250710 Raadsinformatiebrief - Zienswijze Programma van Eisen voor de busconcessie NoordWest Noord-Holland - Bijlage 2
Tekst van het document
Gunningscriterium
Een maatstaf die gebruikt wordt om de Inschrijving te beoordelen en te bepalen welke Inschrijving de beste prijs-kwaliteit biedt.
Halte
Een daartoe ingerichte of opgestelde infrastructurele voorziening, zoals opgenomen in het Centraal Haltebestand, om wachtende Reizigers de gelegenheid te geven van het Openbaar Vervoer en Flex-vervoer gebruik te maken en om Reizigers in of uit te laten stappen. Onder Halte wordt uitdrukkelijk begrepen Halteborden, Haltepalen, bushokjes en dergelijke die de Concessiehouder kan gebruiken bij de uitvoering van de Concessie.
Haltebord
Een bord in L3-formaat, met de naam van de Halte (bijvoorbeeld de straatnaam plus huisnummer, naam van de zijstraat of de naam van een nabijgelegen attractie/voorziening).
Haltepaal
Een voorziening ter aanduiding van een Halte, waaraan een Haltebord en eventueel een Display kan worden bevestigd.
Haltevertrekstaat
Een overzicht van de vertrektijden van alle Ritten van een Lijn vanaf een Halte.
Hemelsbrede afstand
Hemelsbrede afstand betreft: 1. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres geen onoverbrugbare barrière (zoals water of een snelweg) voor een Reiziger bevindt: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station en een plek of adres, of: 2. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres een onoverbrugbare barrière (zoals water of snelwegen) voor een Reiziger bevindt: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station en een plek of adres, maximaal tot aan de barrière, of: 3. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres een barrière bevindt, die door een Reiziger alleen kan worden overbrugd door een brug of tunnel: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station tot de brug of tunnel, vermeerderd met de hemelsbrede afstand tussen de brug of tunnel en de plek of adres.
Herijking
Periodieke evaluatie om na te gaan in hoeverre afspraken tussen de Concessiehouder en de Concessieverleners nog aansluiten bij de ontwikkelingen op de mobiliteitsmarkt en de provinciale doelen, inclusief een voorstel voor aanpassing/invulling van de afspraken tijdens de resterende looptijd van de Concessie.
Hernieuwbare Brandstofeenheid (HBE)
Een volgens het marktmechanisme Energie voor Vervoer van de Nederlandse Emissieautoriteit uitgegeven eenheid die wordt gegenereerd bij elke gigajoule aan vervoer geleverde en in het Register Energie voor Vervoer ingeboekte hernieuwbare energie.
Hernieuwbare Energie
Elektriciteit of brandstof, voor 100% afkomstig uit bijvoorbeeld windenergie, zonne-energie, waterkracht of geothermische energie waarvoor de opwekking/productie geen uitstoot veroorzaakt. Uitgesloten als bron van Hernieuwbare Energie zijn biomassa en kernenergie.
Hoofdrailnet
Spoorvervoerdiensten die als zodanig zijn aangewezen bij het koninklijk besluit, bedoeld in lid 1 van artikel 65 van de Wp2000.
Hotspot
Locatie of gebied binnen het Concessiegebied waar sprake is van een verhoogd risico op Incidenten.
Hottime
Specifieke tijdsperioden waarin de kans op verstoring van de (Sociale) veiligheid groter is dan gemiddeld.
Implementatie
Alle activiteiten die de Concessiehouder na de gunning van de Concessie uitvoert om bij de start van de Concessie zonder problemen met de uitvoering van de Concessie te kunnen starten.
Implementatie periode
Periode tussen de gunning van de Concessie en de start van de Concessie, waarin de Concessie houder de uitvoering van de Concessie voorbereidt.
Implementatieplan
Het plan van de Concessiehouder zoals opgenomen in zijn Inschrijving, strekkende tot nakoming van de Concessiehouders verplichtingen en tot uitvoering van alle benodigde maatregelen om vanaf de start de Concessie zonder problemen uit te kunnen voeren.
Incident
Onvoorziene gebeurtenis met of zonder aanwijsbare oorzaak, buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder, tijdens de uitvoering van de Concessie, waaronder verstoringen van de veiligheid, aanrijdingen, ongevallen, (natuur)rampen, brand, ontploffing, overstroming of storing op het hoog- of middenspanningsnet.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
65
Provincie Noord-Holland
Begrip
Definitie
Infrastructuur
De voorzieningen van verkeerstechnische en/of civieltechnische aard waarvan het Openbaar Vervoer per Bus en Auto gebruikmaakt of die daarvoor ten dienste staat.
Inschrijver
Onderneming die middels een Inschrijving een aanbieding doet voor de Concessie.
Inschrijving
De aanbieding die een Inschrijver naar aanleiding van het Bestek aan de Concessieverlener heeft uitgebracht.
Inschrijvingsleidraad
Een beschrijving van de aanbestedings- en beoordelingsprocedure, inclusief de Gunningscriteria, Standaardformulieren en bijbehorende Bijlagen.
Jaardienstregeling
De Dienstregeling die geldt voor een specifiek jaar.
Jaardienstregeling 2025
De Dienstregeling van de concessies Haarlem – IJmond en Noord-Holland Noord van het jaar 202516.
KAR
Korteafstandsradio, waarmee met een radiosignaal prioriteit wordt aangevraagd bij verkeers lichten en een Voertuig zich bij aankomst en vertrek van een Halte meldt.
Kern
Een Kern zoals gehanteerd in de CBS-publicatie ‘Bevolkingskernen in Nederland 2021’ of diens opvolger(s), waarbij tevens geldt dat: • De volgende Kernen als één Kern beschouwd worden en de inwonersaantallen bij elkaar opgeteld dienen te worden voor het bepalen van de verplichte bediening zoals opgenomen in het Programma van Eisen: • Kernen Egmond aan Zee en Egmond aan den Hoef; • Warmenhuizen en Tuitjenhorn; en • Wervershoof en Kerkbuurt; en • De Kern Heerhugowaard/Scharwoude/Broek op Langedijk als drie aparte Kernen beschouwd wordt, te weten • De Kern Sint-Pancras (bestaand uit het gebied van de Kern binnen de Wijk Sint-Pancras) met als bedieningseis minimaal een Basisverbinder die 90% van alle Adressen ontsluit conform eis 2.2.1 • De Kern Scharwoude (bestaand uit het gebied van de Kern binnen de Wijken Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk) met als bedieningseis een Streeksprinter die 90% van alle Adressen ontsluit conform eis 2.2.1; en • De Kern Heerhugowaard (bestaand uit het overige gebied binnen de Kern) met als bedieningseis een bediening conform de eis aan Kernen met >50.000 inwoners; en • De volledige Kern Spaarndam als Kern gelegen in het Concessiegebied beschouwd wordt.
Kernprestatieindicator (KPI)
Eenduidige eenheid om prestaties te meten/ kwantificeren en ontwikkelingen in prestaties te monitoren.
Ketenreis
Een aangeschakelde serie ritten en/of routes die een reiziger aflegt om van zijn herkomst naar zijn bestemming te reizen, daarbij gebruikmakend van verschillende vormen van openbaar vervoer, Andere Mobiliteitsdiensten (waaronder het Flex-vervoer) en/of eigen vervoermiddelen.
Klantenbarometer
Onderzoek in opdracht van het CROW aangaande de kwaliteit van het openbaar vervoer, of diens opvolger(s).
Knooppunt
Een knooppunt zoals genoemd in Bijlage B3.6 (Knooppunten) bij het ontwerp Programma van Eisen.
Kustplaats
De plaatsen gelegen aan of in de buurt van de kust zoals gedefinieerd in eis 2.13.3 van het ontwerp Programma van Eisen.
Laadinfrastructuur
Alle noodzakelijke voorzieningen in de keten voor het opladen van Batterijen tussen de aansluiting van de netbeheerder en Zero-Emissievoertuigen.
Lagevloerbus
Bus met een vlakke vloer over de gehele lengte met een maximumhoogte van 34 centimeter ten opzichte van het straatniveau.
Landelijk Tarievenkader (LTK)
Convenant “Landelijk Tarievenkader OV-Chipkaart 2009“, zoals vastgesteld in de vergadering van de Stuurgroep OV-Chipkaart van 2 april 2009, of diens eventuele opvolger(s), met afspraken tussen decentrale OV-autoriteiten over onder andere het basistarief voor reizen op Saldo en landelijke producten voor stad- en streekvervoer, en de verdeling van opbrengsten hiervan.
Landelijke Tariefindex (LTI)
Indexering waarbij consumentenorganisaties bij een wijziging om advies wordt gevraagd. De indexering komt tot stand door een weging van de loon-, energie- en inflatieontwikkeling. De weging hierbij wordt periodiek herijkt.
Lijn
Een vaste route die een Bus of Auto rijdt met bepaalde intervallen tijdens een bepaalde bedieningsperiode en halterend bij bepaalde Haltes zoals aangegeven in de Dienstregeling en zonder voorafgaande reservering door Reizigers.
Lijnennet
Alle Lijnen in het Concessiegebied inclusief concessiegrensoverschrijdende Lijnen die door de Concessiehouder zelf worden gereden volgens een Dienstregeling.
16
De Jaardienstregeling 2025 wordt als achtergrondinformatie bij het ontwerp Programma van Eisen gepubliceerd. Hierop kan niet worden gereageerd.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
66
Provincie Noord-Holland
Begrip
Definitie
Lijnennetkaart
Een plattegrond met een overzicht van alle Lijnen in het Concessiegebied inclusief concessiegrens overschrijdende Lijnen die door de Concessiehouder zelf en/of andere concessiehouders worden gereden volgens een Dienstregeling.
Lijnnummer
Een nummer dat wordt gegeven aan een bepaalde Lijn.
Lijntype
De soorten Lijnen zoals bedoeld in Tabel 3 van het ontwerp Programma van Eisen.
MaaS-aanbieder
Een organisatie die via een platform Mobiliteit als Dienst (Mobility as a Service) aanbiedt.
Maatschappelijk Ver antwoord Inkopen
Provinciaal beleid waarbij er bij inkoop nadrukkelijk aandacht is voor de effecten van inkoop op de omgeving (klimaat, milieu, grondstoffen) en sociale aspecten.
Maatwerkverbinder
Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.
Marketingplan
Het plan zoals bedoeld in eis 8.2.1 van het ontwerp Programma van Eisen.
Materiaalpaspoort
Een document dat ten minste beschrijft uit welke materialen een Voertuig bestaat en wat de herkomst van deze materialen is.
Materieel
De Bussen en Auto’s die de Concessiehouder, of in zijn opdracht Derden, voor de uitvoering van de Concessie inzet, met inbegrip van, naar algemene maatstaven van verantwoorde exploitatie en uitvoering van het onderhoud, benodigd reservematerieel opdat de Bussen en Auto’s volledig en overeenkomstig het bepaalde in de Concessie functioneren.
Mobiliteit als Dienst (MaaS)
Het aanbod van multimodale, deels vraag gestuurde mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform (bv. mobiele app) met realtime informatie aan klanten worden aangeboden, inclusief reservering (indien van toepassing), betaling en afhandeling van transacties.
Nachtlijn
Een Lijn waarvan de meerderheid van de Ritten rijdt tussen 01:00 en 06:00 uur.
Nota van Zienswijzen
Het document waarin de adviezen en reacties op het ontwerp Programma van Eisen zijn gebundeld en waarin de Concessieverlener aangeeft of, en zo ja op welke wijze, adviezen en reacties in de uiteindelijke versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt.
Onderaannemer
Een Derde die – onder verantwoordelijkheid van de Concessiehouder – tot de Concessie behorend Openbaar Vervoer verricht.
Ontwikkelplan
Het plan van de Concessiehouder waarin hij zijn visie en ontwikkelstrategieën voor een periode van drie of vier jaar van de Concessie beschrijft.
Openbaar Vervoer
Tot de Concessie behorend voor eenieder openstaand personenvervoer volgens een Dienstregeling met een Auto of Bus, zoals gedefinieerd in de Wp2000.
OV-chipkaart
Landelijk elektronisch Vervoerbewijs dat gebruik maakt van de Mifare-technologie.
Overige lijn
Een Lijn, niet zijnde een R-net-Lijn, Stadsprinter, Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder of Buurtbuslijn met óf een specifieke doelgroep (zoals een Scholierenlijn) óf specifieke bedieningstijden.
Overmacht
Een omstandigheid als bedoeld in eis 4.4.1 van het Programma van Eisen.
Overnameregeling
De regeling die de overdracht van betreffende Assets aan het einde van de Concessie mogelijk maakt.
Overname verplichting
Bijlage bij de Inschrijvingsleidraad.
OV-infrastructuur
Weginfrastructuur die uitsluitend door Openbaar Vervoer, hulpdiensten, onderhoudsdiensten en eventueel nader door de wegbeheerder te bepalen voertuigcategorieën, zoals taxi’s mag worden gebruikt.
OVpay
Landelijke Betaalwijze gebaseerd op EMVc, opvolger van de OV-chipkaart, zoals bepaald in NOVB-verband.
Personeel
Al die personen die bij de Concessiehouder in dienst zijn, zijn ingehuurd, ingeleend of anderszins door de Concessiehouder worden ingeschakeld ten behoeve van de uitvoering van de Concessie, waaronder mede te verstaan zijn personeel van Onderaannemers en Derden, uitgezonderd Buurtbuschauffeurs.
Personeelsmonitor
De Personeelsmonitor van CROW die landelijke kerncijfers over de objectieve veiligheid (het aantal feitelijke incidenten), de subjectieve veiligheid (het gevoel van veiligheid) en het personeelsoordeel over het veiligheidsbeleid van de werkgever levert. Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats bij alle openbaarvervoerbedrijven.
Plancyclus
De jaarlijkse cyclus van door de Concessiehouder op te leveren plannen.
Platform
Digitale omgeving aangeboden door de Concessiehouder waarin Reizigers faciliteiten worden geboden in het kader van hun Ketenreis, waaronder in ieder geval de mogelijkheid om hun gehele Ketenreis te plannen en ook te boeken en betalen.
Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO-certificaat)
Een wetenschappelijk onderbouwd kwaliteitskeurmerk dat de omvang van de werkgelegenheid die een bedrijf of organisatie biedt aan kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, objectief meet en erkent.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
67
Provincie Noord-Holland
Begrip
Definitie
Productdrager
Een fysiek object met EMV-techniek waarmee Reizigers zich bij het betreden en verlaten van het openbaar vervoer contactloos kunnen identificeren en waaraan een account (met Reisproducten) gekoppeld kan worden. Voorbeelden zijn contactloze bankpas, creditcard en smartphone of daaraan gekoppelde smartwatch.
Protocol Sturing
Bijlage bij het ontwerp Programma van Eisen met een stappenschema voor het geval de Concessie houder niet of niet tijdig de gewenste kwaliteit levert (niet voldoen aan de normen en eisen uit het Programma van Eisen en/of de toezeggingen in de Inschrijving).
Provincie
Provincie Noord-Holland.
Publieke Mobiliteit
Het geheel aan vervoervormen die voor eenieder open staan, zoals bedoeld in de Visie Publieke Mobiliteit 2024-2034.
Reisinformatieplan
Het plan zoals bedoeld in eis 6.1.5 van het Programma van Eisen.
Reisproduct
Een combinatie van (i) een Vervoerbewijs en (ii) een Tarief dat is gebaseerd op kilometers, tarief zones of een bepaalde periode, recht gevend op gebruik van Openbaar Vervoer al dan niet met korting.
Reiziger
Een natuurlijk persoon die gebruik maakt, van het Openbaar Vervoer dan wel overweegt of voor nemens is van het Openbaar Vervoer gebruik te maken.
Reizigershandvest
Een document zoals beschreven in eis 12.3.1 van het ontwerp Programma van Eisen, waarin de rechten van de Reiziger worden toegelicht.
Reizigers opbrengsten
De opbrengsten uit Reisproducten, waaronder begrepen de aan de Concessiehouder toegekende opbrengsten uit regionale en landelijke Vervoerbewijzen, maar exclusief de opbrengsten uit het Studentenreisrecht (SOV).
Restitutieregeling
Een regeling waarmee reizigers te veel geïncasseerde gelden kunnen terugkrijgen.
Rit
Voor de Auto of Bus volgens de Dienstregeling gepland Openbaar Vervoer in één richting.
Rituitval
Ritten die volgens de gepubliceerde Dienstregeling in de relevante periode door de Concessiehouder aangeboden moest worden maar die niet aankomt op het Eindpunt (dat wil zeggen, niet of niet volledig uitgevoerd is).
Route
Een door de Concessieverlener met de betreffende Wegbeheerder(s) afgestemde weg van punt A naar punt B die de Concessiehouder mag gebruiken om (een deel van) een Lijn langs te leiden.
Routevariant
Een door de Concessieverlener met de betreffende Wegbeheerder(s) afgestemde variant op een route die de Concessiehouder mag gebruiken om (een deel van) een Lijn langs te leiden.
Scholierenlijn
Lijn die primair gericht is op het bedienen van de Vervoervraag van scholieren over grotere afstanden en waarbij met maatwerk ingespeeld wordt op schooltijden en de behoeften van scholieren.
Social Return
De bijdragen die ondernemingen en organisaties kunnen leveren aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen participeert naar vermogen.
Sociale Veiligheid
De mate waarin Reizigers en Personeel beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen incidenten op de Halte en in het Voertuig, waaronder lastigvallen, pesten, bedreigen, diefstal en mishandeling.
Sociale Veiligheidsplan
Het plan zoals bedoeld in eis 10.4.1 van het ontwerp Programma van Eisen.
Spits
De tijdsperiode zoals aangeduid in Tabel 3 in het ontwerp Programma van Eisen.
Stadsprinter
Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.
Stakeholder
Een bij de Concessie in het algemeen en bij het Openbaar Vervoer in het bijzonder betrokken persoon of partij, niet zijnde Reizigers, de Concessieverlener en de Concessiehouder.
Stalling
(Al dan niet overdekte) voorziening voor het laden/tanken en stallen van Voertuigen, waaronder begrepen onroerende zaken die onlosmakelijk met de stalling zijn verbonden, zoals werkplaatsen, wasstraten en kantoorruimten.
Stallingslocatie
Een locatie waar zich een Stalling bevindt of waar een Stalling ontwikkeld kan, gaat of moet worden.
Standaardformulier
Een formulier als verplicht voorgeschreven voorbeeldformat, in te vullen door de Inschrijver, dat de Concessieverlener aan de Inschrijvingsleidraad heeft toegevoegd.
Streeksprinter
Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.
Tarief
Een geldbedrag dat voor het maken van een reis met het Openbaar Vervoer dient te worden betaald. Het geldbedrag kan aan voorwaarden voor plaats, afstand, tijd en leeftijd gebonden zijn.
Tarievenplan
Een jaarlijks door de Concessiehouder uit te werken plan met Tarieven, Vervoerbewijzen en Reisproducten voor het volgende kalenderjaar zoals bedoeld in paragraaf 7.3 van het ontwerp Programma van Eisen.
Tijdhalte
Door de Concessiehouder aangewezen Halte om de punctualiteit op een Lijn te kunnen waarborgen en monitoren.
Traject
Een deel van een Lijn.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
68
Provincie Noord-Holland
Begrip
Definitie
Translink
Trans Link Systems (dan wel een eventuele (rechts)opvolger van TLS), de organisatie die verant woordelijk is voor onder andere de dataverzameling en -verwerking van de OV-Chipkaart en delen van OVpay en de productie en uitgifte van de OV-Chipkaart (in opdracht van de Concessiehouder).
Trein
Een spoorvoertuig, bestaande uit één of meerdere treinstellen, bestemd voor het vervoer van personen over spoorwegen.
Treinstation
Een plaats waar Treinen stoppen en vertrekken en Reizigers in-, uit- of overstappen en/of goederen kunnen worden verladen.
Tussenruimte
Coachopstelling: De horizontale afstand tussen de voorzijde van de rugleuning van een stoel en de achterzijde van de rugleuning van de stoel die ervoor staat. Vis-à-vis: De horizontale afstand tussen de voorzijde van de rugleuning van een stoel en de voorzijde van de rugleuning van de stoel die ervoor staat.
Vakantie dienstregeling
Een Dienstregeling die de Concessiehouder gedurende de schoolvakanties in de regio Noord mag voeren conform het beschrevene in eis 2.13.2 van het ontwerp Programma van Eisen.
Vaste Voet
Het Tarief dat bij aanvang van een reis altijd in rekening wordt gebracht ongeacht het aantal afgelegde kilometers.
Veer
Vaartuig waarmee een Verbinding over water wordt onderhouden.
Verbeterplan
Een plan opgesteld door de Concessiehouder als herstelmogelijkheid door middel waarvan de Concessiehouder fouten herstelt, en alternatieven en/of oplossingen biedt voor door de Concessie verlener geconstateerde Tekortkomingen.
Verbinding
Een Lijn of combinatie van meerdere Lijnen tussen twee of meer Haltes of Kernen.
Versterkingsrit
Inzetten van een extra Voertuig naast het reguliere Voertuig om een in de Dienstregeling gepubli ceerde Rit uit te kunnen voeren en/of aan de Vervoervraag op een bepaald tijdstip te kunnen voldoen.
Vervangend Vervoer
Ritten met Auto’s en/of Bussen die Reizigers vanaf of in de nabijheid van een (tijdelijk) niet door het Openbaar Vervoer bediende Halte een alternatieve reismogelijkheid bieden, waardoor zij hun bestemming met minimaal tijdverlies kunnen bereiken.
Vervoerbewijs
i. Een geldig Vervoerbewijs als bedoeld in artikel 47 Bp2000, dat compatibel is met een door de Concessieverlener goedgekeurde Betaalwijze; of ii. Een geldig Bijzonder Vervoerbewijs.
Vervoervraag
Het aantal Reizigers dat op enig moment gebruik wenst te maken of maakt van het Openbaar Vervoer.
VETAG
Vehicle Tagging; het door middel van inductielussen beïnvloeden van verkeerslichten. Vehicle Communication; verbetering van VETAG, waarbij naast contact van het Voertuig naar de wal, ook contact tussen de wal en het Voertuig mogelijk is.
Voertuig
Bus of Auto die de Concessiehouder, of in zijn opdracht Derden, voor de uitvoering van de Concessie inzet.
Vraagafhankelijk Vervoer
Openbaar Vervoer tussen Haltes waarbij Reizigers een Rit vooraf te reserveren dienen.
VRI
Verkeersregelinstallatie.
Wegbeheerder
De privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie(s) die bij de Wet Herverdeling Wegenbeheer is (zijn) belast met de aanleg, het beheer, onderhoud en beschikbaar stellen van weginfrastructuur.
Wijk
Een wijk zoals gehanteerd in de CBS-publicatie ‘Kerncijfers Wijken en Buurten 2024’ of diens opvolger(s).
Wijkverbinder
Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.
Wp2000
Wet personenvervoer 2000.
Zero Emissie
Vrij van uitstoot van schadelijke stoffen. Hierbij geldt enkel de uitstoot van de zogenaamde ‘geregelde emissies’ zoals genoemd in de Europese emissienormering voor voertuigen.
Zero-Emissieauto, Zero-Emissiebus, ZeroEmissiebuurtbus, Zero-Emissievoertuig
Een Auto/Bus/Buurtbus/Voertuig die/dat vrij is van uitstoot van schadelijke stoffen gemeten aan de Auto/Bus/Buurtbus/het Voertuig zelf (geen uitstoot van uitlaatgassen van een interne verbrandings motor of andere vorm van gebruik van fossiele brandstoffen voor bijvoorbeeld verwarming). Hierbij geldt enkel de uitstoot van de zogenaamde ‘geregelde emissies’ zoals genoemd in de Europese emissienormering voor voertuigen.
ZeroEmissiebussysteem
Het functionerend geheel van Zero-Emissievoertuigen inclusief Batterijen, Energievoorzieningen en Laadinfrastructuur.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
69
Provincie Noord-Holland
B2 Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland Vervoerkundig kader aanbesteding Concessie NoordWest Noord-Holland In dit document lichten wij toe hoe de Visie Publieke Mobiliteit en de Nota van Uitgangspunten voor de Concessie NoordWest Noord-Holland 2028-2038 vertaald is naar vervoerkundige kaders ten behoeve van het Programma van Eisen en de overige aanbestedingsdocumenten voor de aanbesteding van de concessie.
1. Van beleid naar bussen op straat In de Nota van Uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor de aanbesteding op basis van de vastgestelde Visie Publieke Mobiliteit van de Provincie Noord-Holland vastgelegd. In de aanbesteding zelf worden deze uitgangspunten geoperationaliseerd in criteria voor het verlenen van de concessie. Hierbij zijn twee documenten relevant: 1. In het Programma van Eisen worden de verplichtingen opgenomen waar de vervoerder tijdens de hele concessie periode aan moet voldoen. Het Programma van Eisen beschrijft zo het minimumniveau aan openbaar vervoer dat elke vervoerder moet bieden. 2. In het Bestek worden de gunningscriteria geformuleerd op basis waarvan de inschrijvingen van vervoerders worden beoordeeld. De gunningscriteria stimuleren vervoerders om extra aanbod ten opzichte van het minimumniveau aan te bieden en dit aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de doelen voor het openbaar vervoer zoals opgenomen in de Nota van Uitgangspunten. Beide documenten hebben dus complementaire functies om de vervoerders te sturen in het aanbieden van openbaar vervoer passend bij de wensen en verwachtingen van de Provincie en overige belanghebbenden zoals gemeenten en reizigersorganisaties. In dit document beschrijven wij hoe vanuit de Nota van Uitgangspunten vervoerkundige keuzes zijn vertaald naar het Programma van Eisen en de gunningscriteria.
Beleidsmatig niveau
Visie Publieke Mobiliteit
Strategisch niveau
Nota van Uitgangspunten Concessie NWNH
Aanbestedingsniveau
Programma van Eisen
Bestek met gunningscriteria
Operationeel niveau
Minimum aanbod aan vervoer
Extra aanbod aan vervoer
Tabel 1: Hiërarchie van de uitwerking van het vervoerkundige aanbod van de nieuwe concessie. Voor beide huidige concessiegebieden zijn in samenspraak met stakeholders opgestelde ontwikkelperspectieven opgesteld – het Ontwikkelperspectief Noord-Holland-Noord en het Ontwikkelperspectief Zuid-Kennemerland IJmond. De ontwikkelperspectieven beschrijven de ontwikkelrichtingen voor de komende jaren. De vervoerkundige kaders voor de aanbesteding worden dusdanig opgesteld dat ze compatibel zijn met de ontwikkelperspectieven. De focus in dit proces ligt ten behoeve van de aanbesteding op het formuleren van de eisen aan vervoerders en de wensen die verwerkt worden in de criteria voor de beoordeling. Anders dan in de ontwikkelperspectieven wordt in de vervoerkundige kaders daarom niet op het concrete lijnennetwerk ingegaan. Daarbij wil de Provincie ervoor zorgen om vervoerders de ruimte te bieden om de ontwikkelperspectieven op termijn door te kunnen voeren.
2. Van doelstellingen naar uitgangspunten Vervoerkundige doelstellingen In de Nota van Uitgangspunten heeft de Provincie Noord-Holland drie kerndoelen voor de concessie gedefinieerd. 1.
Bereikbaarheid
Het openbaar vervoer dient bij te dragen aan de verbetering van de economische bereikbaarheid van toplocaties en het vestigingsklimaat voor bedrijven, de klimaatopgave en de verdichtingsopgave (met name in de stedelijke gebieden). Dit is te vertalen naar een netwerk aan openbaar vervoer dat voor zoveel mogelijk mensen een aantrekkelijke reisoptie is. Hiervoor dient het netwerk voornamelijk zo ingericht te zijn dat de belangrijkste bestemmingen binnen een zo kort mogelijke tijd bereikbaar zijn. De focus ligt daarom op hoogfrequente, snelle, zeer betrouwbare en directe verbindingen in aanvulling op de trein.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
2.
70
Provincie Noord-Holland
Toegankelijkheid & Inclusiviteit Het openbaar vervoer dient als onderdeel van het netwerk aan Publieke Mobiliteit bij te dragen aan de toeganke lijkheid van regionale voorzieningen voor iedereen in de provincie. Het netwerk aan Publieke Mobiliteit dient hiervoor beschikbaar te zijn voor iedereen in de regio en tijdens een zo lang mogelijke periode van de dag (uitgangspunt 06:00 – 01:00 uur). Het openbaar vervoer heeft daarin een belangrijke rol en dient daarom een lange bedieningsperiode te hebben en zo veel mogelijk bestemmingen aan te sluiten aan het netwerk. Daarbij wordt het openbaar vervoer aangevuld door deelvervoersystemen. Een vorm van flexvervoer kan daarbij ook
3.
onderdeel van de concessie voor openbaar vervoer worden.
Duurzaamheid
Het Openbaar Vervoer dient bij te dragen aan het duurzame vervoer van reizigersstromen. Dit doel heeft vergelijk bare vervoerkundige implicaties als het doel Borgen van bereikbaarheid.
Regiogerichte aanpak bij de afweging van doelen De Provincie realiseert zich dat het doel (1) samen met doel (3) (samengevat: Duurzame bereikbaarheid) en (2) Toegankelijkheid
& Inclusiviteit een vervoerkundig spanningsveld vormen. Beschikbare middelen moeten verdeeld worden tussen enerzijds een (zo ver mogelijk) dekkende ontsluiting van het concessiegebied met het ov-netwerk en anderzijds een zo aantrek kelijk mogelijk aanbod op de verbindingen waar mensen het meeste van profiteren en daarom veel reizigers te verwachten zijn. Met andere woorden: meer verbindingen ter ontsluiting van kleinere kernen en wijken kunnen ten koste gaan van een beter aanbod op hoog gefrequenteerde verbindingen en andersom. Om tot een goed evenwicht te komen, hanteert de Provincie een regiogerichte aanpak. De nieuwe Concessie NoordWest Noord-Holland kent diverse regio’s met verschillende vormen van stedelijkheid en doelgroepen. Deze regionale kenmerken beïnvloeden de rol van het openbaar vervoer in het betreffende gebied. Terwijl alle drie doelen in het hele concessiegebied van belang zijn, ligt het accent per regio telkens anders. In landelijke gebieden ligt de kracht van het openbaar vervoer voornamelijk in het bieden van toegankelijkheid, terwijl op verbindingen tussen grotere kernen en in stedelijke gebieden de bereikbaarheidsopgave een grotere rol speelt.
Uitgangspunten per regio De Provincie wenst dat het openbaar vervoer aansluit bij de uitgangspunten per regio. Daarbij heeft de Provincie de volgende uitgangspunten per deelgebied: 1.
Garantie bedieningsniveau landelijk gebied
Voorbeelden: Gemeente Hollands Kroon, gemeente Koggenland.
Kenmerken: Het openbaar vervoer van en naar de kleine kernen (tot 5.000 inwoners) heeft voornamelijk de functie om bewoners verbindingen met grotere kernen en regionale voorzieningen te bieden. Bestaande reizigers zijn gehecht aan hun vaste verbindingen en haltes dichtbij de dorpskernen en hebben een grote behoefte aan zekerheid over het voortbestaan van hun lijn in de toekomst. Door het lage aantal bewoners en reizigers bestaat er alleen zeer beperkt potentieel om verbindingen uit te breiden.
Uitgangspunten: De Provincie borgt in de aanbesteding dat het huidige niveau van openbaar vervoer zo veel mogelijk gecontinueerd wordt. Het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau (ca. 90%) wordt vastgelegd in het Programma van Eisen. Via de gunningscriteria wordt de vervoerder daarnaast erop gestuurd om uitbreidingen ten opzichte van deze eisen aan te bieden en waar mogelijk extra reismogelijkheden in vorm van 2.
flexvervoer te bieden.
Behoud en verbetering van bereikbaarheid tussen en binnen (middel)grote kernen
Voorbeelden: middelgrote kernen als Julianadorp, Zandvoort aan Zee en Medemblik; en grote kernen zoals
Alkmaar, Hoorn, Den Helder en Heerhugowaard
Kenmerken: Tussen middelgrote kernen (5.000-25.000 inwoners) en grote kernen (>25.000 inwoners) heeft het openbaar vervoer een grotere rol in de bereikbaarheidsopgave. In een aantal kernen wordt deze functie voornamelijk ingevuld door de trein, maar ook sommige busverbindingen bieden in de huidige situatie al lijnen met een hoge snelheid en deels hogere frequentie. Binnen de middelgrote kernen heeft het openbaar vervoer met name een inclusieve functie net als van en naar de kleine kernen. In grote kernen zoals Alkmaar, Den Helder, Hoorn en Heerhugowaard heeft het openbaar vervoer daarnaast ook een relevante rol in het verbinden van wijken met centrale (overstap-)locaties.
Uitgangspunten: De Provincie zet erop in om huidige verbindingen te behouden en – waar zinvol – te versterken. In het Programma van Eisen wordt een categorie van snelle en frequente lijnen voor regionale verbindingen opgenomen (Streeksprinter) die voor middelgrote kernen zonder eigen treinstation verplicht wordt. Binnen de grotere kernen worden eisen gesteld aan binnenstedelijke verbindingen met als uitgangspunt het huidige niveau. In, van en naar Alkmaar is daarnaast op een aantal trajecten een verdere ontwikkeling van lijnen met een hoog
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
71
Provincie Noord-Holland
bedieningsniveau wenselijk. Voor een van deze trajecten – de verbinding tussen Heerhugowaard en Alkmaar – worden in het Programma van Eisen specifieke eisen opgenomen. In de gunningscriteria wordt ingezet op in ieder geval het behoud van het huidige bedieningsniveau op de overige snelle en frequente verbindingen. Waar mogelijk worden deze lijnen bij start of tijdens de looptijd van de concessie nog sneller en aantrekkelijker door 3.
directe routes en hogere frequenties.
Uitbreiding en hervorming van bereikbaarheid binnen en tussen het stedelijke gebied Voorbeelden: Haarlem & IJmond
Kenmerken: Het openbaar vervoer heeft binnen het stedelijke gebied (kernen met >100.000 inwoners) een sterkere rol in de algemene bereikbaarheid van de regio. In de huidige situatie is het netwerk in veel gevallen gericht op een hoge ontsluiting en zeer korte loopafstanden naar haltes. Hierdoor is het netwerk inclusief, door de lage frequenties op een aantal verbindingen echter niet overal aantrekkelijk voor een brede groep mensen. In dichtbebouwde gebieden met duidelijke hoofdassen leidt dit ertoe dat het potentieel van het openbaar vervoer binnen de bereikbaarheidsopgave niet volledig benut wordt.
Uitgangspunten: De Provincie streeft in deze regio naar een netwerk waarin de verbetering van de bereikbaar heid centraal wordt gesteld. Dit betreft met name de ontwikkeling of versterking van verbindingen met een (potentieel) groot aantal reizigers. Snellere en frequentere lijnen op deze verbindingen hebben het potentieel om de bereikbaarheid van belangrijke bestemmingen voor de meeste bewoners significant te verbeteren. De meeste reizigers zijn bereid om voor een verbetering van het aanbod ook langere loopafstanden te accepteren. De Provincie zet daarom in op hoogfrequente lijnen op specifieke trajecten in zeer dichtbebouwde gebieden en biedt daarbij de vervoerder de ruimte om het aanbod aan vervoer sterker te bundelen op deze verbindingen. De Provincie verwacht dat inschrijvers verbeteringen ten opzichte van het huidige niveau met name inzetten op de frequente verbeteringen. Tegelijkertijd dient de vervoerder ook rekening te houden met de behoeften van doelgroepen voor wie langere loopafstanden een uitdaging zijn. Hiervoor dient de vervoerder in ieder geval op de belangrijkste verbindingen (zoals bijvoorbeeld in Haarlem-Noord, binnen Schalkwijk en tussen Velserbroek en IJmuiden) lijnen met korte halteafstanden te continueren. Dit wordt in Programma van Eisen verankerd in een systematiek van eisen aan loopafstanden en minimale frequenties per lijntype.
Texel Op Texel bestaan er door de verschillen tussen de seizoenen en het centrale belang van de verbinding naar de Veerhaven andere behoeften aan vervoer dan elders in de Provincie. Tegelijkertijd heeft de Provincie de ambitie om ervoor te zorgen dat het vervoeraanbod op Texel vergelijkbaar blijft met het aanbod in de rest van de Provincie. De Provincie hanteert daarom voor de bediening van Texel als uitgangspunt dat alle plaatsen op Texel bediend worden met een vorm van openbaar vervoer en daarbij over reismogelijkheden beschikken die aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. De huidige bediening met de Texelhopper sluit volgens de Provincie vanwege het zeer hoge aantal haltes minder goed aan bij deze uitgangspunten. Daarom wordt de huidige Texelhopper vervangen door een nieuw vraagafhankelijk systeem dat per kern en belangrijke bestemming op Texel een Halte bedient en in Den Burg en bij de Veerhaven aansluiting biedt van en naar de veerdienst en de vaste buslijn tussen De Koog, Den Burg en de Veerhaven.
Evenredige verdeling tussen huidige concessiegebieden Naast de regiospecifieke uitdagingen ontstaat door de samenvoeging van de huidige twee concessiegebieden een technische opgave voor de aanbesteding om te voorkomen dat er een onevenwichtigheid in het aanbod tussen regio’s ontstaat. De Provincie hanteert daarbij als uitgangspunt dat een in beide huidige concessiegebieden Noord-Holland Noord en Haarlem-IJmond een minimumniveau via het Programma van Eisen wordt vastgelegd waardoor een groot deel van het huidige aanbod geborgd blijft. Daarbovenop worden inschrijvers uitgedaagd om een aanbod passend bij de doelen en de kenmerken per regio uit te werken. Dit wordt vervolgens een van de kerncriteria bij de beoordeling van de inschrijvingen.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
72
Provincie Noord-Holland
3. Nadere uitwerking binnen de aanbesteding De uitgangspunten per gebied worden ten behoeve van de aanbesteding nader uitgewerkt als eisen aan de vervoerder (Programma van Eisen) en wensen die het kader voor de beoordeling vormen (gunningscriteria). De Provincie heeft daarbij per thema de volgende keuzes gemaakt:
3.1 Ontsluiting van het concessiegebied Te bedienen kernen In de huidige situatie biedt het openbaar vervoer verbindingen naar een groot aantal kernen. Bijna elke kern met meer dan 1.250 inwoners wordt bediend met een buslijn. Passend bij het uitgangspunt voor het landelijke gebied zet de Provincie erop in dat dit bedieningsniveau grotendeels behouden blijft. Daarom wordt het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau voor kleine kernen opgenomen als eis in het Programma van Eisen. De vervoerder heeft op die manier nog een beperkte ontwikkelruimte om het aanbod tijdens de concessie beter aan te laten sluiten bij verbindingen passend bij de ontwikkelperspectieven en veranderde reisbehoeften van bewoners. Een groot aantal van kleine kernen worden in de huidige situatie bediend door buurtbuslijnen. De Provincie gaat ervan uit dat deze lijnen voortgezet worden. Voor zeer kleine kernen (lager dan 1.250 inwoners) is geen bedieningseis opgenomen. Voor overige kleine kernen wordt bovenop het aanbod van de buurtbuslijn het huidige niveau van buslijnen uitgevraagd om te voorkomen dat er minder vervoer aangeboden wordt. Daarnaast geldt voor deze kernen dat in het geval een buurtbus opgeheven wordt, de vervoerder een kwalitatief vergelijkbaar alternatief moet bieden.
De Provincie heeft als wens om de toegankelijkheid van het netwerk te vergroten door ook kleinere kernen één reis mogelijkheid per uur met vraagafhankelijk vervoer (flexvervoer) te bieden. Het aanbod van de inschrijvers wordt daarom onder ander erop beoordeelt in hoeverre ook kleine kernen bereikbaar blijven met het openbaar vervoer. De eisen en wensen worden als volgt opgenomen:
Te bedienen kleine kernen
Programma van Eisen
Wens (gunningscriteria)
500-1.250 inwoners
Ontsluiting door bestaande buurtbussen, geen aanvullende bedieningseis
1x per uur een reismogelijkheid met flexvervoer van/naar een dichtbij gelegen knooppunt (trein-/busstation)
1.250-2.500 inwoners
90% van het huidige bedieningsniveau (aantal ritten per dag) wordt gecontinueerd
100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd; daarbuiten 1x per uur een reismogelijkheid met flexvervoer
2.500-5.000 inwoners
Minimaal een vaste ov-lijn met een frequentie van 1x per uur op alle dagen van de week tot 23 uur (tenzij de kern ook in de huidige situatie door alleen een buurtbus bediend wordt)
100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd
Afstanden tot haltes In de huidige concessie Noord-Holland-Noord zijn de lijnvoering en de te bedienen haltes voor een groot deel vastgelegd. In de concessie Haarlem-IJmond daarentegen zijn functionele eisen gesteld aan de ontsluiting door middel van maximale afstanden tot haltes. Daarbij gelden voor verschillende lijntypes afwijkende eisen op basis van het principe: hoe beter het aanbod van een lijn (frequenties en bedieningstijden), hoe langer de afstanden. Op basis van deze systematiek wordt de vervoerder de ruimte geboden om het netwerk passend bij de beoogde functie van het openbaar vervoer in te richten. In een op bereikbaarheid gericht aanbod zijn langere loopafstanden acceptabel, mits korte wacht tijden op de halte gegarandeerd zijn. In een op inclusiviteit gericht aanbod zijn daarentegen kortere loopafstanden wenselijk in ruil voor hogere frequenties. Het aantal te ontsluiten inwoners verschilt daarnaast per gebiedstype. In dichtbebouwd, stedelijk gebied zijn meer haltes nodig om inwoners te ontsluiten. Daarom moeten loopafstanden tot haltes hier korter zijn dan in meer landelijke gebieden. De Provincie kiest daarom ervoor om voor loopafstanden tot haltes verschillende eisen te stellen passen bij het betreffende gebied.
In de Visie Publieke Mobiliteit is daarnaast aangegeven dat voor het Basisnet (lijnen met een primaire functie voor de inclusiviteit van het netwerk) afstanden van tussen de 400 en 600 meter dienen te zijn.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
73
Provincie Noord-Holland
De Provincie kiest ervoor om de systematiek van de concessie Haarlem-IJmond in het Programma van Eisen over te nemen en aan te sluiten bij de Visie Publieke Mobiliteit met de volgende criteria: • In elke kern met >1.250 inwoners en in elke wijk met >2.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van minimaal 1.200 inwoners per km/2 binnen een grotere kern (>25.000 inwoners) heeft minimaal 90% van de woonadressen een bushalte of een treinstation binnen een acceptabele loopafstand. Hierbij zijn uitzonderingen nodig voor situaties waar door bijvoorbeeld infrastructurele beperkingen niet aan deze normen kan worden voldaan. Daarom geldt generiek dat als alternatief de bediening van de bestaande haltes in de huidige situatie volstaat. • Als acceptabele afstand tot een halte geldt een hemelsbrede afstand (waarbij barrières zoals water en snelwegen niet meetellen) van.
Afstanden
Van een adres naar
400 meter
• een bushalte van een laagfrequente lijn (zie hieronder bij netwerk) of • een NS-station met een (laagfrequente) Sprinterbediening
600 meter
• een bushalte van een hoogfrequentie lijn (zie hieronder bij netwerk)
800 meter
• een NS-station met een (hoogfrequente) Sprinterbediening of Intercity-bediening
1.200 meter
• een centraal NS-station (alleen Alkmaar, Hoorn, Haarlem)
Met deze criteria wordt grotendeels aangesloten bij de huidige afstanden tot haltes. In landelijke gebieden zijn wijzigingen in de bediening niet aannemelijk. In stedelijke gebieden (met name Haarlem en IJmond) wordt de ver voerder gestimuleerd om een netwerk van lijnen met hogere frequenties aan te bieden passend bij de uitgangspunten.
3.2 Opbouw van het netwerk aan lijnen Uitgangspunten netwerk aan lijnen In de Visie Publieke Mobiliteit zijn heldere ambities voor de verbetering van de bereikbaarheid op basis van de volgende uitgangspunten opgenomen: • Van 6.00 tot 1.00 uur dient altijd een vorm van Publieke Mobiliteit beschikbaar te zijn
• Het lijnennet is ingedeeld in hoogfrequente R-net-Lijnen (6x per uur in de spits), Plusnet-lijnen op verbindingen met een grote vervoervraag (minimaal 2x per uur overdag en 4x per uur in de spits) en Basisnet-lijnen op overige vaste verbindingen (minimaal 1x per uur overdag). In het Ontwikkelperspectief Zuid-Kennemerland IJmond is daarnaast het uitgangspunt gedefinieerd dat alle lijnen een frequentie van minimaal 2x per uur kennen. Om deze ambities te realiseren is een transitie van het lijnennet nodig van een netwerk met een grotendeels ontsluitend karakter en lage frequentie op de meeste lijnen (passend bij de doelstelling van een inclusief en toegankelijk netwerk) naar een lijnennetwerk met herkenbare hiërarchieën gebaseerd op een in principe evenredige, maar per regio passend bij diens kenmerken verschillende uitwerking van de doelstellingen bereikbaarheid en inclusiviteit. In het landelijke gebied, waar de focus op deze doelstelling ligt, wil de Provincie prioritair ervoor zorgen dat de bestaande lijnen gecontinueerd worden. Dit geldt ook voor de verbindingen met wijken binnen grotere kernen zoals in Hoorn, Alkmaar en Den Helder. Op de verbindingen naar middelgrote kernen en directe routes binnen het stedelijke gebied ziet de Provincie daarentegen grote kansen om het netwerk passend bij de bereikbaarheidsopgave anders in te richten.
Daarom streeft de Provincie op deze verbindingen naar een hogere beschikbaarheid van het openbaar vervoer (hogere frequenties en langere bedieningstijden). Dit houdt ook in dat het netwerk eenvoudiger en vanzelfsprekender wordt voor de reiziger. De voorkeur van de Provincie is een netwerk met frequente en/of betrouwbare lijnen die voor zover mogelijk tijdens de hele bedieningsperiode rijden, geen routeafwijkingen kennen en een eenduidige functie in het netwerk hebben (die ook via productformules, reisinformatie en marketing helder gecommuniceerd worden). Lijnen die gericht zijn op een specifieke doelgroep of een specifiek tijdstip van de dag, ziet de Provincie graag voor zover mogelijk geïntegreerd worden in lijnen die de hele dag rijden. Daarnaast verwacht de Provincie dat de vervoerder zijn aanbod goed afstemt op het overige openbaar vervoer door zijn eigen concessiegrensoverschrijdende lijnen te continueren en goed aan te sluiten bij het aanbod aan te gedogen lijnen van andere concessiehouders in de regio. Dit maakt het netwerk eenvoudiger te begrijpen en versterkt het aanbod in het hele netwerk.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
74
Provincie Noord-Holland
Lijntypes en hun kenmerken Op basis van de uitgangspunten heeft de Provincie gekozen voor een gedetailleerdere uitsplitsing van de in de Visie Publieke Mobiliteit genoemde lijntypes. De in het Programma van Eisen op te nemen lijntypes sluiten zo beter aan bij de verschillende gebiedstypen:
Lijntype in Visie Publieke Mobiliteit
(Indicatief) lijntype Programma van Eisen
Rol en kenmerken
R-net
R-net
Volledig binnen productformule R-net uitgevoerde lijn: snel, hoogfrequent, herkenbare uitstraling
Plusnet (stad)
Stadsprinter
Snel en hoogfrequent op directe verbindingen binnen stedelijk gebied
Basisnet (stad)
Wijkverbinder
Betrouwbaar tussen wijken en centrum of knooppunten binnen grote kernen
Plusnet (streek)
Streeksprinter
Snel tussen middelgrote en grote kernen
Basisnet (streek)
Basisverbinder
Altijd beschikbaar tussen kleine en grote kernen
Tabel 2: Kenmerken lijntype. Met de insteek van de categorisering en eisen aan lijntypes wordt invulling gegeven aan de wens van de Provincie voor een netwerk met lijnen met een heldere functie die voor zover mogelijk de hele bedieningsperiode beschikbaar zijn en een voor reizigers makkelijk te onthouden dienstregeling kennen. Binnen stedelijk gebied gaat de voorkeur uit naar een netwerkstructuur met hoogfrequente hoofdlijnen en goede overstapmogelijkheden in plaats van een netwerk met parallel lopende laagfrequente lijnen. Dit draagt bij aan een lijnennet dat voor reizigers herkenbaar, eenvoudig te begrijpen en betrouwbaar is. Bedieningstijden en frequenties De eisen aan minimale frequenties en bedieningstijden per lijntype zijn in het Programma van Eisen grotendeels bepaald op basis van het huidige niveau. De Provincie legt in de eisen bewust de focus op een betrouwbaar hoog aanbod tijdens de hele bedieningsperiode. De vervoerder wordt primair gevraagd om een aanbod met zo hoog mogelijke frequenties en bedieningstijden uit te werken dat tegelijkertijd bijdraagt aan een herkenbaar, eenvoudig en betrouw baar netwerk. Voor de lijnen met de hoogste frequenties (in ieder geval de Stadsprinters) is daarom ervoor gekozen om
buiten de spitsuren en de vroege avonduren beperkt hogere eisen te stellen. De wens van de Provincie is dat Stadsprinters op alle dagen van de week tot in ieder geval 21 uur ’s avonds een frequentie van 4x per uur hebben. Dit maakt het openbaar vervoer op lange termijn aantrekkelijker voor een brede doelgroep met uiteenlopende reismotieven, en faciliteert trends zoals de flexibilisering van werktijden en de combinatie van werk met sociaal-recreatieve activiteiten. Op verbindingen met een hoog bedieningsniveau in de spits biedt de Provincie de vervoerder omgekeerd bewust de ruimte om het aanbod passend te maken bij de in de spits benodigde vraag per verbinding. De Provincie verwacht daarbij dat de vervoerder een aanbod uitwerkt dat minimaal vergelijkbaar is met het huidige niveau. De concrete eisen aan bedieningstijden en frequenties per lijntype zijn opgenomen het Programma van Eisen.
3.3 Verplichte verbindingen in het netwerk In de huidige concessies is het netwerk grotendeels gericht op bieden van rechtstreekse verbindingen met treinstations en stadscentra. In het landelijke gebied is het netwerk uitgewerkt volgens het visgraatprincipe door aan te takken op het treinnetwerk. Hierdoor heeft bijna elke kern een verbinding met Amsterdam en met andere grote kernen binnen Noord-Holland met één overstap. De Provincie wil deze verbindingen behouden en kiest daarom als uitgangspunt dat elke kern in ieder geval een verbinding zonder overstap met een Treinstation heeft. Waar dat kansrijk is, wordt een rechtstreekse verbinding met het centrum van een stad geboden. Ter illustratie: Voor een grote kern als Wervershoof is het continueren van een snelle rechtstreekse verbinding met het centrum en station van Hoorn in ieder geval wenselijk, omdat dit voor Reizigers altijd de snelste verbinding is. Voor een kern als Andijk mag de vervoerder kiezen tussen een bediening die reizigers met een overstap in Bovenkarspel een snellere verbinding met Enkhuizen, Hoorn en andere bestemmingen biedt óf een comfortabele rechtstreekse busverbinding met Hoorn. De Provincie hanteert daarom de volgende uitgangspunten: • Elke te bedienen kern heeft een rechtstreekse verbinding met minimaal één treinstation (uitgezonderd Texel).
Dit kan dus ook een NS-station met een (laagfrequente) Sprinterbediening zijn. • En elke kern met minimaal 2.500 inwoners heeft een rechtstreekse verbinding met een Knooppunt. Dit zijn de treinstations Den Helder, Schagen, Hoorn, Bovenkarspel, Alkmaar, Beverwijk, Haarlem, HeemstedeAerdenhout en binnen Haarlem het knooppunt Delftplein en vanaf oplevering knooppunt Haarlem Nieuw Zuid.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
75
Provincie Noord-Holland
Structurerende verbindingen in het landelijke gebied Deze eisen aan verbindingen zorgen ervoor dat een groot deel van het huidige netwerk geëist wordt. Echter bestaan er in het landelijke gebied een aantal structurerende verbindingen van het netwerk die niet op één, maar op meerdere belang rijke knooppunten gericht zijn. Zo biedt de huidige lijn 135 bijvoorbeeld een doorgaande verbinding tussen Den Helder via Den Oever met Hoorn waardoor voor reizigers op tussengelegen kernen een rechtstreekse verbinding naar beide plaatsen en door de overstap op de regionale lijn 350 een verbinding met één overstap naar Alkmaar en Friesland gegarandeerd is. Om deze structurerende verbindingen te behouden, neemt de Provincie in het Programma van Eisen een lijst met verplichte rechtstreekse verbindingen op. Daarnaast beoordeelt de Provincie de inschrijvingen ook op de connectiviteit en integraliteit van het aanbod (rechtstreekse reismogelijkheden en reismogelijkheden met één overstap). Streeksprinter (Plusnet streek) naar middelgrote kernen Van en naar middelgrote kernen (>5.000 inwoners) bestaan in de huidige situatie een aantal snelle verbindingen naar grotere kernen, zoals bijvoorbeeld de verbinding tussen Medemblik en Hoorn via de A7. De Provincie streeft ernaar dat deze verbindingen gecontinueerd en – waar mogelijk – verbeterd worden.
In het Programma van Eisen wordt daarom geëist dat een middelgrote kern minimaal met een Streeksprinter (Plusnet streek) bediend moet worden. In het Programma
van Eisen zorgen wij ervoor dat vervoerders kernen die nu een snelle verbinding hebben (zoals Medemblik), niet via een langzame route met elkaar kunnen verbinden (zoals bijvoorbeeld Medemblik – Wervershoof – Hoorn) om het aantal lijnen (in Noord-Holland-Noord) te reduceren. Wijkverbinder (Basisnet stad) in grote kernen en steden Grotere kernen (>25.000 inwoners) en steden beschikken in de huidige situatie over eigen stadsnetlijnen die recht streekse verbindingen vanuit de wijken naar stations of grote knooppunten bieden. De Provincie zet erop in om deze verbindingen vanuit alle wijken te continueren. Als uitgangspunt geldt daarom dat elke wijk een rechtstreekse lijn naar een van de stations of knooppunten heeft zoals kernen met minimaal 2.500 inwoners. De eisen voor deze lijnen zijn voor steden (>50.000) inwoners bewust hoog (minimale frequenties van 2x per uur overdag) om het bedienings niveau van wijken in het hele concessiegebied te borgen. Met name de grotere kernen als Hoorn en IJmond (Beverwijk, Heemskerk en Velsen) hebben zo de garantie dat het bedieningsniveau minimaal gelijk blijft. In steden zoals Haarlem en Alkmaar wordt tegelijkertijd de dichte ontsluiting van de wijken geborgd. Dit heeft daarnaast als gevolg dat weinig aantrekkelijke verbindingen met een uurdienst op stadslijnen worden voorkomen.
In andere grotere kernen (25.00050.000 inwoners) zoals Den Helder geldt daarentegen een lagere eis (een keer per uur) om de dichte ontsluiting van alle wijken te garanderen. Stadsprinter (Plusnet stad) als katalysator voor betere bereikbaarheid van stedelijke regio’s In grote steden zoals Haarlem en Alkmaar zet de Provincie in op een versterking van de bereikbaarheid. De wens gaat hier uit naar een eenvoudig te begrijpen netwerk aan (hoog-) frequente lijnen met een verbindende functie die uitgevoerd worden binnen een herkenbaar en uniek productformule en met capaciteitssterke bussen. Deze lijnen hebben het meeste effect op de bereikbaarheid binnen en tussen zeer dichtbebouwde gebieden met een groot aantal inwoners. Daarom gaan wij in onze eisen ervan uit dat verbindingen met Stadsprinters in ieder geval aangeboden moeten worden van, naar en tussen wijken in stedelijk heidsklasse 1 met minimaal 6.000 inwoners en een bevolkingsd ichtheid van minimaal 6.000 inwoners per km/2 (= drie keer het minimum voor een te ontsluiten wijk). Hierdoor worden Stadsprinters verplicht voor verbindingen tussen de dichtbebouwde wijken in Haarlem en IJmond en diens uitlopers naar grote kernen en steden (zoals Zandvoort aan Zee en Amsterdam) waar ook in de huidige situatie al de lijnen met de hoogste frequenties rijden.
In aanvulling op deze generieke eis heeft de Provincie de wens om een kwaliteits impuls op de verbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard te bieden. In de huidige situatie bieden twee lijnen 160 en 162) een snelle verbinding tussen de wijken van Heerhugowaard en het centrum van Alkmaar. Buiten de spits zijn de frequenties echter lager. Om op de verbinding een vanzelfsprekend aanbod te bieden, eist de Provincie dat op één corridor een Stadsprinter wordt geboden die in ieder geval Alkmaar Station en centrum met het centrum van Overzicht van de bevolkings dichtheid per km/2 per
CBS-wijk in Haarlem.
Heerhugowaard verbindt. Hierdoor kunnen reizigers vertrouwen op een lijn die de hele dag door en in beide richtingen minimaal elk kwartier rijdt. De vervoerder krijgt de ruimte om de afweging te maken welke route kansrijker is om meteen bij start van de concessie op te waarderen.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
76
Provincie Noord-Holland
In overige stedelijke gebieden schrijft de Provincie geen Stadsprinter voor, maar wordt de vervoerder doormiddel van de ruime ontsluitingseisen de ruimte gegeven om het netwerk (bij start van of tijdens de concessie) te herinrichten met
als basis nieuwe Stadsprinter-verbindingen. De Provincie heeft in ieder geval voor de regio IJmond de voorkeur voor een eenvoudiger en aantrekkelijker netwerk dat bijdraagt aan een betere bereikbaarheid van de hele regio. Overige lijnen In de huidige situatie zijn daarnaast lijnen in het hele gebied aanwezig die specifieke doelgroepen (zoals scholieren) of bestemmingen (zoals kennisinstellingen) bedienen of die op specifieke tijdstippen rijden (zoals nachtlijnen en kustlijnen). De Provincie volgt hierbij als richtlijn dat lijnen die het aanbod structureel verbeteren, gecontinueerd blijven, of waar mogelijk geïntegreerd worden in het aanbod van lijnen die de hele dag over rijden. Dit betreft onder ander nachtlijnen en seizoenaanbod zoals de huidige lijn 84 naar Zandvoort aan Zee. Voor seizoensgebonden aanbod geldt verder het uitgangspunt dat op verbindingen met kustplaatsen in de relevante vakantieperiodes geen verslechteringen ten opzichte van de basisdienstregeling plaatsvinden en zomerverbindingen zoals de kustlijnen gecontinueerd worden. Voor overige lijnen geldt dat de lijnen alleen gecontinueerd worden waar en voor zover dit noodzakelijk is of voor reizigers structureel van meerwaarde is. Dat betreft scholierenlijnen, spitslijnen en lijnen die bedrijventerreinen ontsluiten.
Zo blijven huidige scholierenlijnen verplicht voor zolang de betreffende scholen bestaan of, in het geval van lijn 650, afspraken met andere provincies voor de bediening worden gemaakt. Voor bedrijventerreinen wordt geen bedieningseis opgenomen en laat de Provincie het aan de vervoerder om verbindingen aan te bieden die voor reizigers van meerwaarde kunnen zijn. Aparte spitslijnen zijn volgens de Provincie in principe onwenselijk omdat deze lijnen niet bijdragen aan de herken baarheid en betrouwbaarheid van het aanbod en slechts beperkte verbeteringen voor de bereikbaarheid bieden. Wel zijn spitslijnen beperkt toegestaan om een kern met voornamelijk eenzijdige vervoerstromen beter te kunnen bedienen (zoals het bijvoorbeeld in Scharwoude nu het geval is). Ook de bedieningsvorm van de Energie&Health Campus in Petten blijft wenselijk omdat zo in de respectievelijk voor reizigers belangrijke richting een beter aanbod voor bewoners van Petten, Groet en Schoorl en voor bezoekers en werknemers van de Campus kan worden geboden.
3.4 Fasering en ontwikkelingen Ingroeifase in het eerste jaar In het huidige concessiegebied Noord-Holland-Noord is in de zomer van 2024 een nieuwe dienstregeling met ingrijpende wijzigingen in het lijnennet in kracht getreden. Om reizigers een duurzaam betrouwbaar aanbod aan openbaar vervoer te bieden, wil de Provincie de komende jaren geen verdere ingrijpende wijzigingen aan het lijnennet binnen NoordHolland-Noord doorvoeren. Tegelijkertijd tonen ervaringen met de implementatie van concessies elders dat een ingroeiperiode voor de nieuwe vervoerder wenselijk is om een voor reizigers betrouwbaar en stabiel aanbod in de eerste maanden na overgang van de concessie te borgen. Om die redenen heeft de Provincie de keuze gemaakt om een fasering in het Programma van Eisen op te nemen: • In de eerste twaalf maanden blijft het netwerk in het hele gebied – op wenselijke uitbreidingen van de dienstregeling (hogere frequenties en langere bedieningstijden) na – ongewijzigd. • Vanaf juli 2029 heeft de vervoerder de ruimte om het netwerk volgens het Programma van Eisen te herinrichten. Haarlem Knooppunt Nieuw Zuid In Haarlem ontstaan met de komst van het Knooppunt Nieuw Zuid mogelijkheden voor verbeterde aansluitingen die het netwerk als geheel versterken. Reizigers kunnen profiteren van een betere spreiding van het aanbod over relevante trajecten.
De Provincie verwacht dat het Knooppunt Nieuw Zuid in 2029 opgeleverd is. Vanaf dat moment wordt Nieuw-Zuid een volwaardig knooppunt in het netwerk en daarmee ook een alternatief voor Haarlem Station. Hierdoor is ook de verdere groei van het netwerk in lijn met de BRT-visie geborgd. De Provincie wil de vervoerder de ruimte bieden om de mogelijkheden die Knooppunt Nieuw Zuid biedt, meteen na oplevering van het busstation te benutten. Indien het busstation niet op het moment van de ingang van een nieuwe dienstregeling gereed zal zijn, mag de vervoerder daarom ook tijdens het jaar de dienstregeling aanpassen om bijvoorbeeld betere aansluitingen te kunnen bieden en (lichte) veranderingen in het netwerk door te voeren die pas na oplevering van het busstation mogelijk worden. De Provincie eist daarbij wel dat eventuele veranderingen in de lijnvoering en het bedieningsniveau vooraf in het vervoerplan worden vastgesteld om alle belanghebbenden goed te betrekken bij de voorgestelde wijzigingen.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
77
Provincie Noord-Holland
BRT Amsterdam en overige ontwikkelingen In samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam werkt de Provincie aan de uitrol van lijnen tussen Haarlem (Nieuw Zuid) en Amsterdam (Lelylaan en Zuid) in het kader van de BRT-visie. De Provincie hanteert als uitgangspunt dat de lijnen uit de BRT-visie niet opgenomen worden in de concessie, tenzij de exploitatie van deze lijnen bekostigt wordt door aanvullend budget. In het Programma van Eisen zijn deze verbindingen niet geëist en ook niet als optie opgenomen om te voorkomen dat de introductie van nieuwe buslijnen richting Amsterdam ten koste gaat van het bedieningsniveau binnen de concessie. Daarnaast heeft de Provincie zelf de wens om een aantal kansrijke trajecten vanuit Haarlem richting Amsterdam te ontwikkelen, te weten een rechtstreekse verbinding vanuit Beverwijk via Haarlem Noord en Nieuw Zuid naar Amsterdam Zuid, en een rechtstreekse verbinding vanuit Haarlem via de A9 naar Schiphol Airport Plaza. De eerste verbinding met als werktitel lijn 244 is gebaseerd op een lijn die voor 2020 al geëxploiteerd werd en wordt nog voor start van de concessie als spitslijn geïntroduceerd. De Provincie neemt deze lijn daarom als verplichte lijn in het Programma van Eisen op. Op tweede verbinding ziet de Provincie als kansrijk omdat tussen Haarlem en Schiphol in de huidige situatie een snelle verbinding ontbreekt.