CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b. Wijzigingen Algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2024 t.o.v. Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken11.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In dit geval zal de gemeente handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 lid 7 t/m 1219, met uitzondering van het bepaalde in lid 85, met dien verstande, dat eveneens geen bedrijfsschade zal worden vergoed, geleden ter zake van een bedrijf dat geheel in overeenstemming met de overeenkomst op de grond of in de daarop gestichte opstallen wordt uitgeoefend. 22.7.23.7. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen de gewijzigde bepalingen op een eerder tijdstip dan in dat lid is voorzien van toepassing worden verklaard, indien een - met toestemming van het college van burgemeester en wethouders - veranderd gebruik van de grond en de opstallenOpstallen, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum waarop het gebruik is veranderd. 22.8.23.8. Indien het vorige lid van dit artikel toepassing vindt, kunnen tegelijkertijd ook in het aldaar genoemde geval de bijzondere voorwaarden worden gewijzigd. 22.9. Een raadsbesluit tot wijziging van enige in de erfpachtsakte gestelde bepaling of voorwaarde, tot stand gekomen ingevolge het in artikel 21, alsmede in het onderhavige artikel bepaalde, wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter en de hypotheekhouder(s).

VIII. SLOTBEPALINGEN Artikel 2324 (samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de gemeente)

- 17 -

- Nr.186 -

Voor zover in deze algemeneAlgemene bepalingen aan de gemeente enige bijzondere bevoegdheid is toegekend, laat deze bevoegdheid onaangetast het recht van de gemeente alle andere rechtsmiddelen of vorderingen, welke haar ten dienste staan of toekomen aan te wenden of in te stellen, voor zover deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk beperkt of uitgesloten is. Artikel 24 (termijnen voor inlevering van stukken) Burgemeester Artikel 25 (derdenwerking; kwalitatieve verplichting; kettingbeding) 25.1.

25.2.

25.3.

De gemeente en wethouders kunnen verlenging van de in erfpachter gaan er vanuit dat deze algemeneAlgemene bepalingen gestelde termijnen voor het inleverenen eventueel bij de akte van (her)uitgifte of akte van wijziging van stukken en afwijkingen van toepassing verklaarde bijzondere voorwaarden derdenwerking hebben. Voor zover in de bij dezeAlgemene bepalingen behorende formulieren toestaanen bijzondere voorwaarden zoals in lid 1 bedoeld, verplichtingen zijn overeengekomen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van het erfpachtrecht, die geen zakelijke werking hebben, komen partijen ten aanzien hiervan een kwalitatieve verplichting overeen. Ter verdere uitvoering hiervan, bedingen de gemeente en erfpachter hierbij dat deze verplichtingen zullen overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen. Voor zover in de Algemene bepalingen en bijzondere voorwaarden zoals in lid 1 bedoeld, verplichtingen zijn overeengekomen die geen zakelijke werking hebben en niet conform het voorgaande artikellid als kwalitatieve verplichting worden bedongen, komen partijen ten aanzien hiervan een kettingbeding overeen.

Ter verdere uitvoering hiervan spreken de gemeente en de erfpachter af dat ook alle rechtsopvolgers van de erfpachter, jegens de gemeente verplicht zijn om deze verplichtingen na te komen en op te leggen aan en laten aannemen door alle opvolgende rechtsopvolgers van de erfpachter.

Artikel 2526 (aanhaling van deze Algemene bepalingen) Deze bepalingen kunnen worden aangehaald onder de titel "Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978". B. C.

de in de Algemene bepalingen bedoelde formulieren A en B vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit behorende modellen. te bepalen dat zij die op de datum van dit besluit als erfpachters der gemeente zijn aan te merken, overeenkomstig de nader door burgemeester en wethouders te bepalen wijze binnen 2 jaar nadat burgemeester en wethouders een en ander aan de erfpachter ter kennis hebben gebracht, hun voorkeur kunnen uitspreken dat de bij dit besluit vastgestelde Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978 op hun recht van toepassing worden, een en ander onder nader door burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden, waaronder medebegrepen eventuele herziening van de canon. Hierna zullen burgemeester en wethouders zorg dragen voor het vervullen van de daartoe nodige formaliteiten. Vastgesteld bij raadsbesluit van 11 mei 1978, nr. 4. Goedgekeurd bij besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 30 januari 1979, nr. 258. Opgenomen in de op 1 mei 1979 voor notaris A.J. v.d. Bosch te Alkmaar verleden akte, overgeschreven ten hypotheekkantore te Alkmaar op 1 mei 1979 in deel 3898 nr. 97.

- 18 -

BIJLAGE I Formulier A, behorende bij de Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978. De ondergetekende(n), (beroep), (woonplaats), verklaart, dat het recht van erfpacht, verklaren, een onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht, verleend op het onroerend goed, kadastraal bekend gemeente sectie , nummer (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van de uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie , onder nummer aan door de gemeente Alkmaar bij akte, verleden op ten overstaan van notaris te overgeschreven ten hypotheekkantore te Alkmaar, op in deel uit kracht van

, nummer,

overgeschreven ten hypotheekkantore te Alkmaar, op nummer

in deel

is overgegaan op hem (haar, hen), ondergetekende(n), onder dezelfde bepalingen, als daarop ten tijde van de overgang ingevolge de bepalingen van de akte van uitgifte in erfpacht van toepassing waren, zodat alle rechten en verplichtingen welke uit de gemelde akte van uitgifte voor de erfpachter voortvloeien, sedert de ten bate en ten laste komen van hem (haar, hen), ondergetekende(n), en verklaart (verklaren) ter zake van gemeld recht van erfpacht (een onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht) woonplaats te kiezen in de gemeente Alkmaar,

19

.

Alkmaar, de

- 19 -

- Nr.186 -

BIJLAGE II Formulier B, behorende bij de Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978 De ondergetekende(n), (beroep), (woonplaats), uit kracht van de akte van hypotheekverlening, verleden op voor notaris

te

ingeschreven ten hypotheekkantore te op in deel

nummer

houd(st)er(s) van een hypotheek op het (onverdeeld aandeel in het) recht van erfpacht, dat de gemeente Alkmaar bij notariële akte van de

verleend heeft aan

op de aan de te Alkmaar gelegen grond, kadastraal bekend gemeente sectie nummer (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van de uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie nummer

), overgeschreven ten hypotheekkantore te Alkmaar, op

in deel ten aanzien van welk recht laatstelijk een akte

nummer

van wijziging is opgemaakt op overstaan van notaris

, ten

,

overgeschreven ten hypotheekkantore te Alkmaar, op in deel nummer, verklaart (verklaren) gebruik te maken van de voorschriften, ten behoeve van hypotheekhouders opgenomen in de Algemene bepalingen, onder welk gemeld recht van erfpacht is verleend, en er in toe te stemmen, dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem (haar, hen) te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats ter keuze van de gemeente. Hij (zij) verklaart (verklaren) tevens aan burgemeester en wethouders kennis te zullen geven van het tenietgaan van de hypothecaire schuld en van alle gevallen, waarin hij (zij) toestemming geeft (geven) de hiervorenbedoelde inschrijving geheel of gedeeltelijk door te halen. , de 19

- 20 -

Toelichting op de algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978. I.

ALGEMEEN Artikel 1 (begripsomschrijving) Overeenkomstig de moderne inzichten van wetgevingstechniek vangen de Algemene bepalingen aan met een begripsomschrijving. De bedoeling hiervan is, dat niet direct duidelijke begrippen nader worden omschreven. In de Algemene bepalingen, welke thans aan u worden voorgelegd, wordt op verschillende plaatsen, met name in artikel 21 en 22, de term erfpachtstijdvak gebezigd. Reden waarom van deze term onder b. een nadere omschrijving wordt gegeven. Artikel 2 (algemeen artikel) In artikel 767 van het Burgerlijk Wetboek en in het tweede lid van artikel 5.7.1.1. van het ontwerp Nieuw Burgerlijk Wetboek (nader te noemen N.B.W.) is bepaald, dat in de akte van vestiging aan de erfpachter de verplichting kan worden opgelegd aan de eigenaar op al dan niet regelmatig terugkerende tijdstippen een geldsom - de canon - te betalen. Dit betekent, dat overeengekomen kan worden dat een canon zal zijn verschuldigd in een andere vorm dan een bepaald geldsbedrag. Aangezien de nieuwe Algemene bepalingen uitgaan van een tegenprestatie in de vorm van een geldsbedrag komt het ons gewenst voor in deze Algemene bepalingen utdrukkelijk te regelen, dat uitgifte in erfpacht geschiedt tegen een canon in geld.

Artikel 3 (hoofdelijke aansprakelijkheid) Niet alleen wanneer de gemeente aan meer personen te zamen het erfpachtsrecht verleent, maar ook wanneer het erfpachtsrecht op meerdere personen overgaat zijn deze hoofdelijk aansprakelijk. Artikel 4 (vormvoorschriften) Onder wijziging van het recht van erfpacht wordt ook gerekend wijziging van de canon. Derhalve zal telkenmale bij herziening van de canon een notariële akte moeten worden overgeschreven in de daartoe bestemde openbare registers. Dit is van belang, omdat deze wijziging anders slechts "persoonlijke" werking tussen partijen zou hebben. Indien een wijziging plaatsvindt ten gunste van de gemeente achten wij het redelijk, dat de hieruit voortvloeiende kosten worden gedragen door de gemeente. In bijzondere gevallen kan worden toegestaan, dat de akte wordt verleden ten overstaan van een notaris van een buiten het arrondissement Alkmaar standplaats hebbende notaris. Artikel 7 (deskundigen) Deze methode van aanwijzing van deskundigen biedt naar onze mening de grootst mogelijke garantie, dat "onpartijdige" deskundigen worden benoemd. De kans is namelijk groot, dat de gezamenlijk aangewezen derde deskundige uiteindelijk veelal beslist. Bovendien wordt op deze wijze tijd gewonnen.

II.

FINANCIELE VERPLICHTINGEN VAN DE ERFPACHTER

Artikel 9 (betaling van de canon/boeten) Deze boete werkt als verhoging van de canon en heeft derhalve rang vóór de hypotheekhouder(s). De laatste zin in lid 2 is aan deze bepaling toegevoegd ten einde buiten twijfel te stellen, dat de gemeente ook eventueel nakoming en/of schadevergoeding kan vorderen.

- 21 -

- Nr.186 -

Naar onze mening is het minder juist de hoogte van de boete vast te zetten op een bepaald bedrag. Een boete zal alleen dan een stimulans zijn voor de erfpachter om zijn verplichtingen na te komen, indien de hoogte van de boete wordt gerelateerd aan de canon. Voorts willen wij erop wijzen, dat het derde lid niet van toepassing is ingeval van niettijdige betaling van de canon. Deze boete heeft rang na de hypotheekhouder(s). Artikel 10 (vooruitbetaling en terugbetaling van de canon) De resterende canon ad  10,-- per jaar dient als erkentenis van de eigendom, als bedoeld in artikel 767 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 11 (lasten) Vgl. artikel 5.7.1.81 N.B.W.. III.

OVERIGE VERPLICHTINGEN VAN DE EFPACHTER EN VERZUIM Artikel 12 (verplichtingen van de erfpachter, welke niet zijn vermeld onder artikel 8 t/m 11) Aangezien de Hinderwet evenmin als de Wet op de Ruimtelijke Ordening voldoende armslag geeft om elke onaanvaardbare hinder en overlast te voorkomen, is ook op dit punt een aanvullende privaatrechtelijke regeling vereist. In het algemeen achten wij het niet noodzakelijk de verbodsbepalingen genoemd in lid 4 ook van kracht te doen zijn bij de uitgifte van industrieterrein. Als in een bepaald geval daartoe aanleiding bestaat kan alsnog een bijzondere bepaling worden opgenomen, waarin de verboden zijn geregeld.

Bij de uitgifte van industrieterrein zal, toegesneden op het betreffende terrein, bijzondere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toelaatbaarheid van categorieën van bedrijven. Artikel 13 (verzuim) Aangezien deze bepaling betrekking heeft op het niet nakomen van enige verplichting is dit artikel in de betreffende titel ondergebracht. IV. OVERGANG VAN HET RECHT VAN ERFPACHT Artikel 14 (wijziging in erfpacht(er))

In artikel 5.7.1.6. van het N.B.W. wordt de erfpachter de bevoegdheid gegeven de zaak, waarop het recht van erfpacht rust, te verhuren of te verpachten, voor zover in de akte van vestiging niet anders is bepaald. Na ampele overweging menen wij, dat de erfpachter, die immers in beginsel het volle genot heeft van de zaak, de vrijheid moet worden gelaten de zaak aan een derde in (persoonlijk) gebruik te geven. Denkbaar zou zijn dat een ingebruikgeving slechts mogelijk zou zijn na voorafgaande schriftelijke toestemming. In verband met het bepaalde in lid 2 van bovengenoemd artikel van het N.B.W. en mede gelet op het belang van de erfpachter kan een dergelijke geclausuleerde mogelijkheid van verhuur etc. van de zaak, waarop het recht van erfpacht rust, onzes inziens in het algemeen beter achterwege worden gelaten. Wanneer een verhuring, verpachting of in bruikleen afstaan leidt tot een voor de gemeente onaanvaardbare verandering van het gebruik van de grond en/of het daarop gestichte kan vervallenverklaring door de rechter gevorderd worden of een wijziging van de canon en/of van de bepalingen en voorwaarden plaatsvinden. Desgewenst kan de erfpachter incidenteel bij bijzondere voorwaarden het verbod worden opgelegd om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming te verhuren etc..

-0-

V.

EINDE VAN HET RECHT VAN ERFPACHT Artikel 15 (verbod van opzegging door de erfpachter) Zo min als de gemeente de bevoegdheid heeft om, behoudens het bepaalde in de artikelen 16, lid 2 en 17, het recht van erfpacht (eenzijdig) te beëindigen, zo min dient naar onze mening de erfpachter deze bevoegdheid te worden gegeven. Bovendien heeft de erfpachter de mogelijkheid om zijn recht van erfpacht geheel of gedeeltelijk over te dragen. Artikel 16 (beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang en bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoeding)

Uit een oogpunt van rechtszekerheid voor de erfpachter is het gewenst, dat de raad in het desbetreffende besluit aangeeft, om welke redenen van algemeen belang de gemeente de beschikking over de in erfpacht uitgegeven grond dient te verkrijgen. De bepaling in lid 9 is ingegeven door artikel 91 van de onteigeningswet, luidende: "bij de berekening der schadevergoeding wordt niet gelet op veranderingen, welke kennelijk tot stand zijn gebracht om de schadevergoeding te verhogen; evenmin wordt gelet op veranderingen, tot stand gebracht na de nederlegging ter inzage van de in artikel 80, tweede en derde lid, bedoelde bescheiden".2024". Artikel 17 (vervallenverklaring door de rechter) Door ingevolge het ontwerp N.B.W., zoals het thans luidt, vervallenverklaring bij besluit van de gemeenteraad niet meer mogelijk zal zijn, komt het ons gewenst voor, dat in deze voorwaarden alleen voorzien wordt in de mogelijkheid om de erfpachter van zijn recht vervallen te verklaren bij rechterlijk vonnis. Artikel 17.3 Zie N.B.W. artikel 5.7.1.10., tweede lid. Artikel 17.4 Zie N.B.W. artikel 5.7.1.10, vierde lid. Artikel 17.13 Zie N.B.W. artikel 5.7.1.10a. VII.

WIJZIGING VAN DE CANON EN VAN DE BEPALINGEN, WAARTEGEN RESPECTIEVELIJK, WAARONDER EEN PERCEEL IS UITGEGEVEN Artikel 22 (wijziging algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden) Artikel 22.4 Deze voorziening is gewenst voor het geval dat een kennisgeving onverhoopt niet tijdig zou worden gedaan. Indien een dergelijke voorziening achterwege wordt gelaten betekent zulks, dat voor het volgende erfpachtstijdvak de oude erfpachtsbepalingen en voorwaarden blijven gelden en voorts dat voor het tijdvak geen bijsturing van de canon zal kunnen plaatsvinden. Wanneer derhalve aan de erfpachter niet tijdig van de voorgenomen herziening kennis wordt gegeven heeft dit alleen tot gevolg, dat de herziening op een later tijdstip dan de aanvangsdatum van het nieuwe erfpachtstijdvak in werking zal treden.

Tekstuitgave: mei 1979.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15604430/1