Advies - Elke regio telt (achtergrondinformatie)
Tekst van het document
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 50
noodzakelijk. Dat hoeft niet in één keer goed, maar het moet wel nu meteen Wij doen in dit advies drie hoofdaanbevelingen, die wij elk uitwerken in beginnen. In dagelijkse afwegingen, in het gesprek over beleid en in de twee deelaanbevelingen. Figuur 11 hieronder geeft een samenvattend manier waarop ‘Den Haag’ naar het land, en in het bijzonder de regio, kijkt. overzicht. Dat is een opgave aan allen, door en voor iedereen. Figuur 11: Overzicht van onze aanbevelingen
A ANBEVELINGEN VOOR H AND ET RE ALISEREN VAN BREDE WELVAART IN HEEL NEDERL
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 51
Met onze aanbevelingen pleiten wij voor rijksbeleid met een sterkere oriën- 5.3 Onze aanbevelingen nader uitgewerkt tatie op de regio. Een discussie over de vraag wat in bestuurlijke zin exact moet worden verstaan onder ‘de regio’ valt buiten het kader van dit advies. 5.3.1 Herijk de reguliere beleids- en investeringslogica van het Rijk Zo’n staatsrechtelijke structuurdiscussie vergt veel tijd, zowel in de voorbe- reiding als in de besluitvorming. Wij vinden dat de grote en complexe maat- Richt rijksbeleid op brede welvaart in álle regio’s schappelijke opgaven die in dit advies aan de orde zijn, hier niet op kunnen Wij vinden dat in het beleid en de investeringskeuzes van de rijksoverheid wachten.26 niet langer het streven naar doelmatigheid vanuit nationaal perspectief het zwaarst mag wegen. De rijksoverheid moet zich ook rekenschap geven In onze analyse tekenen zich duidelijk regio’s af waar sprake is van een van de impact die haar beleid in regio’s buiten de economische centrum- stapeling van uiteenlopende achterstanden die elkaar versterken. Hoewel gebieden kan hebben op de samenhang van voorzieningen, het gemeen- deze gebieden niet corresponderen met de bestuurlijke kaart van Nederland, schapsleven en structurele ontwikkelingskansen. Dat wil zeggen dat ook de is de maatschappelijke opgave evident.
Wij zijn hierop ook al in diverse van uitgangspunten en criteria die het Rijk hanteert bij het nemen van investe- onze afzonderlijke adviezen ingegaan (RVS, 2021b, 2022; ROB, 2010, 2021a, ringsbeslissingen moeten veranderen. Investeringen moeten niet langer 2021b; Rli, 2019, 2021c). vanzelfsprekend leiden tot ‘sterker te maken wat al sterk is’. Stelselmatig moet worden gekeken naar wat interventies betekenen voor de brede Wij roepen regering en parlement op om de fundamentele staatsrechtelijke welvaart in elke regio in Nederland. Consultatie van regionale partijen is vragen niet uit de weg te gaan, maar evenmin te wachten met het nader daarbij cruciaal. Voor infrastructuurinvesteringen betekent dit bijvoorbeeld invullen en uitvoeren van de aanbevelingen uit dit advies. Onze aanbeve- dat de instrumenten die op dit moment worden gebruikt om te bepalen lingen vergen geen staatsrechtelijke aanpassingen en bovendien staat er te welke projecten prioriteit moeten krijgen (zie kader), herijking verdienen. veel op het spel: het gaat om het terugdringen van onwenselijke verschillen binnen ons land.
26 Er liggen overigens al diverse adviezen over de bestuurlijke status van regio’s: ROB (2010); ROB(2021b); en Elzinga (2022).
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 52
Instrumenten die het Rijk op dit moment gebruikt om aantrekkelijkheid om er te (blijven) wonen en voor de mogelijkheden om infrastructuurprojecten te prioriteren elkaar te ontmoeten, lid te zijn van een sportclub, deel te nemen aan cultu- Om vast te stellen welke infrastructurele projecten als eerste moeten rele activiteiten enzovoort. worden uitgevoerd, gebruikt het Rijk op dit moment twee instru- menten: een Integrale Mobiliteitsanalyse (met daarin de potentiële Om in heel Nederland een acceptabel niveau van brede welvaart te kunnen bereikbaarheidsopgaven op de lange termijn) en een maatschappelijke waarborgen, zal een basis van maatschappelijke voorzieningen en sociale kosten-batenanalyse (waarin de uiteenlopende effecten van een investe- verbindingen het ijkpunt moeten zijn. Alleen als onderwijs, zorg, werk, ringsbesluit worden voorzien van een ‘prijskaartje’). cultuuraanbod en publieke ontmoetingsruimten bereikbaar en toegankelijk De Rli heeft in een eerder advies vastgesteld dat bij het gebruik van de zijn voor de bewoners, kunnen regio’s zich op een gezonde manier ontwik- resultaten van de Integrale Mobiliteitsanalyse de nadruk ligt op één kelen en vitaal blijven.
Dat betekent niet dat Nederland er overal hetzelfde aspect van bereikbaarheid: waar worden files of andere knelpunten op uit moet gaan zien, maar wel dat een basis voor vitale gemeenschappen het infrastructuurnetwerk verwacht? De maatschappelijke kosten-baten- moet worden gegarandeerd. Hoe die basis van bereikbare voorzieningen analyse zou in beginsel ándere aspecten van bereikbaarheid in beeld er in elke regio uitziet, kan verschillen en is afhankelijk van de specifieke moeten brengen, maar in de praktijk lukt het nog niet goed om deze regionale structuur, het regionale karakter en de behoeften van bewoners. aspecten in geld uit te drukken. Daardoor bestaat het risico dat ze in de Een mogelijke benadering is het expliciteren van een norm voor de bereik- afweging van het Rijk naar de achtergrond verdwijnen (Rli, 2021b). baarheid of beschikbaarheid van een bepaalde basisvoorziening, vergelijk- baar met de aanrijdtijden voor brandweer en ambulances. Wat in een regio onder een basisvoorziening moet worden verstaan en welke norm daarvoor De herijking die wij hier bepleiten brengt met zich mee dat het Rijk de moet gelden is een politieke keuze. mogelijke effecten van beleid van tevoren sectoroverstijgend in beeld moet brengen.
Keuzes op het vlak van mobiliteit en bereikbaarheid per openbaar Artikel 5 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen (Rijk, IPO, VNG & vervoer bijvoorbeeld, hebben in bepaalde regio’s vergaande consequenties UvW, 2023) bepaalt expliciet dat het Rijk bij beleidsvoornemens inzicht dient voor de toegankelijkheid van zorg en onderwijs, en de kansen om (nieuwe) te geven in de effecten van het voorgenomen beleid op de verschillende bedrijvigheid te ontwikkelen. En keuzes over het al dan niet sluiten van regio’s. Daarmee biedt de code een handvat om uitwerking te geven aan de onderwijslocaties kunnen voor dorpen en gemeenschappen gevolgen gewenste veranderende ‘investeringslogica’. Algemeen beleid kan immers hebben van uiteenlopende aard: voor de bevolkingsopbouw, voor de ongelijk uitwerken in de verschillende regio’s in Nederland. Daarnaast kan
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 53
aandacht voor regiospecifieke en gebiedsspecifieke kenmerken (bijvoor- Bevolkingsdaling’ (In.Fact.Research, 2021), waarin een flexibele bestedings- beeld grenseffecten) eraan bijdragen dat beleid effectiever wordt. Maar ruimte van 10% wordt aanbevolen. Dit betekent ook dat er in de bestedings- ook in andere gevallen is het essentieel om in samenspraak met regionale wijze van budgetten sprake kan zijn van diversiteit. Regionale overheden en partijen vooraf de effecten van beleid in de regio in te schatten en te waar- instanties verdienen het vertrouwen en mandaat dat nodig is om invulling borgen dat maatschappelijke basisvoorzieningen in stand blijven. Dit vergt te geven aan een samenhangende aanpak. Het is het uiteraard belangrijk een verandering in oriëntatie bij politici, bestuurders en ambtenaren. dat de landelijke en decentrale overheden elkaar kritisch bevragen op de onderbouwing en effectiviteit van de voorgenomen ingrepen. Maak bundeling van sectorbudgetten mogelijk voor samenhangende oplossingen in de regio 5.3.2 Investeer in langjarige en substantiële programma’s voor regionale Hoewel incidenteel rijksbudgetten worden gebundeld, is bij het Rijk over ontwikkeling het algemeen sprake van beleid-per-sector, financiering-per-sector en verantwoording-per-sector.
Dit belemmert het tot stand brengen van Ontwikkel regionale kansenagenda’s voor brede welvaart samenhangende oplossingen voor de complexe opgaven waarvoor regio’s Inwoners, lokale en regionale bedrijven, maatschappelijke organisaties zich gesteld zien. In het kader van het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en overheden moeten samen regionale kansenagenda’s opstellen voor de en Veiligheid’ onderzoekt het kabinet op dit moment of “rijksmiddelen meer ontwikkeling van de regionale brede welvaart. Daartoe inventariseren zij ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet” (BZK, 2022b). Het is wat de kansen, behoeften en specifieke opgaven zijn in hun regio. Belangrijk volgens ons dringend noodzakelijk dat het kabinet op dit vlak zorgt voor is wel dat dat de regio’s ook aangeven hoe zij deze ontwikkeling van brede een fundamentele doorbraak, óók bij domeinen die geen deel uitmaken van welvaart kunnen laten aansluiten bij de aanpak van grote opgaven voor de dit nationale programma maar niettemin voor veel ‘perifere’ regio’s uiterst toekomst. relevant zijn, zoals bereikbaarheid. Regionale partners kunnen hun kansenagenda’s afstemmen op de speci- Wij bevelen aan om in reguliere nationale wet- en regelgeving flexibele fieke kenmerken, cultuur, identiteit en potentie van hun eigen regio.
Dat bestedingsruimte te creëren, zodat sectorbudgetten in regio’s gebundeld betekent dat regio’s verschillende inhoudelijke zwaartepunten mogen inzetbaar zijn voor het aanpakken van met elkaar samenhangende opgaven, aanbrengen. Niet elke regio hoeft in te zetten op aansluiting op de ‘wereld- bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit en onderwijs. Een goede indicatie economie’ of hoeft te streven naar maximale economische groei. Wel zal in van de gewenste flexibiliteit biedt de evaluatie van het ‘Tweede Actieplan
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 54
elke regio het beoogde ontwikkelpad moeten passen binnen de strategische Het is noodzakelijk dat er binnen zo’n ecosysteem wordt geschakeld doelen en opgaven die op Europees en nationaal niveau zijn vastgesteld. tussen de verschillende schaalniveaus en dat deze met elkaar worden verbonden. De democratische legitimatie van het samenwerkingsverband Om tot regionale kansenagenda’s voor de toekomst te komen, is het kan op verschillende manieren vorm krijgen, variërend van het vast- volgende nodig: leggen van samenwerkingsafspraken tot het organiseren van een visitatie • De regionale spelers maken een grondige analyse van (a) de aspecten of een evaluatie van de samenwerking door bestuurders en inwoners. van brede welvaart die met voorrang aandacht behoeven en (b) de • Het Rijk vervult een ondersteunende en faciliterende rol bij de regionale bijdrage die de regio moet of kan leveren aan de nationale en Europese agendavorming. Dit kan door kennis en expertise te leveren en advies te doelen en opgaven op het terrein van klimaat, gezondheid, woning- geven. Vooral bij vraagstukken met een grensoverschrijdende component bouw, digitalisering, opvang van asielzoekers enzovoort.
Over deze is steun van en samenwerking met de rijksoverheid van groot belang, afwegingen zal binnen de regio ook een publiek debat moeten worden zodat recht kan worden gedaan aan specifieke situaties en de aansluiting gevoerd. De kansen en opgaven in een regio zullen zich op verschillende met buurlanden kan verbeteren. Het ‘Model voor gelijkwaardig partner- schaalniveaus bevinden. Immers, het werken aan een bloeiend regionaal schap’ (ROB, 2021) kan behulpzaam zijn bij het opbouwen van een gelijk- verenigingsleven met behulp van voldoende vrijwilligers vraagt om waardige relatie (zie bijlage 4). een andere beleidsinzet dan de ontwikkeling van een regionale energie • De provincies stellen zich actief dienstbaar op aan de regionale samen- strategie. Maar beide opgaven doen niet voor elkaar onder in relatie tot werking. Zij kunnen dit doen door partijen met elkaar te verbinden, de regionale brede welvaart. kennis en kunde in te brengen en zo het vitaliseren van de relatie tussen • In grensregio’s een publiek debat voeren met regionale partners uit regio en Rijk te ondersteunen (zie ook onze aanbeveling in § 5.3.3). het buurland, over de kansen en opgaven die de grensligging met zich meebrengt. Op die manier kan worden gewaarborgd dat deze onder- De regionale kansenagenda’s die wij hier voorstellen zullen de basis moeten werpen een prominente plek krijgen in de regionale agenda.
vormen voor de toedeling van langjarige budgetten; zie hierna. • De regionale partners gaan onderling een langjarig strategisch samen- werkingsverband aan, waarin de kwaliteit van de samenwerking en Stel langjarige en substantiële budgetten beschikbaar om te investeren in democratische legitimatie zijn gewaarborgd. Essentiële participanten de ontwikkeling van regionale brede welvaart van zo’n ‘regionaal ecosysteem’ (zie hoofdstuk 2, § 2.5) zijn: gemeenten, Het Rijk moet regio’s boven op de reguliere geldstromen vanuit de rijksbe- provincies, waterschappen, inwoners, bedrijven en kennisinstellingen. groting financiële ruimte bieden om regionale brede welvaart te vergroten.
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 55
Wij vinden dat regio’s waar de brede welvaart structureel achterblijft op zorg- of onderwijsvoorzieningen voor een grotere groep (mensen aan beide de rest van het land en waar het maatschappelijk voorzieningenniveau zijden van de landsgrens) toegankelijk te maken. onder druk staat, moeten kunnen beschikken over langjarige omvangrijke budgetten voor de uitvoering van hun regionale kansenagenda (zie voor- De hier voorgestelde benadering met langjarige regionale budgetten voor gaande aanbeveling). de ontwikkeling van brede welvaart zou de rijksoverheid in principe kunnen volgen voor alle regio’s in Nederland. Maar wij vinden dat de prioriteit We adviseren de rijksoverheid om in te zetten op een langjarige investe- moet liggen (zowel wat de omvang als wat de beschikbaarstelling van de ringsstrategie gericht op structuurversterking van de betreffende regio’s. Dat budgetten betreft) bij de ‘perifere’ regio’s die qua brede welvaart op dit betekent een koerswijziging ten opzichte van de huidige strategie, waarbij moment sterk achterlopen. Dat zijn, voor alle duidelijkheid, niet alleen de het Rijk zich beperkt tot het verstrekken van bijdragen voor korte periodes voorbeeldregio’s die wij voor dit advies nader hebben onderzocht. en voornamelijk gericht op het repareren van achterstanden.
De door ons bepleite structuurversterking betreft investeringen in bijvoorbeeld infra- 5.3.3 Werk aan vitale relatie tussen regio’s en rijksoverheid structuur, onderwijs en onderzoek, zorg, welzijn en cultuur. Let wel: het zal hierbij moeten gaan om extra geld voor achtergebleven regio’s, dat beschik- Werk aan wederzijdse vertegenwoordiging: van regio’s op nationaal niveau baar komt door ófwel extra investeringen van het Rijk ófwel herschikking en van het Rijk in de regio’s binnen de rijksbegroting. Rijksgeld voor de regionale kansenagenda’s zou Een sterkere oriëntatie in het rijksbeleid op regionale ontwikkeling vraagt beschikbaar moeten komen nadat deze onafhankelijk getoetst zijn op hun om een vitale relatie tussen rijksoverheid en regio’s. Die is er op dit moment effecten voor de bredewelvaartontwikkeling in de regio. Regionale partijen niet. Om hierin verandering te brengen zijn inspanningen nodig van zowel beslissen vervolgens gezamenlijk over de besteding van het geld. het Rijk als de regio’s.
Voor grensregio’s zou het mogelijk moeten worden gemaakt dat waar nodig Van belang is om te beginnen dat regionale spelers zich meer verbonden ook investeringen over de grens kunnen plaatsvinden. Zulke investeringen voelen met het landelijk bestuur en zich goed vertegenwoordigd weten kunnen soms bredewelvaartswinst opleveren tegen lagere kosten dan op nationaal niveau. Daarvoor is méér vereist dan alleen bestuurlijke wanneer met hetzelfde oogmerk in eigen land zou worden geïnvesteerd. vertegenwoordiging. Cruciaal is dat er ook meer betrokkenheid ontstaat van Denk bijvoorbeeld aan investeringen in de bereikbaarheid over de grens om inwoners, maatschappelijke instellingen en andere regionale partners bij de landelijke besluitvorming over thema’s die voor regio’s relevant zijn.
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 56
Andersom is het van belang dat de rijksoverheid actieve betrokkenheid • De vertegenwoordiging van de rijksoverheid in de regio kan ‘gezicht’ toont bij wat zich op diverse gebieden in de regio’s afspeelt: politiek- krijgen door te zorgen voor meer fysieke aanwezigheid in de regio’s. Het bestuurlijke ontwikkelingen, ruimtelijke processen, sociaal-culturele aange- gaat dan niet alleen om periodieke werkbezoeken van beleidsmakers, legenheden, vraagstukken rond gezondheid enzovoort. Het gaat erom dat maar ook om structurele aanwezigheid van uitvoerende diensten zoals de rijksoverheid zowel op politiek, bestuurlijk als ambtelijk niveau weet wat Rijkswaterstaat of de Inspectie Leefomgeving en Transport. Het geza- er leeft in de verschillende regio’s en wat er nodig is. menlijk, als één overheid, opvangen én het in onderlinge samenhang vertalen van signalen uit de regio zou een wezenlijk onderdeel moeten Wij achten het noodzakelijk dat er gewerkt wordt aan het versterken van worden van het takenpakket van rijksdiensten. Dat vergt behalve actieve de relatie tussen de regio’s en het Rijk. Wij bevelen aan om daartoe een of aanwezigheid in de regio ook stevige interdepartementale afstemming en meer van de volgende mogelijkheden te overwegen: samenwerking.
• De vertegenwoordiging van de regio’s in de nationale politiek kan worden • Om verkokering van het regionaal beleid op rijksniveau te voorkomen verstevigd door te werken aan een nationale variant van het Europese zou een bewindspersoon verantwoordelijk kunnen worden gemaakt voor Comité van de Regio’s.27 Die zou in de advisering aan het kabinet over de coördinatie van regionale vraagstukken op nationaal niveau en de voorgenomen beleidsmaatregelen expliciet het regionale perspectief investeringen in de regionale kansenagenda’s. over het voetlicht kunnen brengen. Dit draagt bij aan het versterken van • Bij een vitale relatie tussen Rijk en regio hoort ook het onderling uitwis- het inzicht in de regionale effecten van het rijksbeleid.28 Hierin kunnen selen van relevante kennis en inzichten. De nationale kennisinstellingen de provincies, al dan niet gezamenlijk, een rol spelen. Dat betekent wel beschikken over kennis die voor decentrale overheden van groot belang dat de provincies zich meer dan voorheen moeten verbinden met de is. En andersom beschikken de regio’s over belangwekkende informatie regionale agenda’s. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de afzonderlijke die de nationale kennisinstellingen (en in het verlengde daarvan de regio’s eigen vertegenwoordigers aanwijzen die namens de regio kunnen Haagse beleidsmakers en beslissers) goed kunnen gebruiken. Daarom is optreden.
investeren in kennisnetwerken van belang (ROB, 2020). • Provincies kunnen hun rol als verbinder van Rijk en regio krachtiger invullen. Denk daarbij aan het verlenen van ondersteuning aan 27 Binnen de EU is het Comité van de Regio’s een politiek orgaan waarin vertegenwoordigers van het gemeenten in de vorm van kennis en menskracht bij het leggen van lokale en regionale bestuur in de lidstaten zitting hebben. De Europese Commissie, De Europese Raad en het Europees Parlement zijn verplicht om dit Comité te raadplegen over voorgenomen beleid en contacten op nationaal niveau of het voorbereiden en indienen van wetgeving met impact op lokaal en regionaal niveau. 28 Zie artikel 5 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen (Rijk, IPO, VNG & UvW, 2023). aanvragen voor financiering vanuit het Rijk of Europese fondsen.
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 57
• Om de regio meer stem te geven in de nationale besluitvorming zou • Locatiekeuze voor vestigingen van kennis- en onderwijsinstellingen het stelsel van evenredige vertegenwoordiging in de Tweede Kamer zo Onderwijs en kennis vormen een essentieel onderdeel van gezonde kunnen worden aangepast, dat de regionale component beter tot uitdruk- regionale ecosystemen. Hier worden de beroepskrachten voor de king komt. Hiertoe zijn al eerder voorstellen gedaan door de staatscom- toekomst gevormd en kan uitwisseling plaatsvinden tussen bedrijven, missie Parlementair stelsel en het Burgerforum Kiesstelsel.29 Verder kennis- en onderwijsinstellingen. Het Rijk zou moeten bevorderen dat zouden politieke partijen zich bij de samenstelling van hun kandidaten- kennis- en onderwijsinstellingen dependances openen of handhaven in lijsten voor de Tweede Kamerverkiezing meer rekenschap kunnen geven regio’s die nu te maken hebben met een achterstand in brede welvaart. van regionale spreiding. Dit gaat hierbij om aanwezigheid én samenwerking en dus om méér dan het plaatsen van gebouwen.30 Er zijn creatieve oplossingen mogelijk, Overweeg locaties in de regio voor de vestiging van (semi)publieke bijvoorbeeld door wo-, of hbo-onderwijs te organiseren op locaties van instellingen en verbind de aanpak van nationale opgaven met de regionale regionale mbo’s, en vice versa.
Het verleden heeft aangetoond dat de agenda’s aanwezigheid van én samenhang tussen kennisinstellingen en instel- Wij vinden dat de rijksoverheid bij de keuzes die zij maakt rond de slui- lingen voor hoger en middelbaar (beroeps)onderwijs een enorme impuls ting of vestiging van (semi)publieke diensten en de organisatie van de kan geven aan de regionale ecosystemen, de verbinding met de arbeids- aanpak van nationale opgaven, spreiding over het land nadrukkelijker markt en daarmee aan het perspectief voor de inwoners. Daarmee heeft moet overwegen. Relevante vragen die daarbij aan bod zouden moeten het vestigen van kennis- en onderwijsinstellingen in de regio ook impact komen zijn: Is voor deze (semi)publieke dienst aanwezigheid in Den Haag op de aantrekkelijkheid van regio’s voor jongeren en jonge huishoudens of de Randstad noodzakelijk? Liggen er bij de aanpak van deze nationale en zo op de bevolkingssamenstelling. opgave aanknopingspunten met de regionale kansenagenda’s (zie § 5.3.2)? • Locatiekeuze voor vestigingen van rijksdiensten en zbo’s Liggen er mogelijkheden om bij de aanpak van deze opgaven de kennis en Ook de vestiging van rijksdiensten en zbo’s kan in regio’s een impuls netwerken in regio’s te benutten? betekenen voor de brede welvaart.
Bij de locatiekeuze voor dergelijke organisaties moet breder worden gekeken dan de bedrijfseconomische Naar ons oordeel zijn er ten minste drie thema’s waarbij het Rijk een kosten en baten en de belangen van de huidige medewerkers. Denk aan modern spreidingsbeleid moet overwegen: 30 Voor het laatst werd in 1976 een nieuwe universiteit geopend in Nederland (Maastricht). Sindsdien is 29 Veranderingen in het kiesstelsel kunnen vanwege wettelijke beperkingen pas op termijn doorgevoerd het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs bijna verdrievoudigd (CBS statline) en kampt worden. een aantal universiteiten met ruimte- en capaciteitstekorten.
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 58
de bijdragen aan andere aspecten van brede welvaart, de zichtbaarheid 5.4 Tot slot van de rijksoverheid in heel Nederland, het opbouwen van regionale Wij zijn dit advies begonnen met de observatie dat er flinke verschillen netwerken, het bijdragen aan regionale werkgelegenheid enzovoort.31 bestaan tussen regio’s in Nederland. We identificeerden verschillen in • Aanpak van de woningbouwopgave couleur locale en in de aard van de omgeving en het landschap, verschillen Het kabinet heeft de ambitie om 900.000 extra woningen te bouwen die het leven in Nederland de moeite waard maken. Maar we vinden vóór 2030 (Coalitieakkoord, 2021). Ook voor de periode daarna ligt er de stapeling van bredewelvaartsachterstanden in sommige regio’s in een forse bouwopgave. Op dit moment wordt hiervoor vooral gekeken Nederland schrikbarend: verschillen in gezondheid en levensverwachting, naar stedelijke regio’s, met name de metropoolregio’s van de Randstad. verschillen in maatschappelijk vertrouwen en vertrouwen in de toekomst, De vierde tranche van de ‘woningbouwimpulsgelden’ maakt het moge- verschillen in de moeite die mensen moeten doen om in de eigen omge- lijk om gezamenlijk kleinere projecten in te dienen.
Wij denken dat het ving goed onderwijs te kunnen volgen of een passende baan te vinden en verstandig is om een deel van de woningopgave te verwezenlijken door verschillen in de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen die te kiezen voor kleinschaliger woningbouwprojecten en deze te spreiden een regio leefbaar houden en de basis vormen van gemeenschappen. over de regio’s in het land. Met zo’n aanpak draag je niet alleen bij aan de landelijke doelstellingen, maar geef je tegelijkertijd een impuls aan Dat die verschillen mede worden veroorzaakt en vergroot door de onderlig- brede welvaart in bepaalde regio’s. Een voorwaarde is wel dat kleinere gende aannames in het rijksbeleid en de doorwerking van dat beleid in de woningbouwprojecten dan gemakkelijker in aanmerking moeten kunnen regio’s, vinden wij zeer ongewenst. Wij concluderen dat er niet alleen op de komen voor steun van het Rijk. Die steun zal moeten zijn voor het door- adviesdomeinen van de Rli, de ROB en de RVS, maar in de volle breedte voeren van aanpassingen in de desbetreffende Omgevingsplannen, en in van het overheidsbeleid, meer aandacht en ruimte voor de structurele financiële zin voor de concrete woningbouwprojecten en de bijbehorende ontwikkeling van regio’s nodig is. Alleen dan kan er sprake zijn van een infrastructurele investeringen. toekomst met brede welvaart in heel Nederland. Want elke regio telt!
31 Vanuit dergelijke overwegingen heeft het Rijk ook in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verschillende overheidsdiensten (denk aan het CBS, de RDW, het ABP en de toenmalige PTT) in ’perifere’ regio’s gevestigd. Tegelijkertijd werd gestimuleerd dat bedrijven zich buiten de Randstad zouden vestigen. Deze bedrijven trokken echter na verloop van tijd, toen de overheidsstimulering was gestopt, weg uit de regio’s of ze overleefden niet. Veel van de overheidsdiensten daarentegen zijn gebleven, hoewel ze van aard zijn veranderd.
ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5 PRINT 59
INHOUDELIJKE BIJLAGEN 1 REGIONALE BREDE WELVAART: INDICATOREN EN REGIONALE CIJFERS Wij begonnen dit advies met de constatering dat een aantal gebieden in Nederland al lange tijd te maken heeft met een stapeling van welvaarts achterstanden. In dat verband hebben we het begrip ‘brede welvaart’ gebruikt. In deze bijlage lichten we aan de hand van enkele kenmerken toe wat we onder brede welvaart verstaan. Ook presenteren we bredewel- vaartsdata voor de vijf voorbeeldregio’s die we hebben onderzocht. Daarbij kijken we ook naar de bevolkingskrimp in de regio’s en de invloed van de nationale economische ontwikkeling op de regionale kansen.
Kenmerken van brede welvaart Hoe welvarend is een samenleving, regio, gemeente, wijk of buurt? Het besef dat dit niet valt te omschrijven in uitsluitend economische termen, is de afgelopen jaren gegroeid (SER, 2021). Een mensenleven draait om méér dan alleen de consumptie van producten. Bepalend voor ons welvaren zijn ook zaken als sociale contacten, bestaanszekerheid, gezondheid, veiligheid, mogelijkheden tot persoonlijke ontplooiing, een goede werk-privébalans, passende huisvesting en een schoon milieu. Kortom, welvaart omvat
PRINT 60
behalve onze koopkracht ook ons welzijn, welbevinden en de dingen die we • wonen; persoonlijk waardevol vinden (Weterings, Thissen & Buitelaar, 2021). • samenleving; • milieu. Het begrip brede welvaart is bedacht om het verband tussen economische welvaart, welzijn en welbevinden inzichtelijk te maken (PBL, SCP & CPB, Het is belangrijk om te vermelden dat de verschillende dimensies van 2017; Robeyns, 2022). Het begrip omvat zowel objectieve kenmerken (zoals brede welvaart niet onderling inwisselbaar zijn. Een tekort op één aspect de omstandigheden waarin mensen leven en de financiële middelen waar- van brede welvaart kan dus niet zomaar worden weggestreept tegen een over zij beschikken) als subjectieve kenmerken (zoals de tevredenheid van surplus aan andere aspecten van brede welvaart. Concreet: aspecten zoals mensen over hun leven). De objectief meetbare werkelijkheid en de werke- goedkope huisvesting of een rustige woonomgeving hebben geen compen- lijkheid zoals mensen die ervaren, kunnen van elkaar verschillen. Daarnaast serende werking voor bijvoorbeeld een tekort aan banen of gezondheids- verschilt ook de mate waarin mensen waarde hechten aan aspecten zoals achterstanden (Thissen & Content, 2022). sociale contacten, bestaanszekerheid, gezondheid, veiligheid, enzovoort.
Deze observatie is van belang, omdat de waarde die mensen toekennen Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft recent laten zien dat aan de afzonderlijke aspecten van brede welvaart, bepaalt in hoeverre elk brede welvaart grotendeels tot stand komt door de interactie van mensen aspect van welvaart bijdraagt aan het totaalbeeld van brede welvaart in een met hun dagelijkse leefomgeving. Die dagelijkse leefomgeving bestaat uit samenleving (Thissen & Content, 2022). een groter gebied dan alleen de woongemeente (Thissen & Content, 2022). Mensen maken immers geregeld gebruik van voorzieningen in gemeenten Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet jaarlijks de brede waar ze niet wonen – bijvoorbeeld voor de dagelijkse boodschappen, welvaart in Nederlandse gemeenten, provincies en regio’s aan de hand van ziekenhuisbezoek, theaterbezoek of werk. Andersom ervaren mensen soms 42 indicatoren. Daarbij onderscheidt het CBS ‘brede welvaart hier en nu’, ook overlast van voorzieningen en bedrijfsactiviteiten buiten de eigen ‘brede welvaart later’ en ‘brede welvaart elders’. De indicatoren voor ‘brede woongemeente. Zo kan een verderop in de regio gelegen vliegveld, wind- welvaart hier en nu’ zijn verdeeld over de volgende thema’s: molenpark of fabriek het welbevinden van mensen negatief beïnvloeden.
• welzijn; • materiële welvaart; In sommige regio’s hebben mensen noch binnen de eigen woongemeente, • gezondheid; noch in het gebied daaromheen toegang tot voorzieningen zoals winkels, • arbeid en vrije tijd; bioscopen, horeca, scholen en zorginstellingen. Mensen kunnen dan niet of
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 61
nauwelijks brede welvaart ontlenen aan de grotere regio waarin zij leven. Figuur 12: Lage scores op bredewelvaartsindicatoren, per gemeente Deze situatie is aan de orde in bijvoorbeeld de Veenkoloniën in het oosten van de provincies Groningen en Drenthe. De door het CBS gemeten brede welvaart is daar laag (zie ook figuur 14 verderop). De inwoners van deze gebieden hebben een gemiddeld genomen gering besteedbaar inkomen en een relatief slechte gezondheid, zij zijn relatief vaak werkloos, wonen op een relatief grote afstand tot voorzieningen en hebben weinig vertrouwen in instituties en in andere mensen (Thissen & Content, 2022).
De problematiek rond verschillen in brede welvaart in ons land betreft, kortom, niet alleen gemeenten met gestapelde achterstanden, maar hele regio’s met gestapelde achterstanden.
Regionale brede welvaart in cijfers
Beeld van brede welvaart in regio’s op basis van CBS-gegevens Bron: CBS, 2022
Figuur 12 hiernaast toont de regionale verschillen in brede welvaart binnen Nederland, zoals deze naar voren komen uit de Monitor Brede Welvaart 2022 van het CBS. Te zien is dat gemeenten binnen onze voorbeeldregio’s Voor de meeste gemeenten in deze regio’s geldt omgekeerd dat ze zelden (Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Kop van Noord-Holland, Twente en of nooit een goede score hebben op de lijst van bredewelvaartsindicatoren. Parkstad Limburg) op een groot aantal bredewelvaartsindicatoren laag tot Figuur 13 laat dit zien. zeer laag scoren.
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 62
Figuur 13: Hoge scores op bredewelvaartsindicatoren, per gemeente Figuur 14: Beschikbaarheid van bredewelvaartsaspecten in de omgeving, per gemeente
Bron: CBS, 2022 Bron: Thissen & Content, 2022; gebaseerd op CBS-data uit 2019
Een factor die de brede welvaart in de slecht scorende gemeenten extra Andere methoden om brede welvaart in regio’s te meten nadelig beïnvloedt, is dat in de omliggende regio doorgaans de situatie De indicatoren aan de hand waarvan het CBS de brede welvaart in ons niet of nauwelijks beter is. Inwoners van bijvoorbeeld gemeenten in land monitort, vormen niet het enige instrument waarmee regionale Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën en de Kop van Noord-Holland kunnen brede welvaart in beeld is te brengen. Zo hebben RaboResearch en de daardoor de in hun eigen gemeente ontbrekende (onderdelen van) brede Universiteit Utrecht een alternatieve meetmethode ontwikkeld, de Brede welvaart niet compenseren door gebruik te maken van voorzieningen in de Welvaartsindicator (BWI). Deze BWI is een samengestelde index waarin omliggende regio; zie figuur 14. elf welvaartsdimensies zijn meegenomen, te weten: gezondheid, milieu,
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 63
onderwijs, subjectief welzijn, materieel welbevinden, woontevredenheid, Figuur 15: Regionale verdeling van de Multiple Deprivation Index (MDI) de balans tussen werk en leven, veiligheid, banen, sociale connecties en vertrouwen, en maatschappelijke betrokkenheid. De BWI richt zich op een 22.8 - 32.9 32.9 - 37.4 beperkter aantal indicatoren dan de CBS-monitor. Bovendien worden deze 37.4 - 42.7 42.7 - 49.9
indicatoren niet uitgesplitst naar gemeenten maar naar COROP-regio’s. 49.9 - 63.1
Verder vat de BWI, anders dan de CBS-monitor, de diverse aspecten van brede welvaart samen in één cijfer. De afzonderlijke indicatoren krijgen een wegingsfactor mee, zodat niet elke indicator even zwaar meetelt (Badir et al., 2017).
Vergelijkbare informatie biedt de in het Verenigd Koninkrijk ontwikkelde Multiple Deprivation Index (MDI). De MDI brengt de stapeling van achter- standen op lokaal niveau in kaart. Daarbij worden de volgende (veelal onderling verbonden) achterstandsdomeinen onderscheiden: inkomen, werk, opleiding, gezondheid, veiligheid, huisvesting en woonomgeving. Net als de BWI kent de MDI aan elk afzonderlijk aspect een wegingsfactor toe, omdat niet ieder aspect in dezelfde mate van invloed is op de zwaarte van Bron: Dagevos et al., 2022
achterstanden (Dagevos et al., 2022). Figuur 15 laat de MDI per gemeente in Nederland zien. De MDI-kaart toont een patroon dat sterk lijkt op het patroon in de CBS-kaart in figuur 12: lage bredewelvaartscores aan de randen van het land en in enkele grote stedelijke regio’s. De meeste achterstandsgebieden bevinden zich in de grote(re) steden in de Randstad (Rotterdam, Amsterdam en Den Haag) en aangrenzende gebieden (Noordzeekanaal, Almere en Lelystad). Ook een aantal Noord-Brabantse steden scoren minder goed. Aan de landsgrenzen valt een aantal regio’s in negatieve zin op: Twente, Parkstad
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 64
Limburg, Noord- en West-Limburg, Noordoost-Groningen, de Veenkoloniën verschillen als het gaat om brede welvaart. In die gevallen kan er geen in Oost-Groningen en Drenthe en Den Helder in de Kop van Noord-Holland. goede vergelijking tussen regio’s worden gemaakt.
Een lage regionale brede welvaart heeft overigens niet altijd dezelfde In het hiernavolgende bespreken we de scores per COROP-regio op vier oorzaak. De Monitor Brede Welvaart van het CBS herbergt een grote rijkdom thematische clusters: aan gegevens, die een fijnmazig beeld geven van de kracht en zwakte van • besteedbaar inkomen en arbeidsparticipatie; elke afzonderlijke regio. Hieronder gaan we voor de voorbeeldregio’s dieper • gezondheid en welzijn; in op afzonderlijke indicatoren van de brede welvaart. • wonen en milieu; • samenleven en sociaal vertrouwen. Regionale verschillen in brede welvaart op specifieke aspecten De Monitor Brede Welvaart 2022 van het CBS bevat gegevens over brede- Besteedbaar inkomen en arbeidsparticipatie welvaartsindicatoren per gemeente, per provincie en per COROP-regio.32 Binnen Nederland zien we grote verschillen tussen regio’s als het gaat om Enkele van onze voorbeeldregio’s vallen samen met een regio op COROP- economische ontwikkeling. De noordelijke COROP-regio’s, met uitzondering niveau, namelijk de Kop van Noord-Holland, Twente en Zeeuws-Vlaanderen. van Delfzijl en omgeving, scoren laag op het bruto binnenlands product Voor Parkstad Limburg en De Veenkoloniën geldt dat niet.33 Die maken (bbp) per hoofd van de bevolking.
Oost-Groningen, de Kop van Noord- ofwel deel uit van een grotere COROP-regio, of vallen binnen verscheidene Holland en Zuidoost-Drenthe staan in de ranglijst van veertig COROP-regio’s COROP-regio’s. We hebben ervoor gekozen om bredewelvaartsindicatoren respectievelijk op plek 40, 35 en 37 van de 40. De andere onderzochte niettemin op COROP-regioniveau met elkaar te vergelijken. Een vergelijking regio’s – Zuid-Limburg, Twente en Zeeuws-Vlaanderen – zijn op dit vlak juist tussen regio’s op basis van de scores van gemeenten is namelijk te weinig (goede) middenmoters, met respectievelijk plek 14, 21 en 11 op de ranglijst. informatief, omdat gemeenten binnen regio’s sterk van elkaar kunnen Voor Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe gaat het lage bbp gepaard met 32 Een COROP-regio is een gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de regionale indeling die in 1971 is ontworpen door de Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma (COROP). In een laag gemiddeld besteedbaar inkomen. In de Kop van Noord-Holland ligt totaal telt Nederland veertig COROP-regio’s. Elke COROP-regio heeft een centrale kern (bijvoorbeeld een stad) met een omliggend verzorgingsgebied. Het CBS en ook andere onderzoeksinstituten dit anders. Met een gemiddeld besteedbaar inkomen van € 27.200 staat de gebruiken de COROP-indeling om statistische gegevens te presenteren. regio op plek 13.
In Delfzijl en omgeving, Zuid-Limburg en Twente wijkt het 33 Parkstad-Limburg maakt deel uit van de grotere COROP-regio Zuid-Limburg, wat zorgt voor een (mogelijke) vertekening van de resultaten. De Veenkoloniën vallen voor een groot deel samen met de bbp per hoofd van de bevolking weliswaar niet af van het landelijk gemid- COROP-regio’s Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe. De Drentse veenkoloniegemeenten Hoogeveen en Aa en Hunze vallen echter onder andere COROP-regio’s. delde, maar het besteedbaar inkomen is hier laag. Wat het besteedbaar
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 65
inkomen betreft staan Delfzijl en omgeving, Zuid-Limburg en Twente respec- Alle door ons onderzochte regio’s kennen knelpunten op de arbeidsmarkt. tievelijk op plek 38, 36 en 34 van de 40. Figuur 16 laat het mediaan besteed- Met uitzondering van Twente bevinden alle voorbeeldregio’s zich onder baar inkomen zien per gemeente. aan de COROP-ranglijst als het gaat om de netto arbeidsparticipatie, met Zuidoost-Drenthe, Delfzijl en omgeving en Zuid-Limburg op respectieve- lijk de plekken 37, 38 en 40. Dit betekent overigens niet per definitie dat Figuur 16: Mediaan besteedbaar inkomen per gemeente, 2020 er sprake is van grote werkloosheid. In dat opzicht scoren de Kop van Noord-Holland en Zeeuws-Vlaanderen juist opvallend goed; zij bezetten onbekend hier respectievelijk de plekken 9 en 11. Zuidoost-Drenthe, Oost-Groningen € 21.200 en Zuid-Limburg bevinden zich wat werkloosheid betreft in de midden- € 25.300
moot. Er is echter in vrijwel alle regio’s sprake van een tamelijk eenzijdige € 27.500
€ 29.200 arbeidsmarkt. Dit vinden we weerspiegeld in het feit dat alle regio’s laag tot € 31.200 zeer laag scoren als het gaat om het aandeel theoretisch opgeleiden in de € 36.000 bevolking: Zeeuws-Vlaanderen, Zuidoost-Drenthe, Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving en de Kop van Noord-Holland vinden we helemaal onder aan de lijst terug. Twente en Zuid-Limburg vormen met respectievelijk de 24e en 20e plek goede middenmoters.
Gezondheid en welzijn Op het vlak van gezondheid en welzijn is het beeld wat eenduidiger. Met uitzondering van de Kop van Noord-Holland kennen alle door ons onderzochte regio’s grote achterstanden als het gaat om gezondheid. Oost-Groningen scoort zeer slecht op het gebied van overgewicht, levens- verwachting, ervaren gezondheid en het aantal mensen met een chronische Bron: CBS, 2022 aandoeningen; op deze punten neemt de regio respectievelijk de plekken 40, 39, 39 en 39 in op de ranglijst. Hetzelfde geldt voor Delfzijl en omgeving en Zuid-Limburg. Ook Zuidoost-Drenthe scoort slecht op de genoemde
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 66
gezondheidsaspecten, waarbij wel opvalt dat deze regio redelijk scoort op Figuur 17: Levensverwachting bevolking per gemeente, 2020 het aspect ‘ervaren gezondheid’ (plek 27). Een dergelijk afwijkend beeld 78,4 zien we ook bij Zeeuws-Vlaanderen. Deze regio kent weliswaar serieuze 80,7 achterstanden op het gebied van overgewicht, ervaren gezondheid en het 81,7 82,7 aantal mensen met een chronische aandoening, maar de levensverwachting 83,9 van de bevolking is hier met 82 jaar juist bovengemiddeld goed (plek 13 op 85,7
de ranglijst). Twente laat serieuze achterstanden zien als het gaat om over- gewicht en levensverwachting, maar de ervaren gezondheid is in deze regio bovengemiddeld goed en het aantal mensen met langdurige aandoeningen is er relatief laag (plek 8 op de ranglijst). De Kop van Noord-Holland scoort op alle gezondheidsindicatoren goed of middelmatig. Figuur 17 toont ter illustratie de gemiddelde levensverwachting per gemeente.
Alle door ons onderzochte regio’s, met uitzondering van Zuid-Limburg, scoren hoog of middelmatig als het gaat om tevredenheid met het leven. In Zuid-Limburg lopen de lage scores op gezondheid gelijk op met een lage score op tevredenheid met het leven (plek 35 op de ranglijst). In de andere regio’s met een vergelijkbare gezondheidsproblematiek is die correlatie Bron: CBS, 2022
niet waarneembaar. Zeeuws-Vlaanderen, Delfzijl en omgeving en Zuidoost- Drenthe doen het juist bovengemiddeld goed als het gaat om tevredenheid met het leven; zij nemen op dit aspect respectievelijk de plekken 11, 16 en 18 Wonen en milieu in op de ranglijst. In de Kop van Noord-Holland en in Zeeuws-Vlaanderen is de tevredenheid met de woonomgeving zeer hoog; beide regio’s nemen hier respectievelijk plek 4 en 2 in op de ranglijst. Ook Twente scoort bovengemiddeld goed (plek 16) en Oost-Groningen bevindt zich in de middenmoot (plek 23). In deze drie regio’s zijn mensen ook bijzonder tevreden met hun woning, Twente en de
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 67
Kop van Noord-Holland staan op dat punt zelfs op plek 1 en 2. De andere Figuur 18: Afstand tot basisschool in kilometers, per gemeente door ons onderzochte regio’s, Zuidoost-Drenthe, Zuid-Limburg en Delfzijl 0,5 en omgeving scoren slecht op de tevredenheid met de woonomgeving; zij 0,7
bezetten op dit punt respectievelijk de plekken 34, 35 en 40 van de ranglijst. 0,9 1,1 In Delfzijl en omgeving en Zuid-Limburg is ook de tevredenheid met de 1,3 woning erg laag. 1,5
Als we kijken naar de afstand tot voorzieningen zoals scholen, sportfaci- liteiten en horeca, staan Zuidoost-Drenthe en Oost-Groningen onder aan de ladder. Twee andere door ons onderzochte regio’s, te weten Zeeuws- Vlaanderen en Zuidoost-Drenthe, scoren vooral slecht op de afstand tot een basisschool; zie figuur 18.
De Kop van Noord-Holland, Zuid-Limburg en Twente scoren daarentegen wat de afstand tot sport- en horecavoorzieningen betreft gemiddeld tot goed; Zuid-Limburg staat zelfs op de eerste plaats in de ranglijst als het gaat om de afstand tot sportterreinen en cafés. Bron: CBS, 2022
Op het aspect ‘milieu’ scoren Twente en Zuidoost-Drenthe middelmatig. De overige door ons onderzochte regio’s laten op uiteenlopende milieu- Samenleven en sociaal vertrouwen indicatoren achterstanden zien, waarbij opvalt dat Zuid-Limburg, Zeeuws- De door ons onderzochte regio’s vertonen opvallende gelijkenissen als Vlaanderen en Delfzijl en omgeving over de gehele breedte slecht tot zeer het gaat om indicatoren die betrekking hebben op samenleven en sociaal slecht scoren. Het gaat het dan om zaken als de beschikbaarheid van natuur, vertrouwen. In alle regio’s, met uitzondering van Twente, is het vertrouwen de afstand tot openbaar groen, de uitstoot van fijnstof en broeikasgas en de onder de bevolking in instituties en de overheid opvallend laag, waarbij zwemwaterkwaliteit. Op dit laatste aspect scoort Zeeuws-Vlaanderen overi- Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving, Zuid-Limburg en Zuidoost-Drenthe gens het beste van alle regio’s in het land. het laagst scoren van alle regio’s in Nederland. Ditzelfde beeld zien we terug
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 68
als het gaat om het vertrouwen dat inwoners hebben in andere mensen Bevolkingskrimp in de regio’s en de mate waarin zij actief zijn als vrijwilliger. Ook op dit aspect scoren Anders dan in de Randstad en andere stedelijke gebieden zal aan de randen de door ons onderzochte regio’s, met uitzondering van Twente en Kop van van Nederland de komende decennia naar verwachting bevolkingskrimp Noord-Holland, veel slechter dan andere regio’s in Nederland. optreden (PBL & CBS, 2022). In deze gebieden neemt ook de beroepsbevol- king af, terwijl die in andere delen van het land gelijk blijft of groeit (CBS & Daartegenover staat overigens dat de inwoners van de door ons onder- PBL, 2022). Figuur 19 laat zien dat, met uitzondering van Twente en de Kop zochte regio’s veelal een groot vertrouwen hebben in hun familie, vrienden van Noord-Holland, alle door ons onderzochte gebieden tussen 2035 en en buren en dat zij met deze naasten ook veel contact onderhouden. Op dit 2050 te maken krijgen met bevolkingskrimp. punt staat Twente op de tweede, Zuidoost-Drenthe op de derde en Zeeuws- Vlaanderen op de eerste plek in de ranglijst. De regio Delfzijl en omgeving valt hier juist op met een lage score. De regio staat als het gaat om contact Figuur 19: Bevolkingsontwikkeling 2035-2050 per COROP-gebied met familie, vrienden en buren op plek 30.
Tegelijkertijd is 41,8% van de bevolking in Delfzijl en omgeving betrokken bij vrijwilligerswerk, waarmee de regio plek 12 op de ranglijst inneemt.
Invloed van regionale bevolkingskrimp, economie en overheidsbeleid Een deel van de gesignaleerde problemen in regio’s die zich op afstand van de stedelijke gebieden bevinden, hangt samen met de bevolkingsontwikke- ling ter plaatse en met ontwikkelingen in de nationale economie. Daarnaast heeft het economisch beleid van de rijksoverheid onmiskenbaar een rol gespeeld bij het versterken of mitigeren van de impact van deze ontwikke- lingen. We lichten hieronder beide ontwikkelingen kort toe.
Bron: PBL & CBS, 2022
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 69
De bevolkingskrimp zal niet alleen gevolgen hebben voor de omvang van de beroepsbevolking in de regio’s, maar ook voor de levensvatbaarheid van 2 GESPREKKEN IN VIJF winkels, sportclubs, verenigingen enzovoort. Daarnaast zal de krimp zijn weerslag hebben op het onderwijs- en zorgaanbod. VOORBEELDREGIO’S Trends en ontwikkelingen in de economie Ook ontwikkelingen in de landelijke economie zijn van invloed op de Zoals uiteengezet in het advies hebben wij in het kader van dit advies problemen die zich opstapelen in de regio’s aan de randen van Nederland. bezoeken gebracht aan de regio’s Veenkoloniën, Parkstad Limburg, Twente, Eén zo’n ontwikkeling is de concentratie van economische groei in stede- Kop van Noord-Holland en Zeeuws-Vlaanderen. In deze vijf regio’s hebben lijke netwerken, oftewel de agglomeratie. Dit verschijnsel treedt op doordat we niet alleen gesproken met bestuurders, maar ook met mensen die er de werkgelegenheid in de (veelal in regio’s gevestigde) maakindustrie wonen, werken en/of ondernemen. De gesprekken gingen over thema’s die krimpt, terwijl de werkgelegenheid in de (vooral in stedelijke knooppunten bepalend zijn voor de brede welvaart die mensen al dan niet ervaren, zoals gesitueerde) dienstverlening juist groeit.
Deze combinatie van trends de woonsituatie, de werkgelegenheid, de beschikbaarheid en bereikbaar- zorgt ervoor dat het belang van de interstedelijke netwerken steeds meer heid van voorzieningen, de sociale binding en de manier waarop men de toeneemt. Denk aan de Randstad, Eindhoven en de steden langs de assen overheid ervaart. In deze bijlage beschrijven we meer in detail wat onze van de A1 en de A2. Daar bevinden zich meer (top)voorzieningen en daar gesprekspartners over deze onderwerpen naar voren hebben gebracht. concentreert zich ook creativiteit: jonge, theoretisch opgeleide mensen trekken ernaartoe (Tordoir, 2021). Beschikbaarheid van woningen en werk De agglomeratiekracht gaat in ons land gepaard met (en wordt versterkt door) een andere trend: een afnemend draagvlak voor de ruimtelijke Tekort aan passende woningen impact, (geluid)hinder en milieueffecten van ‘materiegerichte activiteiten’ in Bewoners in de vijf regio’s die wij bezochten zijn door de bank genomen bijvoorbeeld de landbouw-, industrie- en bouwsector (Tordoir, 2021; CBS, tevreden met hoe zij wonen. Huizen zijn relatief betaalbaar en over het 2022). algemeen gerieflijk, er is rust en ruimte en ook de directe woonomgeving is prettig. In Zeeuws-Vlaanderen en Parkstad Limburg noemden onze gesprekspartners de ligging aan de grens en de nabijheid van aantrekkelijke
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 1 PRINT 70
steden ‘aan de andere kant’ als een positief onderscheidende factor voor Genoeg werk, maar weinig carrièreperspectief het wonen in de regio: Belgisch Vlaanderen vindt men een fijn achterland, Theoretisch opgeleiden hebben in de minder verstedelijkte regio’s van ons net als de regio Aken. land over het algemeen weinig mogelijkheden om een passende baan te vinden. Zij studeren veelal buiten de regio en veel van hen keren daarna Daar staat in alle regio’s tegenover dat woningaanbod voor bepaalde niet terug naar de regio voor een baan, omdat de Randstad en andere groepen niet goed aansluit op de vraag. Een aantal van de door ons onder- stedelijke regio’s meer carrièreperspectief bieden. zochte regio’s (Parkstad Limburg, Zeeuws-Vlaanderen, De Veenkoloniën) zijn ‘krimpregio’s’. Dit brengt met zich mee dat deze regio’s een restrictief Een uitzondering op dit beeld zien we in Twente, waar de Universiteit Twente woningbouwbeleid moeten voeren. Er mag niet worden gebouwd ‘voor de niet alleen theoretisch opgeleiden naar de regio haalt, maar waar voor hen leegstand’. De bestaande woningvoorraad veroudert daardoor al vele jaren ook kansen liggen op een vervolgbaan. De start-ups en scale-ups die de en sluit niet meer goed aan op de woonbehoeften en woonwensen van met spin-off vormen van de universiteit, spelen een belangrijke rol als werk- name ouderen en starters.
Ouderen kunnen niet doorstromen omdat er gever voor theoretisch opgeleiden. Toch bestaat ook in Twente onder veel geen woningen zijn die passen bij hun behoeften, waardoor starters moeite jongeren het beeld “dat je voor een serieuze baan naar de Randstad moet.” hebben om een eerste woning te vinden. Het tekort aan passende woningen loopt met name sterk op in regio’s zoals de Kop van Noord-Holland en Hoewel zich in de Kop van Noord-Holland eveneens bedrijven bevinden Twente, waar de bevolkingskrimp stabiliseert of is omgeslagen naar een die werk bieden aan theoretisch opgeleiden (denk aan ECN, Microsoft en lichte groei (Groenemeijer et al., 2021). Google), blijven die mensen vaak in de Randstad wonen als ze in deze regio werken. In Zeeuws-Vlaanderen worden de tekorten in het woningaanbod versterkt door een hoog percentage tweede woningbezit en vakantieverhuur; zulke In Parkstad Limburg zien we de trend die veel regio’s kenmerkt: theoretisch woningen zijn niet meer beschikbaar voor mensen die wonen en werken opgeleiden trekken weg naar stedelijke gebieden – in dit geval niet alleen in de regio. Ook in de Kop van Noord-Holland speelt dit probleem. Vooral naar de Randstad, maar ook naar universiteitsstad Maastricht.
In de regio langs de kust wordt aanzienlijk deel van de woningvoorraad door vakan- wordt nu met vereende krachten geprobeerd een ecosysteem van theore- tiehuur en tweede woningbezit onttrokken aan de regionale woningmarkt. tisch en praktisch werk te creëren. Verschillende partijen werken hier samen In deze regio worden bovendien veel woningen onderverhuurd aan aan: de Zuyd Hogeschool, het bedrijfsleven, overheden en bewoners. Op arbeidsmigranten. de Brightlands Campus vertelden gesprekspartners ons over “projecten
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 2 PRINT 71
die voortkomen uit vragen van bedrijven en bewoners, waar vervolgens Beschikbaarheid van voorzieningen studenten, opleidingen en gemeenten aan worden gekoppeld.” Verschralend onderwijsaanbod Zeeuws-Vlaanderen kent, anders dan veel andere regio’s, een stabiele In alle regio’s die wij hebben bezocht is sprake van verschraling van het beroepsbevolking. De werkloosheid hier hoort met 3% bij de laagste onderwijsaanbod. Dit is het sterkst merkbaar in de dorpen en woonkernen, van het land. Wel is heeft de arbeidsmarkt er een eenzijdig karakter. Er is waar steeds vaker basisscholen moeten sluiten of alleen met grote moeite vooral werkgelegenheid in de agrarische sector en het toerisme. In andere overeind kunnen worden gehouden. In Zeeuws-Vlaanderen wordt de krimp sectoren, zoals de zorg en het middelbaar onderwijs, zijn de keuzemogelijk- van het aantal basisscholen versterkt doordat kinderen over de grens heden voor werknemers beperkt. Het aantal zorgaanbieders bijvoorbeeld naar de kinderopvang gaan, die in België gratis is. Veel van deze kinderen is gering. Doordat er maar één grote speler in de regio actief is (ZorgSaam, stromen vervolgens het Vlaamse basisonderwijs in: “Er zitten nu circa 1.200 dat ziekenhuis-, verpleeghuis-, thuis- en ambulancezorg aanbiedt), “zijn de kinderen uit Zeeuws-Vlaanderen over de grens op school.
Vlaamse scholen mogelijkheden om je loopbaan voort te zetten bij een andere werkgever of mogen bovendien leerlingenvervoer verzorgen, terwijl Nederlandse scholen om door te groeien beperkt.” dat niet mogen”. In een uitgestrekt gebied, waar scholen voor een deel van de bewoners sowieso op grotere afstand liggen, is dit een factor van In de Veenkoloniën vertelden inwoners ons dat het baanperspectief in de betekenis. regio veel beter is dan vaak wordt verondersteld. “De werkgelegenheid ontwikkelt zich hier gunstig, zelfs beter dan landelijk gemiddeld.” Zoals we In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in bijlage 1 al hebben aangestipt gaat het hier echter wel om eenzijdige spelen vergelijkbare problemen. Het sluiten van een middelbare school arbeidsmarkt die voor theoretisch opgeleiden vaak minder mogelijkheden of een mbo heeft grote impact, zo kregen wij in verschillende regio’s te biedt. horen: scholieren in de uitgestrekte en dunbevolkte gebieden krijgen dan te maken met grote reisafstanden. Onderzoeksbevindingen van het PBL ondersteunen dit geluid. De reisafstanden kunnen oplopen tot vijftig kilo- meter. In Zeeuws-Vlaanderen en de Kop van Noord-Holland is een vmbo- of havo/vwo-instelling zowel per fiets als per openbaar vanuit grote delen in de regio niet binnen dertig minuten te bereiken (Bastiaanssen & Breedijk, 2022).
Hbo-studenten uit de Kop van Noord-Holland moeten voor het
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 2 PRINT 72
volgen van onderwijs naar Alkmaar of Amsterdam en zijn daarbij afhankelijk ook in de Kop van Noord-Holland, Twente en de Veenkoloniën geen enkele van het openbaar vervoer. De reisafstanden zijn ook hier lang. De verschra- huisarts bereikbaar (Bastiaanssen & Breedijk, 2022). Mensen die afhankelijk ling van het onderwijslandschap heeft bovendien een maatschappelijke zijn van het openbaar vervoer, met name ouderen, hebben daardoor geen impact. “Als ergens geen scholen meer zijn, is het voor jonge gezinnen geen goede toegang tot huisartsenzorg. aantrekkelijke plek meer om te zich vestigen.” En als mbo-studenten hun opleiding niet in de regio kunnen volgen, wordt het voor bedrijven in het Over de ziekenhuiszorg leven er eveneens zorgen in de regio’s, onder mkb moelijker om stagiairs en (potentiële) werknemers te werven. andere als gevolg van het concentratiebeleid dat landelijk wordt gevoerd. Voor veel regiobewoners is de zorg daardoor op een (nog) grotere afstand Afbrokkelende zorg komen te liggen. Ook dit wordt bevestigd door onderzoek: in de door ons Ook in de zorg is verschraling zichtbaar in de door ons onderzochte regio’s. onderzochte regio’s kost het per openbaar vervoer in de meeste gevallen De huisartsenzorg loopt in het hele land tegen grenzen aan en ook in de meer dan een half uur om bij een ziekenhuis te komen (Bastiaanssen & regio’s is dit goed te merken.
Huisartsenposten in veel regio’s zijn ’s nachts Breedijk, 2022). veelal gesloten en inwoners moeten dan naar een huisartsenpost die tientallen kilometers verderop ligt. Of de huisartsenzorg is gecentraliseerd, Door de verminderde aanwezigheid van ziekenhuiszorg en spoedeisende waardoor er nauwelijks meer eerstelijnszorg is in de dorpen en woon- hulp zoeken zowel inwoners als bezoekers (toeristen) in Zeeuws-Vlaanderen kernen. Met de komst van arbeidsmigranten is er in veel regio’s bovendien hun toevlucht steeds vaker over de grens. Gent heeft een academisch extra druk ontstaan op de zorg; deze groep is vaak niet ingeschreven bij een ziekenhuis en de spoedeisende hulp in het ziekenhuis in Knokke is voor huisartsenpraktijk en moet daarom voor alle zorg naar de spoedeisende veel mensen dichterbij dan die in Terneuzen. Inmiddels gaat het om een hulp. substantieel aantal behandelingen in België. We zien overigens een verge- lijkbare ontwikkeling in andere door ons onderzochte regio’s, zoals Twente Mensen met wie wij spraken hebben het gevoel “dat je tegenwoordig veel en Parkstad Limburg; zie figuur 20. verder moet reizen voor een bezoek aan de huisarts”. Onderzoek van het PBL bevestigt dit. Vanuit de meeste plekken in de regio’s die wij hebben onderzocht kun je alleen per auto binnen een kwartier een huisartsenpraktijk bereiken.
Met het openbaar vervoer is de bereikbaarheid slechter: zelfs binnen dertig minuten is er in grote delen van Zeeuws-Vlaanderen, maar
ELKE REGIO TELT! | INHOUDELIJKE BIJLAGE 2 PRINT 73
Figuur 20: Grensoverschrijdende zorgkosten 2020 In elke voorbeeldregio werden wij gewezen op het ontbreken van cruciale spoorverbindingen. Inwoners van Zeeuws-Vlaanderen vinden het bijvoor- Kosten in euro's per verzekerdenjaar beeld een groot gemis dat er geen treinverbinding is met Gent: “Wij zijn 0 tot 11 11 tot 25 voor de verbinding met zowel de rest van Nederland áls met België afhan- 25 tot 75 kelijk van de bus of de auto.” Ook in het oosten en zuiden van het land provincies ontbreken vaak grensoverschrijdende treinverbindingen – of ze zijn van te weinig kwaliteit. Zo is in het oosten de treinfrequentie tussen Enschede en Münster laag en zijn de treinen te kort, waardoor de treinstellen overvol zitten. En in het zuiden wordt al decennialang vergeefs bij het Rijk gepleit voor een intercityverbinding van Eindhoven via Heerlen naar Aken. Ook de zogenoemde Nedersaksenlijn tussen Enschede en Groningen komt maar niet tot stand, waardoor in het noorden onder andere Veendam, Emmen en Stadskanaal slecht bereikbaar blijven per spoor. In de Kop van Noord-Holland ten slotte, is de situatie niet beter: hier is de spoorlijn tussen Amsterdam en Den Helder de enige treinverbinding. Bron: Vektis databestand Zorgverzekeringswet, gegevens bewerkt door RIVM
Ook over het wegennet bestaan veel ergernissen. In Zeeuws-Vlaanderen is de druk op het wegennet enorm toegenomen door het toerisme, met name Ontoereikend openbaar vervoer en wegennet in de zomer. De wegen naar kustdorpen als Cadzand zijn nog steeds enkel- Zowel de bereikbaarheid via de weg als het openbaarvervoernetwerk baans en ze lopen dwars door dorpen en woonkernen, met alle verkeer- vormen in de regio’s die wij bezochten grote punten van zorg. Het openbaar sonveiligheid en filevorming van dien. Het openbaar vervoer is hier geen vervoer wordt in alle regio’s in toenemende mate ervaren als ‘onder de reëel alternatief. In de Veenkoloniën, met name in Pekela, komt volgens maat’. De autoafhankelijkheid is groot en neemt steeds verder toe. Regio’s enkele van onze gesprekspartners de bereikbaarheid over de weg onder voelen zich onderbedeeld als het gaat om de rijksinvesteringen in de druk doordat de komende jaren een groot aantal bruggen gaat verdwijnen; infrastructuur. de onderhoudskosten zijn te hoog (RTV Noord, 2022). Deze ingreep wordt niet alleen in infrastructureel opzicht als een aderlating ervaren, maar ook