CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Nieuwbouwproject Dok 614.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DOK6 – Nieuw Oudorp Hoek Edisonweg – Louis Pasteurstraat – Madame Curiestraat

Goede ruimtelijke onderbouwing

Opdrachtgever Pro6 Vastgoed

Gemeente Alkmaar Versie Versie 3 Datum 18 april 2024 Opsteller M. Schmeink Projectnummer 1357

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 1.2 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6

2 Planbeschrijving ............................................................................................................ 7 2.1 Inleiding ......................................................................................................................... 7 2.2 Huidige situatie ............................................................................................................. 7 2.3 Ruimtelijke visie ............................................................................................................ 8 2.4 Nieuwe situatie .............................................................................................................. 8

3 Beleid .......................................................................................................................... 13 3.1 Inleiding ....................................................................................................................... 13 3.2 Rijksbeleid ................................................................................................................... 13 3.3 Provinciaal en regionaal beleid ................................................................................... 17 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 19 3.5 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 21

4 Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 22 4.1 Algemeen .................................................................................................................... 22 4.2 Water........................................................................................................................... 22 4.3 Bodem ......................................................................................................................... 24 4.4 Archeologie ................................................................................................................. 25 4.5 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 25 4.6 Natuur ......................................................................................................................... 25 4.7 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 27 4.8 Geluid .......................................................................................................................... 28 4.9 Luchtkwaliteit...............................................................................................................

30 4.10 Externe veiligheid ........................................................................................................ 31 4.11 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 32 4.12 Duurzaamheid ............................................................................................................. 33 4.13 Bezonning ................................................................................................................... 34 4.14 Windhinder .................................................................................................................. 34 4.15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling....................................................................................... 34 4.16 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren .................................................................... 35

5 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid ......................................................... 36 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 36 5.2 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 36

Bijlagen Bijlage 1: Plankaart bouw- en gebruiksvoorschriften Bijlage 2: Beeldkwaliteitplan Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Natuurtoets Bijlage 5: Berekening stikstofdepositie Bijlage 6: Inventarisatie beschermde soorten Bijlage 7: Notitie verkeersgeneratie Bijlage 8: Parkeerbalansberekeningen Bijlage 9: Akoestisch onderzoek Bijlage 10: Bezonningsstudie Bijlage 11: Windhinderonderzoek Bijlage 12: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 13: Participatieverslag

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 – Nieuw Oudorp 2/29

Inleiding

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 3/29

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Pro6 Vastgoed heeft het voornemen om op het bedrijventerrein Oudorp (Nieuw Oudorp) een gecombineerd nieuwbouwproject te realiseren met een woonprogramma, werkfuncties en een parkeerhub.

Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt middels een uitgebreide Wabo-procedure afgeweken van het bestemmingsplan. Ten behoeve van de Wabo-procedure dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggend document vormt deze Goede ruimtelijke onderbouwing (Gro).

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de noordkant van het bedrijventerrein Oudorp en wordt als volgt be- grensd: Ten noorden: Madame Curiestraat Ten westen: Louis Pasteurstraat Ten oosten: bestaande bedrijfsbebouwing Ten zuiden: Edisonweg

Afbeelding 1.1: luchtfoto met ligging plangebied (rood omkadert)

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 – Nieuw Oudorp 4/29

Inleiding

1.3 Geldende bestemmingsplannen Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp, door de gemeenteraad vastgesteld op 16 mei 2013. De gronden van het plangebied hebben de bestemming ‘Gemengd – 1’. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan in de catego- rieën 1 en 2 zoals opgenomen in de bij het bestemmingsplan opgenomen bijlage 1 ‘Staat van Bedrijven’. Tevens zijn de volgende functies toegestaan: • bedrijfsgebonden kantoorruimte, ten dienste van het ter plaatse gevestigde bedrijf, tot maxi- maal 50% van het bruto vloeroppervlak per bedrijfsvestiging met een maximum van 2.000 m² bruto vloeroppervlak; • zelfstandige kantoren tot maximaal 750 m2 per kantoor, met een maximum van 3.000 m2 per gebouw; • detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, waarbij de functie gemaximeerd is tot 20% van het totale bruto vloeroppervlak met een maximale winkelvloeroppervlak van 100 m2; • afgeschermde buitenopslag, voor zover achter de voorgevelrooilijn; • cultuur en ontspanning; • onderwijs op een bedrijventerrein; • medisch op een bedrijventerrein; • religieuze voorzieningen; • sportvoorzieningen; • webwinkel op een bedrijventerrein. Met daarbij behorende: • bouwwerken; • aan- en uitbouwen; • erven; • parkeervoorzieningen; • nutsvoorzieningen; • ontsluitingswegen; • voet- en rijwielpaden; • waterlopen en waterpartijen; • groenvoorzieningen.

Voor de gronden van het plangebied geldt een maximum bouwhoogte van 12 meter en een be- bouwingspercentage van 80%.

afbeelding 1.3: uitsnede uit bestemmingsplan Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp. Projectlocatie binnen de rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen).

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 5/29

Inleiding

1.3.1 Toets Het bouwvoornemen is binnen de vigerende bestemmingen niet mogelijk vanwege de functie wonen die niet is toegestaan binnen de bestemming ‘Gemengd – 1’. Daarnaast wordt met het voorgenomen bouwplan de maximale bouwhoogte overschreden. Binnen het gehele perceel is op basis van het vigerende bestemmingsplan een bouwhoogte van maximaal 12 meter toege- staan. Het nieuwbouwplan voorziet in 6 blokken waarbij de bouwhoogte varieert van 14 meter tot maximaal 35 meter. Zie verder de plankaart (bijlage 1).

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze GRO wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende be- leid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt in- gegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 wordt inge- gaan op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 6/29

Planbeschrijving

2 Planbeschrijving

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk is de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en omgeving, in de bestaande en toe- komstige situatie.

2.2 Huidige situatie Het bedrijventerrein van Oudorp bestaat voor een groot deel uit bedrijfshallen, bedrijfsgebou- wen en infrastructuur. Het is 43 hectare groot. Er is op het bedrijventerrein sprake van leeg- stand en tijdelijk gebruik. Een deel is al succesvol vernieuwd. Langs het kanaal is een nieuw stoer waterfront gebouwd met woningen en er zijn plannen in uitvoering om dit Waterfront te verlengen.

Bijzondere plekken of gebouwen op het bedrijventerrein zijn een tweetal oude directiewoningen, de Westfriese Omringdijk, woonboten en een klein straatje met woningen langs het kanaal, de drukkerij van TMG, een brede singel en de rand langs de Omval met de scheepswerf Witsen.

Het bedrijventerrein ligt tussen het kanaal en het voormalige dorp Oudorp. De plangrens van Oudorp als deelgebied in de Kanaalzone loopt van het kanaal, langs de Omval en de nieuwe Schermerweg tot aan de afslag Edisonweg en het Oudorperdijkje.

Afbeelding 2.1: Huidige situatie projectlocatie

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 7/29

Planbeschrijving

2.3 Ruimtelijke visie In 2012 is het ‘Stadsbeeld Alkmaar’ door de gemeenteraad vastgesteld waarin in beeld is ge- bracht in welke delen van Alkmaar verschuivingen of verkleuringen plaatsvinden of mogelijk ge- maakt moeten worden. In het Stadsbeeld worden voor de diverse bedrijventerreinen in Alkmaar ontwikkelingsrichtingen voorgesteld. Voor het bedrijventerrein Oudorp wordt voorgesteld een geleidelijke verkleuring toe te staan waarin de gemeente een passieve rol op zich neemt. De eerste stap voor de geleidelijke verkleuring van het bedrijventerrein is enige jaren terug al in gang gezet door de woningbouwontwikkelingen bij het Jaagpad.

Het plangebied maakt onderdeel uit van de Kanaalzone. In de Omgevingsvisie Alkmaar 2040, vastgesteld in oktober 2017, is de ambitie opgenomen om van het Noordhollandsch kanaal een uitnodigende stadsrivier te maken waarlangs ontwikkelingen plaatsvinden die een voorbeeld vormen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het gebied langs de oevers van het Noordhollandsch Kanaal biedt in de toekomst ruimte aan 30.000 inwoners gecombineerd met werkgelegenheid. De Kanaalzone wordt een veelzijdige leefomgeving met een stedelijke sfeer. Op 4 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Alkmaar het Omgevingsbeeld Kanaalzone en de ontwikkelbeelden van de 5 deelgebieden vastgesteld. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Ontwikkelbeeld Oudorp.

In het Ontwikkelbeeld is voor Oudorp de gebiedsidentiteit ‘Stoere havenstad’ opgenomen. Dit staat voor een stad van rustige, stoere blokken, een Waterfront en binnenhoven. De architec- tuur is direct herkenbaar als die van een havenstad, net als Schelphoek en Jaagpad. De stad bestaat verder uit straten met werk- en woongebouwen met op bijzondere plekken ruimte voor een markant gebouw of openbare ruimte. In deze stoere havenstad wordt ruimte gemaakt voor het typische Alkmaarse groen. Hierdoor ontstaat een bijzondere combinatie van stoer en stevig, afgewisseld met zacht.

Voor het hele gebied is in de toekomst ruimte voor 50% wonen en 50% werken en sociaal maatschappelijke voorzieningen van het totaal aan vierkante meters bebouwing. Dit geeft bij een stedelijk woonmilieu (gemiddelde van 5 bouwlagen) ruimte voor circa 2.300 woningen, 1/3 van de woningen is sociaal. Per ontwikkeling zal steeds 20% van de locatie onbebouwd en on- verhard moeten blijven.

De ligging van het plangebied heeft verschillende kwaliteiten. De ontsluiting is zeer goed, zowel met de auto als per openbaar vervoer en fiets. Het centrum van de stad en vele belangrijke voorzieningen liggen op fietsafstand. De locatie ligt aan drie belangrijke structuren: de West- friese Omringdijk, de Edisonweg en het Oudorperdijkje. Deze structuren vormen belangrijke ka- ders voor de invulling van het plangebied.

2.4 Nieuwe situatie 2.4.1 Stedenbouwkundige inpassing Het project wordt ontwikkeld als een hybride stedelijk blok en in totaal uit 6 blokken. Een aantal blokken bestaan uit een ‘stedelijke laag’ met gemengde commerciële en maatschappelijke func- ties in de plint met bovenop deze actieve plinten een grote variëteit aan woontypologieën huis- vesten. Een aantal blokken bevinden zich alleen maar woningen. De woningen richten zich naar het binnengebied dat tevens een verlenging vormt van de tuinen. De verschillende woningen ontsluiten zich op het maaiveld wat resulteert in actieve plinten ook buiten de werkuren.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 8/29

Planbeschrijving

Afbeelding 2.2: schetsmatige weergave van het project met in totaal de 6 blokken met diverse functies

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 9/29

Planbeschrijving

2.4.1.1 Zes bouwvolumes De zes verschillende bouwblokken bestaan uit:

BLOK 1 Een woonwerktoren met een maximale bouwhoogte van 35 meter. Op de begane grond en eer- ste verdieping zijn niet-wonen functies voorzien. Binnen de niet-wonen functies in dit blok, zijn de functies gezondheid, sportschool en kantoren mogelijk met de volgende voorwaarden: • Indien een sportschool wordt voorzien kan dit tot een maximum vloeroppervlakte van 500 m2 BVO. Naast de sportschool is er dan nog ruimte voor kantoren. De functie gezondheid is in combinatie met sportschool niet mogelijk gelet op de parkeerbehoefte. • Gezondheid tot een maximum van 37 behandelkamers met de volgende specifieke gezond- heidsfuncties: o Huisartsenpraktijk/- centrum; o Fysiotherapiepraktijk/ -centrum; o Consultatiebureau; o Gezondheidscentrum; o Consultatiebureau voor ouderen; o Tandartsenpraktijk/ -centrum; • Volledig kantoren; • Kantoren met gezondheid.

Op de 9 verdiepingen daarboven worden 67 appartementen gerealiseerd van verschillende groottes (studio’s van 36 m2 tot 4-kamerappartementen van ruim 120 m2 woonoppervlakte) voor verschillende doelgroepen. Alle woningen betreffen koopwoningen.

BLOK 2 Grondgeboden atelierwoningen van 4 bouwlagen. De vijf koopwoningen hebben een indeling waarbij aan de straatzijde wordt voorzien in ruimte voor een atelier of bedrijf aan met een maxi- maal oppervlakte van 40 m2 BVO. Aan de binnenzijde hebben de woningen een private tuin die grenst aan het gemeenschappelijke park. Er wordt een natuurlijke buffer gecreëerd tussen de tuinen en het gemeenschappelijke park.

BLOK 3 Dit volume bestaat uit maximaal 60 sociale huurappartementen en betreft 6 bouwlagen. Ze zijn geschikt voor starters, éénpersoonshuishoudens en senioren. De appartementen hebben een grootte van 36 m2 tot ongeveer 48 m2 met een slaapkamer en een ruim balkon georiënteerd op het zuiden richting de gemeenschappelijke binnentuin.

BLOK 4 Dit betreft de geschakelde woonblokken en bestaat uit 5 bouwlagen met een kap. Binnen deze volumes worden 58 koopappartementen gerealiseerd. De appartementen bestaan uit wooneen- heden die zich richting het oosten of westen richten wat toelaat voldoende zonlicht binnen te trekken gedurende de dag. De blokken zijn parallel aan elkaar geschakeld per twee en worden telkens voorzien van een centrale circulatiekern- en gang. Op de begane grond is tevens de gemeenschappelijke fietsenberging voorzien voor deze woningen.

BLOK 5 Parallel met de Edisonstraat worden twee woonblokken op een tweelaagse (werk)plint gescha- keld. Tussen de bouwblokken ontstaat een leefstraat die fungeert als verlengde van de woonka- mer. Het is een collectieve ruimte waar bewoners ongestoord activiteiten in kunnen organise- ren. De woningen zijn bedoeld voor een specifieke doelgroep van stichting De Waerden. Het betref- fen 42 sociale huurwoningen. De Waerden dient zorg toe aan mensen met een verstandelijke beperking en faciliteert tevens woonruimte voor deze specifieke doelgroep; mensen die in staat zijn om zelfstandig te wonen, maar wel met de nodige ondersteuning. Op de begane grond en eerste verdieping is werkruimte voorzien voor Stichting de Waerden en zal worden ingevuld voor dagbesteding.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 10/29

Planbeschrijving

BLOK 6 Dit betreft de parkeerhub. Aan de Edisonweg wordt een parkeerhub gerealiseerd ten dienste van de gebruikers / bewoners in onderhavig plan en zal geen openbaar karakter hebben. De parkeerhub moet ervoor zorgen dat het autoverkeer zich zoveel mogelijk beperkt tot de Edison- weg. Het terrein zelf is volledig autovrij. Door bovengronds collectief te parkeren is het mogelijk het gebied zoveel mogelijk waterdoorlaatbaar te maken. Deze parkeerhub houdt afstand van de Edisonweg om de bestaande bomen maximaal te bewaren en tevens een pleinfunctie te kun- nen geven voor de verlevendiging. Aan de buitenzijde van de garage worden in het kader van natuurinclusief bouwen deels groene gevels gecreëerd. Daarnaast komt er op het dak van de parkeerhub een daktuin welke onder andere ten dienste staat aan de dagbesteding van Stichting De Waerden. Op de begane grond van de parkeerhub is een werkruimte voorzien voor Stichting de Waerden en zal worden ingevuld voor dagbesteding. Daarnaast is er op de begane grond een gemeenschappelijke fietsenberging voorzien voor de bewoners in het plan. Op de begane grond is geen autoparkeren toegestaan.

2.4.1.2 Openbare ruimte Het stedenbouwkundig plan wordt gekenmerkt door drie verschillende openbare ruimtes die verschillend zijn in gebruik en doelgroep.

Binnengebied Het binnengebied van het hybride stadsblok transformeert tot zachte collectieve deeltuin voor het omliggende programma. Tevens grenzen hier een aantal private buitenruimten van een aantal woonblokken. Dit gebied wordt gedurende de dag opengesteld voor de verschillende ge- bruikers van het terrein, maar kan na de werkuren worden geprivatiseerd voor de bewoners van het gebied.

Corridor De recreatieve corridor vormt de versmelting tussen het hybride stadsblok en de toekomstige ontwikkeling rondom. Deze ruimte dient als ontmoetingsplek waar sport en spel de buurtbewo- ners met elkaar verbinden. De corridor mag gebruikt worden voor langzaam verkeer (fiets- en voetgangers) en calamiteiten verkeer.

Edisonweg De positionering van de parkeerhub naar achter biedt ruimte om de ruimte ervoor groen in te pakken waardoor het aanzicht ervan richting de bouwblokken verzacht. In de plinten wordt publiek pro- gramma gehuisvest wat de zuidgerichte groene bufferzone oplaadt met terrasruimtes of ruimte voor ontmoeting.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 11/29

Planbeschrijving

2.4.2 Programma

2.4.2.1 Wonen Het woonprogramma van DOK6 bestaat in totaal uit 232 woningen verdeeld over de volgende segmenten en aantallen: • sociale huurwoningen*: 102 (waarvan 42 woningen voor Stichting De Waerden)* • sociale koopwoningen**: 59 • betaalbare koopwoningen***: 34 • vrije sector koop****: 37

*(huurprijs tot € 808,06 per maand prijspeil 2023) **(koopprijs tot € 281.000,- v.o.n. prijspeil 2023) ***(koopprijs van € 281.000,- tot € 355.000,- v.o.n. prijspeil 2023)

2.4.2.2 Werken In het plan wordt ongeveer 3.500 m2 BVO voorzien voor niet-woonfuncties (hiertoe behoren niet de woningen van De Waerden en werkplekken in de woningen, uitgezonderd de werkruimte in blok 2 bij de atelierwoningen). Een groot deel van dit programma, ongeveer 2.400 m2, zal worden ingevuld door De Waerden. De maatschappelijke functie is complementair aan de be- woners van de Waerden in het plan en de woningen die de Waerden inneemt aan het Scheep- jagerspad. De ruimtes voor de Waerden bevinden zich in Blok 5 (op de begane grond en ver- dieping) en op de begane grond van de parkeerhub. Deze ruimtes dienen als een ondersteu- ning- en dagactiviteitencentrum. Zowel (jong) volwassenen als kinderen tot de leeftijd van 18 jaar met een (ernstig) meervoudige beperking zullen onder begeleiding gebruik maken van deze ruimtes.

Voor de overige beschikbare niet-wonen functies in Blok 1 zal worden gekeken naar bestaande functies in het (plan)gebied die mogelijk terug kunnen komen/gelokaliseerd kunnen worden. Binnen de niet-wonen functies in dit blok, zijn de functies gezondheid, sportschool en kantoren mogelijk met de volgende voorwaarden: • Indien een sportschool wordt voorzien kan dit tot een maximum vloeroppervlakte van 500 m2 BVO. Naast de sportschool is er dan nog ruimte voor kantoren. De functie gezondheid is in combinatie met sportschool niet mogelijk gelet op de parkeerbehoefte. • Gezondheid tot een maximum van 37 behandelkamers, met de volgende specifieke ge- zondheidsfuncties: o Huisartsenpraktijk/- centrum; o Fysiotherapiepraktijk/ -centrum; o Consultatiebureau; o Gezondheidscentrum; o Consultatiebureau voor ouderen; o Tandartsenpraktijk/ -centrum. • Volledig kantoren. Voorwaarde voor de verdeling van deze functies is dat de maximale parkeercapaciteit in de par- keerhub van 193 autoparkeerplaatsen niet mag worden overschreden.

2.4.3 Bouw- en gebruiksvoorschriften Ten behoeve van de ontwikkeling is een plankaart1 met bouw- en gebruiksvoorschriften opge- steld. Op de kaart staan de verschillende bouwblokken weergegeven met per bouwblok de af- metingen in breedte en diepte. Verder een weergave van de afstanden van de verschillende bouwblokken ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de kavelgrens. Ten slotte per blok de goot- en bouwhoogte en het beoogde programma.

1 Plankaart bouw- en gebruiksvoorschriften, PRO6, 16 april 2024

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 12/29

Beleid

3 Beleid

3.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinci- aal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samenge- vat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen.

Betekenis voor het project Voorliggende ontwikkeling sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied en wordt tevens bijgedragen aan de beleving van de openbare ruimte aan het kanaal. De woningen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juri- disch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die ju- ridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn niet aan de orde bij voorliggende ontwikkeling.

De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getre- den. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elek- triciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaar- wegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 13/29

Beleid

het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Deze uitbreiding van het Barro heeft voor wat betreft het voorliggende plan geen consequenties.

Voorliggende ontwikkeling is in overeenstemming met het Barro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame ver- stedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woning- bouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan (in dit geval de GRO) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestem- mingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 232 woningen en circa 3.500 m² niet-wo- nen functies voorzien (kantoren, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid). Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Omdat de voorzieningen al in het vigerende bestemmingsplan zijn toegestaan, zijn voor de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking enkel de woningen van belang.

Kwantitatieve behoefte De realisatie van maximaal 232 woningen geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve wo- ningbehoefte binnen het verzorgingsgebied. • Tot 2030 neemt het aantal inwoners en huishoudens in het de gemeente Alkmaar en regio Alkmaar sterk toe. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad. Op basis van provinci- ale cijfers is er in de gemeente Alkmaar in de periode 2021-2030 een woningbehoefte van 5.450 woningen en in de regio Alkmaar een behoefte van 13.500 woningen (inclusief in- haalvraag van 1.000 woningen). • Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit in de gemeente Alkmaar om in deze woningbehoefte te voorzien. Na aftrek van de harde plancapaciteit is er nog planologische ruimte voor circa 2.249 woningen. In de regio Alkmaar is na aftrek van de harde plancapaci- teit nog ruimte voor circa 6.000 woningen. • Om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien is het van belang dat zachte plannen omge- zet worden in harde plannen. Het initiatief is onderdeel van het bouwplan Alkmaars Kanaal Oudorp, dat met ca. 2.300 woningen is opgenomen in de zachte plancapaciteit.

Kwalitatieve behoefte Het initiatief aan de Edisonweg voorziet met de ontwikkeling van 232 koop- en huurapparte- menten in een kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Het woonprogramma be- staat uit 102 sociale huurwoningen (waarvan 42 voor een specifieke doelgroep voor De Waer- den), 59 sociale koopwoningen, 34 betaalbare koopwoningen en 37 vrije sector koopwoningen. • Door de demografische ontwikkeling (vergrijzende bevolking en meer jongeren) is in de re- gio Alkmaar en gemeente Alkmaar een nadrukkelijke behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen, jongeren en gezinnen. Daarbij wordt gedacht aan onderscheidende

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 14/29

Beleid

woonmilieus met een grote diversiteit aan vormen van wonen voor alle doelgroepen. Be- taalbaar en toekomstbestendig. • Deze vraag naar stedelijke woonvormen past goed in de ambities van Alkmaar om vrijko- mende ruimte in de stad te herontwikkelen als (hoog)stedelijke woonmilieus. Kansen wor- den daarbij gezien om bedrijventerreinen te transformeren tot gemengde woonmilieus zoals appartementengebouwen. Het initiatief heeft met de ontwikkeling van 232 woningen en ste- delijke functies in de plint als voornemen om het bedrijventerrein te ontwikkelen tot ge- mengd woonmilieu. • Daarnaast is er de behoefte om doorstroming te stimuleren. Zowel de gemeente Alkmaar als de regio Alkmaar zien een behoefte aan het uitbreiden van de voorraad appartementen en levensloopbestendige woningen. Dit gebeurt enerzijds door op de locatie zelf diverse ap- partementen en 5 eengezinswoningen te bouwen in de verschillende blokken waardoor een wooncarrière doorlopen kan worden en anderzijds kunnen appartementen gezien worden als levensloopbestendige woningen waardoor doorstroming vanuit grondgebonden wonin- gen naar appartementen op gang komt. • De gemeente Alkmaar heeft onvoldoende harde woningbouwplannen om te voorzien in de behoefte aan sociale huurwoningen, woningen in de vrije huursector en goedkope en be- taalbare koopwoningen (zowel grondgebonden als appartementen).

Ook op regionaal ni- veau is behoefte om een kwalitatief woonprogramma te ontwikkelen met sociale huur en koop. Met de realisatie van appartementen in diverse prijsklassen, waaronder 102 sociale huurwoningen en 59 sociale koopwoningen, voorziet het initiatief in deze kwalitatieve be- hoefte. • De ontwikkeling vangt deels de vraag op van de verhoogde instroom vanuit de MRA. De kwaliteit van de woningen en de woonomgeving die het project gaat bieden, moet dusdanig zijn dat potentiële vestigers ‘over de streep worden getrokken’. Het initiatief draagt hieraan bij door een gedifferentieerd woonmilieu te bieden (koop en huur, verschillende grootte van appartementen, voorzieningen nabij). • Tot slot is de bereikbaarheid met woonlocaties dichtbij OV-knooppunten een belangrijk thema. De regio Alkmaar en specifiek de gemeente Alkmaar zijn onderdeel van het Daily Urban System van Metropool Regio Amsterdam. Hoofdzakelijk heeft het Daily Urban Sys- tem als doel om de bereikbaarheid te verbeteren en de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in de verschillende kernen te vergroten. Het regionale kader, om woonmilieus een impuls te geven aan sterke steden, krachtige kernen en een gemengde regio, sluit hierop aan. Van belang daarbij is dat nieuwbouw ingevuld wordt in bestaand stedelijk gebied en circa 10 mi- nuten fietsen van het OV.

Doordat de beoogde locatie ligt in bestaand stedelijk gebied (Oudorp) en 9 minuten fietsen is van het OV (centraal station) draagt het bij aan de bereik- baarheid en daarmee aan de aantrekkelijkheid van de gemeente Alkmaar. Dit geeft tevens een impuls aan de gemeente Alkmaar om zichzelf als sterke stad te profileren.

3.2.4 Visie Erfgoed en Ruimte De Visie Erfgoed en Ruimte ‘Kiezen voor Karakter’ is de vervanging voor de in 2009 verlopen ‘Nota Belverdere’, waarin een visie is gegeven op de wijze waarop met de cultuurhistorische kwaliteiten van gebieden en objecten in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in Nederland kan worden omgegaan.

De Visie Erfgoed en Ruimte (VER) ‘Kiezen voor Karakter’, is gericht op het verbinden van de zorg voor het cultureel erfgoed met andere ruimtelijke ontwikkelingsopgaven op het gebied van onder meer economie, veiligheid en duurzaamheid. De visie zet overheden, initiatiefnemers, ei- genaren, ontwikkelaars en ruimtelijk ontwerpers er toe aan om de waarde van het cultureel erf- goed in te zetten bij de ontwikkeling van gebieden. De Visie Erfgoed en Ruimte ‘Kiezen voor Karakter’ is aanvullend aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, waarin het kabinet de unieke cultuurhistorische waarde van nationaal belang planologisch borgt. Daarnaast is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven dat in het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden.

Betekenis voor het project In paragraaf 4.4 en 4.5 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waar- den in het plangebied.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 15/29

Beleid

3.2.5 Waterbeleid

3.2.5.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen zijn er op (deel)stroomgebiedniveau plan- nen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheerplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

3.2.5.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027. Het NWP is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijks- overheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheep- vaart en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uit- gangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.

3.2.5.3 Provinciaal beleid Op 31 januari 2022 heeft Provincie Noord-Holland het Regionaal Waterprogramma Noord-Hol- land 2022-2027 (Regionaal Waterprogramma) vastgesteld. In het Regionaal Waterprogramma geeft de provincie aan hoe zij zich inzet voor een goede waterkwaliteit, het op peil houden van de watervoorraad en de bescherming tegen overstromingen. Het Regionaal Waterprogramma is opgebouwd uit een drietal deelprogramma's. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen, dat samen met andere partijen wordt uitgevoerd. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebie- den, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden be- schermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden.

3.2.5.4 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met zijn partners zijn waterbeleid op lange termijn (Deltavisie 2012). De Deltavisie is vertaald in het Waterplan 2022-2027 (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werkt. Het hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie (2012), het Water- programma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023.

Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een Waterschapsverordening die sinds 1 ja- nuari 2024 in werking is getreden. De Waterschapsverordening bevat de regels die het hoog- heemraadschap hanteert om de watergangen, waterkeringen en wegen binnen het beheerge- bied te beschermen. Rond deze sloten, dijken en wegen zijn verschillende zones gedefinieerd en voor elke zone gelden weer andere regels. In het Omgevingsloket zijn deze regels in te zien onder het onderdeel "Regels op de kaart". Via de Vergunningcheck is op dezelfde website te controleren of er een vergunning of melding nodig is voor bepaalde activiteiten.

Betekenis voor het project Onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op in- gegaan.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 16/29

Beleid

3.3 Provinciaal en regionaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omge- vingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Ver- voerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leef- baarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economi- sche ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwali- teiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie.

Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 okto- ber 2020.

Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onder- havige bestemmingsplan relevant zijn.

Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 is bepaald dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan deze afspraken.

Met het Regionaal Actie Programma (RAP) uit 2017 heeft de regio Alkmaar een eerste stap ge- zet om te komen tot een regionale afspraak volgens de provinciale uitvoeringsregeling. Het RAP heeft in 2019 een vervolg gekregen met het rapport Woningbouwafspraken en Program- mering. De gemeenten in de regio Alkmaar hebben daarna ook een regionale woningprogram- mering opgesteld. Deze wordt enkele malen per jaar geactualiseerd. Het project ‘Alkmaars Ka- naal: Oudorp’ is met 2.300 woningen opgenomen in de gemeentelijke plancapaciteit.

Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan reke- ning is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. Er vindt overleg plaats met het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK). In paragraaf 4.2 is nader ingegaan op klimaatadaptatieve maatregelen. Het onderhavige bouwplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Om- gevingsverordening NH2020.

3.3.2 Coalitieakkoord 2023-2027 In het provinciaal Coalitieakkoord 2023-2027 wordt ingezet op voldoende passende woningen die goed bereikbaar zijn en in een mooie en gezonde omgeving staan. De uitdaging is om tot en met 2030 184.000 woningen in de provincie te realiseren. Dit betekent een verdubbeling van de bouwproductie ten opzichte van afgelopen jaren. Het grootste deel van de benodigde 184.000 woningen kan binnenstedelijk worden gebouwd. De coalitie hecht groot belang aan de beschik- baarheid van woningen voor specifieke doelgroepen, zoals starters, ouderen en spoed-zoekers. Door de grote druk op de woningmarkt en in het bijzonder het tekort aan sociale huurwoningen, lukt het grote groepen mensen niet om een woning te vinden, terwijl dat in veel gevallen wel heel hard nodig is. Het doel is dat iedereen in Noord-Holland een passende woning kan vinden.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 17/29

Beleid

Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 232 woningen op een bin- nenstedelijke locatie waarbij hoog wordt ingezet op betaalbaar wonen (84% van het woonpro- gramma),, met onder meer 102 sociale huurwoningen waarbij diverse doelgroepen worden be- diend inclusief de specifieke doelgroep met Stichting de Waerden. Hiermee wordt aansluiting gevonden bij het nieuwe coalitieakkoord.

Betekenis voor het project Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen voor verschillende doel- groepen, waarbij de nadruk ligt op het betaalbare segment. In paragraaf 3.3.4 is nader inge- gaan op de het regionaal Woonakkoord.

3.3.3 Woonakkoord regio Alkmaar In de Woonagenda 2020-2025 van de provincie Noord-Holland is bepaald dat de regio’s samen met de provincie Woonakkoorden opstellen. Hierin zijn afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied opgenomen. Het Woonak- koord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma (RAP). De regio Alkmaar ziet het Woonakkoord als een goede basis om de woningbouw versneld te realiseren. Het akkoord biedt een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken, maar heeft zelf niet die status. Het Woonakkoord Regio Alkmaar is vastgesteld in juli 2021 en zet in op het toevoegen van minimaal 2.000 woningen per jaar binnen de regio tot 2030.

De regio Alkmaar zet in op binnenstedelijk bouwen. Er wordt prioriteit gegeven aan de ontwik- keling van woningen op inbreidingslocaties, nabij OV-knooppunten en in de nabijheid van an- dere voorzieningen. In de Regio Alkmaar is ruimte om een deel van de benodigde nieuwbouw- opgave van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op te vangen door aanvullende woonmilieus en productmarktcombinaties te realiseren. De regio bouwt niet meer woningen dan nodig is voor de woningbehoefte, maar zoekt wel naar flexibiliteit waar dat leidt tot een grotere vraagge- richtheid van de nieuwbouw.

Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een voormalig bedrijfsperceel naar woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan sluit aan bij de afspraken die in het Woonakkoord zijn gemaakt met betrekking tot het geven van prioriteit aan de realisatie van een divers woningaanbod waaronder levensloopbestendige woningen. Op grond van de actuele be- hoefteprognose en de aanwezige plancapaciteit, wordt geconcludeerd dat er voldoende kwanti- tatieve behoefte is. Tevens wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte gelet op de differentiatie in het woningaanbod. Een meerderheid van de van de woningen in het plangebied betreft sociale woningen (koop en huur). Daarnaast is de voorgenomen ontwikkeling erop ge- richt om betaalbare koopwoningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is in overeen- stemming met het regionale woonakkoord, voorziet in zowel de lokale als de regionale behoefte en bevordert de doorstroming op de woningmarkt.

3.3.4 Woondeal 2.0 Regio Noord-Holland Noord De regio Alkmaar heeft samen met het Rijk de Woondeal NHN 2.0 (2023) afgesloten. Het doel van de Woondeals is om snel meer (betaalbare) woningen te bouwen in deze regio’s. Er moe- ten tot en met 2030 ongeveer 220.000 woningen bij komen. De Woondeal NHN richt zich op de bouw van voldoende betaalbare woningen in de regio, in samenwerking met marktpartijen en corporaties. In de Woondeal staat de inzet voor 30% sociale huur en 36,67% middensegment (huur of koop) (ofwel 2/3 betaalbaar).

Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de bouw van betaalbare woningen conform de woondeal.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 18/29

Beleid

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Alkmaar 2040 De gemeenteraad van Alkmaar heeft op 5 oktober 2017 de Omgevingsvisie Alkmaar 2040 vast- gesteld. De Omgevingsvisie Alkmaar 2040 is een strategisch beleidsdocument dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving van Alkmaar. De visie biedt een handvat om op hoofdlijnen sturing te geven aan de ontwikkeling van stad en land tot 2040. Sturing vindt plaats op omge- vingskwaliteit, een begrip dat naast ruimtelijke kwaliteit ook de mate van leefbaarheid van een gebied en zaken als concurrentiekracht en milieukwaliteit meeneemt.

In de visie wordt een algemene ambitie en drie verhalende ambities uiteengezet. De algemene ambities hebben een algemeen karakter en zijn altijd van toepassing. Doel van deze ambities is Alkmaar goed te laten fungeren als een gemeente met een complete stad met gezonde stads- voorzieningen, een innovatief en toekomstbestendig buitengebied, een brede werkgelegenheid, een aantrekkelijk aanbod voor bezoekers en een prettig leefmilieu voor bewoners, inclusief een gezond sport- en recreatieklimaat. De drie verhalende ambities komen voort uit maatschappe- lijke trends en bestaande Alkmaarse kwaliteiten. Ze fungeren als ontwikkelingsdoelen voor de toekomst. De eerste ambitie betreft het Noordhollandsch kanaal, die van een industrieel trans- portkanaal verandert in een uitnodigende stadsrivier. Hier vinden ontwikkelingen plaats van voorbeeldprojecten op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie en ontstaan represen- tatieve bedrijven. De tweede ambitie is dat Alkmaar zichzelf ziet als compacte stad. Ze kiest daarom niet voor uitbreiding, maar voor verdichting die bijdraagt aan de kwaliteit van de stad. De compacte stad Alkmaar is een duurzame en klimaatbestendige stad, waarin iedereen ge- zond kan leven. De derde ambitie is een toekomstbestendig en innovatief landelijk gebied bin- nen de gemeentegrenzen.

Alkmaar streeft naar behoud van het landschap en haar karakteris- tieken en faciliteert tegelijkertijd veranderingen in de landbouw, zoals schaalvergroting.

Het uitwerkingsprogramma voor de Alkmaarse Kanaalzone heeft inmiddels verder gestalte ge- kregen in de vorm van het Omgevingsbeeld Kanaalzone en de ontwikkelbeelden van de 5 deel- gebieden. Zie hoofdstuk 2.

Betekenis voor het project In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente het Kanaal omarmt door aantrekkelijke kanaaloevers te realiseren met ruimte voor woningen, cultuur en creativiteit aan het water. Van een kanaal dat Alkmaar in tweeën deelt naar de Stadsrivier van het centrum. De voorgenomen ontwikkeling geeft hier invulling aan en kan het als inspirator dienen voor andere ontwikkelingen op het bedrijventerrein Oudorp. Daarnaast wordt met het plan bijgedragen aan een compacte stad en behoud van het landschap.

3.4.2 Omgevingsbeeld Kanaalzone en Ontwikkelbeeld Oudorp Op 4 juli 2019 zijn het Omgevingsbeeld Kanaalzone en de ontwikkelbeelden van de verschil- lende deelgebieden (waaronder Oudorp) vastgesteld. Het Omgevingsbeeld en de Ontwikkel- beelden geven richting aan de transformatie van de Kanaalzone en bieden hiervoor aanvul- lende kaders. In paragraaf 2.3 is reeds ingegaan op de inhoud van de beelden.

Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voor het plangebied invulling gegeven aan het Omge- vingsbeeld Kanaalzone en het Ontwikkelbeeld Oudorp.

3.4.3 Criteria bij realisatie van nieuwe woningen, gemeente Alkmaar De gemeente Alkmaar heeft criteria vastgesteld die gelden bij de realisatie van nieuwe wonin- gen. Hierin is bepaald dat in particuliere woningbouwprojecten minimaal 30% sociaal dient te worden gerealiseerd, waarvan minstens de helft als sociale huurwoning. Daarnaast wordt uitge- gaan van minimaal 35% middensegment.

Betekenis voor het project Van de 232 woningen vallen er 102 in het segment sociale huur, 59 in het segment sociale koop en 34 woningen in het segment betaalbare koop. Hiermee voldoet het plan aan de doel- stellingen van de gemeente Alkmaar.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 19/29

Beleid

3.4.4 Groenbeleidsplan Alkmaar 2017 – 2027 Het groenbeleidsplan Alkmaar 2017-2027 is op 15 december 2016 vastgesteld door de ge- meenteraad. Het plan beschrijft de visie en ambitie van de gemeente op het (openbare) groen in de gemeente Alkmaar, voor de periode 2017 - 2027. De nadruk ligt hierbij op het gemeente- lijke groen; de parken, het groen in de wijken en dorpen en de bomen. De gemeente wil met het Groenbeleidsplan het belang van groen onderstrepen. Groen is essentieel voor de leefkwaliteit in Alkmaar. Het Groenbeleidsplan is kaderstellend. Het geeft richting aan groenbewust hande- len bij ruimtelijke ontwikkelingen en is uitgangspunt voor het gemeentelijk groenbeheer.

In het Groenbeleidsplan wordt op hoofdlijnen ingezet op: 1. Behouden van aanwezig groen en verder versterken van de waarde(n) ervan; 2. Vergroenen van de buitenruimte, onder meer voor een klimaatbestendige gemeente; 3. Groen dat moet verdwijnen wordt gecompenseerd; 4. Behouden van de (beheer-)kwaliteit van het groen; 5. Vergroten groenbewustzijn en participatie vanuit de samenleving.

Betekenis voor het project In de huidige situatie is het terrein vrijwel volledig verhard. In de nieuwe situatie is het gebied slecht 50% verhard. Hiermee wordt een grote bijdrage geleverd aan het vergroten van klimaat- buffers, biodiversiteit en de woon- en verblijfskwaliteit.

In binnentuinen en de tuinstraat wordt een waterrijke omgeving gecreëerd waar een groene tuin en waterelementen in de vorm van een wadi met elkaar worden gecombineerd. De beplanting is gericht op het bevorderen van biodiversiteit. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van in- heemse soorten. Verder dienen de planten interessant te zijn in alle jaargetijden; bloei, vrucht- dracht, herfstkleur en winterbeeld zijn hierbij belangrijke selectiecriteria. De beplanting van de tuinen is geschikt voor het bergen van regenwater. Er worden planten ge- selecteerd voor een standplaats met sterk wisselende omstandigheden; bij heftige regenval zul- len ze tijdelijk onder water moeten kunnen staan, gedurende de zomer moeten ze juist tegen periodes van droogte kunnen. De beplantingstypologie is afhankelijk van de positie in het bin- nenpark ten opzichte van de gebouwen. Daarnaast worden er een groot aantal (volwassen) bo- men geplant die in de zomer ook voor verkoeling zorgen.

Naast de binnentuin en tuinstraat zal in de uitwerking ook worden gekeken naar een balans tus- sen pv-panelen en de aanleg van groene daken. De groene daken hebben een substraatlaag waarop vegetatie groeit. Deze groene daken werken als een spons zodat het water vertraagd wordt afgevoerd. Gekozen wordt voor groene daken die bestaan uit mossen, vetplanten en grassen die weinig tot geen onderhoud behoeven (extensief groen dak). Deze mossen en gras- sen houden ongeveer 40% van de jaarlijkse neerslag vast en staan dit af via verdamping. Naast de grote groene voorziening op maaiveld, zal bij het parkeerhuis ook worden gekeken naar de mogelijkheden voor het creëren van een groene gevel.

3.4.5 Agenda Duurzaam Alkmaar Alkmaar Duurzaam komt voort uit Agenda Duurzaam Alkmaar (ADA). Deze ‘agenda’ biedt een kader waar alle programma’s en projecten in geplaatst kunnen worden, zodat er op strategisch niveau prioritering kan worden aangebracht. Op die manier krijgt de gemeente regie, en kan de uitvoering gecoördineerd verlopen. De agenda is ingericht langs vier thema’s: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en mobiliteit.

Betekenis voor het project In paragraaf 4.12 is toegelicht op welke wijze het aspect duurzaamheid wordt toegepast in het project. Er wordt met het project aangesloten op de Agenda Duurzaam Alkmaar.

3.4.6 Beleid hogere waarden Wet geluidhinder De gemeente Alkmaar heeft in het ‘Beleid hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Alkmaar 2016’ uitgangspunten omtrent het verlenen van hogere waarden vastgesteld. De door de Wet

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 20/29

Beleid

geluidhinder aan gemeentebesturen gelaten ruimte met betrekking tot het verlenen van hogere waarden wordt in dit beleid door middel van uitgangspunten ingevuld.

Betekenis voor het project Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek (zie paragraaf 4.8) komt naar voren dat voor een deel van de woningen de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Er zijn hogere waarden nodig waarbij wordt voldaan aan het ‘Beleid hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Alkmaar 2016’.

3.4.7 Welstandsnota Alkmaar 2016 Ten behoeve van het behoud van de beeldkwaliteit (het uiterlijk van de bebouwde omgeving), voert de gemeente een welstandsbeleid (Welstandsnota Alkmaar 2016). Voor veranderingen aan het uiterlijk van de bestaande bebouwing gelden welstandscriteria. Nieuwe bouwwerken en ingrepen moeten passen bij de beeldbepalende kenmerken van de bebouwing in de buurt. Ook wordt gelet op de “passendheid” in de omgeving. Er zijn ook gebieden waar bijzonder op de omgeving wordt gelet en waar de gemeente zorgvuldig omgaat met beeldkwaliteit.

Betekenis voor het project De criteria uit de Welstandsnota zien voor deze locatie niet op herontwikkeling. Om die reden is er voor deze locatie een stedenbouwkundig plan / beeldkwaliteitplan 2 opgesteld.

3.4.8 Parkeernormennota Alkmaar 2020 – 2027 De Parkeernormennota 2020 – 2027 van de gemeente Alkmaar is een leidraad voor het beoor- delen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies en plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daarnaast vormt de nota het kader dat invulling geeft aan het be- grip “voldoende parkeer- of stallingsruimte” in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. Ten slotte is de nota ook het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of wijzigen van de functie. De parkeeropgave wordt in al deze gevallen op basis van de Parkeernormennota bepaald.

Betekenis voor het project In paragraaf 4.7 wordt ingegaan op het aspect parkeren en wordt aangegeven hoe dit plan zich verhoudt tot de Parkeernormennota 2020 – 2027.

3.5 Conclusie beleidskader Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

2 Stedenbouw I Beeldkwaliteitplan, Delva en PRO6, 13 december 2023

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 21/29

4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Algemeen Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelin- gen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

4.2 Water De watertoets is een verplicht onderdeel van een bestemmingsplan. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp.

Het plangebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hol- lands Noorderkwartier (HHNK). HHNK heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2022-2027) opgesteld. In het Waterprogramma 2022-2027 zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheem- raadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het pro- gramma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterpro- gramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.

Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn.

Betekenis voor het project

Watersysteem Binnen het plangebied is geen open water aanwezig. Het plangebied ligt in peilgebied 03765- 01. Het waterpeil is hierin dynamisch op NAP -1,25 meter met een bandbreedte van 0,1 meter. Voor de uitwerking van het plan gelden de volgende aandachtspunten: • in de woongebieden belangrijk dat water kwaliteit toevoegt aan de leefomgeving; • het is belangrijk dat het hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden, omdat het dorp Oudorp aan de andere kant van de Nieuwe Schermerweg al veel wateroverlast kent. • het bedrijventerrein Oudorp is een polder, dit betekent dat het overtollige water eruit ge- pompt moet worden. Het mooiste is als het water dat erin terechtkomt door inlaat uit het ka- naal en door hemelwater zoveel mogelijk wordt verwerkt in het gebied zelf.

Waterkwantiteit Er geldt op grond van de regels van de Keur een compensatieplicht vanaf een toename aan verharding van 800 m². In de huidige situatie is het plangebied voor het overgrote deel verhard. Het plan leidt tot een afname van verhard oppervlak van 9.915 m2 in de bestaande situatie naar 6.309 m2 in de nieuwe situatie. Conform de beleidsregels van het HHNK is er geen watercom- pensatie benodigd.

Goede ruimtelijke onderbouwing DOK6 – Nieuw Oudorp 22/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Waterkwaliteit en riolering Nadelige effecten op oppervlaktewater worden niet verwacht. In de huidige situatie is al het ver- hard of afvoerend oppervlak (infrastructuur, daken en tuinen) aangesloten op een gemengd ge- meentelijke rioolstelsel. Er wordt een gescheiden stelsel toegepast. In de toekomstige situatie wordt het hemelwater geloosd op de polderwatergang.

De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe opper- vlakken te scheiden van het afvalwater. Er zal daarom een gescheiden stelsel worden toege- past. Conform het advies van het HHNK zal het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk worden voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14195488/1