Bijlage 4. Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Rhijnvis Feithlaan 150 Alkmaar Gemeente Alkmaar
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0361.BP00204-0305
Datum:
2025-06-13
Contactpersoon Buro SRO:
dhr.J.J. van Nuland
Kenmerk Buro SRO:
SR220236
Opdrachtgever:
Driessen Vastgoed B.V.
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied en plangrens ......................................................................................................................... 6 1.3 Geldende bestemmingplannen ........................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 11
3 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................................ 13 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 16 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 19 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 19
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 26 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 26 4.2 Geluid ................................................................................................................................................................ 27 4.3 Bodem ............................................................................................................................................................... 29 4.4 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 30 4.5 Ecologie ............................................................................................................................................................. 31 4.6 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 32 4.7 Externe veiligheid ..............................................................................................................................................
34 4.8 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 37 4.9 Archeologie ....................................................................................................................................................... 38 4.10 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................ 39 4.11 Boomeffectrapportage .................................................................................................................................... 40 4.12 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 41 4.13 Winderhinder .................................................................................................................................................. 44 4.14 Bezonning ........................................................................................................................................................ 45
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 46 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 46 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 46 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 46 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 47
6 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 48 6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 48 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 48
3
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Ter plaatse van het voormalige VTC kantoor en bijbehorende parkeerplaats(en), aan de Rhijnvis Feithlaan 150, bestaat het initiatief om het plangebied te transformeren van een locatie voor kantoren naar een woonlocatie. Initiatiefnemer, Driessen Vastgoed B.V., wil het bestaande kantorengebouw slopen en twee nieuwe appartementengebouwen realiseren, met ruimte voor maximaal 79 woningen. Daarnaast wordt het bestaande parkeerterrein opnieuw ingericht. Het initiatief past echter niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp'. Op dit moment is het plangebied voorzien van de bestemming 'Kantoor'. Het bouwen van woningen is niet mogelijk binnen deze bestemming. Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Door middel van een principeverzoek is de beoogde ontwikkeling reeds ambtelijk besproken, waarbij in hoofdlijnen positief is gereageerd op de voorgenomen ontwikkeling door het college van burgemeester en wethouders. Daarbij is ingestemd met de ruimtelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling. Deze uitgangspunten zijn leidend geweest voor dit bestemmingsplan. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling mogelijk gemaakt.
Het bestemmingsplan volgt op het stedenbouwkundig plan en laat nog enige ruimte voor een nadere architectonische invulling.
5
1.2 Ligging plangebied en plangrens Het plangebied is gesitueerd aan de Rhijnvis Feithlaan 150 en de Arcadialaan. Het plangebied is onderdeel van de wijk Overdie in Alkmaar. Het plangebied is kadastraal bekend onder gemeente Alkmaar, sectie F, perceelnummers 6629, 7281, 8880, 8882, 8883, 8884, 9089, 9090, en een gedeelte van 9632. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ca. 7.835 m². De navolgende afbeeldingen tonen de ligging en begrenzing van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied is het stadion van voetbalclub AZ gelegen, ten westen bevinden zich kantoren en ten noorden en oosten woningen.
Globale ligging plangebied (rood omcirkeld, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Globale begrenzing plangebied (rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6
1.3 Geldende bestemmingplannen Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp', vastgesteld op 16 mei 2013 door de gemeente Alkmaar. Ook geldt het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren 2018', vastgesteld op 13 april 2018 door de gemeente Alkmaar. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen.
Uitsnede bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' (plangebied is rood omkaderd)
In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied meerdere bestemmingen in de vorm van de bestemming 'Kantoor', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Groen' en 'Water'. De ontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats op de gronden met de bestemming 'Kantoor'. De met de bestemming 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren en de daarbij behorende voorzieningen. Ter plaatse van het kantoor is een bouwvlak opgenomen waar een maximum bouwhoogte van 24 m is toegestaan en een maximum bebouwingspercentage van 100 % geldt. Daarnaast is op het achterste gedeelte van het kantoor en het achterliggende parkeerterrein een tweede bouwvlak opgenomen waar een maximum bouwhoogte van 4 m en ene maximum bebouwingspercentage van 50 % geldt. Ter plaatse van de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn o.a. bestemd voor het verkeersareaal zoals wegen en straten, voet- en rijwielpaden en pleinen alsmede o.a. speelvoorzieningen en markten. Gebouwen zijn hier niet toegestaan. Ter plaatse van de bestemming 'Groen' zijn hoofdzakelijk groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, speelvoorzieningen, beeldende kunst, geluidwerende voorzieningen, kunstwerken toegestaan. Ter plaatse van de bestemming 'Water' zijn hoofdzakelijk aan water gerelateerde functies toegestaan.
Daarnaast geldt voor het zuidelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Leiding - Water' welke de gronden mede bestemt voor een ondergrondse waterleiding. Het initiatief past niet binnen de mogelijkheden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan voor wat betreft de functie en bebouwing. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken zullen de geldende bestemmingsplan(nen) voor de gronden in het plangebied herzien moeten worden. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. Met de dit bestemmingsplan wordt, in lijn met de overeengekomen ruimtelijke randvoorwaarden, een nieuwe functie (wonen) en nieuwe bebouwingsmogelijkheden toegekend aan het plangebied.
7
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader (rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid). In hoofdstuk 4 wordt het voornemen getoetst aan de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot komen in hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
8
2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Binnen het plangebied bevindt zich een leegstaand kantoorpand, met de voorzijde gericht op de Smaragdweg. Het huidige kantoorgebouw bestaat uit twee delen van zeven bouwlagen en drie bouwlagen. Het gebouw ligt op een locatie nabij het verkeersplein Kooimeer en heeft een maximum bouwhoogte van 24 m. Het noordelijk deel van het plangebied is geheel in gebruik als parkeerterrein. Tussen de parkeerplaatsen en aan de zuidoostzijde van het plangebied is ruimte voor groen. De inrit voor het perceel bevindt zich aan de Arcadialaan en de Rhijnvis Feithlaan. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een watergang. Rondom het plangebied bevinden zich aan de noord- en oostzijde voornamelijk woningen en enkele kleine bedrijven. De bebouwing is hier hoofdzakelijk twee tot drie bouwlagen. Ten westen van het plangebied liggen enkele kantoren met een bouwhoogte van ongeveer elf bouwlagen. Ten zuiden bevinden zich het stadion van de voetbalclub AZ en een tankstation. Op navolgende afbeeldingen is een impressie van de locatie weergegeven.
Impressie plangebied, gezien vanaf het zuidoosten (bron: Google Earth)
9
Bestaande situatie gezien vanaf de Arcadialaan (bron: Google Streetview)
10
2.2 Toekomstige situatie Voorliggend plan maakt het mogelijk in het plangebied twee nieuwe appartementencomplexen met in totaal 79 appartementen te realiseren. Tevens wordt het tussenliggende parkeerterrein opnieuw ingericht. Het meest zuidelijke appartementengebouw krijgt een hoogte van 12 bouwlagen en 37 m. Deze hoogte is passend bij de omgeving waar gebouwen van ca. 40 m hoog staan. Bij dit gebouw wordt de verbinding met het water gezocht, het gebouw komt direct aan het water te staan. Het gebouw direct aan de rotonde zorgt voor reductie van de geluidhinder op het achtergelegen gebouw. De rooilijn van het gebouw is gelijk aan de naastgelegen grondgebonden woningen waardoor een nieuwe zichtlijn ontstaat vanaf de Bilderdijkstraat. Het noordelijke gebouw langs de Arcadialaan krijgt een hoogte van 10 en 13 m. Dit gebouw wordt eveneens in de rooilijn van de naastgelegen gebouwen geplaatst en de hoogte past bij de naastgelegen gebouwen. Door op deze plaats een gebouw te realiseren worden de parkeerplaatsen achter het gebouw minder zichtbaar vanaf de Arcadialaan. De ingang van het parkeerterrein wordt door de ontwikkeling verplaatst naar het westen aan de Rhijnvis Feithlaan. Het huidige parkeerterrein wordt opgedeeld in een drietal zones waartussen een langzaam verkeersroute wordt aangelegd. Hiermee wordt een aangenaam verblijfsgebied gerealiseerd.
Op de navolgende afbeeldingen worden een impressie van de beoogde nieuwbouw gegeven.
Toekomstige situatie schets (bron: GeO architecten)
11
Toekomstige situatie verbeelding gezien vanaf de noordkant van het plangebied (bron: GeO architecten)
Woningbouwprogramma In totaal zullen er 79 appartementen gerealiseerd worden, verdeeld over twee appartementencomplexen. Het meest zuidelijke appartementengebouw zal beschikken over 53 (middeldure) appartementen. Het noordelijke gebouw langs de Arcadialaan zal beschikken over (sociale) 26 appartementen. Duurzaamheid Het plan voorziet in waterinfiltratie van gebiedseigen water (hemelwater). Waar er overtollig hemelwater is stroomt dit af op het aanwezige oppervlakte water. Het water wordt vooraf gefilterd door een heliofytenfilter. Het plan voorziet in een optimalisatie van het waterbergend vermogen. Het inrichtingsplan voor het parkeerterrein voorziet in een optimalisatie van de vegetatie. Door zoveel als mogelijk groen te realiseren wordt hittestress tegengegaan en de biodiversiteit verstrekt. Het gebouw ontwerp is voorzien van een passieve zonwering ten gunste van een optimalisatie van het inpandig klimaat in het kader van BENG. Parkeren Het parkeren is integraal en voor alle functies binnen het gebied opgelost. Het parkeren is geconcentreerd op het maaiveld tussen de twee appartementengebouwen. In totaal bedraagt het parkeeraanbod in het gebied 344 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Dit is conform de gemeentelijke parkeernormen, zie voor een verdere subparagraaf 4.12.2. Beeldkwaliteit Voor de ontwikkeling van de locatie is een beeldkwaliteitsplan opgesteld.
In het beeldkwaliteitsplan is het plan verder uiteengezet en wordt de context van het plangebied beschreven. Het beeldkwaliteitsplan bevat kwaliteitsregels voor architectuur, kleurgebruik en de aan te leggen openbare ruimte op basis waarvan de gemeente Alkmaar de daadwerkelijke aanvraag kan toetsen.
12
3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Het initiatief draagt bij aan een sterke en gezonde stad. Verder is de NOVI niet specifiek van toepassing op het onderhavige initiatief.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016, 1 januari 2017 en 1 december 2020 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Onderhavig plan raakt niet aan één van de veertien nationale belangen; het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
13
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
4.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt op 12 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. In het voorliggende geval is sprake van een 'stedelijke ontwikkeling'; dit dient getoetst te worden aan de ladder. Het gaat hier om een herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij een leegstaande kantorenlocatie plaats maakt voor woningen. Behoefte Bij een stedelijke ontwikkeling dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. De aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De omvang van de stedelijke ontwikkeling betreft maximaal 79 appartementen verdeeld over een tweetal appartementengebouwen met een bouwhoogte van maximaal 12 bouwlagen. Een bestaand kantoorpand wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling.
In 2023 is de nieuwe Woondeal noord-Holland Noord gesloten met verschillende regios binnen NoordHolland. Deze nieuwe Woondeal, Woondeal 2.0, gaat voor Alkmaar uit van de bouw van 7.950 woningen. Hierbij wordt een groot deel van het programma aan de kanaaloevers gerealiseerd en binnen overige binnenstedelijke locaties. De VTC locatie is één van die locaties. De Woondeal gaat uit van 30% sociale huur en 36,67% middensegment (huur of koop) ofwel 2/3 betaalbare woningen. Het beoogde plan voegt maximaal 79 appartementen toe in verschillende prijsklasses waardoor er zowel kwantitatief en kwalitatief aangesloten wordt op de woningbehoefte.
14
Bestaand stedelijk gebied De definitie van het bestaand stedelijk gebied is het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Onderhavige ontwikkeling vindt volledig plaats binnen het bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 ,eerste lid onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening. Naast de woningen zijn er in de buurt eveneens een veelheid aan voorzieningen, winkels, kleine bedrijfjes en een voetbalstadion aanwezig. De wijk is goed bereikbaar via de Rijksweg N9 en de Vondelstraat, evenals met het openbaar vervoer. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
15
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Bij voorgenoemde doelen zijn de volgende ambities opgesteld: Gebruik van de leefomgeving a.
b.
c. d.
Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Energietransitie a.
De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector
Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Planspecifiek De ambitie van de provincie is onder andere het streven naar een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en te versterken is een goed beheer van de bestaande kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten van belang. Er dient voldaan te worden aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de leefomgevingskwaliteit verbeterd en wordt een bijdrage geleverd
16
aan het versterken van de kern van Alkmaar. Hierbij wordt het gebruik van bestaand stedelijk gebied geoptimaliseerd. Er zijn verder geen bijzondere bepalingen van toepassing vanuit de Omgevingsvisie NH 2050. Er kan geconcludeerd worden dat het plan in lijn is met het beleid van de Omgevingsvisie. 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De laatste versie van de Omgevingsverordening NH2022 is op 1 juli 2024 in werking getreden. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn omgezet conform de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn gebieden benoemd waar uitgebreid omschreven staat welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Enkele voorbeelden van deze zogeheten ‘werkingsgebieden’ zijn het Landelijk Gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Provinciale Wegen. Deze gebieden en de bijbehorende regels zijn opgenomen in een digitale kaart (Regels op de kaart). Zo is in een oogopslag duidelijk welke regels waar gelden in Noord-Holland. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:
•
het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur;
• •
het behoud en herstel van de biologische diversiteit; en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Planspecifiek In artikel 6.13 van de Omgevingsverordening NH2022 wordt gesteld dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. In subparagraaf 3.1.3 is ingegaan op de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Hieruit blijkt dat het plangebied zich binnen het stedelijk gebied bevindt en wordt de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de behoefte van de regio. In artikel 6.75 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat bij een omgevingsplan rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Voorliggend plan ziet op transformatie van een kantorenlocatie en de herinrichting van het achterliggende parkeerterrein. Als gevolg van de beoogde nieuwbouw (duurzamer) en de herinrichting (groener) heeft het plan, in vergelijking tot de bestaande situatie, een bescheiden positieve uitwerking op de klimaatverandering. 3.2.3 Woonagenda 2020-2025 De Woonagenda 2020-2025 vormt de uitvoeringsagenda van de provincie Noord-Holland voor de periode tot 2025. De provincie heeft als doelstelling dat zij wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen.
Eén van de belangrijkste speerpunten uit de Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Hierbij zet de provincie vooral in op woningbouw op plekken waar het ruimtelijk goed past en waar de voorzieningen goed geregeld zijn. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de vraag van de verschillende doelgroepen en er wordt ook gekeken naar de bestaande woningvoorraad. De provincie Noord-Holland vraagt in haar Woonagenda 2020-2025 aan regio’s om, samen met de provincie, Woonakkoorden op te stellen, met daarin afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied.
17
Planspecifiek Het plangebied valt binnen het Woonakkoord Regio Alkmaar. In subparagraaf 3.3.1 wordt op dit woonakkoord verder ingegaan. 3.2.4 Monitor woningbouw 2022 Eind 2022 is de Monitor Woningbouw 2022 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. De Monitor Woningbouw wordt jaarlijks ter informatie naar Provinciale Staten gestuurd. De monitor is de basis voor het bestuurlijk voortgangsoverleg tussen de provincie en de regio's over hun regionale woonafspraken. Het belangrijkste doel van de monitor is het inzichtelijk maken van de voortgang bij het bereiken van woningbouwdoelstellingen, nu en in de toekomst. De basis van de monitor wordt gevormd door de doelstellingen, uitkomsten en afspraken in de regionale actieprogramma's. Alle Noord-Hollandse gemeenten samen hebben tot 2050 plannen voor de bouw van in totaal 431.000 woningen (bruto plancapaciteit). Dit betreft de capaciteit in alle soorten plannen variërend van plannen die al worden gebouwd tot potentiële plannen waarvoor alleen nog ideeën bestaan. Noord-Holland heeft op 6 oktober jl. een randvoorwaardelijk bod gedaan aan het Rijk om tot en met 2030 184.000 woningen te realiseren. Dit is ruim 20% van de nationale woningbouwopgave van 900.000 woningen. Planspecifiek De Regio Alkmaar moet nog zachte plannen hard maken om de streefwaarde harde capaciteit voor de bouwopgave tot 2030 te behalen.
Uit het bovenstaande kan afgeleid worden dat er een grote woningbehoefte is. De ontwikkeling is in lijn met de Monitor woningbouw 2022.
18
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Woonakkoord Regio Alkmaar 2021 - 2025 Regio Alkmaar heeft samen met de provincie Noord-Holland dit Woonakkoord 2021- 2025 opgesteld. Hierin is aangegeven welke woonopgaven er liggen, wat de gewenste richting is en welke afspraken daarbij passen. Regio Alkmaar bestaat uit zeven gemeenten: Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest. Het Woonakkoord is een nieuw beleidsinstrument van de provincie Noord-Holland met als hoofddoel om voldoende woningen te realiseren. Het Woonakkoord is de opvolger van het instrument Regionale Actie Programma’s (RAP) en is tegelijkertijd in veel opzichten een voortzetting van bestaand beleid of eerdere regionale samenwerkingsafspraken. In het woonakkoord wordt de urgentie van een woning tekort in de Regio Alkmaar onderkent en worden meerdere knelpunten die momenteel in de regio spelen benoemd. Er komt een steeds grotere, meer diverse groep in de knel op de woningmarkt in Regio Alkmaar:
•
Jonge mensen hebben het als starter meer dan gemiddeld moeilijk op de woningmarkt. Ze moeten hierdoor langer thuis blijven wonen;
• •
Mensen kunnen na een scheiding geen passende woning vinden;
•
Oudere mensen willen vaak wel doorstromen naar een meer geschikte woning, maar lang niet altijd is er passend aanbod te vinden.
Mensen met middeninkomens die in de regio werken, kunnen geen betaalbare woning vinden. Denk hierbij aan leraren, zorgpersoneel, brandweerlieden en politieagenten;
In het woonakkoord zijn diverse afspraken gemaakt om de woningmarkt weer gezond te krijgen. Zo is in het woonakkoord afgesproken dat er tot 2030 minstens 2.000 woningen per jaar bijgebouwd moeten worden voor een totaal van 31.500 woningen voor 2040. Daarbij wil de Regio Alkmaar dat de verstedelijkingsopgave voor wonen en werken zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied en nabij OVknooppunten wordt gerealiseerd. Ook wordt in het woonakkoord ingespeeld op diverse woonmilieus en de voldoening van de lange termijnbehoefte met onder meer tussenvormen voor de stap tussen thuis wonen en wonen in een verpleeghuis. Dit is een belangrijk aspect aangezien de inwoners van Regio Alkmaar steeds ouder worden en het aandeel een- en twee persoonshuishoudens groeit. Planspecifiek Het beoogde plan voorziet de aanleg van maximaal 79 appartementen in verschillende prijsklassen waardoor er woningen vrijkomen voor verschillende doelgroepen. Als gevolg hiervan is de verwachting dat de doorstroming in de lokale woningmarkt zal verbeteren. Geacht wordt dat het beoogde plan overeenkomt met het regionale woonakkoord.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Alkmaar 2040 Op 5 oktober 2017 heeft de gemeente Alkmaar haar omgevingsvisie Alkmaar 2040 vastgesteld. Daarin worden de kaders geschetst waarbinnen de gemeente om wil gaan met ontwikkelingen die zich voordoen. De omgevingsvisie is een integraal strategisch document dat zich richt op het versterken van de omgevingskwaliteit van de stad en omliggende dorpen. De gemeente heeft in de omgevingsvisie haar ambities voor de stad en het buitengebied geformuleerd voor bewoners en bezoekers. Naast de ambities voor de ontwikkeling van de stad Alkmaar wordt in de omgevingsvisie ingezet op een toekomstbestendig en innovatief landelijk gebied.
19
De omgevingsvisie zet in op een compacte stad. Alkmaar maakt optimaal gebruik van de schaalgrootte van de stad en beschouwt de relatief kleine schaal van de stad als duidelijk pluspunt. De keuze om niet verder uit te breiden, houdt het omringende landelijk gebied vrij van stedelijke bebouwing. De keuze voor een compacte stad houdt in dat alle stedelijke ontwikkelingen worden opgevangen in de bestaande stad. Op termijn leidt dit tot verdere verdichting van de stad. Uitgangspunt is daarom dat verdichting geen doel op zich is, maar alleen acceptabel is wanneer deze bijdraagt aan de structurele kwaliteit van de stad en daarmee de omgevingskwaliteit positief beïnvloedt. Het plan voorziet in verdichting die bijdraagt aan de structurele kwaliteit en de omgevingskwaliteit positief beïnvloedt. In de omgevingsvisie is voor de korte termijn opgenomen dat de gemeente kiest voor een vermindering met 20% van CO2 emissie in 2020 en dat de nieuwbouw in de nabije toekomst energieneutraal is. Voor de langere termijn geldt een energie neutrale regio Noord-Holland Noord in 2040 welke in 2050 geheel aardgasvrij moet zijn. Planspecifiek Het voorliggende plan betreft een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij een kantoorgebouw wordt vervangen door een nieuw appartementencomplex. Deze verdichting heeft mede door de herinrichting van het parkeerterrein een positieve invloed op de omgevingskwaliteit.
Daarnaast voldoen de appartementen aan de geldende duurzaamheidsnormen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Alkmaar 2040. 3.4.2 Beleidsnota Erfgoed 2016 - 2026 Bij het behoud van het cultureel erfgoed gaat het om het geheel van boven- en ondergrondse monumenten, straatbeelden, samenhangende bebouwing, stratenpatronen, pleinen, waterwegen, historische groenpartijen etc. Alkmaar is per slot van rekening een monumentale gemeente. Dat wil niet zeggen dat de ontwikkeling van die gemeente stilstaat. Dat is ook in het verleden nooit zo geweest. Het beleid heeft daarom, naast behoud, vooral ook tot doel om de cultuurhistorie als kwaliteitskenmerk in te brengen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Waar wordt voortgeborduurd op de historische ontwikkeling van de stad en haar ommeland behoudt zij haar kwaliteit, terwijl ook aan de eisen van een moderne centrumgemeente kan worden voldaan. Om dit beleid gestalte te kunnen geven is een gedegen kennis van de cultuurhistorische waarden van essentieel belang. De afgelopen jaren is deze kennis flink toegenomen. Monumenten en beeldbepalende panden zijn geïnventariseerd en aangewezen, onderzoek op het gebied van archeologie, architectuurhistorie en bouwhistorie hebben belangrijke gegevens opgeleverd over de geschiedenis van de stad en haar bewoners.
Door onderzoek blijft de kennis groeien en leidt dit steeds tot nieuwe inzichten. Het beleid richt zich op een integrale benadering van te onderzoeken of te ontwikkelen objecten en gebieden. De initiatiefnemer krijgt hierdoor snel een heldere eenduidige visie. Binnen de planlocatie zijn geen bebouwde elementen aanwezig die cultuurhistorisch van belang zijn. Nader onderzoek naar cultuurhistorie is niet uitgevoerd. Archeologie Per 1 juli 2016 vervangt de Erfgoedwet een deel van de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die de fysieke leefomgeving betreffen, gaan naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2018. Voor archeologie betreft dit met name verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. De uitgangspunten van het verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met de archeologie. In paragraaf 4.9 worden de consequenties voor het plan op het gebied van archeologie beschreven.
20
3.4.3 Notitie Mogelijkheden transformatie leegstaande kantoor- en bedrijfspanden in Alkmaar Op 29 september 2015 is een notitie naar mogelijkheden van transformatie van leegstaande kantoor- en bedrijfspanden in Alkmaar opgesteld. Dit naar aanleiding van het coalitieakkoord 2015 - 2018. In deze notitie is de situatie met betrekking tot transformatie van leegstaande kantoor- en bedrijfsgebouwen geschetst. Het laat zien dat er al diverse succesvolle transformaties zijn uitgevoerd, maar ook dat flexibel bestemmen voordelen biedt voor het nog verder stimuleren van transformatie van leegstaande panden. Het geeft initiatiefnemers meer mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. De gemeente heeft daarbij een faciliterende rol, maar kan zich ook actief inzetten om met partijen in gesprek te gaan en om eigen beleidsdoelen te realiseren. Transformatie hangt echter niet alleen af van de inzet van de gemeente. Ook andere betrokken partijen spelen een belangrijke rol bij het succesvol transformeren van gebouwen. Inventarisatie De leegstaande kantoor- en bedrijfspanden in Alkmaar zijn in beeld gebracht. Diverse panden zijn al succesvol getransformeerd naar een nieuwe functie. Voor een aantal panden vindt momenteel overleg plaats over mogelijkheden voor transformatie.
Om het transformeren van leegstaande panden nog verder te stimuleren is per locatie aangegeven aan welke nieuwe functies gedacht kan worden. Om het zicht op de leegstand te houden en daarop proactief te kunnen reageren is jaarlijkse monitoring van belang. Betrokken partijen Naast het planologisch kader is ook de positie van de eigenaar van belang. Kan en wil de eigenaar zijn pand transformeren. De gemeente heeft hierop weinig invloed. Met stimuleringsmaatregelen kan de gemeente eigenaren hooguit proberen te motiveren in beweging te komen. Voor eigenaren die bereid zijn tot transformatie is het van belang dat de gemeente een toegankelijk loket heeft zoals het Ondernemersloket. Het faciliteren van initiatiefnemers via het Ondernemersloket wordt gewaardeerd. Het is van belang dit op peil te houden en eventueel uit te breiden. Planologie Nieuwe ontwikkelingen moeten worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voor een transformatie naar de bestemming Wonen is onderzoek nodig op het gebied van o.a. kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod, geluidbelasting, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Voor het planologische kader kan gekozen worden voor een bestemmingsplan dat flexibiliteit biedt voor in de toekomst of voor een afwijkingsprocedure wanneer sprake is van een concreet plan. Planspecifiek Het kantorengebouw aan de Arcadialaan (victory building) staat genoemd in deze notitie als leegstaand kantoor dat geschikt is voor transformatie. De mogelijke functiewijziging die genoemd wordt, is die van kantoor naar wonen en gemengde functies. In voorliggend geval wordt het bestaande kantoor gesloopt en worden twee appartementengebouwen gerealiseerd. Met de sloop van het bestaande kantoorgebouw wordt het eenvoudiger woningen te realiseren die voldoen aan de hedendaagse woonwensen en de gestelde eisen vanuit het Bouwbesluit. Met voorliggend plan wordt deze sloop nieuwbouw mogelijk gemaakt.
21
3.4.4 Programma Duurzaam Alkmaar 2020-2024 De gemeenteraad van de gemeente Alkmaar heeft ingestemd met het nieuwe Programma Duurzaam Alkmaar 2020-2024. De belangrijkste doelen daarin zijn:
•
In 2024: 25% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Deze doelstelling is in lijn met de nationale doelstelling van het Klimaatakkoord, namelijk een 49% CO2-reductie t.o.v. 1990 in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Het gaat hierbij om de CO2-uitstoot in het gebied binnen de gemeentegrenzen.
•
In 2024: wekken we 16% van het totale energieverbruik op met duurzame energie. Dat is in lijn met het nationale Energieakkoord waarin is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking stijgt van 14% in 2020 naar 16% in 2023. In 2024 realiseren we een besparing van het energieverbruik met 1.5% per jaar. Ook dit komt overeen met het nationale Energieakkoord
• •
Bijdragen aan innovatieve manieren van energieopwekking
Planspecifiek Het voorgenomen plan, de realisatie van 79 appartementen, die voldoen aan de BENG norm. Dit is mogelijk middels het treffen van maatregelen, zoals het goed isoleren van de gebouwen. Bovendien zullen de woningen gasloos worden uitgevoerd. Hiermee wordt aangesloten op de landelijke ambitie om nieuwbouwwoningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. De appartementen worden aangesloten op een duurzame energiebron. Op basis van vigerend beleid zullen de woongebouwen worden uitgerust met PV-panelen en voorzieningen voor beperking van energieverlies en opwekking van duurzame energie. 3.4.5 Groenbeleidsplan Alkmaar 2017-2027 Het Groenbeleidsplan beschrijft de visie en ambitie van de gemeente op het (openbare) groen in de gemeente Alkmaar, voor de periode 2016-2026. Groen is essentieel voor een duurzame, gezonde en prettige omgeving. De diversiteit aan groen in het stedelijk gebied, de dorpen en het omliggende landschap vormt een waardevol geheel. Het groen in Alkmaar draagt positief bij aan een goede leefkwaliteit. Groen draagt bij aan: 1. 2. 3. 4.
De identiteit van de leefomgeving. Bevorderen van de gezondheid van mens en milieu. Behoud en versterken van biodiversiteit. Realiseren van een klimaatbestendige gemeente.
Vanuit de bovenstaande gedachte wordt ingezet op het behoud en versterken van de groene identiteit van de stad. Planspecifiek Met de ontwikkeling van het gebied wordt rekening gehouden met de geformuleerde ambities door de gemeente. Dit komt tot uiting in het toevoegen van groen binnen het gebied en de verbinding met het water. Daarnaast wordt ook met de verdere inrichting van de buitenruimte beoogd groen toe te voegen. Op basis van de reeds uitgevoerde Boom Effect Rapportage zijn de bestaande bomen verder geïnventariseerd en gewaardeerd. Op basis daarvan is het inrichtingsplan voor de buitenruimte verder vervolmaakt. In totaal worden 12 bestaande bomen gekapt en voorziet het plan in de aanplant van ruim 40 nieuwe bomen.
22
3.4.6 Coalitieakkoord 2023 - 2026 De gemeente Alkmaar heeft het nieuwe coalitieakkoord 'Vertrouwen in Alkmaar, Verschil mag er zijn' opgesteld voor de periode van 2023 - 2026. Hierin worden vier hoofdthema's voor de gemeente gehanteerd waarop gefocust wordt in de komende jaren.
• • • •
Inwoner en bestuur Leefbaarheid in Alkmaar Wonen en werken in Alkmaar Alkmaar in beweging
Planspecifiek Het beoogde plan sluit aan op de themas 'Leefbaarheid in Alkmaar' en 'Wonen en werken in Alkmaar'. Het beoogde plan voorziet in de herstructurering en verbetering van de openbare ruimte binnen stedelijk gebied, het realiseren van twee nieuwe appartementengebouwen. Het plan speelt in op de woningbehoefte en voorziet in een aanzienlijke kwalitatieve verbetering van het gebied. Daarnaast wordt de buitenruimte flink vergroent en worden de woongebouwen duurzamer dan de huidige kantoorbebouwing. Het beoogde plan is in lijn met het coalitieakkoord van de gemeente Alkmaar. 3.4.7 Welstandsnota - Hogere Waarden Ten behoeve van het behoud van de beeldkwaliteit (het uiterlijk van de bebouwde omgeving), voert de gemeente een welstandsbeleid (Welstandsnota Alkmaar 2016). Voor veranderingen aan het uiterlijk van de bestaande bebouwing gelden welstandscriteria. Nieuwe bouwwerken en ingrepen moeten passen bij de beeldbepalende kenmerken van de bebouwing in de buurt. Ook wordt gelet op de “passendheid” in de omgeving. Er zijn ook gebieden waar bijzonder op de omgeving wordt gelet en waar de gemeente zorgvuldig omgaat met beeldkwaliteit. Planspecifiek Ten tijde van het opstellen van het voorliggende plan heeft er nog geen definitieve toetsing plaatsgevonden aan de gemeentelijke welstandsnota.
Geacht wordt dat het beoogde plan getoetst wordt aan de gemeentelijke welstandsnota en minstens adequaat bevond wordt voordat de omgevingsvergunning verleend wordt. 3.4.8 Parkeernormennota Alkmaar 2020 - 2027 Op 14 augustus 2020 is de Parkeernormennota Alkmaar 2020 - 2027 in werking getreden. Deze nota vormt het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies en plannen voor (her)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip 'voldoende parkeer- of stallingsruimte' in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De nota is het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of wijzigen van de functie. De parkeeropgave wordt in al deze gevallen op basis van deze nota bepaald. De hoofdregel voor het bepalen van de parkeernorm is dat nieuwe ontwikkelingen voorzien in hun eigen parkeerbehoefte. Planspecifiek Toetsing aan de parkeernormennota wordt uitgevoerd in subparagraaf 4.12.2. Hieruit blijkt dat het beoogde plan voorziet van genoeg parkeerplekken om in de verwachte parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In het kader van de nog aan te vragen en af te geven omgevingsvergunning wordt het bouwplan nogmaals getoetst aan de geldende parkeernorm.
Indien het plan hieraan voldoet kan de gevraagde omgevingsvergunning worden afgegeven.
23
3.4.9 Circulair bouwen De gemeente Alkmaar heeft de ambitie Alkmaar te transformeren tot een circulaire stad. Hiervoor legt de gemeente de nadruk op verschillende aspecten van circulair bouwen. Hiervoor zijn verschillende thema's benoemd die hieronder verder worden toegelicht: Thema 1: Milieu-impact en Materiaalgebruik De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) meet de impact van de gebruikte materialen in een gebouw op het milieu. De gemeente streeft voor nieuwbouw naar een MPG-score van minimaal 0,75, zoals overeengekomen in het bronzen ambitieniveau van het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. De ambitie is echter een MPG van 0,50, wat in lijn is met het zilveren ambitieniveau van hetzelfde convenant. Om het gebruik van non-virgin (herbruikbare) en biobased (natuurlijke) materialen te bevorderen, dient minstens 30% van de materialen in nieuwbouw te voldoen aan het bronzen ambitieniveau.De gemeente streeft echter naar minimaal 45% non-virgin en/of biobased materialen, zoals vastgesteld in het zilveren ambitieniveau. Het gebruik van non-virgin materialen minimaliseert de milieu-impact van de winning en productie van nieuwe materialen, terwijl biobased materialen CO₂ uit de lucht halen en voor lange tijd vastleggen in de gebouwde omgeving.
Bovendien wordt het gebruik van materialen met potentieel voor hergebruik gestimuleerd via een materialenpaspoort, wat tevens het hergebruik van bestaande bebouwing stimuleert. Thema 2: Gebouwflexibiliteit De gemeente creërt de juiste voorwaarden om ervoor te zorgen dat materialen, gebouwonderdelen en gebouwen zo lang mogelijk in gebruik blijven. Dit wordt bereikt door adaptief ontwerpen, waardoor gebouwen en gebieden aanpasbaar zijn aan toekomstige veranderingen in functie en ruimtebehoefte. Bovendien zetten we in op losmaakbaar bouwen, waardoor hergebruik aan het einde van de levensduur mogelijk is. Thema 3: Omgang met Restmateriaal (Sloop en Bouw) De bestaande gebouwde omgeving is een waardevolle grondstoffenbank waarin huidige materialen in de toekomst kunnen worden hergebruikt. De gemeente streeft naar een hoogwaardige herbestemming van materialen uit sloopobjecten en restmaterialen op bouwplaatsen om zo de kringloop van grondstoffen te sluiten. Tijdens nieuwbouw wordt tevens een materialenpaspoort opgesteld, waardoor toekomstig hergebruik van restmateriaal vereenvoudigd wordt. Thema 4: Gezonde Materialen Alkmaar wil de kringloop sluiten en toekomstig hergebruik faciliteren. Dit betekent dat het gebruik van giftige stoffen in materialen zoveel mogelijk vermeden moet worden.
Het doel is dat 90% van de toegepaste materialen in de gebouwde omgeving vrij is van toxische stoffen, in lijn met het bronzen ambitieniveau van het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. Het streven is echter naar 95% vrij van giftige stoffen, zoals vastgesteld in het zilveren ambitieniveau van hetzelfde convenant. Planspecifiek Bij de verdere planuitwerking dient zoveel als mogelijk rekening gehouden te worden met de ambities van de gemeente Alkmaar. Deze uitwerking zal met name in het kader van de verdere bouwaanvraag zijn beslag krijgen.
24
3.4.10 Beleidsplan Klimaatadaptatie Alkmaar 2023-2028 Het Beleidsplan Klimaatadaptatie Alkmaar 2024-2028 is opgesteld om de gemeente Alkmaar voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering en streeft naar een klimaatbestendige en groene leefomgeving in 2050. Het plan richt zich op het aanpakken van uitdagingen zoals wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen, die de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente beïnvloeden. Het beleidsplan is geldend vanaf 11 september 2024. De belangrijkste doelstellingen en maatregelen in het beleidsplan zijn:
• •
Vergroening en biodiversiteit: Het bevorderen van meer groen in de openbare ruimte en op particulier terrein om hittestress te verminderen, water te bergen en de biodiversiteit te versterken. Klimaatadaptieve inrichting: Het implementeren van normen en richtlijnen voor klimaatbestendige bouw en inrichting van zowel openbare als private ruimtes, zodat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan een duurzame leefomgeving.
•
Samenwerking en participatie: Het betrekken van bewoners, bedrijven, woningcorporaties en andere stakeholders bij het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen, aangezien meer dan de helft van het grondgebied in Alkmaar particulier eigendom is.
•
Integrale aanpak: Het combineren van klimaatadaptieve maatregelen met andere opgaven, zoals energietransitie en woningbouw, om efficiëntie te bevorderen en de impact te maximaliseren.
Het beleidsplan benadrukt het belang van een gezamenlijke inspanning om de gemeente Alkmaar weerbaar te maken tegen de effecten van klimaatverandering en tegelijkertijd de leefkwaliteit te verbeteren. Planspecifiek Met de herinrichting van het parkeerterrein wordt in belangrijke mate een stap de goede richting ingezet voor wat betreft vergroenen. In mindere mate wordt ook een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Met de herinrichting wordt ook een meer klimaatadaptieve inrichting gerealiseerd. De verdere vergroening gaat hittestress tegen. Met de beoogde nieuwbouw wordt ook meer duurzame gebouwen gerealiseerd dan nu aanwezig. In het kader van het planproces zijn bewoners betrokken. Daarbij moet opgemerkt worden dat in mindere mate geparticipeerd is over klimaatadapatie.
25
4 Milieu- en omgevingsaspecten In het kader van een 'goede' ruimtelijke ordening moet aantoonbaar zijn dat de voorgestelde ontwikkeling inpasbaar en uitvoerbaar is. Hiervoor moeten ruimtelijke en milieutechnische gevolgen in beeld worden gebracht. In dit hoofdstuk worden per aspect de gevolgen beschreven en de eventueel noodzakelijke haalbaarheidsonderzoeken, die zo nodig zijn uitgevoerd, toegelicht.
4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.(-beoordelings)plicht.
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
• •
door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;
•
de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling omvat 79 appartementen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde van
26
2.000. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: a. b.
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht in hoofdstuk 4. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit m.e.r.. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die geen belangrijke negatieve gevolgen heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit bestemmingsplanen een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Gelijktijdig met dit bestemmingsplan wordt een aanmeldnotitie m.e.r. aan het bevoegd gezag aangeboden op basis waarvan besloten kan worden of voor deze planontwikkeling aanvullend nog een m.e.r. opgesteld dient te worden, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 7. Op basis van de nu voorhande informatie kan aangegeven worden dat een afzonderelijke m.e.r.-rapportage geen extra inzicht zal geven op de milieuaspecten van onderhavig plan.
4.2 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):
• • •
woningen; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen voor woonschepen); andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Planspecifiek Woningen zijn geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Alkmaar binnen de geluidzone van de Smaragdweg en de Vondelstraat. Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dienen de geluidsbelastingen op de gevels van de appartementen te worden onderzocht en getoetst. Het plangebied is gelegen tussen twee onderzoeksplichtige wegen. Om aan te tonen of bij de woningen van het huidige planvoornemen sprake is van goed woon- en leefklimaat, is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (Adviesburo VanderBoom, 22-207, d.d. 28 februari 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). De conclusies van dit onderzoek worden hieronder weergegeven. Toetsing railverkeer Nabij het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen. Er is dus geen onderzoek nodig.
27
Toetsing wegverkeer rijkswegen De geluidbelasting door wegverkeer op de A9/N9 (inclusief Verkeersplein) bedraagt op een deel van de woningbouwlocatie meer dan 48 dB na aftrek ex art 110-g Wgh. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 60 dB na aftrek. De ten hoogste toelaatbare grenswaarde van 63 dB wordt op een deel van de locatie eveneens overschreden. Toetsing wegverkeer provinciale weg De geluidbelasting door wegverkeer op de Ommering (N242) ligt in alle rekenpunt lager dan 48 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 44 dB na aftrek. Toetsing wegverkeer gemeentelijke wegen De geluidbelasting door wegverkeer op de Smaragdweg bedraagt op een deel van de woningbouwlocatie meer dan 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB na aftrek. De ten hoogste toelaatbare grenswaarde van 63 dB wordt op de locatie niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de Vondelstraat bedraagt op een deel van de woningbouwlocatie meer dan 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 51 dB na aftrek. De ten hoogste toelaatbare grenswaarde van 63 dB wordt op de locatie niet overschreden. Toetsing wegverkeer 30 km wegen De geluidbelasting door wegverkeer op de Arcadialaan bedraagt op een deel van de woningbouwlocatie meer dan 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh.