CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 202421.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering: 30 mei 2024 Agendapunt: verordening Jeugdhulp 2024 Commissie: Sociaal Portefeuillehouder: Jasper Nieuwenhuizen (Jeugd) Relatie met andere portefeuillehouder(s): n.v.t.

Onderwerp: Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024

Voorgesteld besluit 1. De verordening Jeugdhulp 2019 In te trekken; 2. De ‘verordening Jeugdhulp Alkmaar 2024’ vast te stellen; 3. De ‘verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024’ in werking te laten treden op de dag na bekendmaking; 4. Bovengenoemde bekend te maken in het gemeenteblad.

Samenvatting Het college streeft naar een goede en juiste uitvoering van haar taken en verantwoordelijkheden voortkomend uit de Jeugdwet. De huidige Verordening Jeugdhulp is sinds 2019 niet meer gewijzigd. De afgelopen jaren zijn echter nieuwe inzichten ontstaan en hebben zich beleidsontwikkelingen voorgedaan die vragen om wijzigingen in de verordening. Denk aan een groeiende vraag naar zorg en de invoering van het nieuwe inkoopkader jeugdhulp regio Alkmaar op 1 januari 2023. Hiervoor is een update van ‘de verordening Jeugdhulp Alkmaar’ noodzakelijk. Samen met de uitvoering, juridische zaken intern en (regionaal)beleid is gekeken naar de wenselijke en noodzakelijke veranderingen. Het JPRA (Jongerenplatform Regio Alkmaar) heeft geadviseerd in dit proces. Ten slotte is de concept-verordening uitgebreid juridisch getoetst door Schulinck en Victor Advocaten. In dit voorstel ligt de nieuwe ‘Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar’ voor.

Dit voorstel staat in relatie tot n.v.t.

Argumenten Inleiding Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Om als gemeente de taken rond jeugdhulp goed uit te kunnen voeren, de juiste zorg op de juiste plek te kunnen bieden, nu en in de toekomst, is het van belang om hiervoor regels in een Verordening Jeugdhulp vast te stellen. De huidige verordening is niet meer in lijn met actuele jurisprudentie op het gebied van de Jeugdwet. Tevens wordt er vanuit de uitvoering gevraagd om een update van de verordening.

In de 'Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024' zijn de nodige grote wijzigingen aangebracht ten opzichte van de 'Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2019' om daarmee de doorontwikkeling van de Jeugdhulp te borgen in lokale regelgeving. Hiermee beogen wij:

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 1

- Een verordening Jeugdhulp die in lijn is met de wet en rechtelijke uitspraken; - Termen van de Jeugdwet in overeenstemming met de termen in de verordening; - Een nieuwe inkoop en werkwijze; - De aanvraagprocedure voor de inwoner duidelijker maken; - Meer helderheid rond de procedure, voorwaarden en tarieven indien men gebruik wenst te maken van een Pgb.

Vanwege bovengenoemde wijzigingen is een gecomprimeerde versie van de was/wordt lijst gemaakt van de belangrijkste wijzigingen voor u als raad. Hieronder benoemen wij de belangrijkste ontwikkelpunten:

1.1 Hiermee leggen we de nieuwe visie jeugdhulp vast in lokale regelgeving Het aanpassen van de verordening is de laatste stap in het implementeren van de regionale visie inkoop jeugdhulp 2023 regio Alkmaar. Naast de ontwikkelingen die al zijn ingezet met de overgang naar de inkoop van de specialistische jeugdhulp draagt de aanpassing van de verordening bij aan een sluitend systeem waarbij de contracttering en de lokale regelgeving een belangrijke rol hebben om de jeugdhulp beschikbaar te houden voor wie het echt nodig heeft. Dit met als doel om, daar waar mogelijk, uiteindelijk zelfstandig hun leven weer vorm te kunnen geven.

1.2 Er is meer duidelijkheid voor inwoners en de toegang De nieuwe verordening geeft jongeren en ouders meer duidelijkheid over de vraag op welke jeugdhulp zij kunnen rekenen wanneer ze een vraag om jeugdhulp hebben. Het JPRA heeft advies gegeven op de Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024. Aandachtspunten die zij hebben meegeven zijn verwerkt waardoor het proces ‘van zorgvraag naar de eventuele toewijzing van zorg en de dienstverlening vanuit het jeugdteam hierin’ duidelijker leesbaar is voor de doelgroep. Daarnaast biedt de Verordening Jeugdhulp een richtinggevend kader voor het jeugdteam om afwegingen te maken voor de benodigde jeugdhulp ook in relatie tot andere wetten in het Sociaal Domein. Dit geldt ook voor alle jeugdhulpaanbieders werkzaam in de regio en in de gemeente Alkmaar. De praktijk heeft deze verordening als basis nodig om de werkwijzen verder te kunnen aanpassen en biedt grondslag voor het vervolggesprek met de belangrijkste samenwerkingspartners.

1.3 Aanpassing definities waaronder uitgangspunt eigen kracht Uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. Ouders en jeugdigen kunnen een beroep doen op de gemeente wanneer dit niet zelfstandig lukt. De kosten in de jeugdhulp stijgen de laatste jaren fors. De stijging wordt mede veroorzaakt door een toenemende vraag naar ambulante vormen van jeugdhulp. De nieuwe verordening zorgt voor meer aanscherping en harmonisering met aanpalende wetten (bijvoorbeeld de Wmo, Wlz en passend onderwijs) en aanscherping in het begrip 'eigen kracht'. We voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen en zorgen voor een ander traject als de Jeugdwet niet de juiste voorziening is. Deze keuzes zijn noodzakelijk om het jeugdhulplandschap financieel gezond te houden.

1.4 De aanvraagprocedure is overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd. De Jeugdwet kent geen enkele bepaling die nader ingaat op de aanvraagprocedure. In de oude verordening is niet duidelijk of er is aangesloten bij de WMO procedure of de Awb- aanvraagprocedure. In de nieuwe verordening sluiten wij aan bij het juridisch advies om de gewone Awb- aanvraagprocedure te volgen. De Awb bepaalt namelijk hoe beide partijen (college en burger) zich tot elkaar verhouden tijdens een aanvraag en wat men van elkaar mag verwachten. Het geeft het college ook mogelijkheden, bijvoorbeeld als er onvoldoende informatie of medewerking komt vanuit de burger.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 2

1.5 Het stappenplan zoals vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep is opgenomen. Om te kunnen bepalen of inzet van jeugdhulp nodig is, heeft de Centrale Raad van Beroep een stappenplan gemaakt ( ECLI:NL:CRVB:2017:1477). Om een besluit over het toekennen van jeugdhulp te kunnen nemen moet de gemeente het beoordelingskader van de Centrale Raad van Beroep toepassen. De vragen van het stappenplan zijn verwerkt in artikel 3.5 van de nieuwe verordening. Er zijn daarom ook stappen genomen in de uitvoering. Er wordt (integraal)onderzoeksplan opgemaakt, waarin uitgebreid onderzoek wordt gedaan conform het stappenplan. Voor de jeugdige, ouders en de gemeente geeft dit verslag een compleet beeld van alle feiten en omstandigheden die er spelen in de situatie van de jeugdige en het verslag geeft volledig inzicht in de argumentatie die tot het besluit op de aanvraag hebben geleidt.

1.6 De regels voor een Persoonsgebonden budget (Pgb) zijn geactualiseerd en verduidelijkt. De regels voor een persoonsgebonden budget (PGB) zijn geactualiseerd in de 'Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2024'. Zo wordt er gewerkt met een PGB plan en zijn de tarieven voor formele en informele hulp aangepast conform actualiteit.

Kanttekeningen en alternatieven 1.1 Er is een actuele juridische basis Bij niet aanpassen van de verordening: - Is de gehanteerde meldingsprocedure in strijd met de Jeugdwet; - Zal verdere aanscherping en implementatie in de praktijk stil vallen, terwijl dit nodig is om de juiste hulp op de juiste plek te krijgen; - Zijn er minder voorwaarden voor het te verrichten onderzoek en niet conform het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep waardoor er sprake kan zijn van onjuiste en/of niet volledig onderzoek; - Zijn er minder transparante en duidelijke bepalingen inzake de Persoonsgebonden budgetten; - Is er meer kans op juridische procedures en ingebrekestellingen/dwangsommen; - Is er regionaal geen geharmoniseerd geheel van verordeningen. De nieuwe Verordening voorkomt dat inwoners van verschillende gemeenten een grote variatie ervaren in de wijze waarop de gemeenten in de regio invulling geven aan de jeugdhulpplicht. Dit geldt ook voor verschillende jeugdhulpprofessionals en jeugdhulpaanbieders die in meerdere gemeenten in de regio werkzaam zijn. Voor hen dragen vergelijkbare lokale verordeningen ook bij aan administratieve lastenverlichting.

1.2 De jeugdwet heeft een open karakter Dit biedt gemeenten ruimte om maatwerk te leveren en integraal te werken maar levert ook dilemma’s op. De verordening jeugdhulp is een van de instrumenten voor de gemeente om sturing te geven aan het gebruik van de jeugdhulp. Welke vormen van zorg en ondersteuning vallen onder de jeugdhulp en welke vormen van zorg en ondersteuning niet? Bij de totstandkoming van de verordening is telkens afgewogen in hoeverre de Jeugdwet en de jurisprudentie ruimte biedt aan gemeenten om de reikwijdte van de invulling van de jeugdhulpplicht te bepalen. Regionaal zal deze exercitie nog verder worden uitgewerkt en zal een nadere definiëring van wat jeugdhulp daadwerkelijk is een plek krijgen in de ‘nadere regels’. Daarbij is een belangrijke notie dat het expliciet uitsluiten van vormen van jeugdhulp een opdracht is die ligt bij de wetgever (in deze de Tweede Kamer). Het vraagstuk rondom de afbakening van de jeugdwet is tevens onderdeel van de Hervormingsagenda jeugd en daarmee onderdeel van gesprek tussen de VNG en het Rijk.

Financiële aspecten Er zijn geen extra financiële middelen nodig voor de uitvoering van dit besluit. Het is niet de verwachting dat de nieuwe verordening tot meer uitgaven aan specialistische jeugdhulp gaat leiden. Een aangescherpte verordening is een belangrijk sturingsinstrument en onderdeel van de bredere

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 3

transformatie in het beschikbaar maken en houden, ook in financiële zin, van jeugdhulp voor diegene die dat nodig heeft.

Vervolg en communicatie Na raadsbesluit wordt de verordening bekend op www.overheid.nl - Na vaststelling van de verordening zullen de nadere regels voor vaststelling aan het college worden aangeboden op die onderdelen waarin de verordening daartoe ruimte biedt. Een voorbeeld dat in dit kader zal worden uitgewerkt is de totstandkoming van een regionaal afwegingskader waarin een nadere definiëring wordt gegeven aan wat jeugdhulp daadwerkelijk is of wat de regiogemeenten niet als jeugdhulp definiëren tenzij( hardheidsclausule). - Naast de formele bekendmaking wordt gezorgd voor de implementatie in de uitvoeringspraktijk zodat de verordening ondersteunend is aan het efficiënt en effectief inzetten van jeugdhulp. - De werking van de verordening zal periodiek worden gemonitord, 2 jaarlijks of meer waar noodzakelijk. Hierdoor wordt ruimte gecreëerd om de verordening aan te passen aan de landelijke stand van zaken en uitkomsten uit de Hervormingsagenda, aan komende wetswijzigingen die de Jeugdwet nader zullen afbakenen en dus ook naar aanleiding van ervaringen uit de uitvoeringspraktijk.

Bijlagen • Bijlage ‘wijzigingen verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024’

Burgemeester en wethouders van Alkmaar,

mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

dhr. R.M. Reus, gemeentesecretaris

Collegevergadering: 12 maart 2024

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 4

VERORDENING

Nr.

De raad van de gemeente Alkmaar;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2024

Gelet op Het advies van de commissie Sociaal en Ruimte op 16 mei 2024 Het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de Jeugdwet.

Besluit 1. vast te stellen de verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024.

Intitulé

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2024

Overwegende dat: • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd;

• het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt;

• het noodzakelijk is om regels vast te stellen over:

- de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen;

- de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;

- de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

- de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;

- de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;

- de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan.

Overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 5

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begrippenlijst

1. In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Andere voorziening: een voorziening voor zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen die niet valt onder de Jeugdwet.

b. Budgetbeheerder: de persoon die het pgb beheert, die daadwerkelijk zorgdraagt voor de afhandeling van het pgb. De budgetbeheerder kan tevens budgethouder zijn;

c. Budgethouder: de jeugdige of ouder(s) die een persoonsgebonden budget (PGB) krijgt en voor wie de jeugdhulp is geïndiceerd. De budgethouder kan tevens budgetbeheerder zijn.

d. Budgetplan of Pgb- plan: een document dat de jeugdige of de ouder invult. Hiermee geeft de jeugdige of ouder aan dat hij of zij jeugdhulp wil inkopen met een pgb. De gemeente zorgt voor een document dat de jeugdige of de ouder kan invullen. Het jeugdteam bepaalt vooraf wat er in het document moet komen.

e. Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die de jeugdige/en of diens ouder(s) ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

f. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar.

g. Eigen kracht: de eigen kracht bestaat uit de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of diens ouder(s) eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk.

h. Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak waarin ouders, familieleden en andere direct betrokkenen een oplossing aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen.

i. Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders

j. (Jeugd)hulpvraag: behoefte aan jeugdhulp vanwege problemen bij opgroeien en opvoeden, vanwege mentale problemen of vanwege stoornissen. Het gaat om een behoefte aan jeugdhulp zoals staat in lid 1 van artikel 2.3 van de Jeugdwet. Een hulpvraag is niet een vraag om informatie of advies.

k. Individuele voorziening: een voorziening die hulp geeft aan de jeugdige of de ouder. Deze voorziening is niet vrij beschikbaar voor iedereen. Er is toestemming nodig van een verwijzer( jeugdteam, huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling). Het college zorgt

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 6

voor inzet van jeugdhulp als zorg in natura of als een persoonsgebonden budget (pgb).

l. Jeugdteam of toegang: op gemeentelijk niveau georganiseerd team van professionals de hulpvraag van jeugdigen of hun ouder(s) afhandelt in opdracht van het college.

m. (integraal) onderzoeksplan: het document waarin de hulpvraag van jeugdige en/of ouder(s) staat beschreven, samen met de doelen en hoe deze te bereiken. Het jeugdteam brengt op de verschillende leefdomeinen (zoals wonen, werk, onderwijs, financiën en vrije tijd) de gezinssituatie in kaart om de juiste ondersteuning voor de jeugdige en zijn gezin mogelijk te maken.

n. Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt.

o. Perspectiefplan : in geval van (verwachte) doorgaande hulpverlening na het 18e levensjaar, het plan dat door de jeugdige (indien nodig met ondersteuning) en samenspraak met betrokken hulpverlening wordt opgesteld en naast zorgcontinuïteit ingaat op relevante leefdomeinen( zoals wonen , werk, onderwijs, financiën en vrije tijd).

p. Pgb: een bedrag om jeugdhulp voor een bepaald persoon in te kopen. Het college bepaalt de hoogte van dit bedrag. In artikel 8.1.1 van de Jeugdwet staat meer informatie over het persoonsgebonden budget.

q. Procesregie: als een jeugdige en/ of ouder(s) hulp krijgt op meerdere leefdomeinen ( Jeugd, WMO, Zaffier, GGZ, school) dan kan het jeugdteam procesregie doen. Het Jeugdteam zorgt met procesregie dat de betrokken organisaties goed op elkaar aansluiten. Het Jeugdteam bespreekt met het gezin en de betrokken organisaties de voortgang, bewaakt dat iedereen doet wat nodig is en stuurt bij waar nodig.

r. professional: een (jeugd)professional met een SKJ-registratie of een BIG-registratie. De SKJ- registratie blijkt uit de inschrijving in het kwaliteitsregister Jeugd. De BIG-registratie blijkt uit de inschrijving in een register zoals bedoeld is in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).

s. Sociaal netwerk: Personen met wie de jeugdige e/of ouder(s) een sociale relatie hebben. Denk bijvoorbeeld aan familieleden, buren, collega’s en vrienden.

t. Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.

u. Vrij toegankelijke voorziening: een voorziening op basis van de Jeugdwet die voor elke jeugdige beschikbaar is. Er is geen of een beperkte toegangsbeoordeling.

v. Wet: Jeugdwet

w. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 7

x. Zorg in natura: de ondersteuning die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd. 2. Begrippen die niet staan omschreven in lid 1 van dit artikel, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Regeling Jeugdwet , het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp Artikel 2.1 Sociale basis voor jeugdigen 1. Het college zorgt ervoor dat er een goede sociale basis is voor jeugdigen in onze gemeente. Met een sociale basis bedoelen we een aanbod van veel verschillende activiteiten en/of ondersteuning. Dit aanbod is goed bereikbaar en vrij toegankelijk. 2. De sociale basis biedt vrij toegankelijke activiteiten en/of ondersteuning die 1 of meer van deze doelen hebben: a. De jeugdige helpen om zichzelf beter te kunnen redden (grotere zelfredzaamheid); b. De veerkracht van de jeugdige vergroten; c. De jeugdige helpen om zichzelf te ontwikkelen en talenten te gebruiken; d. De jeugdige helpen om gezond en met veel kansen op te groeien; e. Meer gelijke kansen te bieden voor jeugdigen.

Artikel 2.2 Beschikbare vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen 1. De volgende vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen zijn beschikbaar: a. Individuele informatievoorziening en opvoedadvies; b. Groepsbijeenkomsten, voorlichting, trainingen, cursussen en andere kortdurende voorzieningen gericht op laagdrempelige vormen van opvoed- en opgroeiondersteuning; c. Basiszorg waaronder Jeugdgezondheidszorg, ondersteuning bij ouderschap, vrijwilligers- en andere informele ondersteuning; d. Zorg en begeleiding in onderwijs, in het geval dat de voorziening vanuit het college is georganiseerd binnen de school; e. Integrale vroeghulp; vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsvragen, opvoedvragen en ondersteuningsvragen van kinderen en ouder(s); f. Praktijk ondersteuning huisarts-Jeugd (POH-Jeugd); g. Aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning; h. Jeugd-en jongerenwerk; waaronder talentontwikkeling. 2. Het college kan nadere regels maken over welke vrij toegankelijke voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn.

Artikel 2.3 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1. Het college zorgt ervoor dat er individuele jeugdhulpvoorzieningen( specialistische jeugdhulp) beschikbaar is in onze gemeente. Deze specialistische jeugdhulp is een aanvulling op de algemene voorzieningen. 2. De ondersteuning die geboden wordt vanuit de specialistische jeugdhulp kan bestaan uit: I. Zonder verblijf: a. Dagbehandeling; b. Dagbesteding; c. Individuele begeleiding; d. Crisishulp. II. Met verblijf: a.Woonvormen (pleegzorg, gezinshuizen, kleinschalige woonleefgroepen, kamer-en fasetraining); b. Residentieel (waaronder specialistische jeugd-geestelijke gezondheidszorg, zorg voor jeugdigen met een lichamelijke en of zintuigelijke beperking en jeugd- en opvoedhulp);

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 8

c. Gesloten verblijf; d. Crisisopvang; e. Kortdurend verblijf (logeren). 3. De vormen van individuele voorzieningen die in ieder geval beschikbaar zijn, zijn opgenomen in Annex I bij deze verordening. 4. Naast de genoemde voorzieningen in het tweede lid zijn er andere individuele voorzieningen (maatwerk) mogelijk als dit naar de mening van het college bijdraagt aan een adequatere en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag. 5. Het college kan nadere regels maken over welke individuele voorzieningen op basis van het tweede lid beschikbaar zijn.

Artikel 2.4 Dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: a. Diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie, en b. Behandelen van ernstige dyslexie. 2. Het college kent de individuele voorziening voor dyslexiezorg toe op grond van het verzoek tot zorgtoewijzing. De toekenning zorgt ervoor dat de aanbieder eerst mag bepalen of de jeugdige inderdaad ernstige dyslexie heeft. Als dat zo is, mag de aanbieder op basis van de toekenning ook de behandeling starten. 3. Het college kan nadere regels maken voor: a. De doelgroep die recht heeft op dyslexiezorg, en b. De manier van werken bij dyslexiezorg.

Artikel 2.5 Vervoersvoorziening 1. Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van De jeugdige naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden. 2. Het jeugdteam kent slechts een vervoersvoorziening toe als: a. Binnen het ingekochte jeugdhulpproduct hierin niet is voorzien. b. Blijkt dat de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouder(s) ontoereikend zijn om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt. 3. Bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden en eigen kracht van de ouders worden ook de (financiële)mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen. 4. Als aan de voorwaarden voor vervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke (combinatie van) vervoersvoorziening(en) het meest passend is. 5. De volgende vervoersmogelijkheden zijn in volgorde van afweging mogelijk: a. Vervoer geregeld door de jeugdhulpaanbieder; b. Gecontracteerd vervoer met/zonder rolstoel; c. Een vergoeding voor openbaar vervoer voor de jeugdige en een volwassen begeleider op basis van de afstand enkele reis; d. Taxivervoer als een vervoersvoorziening als genoemd bij a tot en met c niet mogelijk is of indien dit goedkoper is. 6.

Wanneer een jeugdige een vervoersvoorziening ontvangt, kan de vervoersvoorziening worden verstrekt in combinatie met een training ‘zelfstandig leren reizen’. 7. Vervoerskosten worden niet met terugwerkende kracht toegekend. 8. Het jeugdteam bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling van de vergoeding, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening dan wel vergoeding. 9. De noodzaak voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het (integraal) onderzoeksplan als bedoeld in artikel 3.6.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 9

Artikel 2.6 Zak- en kleedgeld 1. Het college stelt aan jeugdhulpaanbieders een vergoeding voor zak- en kleedgeld beschikbaar voor jeugdigen in een accommodatie voor verblijf waarvan de ouders deze kosten niet kunnen betalen, zoals bedoeld in artikel 5a.1 in de Regeling Jeugdwet. 2. Het college maakt met de jeugdhulpaanbieders afspraken over de voorwaarden waarop deze vergoeding wordt verstrekt.

Hoofdstuk 3 Toegang tot een individuele voorziening Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via het medisch domein 1. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Het college hanteert de volgende voorwaarden: a. Er is sprake van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder; b. De jeugdhulpaanbieder houdt zich aan de door de verwijzer genoemde hulpvraag en ondersteuningsbehoefte; c. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen en onderzoeken van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de Verordening en/of nadere regels; d. Er is geen sprake van een dubbele inzet van jeugdhulp voor eenzelfde ondersteuningsvraag binnen de levensgebieden. 2. Het college kent de individuele voorziening toe op grond van een verzoek tot zorgtoewijzing. De betrokken aanbieder doet dit verzoek tot zorgtoewijzing. 3. Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college dit vast in een beschikking.

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via justitieel kader 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering. 2. Voor toegekende voorzieningen via het justitieel kader verstrekt het college geen beschikking.

Artikel 3.3 Toegang jeugdhulp via de gemeente, indienen hulpvraag 1. Jeugdigen of hun ouder(s) die hun woonplaats hebben in de gemeente kunnen ook hun hulpvraag indienen bij het Jeugdteam van de gemeente. Dit kan fysiek, telefonisch of schriftelijk. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de jeugdhulpvraag. 2. Het Jeugdteam bevestigt de ontvangst van een hulpvraag schriftelijk en informeert de jeugdige en/of ouder(s) over de gang van zaken na indienen hulpvraag en hun rechten en plichten, tenzij de aanvraag direct kan worden afgehandeld. 3. Het Jeugdteam neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen acht weken, waarbij als startdatum het eerste contact als bedoeld in lid 1 geldt. 4. De aanvrager wordt schriftelijk geïnformeerd als het niet lukt om binnen het termijn van acht weken een besluit te nemen. De beslissingstermijn kan met acht weken worden verlengd. 5. Het college legt de beslissing rond de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, ofwel in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. 6. Het college kan nadere regels maken voor het proces om te bepalen of de individuele voorziening nodig is.

Artikel 3.4 Het vooronderzoek bij toegang jeugdhulp via het Jeugdteam van de gemeente 1. De jeugdige en/of de ouder(s) hebben eerst een gesprek met het Jeugdteam over de hulpvraag. Meer informatie over dat gesprek staat in artikel 3.5. Daarna krijgt de jeugdige wel of geen toegang tot een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp. Het Jeugdteam besluit dat op basis van het gesprek.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 10

2. Het Jeugdteam verzamelt alle voor het onderzoek en gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie rekening houdend met de geldende privacyregels. 3. De jeugdige en/of zijn ouder(s) verschaffen, zo mogelijk voor het eerste gesprek, aan het Jeugdteam gegevens en documenten die naar oordeel van het Jeugdteam voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 4. Het college stelt de identiteit van de jeugdige of zijn ouder(s) vast aan de hand van het BSN. 5. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen gebruikmaken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. 6. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen een familiegroepsplan opstellen. Dit betekent dat zij samen met familie, vrienden en andere personen uit hun sociaal netwerk een plan maken. Dit kan alleen als het gaat om vrijwillige jeugdhulp. Als er al een familiegroepsplan is, is dat de basis voor het gesprek met het Jeugdteam. 7. De jeugdige en/of ouder(s) verlenen hun medewerking aan het vooronderzoek als bedoeld in het tweede lid om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening. 8. Er is geen gesprek met het jeugdteam nodig in deze situaties: a. Er is een crisis waarin direct specialistische jeugdhulp nodig is.

Het college zorgt zo snel mogelijk voor een tijdelijke passende (individuele) voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. b. Het jeugdteam in overleg met de jeugdige/of zijn ouder(s) afzien van het gesprek. c. Een huisarts, jeugdarts of medisch specialist verwijst naar specialistische jeugdhulp zoals beschreven staat in artikel 3.1.

Artikel 3.5 Het gesprek en onderzoek voor een beoordeling 1. Het jeugdteam heeft namens het college 1 of meer gesprekken met de jeugdige en/of de ouder(s) en mogelijke andere betrokkenen. Deze gesprekken vinden plaats voordat er een besluit wordt genomen. De gesprekken geven het jeugdteam en de jeugdige en/of ouder(s ) samen antwoord op: a. De behoefte, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; b. Wat de doelen (beoogde resultaten) zijn van de ondersteuning. Deze moeten concreet en meetbaar zijn; c. Wat de jeugdige, zijn ouder(s) en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden; d. Hoe de ondersteuning afgestemd wordt met andere voorzieningen. Denk aan voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; e. Of er gebruikt gemaakt kan worden van een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening, zoals genoemd in artikel 2.1; f. Of en welke extra ondersteuning er nodig is in de vorm van een individuele voorziening; g. De vervolgstappen in verband met de besproken hulpvraag; h. Indien sprake is van procesregie door het jeugdteam worden afspraken gemaakt over de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Ook worden afspraken gemaakt over wanneer en hoe resultaten worden besproken. 2. Het jeugdteam doet onderzoek middels het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep.

Het Jeugdteam stelt vast: a. Stap 1: wat is de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s); b. Stap 2: het jeugdteam stelt vast of er problemen bij opgroeien en opvoeden, mentale problemen of stoornissen zijn en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn; c. Stap 3: wanneer het jeugdteam de problemen en stoornissen heeft vastgesteld, kan worden bepaald welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 11

d. Stap 4: nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; e. Stap 5: slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn, dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist kan het jeugdteam externe deskundigen om advies vragen. Voorwaarde is dat het advies nodig is om de hulpvraag goed te kunnen beoordelen. Het jeugdteam brengt de jeugdige en/of zijn ouder(s) hiervan op de hoogte. 3. Als jeugdige en/of ouder(s) meer willen weten over een pgb, legt het jeugdteam uit wat de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden zijn van een PGB. Dit helpt om een goede keuze te kunnen maken. 4. Het jeugdteam kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouder(s), informatie inwinnen bij andere instanties, zoals huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. 5. Het jeugdteam en de jeugdige en/of zijn ouder(s) maken een (integraal) onderzoeksplan op van de zaken genoemd in het eerste en tweede lid en over te maken vervolgstappen in verband met de besproken hulpvraag. Meer informatie over het (integraal) onderzoeksplan staat in artikel 3.6. 6.

Het college kan nadere regels maken voor de inhoud van het gesprek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 3.6 (integraal) onderzoeksplan 1. In het (integraal) onderzoeksplan staan de uitkomsten van het gesprek en het onderzoek uitgewerkt zoals beschreven staat in artikel 3.5 lid 5.Op basis van de informatie in het (integraal)onderzoeksplan, legt het jeugdteam de noodzaak van een individuele voorziening vast. 2. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) worden aan het (integraal) onderzoeksplan toegevoegd. 3. De aanbieder van de jeugdhulp krijgt belangrijke informatie uit het (integraal) onderzoeksplan. De jeugdige en/of de ouder(s) zorgen ervoor dat de aanbieder deze informatie krijgt. Soms stuurt het jeugdteam de belangrijke informatie op. Daarbij wordt rekening gehouden met regels rondom privacy.

Hoofdstuk 4 Behandeling aanvraag individuele jeugdhulpvoorziening Artikel 4.1 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van een individuele voorziening 1. Jeugdigen of ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het jeugdteam of een andere verwijzer is vastgesteld dat: a. Inzet noodzakelijk is om de jeugdige in staat te stellen: - Gezond en veilig op te groeien; - Te groeien naar zelfstandigheid; - Voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. b. Voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Waaronder in ieder geval wordt verstaan: I.gebruikelijke hulp van de ouder(s) en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; II.bovengebruikelijke hulp van de ouder(s) als zij in staat en beschikbaar zijn om de hulp te bieden, dit geen overbelasting oplevert, de ouder(s) de bovengebruikelijke hulp zonder vergoeding blijven bieden en zij hierdoor niet in de problemen komen; III.het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. Bij het onderzoek naar de eigen kracht wordt met het volgende rekening gehouden: - de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; - de duur ervan; - de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s); - de draagkracht en belastbaarheid van de ouder(s)/verzorger(s);

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 12

- de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; - het belang van ouder(s) om zich te kunnen voorzien van een inkomen door arbeid; - de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) te ondersteunen; - bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. c. Een vrij toegankelijk voorziening niet genoeg is om de hulpvraag te beantwoorden. d. Er is geen andere voorziening waarvan de jeugdige en/of ouder(s) gebruik kunnen maken om de hulpvraag helemaal te beantwoorden. 2. Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. 3. Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat het college inzet: a. Wordt de mogelijkheid voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid altijd in overweging genomen, en; b. Het Jeugdteam weegt de mening en voorkeur van de jeugdige mee in de keuze voor welke ondersteuning of jeugdhulp wordt aangevraagd of ingezet gaat worden en bij welke jeugdhulpaanbieder dit gebeurt. 4. Soms hebben de jeugdige en/of ouder(s) zelf al jeugdhulp geregeld. Dit gebeurde voordat het gesprek met het Jeugdteam plaatsvindt zoals beschreven in artikel 3.5. Het college kan alsnog een individuele voorziening voor de jeugdhulp toekennen en gemaakte kosten vergoeden.

Dat kan alleen als aan deze voorwaarden wordt voldaan: a. Er zijn nog steeds problemen op het moment dat het gesprek met het Jeugdteam plaatsvindt. Het gaat om problemen bij opgroeien en opvoeden, mentale problemen of stoornissen waarvoor de jeugdhulp is ingezet; b. Het college kan nog beoordelen of de jeugdhulp en de kosten nodig en passend waren; c. De kosten zijn gemaakt maximaal 3 maanden vóór het gesprek met het jeugdteam. 5. Een individuele voorziening wordt verstrekt in de vorm van zorg in natura of een pgb. 6. De jeugdige of zijn ouder(s) moeten zich binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het pgb binnen 3 maanden hebben aangewend om te werken aan de doelen waarvoor het is verstrekt. 7. Het college kan nadere regels maken voor verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in dit artikel.

Artikel 4.2 Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht 1. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouders zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het college geen individuele voorziening jeugdhulp toe. 2. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het jeugdteam in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 3.5) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het jeugdteam bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.

3. Het jeugdteam maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties:

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 13

- Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. 4. In kortdurende situaties neemt het jeugdteam aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouders of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouders of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het jeugdteam op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouders of huisgenoten mag worden verwacht. 5. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. 6.

Het college kan nadere regels maken over de wijze waarop de begrippen (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht worden onderzocht en ingevuld.

Artikel 4.3 Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening 1. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. Wie de jeugdhulp gaat bieden; b. De gestelde doelen; c. De aard, de omvang, aantal uren en de duur van de in te zetten jeugdhulp. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. De doelen waarvoor het pgb kan worden aangewend; b. De kwaliteitseisen die gelden voor de besteding van het pgb; c. De hoogte van het pgb en hoe hiertoe is gekomen; d. De duur van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; e. De wijze van verantwoording van de besteding van het pgb; f. De termijn van 3 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder het pgb moet hebben besteed als bedoeld in artikel 4.1 lid 8. 3. Het college verleent in ieder geval een beschikking: a. Bij de verstrekking van een individuele voorziening via het Jeugdteam; b. Bij de verstrekking van een pgb; c. Bij de weigering van een aanvraag; d. Indien jeugdige en/of ouder(s) en hulpverlener het niet eens zijn over de voorziening; e. Bij een verzoek van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om een beschikking te ontvangen. 4. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen.

Artikel 4.4 Verlenging en her indicering 1. Een verlengingsaanvraag of herindiceringsaanvraag wordt minimaal acht weken voor het einde van de looptijd van de beschikking ingediend bij het jeugdteam door een regionaal vastgesteld formulier. 2. De jeugdhulpaanbieder levert een evaluatierapport aan middels het door het college vastgestelde formulier, en bevat in ieder geval: a. Evaluatie op de gestelde doelen; b. Openstaande doelen; c. Advies voor eventuele vervolghulpverlening; d. Toestemming van de ouder(s)/jeugdige voor voortzetting hulp.

Hoofdstuk 5 individuele jeugdhulpvoorziening via een persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 5.1 aanvullende criteria pgb

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 14

1. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen een pgb aanvragen. Dit kan als zij de individuele voorziening die de gemeente kan bieden niet passend vinden. Daarvoor geven zij redenen in het gesprek met het Jeugdteam. Meer over dit gesprek staat in artikel 3.5. 2. Een jeugdige of zijn ouder(s) komen slechts voor een pgb in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8.1.1 van de wet en de criteria als genoemd in artikel 4.1 en in dit artikel. 3. De jeugdige en/of de ouder(s) vullen een pgb-plan in. Dit pgb-plan leveren ze samen met het (integraal) onderzoeksplan in om een pgb aan te vragen. Het pgb-plan geeft in elk geval antwoord op onderstaande punten: a. De motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is. De zorg in natura is de individuele voorziening die de gemeente kan bieden. Hiervoor heeft de gemeente contracten afgesloten met aanbieders; b. Naar welke aanbieder de jeugdige en/of de ouder(s) gaan voor een passende individuele voorziening; c. Waarom de jeugdige en/of ouder(s) een pgb willen en op welke manier deze hulp bijdraagt aan de hulpvraag; d. De kwalificaties van de aanbieder; e. Wat de aanbieder betaald krijgt. Het gaat om de kosten per uur, dagdeel of etmaal en de andere kosten die aan de aanbieder betaald worden; en f. Welke persoon het pgb beheert. 4.

Het Jeugdteam beoordeelt aan de hand van de navolgende criteria of de budgethouder of budgetbeheerder in staat is om de aan het beheer van een pgb voortvloeiende taken te kunnen uitvoeren: a. Het doorlopen van het aanvraagtraject: hiervoor moet een budgethouder of budgetbeheerder kennis hebben van het pgb in het sociaal domein; b. Inkopen zorg: hiervoor moet een budgethouder zijn eigen zorgbehoefte kunnen uitdrukken en kennis hebben van het jeugdhulpaanbod; c. Goed werkgeverschap: de budgethouder of budgetbeheerder moet kennis hebben van zijn of haar rechten en plichten als werkgever; d. Coördinatie formele of informele jeugdhulpaanbieders: is de budgethouder of budgetbeheerder communicatief vaardig om gesprekken te voeren met de formele of informele jeugdhulpaanbieders; de aanvrager is in staat de zorgverlener daar waar nodig aanwijzingen te geven en aan te sturen; en e. Administratie voeren: de budgethouder of budgetbeheerder heeft voldoende financiële vaardigheden en is in staat verantwoording af te leggen over de besteding van het persoonsgebonden budget. 5. De regie en beheer van het PGB kan niet worden neergelegd bij de PGB-hulpverlener. Behalve als het college daar toestemming voor geeft. 6. Het college kan nadere regels maken voor: a. De voorwaarden en motivatie om te kiezen voor een pgb; b. De criteria voor het beheer van het pgb; en c. De inhoud van het pgb-plan.

Artikel 5.2 aanvullende criteria formele hulp 1. Het kan alleen gaan om formele hulp als de jeugdige en/of de ouder(s) hulp krijgen van de personen hieronder: a. Personen die werken bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. Deze organisatie staat met dit aanbod ingeschreven in het Handelsregister. De personen hebben relevante diploma’s om de taken en werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren. b. Personen die als zzp’er taken en werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De personen staan met deze taken en werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister. De personen hebben relevante diploma’s om de taken en werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 15

c. Personen die een BIG-registratie of SKJ-registratie hebben voor een beroep waarin zij jeugdhulp verlenen. 2. Als de jeugdige en/of de ouder(s) hulp van een andere persoon dan in lid 2 staat krijgen, dan gaat het altijd om informele hulp. 3. Als de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 4. Als niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals gesteld aan jeugdhulpaanbieders van zorg in natura, opgenomen in hoofdstuk 4 van de wet, is er sprake van informele hulp.

Artikel 5.3 Aanvullende criteria Informele hulp 1. Het college kent een pgb voor informele hulp alleen toe als: a. Wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp; b. Deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt; c. Dat de persoon die de informele hulp verleent aantoonbaar beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; d. Voor zover het niet gaat om een ggz-behandeling. 2. Een pgb voor logeren bij iemand die behoort tot het sociaal netwerk is alleen mogelijk: a. Ter ontlasting van de verzorgende ouder(s)/verzorger(s); b. Wanneer dit in belangrijke mate bijdraagt aan het vergroten van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s); en c. Als daarmee de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp kan worden voorkomen of verminderd. 3. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.

Artikel 5.4 Vaststelling hoogte PGB 1. Het tarief waarmee het pgb wordt berekend hangt af van de soort hulp die nodig is. We maken verschil tussen formele en informele hulp en voor zover van toepassing, de te bieden deskundigheid en/of de in de branche geldende kwaliteitseisen. De tarieven voor formele ondersteuning PGB zijn niet gelijk aan de ZIN tarieven, omdat er door de betreffende zorgaanbieders minder overheadkosten gemaakt hoeven worden dan een door gemeente gecontracteerde aanbieders. Dit betreft o.a. kosten in relatie tot de aanbesteding en bijbehorende programma van eisen, verantwoordingsrapportages en (afstemmings-)overleggen. a. De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 85% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige en/of zijn ouder(s) ingediende pgb plan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. b. Als het op basis van onder a vastgestelde PGB in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp te kunnen inkopen wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste een jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. c.

De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. 2. Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht, wordt ter bepaling van de hoogte van het pgb: a. één of meerdere offertes opgevraagd; b. eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder. 3. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen. 4. Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend blijft in stand voor de duur van de beschikking.

Artikel 5.5 Besteding pgb 1. Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 16

2. De cliënt stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt en legt de afspraken vast in het modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank(SVB). 3. De persoon die een pgb ontvangt, danwel de beheerder, mag met de jeugdhulpaanbieder geen afspraak maken op basis waarvan de SVB de jeugdhulpaanbieder middels een vast maandloon uitbetaalt zonder dat de persoon die een pgb ontvangt de factuur heeft geaccordeerd. Dit betekent dat de jeugdhulpaanbieder maandelijks een factuur met daadwerkelijk gerealiseerde uren aan de persoon die het pgb beheert ter accordering aanbiedt. 4. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van het bereiken van de bij die voorzieningen genoemde doelen. 5. Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten, kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers, kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren pgb, kosten voor feestdagen uitkering en een eenmalige uitkering en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag. 6. Indien sprake is van onderbesteding kan het Jeugdteam tijdens het evaluatiegesprek vragen naar de oorzaak van de onderbesteding. 7. Het college kan op basis van de evaluatie besluiten tot aanpassing van de beschikking die is afgegeven op grond van deze verordening.

Hoofdstuk 6 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Artikel 6.1 Herziening ,intrekken, wijzigen en beëindigen 1. Indien het college een individuele voorziening heeft toegekend aan de jeugdige en/of de ouder(s), dan informeren de jeugdige en/of de ouder(s) het college als er iets in hun situatie verandert. Het is hun plicht om dat zo snel mogelijk te doen. Ze geven veranderingen door die ervoor kunnen zorgen dat het college een nieuw besluit moet nemen. Ze weten dat die veranderingen invloed hebben op de individuele voorziening. Of ze hadden dat moeten weten. 2. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien, intrekken, wijzigen of beëindigen. Voorwaarde is dat het college 1 van deze situaties vaststelt: a. De jeugdige of de ouder(s) hebben verkeerde of onvolledige informatie gegevens doorgegeven. Indien het college de juiste of volledige informatie had gehad, dan had het college een ander besluit over de individuele voorziening genomen. b. De jeugdige en/of zijn ouder(s) niet langer afhankelijk van de individuele voorziening of op het (daarmee samenhangende) pgb. c. De individuele voorziening of het pgb is niet meer genoeg in de situatie van de jeugdige en/of de ouder(s). d. De jeugdige en/of zijn ouder(s) voldoen niet meer aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb. e.

De jeugdige en/of zijn ouder(s) gebruiken de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd. 3. Trekt het college het besluit in op grond van de situatie in lid 2a? Dan betalen de jeugdige of de ouder(s) terug waar ze geen recht op hadden. Hiervoor kan het college de gemaakte kosten voor een deel of helemaal terugvorderen. Het gaat om de kosten voor de individuele voorziening waar de jeugdige en/of de ouder(s) geen recht op hadden. 4. Het college kan een besluit om een pgb toe te kennen intrekken. Voorwaarde is dat de budgethouder het pgb niet heeft gebruikt binnen 6 maanden na toekenning. De budgethouder moet het pgb gebruiken om de afgesproken individuele voorziening te betalen.

Artikel 6.2 Fraudepreventie en controle 1. Het college zet in op fraudepreventie. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college jeugdigen en ouders informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening ( in natura of in de vorm van een PGB) zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 17

2. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik , oneigenlijk gebruik en ondoelmatig gebruik van deze wet. 3. Het college kan nadere regels maken over de bevoegdheden van de toezichthouder.

Hoofdstuk 7 Afstemming met andere domeinen Artikel 7.1 Overgang naar volwassenheid 1. Maakt de jeugdige gebruik van een individuele voorziening? En is die hulp nog steeds nodig als de jeugdige 18 jaar is geworden? Dan valt die hulp vanaf 18 jaar niet meer onder de Jeugdwet. Er vindt op tijd een gesprek plaats over welke andere voorziening nodig is. 2. Het jeugdteam laat de jeugdige en de ouder(s) weten wat er vanaf 18 jaar verandert. Het jeugdteam informeert de jeugdige en de ouder(s) over de gevolgen hiervan. Ook doet het jeugdteam er alles aan om te zorgen dat de hulp aan de jeugdige doorgaat. 3. Voor jeugdigen vanaf het 16e levensjaar dient de aanbieder een ‘perspectiefplan’ op te stellen met daarin opgenomen: a. Welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf de 18e verjaardag; b. Op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen (WMO, WLZ, of Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het 18e levensjaar wordt ingezet. 4. Soms gaat de jeugdhulp wel door nadat de jeugdige 18 jaar is geworden. Dat noemen we verlengde jeugdhulp. In die situatie vindt het gesprek een half jaar voor dat de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt plaats. De jeugdhulpaanbieder betrekt de jeugdige, het gezin en het Jeugdteam bij (het opstellen van) het toekomstplan/perspectiefplan.

Artikel 7.2 Afstemming gezondheidszorg 1. Het college draagt zorg dat wanneer het Jeugdteam een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars. 2. Het college draagt zorg dat het Jeugdteam zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. 3. Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g van de wet en artikel 3.1 van deze verordening, plaatsvindt.

Artikel 7.3 Afstemming langdurige zorg 1. Het college draagt zorg dat het Jeugdteam de jeugdige en/of zijn ouder(s) ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. 2. Indien de jeugdige en/of zijn ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening.

Artikel 7.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college maakt afspraken met kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, primair en voortgezet onderwijs, en middelbaar beroepsonderwijs over de toegang tot jeugdhulp. 2. Het is belangrijk dat de jeugdhulp afgestemd is met het onderwijs en leerplicht. Afspraken daarover staan in het (integraal) onderzoeksplan van de jeugdige en/of zijn ouder(s). 3. Het college stemt de samenwerking van onderwijs en door gemeenten gefinancierde jeugdhulp af met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs in wettelijk verplichte OOGO’s (op overeenstemming gericht overleg).

Verordening jeugdhulp Alkmaar 2024 18

4. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. 5. Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs is deze wet voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. 6. Als een jeugdige voor het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen, valt de ondersteuning onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Daarbij zijn algemene voorzieningen zoals Jeugdhulp op School voorliggend op individuele voorzieningen.

Artikel 7.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor jeugdigen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van de voorzieningen voor jeugdigen op grond van deze verordening en voorzieningen voor volwassenen, zijnde ouders, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3. Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en het lokale team een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt.

Artikel 7.6 Afstemming werk en inkomen Het college draagt zorg dat het Jeugdteam en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, armoedevoorzieningen– te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.

Artikel 7.7 Afstemming met gecertificeerde instellingen 1. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over de aansluiting tussen de algemene voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk 4 en de gecertificeerde instellingen. 2. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over: a. het overleg over de aangewezen jeugdhulp in het kader van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, zoals bedoeld in art.3.5 lid 1 van de wet; b. het overleg over de eventuele gewenste jeugdhulp na beëindiging van de kinderbeschermings-maatregel of jeugdreclassering; c. de vorm en inhoud van het besluit tot inzet van jeugdhulp van de gecertificeerde instelling en hoe het college daarvan op de hoogte wordt gesteld; d. wanneer en onder welke voorwaarden de gecertificeerde instelling budgethouder van een Pgb kan zijn namens de jeugdige en zijn ouder(s); e. hoe te handelen wanneer een gecertificeerde instelling meent dat niet gecontracteerde jeugdhulp ingezet dient te worden. 3. Het college en de gecertificeerde instelling leggen de wijze van overleggen vast in een protocol als bedoeld in art. 3.5 lid 3 van de wet. 4. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over de vorm en inhoud van het besluit tot inzet van jeugdhulp van de gecertificeerde instelling en hoe het college daarvan op de hoogte gesteld wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13927410/2