere aanpak vraagt een langere adem. Daarover ervaren medewerkers ongeduld bij bestuurders. De crux zit in de combinatie van beide. Bijvoorbeeld: de nieuwe aanpak pilotwijken laat zien dat de krachtige toepassing van een visie effectief is. De bestuurders moeten zich echter ook realiseren dat het structureel implementeren van deze werkwijze met alle betrokken professionals in de hele stad nog veel tijd en inspanning zal vragen, zeker tijdens de coronapandemie.

20

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bijlage I – Grip… Grip in het sociaal domein of elders heeft steeds te maken met twee onderdelen: inzicht en handelingsperspectief. Om grip te kunnen hebben, moet je weten welke ontwikkelingen zich voordoen. Vervolgens moet je hier in meer of mindere mate sturing aan kunnen geven óf op kunnen anticiperen. Zonder dit laatste is er geen sprake van grip, maar alleen van inzicht. Daarbij is het goed om je te realiseren dat er vrijwel nooit sprake kan zijn van volledige grip, zeker in het sociaal domein niet. Er is altijd sprake van (de kans op) externe beïnvloeding die buiten het handelings- en zichtvermogen ligt en waar maar in beperkte mate op geanticipeerd kan worden. Gelukkig betreft dit over het algemeen maar een beperkt deel van het domein. Grip hebben begint zoals gezegd met het hebben van inzicht. Echter, ook inzicht komt niet vanzelf en vraagt een afbakening en een antwoord op de vraag: waar wil je inzicht in hebben? We willen nu uiteraard niet verzanden in een eindeloze exercitie waarin we afpellen tot de kern van de scope van je gewenste inzicht, maar we kunnen nu voor het gemeentelijke sociaal domein wel stellen dat de visie het startpunt vormt van grip. In een visie verwoordt een gemeente namelijk een ideaal toekomstbeeld voor (een deel van) de gemeente.

Hierin schetst een gemeente hoe de lokale samenleving functioneert, welke maatschappelijke resultaten worden bereikt en wat de uitgangspunten vormen waarmee dat ideaalbeeld gerealiseerd kan worden. Een visie laat zien wat je als gemeente in de kern het allerbelangrijkste vindt, zowel als het gaat om het uiteindelijke doel als om de route die je daarvoor af moet leggen. Een visie hoort richting te geven en wel op zo’n manier dat duidelijk is welke richting gekozen wordt en op welke manier deze richting bewandeld wordt. Met name die duidelijkheid blijft een lastig aspect van iedere visie en is ook inherent aan het concept visie. Een visie is namelijk een geabstraheerde beschrijving van een toekomstsituatie die in de praktijk altijd veel complexer is en veel nuances kent. De taal die gebruikt wordt voor het beschrijven van een visie bestaat dan ook voornamelijk uit abstracte begrippen. Die zijn goed om een beeld te schetsen, maar ontoereikend om een precies beeld te tekenen, met alle specificaties. Zo blijven veel visies dan ook hangen in containerbegrippen, zonder dat ze houvast geven aan de mensen die uitvoering moeten geven aan die visie.

Wil je een visie laten werken? Dan moet je een vertaalslag maken en als gemeente steeds opnieuw zo concreet mogelijk de volgende vraag beantwoorden: Wat wil ik concreet zien veranderen op straat/in de wijk/bij mensen thuis? Met een dergelijke vertaling wordt een visie namelijk pas hanteerbaar, meetbaar en vervolgens stuurbaar. Om een visie ook meetbaar te maken, moet deze vertaling eerst nog geoperationaliseerd worden. Dat betekent dat er indicatoren geformuleerd worden die meetbaar zijn en bij voorkeur niet al te veel administratieve lasten met zich meebrengen. Over het algemeen is dat een relatief makkelijke doorontwikkeling. De voornaamste moeilijkheid bestaat uit het concreet maken van een visie. Dat gaat namelijk gepaard met het maken van keuzes en het trekken van duidelijke grenzen. Om te komen tot inzicht is er naast deze uitwerking nog één belangrijk aspect nodig en dat is een beleidstheorie (ofwel een effecttheorie). Dat is een uitwerking van de redeneerlijn die loopt van de inzet van middelen (input) en de uitvoering van activiteiten (throughput) naar de concrete resultaten (output) en de directe (outcome) en indirecte (impact) effecten. Deze redeneerlijn maakt in feite zichtbaar met welke concrete handelingen je bepaalde resultaten en effecten verwacht te behalen. Daarbij gaat het in eerste instantie niet om causale relaties die al op voorhand zijn vastgesteld.

Het mag best zo zijn dat redeneerlijnen achteraf niet blijken te kloppen. Door ze echter te expliciteren, wordt het mogelijk om ze ook te toetsen en kun je ze naderhand ook bijsturen (zie het voorbeeld in onderstaand kader).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

21

Een voorbeeld: Stel dat er grote vraag is naar ondersteuning van jeugd als gevolg van vechtscheidingen. Om dit aan te pakken, wordt het idee geopperd om vanuit de gemeente relatietherapie aan te bieden aan ouders en daar een bepaald bedrag voor te reserveren. In de uitwerking van de beleidstheorie betekent dit de volgende reeks: Input

X bedrag

Throughput

Output

Outcome

Impact

Relatietherapie

Relatietherapietrajecten

Afname vechtscheidingen

Afname ondersteuningstrajecten Jeugd

Door aan alle onderdelen van de bovenstaande reeks één of meerdere indicatoren te koppelen, wordt zichtbaar wat er gebeurt. Daarmee staat niet automatisch vast dat dit veronderstelde causale verband ook daadwerkelijk zo werkt in de praktijk. Dit vraag namelijk ook om een duiding van externe ontwikkelingen. Wel maakt het dat uitspraken hierover een stuk aannemelijker gemaakt kunnen worden en dat er dus nauwkeurige besluitvorming (sturing) kan plaatsvinden.

Het sturingsaspect van grip is met het juiste inzicht vervolgens niet meer dan draaien aan de knoppen die gegeven zijn. Deze knoppen zitten verwerkt in de organisatie van het sociaal domein (bijvoorbeeld de organisatie van de toegang), de gekozen bekostigingssystematiek en de contracten met zorgaanbieders. Uiteraard hangt de mate van sturing af van de mate waarin de sturingsmogelijkheden ook geborgd zijn in uitvoeringsrichtlijnen, afspraken en opgenomen contractuele verplichtingen. Er is echter meer mogelijk door naast de formele sturingsmogelijkheden ook de informele sturingsmogelijkheden te benutten. Die zitten vaak in het regelmatig, in onderling vertrouwen voeren van gesprekken en het creëren van een gezamenlijk eigenaarschap. Dit kost wel tijd en vaak ook het nodige geduld. Onderling begrip ontstaat namelijk niet zomaar. Desalniettemin heeft deze vorm van sturing altijd wel de voorkeur boven de formele sturingsmogelijkheden. Het sociaal domein is namelijk een complex ecosysteem dat zich nooit helemaal laat vangen in afspraken, contracten of procedures en in een dergelijk ecosysteem heb je meer aan een partner dan aan een opdrachtnemer. In onderstaand figuur is de vertaling van de visie naar operationele indicatoren en de beleidstheorie schematisch weergegeven. Beleid (gemeenten)

Throughput (zorg leveren)

ten Me

Sturen

Meten

Sturen

Meten

Sturen

Input (middelen, mankracht)

Output (aantal geholpen cliënten) Causale relatie

Uitvoering (zorgaanbieders)

22

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

n

Indicatoren ure

Indicatoren

St

Indicatoren

ten

Doelen

Me

Randvoorwaarden

ren

Uitgangspunten

Outcome (directe effect)

Stu

Meten

Beleid (gemeenten)

Impact (indirecte effect)

Bijlage II – Gegevensrapportage 1. Gegevensrapportage voorafgaand aan visitatie gemeente Almelo Om een beeld te scheppen van hoe de gemeente Almelo er uit ziet in cijfers, is op verzoek van gemeente Almelo deze gegevensrapportage opgesteld. Die ligt hier voor u. Het is een globaal en algemeen beeld van Almelo, haar sociaal domein. Daarbij wordt aangetekend dat een beeld in cijfers nooit een volledig beeld geeft. Alle hierin gebruikte cijfers zijn verkregen uit openbare bronnen. De organisaties die deze openbare bronnen beheren (voornamelijk het Centraal Bureau voor de Statistiek, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en VNG Realisatie) doen hun best om te zorgen dat hun cijfers zo veel als mogelijk juist zijn. Hierbij zijn ze afhankelijk van de organisaties die hen informatie aanleveren (voornamelijk de gemeente zelf en diens verbonden partijen). Om die reden kunnen deze organisaties niet garanderen dat de informatie precies klopt. De VNG is zich daarvan bewust. Wij gebruiken daarom de cijfers in deze gegevensrapportage niet om definitieve conclusies te trekken over de gemeente Almelo of de mate van grip, tenzij de cijfers in deze rapportage worden gecorroboreerd op basis van andere informatie. De cijfers worden daarom ook niet achteraf gewijzigd als blijkt dat ze niet kloppen.

De cijfers in dit stuk zijn ontleend aan CBS Statline, de gemeentelijke monitor sociaal domein en Informatie voor Derden (IV3), tenzij anders vermeld. Dit zijn de volgende cijfers: • Algemene kengetallen over Almelo en haar sociaal domein (afhankelijk van eventuele opvallendheden in het algemene beeld bevat dit hoofdstuk meer of minder cijfers); • Gebruik jeugdhulp; • Jeugdhulpgebruik per verwijzer; • Wmo-gebruik per arrangement (ondersteuning thuis, hulp bij huishouden, verblijf en opvang, hulpmiddelen); • Gebruik voorzieningen participatiewet; • Uitgaven sociaal domein, inclusief opvallende afwijkingen ten opzichte van de begroting. Waar mogelijk is geprobeerd deze cijfers uit Almelo zoveel mogelijk door de tijd heen te presenteren en te vergelijken met gelijksoortige gemeenten, waarbij vaak gekozen is voor een vergelijking met gemeenten van vergelijkbare grootte (tussen de 50.000 en 100.000 inwoners), gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheid (sterk stedelijk) en gemeenten in heel Nederland. Wanneer wordt gesproken van de controlegroepen, gaat het om deze drie groepen, tenzij anders aangegeven.

2. Opvallendheden in deze rapportage Hieronder worden kort de belangrijkste bevindingen in deze rapportage weergegeven. • Almelo heeft vergeleken met de controlegroepen opvallend veel inwoners in de participatie wet. • Inwoners van Almelo hebben meer voorzieningen dan de controlegroepen, inclusief gestapelde voorzieningen. • Almelo heeft meer jeugdzorgtrajecten met verblijf dan alle controlegroepen per 1000 inwoners. • Er wordt door de gemeente Almelo meer gerealiseerd in de categorieën inkomensregelingen maatwerkdienstverlening 18+ en 18- en geëscaleerde zorg 18+ en 18-.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

23

Kengetallen Almelo en haar sociaal domein • Inwoners: Almelo heeft op 1 januari 2019 72.560 inwoners. • Geografisch en kernen: Almelo heeft een oppervlakte van 69,41 km². De gemeente bestaat uit twaalf kernen. • Stedelijkheid: Almelo heeft een omgevingsadressendichtheid van 1515 waardoor het in de controlegroep ‘sterk stedelijk’ valt. Ter vergelijking: het Nederlands gemiddelde is 2.010. • Leeftijdsopbouw: zie gestapelde staafdiagram hieronder.

• • • •

•

•

24

Ontgroening en vergrijzing: er is van 2017 tot en met 2019 sprake van lichte vergrijzing. Jongeren tot 18 jaar: Almelo telt op 1 januari 2019 14.620 inwoners die jonger dan 18 jaar oud zijn. Werkloze beroepsbevolking: Almelo heeft in 2019 18 werkenden per 1000 inwoners tussen de 15 en de 75 jaar; dat is onder het aantal in de controlegroep qua inwoners waar het 24 is. Lage inkomens en kinderen in armoede: 10,9 procent van de huishoudens in Almelo had in 2015 een laag inkomen, waarvan 4,3 procentpunt langdurig laag. Landelijk was dit gemiddeld 8,2 respectievelijk 3,1 procent, en in de mediane gemeente was dit 5,5 procent respectievelijk 1,8 procent. Mediaan gestandaardiseerd inkomen: Almelo had op 1 januari 2018 een mediaan gestandaardiseerd inkomen per particulier huishouden van 23.900 euro per jaar. In heel Nederland was dit 26.900 euro per jaar, in gemeenten met 50.000 tot en met 100.000 inwoners was dit 27.000 euro per jaar. Gestapelde voorzieningen sociaal domein: te zien in de staafdiagram hier direct onder. De Y-assen van de staafdiagrammen geven weer hoeveel huishoudens per 1000 huishoudens een bepaalde hoeveelheid of combinatie van voorzieningen heeft.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

25

3. Jeugdhulp • Jeugdhulptrajecten zonder verblijf: Almelo ziet vanaf 2015 het aantal jeugdhulptrajecten zonder verblijf stijgen waarna het daalt tot onder het niveau van de controlegroepen in 2017. In 2019 stijgt het niveau van Almelo tot boven die van de controlegroepen. • Jeugdhulptrajecten met verblijf: Almelo ziet vanaf 2015 het aantal jeugdhulptrajecten met verblijf geleidelijk stijgen. De hele grafiek is hoger dan de controlegroepen. Zie onderstaande grafiek.

26

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

•

• •

Jeugdhulptrajecten per verwijzer: uitgesplitst naar verwijzer heeft Almelo in 2019 een relatief hoog aandeel jeugdhulptrajecten met de gemeente als verwijzer, en eveneens een hoog aandeel van hulptrajecten met de huisarts als verwijzer. Zie de onderstaande drie taartdiagrammen; naast de taartpunten staan de percentages van het aantal jeugdhulptrajecten dat door de corresponderende verwijzer is gestart. Duur jeugdhulptrajecten: Het aantal jeugdhulptrajecten dat langer duurde dan een jaar zijn in zowel de regio en de gemeente Almelo gestegen tussen 2015 en 2019. Herhaald beroep: 30,2 procent van de gestarte trajecten was in 2019 in Almelo een herhaald beroep, dat was iets hoger dan de 28,8 procent herhaald beroep in de jeugdregio en 27 procent landelijk.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

27

4. Wmo • Gebruik Wmo-voorzieningen: het gebruik per 1000 inwoners van hulpmiddelen en diensten is in 2019 relatief erg laag. Ondersteuning thuis en hulp bij huishouden zijn hoger dan de controlegroepen.

28

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

• •

•

Ontwikkelingen gebruik Wmo: de cijfers over het gebruik van Wmo-voorzieningen zien een sterke stijging tussen 2015 en 2019 die lijkt op de stijging bij de controlegroepen. Mantelzorg: 16,1 procent van de volwassen inwoners van Almelo geeft in 2016 aan mantelzorg te verlenen. Dit is hoger dan de 14,2 procent in heel Nederland en de 14,8 en 14,5 procent in de groepen ‘50.000 tot en met 100.000 inwoners’ en ‘sterk stedelijk’ respectievelijk. Beschermd wonen: Almelo behoort tot de beschermd wonen-regio Almelo. In deze regio maken 2,3 inwoners per 1000 inwoners gebruik van een beschermd wonen-voorziening. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 2,0 inwoners per 1.000.

5. Participatie • Ontwikkeling hoeveelheid inwoners met bijstand: is te zien in de onderstaande grafiek.

•

Gebruik re-integratievoorzieningen: het aantal re-integratievoorzieningen was in Almelo in 2019 hoger dan de controlegroepen. Almelo had 27,1 re-integratievoorzieningen per 1000 inwoners. De controlegroepen hadden 17,7 procent in heel Nederland en de 16,8 en 16,2 procent in de groepen ‘50.000 tot en met 100.000 inwoners’ en ‘sterk stedelijk’ respectievelijk.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

29

6. Begroting & realisatie sociaal domein 2019 Zie onderstaande tabel voor de realisatie van Almelo in 2019 op basis van IV3-cijfers. Afwijkende realisatie ten opzichte van de controlegroepen: • Er wordt door de gemeente Almelo meer gerealiseerd in de categorieën inkomensregelingen maatwerkdienstverlening 18+ en 18- en geëscaleerde zorg 18+ en 18-. • Er wordt door de gemeente Almelo niet opvallend minder gerealiseerd dan door de controlegroepen. Afwijkende realisatie ten opzichte van de begroting: • Er wordt door de gemeente Almelo minder begroot dan de realisatie in de categorieën geëscaleerde zorg 18Realisatie-(begroot) gemeente Almelo - 2019 Gemeente Almelo

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

(98)

6.2 Wijkteams

67

(57)

46

(46)

57

(57)

6.3 Inkomensregelingen

794 (766)

417

(431)

476

(491)

6.4 Begeleide participatie

191 (180)

137

(139)

143

(138)

6.5 Arbeidsparticipatie

76

(79)

47

(43)

50

(45)

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

32

(34)

39

(35)

40

(48)

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

341 (351)

186

(169)

194

(173)

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

319 (295)

243

(201)

303

(244)

6.81 Geescaleerde zorg 18+

264 (285)

98

(98)

203

(207)

6.82 Geescaleerde zorg 18-

128

(40)

47

(40)

50

(55)

2.317 (2185)

1.372

(1314)

1.630

(1571)

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

112

(112)

Stedelijkheidsklasse sterk stedelijk

105

Totaal

30

Gemeentegrootte 50.000 tot 100.000 inwoners

114

(113)

Bijlage III – Gesprekspartners Gemeente Almelo Eugéne van Mierlo, wethouder Alex Langius, wethouder Arjen Maathuis, wethouder Mike Koers, business controller Sociaal Domein Saïd Benayad, adviseur Algemene strategie & coördinatie

Samenstelling visitatiecommissie Almelo Marjanne Sint, voorzitter commissie Marco Pastors, lid commissie Dave Ensberg, lid commissie Adviseurs van de commissie Souhail Chaghouani, inhoudelijk/gemeentelijk expert Coby Peeters, consultant Significant Public Yannick Methorst, projectleider a.i. Visitatiecommissie Marije van Dodeweerd, toehoorder Divosa Onno IJsselstein, toehoorder BZK

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

31

Bijlage IV – Bestuurlijke reactie van Gemeente Almelo

32

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

33

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl juni 2021

vng.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=cff65da3-6ddc-46c2-9a0f-9668139ce566