CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

240119 Raadsinformatiebrief TeRVV - Bijlage 3 Tussentijdse evaluatie Regionale Visie Verblijfsrecreatie NHN

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken14.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Het ontwikkelkader moet beter aansluiten op de principes van de visie. Zodat ambtenaren in de praktijk beter in staat zijn initiatieven af te wegen. Dit wordt gezien als één van de redenen waardoor (volgens de visie) ongewenste initiatieven toch positief beoordeeld worden op basis van het ontwikkelkader.

3 NBTC: 30% overnachtingsgroei tussen 2019-2030.

22

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

• Het ontwikkelkader zou onderscheid moeten maken in type logies. Een andere optie om beter te kunnen toetsen is door in het ontwikkelkader onderscheid te maken in type logies. De logiessector kent veel verschillende accommodatietypen met elk eigen kenmerken en dynamiek. Daarom zijn er voor de verschillende deelsectoren binnen de logiessector praktische aanscherpingen in criteria nodig om effectieve afwegingen te maken. Dit betekent dat heldere definities van de verschillende deelsectoren gewenst zijn.

• Het kader zou onderscheid moeten maken tussen nieuwvestigingsplannen, herstructureringsplannen en uitbreidingsplannen. Met het oog op de druk op de ruimte wil de visie hergebruik van recreatieve locaties stimuleren. Daarom zouden nieuwvestigingsplannen, herstructureringsplannen en uitbreidingsplannen verschillend beoordeeld moeten worden. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar ‘wat wordt de bestemming’ maar ook naar ‘wat is de bestemming nu’.

• Criteria in het ontwikkelkader zouden objectiever toetsbaar moeten worden. Op dit moment zijn sommige criteria multi-interpretabel (door het ontbreken van grenswaarden of het gebruik van containerbegrippen). Dit zorgt ervoor dat het in de beroepspraktijk lastig is om het kader eenduidig toe te passen tijdens de planbeoordeling. Praktische aanscherping van criteria is hierdoor gewenst.

• Er is onduidelijkheid over welke plannen getoetst moeten worden aan het ontwikkelkader en regionaal moeten worden afgestemd. Op dit moment is het bij enkele gemeenten onduidelijk welke plannen precies moeten worden getoetst aan het ontwikkelkader en welke er regionaal moeten worden afgestemd. Bij enkele gemeenten speelt het idee dat ook heel kleine logiesontwikkelingen zouden moeten worden getoetst aan het ontwikkelkader. De visie beoogde dat alleen plannen met een substantiële regionale impact op de verblijfsrecreatie en/of de ruimte zouden moeten worden getoetst aan het ontwikkelkader en regionaal zouden moeten afgestemd.

Uit deze tussenevaluatie blijkt het begrip ‘substantiële regionale impact’ als volgt praktisch af te bakenen: • Nieuwvestiging-, uitbreidings- of herstructureringsplannen waarbij het gaat om het toevoegen van > 25 ligplaatsen (of >125 slaapplaatsen indien eigen kampeermiddel/boot) in jachthavens, jaarplaatsen op campings of toeristische kampeerplaatsen op campings en waarvoor bestemmingsplanwijziging/verandering van het omgevingsplan nodig is; • Nieuwvestiging-, uitbreidings- of herstructureringsplannen waarbij het gaat om het toevoegen van > 10 eenheden (of >40 slaapplaatsen in) recreatiewoningen en/of verhuuraccommodaties (al dan niet op het land of op het water), en waarvoor bestemmingsplanwijziging/verandering van het omgevingsplan nodig is; • Nieuwvestiging-, uitbreidings-, of herstructureringsplannen waarbij het gaat om het toevoegen van >15 hotelkamers (of >30 slaapplaatsen in hotelkamers) en waarvoor bestemmingsplanwijziging/verandering van het omgevingsplan nodig is;

23

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

• Nieuwvestiging-, uitbreidings-, of herstructureringsplannen waarbij het gaat om het toevoegen van >15 bedden in een groepsaccommodatie en waarvoor bestemmingsplanwijziging/verandering van het omgevingsplan nodig is.

• Het begrip centrale bedrijfsmatige exploitatie is onvoldoende duidelijk. Door diverse ambtenaren wordt aangegeven dat ze behoefte hebben aan scherper geformuleerde toetsbare criteria van centrale bedrijfsmatige exploitatie in het ontwikkelkader. De oorspronkelijke gedachte was om te gaan voor 100% bedrijfsmatige exploitatie (100% van de verblijfsrecreatie-eenheden), met eventueel 30% van de tijd eigen gebruik. Nu wordt dit soms door marktpartijen en ambtenaren geïnterpreteerd als 30% van de verblijfsrecreatie-eenheden dat voor eigen gebruik mag worden ingezet. Hierdoor worden er nieuwe tweede woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Door gedecideerd in te blijven zetten op 100% bedrijfsmatige exploitatie komt er ook een rem op de ontwikkeling van heel dure woningen. Kopers van deze woningen vinden verhuur (incl. rendement) namelijk vaak minder interessant dan eigen gebruik. Wisselend toeristisch-recreatief nachtverblijf door verhuur is echter wettelijk niet nodig om te voldoen aan de norm van centrale bedrijfsmatige exploitatie. Ook jaarplaatsen en het tweede woningpark voldoen formeel aan de eis van centrale bedrijfsmatige exploitatie, zolang de eigenaar er niet zijn/haar hoofdverblijf heeft, er centraal beheer en de mogelijkheid van verhuur via een verhuurbemiddelingsorganisatie plaatsvindt.

De eis van centrale bedrijfsmatige exploitatie heeft te maken met het voorkomen van oneigenlijk gebruik zoals diverse huisvestingsvormen. De beleidsmatige wens om eigen gebruik van tweede woningen te beperken en vakantieverhuur af te dwingen moet dan ook in anterieure overeenkomsten worden geregeld.

• Het in de praktijk werken met het ontwikkelkader wordt als ingewikkeld gezien. Enkele ambtenaren geven aan dat het werken met het ontwikkelkader ingewikkeld is. • Enerzijds komt dit door de splitsing in drempelcriteria en keuzecriteria die gemaakt wordt in het huidige ontwikkelkader. • Anderzijds komt dit omdat veel ambtenaren niet precies weten hoe ze met het ontwikkelkader moeten werken. Toepassing van het kader vereist expertise en ervaring van ambtenaren. Vergelijk dit met een auto, autorijden en het hebben van een rijbewijs. Je hebt een fraaie auto (het ontwikkelkader) maar weet niet hoe je moet autorijden (het kader toepassen). Daarom neem je rijlessen en rijd je regelmatig om je vaardigheden te onderhouden (onderwijs en ervaring opdoen in praktijk).

• Realisatie van plannen wijkt vaak af van de originele planvorming. In praktijk blijkt dat de realisatie van plannen niet altijd plaatsvindt zoals beoogd. Het ontbreekt gemeenten vaak aan capaciteit en doorzettingsmacht om te handhaven op de realisatie van plannen in de geest van het ontwikkelkader. Dat frustreert ambtenaren die de initiatieven afwegen. In de werkwijze komt het belang van handhaving onvoldoende naar voren.

• De meerwaarde van regionale samenwerking wordt breed erkend. Effectieve regionale samenwerking en onderlinge bestuurlijke afspraken staan aan de basis van het werken met de visie verblijfsrecreatie en het ontwikkelkader. Een groot goed om te koesteren, zo blijkt uit de gesprekken met ambtenaren en marktpartijen.

24

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

• De RAC-afstemming in marktgerichte deelregio’s werkt niet zoals gewenst. RAC afstemming gebeurt nu op basis van de marktgerichte deelregio’s die tot stand zijn gekomen op basis van het DNA van de deelgebieden (zie visie). Deze deelregio’s blijken nog steeds juist, maar ze blijken niet altijd even effectief als basis voor regionale afstemming in de RAC. Zo zijn de steden in NHN verschillend en het buitengebied is groot. In bijvoorbeeld de detailhandel en bedrijventerreinen wordt regionaal afgestemd tussen gemeenten die liggen binnen een bepaalde straal van de planlocatie.

• Er is onduidelijkheid over de rol van de RAC. Formeel is de RAC een afstemmingsorgaan van gemeentelijke R&T- en RO-deskundigen die adviezen geven aan elkaar over initiatieven in verblijfsrecreatie die om bestemmingsplanwijziging/verandering omgevingsplan vragen. Door diverse ambtenaren wordt de RAC evenwel meer ervaren als een verplichting dan een nuttig adviesgremium waar men intrinsieke motivatie voor ervaart om aan bij te dragen en aan deel te nemen. Daarnaast is het niet duidelijk wat de gevolgen zijn van een advies van de RAC. Tot slot heerst er onduidelijkheid over het gebruik van het ontwikkelkader: worden initiatieven hieraan getoetst door het team van betrokken gemeenteambtenaren waar het initiatief landt of door de RAC?

Conclusies uit evaluatiegesprekken: input voor de tussentijdse evaluatie Inhoudelijke conclusies: • Grenzen tussen woonbestemmingen en recreatiebestemmingen in NHN vervagen. Dit is ongewenst en er zou gestuurd moeten worden op het tegengaan hiervan. • Te veel initiatieven die eigenlijk ongewenst zijn op basis van de visie komen toch positief uit het ontwikkelkader. Hiervoor is een aantal mogelijke redenen benoemd: 1) in de toetsing van het kader wordt geen onderscheid gemaakt in typen logies, 2) in de toetsing wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwvestigingsplannen, herstructureringsplannen en uitbreidingsplannen, 3) criteria in het ontwikkelkader zijn soms lastig objectief meetbaar te toetsen, 4) het in de praktijk werken met het ontwikkelkader wordt als te ingewikkeld gezien door o.a. de splitsing in drempelcriteria en keuzecriteria en onvoldoende training.

Procesmatige conclusies: • Meerwaarde van regionale samenwerking wordt breed erkend en het merendeel van de ambtenaren, bestuurders en marktpartijen is hier enthousiast over. • Afstemming in de RAC-Verblijfsrecreatie volgens de marktgerichte deelregio’s werkt niet altijd optimaal. • Er is onduidelijkheid over de rol van de RAC: is dit een verplicht afstemmingsgremium of een nuttig adviesgremium en wat zijn de gevolgen van een RAC-advies? • Er is onduidelijkheid over wie een initiatief aan het ontwikkelkader toetst. Wordt dit gedaan door het team van gemeenteambtenaren van de gemeente waar het initiatief landt of door de RAC? • Alleen plannen met een substantiële regionale impact zouden moeten worden getoetst aan het ontwikkelkader en moeten regionaal worden afgestemd. • Realisatie van plannen wijkt vaak af van de originele planvorming wat zorgt voor frustratie.

25

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Randvoorwaardelijke conclusies: • Actiever overheidsbeleid is nodig om diversiteit te behouden. Vooral gericht op het behoud van (het aantal) plaatsen op campings voor de sociale middengroepen. De overheid heeft hiertoe verschillende instrumenten voor handen. • De logiesmarkt lijkt (bijna) oneindig in omvang omdat deze markt zich niet kenmerkt door een verzorgingsgebied (zoals detailhandel), waardoor toeristisch-recreatieve ruimtelijke programmering gewenst is gezien de toeristische groeiprognoses. • Het beter bijhouden van data over de logiesaccommodaties in NHN is nodig om grip te houden op de sector en te kunnen sturen op aanbodontwikkeling.

26

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Deel C: Aanbevelingen

11. Concrete aanbevelingen voor visie, ontwikkelkader en werkwijze

Voordat concrete aanbevelingen voor de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze worden gedaan volgen hierna enkele algemene conclusies inzake de beleidsuitvoering welke niet direct betrekking hebben op de inhoud van de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze.

• De meerwaarde van het regionaal samenwerken in NHN wordt door alle betrokkenen ervaren. Dit komt o.a. doordat: • het onderwerp vitale verblijfsrecreatie belangrijk en ingewikkeld is. Regionaal kennisdelen is slim en helpt om het onderwerp minder complex te maken. • regionale beleidsafstemming zijn vruchten afwerpt. De markt van verblijfsrecreatie functioneert niet langs gemeentegrenzen en dus is regionale samenwerking nodig. De regionale samenwerking zorgt ervoor dat gemeenten zich niet tegen elkaar laten uitspelen door marktpartijen. • het inkopen van kennis en ondersteuning op regioniveau kostenefficiënt is.

• Het werken aan de hand van het regionaal ontwikkelkader is een goed idee. Het ontwikkelkader werkt efficiënt in de regionale afstemming van initiatieven. Daarnaast voorkomt toepassing ervan dat gemeenten tegen elkaar worden uitgespeeld.

• Door de regionale samenwerking zijn bestuurders alert bij nieuwe initiatieven.

• Ambtelijke kennis ten aanzien van logiesaccommodaties is toegenomen.

Op basis van de conclusies van trends, ontwikkelingen, (beleids)analyse en de evaluatie- interviews (hoofdstuk 6 t/m 10) komen samenvattend de volgende inhoudelijke zaken uit deze tussentijdse evaluatie naar voren aangaande de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze. Per onderdeel wordt aangegeven wat er speelt en hoe de regio hiermee om kan gaan:

1. Interpreteer het ontwikkelkader meer per deelsector. Zo kan verstening naar recreatiewoningen worden afgeremd en de diversiteit van kampeerterreinen worden behouden. Vraag- en aanbodontwikkeling van kampeerplaatsen en recreatiewoningen lopen uit de pas. Het aantal kampeerterreinen daalt terwijl de kampeervraag licht stijgt. Dit komt o.a. doordat kampeereenheden worden omgezet naar recreatiewoningen met een hogere grondwaarde dan kampeerterreinen. Het aantal recreatiewoningen stijgt vervolgens harder dan dat de vraag naar bungalowvakanties stijgt. Mede hierdoor is het aanbod in NHN versteender dan gemiddeld in Nederland en staat de diversiteit in met name de kampeersector onder druk. Daarnaast is de (slapende) planvoorraad van recreatiewoningen groot wat in de toekomst ook zal zorgen voor meer recreatiewoningen. ➔ Om toenemende verstening en afnemende kampeerdiversiteit tegen te gaan zullen gemeenten strikter moeten kijken naar initiatieven met recreatiewoningen. Vanwege de huidige ruimte in veel

27

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

bestemmingsplannen/omgevingsplannen om kampeerplaatsen om te zetten naar verhuuraccommodaties die vervolgens in de kampeermarkt worden uitgepond als recreatiewoning, moet bovendien strikter gekeken worden naar initiatieven van verhuuraccommodaties.

2. Nieuwe initiatieven zullen hun maatschappelijke meerwaarde nog overtuigender moeten aantonen en er wordt zuinig ruimtegebruik gevraagd. De grote ‘druk op de ruimte’ vanwege verschillende ruimteclaims leidt tot kritischere afwegingen ten aanzien van nieuwe initiatieven in de logiessector dan voorheen. ➔ Van nieuwe initiatieven wordt steeds meer maatschappelijke meerwaarde en zuinig- en/of meervoudig ruimtegebruik gevraagd.

3. Scherp criteria aan en/of licht ze beter toe zodat het ontwikkelkader beter hanteerbaar wordt voor ambtenaren en marktpartijen in de beroepspraktijk. Dan wordt het instrument nog effectiever. Te veel initiatieven die op basis van de regionale visie eigenlijk ongewenst zijn voor de regionale aanbodstructuur kunnen toch positief door het ontwikkelkader komen. Redenen hiervoor zijn: 1) in de toetsing van het kader wordt geen onderscheid gemaakt in typen logies, 2) in de toetsing wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwvestigingsplannen, herstructureringsplannen en uitbreidingsplannen, 3) criteria in het ontwikkelkader zijn soms lastig objectief meetbaar te toetsen, 4) het in de praktijk werken met het ontwikkelkader wordt als te ingewikkeld gezien door o.a. de splitsing in drempelcriteria en keuzecriteria en onvoldoende training. ➔ Om een ontwikkelkader te krijgen waar ambtenaren en marktpartijen nog beter mee uit de voeten kunnen in de beroepspraktijk, moet het ontwikkelkader worden aangescherpt en vooral toegelicht op bovengenoemde zaken.

4. De impactstraal van een initiatief moet leidend zijn bij regionale afstemming in de RAC. Afstemming in de RAC-Verblijfsrecreatie op basis van de marktgerichte deelregio’s werkt niet optimaal. ➔ Beter is om initiatieven regionaal af te stemmen aan de hand van de impactstraal van een initiatief.

5. Scherper zicht op de aanbodstructuur is nodig om beter te kunnen sturen op een divers logiesaanbod. Er is beperkt zicht op de aanbodstructuur, de aanbodontwikkeling en de slapende voorraad in de regio. ➔ Dit kan en moet scherper om in de toekomst goed te kunnen sturen op initiatieven zodat diversiteit in vraag en aanbod (van o.a. kamperen) geborgd blijft.

Hierna volgen de verder uitgewerkte aanbevelingen voor achtereenvolgens de visie, ontwikkelkader en werkwijze.

Visie De visie verblijfsrecreatie NHN (bestaande uit de ambitie, de doelen, de strategie en de beschrijving van de marktgerichte deelregio’s) wordt inhoudelijk onderschreven. De regio

28

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

streeft er onverminderd naar om het beste te bieden wat Holland heeft, met de meest vitale verblijfsrecreatie van Nederland. Uit de verschillende onderdelen van het evaluatieproces blijkt dan ook dat de visie (deel A van het document ‘Regionale Visie Verblijfsrecreatie Noord- Holland Noord 2017) kan worden bestendigd.

Ontwikkelkader Initiatieven die om verandering van bestemmingsfunctie vragen moeten nog altijd de regio versterken (middels ruimtelijk kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde), meerwaarde hebben in de markt en economisch haalbaar zijn (o.a. met een centrale bedrijfsmatige exploitatie). In de praktijk werkt het ontwikkelkader, maar niet altijd optimaal voor toetsende ambtenaren. Ginder adviseert daarom de werking van het ontwikkelkader praktischer toepasbaar te maken in de beroepspraktijk, zodat het effectiever wordt. Allereerst adviseert Ginder in de praktijk de volgende werkafspraken te maken: • We investeren in onze vaardigheden (door onderwijs en praktijkervaring) om het ontwikkelkader lokaal toe te passen; • We differentiëren in de beoordeling per deelsector (een nieuw hotel beoordeel je in technisch opzicht nu eenmaal anders dan een nieuwe jachthaven); • In de beoordeling maken we onderscheid tussen nieuwvestigingsplannen, herstructureringsplannen en uitbreidingsplannen (een compleet nieuw bungalowpark beoordeel je nu eenmaal anders dan de uitbreiding van een vakantiepark met 15 woningen); • Om de diversiteit in de sector te behouden bevestigen we het ‘nee, tenzij’ principe ten aanzien van nieuw te vestigen parken met recreatiewoningen en verhuuraccommodaties. Nieuwe tweede woningen zijn nog altijd niet gewenst.

Voor andere deelsectoren blijven we een ‘ja, mits’ houding aannemen.

Daarnaast moet van iedere ontwikkeling overtuigend onderbouwd zijn waarom deze van waarde is voor de regio. Daarom moet ieder initiatief aantoonbaar aansluiten bij de volgende leidende ontwikkelprincipes die in lijn liggen met de visie en het ontwikkelkader: • Het initiatief bevordert differentiatie; • Er is aantoonbaar voldoende vraag naar het initiatief (met, in het geval van uitponding, onderscheid tussen koop en huurmarkt); • Het initiatief draagt bij aan de leefbaarheid van de omliggende omgeving; • Het initiatief draagt bij aan de circulaire doelen van de regio; • Het initiatief versterkt de landschappelijke kwaliteiten; • Er is sprake van een centrale bedrijfsmatige exploitatie; • Het initiatief beschikt over centrale bedrijfsmatige exploitatie; • Het initiatief beschikt over een financieel plan voor tijdens de exploitatiefase. Initiatiefnemers ontwikkelen en onderbouwen hun plannen in lijn met deze ontwikkelprincipes.

Deze aanscherpingen en toelichtingen hierop, volgen uit onderstaande analysetabel.

Aanscherping Onderbouwing aanscherping* Het opstellen van uitgangspunten die één op In de evaluatiegesprekken met één voortvloeien uit de visie en inhoudelijke ambtenaren werd aangegeven dat het toetsingscriteria hierop afstemmen. ontwikkelkader beter zou moeten

29

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Uitgangspunten: aansluiten op de principes van de visie. • Visie: Er is ruimte voor onderscheidend Zodat ambtenaren in de praktijk beter in aanbod (excl. nieuwe staat zijn initiatieven af te wegen. recreatiewoningen). ➔ Uitgangspunt ontwikkelkader: Ruimte voor (her)ontwikkeling die de diversiteit van het aanbod vergroot; • Visie: We hergebruiken waar mogelijk het bestaande aanbod & we versterken de omgeving (ruimtelijk en economisch) met verblijfsrecreatie. ➔ Uitgangspunt ontwikkelkader: Logiesbedrijven dragen bij aan de maatschappelijke opgaven van de samenleving; • Visie: We versterken de omgeving (ruimtelijk en economisch) met verblijfsrecreatie. ➔ Uitgangspunt ontwikkelkader: Logiesaanbod voegt zich naar de aard van het landschap; • Visie: We kiezen voor recreatief ondernemerschap bij nieuwe ontwikkelingen. ➔ Uitgangspunt ontwikkelkader: Initiatieven zijn op lange termijn exploiteerbaar in de toeristisch- recreatieve markt. In de beoordeling van initiatieven Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat er te onderscheid maken in verschillende veel technische verschillen zitten tussen de deelsectoren binnen de logiessector. Werken deelsectoren om eenduidig te kunnen volgens de volgende differentiatie: toetsen.

• Hotelkamers; • Recreatiewoningen (toeristische Daarnaast blijkt uit de aanbodanalyse, verhuur); beleidsanalyse en de trends dat de ene • Tweede woningen; deelsector een striktere afweging nodig • Toeristische kampeerplaatsen; heeft dan de andere om de volgens de visie • Jaarplaatsen; gewenste diversiteit in de sector te • Verhuuraccommodaties; behouden, verdere (ongewenste) • Groepsaccommodaties; verstening van het aanbod tegen te gaan, • Ligplaatsen in jachthavens. voldoende kwalitatief aanbod (op campings) over te houden gericht op de sociaaleconomische middenklasse en te zorgen dat vraag- en aanbodontwikkeling in de pas blijven lopen. In lijn met de visie, een ‘nee, tenzij’ principe Uit de aanbodanalyse blijkt dat de hanteren voor initiatieven van verstening in NHN groter is dan gemiddeld

30

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

recreatiewoningen (toeristische verhuur) en in Nederland, dat campings verhuuraccommodaties. Hiertoe behoren bovengemiddeld versteend zijn en dat er strikte voorwaarden zoals een lage dichtheid relatief veel recreatiewoningen en relatief van de logies en eisen aan (het gebruik van) weinig kampeereenheden zijn. logiesaccommodaties en voorzieningen. Zo mogen eigenaren, bij uitponding, de In de deelsectoren campings en woningen maximaal 8 weken per jaar zelf recreatiewoningen is de vraag- en gebruiken. aanbodontwikkeling dan ook uit de pas gaan lopen wat zorgt voor een mindere diversiteit. Veel kampeereenheden worden geherstructureerd naar recreatiewoningen/verhuuraccommodaties (die als recreatiewoning in de markt gezet worden, incl. uitponding). Mede hierdoor is de planvoorraad voor recreatiewoningen erg groot. Om dit tegen te gaan kijken we kritisch (middels een nee, tenzij principe) naar nieuwe initiatieven van recreatiewoningen en verhuuraccommodaties. Onderscheid maken in de beoordeling van Zowel visie, de trendanalyse als de initiatieven tussen nieuwvestigingsplannen, beleidsanalyse geven aan dat er zou herstructureringsplannen en moeten worden ingezet op uitbreidingsplannen. meervoudig/zuinig ruimtegebruik. Dit betekent dat herstructureringen/uitbreidingen minder streng zouden moeten worden afgewogen dan nieuwvestigingsplannen.

Uit de evaluatiegesprekken komt een duidelijke wens naar voren om dit in de praktijk nog duidelijker te doen. Componenten van het ontwikkelkader beter Er is sprake van voldoende differentiatie aansluiten bij de principes van de visie: Uit de trendanalyse blijkt dat de diversiteit • Er is sprake van voldoende differentiatie; van het aanbod in bepaalde deelsectoren • Er is aantoonbaar voldoende vraag naar onder druk staat. Voldoende differentiatie het initiatief; in het aanbod zorgt voor meer diversiteit. • Er wordt bijgedragen aan de Daarnaast komt uit de trendanalyse de leefbaarheid; behoefte aan nieuwe en innovatieve • Er wordt bijgedragen aan de circulaire product-marktcombinaties naar voren. doelen van de regio; Voldoende differentiatie in een • Landschappelijke kwaliteiten worden ontwikkeling kan hier aan bijdragen. Tot versterkt; slot blijkt ook uit de beleidsanalyse dat • Er is sprake van een centrale meer differentiatie in het verblijfsaanbod bedrijfsmatige exploitatie; gewenst is. • Er is een financieel plan opgesteld voor tijdens de exploitatiefase. Er is aantoonbaar voldoende vraag naar het initiatief

31

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Voor de sectoren waar vraag- en aanbodontwikkeling uit de pas lopen is geconcludeerd dat de diversiteit onder druk staat. Om dit tegen te gaan moet er aantoonbaar voldoende vraag zijn voor het initiatief voordat er nieuw aanbod ontwikkeld wordt. Hierbij is inspelen op de trends binnen een deelsector belangrijk.

Er wordt bijgedragen aan de leefbaarheid Uit de evaluatiegesprekken en de beleidsanalyse blijkt dat het gewenst is dat logiesaccommodaties bijdragen aan de leefbaarheid en dat er voldoende maatschappelijke meerwaarde (bijvoorbeeld openstelling voorzieningen vanwege de leefbaarheid, een waterbuffer, arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) is.

Er wordt bijgedragen aan de circulaire doelen van de regio Uit de beleidsanalyse en de trendanalyse blijkt dat een bijdrage aan de circulaire doelen van de regio gewenst is.

Landschappelijke kwaliteiten worden versterkt De beleidsanalyse toont dat nieuwe logiesontwikkelingen rekening moeten houden met de identiteit en kenmerken van een gebied en/of landschap.

Er is sprake van een centrale bedrijfsmatige exploitatie

Er is een financieel plan opgesteld voor tijdens de exploitatiefase Toetsingscriteria objectiever toetsbaar Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat het maken. nu soms lastig is om plannen te toetsen vanwege subjectiviteit van criteria. Daarom zijn criteria objectiever gemaakt. De wisselende toeristisch-recreatieve Tijdens de evaluatiegesprekken werd verhuur van een initiatief niet alleen duidelijk dat het duiden van het begrip opnemen in de anterieure overeenkomst centrale bedrijfsmatige exploitatie veel met kettingbeding, zoals eerder reeds in het vakkennis en ervaring vereist van ontwikkelkader stond opgenomen. Maar hier ambtenaren. Door het ontbreken van

32

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

ook daadwerkelijk een boetebeding aan kennis werd het soms verschillend opgevat. koppelen indien de ontwikkelaar in strijd Centrale bedrijfsmatige exploitatie is handelt met de anterieure overeenkomst, bedoeld om strijdig gebruik (zoals wonen) door de volgende tekst: Bij overtreding van tegen te gaan. Niet om het tweede de anterieure overeenkomst, verbeurt woninggebruik te beperken. Aangezien dit verzoeker aan de gemeente, zonder laatste ook een doel is van de visie, blijkt rechtelijke tussenkomst, een direct een praktische duiding van het opeisbare – niet voor matiging en/of ontwikkelkader nodig inzake anterieure compensatie vatbare boete van [invullen]. overeenkomsten. Dit wordt extra kracht bijgezet door een kwalitatieve verplichting in koopovereenkomsten van het recreatief vastgoed op te nemen over maximaal eigen gebruik. Geen onderscheid meer maken tussen Uit de evaluatiegesprekken met drempelcriteria en keuzecriteria. In plaatsambtenaren werd duidelijk dat het lastig daarvan alle criteria in het ontwikkelkaderwas om te werken met het ontwikkelkader. drempelcriteria laten zijn. Een initiatief moet Eén van de redenen hiervoor was de dus voldoen aan alle toetsingscriteria. onduidelijkheid omtrent drempelcriteria en keuzecriteria. * Deze onderbouwing komt overeen met de conclusies die getrokken worden in hoofdstukken 6 t/m 10.

Werkwijze van regionale afstemming De meerwaarde van regionale samenwerking wordt breed erkend. Effectieve regionale samenwerking en onderlinge bestuurlijke afspraken staan aan de basis van het werken met de visie verblijfsrecreatie en het ontwikkelkader. Een groot goed om te koesteren. Uit evaluatiegesprekken blijkt dat de werkwijze van regionale afstemming op hoofdlijnen goed werkt. Toch zijn enkele aanpassingen in de werkwijze gewenst:

Aanpassing Onderbouwing aanpassing* De rol van de RAC als adviesgremium Uit de evaluatiegesprekken met duidelijker formuleren: ambtenaren en enkele RAC-leden bleek Formeel is de RAC een afstemmingsorgaan van onduidelijkheid over de rol van de RAC. gemeentelijke R&T- en RO-deskundigen die Door diverse ambtenaren wordt de RAC adviezen geven aan elkaar over initiatieven in meer ervaren als een verplichting dan als verblijfsrecreatie die om een nuttig adviesgremium waar men bestemmingsplanwijziging/verandering intrinsieke motivatie voor ervaart om aan omgevingsplan vragen. In de aangescherpte bij te dragen en aan deel te nemen. werkwijze wordt de aanwezige (R&T- en RO- )kennis en kwaliteit in de RAC nog meer benut, door het goede inhoudelijke en procesmatige gesprek te voeren over initiatieven. De RAC bestaat uit de gemeenteambtenaren R&T en RO, projectleider R&T van ONHN en leden van de Taskforce Vitale Verblijfsrecreatie (met een onafhankelijke deskundigenrol). ONHN zorgt

33

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

voor de secretariële ondersteuning. De RAC wordt iedere maand ingepland, maar komt alleen bij elkaar als er plannen beoordeeld en afgestemd worden. Op basis van de agenda kan besloten worden of er wordt aangesloten. Niet iedere ambtenaar hoeft iedere RAC aanwezig te zijn; alleen als er een plan beoordeeld en afgestemd moet worden dat voor hem/haar interessant is en/of binnen de impactstraal van het initiatief ligt. In de aangescherpte werkwijze van regionale Ondanks dat het in de werkwijze al zo afstemming nog explicieter opnemen dat staat geformuleerd, blijkt uit de gemeenten hun eigen routing4 doorlopen, van evaluatiegesprekken met ambtenaren binnenkomst van een initiatief tot dat het onduidelijk is wie toetst en planafweging waarbij ze het ontwikkelkader wanneer er in het proces getoetst wordt gebruiken. De RAC komt daarna pas in beeld aan het ontwikkelkader. De nieuwe door te adviseren op twee onderwerpen: de formulering in de werkwijze maakt regionale behoefte en zuinig ruimtegebruik duidelijk dat dit door de desbetreffende (wil het initiatief zich op de best beschikbare gemeenteambtenaar wordt gedaan plek binnen de impactstraal vestigen?). voordat het initiatief in de RAC wordt behandeld.

Beslissen welke initiatieven (met welke Uit de evaluatiegesprekken met impactstraal) worden getoetst aan het ambtenaren bleek dat er onduidelijkheid ontwikkelkader en regionaal worden heerst over vanaf welke omvang een afgestemd (zie p. 24-25). initiatief getoetst moet worden aan het ontwikkelkader en wanneer regionale afstemming nodig is. Gemeenten kunnen tijdens planafweging en in Uit de evaluatiegesprekken bleek dat het de contacten met initiatiefnemers op door enkele R&T-ambtenaren lastig werd strategische momenten de leden van de gevonden de juiste afwegingen te taskforce en ONHN benutten. Eventueel samen maken om het ontwikkelkader in te met externe deskundigen op gebied van RO. vullen. Door de mogelijkheid te bieden om hiervoor extra capaciteit/kennis in te zetten, worden zij hierin ondersteund. Regionale afstemming wordt niet langer Uit de evaluatiegesprekken met binnen de marktgerichte deelregio’s ambtenaren blijkt dat de marktgerichte georganiseerd maar de afstemming wordt deelregio’s nog steeds juist zijn als basis georganiseerd op basis van een impactstraal voor conceptontwikkeling van rondom de planlocatie. Hierin wordt initiatieven. Echter, deze deelregio’s zijn gedifferentieerd naar impactomvang van het niet effectief als basis voor regionale initiatief. afstemming in de RAC.

Diverse ambtenaren gaven aan dat afstemming op basis van de impactstraal van een initiatief logischer is.

4 Zie communicatieplan dat 14/9/22 door de stuurgroep is bekrachtigd.

34

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Duidelijker aangeven wat het gevolg is van een Uit de evaluatiegesprekken met negatief RAC-advies: ambtenaren bleek dat er onduidelijkheid Het gevolg van een negatief RAC-advies is dat heerst over de gevolgen van een advies het betreffende college een onderbouwd van de RAC. advies krijgt om niet mee te werken aan bestemmingsplanwijziging/verandering van het omgevingsplan. Het RAC is namelijk een adviesgremium. Adviezen die gegeven worden hebben gevolgen voor de verdere afweging en besluitvorming. Data omtrent verblijfsrecreatie periodiek (om Op basis van diverse onderdelen van de vier jaar) monitoren. Deze uitvoerende deze tussentijdse evaluatie (de opdracht beleggen bij ONHN. ONHN kan deze aanbodanalyse, de trendanalyse en opdracht door een marktpartij laten uitvoeren. evaluatiegesprekken met ambtenaren Bij voorkeur door een bureaucombinatie om en marktpartijen) bleek dat beter zicht elkaar scherp te houden. Het gaat hierbij om: op het aanbod, de aanbodontwikkeling, • Het huidige aanbod (incl. aantallen de slapende planvoorraad, het presteren eenheden) en de ontwikkeling van het van het aanbod en de beschikbare aanbod over de jaren heen; marktruimte nodig is om effectief te • De harde-, zachte- en slapende kunnen sturen op (de wenselijkheid van) planvoorraden; nieuwe initiatieven.

• Aantallen overnachtingen in logiesaccommodaties; • Beschikbare marktruimte per deelsector en marktgerichte deelregio. Handhaven op de realisatie van initiatieven Uit de evaluatiegesprekken met onderdeel maken van de regionale werkwijze. ambtenaren werd duidelijk dat er Handhavingscapaciteit en -kennis desgewenst verschillen zijn tussen ‘wat er in de in bestuurlijke deelregio’s bundelen. Hoe plannen wordt gezet door handhaving op de realisatie van initiatieven initiatiefnemers’ en ‘wat daadwerkelijk uitgevoerd moet worden, moet nog worden gerealiseerd wordt’. Hierdoor komt het onderzocht. voor dat het papieren plan wenselijk is, maar de realisatie niet/minder. Dit kan worden voorkomen, of in ieder geval worden verminderd, door te handhaven op de realisatie van initiatieven. Ook Zypp advocaten geeft aan dat handhaving cruciaal is voor de gewenste ontwikkeling van de verblijfsrecreatie. Het in bestuurlijke deelregio’s bundelen van handhavingscapaciteit en -kennis is nodig om het tekort aan handhavingscapaciteit waar (sommige) gemeenten mee kampen te verkleinen. * Deze onderbouwing komt overeen met de conclusies die getrokken worden in hoofdstukken 6 t/m 10.

35

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Conclusie De praktische aanscherpingen en wijzigingen die benoemd zijn in bovenstaande tabellen komen dus voort uit de tussentijdse evaluatie. De wijzigingen zijn verwerkt.

12. Losse aanbevelingen Naast aanbevelingen die deze tussentijdse evaluatie doet over de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze, komen er enkele strategische aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie. Deze strategische aanbevelingen kunnen niet één op één worden verwerkt in het ontwikkelkader of de werkwijze maar zijn van belang voor een toekomstbestendige logiessector in NHN.

• Beperk de ruimte in bestemmingsplannen (toekomstig: omgevingsplannen) voor nieuwe ontwikkelingen, uitbreiding en herstructurering. Uit de inventarisatie van het aanbod blijkt dat er in een groot aantal bestemmingsplannen/omgevingsplannen nog (fors) ruimte zit voor uitbreiding, herstructurering of nieuwvestiging van logies. Door een gebrek aan transparant overzicht is het moeilijk te duiden om hoeveel eenheden op hoeveel terreinen het gaat. Maar dat de ruimte groot is staat buiten kijf. Dit maakt het lastig om te sturen op nieuwe initiatieven. Ginder adviseert twee zaken om de ruimte in te bestemmingsplannen/omgevingsplannen in te perken: o Perk de aanwezige ruime mogelijkheden binnen het bestaande bestemmingsplan/omgevingsplan van veel kampeerterreinen om hier recreatiewoningen en/of grote chalets te plaatsen in. Door dit te doen kunnen kampeerplaatsen niet meer zo makkelijk omgezet worden naar recreatiewoningen. Dit kan door: 1. Bij nieuwe omgevingsplannen minder ruimte te bieden voor kampeerterreinen door te werken met verschillende verblijfsrecreatieve functies met heldere afbakeningscriteria: jaarplaatsen, toeristisch kamperen, verhuuraccommodaties/glamping. 2. De ruimte in bestaande bestemmingsplannen/ omgevingsplannen te beperken en gebruik te maken van de passieve risicoaanvaarding in de omgevingswet (art 15:6).

Daardoor verkleint de overheid de kans op planschade als gevolg van een vermogensnadeel. De gemeente zal daartoe eerst aan moeten geven dat ze na enkele jaren (bijvoorbeeld 3-5 jaar) onderscheid zal maken tussen verschillende verblijfsrecreatieve functies op kampeerterreinen (jaarplaatsen, toeristisch kamperen, verhuuraccommodaties/glamping). Indien de ondernemer binnen die gestelde periode geen gebruik maakt van de ruimte die het bestemmingsplan/omgevingsplan biedt dan wordt de planologische ruimte ingeperkt. In dat geval is er sprake van passieve risicoaanvaarding en wordt het onderbouwen van planschade erg lastig voor ondernemers. Hierbij moet wel gerealiseerd worden dat de versteningsontwikkeling binnen deze periode waarschijnlijk

36

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

versneld wordt omdat ondernemers alsnog gebruik willen maken van de planologische ruimte die zij nog hebben. o Zorg voor een duidelijk overzicht van de slapende planvoorraad van logies (de voorraad die reeds bij recht is toegestaan maar nog niet gerealiseerd is), monitor deze en perk deze indien gewenst in op grond van WABO. Indien er beleidsregels omtrent intrekking worden gemaakt kunnen gemeenten aan de hand van actief intrekkingsbeleid op zoek gaan naar slapende vergunningen en deze, indien gewenst intrekken. Hierbij dient de vergunninghouder wel voornemen te ontvangen én te worden gehoord (art. 4:8 Awb). NHN kan van de ervaringen van Drenthe leren hoe de slapende planvoorraad in beeld te brengen en te blijven monitoren.

• Krijg grip op belangrijke, vaak maatschappelijk impactvolle, (toeristische A)-locaties door te sturen op de ontwikkeling en exploitatie hiervan. Dit kan door als overheid locaties in handen te krijgen/houden en bijvoorbeeld met erfpachtconstructies te werken ter realisatie van nieuw aanbod voor sociale middengroepen. De grond in handen krijgen als overheid kan op twee manieren: • Opbieden tegen andere marktpartijen; • Via een Wet Voorkeursrecht Gemeenten (WVG)-claim: “als de eigenaar verkoopt dan moet de grond eerst aan de overheid worden aangeboden”. De WVG-claim lijkt de geprefereerde optie om met minder middelen de grond te verkrijgen. Echter, een WVG-claim kan alleen worden gelegd als er daarna een andere (belangrijke maatschappelijke) functie op de grond komt die afwijkt van het huidige gebruik. Een bestaande verblijfsrecreatielocatie kan dus niet binnen dezelfde functie in erfpacht worden uitgegeven. Daarnaast verdwijnt de WVG (in huidige vorm) bij invoering van de Omgevingswet. Het Voorkeursrecht zal hier onderdeel van worden. Om snel en direct grip te krijgen op belangrijke maatschappelijke verblijfsrecreatielocaties zal er dus moeten worden geïnvesteerd en worden opgeboden (tegen marktpartijen) bij verkoop.

• Ga op termijn proactief programmeren om diversiteit te borgen en verken de mogelijkheid om provinciaal te programmeren. Marktpartijen en diverse ambtenaren zien in toenemende mate het belang van overheidsprogrammering van verblijfsrecreatie in NHN. De sector bevindt zich in de ontwikkelfase van verre volwassenheid waarin de diversiteit onder druk staat en groei door overname en herstructurering/ projectontwikkeling plaatsvindt. Tezamen met de visie dat verblijfsrecreatie een nuttige bijdrage moet leveren aan de samenleving en gezien de druk op de ruimte, ontstaat er een momentum dat de overheid proactiever en gebiedsgericht programmeert. Zodat vraag en aanbod van logiesaccommodaties op termijn passen bij de draagkracht van gebieden. Daarbij moet ook oog zijn voor de toenemende druk op logiesaccommodaties vanuit andere sectoren. Denk bijvoorbeeld aan de agrarische sector, huisvesting arbeidsmigranten en vluchtelingen. Dit is complex en vraagt om regie vanuit de overheid (provincie danwel regio). Proactief programmeren is anders dan het huidige, meer responsieve beleid ten aanzien van projectontwikkelingen. • Verder doorgedacht kan dit worden uitgevoerd via drie overheidslagen: ▪ Vrijblijvend maar dringend advies aan gemeenten om binnen de omgevingsvisie een programma logiesaccommodaties op te stellen

37

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

met een aanbodprogrammering van logies en eventueel gebiedsgerichte vertaling (in zoekgebieden). Dit zorgt ervoor dat gemeenten sterker gedekt zijn in gesprekken met marktpartijen. ▪ Regionaal stuurgroep besluit om binnen een regionale omgevingsvisie een programma logiesaccommodaties op te stellen met een aanbodprogrammering van logies en doorvertaling in marktgerichte deelregio’s. Dit geeft handvatten voor gemeenten om zich in hun omgevingsvisies en -plannen hieraan te committeren. Dit zorgt ervoor dat gemeenten sterker gedekt zijn in gesprekken met marktpartijen. ▪ Provinciale regie door in de provinciale omgevingsvisie gebiedscontouren. Programma-mixen van verblijfsrecreatie kunnen vervolgens juridisch worden vastgelegd in gebiedscontouren in de provinciale omgevingsverordening. Nadat gebiedscontouren worden opgenomen in het provinciale beleid geeft het handvatten voor gemeenten om zich in hun omgevingsvisies en -plannen hieraan te committeren. Dit zorgt ervoor dat gemeenten sterker gedekt zijn in gesprekken met marktpartijen.

• Om te programmeren is een aantal zaken belangrijk zoals: 1) duidelijkheid over de maximale marktruimte (afgeleid van de vraagverwachting) die er potentieel is voor de komende jaren in het betreffende gebied, 2) lokaal en regionaal zicht op gebiedsopgaven en -kansen zodat kansgebieden ontstaan, 3) zicht op draagvlak, 4) een overzicht van de slapende logiesvoorraad. • Aanbodprogrammering helpt de RAC in de beoordeling of de ontwikkeling wel/niet matcht met het totale ruimteaanbod binnen de impactstraal van het initiatief en de regionale behoefte.

• Bied planologische ruimte aan ondernemers omwille van de energietransitie. Energiebesparende- en groene maatregelen nemen vaak ruimte in beslag. Denk bijvoorbeeld aan warmtepompinstallaties, installaties van zonnepanelen en -boilers. Om bij te kunnen dragen aan de energietransitie zouden logiesondernemers de ruimte moeten krijgen om energiebesparende- en groene maatregelen te nemen.

• Communiceer het ontwikkelkader actief met ambtenaren R&T en RO binnen gemeenten en train hen in het werken met het ontwikkelkader. Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat het voor veel ambtenaren nu lastig is om het ontwikkelkader in te vullen. Regelmatige training (ten minste 1x per jaar) hierin helpt hen om het kader op de juiste manier toe te passen en de doorlooptijd van een aanvraag te versnellen. Tevens wordt aangeraden om het ontwikkelkader duidelijk te communiceren naar marktpartijen zodat zij weten wat van hen in het proces verwacht wordt.

• Voer periodiek (bijv. om de vijf jaar) een evaluatie uit van de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze. De visie, het ontwikkelkader en de werkwijze zijn gebaseerd op de huidige aanbodstructuur en -ontwikkeling, de huidige trends en ontwikkelingen en de huidige (beleidsmatige) politiek-bestuurlijke keuzes die gemaakt worden. De wereld verandert snel. Dat geldt zeker voor de toeristisch-recreatieve sector en de logiessector die hierin

38

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

een grote stuwende rol speelt. Het is daarom verstandig om keuzes die gemaakt zijn periodiek (bijv. iedere vijf jaar) te evalueren en bij te stellen.

39

TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD

Dit rapport is met uiterste zorgvuldigheid tot stand gekomen op basis van deskundig onder- zoek. Het rapport bevat een weergave en interpretatie van (delen van de) evaluatieresultaten. Het is anderen toegestaan om (delen van) het rapport en gehanteerde methodieken en modellen te kopiëren, distribueren, vertonen, op te voeren zolang Ginder als maker van het werk wordt vermeld en het werk niet commercieel wordt gebruikt.

Colofon Ginder BV Brugstraat 1a 5211 VS ’s-Hertogenbosch T: 088 210 02 00 E: info@wijzijnginder.nl I: www.wijzijninder.nl Adviseurs: Merlijn Pietersma en Sasja Vermeulen Projectnummer: Stra-22024 Opdrachtgever: stuurgroep vitale verblijfsrecreatie NHN

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13718294/1