CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Legesverordening Alkmaar 2024

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel belasting- en legesverordeningen 202419.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk 5 Omgevingsplanactiviteiten bestaande uit milieubelastende activiteiten

2.5.1 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Legesverordening 2024 28

a. voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: c. Voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.2 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten die de bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning gaat over een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 t/m 3.2.20 en 3.2.24 van de afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of die bestaat uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, dan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: c.

Voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.3 Omgevingsplanactiviteit: overige milieubelastende activiteiten (afdeling 3.2 t/m 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning gaat over een of meerdere omgevingsplanactiviteiten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, onverminderd het bepaalde in andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: c. Voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit:

2.5.4 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Legesverordening 2024 29

voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.629,44 voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.629,44 2.5.5 Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.6 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de

agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.7 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit:

Legesverordening 2024 30

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.8 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.9 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van

het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 1.909,50 voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende € 1.629,44 activiteit: 2.5.10 Samenloop van milieubelastende activiteiten Als bij de toepassing van de artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een categorie valt en de aanvraag om een omgevingsvergunning heeft op al deze categorieën betrekking, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

Lozingsactiviteiten: Lozingsactiviteit niet afkomstig van 2.5.11 milieubelastende activiteit

Legesverordening 2024 31

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning gaat over een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in € 1.003,12 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

2.5.12 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning gaat over een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in € 6.365,00 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Hoofdstuk 6 Maatwerkvoorschriften en gelijkwaardige oplossingen

2.6.1 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving gaat over: a. Één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit € 1.909,50 activiteiten leefomgeving, dan bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van € 1.629,44 het Besluit activiteiten leefomgeving, dan bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: c. vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van € 1.629,44 het Besluit activiteiten leefomgeving, dan bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: 2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, dan bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.673,30

2.6.2 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, dan bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat gaat over:

Legesverordening 2024 32

1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 3.386,05 b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 3.386,05

2.6.3 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften gaat over een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.6.1 en 2.6.2, dan bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 5.392,30

2.6.4 Gelijkwaardige maatregel

1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet gaat over: a. een bouwactiviteit, dan bedraagt het tarief: € 1.354,47 b. een aanvraag om een gelijkwaardige maatregel in het kader van een omgevingsvergunning voor een kleine bouwactiviteit, dan bedraagt het tarief: € 310,48 c. een milieubelastende activiteit, dan bedraagt het tarief: € 2.006,25 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, dan bedraagt € 846,55 het tarief: 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken.

Hoofdstuk 7 Overige tarieven

2.7.1 Beoordeling onderzoeksrapporten

Onverminderd dat wat is bepaald in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor het beoordelen van een milieukundig bodemrapport voor een bouwterrein met een oppervlakte dat niet meer dan 1.000 m2 bedraagt: € 219,21

Legesverordening 2024 33

b. voor het beoordelen van een milieukundig bodemrapport voor een bouwterrein met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2: € 304,88 c. voor het beoordelen van een archeologisch bodemrapport: Gratis d. voor het beoordelen van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: € 375,54 e. voor het beoordelen van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 375,54 f. voor het beoordelen van een ecologisch onderzoeksrapport: € 219,21 g. voor het beoordelen van een milieueffectrapportage (MER): € 8.777,34 h. voor het beoordelen van een niet in de voorgaande onderdelen € 375,54 genoemd rapport:

2.7.2 Bodemgesteldheidsonderzoek

Het tarief bedraagt voor het beoordelen van een onderzoeksrapport over de bodemgesteldheid: a. Als de beoordeling van een nulonderzoek, inventariseren, oriënterend of € 202,98 verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 betreft: b. Als de beoordeling van een nader-, saneringsonderzoek of saneringsplan € 405,96 betreft:

2.7.3 Nasporingen a. Het tarief bedraagt voor het beoordelen van een verzoek tot het doen van nasporingen in een bouwdossier, een dossier Wabo, een dossier Wet Milieubeheer of een dossier Omgevingswet per adres: € 28,45 b. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een dossier Wet Bodembescherming: € 56,90

2.7.4 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 677,24

2.7.5 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: a. voor een milieubelastende activiteit € 2.006,25 b. voor de overige activiteiten € 677,24

2.7.6 Intrekken omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.9.7 van toepassing is: € 190,95

Legesverordening 2024 34

2.7.7 Beoordeling aanvullende gegevens [gereserveerd]

2.7.8 Beoordeling onderzoeksrapporten

De in artikel 2.7.1 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

2.7.9 Niet genoemd besluit op aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 310,23

Hoofdstuk 8 Modaliteiten

2.8.1 Uitgebreide voorbereidingsprocedure

Onverminderd dat wat is bepaald in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 3.009,37 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 4.073,60 c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 7.105,89

2.8.2 Achteraf ingediende aanvraag

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, dan worden de op grond van de in hoofdstuk 3 t/m 5 verschuldigde leges verhoogd met: 150%

2.8.3 Advies

1. Onverminderd dat wat is bepaald in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 954,75

Legesverordening 2024 35

b. voor een advies van de Commissie omgevingskwaliteit als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving dat alleen gaat over redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € 448,41 c. voor een advies van de Commissie omgevingskwaliteit als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: € 448,41 d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van de omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

3. Extra beoordeling Commissie omgevingskwaliteit

De tarieven volgens onderdelen 2.3.3, 2.10.1.3 en 2.10.1.4 worden bij elke extra beoordeling door de Commissie omgevingskwaliteit, met uitzondering van de eerste twee beoordelingen, vermeerderd met: € 227,36 4. Onverminderd dat wat is bepaald in onderdeel 2.3.1 en 2.3.2, 2.3.3 bedraagt het tarief, als voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 448,41 Verhoogd met de werkelijke kosten van de agrarische beoordelingscommissie. Deze kosten worden afzonderlijk achteraf in rekening gebracht.

2.8.4 Instemming

1. Onverminderd dat wat is bepaald in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet gaat over een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a. als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming: € 1.475,66 b. als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken.

Legesverordening 2024 36

Hoofdstuk 9 Vermindering en teruggaaf

2.9.1 Vermindering na vooroverleg

1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en/of omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet of artikel 22.26 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de hoofdstukken 3 t/m 5, is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in artikel 2.2.1 waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: a. van de voor het omgevingsoverleg met betrekking tot het principeverzoek geheven leges: 75% b. van de voor het omgevingsoverleg na behandeling aan de Omgevingstafel geheven leges: 75% 2.

Voor het toepassen van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: - voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; - in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; - en binnen twaalf maanden na het laatste vooroverleg of, als het vooroverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

2.9.2 Vermindering bij meervoudige aanvraag [gereserveerd]

2.9.3 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, dan bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 100% Als het college van burgemeester en wethouders op verzoek van de aanvrager oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist (verklaring activiteit vergunningvrij) bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50%

Legesverordening 2024 37

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

2.9.4 Reductie als aanvraag buiten behandeling wordt gelaten

Als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten buiten behandeling wordt gesteld als gevolg van het niet tijdig aanleveren van ontbrekende gegevens (als bedoeld in art. 4:5 van de Awb) worden de leges voor die onderdelen gereduceerd tot: 40%

2.9.5 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: Als de aanvraag wordt ingetrokken binnen zes weken na de indiening van 75% de aanvraag en voor zover hierop nog niet is beschikt als de aanvraag wordt ingetrokken na zes weken en binnen 12 weken na de indiening van de aanvraag en voor zover hierop nog niet is beschikt 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 2.9.6 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen één week na het indienen van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 60% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Legesverordening 2024 38

2.9.7 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor aanleg-, bouw- of milieubelastende activiteiten

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een aanleg-, bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, dan bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen zes maanden na verlenen van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 75% per activiteit. a. als de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 6 weken na het in behandeling nemen ervan en voor zover hierop nog niet is beschikt 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, gerekend vanaf: € 448,41 per activiteit. b. als de aanvraag wordt ingetrokken na 6 weken en binnen 12 weken na het in behandeling nemen ervan en voor zover hierop nog niet is beschikt 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit € 448,41 verschuldigde leges gerekend vanaf: per activiteit. c.

teruggaaf op verzoek van de aanvrager als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten binnen twee jaar na onherroepelijk worden van de vergunning: 40% van de op grond van die onderdelen voor die activiteiten verschuldigde € 448,41 leges, gerekend vanaf het drempelbedrag van: 2.9.8 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor aanleg- bouw- of milieubelastende activiteiten

De teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, civiel- of aanlegactiviteiten bedraagt: Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, civiel- of aanlegactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, en 2.4.2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges nadat is gebleken dat de weigering een onherroepelijk karakter heeft verkregen en voor zover de legesheffing is voldaan. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit € 448,41 verschuldigde leges gerekend vanaf het drempelbedrag: per activiteit. Onder een weigering bedoeld in dit artikel wordt ook verstaan een vernietiging van het besluit door de bestuursrechter.

2.9.9 Regelingen alleen behorend bij duurzaamheidsmaatregelen

Reductie leges bij bouwactiviteit Alleen als het (vergunningplichtige) project past in de door de gemeente gestelde duurzaamheidsprogramma kan aanspraak gemaakt worden op

Legesverordening 2024 39

een reductie van de leges voor de activiteit bouwen, door het verlagen van de bouwkosten volgens 2.1.1.5 en 2.1.1.7. De verlaging van de bouwkosten betreft alleen het in mindering brengen van die onderdelen die als toegevoegde waarde zijn opgenomen in de bouwkosten en alleen bedoeld zijn voor het verhogen van het duurzame karakter van het project. Voorbeeld: de zonnepanelen bij zonneweides. Hierin zijn bijv. de onderliggende constructieve onderdelen wel legesplichtig maar de zonnepanelen niet, terwijl het een onlosmakelijk onderdeel is. Uitstelregeling Alleen als de aanvrager een vergunning volgens onderdeel 2.3.1 nodig heeft voor het verkrijgen van duurzaamheidssubsidies van hogere overheden, kan de aanvrager een verzoek doen voor het uitstellen van de betaling van de te heffen leges. Het schriftelijke verzoek dient tegelijk met de aanvraag ingediend te worden. Het verzoek bestaat ten minste uit: • opgave van duurzaamheidsmaatregelen • kopie van die subsidieaanvraag • opgave termijn waarbinnen de subsidie toegekend zal gaan worden • bouwkosten, gesplitst naar: o bouwkundige werken volgens onderdeel 2.1.1 onder 4. o de extra duurzaamheidsonderdelen

De aanvrager krijgt schriftelijk mededeling of de aanvraag voor de uitstelregeling in aanmerking komt. Aan deze mededeling kunnen voorwaarden worden verbonden. Regelingen alleen behorend bij combinatie met de (gemeentelijke of provinciale) omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit het wijzigen van een monument als bedoeld in het omgevingsplan. Alleen als er een vergunning wordt verleend voor de bouwactiviteit in combinatie met een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van een monument als bedoeld in het omgevingsplan en die bouwactiviteit heeft alleen betrekking op het constructieve herstel vanwege het behoud van het monument, bestaat er een mogelijkheid voor reductie van de leges volgens onderdeel 2.3.1. De reductie bedraagt: 60% van de volgens onderdeel 2.3.1 te heffen leges, gerekend vanaf: € 227,36

2.9.10 Geen teruggaaf

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in hoofdstuk 8. Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.8.3 en 2.8.4 (advies en instemming door de gemeenteraad) wordt geen teruggaaf verleend. Een bedrag minder dan € 68,15 wordt niet teruggegeven.

Legesverordening 2024 40

Hoofdstuk 10 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

2.10.1 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van de tenaamstelling van een verleende omgevingsvergunning: € 227,36 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project waarvoor geen welstandelijke toetsing nodig is, waarvoor geen nieuwe constructieve gegevens hoeven te worden beoordeeld en die ook niet hoeft te worden gepubliceerd: € 227,36 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project waarvoor wel een (éénmalige) welstandelijke toetsing nodig is, waarvoor geen nieuwe constructieve gegevens moeten worden beoordeeld: € 448,41 4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project waarvoor een éénmalige welstandelijke toetsing nodig is en waarvoor nieuwe constructieve gegevens moeten worden beoordeeld en die past binnen het omgevingsplan: € 896,83 5. Als een wijziging naar de omstandigheden beoordeeld van ingrijpende aard is dan gelden onverminderd de tarieven volgens de onderdelen als genoemd in hoofdstuk 3.

Als grondslag voor het vaststellen van de leges in hoofdstuk 10 geldt de datum van de aanvraag van het verzoek tot wijziging omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 11 Wijzigen van het omgevingsplan

2.11.1 Wijzigen van het omgevingsplan

1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan voor zover het de kosten van ambtelijke begeleiding betreft, tenzij kostenverhaal op een andere wijze is overeengekomen, bedraagt: € 16.104,40 2. Als een aanvrager gebruik maakt van de coördinatieregeling volgens Afdeling 3.5 van de Awb, dan wordt het tarief volgens artikel 2.11.1 verhoogd met de leges volgens artikel 2.3.1 voor zover die van toepassing is.

Einde Titel 2 van de Legesverordening Alkmaar 2024

Legesverordening 2024 41

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: 3.1.1. een vergunning op grond van artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet 302,96 3.1.2 een ontheffing van artikel 35 van de Alcoholwet 25,96 3.1.3 een vergunning tot het exploiteren van een horecabedrijf als bedoeld in de 404,65 Apv. 3.1.4 een vergunning tot het exploiteren van een terras bij een horecabedrijf als 134,32 bedoeld in de Apv. 3.1.5 het wijzigen, verlengen, niet zijnde een wijziging tenaamstelling, van een 91,84 vergunning tot het exploiteren van een horecabedrijf of drank en horecavergunning en de daarbij behorende bijlage(n). 3.1.6 een enkele aanvraag terrasvergunning behorend bij een winkel zoals 91,84 bedoeld in de Apv.

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: 3.2.1.1 een ontheffing van het verbod tot het maken van akoestische muziek (niet versterkt) als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving, voor zover het betreft een ontheffing geldig voor: 3.2.1.1.1 één dag 11,19 3.2.1.1.2 niet langer dan 14 al dan niet achtereenvolgende dagen 23,83 3.2.1.1.3 één jaar 76,86

3.2.1.1.1 een ontheffing van het verbod tot het maken van versterkte muziek (bijvoorbeeld het plaatsen van boxen voor achtergrondmuziek) als bedoeld in de Apv, voor zover het betreft een ontheffing geldig voor: 3.2.1.1.1.1 één dag 23,83 3.2.1.1.1.2 niet langer dan 14 al dan niet achtereenvolgende dagen 47,70 3.2.1.1.1.3 één jaar 107,45

3.2.1.1.2 een ontheffing van het verbod tot het maken van live- muziek (bijvoorbeeld een band of DJ) als bedoeld in de Apv, voor zover het betreft een ontheffing geldig voor: 3.2.1.1.2.1 één dag 107,45 3.2.1.1.2.2 niet langer dan 14 al dan niet achtereenvolgende dagen 167,15 3.2.1.1.2.3 één jaar 250,78

Legesverordening 2024 42

3.2.1.2 een ontheffing sluitingsuur als bedoeld in de Apv. 12,79 per dag dat de ontheffing geldig is: 3.2.1.3 een klein evenement (<500 bezoekers) als bedoeld in de Apv. 25,96 3.2.1.4 een groot evenement met gevolgen voor de openbare orde/woon- en 183,89 leefmilieu (>= 500 bezoekers) als bedoeld in de Apv. Als de aanvraag voor een evenementvergunning als bedoeld in 3.2.1.3 en 3.2.1.4, minder dan 8 weken voorafgaand aan het evenement wordt aangevraagd wordt het tarief voor de vergunning verdubbeld 3.2.1.5 het houden van een snuffelmarkt of themamarkt (< 500 bezoekers) als 25,96 bedoeld in de Apv. 3.2.1.6 het houden van een snuffelmarkt of themamarkt (>= 500 bezoekers) als 183,89 bedoeld in de Apv. Als de aanvraag voor een snuffelmarkt of themamarkt als bedoeld in 3.2.1.5 en 3.2.1.6, minder dan 8 weken voorafgaand aan het evenement wordt aangevraagd wordt het tarief voor de vergunning verdubbeld. 3.2.1.7 Een ontheffing van de Zondagswet 61,88

Vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van Alkmaar van 18 december 2023

mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

mw. mr. V.H. Hornstra, griffier

Legesverordening 2024 43

Toelichting op de Legesverordening Alkmaar 2024

A Algemeen

1 Wettelijke basis De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. De legesheffing voor reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart berust niet op artikel 229 van de Gemeentewet, maar op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van die wet (wijziging Paspoortwet per 9 maart 2014). In 1995 is het begrip “leges” komen te vallen onder het begrip “rechten” (artikel 229 Gemeentewet). In de verordening is ervoor gekozen de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen voor vergunningen e.d. en om het verstrekken van documenten. In de verordening en tarieventabel is gekozen is voor een zogenaamd ‘aangekleed’ model, dat wil zeggen dat de tekst van hogere wettelijke regelingen, waar nodig voor de duidelijkheid, is overgenomen. Daarmee kan de aanvrager de wettelijke grondslag direct natrekken. Vanwege artikel 10 van de Legesverordening Alkmaar 2017 (overdracht van bevoegdheden) is in de aanhef ook artikel 156, eerste en tweede lid, onder h, van de Gemeentewet genoemd.

Opzet De Legesverordening Alkmaar bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven. Zowel voor de verordening als voor de tarieventabel is de gemeenteraad het bevoegd gezag. Voordeel van deze opzet is dat wijzigingen van tarieven op eenvoudige manier in de tarieventabel zijn te verwerken zonder dat de onderlinge samenhang van de artikelen in de verordening verloren gaat.

De indeling van de tarieventabel is als volgt: Titel I, Algemene dienstverlening. Hieronder vallen alle diensten op verzoek van aanvragers te verstrekken voor zover niet vallend onder de navolgende titels

Titel II. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning. Dit heeft geen verdere toelichting.

Titel III dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is. De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te wijzigen. De EDR doorkruist daarmee de wettelijke regeling van artikel 229b Gemeentewet.

De tarieven Het staat elke gemeente in beginsel vrij voor haar diensten zelf de tarieven vast te stellen. Alleen voor een aantal taken die de gemeente in medebewind voor bijvoorbeeld de provincie of het rijk uitvoert, kan bij of krachtens de wet de hoogte van de te heffen tarieven zijn bepaald. Daar is de vrijheid van de

Legesverordening 2024 44

gemeente dus ingeperkt. Bijvoorbeeld reisdocumenten of legitimatiebewijzen, maar ook de kosten van kadastrale uittreksels als die door de gemeente worden verstrekt. Maar de heffingsvrijheid zoals in de eerste zin beschreven is ook overigens niet onbeperkt. Het ministerie van Binnenlandse zaken heeft in de “Handleiding model kostentoerekening leges” aangegeven binnen welke marges de gemeente haar tarieven kan en mag vaststellen. Een basisuitgangspunt is maximaal kostendekkend. Een gemeente is geen commerciële onderneming maar monopolist voor te verlenen diensten. De legestarieven mogen dus niet meer dan kostendekkend worden berekend. Die berekening van de kostendekkendheid vindt niet plaats per geleverde dienst maar voor clusters van geleverde diensten. Binnen door het rijk gedefinieerde samenhangende clusters van diensten kan zelfs sprake zijn van zogenoemde kruissubsidiëring. Dat wil zeggen dat als voor de ene dienst niet kostendekkend wordt geheven, het tekort op de uitvoering dan in een méér dan kostendekkend tarief binnen hetzelfde cluster mag worden gecompenseerd. Maar ook daar zijn weer grenzen aan. De op te leggen leges moet wel in enige redelijke verhouding staan tot de geleverde dienst en het individuele voordeel dat een aanvrager met deze dienst kan bereiken.

Stel dat de behandeling van een aanvraag voor een collecte en een aanvraag voor een optreden als straatartiest allebei € 75,= aan behandelingskosten hebben. Voor de collecte wordt € 10 geheven maar voor de vergunning straatartiest € 140, zodat het totaal bij gelijke aantallen nog kostendekkend is. Maar de opbrengst die de straatartiest met zijn vergunning denkt te kunnen behalen zal waarschijnlijk voor 100% door de leges worden afgeroomd. En dat zal niet de bedoeling zijn. Het uitgangspunt van kostendekkendheid kan dus haaks staan op het maatschappelijk doel dat met het verstrekken en gebruik maken van een vergunning wordt nagestreefd. Vaak is duidelijk dat de voor deze zaken vastgestelde tarieven voor < 20% kostendekkend zijn terwijl kruissubsidiëring niet echt voor de hand ligt. Feitelijk is er dan sprake van een vorm van indirecte subsidie. Door echter van te voren per product te berekenen wat de kosten zijn die met vergunningverlening gepaard gaan, wordt de hoogte van de verborgen subsidie ook duidelijk. Voorafgaand aan de verlening van diensten moet ook worden meegenomen of de deregulering niet tot de mogelijkheid behoort. Daarmee kan er zowel bij de gemeente kosten worden bespaard als bij de potentiële aanvrager.

Titel 2 van de tarieventabel, alle diensten voortvloeiend uit de Omgevingswet, wordt door het ministerie als één cluster aangemerkt. Daarin kan de gemeente geen wijziging brengen. Als er voor dienstverlening wettelijk vastgestelde maximumtarieven zijn, staan deze in de tarieventabel vermeld. Deze tarieven zijn niet alleen niet kostendekkend, ook kan er sprake zijn van een rijkskostendeel dat de gemeente aan het rijk moet afdragen. In dergelijke situaties geldt in theorie dat de gemeente voor het deel dat niet kostendekkend is in de Algemene uitkering gemeentefonds is of wordt gecompenseerd. In ieder geval mag voor de legesheffing op deze taken geen kruissubsidiëring worden toegepast ten laste van andere heffingen. Voor diensten waarvoor op grond van het bepaalde in artikel 4 van de Legesverordening géén leges wordt geheven geldt dat deze voor de berekening kostendekkendheid volledig buiten beschouwing moeten blijven. Het gemis aan opbrengsten mag niet worden gecompenseerd met andere legesheffingen. Zie ook de toelichting op artikel 5 en de tarieventabel.

Als er voor dienstverlening wettelijk vastgestelde maximumtarieven zijn, staan deze in de tarieventabel vermeld. Deze tarieven zijn niet alleen niet kostendekkend, ook kan er sprake zijn van een rijkskostendeel dat de gemeente aan het rijk moet afdragen. In dergelijke situaties geldt in theorie dat de gemeente voor het deel dat niet kostendekkend is in de Algemene uitkering gemeentefonds is of

Legesverordening 2024 45

wordt gecompenseerd. In ieder geval mag voor de legesheffing op deze taken geen kruissubsidiëring worden toegepast ten laste van andere heffingen. Voor diensten waarvoor op grond van het bepaalde in artikel 4 van de Legesverordening géén leges wordt geheven geldt dat deze voor de berekening kostendekkendheid volledig buiten beschouwing moeten blijven. Het gemis aan opbrengsten mag niet worden gecompenseerd met andere legesheffingen. Zie ook de toelichting op artikel 5 en de tarieventabel.

Het begrip ‘dienst’ Er kan leges worden geheven voor door de gemeente verstrekte diensten (artikel 229 eerste lid, onderdeel b van de Gemeentewet). Als de gemeente op verzoek van een aanvrager een dienst verleent, moet er in beginsel sprake zijn van een individueel belang van aanvrager bij die dienst. Voor een dienst die de gemeente uit eigen initiatief verleent kan geen leges worden geheven. Een ander kenmerk is dat leges geheven wordt voor het louter in gang zetten van de dienstverlening (het in behandeling nemen van een aanvraag), dus voor de inspanningsverplichting en niet voor een resultaatverplichting. Dus ook als de dienst uiteindelijk wordt geweigerd blijft er leges verschuldigd. Er kan dan wel sprake zijn van een gedeeltelijke teruggave. Leges kunnen dus alleen geheven worden voor door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Dit blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 9 december 1987 (nr. 24.892, BNB 1988/117, Belastingblad 1988, blz. 65). Het begrip ‘dienst’ is niet nader gedefinieerd in de wet. Wel is in de jurisprudentie invulling gegeven aan het begrip ‘dienst’. Op grond van de jurisprudentie is het antwoord op de vraag of er sprake is van een dienst dat doorslaggevend is of degene te wiens behoeve de dienst wordt verleend een individueel belang heeft bij die dienst.

Dit individuele belang is in beginsel altijd aanwezig als de dienstverlening wordt gevraagd. Als de dienst ambtshalve wordt verleend, is er naar het oordeel van de wetgever geen sprake van een dienst (Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21 591, nr. 3, blz. 78). Dit betekent dat vanaf 1 januari 1995 voor het ongevraagd verlenen van diensten geen legesheffing meer mogelijk is. Is het algemene belang groter dan het individuele belang van de aanvrager of van degene te wiens behoeve de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die legesheffing rechtvaardigt. Ten slotte merken wij op dat het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd in de legesverordening, alleen betrekking heeft op het in gang zetten van de dienstverlening, dus van een inspanningsverplichting. Geen leges kan worden geheven voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur. De openbaarheid van gemeentelijke informatie is namelijk geen individualiseerbaar belang maar rust op het algemene belang. Wel kan de gemeente leges heffen voor het maken van kopieën, voor de tijdsbesteding die nodig is voor het opzoeken van de informatie. Daarmee is namelijk een particulier belang gediend. Leges kan ook niet worden geheven voor het afdoen van meldingen, van kennisgevingen die als gevolg van enige wettelijke regeling bij de gemeente worden ingediend.

Er volgt namelijk geen te leveren dienst, geen besluit. De afgelopen jaren is juist vanwege de insteek van vermindering van administratieve lasten een aantal vergunningen omgezet in een melding, voor aanvragers een veel lichtere procedure.

B Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Legesverordening 2024 46

Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de tarieventabel voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.

Artikel 2 Belastbaar feit De omschrijving van het belastbaar feit valt in tweeën uiteen. Aan de ene kant betreft het belastbaar feit het genot van verleende diensten, anderzijds betreft het belastbaar feit het verrichten van handelingen voor een aanvraag van een reisdocument of een Nederlandse identiteitskaart. De verordening kent zeer uiteenlopende diensten waarvoor leges worden geheven. Daarom is naast de in artikel 2 opgenomen algemene omschrijving van het belastbare feit voor iedere dienst afzonderlijk een verdere omschrijving van het belastbare feit in de tarieventabel opgenomen. Dat is dan ook de reden dat in artikel 2 wordt gesproken van ‘een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel’. Omdat artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat het voorwerp van de belasting en het tarief moeten zijn vermeld in de belastingverordening, mag er geen twijfel over bestaan dat de tarieventabel deel uitmaakt van de verordening. Vandaar dat de woorden ‘daarbij behorende’ zijn gebruikt. In de tarieventabel en in de bij de verordening en de tarieventabel behorende bijlagen wordt dit ook uitdrukkelijk aangegeven. De omschrijving van het belastbare feit is van belang voor de vraag of en wanneer de materiële belastingschuld ontstaat..

In deze verordening is het belastbare feit in het algemeen het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning. Dit heeft als voordeel dat leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag. Niet bepalend is het moment waarop de vergunning wordt verleend. Ook is niet van belang of de vergunning wordt verleend of geweigerd. Zou het belastbare feit zijn ‘het verlenen van de vergunning’ dan heeft op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag het belastbare feit zich nog niet voorgedaan. Ook kan dan niet worden geheven als de vergunning wordt geweigerd, hoewel de gemeente wel op verzoek van aanvrager de kosten van behandeling heeft gemaakt. En deze kosten kunnen, vooral bij een aanvraag Omgevingsvergunning, aanzienlijk zijn. Alleen bij diensten zoals benoemd onder hoofdstuk 11 van Titel I is sprake van een resultaatsverplichting Overigens kan op grond van wettelijke bepalingen niet in alle gevallen het belastbare feit worden omschreven als ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’. Zo kan alleen voor het voltrekken van een huwelijk, en niet voor het in behandeling nemen van de aanvraag daarvan, leges geheven worden, dit op grond van de Wet rechten burgerlijke stand.

Artikel 3 Belastingplicht De belastingverordening moet vermelden wie de belastingplichtige is (artikel 217 van de Gemeentewet). Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de belastingplicht, om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen belastingplichtige aangewezen zou kunnen worden. Het gebruik van de woorden ‘dan wel’ is bedoeld om te voorkomen dat voor dezelfde dienst van twee belastingplichtigen, te weten de aanvrager en degene te wiens behoeve de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht, leges worden geheven. Vanuit de systematiek van de verordening ligt het voor de hand in eerste instantie de aanvrager in de heffing te betrekken. Als het niet mogelijk is een aanvrager als belastingplichtige aan te wijzen, bijvoorbeeld als de aanvrager duidelijk niet de belanghebbende is, dan kan degene voor wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht als belastingplichtige aangemerkt worden. Dit laatste zal zich niet snel voordoen omdat, zoals al eerder is geconstateerd, de aanvrager per definitie een belang heeft bij de dienstverlening of de handelingen.

Artikel 4 Vrijstellingen

Legesverordening 2024 47

Onderdeel a In onderdeel a is een (verplichte) vrijstelling opgenomen voor diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 Omgevingswet dienen te worden verhaald. Het uitgangspunt is dat er voor een en dezelfde zaak maar één keer kan worden geheven.

Onderdeel b Vervallen

Onderdelen c en d. Het algemeen belang is gediend bij het in stand houden van monumentale panden. Om die reden wordt in Alkmaar geen leges geheven voor aanvragen omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument, er rekening mee houdend dat voor die wijziging al leges verschuldigd is voor de activiteit bouwen.

Onderdeel e. Het kappen van bomen dient te worden gereguleerd. Om te voorkomen dat voor het aanvragen van een vergunning een te grote financiële drempel wordt opgeworpen waardoor het kappen mogelijk illegaal gebeurt is een zogenoemd nul tarief opgelegd voor de niet-particuliere bomen en houtopstanden, particuliere bomen en houtopstanden als dit door stormschade, ouderdom of ziekte noodzakelijk is.

Onderdelen f en g. Dit als gevolg van wettelijk voorschrift

Onderdeel h. Het is in het belang van de gemeente om de communicatie met de media zonder financiële belemmeringen te laten verlopen.

Onderdelen i, j en k Het gaat hier om activiteiten die wel enige regulering behoeven maar waar legesheffing, ook in verhouding tot het algemene belang dat met deze activiteiten, die vooral gericht zijn op het bevorderen van de sociale samenhang in buurten en wijken, is gediend, een nul tarief met zich meebrengt.

Onderdeel l. De huisvestingsvergunning dient de toets op inkomen en maatschappelijke/economische gebondenheid van huurders van woningen onder de huurprijsgrens. Deze toets is noodzakelijk maar wordt gedaan door de sociale verhuurders. Vandaar een nul tarief.

Onderdeel m. Er moet getoetst worden of inzamelingen/collectes rechtmatig geschieden maar het maatschappelijke doel prevaleert.

Onderdeel n. De aankleding van de openbare ruimte moet wel worden gereguleerd maar het belang is groter dan dat van zeer beperkt mogelijke legesheffing

Onderdeel o.

Legesverordening 2024 48

Met het ordentelijk afvoeren van incidenteel groot afval is een aanzienlijk maatschappelijk (milieu)belang gediend. Vandaar een nul tarief voor leges, overigens wel precario voor het gebruik van de openbare weg.

Onderdeel p. Het beleid is gericht op het bevorderen van vrijwilligerswerk. Financiële drempels moeten daarbij zo veel mogelijk worden voorkomen. In onderdeel d en eventueel volgende onderdelen kan de gemeente andere vrijstellingen opnemen. Een aantal vrijstellingen vloeien rechtstreeks voort uit hogere wet- en regelgeving en hoeven formeel niet in de verordening te worden opgenomen. Voor de volledigheid staan ze wel vermeld. Vrijstellingen passen in beginsel niet bij de aard van de legesheffing. Het gaat namelijk om een heffing voor dienstverlening die op verzoek plaatsvindt en dient ter bestrijding van de gemeentelijke kosten. Het is wel mogelijk om voor algemeen nut beogende of sociaal belang behartigende instellingen vrijstellingen van legesheffing te verlenen voor vergunningen/vrijstellingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening te verlenen, bijvoorbeeld voor collectes waarbij de opbrengst bestemd is voor het goede doel of voor buurt- en straatfeesten. Maar ook voor diensten en activiteiten die het algemeen belang anders dienen, zoals het belang van het in standhouden van monumenten, het belang van een goede leefomgeving etc. In al deze situaties is er een generiek nul tarief.

Het is in beginsel niet toegestaan om vrijstelling te verlenen als deze het karakter heeft van inkomenspolitiek, tenzij het gaat om een dienst die aangevraagd moet worden als gevolg van wetgeving. Hiervan is bijvoorbeeld sprake van bij het aanvragen van legitimatiebewijzen. Hierover dient iedereen onder voorwaarden te beschikken. In het kader van het minima beleid kan hiervoor wel individuele vrijstelling van legesheffing worden verleend.

Onderdeel q. Het belang dat wordt gehecht aan voldoende en kwalitatief hoogwaardige opvang voor jongere kinderen, juist vanwege het positieve effect dat die opvang heeft voor het bevorderen van toetreding tot de arbeidsmarkt van vrouwen, achten wij dermate groot dat wij om die reden geen financiële belemmering willen opwerpen voor de ondernemers in die branche danwel de particulieren die als gastoudergezin optreden. Daarbij speelt in niet geringe mate mee dat de kinderopvang, niet alleen als gevolg van de voortdurende recessie, maar ook op een andere manier, sterk onder druk staat. Verhogen van die druk kan er toe bijdragen dat er te weinig plaatsen worden gerealiseerd waarmee afbreuk kan worden gedaan aan onze primaire doelstelling.

Onderdeel r. Het gaat hier om niet commerciële activiteiten die wel regulering behoeven maar waar legesheffing, ook in verhouding tot het algemene belang dat met deze activiteiten, natuurlijke personen of organisaties zonder winstoogmerk, die zich volgens haar statuten of op een andere manier de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale, liefdadige, godsdienstige, culturele aard of tot bevordering van het algemeen belang en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers, voor deel een nul tarief met zich meebrengt.

Onderdeel s. Ter voorkoming van het onterecht betalen van leges omdat een aanvrager te snel een aanvraag heeft ingediend of naast een verzoek voor advies ook een aanvraag voor omgevingsvergunning heeft gedaan daar waar alleen een van de twee bedoeld was.

Onderdeel t.

Legesverordening 2024 49

Toegevoegd om zo vergunningvrij kappen die bij vergissing/onwetendheid is aangevraagd vrij te stellen van leges. Onderdeel u. en v. Deze onderdelen zijn toegevoegd om vergunningvrije bouwwerken niet te belasten met leges als een aanvrager toch een aanvraag hiervoor doet.

Onderdeel w. Het gebeurt wel eens dat op uitdrukkelijk verzoek van het bevoegd gezag een aanvraag wordt ingetrokken. De leges worden dan niet rekening gebracht. Het gaat hier alleen om een aanvraag voor omgevingsvergunning en niet die van een vooroverleg.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven Eerste lid Voor de maatstaven van heffing en tarieven wordt in dit artikel verwezen naar de bij de verordening behorende tarieventabel die, zoals in de toelichting op artikel 2 al is opgemerkt, integraal deel uitmaakt van de verordening.

Tweede lid Voor woningbouwprojecten en voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen projecten kan de gemeenteraad op verzoek of ambtshalve een projectuitvoeringsbesluit nemen (artikel 2.9 en 2.10 Crisis- en herstelwet). Het projectuitvoeringsbesluit vervangt de bestaande vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen of andere besluiten die zonder de Crisis- en herstelwet (Chw) voor de ontwikkeling en verwezenlijking voor het project nodig zouden zijn. In veel gevallen zal sprake zijn van grondexploitatie, waarop afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing is. In verband hiermee is bij de tariefstelling aangesloten bij de in de tarieventabel opgenomen tarieven die voor de vergunningen, ontheffingen en dergelijke verschuldigd zouden zijn geweest als de Chw niet zou gelden. Voor de overzichtelijkheid is de tariefbepaling in artikel 5 opgenomen.

Derde lid In het tweede lid van dit artikel is een regeling opgenomen voor die diensten, waarbij als maatstaf van heffing het aantal uren, bladzijden en dergelijke is gehanteerd. Door deze bepaling behoeft in de tarieventabel niet steeds te worden vermeld dat gedeelten van bijvoorbeeld uren of bladzijden voor een geheel uur of een gehele bladzijde zullen worden gerekend.

Artikel 6 Manier van heffing Op grond van artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden geheven bij wijze van aanslag, bij wijze van voldoening op aangifte of op andere wijze. In de belastingverordening zal moeten worden geregeld welke wijze van heffing geldt. In deze verordening is in beginsel gekozen voor de heffing op andere wijze, omdat deze wijze van heffing wordt gekenmerkt door een grote mate van vorm vrijheid, wat goed aansluit bij het karakter van de heffing van leges. Bij heffing moet worden gewezen op de bezwaarmogelijkheid. Er zijn grosso modo twee wijzen van heffing: 1. Direct aan het (digitale) loket als er sprake is van een zogenaamde transactiehandeling, dan gaat het om vormen van contante betaling, waartoe ook gerekend elektronisch betalen; 2. Via een aanslag/rekening, direct bij het in behandeling nemen van een aanvraag. Deze omschrijving leidt er bij aanvragen omgevingsvergunning en bij andere aanvragen op vergunning die niet onder het transactiemodel vallen, toe dat de leges verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag. Betaling dient dan binnen veertien dagen na het uitbrengen van de rekening te hebben plaatsgevonden. In het algemeen mag bij niet of niet tijdig betalen de behandeling van de aanvraag niet worden gestaakt.

Legesverordening 2024 50

Artikel 7 Termijnen van betaling Eerste lid In de praktijk zullen aanvragers van diensten waarvoor leges geheven worden vaak aan het loket verschijnen. Kan de aanvraag onmiddellijk in behandeling worden genomen dan ligt het voor de hand dat de leges onmiddellijk worden betaald. Hierin voorziet het bepaalde in het eerste lid. Als de kennisgeving mondeling wordt gedaan, dan dient er betaald te worden op het moment van het doen van de kennisgeving. Wordt de kennisgeving (bijvoorbeeld een nota) uitgereikt, dan dient er betaald te worden op het moment van het uitreiken van de kennisgeving. Wordt de kennisgeving toegezonden, dan kan in het eerste lid, onderdeel b, bepaald worden binnen hoeveel dagen betaald moet worden. De dagtekening van de kennisgeving (bijvoorbeeld een stempelafdruk) is onder andere van belang voor de belastingplichtige vanwege de termijn waarbinnen hij bezwaar kan maken tegen het van hem gevorderde bedrag. Het tijdstip waarop uiterlijk betaald moet worden is van belang voor het eventueel in gang zetten van de dwanginvordering. Het ontstaan van de (materiële) belastingschuld is overigens niet in de verordening geregeld. Dit hangt samen met het feit dat bij de leges het ontstaan van de belastingschuld samenvalt met het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet.

Tweede lid Deze bepaling is van belang voor het einde van betaaltermijnen. Als de laatste dag voor de betaling een algemeen erkende feestdag, zondag of zaterdag is, schuift deze laatste betaaldag door het bepaalde in het tweede lid niet op naar de eerstvolgende werkdag.

Artikel 8 Vermindering of teruggaaf De tarieventabel kent vermindering- en teruggaafbepalingen bij parkeer vergunningen en bij de omgevingsvergunning. Voor het parkeren zijn de teruggaafbepalingen opgenomen in hoofdstuk 11 van titel I. In hoofdstuk 4 van titel II zijn teruggaafbepalingen opgenomen voor de situaties dat de vergunningaanvraag voor een bouw-, aanleg- of sloopactiviteit tijdens de behandeling wordt ingetrokken, de vergunning op verzoek wordt ingetrokken zonder dat deze is gebruikt of de vergunning wordt geweigerd of door de rechter wordt vernietigd. De vermindering of teruggaaf kan ambtshalve worden toegepast (artikel 65 AWR) of op aanvraag worden verleend (artikel 242 Gemeentewet). De verminderingsbeschikking leidt tot een verlaging/neerwaartse aanpassing van de legesschuld. De teruggaafbeschikking laat de legesbeschikking intact, maar leidt er ook toe dat men een deel van de leges terugkrijgt. Hierin kiezen wij voor een pragmatische benadering. Als de legesrekening nog niet is betaald wordt de openstaande vordering verlaagd met het bedrag van vermindering van leges. Daarvan krijgt aanvrager bericht, hij betaalt dan de nieuwe verlaagde rekening, de eerste is dan vervallen. Is de heffing wel al betaald dan volgt er een teruggave van het te veel betaalde. Dat kan zowel ambtshalve of op verzoek van aanvrager.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13581243/1