Bijlage 8. Bundel zienswijzen anoniem
Tekst van het document
Alkmaar, 1 september 2025 Aan het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar t.a.v. Thea Noordeloos, Programmamanager per mail: Omgevingsvisie@alkmaar.nl Betreft: zienswijzereactie op de ontwerp-omgevingsvisie/GK/HdV Geacht college, In vervolg op de aanwezigheid van leden van de Commissie Ruimte van de Historische Vereniging Alkmaar (HVA) op de participatiebijeenkomst voor maatschappelijke organisaties over de actualisatie van de omgevingsvisie Alkmaar 2040 kreeg de HVA via een mail d.d. 17-07-2025 het bericht dat de ontwerpomgevingsvisie gereed was. Maatschappelijke organisaties als de HVA worden tot 12 september 2025 in de gelegenheid gesteld een zienswijzereactie in te dienen. De HVA maakt in samenwerking met erfgoedvereniging Heemschut graag gebruik van de mogelijkheid een zienswijzereactie te geven. De belangrijkste reden is om cultureel erfgoed en cultuurhistorische waarden en grotere rol te geven bij grote ruimtelijke ontwikkelingen. De participatie heeft waardevolle input opgeleverd voor de omgevingsvisie aldus de projectorganisatie. Als vertrekpunt wordt gesteld: We gaan uit van drie leidende principes: het versterken van de omgevingskwaliteit, het zorgen voor een duurzame toekomst, en rekening houden met water, bodem en ondergrond. Wij gaven tijdens de participatiebijeenkomst al aan bij dit vertrekpunt expliciet het ‘erfgoed’ te benoemen.
Omgevingskwaliteit en erfgoed liggen in elkaars verlengde; erfgoedobjecten zijn in de gebouwde omgeving de meest duurzame gebouwen en ook bij het rekening houden met water, bodem en ondergrond kan de cultuurhistorie van de strijd tegen het water een inspirerende rol spelen. We geven hieronder per genoemd thema aan waar erfgoed en cultuurhistorie in het geding kan zijn. Groei in balans In de omgevingsvisie wordt de woningbouwopgave niet in aantallen gespecificeerd. Dat past natuurlijk bij een strategische visie voor de lange termijn. Dat wordt met concrete acties verder uitgewerkt in de uitvoeringsstrategie. Toch is het goed om bij de beoordeling van de visie een beeld te hebben van het woningbouwprogramma. Zeker omdat er meerdere getallen daarover de ronde doen en dit zowel positieve als negatieve effecten kan hebben op de leefomgeving. In 2017 werd rekening gehouden met 15.000 woningen, in de actualisatie gaat de voorgenomen ontwikkeling uit van 12.000 woningen. De Bevolkingsprognose Noord-Holland 2024-2050 noemt een woningbehoefte voor Alkmaar tot 2040 van 7.000 woningen. Deze verschillen zijn te groot om onbenoemd te laten. Een periodiek overzicht waarin de woningbouwopgave, de aantallen en het programma per locatie en het te verwachten realisatietempo is een voorwaarde om te kunnen bijdragen aan een Alkmaar dat klaar is voor de toekomst.
Stedelijke kwaliteit versus landschappelijk erfgoed en de dorpen In “Blik op de toekomst” dat vooraf ging aan de geactualiseerde ontwerp-omgevingsvisie is veel aandacht gegeven aan de verschillende kwaliteiten van enerzijds de stad en de stedelijke leefomgeving en anderzijds
Historische Vereniging Alkmaar | Nassaulaan 43, 1815 GJ Alkmaar | www.hvalkmaar.nl info@hvalkmaar.nl| KvK Alkmaar: 40634500 | IBAN: NL62 INGB 0000 6004 01
de dorpen en het open landschap. Dit contrast wordt gewaardeerd. Met daarbij het pleidooi voor behoud en versterking van het waardevolle open landschap als cultureel erfgoed. Die aandacht is ons uit het hart gegrepen. In dat licht past een plan voor woningbouw aan de westkant van de Schermer (de Alkmaarse ‘Oostrand’ genoemd) naar onze overtuiging in het geheel niet. Als alternatief hebben de erfgoedorganisaties verdere woonbebouwing aan de westzijde van Stompetoren (naast de 350 woningen waar nu een plan voor wordt gemaakt) en aan de zuidkant van Stompetoren voorgesteld. Dat versterkt de leefbaarheid van het dorp en het houdt de Schermer als droogmakerij landschappelijk heel. De orthogonale structuur in combinatie met de organisch aangelegde dijken van het oude land is een kernkwaliteit die niet verloren mag gaan! Voor de duidelijkheid vermelden wij dat wij dit idee zien in aanvulling op de geplande en verder te optimaliseren nieuwbouw in Stompetoren West en dat realisatie alleen een optie is indien nadrukkelijk de behoefte aan een extra locatie aangetoond is. En dan dus als alternatief voor bebouwing van de westrand van de Schermer. In het open landschap moeten echter wel kleine ontwikkelingen mogelijk zijn, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ruimtelijke en historische kwaliteiten niet aangetast worden.
Het redden van stolpen door bijgebouwen te gebruiken als extra woning kan een kostendrager zijn voor het restaureren van stolpen. Het behoud van het stolpenlandschap in de Schermer is een kernkwaliteit die zeker benoemd zou moeten worden in de omgevingsvisie. Versterken omgevingskwaliteit Het versterken van de omgevingskwaliteit is een belangrijk uitgangspunt in de omgevingsvisie. Er wordt echter niet aangegeven welke kaders de gemeente wil inzetten om dit te bereiken. Om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, is een integrale aanpak nodig die rekening houdt met herkomstwaarde, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van een gebied. Dit omvat het betrekken van alle relevante partijen, het afstemmen van belangen en het inzetten van passende instrumenten zoals ontwerpkracht, beeldkwaliteitsplannen en kwaliteitskaders. Het verdient in onze ogen aanbeveling om het huidige instrumentarium te actualiseren. En de gemeente zou duidelijker moeten maken waar initiatieven minimaal aan moeten voldoen qua ruimtelijke kwaliteit en daar ook op toetsen. Duurzaamheid en circulariteit Zorgen voor een duurzame toekomst is een van de drie pijlers van de omgevingsvisie. Terecht, maar in de opgaven en uitgangspunten wordt circulariteit beperkt tot het hergebruiken van materialen en grondstoffen.
Door deze eenzijdige invulling wordt voorbijgegaan aan de basis van circulariteit in vastgoed, te weten het herbestemmen en renoveren van gebouwen en woningen. Ons pleidooi is om hier meer nadruk op te leggen in plaats van sloop-nieuwbouw. Niets is immers zo circulair als het hergebruik van een bestaand casco, dat is beter voor het milieu met een lagere CO2-last, is financieel vaak goedkoper en draagt in negen van de tien keer ook bij aan behoud van identiteit en cultuurhistorie. Erfgoed vormt het DNA van de stad Dat de historie een belangrijke identiteitsdrager is voor de Gemeente Alkmaar onderschrijven wij volledig. Het herwaarderen van bestaande kwaliteiten in voor- en naoorlogse wijken met groen, aantrekkelijke openbare ruimte en kleinschalige woonbuurten juichen wij toe. Of daarmee ook de cultuurhistorische waarden van gebouwen wordt bedoeld is niet duidelijk. Wij pleiten ervoor dat duidelijk te benoemen en
Historische Vereniging Alkmaar | Nassaulaan 43, 1815 GJ Alkmaar | www.hvalkmaar.nl info@hvalkmaar.nl| KvK Alkmaar: 40634500 | IBAN: NL62 INGB 0000 6004 01
tevens op te nemen dat herbestemming en renovatie de voorkeur heeft boven sloop-nieuwbouw, zowel uit het oogpunt van cultuurhistorie als in het belang van de duurzaamheid. Wat aan deze goede bedoelingen vooraf moet gaan is een zo volledig mogelijke inventarisatie, ordening en cultuurhistorische waardering van het bestaande vastgoed. Door de invoering van de Erfgoedwet, de Omgevingswet en het Internationale Verdrag van Faro is een nieuwe kijk op de omgang met erfgoed ontstaan. Gemeenten moeten rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met begrip voor het feit dat dit tijd kost pleiten we wel voor de uitgesproken bedoeling om hierin binnen afzienbare tijd te voorzien. Immers, om bestaande cultuurhistorische waarden z’n plek te geven in nieuwe ontwikkelingen moet je die wel kennen. Gezonde economie Voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en het verbeteren van de omgevingskwaliteit is duurzame mobiliteit een belangrijke voorwaarde. Wij respecteren daarbij uiteraard de keuzevrijheid van de individuele reiziger. Maar voor het mobiliteitssysteem in het algemeen zal meer prioriteit aan de meer duurzame vormen van mobiliteit gegeven moeten worden.
Om de aantrekkelijkheid van de oevers van het Kanaal (park en zone) als woon- en verblijfsgebied te verbeteren zal een extra inspanning om het autoverkeer van de ene naar de andere wijk meer naar de ring te krijgen, noodzakelijk zijn. Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit pleiten wij ervoor de Bestevaerbrug te beperken tot een brug voor langzaam verkeer en hulpdiensten. De aanlanding van een brug voor autoverkeer zal het profiel van de voormalige Westfriese Omringdijk op Bedrijventerrein Oudorp teveel aantasten. In een omgevingsvisie moet vooral naar de toekomstige ontwikkelingen en ambities van de stad gekeken worden, maar als versterking van ruimtelijke kwaliteit en het stimuleren van duurzaamheid vertrekpunten zijn, moet het behoud van het cultureel erfgoed als een basisvoorwaarde worden benoemd in de omgevingsvisie. De identiteit van Alkmaar als monumenten-, winkel- en woonstad met een uniek landschap aan de oost- en westzijde van de stad is hiermee gediend. Deze HVA-zienswijzereactie op de ontwerpomgevingsvisie is opgesteld door de commissie Ruimte van de HVA. De commissie is graag bereid deze zienswijze nader toe te lichten. De zienswijzereactie van de HVA wordt ook onderschreven door de commissie Noord-Holland van erfgoedvereniging Heemschut. Met vriendelijke groet, Historische Vereniging Alkmaar
Dhr. Ruud Roemer, voorzitter
Dhr. H.J. de Kruik, secretaris
Commissie Heemschut Noord-Holland
Mw. E.G.A. Gorter, secretaris.
Historische Vereniging Alkmaar | Nassaulaan 43, 1815 GJ Alkmaar | www.hvalkmaar.nl info@hvalkmaar.nl| KvK Alkmaar: 40634500 | IBAN: NL62 INGB 0000 6004 01
AANGETEKEND Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Alkmaar Postbus 53 1800 BC ALKMAAR
Datum
5 september 2025
Eigenaar
Ons kenmerk
UV / PLA / TR / #22795
Bijlagen
2
Onderwerp
Alkmaar, zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Alkmaar 2040
Team Ruimte RO-ProRail@prorail.nl
Geacht College FinanciSn
Leefomgeving. Juridische zaken en Vastgoed Bezoekadres
Met veel interesse heeft ProRail kennisgenomen van het ontwerp van de Omgevingsvisie Alkmaar 2040 (verder genoemd: de visie) die uw college ter inzage heeft gelegd. De visie spreekt van ambitie en maakt keuzes om in de beperkte ruimte binnen uw gemeente, de grote opgaven en kansen op het terrein van bereikbaarheid, klimaat, wonen, werken en energie in samenhang te realiseren. ProRail heeft hier waardering voor.
Tulpenburgh Moreelsepark 2
3511 EP Utrecht
Nederland
Met deze brief vraagt ProRail aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de uitwerking van de visie in concrete omgevingsplannen. In uw gemeente ligt een spoometwerk \ Het spoometwerk heeft ruimte nodig om nu en in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. Hierover is ProRail al regelmatig met u in gesprek.
Postadres
Postbus 2038 3500 GA Utrecht Nederland
www.prorail.nl
Doordat de gepubliceerde visie geen kaartmateriaal bevat is de relatie tussen spoor en haar omgeving minder scherp zichtbaar. Juist hierom vraagt ProRail extra aandacht voor de (mogelijke) raakvlakken tussen de ambities in de visie en ons spoometwerk met alle daartoe behorende assets en verantwoordelijkheden.
1 Bescherming van het spoometwerk en haar omgeving ProRail ziet bereikbaarheid van steden als een samenspel tussen ruimtelijke keuzes en het mobiliteitssysteem. Ontwikkelingen in de nabijheid van het spoometwerk kunnen de bereikbaarheid van woningen en werklocaties versterken. Echter, soms kunnen ontwikkelingen en spoor elkaar belemmeren. Om dit te voorkomen denkt ProRail graag vroegtijdig mee bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoometwerk. Rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) ligt een beperkingengebied (Omgevingsbesluit, artikel 3.5), ongeveer tot 11 meter buiten de HSWI. Doel van dit beperkingengebied is om het huidig functioneren en de veiligheid rondom het spoometwerk zeker te stellen. Daarom is het bouwen in dit gebied vergunningplichtig. Meer informatie over het indienen van aanvragen of het doen van meldingen onder de Omgevingswet vindt u op onze website. Daarnaast vraagt ProRail u om de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit ’ Het gehele netwerk van sporen, vrije baan, stations, emplacementen en spoorgebonden bouwwerken naast of nabij de
sporen. Spoorgebonden bouwen zijn alle gebouwen en bouwwerken, niet zijnde stabonsgebouwen, die nodig zijn voor het functioneren van de spoorinfrastrucluur, zoals onderstations, relaishuizen, verkeersladingsposten.
ProRail b v .Kvk 30124359
•
«
»
kwaliteit leefomgeving bij de uitwerking van de visie in omgevingsplannen te respecteren. Deze regel vraagt dat u in een omgevingsplan dat van toepassing is op de HSWI in beheer bij ProRail geen regels mogen worden gesteld die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren. Voor uw visie betekent dit dat bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties naast het spoor, ProRail u vraagt om toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. ProRail herkent in uw visie ontwikkelingen richting het spoor die een relatie hebben met het bestaande en beoogde onderhoud, gebruik en vernieuwing van het spoor. Hierbij wil ProRail u erop wijzen dat het bouwen boven of op de HSWI vergunningplichtig is, privaatrechtelijke toestemming van ProRail vereist en een exclusief recht van ProRail is. Aan de vergunning en toestemming worden voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de staat en werking van de hoofdspoorwegen en uitbreiding daarvan.
Specifiek vraagt ProRail uw aandacht voor het volgende: In hoofdstuk 4 van de visie benoemt u de algemene ambities die integraal onderdeel zijn van deze visie. ProRail ondersteunt deze ambities. 2. Op pagina 21 wordt het belang van multifunctionele gemengde stationsgebieden benoemd. ProRail ondersteund deze ambitie, voor zowel station Alkmaar als station Alkmaar Noord, maar vraagt hierbij wel aandacht voor het goed kunnen blijven functioneren van de OV-knoop als geheel. Dit vraagt o.a. voldoende 'ademruimte' en overzicht in het gebied en logische (loop)routes voor de OV-reizigers. Meer specifiek benoemen we: a. Het verplaatsen van het busstation naar de noordzijde van station Alkmaar. Dit kan veel impact hebben op logische looproutes op en rondom de OV-knoop en meer specifiek de rol van de stations-traverse hierin. Dit behoeft nader onderzoek en uitwerking. ProRail is hierbij betrokken maar benadrukt graag nogmaals het belang van een goed functionerende OV-knoop als geheel, in het belang van de reizigers. b. Ruimte voor nieuwe woningbouw en werklocaties, en de aanleg van een aantrekkelijke verblijfsruimte aan de zuidzijde van station Alkmaar. Aandachtspunten hierbij zijn o.a. de zichtbaarheid en ademruimte van het station zoals benoemd maar ook de genoemde zaken onder punt 3 “Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor” in deze brief. c.
In navolging op punt b vragen we aandacht voor de afstand van woningbouw tot het spoor. Wij roepen o.a. op om geluidsluwe functies te realiseren aan de spoorse zijde en woningbouw aan de andere zijde of verder van het spoor af, om overlast te beperken. Houd hierbij ook rekening met weerkaatsing van geluid tegen bestaande en nieuwe bebouwing. Naast geluid spelen ook trillingen een belangrijke rol in de mogelijke hinder. d. Transformatie van stationspleinen en stationsomgevingen heeft effect op het functioneren van OV-knoop en haar omgeving en daarmee op onze stations. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij o.a. zichtbaarheid en bereikbaarheid van het station en de ketenvoorzieningen (bijv, fietsenstalling). Deze dienen een logische en goed vindbare plek op de OV-knoop te hebben/behouden. ProRail wordt en blijft hierbij graag tijdig betrokken om in dit proces onze belangen te behartigen en kennis en kunde te delen.
1.
2/5
Ons kenmerk LJ V / PLA ! TR / #22795
* < >
2 Voorkomen belemmeringen voor functioneren en veiligheid spoornetwerk Het spoornetwerk maakt gebruik van elektriciteit dat via onderstations, relaiskasten, ondergrondse infrastructuur en bovenleidingen naar de trein en stations wordt geleid. Deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoonweginfrastructuur en daarmee voor het rijden van treinen. In de uitwerking van uw plannen verzoekt ProRail uw college om deze onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing, bebouwing te realiseren op te dichte afstand en te allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds- en hulpdiensten. Voor deze voorzieningen dient rekening te worden gehouden met een afstand van 5 meter gemeten vanaf de gevel met een hekwerk op de 5 meter-grens. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Dit geldt ook voor het overbouwen, onderbouwen of overkragen van deze voorzieningen. Uit onderzoek blijkt dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven.
3 Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor Bij het ontwikkelen in de nabijheid van het spoornetwerk, is het voor een goede leefomgeving belangrijk dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd. Bij de uitwerking van de visie naar omgevingsplannen, vraagt ProRail aandacht voor de volgende aspecten (in bijlage 1 zijn deze verder toegelicht): Externe veiligheid; Geluid; Trillingen; Ovenwegveiligheid; Waterpeil/stabiliteit; Windbeleving en windhinderrisico's; Schaduwwerking op zonnepanelen; Zonneparken / reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur. 4 Bureau Spoorbouwmeester Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt, te vinden op www.spoorbeeld.nl. Waar mogelijk kunt u hiervan gebruik maken bij de uitwerking van de visie.
5 Contact ProRail wenst u veel succes met de vaststelling van de visie en de uitwerking daarvan in concrete plannen. Graag denkt ProRail vroegtijdig mee over plannen in de nabijheid van het spoor. U kunt hiervoor contact opnemen met Luna Heringa-Taglioni, Adviseur Public Affairs Regio Randstad Noord. Met vriendelijke groet,
mr. (Caroline) Rulkens Directeur Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed
3/5 Ons kenmerk LJV / PLA / TR ! #22795
f
BIJLAGE 1: UITWERKING OMGEVINGSEFFECTEN Externe Veiligheid ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet).
Geluid Voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in akoestische onderzoeken, dient u gebruik te maken van de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden. Aspect Trillingen Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers van bebouwing dicht bij het spoor, acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail u aan om het aspect trilling hinder af te wegen, zoals door Informatiepunt Leefomgeving wordt aanbevolen.
Overwegen Het streven van het Ministerie en ProRail is om de veiligheid op overwegen te verhogen. De ambitie is hierbij om het aantal risico’s op overwegen verder naar beneden te brengen. Verder wil ProRail voorkomen dat door nieuwe ontwikkelingen de veiligheid op overwegen afneemt. Overwegveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid voor spoor- en wegbeheerder. De Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020- 2025 bevat verplichtingen voor initiatiefnemers van wijzigingen van (het gebruik van) een overweg. Hierin wordt onder andere gesteld dat er bij een wijziging van het gebruik van het spoor danwel van de weg een risicoanalyse opgesteld moet worden met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd. Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht.
Waterpeil/stabiliteit De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Plannen en/of werkzaamheden mogen geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen.
In het bijzonder merkt ProRail op dat de initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen.” Spoorweadoeleinden ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoonwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft.
4/5
Ons kenmerk LJV / PLA / TR / #22795
I
Windbelevina en windhinderrisico's Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein stopt. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen.
Schaduwwerkino op zonnepanelen ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden. Zonneoarken /reflectie in relatie tot hoofdspoorweainfrastructuur Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en /of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van hetzonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten.
5/5 Ons kenmerk LJV / PLA / TR / #22795
I
«
«
)
t
Assetmanagement
Richtlijn Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hoofdspoor weginfrastructuur.
Beherende instantie: Inhoud verantwoordelijke: Status:
Datum van kracht: 01-06-2025 9 2029 BafwuMfw « m a( Kraetttn» d» AijimnwM 1 BI 2 «mMM uttandwmgan mag nM» ud Mn udsa** wertan ufcMnoudiofl «n/ot opa raaf gamaaU door middal van dn*, tato* Mspia. naeranm of op waKa andara dan ook zondar da voorafgaanda tchnlMIta toaatammaig vort da aulaur
AM Techniek AM Treinbeveiliging lokale systemen Definitief
Documentnummer: RLN00398
Versie: 004 © 2CO5 Apart trom tha aïcaphix» in or öy vwtua of tha 1S12 copy^^* *■* Of tfaa decianant may ba raptoducad or pubdahad pnr«. photooopywig. rtwcfoftl^ or any ofhar maana artïuut wiHan parmaaion from trta
Pful
moMwM 2012
t
*1
PïOJlail
t
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
INHOUD
1
Revisiegegevens.................................
3
Algemeen............................................. Scope...................................................... Van kracht verklaarde voorschriften en normen Geraadpleegde literatuur............................. Definities en afkortingen..............................
.4 .4 .5 .6
3
Inleiding................................................................................................
7
4
Opsomming van ongewenste gebeurtenissen...............................
8
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.6.1 5.6.2
Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen................... Algemeen................................................................................................. Eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels................................. HVDC-verbindingen................................................................................... Eisen aan hoogspanningslijnen en -kabels bij railinfrastructuur met 25 kV AC TEV Unity study (in ontwikkeling)........................................................................ EMC-detailstudie........................................................................................ Rapportage EMC-detailstudie...................................................................... EMC-maatregelen vastleggen......................................................................
..9
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Uitgangspunten ten behoeve van modellering Algemeen................................................................. Modellering Hoogspanningsverbinding........................... Faalwijzen HoogspanningsverbindingZ-kabel................... Modellering Railinfrastructuur....................................... Faalwijzen Railinfrastructuur......................................... Modellering van de koppelweg.....................................
15 .15 .15 .17 .17 .18
7
Beoordelingscriteria................................................................
20
8
Uitgangspunten tbv modellering mitigerende maatregelen
22
Bijlage 1: BI bovenleidingsysteem geleiderconfiguratie.....................
24
Bijlage 2: 50 Hz immuniteit enkelbenige spoorstroomlopen...............
25
Bijlage 3: Template tbv basisrapportage EMC....................................... ,
30
Bijlage 4: Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies..........................
34
2 2.1 2.2
2.3 2.4
5
6
Richtlijn
V004
I
4
..9 ..9 12 13 13 13 14 14
.19
pag. 2/38
I
1
t
I
t
PxoAail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
1
Revisiegegevens
(
Hoofdstuk/ paragraaf
Wijziging
Datum
Versie
01-11-2013
001
Initiële versie
01-12-2020
002
Kleine wijzigingen uitgevoerd naar aanleiding van datums/versienummers geactualiseerde normen, vrijgegeven wijzigingen in OVS00111 en aangepaste RIS informatie.
01-11-2021
003
Kleine wijzigingen doorgevoerd in volledige richtlijn op basis van input van verschillende stakeholders (o.a. H5).
01-06-2025
004
Verschillende wijzigingen doorgevoerd. Integraal de richtlijn beter ge schikt gemaakt voor gebruikers, o.a flowcharts toegevoegd, eisen ge actualiseerd. etc..
Richtlijn
V004
pag. 3/38
1
PxoJiail
RLN00333
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2
Algemeen Deze richtlijn beschrijft het beleid van ProRail met betrekking tot de toegestane elektromagnetische invloed van hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden op de hoofdspoorweginfrastructuur (hswi) in Nederland.
2.1
Scope Deze richtlijn is van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — met een nominale spanning van > 1 kV en een nominale bedrijfsfrequentie van 50 Hz (AC) en 0 Hz (DC) op, onder, boven of naast de hoofdspoorweginfrastructuur. Tevens is de richtlijn van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — in de zone buiten het terrein behorende tot de hoofdspoorweginfrastructuur, voor zover het betreft:
Het beperkingengebied als beschreven in artikel 3.5 (beperkingengebied hoofdspoorweginfra structuur) van het Omgevingsbesluit; 2. Het gebied daarbuiten, voor zover genoemde lijnen en kabels elektromagnetische ontoelaat bare invloed hebben op de spoonweginfrastructuur. 1.
Dit document bevat de eisen aan de hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden en geeft een onderbouwing van deze eisen. Deze onderbouwing vloeit voort uit de eisen voor de veiligheid voor personen die zich op of nabij de spoorbaan bevinden en uit de RAMSHE eisen aan de systemen en apparatuur van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het feit dat de scope van deze richtlijn hoogspanningskabels > 1 kV betreft, betekent dat ook kabels aangeduid als middenspanningskabels met een nominale bedrijfsfrequentie van 50 Hz binnen de scope van deze richtlijn vallen. Voor potentiële elektromagnetische beïnvloeding vanuit hoogspannings-gelijkstroomverbindingen (HVDC) wordt verwezen naar paragraaf 5.3. 2.2
Van kracht verklaarde voorschriften en normen Deze paragraaf geeft een opsomming van de referenties die gebruikt worden in dit voorschrift. Daar waar in dit voorschrift verwezen wordt naar een referentie, maakt deze referentie onderdeel uit van dit voorschrift. Indien eisen conflicteren dient de volgende prioriteitsvolgorde te worden aangehouden; 1. Wettelijke eisen (de Nederlandse wetgeving is van toepassing); 2. ProRail Ontwerpvoorschriften en Richtlijnen; 3. Overige ProRail bedrijfsvoorschriften; 4. NEN-EN-IEC-, NEN-EN- en NEN-normen voor railtoepassingen; 5. Overige NEN-EN-IEC-, NEN-EN- en NEN-normen; 6. Overige (internationale) normering. Bij aanvang van elk project dient tussen betrokken partijen afgesproken en vastgelegd te worden welke versies gehanteerd worden van de genoemde normen en bedrijfsvoorschriften. Zonder expli ciete afspraak hierover, is altijd de laatst gepubliceerde versie van de norm of voorschrift van toepas sing.
Richtlijn
V004
pag. 4/38
1
I
I
I
RLN00398
ProKail
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Naam document
[Al
Vervallen
[BI
Bovengrondse elektrische lijnen boven 45 kV wisselspanning - Deel 1: Bovengrondse hoogspanningslijnen voor wisselspanning hoger dan 1 kV - Deel 1: Algemene eisen Gemeenschappelijke specificaties Deel 2-15: Overhead electrical lines exceeding AC 1 kV Part 2-15: National Normative Aspects (NNAs) for the Netheriands (based on EN 50341-1 ;2012) Deel 3: Verzameling van nationale normatieve aspecten
NEN-EN 50341-1:2013 NEN-EN 50341-2-15:2019 inclusief aanvullingen en correcties
[Cl
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Isolatiecoördinatie - Deel 1: Basiseisen - Slagwijdten en kruipwegen voor alle elektrische en elektronische uitrusting_________
NEN-EN 50124-1:2017
[Dl
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Vaste installa ties - Elektrische veiligheid, aarding en retourstromen Deel 1: Eisen in verband met bescherming tegen elektri sche schok ___________________________
NEN-EN 50122-1:2022
[El
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 4: Emissie en immuniteit van sein- en telecommunicatie-apparatuur________________
NEN-EN 50121-4:2016
Spoonwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 5: Emissie en immuniteit van vast opgestelde voedingsinstallaties en apparatuur______
NEN-EN 50121-5:2017
[G1
Ontwerpvoorschrift Tractieenergievoorzieningsysteem; Bo venleiding Bovenleidingsysteem BI______________
OVS00024-5.1-V005
[Hl
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 3-1: Rollend materieel - Trei nen en complete voertuigen_______________________
NEN-EN 50121-3-1:2017
[II
Ontwerpvoorschrift Treindetectie; Laagfrequent spoor stroomlopen 75 Hz secties in ET-gebied
OVS60111-2-V003
[J]
Ontwerpvoorschrift Treindetectie; Laagfrequent spoor stroomlopen 75 Hz enkel- en dubbelbenige secties in ETgebied ______________________________
OVS60111-3-V001
[KI
Ontwerpvoorschrift Treinbeveiligingsysteem; Tekenvoorschrifl OR-bladen;
OVS60091-3-V008
[F]
2.3
Geraadpleegde literatuur_________________
Ref. nr.
Naam document
1
inclusief aanvullingen en correcties
_______ _______________________
_____________________________
[1]
Ello Weits, Grenswaarden voor homopolaire stromen Statistische analyse van metingen aan een 110 kV-kabel (Hoogeveen) en twee 220 kV-lijnen (Hessenweg), Movares, Kenmerk CO-EW-120006291 - Versie 2.0, Utrecht, 13 apnl 2012_____________
[21
R Koopal R M. Paulussen, UITGANGSPUNTEN EM-BEÏNVLOEDING BETUWEROUTE BESTAANDE PRORAIL INFRASTRUCTUUR, POBR, 29 september 2005 Versie 2.2
[3]
Ello Weits Jeroen van Waes, Nick Stalman, Frank Gerritsen, Uitgangspunten EM-beïnvloeding van de HSL-Zuid op de bestaande ProRail infrastructuur voor 'Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voor schriften; fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, IF114250_320.02, Versie 2.0, 11 maart 2005__________________________ ____________ ______________________
[41
R Koopal Onderbouwing werkhypothesen m.b.L GRS enkelbenige- en dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen. Aanvulling voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschnften; fase 3 t.b.v. p^allelloop met de HSL-Zuid, ProRail BB21/25kV Kenmerk BB21-25kV-060281, Versie 1.0, 11 janu ari 2007
!
Nummer
Ref. nr.
________________ ________________ ______________
[51
B Vedelaar G W Keijzer M. Voesenek, Onderbouwing werkhypothesen m.b.t. GRS enkelbenigeen dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen voor “Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschnften; fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, IF127500_230_3A0, Versie 1.5, 20 mei 2005___________________________________________________________________
[61
Harm van Dijk, Toegestane 50Hz CM stroom door het spoor bij dubbelbenige spoorstroomlopen op de parallelloop met 25kV baanvakken, Movares, VS-HDI-20100122-01. versie 2, 19 maart 2010
Richtlijn
V004
pag. 5/38
»
Pxoüail
t
t
RLN00338
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2.4
(71
ITU-T K26 04/2008 Protection of telecommunication lines against harmful effects from electric power and electrified railway lines
18]
RICHTLIJN 2013/35/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 26 juni 2013 betref fende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzon dere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG. Publicatieblad van de Europese Unie, L 179/1-21, 29 juni 2013
[9]
Vervallen
[10]
ICNIRP GUIDELINES for 'Limiting exposure to time-varying electric and magnetic fields (1 Hz - 100 kHz)', gepubliceerd in: HEALTH PHYSICS 99(6):818-836; 2010
111]
Mail M. Nusselder / R. Koopal van 28 maart 2013
[12]
Mail V.J.P. Plasmeijer / H. Steenkamp dd. 21 november 2012
113]
Besluit van 12 december 2016, houdende regels inzake elektromagnetische compatibiliteit van uit rusting ter implementatie van richtlijn 2014/30/EU (Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016)
[14]
Eindrapportage Onderzoeksfase homopolaire stroom [2021_0186], referentie [5] ESP-2023-008 Sa menvatting onderzoekspoor 2 homopolaire stroom v1.0, 29-09-2023
Definities en afkortingen Term
Verklaring
AC
Alternating Current = wisselstroom (& wisselspanning)
BS
Bovenkant spoorstaaf
CM
Common Mode
DC
Direct Current = gelijkstroom (& gelijkspanning)
DM
Differential Mode
EM
Elektromagnetische
EMC
Elektromagnetische compatibiliteit
GRS
General Railway Signalling
hswi
Hoofdspoorweginfrastructuur
HVDC
High Voltage DC
iB-kabel
Interlokale blokkabel t.b.v. treinbeveiligingsinstallaties
IT-kabel
Interlokale telecomkabel (telecomkabel)
LCL
Longitudinal Conversion Loss
OR-blad
Overzicht Retour tekening van treinbeveiligingsinstallaties
OS
Onderstation van Energievoorziening
RAMSHE
Reliability, Availability, Maintainability, Safety, Health, Environment
RIS
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
RH
Relaishuis van Treinbeveiliging
SPW
Spoorwegwet
TPR
Track Repeater Relais
VLD
Voltage Limiting Device
I
Richtlijn
V004
pag S/38
I
I
I
I
Pïo«ail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
3
Inleiding In het geval van een hoogspanningsverbinding, dat wil zeggen een hoogspanningslijn of hoogspan ningskabel in de nabijheid van de hoofdspoorweginfrastructuur (hswi) moet rekening worden gehou den met de elektromagnetische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Er is sprake van ontoelaatbare beïnvloeding in die gevallen dat de beïnvloeding kan leiden tot onveilige si tuaties voor personen en/of de aantasting van de RAMSHE criteria van de hswi.
Deze richtlijn geeft invulling aan het beleid van ProRail in hoedanigheid van beheerder van de hswi met betrekking tot de aanleg, wijziging en instandhouding van hoogspanningsverbindingen. Deze richtlijn zal worden gehanteerd bij de behandeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet, artikel 5.1, tweede lid, sub f onder 4\ maar ook in (geschillen-)procedures in het kader van omgevingsvergunningen, bestemmingsplannen of tracébesluiten. Tevens dient deze richtlijn te worden gehanteerd bij spoorse functiewijzigingsprojecten, welke uitge voerd worden in de nabijheid van bestaande hoogspanningsverbindingen. Daarbij geldt dat dit van toepassing is voor functiewijzigingsprojecten waarbij één of meer van de volgende aspecten aan de orde is:
• • • •
de positie van het spoor verandert (verplaatsing spoor, aanleg extra sporen); aanpassingen aan of leggen van IT/IB kabels; aanpassingen aan treindetectiesystemen; (ver)plaatsing van technische ruimtes.
Hoofdstuk 4 bevat een opsomming van ongewenste gebeurtenissen ten aanzien van personen en systemen. Hoofdstuk 5 bevat het ProRail beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen in beheer bij der den. Hoofdstuk 6 beschrijft de modellering van de locatiespecifieke EMC-detailstudie. Hoofdstuk 7 beschrijft de beoordelingscriteria van de EMC-detailstudie. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe mitigerende maatregelen bepaald en gemodelleerd dienen te worden.
’ Het oogmerk van deze omgevingsvergunning voor activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot de hoofdspoorweginfrastructuur en de algemene regels in hoofdstuk 9 van het Besluit algemene regels leefomgeving is “het behoeden van de staat en werking van hoofdspoorwegen voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die spoorwegen, waartoe ook het belang van verruiming of wijziging van die spoorwegen behoort." Richtlijn
V004
pag. 7/J8
1
Pxofiail
1
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
4
Opsomming van ongewenste gebeurtenissen In het geval van een hoogspanningsverbinding in de nabijheid van de hswi moet rekening worden ge houden met de risico’s van elektromagnetische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Wanneer de beïnvloeding te groot wordt kan dit leiden tot onveilige situaties, verstoring van de functio naliteit van de hswi en/of de treindienstregeling of versnelde veroudering van de hswi. Spoorvoertuigen kunnen ook hinder ondervinden van de beïnvloeding van hoogspanningsverbindin gen. Daar waar dit beïnvloedingsmechanisme bekend is, is dit in deze richtlijn aangegeven. Algemeen geldt dat voldaan moet worden aan het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016 [13] die geldt voor de elektromagnetische beïnvloeding.
De volgende ongewenste gebeurtenissen worden onderscheiden; 1. gevaar voor elektrisering of electrocutie van personen op spoorwegterrein a) Personen kunnen blootgesteld worden aan te hoge aanraakspanningen, bijvoor beeld bij het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen; b) Personen kunnen blootgesteld worden aan capacitieve ontladingen, bijvoorbeeld bij het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen. 2. beïnvloeding van systemen in de hswi a) De goede werking van treindetectiecircuits, van het type GRS spoorstroomlopen, kan verstoord worden door 50 Hz verzadiging; b) Spoorvoertuigen kunnen, ten gevolge van de 50 Hz-beïnvloeding tussen bovenlei ding en spoorstaaf, te hoge 75 Hz stoorstromen produceren en daarmee de goede werking van treindetectie verstoren. Dit geldt ook voor ATB op basis van GRS spoorstroomlopen; c) Relaisschakelingen met diode (bijv. grendel/HRDR) kunnen verstoord worden door 50 Hz beïnvloeding; d) Apparatuur kan ten gevolge van te hoge 50 Hz spanningen defect raken bij kort sluitingen in het hoogspanningsnet; e) Overspanningsbeveiligingen kunnen defect raken ten gevolge van 50 Hz beïn vloeding.
Richtlijn
V004
I
pag. 8/38
I
I
«
Projlail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
5
Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen
5.1
Algemeen Het beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen en de bijbehorende eisen zijn beschreven in hoofdstuk 5, inclusief de bijbehorende eisen. De flowchart in paragraaf 5.2 beschrijft de generieke ei sen en is van toepassing op potentiële beïnvloeding van niet-geëlektrificeerde railinfrastructuur en ge ëlektrificeerde railinfrastructuur voorzien van 1500 V DC Tractie-energievoorziening (TEV). Voor potentiële beïnvloeding vanuit HVDC-verbindingen van de netbeheerder geldt het gestelde in pa ragraaf 5.3. Voor potentiële beïnvloeding op railinfrastructuur voorzien van 25 kV AC TEV geldt het gestelde in pa ragraaf 5.4.
Deze richtlijn dient toegepast te worden bij aanleg, wijziging en instandhouding van hoogspannings verbindingen. Onder wijziging van hoogspanningsverbindingen wordt hierbij verstaan wijziging van o.a.: • Maximale ontwerpstroom^ en homopolaire stroom in normaal bedrijf en/of kortsluitsituaties; (bijv, door wijziging van: Geleiderdoorsnede, Geleiderpositie’s, Fasevolgorde, Transposities, etc.) Wijze van aarding; (bijv.: direct geaard, blusspoel geaard, aanpassing aarddraden, etc.); Tracé hoogspanningsverbinding; Aantal circuits per mast. Daarnaast werkt deze richtlijn er naartoe doormiddel van een flowchart zo snel mogelijk te filteren, zo dat alleen de relevante situaties leiden tot een volledige EMC-detailstudie.
5.2
Eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels voor 50 Hz-systemen. De flowchart in Figuur 1 is wel geschikt voor zowel lijn- en kabelverbindingen.
Topeisen;
• •
Bij elke beschouwing conform deze Richtlijn dient de onderbouwing en uitkomst van onder staande flowchart te worden geleverd. Deze beschouwing dient qua opbouw en inhoud altijd minimaal invulling te geven aan het ge vraagde conform de templates’, welke van toepassing zijn.
Voor hoogspanningslijnen dient in aanvulling op bovenstaande eisen tevens te worden aangetoond dat voldaan wordt aan onderstaande eisen.
De volgende eisen aangaande hoogspanningslijnen zijn aanvullend aan de flowchart: • •
De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijn tot de bovenleiding dient te vol doen aan NEN-EN 50341-1 en NEN-EN 50341-2-15 [Bj. De hoogspanningslijn dient in het kruisende veld met de spoorbaan in de masten aan weers zijden voorzien te zijn van een ophanging bestaande uit minimaal 2 isolatoren /
’ Dit is de maximale bedrijfestroom die kan lopen ook rekening houdend met zomer/winterwaarden, Dynamic Line Rating, etc. ’ Voor de eenvoudigere beschouwingen voldoet generiek de 'Template tbv basisrapportage EMC', wanneer een EMCdetailstudie nodig is dient het rapport te voldoen aan het gevraagde in de checklist van bijlage 4. Richtlijn
V004
pag. 9/38
I I
Pxo/ïail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
isolatorkettingen. Dit als impactreducerende maatregelen bij het enkelvoudig falen van de geleiderophanging aan de mast.
Doormiddel van het aantoonbaar voldoen aan de bovenstaande eisen en daarmee ook aan de eisen zoals genoemd in de flowchart wordt aangetoond dat er geen ontoelaatbare beïnvloeding kan zijn van de hoogspanningsinfrastructuur op het spoorse systeem. Onder de flowchart staat voor de punten waarvoor dat relevant is een toelichting; er dient voldaan te worden aan wat aangegeven en gevraagd wordt in de toelichting. De flowchart geeft aan wanneer een unity study (zie paragraaf 5.5) en/of een EMC-detailstudie uitge voerd dient te worden zoals beschreven in paragraaf 5.6.
Richtlijn
V004
pag. 10/38
I
»
1
PïOSail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
beschouwde situatie hoogspanningsvettinding spoor
Bevindt de hoogspanningsverbinding zich; >24 kV buiten de 700 m uit het hart ven het buitenste spoor kV buiten de 31 m uit het hart ven het buitenste spoor
voldaan
■»
Ja
Geen ontoelaatbare beïnvloeding Geen modelstudie
Ja
Geen ontoelaatbare beïnvloeding Geen modelstudie
Nee
1) Circuit in 1 kabel of in driehoek gebundelde single cores 2) geen pad voor homopolaire stroom (enkel geaard sterpunt) (zie ook 03) 3) kans op 1 tase sluiting met aarde nabij spoor voldoende Klein (bij verbindingen s24 kV betekent dit: geen mofïen binnen 3lm zone)
voldaan
Nee
4) loopt hoogspanningsverbinding; >24kV buiten 700m zone (indringdiepte) £24kV buiten 11m zone of IS er binnen deze zones geen parailelloop en wordt voldaan aan (5) en (6) 5) kruist de verbinding het spoor ongeveer haaks (80 tot 10O graden) 6) bevindt de verbinding zich op een afstand >20m vanaf een lichtsbijzijnde technische ruimte (gebouw, geen kast) 7) wordt een eerste orde lijnfout binnen 100ms afgeschakeld .
voldaan
8) beschrijf netparameters van hoogspanningsverbinding onder studie (ligging, ontwerpstroom, kortsluitstroom, etc. zie ook toelichting) 9) voldoet de situatie met te beschouwen veibinding aan RLN00398 op basis 20% van beoordelingscriteria (G2) (niet kortsluitsituatie)
voldaan
Geen ontoelaabare beïnvloeding Geen modelstudie
Nee
Memo met parameters en voldoen aan unity study volstaat
Ja
(D) 10) beschrijf de netparameters van beschouw<le verbinding en overige verbindingen (ligging, ontwerpstroom. kortsluitvermogen) 11) sommeer beïnvloeding alle verbindingen (niet voor kortsluitingen) 12) voldoet de parailelloop aan RLN00398
■*
Natniat
Memo met parametef» ’ en voldoen aan unity study volstaat .
Ruim mat
(E) Overleg over vervolg, bijv. EMC detailstudie waarbij wordt vergeleken met unity study of 2e studie y
(F) voldaan aan criteria
Naa
Overleg over mogelijke maatregelen bij zowel Netbeheerder en Spoorbeheerder
Ja
M
(G)
rapportaga
EMC detailstudie waarbij situatie met maatregelen wordt getoetst
Figuur 1: Flowchart ten behoeve bepaling benodigde beschouwing
Toelichting bij bovenstaande flowchart. Algemeen:
I
5
Richtlijn
Bij het doorlopen van een stap (A t/m D), dient aan alle eisen in het daarbij behorende blok te worden voldaan; Per eis dient een onderbouwing aangeleverd te worden waarom er wel of niet aan wordt vol daan; Als een aspect niet van toepassing is mag dat beschouwd worden als voldaan. Dit dient expli ciet in de rapportage vermeld te worden, inclusief reden; Tot aan (C) is het op basis van bekende parameters bepalen of het voldoet; vanaf (C) zijn er berekeningen nodig V004
pag. 11/38
'
ProJlail
1
I
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
• •
Voor (A) en (B) dient de template in Bijlage 3; Template tbv basisrapportage EMC' gebruikt te worden om de onderbouwing weer te geven. Voor (C) en (D) dient een EMC-detailstudie uitgevoerd te worden. (A) Is generiek geldig voor alle typen hoogspanningsverbindingen; Bij punt 3) geldt, dat als aan de van toepassing zijnde onderstaande bullits aantoonbaar voldaan wordt, de kans op eenfase sluiting met aarde nabij het spoor voldoende klein wordt geacht: • In geval van een kabelverbinding moet aangetoond worden dat er zich geen moffen binnen een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor bevinden of dat deze binnen deze 31 m voorzien zijn aanvullende elektrische isolatie ten opzichte van aarde, welke de mof en het kabeldeel 5 m voor tot en met 5 m na de mof be schermen.
• In geval van een lijnverbinding mogen zich geen fundatiepunten van masten bevin den binnen tenminste een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor. • Er dient voor alle verbindingen aangetoond te worden dat er geen aardpunten aan wezig zijn binnen een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor. Als niet aan bovenstaande bullits wordt voldaan, maar wel aan punt 1 en 2 in de flowchart, of als het een verbinding s24 kV betreft*, is er geen volledige locatiespecifieke EMC-detailstudie vereist, maar volstaat een potentiaaltrechterbepaling rond de risicoverhogende assets (moffen en aardpunten). (B) Bij punt 4) geldt dat als de situatie een parallelloop betreft (geen kruising) dat voldaan moet worden aan de liggingseis buiten 700 m uit het hart van het buitenste spoor en voor S24 kV buiten de 11 m uit het hart van het buitenste spoor. Betreft het wel een kruising en is er geen parallelloop binnen dezelfde zones, dan vervalt deze eis en kan 4) als voldaan worden beschouwd, indien aan 5) en 6) wordt voldaan. (C) Bij punt 8) dienen in ieder geval de gegevens aangeleverd te worden die voldoen aan het gevraagde in de ‘Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies’ blokken A t/m E (bijlage 4). Voor toetsing van 9) dient een unity study te worden gebruikt. Hierbij geldt dat dient te worden voldaan aan alle beoordelingscriteria met inachtname van uitgangspunt G2.
(D) Voor 11) en voor toetsing van 12) dient de unity study te worden gebruikt. (E) Met 'Net niet’ wordt bedoeld dat als de inschatting van de modelleur is dat als er in meer detail gerekend wordt het dan zonder maatregelen alsnog zou kunnen voldoen, dan dient (E) als volgende stap te worden gevolgd. (F) Met 'Ruim niet' wordt bedoeld dat als op basis van de resultaten de inschatting van de modelleur is dat ook als er in meer detail gerekend wordt het nog steeds boven de limiet zal zitten, (F) als volgende stap wordt genomen en er dus naar maatregelen gekeken wordt. 5.3
HVDC-verbindingen Wanneer er hoogspannings-gelijkstroom (HVDC) infrastructuur in de nabijheid van de hswi wordt ge realiseerd of gewijzigd, dan dient ook voor deze situatie EMC aangetoond te worden. De eigenschap pen en kenmerken van HVDC zijn afwijkend van die van AC hoogspanningsinfirastructuur. Hiermee is deze richtlijn inhoudelijk niet zondermeer toe te passen op HVDC hoogspanningsinfrastructuur. Ontwikkeling van HVDC-verbindingen in de nabijheid van hoofdspoorweginfrastructuur vereist daar mee een maatwerk aanpak, waarvoor zo vroeg als mogelijk door de (beoogde) netbeheerder contact dient te worden opgenomen met ProRail. Gezamenlijk wordt dan locatiespecifiek gekeken naar moge lijke risicofactoren en wat er dient te worden onderbouwd om EMC aan te tonen.
•* Nader toegelicht in memo “Inductieve beïnvloeding MS-verbindingen, d.d. 02-10-2023, Sjoerd Nauta" Richtlijn
V004
pag. 12/38
I
t
Pxoflail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
5.4
Eisen aan hoogspanningslijnen en -kabels bij railinfrastructuur met 25 kV AC TEV Indien de railinfrastructuur is uitgerust met 25 kV AC Tractie-EnergieVoorziening (TEV), gelden niet alle eisen van paragraaf 5.2. De reden is dat het 25 kV AC TEV-systeem een 'hard geaard' systeem is en met 50 Hz wisselspanning opereert, in tegenstelling tot de 'conventionele' railinfrastructuur die een 1500 V DC TEV-systeem met gelijkspanning heeft. Er dient bij 25 kV AC TEV systemen voldaan te worden aan de volgende eisen: 1. De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijn tot de bovenleiding dient te vol doen aan NEN-EN 50341-1 en NEN-EN 50341-2-15 [B]; 2. De hoogspanningslijn dient in het kruisende veld met de spoorbaan in de masten aan weers zijden voorzien te zijn van een ophanging bestaande uit minimaal 2 isolatoren / isolatorkettingen. Dit als impactreducerende maatregelen bij het enkelvoudig falen van de geleiderophanging aan de mast.
Dit betreffen alleen eisen aan hoogspanningslijnen. Voor kabelverbindingen zijn geen verdere eisen gesteld. 5.5
Unity study (in ontwikkeling) Er is op dit moment een 'unity study’ in ontwikkeling. Met deze unity study wordt het gat tussen de ve rificatie van een aantal ingangseisen (A & B uit de flowchart) en een locatiespecifieke EMCdetailstudie gevuld, De unity study is gereedschap waarmee op basis van gestandardiseerde doorge rekende situaties de EM-beïnvloeding van een specifieke situatie kan worden ingeschat. De toepassing van deze unity study is op hoofdlijnen al verwerkt in deze versie van de RLN00398. Dit zodat bij gereedkomen van de unity study deze eenvoudig verwerkt kan worden in de volgende versie van de RLN00398. Er is besloten verwijzingen naar de unity study op te nemen. Daarmee is voor de gebruikers van de RLN00398 nu al inzichtelijk welke plaats de unity study gaat krijgen in de RLN00398. Echter omdat de unity study nog niet gereed is dient gebruiker op dit moment nog over te gaan op het uitvoeren van een EMC-detailstudie zodra verwezen wordt naar het toepassen van de unity study.
5.6
EMC-detailstudie Hieronder wordt aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn indien vanuit de flowchart in paragraaf 5.2 blijkt dat een locatiespecifieke EMC-detailstudie uitgevoerd dient te worden. Indien een EMCdetailstudie moet worden uitgevoerd dient afstemming plaats te vinden tussen de partij die de EMCdetailstudie uitvoert, de netbeheerder die verantwoordelijk is voor de betreffende hoogspanningsverbinding en ProRail. In de flowchart in figuur 2 is beschreven hoe dat proces er uitziet. Wat de flowchart poogt weer te geven is niet dat er in meerdere stappen/overlegmomenten bepaald moet worden wat er met de resultaten van de EMC-detailstudie dient te gebeuren. Wat de flowchart wel poogt weer te geven is dat ProRail graag betrokken is bij het bekijken en definiëren van maatregelen. Daarbij kan een IB wel al zelf initiatief nemen om bepaalde maatregelen door te rekenen. De flowchart in hoofd stuk 8 geeft daar kaders voor. Wat voorkomen dient te worden is dat er maatregelen doorgerekend worden die technisch of inpassingstechnisch niet mogelijk zijn aan ProRail zijde. Dat is zonde van de modelleringstijd. Het is niet zo dat alleen op de pijltjesmomenten in de flowchart contact mogelijk is. Het staat de netbe heerders of het IB wat de berekeningen uitvoert vrij om op elk gewenst moment contact te zoeken met ProRail.
Richtlijn
V004
pag. 13/38
’
»
PioBail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Initiatiefnemer («ak is dal de Netbeheerder, maar kan ook ProRail of een andere partij zijn) -geell opdracht voor uitvoeren studie (indien dit is wat volgt uit flowchart) -levert input/haalt input op/laat externe partij input ophalen benodigd voor het uitvoeren ven studie -als resultaten terugkomen, beoordeelt resultaten: als blijkt dal lengte afhankelijke berekeningen voor B1 nodig zijn, erkend IB-treinbeveiliging nodig -levert studie met resultaten (inclusief eventueel al doorgerekende maatregelen) aan aan ProRail -als Braanvullerxie maatregelen worden aangegeven, laat deze doorrekenen door IB
c
t
Resultaten met (e\ientueel) maatregelen
f
I
Definitieve maatregelen
)
Ingenieurstxjreau (IB)
-voert studie uit 4)erekent (euentueei) ai mogelijke maatregelen conform H8 communiceert resultaten aan netbeheerder -als er nog andere maatregelen worden aangegenen, rekent deze door -communiceert resullaten met definitieve maatregelen aan initiatiefnemer
c
Studie * Resultaten
Maatregelen
ProRail -bepaalt in medeg met initiatiefoemer/netbeheerder en IB of maatregelen nodig zijn -beoordeelt studie en resultaten, daarbij ook of (eventueel) al doorgerekende maatregelen toepasbaar zijn -bepaalt of andere/aanvullende maatregelen nodig zijn -communiceert eventuele aandere/aanvullende maatregelen aan netbeheerder -als resultaten met definitieve maatregelen bekend zijn, deze beoordelen
Figuur 2: Flowchart ten behoeve van EMC-detailstudie proces 5.6.1
Rapportage EMC-detailstudie Vanuit ProRail is er geen generieke template voor deze rapportage beschikbaar. Er dient een rappor tage te worden geleverd waarin de in 'Bijlage 4: Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies' ge noemde aspecten terugkomen. De hier genoemde checklist is een ingangscontrole checklist die niet als rapportage template gebruikt kan worden maar wel aangeefl welke aspecten relevant zijn. De door TenneT gehanteerde template is in lijn met de checklist uit Bijlage 4.
5.6.2
EMC-maatregelen vastleggen Indien een EM-beïnvloedingssituatie is beschouwd en leidt tot mitigerende maatregelen dient het ge bied waartoe de maatregelen zijn getroffen te worden gemarkeerd als parallelloop op de betreffende OR-bladen. Dit dient te worden aangegeven volgens OVS60091-3 paragraaf 6.12.2, 6.12.3 en 6.12.4 op de OR-bladen. Het beïnvloedingsgebied wordt gemarkeerd, zijnde het gebied tussen het TEVonderstation voor en na betreffende parallelloop. Deze markering dient te worden aangebracht, zodat toekomstige projecten in dit gebied een verwijzing aantreffen aangaande EMC. Doel hiervan is dat deze projecten nauwlettend EMC meenemen in hun projectuitwerking. Uitgangspunt hierbij is dat het realisatie project dat de mitigerende maatregelen realiseert ook zorg draagt voor de aanpassing op de OR-bladen inclusief het aangeven van de mitigerende maatregelen conform OVS60091-3 paragraaf 6.9.16 en/of 6.9.17.
Richtlijn
V004
pag. 14/38
I
1
PxoRail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi 6
Uitgangspunten ten behoeve van modellering
6.1
Algemeen
6.2
i
RLN00398
___________________________
Nr.
Uitgangspunt____________________________________
Bron, achtergrond en toelichting
G1
Vervallen_________________ __________________ _
Vervallen______________________________
G2
Indien een nieuwe hoogspanningsverbinding een bijdrage le vert van maximaal 20% van het beoordelingscriterium voor alle bedrijfstoestanden, uitgezonderd kortsluitingen, behoe ven niet alle bestaande verbindingen te worden gemodel leerd. Bij een hogere bijdrage dan 20% moeten ook de be staande verbindingen binnen een afstand van 700 m worden meegenomen in de berekeningen.
Wanneer op basis van G2 andere verbindingen meegenomen moeten worden, geldt dit alleen voor verbindingen met een nominale spanning > 24 kV en hoeven de andere verbindingen alleen in de normale bedrijfssituatie meegenomen te worden.
G3
Drie-aderige driefase hoogspanningskabels s 24 kV of in driehoek gebundelde driefase een-aderige kabels s 24 kV mogen buiten beschouwing gelaten worden. Drie-aderige driefase hoogspanningskabels > 24 kV of in driehoek gebundelde een-aderige kabels > 24 kV mogen buiten beschouwing gelaten worden, indien er in de normale bedrijfssituatie geen homopolaire aardstroom groter dan 1 A kan gaan lopen.
Voor verbindingen met een nominale spanning > 24 kV aannemelijk maken dat de homopolaire stroom in de normale bedrijfssituatie lager ligt dan 1 A, bijvoorbeeld indien het een drie aderige kabelverbinding betreft, waarbij van ten hoogste één zijde de aangesloten transfomiator het sterpunt is geaard.
G4
Capacitieve beïnvloeding: Dit wordt niet berekend.
Capacitieve beïnvloeding is geregeld in de overige ProRail regelgeving, zowel ten aanzien van de werk voorschriften in de omgeving van hoogspannings verbindingen, als voor de ontwerpvoorschriften voor het plaatsen van geleidende objecten onder en in de omgeving van hoogspanningsverbindingen.