Beleid 3m. Opgavendocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Tekst van het document
20 Ministeries van EZK en BZK, Ontwerp Programma Energie Hoofdstructuur, 2023 Opgaven
54
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Clustering van energie en (circulaire) economie Tot op heden volgt het aanbod van energie de vraag. Overal waar energie nodig is, wordt een aansluiting gerealiseerd, ook als het om heel veel energie gaat. Dat systeem is niet meer houdbaar. Er is nu al sprake van netcongestie: de capaciteit van het elektriciteitsnet is bereikt. Het zal de komende tijd moeten veranderen in een aanbodgestuurd systeem, waarbij het aanbod
21 22
van hernieuwbare energie de leidende factor is en de vraag reageert.21 Dat betekent concreet dat nieuwe grootverbruikers van energie zich moeten gaan vestigen nabij de hoofdinfrastructuur voor de betreffende energievorm (zoals stroom, waterstof en warmte). Door vraag, aanbod en opslag te bundelen is er minder energieverlies en wordt de ruimte efficiënter gebruikt.22 Energie-infrastructuur wordt daarmee
TenneT, Target grid, 2023 Provincie Noord-Holland, Omgevingsvisie NH2050, 2018
Afbeelding 26. Energie netwerken. Bron: PNH
Opgaven
55
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
ook een vestigingsplaatsfactor, en dus sturend voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen.23 Andersom betekent dit ook dat knooppunten in het energienet bij voorkeur gesitueerd moeten worden op plaatsen waar ook ruimte voor economische ontwikkeling is. In de Energievisie (inmiddels wordt gewerkt aan een Energievisie 2.0) voor Noord-Holland Noord is een strategie op hoofdlijnen ontwikkeld voor de regio. De eerste stappen in deze strategie zijn 1) energiebesparing; 2) vraag en aanbod bij elkaar 23
Expertteam Energiesysteem 2050, Outlook energiesysteem 2050, 2023
Afbeelding 27. Circulaire economie en bedrijvigheid. Bron: PNH
Opgaven
56
brengen; 3) inzet op alternatieve energiedragers; en 4) inzet op slimme oplossingen. De vijfde stap is de inzet op een robuust en toekomstbestendig netwerk rondom de knooppunten regio Alkmaar, Hoorn en Den Helder. Op en rond deze knooppunten vinden veel ruimtelijk-economische ontwikkelingen plaats met invloed op het energiesysteem. Voor Middenmeer geldt dat ook, als gekozen wordt om hier de aanlanding van wind op zee te realiseren. In het landelijk gebied wordt in het bijzonder ingezet op slimme oplossingen.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Voldoende ruimte voor (circulaire) economie De omslag naar circulaire economie (naast de energietransitie) zal in Noord-Holland Noord hoofdzakelijk plaatsvinden op de bedrijventerreinen (zowel bestaande als nieuwe). Er is ruimte nodig voor nieuwe circulaire bedrijven en bestaande bedrijven zullen steeds meer voor circulaire productietechnieken gaan kiezen. In de overgang naar de circulaire economie is waarschijnlijk voor een lange periode extra ruimte en transportcapaciteit nodig, als nieuwe circulaire technieken (afval als grondstof) en de oude lineaire technieken (van grondstof naar afval) naast elkaar bestaan. Wat de ruimtelijke consequenties van de circulaire economie precies zullen zijn is nog onbekend. Onlangs (november 2024) is de ‘Ruimtelijke verkenning circulaire werklocaties in de provincie NoordHolland’ beschikbaar gekomen. Landelijk wordt ervan uitgegaan dat er een behoefte van 15% extra oppervlakte bedrijventerrein nodig is vanwege de transitie naar circulaire economie. Er is vooral behoefte aan bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie. Ook is onbekend hoe groot de (tijdelijke) ruimtevraag voor circulaire bedrijven precies is.
De ontwikkeling van en op bedrijventerreinen is de ruimtelijke weerslag van een transitie die veel breder is, waarbij bedrijventerreinen een grotere bijdrage kunnen leveren aan klimaatadaptatie, een grotere biodiversiteit, energietransitie en een grotere ruimtelijke kwaliteit. Noord-Holland Noord geldt ook als ‘tuin van innovatie’.24 Die concentreert zich rond vijf economische activiteiten, elk met eigen kansen op circulariteit: veredeling van zaad en bloembollen, energy & health, blauwe (zee- en kustgerelateerde) economie, bouw- en onderhoudseconomie en digitalisering als versneller. Momenteel wordt gewerkt aan een economische agenda voor Noord-Holland Noord met als speerpunten groen (agri), blauw (water) en energie. Deze speerpunten zijn nu ook al vigerende beleidsambities op basis van het Ambitiedocument Holland Boven Amsterdam uit 2017 (met een focus op agri, water, energie en toerisme).25 Om de kansen die hieruit voortvloeien optimaal te benutten, moet worden ingezet op het volledige economische systeem. Dat omvat bijvoorbeeld ook de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen (‘triple helix’), het onderwijsaanbod en de woningmarkt. Ook de hiermee gepaard gaande landschappelijke inpassingsvragen en de vraag
naar een goede omgevingskwaliteit zijn belangrijke aandachtspunten. Het streven naar brede welvaart vraagt om een goed verbond tussen economie en ecologie. Dit is ook belangrijk voor het vestigingsklimaat in de regio. Een belangrijk aspect van de circulaire economie is de biobased economie. Daarvoor is een vitale ondergrond cruciaal, want de bodem en het watersysteem vormen letterlijk en figuurlijk de basis voor deze economie. Om de ruimte efficiënter in te zetten is het belangrijk dat bedrijven die hun producten en grondstoffen over het water kunnen laten vervoeren dat ook werkelijk doen. Watergebonden bedrijventerreinen moeten weer via het water worden bevoorraad. In Noord-Holland Noord zijn bedrijventerreinen in Den Helder en in Alkmaar (de Boekelermeer) watergebonden. Voor de bedrijven zelf zijn uiteindelijk de eigen vestigingsfactoren op bedrijventerreinen essentieel. Opgave is om bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen en circulair te maken. Bedrijventerreinen en werklandschappen kunnen eveneens bijdragen aan de biodiversiteitsdoelstellingen. Daarbij moeten we zuinig en slim omgaan met de beschikbare fysieke ruimte en milieuruimte. Want ook in een circulaire economie is (milieu)ruimte nodig, bijvoorbeeld voor de opslag, scheiding en verwerking van materialen en reststromen. In Noord-Holland Noord zijn terreinen met een milieucategorie van 4 of hoger schaars.
De Boekelermeer in Alkmaar is het enige terrein met een milieucategorie van 5.3. Het verduurzamen van bedrijventerreinen betekent ook het gebruik van duurzame bestel- en vrachtwagens. Deze zullen duurzame brandstoffen nodig hebben die ook geladen/getankt moeten worden. Dit heeft ook impact op het energienet en de netcapaciteit. Verder is het essentieel om voldoende ruimte voor reguliere bedrijventerreinen te houden. In het Rijksprogramma Werklocaties worden hiervoor de contouren geschetst. In de kamerbrief ‘Ruimte voor economie’ heeft het Rijk aangegeven prioriteit te geven aan verduurzaming van de industrie, campusontwikkeling en innovatie, een goed vestigingsklimaat voor het midden- en kleinbedrijf en voldoende ruimte voor grootschalige bedrijfsvestigingen.26 Bedrijventerreinen en werklocaties hebben een grote economische en maatschappelijke betekenis. Zo is 30% van de werkgelegenheid daar gelokaliseerd. In de komende
24 Rabobank, Noord-Holland Noord als tuin van innovatie, 2023 25 Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO), Ambitiedocument Holland Boven Amsterdam 2040, 2017. Het BAO wordt gevormd door bestuurders uit de regio Noord-Holland Noord en de provincie Noord-Holland. 26 Ministerie van EZK, kamerbrief ‘Ruimte voor economie’, 2022 Opgaven
57
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
jaren groeit de behoefte aan bedrijventerreinen. De ambities om de autonome groei, circulariteit, duurzame energievoorziening en de wateropgave te faciliteren, vragen om extra ruimte.27 Naast het beter benutten van bestaande terreinen is er een autonome uitbreidingsvraag naar nieuwe bedrijventerreinen. Deze verschilt afhankelijk van het gebruikte WLO-scenario (laag en hoog).28 Van 2020 tot 2040 gaat het volgens de behoefteraming NoordHolland Noord (2021) om: • • •
Westfriesland: 11-73 hectare, Regio Alkmaar: 12-99 hectare, Kop van Noord-Holland: 6-71 hectare (zonder additionele vraag vanuit maritiem/offshore en datacenters).
Hierbij is geen rekening gehouden met een eventueel additionele vraag of overloop vanuit de MRA, waar grote tekorten aan bedrijventerreinen zijn. Het planaanbod in de regio’s van Noord-Holland Noord kan hier voor een deel in voorzien. Het bedrijfsleven in Noord-Holland Noord wil onder voorwaarden voorzien in alternatieve locaties voor bedrijven die in Amsterdam, de Zaanstreek of de IJmond moeten wijken van hun huidige locatie. Als belangrijke randvoorwaarde geldt dat ze moeten aansluiten op de bedrijvenstructuur en infrastructuur van de betreffende regio. En daarmee meerwaarde hebben voor zowel de te verplaatsen bedrijven als de betreffende regio. Rekening houdend met het harde planaanbod op 1 januari 2020 en vervangingsvraag vanwege transformatie van bedrijventerreinen levert dat tot 2040 een netto behoefte op van: • • •
Westfriesland 6 tot 68 ha, Regio Alkmaar: -35 tot 52 ha, Kop van Noord-Holland: -52 tot 13 ha.
In de verschillende Convenanten Werklocaties (die zich richten op de periode tot 2030) hebben provincie en gemeenten vastgelegd uit te gaan van het hoge scenario. Of deze vraag zich werkelijk voordoet, wordt continu gemonitord. De planontwikkeling voor nieuwe bedrijventerreinen is adaptief en wordt gebaseerd op deze monitoring. Uit het monitoren van de bedrijventerreinensituatie (stand augustus 2023) blijkt dat de afgelopen jaren (2021-2022) de uitgifte – en daarmee de totale omvang van de in
gebruik zijnde bedrijventerreinen – een stuk groter is dan op basis van de behoefteraming werd verwacht. In regio Alkmaar is nu nog zo’n 55 ha uitgeefbaar. In de Kop is dat nog 41 ha, waar de combinatie van zeehaven-luchthaven in Den Helder economisch van groot belang is voor de regio. De synergie die dit kan opleveren gaat gepaard met een vraag naar ruimte. In Westfriesland is nog slechts 4,5 ha bedrijventerrein beschikbaar. Weliswaar lijkt er nog aanbod in de regio’s Alkmaar en Kop van Noord-Holland, maar dit is door harde reserveringen (totaal zo’n 30 ha) nog beperkt tot totaal zo’n 50 ha. In Westfriesland is het aanbod vrijwel geheel uitgegeven. Die toegenomen krapte wordt versterkt door de druk vanuit andere functies op bestaande terreinen, zoals transformatie naar wonen of invulling voor energie-infrastructuur. Dit is voor Westfriesland aanleiding geweest om te werken aan twee uitbreidingslocaties. Ook de regio Alkmaar onderzoekt of er nog mogelijkheden zijn voor nieuwe locaties. In 2025 start PNH met een nieuwe behoefteraming voor Noord-Holland Noord in samenwerking met de regio. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen brengt opgaven met zich mee op het gebied van de mobiliteit en de beschikbaarheid van energie. Nu al doen zich knelpunten voor in de (energie-)infrastructuur.
Met een toenemend aantal inwoners en een werkgelegenheid die niet evenredig meegroeit, nemen die knelpunten verder toe. De opgave van een mobiliteitstransitie (uitgewerkt onder het volgende perspectief ‘Leefbare steden en regio’s’) moet bijdragen aan oplossingsrichtingen voor de bereikbaarheid. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar vervoer over de weg, maar ook over water. Daarnaast kan de zogenaamde werkgeversaanpak (minder autoverkeer in de spits) bijdragen aan de verduurzaming van het woon-werkverkeer. Verder is voor een goed economisch vestigingsklimaat de factor arbeid van groot belang. Er zijn echter te weinig vakmensen in Noord-Holland Noord werkzaam en te veel vakmensen hebben een baan buiten de regio (met name in de MRA). Dit vergt, naast voldoende geschikte woningen in een aantrekkelijke woonomgeving met een passend voorzieningenniveau, ook adequate onderwijsvoorzieningen. Het gebrek aan hoger onderwijs zorgt voor een trek van jongeren uit de regio naar de grote stad, en passend onderwijs is essentieel voor de (circulaire) economie. Dit is ook opgenomen in de onlangs vastgestelde en breed
27 Economisch Forum Holland boven Amsterdam, Naar toekomstbestendige bedrijventerreinen, strategische visie van het bedrijfsleven in en boven het Noordzeekanaal (2023) 28 WLO staat voor Welvaart en Leefomgeving. De WLO-scenario’s worden opgesteld door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving. Opgaven
58
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
gedragen Human Capital Agenda voor Noord-Holland Noord.29 In de regio zijn verschillende grote logistieke bedrijven gevestigd. Logistiek vastgoed, zoals hubs, op- en overslaglocaties en distributiecentra zijn cruciaal voor efficiënt en duurzaam transport. Het is een opgave om grootschalig logistiek vastgoed mogelijk te blijven maken en de ruimte zo efficiënt en optimaal mogelijk te benutten. Dat kan bij nieuwe (grootschalige) logistieke ontwikkelingen onder meer via clustering, slim en meervoudig ruimtegebruik, herontwikkeling van bestaande terreinen, inpassingsmaatregelen en duurzaamheidseisen aan de gebouwen. Op de (bestaande) bedrijventerreinen en hublocaties moet vervolgens voldoende ruimte zijn voor de transitie naar zero-emissie. Dit houdt in dat er wordt nagedacht over de oplaadfaciliteiten voor elektrische transportmiddelen en de daarvoor benodigde capaciteit op het elektriciteitsnet. Inzet is om bedrijventerreinen een grotere bijdrage te laten leveren aan brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit via bijdragen aan grote transities zoals energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Zo zal het bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar zich sterk ontwikkelen in relatie tot de energietransitie.
Het georganiseerde bedrijfsleven in NoordHolland Noord heeft bovendien de ambitie dat alle bedrijventerreinen energieneutraal zijn in 2040. De vraag kan aan de orde komen welke consequenties de nieuwe opgaven hebben voor de locatiekeuze van nieuwe bedrijventerreinen, zoals afgestemd op water en bodem en de clustering van economische ontwikkeling bij knooppunten van het energienetwerk. Clustering van bedrijven naar bijvoorbeeld productieen afzetketens of specialisme bevordert crossovers, levering van geïntegreerde producten en diensten. Dergelijke clusters kunnen de economische ‘ecosystemen’ versterken.
Den Helder gesloten. Hiermee streven de drie partijen naar een optimale benutting van het havengebied (civiel en militair), versterking van de maritieme stadsontwikkeling, verbetering van de bereikbaarheid, klimaatbestendigheid en waterveiligheid en ondersteuning van de energietransitie. In het bestuursakkoord wordt ingezet op de ontwikkeling van zowel een ‘Maritime Maintenance Valley’ als een ‘Energy Maintenance Valley’. Hiervoor dient ruimte te worden gerealiseerd in de zeehaven en het achterland van het havengebied van Den Helder. Uitgangspunt is civiel-militaire samenwerking ter versterking van de maritieme maakindustrie die verbonden is aan de Koninklijke Marine en aan de offshore-sector. Onze maritieme maakindustrie is van grote strategische waarde. Om deze sector te versterken is actiever industriebeleid van het Rijk noodzakelijk. Den Helder is in de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie in beeld als locatie om hoogwaardige marineschepen te ontwerpen, bouwen en onderhouden. 30 De marine is en blijft een belangrijke werkgever in Den Helder en daarmee een belangrijke economisch structurerende factor voor de regio. Het ondersteunen van de ontwikkeling van de defensieorganisatie richting een moderne krijgsmacht in Den Helder, is in het bestuursakkoord een nadrukkelijk aandachtspunt.
De haven van Den Helder heeft een sleutelpositie in de energietransitie op de Noordzee en met de Koninklijke Marine voor de veiligheid in de wereld. Onlangs hebben de provincie, gemeente Den Helder en het ministerie van Defensie het Bestuursakkoord Ontwikkeling Maritiem Cluster Kop van Noord-Holland/ 29 Human Capital Agenda Noord-Holland Noord, opgesteld in opdracht van het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid Noord-Holland Noord en het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, 2023 30 Ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur & Waterstaat, Defensie, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en Financiën, No guts, no Hollands Glorie! Sectoragenda Maritieme Maakindustrie In actie voor een veilig, duurzaam en welvarend Nederland, oktober 2023 Opgaven
59
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
vervoer, recreatiegebieden en leefbaarheid neemt echter toe. Mobiliteit is al een knelpunt. De kernen zijn omringd door gebieden die bij het Natuurnetwerk Nederland horen of zijn aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Er is weinig ruimte om naar buiten, het landelijk gebied in, te groeien. Ook Westfriesland ligt gunstig ten opzichte van de dynamische Amsterdamse regio, met goede verbindingen over de weg en het spoor. Dankzij de verbetering van de Westfrisiaweg ligt er nu een goede verbinding met het oostelijke deel van Westfriesland. Richting het oosten, Flevoland en verder naar Duitsland, sluit de nieuwe verbindingsweg aan op de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. Naast Hoorn bieden de stedenband Hoogkarspel-Enkhuizen (‘Bandstadmodel’) en Obdam ook mogelijkheden voor verdere verstedelijking, in combinatie met de Westfriese Lijn. In de Kop van Noord-Holland is de verstedelijkingsdruk lager. Het stedelijke centrum in deze regio is Den Helder, terwijl Schagen als OV-knooppunt ook een belangrijke regiofunctie vervult. Rondom deze stedelijke regio’s ligt in Noord-Holland Noord een groot aantal dorpen en kleinere steden. Met name kleine kernen kennen over het algemeen een sterk gemeenschapsgevoel. De leefbaarheid staat er echter onder druk vanwege een teruglopend voorzieningenniveau.
Binnen het perspectief ‘Leefbare steden en regio’s’ staat Noord-Holland Noord voor de volgende opgaven:
5.4. Perspectief voor leefbare steden en regio’s Regionale en bovenregionale samenhang In het verstedelijkingspatroon van Noord-Holland Noord doet de grootste groei qua woningbouw zich voor in Regio Alkmaar en in Hoorn. Deze gebieden zijn onderdeel van het daily urban system van de Metropoolregio Amsterdam. Alkmaar en Hoorn zijn daarom als onderdeel van Bereikbare Steden in het programma Bouwen en Wonen van de MRA zijn opgenomen. De westelijke verstedelijkingzone, waar Regio Alkmaar deel van uitmaakt, strekt zich uit van Beverwijk (in de MRA) tot en met Dijk en Waard. Dankzij de nabijheid van en de verbindingen met de Metropoolregio Amsterdam en de aantrekkelijke landschappelijke omgeving biedt deze zone een aantrekkelijk woonen vestigingsmilieu. De druk op de wegen, openbaar
• • • • • •
aanpak van het woningtekort, transitie van de bestaande gebouwde omgeving, leefbaarheid en brede welvaart, duurzame mobiliteitstransitie, groei van toerisme en de recreatiebehoefte, behoud en ontwikkeling van landschap en erfgoed.
Daarnaast worden hier ook de thema’s gezonde leefomgeving en cultureel erfgoed benoemd. In het startpakket van het Rijk zijn dit aparte onderdelen, naast de drie perspectieven. Hoewel deze thema’s relevant zijn voor alle perspectieven worden ze in dit perspectief ‘Leefbare steden en regio’s’ opgenomen. Voor dit perspectief is economie ook een belangrijk thema. Vanwege de indeling door het Rijk van economie bij het perspectief ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie, is dit thema uitgebreid aan bod gekomen in de vorige paragraaf en wordt het bij dit perspectief slechts op enkele plekken aangestipt. 31
31 In het Ontwikkelperspectief Noord-Holland krijgen gezonde leefomgeving, cultuurhistorie en economie een heldere positie. Opgaven
60
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Opgaven Aanpak van het woningtekort Nederland kampt met een tekort aan woningen. Demografische ontwikkelingen (vergrijzing, immigratie en een nog steeds kleiner wordende gemiddelde huishoudensgrootte) leiden tot een stijgende woningvraag. Ook in Noord-Holland Noord is een grote behoefte aan betaalbare woningen. Daarbij neemt de leeftijdsgroep 65-plus in aantal sneller toe ten opzichte van andere regio’s. Met name alleenstaanden zorgen in Noord-Holland Noord voor een toename in de huishoudensontwikkeling. Verder is buitenlandse migratie een belangrijke factor in de bevolkingstoename, en daarmee de behoefte aan huisvesting. Deze komt deels voort uit een stijgend aantal buitenlandse werknemers en sinds 2022 ook mensen die uit Oekraïne gevlucht zijn. Er is vooral veel vraag naar betaalbare woningen voor starters en middeninkomens. 32 Daarbij gaat het ook om de kwaliteit van de woningen, passend bij de doelgroep en duurzaam gebouwd. De woningbouwopgave voor Noord-Holland Noord tot en met 2030 is bepaald op 40.000. In de Woondeal 2.0 (ondertekend door de minister voor VRO, bestuurders van de regiogemeenten en de provincie in maart 2023) zijn afspraken gemaakt om dit aantal nieuwe woningen te realiseren. In een actualisatie van de woondeal is deze opgave opgehoogd naar 42.500 woningen. De regio zelf kent tot 2030 een behoefte aan 26.000 woningen.
De regio heeft in afstemming met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) afgesproken om een deel van de behoefte uit de MRA op te vangen in Noord-Holland Noord. Daarom zijn er in de Woondeal Noord-Holland Noord 2.0 14.000 woningen toegevoegd. De provincie en regio NHN 32
Afbeelding 29. Binnenlands vertrek uit Noord-Holland Zuid 20102020. Bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2021-2050
dienden tijdens de Woontop op 11 december 2024 een propositie in bij de minister van VRO om aangewezen te worden als grootschalige woningbouwlocatie. Noord-Holland Noord helpt de MRA zo in haar woningbouwbehoefte en gaat daarmee ook verdringing van de eigen inwoners op de woningmarkt tegen. De meeste woningen staan gepland nabij OVknooppunten in Alkmaar, Dijk en Waard en Hoorn. De komst van bewoners uit de MRA naar Noord-Holland Noord is het grootst in Regio Alkmaar:
Prognose Noord-Holland 2021-2050, bevolking, huishoudens en woningbehoefte
Afbeelding 28. Prognose Noord-Holland 2021-2050, bevolking, huishoudens en woningbehoefte. Bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2021-2050
Opgaven
61
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Overheid en markt zijn de afgelopen jaren niet in staat geweest om tijdig voldoende woningen te realiseren. Uit onderzoek blijkt dat de voornaamste knelpunten zijn: de ambtelijke capaciteit, tekort aan bouwpersoneel, stikstof, mobiliteit, geluidscumulatie, energie-infrastructuur, het rondkrijgen van de businesscase, tekort aan bouwmateriaal en daarmee stijgende bouw- en energiekosten, inflatie en rentestijging. 33 Ook de Woondeal Noord-Holland Noord 2.0 benoemt dat de hoge benodigde woningbouwproductie alleen haalbaar is als tijdig in de kritische succesfactoren en randvoorwaarden wordt voorzien. Met name worden genoemd: energieinfrastructuur, stikstof, mobiliteit, betaalbaarheid, geluidscumulatie en focus op de uitvoering. Dit is herbevestigd in de propositie grootschalige woningbouw Noord-Holland Noord. Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren is er voldoende capaciteit op het energienetwerk nodig. Door congestie op het regionale energienetwerk is aansluiten van grootgebruikers in vrijwel geheel Noord-Holland Noord lastig. Hierdoor kunnen op woningbouwlocaties geen commerciële en maatschappelijke functies met een grootverbruikaansluiting zoals een supermarkt, school of sporthal worden gerealiseerd.
Ook kunnen bedrijven van binnenstedelijke locaties niet verhuizen naar bedrijventerreinen, omdat zij daar niet worden aangesloten, waardoor woningbouwlocaties in transformatiegebieden niet vrijkomen. De regio constateert dat om de woningbouwopgave (tijdig) te kunnen realiseren, de netcongestie aangepakt moet worden. Dit vergt een versnelde uitbreiding van het energienetwerk en het vergroten van netcapaciteit (zie paragraaf 5.3). Verder is evident dat er voldoende stikstofruimte nodig is om de woningbouwopgave (tijdig) te kunnen realiseren. Dat geldt overigens voor alle (economische) investeringen en het verduurzamen van de woningbouw. Naast het oplossen van deze knelpunten is er een opgave om de nieuwe woningen toekomstbestendig te bouwen. Dat betekent rekening moet worden gehouden met water en bodem. Een voorbeeld is om zo min mogelijk te bouwen in de diepste polders of het diepste deel van polders. 34 De ‘Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving’ maakt duidelijk hoe klimaatadaptief bouwen en inrichten eruitziet. 35 Daarnaast hebben de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, tientallen gemeenten (waaronder Alkmaar en Schagen), ontwikkelaars en bouwers in september 2022 het 33 34 35
De groei van het aantal inwoners in de regio betekent ook dat de recreatiebehoefte zal toenemen (zie de paragraaf ‘Groei van toerisme en de recreatiebehoefte’). Het is van belang om recreatiemogelijkheden integraal mee te nemen bij de gebiedsontwikkelingen, en niet als sluitstuk. Transitie van de bestaande gebouwde omgeving Ook het bestaande stedelijke gebied vraagt de nodige aandacht. Daar komen urgente opgaven bij elkaar. Denk aan verduurzaming van de bestaande woningen, verdichting, (gedeeltelijke) transformatie van bedrijventerreinen, de betaalbaarheid van de woningen en een gezonde leefomgeving. Een gezonde leefomgeving vraagt om groen in de wijk en een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen (lopen, fietsen, spelen, sporten). Nieuwe vormen van mobiliteit zijn daaraan verbonden. Aantrekkelijke loop- en fietsroutes maken formules als wijkhubs, stadsrandhubs en mobipunten (knooppunten op lokaal niveau met parkeeraccommodatie, openbaar vervoer, deelmobiliteitsconcepten en aanvullende voorzieningen) beter haalbaar. Groen in de wijk dient tegelijk ook andere doelen. Groen en water leveren zogenoemde ecosysteemdiensten, waaronder waterberging. Ook voor de stad geldt het parool het water zo veel mogelijk vast te houden.
Het bodem- en watersysteem is gebaat bij zo min mogelijk verharding, zodat regenwater direct in de grond kan sijpelen en niet in het riool terecht komt. Groen en water in de openbare ruimte verminderen daarnaast het urban heat island-effect en daarmee de hittestress in de stad. Het stedelijk groen bevordert bovendien de biodiversiteit (zie verder de beschrijving van de opgave natuurinclusief inrichten van stedelijk en landelijk gebied in 5.2).
Provincie Noord-Holland, Masterplan Wonen 1.5, 2022 De meeste nieuwbouwplannen in Noord-Holland Noord bevinden zich niet in de diepste polders. https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlat-groene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving Opgaven
62
convenant voor toekomstbestendige woningbouw ondertekend. Hierin staan ambitieuze afspraken strenger dan de huidige wettelijke normen - zodat woningen sneller, goedkoper en duurzamer kunnen worden gebouwd.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Leefbaarheid en brede welvaart Omdat Noord-Holland Noord op enige afstand ligt van de economische kerngebieden in en om Amsterdam, is de economische druk er minder36. Tegelijk is de brede welvaart die mensen ervaren relatief hoog. 37 Met name in kleine kernen spreekt dat niet vanzelf. Weliswaar kennen die vanouds een sterke gemeenschapszin en
identiteit, maar de leefbaarheid staat in toenemende mate onder druk. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) benadrukte dat in het advies ‘Elke regio telt’, waarin de Kop van Noord-Holland één van de bestudeerde regio’s is.
36 Voor veel economische activiteiten zijn de vestigingsfactoren in de MRA gunstiger dan in Noord-Holland Noord (bereikbaarheid, personeel, afzetmarkt, opleidingen), waardoor er in de MRA meer druk is om nieuwe bedrijventerreinen en kantoorlocaties te realiseren. 37 Rabobank, Noord-Holland Noord als tuin van innovatie, 2023
Afbeelding 30. Woningbouwplannen - Grootte. Bron: PNH
Opgaven
63
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Noord-Holland kent aanzienlijke regionale verschillen. Die verschillen zijn er in landschappelijk en cultureel opzicht, maar ook als het gaat om de kansen die mensen hebben om een passende baan te vinden, om onderwijs te volgen op een goed bereikbare locatie en om gezond oud te worden. Noord-Holland Noord kent achterstanden ten opzichte van Noord-Holland Zuid met betrekking tot onder meer de hoogte van het gemiddelde inkomen, de beschikbaarheid van publieke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en openbaar vervoer en de werkgelegenheid. Ook de beschikbaarheid van culturele voorzieningen en ontmoetingsplekken is met name in Kop van NoordHolland beperkt. De Rli signaleerde dat essentiële voorzieningen in de bestudeerde regio’s gelijktijdig afbrokkelen. Deze neerwaartse spiraal van verschraling heeft verstrekkende gevolgen voor het gemeenschapsleven in een regio. De leefbaarheid van dorpen, buurten en gemeenschappen komt onder druk te staan en dit leidt in diverse regio’s tot achterstanden. Dit betreft onder meer verschillen in gezondheid en de hoogte van het gemiddelde inkomen. Ook is de beschikbaarheid van culturele voorzieningen, openbaar vervoer en ontmoetingsplekken in bepaalde regio’s onder de maat. Dit geldt zeker voor de Kop van Noord-Holland. 38 Uit het onderzoek komt naar voren dat de ondersteuning van regio’s vanuit het Rijk niet toereikend is.
Om de achterstanden op het gebied van onder meer gezondheid, onderwijs, bereikbaarheid en economische welvaart goed aan te pakken, is naar oordeel van de Rli langdurige aandacht nodig. Maar de steunprogramma’s van de rijksoverheid zijn kortdurend, incidenteel en van te beperkte omvang. Tegelijkertijd kan de achterstand de realisatie van allerlei nationale doelstellingen bemoeilijken – denk aan de noodzakelijke transities in onder meer het energiesysteem, de landbouw en de economie – en loopt de welvaartsgroei in de economische kerngebieden tegen de grenzen van leefbaarheid aan. Nederland kan zijn nationale problemen niet oplossen zonder de kracht en het potentieel van álle regio’s. De Omgevingsvisie NH2050 (2018) stelt voor dat in regionaal verband keuzes worden gemaakt over welke dorpskernen als voorzieningencentra (blijven) fungeren. ‘Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en de leefbaarheid in deze gebieden. Er is daarnaast een zeer divers beeld van de sociale cohesie (denk hierbij aan bijvoorbeeld een bruisend verenigingsleven) en ontwikkelkracht per kern. Dit vraagt daarom ook om maatwerk, in samenspraak met de lokale bevolking en ondernemers. Daar waar de kleinschalige en lokale vraag helder is (kwalitatief en kwantitatief regionaal onderbouwd) is het aan de regio 38
Het provinciale coalitieakkoord ‘Verbindend vooruit!’ stelt dat goede voorzieningen, zoals scholen, sportaccommodaties, dorpshuizen en toegang tot cultuur van cruciaal belang zijn voor vitale dorpen en steden. Voorzieningen vormen het cement van de samenleving. Juist in regio’s waar lastige ruimtelijke keuzes nodig zijn, moet de leefbaarheid versterkt worden door voorzieningen op peil te houden, bijvoorbeeld aan de hand van afspraken in regionale voorzieningenakkoorden. Mobiliteitshubs kunnen overigens ook een rol spelen in het behoud van de vitaliteit van dorpen en steden door juist daar voorzieningen te clusteren. Zo wordt een hub niet alleen een vervoersknooppunt, maar ook een sociaaleconomisch knooppunt van het dorp, wijk of regio. Daarnaast is werkgelegenheid een onmisbare drager voor de leefbaarheid. De landbouwtransitie (die in een aantal gevallen zal leiden tot bedrijfsbeëindiging) zal hierop een merkbare invloed zal hebben. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Het bevordert ook de positieve gezondheid en het welzijn van mensen. Met positieve gezondheid wordt de eigen (veer)kracht van mensen benadrukt.
De leefomgeving (school, werk, zorginstelling, wijk, stad, regio, landelijk gebied en natuur) kan een instrument zijn om te komen tot gezondheidswinst. Dit kan via de inzet van zowel gezondheidsbevordering (bijvoorbeeld het stimuleren van bewegen, het vergroenen van de omgeving of een goede beschikbaarheid van voorzieningen in de wijk die ontmoeten, bewegen, spelen en gezonde voeding stimuleren) als gezondheidsbescherming (bijvoorbeeld door het verminderen van lucht- en lichtvervuiling, blootstelling aan UV-straling, risico’s op infectieziekten en geluidshinder). In 2024 heeft het RIVM in opdracht van de provincie (en in samenwerking met GGD Hollands Noorden en andere partijen) een onderzoek gedaan naar de gezonde leefomgeving en kwetsbare samenleving in NHN. Dit geeft op het schaalniveau van NHN, van de drie deelregio’s, en afzonderlijke gemeenten inzicht in welke factoren de gezondheid bedreigen en welke factoren deze bevorderen. Dat beeld geldt zowel voor een stapeling van een groot aantal factoren, als voor deze factoren afzonderlijk. Het biedt aanknopingspunten om in het ruimtelijke domein maatregelen te nemen om gezondheidbedreigende factoren aan te pakken en gezondheidbevorderende factoren te stimuleren.
Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur, Elke regio telt, 2023 Opgaven
64
om maatwerk te leveren met oog voor onder andere de natuur, agrisector, duurzaamheid en milieu.’ Ook liggen hier bij uitstek kansen voor herbestemming van erfgoed.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Daarmee is het onderzoek een belangrijke bouwsteen voor het Ontwikkelperspectief NHN. Opgaven (per deelregio) die uit de studie naar voren komen betreffen onder andere: Kop van Noord-Holland: • • •
Behouden en bevorderen van de omgevingskwaliteit en daarmee de tevredenheid van de woon- en leefomgeving Verbeteren recreatief netwerk (fiets- en wandelpaden) Verbeteren van het voorzieningenniveau (bereikbaarheid en toegankelijkheid). Dit is een extra aandachtspunt in gebieden waar de bevolking relatief kwetsbaar is, zoals in Den Helder.
Westfriesland • • • • •
Verbeteren luchtkwaliteit (verlagen niveaus van stikstofdioxide en fijnstof) Geluidshinder van vliegverkeer (met name in Koggenland) Verbeteren schaduwmogelijkheden op fiets- en wandelpaden Verbeteren voorzieningenniveau Verminderen aantal verkeersongevallen in kernen
Regio Alkmaar • • • •
39
Verbeteren luchtkwaliteit (met name rond Alkmaar en Castricum) Geluidshinder van vliegverkeer (Schiphol), met name in de gemeenten Castricum, Heiloo en Uitgeest Verminderen geurhinder Sociale onveiligheid en een relatief hoge gevoelstemperatuur in Alkmaar
•
In het centrum van de regio Alkmaar is de opgetelde score van indicatoren van kwetsbaarheid hoog.
De studie concludeert dat vooral in het zuiden van Noord-Holland Noord de woningbouwopgave groot is. Dat vereist investeringen in mobiliteit, energie en economie, met een goede onderlinge afstemming. In een omgeving waar relatief veel bedreigende factoren samenkomen, is het aan te bevelen hier ook voldoende aandacht aan te schenken. Duurzame mobiliteitstransitie De voorziene groei van het aantal woningen (en inwoners) en bedrijven in Noord-Holland Noord maar ook de vergrijzing en ontgroening leidt tot knelpunten in het mobiliteitssysteem. Het wegennet staat plaatselijk in de spitsuren al vol. Zonder investeringen in het multimodale integrale mobiliteitssysteem in de gehele regio is de woningbouwopgave niet haalbaar. Regio Noord-Holland Noord werkt aan een bereikbaarheidsvisie. Hierin wordt een robuust multimodaal mobiliteitssysteem opgenomen die richting 2040 de woningbouwopgave en economische groei kan opvangen. Ook met het oog op de brede welvaart criteria. Bovendien is er sprake van een onevenwichtige woon-werkbalans, aangezien het aantal banen in Noord-Holland Noord achterblijft bij het aantal inwoners, zeker als alle geplande nieuwbouw wordt gerealiseerd. 39 Dat betekent dat nog meer mensen in het noordelijk deel van de provincie zullen wonen en in het zuidelijke deel, met name de regio Amsterdam, werken.
De economische groei die met de wens voor extra ruimte aan bedrijventerreinen gaat komen, kan ervoor zorgen dat het aantrekkelijk is om in de regio te wonen en te werken. Het grootste deel van verplaatsingen is overigens geen woonwerkverkeer en vindt meer plaats in de directe woonomgeving.
Rabobank, Noord-Holland Noord als tuin van innovatie, 2023
Opgaven
65
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Om te kunnen groeien en in verband met de vergrijzing en ontgroening moet er anders gekeken worden naar mobiliteit. Als de verstedelijking gepaard gaat met hoge parkeernormen en grote afstanden tot voorzieningen, leidt dat tot meer autogebruik. Er is een mobiliteitstransitie noodzakelijk die is ingebed in een integrale ruimtelijke ontwikkeling, waarbij wonen, werken en voorzieningen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Of in dunbevolkte gebieden de toegankelijkheid naar hubs te realiseren. De mobiliteitstransitie is gericht op het voorkomen van verplaatsingen, veranderen naar schone en actieve vervoerwijzen zoals fiets, lopen, openbaar vervoer, en het bevorderen van schoner gebruik van de auto door het gebruik te delen en de elektrische auto te stimuleren. Concreet betekent dit dat grote woningbouwlocaties zoveel mogelijk nabij OV-knooppunten worden gerealiseerd. Die knooppunten zijn ook schakels in ketenreizen. Dat vraagt om goede en comfortabele overstapmogelijkheden tussen verschillende vervoerssoorten, bijvoorbeeld tussen openbaar vervoer en deelvervoer. De mobiliteitstransitie maakt een inzet noodzakelijk op vervoer per trein en schip, snelle busverbindingen en/ of verbetering van fietsvoorzieningen en het inzetten van stadrandhubs en corridorhubs.
In de toekomst kunnen nieuwe mobiliteitsmogelijkheden ontstaan op het gebied van fijnmazige luchtvaartnetwerken met eVTOLs (elektrisch aangedreven verticaal startende en landende luchtvaartuigen) en elektrische regionale vliegtuigen. Ook vraagt de mobiliteitstransitie om een inrichting van de openbare ruimte die autogebruik en autobezit terugdringt. Daar is ruimte voor nodig. Nieuwe woningen, bedrijvigheid en recreatie vragen op de locatie zelf om ruimte voor mobiliteit. Denk aan een stoep, fietsenstalling, bushalte of parkeerplaats voor (in de context van de mobiliteitstransitie liefst zo min mogelijk) auto’s. Denk ook aan laadplekken voor elektrisch vervoer en waterstofstations, inclusief veiligheidsruimte. Het vraagt ook om ruimte voor toeleidende verkeersstromen van en naar de locatie. Denk aan bredere fietspaden, solitaire busbanen of nieuwe weginfrastructuur om bestaande stedelijke kernen te ontlasten. Ook logistieke hubs en regionale en lokale openbaarvervoerhubs buiten de kernen kunnen daar een rol in spelen, waarbinnen op de langere termijn eventueel ook vertiports voor eVTOL-netwerken een plek krijgen. Deze ruimtevraag heeft een conflict met de overige ruimtevragen en is nu nog niet goed in beeld bij bijvoorbeeld de nieuwbouwopgave. 40 41
Provincie en regio maken zich grote zorgen over de voorgenomen afschaling van de dienstregeling van de trein in Noord-Holland Noord. Bezuinigingen in het openbaar vervoer verhinderen de mobiliteitstransitie en zijn daarmee een groot obstakel voor de ontwikkeling van woonwijken en bedrijventerreinen. Voor de bereikbaarheid van heel Noord-Holland Noord heeft juist het verbeteren van de Zaancorridor en de Hoornse Lijn-corridor prioriteit. Deze corridors zijn essentieel voor het faciliteren van duurzame verkeersstromen tussen Noord-Holland Noord en de belangrijke voorzieningen en werkgelegenheidscentra in de MRA. Een betere aansluiting van de dienstregeling op de Helderse lijn (Heerhugowaard-Den Helder) en de Westfrieselijn (Hoorn-Enkhuizen) met die op de Zaanse corridor (Amsterdam-Heerhugowaard) en de Hoornse lijn (Amsterdam-Hoorn) vergroot de bereikbaarheid van heel Noord-Holland Noord en vormt zo de ruggengraat voor het openbaar vervoer. Daarnaast ligt er een opgave om doorfietsroutes te realiseren. Het gaat om routes tussen plaatsen van minimaal 7500 inwoners die niet verder dan 15 kilometer van elkaar liggen.41 Knelpunten komen met name voor op de grote verkeersaders waar doorstroming essentieel is (ring Alkmaar, de A9 en de A7). Alkmaar en Hoorn hebben een scharnierfunctie voor Noord-Holland Noord.
Veel autoverkeer vanuit Noord-Holland Noord in zuidelijke richting verzamelt zich hier op de A9, respectievelijk de A7, en andersom. Dit betekent onder meer dat de ring Alkmaar cruciaal is voor de doorstroming van verkeer van Noord-Holland Noord naar Noord-Holland Zuid en vice versa. Opgaven rond de automobiliteit spelen ook op het regionale wegennet (veel N-wegen), waar weinig ruimte is voor meer verkeersbewegingen. Daarnaast moeten er oplossingen komen voor de afslag van de A9 bij Heiloo (in verband met de nieuwbouwlocatie Zandzoom tussen Heiloo en Limmen en ten behoeve van een betere ontsluiting van bedrijventerrein Boekelermeer), voor een goede ontsluiting van Greenport NHN, het bedrijvenpark WFO in Westfriesland en de bereikbaarheid van de Kop van Noord-Holland, Marine Port.
Reden waarom investeringen in de weginfrastructuur zijn opgenomen in de Woondeal Noord-Holland Noord 2.0. Provincie Noord-Holland, Actieagenda Actieve Mobiliteit 2022-2027 Opgaven
66
Dit alles neemt niet weg dat automobiliteit in delen van Noord-Holland Noord de overhand houdt, met name voor de ontsluiting van kleinere kernen. Investeringen in een toekomstbestendig wegennet blijven daarom nodig.40 In grote delen van Noord-Holland Noord blijft de auto een belangrijke rol vervullen vanwege de afstanden en lage woningdichtheden. Daardoor zijn er te weinig passagiers voor het openbaar vervoer, ondanks het traject ‘publieke mobiliteit voor iedereen’.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Goederenvervoer over water helpt ook om transport over wegen en spoor te ontlasten. Noord-Holland Noord is goed verbonden via het water met de MRA en de rest van Nederland: de Kop van Noord-Holland via het Noordhollands Kanaal, de Waddenzee en het IJsselmeer; Westfriesland via het IJsselmeer en Markermeer; en Alkmaar via het Noordhollands Kanaal en de Zaan. De verschillende havens in Noord-Holland Noord zijn beter inzetbaar voor de mobiliteitstransitie en economische ontwikkeling van de regio.
autoverkeer en een groeiende toeristenstroom en Marine Port (Defensie). Hier ligt een opgave om de mobiliteitstransitie te stimuleren, naast aandacht voor infrastructurele maatregelen rond de marinehaven en de N250. Ten slotte moet de zogenaamde werkgeversaanpak vermeld worden om mobiliteitsproblemen aan te pakken. Deze aanpak voorziet in het vermijden van woon-werkverkeer in spitstijden.
De bereikbaarheid van Texel en de haven van Den Helder staan onder druk door groei van het Afbeelding 31. Bron: Breikbaarheidsvisie NHN, april 2021
Opgaven
67
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Groei van toerisme en de recreatiebehoefte De ambitie van een brede welvaart veronderstelt genoeg ruimte om te recreëren, in de eigen woonomgeving en in toegankelijke en aantrekkelijke landschappen net buiten stad of dorp. Toerisme is daarnaast een belangrijke economische sector. In 2019 hadden in heel Noord-Holland meer dan 150.000 mensen een baan in de toeristisch-recreatieve sector.42 In Noord-Holland Noord bieden het water, de kust, de 42 43
LISA, 2020 Visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030
Tekort recreatieplaatsen 2021 -196
0
Afbeelding 32. Het berekende tekort aan recreatieruimte in 2021. Bron: Natuur- en recreatiegebieden NoordHolland Deel A: Bovenregionale analyse. Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, augustus 2022, PNH
Opgaven
68
bollenvelden, het historische stadsschoon en meer specifiek de Texelse eilandsfeer populaire toeristische bestemmingen. Recreatie en toerisme bieden belangrijke bijdragen aan het voorzieningenniveau, het woonklimaat, behoud van cultuur en erfgoed, draagvlak voor natuur en landschap en preventieve gezondheidszorg. De komende jaren zal de behoefte aan voorzieningen voor recreatie en toerisme in Noord-Holland flink groeien, én veranderen.43 De
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
toenemende recreatiebehoefte komt door de groei van bevolking en de diversificatie in recreatiewensen en -mogelijkheden. Het tekort aan recreatieve capaciteit in het landschap was al groot en zal door het groeiende aantal inwoners en de toenemende populariteit van buitenrecreatie verder toenemen. De toekomstige vraag kan niet zonder meer worden opgevangen in huidige natuur- en recreatiegebieden zoals de duinen het Uitgeester44
en Alkmaardermeer, het Geestmerambacht, het Streekbos in Westfriesland en het Robbenoordbos. Op dit moment is er in alle delen van Noord-Holland (behalve de Kop van Noord-Holland) een groot tekort aan recreatieruimte.44 Hierbij komt dat, gezien de bevolkingsprognoses, de tekorten aan recreatieruimte gaan toenemen en hiermee de drukte in natuur- en recreatiegebieden zal toenemen, met overlast voor ecologie en bezoekers tot gevolg. En daarbij komt ook nog dat er momenteel op bepaalde plekken
Bureau Buiten, Natuur- en recreatiegebieden Noord-Holland, 2022
Afbeelding 33. Recreatie. Bron: PNH
Opgaven
69
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
sprake is van botsende belangen tussen gebruikers. In bestaande gebieden kunnen een goede inrichting, zonering en bezoekersmanagement soelaas bieden. De toenemende recreatiebehoefte zal deels moeten worden opgevangen in nieuwe gebieden die voortkomen uit het PPLG (extra NNN, extra bos en de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied). Voor elk PPLG-gebied wordt een recreatieve kansenkaart gemaakt waarbij op basis van de PPLGopgaven bekeken wordt welke kansen er zijn voor recreatie.
inwoners en gasten. Dat de kwaliteiten van natuur, landschap, cultuur en ondernemerschap zo goed mogelijk worden ingezet voor duurzame toeristischrecreatieve ontwikkeling. Het gaat daarbij zowel om economische, sociale als ecologische duurzaamheid. Verder moeten alle Noord-Hollanders profijt kunnen hebben van recreatie en toerisme.
Recreatie en toerisme zijn in deze regio belangrijke economische activiteiten. Met alle komende veranderingen in het landelijk gebied, investeringen in de energie-infrastructuur (waaronder hoogspanningsleidingen) en woningbouw wordt het een uitdaging om de ruimtelijke kwaliteit op peil te houden zodat de regio voor toeristen aantrekkelijk blijft.
1. toenemende en veranderende vraag van recreanten en toeristen, 2. toenemende druk op natuur, landschap en omgeving, 3. het versterken van het toeristisch-recreatieve aanbod, 4. het optimaal benutten van het bestaande aanbod: goed verbonden en bereikbaar netwerk.
De ambitie voor 2030 luidt45: heel Noord-Holland profiteert van recreatie en toerisme. Hiermee wordt onder andere bedoeld dat er voldoende fysieke ruimte is voor recreatie, óók in en rondom stedelijke gebieden. Dat er een netwerk van goed per OV bereikbare toeristisch-recreatieve voorzieningen is, dat optimaal aansluit bij de wensen en behoeften van 45
Visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030
Opgaven
70
De Visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030 onderscheidt voor de provincie vier opgaven die verbonden zijn aan recreatie en toerisme:
Behoud en ontwikkeling van landschap en erfgoed Noord-Holland kenmerkt zich door een grote diversiteit aan verschillende landschappen, die onmiskenbaar zijn verbonden met het verleden en ruimte bieden aan de toekomst. Hoe hoger de druk op de ruimte en op ons buitengebied, hoe groter de
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
behoefte werd de kwaliteit ervan te beschermen. Een mooi landschap, met cultuurhistorisch erfgoed en ruimte voor een groeiende recreatieve behoefte is onmisbaar als gezonde en fijne leefomgeving. Dit draagt bij aan het welzijn van onze inwoners en past ook bij de maatschappelijke tendens om meer oog te hebben voor brede welvaart. De transities en grote opgaven waar we voor staan, leiden tot grote en steeds snellere veranderingen in de fysieke leefomgeving van Noord-Holland. Noodzakelijke ontwikkelingen vragen om ruimte en flexibiliteit.
Hoofddoel van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Bij veranderingen in de fysieke leefomgeving is er een verplichting de omgevingskwaliteit te behoeden en te verbeteren. Deze omgevingskwaliteit bestaat uit ruimtelijke kwaliteit, identiteit, economie, erfgoed, ecologie, cultuur en sociaal maatschappelijke factoren in de samenhang met elkaar. Het Noord-Hollandse landschap en het erfgoed maken dus deel uit van de van de totale kwaliteit van de leefomgeving.
Afbeelding 34. Ensembles en type landschappen Bron: Leidraad Landschape en cultuurhistorie, PNH
Opgaven
71
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
In Noord-Holland richt de aandacht zich speciaal op de bescherming van waardevolle landschappen (zoals het Unesco-werelderfgoed Hollandse Waterlinies en de Bijzondere Landschappen), voor het erfgoedbeleid (gericht op bescherming, behoud en ontwikkeling van het gebouwde bovengrondse en groene erfgoed, bescherming van het ondergrondse erfgoed, het maritieme erfgoed en historische structuren) en voor de ruimtelijke kwaliteit. Het behoud van het (cultuur)landschap of de versterking ervan spelen ook een belangrijke rol bij de verdere verstedelijking. Naast ruimte die
Afbeelding 35. Erfgoed en structuren uit Leidraad Landschap en cultuurhistorie Bron: PNH
Opgaven
72
wordt ingevuld door de woningbouwopgave en de energietransitie gaat het ook om een gezonde leefomgeving en om recreatieruimte voor bewoners en bezoekers in Noord-Holland Noord. Er zijn volgende drie sturende opgaven voor het erfgoed- en cultuurbeleid: 1. transformatie van het cultuurlandschap, 2. leegstand, herbestemming en verduurzaming, 3. bereikbaarheid en toegankelijkheid van de culturele infrastructuur.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Voor wat betreft het erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit zijn deze opgaven vertaald in de volgende twee doelen: 1. structuren van provinciaal belang versterken en benutten, 2. incourant gebouwd erfgoed duurzaam gebruiken. Het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord zal invulling geven aan de ambitie om bij de komende gebiedsopgaven de opgaven voor erfgoed, (cultuur) landschap en archeologie zodanig in te passen dat ruimtelijke kwaliteit behouden of versterkt wordt. Dit als integraal onderdeel in de gehele planvorming en uitvoering. Bovendien biedt erfgoed (gebouwd erfgoed en cultuurlandschap) kansen om gebiedsgericht bij te dragen aan transities die in de voorgaande paragrafen zijn benoemd. Zo kan revitalisering van cultuurlandschappen een bijdrage leveren aan de klimaat-, water- en energieopgaven. Denk hierbij aan de ontgraving van historische waterlopen in dorpen en steden en het benutten van inundatiegebieden in voormalige waterlinies voor waterberging. Daarnaast wordt er gebiedsgericht invulling gegeven aan de rijks- en provinciale opgaven op objectniveau. Dit betreft de restauratie, verduurzaming en herbestemming van rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. In Noord-Holland Noord staan bijvoorbeeld veel historische molens. 46
De aanwezigheid van molens en de bijbehorende molenbiotopen (de vrije ruimte rondom de molens) vergroot de belevingswaarde van het NoordHollandse landschap.46 Daarnaast gaat het om behoud en herbestemming van karakteristieke stolpboerderijen zoals opgenomen in de NoordHollandse waarderingskaart voor stolpboerderijen. Deze kaart en de daarbij behorende richtlijnen dienen als uitgangspunt voor een handelingsperspectief van gemeenten bij vrijkomend en leegstaand agrarisch erfgoed. Het belang is gelegen in de opgave om de stolpenstructuren te behouden en daarmee de identiteit van het kenmerkende ‘piramidenlandschap’ beleefbaar te houden. Het erfgoedbeleid gaat uit van ‘erfgoedinclusiviteit’: niet de bevriezing van het erfgoed, maar ontwikkelingsgericht meebewegen op basis van erfgoedwaarden en het hierbij herkenbaar houden van de diverse tijdlagen in het landschap. Erfgoedinclusief ontwikkelen betekent in het licht van te verwachten ingrepen in het landschap – de toekomstige opgaven – dat erfgoed als drager van identiteiten en kernkwaliteiten en als opgave op zichzelf een belangrijke factor kan zijn bij beslissingen in het ruimtelijke domein. Het gaat daarbij om een vertaling van wat de ingrepen in het landschap zijn, waar veranderingen nodig zijn naar hoe erfgoed een rol speelt bij de inpassing, oplossing of als erfgoedopgave bepalend kan zijn voor de uitkomst.
www.molensnh.nl Opgaven
73
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
5.5. Ruimte voor defensie De veiligheidssituatie in de wereld verandert, waardoor het beschermen van Nederland en de NAVObondgenoten steeds belangrijker wordt. Na een lange periode van bezuinigingen wordt sinds 2014 weer extra geïnvesteerd in de krijgsmacht. Deze investeringen zijn sinds de oorlog in Oekraïne toegenomen. Er wordt geïnvesteerd in meer militairen, meer materieel en meer activiteiten om ervoor te zorgen dat eenheden sneller, vaker en langer kunnen worden ingezet. Er is extra ruimte nodig om te trainen, ook in NoordHolland en dan met name in Noord-Holland Noord. Het gaat daarbij om zowel directe als indirecte (geluidsruimte en veiligheidszones) ruimte. De ruimtevraag komt naar voren op bestaande terreinen (intensiever gebruik, meer milieuruimte) en op nieuwe locaties (nieuwe type oefeningen en vergroting bestaande capaciteit. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) bepaalt Defensie waar en hoeveel ruimte hiervoor nodig is. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn alle behoeften beschreven die in een plan MER worden onderzocht. De voorkeursalternatieven die hieruit voorkomen worden begin 2025 vastgelegd in een Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie en moeten uiteindelijk landen in de Nota Ruimte.
enkele landingsvaartuigen mariniers en een paar voertuigen op het strand mogen afzetten en verder landinwaarts mogen doorstoten naar een doel. •
Routes voor onbemande maritieme helikopters (drones). Het betreft de inzet van onbemande helikopters/drones voor mijnenbestrijding en maritieme verkenning. Vanwege het maritieme karakter is vliegkamp De Kooy de enige mogelijke plek om de maritieme drones te stationeren. Voor de drones zijn afgebakende routes (corridors) in het luchtruim nodig tussen De Kooy en de bestaande oefengebieden op zee. In de huidige situatie zou hetzelfde luchtruim gebruikt moeten worden dat het overige vliegverkeer ook gebruikt. Het luchtruim met de daarbij horende regelgeving geeft onvoldoende mogelijkheden om onbemand en bemand vliegverkeer te scheiden. De variant die onderzocht wordt gaat rechtstreeks over de vaarroutes naar het oefengebied op de Noordzee en komt alleen boven land ten westen van vliegkamp De Kooy.
•
Stationeren en corridors voor cargodrones. Voor het oefenen met cargodrones boven land zijn locaties nodig om ze te stationeren en ermee te oefenen. Ook zijn luchtroutes (corridors) nodig naar de oefengebieden in Nederland. De behoefte aan deze systemen is groot omdat hiermee onder gevaarlijke gevechtsomstandigheden en tijdens slecht weer bevoorrading door kan gaan. Voor het stationeren van de cargodrones gaat Defensie uit van vliegbasis Deelen in Gelderland. Er is een corridor nodig naar vliegkamp De Kooy. De rechtstreeks variant gaat in een rechte lijn boven het grondgebied van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Medemblik en Drechterland. Een andere route gaat grotendeels buiten het vasteland van Noord-Holland heen en komt van de Noordzee boven land ten westen van vliegkamp De Kooy.
•
Nieuw laagvlieggebied voor helikopters. Defensie verwacht een blijvende toename van het aantal helikopterbewegingen in de laagvlieggebieden in Nederland. Er is een noodzaak om te oefenen met vliegen op beperkte hoogte (25 meter), waarbij je minder zichtbaar bent voor de vijand. De situatie in de huidige laagvlieg gebieden verslechtert omdat er geen planologisch regime geldt dat het laagvliegbelang dient. Door het ontbreken van dit regime is o.a. het
In het NPRD wordt onderscheid gemaakt tussen behoeften met bovenregionale afweging (ruimtebehoefte met meerdere locaties in het land) en locatiespecifieke behoeften 47. In Noord-Holland Noord gaat het om de volgende behoeften: Bovenregionale afweging •
Nieuw amfibisch oefengebied. Hiervoor is momenteel het gebied ‘t Botgat ten noorden van Groote Keeten in de gemeente Schagen in beeld. Defensie heeft grote behoefte aan meer mogelijkheden om amfibisch te kunnen trainen en oefenen. Op de huidige en enige amfibische trainings- en oefenlocatie Texel is er sprake van kusterosie. Een ander probleem is dat er in Nederland alleen mogelijkheden zijn om het aanlanden te oefenen. Ook kan er bij bepaalde windrichtingen en stromingen niet geland worden op de zuidpunt van Texel. Er zijn niet veel andere mogelijkheden, die ook nog eens binnen een redelijke vaarafstand van de haven in Den Helder liggen. Het gaat hier niet zo zeer om een groot aaneengesloten gebied langs de kust maar om landingspunten op de kust waarbij
47 Dit betreft bijvoorbeeld activiteiten die reeds bestaan, maar uitgebreid moeten worden of activiteiten die al op specifieke locaties plaatsvinden. Voor deze activiteiten wordt in het planMER wel de impact op de fysieke leefomgeving beschouwd, maar geen alternatieven onderzocht (omdat hiervoor maar één bestaande locatie/gebied in aanmerking komt) Opgaven
74
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Opgaven
75
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
laagvliegoefengebied in de Wieringermeer onbruikbaar geworden. Defensie wil daarom de status van laagvlieggebieden juridisch borgen ten aanzien van het wel of niet plaatsen van obstakels in deze gebieden. Er wordt gedacht aan een regime waarbij rekening dient te worden gehouden met het belang van laagvliegen. Er wordt een nieuw laagvlieggebied onderzocht dat zich over (delen) van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Opmeer, Medemblik, Koggenland, Dijk en Waard, Alkmaar, Purmerend en Edam-Volendam. Er zal niet boven bebouwde kom worden gevlogen, maar wel over losstaande gebouwen en lintbebouwing. Locatiespecifieke behoeften •
Meer beproevingen in IJsselmeerregio bij Breezanddijk. Uitbreiding van het huidige gebied, dat zich uitstrekt over Noord-Holland Noord (gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Bergen, Alkmaar, Dijk en Waard, Koggenland, Opmeer, Medemblik, Enkhuizen), om meer fysieke ruimte en vergunningen te hebben voor het veilig kunnen testen van wapens en munitie om mee te groeien met de technologische ontwikkelingen.
•
Meer testruimte in Noordzee ten noorden van Petten. Uitbreiding van de huidige testruimte (EHR-8) boven de Noordzee om meer fysieke ruimte en vergunningen te hebben voor het veilig kunnen testen van wapens en munitie om mee te groeien met de technologische ontwikkelingen.
•
Beperkingengebied rondom Maritiem Vliegkamp De Kooy. Defensie wil meer controle hebben over wat er in de nabijheid van de militaire vliegvelden wordt gebouwd. Momenteel kan Defensie weinig tegenhouden op ruimtelijk gebied in de directe omgeving. Voorbeeld hiervan is de plaatsing van windmolens die een negatief effect hebben op vliegmogelijkheden. Voor de vliegveiligheid wordt daarom de outer horizontal surface rondom militaire luchthavens wettelijk vastgelegd op een straal van 15 kilometer.
•
Dagelijkse doorgang naar oefenterrein op zee. De EHR-8 zone wordt gepland voor het oefenen en testen van onbemande vaartuigen op en in het water. Door deze ruimte te garanderen is het mogelijk om met deze vaartuigen te oefenen. Daarvoor is het aanpassen van de vergunningsruimte noodzakelijk. De fysieke ruimte die Defensie nodig heeft voor dit oefenen is momenteel namelijk al in bezit. Benodigd hiervoor is de corridor van vliegkamp De Kooy naar het oefengebied EHR-8 waar op, onder en Opgaven
76
boven water gebruik kan worden gemaakt van de ruimte. •
Meer milieuruimte voor Koninklijk Instituut voor de Marine. Het betreft hier het gebouw ‘Medemblik’ van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder. In dit gebouw bevinden zich opstellingen voor onderwijs en onderzoek ten behoeve van de opleiding van technische officieren van alle krijgsmachtdelen. Ook wordt er regelmatig van de faciliteiten gebruik gemaakt voor de opleiding van de onderofficieren van de Koninklijke Marine. Voor kennisontwikkeling en opbouw is het essentieel om hiervoor nieuwe leerfaciliteiten te hebben.