CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Onderbouwing BOPA Picassolaan, Alkmaar (06-10-2025)

Gemeenteraad 24 november 2025, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Picassolaan afwijken omgevingsplan voor maximaal 340 woningen14.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing BOPA Picassolaan Gemeente Alkmaar

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Picassolaan

Status:

definitief

Datum:

06-10-2025

Projectnummer Buro SRO:

SR240227

Projectmedewerkers

Dhr. J.J. van Nuland | Mw. F.F.L. Zandstra

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Gemeente Alkmaar

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.burosro.nl

pagina 2 van 44

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding en ambitie

4

1.2

Aanduiding plangebied

4

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

5

1.4

Leeswijzer

6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

2.1

Participatie

7

2.2

Bestuurlijk overleg

7

3

Huidige situatie

8

4

Planbeschrijving

9

5

Toetsing aan omgevingsplan

10

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

10

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

10

6

7

Beleid

11

6.1

Rijksbeleid

11

6.2

Provinciaal beleid

13

6.3

Regionaal beleid

17

6.4

Gemeentelijk beleid

18

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

19

7.1

Verkeer en parkeren

19

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

22

7.3

Geluid

23

7.4

Activiteiten en milieuzonering

25

7.5

Luchtkwaliteit

27

7.6

Archeologie en cultuurhistorie

27

7.7

Bodem

28

7.8

Trillingen

30

7.9

Omgevingsveiligheid

31

7.10

Natuur

33

7.11

Water

38

7.12

M.e.r.-beoordeling

41

8

Financiële haalbaarheid

42

9

Conclusie

43

pagina 3 van 44

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en ambitie

Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op een ontwikkeling aan de Picassolaan. De gemeente Alkmaar is voornemens om maximaal 340 woningen verdeeld over drie woonblokken in dit gebied te laten realiseren. De stedenbouwkundige onderbouwing en uitgangspunten gebiedsontwikkeling Picassolaan is opgenomen als bijlage 1 (FARO, d.d. 1 oktober 2025). De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege) van de gemeente Alkmaar. Derhalve dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) van het tijdelijke omgevingsplan afgeweken te worden. Met deze eerste vergunningaanvraag voor de activiteit afwijken van het omgevingsplan worden, na verlening van de vergunning, de gronden aan een ontwikkelende partij verkocht. Deze omgevingsvergunning wordt het ruimtelijk kader, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 30 oktober 2024, vormen het kader waarbinnen de verdere ontwikkeling van het plangebied vorm zal krijgen.

1.2

Aanduiding plangebied

De planlocatie bevindt zich in het zuidwesten van Alkmaar. De planlocatie staat kadastraal bekend onder de gemeente Alkmaar, sectie E, perceelnummers 5252 en 6114, en betreft een totale oppervlakte van 34.351 m². Op navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Globale ligging planlocatie, rood omkaderd (bron:)

pagina 4 van 44

Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron:)

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.

Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.

2.

Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a.

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl);

b.

als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden.

Conform artikel 12.27a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om de BOPA te faseren. Door middel van deze BOPA wordt voor de voorgenomen ontwikkeling eerst een planologisch basisbesluit aangevraagd voor de locatie en het gebruik van de toekomstige woningen. Op grond van artikel 8.0a lid 2 van het Bkl wordt de omgevingsvergunning in dit geval alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontbrekende onderdelen zullen in de opvolgende aanvraag ter beoordeling worden opgenomen.

pagina 5 van 44

In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken, die met zes weken verlengd kan worden. In sommige gevallen kan het college echter bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In beide gevallen bestaat de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Bij de uitgebreide procedure bestaat de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een algehele conclusie getrokken.

pagina 6 van 44

2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

2.1

Participatie

Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De initiatiefnemer is in veel gevallen verplicht om te participeren met de betrokkenen. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hoort een beschrijving van de wijze waarop de participatie plaats heeft gevonden en wat daarvan het resultaat is. Op 14 mei 2024 is het participatieplan gedeeld met buurtbewoners. Hierin zijn het participatieproces en de planning toegelicht. Daarnaast zijn enkele stellingen opgenomen waarin de voorkeur van de buurtbewoners werd gevraagd. In de raadsinformatiebrief van 15 oktober 2024 zijn de resultaten van deze bewonerspeilingen opgenomen. In totaal zijn circa 1.200 brieven gestuurd om deel te neme aan de online bewonerspeiling. Het aantal deelnemers was 115, wat neerkomt een responspercentage van circa 10%. Op 14 november 2024 is een bewonersavond georganiseerd, waar uiteindelijk 30 bewoners aanwezig waren. Tijdens deze sessie zijn de resultaten van de inwonerspeiling toegelicht, zijn mogelijke ruimtelijke varianten besproken en is input verzameld voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan. De bijeenkomst en het stedenbouwkundig ontwerp werd positief ontvangen en leverde aanvullende inzichten op ten aanzien van groenvoorzieningen, verkeersveiligheid en voorkeuren voor woningtypen. Het participatieverslag is opgenomen als bijlage 2.

2.2

Bestuurlijk overleg

In het kader van bestuurlijk overleg wordt het initiatief voorgelegd aan de vooroverlegpartners. De uitkomsten van het wettelijk vooroverleg worden hier nog opgenomen.

pagina 7 van 44

3

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het westelijk deel van de stad in de wijk ‘De Hoef’ en binnen het plangebied is leegstaande bebouwing aanwezig. Het plangebied werd eerder gebruikt als COA-terrein voor asielzoekers, het was een Regionaal Wooncentrum. Dit wooncentrum is sinds 1 juli 2024 niet meer bewoond. Ten noorden van het plangebied zijn voornamelijk woningen en enkele maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Aan de oostzijde van de planlocatie ligt een spoorlijn, met daarachter woningen. Ten zuiden van de locatie ligt de Martin Luther Kingweg (N9), met daarachter uitgestrekte agrarische gronden. Tot slot zijn aan de westkant recentelijk woningen gebouwd in de vorm van drie woonblokken. Dit grenst aan de Hoevervaart met daarachter Aert de Gelderlaan. De ligging vlak bij de N9, gecombineerd met de nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer, maakt het plangebied een belangrijk en goed geïntegreerd onderdeel van Alkmaar. Onderstaande afbeelding toont een impressie huidige situatie

3D-impressie huidige situatie (bron: FARO)

pagina 8 van 44

4

Planbeschrijving

Het planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 340 woningen verdeeld over drie woonblokken. Het woningaanbod bestaat uit een gevarieerde mix van woningtypen voor verschillende doelgroepen, waaronder eengezinswoningen, maisonnettes en twee- en driekamerappartementen. Daarnaast wordt nog een maatschappelijk gebouw gerealiseerd. De stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op een bottom-up benadering, waarbij de nadruk ligt op de typologie van de gebouwen als belangrijkste bouwstenen voor het totale plan. De drie woonblokken zijn op een trapsgewijze wijze vormgegeven en variëren in hoogte, wat zorgt voor een speels en gevarieerd straatbeeld. Deze trapsgewijze opbouw biedt tevens voordelen voor de bezonning van de woningen en de lichttoetreding tot de openbare ruimte. Voor nadere informatie over de beoogde situatie wordt verwezen naar bijlage 1a. De hoogste delen van de woonblokken zijn bewust georiënteerd naar het zuiden, waar zich de N9 bevindt. Deze oriëntatie fungeert enerzijds als een geluidsscherm richting de drukke verkeersader en biedt anderzijds de mogelijkheid om geluidsluwe zones aan de noordzijde van de blokken te realiseren. Hierdoor kunnen aan de noordzijde stille buitenruimtes worden ingericht.

De ontwikkeling vindt plaats in een groene context, waarbij bestaande bomen zoveel mogelijk worden ingepast en nieuwe beplanting een belangrijke rol speelt in de ruimtelijke kwaliteit van het plan. De beeldvorming laat zien dat de woonblokken zorgvuldig zijn ingepast in het bestaande landschap, met behoud van waardevolle groenstructuren. De gebouwen staan verspreid in het groen, waardoor het gevoel van wonen in een parkachtige omgeving wordt versterkt. Binnen het plan is parkeergelegenheid op maaiveldniveau voorzien. Daarnaast wordt de Picassolaan heringericht, waarbij aan beide zijden van de weg parkeerplaatsen worden aangelegd. In het midden van de weg komt een groene berm met aanvullende parkeervoorzieningen. Door de positionering van de parkeervoorzieningen uit het directe zicht van de hoofdontsluitingsstructuren, blijft het groene karakter van het plan behouden. Door de trapsgewijze opbouw, de oriëntatie op de omgeving en de sterke landschappelijke inpassing, ontstaat een aantrekkelijk woonmilieu dat goed aansluit bij zowel de stedelijke als natuurlijke kwaliteiten van de locatie. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde situatie weer.

pagina 9 van 44

3D-impressie beoogde situatie (bron: FARO)

5

Toetsing aan omgevingsplan

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken thans onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor de locatie gold het bestemmingsplan ‘Alkmaar Zuid-West’ (vastgesteld op 16 mei 2013 door de gemeente Alkmaar), waarin de gronden voorzien zijn van de bestemming ‘Wonen’, met de functieaanduiding ‘asielzoekerscentrum’. Deze gronden zijn bestemd voor een asielzoekerscentrum met bijbehorende voorzieningen als portiers-, recreatie-, cursus-, en bijeenkomstgebouwen. Voor een deel van het plangebied is een maatvoering opgenomen, dit gebied mag slechts voor 50% bebouwd zijn en er geldt een maximale bouwhoogte van 10 m. De voorgenomen ontwikkeling is niet toegestaan binnen het tijdelijk omgevingsplan. Derhalve dient buitenplans afgeweken te worden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan middels een BOPA.

Uitsnede van voormalig bestemmingsplan ‘Alkmaar Zuid-West’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Wonen’, met de functieaanduiding ‘asielzoekerscentrum’. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt dit aantal overschreden. Daarnaast worden de beoogde woonblokken hoger dan 10 m, waarmee de maximale bouwhoogte worden overschreden. Tot slot wordt de maximale maatvoering van 50% bebouwingspercentage overschreden. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

pagina 10 van 44

6

Beleid

6.1

Rijksbeleid

6.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

sterke en gezonde steden en regio's;

4.

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde prioriteit, waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. Gezien de aard en omvang van het initiatief is de NOVI verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.

6.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en

b.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

pagina 11 van 44

Planspecifiek Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor wat gezien wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wel zijn in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Met de beoogde ontwikkeling worden maximaal 340 woningen gerealiseerd. Derhalve is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dienen de ‘treden van de ladder’ doorlopen te worden. Behoefte Bij een stedelijke ontwikkeling dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. De aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De omvang van de stedelijke ontwikkeling betreft maximaal 340 woningen verdeeld over een drietal woonblokken met een bouwhoogte van maximaal 9 bouwlagen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling. De behoefte aan de woningen komt nader aan bod in paragraaf 6.2.3. Op basis hiervan is de conclusie gerechtvaardigd dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Bestaand stedelijk gebied In bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bestaand stedelijk gebied als volgt omschreven: ‘op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen.’ Rondom het plangebied zijn reeds woon- en bedrijfsgebouwen aanwezig. Het plangebied maakt onderdeel uit van dit stedenbouwkundig samenstel. Uitgaande van de definitie als omschreven in het Bkl kan het plangebied dan ook aangemerkt worden als stedelijk gebied.

pagina 12 van 44

6.2

Provinciaal beleid

6.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door de Provinciale Staten. Deze vervangt de structuurvisie voor ruimtelijke ordening, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie uit de voorziene Wet natuurbescherming. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Daarbij wordt er uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: a.

Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend.

b.

Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert.

c.

Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden.

d.

Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.

e.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling sluit nauw aan bij de beweging 'sterke kernen, sterke regio's'. Deze beweging streeft ernaar om op duurzame wijze de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. Daarnaast richt zij zich op het behouden of ontwikkelen van de karakteristieke identiteit van dorpen, steden en regio’s, met oog voor hun bijdrage aan de circulaire economie. Het is van belang dat regio’s vitaal blijven en zich verder kunnen ontwikkelen, waarbij de lokale kenmerken en kwaliteiten worden versterkt. Binnen de voorgestelde ontwikkeling worden maximaal 340 woningen gerealiseerd, bestaande uit zowel appartementen, eengezinswoningen en maisonnettes, in het stedelijk gebied van Alkmaar. Dit gebied kenmerkt zich door een diversiteit aan voorzieningen, waaronder een groot aantal woningen. De toevoeging van deze nieuwe woningen draagt bij aan het versterken van de bestaande identiteit van de stad door het voorzien in extra woonruimte. Daarnaast worden de woningen gasloos en volgens de BENG methode gebouwd, wat bijdraagt aan de duurzaamheid. Gezien deze aspecten kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie NH2050.

pagina 13 van 44

6.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De laatste versie van de Omgevingsverordening NH2022 is op 1 juli 2025 in werking getreden. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn omgezet conform de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn gebieden benoemd waar uitgebreid omschreven staat welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Enkele voorbeelden van deze zogeheten ‘werkingsgebieden’ zijn het Landelijk Gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Provinciale Wegen. Deze gebieden en de bijbehorende regels zijn opgenomen in een digitale kaart (Regels op de kaart). Zo is in een oogopslag duidelijk welke regels waar gelden in Noord-Holland. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

▪

Het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur;

▪

Het behoud en herstel van de biologische diversiteit; en

▪

Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Planspecifiek Artikel 6.13 van de Omgevingsverordening NH2022 stelt dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Voor kleinschalige ontwikkelingen (geen nieuwe stedelijke ontwikkeling) geldt dat er buiten het landelijk gebied geen bijzondere eisen vanuit de verordening van toepassing zijn. In navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op het (regionaal) woningbouwbeleid. Risico’s van klimaatverandering In artikel 6.75 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat bij een omgevingsplan rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken op het risico op: a.

Wateroverlast;

b.

Overstroming;

c.

Hitte;

d.

Watertekort;

e.

Verzilting;

f.

Verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit.

Wateroverlast Uit de Klimaatatlas van de provincie Noord-Holland blijkt dat het plangebied niet gevoelig is voor extreme neerslag. Het plangebied is momenteel deels verhard.

pagina 14 van 44

Overstroming Uit raadpleging van de overstromingskaart van de Klimaatatlas van Noord-Holland blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen overstromingskans is. De omgeving van het plangebied heeft een extreem kleine kans op overstroming (<1/30.000 per jaar). Hitte Ter plaatse van het plangebied is op dit moment geen sprake van een hoge temperatuur vergeleken met de omgeving. De hittestress zal nauwelijks toenemen vergeleken met de huidige situatie, omdat in het plangebied in beide gevallen bijna volledig verhard is. Om zoninstraling in de zomer te en oververhitting in de woningen te beperken, is rekening gehouden met de oriëntatie van de gebouwen. Daarnaast is voldoende afstand tussen gebouwen van belang voor natuurlijke ventilatie en schaduwvorming. Het integreren van hoog groen en het beperken van verharding dragen bij aan het verlagen van de omgevingstemperatuur. Er wordt niet verwacht dat er sprake zal zijn van hittestress. Droogte In het plangebied is droogte op basis van de Klimaatatlas geen probleem. Waar mogelijk wordt water in het groen vastgehouden binnen het plangebied. Daarnaast is er voldoende oppervlaktewater aanwezig rondom het plangebied. Verzilting Verzilting is het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van bodem of water. Dit kan veroorzaakt worden door overstromingen vanuit zee.

Het plangebied bevindt zich niet in de buurt van de zee, waardoor gesteld kan worden dat er geen sprake zal zijn van verzilting. Verslechtering ecologische en chemische waterkwaliteit Binnen het plan worden geen werkzaamheden uitgevoerd die de waterkwaliteit zouden kunnen beschadigen. Verslechtering van de waterkwaliteit zal niet aan de orde zijn. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de provinciale omgevingsverordening

6.2.3 Woonagenda 2020-2025 De Woonagenda 2020-2025 vormt de uitvoeringsagenda van de provincie Noord-Holland voor de periode tot 2025. De provincie heeft als doelstelling dat zij wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Eén van de belangrijkste speerpunten uit de Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Hierbij zet de provincie vooral in op woningbouw op plekken waar het ruimtelijk goed past en waar de voorzieningen goed geregeld zijn. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de vraag van de verschillende doelgroepen en er wordt ook gekeken naar de bestaande woningvoorraad. De provincie NoordHolland vraagt in haar Woonagenda 2020-2025 aan regio’s om, samen met de provincie, Woonakkoorden op te stellen, met daarin afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied.

pagina 15 van 44

Planspecifiek Het plangebied valt binnen het Woonakkoord Regio Alkmaar. In paragraaf 6.3.1 wordt op dit woonakkoord ingegaan.

6.2.4 Monitor Woningbouw 2024 In 2023 werden in Noord-Holland 11.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd en zijn 4.400 duizend woningen toegevoegd aan de woningvoorraad door transformatie en woningsplitsing. Dit resulteert in een bruto groei van 15.400 woningen. De bouwopgave in de woondeals voor 2023 was een bruto groei van 18.800 woningen. Dit doel is niet gehaald. De achterstand was 3.400 woningen. Aan de woningvoorraad werden 2.400 woningen onttrokken. De netto groei van de woningvoorraad in 2023 kwam hiermee uit op 13.000 woningen. Het aantal huishoudens in Noord-Holland nam in 2023 toe met 17.600. De groei van de woningvoorraad kon, met 13.000 woningen, deze toename van de vraag niet bijhouden. Dit betekent dat het woningtekort in 2023 is gestegen. Begin 2024 lag het woningtekort op 5,8 procent. Om het woningtekort terug te dringen naar het streefniveau, zijn 44.100 woningen extra nodig bovenop de groei van de woningbehoefte. Doordat de bevolkingsgroei in de eerste helft van 2024 lager ligt dan in voorgaande jaren, is vooralsnog in 2024 meer gebouwd dan de toename van de woningvraag. Hierdoor daalt het woningtekort. Alle gemeenten in Noord-Holland hebben tot 2050 een bruto plancapaciteit (alle geplande te bouwen woningen) van 410.800 woningen. De harde plancapaciteit (woningen in een onherroepelijk of vastgesteld bestemmingsplan) ligt op 108.500.

Noord-Holland heeft absoluut van alle provincies de hoogste harde en zachte plancapaciteit. Voor de resterende Woondealperiode 2023-2030 zijn 205.000 woningen gepland bij een restopgave van 140.800 woningen. Hiervan hebben 96.300 woningen een harde planstatus.

Planspecifiek Uit de Monitor Woningbouw 2024 blijkt dat er een groot woningtekort is in de provincie Noord-Holland. Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 340 woningen in verschillende woningtypes en sectoren. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de woningvoorraad in de provincie Noord-Holland. Tevens wordt door het toevoegen van nieuwe woningen een bijdrage geleverd aan de doorstroming van de woningmarkt.

pagina 16 van 44

6.3

Regionaal beleid

6.3.1 Woonakkoord Regio Alkmaar Regio Alkmaar heeft samen met de provincie Noord-Holland dit Woonakkoord 2021- 2025 opgesteld. Hierin is aangegeven welke woonopgaven er liggen, wat de gewenste richting is en welke afspraken daarbij passen. Regio Alkmaar bestaat uit zeven gemeenten: Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest. Het Woonakkoord is een nieuw beleidsinstrument van de provincie Noord-Holland met als hoofddoel om voldoende woningen te realiseren. Het Woonakkoord is de opvolger van het instrument Regionale Actie Programma’s (RAP) en is tegelijkertijd in veel opzichten een voortzetting van bestaand beleid of eerdere regionale samenwerkingsafspraken. In het woonakkoord wordt de urgentie van een woningtekort in de Regio Alkmaar onderkent en worden meerdere knelpunten die momenteel in de regio spelen benoemd. Er komt een steeds grotere, meer diverse groep in de knel op de woningmarkt in Regio Alkmaar:

▪

Jonge mensen hebben het als starter meer dan gemiddeld moeilijk op de woningmarkt. Ze moeten hierdoor langer thuis blijven wonen;

▪

Mensen kunnen na een scheiding geen passende woning vinden;

▪

Mensen met middeninkomens die in de regio werken, kunnen geen betaalbare woning vinden. Denk hierbij aan leraren, zorgpersoneel, brandweerlieden en politieagenten;

▪

Oudere mensen willen vaak wel doorstromen naar een meer geschikte woning, maar lang niet altijd is er passend aanbod te vinden.

In het woonakkoord zijn diverse afspraken gemaakt om de woningmarkt weer gezond te krijgen. Zo is in het woonakkoord afgesproken dat er tot 2030 minstens 2.000 woningen per jaar bijgebouwd moeten worden voor een totaal van 31.500 woningen voor 2040. Daarbij wil de Regio Alkmaar dat de verstedelijkingsopgave voor wonen en werken zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied en nabij OV-knooppunten wordt gerealiseerd. Ook wordt in het woonakkoord ingespeeld op diverse woonmilieus en de voldoening van de lange termijnbehoefte met onder meer tussenvormen voor de stap tussen thuis wonen en wonen in een verpleeghuis. Dit is een belangrijk aspect aangezien de inwoners van Regio Alkmaar steeds ouder worden en het aandeel een- en twee persoonshuishoudens groeit.

Planspecifiek Het beoogde plan voorziet de aanleg van maximaal 340 woningen in verschillende prijsklassen waardoor er woningen vrijkomen voor verschillende doelgroepen. Als gevolg hiervan is de verwachting dat de doorstroming in de lokale woningmarkt zal verbeteren. Het beoogde plan is in overeenstemming met het regionale woonakkoord.

pagina 17 van 44

6.4

Gemeentelijk beleid

6.4.1 Omgevingsvisie Alkmaar 2040 Op 5 oktober 2017 heeft de gemeente Alkmaar haar omgevingsvisie Alkmaar 2040 vastgesteld. Daarin worden de kaders geschetst waarbinnen de gemeente om wil gaan met ontwikkelingen die zich voordoen. De omgevingsvisie is een integraal strategisch document dat zich richt op het versterken van de omgevingskwaliteit van de stad en omliggende dorpen. De gemeente heeft in de omgevingsvisie haar ambities voor de stad en het buitengebied geformuleerd voor bewoners en bezoekers. Naast de ambities voor de ontwikkeling van de stad Alkmaar wordt in de omgevingsvisie ingezet op een toekomstbestendig en innovatief landelijk gebied. De omgevingsvisie zet in op een compacte stad. Alkmaar maakt optimaal gebruik van de schaalgrootte van de stad en beschouwt de relatief kleine schaal van de stad als duidelijk pluspunt. De keuze om niet verder uit te breiden, houdt het omringende landelijk gebied vrij van stedelijke bebouwing. De keuze voor een compacte stad houdt in dat alle stedelijke ontwikkelingen worden opgevangen in de bestaande stad. Op termijn leidt dit tot verdere verdichting van de stad. Uitgangspunt is daarom dat verdichting geen doel op zich is, maar alleen acceptabel is wanneer deze bijdraagt aan de structurele kwaliteit van de stad en daarmee de omgevingskwaliteit positief beïnvloedt.

Het plan voorziet in verdichting die bijdraagt aan de structurele kwaliteit en de omgevingskwaliteit positief beïnvloedt. In de omgevingsvisie is voor de korte termijn opgenomen dat de gemeente kiest voor een vermindering met 20% van CO2 emissie in 2020 en dat de nieuwbouw in de nabije toekomst energieneutraal is. Voor de langere termijn geldt een energie neutrale regio Noord-Holland Noord in 2040 welke in 2050 geheel aardgasvrij moet zijn.

Planspecifiek Het voorliggende plan betreft een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij de bestaande bebouwing wordt vervangen door een nieuw appartementencomplex. Deze verdichting heeft een positieve invloed op de omgevingskwaliteit. Daarnaast voldoen de appartementen aan de geldende duurzaamheidsnormen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Alkmaar 2040.

pagina 18 van 44

7

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

7.1

Verkeer en parkeren

7.1.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt.

Planspecifiek Voor de geplande woningbouwontwikkeling aan de Picassolaan in Alkmaar is inzicht nodig in de effecten op het verkeer. Er is een verkeersonderzoek opgesteld door Goudappel (zie bijlage 3). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de geplande realisatie van maximaal 340 woningen aan de Picassolaan in Alkmaar (waarbij 77 bestaande woningen worden gesloopt), is een verkeersonderzoek uitgevoerd met het verkeersmodel Noord-Kennemerland voor het prognosejaar 2040. De analyse beoordeelt zowel de verkeersintensiteiten als de verkeersafwikkeling op relevante wegen en kruispunten in de omgeving. De verkeersgeneratie blijft grotendeels beperkt tot de directe omgeving van de ontwikkeling. De grootste toename is circa 1.300 motorvoertuigen per etmaal op de Picassolaan tussen het plangebied en de Aert de Gelderlaan. Volgens de Wegenscan passen de intensiteiten bij de functie van de wegen, maar de huidige inrichting (50 km/h zonder vrijliggende fietspaden) voldoet niet aan de landelijke en gemeentelijke richtlijnen. Aanpassing van de inrichting of verlaging van de snelheid wordt aanbevolen. Het kruispunt N9 – Aert de Gelderlaan functioneert matig, met cyclustijden van 105–114 seconden en lange wachtrijen tijdens de spits.

Deze situatie doet zich zowel in de autonome als in de plansituatie voor; de woningbouwontwikkeling heeft hierin geen verslechterend effect. Het kruispunt Aert de Gelderlaan – Picassolaan functioneert goed in beide situaties, met lage verliestijden en korte wachtrijen, ook voor fietsverkeer. Conclusie De ontwikkeling is verkeerskundig uitvoerbaar. De verkeersintensiteiten zijn passend, maar aandacht is nodig voor de verkeersveiligheid door aanpassing van de weginrichting of snelheidsregime. De belangrijkste kruispunten kunnen het verkeer goed blijven verwerken. Er kan gesteld worden dat het aspect verkeer geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

pagina 19 van 44

7.1.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type functie. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen.

Planspecifiek Voor de realisatie van circa 330 woningen (maximaal 340) is een groot aantal parkeerplaatsen benodigd. Faro heeft de parkeerbehoefte berekend voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de normen van

de

‘Parkeernormennota Alkmaar

2025-2027’

parkeerbehoefte weer.

Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling (bron: FARO)

pagina 20 van 44

aangehouden.

Navolgende

afbeelding

geeft

deze

Op basis van de benodigde parkeerplaatsen is door FARO een parkeerbalans opgesteld. Navolgende afbeelding geeft deze parkeerbalans weer.

Parkeerbalans (bron: FARO)

Uit de parkeerbalans blijkt dat in totaal 375 parkeerplaatsen nodig zijn, 276 voor bewoners en 100 voor bezoekers. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aan de behoefte conform de ‘Parkeernormennota Alkmaar 2025-2027’ voldaan. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de mogelijkheid dat in de toekomst een parkeerregime in de deze wijk wordt ingevoerd. Om hierop te anticiperen worden alle 276 bewonersparkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Binnen de gemeente Alkmaar wordt dit principe aangeduid als POET: Parkeren Op Eigen Terrein. Navolgende afbeelding geeft de indeling van het plangebied inclusief parkeerplaatsen weer.

Indeling plangebied inclusief parkeerplaatsen (bron: FARO)

pagina 21 van 44

Onder elk van de drie woongebouwen bevindt zich een halfopen parkeervoorziening geïntegreerd in de plint van het gebouw. Deze zijn direct toegankelijk vanaf het maaiveld en visueel onderdeel van het plintontwerp. De parkeerplekken worden logisch toegewezen aan de woningen in de directe nabijheid, waardoor een duidelijke koppeling ontstaat tussen woning en parkeerplaats. Dit draagt bij aan een overzichtelijke en functionele inrichting van het plangebied. De Picassolaan wordt opnieuw ingericht en in het midden wordt een parkeereiland met schuingeplaatste vakken onder 45 graden gerealiseerd, waardoor auto’s automatisch langzamer rijden. Tussen de vakken is ruimte voor forse bomen, die zorgen voor een groene, beschutte uitstraling. De twee rijrichtingen worden gescheiden langs dit groene middengebied, wat het oversteken overzichtelijk en veilig maakt. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect parkeren geen belemmering vormt.

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De Rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw, die nu zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. De gemeente Alkmaar heeft het duurzaamheidsbeleid vastgesteld in haar Duurzaamheidsprogramma 2020-2024.

Met als basis de doelstellingen die afgesproken in het Klimaatakkoord. Het belangrijkste doel van het programma Duurzaam Alkmaar 2020-2024 is vermindering van CO2. Dat doen we met concrete maatregelen op het gebied van energiebesparing en duurzaam opgewekte energie. Ook in het coalitieakkoord van Alkmaar wordt er duidelijk gesproken over duurzaamheid. Zo wordt er ingezet op zonne-energie en de verduurzaming van woningen. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor de nieuwbouw:

▪

gasloos bouwen

▪

(bijna) energieneutraal bouwen / lokale opwekking duurzame energie

▪

circulair bouwen / wateradaptie

▪

duurzame mobiliteit

pagina 22 van 44

Planspecifiek De beoogde appartementengebouwen worden volledig gasloos en conform de BENG-normen gerealiseerd, wat bijdraagt aan een duurzame en energiezuinige leefomgeving. Door het gebruik van duurzame technieken wordt de CO₂-uitstoot aanzienlijk verminderd, wat niet alleen goed is voor het klimaat, maar ook de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en omwonenden ten goede komt. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan een groene inrichting: het plangebied wordt omgeven door water aan twee zijden, is rijk aan bomen en ook de binnenterreinen van de woonblokken worden groen en natuurinclusief ingericht. Dit vergroot het wooncomfort en stimuleert een gezonde, natuurlijke leefomgeving. Het aspect duurzaamheid en gezondheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

7.3

Geluid

De regels voor geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De kern is dat geluidgevoelige gebouwen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl) wordt gedefinieerd als een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:

▪

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of

▪

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Het

beschermen

van

een

geluidgevoelige

gebouw

gebeurt

aan

de

hand

van

vastgestelde

geluidaandachtsgebieden, waarbij instructieregels gelden. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen.

Planspecifiek Woningen zijn geluidgevoelige gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de lokale (spoor)wegen in de directe omgeving. Derhalve is akoestisch onderzoek naar weg- en railverkeerlawaai uitgevoerd (Movares, bijlage 4). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies weergegeven. Geluid van de rijksweg N9 Het verkeersgeluid van de rijksweg N9 is het dominante geluidsbronniveau in en rond het plangebied. Voor vrijwel alle gevels die direct op de N9 zijn georiënteerd, wordt de grenswaarde van 60 dB Lden overschreden, met een maximale waarde van 65 dB Lden. Diverse geluidmaatregelen zijn onderzocht:

▪

Het toepassen van stiller asfalt heeft nauwelijks effect, omdat er al stil asfalt (DDL-A) ligt; overstappen op DDL-B levert slechts 1 dB reductie op.

▪

Alleen zeer hoge geluidsschermen zijn effectief voor alle bouwlagen, maar zijn stedenbouwkundig niet wenselijk of haalbaar.

pagina 23 van 44

▪

Lagere schermen (bijv. 3 meter) bieden enkel effect op de onderste bouwlagen.

▪

Effectieve alternatieven zijn het afsluiten van doorgangen tussen woonblokken met hoge muren (eventueel met een open poort) en het plaatsen van korte, hoge schermen op lagere bebouwing, waardoor geluidluwe zijden gerealiseerd kunnen worden.

▪

Bouwkundige oplossingen, zoals afsluitbare loggia’s aan de geluidbelaste zijde, kunnen zorgen voor een acceptabel binnenklimaat. In dat geval moet in het omgevingsplan worden vastgelegd dat het gaat om een niet-geluidgevoelige gevel met aanvullende maatregelen.

Geluid van de gemeentelijke wegen De ontwikkeling ligt nabij gemeentelijke wegen, waarvan de Picassolaan de belangrijkste is. Door het plan neemt het verkeer op deze weg lokaal toe. Dit leidt bij enkele nieuwe woningen tot overschrijding van de standaardwaarde (53 dB Lden) met maximaal 3 dB. Bestaande woningen ondervinden een geluidsverhoging van meer dan 1,5 dB, wat als indirecte hinder wordt beschouwd. De voorgenomen herinrichting van de Picassolaan als 30 km/uur-weg met klinkerverharding in keperverband levert een geluidreductie op van circa 3 dB. Daarmee worden de negatieve effecten voldoende gecompenseerd en zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Geluid van het spoorverkeer Aan de oostzijde van het plangebied zorgt het spoorverkeer voor een geluidsbelasting boven de grenswaarde van 65 dB Lden, met een maximum van 69 dB Lden. Onderzochte maatregelen:

▪

Bronmaatregelen, zoals raildempers, verlagen het geluid met 2 à 3 dB, maar voorkomen geen overschrijding van de grenswaarde en worden daarom niet doelmatig geacht.

▪

Hoge geluidschermen zijn technisch effectief, maar stedenbouwkundig niet goed inpasbaar.

▪

Net als bij de N9 kunnen specifieke afschermende maatregelen tussen gebouwen en op daken effectief zijn om geluidluwe gevels te creëren.

▪

Ook hier kunnen bouwkundige maatregelen, zoals afsluitbare loggia’s, bijdragen aan een acceptabel akoestisch klimaat. Daarbij moet in het omgevingsplan worden vastgelegd dat het een niet-geluidgevoelige gevel betreft.

Uit praktijkgegevens over 2021 blijkt dat de feitelijke geluidsbelasting door het spoorverkeer ongeveer 5 dB lager ligt dan geregistreerd. ProRail onderzoekt momenteel of op landelijke schaal geluidproductieplafonds kunnen worden verlaagd, wat mogelijk ook voor dit traject gevolgen heeft. Geluidwering van de gevel Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) moeten nieuwe woningen voldoen aan een maximaal binnenniveau van 33 dB in verblijfsruimten, berekend op basis van de gezamenlijke geluidbelasting. De waarde van het geluid op de gevel wordt vastgelegd in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning (BOPA). Bij nietgeluidgevoelige gevels geldt aanvullend dat de uitwendige scheidingsconstructie al bij de bouw of verbouw moet voldoen aan 3 dB extra geluidwering. Deze verplichting is bedoeld als voorzorgsmaatregel met het oog op toekomstige functiewijzigingen. Er kan gesteld worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

pagina 24 van 44

7.4

Activiteiten en milieuzonering

De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2024 de uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ gepubliceerd. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van 'milieuhinderlijke activiteiten' onder de Omgevingswet. Het begrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’ wordt gehanteerd om alle (bedrijfs)activiteiten met een hindercontour vanwege geur- en/of geluidproductie in één passende term te vangen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Onder een milieugevoelige activiteit wordt een activiteit verstaan waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een gemeente kan in haar omgevingsplan voorzien in een set regels voor bedrijventerreinen en andere werkterreinen, in het bijzonder voor geluid en geur. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Daarbij geldt: hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteit beschikbaar is.

De inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid en twee zones voor geur. De zones zijn afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten. Zones, waarden en afstanden Voor een milieuhinderlijke activiteit op een bedrijventerrein of ander werkterrein geldt voor geluid de basiswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde tot de grens van het woongebied of op 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. De gemeente heeft de mogelijkheid in het omgevingsplan een zone ‘geluid verruimd’ toe te passen om op bedrijventerreinen, niet zijnde industrieterreinen, ook de zwaardere milieuhinderlijke activiteiten te voorzien van voldoende standaard geluidruimte (50 dB(A) tot maximaal 100 m van eigen terreingrens). Ook kan de zone ‘geluid beperkt’ toegepast worden. In dat geval mag er maximaal 45 dB(A) op de grens van het rustig woongebied geproduceerd worden. Voor geur geldt de basiswaarde 0,5 ouE/m³ als 98-p en 2 ouE/m³ als 99,9-p traploos over eerste 50 meter tot grens woongebied of vanaf de eigen terreingrens. Ook voor geur kan de gemeente een zone ‘verruimd’ of ‘beperkt’ aan een bedrijventerrein of werkterrein toekennen.

Gebiedstypen In de meeste omgevingsplannen worden, behalve regels voor het hele ambtsgebied, ook regels opgenomen voor verschillende gebiedstypen, bijvoorbeeld voor woongebied, centrumgebied, bedrijventerrein, industrieterrein en buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt in twee soorten woongebieden: het gebiedstype ‘rustig woongebied’ en ‘gemengd gebied met wonen’. De gemeente dient in het omgevingsplan de locatie van de gebiedstypen aan te wijzen en hier regels aan te verbinden. Met een rustig woongebied wordt in de handreiking de gebruikelijke woonwijk en woonbuurt bedoeld. Met gemengd gebied met wonen wordt een gebied bedoeld waar een menging van aan een locatie toegedeelde milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten aanwezig is of wordt beoogd. Onder een gemengd gebied met wonen kan ook lintbebouwing en woongebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen worden verstaan. Voor een gemengd gebied met wonen geldt geen functiescheiding met inwaartse zonering. Hierdoor zijn er geen aanvullende planregels nodig die inwaartse zonering vormgeven, zoals die volgens deze handreiking wel gelden op een bedrijventerrein en andere werkterreinen. Het uitgangspunt in een gemengd gebied met wonen is dat hier

pagina 25 van 44

alleen milieuhinderlijke activiteiten gevestigd worden, die naar aard en impact op de omgeving passend zijn. In de basis mag het gebruik niet leiden tot milieuhinder buiten de grens van de bedrijfslocatie, dan wel verder reiken dan de overzijde van de openbare weg waaraan de activiteit ligt. De standaard (gebiedsgerichte) regels in het omgevingsplan (en in eerste instantie de Bruidsschat) bieden de basis om activiteiten wat betreft hun milieugebruiksruimte evenwichtig aan locaties toe te kunnen delen. Bestaande activiteit Wanneer van een bestaande rechtmatige activiteit bekend is dat deze niet voldoet aan de nieuwe milieuwaarden voor geur en geluid, ligt het voor de hand om de bestaande milieugebruiksruimte specifiek (op maat) te regelen. Dit kan bijvoorbeeld via een eigen functieaanwijzing met regels of met een maatwerkvoorschrift. Voor de bestaande activiteiten kan daarom een overgangsbepaling worden opgenomen op basis waarvan een bestaande, maar niet onderkende overschrijding van de waarden onder voorwaarden kan worden voortgezet. Het moet gaan om een rechtmatige en feitelijk aanwezige geluid- of geurbelasting, ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan. Andere milieuthema’s dan geur en geluid Een groot aantal milieuthema’s is al op een andere wijze afdoende gereguleerd, waardoor de VNG-handreiking niet op deze milieuthema’s is gericht.

Het betreft:

▪

Luchtverontreiniging.

▪

Externe veiligheid en gevaar.

▪

Trillinghinder.

▪

Geur door agrarische activiteiten in het buitengebied.

▪

Lichthinder.

▪

Spuitzones.

▪

De hinder door verkeer aantrekkende werking.

Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing gesloopt en er worden circa 300 woningen gerealiseerd. Woningen worden in het kader van activiteiten en milieuzonering gezien als een gevoelige functie. Hierdoor moet enerzijds worden bepaald of de beoogde ontwikkeling omliggende milieubelastende activiteiten niet belemmert in de uitvoering en anderzijds of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de beoogde woningen. Ten behoeve van een goede inpasbaarheid van activiteiten wordt gebruikgemaakt van een transponeringstabel van de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering uit 2024, waarbij ten opzichte van de oude VNG-tabel uit 2009 de kolommen gevaar en stof zijn verwijderd en bij de kolommen geluid en geur de richtafstanden zijn omgezet van richtafstanden naar mate van functiemenging. De tabel vormt samen met een indicatieve lijst voor activiteiten een inschatting voor geluid en geur een hulpmiddel om een inschatting te maken of een bepaalde activiteit past binnen de beschikbare milieugebruiksruimte voor geluid en geur in het omgevingsplan. Ten noordwesten van het plangebied bevinden zich een kerk (Picassolaan 20), een buurthuis (Mesdaglaan 198) en een woonvoorziening voor gehandicapten (Mesdaglaan 200). Deze voorzieningen behoren allemaal tot positie 1.

De beoogde woningen liggen op een grotere afstand dan 30 m van deze voorzieningen, waarmee aan de richtafstand voldaan wordt.

pagina 26 van 44

Er kan geconcludeerd worden dat de aspecten activiteiten en milieuzonering geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

7.5

Luchtkwaliteit

De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in en nabij de zogenoemde aandachtsgebieden aan de rijksomgevingswaarden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Er is een uitzondering voor activiteiten die weinig bijdragen aan luchtvervuiling: niet in betekenende mate (NIBM). Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Standaardgevallen NIBM, conform artikel 5.54 Bkl.

2.

Op een andere manier zoals de NIBM-tool of detailberekeningen.

Planspecifiek De planlocatie ligt niet in een aandachtsgebied luchtkwaliteit, zoals bedoeld in artikel 5.51 lid 2 Bkl. De ontwikkeling van gebouwen met een woonfunctie tot maximaal 1.500 woningen (één ontsluitingsweg) wordt per definitie aangemerkt als project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee is het project in het kader van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar. Met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van receptor wegverkeer 27364178_20164 ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 μg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De specifieke concentraties over 2023 van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5) en (PM10) in het plangebied bedragen respectievelijk gemiddeld 14,8 μg/m³, 6,8 μg/m³ en 14,8 μg/m³. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

7.6

Archeologie en cultuurhistorie

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs

pagina 27 van 44

moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Daarnaast zijn er algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13.8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (13.7 Bal). Gemeenten bepalen zelf of ze voor hun erfgoedbeleid archeologische beleidskaarten en/of cultuurhistorische waardenkaarten (laten) ontwikkelen. De archeologische verwachtingen en cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in archeologische en cultuurhistorische dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemmingen worden opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. In het omgevingsplan van Alkmaar is een algemene vrijstelling van het archeologisch onderzoek opgenomen in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid met een oppervlakte van minder dan 100 m².

Planspecifiek Archeologie Volgens het archeologiebeleid de gemeente Alkmaar is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm -Mv. Omdat deze vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Deze ontwikkeling wordt gefaseerd aangevraagd. Eerst wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van de gronden. De bouwaanvraag wordt later aangevraagd. Bij deze opvolgende aanvraag zal het archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Er dient in de omgevingsvergunning als voorwaarde te worden opgenomen dat het archeologisch onderzoek afgerond moet zijn voordat de werkzaamheden binnen het plangebied uitgevoerd mogen worden. Cultuurhistorie Het plangebied zelf is niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol gebied. In de directe omgeving bevinden zich enkele gemeentelijke monumenten, die op een afstand van meer dan 100 meter van het plangebied liggen. Gezien deze afstand en de aard van de voorgenomen ontwikkeling, wordt niet verwacht dat het plan negatieve gevolgen heeft voor de waarde van deze monumenten.

7.7

Bodem

Een omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd:

▪

Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw;

▪

Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw

pagina 28 van 44

vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89k Bkl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16073863/1