CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota beantwoording zienswijzen

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie9.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie Gemeente Alkmaar oktober 2025

1

1. Inleiding In 2016 is bestuurlijk opdracht gegeven om transformatie van industrieterreinen Oudorp en Overdie te onderzoeken en vorm te geven. Vervolgens is in 2017 de Omgevingsvisie Alkmaar 2040 vastgesteld waarin de ambitie is uitgesproken om bedrijventerrein Oudorp en bedrijventerrein Overdie te transformeren tot aantrekkelijke en stedelijke leefomgevingen, bestaande uit een combinatie van wonen en werken met bijpassende voorzieningen en bedrijvigheid. Om deze ambitie nader te concretiseren heeft de gemeenteraad in 2019 aanvullende kaders vastgesteld, te weten het Omgevingsbeeld Kanaalzone en het Ontwikkelbeeld Overdie. Volgens de Wet geluidhinder is Overdie een gezoneerd industrieterrein en is woningbouw aldaar niet mogelijk. Om woningbouw mogelijk te maken is het noodzakelijk om de geluidzone aan te passen. Hiervoor moet een bestemmingsplanprocedure doorlopen worden. Dit heeft geresulteerd in het bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft met ingang van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tevens heeft er op 17 januari 2024 een inloopbijeenkomst plaatsgevonden, waarbij de gelegenheid is geboden om over het ontwerpbestemmingsplan vragen te stellen aan medewerkers van de gemeente Alkmaar.

Gedurende de termijn van de terinzagelegging zijn er twee zienswijzen ingediend, die beide ontvankelijk zijn. Hieronder volgt een samenvatting van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke reactie/beantwoording daarop. Indien zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, is dat bij de betreffende beantwoording en in de conclusie aangegeven.

2

2. Beantwoording R01

Zienswijzen en beantwoording reclamant 1

1.0

Publicatie Reclamant stelt dat volgens artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening de publicatie in het Gemeenteblad van 2 december 2023 met nummer 544836 had moeten vermelden dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht bij de gemeenteraad en dat zekerheidshalve deze zienswijze tevens moet worden geacht aan de gemeenteraad te zijn gericht. Gemeentelijke beantwoording In het Gemeenteblad staat de gebruikelijke publicatietekst voor het ter inzag leggen van een ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen worden via B&W ingebracht bij de gemeenteraad conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Om deze reden is het niet nodig om hierop te wijzen in de publicatie.

1.1

Grote lawaaimaker Reclamant stelt dat het bedrijf moet worden aangemerkt als een inrichting bedoeld als in artikel 2.1, derde lid en Bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor) (zie Bijlage I, onderdeel C, categorie 11.3 onder c), een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken (ook wel aangeduid als ‘grote lawaaimaker’. De rechten die hieruit en uit artikel 2.2a derde lid, van het Bor (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) voortvloeien, inclusief uitbreidingsmogelijkheden wenst reclamant te behouden. Gemeentelijke beantwoording De inrichting van reclamant was eerder in werking op grond van de op 4 april 2006 en 14 augustus 2007 door het college van Alkmaar verleende milieuvergunningen. In beide vergunningen werd op grond van de Wet milieubeheer een productiecapaciteit van minder dan 100*103 kg betonwaren per dag vergund. Sinds 1 januari 2008 viel de inrichting onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De relevante milieuruimte uit beide vergunningen is middels een maatwerkbesluit van 16 november 2010 vastgelegd.

Nadien is er op 7 juli 2019 met reclamant een AIM-sessie uitgevoerd, heeft reclamant op 5 december 2019 een aanvraag omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OLO-4817787) ingediend en heeft reclamant op 10 december 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verplaatsen van een betoncentrale (OLO-4827821). Uit geen van deze 3 formele referentiemomenten blijkt dat reclamant oever een productiecapaciteit van meer dan 100 ton per dag beschikt of gaat beschikken. Aldus is reclamant geen inrichting als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 en bijlage I onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijnde een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken (grote lawaaimaker). Aldus vloeien uit de huidige vergunde rechten in combinatie met de bestemming tot milieucategorie 4.2 geen verdere rechten voor reclamant.

1.2

Dezonering in plaats van herzonering Reclamant stel dat volgens de publicatie in het gemeenteblad het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een verkleining van de geluidzone, dat het plan volgens de bijbehorende toelichting voorziet in een herzonering en dat blijkens paragraaf 3.2 van de toelichting de gehele geluidzone wordt verwijderd. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbestemmingsplan (en het definitief vast te stellen bestemmingsplan) betreft inderdaad de volledige dezonering van het industrieterrein Overdie en heeft geen gevolgen voor de geluidzones van de bedrijventerrein Oudorp aan de noordzijde en bedrijventerrein Boekelermeer aan de zuidzijde van Overdie. Die geluidzones blijven in stand. Een en ander zal in de toelichting van het definitieve bestemmingsplan en bij de ter visie legging correct worden verwoord.

3

1.3

Gebiedsaanduiding Reclamant stelt met verwijzing naar artikel 2.5 van de planregels dat aan zijn percelen de gebiedsaanduiding 'overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' is toegekend. Hierdoor zou reclamant feitelijk worden wegbestemd en iedere uitbreidingsmogelijkheid worden ontnomen. Gemeentelijke beantwoording Zoals eerder is geantwoord is reclamant geen inrichting als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 en bijlage I onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht. Reclamant is geen 'grote lawaaimaker' en kan onder het thans voor de inrichting vastgestelde maatwerkvoorschrift op de huidige locatie de thans toegestane werkzaamheden blijven uitvoeren.

1.4

Maximale geluidemissie Reclamant kan de verwijzing in artikel 2.1 van de planregels naar artikel 29 van de planregels van het bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' niet plaatsen. In dat artikel 29 staat opgenomen dat buiten de aanduiding 'geluidzone-industrie' vanwege de bedrijventerreinen Oudorp, Overdie en Boekelermeer de geluidbelasting niet meer mag bedragen van 50 dB(A) Gemeentelijke beantwoording Uit de Wgh volgt dat de geluidbelasting buiten de zone vanwege het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. Dit moet terugkomen in het ontwerpbestemmingsplan en kan niet als zelfstandige planologische maatregel worden ingesteld. De geluidzone van bedrijventerrein Oudorp is reeds aangepast via het plan 'Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp'. Feitelijk wordt alleen de geluidzone van industrieterrein Boekelermeer in het plangebied gedefinieerd middels het plan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp'. Artikel 29 verwijst praktisch dus alleen nog naar de geluidzone van Boekelermeer.

1.5

Bestemming Bedrijf-2 Reclamant stelt dat blijkens artikel 2.1 van de planregels voor het overige de regels uit bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' onverminderd van toepassing blijven, en vraagt zich daarom af of op grond van de bestemming 'Bedrijf-2' volgens bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' inrichtingen mogen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, niettegenstaande de aanwezigheid van de aanduiding 'overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan'. Gemeentelijke beantwoording Op grond van bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ is binnen bestemmingsvlakken Bedrijf -2 de vestiging van bedrijven uit milieucategorie 1 tot en met 4 uit de Staat van Bedrijven toegestaan. Aanvullend wordt door middel van het vast te stellen bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie de gebiedsaanduiding "geen zoneringsplichtige bedrijven toegestaan"(zie het artikel 2.5) van kracht. Dit betekent dat op de betreffende gronden nog altijd bedrijven uit milieucategorie 1 tot en met 4 kunnen worden gevestigd, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige bedrijven. De overlap tussen beide categorieën is overigens beperkt: hooguit een enkel bedrijfstype is door dit samenspel niet langer toegestaan.

Dit laatste is overigens al in de praktijk min of meer de regel: de geluidruimte binnen het industrieterrein is beperkt, waardoor een nieuw geluidzoneringsplichtig bedrijf lastig is te realiseren. Het doel dat de gemeente met het voorliggende bestemmingsplan wil dienen, is het mogelijk maken van de transformatie van het gebied van een industrieterrein naar een gemengd woon-werkgebied, dat een geschikt vestigingsklimaat biedt voor niet-geluidszoneringsplichtige bedrijven en woningbouw. Dit laatste wordt overigens via aparte procedures mogelijk gemaakt en vormt geen direct gevolg van het voorliggende bestemmingsplan. Andersom geldt wel dat dit bestemmingsplan een noodzakelijk is voor het mogelijk maken van woningbouw.

4

1.6

Artikel 40 Wet geluidhinder Reclamant stelt dat het opheffen van een krachtens artikel 40 van de Wgh vastgestelde zone alleen kan plaatsvinden als de bestemming van het betrokken terrein niet langer de vestiging van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, en Bijlage I onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken mogelijk maakt. Reclamant benadrukt dat het een inrichting drijft die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. Gemeentelijke beantwoording Reclamant is geen inrichting ('grote lawaaimaker'), zoals al is geantwoord bij zienswijze 1.1. In het antwoord onder 1.5 is bovendien onderbouwd op welke wijze het samenspel tussen het vigerende bestemmingsplan dat de planologische aspecten regelt, en het voorliggende bestemmingsplan werkt.

1.7

Categorie 4.2-inrichting Reclamant behoort naar eigen zeggen tot categorie 4.2-inrichtingen zoals aangeduid in de Staat van Bedrijven uit Bijlage 1 bij de planregels. Daarmee is volgens reclamant de bestemming van het terrein niet zodanig veranderd dat het geen industrieterrein meer is en kan als gevolg hiervan de geluidzone niet zijn/worden opgeheven. Het ontwerpbestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 41 van de Wet geluidhinder, zo concludeert reclamant. Gemeentelijke beantwoording Het samenspel tussen het voorliggende bestemmingsplan en het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’, dat de planologische aspecten regelt, werkt aldus: het als tweede genoemde bestemmingsplan geeft aan welke bedrijfsmogelijkheden er zijn en het voorliggende bestemmingsplan geeft een aanvullende begrenzing door geluidzoneringsplichtige bedrijven uit te sluiten. Dit is overigens een methode die gebruikelijk is en onder meer bij de herzonering van bedrijventerrein Oudorp in het bestemmingsplan ‘Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp’ ook is toegepast.

1.8

Geluidzone van rechtswege Reclamant stelt onder verwijzing naar artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder dat een opgeheven geluidzone blijft voortbestaan van rechtswege, zolang zich in het plangebied een of meer inrichtingen bevinden die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Zolang reclamant op deze locatie blijft gevestigd zouden alle regels inzake industrieterreinen uit de Wgh onverkort blijven gelden. Gemeentelijke beantwoording Reclamant is geen inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken, zoals bij zienswijze 1.1 uiteengezet is. Na de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan blijft de geluidzone derhalve niet van rechtswege bestaan.

1.9

Akoestisch onderzoek Volgens reclamant is niet gebleken dat er akoestisch onderzoek is uitgevoerd, zoals voorgeschreven in artikel 42 van de Wet geluidhinder. Reclamant geeft daarnaast aan dat de notitie van Peutz van 4 juni 2019 gedateerd is en daardoor in strijd is met artikel 3.1.1a van het Besluit ruimtelijke ordening, stelt dat deze niet voldoet aan de voorwaarden volgens artikel 42 van de Wet geluidhinder en vraagt zich af of deze notitie kwalificeert als akoestisch onderzoek. Reclamant concludeert dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met artikel 42 van de Wet geluidhinder. Gemeentelijke beantwoording Er is in dit geval sprake van het dezoneren van een industrieterrein. Artikel 42 Wet geluidhinder ziet niet op die situatie. Dit artikel behelst alleen de vaststelling of wijziging van een zone die daarna blijft bestaan. Om verdere discussie hierover te voorkomen, is het akoestisch onderzoek geactualiseerd.

1.10

Notitie Peutz Volgens reclamant wordt de suggestie gewekt dat zijn rechten onaangetast blijven, hoewel volgens hem de toelichting bij het plan en de notitie van Peutz onduidelijkheden bevatten met betrekking tot (invoer)gegevens bij berekeningen en de aangehouden vergunde situatie. Reclamant stelt dat zonder duidelijkheid hierover de conclusies van Peutz niet op juistheid zijn te beoordelen.

5

Gemeentelijke beantwoording Er wordt een geactualiseerde versie van het onderzoek opgenomen bij het vast te stellen bestemmingsplan. Hierbij zijn de gehanteerde uitgangspunten duidelijk herleidbaar en te verifiëren. Overigens zijn de reeds gehanteerde uitgangspunten in de notitie van 4 juni 2019 gebaseerd op het zonebeheermodel van de gemeente. Sinds de vaststelling van het maatwerk-voorschrift op 16 november 2010, de in 2019 uitgevoerde AIM-sessie en de aangevraagde omgevingsvergunningen voor een beperkte milieutoets en de verplaatsing van de betoncentrale (zie het antwoord op zienswijze 1.1) zijn er door reclamant geen nieuwe omgevingsvergunningen aangevraagd en kan ervan worden uitgegaan dat de in het onderzoek gehanteerde uitgangspunten met betrekking tot de bedrijfsvoering nog steeds actueel zijn. 1.11

Notitie Peutz, kadegebonden activiteiten Reclamant stelt dat door het buiten beschouwing laten van de reserveringsbronnen voor de kadegebonden activiteiten aan het Zeglis er geen rekening is gehouden met zijn activiteiten aan de loskade. Daarmee kan reclamant niet blijven doen wat hij doet waardoor de zaak op slot wordt gezet. Gemeentelijke beantwoording De genoemde reserveringsbronnen vormen in het kader van de geluidzonering op grond van de Wet geluidhinder een voor een deel gereserveerde geluidruimte voor potentiële laad- en losactiviteiten aan het Zeglis. Omdat na de dezonering de geluidszone niet meer bestaat behoeft deze geluidruimte ook niet langer te worden gereserveerd. Voor zover er sprake is van bestaande activiteiten aan de loskade (die onderdeel moeten zijn van de middels het maatwerkvoorschrift toegestane bedrijfssituatie) zijn deze activiteiten opgenomen in het bestaande zonebeheermodel en derhalve beschouwd bij de akoestische gevolgen van de dezonering. Eventuele uitbreiding van deze activiteiten kan plaatsvinden als de daartoe benodigde vergunning is verleend. Daarbij wordt beoordeeld wat er volgens de dan geldende geluidsituatie mogelijk is.

1.12

Notitie Peutz, uitgangssituatie eind 2016 Reclamant stelt dat in het gebruikte akoestisch rekenmodel is uitgegaan van de situatie eind 2016 en dat de situatie eind 2023 niet is beschouwd. Er is uitgegaan van niet geverifieerde en gedateerde aannames. Daarom is volgens reclamant de uitkomst van de berekeningen hoogst onzeker. Gemeentelijke beantwoording De situatie eind 2016 betreft dezelfde situatie als die van eind 2023, omdat er de laatste jaren geen vergunningaanvragen zijn gedaan die hebben geleid tot een wijziging van het zonebeheermodel of de toegekende geluidruimte binnen de geluidszone. Er zijn op akoestisch gebied niet of nauwelijks nog ontwikkelingen geweest. Om discussie over de juistheid van de gegevens uit te sluiten, is er bij het vast te stellen bestemmingsplan een geactualiseerde versie van het onderzoek opgenomen.

1.13

Notitie Peutz, invoergegevens akoestisch rekenmodel Reclamant wijst erop dat bij de drie varianten die zijn doorgerekend, invoergegevens onbekend zijn en dus niet op juistheid zijn te controleren. Kijkend echter naar de uitkomsten, dan reiken de 50 en 55 dB(A)-contouren ver buiten het plangebied. Gemeentelijke beantwoording In de geactualiseerde versie van het onderzoek, die bij het definitieve bestemmingsplan is gevoegd, zijn alle invoergegevens opgenomen. Na vaststelling van de dezonering hebben de 50 en 55 dB(A) geluidcontouren geen wettelijke betekenis meer. Deze kunnen hooguit nog worden gebruikt bij ter bepaling van een goed woon-/leefklimaat bij ruimtelijke onderbouwingen voor toekomstige ontwikkelingen. In het kader van toekomstige vergunningverlening zijn deze contouren echter niet meer relevant.

1.14

Notitie Peutz, rapport DF 2990-5-RA-003 en DF 2990-5-RA-004 Paragraaf 2.6 van de notitie van Peutz stelt volgens reclamant dat op de zonegrens en de grenswaarden bij woningen binnen de geluidzone op een aantal posities wordt overschreden en dat door het geheel of gedeeltelijk dezoneren van het industrieterrein de overschrijdingen kunnen worden opgelost.

6

Echter, zonder kennisgeving van de Peutz-rapporten met kenmerk DF 2990-5-RA-003 en DF 2990-5-RA004 zijn de conclusie van Peutz niet navolgbaar en/of controleerbaar. Daarnaast vraagt reclamant zich af hoe in de berekeningen is omgegaan met het feit dat als gevolg van de opheffing van de geluidzone woningen binnen de zone op een andere wijze beoordeeld (moeten) worden en wat in dit verband te gelden heeft voor vergunningplichtige inrichtingen. Gemeentelijke beantwoording De verwijzing naar rapport DF 2990-5-RA-003 betreft een verschrijving, dit moet rapport DF 2990-5-RA004 zijn. Bij het vast te stellen bestemmingsplan wordt zorg gedragen voor een juiste verwijzing. De genoemde overschrijding van de grenswaarden binnen de geluidzone heeft tot gevolg dat onder het stelsel van geluidzonering geen enkele vergunning meer kan worden afgegeven totdat de zone-overschrijding ongedaan is gemaakt. Dit vereist zeer verregaande geluidreducerende maatregelen bij de akoestisch maatgevende bedrijven. De gemeente acht deze optie niet redelijk, mede gezien de hier gewenste toekomstige herontwikkeling van het gebied tot een gemengd woon-werkgebied.

Door in plaats van geluidreducerende maatregelen te kiezen voor dezoneren worden er voor de korte termijn mogelijkheden voor het verlenen van vergunningen en/of maatwerk geschapen, waarbij wordt teruggevallen op de meer open norm van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt vooralsnog aangesloten bij de grenswaarden uit Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan Alkmaar (de bruidsschat). Vastgesteld maatwerk en vergunde waarden blijven daarnaast voor onbepaalde tijd van kracht. 1.15

Notitie Peutz, welke maatregelen Reclamant stelt dat de door Peutz gesuggereerde maatregelen voor reclamant onaanvaardbaar zijn. Reclamant vraagt zich af over welke maatregelen het gaat in dit verband. Omdat ook rapport DF 29905-RA-004 niet ter inzage is gelegd, zijn deze conclusies niet controleerbaar. En voor wiens rekening en risico komen deze kosten? Gemeentelijke beantwoording De in de notitie en in rapport DF 2990-5-RA-004 genoemde geluidreducerende maatregelen hebben allemaal betrekking op een situatie waarbij gedeeltelijk wordt gedezoneerd en het industrieterrein met de geluidzonering in een afgeslankte variant blijft voortbestaan. Dit is hier echter niet aan de orde. Er vindt een volledige dezonering plaats, waardoor akoestische maatregelen niet langer benodigd zijn. De reden om dit niettemin te beschrijven, is gelegen in inzichtelijk maken van de gemaakte afwegingen die uiteindelijk hebben geleid tot de voorliggende keuze in het bestemmingsplan.

1.16

Notitie Peutz, bestaande geluidrechten Reclamant stelt dat blijkens de toelichting en Peutz bestaande geluidrechten worden vastgelegd in maatwerkvoorschriften. Daardoor zou elk bedrijf kunnen blijven doen wat het doet en is de omgeving beschermd tegen een toename van geluid. De maatwerkvoorschriften gaan uit van de maximale mogelijkheden. Er zou geen sprake zijn van het wegnemen van eventuele bestaande, maar niet gebruikte rechten. Reclamant vindt dit onnavolgbaar. Gemeentelijke beantwoording De bestaande rechten van reclamant zijn reeds vastgelegd in een maatwerkvoorschrift. Alle mogelijkheden die dit maatwerkvoorschrift biedt, blijven bestaan. Daardoor treedt er geen verandering op ten opzichte van de huidige situatie.

1.17

Notitie Peutz, kadegebonden activiteiten Zoals reclamant eerder bij zienswijze 1.11 er op wees dat geen rekening is gehouden met de reserveringsbronnen voor kadegebonden activiteiten aan het Zeglis, waardoor de zaak op slot wordt gezet, voegt hij er aan toe dat daardoor uitbreidingen op voorhand onmogelijk zijn.

7

Gemeentelijke beantwoording Onder de op dit moment nog te hanteren systematiek van de Wet geluidhinder is er voor het industrieterrein Overdie sprake van overschrijdingen van grenswaarden binnen de geluidzone. De dezonering lost dit probleem op. Zie ook de beantwoording van zienswijze 1.15 (met betrekking tot maatregelen). De reserveringsbronnen waren onderdeel van het zonebeheermodel om op voorhand geluidruimte te reserveren zodat deze niet door andere bedrijven en/of activiteiten kon worden ingenomen. Nu de zonering komt te vervallen is de reservering van geluidruimte niet langer noodzakelijk en niet langer aan de orde. 1.18

Notitie Peutz, ligplaatsen woonboten Reclamant stelt dat de ter plaatse gelegen ligplaatsen voor woonboten buiten beschouwing zijn gelaten en dat deze volgens Peutz niet geluidgevoelig zijn, maar dat op grond van artikel 1.2, derde lid, van het Besluit geluidhinder ligplaatsen voor woonschepen zijn aan te merken als 'geluidgevoelig terrein' Gemeentelijke beantwoording Artikel 1.2 lid 8 Besluit geluidhinder stelt dat ligplaatsen niet geluidgevoelig zijn indien deze voor 1 juli 2012 (zijnde de aanwijsdatum voor ligplaatsen als geluidgevoelig terrein in het Besluit geluidhinder) reeds als zodanig waren bestemd of in een gemeentelijke verordening waren opgenomen totdat de Omgevingswet in werking is getreden. Bij het geactualiseerde onderzoek wordt een notitie gevoegd waarin zowel de ligplaatsen van woonschepen als de bedrijfswoningen op bedrijventerrein Overdie als geluidgevoelige bestemmingen zijn beschouwd.

1.19

Notitie Peutz, maatwerkvoorschriften Reclamant stelt dat er geen rekening is gehouden met de maatwerkvoorschriften die het bedrijf bij besluit van 16 november 2010 zijn opgelegd. Zo stelt reclamant dat de maatwerkvoorschriften op twee punten wezenlijk ruimer zijn dan de normen in het Activiteitenbesluit en dat deze ook ruimer zijn dan de grenswaarden in tabel 1 van het ontwerpbesluit maatwerkvoorschriften en dat geen rekening is gehouden met de voorschriften 3 en 4. Om 25 keer per jaar in de dagperiode een schip te kunnen lossen, is op de woning Schermerweg 103 een hogere geluidgrenswaarde gelegd, maar daar wordt geen rekening mee gehouden in de ontwerpbesluiten. Hierdoor zijn de vergunde activiteiten onvoldoende beschermd. Gemeentelijke beantwoording Bij de berekeningen van de geluidbelastingen in de omgeving is uitgegaan van het actuele zonebeheermodel. De hierin opgenomen bedrijfssituatie is voor reclamant dezelfde bedrijfssituatie als waarop de maatwerkvoorschriften van 16 november 2010 zijn gebaseerd. Deze maatwerkvoorschriften blijven krachtens het overgangsrecht van de Omgevingswet, onverkort van kracht. De ontwerp-maatwerkvoorschriften geluid, zoals ter visie gelegd, hebben alleen betrekking op andere inrichtingen die eerder nog geen maatwerkvoorschriften opgelegd hebben gekregen.

1.20

Notitie Peutz, grenswaarden ligplaats Reclamant stelt dat voor de ligplaats is uitgegaan van grenswaarden die 5 dB(A) hoger zijn dan de voorgestelde ontwerp-maatwerkvoorschriften, terwijl dit een bestaand recht is waar de ontwerpbesluiten geen rekening mee houden. Reclamant stelt dat deze beschikt over een concreet maatwerkvoorschrift met hogere grenswaarden. Gemeentelijke beantwoording Het is onduidelijk wat in dit kader met ligplaats wordt bedoeld. Het maatwerkvoorschrift van reclamant bevat geen ligplaatsen voor woonschepen als beoordelingsposities. In een procedure onder het stelsel van de Wabo en de Wet geluidhinder zijn de aanwezige ligplaatsen bovendien niet geluidgevoelig. De grenswaarden zoals opgenomen in het bestaande maatwerkvoorschrift van reclamant blijven onder het nieuwe bestemmingsplan onverkort van kracht.

8

1.21

Notitie Peutz, uitbreidingsmogelijkheid Reclamant stelt dat anders dan (volgens de notitie van Peutz) wordt gesteld, de bestaande rechten van reclamant met dit ontwerpplan wél worden aangetast, dat met dit bestemmingsplan reclamant 'op slot wordt gezet' en uitbreidingen niet (meer) aan de orde zijn. Volgens reclamant is met het oog op de verduurzaming het aannemelijk dat deze zijn productieprocessen zal moeten aanpassen, wat naar alle waarschijnlijkheid extra geluidruimte zal vergen. Die geluidruimte is nu beschikbaar met de bestaande geluidzone. Opheffing van deze zone gecombineerd met het besluit maatwerkvoorschriften ontneemt reclamant iedere (redelijke) uitbreidingsmogelijkheid. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording onder 1.5 is al aangegeven dat er thans slechts beperkte geluidruimte is. In de beantwoording onder 1.14 is daarnaast opgenomen dat er na dezonering alleen nog hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden uit Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan/de bruidsschat. De enige beperking die de dezonering aan reclamant in theorie oplegt, is dat de productiecapaciteit niet kan worden verhoogd tot boven de 100 ton per dag.

Echter, er zijn bij de gemeente geen plannen bekend waaruit blijkt dat een dergelijke verhoging op korte of middellange termijn aan de orde zou zijn, daargelaten de constatering dat de benodigde ruimte voor uitbreiding, niet ter plaatse beschikbaar is. Overigens heeft de gemeente aan reclamant meermaals posities aangeboden in de nieuwe haven op industrieterrein Boekelermeer, die meer dan twee keer zo groot zijn als het huidige perceel. Daarop kan reclamant zonder belemmeringen qua geluid, geluidzoneringsplichtige activiteiten verrichten.

1.22

Notitie Peutz, aansluiting bij de feitelijke situatie Volgens reclamant stelt de gemeente dat opheffing van de geluidzone aansluit bij de feitelijke situatie op Overdie zonder grote lawaaimakers. Reclamant voert nogmaals aan een grote lawaaimaker te zijn en dat de enkele aanwezigheid hiervan de grondslag vormt om de zone en het industrieterrein in stand te houden. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording onder 1.1 is beschreven dat de bedrijfsactiviteiten van reclamant niet binnen de categorie geluidzoneringsplichte bedrijven vallen.

1.23

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, (wettelijke) grondslag Reclamant is van mening dat de (wettelijke) grondslag van het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften onduidelijk is en stelt dat het ontwerpbesluit hier ook verder niets over zegt. Gemeentelijke beantwoording Het college van Alkmaar is op grond van de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer bevoegd om maatwerkvoorschriften op te leggen. Ter verduidelijking zal dit nog worden toegevoegd aan het vast te stellen besluit maatwerkvoorschriften.

1.24

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, onderbouwing Reclamant stelt dat het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften iedere onderbouwing ontbeert. Gemeentelijke beantwoording Het standpunt van reclamant is onjuist. In het ontwerpbesluit is de volgende onderbouwing opgenomen: "… Alkmaar is voornemens om de huidige geluidzone op te heffen door middel van het vaststellen van het bestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Overdie. Zonder aanvullende besluitvorming zouden inrichtingen daardoor onder een ander wettelijk regime vallen en daarmee, afhankelijk van de situatie, meer of minder geluidrechten verkrijgen. Door middel van de voorliggende ontwerp-maatwerkvoorschriften worden de huidige geluidrechten vastgelegd, zodat ieder bedrijf ook na inwerkingtreding van het bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie haar bedrijfsvoering ongehinderd kan voortzetten".

9

1.25

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, verwijzing naar bijlage 1 Reclamant stelt dat er wordt verwezen naar een 'bijlage 1', maar dat deze bijlage niet ter inzage is gelegd of (digitaal) ter beschikking is gesteld. Gemeentelijke beantwoording Op de inloopbijeenkomst van 17 januari 2024 heeft reclamant hier reeds melding van gemaakt. De betreffende bijlage is hem daarna ter beschikking gesteld. Abusievelijk is reclamant opgenomen in de lijst met bedrijven die een algemeen maatwerkvoorschrift krijgen. Dit wordt in de definitieve besluitvorming aangepast. De op 16 november 2010 aan reclamant opgelegde maatwerkvoorschriften blijven van kracht. Dit betekent dat reclamant niet in zijn positie wordt geschaad en zijn activiteiten onder dezelfde voorwaarden kan voortzetten.

1.26

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, voorschrift 1 Volgens reclamant is niet duidelijk waar de grenswaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus in tabel 1 op zijn gebaseerd. Gemeentelijke beantwoording Ter bescherming van woningen buiten het industrieterrein (straks bedrijventerrein) wordt de huidige geluidruimte zoals die nu geldt in de situatie gezoneerd industrieterrein vastgelegd.

1.27

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, voorschrift 2 Reclamant vraagt zich af waarom deze grenswaarden in tabel 1 (enkel) de voorschriften 2.17a en 2.17, tweede lid, Activiteitenbesluit vervangen. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften ziet op Tabel 2.17a van artikel 2.17 lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit. Tabel 1 in het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften vervangt genoemde Tabel 2.17a. Dit zal worden verduidelijkt in het vast te stellen besluit Maatwerkvoorschriften.

1.28

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, verwijzing * in tabel 1 Reclamant voert aan dat het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften rechtsonzeker is en vraagt zich af op welke geluidgevoelige gebouwen dit besluit precies ziet omdat de * immers nergens naar verwijst. Gemeentelijke beantwoording De betekenis van * wordt in de tabel behorend bij het definitieve besluit, toegevoegd.

1.29

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, artikel 2.17a Activiteitenbesluit Volgens reclamant is onduidelijk of het ontwerpbesluit ziet op artikel 2.17a Activiteitenbesluit of op artikel 2.17, eerste lid, onder a Activiteitenbesluit, of dat dit ziet op tabel 2.17a uit het artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit? Het Activiteitenbesluit bevat overigens geen voorschriften, maar artikelen. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften ziet op Tabel 2.17a van artikel 2.17 lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit. Tabel 1 in het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften vervangt genoemde Tabel 2.17a. Dit zal worden verduidelijkt in het vast te stellen besluit Maatwerkvoorschriften.

1.30

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften in relatie tot alle overige voorschriften Activiteitenbesluit Reclamant vraagt zich af hoe sedert 1 januari 2024 alle overige voorschriften uit het Activiteitenbesluit van kracht blijven. Gemeentelijke beantwoording Deze voorschriften blijven onverkort van kracht via de bruidsschat (voorheen landelijk geldende regels die van rechtswege onderdeel zijn geworden van het Omgevingsplan Alkmaar). Daarnaast wordt de procedure voor de vaststelling van dit bestemmingsplan krachtens de Invoeringswet Omgevingswet volgens het oude recht worden afgerond.

10

1.31

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften in relatie tot notitie Peutz Nergens blijkt dat de notitie van Peutz aan dit ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften ten grondslag ligt, de notitie is niet op waarde is te schatten omdat alle reken- en invoergegevens ontbreken, de rapporten waarnaar in de notitie wordt verwezen zijn niet ter inzage gelegd, de conclusies van Peutz zonder onderliggende (invoer)gegevens zijn niet op juistheid te controleren en het is onduidelijk hoe de contouren in de figuren bij deze notitie tot stand zijn gekomen. Volgens reclamant is onduidelijk of de maatwerkvoorschriften recht doen aan zijn vergunde situatie en ook de situatie van reclamant R02. Gemeentelijke beantwoording De ontwerp maatwerkvoorschriften die ter inzage zijn gelegd zijn niet voor reclamant bedoeld. De maatwerkvoorschriften van reclamant wijzigen niet. Dit is onder meer ook in de beantwoording onder 1.16 en 1.25 aangegeven.

1.32

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, uitbreidingsmogelijkheid Volgens reclamant lijkt in het geheel geen rekening te zijn gehouden met uitbreidingsmogelijkheden. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording onder 1.5, 1.14 en 1.22 is ingegaan op de keuze om de vergunde situatie vast te leggen en geen rekening te houden met thans niet bekend zijnde uitbreidingsmogelijkheden.

1.33

Ontwerp Maatwerkvoorschriften in relatie tot Maatwerk 16-11-2010 en OBM 12-5-2021 Reclamant stelt dat op geen enkele wijze acht lijkt te zijn geslagen op de reeds bij besluit van 16 november 2010 opgelegde maatwerkvoorschriften en op het besluit OBM van 12 mei 2021. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording onder 1.1, 1.10 en 1.19 is onderbouwd dat de genoemde besluiten meegenomen zijn in de bestaande situatie. In de beantwoording onder 1.16 en 1.25 is aangegeven dat de op 16 november 2010 opgelegde maatwerkvoorschriften van reclamant niet wijzigen.

1.34

Indirecte hinder Op een gezoneerd industrieterrein wordt de geluidsemissie van verkeersbewegingen op een openbare weg, zowel op als buiten het industrieterrein, van en naar een inrichting buiten beschouwing gelaten. Hetzelfde geldt voor de geluidsemissie van vanwege verkeersbewegingen van scheepvaart op een vaarweg van en naar een inrichting op een gezoneerd industrieterrein. Opheffing van de zone heeft dus directe gevolgen voor de geluidsemissie van verkeer van en naar de inrichting. Deze gevolgen zijn volgens reclamant niet in ogenschouw genomen en ook in zoverre is het ontwerpplan ondeugdelijk, zo concludeert reclamant. Gemeentelijke beantwoording Het inrichtingsgebonden verkeer (het verkeer op de openbare weg), van en naar de inrichting, wordt beoordeeld volgens de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer van 29 februari 1996’. In de situatie dat sprake was van een gezoneerd industrieterrein kon die beoordeling achterwege blijven. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft het inrichtingsgebonden verkeer van en naar de inrichting gelegen op een gezoneerd industrieterrein niet getoetst te worden aan de voormelde circulaire (zaaknummer E03.96.0906; AB 1998, 29).

Vanwege de dezonering kan inrichtingsgebonden verkeer relevant zijn voor de (bedrijfs)woningen uit tabel 4.1. Van relevantie is slechts sprake als het verkeer van en naar de inrichting (van derden) ter plaatse van de (bedrijfs)woningen akoestisch herkenbaar is ten opzichte van het overige verkeer. Daarom wordt aangesloten bij de systematiek conform de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer d.d. 29 februari 1996’. Vanwege de vestiging op een bedrijventerrein wordt verkeer van en naar de bedrijven direct opgenomen in het verkeersbeeld en is akoestisch niet herkenbaar. Beoordeling kan derhalve achterwege blijven.

11

1.35

Overgangsrecht Deze zienswijze waarin reclamant onder meer stelt dat hij ernstig in zijn rechten en belangen wordt geschaad lijkt de kern van alle voorgaande punten die reclamant heeft ingebracht. Reclamant voegt hier aan toe dat volgens hem er geen aanleiding is om hem onder het overgangsrecht te brengen. Gemeentelijke beantwoording Kortheidshalve wordt hierbij verwezen naar de beantwoording van alle voorgaande zienswijzen. Ten aanzien van overgangsrecht is de gemeente het eens met reclamant: voor zover bekend is in de huidige situatie van reclamant geen sprake van strijd met het huidige planologische regime en ook niet met het vast te stellen bestemmingsplan.

Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze worden de Toelichting en het Bijlagenboek aangepast. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

R02

Zienswijzen en beantwoording reclamant 2

2.0

Publicatie Reclamant stelt dat volgens artikel 3.8 van Wet ruimtelijke ordening de publicatie in het Gemeenteblad van 2 december 2023 met nummer 544836 had moeten vermelden dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht bij de gemeenteraad en dat zekerheidshalve deze zienswijze tevens moet worden geacht aan de gemeenteraad te zijn gericht. Gemeentelijke beantwoording In het Gemeenteblad staat de gebruikelijke publicatietekst voor een ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen worden via het college ingebracht bij de gemeenteraad conform artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening. Om deze reden is het niet nodig om hierop te wijzen in de publicatie.

2.1

Dezonering in plaats van herzonering Reclamant stel dat volgens de publicatie in het Gemeenteblad het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een verkleining van de geluidzone, dat het plan volgens de bijbehorende toelichting voorziet in herzonering en dat blijkens paragraaf 3.2 van de toelichting de gehele geluidzone wordt verwijderd. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbestemmingsplan (en daarnaast het uiteindelijke definitief vast te stellen bestemmingsplan) betreft inderdaad de volledige dezonering van het industrieterrein Overdie. Bovendien heeft het ontwerpbestemmingsplan geen gevolgen voor de al aanwezige geluidzones van de bedrijventerreinen Oudorp en Boekelermeer aan de noordzijde en zuidzijde van Overdie. Die geluidzones blijven in stand. Dit zal in het definitieve bestemmingsplan en bij de ter visie legging correct worden verwoord.

2.2

Maximale geluidemissie Reclamant kan de verwijzing in artikel 2.1 van de planregels naar artikel 29 van de planregels van het bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' niet plaatsen. In het artikel 29 staat dat buiten de aanduiding 'geluidzone-industrie' vanwege de bedrijventerreinen Oudorp, Overdie en de Boekelermeer de geluidbelasting niet meer mag bedragen van 50 dB(A) Gemeentelijke beantwoording Uit de Wet geluidhinder volgt dat de geluidbelasting buiten de zone vanwege het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. Dit moet terugkomen in het bestemmingsplan en kan niet als zelfstandige planologische maatregel worden ingesteld. De geluidzone van bedrijventerrein Oudorp is reeds aangepast via het plan 'Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp'. Feitelijk wordt alleen de geluidzone van industrieterrein Boekelermeer in het plangebied nog gedefinieerd middels het plan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp'. Artikel 29 verwijst praktische zin dus alleen nog naar de geluidzone van de Boekelermeer.

12

2.3

Inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, jo. onderdeel D van Bijlage I Bor Reclamant stelt dat hoewel in dit ontwerpbestemmingsplan aan zijn gronden de aanduiding 'overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' is toegekend, via artikel 2.5 voor het overige de regels van het bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' onverminderd van kracht blijven. Bovendien suggereert reclamant dat op basis van artikel 5 (Bedrijf-2) en de Staat van Bedrijven van laatsgenoemd bestemmingsplan zowel bedrijven en/of bedrijfsmatige activiteiten in de categorieën 1 tot en met 4 alsook inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, jo. onderdeel D van Bijlage I Besluit omgevingsrecht zijn toegestaan op zijn gronden. Daarmee is de bestemming van het terrein niet zodanig veranderd dat het geen industrieterrein meer is en kan als gevolg hiervan met het ontwerpbestemmingsplan de geluidzone niet zijn/worden opgeheven. Het ontwerpbestemmingsplan is daarom in strijd met art. 41 van de Wet geluidhinder, zo concludeert reclamant. Gemeentelijke beantwoording Op grond van bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ zijn binnen bestemmingsvlakken Bedrijf - 2 bedrijven uit milieucategorie 1 tot en met 4 uit de Staat van Bedrijven toegestaan.

Aanvullend wordt door het vast te stellen bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie de gebiedsaanduiding "geen zoneringsplichtige bedrijven toegestaan"(artikel 2.5 ) van kracht. Dit betekent dat op de betreffende gronden nog altijd bedrijven uit milieucategorie 1 tot en met 4 kunnen worden gevestigd, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige bedrijven. De overlap tussen beide categorieën is overigens beperkt: hooguit een enkel bedrijfstype is door dit samenspel niet langer toegestaan. Dit laatste is overigens al in de praktijk min of meer de regel: de geluidruimte binnen het industrieterrein is beperkt, waardoor een nieuw geluidzoneringsplichtig bedrijf lastig is te realiseren. Het doel dat Alkmaar met het voorliggende bestemmingsplan wil dienen, is het mogelijk maken van de transformatie van het gebied van een industrieterrein naar een gemengd woon- werkgebied, dat een geschikt vestigingsklimaat biedt voor zowel bedrijven die niet geluidszoneringsplichtig zijn en voor de bouw van woningen. Dit laatste wordt overigens via aparte procedures mogelijk gemaakt en vormt geen direct gevolg van het voorliggende bestemmingsplan. Andersom geldt wel dat dit bestemmingsplan noodzakelijk is voor het mogelijk maken van woningbouwplannen.

2.4

Geluidzone van rechtswege Reclamant verwijst naar artikel 41, derde lid Wet geluidhinder en stelt dat een opgeheven geluidzone van rechtswege blijft voortbestaan, zolang zich op het terrein een of meer inrichtingen bevinden, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Zolang een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, jo. onderdeel D van Bijlage I Bor op het terrein naast dat van reclamant blijft gevestigd zouden alle regels inzake industrieterreinen uit de Wet geluidhinder onverkort blijven gelden. Gemeentelijke beantwoording Reclamant is geen inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken en dat wordt ook niet gesteld door reclamant. De geluidzone blijft niet van rechtswege bestaan, maar wordt juist door de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan opgeheven.

2.5

Akoestisch onderzoek Volgens reclamant is niet gebleken dat er akoestisch onderzoek is uitgevoerd, zoals voorgeschreven in artikel 42 van de Wet geluidhinder. Reclamant geeft daarnaast aan dat de notitie van Peutz gedateerd is en in strijd is met artikel 3.1.1a van het Besluit ruimtelijke ordening. De notitie voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 42 van de Wet geluidhinder. Reclamant vraagt zich af of de notitie kwalificeert als akoestisch onderzoek en concludeert dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met artikel 42 van de Wet geluidhinder. Gemeentelijke beantwoording Er is in dit geval sprake van het dezoneren van een industrieterrein. Artikel 42 Wet geluidhinder ziet niet op deze situatie. Dit artikel behelst alleen de vaststelling of wijziging van een zone die daarna blijft bestaan. Om verdere discussie hierover te voorkomen, is een geactualiseerde versie van het akoestisch onderzoek bij het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen.

13

2.6

Notitie Peutz, uitgangspunten bij berekeningen en vergunde situatie Volgens reclamant wordt de suggestie gewekt dat zijn rechten onaangetast blijven, hoewel volgens hem de toelichting bij het plan en de notitie van Peutz onduidelijkheden bevatten met betrekking tot (invoer)gegevens bij berekeningen, zoals welke afval sorteer- en verzamelbedrijven op industrieterrein Overdie en de aangehouden vergunde situatie. Reclamant stelt dat zonder duidelijkheid hierover de conclusies van Peutz niet op juistheid zijn te beoordelen. Gemeentelijke beantwoording Zoals hiervoor is aangegeven, wordt een geactualiseerde versie van het onderzoek opgenomen bij het vast te stellen bestemmingsplan. Hierbij zijn de gehanteerde uitgangspunten duidelijk herleidbaar en te verifiëren. Met 'afval sorteer- en verzamelbedrijven' wordt inderdaad mede reclamant bedoeld. De gehanteerde uitgangspunten voor de bedrijfsvoering van reclamant betreffen dezelfde uitgangspunten als die zijn gehanteerd bij de vaststelling van het op 14 juni 2012 aan reclamant opgelegde maatwerkbesluit. Reclamant heeft sindsdien en ook sinds 4 juni 2019 geen melding onder het Activiteitenbesluit met voor de omgeving relevante akoestische gevolgen ingediend. Derhalve kan gesteld worden dat de thans gehanteerde uitgangspunten met betrekking tot de bedrijfsvoering actueel zijn.

2.7

Kadegebonden activiteiten Reclamant stelt dat de reserveringsbronnen voor de kadegebonden activiteiten aan het Zeglis buiten beschouwing zijn gelaten en dat dit verder niet wordt gemotiveerd en onderbouwd waardoor de zaak op slot wordt gezet. Gemeentelijke beantwoording De reserveringsbronnen vormen in het kader van de geluidzonering een deel van de gereserveerde geluidruimte voor potentiële laad- en losactiviteiten aan het Zeglis. Omdat na de dezonering de zone niet meer bestaat behoeft deze geluidruimte ook niet langer te worden gereserveerd. Voor zover er sprake is van bestaande activiteiten aan de loskade (die onderdeel moeten zijn van de middels het maatwerkvoorschrift toegestane bedrijfssituatie) zijn deze activiteiten opgenomen in het bestaande zonebeheermodel en derhalve beschouwd bij de akoestische gevolgen van de dezonering. Eventuele uitbreiding van deze activiteiten kan plaatsvinden als de daartoe benodigde vergunning is verleend. Daarbij wordt beoordeeld wat er volgens de dan geldende geluidsituatie mogelijk is.

2.8

Notitie Peutz, uitgangssituatie eind 2016 Reclamant stelt dat in het gebruikte akoestisch rekenmodel is uitgegaan van de situatie eind 2016 en dat de situatie eind 2023 niet is beschouwd, maar dat er is uitgegaan van een aantal niet geverifieerde en bovendien gedateerde aannames. Daarom is volgens reclamant de uitkomst van de berekeningen hoogst onzeker. Gemeentelijke beantwoording De situatie eind 2016 betreft dezelfde situatie als die van eind 2023, omdat er de laatste jaren geen vergunningaanvragen zijn gedaan die hebben geleid tot een wijziging van het zonebeheermodel of de toegekende geluidruimte binnen de geluidszone. Er zijn op akoestisch gebied niet of nauwelijks nog ontwikkelingen geweest. Er is een geactualiseerde versie van het onderzoek opgesteld.

2.9

Notitie Peutz, invoergegevens akoestisch rekenmodel Reclamant wijst erop dat bij de drie varianten die zijn doorgerekend, invoergegevens onbekend zijn en dus niet op juistheid zijn te controleren. Kijkend echter naar de uitkomsten, dan reiken de 50 en 55 dB(A)-contouren ver buiten het plangebied. Gemeentelijke beantwoording In de geactualiseerde versie van het onderzoek zoals dit bij dit bestemmingsplan is gevoegd, zijn alle invoergegevens opgenomen. Na dezonering hebben de 50 en 55 dB(A) geluidcontouren geen wettelijke betekenis meer. Deze kunnen hooguit nog worden gebruikt bij ter bepaling van een goed woon-/leefklimaat bij ruimtelijke onderbouwingen voor toekomstige ontwikkelingen. In het kader van toekomstige vergunningverlening zijn deze contouren echter niet meer relevant.

14

2.10

Notitie Peutz, rapport DF 2990-5-RA-003 en DF 2990-5-RA-004 Reclamant wijst op par. 2.6 van de notitie van Peutz waarin staat dat op de zonegrens en de grenswaarden bij woningen binnen de geluidzone op een aantal posities wordt overschreden en dat door het gedeeltelijk of geheel dezoneren van het industrieterrein de overschrijdingen kunnen worden opgelost. Echter, zonder kennisgeving van de Peutz-rapporten met kenmerk DF 2990-5-RA-003 en DF 2990-5-RA004 zijn de conclusie van Peutz niet navolgbaar en/of controleerbaar, zo stelt reclamant. Ook vraagt reclamant zich af hoe in de berekeningen is omgegaan met het feit dat als gevolg van de opheffing van de geluidzone woningen binnen de zone op een andere wijze beoordeeld (moeten) worden en wat in dit verband te gelden heeft voor vergunningplichtige inrichtingen. Gemeentelijke beantwoording De verwijzing naar rapport DF 2990-5-RA-003 betreft een verschrijving, dit moet rapport DF 2990-5-RA004 zijn. Bij het vast te stellen bestemmingsplan wordt zorg gedragen voor een juiste verwijzing. De genoemde overschrijding van de grenswaarden binnen de geluidzone heeft tot gevolg dat onder het stelsel van geluidzonering geen enkele vergunning meer kan worden afgegeven totdat de zone-overschrijding ongedaan is gemaakt. Dit vereist zeer verregaande geluidreducerende maatregelen bij de akoestisch maatgevende bedrijven.

De gemeente acht deze optie niet redelijk, mede gezien de hier gewenste toekomstige herontwikkeling van het gebied tot een gemengd woon-werkgebied. Door in plaats van geluidreducerende maatregelen te kiezen voor dezoneren worden er voor de korte termijn mogelijkheden voor het verlenen van vergunningen en/of maatwerk geschapen, waarbij wordt teruggevallen op de meer open norm van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt vooralsnog aangesloten bij de grenswaarden uit Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan Alkmaar (de bruidsschat). Vastgesteld maatwerk en vergunde waarden blijven daarnaast voor onbepaalde tijd van kracht.

2.11

Notitie Peutz, welke maatregelen Reclamant stelt dat de door Peutz gesuggereerde maatregelen voor reclamant onaanvaardbaar zijn. Reclamant vraagt zich af over welke maatregelen het gaat in dit verband. Omdat ook rapport DF 29905-RA-004 niet ter inzage is gelegd, zijn deze conclusies niet controleerbaar. En voor wiens rekening en risico komen deze kosten? Gemeentelijke beantwoording De in de notitie en in rapport DF 2990-5-RA-004 genoemde geluidreducerende maatregelen hebben allemaal betrekking op een situatie waarbij gedeeltelijk wordt gedezoneerd en het industrieterrein met de geluidzonering in een afgeslankte variant blijft voortbestaan. Dit is hier echter niet aan de orde. Er vindt volledige dezonering plaats, waardoor akoestische maatregelen niet nodig zijn. De reden waarom dit is beschreven, is gelegen in inzichtelijk maken van de gemaakte afwegingen die uiteindelijk hebben geleid tot de voorliggende keuze in het bestemmingsplan.

2.12

Notitie Peutz, bestaande geluidrechten Reclamant stelt dat blijkens de toelichting en Peutz de bestaande geluidrechten worden vastgelegd in maatwerkvoorschriften. Daardoor zou elk bedrijf kunnen blijven doen wat het doet en is de omgeving beschermd tegen een toename van geluid. Maatwerkvoorschriften gaan uit van de maximale mogelijkheden. Er zou geen sprake zijn van het wegnemen van eventuele bestaande, maar niet gebruikte rechten. Reclamant vindt dit onnavolgbaar. Gemeentelijke beantwoording De bestaande rechten van reclamant zijn reeds vastgelegd in een maatwerkvoorschrift. Alle mogelijkheden die dit maatwerkvoorschrift biedt, blijven voortbestaan. Daardoor treedt er geen verandering op ten opzichte van de huidige situatie.

2.13

Notitie Peutz, kadegebonden activiteiten Zoals reclamant eerder er op wees dat geen rekening is gehouden met de reserveringsbronnen voor kadegebonden activiteiten aan het Zeglis, waardoor de zaak op slot wordt gezet, voegt hij er aan toe dat daardoor uitbreidingen op voorhand onmogelijk zijn.

15

Gemeentelijke beantwoording Onder de thans nog te hanteren systematiek van de Wet geluidhinder is er voor het industrieterrein sprake van overschrijdingen van grenswaarden binnen de geluidzone. De dezonering lost dit probleem op. Zie ook de beantwoording van zienswijze 2.7, 2.10 en 2.11. De reserveringsbronnen waren onderdeel van het zonebeheermodel om op voorhand geluidruimte te reserveren zodat deze niet door andere bedrijven en/of activiteiten kon worden ingenomen. Nu de zonering komt te vervallen is de reservering van geluidruimte niet langer noodzakelijk en niet langer aan de orde. 2.14

Notitie Peutz, ligplaatsen woonboten Reclamant stelt dat de ter plaatse gelegen ligplaatsen voor woonboten buiten beschouwing zijn gelaten en dat deze volgens Peutz niet geluidgevoelig zijn, maar dat op grond van artikel 1.2, derde lid, van het Besluit geluidhinder ligplaatsen voor woonschepen zijn aan te merken als 'geluidgevoelig terrein' Gemeentelijke beantwoording Artikel 1.2 lid 8 Besluit geluidhinder stelt dat ligplaatsen niet geluidgevoelig zijn indien deze voor 1 juli 2012 (zijnde de aanwijsdatum voor ligplaatsen als geluidgevoelig terrein in het Besluit geluidhinder) reeds als zodanig waren bestemd of in een gemeentelijke verordening waren opgenomen totdat de Omgevingswet in werking is getreden. Bij het geactualiseerde onderzoek wordt een notitie gevoegd waarin zowel de ligplaatsen van woonschepen als de bedrijfswoningen op bedrijventerrein Overdie als geluidgevoelige bestemmingen zijn beschouwd.

2.15

Notitie Peutz, maatwerkvoorschriften Reclamant stelt dat in de notitie van Peutz geen rekening is gehouden met de maatwerkvoorschriften van reclamant, opgelegd bij besluit van 14 juni 2012, dat onduidelijk is hoe deze maatwerkvoorschriften zich verhouden tot de ontwerp-maatwerkvoorschriften en de bepalingen uit het Activiteitenbesluit, dat bovendien de maatwerkvoorschriften van reclamant niet van toepassing zijn op verkeer van en naar de inrichting en dat de consequenties hiervan evenmin in ogenschouw zijn genomen. In dit verband wijst reclamant ook op de volgende zienswijze over 'indirecte hinder'. Gemeentelijke beantwoording Bij de berekeningen van de geluidbelastingen in de omgeving is uitgegaan van het actuele zonebeheermodel. De hierin opgenomen bedrijfssituatie voor reclamant is dezelfde bedrijfssituatie als waarop het maatwerkvoorschrift van 14 juni 2012 is gebaseerd. Deze maatwerkvoorschriften blijven krachtens het overgangsrecht van de Omgevingswet, onverkort van kracht. De maatwerkvoorschriften, zoals ter visie gelegd, hebben alleen betrekking op inrichtingen die nog geen maatwerk opgelegd hebben gekregen. Het verkeer van en naar de inrichting zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening nog akoestisch worden onderbouwd.

Op voorhand mag overigens worden verwacht dat kan worden voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in de Circulaire 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' van 29 februari 1996 en dat maatwerk verder niet benodigd is. Hierop wordt in de beantwoording onder 2.28 nader ingegaan.

2.16

Notitie Peutz, uitbreidingsmogelijkheid Reclamant stelt dat anders dan (volgens de notitie van Peutz) wordt gesteld, de bestaande rechten van reclamant met dit ontwerpbestemmingsplan wél worden aangetast, dat met dit plan reclamant 'op slot wordt gezet' en uitbreidingen niet (meer) aan de orde zijn. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording onder 2.3 is al aangegeven dat de geluidruimte momenteel beperkt is, waardoor uitbreidingen lastig te realiseren zijn. In de beantwoording onder 2.10 is daarnaast opgenomen dat er na dezonering alleen nog hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden uit het Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan/de bruidsschat.

16

Omdat het bedrijf van reclamant niet geluidzoneringsplichtig is, heeft de dezonering geen gevolgen voor reclamant: het is niet zo dat zijn eventuele gewenste uitbreidingen afhankelijk waren van de status van gezoneerd industrieterrein. Overigens werken de gemeente en reclamant al geruime tijd samen om deze bedrijfsactiviteiten van reclamant samen te voegen op een andere vestiging van reclamant elders in de gemeente. In Overdie is uitbreiding van de activiteiten dan ook niet aan de orde. 2.17

Notitie Peutz, aansluiting bij de feitelijke situatie Zowel in de toelichting als door Peutz wordt gesteld dat opheffing van de geluidzone aansluit bij de feitelijke situatie en dat zonder een (wettelijke) zware lawaaimaker redelijkerwijs er geen grondslag bestaat voor het in stand houden van een gezoneerd industrieterrein. Reclamant voert aan dat het naastgelegen bedrijf een grote lawaaimaker (als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, en Bijlage I onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht) is en dat de enkele aanwezigheid hiervan de grondslag vormt om de zone en het industrieterrein in stand te houden. Gemeentelijke beantwoording Het bedrijf naast reclamant is geen grote lawaaimaker. Dat standpunt is in de beantwoording van de zienswijze van reclamant R01 gemotiveerd weerlegd.

2.18

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, (wettelijke) grondslag Reclamant is van mening dat de (wettelijke) grondslag van het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften onduidelijk is en stelt dat het ontwerpbesluit hier ook verder niets over zegt. Gemeentelijke beantwoording Het college van Alkmaar is op grond van de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer bevoegd om maatwerkvoorschriften op te leggen. Ter verduidelijking zal dit nog worden toegevoegd aan het vast te stellen besluit maatwerkvoorschriften.

2.19

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, onderbouwing Reclamant stelt dat het ontwerpbesluit maatwerkvoorschriften iedere onderbouwing ontbeert. Gemeentelijke beantwoording In het ontwerpbesluit is de volgende onderbouwing opgenomen: "De gemeente Alkmaar is voornemens om de huidige geluidzone op te heffen door middel van het vaststellen van het bestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Overdie. Zonder aanvullende besluitvorming zouden inrichtingen daardoor onder een ander wettelijk regime vallen en daarmee, afhankelijk van de situatie, meer of minder geluidrechten verkrijgen. Door middel van de voorliggende ontwerp-maatwerkvoorschriften worden de huidige geluidrechten vastgelegd, zodat ieder bedrijf ook na inwerkingtreding van het bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie haar bedrijfsvoering ongehinderd kan voortzetten".

2.20

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, verwijzing naar bijlage 1 Reclamant stelt dat er wordt verwezen naar een 'bijlage 1', maar dat deze bijlage niet ter inzage is gelegd of (digitaal) ter beschikking is gesteld. Gemeentelijke beantwoording Op de inloopbijeenkomst op 17 januari 2024 heeft reclamant hiervan melding gemaakt. Hem is de bijlage daarna ter beschikking gesteld.

2.21

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, voorschrift 1 Het is voor reclamant onduidelijk waar de grenswaarden langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus in tabel 1 op zijn gebaseerd. Gemeentelijke beantwoording Ter bescherming van de woningen buiten het industrieterrein wordt de huidige geluidruimte zoals die nu geldt in de situatie gezoneerd industrieterrein vastgelegd.

17

2.22

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, voorschrift 2 Reclamant vraagt zich af waarom deze grenswaarden in tabel 1 (enkel) de voorschriften 2.17a en 2.17, tweede lid, Activiteitenbesluit vervangen. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften ziet op Tabel 2.17a van artikel 2.17 lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit. Tabel 1 in het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften vervangt genoemde Tabel 2.17a. Dit zal worden verduidelijkt in het vast te stellen besluit Maatwerkvoorschriften

2.23

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, verwijzing * in tabel 1 Reclamant voert aan dat het ontwerpbesluit maatwerkvoorschriften rechtsonzeker is en vraagt zich af op welke geluidgevoelige gebouwen dit besluit precies ziet omdat de * immers nergens naar verwijst. Gemeentelijke beantwoording De betekenis van * wordt in de tabel behorend bij het definitieve besluit, toegevoegd.

2.24

Ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften, artikel 2.17a Activiteitenbesluit Volgens reclamant is onduidelijk of het ontwerpbesluit ziet op artikel 2.17a Activiteitenbesluit of op artikel 2.17, eerste lid, onder a Activiteitenbesluit, of dat dit ziet op tabel 2.17a uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit? Het Activiteitenbesluit bevat overigens geen voorschriften, maar artikelen. Gemeentelijke beantwoording Het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften ziet op Tabel 2.17a van artikel 2.17 lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit. Tabel 1 in het ontwerpbesluit Maatwerkvoorschriften vervangt genoemde Tabel 2.17a. Dit zal worden verduidelijkt in het vast te stellen besluit Maatwerkvoorschriften

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16187856/1