Bijlage 4b. Wijzigingen Algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2024 t.o.v. Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1978
Tekst van het document
-1-
- Nr.186 -
Nr. 186[…]
Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 19782024
INHOUDSOPGAVE I.
II.
III.
IV.
V.
VI.
PAGINA
Algemeen
2
Artikel 1 (begripsomschrijving) Artikel 2 (algemeen artikel) Artikel 3 (hoofdelijke aansprakelijkheid) Artikel 4 (vormvoorschriften) Artikel 5 (keuze woonplaats) Artikel 6 (toestand en aanduiding object) Artikel 7 (deskundigen)
2 2 2 2 2 3 3,4
Financiële verplichtingen van de erfpachter
4
Artikel 8 (vaststelling van de canon bij uitgifte) Artikel 9 (betaling van de canon/boeten) Artikel 10 (vooruitbetaling van de canon) Artikel 11 (lasten)
4 4 4,5 5
Overige verplichtingen van de erfpachter
5
Artikel 12 (verplichtingen van de erfpachter, welke niet zijn vermeld onder art. 8 t/m 11) Artikel 13 (herstelling, verandering of verwijdering geëist door de gemeente)
5,6 6
Wijziging in erfpacht(er)
6
Artikel 14 (wijziging in erfpacht(er))
6
Einde van het recht van erfpacht
6
Artikel 15 (verbod van opzegging door de erfpachter) Artikel 16 (beëindiging door de gemeente wegens tekortkoming door de erfpachter en/of wanbetaling van de canon) Artikel 17 (vergoeding bij beëindiging wegens tekortkoming door de erfpachter en/of wanbetaling van de canon) Artikel 18 (beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang) Artikel 19 (vergoeding bij beëindiging door gemeente om redenen van algemeen belang) Artikel 20 (gevolgen beëindiging door de gemeente; ontruiming)
6 6,7
8,9 9 9,10
Hypotheekhouders
10
7,8
-2Artikel 21 (bescherming hypotheekhouder(s)) VII.
10
Wijziging van de canon en van de bepalingen, waartegen respectievelijk waaronder 10 een perceel is uitgegeven
Artikel 22 (wijziging
VIII.
van de canon) 10,11 Artikel 23 (wijziging Algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden)
11,12
Slotbepalingen
12
Artikel 24 (samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de gemeente) Artikel 25 (derdenwerking; kwalitatieve verplichting; kettingbeding) Artikel 26 (aanhaling van deze Algemene bepalingen)
12 12 12
-3-
I.
- Nr.186 -
ALGEMEEN
Artikel 1 (begripsomschrijving) Deze bepalingen verstaan onder de volgende begrippen met hoofdletter: a. opstallenAlgemene bepalingen: Deze algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2024; Opstallen: a.b. de op of in de grond aanwezige onroerende zaken, ook die welke door bestemming onder onroerende zaken worden begrepen; b.c. erfpachtstijdvakErfpachttijdvak: elke achtereenvolgende periode van vijftig jaren waarvan de eerste aanvangt op de datum met ingang waarvan het recht van erfpacht wordt verleend, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 2223, lid 75; c. werkelijke grondwaarde: de prijs, die de eigenaar met tact, geduld en goed koopmanschap voor zijn goed zou kunnen bedingen; d. wijziging van deze bepalingen of van (bijzondere) voorwaarden: een wijziging, toevoeging of schrapping van een bepaling of voorwaarde alsmede het stellen van een nieuwe bepaling of voorwaarde. d. Grondwaarde: de waarde van het perceel casu quo het perceelsgedeelte, vastgesteld op basis van de in de erfpachtovereenkomst en erfpachtakte opgenomen bestemming en het toegestane gebruik van het perceel casu quo het appartementsrecht. Artikel 2 (algemeen artikel) De uitgifte in erfpacht geschiedt: a. tegen een canon in geld; b. onder de volgende Algemene bepalingen en overigens onder voor elke afzonderlijke uitgifte nader vast te stellen bijzondere voorwaarden.
Artikel 3 (hoofdelijke aansprakelijkheid) 3.1. 3.2.
Indien het recht van erfpacht aan twee of meer personen toekomt, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen aan de verplichtingen, welke met betrekking tot dat recht tegenover de gemeente moeten worden nagekomen. De verplichtingen van de erfpachter, welke uit het recht van erfpacht of de ter zake aangegane overeenkomsten voortvloeien, zijn, zelfs ten aanzien van erfgenamen, ondeelbaar.
Artikel 4 (vormvoorschriften) 4.1.
4.2. 4.3.
4.4.
Het verlijden van de akte van uitgifte in erfpacht en van akten, houdende wijziging van het recht van erfpacht, moet binnen twee maanden na goedkeuringhet door of namens het college van het desbetreffendeburgemeester en wethouders genomen besluit van de gemeenteraad geschieden ten overstaan van een in het arrondissement Alkmaarde ring Noord-Holland standplaats hebbende notaris, ter keuze van de erfpachter. BurgemeesterHet college van burgemeester en wethouders zijnis bevoegd deze termijn op verzoek van de erfpachter te verlengen. Aan de gemeente wordt op kosten van de erfpachter een eerste grosse of een(digitaal) afschrift danwel een uittreksel uitgereikt van de in dit artikel bedoelde akten. Alle kosten verbonden aan het vestigen van het recht van erfpacht, (waaronder mede eventueel verschuldigde omzetbelasting of overdrachtsbelasting wordt begrepen,), van de tenuitvoerlegging daarvan, van het constateren van de vooruitbetaling van de canon, als bedoeld in artikel 10, lid 2, van het splitsen of van enige andere wijziging van het recht van erfpacht, alsmede de kosten van eventuele kadastrale opmeting, komen voor rekening van de erfpachter. Voor zover deze kosten door de gemeente mochten zijn voorgeschoten, moeten deze bij het passeren van de in dit artikel bedoelde akten aan haar worden terugbetaald.
Het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel lijdt uitzondering, indienIndien het eerste of tweede lid van artikel 2223 van toepassing vindt of indien de canon wordt verhoogd op grond van het bepaalde in het eerste lid van artikel 21.
Artikel 5 (keuze woonplaats)
5.1. 5.2.
4.4.
-4De erfpachter moet voor zich en zijn rechtverkrijgenden met betrekking tot het recht van erfpacht woonplaats kiezen binnenis, dan neemt de gemeente Alkmaar. De keuze van woonplaats moet gedaan worden bijde notariële aktekosten (alsmede de kosten voor een (digitaal) afschrift danwel uittreksel van deze akte van uitgifte in erfpacht, of in geval van overgang van het recht van erfpacht bij de verklaring, opgemaakt volgens het bij deze bepalingen behorende formulier A. Zolang de keuze van een andere woonplaats binnen de gemeente Alkmaar niet ter kennis van burgemeester en wethouders is gebracht bij deurwaardersexploit of door opneming van de nieuwe gekozen woonplaats in een verklaring, als bedoeld in lid 2 van dit artikel) voor haar rekening als het tweede lid, blijftinitiatief hiervoor bij de oudegemeente ligt. De gemeente kiest in dat geval een in de ring Noord-Holland standplaats hebbende notaris.
Artikel 5 (keuze woonplaats) 5.1 5.3.
5.3
De erfpachter moet ervoor zorgen dat diens adres bekend is bij de gemeente. 5.2 Als de erfpachter geen werkelijke of gekozen woonplaats gelden en wordtin Nederland heeft, is de erfpachter geacht aldaarverplicht woonplaats te hebben gekozenkiezen op het kantoor van een notaris die in de ring Noord-Holland is gevestigd. Van de woonplaatskeuze en de wijziging daarvan moet de erfpachter de gemeente schriftelijk op de hoogte stellen.
-5-
- Nr.186 -
Artikel 6 (toestand en aanduiding object) 6.1.
6.2. 6.3.
Het onroerend goed wordt in erfpacht uitgegeven in de staat, waarin dit zich bevindt bij het verlijden van de erfpachtsakteakte van uitgifte in erfpacht, vrij van hypothecaire inschrijvingen en van beslagen, doch overigens met alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden en verdere rechten en lasten, daaraan verbonden, zonder dat de gemeente tot enige vrijwaring is gehouden dan tot die wegens uitwinning, hypothecaire inschrijvingen en beslagen. De erfpachter wordt geacht het hemaan de erfpachter in erfpacht uitgegeven goed volkomen te kennen en heeft nimmer aanspraak op vermindering van de canon wegens verkeerde of onvolledige opgave van grootte, vorm, aard, bestemming of belendingen. HijDe erfpachter kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de canon vorderen wegens schade of onheilen, van welke aard ook, noch wegens het gemis van het genot van het in erfpacht uitgegeven goed, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk.
Artikel 7 (deskundigen) 7.1. 7.2.
7.3.
7.3. 7.4.
7.4.7.5. 7.6.
Zo dikwijlsAls er in de deze Algemene bepalingen, waaronder een goed in erfpacht is uitgegeven, of eventuele bijzondere erfpachtbepalingen sprake is van deskundigen, wordt daaronder verstaan een aantal van drie. Als de gemeente of de erfpachter het voornemen heeft om: a. de waardebepaling van het erfpacht op het moment van de in artikel 16 bedoelde beëindiging door opzegging, casu quo de waardebepaling van het appartementsrecht op het moment van de in artikel 16, lid 11 tweede deel, bedoelde overname van het appartementsrecht door de gemeente, of b. de hoogte van de vergoeding bij beëindiging in het algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 18 en 19, of c. de hoogte van de Grondwaarde bij canonherziening, zoals bedoeld in artikel 22.11, voor te leggen aan deskundigen, stelt deze partij de ander daarvan schriftelijk op de hoogte. Als de gemeente degene is die dit voornemen heeft en er sprake is van een geschil, dan krijgt de erfpachter de gelegenheid om gedurende zes weken na dagtekening van het schrijven zoals bedoeld in dit lid te kiezen voor vaststelling door een bevoegde rechter. Als de erfpachter deze mogelijkheid niet benut tijdens deze termijn, stemt de erfpachter in met het voorleggen aan de deskundigen.
Aanwijzing deskundigen door de rechtbank: 7.2.De in hetde vorige lidleden bedoelde deskundigen zullen, op verzoek van de meest gerede partij, worden aangewezen door de President van de Arrondissementsrechtbankrechtbank te Alkmaar.Noord-Holland. Dit verzoek wordt tegelijkertijd ter kennis gebracht van de wederpartij. De partij, die het in lid 2 van dit artikel bedoelde verzoek heeft gedaan, doet binnen één week, nadat zij daarvan mededeling van de rechtbank heeft ontvangen, de wederpartij opgaaf van degenen die zijn aangewezen als deskundigen. De partij, die het in het tweede lid van dit artikel bedoelde verzoek heeft gedaan, doet binnen één week, nadat zij daarvan mededeling heeft ontvangen, de wederpartij opgaaf van degenen die zijn aangewezen als deskundigen. Onderhandse aanwijzing deskundigen: In het geval genoemd in lid 2 sub c van dit artikel, krijgt de erfpachter de gelegenheid om gedurende zes weken na dagtekening van het schrijven zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, te kiezen voor onderhandse aanwijzing van deskundigen (in plaats van door de rechtbank zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel). Als de erfpachter deze mogelijkheid niet benut tijdens deze termijn, stemt de erfpachter in met aanwijzing van de deskundigen via de rechtbank zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel.
De onderhandse aanwijzing van deskundigen wordt ook in andere gevallen gevolgd, indien de rechtbank aangeeft dat zij niet bevoegd is om deskundigen aan te wijzen. De onderhandse aanwijzing geschiedt als volgt: a. één deskundige door de gemeente; b. één deskundige door de erfpachter; beiden binnen één maand nadat of de erfpachter de keuze voor de onderhandse aanwijzing tijdig aan de gemeente heeft meegedeeld, of de mededeling van de rechtbank ter kennis van partijen is gekomen dat zij geen deskundigen aan kunnen wijzen. Deze aanwijzing wordt binnen één week schriftelijk ter kennis gebracht van de andere partij. Indien de erfpachter de aanwijzing van de deskundige niet tijdig schriftelijk ter kennis van de gemeente heeft gebracht, geschiedt diens aanwijzing op een wijze door de gemeente te bepalen. c. één deskundige door de andere twee deskundigen samen. Deze aanwijzing wordt schriftelijk gelijktijdig ter kennis gebracht aan partijen. De deskundigen hebben tot taak een bindend advies uit te brengen omtrent de vraag of het punt van geschil tussen partijen, dat aan hen is voorgelegd. De deskundigen geven beide partijen de gelegenheid te worden gehoord bij aanvang
-6van de procedure en over het conceptadvies. Desgewenst kunnen de partijen zich hierbij laten vertegenwoordigen. De deskundigen stellen vervolgens hun advies vast met inachtneming van de 7.7. Algemene Bepalingen en bijzondere bepalingen die op het erfpachtrecht van toepassing zijn. 7.5.7.8. Indien de deskundigen niet tot een eenstemmig advies kunnen komen, geldt als bindend advies, het advies dat is uitgebracht bij meerderheid van stemmen. 7.6.7.9. Binnen drie maanden na de aanwijzing overeenkomstig het tweede lid van dit artikelvan de deskundigen moet het advies ter kennis van partijen worden gebracht. 7.7.7.10. Zo dikwijls aan het bepaalde in het voorgaande lid dreigt niet te worden voldaan of niet is voldaan, kunnen partijen de aldaar gestelde termijn in onderling overleg verlengen. Indien partijen hieromtrent niet tot overeenstemming kunnen komen of de deskundigen ook na het verstrijken van deze verlengde termijn nog geen advies hebben uitgebracht, kan één van hen de President van de Arrondissementsbank te Alkmaar verzoeken nieuwe deskundigen aan te wijzenrechtbank te Noord-Holland verzoeken opnieuw drie deskundigen aan te wijzen.
Indien de deskundigen in eerste instantie onderhands zijn aangewezen, of de rechtbank aangeeft dat zij niet (meer) bevoegd is om deskundigen aan te wijzen, kunnen ook onderhands (nogmaals) drie deskundigen aangewezen worden zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel. 7.8.7.11. Bij toepassing van de laatste volzintwee volzinnen van het vorige lid zijn de leden twee, laatste volzin, drie, vier, vijf, zes3 tot en zeven,met lid 10 eerste volzin, en lid 12 van overeenkomstige toepassing. 7.9.7.12. De deskundigen stellen bij hun bindend advies tevens de verhouding vast, waarin partijen de kosten van de door hen in te dienen declaratie moeten dragen. II.
FINANCIELE VERPLICHTINGEN VAN DE ERFPACHTER
II.
Artikel 8 (vaststelling van de canon bij uitgifte)
8.1. 8.2. 8.3.8.2.
8.4.8.3.
De canon wordt berekend naar een percentage van de werkelijke grondwaardeGrondwaarde. Het in het voorgaande lid bedoelde percentage, waarnaar de canon wordt berekend, blijft, onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 22, gedurende een erfpachtstijdvakErfpachttijdvak onveranderd. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondwaarde, tenzij sprake is die, welke geldt op de dag, waarop burgemeester en wethouders de aanvrager berichten, dat zij bereid zijn aan de gemeenteraad van een voorstel te doen tot uitgifte in erfpachtsituatie als bedoeld in artikel 22 lid 7. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde percentage is dat van de rente, die de gemeente verschuldigd is voor bij de N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten te 's-Gravenhage op te nemen geldleningen met een gemiddelde looptijd van tenminste 10 jaar, vermeerderd met een opslag van 0,25% wegens administratiekostenvoor kosten en risico. Dit percentage wordt elk kalenderkwartaal door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld naar de toestand op de eerste van dat kwartaal en geldt op. De gemeente behoudt zich het recht voor om te differentiëren naar type casu quo de dag als bedoeld in lid 3bestemming van het erfpachtrecht.
Artikel 9 (betaling van de canon/boeten) Artikel 9 (betaling van de canon/boeten) 9.1.
9.2.
De canon moet bij vooruitbetaling in drie maandelijkse termijnenworden betaald, jaarlijks of per kwartaal, uiterlijk opbinnen dertig dagen nadat de achtste werkdag van elk der maanden januari, april, juli en oktober worden voldaan, met dien verstande datgemeente de betaling van de eerste en de laatste termijn, voor zover geen vol kwart kalenderjaar betreffend zal geschieden tegelijk met de betaling over het eerste en het laatste volle kalenderjaarerfpachter een factuur heeft gestuurd, een en ander met inachtneming van het gestelde in lid 5 van dit artikel. Indien de canon niet tijdig wordt betaald, wordt hij voor elke maand, dat de betaling te laat geschiedt, gerekend van het tijdstip af, waarop ingevolge het eerste lid, uiterlijk had moeten worden betaald, verhoogd met één ten honderd van het achterstallige bedragde wettelijke rente. Een gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend. Zonder gelijktijdige voldoening van het bedrag, waarmedewaarmee de canon is verhoogd, behoeft de betaling niet te worden aangenomen. Een en ander laat onverlet het recht van de gemeente om vergoeding van kosten, en schade
9.3.
9.4.
9.5.
-7- Nr.186 en interessen te vorderen, indien daartoe termen aanwezig zijn, alsmede om nakoming te eisen. Wegens het niet- voldoen aan enige andere verplichting van de erfpachter ter zake van de aan de erfpachter ter zake van de hem verleende erfpacht opgelegde verplichting , dan het betalen van de canon, kan de raad hemhet college van burgemeester en wethouders de erfpachter een boete opleggen van ten hoogste vijf maalvijfmaal het bedrag van de canon, dat alsdan per jaar verschuldigd is, te betalen binnen de daarbij door hemhaar gestelde termijn. De laatste zin van het tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing. Indien de erfpachter gedurende één maand in gebreke is gebleven om de canon te betalen en het recht van erfpacht is bezwaard met hypotheek, gevenkan het college van burgemeester en wethouders binnen veertien dagen na het eindigen van dedeze termijn van één maand aan de hypotheek- houders kennis vanhypotheekhouders informeren over het ingebrekein gebreke zijn van de erfpachter. De canon en al hetgeen met betrekking tot het recht van erfpacht overigens aan de gemeente is verschuldigd, moetenmoet worden betaald in gangbare Nederlandse munteuro's of de op dat moment geldende munteenheid zonder enige korting of schuldvergelijkingverrekening, uit welkenwelke hoofde ook.
De betaling geschiedt aan de comptabele der gemeente op de door hem aan te gevenhaar aangegeven wijze en op een zodanig tijdstip dat hij op de verschijndagenzij binnen dertig dagen na iedere factuurdatum over de verschuldigde bedragen kan beschikken.
Artikel 10 (vooruitbetaling en terugbetaling van de canon) 10.1.
Bij het aangaan van een erfpachtsovereenkomsterfpachtovereenkomst heeft de erfpachter het recht de erfpachtstermijnenerfpachttermijnen over het eerste erfpachtstijdvak behoudens een bedrag van 10,- per jaarbetreffende Erfpachttijdvak door betaling van een bedrag-ineens te voldoen. 10.2. BurgemeesterHet college van burgemeester en wethouders zijnis te allen tijde bevoegd met de erfpachter een regeling te treffen inzake afkoop van de nog niet verschenen erfpachtstermijnen. 10.3. Het in de gevallen genoemd in het eerste en tweede lid door erfpachter te betalen bedrag is gelijk aan de op basis van het in het eerste lid van artikel 8 bedoelde rentepercentage te berekenenberekenen contante waarde van de tijdens de afkoopperiode verschuldigde canonbedragen. 10.4. De vooruitbetaling wordt geconstateerd bij onderhandsenotariële akte, welke de gemeente doet overschrijvenbij afschrift wordt ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers. 10.5. Ingeval van beëindiging van het recht van erfpacht, als bedoeld in artikel 16, heeft de erfpachter recht op terugbetaling van een evenredig gedeelte van het vooruitbetaalde bedrag, dat zal worden berekend met gebruikmaking van dezelfde factoren als die, welke voor het bepalen van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hebben gegolden. Artikel 11 (lasten) 11.1.
11.2.
Alle lasten, welke op of wegens de eigendom van de grond of wegens de bebouwing van de grond geheven worden, onder welke lasten mede eventueel verschuldigde omzetbelasting wordt begrepen, komen vanvanaf de datum van ingang van het recht van erfpacht af ten laste van de erfpachter. Wanneer de gemeente lasten, als bedoeld in het eerste lid heeft betaald, gevengeeft het college van burgemeester en wethouders daarvan schriftelijk kennis aan de erfpachter. Deze is verplicht binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving het opgegeven bedrag aan de gemeente terug te betalen.
III. OVERIGE VERPLICHTINGEN VAN DE ERFPACHTER EN VERZUIM III.
Artikel 12 (verplichtingen van de erfpachter, welke niet zijn vermeld onder artikel 8 t/m 11) 12.1.
De erfpachter is verplicht: a. de erfpachtsgronderfpachtgrond en de daarop aanwezige en nog door hemerfpachter op te richten opstallenOpstallen in behoorlijke staat, ten genoegen van het college van burgemeester en wethouders, te onderhouden en deze opstallenOpstallen bij geheel of gedeeltelijk tenietgaan (waaronder mede wordt verstaan gehele of gedeeltelijke sloop van opstallenOpstallen), zo spoedig mogelijk te doen herbouwen of herstellen; b. de gemeentengemeente te vrijwaren tegen elke aanspraak op vergoeding van kosten, schaden en interessenschade, welke derden wegens gehele of gedeeltelijke instorting van de opstallenOpstallen tegen de gemeente zouden kunnen doen gelden; c. te gedogen, dat op, in, aan of boven de grond en de opstallenOpstallen zoveel en zodanige palen, kabels, draden, isolatoren, rozetten, aanduidingsbordjesaanduidings-
12.2. 12.3.
12.4. 12.5. 12.6.
-8bordjes, schakelkasten, pijpleidingen en andere voorwerpen, voor openbare doeleinden bestemd, worden aangebracht en instandin stand gehouden, zolang als het college van burgemeester en wethouders nodig achten danwelacht, dan wel worden hersteld of vernieuwd, wanneer dit door het college van burgemeester en wethouders zal worden gelast en voorts ervoor zorg te dragen om al hetgeen krachtens het hier bepaalde is aangebracht te laten bestaan. Omtrent de plaats, waar en de wijze waarop die voorwerpen worden aangebracht heeft tevorenvindt eerst overleg met de erfpachter plaats.; d. het erfpachtrecht te gebruiken overeenkomstig de bestemming en/of het toegestane gebruik zoals opgenomen in de notariële akte van uitgifte in erfpacht en/of een eventuele opvolgende notariële akte met betrekking tot het erfpachtrecht. Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, herstellen of vernieuwen van de in het vorige lid sub c. bedoelde voorwerpen (met toebehoren) zal door de gemeente, naar haar keuze, op haar kosten worden hersteld of aan de rechthebbende worden vergoed. Het is de erfpachter niet geoorloofd: a. in het gebruik van de grond en van de daarop aanwezig c.q. te stichten opstallenOpstallen verandering te brengen; b. de grond met de daarop aanwezige opstallenOpstallen gedurende langer dan een jaar ongebruikt te laten; c.
op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden te verrichten of een bedrijf uit te oefenen, waarvan, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, gevaar, schade of hinder danweldan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van het milieu te duchten is; d. de grond met de daarop aanwezige opstallenOpstallen (mede) te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van voorwerpen, waarvan, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, gevaar, schade, hinder, danweldan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is. Het bepaalde in het vorige lid sub c. is niet van toepassing bij de uitgifte van industrieterrein, tenzij bij een dergelijke uitgifte anders is bepaald. BurgemeesterHet college van burgemeester en wethouders zijnis bevoegd van de in dit artikel omschreven verbodsbepalingen schriftelijk ontheffing te verlenen en aan die ontheffing voor bepaalde tijd of tot wederopzegging voorwaarden te verbinden. BurgemeesterHet college van burgemeester en wethouders zullenzal bij de uitoefening van de in lid 5 genoemde bevoegdheid de uit het bestuursrecht stammende algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen.
Artikel 13 (verzuim) 13.1. Indien de erfpachter enige verplichting niet nakomt binnen de daartoe gestelde termijn, is hijherstelling, verandering of verwijdering geëist door het enkel verloop van de termijn in gebreke, zonder dat daartoe een ingebrekestelling vereist wordt.de gemeente) 13.2. Onverminderd het in het derde lid van artikel 9 bepaalde, zal, indien aan de eis van de gemeente tot herstel, verandering of verwijdering van hetgeen in strijd met de in de erfpachtsakteerfpachtakte vervatte bepalingen en voorwaarden is verricht of nagelaten, binnen de door het college van burgemeester en wethouders in een daartoe strekkende aanschrijving gestelde termijn niet wordt voldaan, de geëiste herstelling, verandering of verwijdering door of vanwege de gemeente kunnen geschieden op kosten van de nalatige.
IV.
OVERGANG VAN HET RECHT VANWIJZIGING
IN ERFPACHT(ER) Artikel 14 (wijziging in erfpacht(er)) Artikel 14 (wijziging in erfpacht(er) 14.1. Indien de erfpachter voornemensvan plan is het recht van erfpacht of een appartementsrecht met betrekking tot een dergelijk recht, waarvan de bestemming anders dan wonen is, in zijn geheel te vervreemden is hijof toe te delen, dan is de erfpachter verplicht hiervan schriftelijk mededeling te doen aan het college van burgemeester en wethouders. De regeling van de rechten en verplichtingen, zowel van de oude als van de nieuwe erfpachter behoeft dan de goedkeuring van genoemd college. Indien de Voor alle rechten van erfpacht (ongeacht de bestemming) geldt dat indien de erfpachter het voornemen heeftvan plan is het recht van erfpacht verticaal te splitsen of gedeeltelijk(door de erfpacht op een gedeelte van de zaak te vervreemden behoeft hij of toe te delen), te splitsen in appartementsrechten of de zaak waarop het erfpachtrecht rust,
-9- Nr.186 geheel of gedeeltelijk in ondererfpacht uit te geven, de erfpachter hiervoor devoorafgaande schriftelijke goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders behoeft. Ingeval van overgang van het recht van erfpachtDe gemeente neemt een schriftelijke 14.2. aanvraag tot goedkeuring als bedoeld in de in lid 1 van dit artikel, binnen een redelijke termijn in behandeling. De gemeente kan voorwaarden en/of een termijn verbinden aan de goedkeuring. De gemeente geeft de gevraagde goedkeuring, als dit past binnen de dan geldende privaat- en publiekrechtelijke wet- en regelgeving en er zich geen gemeentelijk belang tegen verzet. De gemeente toetst hierbij tevens aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) voor zover deze wet, en eventueel op grond hiervan vastgesteld gemeentelijk beleid, van toepassing is. De gemeente zal de goedkeuring niet op onredelijke gronden onthouden. 14.2.14.3.
Indien de gerechtigdheid tot het recht van erfpacht, geheel of gedeeltelijk, wijzigt, moet de nieuwe erfpachter daarvan binnen één maand na de dag van overgang aan wijziging schriftelijke mededeling doen aan het college van burgemeester en wethouders kennis geven bij een verklaring, opgemaakt volgens het bij deze Algemene bepalingen behorende en op zijn verzoek beschikbaar te stellen formulier A en en aan hen tevens inzage geven van een of meer bescheidende stukken, waaruit de overgangwijziging blijkt. Bovendien moet hijdeze binnen genoemde termijn aan de gemeente betalen al hetgeen betalen dat de vorige erfpachter haar met betrekking tot het recht van erfpacht nog schuldig is, voor wat betreft de canon conform het bepaalde in artikel 92 boek 5 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. 14.3.14.4. Indien het recht van erfpacht verkocht wordt wegens gerechtelijke tenuitvoerlegging of krachtens het beding, vermeld in artikel 1223268 boek 3 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, wordt ten aanzien van de nieuwe erfpachter de in het vorige lid omschreven verplichting tot betaling beperkt tot de achterstallige bedragen van de canon en is de vorige erfpachter gehouden aan de gemeente te betalen al hetgeen hijde vorige erfpachter haar met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog schuldig is. V.
EINDE VAN HET RECHT VAN ERFPACHT
V.
Artikel 15 (verbod van opzegging door de
erfpachter) Het is de erfpachter, behoudens het bepaalde in artikel 22, lid 5 niet toegestaan van het recht van erfpacht afstand te doen of dit recht op te zeggen. Artikel 16 (beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang en bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoedingwegens tekortkoming door de erfpachter en/of wanbetaling van de canon) 16.1.
Het is de gemeente niet toegestaan het recht van erfpacht op andere wijze te beëindigen dan bij dit artikel en artikel 17 is bepaald. 16.2.16.1. Bij besluit van de gemeenteraad kan het recht van erfpacht te allen tijde door de gemeente worden beëindigd, wanneer de gemeente naar het oordeel van de gemeenteraad de beschikking over de in erfpacht uitgegeven grond dient te verkrijgen om bij dit besluit aan te geven redenen van algemeen belang.opgezegd indien de erfpachter: a. Indien aanin verzuim is de gemeenteraadcanon over twee achtereenvolgende jaren te betalen; en/of b. in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van diens andere verplichtingen. 16.2. Om tot opzegging over te kunnen gaan, is een daartoe strekkend besluit van de gemeente nodig. De gemeente heeft daarbij het recht om van de erfpachter vergoeding te vorderen van (eventuele) boetes, kosten en schade zoals ook bepaald in artikel 9 lid 2 en artikel 9 lid 3 en zij behoudt hierbij het recht op de reeds verschuldigde canon. 16.3.
De gemeente stelt de erfpachter, de hypotheekhouder(s) en degenen die daarnaast als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven, schriftelijk in kennis van een voorstel wordt gedaan om te besluiten het recht van erfpacht te doen eindigen volgens het bepaalde bij dit artikel, geven burgemeester en wethouders daarvan aan de erfpachter en aan de hypotheekhouder(s) kennis bij deurwaardersexploit. Hierbij wordt de reden van de voorgenomen beëindiging toegelicht. Dit voorstel tot beëindiging kan ook algemeen bekend worden gemaakt. 16.4. Omtrent een zodanig voorstel neemt de gemeenteraadgemeente geen beslissing,
- 10 zolang niet tenminste één maand sedert de twee maanden sinds de in lid 3 van dit artikel bedoelde kennisgeving is verstreken. Wanneer de gemeenteraadgemeente een besluit tot opzegging neemt, als 16.4.16.5. bedoeldop grond van het genoemde in het tweede lid,de voorgaande leden, dan stelt hijde gemeente tevens de dag vast, waarop het recht van erfpacht eindigt en de grond met de opstallenOpstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn gesteld. 16.6. Tussen de dag van het besluit en de dag, waarop het recht van erfpacht eindigt, moet een tijdsruimte van tenminste twee en ten hoogste zes maanden liggen, te bepalen bij het betreffende besluit. 16.7. De opzegging aan de erfpachter geschiedt vervolgens bij exploit, tenminste twee en ten hoogste zes maanden voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd en het recht van erfpacht eindigt, zoals bepaald in het besluit bedoeld in het vorige lid. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen nadat het exploit aan 16.8. de erfpachter is uitgebracht, worden betekend aan de hypotheekhouder(s) en degenen die daarnaast als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven. 16.9.
Indien het recht van erfpacht eindigt volgens het bepaalde bij dit artikel, is de gemeente bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het besluit en naar de krachtens dit artikel aan de erfpachter gedane kennisgevingen. 16.10. Het rechtsgevolg van het besluit van de gemeente om het erfpachtrecht op te zeggen en de daaropvolgende opzegging aan de erfpachter blijft uit als uiterlijk één dag vóór de dag waartegen wordt opgezegd en het recht van erfpacht eindigt, de reden van de voorgenomen beëindiging weggenomen wordt én de in lid 2 van dit artikel genoemde boetes, kosten en schade zijn vergoed aan de gemeente. 16.11. Indien een erfpachtrecht in appartementsrechten is gesplitst kan - overeenkomstig artikel 116 boek 5 van het Burgerlijk Wetboek - opzegging van het recht wegens verzuim in de betaling van de canon slechts geschieden, wanneer de gehele canon over twee achtereenvolgende jaren onbetaald is gebleven. De schriftelijke kennisgeving als bedoeld in lid 3 van dit artikel en betekening als bedoeld in lid 8 van dit artikel vinden in dat geval tevens plaats aan de beperkt gerechtigde of beslaglegger met betrekking tot één of meer appartementsrechten.
Indien echter het voor een appartementsrecht verschuldigde deel van de canon over twee achtereenvolgende jaren onbetaald is gebleven, dan kan het appartementsrecht door de rechter op vordering van de gemeente aan deze worden toegewezen. De erfpachter ontvangt dan een dagvaarding. De dagvaarding moet op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen worden betekend aan hen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het appartementsrecht in de openbare registers staan ingeschreven. Door inschrijving in de openbare registers van het vonnis (nadat dit in kracht van gewijsde is gegaan) waarbij de toewijzing is uitgesproken, gaat het appartementsrecht op de gemeente over en gaan de daarop rustende beperkte rechten en beslagen teniet. 16.12. Na het einde van de erfpacht op grond van het bepaalde in dit artikel, kan de erfpachter alleen de vergoeding van de waarde die de erfpacht dan heeft - met aftrek van hetgeen de gemeente uit hoofde van de erfpacht van de erfpachter te vorderen heeft, de boetes, kosten en schade daaronder begrepen - van de gemeente vorderen, vast te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 17. 16.13.
Na het overgaan van het appartementsrecht op de gemeente zoals bedoeld in lid 11 tweede deel van dit artikel, kan de appartementseigenaar alleen de vergoeding van de waarde die het appartementsrecht dan heeft - met aftrek van hetgeen de gemeente uit hoofde van de erfpacht van de appartementseigenaar te vorderen heeft, de boetes, kosten en schade daaronder begrepen - van de gemeente vorderen, vast te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 17. Artikel 17 (raadsbesluitvergoeding bij beëindiging wegens tekortkoming door de erfpachter en/of wanbetaling van de canon) 17.1.
17.2.
De waarde die de erfpacht heeft op het moment van de in artikel 16 bedoelde beëindiging door opzegging, casu quo de waarde die het appartementsrecht heeft op het moment van de in artikel 16, lid 11 tweede deel, bedoelde overname van het appartementsrecht door de gemeente, wordt vastgesteld door deskundigen. Hierbij worden de bepalingen en voorwaarden in acht genomen die golden voor de erfpacht casu quo het appartementsrecht op het moment van de in artikel 16 bedoelde beëindiging door opzegging casu quo overname van het appartementsrecht door de gemeente, waaronder de betreffende algemene bepalingen en eventuele bijzondere erfpachtbepalingen
17.3.
17.4.
17.5.
- 11 - Nr.186 en de canon. Indien Opstallen zijn aangebracht en/of de bestemming en/of het gebruik was gewijzigd in strijd met deze bepalingen, dan dienen deze situaties te worden opgeheven en dan worden deze voor de bepaling van de vergoeding op grond van dit artikel niet meegenomen. Eventuele kosten die de gemeente dient te maken in dit kader komen voor rekening van de erfpachter. De uitkering aan de erfpachter van de conform de leden 1 en 2 van dit artikel door deskundigen vastgestelde waarde, vindt plaats na aftrek van: a. de achterstallige bedragen van de canon; b. al hetgeen erfpachter met betrekking tot het erfpachtrecht casu quo het appartementsrecht overigens nog aan de gemeente verschuldigd is; en c. de kosten van de deskundigen. Indien het recht van erfpacht casu quo het appartementsrecht echter met hypothe(e)k(en) was bezwaard, dan wordt de conform de leden 1 en 2 van dit artikel door deskundigen vastgestelde waarde, na aftrek van: a. de achterstallige bedragen van de canon; b. hetgeen de erfpachter met betrekking tot het recht van erfpacht casu quo het appartementsrecht overigens nog aan de gemeente verschuldigd is; en c.
de kosten van de deskundigen, aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling betrof van het bedrag, dat wordt verkregen bij een executoriale verkoop van het recht van erfpacht casu quo het appartementsrecht. Het daarna overblijvende gedeelte wordt aan de erfpachter, wiens erfpachtrecht beëindigd is door opzegging casu quo wiens appartementsrecht is overgenomen door de gemeente, uitgekeerd. Generlei uitkering aan de erfpachter heeft plaats, zolang de grond met de Opstallen niet ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld (behoudens eventuele door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter).
Artikel 18 (beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang) 18.1.
Het recht van erfpacht kan naast het bepaalde in artikel 16, te allen tijde door de gemeente worden beëindigd door opzegging om redenen van algemeen belang. 18.2. Om tot opzegging over te kunnen gaan, is een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders nodig. 18.3. Indien de gemeente een voornemen heeft om te besluiten het recht van erfpacht te doen eindigen volgens het bepaalde bij dit artikel, wordt daarvan namens het college van burgemeester en wethouders schriftelijk kennis gegeven aan de erfpachter, aan de hypotheekhouder(s) en degenen die daarnaast als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven. Hierbij wordt de reden van de voorgenomen beëindiging toegelicht. Dit voorstel tot beëindiging kan ook algemeen bekend gemaakt worden. 18.4. Omtrent een zodanig voorstel neemt het college van burgemeester en wethouders geen beslissing, zolang niet tenminste twee maanden sinds de in lid 3 van dit artikel bedoelde kennisgeving zijn verstreken. 18.5. Wanneer het college van burgemeesters en wethouders een besluit tot opzegging neemt, op grond van het genoemde in de voorgaande leden, dan stelt zij hierin tevens de dag vast, waarop het recht van erfpacht eindigt en de grond met de Opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn gesteld. 18.6.
Tussen de dag van het besluit en de dag, waarop het recht van erfpacht eindigt, moet een tijdsruimte van tenminste één jaar liggen., te bepalen bij het betreffende besluit. 18.7. Van een De opzegging aan de erfpachter geschiedt vervolgens bij exploit, tenminste één jaar voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd zoals bepaald in het besluit, als bedoeld in het tweedevorige lid, wordt . 16.5.18.8. Deze opzegging wordt binnen acht dagen nadat het exploit aan de erfpachter is uitgebracht, eveneens kennis gegevenbetekend aan de erfpachter en de hypotheekhouder(s).) en degenen die daarnaast als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven. 16.6.18.9. Indien het recht van erfpacht eindigt volgens het bepaalde bij dit artikel is de gemeente bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het raadsbesluitbesluit en naar de krachtens dit artikel aan de erfpachter gedane kennisgevingen.
18.10.
- 12 Na het einde van de erfpacht op grond van het bepaalde in dit artikel, kan de erfpachter alleen de vergoeding van de gemeente vorderen, vast te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.
Artikel 19 (vergoeding bij beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang) 16.7.19.1. Indien het recht van erfpacht wordt beëindigd krachtens het bepaalde in lid 2artikel 18, zal de gemeente de schade vergoeden de schade, welke het gevolg is van het eindigen van dit recht, met dien verstande, dat niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde vervat in de akte van uitgifte enin erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht, is gestichtgebouwd, noch zal worden vergoed de bedrijfsschade, geleden ter zake van een bedrijf, dat in strijd met enige bepaling of voorwaarde, vervat in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht op de grond of in de daarop gestichte opstallengebouwde Opstallen wordt uitgeoefend. DeBij de bepaling van het bedrag van de schadevergoeding geschiedt overigenswordt daarnaast geen rekening gehouden met inachtneming van de op het moment van de nieuwbouw, verbouw of herbouw, waarmee is aangevangen, nadat het voornemen tot beëindiging van het recht geldende bepalingen van de onteigeningswet en haar toepassing.ter kennis van de erfpachter is gebracht. 19.2.
De bepaling van de schadevergoeding geschiedt verder met inachtneming van de op het moment van de beëindiging van het recht geldende bepalingen voor onteigening, zoals opgenomen in de Onteigeningswet en/of Omgevingswet en/of een wet die hiervoor in de plaats komt. 19.3. Als de canon van het beëindigde erfpachtrecht was afgekocht, heeft de erfpachter recht op terugbetaling van een evenredig gedeelte van het vooruitbetaalde bedrag, dat zal worden berekend met gebruikmaking van dezelfde factoren als die, welke voor het bepalen de afkoopsom hebben gegolden. Dit bedrag wordt meegenomen bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding. 19.4. Op basis van het voorgaande, biedt de gemeente de erfpachter schriftelijk een voorstel voor een bedrag ter vergoeding aan. Indien de erfpachter zich hiermee niet kan verenigen, laat erfpachter dit binnen twee maanden na verzending van de aanbieding van de gemeente, schriftelijk aan de gemeente weten. Op basis hiervan vindt er vervolgens overleg tussen partijen plaats. 16.8.19.5. Indien ten aanzien van de vergoeding, als bedoeld in het zevende lid van dit artikel,schadevergoeding tussen partijen geen overeenstemming kan worden verkregen, dan wordt het bedrag van de schadevergoeding vastgesteld door deskundigen. 16.9.
Bij de bepaling van het bedrag van de schadevergoeding, als bedoeld in het zevende lid van dit artikel, wordt geen rekening gehouden met nieuwbouw, verbouw of herbouw, waarmede is aangevangen, nadat overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel het voornemen ter kennis van de erfpachter is gebracht, dat aan de gemeenteraad zal worden voorgesteld om een besluit te nemen, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel. 16.10.19.6. De gemeente keert de toegekende c.q. de door deskundigen bepaalde schadevergoeding aan de erfpachter uit na aftrek van hetgeen hijde erfpachter aan haar met betrekking tot het recht van erfpacht en eventueel uit anderen hoofde nog is verschuldigd. 19.7. Indien het recht van erfpacht echter met hypotheek was hypothe(e)k(en) is bezwaard, wordt in afwijking van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel het het bedrag van de schadevergoeding, na aftrek van : a. de achterstallige bedragen van de canon; en van b. hetgeen aan de gemeente met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog is aan de gemeente verschuldigd, is, 16.11.
aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijkebetrof van het bedrag, dat wordt verkregen bij een executoriale verkoop van het recht van erfpacht. Het overige bedrag der schadevergoeding wordt, nadat op dit bedrag eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd, aan de erfpachter uitgekeerd. 16.12.19.8. Generlei uitkering aan de erfpachter heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen Opstallen niet ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld. (behoudens eventuele door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het
- 13 eventuele retentierecht van de erfpachter).
- Nr.186 -
Artikel 17 (vervallenverklaring20 (gevolgen beëindiging door de rechtergemeente; ontruiming) 17.1.
Indien de erfpachter in verzuim is de canon over vijf achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van enige andere verplichting, hem ter zake van het aan hem verleende recht van erfpacht opgelegd, kan de gemeente, onverminderd het in het tweede en derde lid van artikel 9 bepaalde en onverminderd het recht van de gemeente op de reeds verschuldigde canon, de rechter verzoeken de erfpachter van zijn recht vervallen te verklaren. 17.2. Alvorens de gemeente overgaat tot het doen uitbrengen van de dagvaarding worden de erfpachter en de hypotheekhouder(s) in de gelegenheid gesteld om binnen eenis beëindigd door burgemeester en wethouders te bepalen termijn van tenminste twee en ten hoogste zes maanden alsnog de oorzaak van de vervallenverklaring weg te nemen, met vergoeding van de toegebrachte schade, kosten en interessen, wanneer daartoe termen aanwezig zijn. 17.3. Indien de oorzaak voor de vervallenverklaring niet is weggenomen overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid, zal de dagvaarding binnen acht dagen na het verstrijken van de overeenkomstig het vorig lid van dit artikel bepaalde termijn aan het hypotheekhouder(s) worden betekend. 17.4.
Mits zij zekerheid stelt voor zijn toekomstige verplichtingen, kan de erfpachter tijdens het geding de vervallenverklaring voorkomen door alsnog zijn verplichtingen na te komen met vergoeding van de toegebrachte schade, de kosten en de interessen. 17.5. Indien de erfpachter gebruik maakt van de hem ingevolge het vorige lid geboden mogelijkheid om alsnog de oorzaak voor de vervallenverklaring weg te nemen dan zal binnen acht dagen, nadat de erfpachter de op grond van het voorgaande lid vereiste zekerheid heeft gesteld hiervan door de gemeente bij deurwaardersexploit mededeling worden gedaan aan de hypotheekhouder(s). 17.6.20.1 Indien het recht van erfpacht vervallen is verklaard op de in het vorige artikel bedoelde wijzeopzegging zoals bedoeld in artikelen 16 en 18, mag de erfpachter geen opstallenOpstallen wegnemen. 17.7. De gemeente is verplicht binnen zes maanden na de dag, waarop de grond met de opstallen ingevolge het rechterlijk vonnis tot vervallenverklaring ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn gesteld, een openbare verkoping volgens plaatselijke gewoonte en onder de gebruikelijke veilingsvoorwaarden te doen houden van het recht van erfpacht op de grond met de opstallen, welk recht van erfpacht wordt verleend onder de bepalingen en voorwaarden, welke voor het geveilde recht gelden. 17.8.
De in het vorige lid van dit artikel genoemde verplichting geldt niet, indien op het tijdstip van gemeld rechterlijk vonnis aan de gemeenteraad een voorstel is gedaan om het recht van erfpacht te beëindigen om redenen van algemeen belang als bedoeld in het derde lid van artikel 16. 17.9. De prijs, welke voor het recht van erfpacht wordt betaald, wordt aan de erfpachter, wiens recht vervallen is verklaard, uitgekeerd na aftrek van hetgeen hij aan de gemeente met betrekking tot dat recht nog verschuldigd is, van de te haren laste komende kosten der verkoping en voorts, nadat op het dan overblijvende gedeelte van de opbrengst eerst nog in mindering is gebracht, hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd. 17.10.
Indien echter het recht van erfpacht met hypotheek was bezwaard wordt de opbrengst van de verkoping, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, na aftrek van de achterstallige bedragen van de canon, van hetgeen de erfpachter met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog aan de gemeente verschuldigd is en van de ten laste van de gemeente komende kosten van de openbare verkoping, aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van het bedrag, dat wordt verkregen bij een gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht. Het daarna overblijvende gedeelte van de opbrengst wordt aan de erfpachter, wiens recht vervallen is verklaard, uitgekeerd nadat eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd. 17.11. Generlei uitkering aan de erfpachter heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld. 17.12. Indien bij openbare verkoping geen bod wordt gedaan, of indien wel een bod is gedaan, maar de bieder niet in staat is het geboden bedrag te betalen, is de gemeente niet tot enige uitkering verplicht. 17.13.
Indien het vorige lid toepassing vindt gaat het recht van erfpacht eerst teniet door inschrijving in de openbare registers van het in kracht van gewijsde gegane vonnis. 17.14. Binnen 14 dagen na de dag, waarop ingevolge het vorige lid van dit artikel het recht van erfpacht teniet is gegaan, geven burgemeester en wethouders hiervan bij deurwaardersexploit kennis aan de erfpachter en aan de hypotheekhouder(s).
- 14 Artikel 18 (ontruiming)
20.2
Indien na het eindigen van het erfpachtrecht de grond en het daarop gestichtegebouwde niet vrijwillig worden ontruimd, zal de gemeente zonder nadere ingebrekestelling de ontruiming op kosten van de voormalige erfpachter doen bewerkstelligen door middel van de grosse van één der akten als bedoeld in het eerste lid van artikel 4. (behoudens eventuele door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten en het eventuele retentierecht van de erfpachter).
VI. HYPOTHEEKHOUDERS Artikel 19 (positie hypotheekhouder(s)) 19.1.
19.2. 19.3.
Wanneer het recht van erfpacht met hypotheek is bezwaard, zullen het vierde lid van artikel 9, het derde lid van artikel 14, artikel 15 t/m 18, artikel 20, 21 en 22 voor zoveel deze op de hypotheekhouder(s) betrekking hebben, slechts van toepassing zijn, indien de hypotheekhouder - onder inlevering van een gewaarmerkt afschrift van het borderel - een verklaring bij burgemeester en wethouders heeft ingediend, opgemaakt volgens het bij deze algemene bepalingen behorende formulier B, waarbij de hypotheekhouder te kennen geeft van de in deze bepalingen ten behoeve van de hypotheekhouder(s) opgenomen voorschriften gebruik te maken en er in toe te stemmen dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats, ter keuze van de gemeente. Het inleveren van de bedoelde verklaring kan alleen blijken uit een door burgemeester en wethouders afgegeven bewijsstuk. De hypotheekhouder, die aan het in het eerste lid van dit artikel bepaalde gevolg geeft, is verplicht aan burgemeester en wethouders kennis te geven van het teniet gaan of van de doorhaling der hypothecaire inschrijving.
Artikel 2021 (bescherming hypotheekhouder(s)) De gemeente zal zonder toestemming van de hypotheekhouder(s) niet medewerken totmeewerken aan uitdrukkelijke beëindiging van het recht van erfpacht met wederzijds goedvinden, noch de grond aan de erfpachter overdragen noch het recht van erfpacht verkrijgen anders dan bij onteigening ten algemenen nuttein het algemeen belang.
VII. WIJZIGING VAN DE CANON EN VAN DE BEPALINGEN, WAARTEGEN RESPECTIEVELIJK WAARONDER EEN PERCEEL IS UITGEGEVEN Artikel 2122 (wijziging van de canon) 21.1.
Gedurende het erfpachtstijdvakErfpachttijdvak wordt de canon na elke periode van vijf jaar aangepast bij het verloop van het algemeen prijsniveau. 22.1. aan de inflatie. De aangepaste canon wordt gevonden door de geldende canon te vermenigvuldigen met een voor elk kalenderjaar conform het bepaalde in lid 2 van dit artikel 22 vast te stellen aanpassingscoëffiëntaanpassingscoëfficiënt. De aangepaste canon wordt naar boven afgerond op hele guldenseuro’s of de op dat moment geldende munteenheid; deze canon wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter en de hypotheekhouder(s).. Te late kennisgeving kan de erfpachter nochniet ontslaan van zijn eventuele verplichting tot bijbetaling noch zijn recht op terugbetaling teniet doen. 21.2.22.2. De aanpassingscoëfficiënt wordt bepaald aan de hand van de cijferreeks ‘Netto binnenlands product tegen marktprijzen’ (NBP tegen marktprijzen). De voor een kalenderjaar geldende aanpassingscoëfficiënt, als bedoeld in lid 1, wordt berekend door toepassing van de formule:
In a : c , waarin voorstelt:
- 15 -
- Nr.186 -
b d
de letter a: de waarde van het binnenlands produkt (netto,deze formule wordt verstaan onder: NBP tegen marktprijzen) in lopende prijzen, in het tweede jaar, voorafgaande aan het
in dit lid bedoelde kalenderjaar, zoals die waarde wordt bekendgemaakt door het Centraal Bureaujaar: het cijfer voor de Statistiek;het Netto binnenlands product tegen marktprijzen van het tweede jaar vóór indexering de letter c: de overeenkomstige waarde in het NBP tegen marktprijzen zevende jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar; de letter b: de waarde van het binnenlands produkt (netto, marktprijzen) in constante prijzen, in het tweede jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar, zoals die waarde wordt bekendgemaakt door het Centraal Bureaujaar: het cijfer voor de Statistiek; de letter d: de overeenkomstige waarde in het Netto binnenlands product tegen marktprijzen van het zevende jaar, voorafgaande aan het in dit lid bedoelde kalenderjaar. vóór indexering Indien door enige oorzaak een of meer waarden in dit lid voorgesteld door de letters a, b, c en d,Als één of beide cijfers niet of niet tijdig bekend zijn, wordtbepaalt het college van burgemeester en wethouders de in dit lid bedoelde aanpassingscoëfficiënt door de gemeenteraad bepaald op een wijze, die zoveel mogelijk overeenkomt met de wijze van berekening, die in dit lidartikel is omschreven. 21.3.22.3.
De voor een kalenderjaar geldende aanpassingscoëfficiënt, bepaald zoals aangegeven in lid 2, wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en in het jaar, dat aan het in lid 2 bedoelde kalenderjaar vooraf gaat, openbaar maaktgemaakt. 21.4.22.4. Indien het op de grond gebouwde wordt verhuurd als sociale huurwoning en het bedrag van de vijfjaarlijkse canonaanpassingindexering in procenten uitgedrukt uitgaat boven het totale percentage van de wettelijk toegestane huurverhogingen voor het op de grond gebouwde sinds het tijdstip van ingang van de geldende canonsociale huurwoningen over diezelfde periode, wordt het percentage van de canonaanpassingindexering gelijkgesteld met het percentage van bedoelde wettelijk toegestane huurverhogingen. 22.5. Het totale percentage van de wettelijk toegestane huurverhogingen voor sociale huurwoningen als bedoeld in het vorige lid wordt berekend door toepassing van de formule: (F-A) / A * 100 % In deze formule wordt verstaan onder: A: bedrag van de canon van zeven jaar vóór indexering. F: te berekenen door vijfmaal de maximale wettelijke toegestane huurverhoging toe te passen middels het rente op rente principe. Hierbij wordt eerst gekeken naar het maximaal wettelijk toegestane percentage huurverhoging in het zesde jaar vóór indexering.
Fictief wordt dit percentage op het canonbedrag A uit het zevende jaar vóór indexering toegepast. Dit levert bedrag B op. Vervolgens wordt gekeken naar het maximaal wettelijk toegestane percentage huurverhoging in het vijfde jaar vóór indexering. Fictief wordt dit percentage op bedrag B toegepast. Dit levert bedrag C op. Dit wordt in totaal vijf keer herhaald, tot en met het maximaal wettelijk toegestane percentage huurverhoging in het tweede jaar vóór indexering. Dit levert uiteindelijk bedrag F op. Indien er per jaar verschillende wettelijke maximum percentages of maximum bedragen zijn vastgesteld voor huurverhoging van sociale huurwoningen, wordt aangesloten bij het maximum percentage huurverhoging voor een zelfstandige woning (eengezinswoning, appartement, studio, bungalow en dergelijke) onafhankelijk van inkomen, of een vergelijkbare categorie zoals deze in de toekomst zal luiden, die zoveel mogelijk overeenkomt met hetgeen in dit artikel is omschreven. 22.6. Indien de berekeningen op grond van de voorgaande leden van dit artikel leiden tot een lagere canon (deflatie), wordt de canon niet aangepast. De erfpachter blijft dan de op dat moment geldende canon verschuldigd. 21.5.22.7. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, kan herziening van de canon, op basis van de werkelijke waarde van de grondGrondwaarde, plaatsvinden in de volgende gevallen: a.
indien tegen het einde van een volledig erfpachtstijdvakErfpachttijdvak herziening van de canon plaatsvindt, welke gewijzigde canon zal gelden voor de eerste vijf jaren van een nieuw erfpachtstijdvakErfpachttijdvak; b. indien een met toestemming van het college van burgemeester en wethouders veranderd gebruik van de grond en/of de opstallenOpstallen naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum van de verandering in gebruik. 21.6.22.8. Wanneer de canon op grond van één van de in het vorige lid vermelde omstandigheden wordt herzien, geldt de in lid 1 t/m 46 van dit artikel aangegeven regeling van de herzieningindexering van de canon niet en kan tevens het percentage van de canon worden aangepast. 21.7.22.9. Tenminste zes maandentwee jaar vóór de achtste werkdaghet einde van de maand
- 16 januarihet Erfpachttijdvak moet van het voornemen tot herziening, als bedoeld in het vijfde lid 7 sub a van dit artikel bij aangetekende briefschriftelijk kennis worden gegeven aan de erfpachter. Van het voornemen tot herziening, als bedoeld in lid 7 sub b van dit artikel wordt schriftelijk kennis gegeven aan de erfpachter in de reactie op het toestemmingsverzoek van erfpachter tot veranderd gebruik van de grond en/of de Opstallen. 21.8.22.10. Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de nieuwe grondwaardeGrondwaarde, als bedoeld in het vijfde lid 7 van dit artikel, dan geeft hijde erfpachter binnen twee maanden na ontvangst van de desbetreffende beslissing van het college van burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk kennis aan dit college bij aangetekende brief. 21.9.22.11. Na ontvangst van de kennisgeving van de erfpachter, bedoeld in het voorgaande lid, zal de nieuwe grondwaardeGrondwaarde worden vastgesteld door deskundigen. Artikel 2223 (wijziging algemeneAlgemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden) 22.1.23.1. Indien en voor zover de gemeenteraadhet college van burgemeester en wethouders besluit tot wijziging van deze Algemene bepalingen, treden deze gewijzigde algemene bepalingen telkenmale in werking op de dag, waarop een nieuw erfpachtstijdvakErfpachttijdvak na zulk een raadsbesluitcollegebesluit aanvangt. 22.2.23.2.
Aan een uitgifte in erfpacht zonder bijzondere voorwaarden kunnen dergelijke voorwaarden alsnog worden verbonden en voor het geval dat wel bijzondere voorwaarden gelden kunnen deze worden gewijzigd. Deze alsnog gestelde of gewijzigde bijzondere voorwaarden treden in werking op de dag, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel. 22.3.23.3. Tenminste twee jaren vóór afloop van een volledig erfpachtstijdvakErfpachttijdvak, wordt de erfpachter en de hypotheekhouder(s) op het recht van erfpacht bij aangetekende brief kennis gegeven van de wijzigingen, als in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoeld, welke gedurende het volgende erfpachtstijdvakErfpachttijdvak van kracht zullen zijn. 22.4.23.4. Is een kennisgeving, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel, niet tijdig gedaan of is een raadsbesluitcollegebesluit genomen in de laatste twee jaren van het lopende erfpachtstijdvakErfpachttijdvak, dan blijven de tot dusverre geldende bepalingen en voorwaarden voor het nieuwe erfpachtstijdvakErfpachttijdvak van kracht tot twee jaren zijn verstreken, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de kennisgeving alsnog is uitgebracht. 22.5.23.5.
Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de voorgestelde wijziging van de algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel kan hij aan het erfpachtsrecht een einde maken op het tijdstip van afloop van een tijdvak, door opzegging aan burgemeester en wethouders bij aangetekende brief, binnen een jaar na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in lid 3 van dit artikel. bepalingen en/of bijzondere voorwaarden, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel kan de erfpachter aan het erfpachtrecht een einde maken op het tijdstip van afloop van een tijdvak, door opzegging aan het college van burgemeester en wethouders bij aangetekende brief, binnen één (1) jaar na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in lid 3 van dit artikel. 23.6. Indien het erfpachtsrechterfpachtrecht wordt beëindigd ingevolge het bepaalde in het vorige lid, zal binnen 22.6. één (1) maand na afloop van het lopende tijdvak de in erfpacht uitgegeven grond met opstallen ter vrije beschikking van de gemeente moeten worden gesteld.