Beleid 3m. Opgavendocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Tekst van het document
Opgavendocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
januari 2025
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Voorwoord De regio Noord-Holland Noord (NHN) werkt de komende twee jaar aan het opstellen van een Ontwikkelperspectief. Daarvan zijn de 17 gemeenten, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Provincie Noord-Holland de opdrachtgevers. Samen met maatschappelijke partijen en geïnteresseerde bewoners geven we richting aan de toekomst van onze regio. In de door het Rijk aangewezen NOVEX-gebieden zijn al vergelijkbare Ontwikkelperspectieven opgesteld. Deze worden verder uitgewerkt in Uitvoeringsagenda’s en Regionale Investeringsagenda’s. Hoewel het Rijk onze regio niet heeft aangewezen als NOVEX-gebied, gaan we toch samen aan de slag met een vergelijkbare aanpak. De grote ruimtelijke opgaven en keuzes die we de komende decennia moeten maken gaan we op deze manier integraal en samen aan. Onze eerste stap ligt hier voor u: ons Opgavendocument waarin u een overzicht vindt van de grote ruimtelijke opgaven voor onze regio. Onze ruimtelijke opgaven worden steeds groter en complexer, en houden niet op bij gemeentegrenzen of die van onze deelregio’s. Denk maar aan wat er nodig is voor de inpassing van de energietransitie zoals extra hoogspanningskabels en grote transformatoren in het landschap. De effecten van de mogelijke groei van Defensie in onze regio.
En wat er nodig is om in de toekomst voldoende zoetwater beschikbaar te hebben voor landbouw, industrie en als drinkwater voor onze inwoners.
Voor andere opgaven, zoals woningbouw en mobiliteit, verdient deze regio meer aandacht van het Rijk. Een integraal Ontwikkelperspectief NHN gaat ons hierbij helpen, om de komende jaren de kansen in onze regio stevig te agenderen bij verschillende ministeries. En als laatste gaat dit inhoudelijke proces ons helpen bij onze eigen samenwerking die wij binnen regio willen versterken. Als regio Noord-Holland Noord staan wij sterk, worden wij gezien door het Rijk, en kunnen wij zelf grote ruimtelijke opgaven aan. Wij staan dus aan het begin van een belangrijk proces voor de toekomst van deze regio Noord-Holland Noord, waarbij iedereen kan meedoen of wordt betrokken: maatschappelijke partijen, raadsleden en geïnteresseerde bewoners. De komende twee jaar wordt het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord zorgvuldig met elkaar opgebouwd en besproken. Met het opgavendocument kunt u zich alvast voorbereiden, want deze regio heeft uw inspiratie zeker nodig.
Jasper Nieuwenhuizen Voorzitter stuurgroep Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord Petra Bais Regio Kop van Noord-Holland Simco Kruijer Regio Kop van Noord-Holland Jan Franx Regio Westfriesland Arthur Helling Regio Westfriesland Nils Langedijk Regio Alkmaar Jos Beemsterboer Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Esther Rommel Provincie Noord-Holland
Inhoudsopgave 1.
Inleiding���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 8 1.1. 1.2. 1.3.
2.
Aanvulling op NOVEX-gebieden Relatie met omgevingsvisies Leeswijzer
8 10 11
Proces en methode����������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 12 2.1. 2.2. 2.3.
3.
Inventarisatiefase Analysefase Gezamenlijk opgavendocument NHN
12 13 13
Positionering en identiteit�������������������������������������������������������������������������������������������������� 14 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7.
Ingenieurskunst en handelsgeest Bescherming tegen storm en zee Agrarische bloei Historisch kapitaal Wisselwerking met de regio Amsterdam Koploper in duurzame energie Behoefte aan heroriëntatie
14 14 15 16 16 18 19
Periode van transitie�������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 20
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
Brede Welvaart Groeiambities ondersteunen de noodzakelijke transities Aan de basis staat een gezonde en veilige leefomgeving Stevig maatschappelijk draagvlak is onmisbaar
20 23 23 23
Opgaven�������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 24
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Water en bodem Perspectief voor landbouw en natuur Perspectief voor ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie Perspectief voor leefbare steden en regio’s Ruimte voor defensie
24 40 49 60 74
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Samenvatting De provincie Noord-Holland, de regio’s Alkmaar, Westfriesland en Kop van NoordHolland en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hebben samen besloten een Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord (NHN) op te stellen. Voor het maken van een Ontwikkelperspectief NHN is een inventarisatie van de opgaven in NoordHolland Noord noodzakelijk. Hiervoor is dit opgavendocument opgesteld. De inventarisatie gaat om de ruimtelijke opgaven in NHN en benoemt de hoofdkeuzevraagstukken die daaruit naar voren komen en is daarmee een opmaat naar het Ontwikkelperspectief. NHN is door het Rijk niet aangewezen als NOVEXgebied. Samenwerking tussen partijen en met het Rijk is noodzakelijk. Het maken van keuzes over de ruimtelijke toekomst van NHN en uitvoering daarvan kunnen partijen niet afzonderlijk van elkaar, maar dat moet gezamenlijk worden gedaan.
Opgavendocument Het opgavendocument is in 3 fasen tot stand gekomen. Een inventarisatiefase, een analysefase (Analysedocument) en fase 3 de omvormingsfase van het Analysedocument naar het uiteindelijke gezamenlijke opgavendocument. In hoofdstuk 2 wordt het proces en de methode uiteengezet. In hoofdstuk 3 (positionering en identiteit) gaat het om de ontwikkeling van het gebied. Lange tijd bepaalden groeiambities de ruimtelijke opgaven in Nederland. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op een nieuwe fase met indringende opgaven die om een meer toekomstgericht en bestendig perspectief vragen dan alleen bescherming in een context van groei. In dit hoofdstuk gaat het om de periode van een transitie. We moeten anders omgaan met groei. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei maar ook om groei van de brede welvaart. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van het leven hier en nu. Het gaat om zaken als gezondheid, onderwijs, sociale cohesie, bereikbaarheid, ruimte en wonen, natuur en klimaat. Het hart van het document ligt in hoofdstuk 5, de opgaven.
6
De opgaven Bij de opgaven gaat het om ontwikkelingen die op ons afkomen en allemaal vragen om actie, in welke vorm dan ook. De opgaven zijn gegroepeerd naar de indeling en de volgorde die het vorige kabinet hanteerde in het Startpakket voor het Ruimtelijk Voorstel, met toevoeging van defensie: Landbouw en natuur a. In Noord-Holland Noord is een divers en rijk palet aan landbouw en er liggen belangrijke natuurgebieden. De belangrijkste agrarische en natuurlijke waarden en ontwikkelingen hebben zich het afgelopen decennia niet in balans ontwikkeld. Voor Noord-Holland Noord leidt het een en ander tot vijf sterk samenhangende opgaven.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Ordende netwerken voor energie en (circulaire) economie b. Om een klimaatverandering en het gebruik van eindige grondstoffen af te remmen, is een ingrijpende verandering nodig van de economische structuur en energievoorziening. Belangrijke onderwerpen op dit moment zijn o.a. de Regionale Energiestrategie, aanlanding wind op zee en een toekomstige netuitbreiding. Voor een omslag naar hernieuwbare energie en circulaire economie zijn voor Noord-Holland Noord vier opgaven beschreven. Leefbare steden en dorpen c. In een deel van de regio neemt de verstedelijkingsdruk toe. Rondom de stedelijke gebieden ligt een groot aantal dorpen en kleinere steden. De leefbaarheid staat hier onder druk vanwege een teruglopend voorzieningenniveau. Binnen het perspectief van “Leefbare steden en regio’s” zijn voor NoordHolland Noord zes opgaven benoemd. Thema’s als gezonde leefomgeving en cultureel erfgoed vallen hier ook onder. Defensie d. Een nieuwe vrij recente ontwikkeling die niet mag ontbreken in het opgavendocument is ruimte voor defensie. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) bepaalt defensie waar en hoeveel ruimte nodig is voor defensie. Het gaat daarbij om behoeften met bovenregionale afweging en locatie specifieke behoeften. De laag water en bodem is voor de bovenstaande onderwerpen van belang en hieraan zijn eigen opgaven aan verbonden.
Water en bodem is een nationaal beginsel in de ruimtelijke ordening. Eerder is naar voren gekomen dat water en bodem ook tot een aantal belangrijke zelfstandige opgaven leidt.
De opgaven voor water en bodem zijn: 1. Waterveiligheid 2. Effecten van weersextremen 3. Zoetwater- en drinkwaterbeschikbaarheid 4. Verzilting 5. Bodemdaling 6. Bodem- en waterkwaliteit 7. Afvalwaterketen Voor landbouw en natuur gaat het om de volgende opgaven: 8. Transitie in het landelijk gebied 9. Transitie in de landbouw 10. Biodiversiteit herstellen en versterken 11. Natuurnetwerken verbinden met groenblauwe dooradering 12. Natuurinclusief inrichten van stedelijk en landelijke gebied Voor ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie: 13. Een klimaatneutraal energiesysteem 14. Toekomstbestendige netuitbreiding 15. Clustering van energie en (circulaire) economie 16. Voldoende ruimte voor (circulaire) economie Leefbare steden en dorpen: 17. Aanpak van het woningtekort 18. Transitie van de bestaande gebouwde omgeving 19. Leefbaarheid en brede welvaart 20. Duurzame mobiliteitstransitie 21. Groei van toerisme en de recreatiebehoefte 22. Behoud en ontwikkeling van landschap en erfgoed 23. Ruimte voor Defensie (opgave 23). De bovengenoemde opgaven vragen om keuzes en oplossingsrichtingen. Deze kunnen elkaar ondersteunen en versterken, maar ook in de weg zitten. De aanpak hiervan zal gebiedsgericht zijn. In het Ontwikkelperspectief wordt deze analyse verder uitgewerkt.
7
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
1. Inleiding Nederland staat voor een aantal belangrijke fundamentele keuzes in de fysieke leefomgeving. Voor de lange termijn zijn keuzes nodig voor wonen, klimaat, landbouw, biodiversiteit en stikstof. Hoe en waar willen we wonen, werken en recreëren? Hoe verplaatsen we ons in de toekomst? De keuzes voor dit soort vragen zullen ingrijpen in ons dagelijks leven. Een door burgers als rechtvaardig ervaren verdeling van de lasten zou daarbij uitgangspunt moeten zijn. Voor het maken van fundamentele keuzes is een heldere en breed gedragen toekomstvisie op een duurzame samenleving noodzakelijk, vooruitkijkend naar het jaar 2050. Voor de wateropgaven, met name waterveiligheid, is verder vooruitkijken (2100 ev) noodzakelijk. In Noord-Holland Noord zullen oplossingsrichtingen en maatregelen moeten volgen die enerzijds NoordHolland Noord vitaal, gezond en aantrekkelijk houden en anderzijds de problematiek die speelt het hoofd moeten bieden. In dit licht werken de 17 gemeenten in Noord-Holland Noord, het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland in gezamenlijk opdrachtgeverschap het Ontwikkelperspectief NoordHolland Noord uit. De voorliggende ‘Inventarisatie van de Opgaven Noord-Holland Noord’ geeft de ruimtelijke opgaven weer die Noord-Holland Noord moet oppakken. Het is het vertrekpunt, de opmaat, om te komen tot het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord.
Bij het Ontwikkelperspectief horen ook afspraken over investeringen: aan het Ontwikkelperspectief zal een uitvoerings- en investeringsagenda worden verbonden. Deze inventarisatie van opgaven doet feitelijk en agenderend verslag van de ruimtelijke opgaven in Noord-Holland Noord en benoemt de hoofdkeuzevraagstukken die daaruit naar voren komen.
1
Het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord voegt zich in een reeks andere documenten over delen van het grondgebied van Noord-Holland: ontwikkelperspectieven voor de Metropoolregio Amsterdam (het ‘Verstedelijkingsconcept MRA’), het Noordzeekanaalgebied, het Groene Hart, Schiphol (met wijde omgeving) en de Lelylijn (een mogelijk nieuwe spoorlijn tussen Amsterdam en Groningen via Noord-Holland, Flevoland en Friesland). Dit zijn allemaal NOVEX-gebieden, aangewezen door het kabinet. Sommige overlappen, sommige omvatten ook grondgebied van andere provincies. Het zijn gebieden ‘waar opgaven dusdanig stapelen, dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is’.1 Met andere woorden: in de NOVEX-gebieden is samenwerking vereist met het Rijk. Noord-Holland Noord (de regio’s Alkmaar, Kop van Noord-Holland en Westfriesland) is niet aangewezen als NOVEXgebied. Maar ook hier is samenwerking met het Rijk noodzakelijk. Deels in de sfeer van ontwikkelprojecten en programma’s met een nationaal belang, deels in de sfeer van uitvoeringsafspraken en instrumentarium.
Wateropgaven zijn in dit gebied bijvoorbeeld nadrukkelijk aan de orde, net als de toekomst van de landbouw, de energietransitie en de verstedelijkingsopgave in samenhang met bereikbaarheid, economie en gezonde leefomgeving, de leefbaarheid in kleine dorpen en kernen en de mogelijkheid tot recreatie. Dit alles vergt een aanpak vergelijkbaar als in de NOVEX-gebieden, waarbij samenwerking tussen de overheden en betrokkenheid van belangrijke stakeholders van groot belang is. De keuzes over de ruimtelijke toekomst van NHN en uitvoering daarvan kunnen partijen immers niet afzonderlijk van elkaar maken; dat moeten ze gezamenlijk doen. Alleen met elkaar kunnen zorgvuldige, toekomstbestendige afwegingen worden gemaakt. Hiervoor is het nodig om een integrale ruimtelijke visie voor heel Noord-Holland Noord te maken. Deze is essentieel om alle grote nationale en bovenregionale ruimtelijke opgaven af te wegen
Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Ruimtelijke ordeningsbrief, 17 mei 2022 Inleiding
8
1.1. Aanvulling op NOVEX-gebieden
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
en de juiste keuzes te maken welke ontwikkelingen waar kunnen plaatsvinden en waar het Rijk voor nodig is. Door van elkaars kennis en kunde gebruik te maken wordt dit Ontwikkelperspectief ook echt een gezamenlijk gedragen product. Zo wordt draagvlak op lokaal, regionaal, provinciaal en rijksniveau verkregen. De nationale programma’s en de daaruit voortvloeiende grote opgaven zijn immers ook op onze regio van toepassing. Het meedenken en participeren is dan ook zeer wenselijk c.q. noodzakelijk. In het BO Leefomgeving van 7 november 2024 is het volgende afgesproken: Provincie Noord-Holland, gemeenten en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werken aan een Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord (NHN) ten behoeve van een integrale aanpak van de opgaven waarvoor de provincie aan de lat staat. Provincie, gemeenten en Waterschap organiseren deze integrale aanpak vergelijkbaar met een NOVEX-gebiedsaanpak (NHN is geen NOVEX gebied). Het Rijk heeft, waar mogelijk, haar samenwerking toegezegd tijdens het BOL 15 juni 2023.
Inleiding
9
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
1.2. Relatie met omgevingsvisies De gemeentelijke omgevingsvisies, de diverse (ruimte gerelateerde) beleidsdocumenten van het hoogheemraadschap en de provinciale Omgevingsvisie NH 2050 vormen het uitgangspunt. Het Ontwikkelperspectief is niet de plaats om nieuwe beleidskeuzes vast te stellen. Dat gebeurt in de omgevingsvisies, omgevingsverordening, omgevingsplannen en andere instrumenten van de Omgevingswet, met de democratische waarborgen die daarbij horen. Als het Ontwikkelperspectief leidt tot gezamenlijke voorstellen voor nieuw beleid, zal aan de dagelijkse besturen van gemeenten, de provincie en het hoogheemraadschap gevraagd worden om die voorstellen op te nemen en uit te werken in hun Omgevingsvisies en –(beleids)plannen en waar nodig te borgen in de provinciale Omgevingsverordening. Inmiddels gaan of zijn de provincie en gemeenten al met een actualisatie aan de slag van hun omgevingsvisies. Omdat een omgevingsvisie een juridisch plan is en vertelt hoe ruimte wordt gebruikt kan het Ontwikkelperspectief in deze actualisaties een belangrijke rol spelen. Omgevingsvisies worden voor gemeenten door de gemeenteraden vastgesteld en bij de provincie door Provinciale Staten.
Afbeelding 1. Overzichtskaart NHN. Bron: Provincie NoordHolland
Inleiding
10
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
1.3. Leeswijzer Het hart van deze inventarisatie van de opgaven is hoofdstuk 5. Dit beschrijft de opgaven, nationaal en regionaal, waar Noord-Holland Noord mee te maken krijgt en de wijze waarop deze zich in het gebied manifesteren. Het hoofdstuk is gegroepeerd volgens de drie perspectieven op de ruimtelijke ontwikkeling die de rijksoverheid onderscheidt 2: landbouw & natuur, ordenende netwerken voor energie & (circulaire) economie, en leefbare steden & regio’s. Als aparte opgave beschouwen we ook ruimte voor defensie. De laag ‘Water en bodem’ is als overkoepelend perspectief met zelfstandige opgaven aan de perspectieven toegevoegd.
De drie hoofdstukken daarvoor beschrijven de methode en het proces waarmee de analyse is uitgevoerd (hoofdstuk 2) en schetsen de context waarin de opgaven hun plek moeten vinden: de positionering en identiteit van Noord-Holland Noord (hoofdstuk 3), en het tijdsgewricht waarin dat moet gebeuren (een ‘periode van transitie’, hoofdstuk 4). In dit document staan veel kaarten die ondersteunend zijn aan de tekst. Het gaat om kaarten die gemeenten, het hoogheemraadschap, de provincie Noord-Holland of andere partijen hebben opgesteld. In alle gevallen is de bron vermeld. In de tekst zelf wordt soms verwezen naar de afbeeldingen.
Afbeelding 2. Overzichtskaart Novex gebieden Bron: Esri Nederland
2
Ministerie van BZK, ‘Provinciaal Startpakket Fysieke Leefomgeving’, 12 december 2022 Inleiding
11
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
2. Proces en methode Dit document is in drie fasen tot stand gekomen: een inventarisatiefase, een analysefase dat heeft geleid tot het provinciale Analysedocument en fase drie, de omvormingsfase van het Analysedocument naar het uiteindelijke gezamenlijke opgavendocument. Het opstellen van het Ontwikkelperspectief zelf, met alle bestuurlijke vraagstukken die daaraan verbonden zijn, wordt hierop gebaseerd. Vooruitlopend op het Ontwikkelperspectief zijn via het oorspronkelijke Analysedocument de belangrijkste provinciale vraagstukken geagendeerd voor het Ruimtelijk Voorstel dat de provincie op verzoek van het Rijk heeft opgesteld. Dit Ruimtelijk Voorstel is begin 2024 ingediend bij het Rijk, als input voor de Nota Ruimte.
2.1. Inventarisatiefase In de inventarisatiefase is door de provincie NoordHolland geprobeerd om een zo compleet mogelijk overzicht te krijgen van de ruimtelijke opgaven die zich in Noord-Holland Noord voordoen. De informatie is hoofdzakelijk verzameld tijdens en naar aanleiding van bijeenkomsten in de drie regio’s. Er is in deze inventarisatiefase een bijeenkomst georganiseerd met de medeoverheden en één met betrokken organisaties buiten de overheid. Deze informatie is samengebracht met onder meer de databestanden van de provincie, beschikbare onderzoeksresultaten en de relevante beleidsdocumenten.
Ruimtelijk Voorstel en daarom ook in de inventarisatie en de daaropvolgende analyse voor Noord-Holland Noord. Die structuur gaat uit van een driedeling in de beschrijving van het ruimtelijk perspectief: 1. perspectief voor landbouw en natuur, 2. perspectief voor ordenende netwerken van energie en economie, 3. perspectief voor leefbare steden en regio’s. Deze perspectieven kennen één gemeenschappelijk ontwikkelingsprincipe: •
Water en bodem is een nationaal beginsel in de ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens de inventarisatiefase kwam al snel naar voren dat ‘Water en bodem’ ook tot een aantal belangrijke zelfstandige opgaven leidt, die bij de beschrijving van de perspectieven onvoldoende tot uiting komen. Daarom is het ontwikkelprincipe in dit document beschreven op een soortgelijke manier als de drie perspectieven, maar zonder het overkoepelende karakter ervan te verliezen. De inventarisatiefase mondde in april 2023 uit in een door de provincie opgesteld Inventarisatiedocument. Een tweede bijeenkomst met medeoverheden was bedoeld om de brug naar de analysefase te slaan. Deze fase bracht focus aan in de veelheid aan informatie en destilleerde er denkrichtingen uit.
Het Provinciaal Startpakket Fysieke Leefomgeving van de rijksoverheid (december 2022) stond aan de basis. Dit is het document waarin het Rijk de vragen formuleert die in de Ruimtelijke Voorstellen van de provincies een antwoord moesten krijgen. De basisstructuur van het Startpakket komt terug in het Proces en methode
12
water en bodem.
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
2.2. Analysefase Tijdens de analysefase heeft de provincie de oogst van de inventarisatie gegroepeerd in 21 opgaven voor ontwikkeling en bescherming. Deze zijn nu terug te vinden in hoofdstuk 5. Inmiddels zijn het 23 opgaven, aangezien de afvalwaterketen en ruimte voor defensie zijn toegevoegd. Er is geen prioriteit tussen de opgaven aangebracht.
2.3. Gezamenlijk opgavendocument NHN De gemeenten, hoogheemraadschap en provincie hebben een gezamenlijk plan van aanpak voor het opstellen van het Ontwikkelperspectief NHN opgesteld (juni 2024). Op basis van dit plan van aanpak hebben deze partijen afspraken gemaakt en vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst, gesloten op 29 november 2024. De eerste fase van het plan van aanpak beschrijft het omvormen van het Analysedocument in een gezamenlijk Opgavendocument. Dit opgavendocument is nu het vertrekpunt, de basis, om het Ontwikkelperspectief op te stellen.
Proces en methode
13
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
3. Positionering en identiteit 3.1. Ingenieurskunst en handelsgeest
3.2. Bescherming tegen storm en zee
Twee kenmerken die nogal eens als ‘typisch Hollands’ worden aangemerkt, hebben Noord-Holland Noord gemaakt tot wat het is: ingenieurskunst en handelsgeest. Het gebied ligt voor 80% onder NAP en kent een kustlijn van ruim 600 kilometer (waarvan 53 kilometer om Texel, inclusief Razende Bol). De ingenieurskunst was hard nodig om het lage, door zeeën omringde land bewoonbaar en productief te maken. Polders bij Alkmaar, zoals de Schermer en de Bergermeer, behoorden tot de allereerste droogleggingen van Nederland3. Sindsdien is de kunst van het inpolderen steeds verder vervolmaakt. Zompige grond werd drooggemalen, meren werden drooggelegd. De grond binnen de polderdijken was vruchtbaar en geschikt voor agrarisch gebruik. De laatste inpoldering was de Wieringermeer in 1930, tegelijk de eerste van de Zuiderzeewerken, gewonnen op de toen nog open Zuiderzee.
Duinen en dijken beschermden het land tegen overstroming. Ook die werden steeds beter, steeds betrouwbaarder naarmate de waterbouwtechniek vorderde. In de veertiende eeuw werd de laatste schakel aangebracht in de Westfriese Omringdijk, de iconische dijkenring met een lengte van 126 kilometer die het hele gebied ten oosten van Schagen en Alkmaar beschermde tegen het water van de Noordzee en de Zuiderzee. Na droogleggingen ten westen en noorden van die ring en in 1932 de ingebruikname van de Afsluitdijk, verloor de Westfriese Omringdijk haar functie als zeewering. Maar het dijkenstelsel is nog steeds prominent aanwezig in het landschap en cruciaal voor de regionale waterhuishouding en waterveiligheid.
3
De duinen en het water (Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer) behoren nu tot de belangrijkste natuurgebieden van Noord-Holland Noord. En ook in het door mensenhanden gemaakte polderland is waardevolle natuur ontstaan. Ieder voorjaar komen
C.M. Steenbergen e.a., Polderatlas van Nederland, 2009 Positionering en identiteit
14
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
de landbouw steeds verder. Alkmaar ontwikkelde zich in de 17e eeuw tot het handelscentrum van de streek. De kaasmarkt, nu een eersteklas toeristische trekpleister, is daaraan te danken. De polderstructuren en waterwegen zijn ontworpen om allerlei producten van het land naar de stad te brengen. De eerste groenteveiling van Nederland was te vinden in Broek op Langedijk. Deze begon in 1887, om betere prijzen te realiseren in de handel met onder meer Amsterdam. Het agrarische complex heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een veelzijdige greenport met een internationale afzetmarkt. De Greenport NHN is één van de zeven greenports in Nederland, met 6500 bedrijven waarin 20.000 mensen werken.4 Naast voedsel hebben bloembollen een flink aandeel in de agrarische productie. Noord-Holland Noord (onder andere het gebied voormalig gemeente Zijpe en Anna Paulowna en het gebied ten zuiden van Den Helder en rond de Egmonden) bevat het grootste aaneengesloten bollenareaal van Nederland, goed voor 28% van het Nederlands totaal. 5 Andere grootschalige, (deels) agrarische complexen zijn het Alton-kassengebied in Dijk en Waard, het Grootslag in Westfriesland en Agriport A7 in Middenmeer, dat onder meer bestemd is voor de glastuinbouw en de thuisbasis vormt voor veel tomaten- en paprikakwekerijen.6
weidevogels in de graslanden tot broeden. Recent zijn de natuurontwikkeling en de bescherming tegen het zeewater rechtstreeks met elkaar in verband gebracht. Met de aanleg van de Hondsbossche Duinen in 2015 is voor het eerst in deze regio building with nature ingezet voor de zeewering: aangebracht duinzand mag hier stuiven en zich vrij verspreiden langs de kustlijn, waardoor ook de natuur nieuwe kansen krijgt. En bij de versterking van de Prins Hendrikzanddijk (Texel) is natuurwaarde toegevoegd aan de Waddenzee.
3.3. Agrarische bloei Het ontginnen van drassige en drooggemaakte gronden was het startschot voor de ontwikkeling naar het moderne agrarische gebied dat Noord-Holland Noord nu is. De handelsgeest, de tweede hierboven genoemde historische eigenschap van de regio, bracht
Op een specifiek onderdeel van de agrarische keten is Noord-Holland Noord toonaangevend in de wereld. Dat is de plantenveredeling en zaadtechnologie. Tientallen bedrijven in Westfriesland en omliggende plaatsen werken aan nieuwe groenteen bloemenrassen. Rassen die bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen ziektes, een hogere opbrengst kennen, minder water nodig hebben of beter aansluiten bij de voorkeuren in de markt. Samen vormen deze bedrijven ‘Seed Valley’.7 Het is bij uitstek een internationaal werkveld. Een deel van de bedrijven heeft zijn wortels in het buitenland, de arbeidsmarkt voor gespecialiseerde kenniswerkers heeft een internationale oriëntatie en 86% van de omzet van zaadbedrijven wordt in het buitenland gerealiseerd. Zo hebben bewoners van Noord-Holland Noord door de eeuwen heen het nauwelijks bewoonbare land van de Middeleeuwen omgevormd tot een modern, efficiënt en innovatief agrocomplex. Dat heeft zich zodanig ontwikkeld dat sommige agrarische activiteiten, bijvoorbeeld onder glas, zich geheel los
4 Een Greenport is een groot ruimtelijk-economisch tuinbouwcluster waarin planten, bomen, bollen, bloemen en/ of groenten worden geproduceerd en verhandeld. Het betreft zowel de productie onder glas (de glastuinbouw), als in de openlucht (bollenteelt, fruitteelt, vollegronds groenten). Naast productie en handel is er sprake van een hele keten van activiteiten met onder andere kassenbouw, techniek, transport, onderwijs, onderzoek en veredeling (www.greenportnhn.nl/ greenport). 5 https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2020/welke-bloembollen-telen-we-het-meest/ 6 https://www.agriporta7.nl/glastuinbouwbedrijven/ 7 https://www.seedvalley.nl/wie-we-zijn/ Positionering en identiteit
15
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
hebben gemaakt van de oorspronkelijke binding met de bodem en het landschap. Verschillende agrarische activiteiten zijn in de drang naar optimalisatie ook een grote claim gaan leggen op de kwaliteit van lucht, water en bodem, van natuur en landschap. Daarin is nu een keerpunt bereikt. Veel opgaven in Noord-Holland Noord hebben te maken met het zoeken naar een hernieuwd evenwicht tussen agrarische productie en de effecten op de omgeving.
3.4. Historisch kapitaal De handelsgeest weerspiegelt zich al eeuwenlang in de monumentale grandeur van een aantal historische binnensteden. Alkmaar heeft altijd een historisch belangrijke (handels)functie gehad tussen de regio en Amsterdam, mede vanwege het Noordhollands Kanaal. Deze wisselwerking bracht economische groei en bloei. Ook de historische binnensteden van de Zuiderzeesteden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik kenmerken zich door een rijke cultuurhistorie. Deze steden kenden hun bloeitijd in de zestiende en zeventiende eeuw dankzij de internationale vaart – terugkijkend is het een periode die ook een schaduwkant kent vanwege slavernij en onderdrukking. De handel in Texel profiteerde weer op een andere manier van de ligging aan zee. Zeeschepen die over de Zuiderzee van en naar Amsterdam voeren, gingen hier voor anker, wachtend op bevoorrading. Hetzelfde gold voor Den Helder, hoewel die stad haar economische groei vooral te danken heeft aan de jarenlange aanwezigheid van de Koninklijke Marine en visserij en, in de 20e eeuw, de offshore. Met de Stelling
van Den Helder en de Rijkswerf Willemsoord beschikt deze stad ook over uniek militair erfgoed. Dankzij de lange kustlijn van het schiereiland dat Noord-Holland is, het Waddeneiland Texel en de cultuurhistorische rijkdom, is in de latere decennia van de twintigste eeuw het toerisme opgekomen als economische sector. Een grote en nog steeds groeiende stroom dagjesmensen en verblijfsrecreanten bezoekt Noord-Holland Noord. Vooral Texel is in trek. Het eiland ontvangt jaarlijks zo’n één miljoen gasten, op een bevolking van 14.000 Texelaars. Het toerisme is een bijzondere loot aan de economische stam, die rechtstreeks afhankelijk is van de schoonheid en beleefbaarheid van de kust- en waternatuur, het landschap en de historische steden.
3.5. Wisselwerking met de regio Amsterdam Sinds de aanleg van het Noordzeekanaal is de internationale handel grotendeels verplaatst naar de Metropoolregio Amsterdam (MRA) met haar internationale luchthaven en zeehavens. De relatie met Amsterdam en omgeving heeft een andere gedaante aangenomen. Verbindingen over weg en spoor maakten grotere woon-werkafstanden mogelijk. Mensen die in Amsterdam en omgeving werken, treffen in Noord-Holland Noord (met name het zuidelijke deel) een groene, rustige woonomgeving aan. Het nationale ruimtelijke beleid stimuleerde deze beweging in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Alkmaar en Hoorn werden aangewezen als groeikernen voor de overloop uit Amsterdam. Twintig jaar later kreeg het
Positionering en identiteit
16
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
1815
1850
1900
1950
Afbeelding 3. Noord-Holland Noord landschap door de tijd (1815, 1850, 1900,19050). Bron: Topotijdreis
Positionering en identiteit
17
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
HAL-gebied (voormalig Heerhugowaard, Alkmaar en voormalig Langedijk) een verstedelijkingsdoelstelling vanuit het Vinex-programma. In de afgelopen 35 jaar is de bevolking in NoordHolland Noord met ruim 100.000 toegenomen, naar 640.000 inwoners.8 De bevolkingsprognoses tonen een forse toename van nog eens 50.000 inwoners richting 2050.9 Maar de groei is ongelijkmatig verdeeld. Stedelijke gemeenten zoals Hoorn, Alkmaar en Dijk en Waard kenden de grootste groei en zullen – blijkens de woningbouwplannen –de komende decennia blijven groeien. Daarentegen is de indruk dat vooral kleinere kernen achterblijven. Daar is veelal sprake van een vergrijzing en ontgroening. De structuur, de samenhang en het voorzieningenniveau van de kleine kernen veranderen daardoor. Anders dan de nieuwe steden in de IJsselmeerpolders en van oorsprong kleinere groeikernen zoals Purmerend, kenden de steden in Noord-Holland Noord al een stevige economische structuur. Het forensisme nam toe, maar er ontstonden geen typische forensenstadjes. In de loop van de jaren bleek de regio ook een goede optie voor bedrijven die voor hun afzet of netwerk afhankelijk zijn van de MRA, maar daar geen
geschikte vestigingsplek vinden. Netwerkrelaties met de MRA zijn dusdanig dat met name de regio Alkmaar en Hoorn inmiddels tot het daily urban system van de MRA worden gerekend. Dat manifesteert zich ook in een toename van het auto- en OV-gebruik en knelpunten in de infrastructuur, nu en met de beoogde groei van wonen en bedrijvigheid in de komende decennia.
3.6. Koploper in duurzame energie Een bijzondere positie in het ruimtelijk-economische netwerk hebben de energiebedrijven. De ligging aan de kust en aan het Noordhollands Kanaal, niet ver van de kenniscentra in de Randstad, was in 1955 een belangrijke overweging bij de locatiekeuze voor een kernreactor. Deze reactor van de toenmalige RCN (Stichting Reactor Centrale Nederland) is gebouwd in Petten en was bedoeld voor onderzoek naar kernenergie. Nu, na bijna zeventig jaar, is de kernreactor één van de weinige ter wereld die medische isotopen produceert voor radiotherapie. Er is een campus omheen gegroeid waar 1600 mensen werken aan nieuwe technologieën en producten voor duurzame energie en nucleaire geneesmiddelen: de Energy & Health Campus.10 Bedrijventerrein
8 CBS-cijfers 1988 en 2023 9 Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2021 en CBS-prognoses 10 https://ehcampus.com/ Positionering en identiteit
18
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
de Boekelermeer bij Alkmaar is aangewezen als provinciaal energieknooppunt en belangrijk als expertisecentrum voor vergassingtechnologieën, zoals biomassa en groen gas11 en andere energieinnovaties.12 Vanwege de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de waterstofeconomie heeft de Europese Commissie aan Noord-Holland Noord en het Noordzeekanaalgebied de status van Hydrogen Valley toegekend. Voor de kust van de Noordzee, onder meer ter hoogte van Noord-Holland Noord, worden grootschalige windparken gebouwd. Het Maritiem Cluster Den Helder is een belangrijke schakel in de ondersteuning van de energietransitie op de Noordzee. Locaties in de Kop van Noord-Holland zijn in beeld om de op zee opgewekte energie in de vorm van elektriciteit en/of waterstof aan te sluiten op het nationale energienetwerk. Op land is de opwek van duurzame energie in toenemende mate zichtbaar. In de Wieringermeerpolder is het grootste windpark van Nederland aangelegd, met bijna honderd windturbines. In de directe omgeving (in Agriport A7) is ook een aantal datacenters gebouwd. Dat zijn grote
11 12
afnemers van stroom die baat hebben bij een stabiel elektriciteitsnetwerk. Verder bieden geothermie en aquathermie (TEO/TEA) veel kansen voor het verduurzamen van de warmtevoorzieningen (met een vestigingsvoordeel voor glastuinbouw en Agriport).
3.7. Behoefte aan heroriëntatie Net als de landbouw, kon de verstedelijking in Noord-Holland Noord een vlucht nemen dankzij de ingenieurskunst die het land droog en veilig houdt. En net als de agrarische bloei, komt de stedelijke bloei voort uit de handelsgeest in de regio. In beide domeinen, het landelijke en het stedelijke, geven de actuele opgaven aanleiding tot een heroriëntatie. De tweede helft van de twintigste eeuw laat zich omschrijven als een periode van groei. De eerste helft van de 21e eeuw is een periode van transitie. We zitten nu midden in dat proces van heroriëntatie.
https://investa.org https://idea-nhn.nl/ondernemers-bij-idea Positionering en identiteit
19
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
4. Periode van transitie Lange tijd bepaalden groeiambities de ruimtelijke opgaven in Nederland. Groei van de economie betekende een stijgende welvaart voor een toenemend aantal mensen. Noord-Holland Noord vormt daarop geen uitzondering. Productieprocessen werden efficiënter, handelsstromen internationaler. De keerzijde kwam ook al snel aan de oppervlakte. Om de groei mogelijk te maken, waren ook maatregelen nodig tegen overlast, verontreiniging en verlies van natuur- en landschapswaarden. Nu, in de 21e eeuw, betreden we een nieuwe fase. Als we zoeken naar een evenwicht tussen groei en leefbaarheid, zoals de provinciale Omgevingsvisie uit 2018 nadrukkelijk doet (de ondertitel luidt ‘Balans tussen economische groei en leefbaarheid’), dan gaat dat óók over behoud van de leefbaarheid, of zelfs bewoonbaarheid, van het land voor toekomstige generaties. De biodiversiteit is de afgelopen eeuw dramatisch achteruitgegaan, de bodem en natuurlijke grondstoffen raken uitgeput en het klimaat warmt op, met tot gevolg een stijgende zeespiegel, zoetwaterschaarste door sterk wisselende rivierafvoeren en interne verzilting, grotere weersextremen en hittestress in de steden. Het zijn indringende opgaven die om een meer toekomstgericht en bestendig perspectief vragen dan alleen bescherming in een context van groei.
4.1. Brede Welvaart We moeten anders omgaan met groei. Economische criteria zoals productiecijfers of de concurrentiepositie zijn niet als enige maatgevend. We zijn toegegroeid naar een situatie waarin we groeiambities zodanig
willen vormgeven dat ze de leefbaarheid direct en op lange termijn verbeteren. We zoeken naar een vorm van groei die circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief is. Een groei die resulteert in een gezondere en aantrekkelijke leefomgeving, die het sociale fundament versterkt – een eerlijke verdeling van lusten en lasten hoort daar ook bij. ‘Groei’ moet dan ook niet meer alleen als economische groei worden opgevat. Het gaat om groei van de brede welvaart.13 Brede welvaart kijkt verder dan economische groei en materiële welvaart. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van het leven hier en nu, rekening houdend met de mate waarin die invloed heeft op de kwaliteit van leven van toekomstige generaties en mensen ergens anders in de wereld. Het gaat ook over zaken als gezondheid, onderwijs, sociale cohesie, bereikbaarheid, ruimte en wonen, natuur en klimaat.14 Brede welvaart betreft volgens het Nationale Programma Circulaire Economie de ‘kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van die van mensen elders in de wereld’. Om deze ‘brede welvaart’ waar te kunnen maken, is een vitale maar ook duurzame economie onverminderd van belang. Ten aanzien van het aspect Brede Welvaart zijn twee onderwerpen van belang. In de eerste plaats gaat het Rijk voor regio’s een Nationaal Programma Vitale regio’s opstellen.
Een programma met langjarige agenda’s met drie overkoepelende doelstellingen: •
Het verbeteren van de kwaliteit, leefbaarheid en veiligheid van de leefomgeving;
13 Uit het position paper ‘Werk maken van brede welvaart’ van het Programma Brede Welvaart van Tilburg University (2023): ‘Brede welvaart schetst een beeld van de welvaart van een samenleving door rekening te houden met een breed scala aan omstandigheden die het welzijn van mensen beïnvloeden. Naast economische factoren zoals inkomen en werkgelegenheid worden ook sociaal-maatschappelijke en ecologische factoren meegenomen, zoals gezondheid, onderwijs, gelijkheid, sociale cohesie, duurzaamheid en de leefomgeving. Zo kan een completer beeld van de welvaart worden verkregen en kan ook in bredere en samenhangende zin aan welvaart worden gewerkt’. 14
https://cijfers.noord-holland.nl/content/bredebasismonitor Periode van transitie
20
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Afbeelding 4. Schema Water en Bodem sturend. Bron: ‘Water en bodem sturend’ vraagt om een brede blik - WUR Periode van transitie
21
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Periode van transitie
22
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
• •
Een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau; Een kansrijke toekomst voor inwoners in de regio’s met aandacht voor een kansrijke en gezonde toerkomst, gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief op werk en regionale economische ontwikkeling.
In de tweede plaats de Regiodeal Noord-Holland Noord. Het aspect Brede Welvaart komt terug in de drie programmalijnen van de Regiodeal Noord-Holland Noord. Deze programmalijnen zijn Beter Leven, Beter Werken en Beter Leren.
4.2. Groeiambities ondersteunen de noodzakelijke transities Internationale akkoorden en nationaal beleid bepalen voor een deel het doel van de transities, de route die ze volgen en het tempo waarin ze moeten plaatsvinden. Maar evengoed geven regionale afspraken en lokale initiatieven er vorm en inhoud aan. In Noord-Holland Noord, als voedselschuur van Nederland, veroverd op en omgeven door het water, zullen die transities relatief veel gaan over het watersysteem en de landbouw. Daarnaast heeft Noord-Holland Noord als kustregio te maken met de gevolgen van de stijging van de zeespiegel en een zwaardere rol in het energienetwerk. Elektriciteit is immers in toenemende mate afkomstig van windparken op de Noordzee, die op land aansluiten op het nationale stroomnet. En een mobiliteitstransitie is noodzakelijk om NoordHolland Noord duurzaam bereikbaar te maken en houden. Een goede bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor behoud van de aantrekkelijkheid van de regio en de economische ontwikkeling. Maar ook op andere punten zullen de geherformuleerde groeiambities, gericht op brede welvaart voor iedereen, doorwerken in de ruimtelijke inrichting en het dagelijkse leven in het gebied.
4.3. Aan de basis staat een gezonde en veilige leefomgeving Transities brengen verandering. De opgaven van nu gaan in veel gevallen over verbetering van de leefomgeving, de fysieke basis voor het natuurlijke ecosysteem en voor de manier waarop de menselijke samenleving zich organiseert. Die leefomgeving moet gezonder worden voor mens en natuur; veilig, schoon en toekomstbestendig. Centraal daarin staat het water- en bodemsysteem. Dat draagt als het ware de lagen van de leefomgeving, de samenleving en het ruimtegebruik.
De ‘leefomgeving’ staat voor de natuurlijke situatie waar het water- en bodemsysteem toe leiden: de habitat voor mens, fauna en flora. Mensen hebben ambities, ontplooien zich en kijken naar elkaar om. Ze vormen gemeenschappen. Iedereen telt mee. Ruimtelijk vertaalt zich dat in sterke kernen en sterke regio’s. Sociaaleconomisch sterk, met werkgelegenheid, voorzieningen, bereikbaarheid, recreatie en natuur op niveau. Maar ook cultureel sterk, verbonden aan een sterke identiteit van streek, stad, dorp of buurt. De nagestreefde kwaliteit van de leefomgeving en samenleving geeft vervolgens richting aan het feitelijke ruimtegebruik. Ook daarin zijn veel keuzes te maken. Leeg, ongebruikt land is er niet in Nederland. Ruimteclaims voor verschillende vormen van grondgebruik (wonen, werken, verkeer, energie, recreatie, landbouw, natuur, waterberging, enzovoort) tellen nationaal op tot een veel groter oppervlak dan dat er ruimte beschikbaar komt. Dat vraagt om slimme functiecombinaties, efficiënt ruimtegebruik, maar ook om heldere, en soms lastige, keuzes.
4.4. Stevig maatschappelijk draagvlak is onmisbaar De noodzakelijke veranderingen zijn veelal trendbreuken. Toch willen we zoveel mogelijk zorgen voor een vloeiende lijn van verleden naar toekomst. De toepassing van nationale en internationale afspraken op een concrete regio als Noord-Holland Noord, brengt de opgave met zich mee om de transities in verband te brengen met de bestaande erfgoedwaarden, stedelijke en landschappelijke structuren, sociale en economische verbanden en ecologische waarden. We willen dat transities zo logisch mogelijk op hun plek vallen in de ontwikkeling van het gebied en antwoord bieden op de behoeften en toekomstbestendigheid van het gebied. Transities moeten in tijd en plek duidelijk worden verwoord. Dit biedt ook het benodigde perspectief voor de betrokken partijen. Dat betekent ook dat we de ontwikkeling samen moeten vormgeven. Als overheden met elkaar (gemeenten, waterschap, provincie en Rijk), en samen met de bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in het gebied. Zo’n aanpak maakt optimaal gebruik van de kennis die in het gebied aanwezig is. Het biedt bovendien de beste voorwaarden voor een stevig maatschappelijk draagvlak. Dat is onmisbaar om een periode van transitie als deze succesvol door te komen.
Periode van transitie
23
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
5. Opgaven Dit hoofdstuk benoemt de 23 opgaven die in Noord-Holland Noord spelen en waarvoor we in het Ontwikkelperspectief samenhangende oplossingsrichtingen moeten gaan vinden. Het gaat om opgaven op regionaal of bovenregionaal niveau, waarvoor betrokkenheid nodig is van de regio’s in Noord-Holland Noord en de provincie, van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de rijksoverheid. De opgaven zijn onvermijdelijk. Het gaat om ontwikkelingen en tendensen die op ons afkomen en allemaal vragen om actie, in welke vorm dan ook. Voor alle opgaven is al beleid geformuleerd en in uitvoering, maar in het licht van nieuwe inzichten is dat niet altijd genoeg of voldoende integraal afgestemd. Soms ontbreken de juiste uitvoeringsinstrumenten en financiering. De opgaven zijn gegroepeerd conform de indeling en de volgorde die het kabinet hanteert in de Ruimtelijke ordeningsbrief van 17 mei 2022: • • •
(tussen opgaven, verschillende schaalniveaus, tussen nu en de lange termijn) en de thema’s vast te stellen waarover nationale, structurerende besluiten en richtinggevende uitspraken nodig zijn’. Het is niet de bedoeling om een keuze te maken tussen de drie perspectieven. Ook de volgorde van de perspectieven in het Startpakket impliceert geen prioritering.
5.1. Water en bodem Regionale en bovenregionale samenhang Zoals de gehele Nederlandse delta heeft ook de provincie Noord-Holland haar bestaan goeddeels te danken aan afzettingen door de werking van zee en rivieren. Dat komt tot uiting in de lage ligging en de bodemopbouw. Noord-Holland Noord kent vooral zand- en kleibodems. Zandbodems liggen aan de Noordzeekust (de duinen en de binnenduinrand, waar in het noorden van het plangebied zand
landbouw en natuur, ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie, leefbare steden en regio’s.
De laag ‘Water en bodem’ is voor alle drie de perspectieven van belang. Omdat daar ook eigen opgaven aan verbonden zijn, wijdt dit document er een afzonderlijke paragraaf aan, vergelijkbaar met de paragrafen voor de drie perspectieven. Het Rijk noemt in het ‘Provinciale startpakket fysieke leefomgeving’ van december 2022 ook een aantal ‘overkoepelende thema’s’: culturele identiteit en erfgoed, milieu, defensie en een gezonde en groene leefomgeving. Opgaven die daar in Noord-Holland Noord mee verbonden zijn, zijn in dit opgavendocument opgenomen bij de perspectieven waar het grootste raakvlak ligt. Meer ruimte voor defensie wordt separaat beschreven in 5.5. Volgens de beleidsbrief van het Rijk is het doel van de perspectieven ‘om de complexiteit van de opgaven te doorgronden, de samenhang in beeld te brengen Opgaven
24
Afbeelding 5. Watersysteem op internationale, nationale, en regionale schalen. Bron: PNH ontwerpteam
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
vermengd is met kleibestanddelen) en aan de kust van de Waddenzee, op en rond het voormalige eiland Wieringen. De bodem van Texel is gemengd, met in het westen zandbodems. In het binnenland en aan de IJsselmeerkust domineert de zeeklei. De twee laagstgelegen polders, de droogmakerijen Schermer en Wieringermeer, kennen bijvoorbeeld een kleibodem. Direct zuidelijk van Noord-Holland Noord ligt het veenweidecomplex van Laag-Holland. Uitlopers daarvan reiken tot in Noord-Holland Noord, in de vorm van veenbodems (bijvoorbeeld de Eilandspolder) en een aantal kleinere gebieden met een moerige bodem. Klei en veen zijn beide zettingsgevoelige bodems. Ze klinken in bij ontwatering of als de bodembelasting groter wordt. Veen daalt ook door oxidatie, een proces dat sneller verloopt naarmate het veen droger is en waarbij veel CO2 vrijkomt. Onder de duingronden bevindt zich een zoetwaterbel. Zout water dat vanuit zee de bodem insijpelt, stroomt hier onderdoor, omdat zout water zwaarder is dan zoetwater. Het zoute grondwater komt ten oosten van de duinrand in polders en droogmakerijen weer aan de oppervlakte. Voor het huidige agrarische gebruik is dit zoute water een bedreiging en wordt door de aanvoer van zoetwater zoveel mogelijk verdund. Het watersysteem van Noord-Holland Noord is sterk afhankelijk van zijn omgeving.
Zoetwater vanuit het IJsselmeer/Markermeer wordt via de boezems naar het Noordhollands Kanaal aangevoerd en vervolgens via gemalen in onder andere Den Helder afgevoerd naar
zee. Voor de aanvoer van zoetwater is Noord-Holland Noord afhankelijk van het IJsselmeer en Markermeer die via de IJssel gevoed worden door het water uit de Rijn. In droge tijden fungeert het IJsselmeergebied als een regenton. Deze watervoorraad is van vitaal belang voor de drinkwaterproductie en de zoetwatervoorziening voor bijvoorbeeld de landbouw, niet alleen in Noord-Holland Noord, maar ook in Noord-Holland Zuid, Flevoland, Overijssel, Groningen, Friesland en delen van Utrecht en Drenthe. Heel lang werden de bodem en het watersysteem aangepast aan het gewenste ruimtegebruik. Vooral als gevolg van de klimaatverandering is dat niet meer houdbaar. De aanvoer van water via de Rijn naar onder meer de IJssel wordt onregelmatiger naarmate de gletsjers in de Alpen verder wegsmelten. De Rijn wordt dan uiteindelijk een regenrivier in plaats van een combinatie van regen- en smeltwaterrivier. De afvoer wordt hierdoor grilliger. De zeespiegel stijgt, waardoor de druk van zout water groter wordt en de veiligheid van de kust in het geding kan komen. Zeespiegelstijging zorgt ervoor dat minder vaak onder vrij verval een teveel aan water kan worden geloosd. Het watersysteem wordt daarnaast kwetsbaar bij extreme weersomstandigheden: zware buien of lange periodes van droogte. Het watersysteem is hier niet op gedimensioneerd.
Het gat tussen het ontwerp van watersystemen en de weersextremen die we steeds vaker zien optreden is dusdanig groot dat maatregelen niet gezocht moeten worden in een generieke opwaardering van dimensionering van watersystemen. Daarnaast is er een grote afhankelijkheid van techniek,
Opgaven
25
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Afbeelding 6. Hydrologische doorsnede Noord-Holland Noord met 6 water en bodem sturende opgaves. Bron: PNH ontwerpteam
regelwerken en beheer, waardoor het watersysteem ook gevoelig is voor technisch falen. Bovendien is de manier waarop we het water en de bodem de afgelopen decennia hebben gebruikt te veel ten koste gegaan van de kwaliteit daarvan. We vragen veel waardoor de bodemvruchtbaarheid en ook de bodemecologie onder druk zijn komen te staan. De waterkwaliteit voldoet ook nog niet aan de KRWdoelstellingen. In de toekomst zullen we, hoe goed we ons systeem en de ruimte ook inrichten, meer rekening moeten houden met bijvoorbeeld het optreden van wateroverlast. De recente weersextremen in Nederland en Europa met extreme hitte en excessieve neerslag zijn een wake up call voor de klimaatverandering die de problematiek van water en bodem extra voor het voetlicht brengt. Door rekening te houden met water en bodem in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken, in een veilige omgeving, met een gezonde bodem, voldoende en schoon water.
Opgaven
26
Dat leidt in Noord-Holland Noord tot zeven opgaven: 1. waterveiligheid, 2. effecten van weersextremen: wateroverlast, droogte en hittestress, 3. zoetwater- en drinkwaterbeschikbaarheid, 4. verzilting, 5. bodemdaling, 6. bodem- en waterkwaliteit, 7. afvalwaterketen
Opgaven Waterveiligheid De verwachtingen voor de stijging van zeespiegel rond 2100 zijn onzeker en hangen af van de mate waarin we de CO2-uitstoot kunnen terugdringen. In het lage uitstootscenario zal de zeespiegel tot 2100 stijgen met 26 tot 73 centimeter, en in het hoge uitstootscenario met 59 tot 124 centimeter. De bovengrens van de zeespiegelstijging rond 2100 kan oplopen tot 2,5 meter als onzekere processen, zoals het instabiel worden van de Antarctische IJskap, al vóór 2100 optreden. Mogelijk
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
stijgt de zeespiegel aan de Nederlandse kust met niet minder dan zes meter tot 2300 en in zeer ongunstige omstandigheden zelfs veel meer.1 Een hogere zeespiegel betekent een zwaardere belasting voor duinen en dijken. De verwachting is dat bij voortzetting van huidig beleid de kustzone aan de Noordzee voldoende bescherming biedt tot 2100. Versterkingen gaan langs de Noordzeekust uit van een zichttermijn van 200 jaar en een zeespiegelstijging van 2,5 meter. Alleen gebieden waar beperkte ruimte is rondom de keringen, of die buitendijks liggen, lopen (mogelijk) risico in de periode tot 2100. De komende decennia ligt de nadruk vooral op het versterken van de primaire keringen rond het IJsselmeer, Markermeer en Waddenzee, zo mogelijk in samenhang met het versterken van de biodiversiteit en recreatiemogelijkheden (zoals gebeurd is bij de Hondsbossche Duinen en de Prins Hendrik Zanddijk op Texel). Alle primaire keringen moeten in 2050 aan de landelijke norm voldoen. Om versterking van de dijken zeker te stellen is reservering van ruimte nodig (een hogere dijk wordt ook breder). De zichttermijn 1
van dijken langs het IJssel- en Markermeer is 100 jaar. De opzet van het winterpeil met 30 centimeter is opgenomen in het NWP 2022-2027. Er is op nationaal niveau een beleidsoptie om ook het waterpeil in de zomer met 30 centimeter verder op te zetten om de zoetwatervoorraad voor gebruik in de zomer te vergroten en de waterafvoer onder vrij verval naar de Waddenzee veilig te stellen. De gevolgen en risico’s van peilstijging worden onderzocht. De resultaten komen samen in het Deltaprogramma IJsselmeergebied. In 2026 vindt in dit Deltaprogramma een herijking plaats van de geldende voorkeurstrategie voor het IJsselmeergebied. Het waterveiligheidsbeleid richt zich niet alleen op preventie: het water buiten de deur houden. Gevolgbeperking van overstromingen is ook een aandachtspunt. Goede locatiekeuzes en een goede ruimtelijke inrichting kunnen bij een overstroming slachtoffers en schade voorkomen of beperken. Dit geldt in het bijzonder voor vitale en kwetsbare objecten en infrastructuur, bijvoorbeeld voor de energietransitie.
KNMI ‘23-klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI 2023 -
Afbeelding 8. Primaire en regionale- of overige keringen. Bron: PNH
Afbeelding 7. Scenario’s voor zeespiegelstijging tot 2100 en 2300 van het zeeniveau bij Nederland t.o.v. het huidige niveau, inclusief drie schattingen van de hoogst mogelijke zeespiegelstijging. Bron: KNMI ‘23 klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI 2023 Opgaven
27
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
Effecten van weersextremen: wateroverlast, droogte en hittestress Klimaatverandering leidt naast de zeespiegelstijging ook tot een grilliger neerslagpatroon. Zo zijn er meer langdurige regenfronten in de winter, terwijl de buien in de warmere zomers juist intenser worden. Jaarrond gaat het om 10% tot 50% meer neerslag in 2100.2 Lokaal leiden die dan al gauw tot overlast. De clusterbui bij Alkmaar en Schagen van juni 2021, toen 2
KNMI ‘23-klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI 2023
Afbeelding 9. De 5% (oranje) tot 10% (geel) diepste delen per polder.
Bron: Water en bodem als basis HHNK, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier & Defacto Stedenbouw (januari 2023)
Opgaven
28
er in korte tijd 80 tot 100 millimeter regen viel, lijkt een voorbode te zijn voor meer wateroverlast in de toekomst. Intense buien zullen worden afgewisseld met langere perioden van droogte en hitte. Daardoor dreigen watertekorten. Perioden zonder neerslag in combinatie met hoge temperaturen en beperkte aanvoermogelijkheden via de rivieren en het IJsselmeergebied hebben gevolgen
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
voor onder andere natuur, erfgoed en landbouw, ook omdat er minder zoetwater beschikbaar is. 3 Wateroverlast kan ook leiden tot uitval van vitale functies met alle gevolgen van dien. De verwachting is dat er in de toekomst op jaarbasis op zich voldoende neerslag valt. Daarom is de nieuwe opgave gericht op water vasthouden en opslaan in plaats van zo snel mogelijk afvoeren naar zee. Er is ruimte nodig om
het teveel aan water in bepaalde perioden te kunnen bufferen. De marges binnen het watersysteem in NHN zijn erg beperkt om het water vast te houden en droge periodes te kunnen overbruggen. 10 cm peilopzet in het volledige watersysteem van HHNK levert, afgezet tegen de watervraag binnen het beheergebied HHNK, maar een paar dagen buffer op, terwijl de wateroverlastrisico’s wel toenemen. Het grootste handelingsperspectief om droogteperioden
3 Door de lage waterstand in de Rijn waren er in 2022 al schutbeperkingen voor de Zeesluis IJmuiden van kracht. Ook hebben lage rivierpeilen tot gevolg dat er minder goederenvervoer over water kan plaatsvinden.
Afbeelding 10. Actueel Hoogtebestand. Bron: AHN
Opgaven
29
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
te overbruggen ligt in maatregelen op perceelsniveau, in het bodembeheer, het opslaan van water in de ondergrond en in het hoofdwatersysteem (rivieren/ IJsselmeer-Markermeer), in verdeling van water over Nederland en in peilfluctuatiemogelijkheden. 10cm fluctuatie in het IJsselmeergebied levert 2 a 3 weken overbruggingstijd op voor heel Noord Nederland. Daarnaast heeft ieder gebied ruimte nodig waar tijdelijk een teveel aan neerslag op het maaiveld plaats kan innemen (schade-extensieve ruimte). Er zijn afspraken nodig over onder welke condities gestuurd mag worden tussen schade-intensieve en schade-
Afbeelding 11. Klimaateffecten Droogte. Bron: signaalkaart PNH, HHNK
Opgaven
30
extensieve functies als er zoveel neerslag is gevallen dat schade simpelweg niet meer te voorkomen is. Om oxidatie van veen te beperken, en daarmee CO2-uitstoot te verminderen, wordt onderzocht wat vernatting van veengebieden betekent voor (de verdringing van) de zoetwatervraag. Binnen NHN ligt alleen veengebied in de Eilandspolder, maar de mogelijke nieuwe watervraag van het meer zuidelijk gelegen veengebied Laag Holland kan de waterbeschikbaarheid van bestaande functies binnen NHN nog verder onder druk zetten. De structurele keuze om CO2-uitstoot in veenweidegebieden tegen
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
te gaan door het peil te verhogen met 20 centimeter levert een extra zoetwatervraag op. De omvang van de vraag is nog niet bekend. Als er veel zoetwater uit het IJsselmeergebied nodig is voor peilverhoging in veenweidegebieden, om bodemdaling en CO2uitstoot tegen te gaan, betekent dit dat er voor andere functies minder zoetwater beschikbaar is. Keuzes over waterbeschikbaarheid voor Noord-Holland Noord zijn daarmee rechtstreeks verbonden met de mogelijke vernatting van Laag Holland.
Zoetwater- en drinkwaterbeschikbaarheid In toenemende mate komen er periodes van watertekort voor. De komende jaren nemen deze periodes verder toe. Dit heeft enerzijds te maken met vaker optredende droogte, hogere verdamping, minder aanvoer van de rivieren en toenemende verzilting (dat vraagt om meer doorspoeling of verdunning). Anderzijds heeft het te maken met een stijgende watervraag vanuit natuur, industrie, huishoudens en landbouw, en om het dalen van veenbodems tegen te gaan. Ook komt het doordat het watersysteem vooral is ingericht op het afvoeren van water in plaats van het vast te houden. Binnen het bestaande
Afbeelding 12. Overstromingsdiepten. Bron: signaalkaart PNH, HHNK
Opgaven
31
Analysedocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord
watersysteem levert een beetje extra peilopzet nauwelijks iets op. Daarnaast zijn gebieden die van nature water vasthouden en bufferen voor droge perioden ontgonnen of anders ingericht waardoor deze bufferende functie is verminderd of weggevallen. De waterschaarste leidt tot een behoefte aan voorraadvorming (in de bodem of IJsselmeergebied) en verdeling van zoetwater op bovenregionaal niveau. Op termijn kunnen niet alle watervragen meer worden gefaciliteerd en moeten er (dus) keuzes gemaakt 4