CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport Integraal huisvestingsplan Alkmaar – 3e fase

Commissie Sociaal 9 september 2021, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Integraal huisvestingsplan 2021-2025 Alkmaar 3e fase16.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan - 3e fase

Toekomstbestendige onderwijshuisvesting in de gemeente Alkmaar

Opdrachtgever Datum Gemeente Alkmaar 24 juni 2021

Referentienummer Auteur 2200092/20210217LC01 Leonoor Clemens Maarten Groenen Chantal Pieterse

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave

1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Scope 5 1.3 Plan van Aanpak 7 1.4 Lopende ontwikkelingen 8 1.4.1 Lopende projecten IHP fase 1 en 2 8 1.4.2 Alkmaars Kanaal 9 1.4.3 Landelijke ontwikkelingen 9 1.4.4 Motie groene en gezonde schoolpleinen 10

2. Visie op de onderwijshuisvesting 11 2.1 Duurzaamheid 11 2.2 Renovatie 12 2.3 Investeren in brede voorzieningen 12 2.4 Financiële kader 13 2.4.1 Investering gemeente 13 2.4.2 Investering schoolbestuur 14

3. Inzicht en beoordeling 15 3.1 Nulmeting 15 3.1.1 Kwaliteit 15 3.1.2 Financiën 16 3.1.3 Vraag en aanbod 17

4. Knelpunten en oplossingen 19 Deel I - Primair onderwijs 20 4.1 Daalmeer/Koedijk 20 4.2 De Mare 23 4.3 Oudorp 26 4.4 Huiswaard 28 4.5 Zuid/Centrum 30 4.6 West 33 4.7 Overdie 35 4.8 Schermer/Graft-De Rijp 37 Deel II - Speciaal (basis) onderwijs 40 4.9 Speciaal (basis) onderwijs 40

www.icsadviseurs.nl

4.10 De opgave 42

5. Financiën 43 5.1 Uitgangspunten 43 5.2 Totale investering IHP fase 3 44 5.3 Effect gemeentelijke begroting 45 5.4 Investeren in de energietransitie 46 5.5 Investeren in het binnenklimaat en duurzaamheid 46 5.6 Investering groene en gezonde schoolpleinen 47

6. Slotsom en aanbeveling 49 6.1 Slotsom 49 6.2 Aanbevelingen 49

Bijlagendocument 52

www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding

1.1 Aanleiding Ongeveer 10 jaar geleden is de gemeente Alkmaar gestart met het ontwikkelen van integrale huisvestingsplannen voor de onderwijshuisvesting en is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) fase 1(2013-2016) opgesteld. De ontwikkeling van een groot deel van de plannen uit het 1 e fase IHP is reeds gestart. De schoolbesturen hebben vervolgens het initiatief genomen voor het opstellen van het IHP fase 2 (2017-2020). Met een aantal plannen uit fase 2 is ook reeds een start gemaakt. Na het verstrijken van beide fasetermijnen is er behoefte aan de volgende stap: het IHP 3e fase, waarin met een scope van de komende 4 jaar (2021-2025) de schoolgebouwen worden beschouwd en een aanvullend perspectief wordt gegeven. Door de gemeente Alkmaar is de wens uitgesproken om, in samenwerking met de schoolbesturen uit het primair onderwijs (PO) en speciaal (basis) onderwijs (S(B)O), het IHP 3e fase te ontwikkelen inclusief vertaling naar concrete ingrepen, de kosten en een planning. Gezamenlijk met de gemeente en schoolbesturen dient er gezocht te worden naar een passende en realistische invulling van de 3 e fase. Hierbij dient aandacht te zijn voor de in de onderwijsagenda benoemde thema’s zoals doorgaande ontwikkellijn, inclusiever onderwijs, spreiding en schaalgrootte, en duurzaamheid en binnenklimaat.

Dit IHP biedt de gemeente en schoolbesturen een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren plan. Dit plan geeft een toekomstperspectief voor alle schoolgebouwen inclusief een investeringsoverzicht voor de komende vijf jaar. Tevens geeft dit IHP een eerste doorkijk naar de daaropvolgende periode, opdat er in de gemeente Alkmaar een duurzame en gezonde onderwijsomgeving verder gerealiseerd en voortgezet kan worden. Met het ontwikkelen van het IHP geeft de gemeente tevens invulling aan de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting en speelt het in op de aanstaande wetwijziging, waarbij gemeentes verplicht zijn om een IHP op te stellen.

Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de vertegenwoordigers van de gemeente en schoolbesturen van het primair en speciaal (basis) onderwijs die actief zijn binnen het gemeentegebied van Alkmaar.

www.icsadviseurs.nl 4/53

1.2 Scope Voor het IHP fase 3 zijn alle gebouwen binnen het primair (PO) en speciaal (basis)onderwijs S(B)O onder de loep genomen die vanuit het IHP fase 1 en 2 geen ingreep hebben gekregen. Het betreft zowel gebouwen die in eigendom zijn van de gemeente als gebouwen die in eigendom zijn van het schoolbestuur. De onderstaande kaart geeft een overzicht van de, voor het IHP fase 3, in aanmerking komende schoolgebouwen. Tevens geeft de kaart inzicht in de schoolgebouwen die vanuit het IHP fase 1 en 2 reeds zijn aangepakt of nog worden aangepakt.

www.icsadviseurs.nl 5/53

www.icsadviseurs.nl 6/53

1.3 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt, vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, de basis voor de aanpak. De schoolbesturen zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke (online) bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. Hierbij is het volgende Plan van Aanpak gehanteerd:

▪ Visie op onderwijshuisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs en onderwijshuisvesting beogen. In de Onderwijsagenda 2020- 2024 hebben de schoolbesturen en gemeente gezamenlijk de visie voor de komende jaren op papier gezet. Vanuit de Onderwijsagenda vragen de onderwerpen duurzaamheid, renovatie en brede voorzieningen om een verdieping en een nadere uitwerking. Deze thema’s zijn behandeld in een digitale werksessie. De visie op onderwijshuisvesting is in bijlage 1 toegevoegd en beschreven in hoofdstuk 2.

▪ Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een zogenaamde ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. Een samenvatting van de factsheets wordt gegeven in hoofdstuk 3: Inzicht en beoordeling.

▪ Situatieschets per wijk Aan de hand van de basisinformatie, interviews en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Alkmaar in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per wijk in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies zijn alle knelpunten per school(gebouw) met elkaar gedeeld zodat er een integraal beeld is ontstaan van de opgave die voorligt. De toelichting op de kansenkaart is weergeven in hoofdstuk 4: Kansenkaart en oplossingen.

▪ Oplossingsrichtingen en prioritering Op basis van de geconstateerde knelpunten is er naar oplossingen gezocht voor de schoolgebouwen die binnen het IHP om een ingreep vragen. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Gezamenlijk is er nagedacht over een planning, verdeeld in korte termijn oplossingen (0-5 jaar) en lange termijn oplossingen (5-15 jaar). De oplossingsrichtingen per wijk en de prioritering zijn toegelicht in hoofdstuk 4: Kansenkaart en oplossingen.

▪ Financiële vertaling oplossingsrichtingen Voor de korte termijn oplossingsrichtingen (0-5 jaar) zijn de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de onderwijshuisvestingsreserve en de dotatie daaraan inzichtelijk worden gemaakt. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 5: Financiën.

▪ Rapportage IHP De situatieschets per wijk, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. De rapportage sluit af met aanbevelingen voor de uitvoering van de in het IHP opgenomen plannen.

www.icsadviseurs.nl 7/53

1.4 Lopende ontwikkelingen Ten tijde van het opstellen van het IHP 3e fase is er een aantal, voor de onderwijshuisvesting relevante, ontwikkelingen in de gemeente Alkmaar gaande die hieronder kort zijn toegelicht. Er wordt ingezoomd op de status van de lopende projecten uit IHP fase 1 en 2, een toelichting gegeven over de ontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal en een beschrijving gegeven van een aantal landelijke ontwikkelingen.

1.4.1 Lopende projecten IHP fase 1 en 2 Uit het IHP fase 1 en IHP fase 2 zijn verschillende projecten voortgekomen. Onderstaand wordt de voortgang van deze projecten beschouwd. Er is hierbij onderscheid gemaakt in de gerealiseerde en lopende projecten. Bij de lopende projecten is aangegeven wat de huidige status van het project is (d.d. januari 2021).

IHP fase 1

Vanuit het IHP fase 1 zijn de volgende projecten gerealiseerd:

▪ Nieuwbouw Matthiasschool; ▪ Nieuwbouw Heliomare College; ▪ Nieuwbouw De Wegwijzer; ▪ Nieuwbouw De Spinaker VSO; ▪ Uitbreiding ’t Baeken 1 i.v.m. fusie basisschool de Gondelier.

De volgende projecten uit het IHP fase 1 zijn nog niet gerealiseerd. De status van de projecten varieert van de definitiefase, waarin de beschikking verkregen is en de projectkaders worden bepaald, tot de uitvoeringsfase. Per project wordt de status weergegeven.

▪ Vervanging noodbouw ’t Baeken 1 – in uitvoering; ▪ Renovatie De Fontein – het Programma van Eisen wordt opgesteld en de kostenramingen zijn gemaakt; ▪ Renovatie Kardinaal de Jong – beschikking verkregen (wacht op renovatie De Fontein); ▪ Nieuwbouw Vroonermeer (De Lispeltuut en De Vroonermeerschool) – in uitvoering, oplevering voorzien in 2022.

IHP fase 2

Vanuit het IHP fase 2 is het volgende project gerealiseerd:

▪ Nieuwbouw (De Pauw) voor De Tweemaster en De Balein.

De volgende projecten uit het IHP fase 2 zijn nog niet gerealiseerd. Ook de status van deze projecten varieert van de definitiefase tot de uitvoeringsfase. Per project wordt de status weergegeven.

www.icsadviseurs.nl 8/53

▪ Nieuwbouw Campus de Hoef (Driemaster en Nicolaas Beets III en Burg. De Wildeschool) - in uitvoering; ▪ Onderzoek mogelijkheden Beets I en II en de Rank – quick scan naar haalbaarheid scenario’s is uitgevoerd; ▪ Scholenoptimalisatie Oudorp – nog niet uitgevoerd, komt terug in IHP fase 3.

1.4.2 Alkmaars Kanaal De komende jaren staan er veel gebiedsontwikkelingen op het programma in Alkmaar. Een van de geschetste ambities in de omgevingsvisie Alkmaar 2040 is het ‘Alkmaars Kanaal’. Het Alkmaars Kanaal beslaat vijf deelgebieden: Viaanse Molen, RWZI, Overstad, Oudorp en Overdie. De focus van het kanaal verschuift van industrieel transportkanaal naar een uitnodigende stadsrivier die de stad verbindt. Uitgangspunt bij het creëren van een aantrekkelijke stedelijke leefomgeving is een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren met grote diversiteit. De historische binnenstad en het moderne Overstad vormen de stedelijke hoogtepunten langs het kanaal. Bedrijventerreinen Oudorp en Overdie en kantoorlocaties langs het kanaal worden getransformeerd tot aantrekkelijke stedelijke omgevingen. Langs de oevers van het kanaal ontstaan een verkeersstructuur en verblijfsplekken.

Voor elk deelgebied is een ontwikkelbeeld en koers geformuleerd. De invulling van de deelgebieden verkeerd in de ontwikkelfase. Dit houdt in dat in overleg met ontwikkelaars de ruimtelijke en financiële haalbaarheid van initiatieven wordt onderzocht. Momenteel is nog onbekend wat voor type woningen wanneer gerealiseerd gaan worden. De invloed op de bevolkingsontwikkeling en daarmee de basisgeneratie (4 tot 12- jarigen) is naar verwachting groot, maar de concrete effecten (toename leerlingaantallen, behoefte aan schoollocaties) zijn op dit moment nog niet in beeld. In dit IHP wordt per wijk aangegeven waar de deelgebieden zich bevinden. Waar mogelijk wordt benoemd hoe op de lange termijn (5-15 jaar) ingespeeld kan worden op de woningbouwontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal. De komende jaren wordt de invulling van de deelgebieden van het Alkmaars Kanaal steeds concreter. Het is dan ook de verwachting dat in volgende fasen van het IHP de vertaling gemaakt kan worden naar de onderwijshuisvesting.

Voor meer informatie over de deelgebieden bezoek: https://gemeente-alkmaar.foleon.com/interne- magazines/alkmaars-kanaal/programma-alkmaars-kanaal/

1.4.3 Landelijke ontwikkelingen De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in maart 2018 het advies gegeven de normbedragen per 1 januari 2019 met 40% (en daarnaast nog 6,6% voor prijsontwikkeling) te verhogen. De reden hiervoor is dat de jaarlijkse indexering van de normbedragen over de afgelopen jaren, de werkelijke prijsontwikkelingen in de markt niet goed blijkt te hebben gevolgd. De VNG heeft de normbedragen de afgelopen jaren flink geïndexeerd. In 2020 is tevens een eenmalige toeslag van +9,6% opgenomen om in te spelen op de verhoogde kwaliteitseisen BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De huidige normvergoeding voor een reguliere basisschool van 200 leerlingen bedraagt € 2.607, - per m² bvo (incl. btw en prijspeil 2020). In dit advies is echter nog geen rekening gehouden met de huidige marktwerking en prijsstijgingen in de bouw. In dit IHP hanteren we daarom actuele investeringsbedragen.

De VNG doet samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad tevens voorstellen over hoe om te gaan met renovatie. In dit advies wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Renovatie is daarmee in te zetten als mogelijke maatregel (voorziening) aan het einde van de levensduur van een schoolgebouw. Hiermee wordt renovatie niet een extra gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar een alternatief voor (vervangende) nieuwbouw, dat reeds behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Het is daarom dat we in het IHP zullen spreken van vernieuwbouw en de afschrijvingstermijn 40 in plaats van 25 jaar wordt. De aangekondigde wetswijziging behelst tevens het verplicht stellen van een IHP met een scope van 16 jaar en het verruimen van het investeringsverbod in het primair onderwijs. Het is de verwachting dat deze wetten in 2 á 3 jaar van kracht zullen zijn.

www.icsadviseurs.nl 9/53

1.4.4 Motie groene en gezonde schoolpleinen Ten tijde van het opstellen van het IHP fase 3 heeft de gemeenteraad de motie ‘Groene en gezonde schoolpleinen’ aangenomen (d.d. 26 november 2020). In deze motie stelt de raad dat een schoolplein een belangrijk multifunctioneel onderdeel uitmaakt van de wijk. En dat een groen en gezond schoolplein de wijk verrijkt en bewoners en scholieren uitdaagt om te bewegen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Zodoende wordt het college in de motie verzocht bij nieuwbouwprojecten aandacht te hebben voor het aanleggen van groene en gezonde schoolpleinen. Daarmee heeft de motie een direct link met het IHP fase 3. In de visie en het financiële hoofdstuk wordt de uitwerking van de motie nader toegelicht.

www.icsadviseurs.nl 10/53

2. Visie op de onderwijshuisvesting

In de Onderwijsagenda 2020-2024 hebben de schoolbesturen en gemeente Alkmaar gezamenlijk de visie voor de komende jaren op papier gezet. Onder thema 5 ‘Gebouwen voor de toekomst’ zijn vanuit de gezamenlijke visie concrete afspraken voor de huisvesting geformuleerd. Deze afspraken vormen een mooie basis voor het ontwikkelen van de projecten in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 3e fase.

Vanuit de onderwijsagenda vragen de onderwerpen duurzaamheid, renovatie en brede voorzieningen om een verdieping en een nadere uitwerking van de onderlinge afspraken. Een uitwerking waarin de gezamenlijke ambitie wordt vertaald naar concrete afspraken voor de uitvoering. Daarmee weten alle partijen vooraf waar men aan toe is. De afspraken richten zich op het financiële kader en de verantwoordelijkheden tussen de gemeente Alkmaar en de schoolbesturen. De nadere uitwerking van de visie op huisvesting is te vinden in bijlage 1. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van deze nadere uitwerking en de gemaakte afspraken. In dit IHP worden deze afspraken omgezet naar concrete projecten.

2.1 Duurzaamheid Onderwijshuisvesting biedt kansen om bij te dragen aan de duurzame ambities van de stad Alkmaar. Verduurzaming is een opgave waar gemeente en schoolbesturen samen verantwoordelijk voor zijn en samen onomkeerbare stappen gaan zetten naar een energie-neutrale gebouwde omgeving en organisatie (coalitieakkoord 2018-2022). Om de versnelling van het verduurzamen van onderwijsgebouwen een impuls te geven, zijn er concrete afspraken tussen gemeente en schoolbesturen nodig. Hierbij is het belangrijk om met een brede blik naar verduurzaming te kijken en te zoeken naar haalbare en betaalbare oplossingen.

Duurzame energie Per 1 januari 2021 is het wettelijk verplicht bij de realisatie van nieuwe schoolgebouwen te voldoen aan BENG. In het coalitieakkoord 2018-2022 wordt onderstreept het schoolgebouw zo energiezuinig mogelijk te bouwen of renoveren, minimaal volgens de BENG norm. De gemeente Alkmaar en de schoolbesturen hebben het streven om bij nieuwbouw de hoogst haalbare ambitie te realiseren (ENG en 0-op-de-meter), passend bij de financiële mogelijkheden van zowel de gemeente als schoolbesturen. Bij renovatie (revitalisatie/ vernieuwbouw) van schoolgebouwen is BENG het streven.

Aardgas vrij Voor alle (ver)nieuw(d)e schoolgebouwen geldt dat deze aardgasvrij worden gerealiseerd. Niet elke school komt hier op korte termijn voor in aanmerking. Voor de scholen die niet zijn opgenomen in het IHP is ook een plan nodig om gefaseerd van het aardgas af te gaan. Hierbij dient zoveel mogelijk te worden aangesloten bij natuurlijke momenten uit het meerjarenonderhoudsplan (bv. vervanging Cv-ketel). De gemeente wil de scholen ondersteunen bij het opstellen van deze plannen. Daarbij wordt gezocht naar de samenwerking met partners en de samenhang met de Transitievisie Warmte van de gemeente. De gemeente heeft hierbij een soort makelaarsfunctie; zij heeft inzicht in wat er in de wijk speelt en kunnen partijen met elkaar verbinden. Belangrijke voorwaarde voor schoolbesturen om samen te werken met de buurt is dat dit niet leidt tot een vertraging in het bouwproces.

Circulariteit Met name bij nieuwbouw- en renovatieprojecten zien de gemeente en schoolbesturen kansen om circulariteit te integreren in het bouw- en gebruiksproces. De ambitie is om circulariteit op de agenda te zetten bij nieuwe projecten en hiervan te leren. Ten behoeve van dit leereffect worden pilots gestart waarbij het thema circulariteit specifieke aandacht krijgt bij huisvestingsopgaven in het IHP. De betreffende schoolbesturen en gemeenten maken nadere afspraken over de uitvoering van deze pilots en het borgen van het leereffect. In deze pilotprojecten kan op de volgende manieren aandacht worden besteed aan circulair bouwen:

▪ Voor het project wordt een zogenaamd materialenpaspoort opgesteld. Een materialenpaspoort maakt inzichtelijk welke materialen bij de bouw zijn gebruikt en hoe ze zijn verwerkt. Dat maakt het hergebruiken en terugwinnen van materialen bij de sloop of demontage veel eenvoudiger.

www.icsadviseurs.nl 11/53

▪ In het aanbestedingstraject worden eisen aan de architect en aannemer gesteld ten behoeve van het gebruik van hernieuwbare materialen. ▪ Bij ieder project wordt onderzocht of sloopmaterialen kunnen worden ingezet.

Binnenklimaat Gezonde schoolgebouwen met een goed binnenklimaat zijn een voorwaarde voor goed onderwijs en voor een goede werkomgeving, zeker in relatie tot de huidige Covid-19 crisis. Een goed binnenklimaat heeft een positief effect op de leerprestaties en vermindert gezondheidsklachten. Schoolgebouwen met een gezond binnenklimaat dragen daarom bij aan een omgeving waarin al haar gebruikers optimaal kunnen leren en werken.

Het is de ambitie om alle schoolgebouwen in de gemeente Alkmaar van een gezond binnenklimaat te voorzien. Bij nieuwbouw van schoolgebouwen dient te worden voldaan aan de, op dit moment geldende, wettelijke bouweisen, die grotendeels aansluiten bij Frisse Scholen klasse B (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Het is de ambitie om, waar mogelijk, installatiearme gebouwen te realiseren. Hierbij is aandacht voor natuurlijke bouwprincipes (lucht, licht, geluid) en bouwfysica (bouwhoogte, wanddiktes). Voor bestaande bouw is een scan nodig om te beoordelen welke maatregelen nodig zijn om het binnenklimaat te verbeteren.

2.2 Renovatie Renovatie van schoolgebouwen is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. Er is echter een wetsvoorstel in voorbereiding om renovatie een formele status te geven en toe te voegen aan de gemeentelijke zorgplicht. Het is de ambitie om, vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging, in het IHP naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’ ook renovatie als oplossingsrichting te hanteren. Gezamenlijk worden de afspraken voor renovatie bepaald.

De invulling van de renovatie is afhankelijk van de context en is daarom altijd maatwerk. In het IHP maken we onderscheid tussen twee typen renovatie, te weten:

▪ Revitalisatie (levensduurverlenging van 25 jaar); ▪ Vernieuwbouw (levensduurverlenging van 40 jaar).

Revitalisatie Revitalisatie is aan de orde bij gebouwen die vanuit kwalitatief oogpunt toe zijn aan een ingreep, maar waarvan de context te onzeker is om plannen voor de lange termijn te maken. Deze schoolgebouwen vragen, gezien hun leeftijd, soms echter om kwaliteit verhogende ingrepen om o.a. duurzaamheidsambities te behalen. Bij een revitalisatie wordt het gebouw verduurzaamd en het binnenklimaat verbeterd. Een revitalisatie zorgt ervoor dat, in combinatie met het reguliere onderhoud, het gebouw weer minimaal 25 jaar mee kan.

Vernieuwbouw De oplossingsrichting vernieuwbouw vormt een gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw. Het bestaande gebouw(deel) wordt, met dezelfde (wettelijke) eisen als bij nieuwbouw, kwalitatief verbeterd zodat de levensduur met minimaal 40 jaar wordt verlengd. Na de ingreep zijn de gebouwen duurzaam en toekomstbestendig. Gebouwen of delen van gebouwen die minimaal 40 jaar oud zijn en waarbij een noodzaak tot vervanging is aangetoond, komen in aanmerking voor vernieuwbouw. Een businesscase wijst uit of vernieuwbouw een beter alternatief vormt voor nieuwbouw o.b.v. een eenduidig afwegingskader.

2.3 Investeren in brede voorzieningen Het is de ambitie om, waar mogelijk, bredere voorzieningen (zoals opvang, passend onderwijs en zorg) te realiseren binnen de onderwijsgebouwen, zodat expertisecentra ontstaan die een actieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het kind.

www.icsadviseurs.nl 12/53

Deze ambitie vraagt om een wijkbrede benadering, waarbij wordt ingezet op de lokale behoefte, het versterken van de inhoudelijke samenwerking en het zo efficiënt mogelijk inzetten van het bestaande vastgoed. Brede voorzieningen dragen actief bij aan de leefbaarheid van kernen en wijken in en rondom Alkmaar. Om dit te bereiken, dienen er afspraken geformuleerd te worden die een oplossing bieden voor de huidige knelpunten zoals: investering, eigendom, beheer en verhuur van bredere voorzieningen. Dit vraagstuk is drieledig en heeft betrekking op de volgende situaties:

▪ Nieuw te realiseren ruimte; ▪ Het inzetten van leegstaande onderwijsruimten; ▪ Het inzetten van dubbel gebruik (gebruik van onderwijsruimten na schooltijd).

Het is de gezamenlijke wens om, voor bovenstaande situaties, eenduidige afspraken tussen gemeente, schoolbesturen en bredere partijen op te stellen voor zowel het realiseren als het gebruiken van bredere voorzieningen.

Om in de toekomst bredere voorzieningen in de gemeente Alkmaar te realiseren, zijn er voor de korte en langere termijn de volgende acties omschreven die na de vaststelling van het IHP opgepakt worden:

▪ Inventariseren van alle, binnen de onderwijshuisvesting voorkomende, huursituaties en -tarieven; ▪ Op basis van deze inventarisatie een uniform en transparant huurprijsbeleid (voor zowel nieuwbouw, leegstand als dubbel gebruik) ontwikkelen; ▪ Het verder ontwikkelen van de kaders voor het investeren in brede voorzieningen samen met maatschappelijke partners zoals de kinderopvang, zorg en wijkvoorzieningen. Hierbij dient aandacht te zijn voor o.a.: ─ Investering en eigendom van aanvullende ruimten; ─ Duur van de overeenkomsten; ─ Het wel/niet vorderen van aanvullende ruimten; ─ Wijze van bepalen huurprijzen; ─ Beheer en exploitatie (afspraken vastleggen in een beheerplan); ─ Risico’s per partij. ▪ In de nota ‘medegebruik en verhuur van onderwijsgebouwen’ (maart 2010) zijn heldere kaders geformuleerd. Deze nota kan worden geactualiseerd; ▪ Als de kaders bepaald zijn, worden door middel van een pilotproject de geformuleerde kaders getoetst en verfijnd.

2.4 Financiële kader Om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting te waarborgen, investeren de gemeente en schoolbesturen vanuit een vast kader in de schoolgebouwen. Het bekostigen van de opgenomen ambities wordt in deze paragraaf vertaald naar (financiële) uitgangspunten, die gehanteerd worden in dit IHP. We maken daarbij onderscheid tussen de investering vanuit de gemeente en de investering vanuit het schoolbestuur per scenario.

2.4.1 Investering gemeente De gemeente is vanuit de wet verantwoordelijk voor het bekostigen van nieuwbouw, uitbreiding en (vooruitlopend op wetgeving) renovatie. De normvergoeding van de VNG bedraagt momenteel € 2.607, - per m² bvo. Uitgaande van de beschreven visie ten aanzien van duurzaamheid en binnenklimaat dient in de huidige markt rekening gehouden te worden met de volgende investeringskosten per scenario. Onderstaande bedragen zijn prijspeil 2020 en incl. btw:

▪ Nieuwbouw: € 2.950, - per m² BVO (o.b.v. BENG (wettelijk verplicht per 1-1-2021), Frisse Scholen klasse B en aardgasvrij).

www.icsadviseurs.nl 13/53

▪ Vernieuwbouw: De beschikbare vergoeding vanuit de gemeente is gelijk aan de (norm)vergoeding in geval van nieuwbouw, € 2.950, - per m² BVO. Uitgangspunt voor de gemeentelijke bijdrage is de permanente ruimtebehoefte (m² bvo) van de school over een periode van 15 jaar. Dit kan afwijken van de werkelijke omvang van het gebouw.

▪ Revitalisatie: De gemeente draagt bij aan het verduurzamen van het gebouw en het verbeteren van het binnenklimaat. Voor het uitvoeren van deze ingrepen draagt de gemeente 30% van de vergoeding voor nieuwbouw bij. Dit resulteert in een gemeentelijke bijdrage van € 885,- per m² BVO (o.b.v. de capaciteit van het schoolgebouw).

▪ In stand houden: De gemeente bekostigt het uitvoeren van een scan. Met de scan wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om het gebouw te verduurzamen, gasloos te maken en/of het binnenklimaat te verbeteren. Afhankelijk van de problematiek van het gebouw wordt de insteek van de scan bepaald. De financiële effecten van het aardgasvrij maken van bestaande gebouwen worden pas inzichtelijk, zodra de plannen ten aanzien van de transitievisie Warmte verder uitgewerkt en gereed zijn. De bekostiging en kostenverdeling dient nader uitgewerkt te worden.

2.4.2 Investering schoolbestuur Het onderhouden en daarmee het in stand houden van de schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Zij stellen hiervoor een Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) op. In het geval van nieuwbouw en vernieuwbouw dragen de schoolbesturen boven op de investering van de gemeente bij aan het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities en het verbeteren van hun exploitatie. Per scenario komt dit uit op de volgende bijdrage.

▪ Nieuwbouw en vernieuwbouw: Aanvullend op de bijdrage van de gemeente dragen de schoolbesturen bij aan het behalen van verdere duurzaamheidsambities (ENG/0-op-de-meter) en het verbeteren van hun exploitatie. Als richting voor de aanvullende bijdrage door de schoolbesturen wordt uitgegaan van een bedrag van €100,- tot €150,- per m² bvo. Deze eenmalige bijdrage valt te dekken uit een besparing op de energielasten, besparing op het DMOP en (rijks)subsidies (zoals de SDE+). Het is per situatie verschillend welke maatregelen noodzakelijk zijn om de aanvullende ambitie te realiseren.

De investering vanuit de schoolbesturen wordt onderbouwd met een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage. De businesscase geeft inzicht in de volgende zaken: ─ De benodigde ingrepen om het hogere kwaliteitsniveau te realiseren; ─ De investeringskosten van deze ingrepen; ─ Het effect van de ingrepen op de exploitatie (incl. het effect op onderhoud;) ─ De verwachte terugverdientijden.

De voorwaarde is dat de investering van het schoolbestuur zich binnen 7 á 12 jaar terugverdient.

▪ Revitalisatie: Bij revitalisatie is een aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur niet noodzakelijk. Wel worden onderhoudswerkzaamheden, waar mogelijk, gekoppeld aan het moment van revitalisatie. In dat geval draagt het schoolbestuur bij vanuit haar reguliere onderhoudsbudget.

▪ In stand houden: Het schoolbestuur zet haar materiele in stand houdingsvergoeding in voor het bekostigen van het onderhoud en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen. Indien de uitkomsten van de scan naar het verduurzamen, aardasvrij maken en verbeteren van het binnenklimaat aanleiding geven tot het doorvoeren van maatregelen zijn de schoolbesturen in principe verantwoordelijk voor de bekostiging. De maatregelen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan natuurlijke momenten in het MJOP. Indien het voor de schoolbesturen niet haalbaar blijkt de maatregelen vanuit de reguliere middelen te bekostigen, is een aanvullende bijdrage vanuit de gemeente mogelijk noodzakelijk. De financiële effecten worden inzichtelijk, zodra de plannen ten aanzien van de warmtevisie verder uitgewerkt en gereed zijn. Aansluitend gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek over de bekostiging van de maatregelen.

www.icsadviseurs.nl 14/53

3. Inzicht en beoordeling

3.1 Nulmeting Alle onderwijsgebouwen als onderdeel van het IHP 3e fase zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst is de schoolbesturen gevraagd de gebouwen te beoordelen. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor breed inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets en bijbehorende toelichting zijn toegevoegd in bijlage 2 en 3 van het bijlage document. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de hoofdthema’s waarop de onderwijsgebouwen beoordeeld zijn.

3.1.1 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen drie criteria:

▪ Technische staat; ▪ Functionele staat; ▪ Binnenklimaat.

De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de eigen onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. Deze beoordeling en de context vanuit het onderwijs, hebben zij toegelicht in een individueel interview. De uitkomsten van de beoordeling zijn weergegeven in figuur 1 en 2.

Technische staat De technische staat geeft inzicht in de kwaliteit van de installaties en de binnen- en buitenkant van het gebouw. Op technische kwaliteit worden 17 van de 41 gebouwen goed beoordeeld. Dit betreft voor een deel de jongere gebouwen. Van 23 gebouwen is de technische kwaliteit matig. Dit houdt in dat de gebouwen verouderd zijn en er regelmatig gebreken aan het gebouw of de installaties worden geconstateerd. Bij één gebouw worden vaak gebreken geconstateerd en is de technische kwaliteit slecht.

www.icsadviseurs.nl 15/53

Functionele staat De functionele staat geeft aan in welke mate het gebouw het onderwijsconcept faciliteert. Hierin spelen niet alleen onderwijsruimten en het speelplein een rol, maar ook de werkomgeving van de staf, facilitaire voorzieningen en veiligheid komen aan bod. Bij 15 gebouwen wordt de functionele staat als goed beoordeeld. Deze gebouwen beschikken over voldoende ruimte om verschillende onderwijsvormen (klassikaal en individueel) onder te brengen. 24 gebouwen ‘scoren’ matig, en 2 gebouwen scoren slecht op het onderdeel functionaliteit. Deze gebouwen sluiten niet (geheel) meer aan op de wensen die vanuit het onderwijs aan de gebouwen worden gesteld. Het uitvoeren van onderwijs gerelateerde activiteiten of het implementeren van vernieuwende onderwijsconcepten wordt belemmerd door de functionaliteit van het gebouw.

Binnenklimaat De beoordeling van het binnenklimaat geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren wordt. Opvallend is dat slechts bij 5 gebouwen er geen klachten zijn over het binnenklimaat. Bij de overige 36 gebouwen zijn er in meer en mindere mate geregeld klachten ten aanzien van de temperatuur en/of ventilatie in het gebouw. Deze klachten komen ook voor bij een aantal jongere gebouwen. Het ontbreken van mechanische ventilatie dan wel slecht werkende of ingewikkelde mechanische installaties zijn daarvan de oorzaak.

KWALITEIT FINANCIËN Goed Matig Slecht Goed Matig Slecht Niet bekend

1 2 2 1 8

20 23 24 13 34

9 20 17 15 11 5

TECHNISCH FUNCTIONEEL BINNENKLIMAAT ONDERHOUD ENERGIE

Figuur 1 - Weergave beoordeling kwaliteit Figuur 2 - Weergave beoordeling financiën

3.1.2 Financiën Het thema financiën geeft inzicht in de exploitatielasten (onderhouds- en energielasten) van de onderwijsgebouwen. Deze kosten zijn voor rekening van de schoolbesturen. Binnen deze beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoudslasten, waarbij gekeken wordt naar het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor de komende 10 jaar, en energielasten, waarbij gekeken wordt naar de afschriften van de afgelopen jaren. De kosten zijn vervolgens vergeleken met een door ICSadviseurs opgestelde benchmark (2018). De benchmark bevat schoolgebouwen van uiteenlopende bouwjaren uit heel Nederland en is daarmee een representatieve database. De vergelijking van de kosten met de benchmark heeft als doel om te beoordelen hoe het gebouw ‘scoort’. Figuur 2 maakt de beoordeling van de financiën op basis van de benchmark inzichtelijk.

www.icsadviseurs.nl 16/53

Onderhoud Voor de schoolgebouwen zijn de onderhoudslasten in beeld gebracht op basis van de verwachte onderhoudskosten zoals opgenomen in het MJOP. Deze bedragen zijn omgerekend naar een jaarlijks gemiddelde aan onderhoudslasten per vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo). Dit gemiddelde is vervolgens afgezet tegen de gemiddelde onderhoudskosten uit de benchmark opgesteld door ICSadviseurs, die € 34,- per m² bvo voor PO-scholen per jaar bedraagt (inclusief btw). De besturen is gevraagd de geraamde onderhoudskosten aan te leveren. Opgemerkt dient te worden dat er onderlinge verschillen in uitgangspunten en opgenomen onderhoudswerkzaamheden bestaan. Bij ongeveer de helft van de gebouwen, 20 gebouwen, liggen de onderhoudslasten hoger liggen dan het landelijk gemiddelde. Van 9 gebouwen geldt dat de onderhoudslasten conform het landelijke gemiddelde zijn. Voor 11 gebouwen geldt dat de verwachte lasten lager liggen dan het gemiddelde. Van één gebouw zijn de onderhoudslasten niet in beeld, dit gaat om een schoolgebouw in de plint van een wooncomplex dat wordt gehuurd van Kennemerwonen.

Energie De energielasten van de onderwijsgebouwen zijn vastgesteld op basis van de meest recente jaarafrekeningen van het gas-, water- en elektraverbruik. Ook deze jaarlijkse lasten zijn afgezet tegen de gemiddelde energielasten uit de benchmark van ICSadviseurs. De gemiddelde jaarlijkse energielasten uit de benchmark bedragen € 12,- per m² bvo voor PO-scholen (inclusief btw).

Bij de helft van de schoolgebouwen liggen de energielasten lager dan het landelijk gemiddelde. Een verklaring is te vinden in het feit dat de wat jongere gebouwen energiezuiniger zijn en duurzame maatregelen, zoals zonnepanelen, zijn toegepast. De oudere gebouwen beschikken vaak niet over een mechanische ventilatiesystemen, wat impact heeft op het energieverbruik. Bij 13 gebouwen zijn de energielasten conform het landelijk gemiddelde. Voor acht gebouwen geldt dat de energielasten boven het landelijk gemiddelde liggen. In de meeste gevallen zijn dit oudere gebouwen die slecht geïsoleerd zijn en waar duurzame toepassingen ontbreken.

3.1.3 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2036. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. De leerlingprognose is toegevoegd in bijlage 4. De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, augustus 2020) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Tabel 1 geeft een overzicht van de historie en de verwachte leerlingenprognose per wijk. De kolom historie (2020) geeft de oktobertelling van 2019 weer.

Historie Prognose → Verschil ∆ 2020 - Leerlingaantal 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2036 Daalmeer/Koedijk 1.265 1.217 1.170 1.136 1.118 1.119 1.125 1.1127 1.134 -131 Huiswaard 920 956 962 953 937 934 937 934 925 +5 De Mare 1.240 1.188 1.132 1.106 1.092 1.086 1.096 1.100 1.108 -132 Zuid/Centrum 1.831 1.779 1.749 1.728 1.728 1.740 1.751 1.767 1.772 -59 Oudorp 1.072 1.090 1.091 1.089 1.077 1.070 1.070 1.066 1.061 -11 West 998 980 952 931 931 933 942 946 946 -52 Overdie 350 353 355 364 365 367 371 372 372 +22 Schermer/ 858 812 792 799 810 835 864 877 888 +30 Graft-de Rijp TOTAAL 8.534 8.375 8.203 8.106 8.058 8.084 8.156 8.189 8.206 -328 Tabel 1: Leerlingenprognoses primair onderwijs per wijk

www.icsadviseurs.nl 17/53

Uit de tabel is op te maken dat in Alkmaar in het primair onderwijs over het geheel een daling in het leerlingaantal wordt verwacht. Onderlinge verschillen op wijkniveau zijn echter waarneembaar. De grootste afname wordt verwacht in de wijken Daalmeer/Koedijk en De Mare. Voor de wijken Huiswaard, Overdie en Schermer/Graft-De Rijp geldt dat de prognose hier juist een toename van het aantal leerlingen laat zien.

Voor het speciaal onderwijs zijn geen prognoses beschikbaar. Deze doelgroep laat zich moeilijk prognosticeren. De verwachting van de bestuurders in het S(B)O dat het leerling aantal op zijn minst stabiel blijft. De leerling ontwikkeling is echter afhankelijk van de wijze waarop het S(B)O zich in de toekomst organiseert.

Woningbouwontwikkelingen De prognose van deze basisgeneratie vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar met name ook de aannames in groei en trends voor de toekomst. Een belangrijk component daarvan zijn de woningbouwontwikkelingen. In de gehanteerde prognoses zijn de harde ontwikkelingen opgenomen. Dat wil zeggen dat de ontwikkelingen concreet zijn en de effecten op de leerling ontwikkeling bekend zijn.

De ontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal maken nog geen onderdeel uit van de prognoses. De vertaling naar leerlingprognoses is momenteel niet te maken omdat de fasering en het te realiseren aantal en type woningen onbekend is. Per deelgebied is echter wel een schatting gemaakt van het aandeel nieuwe woningen. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de schatting nieuwe woningen per deelgebied van het Alkmaars Kanaal.

Deelgebied Alkmaars Kanaal Schatting aantal nieuwe woningen Viaanse Molen 5.400 RWZI 1.600 Overstad 2.500 Oudorp 2.300 Overdie 950 TOTAAL 12.750 Tabel 2: Inschatting nieuwe woningen Alkmaars Kanaal

Het is de verwachting dat er op de lange termijn in de gemeente Alkmaar veel woningen worden gerealiseerd als onderdeel van het Alkmaars Kanaal. Als gevolg van deze woningenbouwplanning kan het effect op de leerlingaantallen groot zijn. Aangezien de status van de woningbouwontwikkelingen de komende jaren concreter wordt, is het van belang bij de herijking van het IHP de status van de woningbouwontwikkelingen en de ontwikkeling van het leerlingaantal te actualiseren door middel van nieuwe prognoses.

www.icsadviseurs.nl 18/53

4. Knelpunten en oplossingen

Aan de hand van alle verzamelde gegevens die verwerkt zijn in de factsheets, is een knelpuntenanalyse gemaakt in de vorm van een zogenoemde kansenkaart. Ieder schoolgebouw is in de kansenkaart beoordeeld op kwaliteit, financiën en vraag & aanbod, hieronder vallen de volgende aspecten:

▪ Kwaliteit – Functionele en technische staat van het gebouw ten behoeve van onderwijs en multifunctioneel gebruik; ▪ Financiën – Onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark; ▪ Vraag & aanbod – Toekomstige (2036) verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognoses.

De combinatie van kleuren in de kansenkaarten geven de noodzaak tot ingrijpen weer. Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een alternatief huisvestingsscenario. Geel (oranje) geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Rood geeft op korte termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Gemeente en schoolbesturen hebben de kansenkaarten (evenals de factsheets) gezamenlijk vastgesteld. De factsheets en kansenkaart vormen een belangrijke basis en vertrekpunt voor het formuleren van scenario’s en huisvestingsplanning in dit IHP. De kansenkaarten zijn toegevoegd in bijlage 5.

Op de volgende pagina’s zijn de beoordelingen van de schoolgebouwen voor het IHP fase 3 in de gemeente Alkmaar voor het primair onderwijs per wijk weergegeven. Door de regionale functie van het speciaal (basis) onderwijs is deze kansenkaart voor de gehele gemeente opgesteld.

Oplossingsrichtingen Doormiddel van de analyse van de schoolgebouwen is inzichtelijk gemaakt voor welke schoolgebouwen een huisvestingsscenario ontwikkeld dient te worden. Op basis van de analyse worden per schoolgebouw oplossingsrichtingen genoemd. De oplossingsrichtingen richten zich op de korte termijn (0-5 jaar), de lange termijn (5-15 jaar), en het binnenklimaat.

www.icsadviseurs.nl 19/53

Deel I - Primair onderwijs Bij het weergeven en beschrijven van de scholen in het primair onderwijs is gebruikgemaakt van een onderverdeling in wijken binnen de gemeente Alkmaar, te weten:

Wijkindeling Daalmeer/Koedijk De Mare Oudorp Huiswaard Zuid/Centrum West Overdie De kernen in Schermer/Graft-De Rijp

4.1 Daalmeer/Koedijk

De Zandloper – Ronduit Onderwijs De Zandloper is gehuisvest in een gebouw uit 1968. Het gebouw is in 2009 uitgebreid ten behoeve van het huisvesten van de peuterspeelzaal (SKOA Zandmannetje). Daarnaast maakt Kinderopvang Broer Konijn gebruik van het gebouw voor het faciliteren van de BSO. Het gebouw is verouderd. Met name het binnenklimaat vraagt om aandacht. De gebruikers ervaren klachten over de ventilatie en de temperatuur. Ook sluit het gebouw functioneel niet geheel aan bij de wensen vanuit het onderwijs. De te verwachten exploitatielasten liggen onder het landelijk gemiddelde. Dit maakt het, de komende jaren, een betaalbaar gebouw in gebruik. De prognose laat een lichte afname van het aantal leerlingen zien. De capaciteit van het gebouw sluit aan bij de behoefte.

De Cocon – Ronduit Onderwijs Dit gebouw is gerealiseerd in 1989 en heeft een renovatie gehad in 2008. Daarnaast is het gebouw in 2009 uitgebreid. Kinderopvang Kits Oonlie maakt gebruik van onderwijsruimte. De technische staat van het gebouw is goed, maar de komende jaren worden hoge onderhoudslasten verwacht. De gebruikers zijn tevreden over de functionaliteit van het gebouw. Het binnenklimaat laat daarentegen te wensen over. Op basis van een scan is aangetoond dat er problemen zijn met de ventilatie en de temperatuur.

www.icsadviseurs.nl 20/53

Het leerlingenaantal daalt, volgens de prognose, de komende jaren naar onder de opheffingsnorm. Het schoolgebouw heeft te maken met een normatief ruimteoverschot. Dit ruimteoverschot biedt kansen om maatschappelijke partners in het gebouw te huisvesten.

Erasmus – SAKS De Erasmus is gehuisvest in een gebouw uit 1990. In 2009 is het gebouw uitgebreid met drie lokalen en een teamkamer. Momenteel wordt tijdelijke huisvesting ingezet voor de peuteropvang. De technische staat van het gebouw is goed. De functionaliteit wordt echter als matig beoordeeld. Het gebouw is klassikaal van opzet, wat niet aansluit bij het moderne onderwijs. Het gebouw heeft enkel natuurlijke ventilatie, dit leidt tot klachten bij gebruikers over het binnenklimaat. De exploitatielasten liggen onder het landelijk gemiddelde. Met name de te verwachten onderhoudslasten voor de komende jaren zijn laag. Het is de verwachting dat het aantal leerlingen licht afneemt waardoor de school onder de opheffingsnorm komt.

De Cilinder- Ronduit Onderwijs De Cilinder biedt montessorionderwijs en is een nevenvestiging van het Liereland. De school is gehuisvest in de plint van een wooncomplex waar ook de kinderopvang en een wijkcentrum zijn gehuisvest. De gemeente huurt het schoolgebouw van Kennemerwonen en heeft een huurcontract tot 2026. Het gebouw is gerealiseerd in 2011 en passend hierbij zijn de verwachte onderhoudslasten de komende jaren laag. Gezien het bouwjaar is de technische staat van het gebouw goed. De functionaliteit en het binnenklimaat worden als matig beoordeeld. Opvallend is dat ondanks het relatief nieuwe bouwjaar er veel klachten zijn over de ventilatie en de temperatuur. Het aantal leerlingen op deze locatie ligt momenteel onder de opheffingsnorm en de komende jaren wordt een daling in het aantal leerlingen verwacht. Normatief heeft het schoolgebouw te maken met een flink ruimteoverschot.

Liereland – Ronduit Onderwijs / ‘t Baeken 2 – SAKS (schoolcomplex) Liereland en ’t Baeken 2 zijn gehuisvest in een schoolcomplex. Het schoolcomplex is in 1983 gerealiseerd. De technische staat van het gebouw en het binnenklimaat worden als matig beoordeeld. De onderhoudslasten van het schoolcomplex zijn hoog. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de gemeente in 2023 veel vervangingswerkzaamheden heeft gepland in het MJOP. Liereland geeft aan tevreden te zijn met de functionaliteit van het gebouw. Voor ’t Baeken geldt echter dat zij de onderwijsruimten en werkomgeving staf als matig beoordelen. Het aantal leerlingen op het Liereland neemt naar verwachting de komende jaren af. Het leerling aantal komt daarmee onder de opheffingsnorm terecht. Het gebouw heeft nu en in de toekomst te maken met een normatief ruimteoverschot. Een deel van dit ruimteoverschot wordt ingevuld door peuterspeelzaal Kits Oonlie. ’t Baeken 2 is een dislocatie van ’t Baeken 1. Ook het aantal leerlingen op ’t Baeken 2 daalt naar verwachting de komende jaren licht. De school heeft te kampen met een groot normatief ruimteoverschot, ondank het ruimtegebruik van BSO de Rollebol (Bolschip).

Rudolf Steinerschool – Stichting Vrije Scholen Ithaka De Rudolf Steinerschool is gehuisvest in een gebouw uit 1981. Op het schoolplein staat een separate gymzaal. Het karakteristieke pand is verouderd en de technische staat is matig. De komende jaren wordt er veel onderhoud verwacht. Ook de functionaliteit van het gebouw wordt door de gebruikers als matig aangeduid. Het gebouw beschikt niet over kleine ruimten waar in kleine groepen gewerkt kan worden. Door het ontbreken van een luchtbehandelingssysteem zijn er tevens problemen met het binnenklimaat. De komende jaren wordt, volgens de prognose, een lichte daling verwacht van het aantal leerlingen. Het gebouw heeft normatief te maken met klein ruimteoverschot. Een deel van dit ruimteoverschot wordt ingezet door BSO De Vlinderboom.

www.icsadviseurs.nl 21/53

Fase 0-5 jaar Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen (de kwaliteit en het ruimteoverschot) worden op korte termijn de volgende ingrepen voorgesteld.

▪ Vernieuwbouw van de Rudolf Steinerschool in 2024. Samen met het schoolbestuur wordt, op basis van een vernieuwbouwplan, onderzocht welke (onderhouds) investeringen al eerder kunnen worden uitgevoerd ▪ (Ver)nieuwbouw Liereland in combinatie met De Cilinder in 2025 ▪ (Ver)nieuwbouw van ‘t Baeken 2 in 2025

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fase 5-15 jaar Op basis van de presentatie van de schoolgebouwen komen de volgende schoolgebouwen in aanmerking voor een ingreep in de periode na het IHP fase 3. Voor deze projecten zijn de investeringen geen onderdeel van dit IHP. Te zijner tijd dienen de oplossingen en bijbehorende investering voor onderstaande gebouwen onderzocht te worden.

▪ De Zandloper ▪ De Cocon ▪ Erasmus

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Binnenklimaat De volgende schoolgebouwen ondervinden problemen met het binnenklimaat. Voor deze gebouwen is op korte termijn onderzoek nodig om te beoordelen welke maatregelen nodig zijn om het binnenklimaat te verbeteren.

▪ De Zandloper ▪ De Cocon ▪ Erasmus

www.icsadviseurs.nl 22/53

4.2 De Mare

Woningbouw Viaanse Molen De wijk De Mare grenst aan de grootschalige woningbouwontwikkeling Viaanse Molen. De Viaanse Molen is het eerste gebied dat vanuit het Alkmaars Kanaal herontwikkeld gaat worden. In totaal zullen hier 5.400 woningen worden gebouwd. Naar verwachting worden de eerste woningen in de periode van 2021-2025 gerealiseerd. Daarmee heeft de ontwikkeling van de Viaanse Molen direct effect op de korte termijn oplossingen in dit IHP. Echter is deze ontwikkeling niet verwerkt in de gehanteerde leerlingprognoses. Nader onderzoek naar de fasering, locatie en type woningen is nodig om tot concrete en realistische oplossingen voor de onderwijshuisvesting te komen.

DURV! Elgerweg – Stichting Tabijn Het gebouw van DURV! Elgerweg is gerealiseerd in 1983 en is in 1987 uitgebreid met twee kleuterlokalen. Technisch gezien is het gebouw verouderd. Het gebouw beschikt niet over mechanische ventilatie en door de aanwezige hoekkozijnen is natuurlijk ventileren lastig. Over het binnenklimaat zijn er dan ook veel klachten. De gebruikers zijn tevreden over de functionaliteit van het gebouw. De exploitatielasten van het gebouw liggen rond het landelijk gemiddelde. Het leerlingaantal bevindt zich onder de opheffingsnorm en neemt de komende jaren af. Het gebouw heeft te maken met een groot normatief overschot aan ruimte.

De Vlieger – Ronduit Onderwijs Het gebouw van De Vlieger is gerealiseerd in 1980. De technische staat van het gebouw is redelijk. Over de functionaliteit zijn de gebruikers niet geheel tevreden. Het gebouw is klassikaal van opzet en beschikt over een grote inpandige ruimte die niet geschikt is voor het onderwijs. Ook in dit gebouw ondervinden de gebruikers klachten over de ventilatie en temperatuur in het gebouw. Het is de verwachting dat het leerlingaantal de komende jaren wat afneemt. Naast de school maakt ook SKOA permanent gebruik van een ruimte in het gebouw. Normatief gezien heeft het gebouw te maken met ruimteoverschot.

www.icsadviseurs.nl 23/53

1e Montessorischool – Allente De 1e Montessorischool is naast de Cilinder de enige school in Alkmaar die het montessorionderwijs verzorgt. Het gebouw is gebouwd volgens het montessori concept en voldoet functioneel gezien aan de wensen van de gebruikers. Het gebouw is gerealiseerd in 1980 en in 2005 voorzien van een kleine uitbreiding. De verwachte onderhoudslasten zijn hoog. Naast de school maakt ook de peuterklas permanent gebruik van het gebouw. Het leerlingaantal ligt onder de opheffingsnorm en het gebouw is groter dan de ruimtebehoefte. Dit betekent dat het gebouw te kampen heeft met een normatief ruimteoverschot.

De Sterrenwachter - Ronduit / De Burijn – SAKS (schoolcomplex) De Sterrenwachter en de Burijn zijn gehuisvest in een schoolcomplex. Het schoolcomplex is gerealiseerd in 1981 en in 2000 na een brand gedeeltelijk herbouwd. De kwaliteit van het gebouw is matig. Technisch gezien is het gebouw verouderd en de gebruikers ervaren klachten aan het binnenklimaat. De verwachte onderhoudslasten zijn hoog. Er zijn veel ingrepen nodig om de kwaliteit op peil te houden. De Burijn telt van de twee aanwezige scholen de meeste leerlingen en heeft een momenteel een ruimtetekort. Naar verwachting neemt het leerlingaantal de komende jaren wat af. Als deze ontwikkeling doorzet, neemt het ruimtetekort af en is de school passend gehuisvest. Het leerlingaantal op de Sterrenwachter ligt daarentegen onder de opheffingsnorm. Het is de verwachting dat het aantal leerlingen nog licht afneemt. De Sterrenwachter heeft te kampen met een ruimteoverschot. Een deel van dit ruimteoverschot wordt gebruikt door ondersteuningsklassen (een groeiklas en externe plusklas) van het samenwerkingsverband.

Het Kompas – SAKS (schoolcomplex) Het kompas maakt ook deel uit van een schoolcomplex, samen met de Klas op Wielen, SKOA en fysiotherapie. Het gebouw is gerealiseerd in 1978. Het gebouw is klassikaal van opzet en biedt geen ruimte aan het integreren van vernieuwende onderwijsconcepten. Ook de werkomgeving van de staf en facilitaire voorzieningen laten te wensen over. Het ontbreken van mechanische ventilatie zorgt voor problemen met het binnenklimaat en het reguleren van de temperatuur. Het vele geplande onderhoud resulteert de komende jaren in hoge onderhoudslasten. Het leerlingaantal neemt de komende jaren, volgens de prognoses, licht af. Het ruimteoverschot in het gebouw blijft daarmee in stand en wordt naar de toekomst toe groter. De school heeft de wens om ook in de toekomst samen met de Klas op Wielen gehuisvest te blijven.

www.icsadviseurs.nl 24/53

Fase 0-5 jaar De woningbouwontwikkeling in de Viaanse Molen dient gemonitord te worden zodat de effecten op de onderwijshuisvesting op de korte termijn concreet worden. In een te formeren werkgroep blijven de schoolbesturen en gemeente in nauw overleg over deze ontwikkeling. Zodra de effecten van de woningbouwontwikkelingen bekend zijn, worden in de werkgroep de scenario’s voor de onderwijshuisvesting bepaald (en vervolgens in het BOLO vastgesteld). In dit IHP is voor de fase 0-5 jaar en vooruitlopend op verdere planvorming financieel rekening gehouden met het verplaatsen dan wel nieuwbouwen van één schoollocatie in de Viaanse Molen en (ver)nieuwbouw van één bestaande locatie.

Werkgroep Viaanse Molen Regie: Gemeente Partijen: schoolbesturen, afdeling onderwijshuisvesting/vastgoed, afdeling ruimtelijke ontwikkeling Start werkgroep: Q4 2022 Bepalen scenario’s 0-5 jaar: Q3 2023 Uitvoering scenario’s: 2026-2028 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fase 5-15 jaar Afhankelijk van de woningbouwplanning in de Viaanse Molen en het scenario voor fase 0-5 jaar kan de invulling voor de langere termijn bepaald worden. Gezien de staat van de gebouwen in De Mare dient hier rekening gehouden te worden met het vervangen van vier schoollocaties. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Binnenklimaat De volgende schoolgebouwen ondervinden problemen met het binnenklimaat. Voor deze gebouwen is op korte termijn onderzoek nodig om te beoordelen welke maatregelen nodig zijn om het binnenklimaat te verbeteren.

▪ DURV! Elgerweg ▪ De Vlieger ▪ 1e Montessorischool ▪ De Sterrenwachter ▪ De Burijn ▪ Het Kompas

www.icsadviseurs.nl 25/53

4.3 Oudorp

Woningbouw Oudorp In de wijk Oudorp wordt een gebied herontwikkeld als onderdeel van het Alkmaars Kanaal. Naar schatting zullen in dit gebied 2.300 nieuwe woningen worden gerealiseerd. De invulling en planning van deze woningbouwontwikkeling is nog onduidelijk en zullen de komende jaren concreter worden. De effecten op de onderwijshuisvesting zijn nog niet inzichtelijk. In dit IHP kan derhalve niet ingespeeld worden op de woningbouw in Oudorp.

Zes Wielen – Ronduit Onderwijs De Zes Wielen is verdeeld over drie locaties, de Munnikenweg, Oudorperdijkje en de Saturnusstraat. Het gebouw aan de Munnikenweg is de hoofdlocatie en is gerealiseerd in 1930. De kwaliteit is matig, het gebouw is verouderd en voldoet niet meer aan de huidige eisen. Er zijn veel klachten over het binnenklimaat. De exploitatielasten zijn hoog. Met name het onderhoud aan dit gebouw is kostbaar. Het aantal leerlingen bevindt zich onder de opheffingsnorm en het gebouw is normatief te groot. De leerling ontwikkeling is stabiel en het gebouw biedt normatief gezien voldoende ruimte. De dislocatie Oudorperdijkje betreft een gebouw dat door de gemeente gehuurd wordt van Kennemerwonen. De huurovereenkomst loopt nog tot mei 2025. De technische staat van het gebouw is goed. Functioneel gezien voldoet het gebouw niet aan de onderwijskundige wensen en eisen van de gebruikers. De lokalen en het binnenplein zijn klein. Het aantal leerlingen bevindt zich onder de opheffingsnorm. De dislocatie aan de Saturnusstraat is gerealiseerd in 1974. Het gebouw verkeert in een matige staat. Technisch gezien is het gebouw verouderd en de gebruikers ervaren veel klachten met het binnenklimaat. De Saturnusstraat is de grootste locatie van de Zes Wielen. De leerling ontwikkeling op deze locatie is stabiel.

Het gebouw heeft te maken met een normatief ruimteoverschot, maar een groot gedeelte van dit ruimteoverschot van de school wordt ingezet door De Kinderkamer ten behoeve van kinderopvang.

DURV! Amstelstraat - Stichting Tabijn DURV! Amstelstraat is één van de drie DURV! locaties in Alkmaar. Het gebouw aan de Amstelstraat is gerealiseerd in 2014 en verkeert in goede staat. De gebruikers zijn tevreden met het gebouw. De exploitatielasten liggen onder het gemiddelde, mede omdat het gebouw is uitgevoerd volgens het passief bouwen concept. Met dit concept wordt bespaard op de energielasten. Het is de verwachting dat de

www.icsadviseurs.nl 26/53

leerling ontwikkeling stabiel blijft. Het aantal leerlingen bevindt zich echter onder de opheffingsnorm. Hierdoor heeft het gebouw te kampen met een fors ruimteoverschot. Momenteel verkent Tabijn samen met Heliomare de samenwerking in het kader van het passend onderwijs. Het ruimteoverschot in het gebouw biedt kansen om deze samenwerking tot stand te brengen.

Regenboog Meidoornlaan – SAKS Het schoolgebouw is gerealiseerd in 1971 en in 2010 uitgebreid met drie lokalen. De staat van het oorspronkelijke gebouw is matig. Dit bouwdeel kampt met lekkages en houtrot. Ook heeft het gebouw geen ventilatiesysteem waardoor klachten over het binnenklimaat ontstaan. Het gebouw is klassikaal van opzet, hetgeen niet geheel aansluit bij het onderwijskundige concept. De leerling ontwikkeling is stabiel. Ondanks het gebruik van het speellokaal door de BSO heeft de school een normatief ruimteoverschot.

Sterrenzanger – Stichting Vrije Scholen Ithaka De Sterrenzanger beschikt over twee locaties, dichtbij elkaar gelegen. Het gebouw aan de Mercuriusstraat betreft de hoofdlocatie. Dit gebouw is gebouwd in 1970 en in 2010 grootschalig gerenoveerd. De kwaliteit van het gebouw is matig. Het gebouw is verouderd en er zijn problemen met het binnenklimaat. Het gebouw aan de Raadhuisstraat huisvest de kleuterklassen en de Vlinderboom (BSO en peuteropvang). Dit gebouw is gerealiseerd in 1971. De technische staat van het gebouw is matig. Het gebouw heeft geen luchtbehandelingssysteem waardoor het binnenklimaat tot problemen leidt. De verwachte onderhoudslasten van dit gebouw zijn hoger dan gemiddeld, wat het een duur gebouw in gebruik maakt. Het is de verwachting dat het leerling aantal op beide locaties stabiel blijft. Nu en in de toekomst biedt het gebouw voldoende ruimte.

Fase 0-5 jaar De wijk Oudorp kenmerkt zich door een relatief hoog aantal kleine schoollocaties. Op bestuurlijk niveau gaan de betreffende schoolbesturen met elkaar in overleg over het toekomstbestendig huisvesten van de leerlingen in Oudorp in relatie tot voedingsgebieden, schoolgrootte en spreiding. Voor de periode 0-5 jaar is vooruitlopend op de planvorming financieel rekening gehouden met het vervangen van één schoollocatie in Oudorp. Het doel van dit overleg is om gezamenlijk op korte termijn tot een scenario voor de komende 5 jaar te komen.

Werkgroep Oudorp Regie: Schoolbesturen Partijen: schoolbesturen, afdeling onderwijshuisvesting/vastgoed Start werkgroep: Q3 2022 Bepalen scenario 0-5 jaar: Q3 2023 Uitvoering scenario: 2026-2028 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Fase 5-15 jaar Voor de langere termijn dient beoordeeld te worden wat de effecten van de woningbouwplannen in Oudorp gaan zijn op de leerling ontwikkeling. Afhankelijk van de woningbouwplanning en het scenario voor fase 0-5 jaar kan de invulling voor de lange termijn bepaald worden. Gezien de staat van de gebouwen in Oudorp dient hier rekening gehouden te worden met het vervangen van twee schoollocaties. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Binnenklimaat De volgende schoolgebouwen ondervinden problemen met het binnenklimaat. Voor deze gebouwen is op korte termijn onderzoek nodig om te beoordelen welke maatregelen nodig zijn om het binnenklimaat te verbeteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10362135/1