Bijlage 1- Technische vragen handleiding procedures ontwikkelingen Geestmerambacht
Tekst van het document
Handleiding procedure ontwikkelingen recreatieschap Geestmerambacht Recreatieschap Geestmerambacht 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Contactpersoon R.W. Senior projectleider gebiedsontwikkeling
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
3
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Recreatieschap Geestmerambacht
4
1.3
Planlocatie
4
1.4
Leeswijzer
5
Visie en uitvoeringsplan
6
2.1
Uitgangspunten visie
6
2.2
Uitvoeringsplan
7
Onderzoeken
10
3.1
MER advies
10
3.2
Verkeer en parkeren
11
3.3
Natuur en soorten
14
Planologische vervolgstappen
30
4.1
Toets aan het omgevingsplan
30
4.2
Vervolgstappen voor het mogelijk maken van activiteiten
45
4.3
Relatie met de mer-beoordeling
46
Andere vergunningen en onderzoeken
50
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
1
Inleiding
1.2
1.1
Aanleiding
Recreatieschap Geestmerambacht is de bestuurlijke organisatie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en het beheer van het unieke Geestmerambacht en Park van Luna. In opdracht van Recreatieschap Geestmerambacht worden de recreatiegebieden Geestmerambacht en Park van Luna beheerd door Recreatie Noord-Holland. Centraal hierbij staat dat alle bezoekers van de recreatiegebieden naar hartenlust van de bijzondere omgeving kunnen genieten.
Het Recreatieschap Geestmerambacht is voornemens om het bestaande recreatiegebied tussen de stedelijke gebieden van Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk verder te versterken. Het recreatiegebied bestaat uit drie aaneengesloten deelgebieden: Geestmerambacht, Park van Luna en het tussenliggende gebied de Groene Loper. Voor de recreatie ontwikkeling heeft het Recreatieschap Geestmerambacht een Visie Recreatiegebieden Geestmerambacht 2030 (20 januari 2021) en het Uitvoeringsplan visie 2030 (27 juni 2022) opgesteld. De visie beschrijft diverse ontwikkelambities van het gehele recreatiegebied en vormt de basis voor de verdere ontwikkeling van de deelgebieden. De uitvoering van de visie vindt plaats via het Uitvoeringsplan. Het Uitvoeringsplan bevat een overzicht van de 14 belangrijkste projecten voor de periode 2021 – 2028. Het Recreatieschap Geestmerambacht wil vroegtijdig inzicht hebben of voorgenomen plannen (uit de visie en het uitvoeringsplan) binnen het Recreatiegebied Geestmerambacht kunnen leiden tot cumulatieve effecten. In Recreatiegebied Geestmerambacht is het voornemen om twee entreegebieden te creëren. Binnen het gebied wordt gedacht aan verschillende recreatieve ontwikkelingen, zie paragraaf 2.2.1.
Doordat voor de recreatieve ontwikkelingen aparte vergunningen- en/of planologische procedures doorlopen gaan worden, is het belangrijk de samenhang tussen ontwikkelingen te beschouwen. Cumulatieve effecten kunnen optreden op de onderzoeksthema’s verkeer, ecologie en stikstofdepositie. Recreatieschap Geestmerambacht heeft Arcadis gevraagd om onderzoek te doen naar deze onderwerpen. Door vroegtijdig mogelijke effecten te onderzoeken, kunnen mogelijke knelpunten in beeld worden gebracht en worden voorkomen. Ook kunnen deze onderzoeken later worden gebruikt door de initiatiefnemers ter onderbouwing bij de vergunningenprocedures van de recreatieve ontwikkeling(en). Om de onderzoeken te bundelen, alle informatie samen te brengen en te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn is voorliggende handleiding geschreven. De handleiding moet inzicht geven in welke stappen er op het gebied van planologie, vergunningen en onderzoeken nog gezet moet worden om de ontwikkeling mogelijk te maken.
4
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Recreatieschap Geestmerambacht
Recreatieschap Geestmerambacht, een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Alkmaar en Dijk & Waard, is de organisatie die de recreatiegebieden beheert. Het recreatieschap zet zich in voor het waarborgen van een goede balans tussen natuur, landschap en recreatie van deze bijzondere gebieden.
1.3
Planlocatie
Recreatieschap Geestmerambacht beheert de recreatie- en natuurgebieden Geestmerambacht, Groene Loper en Park van Luna. Het gebied is 544 hectare groot en kent een grote variëteit aan landschappen, functies en waarden. Ook natuurpark Geestmerloo valt binnen het recreatieschap. Deze studie focust zich op het gebied Geestmerambacht, zie het noordelijke groene gebied op de kaart in Figuur 1-1.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
• • • •
Figuur 1-1: Werkgebied van recreatieschap Geestmerambacht.
1.4
Leeswijzer
De ‘Handleiding planologie, vergunningen en onderzoeken’ is het eindproduct waarin alle opgedane informatie uit de onderzoeken is te vinden. De handleiding wordt geschreven voor de initiatiefnemers die een kavel van het Recreatieschap gaan pachten. Het is een hulpmiddel die inzicht geeft in de vervolgstappen die gezet moeten worden om op de kavel een recreatieve ontwikkeling mogelijk te maken. De handleiding is als volgt opgebouwd: • •
5
Hoofdstuk 1 – Inleiding: aanleiding, introductie Recreatieschap Geestmerambacht, waarom een handleiding, leeswijzer. Hoofdstuk 2 – Visie en uitvoeringsplan: uitgangspunten uit de visie en het uitvoeringsplan Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Hoofdstuk 3 – Onderzoeken: M.e.r.-advies, verkeerstoets, ecologie en uitkomsten stikstofberekeningen. Hoofdstuk 4 – Planologische vervolgstappen: toets op het vigerende omgevingsplan, vervolgstappen bij strijdigheid omgevingsplan, relatie met m.e.r.-beoordeling. Hoofdstuk 5 – Andere mogelijke vergunningen en onderzoeken Bijlages
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
2
Visie en uitvoeringsplan
2.1
Visie
In de Visie is opgenomen dat het basisplan de verdere ontwikkeling van het recreatiegebied als “Parkenlint” omvat. Het gebied behoudt een afwisselend en groen karakter met volop ruimte voor beleving van rust en natuur en voor sportieve recreatie op water, oever en land. Er zijn en komen plekken voor meer intensieve recreatie als bezoek aan horeca, sport- en spel en evenementen. Tussen de natuur- en recreatiegebieden komen betere verbindingen en goed verzorgde paden, waardoor rust en buitenactiviteiten snel zijn te vinden. Op een aantal strategische plekken komt ontwikkelruimte voor nieuwe initiatieven. De gebieden aan de noordzijde van Geestmerambacht en bij de huidige ingangen van Geestmerambacht en Park van Luna zijn daarvoor in beeld. De twee entreegebieden van het Geestmerambacht vormen zwaartepunten in de ontwikkeling en krijgen een flinke opwaardering als gebiedspoorten. Dit zijn locaties met kansen en ruimte voor nieuwe en verruimde horeca, bijvoorbeeld met ruimte voor congresbijeenkomsten, werkplekken en overnachtingsmogelijkheden. De invulling is in het Uitvoeringsprogramma vertaald naar (mogelijke) projecten (zie paragraaf 2.2.1). Het entreegebied noord zal zich meer focussen op plezierzoekers die zoeken naar reuring, fun en er tussenuit zijn met families en groepen. Binnen dit gebied kan gedacht worden aan de volgende recreatieve ontwikkelingen: •
• •
Cluster van indoor leisure/groepsactiviteiten zoals lasergame, escaperoom of hyperbowling. Outdoor activiteiten zoals een outdoor bike experience, klimmen, een beachpark, zipline, kano-/supverhuur Activiteiten in de natuur zoals wandelpaden met leuke voorzieningen voor kinderen (kabouterpad, blotevoetenpad) of MTB-parcours. Horeca. Nieuwe logiesfunctie gericht op groepen
6
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
• •
Figuur 1-1: Visie entreegebied noord met uit te geven kavels.
Het entreegebied zuid zal een meer ingetogen gebied zijn, in vergelijking met entreegebied noord. Het gebied moet rust uitstralen. Bijpassende recreatieve ontwikkelingen voor dit gebied zijn bijvoorbeeld: een relatief kleine wellness, sauna en health, een golfvoorziening (bijvoorbeeld pitch & put) en/of een specifieke indoor tuin met vlinders, een rijke en bijzondere verzameling bloemen en planten. Het Recreatiegebied Geestmerambacht wordt als eerste ontwikkeld (fase 1). Op langere termijn worden ook Park van Luna en het tussenliggende gebied de Groene Loper ontwikkeld, maar deze liggen voor nu buiten onze scope. Binnen de entreegebieden geeft het Recreatieschap Geestmerambacht richting aan de soort recreatieve ontwikkelingen die zich hier kunnen vestigen. Het Recreatieschap Geestmerambacht brengt de te vergeven kavels op de markt. De kavels worden verpacht aan een initiatiefnemer die hier een recreatieve ontwikkeling (die aansluit bij de visie en het uitvoeringsplan) wilt ontwikkelen.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Deelgebied
Activiteiten
Deelgebied Geestmerambacht
Entreegebieden Zomerdel Noord en Zomerdel Zuid (entree noord en entree zuid), inclusief locatie Beach Park-Geestmerambacht. Toevoegen jaarronde publieksvoorzieningen nabij bestaande horecalocaties, zoals: horeca, vergader- en congresruimte en flexwerkplekken, in combinatie met paviljoen, wellness en landgoedhotel, diverse attracties gericht op gezinnen, toevoegen speciale topattractie, kleinschalig themapark. Evenemententerrein (De Druppels): bestaand terrein opwaarderen, herinrichten en verhogen aantal evenementen. Diepsmeerpolder: landschappelijk versterken, ontwikkellocaties ‘binnen’ het meer versterken op de thema’s recreatie, sport, spel, zorg, energieopwekking en voeding. Toevoegen (regionale) recreatiefuncties rondom bestaande panden/percelen en mogelijkheden om door het gebied te struinen, met meer variatie in landschapsbeleving (structuren, biodiversiteit en herkenbaarheid).
Figuur 2-2: Visie entreegebied zuid.
2.2
Uitvoeringsplan
Het uitvoeringsplan is op 27 juni 2022 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden de komende 8 jaar, stapsgewijs ontwikkeld. De entreegebieden van Geestmerambacht worden als eerste ontwikkeld. De Ontwikkelingen van Park Luna zijn nog niet concreet; deze ontwikkeling is over ca 4 tot 5 jaar aan de beurt. Onderstaand is op basis van de projecten in het Uitvoeringsprogramma per deelgebied aangeven welke type activiteiten (ontwikkelruimte) er in de deelgebieden worden voorzien. Onderstaand is op basis van de projecten in het Uitvoeringsprogramma is voor het deelgebied Geestmerambacht aangeven welke type activiteiten (ontwikkelruimte) er in dit deelgebied worden voorzien vanuit het uitvoeringsprogramma.
7
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Koele Kreken (inclusief Geestmerloo): natuur- en landschapszone. Ontwikkeling van (meer) natuurbeleving vanaf openbare paden er dwars doorheen, met daaraan grenzende ligweiden/speelweiden. Mogelijk in de vorm van nieuwe landgoederen inclusief ruimte voor enkele ondergeschikte functies gericht op toerisme, recreatie of buitensport Ontwikkellocatie Kanaaldijk 1 (Wagenweg 28): er is in huidige situatie sprake van tijdelijk gebruik tiny houses (woonproject) tot 2030. Bepalen toekomstig gebruik.
Naar aanleiding van het uitvoeringsprogramma worden mogelijke ontwikkelingen in het deelgebied Geestmerambacht steeds concreter. Zo melden zich de eerste geïnteresseerden met hun voorgenomen ontwikkelingen. In deze rapportage is rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen. De doorvertaling van de ontwikkelingen uit het uitvoeringsprogramma naar de daadwerkelijke voorziene ontwikkelingen is te zien in paragraaf 2.2.1. Hierin is een tabel opgenomen met de invulling van het perceel in de huidige situatie en de voorziene ontwikkeling op dit perceel in de toekomstige situatie. Dit is als uitgangspunt genomen voor de onderzoeken en de planologische toets, zie hoofdstuk 3 en 4.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
2.2.1
Voorziene ontwikkelingen
1
Huidige situatie 10 tiny houses staan er al met een tijdelijke vergunning van 10 jaar tot 2030
2
Baggerdepot
3
Evenemententerrein bestaand d.m.v. tijdelijke vergunningen. Overloopgebied. Parkeerterrein evenementen weiland bestaand Campingterrein en fietsenstalling bij grote evenementen (iquisity) Manege (beukers) bestaand
4 5 6 7 8 9 10
Parkeerterrein evenementen weiland bestaand. Agrarische grond Wordt gebruikt als tijdelijke parkeerterrein voor evenementen Vaste parkeermogelijkheid 100 plaatsen
Toekomstige situatie Na 2030 andere invulling, nog niet bekend wat. In deze memo meegenomen als ‘geen toekomstige ontwikkeling’. 2a Baggerdepot: wordt 6 hectare. 2b De Bike Experience 5 hectare Wielerbaan en Evenemententerrein, als dubbelgebruik. Mogelijke ontwikkeling van twee windturbines Wijzigt niet. Wijzigt niet. Manege (beukers) en toevoegen functie: parkeerterrein evenementen weiland Uitbreiding manege Beukers (6) met paardenbak. Zorgboerderij 2 Groepsaccommodaties.
Vast 100 parkeerplaatsen. Overloopgebied (Tijdelijk) parkeerterrein voor maximaal 650 parkeerplaatsen. 11 Speelpark De Swaen Wijzigt niet. 12 Bestaand recreatiepark - Europarcs Molengroet Wijzigt niet. 13 Geen toekomstige ontwikkeling 14 Beheerkantoor, parkeerplaats, café/restaurant Ontvangstgebied Zomerdel Noord. 15 Bestaande recreatieplas Wijzigt niet. 16 Bestaand natuurgebied Kleimeer Wijzigt niet. 17 Horeca Ontvangstgebied Zomerdel Zuid 18 Natuurbegraaf- plaats Geestmerloo Toekomstige uitbreiding Natuurbegraaf- plaats Geestmerloo met 1140 graven 19 Agrarisch met wonen Uitbreidingslocatie natuurbegraafplaats (na uitbreiding op 18) 20 Agrarisch met wonen Geitenboerderij/kinderboerderij 21 Agrarisch gebruik Tijdelijk parkeren 2.000 auto's 22 Agrarisch gebruik bij Camping kolibrie Tijdelijk parkeren circa 500 auto's Tabel 1: Overzicht van het huidige gebruik van de percelen in het deelgebied Geestmerambacht en het voorgenomen toekomstige gebruik van de percelen. Het nummer correspondeert met het nummer in Figuur 2-3.
8
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Figuur 2-3: Indeling van het deelgebied Geestmerambacht op basis van de voorgenomen ontwikkelingen.
9
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
3
Onderzoeken
3.1
MER advies
Door Arcadis is een memo ‘M.e.r.-advies Recreatieontwikkelingen Geestmerambacht, Groene Loper en Park Luna’(14 maart 2023) opgesteld (zie bijlage A). In de memo is bepaald of mogelijke activiteiten uit de Visie (zie paragraaf 2.1) en of uit het Uitvoeringsprogramma (zie paragraaf 2.2) m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende drie vragen relevant: 1. Zijn de mogelijke activiteiten opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.); 2. Is er sprake van een besluit/besluiten over een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan dat het 'kader vormt' voor een of meer activiteiten waarvoor in een later stadium een m.e.r.- of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen; 3. Indien er sprake is van een besluit/ besluiten over een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan, is tevens de vraag of er een passende beoordeling voor dat plan moet worden opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. 1. Toetsing aan het Besluit m.e.r. Voor besluiten en plannen die leiden tot ontwikkelingen met (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geldt de verplichting om een milieueffectrapport op te stellen of om te beoordelen of het doorlopen van een volledige m.e.r.procedure noodzakelijk is.
In bijlage V van de Omgevingswet is aangegeven welke type activiteiten/ projecten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Alle projecten die voorkomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn minimaal m.e.r.-beoordelingsplichtig. Er zijn dan ook geen drempelwaarden (“gevallen”) meer opgenomen voor m.e.r.-beoordelings-plichtige activiteiten. 2. Wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan dat het 'kader vormt' voor Een andere ingang voor m.e.r.-plicht wordt gevormd door de vraag of er sprake is van een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan dat kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Een dergelijk plan is bijvoorbeeld een Omgevingsvisie of een bestemmingplan (onder de Omgevingswet: een Omgevingsplan). Ook onder de Omgevingswet blijft dit het geval.
10
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Passende beoordeling Een passende beoordeling is verplicht wanneer niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft op Natura 2000-gebied. In het geval er voor een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan, bijvoorbeeld een Omgevingsvisie of een Omgevingsplan een passende beoordeling moet worden opgesteld, is er sprake van een plan-m.e.r.-plicht gekoppeld aan het betreffende plan. Toets Voor de (type) ruimtelijke ontwikkelingen die in het deelgebied Geestmerambacht in de Visie en het Uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, is beschouwd in hoeverre zij mogelijk m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig kunnen zijn. Op basis van de type activiteiten / projecten zijn, op basis van de nu beschikbare informatie over de projecten, de mogelijk relevante activiteiten uit het Besluit m.e.r. geselecteerd. Deze zijn opgenomen in onderstaande Tabel 2. Op basis van de beschikbare informatie over de mogelijke toekomstige projecten en activiteiten in de drie deelgebieden wordt onderstaand aangegeven of er sprake kan zijn van toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. Met nadruk ‘kan zijn’.
Indien de ontwikkelingen per voorgenomen activiteit worden aangevraagd/vergund (en daarbij planologisch geregeld), zal bij elk toekomstig initiatief moeten worden getoetst of er sprake is/kan zijn van een m.e.r.(beoordelings)plicht gekoppeld aan het dan te nemen besluit. Daarbij moet telkens gekeken worden naar de scope/reikwijdte van de voorgenomen activiteit(en) en of daar sprake is van samenhang met andere activiteiten. Of er daadwerkelijk sprake is van een m.e.r.- (beoordelings)plicht is veelal afhankelijk van de “concrete omstandigheden van het geval”. De exacte invulling en omvang van de voorgenomen activiteit is daarbij relevant. Aandachtspunt daarbij is dat per initiatief de gehele voorgenomen activiteit dient te worden beschouwd, inclusief de daarmee samenhangende activiteiten.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tabel 2: Selectie potentieel relevante activiteiten uit het Besluit m.e.r. voor deelgebied Geestmerambacht. Waarbij een doorvertaling is gemaakt naar de omgevingswet. De paarse teksten zijn de nieuwe categorieën/projecten die onder de omgevingswet gelden.
Activiteit / Projecten
Omschrijving / Gevallen waarin de mer-plicht geldt
Gevallen / Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt
Besluit / Besluiten
D9 Landinrichting, functiewijziging
Landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan indien: functiewijziging in water, natuur, recreatie of landbouw.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw.
Inrichtingsplan (Wet Inrichting landelijk gebied) en /of plan bedoeld in artikel 3.6 Eerste lid, onderdeel a en b Wro dan wel bij ontbreken daarvan van het plan bedoeld in artikel 3.1 van die wet.
J12 Landinrichtingsprojecten
Niet van toepassing
Het Omgevingsplan
Aanleg, wijziging of uitbreiding D10 Recreatieve en toeristische voorzieningen M Toerisme, sport en recreatie
• • • • • •
M1 Skihellingen, skiliften, kabelbanen en bijbehorende voorzieningen M2 Jachthavens M3 Vakantiedorpen of hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen M4 Permanente kampeer- of caravanterreinen M5 Themaparken M6 Permanente race- of testbanen voor gemotoriseerde voertuigen
D11.2 Stedelijk ontwikkelingsproject J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen
Aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen b. jachthavens c. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen d. permanente kampeer- en caravanterreinen, of themaparken
Indien er sprake is van: Aantal bezoekers van 250.000 of meer; oppervlakte van 25 ha of meer; 100 ligplaatsen of meer of oppervlakte van 10 ha of meer in gevoelig gebied.
Idem.
M1 t/m M5 Aanleg, wijziging of uitbreiding
M1 t/m M5 het Omgevingsplan
M6 Oprichting, wijziging of uitbreiding
M6 de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of het omgevingsplan
Oppervlakte 100 ha of meer, aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Plan, bedoeld artikel 3.6 eerste lid, onderdeel a en b van de Wro, dan wel bij ontbreken daarvan het plan, bedoeld in artikel 3.1 van die wet.
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van winkelcentra en parkeerterreinen. Niet van toepassing
Het Omgevingsplan
Aanleg, wijziging of uitbreiding D22.2 Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark
Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark*
In het geval van de ontwikkeling van 15 MW of meer of 10 windturbines of meer.
C2 Windparken
Oprichting wijziging of uitbreiding van een windpark met 20 of meer windturbines
Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met drie of meer windturbines
Het besluit bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet, het besluit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet windenergie op zee of de besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of het kavelbesluit op grond van artikel 3 van de Wet windenergie op zee
11
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Deelgebied Geestmerambacht Op basis van de kaartjes met de vertaling naar meer concreet aangeduide (indicatieve) projecten (zie paragraaf 2.2.1), worden er in dit deelgebied verschillende activiteiten voorzien die mogelijk (vormvrij) m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen activiteiten aangeduid, die opgenomen zijn in onderdeel C van de bijlage van het Besluit m.e.r. en vanuit deze optiek direct m.e.r.-plichtig zijn.
(vormvrij) m.e.r.- beoordelingsplichtig en /of zal dit nader op basis van de voorgenomen activiteit(en) kunnen worden bepaald, namelijk: • • •
De volgende activiteiten zijn mogelijk (vormvrij)- m.e.r.-beoordelingsplichtig: • Intensiveren van het bestaande recreatiepark (D10) • Toevoegen van een hotel met voorzieningen zoals wellness, leisure en horeca (D10) • Toevoegen van groepsaccommodatie (D10) • Toevoegen van tiny houses (D11.2) • Toevoegen van een zorgboerderij (D11.2) • Toevoegen van windmolens, 3 stuks (D22.2) Het intensiveren van het bestaande recreatiepark kan (vormvrij) m.e.r.beoordelingsplichtig zijn indien hiervoor een planologische wijziging nodig is (via een omgevingsplan, of via Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)). Voor de toevoeging van tiny houses (woningen) en voor het toevoegen van een zorgboerderij geldt dat op basis van de concrete activiteit kan worden bepaald in hoeverre deze onder de definitie van een stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden geschaard. Dit is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval (aard en omvang van de voorgenomen activiteit). Het toevoegen van outdoor bike experience lijkt op grond van het Besluit m.e.r. geen m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit te zijn. Het valt niet onder activiteit D10. Onder activiteit D11.2 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’ valt onder andere ook de aanleg, wijziging of uitbreiding van sportcentra. Hiermee wordt naar verwachting geen buitensport bedoeld.
Voor dit deelgebied zekerheidshalve de vraag wat de status/doel van de outdoor bike experience gaat zijn. Ook de vraag aan het recreatieschap of de aanduiding van ‘beach park’ nog andere activiteiten omvat. In het Uitvoeringsprogramma zijn aanvullend op de bovengenoemde activiteiten/projecten nog andere mogelijke activiteiten als voorbeeld opgenomen die kunnen worden ontwikkeld in het deelgebied. Een aantal hiervan is mogelijk 12
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Entreegebieden: Toevoegen van een speciale topattractie voor gezinnen, een kleinschalig themapark (D10); Diepsmeerpolder: te beoordelen op basis van invulling van andere voorgenomen activiteiten dan al benoemd; Koele Kreken: afhankelijk van de voorgenomen activiteiten. De ontwikkeling van nieuwe landgoederen wordt genoemd. Zijn daar planologisch wijzigingen voor nodig? Zo ja in dat geval kan er sprake zijn van functiewijziging (D9).
In het Uitvoeringsprogramma wordt tevens gesproken over het opwaarderen van het bestaande evenemententerrein (zie paragraaf 2.2.1). Er staat niet aangegeven waaruit deze opwaardering bestaat en /of er sprake zal zijn van planologische wijzigingen. De wijziging c.q. uitbreiding van een evenemententerrein komt niet voor in de formulering van activiteit D10 van het Besluit m.e.r. en is op basis van het Besluit m.e.r. dus niet aan te merken als een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Indien deze wijziging/uitbreiding via een omgevingsplan plaatsvindt, moet worden beschouwd in hoeverre er een passende beoordeling nodig is en er via deze ingang een plan-m.e.r.- plicht of plan-m.e.r.-beoordelingsplicht aan de orde is. Telefonisch is aangegeven dat er uitruil van NNN-gebied zal gaan plaatsvinden tussen het deelgebied Geestmerambacht en het deelgebied De Groene loper. En in het Uitvoeringsprogramma is breder voor de totale ontwikkeling aangegeven dat er een beheerplan/ontwikkelplan wordt opgesteld (natuur-recreatie), inclusief borging NNN en ecologische verbindingszones door het gebied en naar de omgeving. Afhankelijk van de stand van zaken en of er planologische wijzigingen nodig zijn, en zo ja met welke omvang (ha), kan er sprake zijn van functiewijziging (D9).
Voor toevoeging van windturbines geldt dat er alleen sprake kan zijn van een m.e.r.-beoordelingsplicht gekoppeld aan de Omgevingsvergunning indien er sprake is van een windpark. Dat is het geval bij de ontwikkeling van 3 windturbines of meer. Let wel: indien er voor de planologische vastlegging een omgevingsplan nodig is, is deze in geval van een windpark plan-m.e.r.- plichtig i.v.m. kaderstelling. Het omgevingsplan is dan kaderstellend voor een vergunning dat m.e.r.beoordelingsplichtig is. In dat geval kan een gecombineerd plan-project m.e.r.procedure worden doorlopen gekoppeld aan zowel het omgevingsplan als de Omgevingsvergunning.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Voor energieopwekking met zonnepanelen wordt genoemd: zonnepanelen als overdekking op parkeerplaatsen. Zon op dak of als overdekking is geen m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteit. Zonneparken zijn niet als zodanig opgenomen in het Besluit m.e.r. Op basis van jurisprudentie lijkt dit niet m.e.r.(beoordelings)plichtig (de Afdeling vindt een zonnepark geen landinrichtingsproject (categorie 9, onderdeel D), geen stedelijk ontwikkelingsproject (categorie 11.2, onderdeel D) en ook geen industriële installatie voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie 22.1, onderdeel D ). Toch wordt in gevallen zekerheidshalve een m.e.r.- beoordelingsprocedure doorlopen. De onderzoeksmemo is geschreven onder de oude wetgeving, waardoor er nog wordt gesproken over categorieën en het besluit mer. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan tegenwoordig worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit.
13
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
3.2
Verkeer en parkeren
Het Uitvoeringsprogramma van Recreatieschap Geestmerambacht kan mogelijk leiden tot cumulatieve effecten in het gebied. Het onderzoeksthema verkeer wordt in deze paragraaf beschouwd. Deze paragraaf is een samenvatting van hetgeen dat is opgenomen in de Memo ‘Recreatieschap Geestmerambacht Parkeerbalans en verkeersgeneratie’ (2024), zie voor het onderzoek bijlage B. Het onderzoek bestaat uit twee delen, namelijk: verkeersgeneratie en parkeerbalans.
Parkeren In het onderzoek is de toekomstige parkeercapaciteit en -vraag inzichtelijk gemaakt per perceel, zie Tabel 4. In de tabel wordt aangegeven of percelen zelfvoorzienend zijn in de parkeervoorziening, dit betekent dat het parkeren op eigen terrein wordt mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt onderscheidt gemaakt in de tabel in percelen die parkeercapaciteit bieden en zelf geen parkeervraag hebben (wit) en percelen die een parkeervraag hebben, waarbij de parkeervoorziening op een ander perceel opgelost moet worden.
• 2) Geen evenement op perceel 2B en 3 (best-case scenario) De maatgevende periode voor de parkeervraag is zaterdagmiddag. Tijdens deze piekperiode is de parkeervraag 595 waarbij wordt uitgegaan van dubbel gebruik. In de uitbreidingsplannen zijn in totaal 6.129 parkeerplaatsen opgenomen. Dit biedt dus naar verwachting meer dan voldoende ruimte om de parkeervraag aan te kunnen. Indien perceel 10, 21 en 22 niet wordt opengesteld, neemt de parkeercapaciteit af met 4.900 parkeerplaatsen. De resterende parkeercapaciteit op de andere percelen is dan alsnog voldoende.
• 3) Evenement op perceel 3 (worst-case scenario) Afwijkend van scenario 1 en 2 is de maatgevende periode voor de parkeervraag zaterdagavond. Tijdens deze piekperiode is de parkeervraag 4.164 waarbij wordt uitgegaan van dubbel gebruik. In de uitbreidingsplannen zijn in totaal 6.079 parkeerplaatsen opgenomen. Dit biedt dus naar verwachting meer dan voldoende ruimte om de parkeervraag aan te kunnen. Als perceel 22 met een parkeercapaciteit van 500 parkeerplaatsen niet wordt opengesteld resteert er meer dan voldoende parkeercapaciteit op de andere percelen.
Om te toetsen of er in de toekomst voldoende parkeercapaciteit geleverd kan worden ten op zichtte van de parkeervraag zijn er verschillende scenario’s uit een gezet. Per scenario verschilt de parkeervraag doordat er wel of geen evenementen zijn. De scenario’s die hierbij onderzocht zijn, zijn: 1) het organiseren van evenementen op plot 2B, 2) geen evenementen op plot 2B en 3 (best-case) of 3) een evenement op plot 3 (worst-case).
Tabel 3: Parkeerbalans periode naar scenario.
Uit het onderzoek is gebleken dat in alle drie scenario’s voldoende parkeercapaciteit geboden kan worden met de tijdelijke parkeervoorzieningen (4, 10, 21 en 22), zie Tabel 3. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten per scenario:
Ook is er in het onderzoek een parkeerbalans gemaakt voor de percelen die in hun eigen parkeerbehoefte voorzien op eigen terrein. Getoetst wordt of de voorziene parkeerplaatsen op eigen terrein voldoende zijn met het oog op de toekomstige ontwikkelingen op dit perceel. Indien er een negatieve uitslag uitkomt betekent dit dat er extra parkeervoorzieningen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden of dat er aanvullend extern gezocht moet worden naar een parkeervoorziening. Dit heeft dan weer gevolgen voor de parkeercapaciteit en – vraag zoals nu gepresenteerd in Tabel 4.
• 1) Evenement op perceel 2B Zaterdagmiddag is de maatgevende periode voor de parkeervraag. Tijdens deze piekperiode is de parkeervraag 1.359 waarbij wordt uitgegaan van dubbel gebruik. In de uitbreidingsplannen zijn in totaal 6.129 parkeerplaatsen opgenomen. Dit biedt dus naar verwachting meer dan voldoende ruimte om de parkeervraag aan te kunnen. Er kan worden overwogen om perceel 21 en 22 niet open te stellen waardoor de parkeercapaciteit afneemt met 2.500 parkeerplaatsen. De resterende parkeercapaciteit op de andere percelen is dan alsnog voldoende.
14
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tabel 4: Parkeercapaciteit en -vraag plansituatie naar maatgevende periode Recreatieschap Geestmerambacht.
Perceel 1 2A 2B 2B 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14A 14B 14C 14D 15 16 17A 17B 18 19 20 21 22
Functie
Toekomstige parkeercapaciteit
Tiny houses Parkeren op eigen terrein 14 Baggerdepot Parkeren op eigen terrein Parkeren op eigen terrein De Bike Experience evenement 50 864 De Bike Experience reguliere bezoekers 50 100 Evenemententerrein Geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. 3780 Overloopgebied parkeren 2400 Zie perceel 3 Campingterrein en fietsenstalling Fietsenstalling bij grote evenementen Fietsenstalling bij grote evenementen Manege Beukers 78 33 Uitbreiding manege Beukers Nieuw Parkeren op eigen terrein Zorgboerderij Nieuw 14 Groepsaccommodatie Nieuw 20 Overloopgebied parkeren 100 Zie perceel 3 Speelpark De Swaan Geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. 24 Recreatiepark - Europarcs Molengroet 70 193 Vervalt als ontwikkellocatie Commerciele diensten en kantoren met balie 9 7 Recreatiegebied 550 5 Squashhal Nieuw 22 Restaurant Nieuw 78 Bestaande recreatieplas Geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. 120 Bestaand natuurgebied Kleimeer Geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Zie perceel 15 Restaurant 260 65 Wellnesscentrum 260 326 Natuurbegraafplaats Geestmerloo 75 37 Toekomstige uitbreiding natuurbegraafplaats Geestmerloo Onbekend Onbekend Geitenboerderij Nieuw 5 Tijdelijk parkeren evenementen 2000 Zie perceel 3 Tijdelijk parkeren evenementen 500 Zie perceel 3
Legenda Percelen die zelfvoorzienend zijn. Hierbij wordt op eigen terrein geparkeerd. Percelen met parkeercapaciteit waarbij minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen Percelen met parkeervraag waarbij minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen Percelen zijn niet relevant voor berekening parkeerbalans
15
Toekomstige parkeervraag
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Aanwezigheidspercentages zaterdag- zaterdagmiddag avond
864 100 1512
216 25 3780
24
6
0 5 22 0 120
0 1 22 0 30
0 326
0 326
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Voor de zelfvoorzienende percelen waarbij op eigen terrein wordt geparkeerd, is met de huidige of te realiseren parkeercapaciteit (indien mogelijk) een parkeerbalans opgesteld, zie hieronder.
-
Tabel 5: Huidige of te realiseren parkeercapaciteit & parkeerbalans per zelfvoorzienend perceel.
-
-
Langs de noordzijde van het plangebied loopt de Provinciale Weg N504, van Langedijk richting Bergen. Langs de oostzijde van het recreatiegebied ligt de N245 (Schagerweg). Deze weg voert van Alkmaar richting Schagen. Aan de westzijde van het plangebied, aan de overzijde (dus ten westen) van het NoordHollands Kanaal, ligt de provinciale weg N9 (Kanaaldijk). Deze weg voert van Alkmaar richting Den Helder.
Genoemde wegen hebben allemaal een belangrijke regionale functie. De weg op de oostelijke dijk van het Noord Hollands Kanaal, Vlasgat, ontsluit het dijkdorp Koedijk en loopt door naar Alkmaar. Deze weg is ingericht als 30km gebied.
Uit Tabel 5 blijkt dat in het recreatieschap ‘Europarcs Molengroet’ een tekort aan eigen parkeerplaatsen krijgt bij het realiseren van meer vakantiewoningen in plaats van kampeerplaatsen. Op de andere percelen is voldoende parkeergelegenheid aanwezig.
Verkeer Op basis van CROW-kengetallen en schattingen is de verkeersgeneratie per perceel bepaald in de huidige en toekomstige situatie in verschillende scenario’s. Dit zijn dezelfde scenario’s als die bij de parkeerbalans zijn gebruikt, namelijk: 1) het organiseren van evenementen op plot 2B, 2) geen evenementen op plot 2B en 3 (best-case) of 3) een evenement op plot 3 (worst-case). In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie voor de plansituatie weergegeven voor de drie eerdergenoemde scenario’s. De percelen die enkel bestaan uit parkeerplaatsen hebben geen verkeer aantrekkende werking. De functies met getallen hoger dan 0 trekken verkeer aan, maar het komt regelmatig voor dat op een ander perceel wordt geparkeerd. Een toenemende parkeerbehoefte als gevolg van meer bezoekers in het recreatiegebied Geestmerambacht leidt daarnaast ook tot meer verkeersbewegingen op de omliggende wegen. Ieder type weg kan een maximaal aantal verkeersbewegingen op een veilige manier verwerken. Het recreatiegebied Geestmerambacht is op verschillende manieren ontsloten. Het plangebied wordt aan drie zijden, namelijk de noord-, oost- en westzijde, omsloten door provinciale wegen: 16
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Door het plangebied zelf lopen twee wegen: - Door het noordelijke deel van het plangebied loopt de Wagenweg. - Het zuidelijke deel van het plangebied wordt doorsneden door de Nauertogt. Beide wegen zijn in oost-westelijke richting georiënteerd en verbinden de provinciale weg N245 (oostkant plangebied) en Kanaaldijk (westkant plangebied). Beide wegen zijn toegankelijk voor het doorgaande verkeer. De Wagenweg en de Nauertogt vormen samen de hoofdontsluiting tot het recreatiegebied Geestmerambacht en geven toegang tot de permanente parkeergelegenheden van het recreatiegebied. Er zijn parkeergelegenheden gelegen aan de beide wegen. De tijdelijke parkeergelegenheden bij evenementen (nummer 21 en 22) zijn gelegen aan de N504 en de Diepsmeerweg. Het doorgaande verkeer dat van de N504 gebruik maakt, zal met name afkomstig zijn uit de gebieden ten noorden van deze weg. Vanuit de gebieden ten zuiden van de N504 maakt een deel van het verkeer gebruik van de Wagenweg en de Nauertogt. Op basis van openbare data van de Provincie Noord-Holland zijn de verkeersintensiteiten op omliggende provinciale wegen (die aansluiten op de gemeentelijke wegen) in Tabel 6 weergegeven. Uit deze cijfers blijkt dat er een groot aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen zit en dat de mogelijke toename door de ontwikkelingen in het gebied een beperkt aandeel zullen hebben.
De provinciale wegen zijn hierop ook gedimensioneerd.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tijdens reguliere dagen (geen evenementen) blijft de verkeersintensiteit onder de maximaal wenselijke intensiteit voor dit type weg. Dit betekent dat het verkeer goed en veilig kan worden afgehandeld. Ook is het aannemelijk dat een groot deel van de (recreatieve) bezoekers van het recreatiegebied niet op de spits-momenten in de auto zit onderweg naar het gebied. Tijdens piekdagen (evenementen) zitten er aanzienlijk meer voertuigen op de provinciale en gemeentelijke weg. Vooral de gemeentelijke wegen zullen hier tijdelijk overlast van kunnen ondervinden door langzaam rijdend verkeer (expert judgement). Deze piekdagen komen een aantal dagen per jaar voor en vormen geen reguliere situatie. Het is niet gebruikelijk om een weg te dimensioneren op basis van dergelijke piekdagen. Als de recreatieve ontwikkelingen en de tijdelijke evenementen duidelijker zijn vastgesteld kan specifiek gekeken worden naar de verkeersafwikkeling op de kruispunten, hier is in dit onderzoek niet naar gekeken. Voor evenementen kunnen dan mogelijk tijdelijke maatregelen genomen worden. De auto aantrekkende werking verschilt daarbij ook per evenement, het ene evenement trekt lokale bezoekers op de fiets aan en het andere evenement trekt regionale en nationale bezoekers aan met de auto. Tabel 6: Werk- en weekdagjaargemiddelde (2023) op provinciale wegen rondom het plangebied. Nummer weg N245 N245
Naam weg
Van
Naar
Schagerweg Schagerweg
Nauertogt Wagenweg
N245
Schagerweg
Wagenweg
N245
Provinciale weg
N504
Kanaalweg
N504
Kanaalweg
N504 Provinciale weg op/afrit N9 westzijde op/afrit N9 oostzijde
Wagenweg N504 Provinciale weg N504 Provinciale weg Warmenhuizerweg
17
op/afrit N9 oostzijde Westfriesedijk
Weekdag intensiteit 28.806 23.915
Werkdag intensiteit 31.360 26.119
22.904
24.939
16.864
18.483
9.825
10.115
9.894
10.601
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tabel 7: Verkeersaantrekkende werking binnen verschillende scenario's.
18
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
3.3
Natuur en soorten
3.3.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Het plangebied voor de uitbreidingen en wijzigingen in het Recreatieschap Geestmerambacht ligt op een afstand van circa 3,5 kilometer van de dichtstbijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit zijn het Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen en het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat.
Stikstofuitstoot wordt veroorzaakt in de gebruiksfase door de extra emissies door de verkeersaantrekkende werking van de nieuw te realiseren functies. In de aanlegfase zorgt het in te zetten materieel en het bouwverkeer voor extra stikstofuitstoot. Op dit moment zijn de voorgenomen ontwikkelingen nog niet op z’n detailniveau uitgewerkt dat er een stikstofdepositieberekening gemaakt kan worden van de aanlegfase. In deze rapportage wordt daarom alleen gekeken naar de gebruiksfase. Voor de voorgenomen ontwikkeling is beschouwd of er sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden in een Aerius-berekening (Aerius 19
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Calculator 2023). Voor de gebruiksfase zijn de emissies van de verkeersaantrekkende werking (zie Tabel 7) van de ontwikkelingen meegenomen in de Aerius-berekening. Aerius methode De belasting (stikstofdepositie) van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het project is berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen worden uitgevoerd met behulp van de online-applicatie Aerius-Calculator (versie 2023.1). Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie). Zoals aangeven zijn de verkeerscijfers uit Tabel 7 als uitgangspunt gebruikt voor de Aerius-berekeningen. Hierbij heeft er een globale verkeersmodellering plaatsgevonden om het verkeer te verdelen over de omliggende wegen. Het uitgangspunt is dat verkeer het gebied kan verlaten via de N504 of via de Nauertogt. Uitganspunten die hierbij zijn toegepast, zijn: 1. Verkeersafwikkeling over de noordelijke ontsluiting N504 en gemodelleerd tot de N245 Schagerweg 1. Alle verkeer voor percelen 1 t/m 12 gecumuleerd en over dezelfde rijlijn gemodelleerd. 2. Wegtype ‘buitenweg’. 2. Verkeersafwikkeling over de zuidelijke ontsluiting Nauertogt en gemodelleerd tot de N245 Schagerweg 1.
Alle verkeer over percelen 14 t/m 20 en perceel 22 bij elkaar gecumuleerd en over dezelfde rijlijn gemodelleerd. 2. Er is vanuit gegaan dat verkeer van de percelen die in het ‘midden’ liggen, de zuidelijke ontsluiting gebruiken. Ten noorden van de percelen in het midden (13 t/m 17) ligt een watergang. 3. Wegtype ‘buitenweg’. Resultaten Er zijn twee Aerius-berekeningen gemaakt van twee verschillende (verkeers)scenario’s (zie bijlage C). We hebben hierbij gekozen voor scenario 2 ‘Geen evenement op perceel 2B en 3 (best-case scenario)’, omdat dit scenario’s voor de meeste dagen per jaar zal gelden. Daarnaast hebben we gekozen voor scenario 3 ‘Evenement op perceel 3 (worst-case scenario)’, omdat dit scenario het meeste verkeer aantrekt en daarmee ook de meeste stikstofemissie zal hebben. Op deze manier kan worden berekend wat de stikstofdepositie is op een ‘gewone dag’ (scenario 2) en de meest drukke dagen (scenario 3). Voor beide scenario’s is de huidige situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Het verschil is de toename aan stikstofdepositie in de toekomstige situatie. Voor scenario 3 geldt dat
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
in de huidige situatie al evenementen plaatsvinden maar dat er in de toekomstige situatie meer evenementen plaatsvinden, waardoor het aantal bezoekers toeneemt. Deze toename aan bezoekers is meegenomen in de stikstofdepositieberekening. Uit Aerius-berekening van scenario 2 is gekomen dat er in de toekomstige situatie een depositie van 0,05 mol/ha/jaar plaatsvindt op het Natura 2000-gebied de Schoorlse duinen.
Figuur 3-1: Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 voor ‘Evenement op perceel 3’
20
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
In de huidige situatie vindt er al een depositie van 0,02 mol/ha/jaar plaats, hierdoor is de toename door voorgenomen ontwikkeling op de Schoorlse duinen 0,03 mol/ha/jaar. Daarnaast vindt er ook een toename van 0,03 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaats door voorgenomen ontwikkeling op het Noordhollands Duinreservaat. Uit Aerius-berekening van scenario 3 is gekomen dat er in de toekomstige situatie een depositie van 0,19 mol/ha/jaar plaatsvindt op het Natura 2000-gebied de Schoorlse duinen.
Figuur 3-2: Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 voor scenario 2 ‘Geen evenement op perceel 2B en 3’
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
In de huidige situatie vindt er al een depositie van 0,14 mol/ha/jaar plaats, hierdoor is de toename door voorgenomen ontwikkeling op de Schoorlse duinen 0,06 mol/ha/jaar. Daarnaast vindt er ook een toename van 0,06 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaats door voorgenomen ontwikkeling op het Noordhollands Duinreservaat. Ook vindt er een toename van 0,01 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaats op de Natura 2000-gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen en Duinen Den Helder-Callantsoog. De voorgenomen ontwikkelingen overschrijden de stikstofdepositiewaarde van 0,00 mol/ha/per, zowel in het best-case scenario als in het worst-case scenario. Een stikstofdepositie van boven de 0,00 mol/ha/jaar is niet toegestaan vanuit de Omgevingswet, omdat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden hiermee niet zijn uitgesloten. Vervolg Aangezien dit een eerste stikstofdepositieberekening is, waarbij gewerkt is met verschillende aannames en uitgangspunten, wordt geadviseerd een nieuwe berekeningen te doen als er meer duidelijkheid is over de ontwikkelingen. Op het moment dat de ontwikkelingen concreter zijn en er een exploitant is, kunnen de gebruikte uitgangspunten worden aangescherpt. Dit kan mogelijk leiden tot een stikstofdepositie afname. Ook zou de verduurzaming (elektrificatie) van de bestaande gebouwen dan meegenomen kunnen worden in de berekeningen.
Mocht er dan nog steeds een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar uit de berekening komen, dan kan een passende beoordeling worden opgesteld. Wanneer er sprake is van een permanente depositie (m.a.w. een depositie gedurende de gebruiksfase), dan is een ecologische voertoets niet afdoende en dient er altijd een passende beoordeling opgesteld te worden. In dit geval is er ook meteen sprake van een vergunningplicht in het kader van een Natura 2000activiteit. Een passende beoordeling is een ecologisch onderzoek waarbij onderzocht wordt of de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied door een ontwikkeling in gevaar komen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een grootdeel van het gebied Geestmerambacht ligt in NNN gebied. Het gaat om de percelen 13 t/m 17. De oppervlakte van het NNN-gebied Kleimeer en Geestmerambacht bedraagt 247 hectare. De samenhang binnen het gebied komt met name tot uiting door het parkachtige landschap van afwisselend bos met open grasvelden en moeraszones rondom de plas Zomerdel. Het naastliggende Kleimeer wordt gekenmerkt door aaneengesloten natte natuur (https://noordholland.tercera-ro.nl/).
21
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Figuur 3-3: In het groen weergegeven het NNN gebied binnen het Recreatieschap Geestmerambacht.
Binnen de deelgebieden die met NNN-gebied overlappen (percelen 13 t/m 17) vinden geen activiteiten en/of ontwikkelingen plaats. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag en directe negatieve effecten als gevolg van verstoring door licht, geluid en trillingen zijn uitgesloten. Verstoring door geluid en licht kunnen uitstralen richting het nabijgelegen NNN-gebied. Hierdoor kan het leefgebied van voorkomende soorten negatief beïnvloed worden.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Toetsing De deelgebieden waarbinnen activiteiten en/of werkzaamheden plaatsvinden maken geen onderdeel uit van NNN-gebied. Een toetsing is daarom niet aan de orde. NNN-gebied ligt echter wel in de directe omgeving waardoor alsnog geadviseerd wordt om negatieve effecten, bijvoorbeeld als gevolg van uitstraling van geluid en licht, zo goed als mogelijk te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan aanpassingen van licht waardoor groenstructuren en watergangen in de omgeving niet beschenen worden. Geluidsbronnen kunnen mogelijk lager geplaatst worden zodat uitstraling naar de omgeving minder is dan wanneer geluidsbronnen relatief hoog geplaatst worden. In Figuur 3-4 is weergegeven om welke randzones van NNN-gebied het gaat.
Conclusie De deelgebieden van het recreatieschap waar activiteiten/voornemens plaatsvinden, of gaan plaatsvinden, vormen geen onderdeel van het NNN-gebied. Ruimtebeslag en andere directe negatieve effecten zoals verstoring door licht, geluid en trillingen vinden daarom niet plaats. Binnen de provincie Noord-Holland worden externe werkingen als gevolg van uitstraling van effecten niet getoetst. Verdere vervolgstappen wat betreft NNN en conform Ow zijn daarom niet aan de orde.
3.3.2
Soortenbescherming
Door Arcadis Nederland BV is een Quickscan Ecologie (13 mei 2024) uitgevoerd (zie bijlage D) om het Recreatieschap Geestmerambacht vroegtijdig inzicht te geven in of voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot cumulatieve effecten op natuur. Omdat voor de recreatieve ontwikkelingen aparte vergunningen- en/of planologische procedures doorlopen gaan worden, is het belangrijk de samenhang tussen ontwikkelingen te beschouwen. De Quickscan Ecologie heeft als doel inzicht geven in de risico’s met betrekking tot onder ander beschermde soorten. Methodiek Voor deze quickscan zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Bij het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van de actuele waarnemingen van beschermde soorten van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (april 2019 – april 2024). Tevens zijn actuele onderzoeksgegevens (<3 jaar) geraadpleegd (Arcadis, 2022). De bevindingen van het bureauonderzoek geven inzicht in de soorten die mogelijk voorkomen, waar tijdens het veldbezoek op gelet moet worden.
Figuur 3-4: Kaarten met ligging Natuurnetwerk Nederland ten opzichte van het recreatieschap Geestmerambacht. Om effecten op voorkomende soorten te minimaliseren moet uitstraling van effecten op de randzones (rode stippellijn) zo goed mogelijk voorkomen worden.
22
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Het veldbezoek is uitgevoerd op 29 maart 2024 door een ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden waren 14°C, licht bewolkt en een windkracht van 2-3 Bft. Tijdens de veldbezoeken is een habitatgeschiktheidsbeoordeling uitgevoerd. Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het recreatiegebied Geestmerambacht een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is onderzocht of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast. Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden aan de orde zijn.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Indien negatieve effecten uitgesloten zijn, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien mogelijk wel sprake is van een negatief effect is getoetst of en zo ja, of mogelijk sprake is van een vergunningsplicht vanuit de Omgevingswet en de (mogelijke) vervolgstappen. Voor het bepalen van de mogelijke verstoring van de ontwikkelingen (in de gebruiksfase) is door middel van de VNG-richtafstanden een verstoringen kaart gemaakt voor de tijdelijke functies en permante functies, zie Figuur 3-5 en Figuur 3-6. Deze zijn gebruikt bij het uitvoeren van het onderzoek.
Figuur 3-5: Mogelijke verstoringskaart soorten door permanente functies
23
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
Resultaten In onderstaande tabel is het resultaat van het bureauonderzoek en veldbezoek samengevat. In tabel wordt een overzicht gegeven welke beschermde soortengroepen mogelijk wel of niet in het gebied voorkomen. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in de te ontwikkelen percelen, voor de nummering van de percelen in combinatie met de bijbehorende ontwikkeling wordt verwezen naar Tabel 1.
Figuur 3-6: Mogelijke verstoringskaart soorten door tijdelijke functies.
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Figuur 3-7: Overzicht van (mogelijk) voorkomende soortgroepen per relevant deelgebied. X = (Mogelijk) aanwezig en essentieel. - = (Mogelijk) aanwezig en niet essentieel. n = Niet aanwezig
Uit de quickscan blijkt dat binnen het recreatieschap Geestmerambacht (mogelijk) beschermde soorten voorkomen. Binnen de deelgebieden, of de directe omgeving, waar activiteiten/voornemens (gaan) plaatsvinden, gaat het om de volgende beschermde soorten: •
Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Buizerd, boomvalk, havik, huismus, kerkuil, steenuil, ooievaar, ransuil en sperwer • Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): Bijvoorbeeld houtduif, ekster, zwartkop, kievit en grutto. • Grondgebonden zoogdieren: boommarter, hermelijn, steenmarter, wezel. • Amfibieën: Rugstreeppad • Ongewervelden: Platte schijfhoren Conform Ow dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten op voorhand te voorkomen. In onderstaande tabellen zijn per soortengroep de mitigerende maatregelen aangegeven.
24
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tabel 8: Overzicht van de relevante verbodsbepalingen en de te treffen mitigerende maatregelen en conclusie per soort(groep) van de Vogelrichtlijn. Soort(groep)
Mitigerende maatregelen en/of conclusie
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) bijvoorbeeld zwarte kraai, zwartkop, ekster en houtduif
Mitigerende maatregelen: • Verwijder opgaand groen (ruigte, struiken en bomen) buiten de broedperiode plaats. De broedperiode loopt ongeveer van maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven. • Als het niet mogelijk is buiten broedperiode groen te verwijderen: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een deskundig ecoloog een broedvogelinspectie uitvoeren. Als een nestplaats vastgesteld wordt, bepaalt de deskundig ecoloog welke maatregelen nodig zijn. • Voorkom dat struiken en bomen omsloten worden door ontwikkelingen en/of activiteiten. • Plaats schermen aan de rand van een activiteit zodat verstoring door aanwezigheid van mensen beperkt blijft. • Wanneer met zand gewerkt wordt: werk taluds van zandhopen af, zodat geen taluds van 1:1 of steiler (potentiële nestplaats oeverzwaluw) ontstaan.
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) bijvoorbeeld kievit, grutto
Conclusie: Mitigerende maatregelen zijn voldoende toereikend om negatieve effecten te voorkomen; werkzaamheden zijn niet vergunningplichtig. Mitigerende maatregelen: • Werkzaamheden of activiteiten gericht op gras- en akkerland buiten de broedperiode uitvoeren. De broedperiode loopt ongeveer van 15 februari t/m juli, dit kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven. • Voorkomen dient te worden dat graslanden omsloten worden door ontwikkelingen en/of activiteiten. • Aan de rand van een activiteit schermen plaatsen zodat verstoring door aanwezigheid van mensen zo goed als mogelijk beperkt blijft.
Mitigatie van toepassing op: 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 18,19, 20, 21, 22
Mitigatie voldoende? Ja
2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 18,19, 20, 21, 22
Nee
2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10
Mogelijk
6, 8, 18, 19 en 20
Nee
Conclusie: • Directe effecten gedurende de broedperiode zoals aantasting van nestplaats en verstoren, verwonden en/of doden van broedsel kunnen voorkomen worden. • Indien binnen meerdere deelgebieden werkzaamheden of activiteiten, gericht op gras- en akkerland gedurende broedperiode plaatsvinden, is mogelijk sprake van een cumulatief effect op nestplaatsen en foerageergebied. Mitigerende maatregelen zijn onvoldoende toereikend om negatieve effecten te voorkomen; werkzaamheden zijn mogelijk vergunningplichtig. • Mitigerende maatregelen kunnen niet voorkomen dat broedvogels verstoord, verwond en/of gedood worden door windturbines; werkzaamheden zijn mogelijk vergunningplichtig. Broedvogels (nest jaarrond beschermd) Kerkuil
Mitigerende maatregelen: Werkzaamheden of activiteiten gericht op grasland buiten de kwetsbare broedperiode uitvoeren of plaats laten vinden. De broedperiode loopt ongeveer van februari t/m augustus. Conclusie: • Indien werkzaamheden of activiteiten gericht op graslanden plaatsvinden is mogelijk sprake van een cumulatief effect op foerageergebied. Mitigatie is onvoldoende; werkzaamheden zijn mogelijk vergunningplichtig. • Mogelijk kunnen effecten op foerageergebied voorkomen worden door suboptimaal foerageergebied te optimaliseren. • Aanvullend kerkuilenonderzoek moet uitwijzen of de voornemens vergunningplicht zijn, zie H 4.5.2.
Broedvogels (nest jaarrond beschermd) Buizerd, sperwer, havik, boomvalk, ransuil ooievaar, kerkuil en gierzwaluw
25
Mitigerende maatregelen: Gebouwen en erven behouden. Van toepassing op nestplaats en/of foerageergebied van huismus, kerkuil en steenuil. Conclusie: Mitigerende maatregelen zijn voldoende toereikend om negatieve effecten op mogelijk voorkomende nestplaatsen en/of foerageergebied in de directe omgeving te voorkomen. Mitigerende maatregelen kunnen niet voorkomen dat broedvogels verstoord, verwond en/of gedood worden door windturbines. Aanvullend broedvogelonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of het voornemen vergunningplicht is, zie H 4.5. 2..
Onze referentie: 5CN7PDCFPVZ4-808734289-85:0.1 - Datum: 29 januari 2025
HANDLEIDING PROCEDURE ONTWIKKELINGEN RECREATIESCHAP GEESTMERAMBACHT
Tabel 9: Overzicht van de relevante verbodsbepalingen en de te mitigerende maatregelen en conclusie per soort(groep) van de Habitatrichtlijnsoorten. Soort(groep)
Mitigerende maatregelen en conclusie
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart
Mitigerende maatregelen: • Voorkom uitstraling van kunstlicht richting bosranden, houtsingels en watergangen. • Voorkom het verwijderen van opgaande groenstructuren zoals houtsingels. • Voorkom het verwijderen van watergangen.
Amfibieën Rugstreeppad
Mitigerende maatregelen ter voorkoming van kolonisatie: • Gedurende voortplantingsperiode (15 april t/m augustus) te voorkomen dat binnen de terreinen waar gewerkt wordt of een activiteit plaatsvindt, plasdras situaties (voortplantingswater) ontstaan. • Jaarrond te voorkomen dat braakliggende terrein met mul zand (verblijfsmogelijkheden) ontstaan. • Het risico op kolonisatie kan te allen tijde voorkomen worden door amfibieënschermen te plaatsen. • Indien braakliggende terreinen en plasdras situaties ontstaan dient aanvullend onderzoek naar rugstreeppad uitgevoerd te worden.
Mitigatie van toepassing op: 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 18 en 19
Mitigatie voldoende? Nee
Alle deelgebieden
Ja
1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 18
Ja
Conclusie: • Verstoring van interessante foerageergebieden en vliegroutes kan voorkomen worden. Indien activiteiten en/of werkzaamheden toch gericht zijn op opgaande groenstructuren en watergangen dient mogelijk aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd te worden om te bepalen of de werkzaamheden vergunningplicht zijn. • Mitigerende maatregelen kunnen niet voorkomen dat vleermuizen verstoord, verwond en/of gedood worden door windturbines. Aanvullend vleermuizenonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de werkzaamheden vergunningplicht zijn, zie H 4.5.2.