240119 Raadsinformatiebrief TeRVV - Bijlage 3 Tussentijdse evaluatie Regionale Visie Verblijfsrecreatie NHN
Tekst van het document
Tussentijdse evaluatie visie verblijfsrecreatie, ontwikkelkader en werkwijze van regionale afstemming:
Meebewegen in een veranderende omgeving
Tussentijdse evaluatie in opdracht van de stuurgroep verblijfrecreatie in de regio Noord-Holland Noord
28 juli 2023
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
Inhoud
Deel A: Introductie .................................................................................................................... 3 1. Inleiding.............................................................................................................................................................................. 3
2. Waarom de regionale visie verblijfsrecreatie? ......................................................................................... 4
3. Kern van de regionale visie verblijfsrecreatie ........................................................................................... 4
4. Beleidsuitvoering 2018-2023 ................................................................................................................................ 8
5. Wijze van evaluatie ..................................................................................................................................................... 8
Deel B: Evaluatie en conclusies ...................................................................................... 10 6. Aanbod(ontwikkeling) logies in NHN .......................................................................................................... 10
7. Wat gebeurt er ondertussen in de omgeving: externe trends en ontwikkelingen .......11
8. Belangrijkste trends en ontwikkelingen binnen de logiessector ............................................. 14
9. Overkoepelende thema’s in landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid ....................... 18
10. Evaluatiegesprekken ambtenaren (t&r), marktpartijen en juristen ....................................... 20
Deel C: Aanbevelingen .........................................................................................................27 11. Concrete aanbevelingen voor visie, ontwikkelkader en werkwijze .........................................27
12. Losse aanbevelingen ...............................................................................................................................................36
2
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
Deel A: Introductie
1. Inleiding In opdracht van de regio Noord-Holland Noord (NHN) voert Ginder de tussentijdse evaluatie uit inzake de Regionale Visie Verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord 2017. Aan de ene kant richt deze visie zich op nieuwe initiatieven (nieuw aanbod) die om bestemmingsplanwijziging/ omgevingsvergunning (in de toekomst: verandering omgevingsplan) vragen. Aan de andere kant richt de visie zich op het vitaler maken van bestaand aanbod (bestaande verblijfsrecreatiebedrijven) door kwaliteitsverbetering. Ook in de uitvoeringsstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen hoe om te gaan met nieuw/herontwikkelen/uitbreiden buiten huidige bestemmingsfunctie versus bestaand verblijfsrecreatie-aanbod excelleren en revitaliseren.
De regio kiest er bewust voor om deze tussentijdse beleidsevaluatie te richten op de uitvoeringsstrategie waar initiatieven niet passen binnen de huidige bestemmingsfunctie (toekomstig: omgevingsplan). In de regionale beleidsuitvoering zijn daarvoor de instrumenten ontwikkelkader en werkwijze van regionale afstemming via de Regionale Adviescommissie (RAC) ontworpen. Het ontwikkelkader en de werkwijze zijn daarom onderdeel van deze tussentijdse evaluatie. Deze tussentijdse evaluatie gaat niet over het functioneren van het regionale programma met de activiteiten en instrumenten van de Taskforce vitale verblijfsrecreatie dat bestaande verblijfsrecreatiebedrijven helpt excelleren en revitaliseren. Ook gaat deze tussentijdse evaluatie niet over initiatieven die passen binnen bestaande bestemmingsfuncties en vergunningen.
Figuur 1: Tussentijdse evaluatie gericht op initiatieven die om wijziging van bestemmingsfunctie (toekomstig: omgevingsplan) vragen.
3
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
2. Waarom de regionale visie verblijfsrecreatie? In NHN vonden in 2016 jaarlijks bijna 14 miljoen toeristisch-recreatieve overnachtingen plaats, bij in totaal zo’n 440 reguliere verblijfsrecreatiebedrijven1 en circa 1.300 solitaire vakantiewoningen, B&B’s en minicampings. Samen bieden deze bedrijven ongeveer 220.000 bedden en 12.500 banen. De gasten genereren jaarlijks ca. € 700 miljoen bestedingen in de regio. Verblijfsrecreatie is dan ook een cruciaal, stuwend onderdeel van het toeristisch- recreatieve samengestelde product van NHN. De sector zorgt voor banen en bestedingen, houdt dagelijkse voorzieningen zoals supermarkten en niet-dagelijkse voorzieningen zoals horeca en dagrecreatie in stand en zorgt voor extra draagkracht onder publieke infrastructurele investeringen (denk aan fietspaden, wegen en OV). Kortom, de grote verblijfsrecreatiesector in NHN levert een wezenlijke bijdrage aan de brede welvaart van de regio.
Uit diverse regionale analyses en vitaliteitsonderzoeken (2016-2017) van logiesbedrijven in de regio NHN bleek tegelijkertijd enerzijds een gebrek aan vitaliteit van logiesbedrijven. Anderzijds werd gesignaleerd dat de gemeenten in de regio NHN veel aanvragen voor nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen ontvingen en een omvangrijke planvoorraad hadden. De sub-regionale verschillen zijn groot. Marktdynamiek langs de kust gedraagt zich bijvoorbeeld anders dan de markt in het binnenland, op Texel, in de kernen of in de waterrijke gebieden.
Daarom stelde de regio in 2017 de visie verblijfsrecreatie op. Als praktische beleidsuitwerking van de visie werden ook het ontwikkelkader en de bijbehorende werkwijze van regionale afstemming opgesteld. Het ontwikkelkader en de werkwijze worden gebruikt bij aanvragen van initiatiefnemers die om een bestemmingsplanwijziging/ omgevingsvergunning (toekomstig: verandering van het omgevingsplan) vragen. Dit beleid (visie, ontwikkelkader en werkwijze) is in 2018 door de regiogemeenten vastgesteld.
3. Kern van de regionale visie verblijfsrecreatie De regionale ambitie 2030 ten aanzien van verblijfsrecreatie luidt: “Het beste wat Holland te bieden heeft met de meest vitale verblijfsrecreatie van Nederland”. NHN heeft een blijvende aantrekkingskracht op (steeds meer internationale) verblijfsgasten omdat de regio beschikt over het beste wat Holland te bieden heeft: verschillende kustlandschappen aan de Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer en Markermeer en het Oer-Hollandse achterland met Hollandse iconen. Reeds eeuwenlang speelt NHN een belangrijke rol in Hollands meest waardevolle expertisegebied watermanagement. De verblijfsrecreatiesector, die hier onlosmakelijk deel van uitmaakt, is in 2030 de meest vitale van Nederland. Dat betekent het volgende: • Verblijfsrecreatieaanbod versterkt de kracht van de marktregio(‘s) waarop zij georiënteerd is/zijn; • De dynamische toeristisch-recreatieve markt met verschillende type verblijfsgasten wordt optimaal bediend door onderscheidende verblijfsconcepten; • Ondernemers verdienen een goede boterham en hebben een mooi product; • Financiers hebben vertrouwen; ze weten dat hun investering rendeert als de toeristisch- recreatieve huurmarkt wordt aangesproken;
1 Hotels, bungalowparken, campings, jachthavens en groepsaccommodaties.
4
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
• De overheid voert eenduidig regionaal beleid vanuit diepgaande kennis en heldere kaders. Ze investeert mee in de verblijfsomgeving.
Bij deze ambitie is de volgende (meetbare) doelstelling opgesteld: In 2030 is NHN de meest vitale verblijfsregio van Nederland. De kopgroep van excellente ondernemingen en de diversiteit van het aanbod zijn vergroot. Nieuwe verblijfsinitiatieven zijn onderscheidend en gericht op toeristisch-recreatieve markten. En er is nieuwe waarde gegeven aan niet-vitaal aanbod. • Het subdoel voor bestaand aanbod is tweeledig. Enerzijds moet de kopgroep van excellent presterende ondernemingen vergroot worden door versterking van ondernemerschap. Anderzijds moet nieuwe waarde worden gecreëerd voor niet-vitale parken en hotels. Bij een deel gebeurt dit door het terugbrengen van de recreatieve functie (revitalisatie binnen de bestaande bestemmingsfunctie (toekomstig: omgevingsplan)) en bij een ander deel gebeurt dit door een nieuwe functie toe te kennen aan locaties (transformatie van bestemmingsfunctie (toekomstig: omgevingsplan)). • Het subdoel voor nieuw verblijfsaanbod is gericht op het faciliteren van perspectiefrijke nieuwe bedrijven met vernieuwend toeristisch-recreatief ondernemerschap. Nieuwe verblijfsinitiatieven, herontwikkelingen en uitbreidingen zijn gericht op langdurige centrale bedrijfsmatige exploitatie en recreatief ondernemerschap. Tijdelijke, duurzame concepten zijn ook mogelijk.
Deze initiatieven richten zich op toeristisch-recreatieve markten en versterken de marktgerichte deelregio waarin ze liggen, zowel economisch als maatschappelijk.
De visie is inhoudelijk uitgewerkt in zeven marktgerichte deelregio’s welke in de visie inhoudelijk beschreven worden met eigen streefbeelden, doelen en strategieën: 1. Strand: strand tot duintop; 2. Zuidkust: vanaf de duintop landinwaarts (Castricum t/m Petten); 3. Noordkust: vanaf de duintop landinwaarts (Sint Maartenszee t/m Huisduinen); 4. Texel: hele eiland; 5. Steden: Medemblik, Enkhuizen, Hoorn, Schagen, Den Helder en Alkmaar; 6. Waterrijk: tussen waterlijn en ca. 500 meter landinwaarts. Van Huisduinen tot Schardam (Waddenzee, IJsselmeer en Markermeer). Inclusief randen Amstelmeer, Uitgeestermeer en Alkmaardermeer; 7. Agrarisch buitengebied: overig.
Om de visiedoelen te behalen is een strategie opgesteld die uit zeven leidende principes bestaat:
Regionaal samenwerken 1. We werken samen (overheden, ondernemers en belangenorganisaties in NHN) aan een vitale verblijfsrecreatiesector;
Ten aanzien van initiatieven die om verandering van bestemmingsfunctie vragen 2. Er is ruimte voor onderscheidend aanbod. Innovatie wordt gestimuleerd. We hanteren de uitgangspunten ‘wees onderscheidend in je segment’ en ‘toon je marktruimte aan’. We willen de (ruimtelijke) kwaliteit van verblijfsrecreatie behouden en verbeteren. Nieuwe verblijfsrecreatie sluit in ieder geval aan bij het streefbeeld van de betreffende
5
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
marktgerichte deelregio. We toetsen nieuwe initiatieven op drie componenten: 1) regioversterkend, 2) meerwaarde in de markt, 3) economische haalbaarheid. 3. We kiezen voor recreatief ondernemerschap bij nieuwe ontwikkelingen. Daarom dwingen we af dat iedere nieuwe recreatieve chalet- en vastgoedontwikkeling beschikt over een centrale bedrijfsmatige exploitatie; 4. We versterken de omgeving (ruimtelijk en economisch) met verblijfsrecreatie; 5. We hergebruiken waar mogelijk het bestaande aanbod. Dat voorkomt verspilling van ruimte en middelen;
Ten aanzien van het revitaliseren en excelleren van bestand verblijfsrecreatieaanbod 6. We versterken het bestaande ondernemerschap via bestaande en nieuwe instrumenten gericht op: innovatie, verbetering van managementvaardigheden, investeren en marketing; 7. We creëren nieuwe waarde voor niet-vitaal aanbod. Waar mogelijk zorgen we ervoor dat niet-vitaal verblijfsaanbod een nieuwe functie met nieuwe waarde krijgt vanuit de aanpak één park, één plan.
De (ontwikkel)principes 2 t/m 5 zijn gericht op initiatieven die om wijziging van bestemmingsfunctie vragen. Deze principes zijn vertaald in het ontwikkelkader verblijfsrecreatie. Dit ontwikkelkader is van toepassing op nieuwe initiatieven, herontwikkelingen en uitbreidingen die om bestemmingsplanwijziging/ omgevingsvergunning (toekomstig: verandering van het omgevingsplan) vragen. Het ontwikkelkader bestaat uit drie componenten waaraan ieder nieuw verblijfsinitiatief moet voldoen, namelijk: 1. de regio versterken; 2. meerwaarde hebben in de markt; 3. economisch haalbaar zijn.
Ieder component is zo objectief mogelijk toetsbaar gemaakt met kwaliteitscriteria waaraan initiatieven moeten voldoen. Deze kwaliteitscriteria dienen door initiatiefnemers onderbouwd te worden en in de geest van de visie te passen, voordat de gemeente bestemmingsplanwijziging (toekomstig: verandering van het omgevingsplan) kan overwegen. Voor initiatieven die niet passen binnen de huidige bestemming, is regionale afstemming nodig. Omdat de Ladder voor Duurzame Verstedelijking voorschrijft dat de behoefte van initiatieven met regionale impact aangetoond moet worden. Maar ook omdat de Provinciale Omgevingsverordening voorschrijft dat gemeenten werkafspraken hanteren over de wijze van afstemming van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waar verblijfsrecreatie onder valt. De verantwoordelijkheid en afwegingsruimte van gemeentegrens overschrijdende nieuwe stedelijke ontwikkelingen liggen bij de regio.
Op hoofdlijnen bestaat de werkwijze van regionale afstemming uit de volgende stappen: • Stap 1: Iedere gemeente doorloopt zelf het ontwikkelkader voor initiatieven die om wijziging van bestemmingsfunctie (toekomstig: omgevingsplan) vragen. Eventueel kan hierbij ondersteunende hulp in worden geroepen bij het Ontwikkelingsbedrijf Noord- Holland Noord (ONHN).
6
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
• Stap 2: Bij gemeente-overschrijdende initiatieven met een positieve uitkomst van stap 1 wordt het initiatief ambtelijk tussen de marktgerichte deelregiogemeenten afgestemd in de Regionale Advies Commissie Verblijfsrecreatie (RAC-Verblijfsrecreatie). De RAC- Verblijfsrecreatie adviseert de betreffende gemeente waarin het initiatief gepland is. • Stap 3: Besluitvorming in het college van de betreffende gemeente. Het advies van de RAC-Verblijfsrecreatie wordt in de overweging door de gemeente meegenomen.
De RAC-Verblijfsrecreatie bestaat in ieder geval uit gemeenteambtenaren Recreatie & Toerisme (R&T) en Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) van de 17 regiogemeenten en het ONHN. De gemeenten Alkmaar, Bergen, Langedijk en Texel hebben niet formeel ingestemd met de volledige RAC-werkwijze. Alkmaar, Bergen en Langedijk hebben formeel ingestemd met de LIGHT-werkwijze waarbij microbedrijven zijn ontheven van de verplichting om een business plan in te dienen (zoals genoemd in bijlage 4 van de regionale visie verblijfsrecreatie NHN 2017). De RAC-Verblijfsrecreatie komt maandelijks bijeen als er plannen beoordeeld en afgestemd moeten worden. Niet iedere ambtenaar hoeft iedere maand aanwezig te zijn; alleen als er een plan beoordeeld en afgestemd wordt dat voor hem/haar interessant is en/of invloed heeft op zijn/haar gemeente (marktgerichte deelregio). OHNH zorgt voor de secretariële ondersteuning van de RAC-Verblijfsrecreatie.
Adviezen vanuit de RAC-Verblijfsrecreatie kunnen als volgt geformuleerd worden: • Positief. Dit advies wordt gegeven als het plan past binnen de regionale visie en het ontwikkelkader, eventueel aangevuld met tips en suggesties voor verbetering van de plannen; • Aanpassing of uitwerking vereist. Dit advies wordt gegeven als het grootste gedeelte of het plan in beginsel positief wordt bevonden, maar als het plan op onderdelen wordt ontraden. Er wordt aangegeven wat moet worden gebeuren om een positief advies (in een volgende RAC-Verblijfsrecreatie) te krijgen. • Negatief. Dit advies wordt gegeven als het grootste deel van het plan of de kern van het plan wordt ontraden. In een advies wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de standpunten en belangen van de leden waarbij wordt gestreefd naar een unaniem gedragen advies. Indien er geen unaniem gedragen advies kan worden uitgebracht, worden de verschillende standpunten in het advies opgenomen. Het advies heeft een zwaarwegend karakter, toch kunnen er geen rechten aan worden ontleend.
ONHN vervult een aantal belangrijke ondersteunende werkzaamheden zodat deze werkwijze bestendigt: • Het fungeren als regionaal ondernemersloket voor eerstelijns contacten; • Monitoring van marktdynamiek door het actueel houden van aanbodoverzicht, uitgesplitst naar bestaand aanbod en planvoorraad (harde- en zachte plannen) en type accommodatie. Gemeenten leveren informatie hiervoor aan bij ONHN; • Inhoudelijke ondersteuning van gemeenteambtenaar R&T en RO bij het doorlopen van het ontwikkelkader; • Procesmatige regie op de werkwijze van regionale afstemming.
7
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
In de werkwijze wordt gesproken over een tussentijdse evaluatie na 2 jaren. Ook wordt aangegeven dat de samenwerking tussentijds gewijzigd kan worden indien hierover overeenstemming is.
4. Beleidsuitvoering 2018-2023 Tussen het vaststellen van dit beleid begin 2018 en medio 2023 is veel gebeurd. Om de doelen ten aanzien van nieuw aanbod te halen werkt de regio in de praktijk op basis van de visie, het ontwikkelkader en de RAC-afstemmingswijze. De belangrijkste feitelijke conclusies aangaande de beleidsuitvoering zijn:
Tussen 2018 en begin 2023 zijn ten minste 17 initiatieven door de RAC-Verblijfsrecreatie beoordeeld (over 2018 zijn geen gegevens bijgehouden). Voor 8 plannen is (soms na aanpassing van het plan) een positief advies gegeven. Op 2 plannen is negatief door de RAC geadviseerd en 7 plannen zijn aangehouden. Voor 8 plannen was geen regionale afstemming nodig gezien de afgesproken werkwijze. Er is geen relatie gevonden tussen (bijvoorbeeld aard en/of omvang van) de plannen en de RAC-beoordelingen.
Geen regionale Negatief Verkenning afstemming Positief advies advies initiatief nodig* Totaal
2018 onbekend onbekend onbekend onbekend -
2019 1 1 0 3 5
2020 3 0 2 1 6
2021 3 0 0 3 6
2022 1 1 3 1 6
2023 2 2
Totaal 8 2 7 8 25 * Dit aantal zou hoger kunnen liggen omdat gemeenten niet alle kleine initiatieven melden. Tabel 2: adviezen vanuit de RAC op initiatieven die in de RAC voorgekomen zijn.
• Niet alle initiatieven die op basis van het ontwikkelkader een ambtelijk positief advies kregen, waren in de ogen van RAC-leden wenselijk voor de logiessector. Toch kon, op basis van het ontwikkelkader en de visie, niet anders dan een positief advies gegeven worden door de RAC-Verblijfsrecreatie.
• De opdracht om de monitoring van de dynamiek van de markt (vraag- en aanbodontwikkeling) uit te voeren is onvoldoende belegd. Daarom is deze monitoring tot nu toe niet uitgevoerd. Deze monitoring is erg belangrijk om in de RAC goed te kunnen adviseren over plannen.
5. Wijze van evaluatie Zoals eerder benoemd gaat deze tussentijdse beleidsevaluatie over de uitvoeringsstrategie van de visie waar initiatieven niet passen binnen het omgevingsplan. Daarbij worden de visie,
8
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
het ontwikkelkader en de werkwijze van regionale afstemming geëvalueerd, door te kijken naar de wenselijkheid en werking van de beleids(uitvoering). De mate van wenselijkheid en werking van de beleids(uitvoering) wordt gebaseerd op: • Aanbod(ontwikkeling) en huidige stand van zaken in de logiessector in NHN; • Externe trends en ontwikkelingen die invloed hebben op de logiessector; • Trends en ontwikkelingen in de logiessector; • Confrontatie met beleidsdocumenten van de overheid (landelijk, provinciaal en gemeentelijk); • Evaluatiegesprekken met overheid, marktpartijen en juristen.
Op basis hiervan worden conclusies getrokken en aanbevelingen gegeven ter aanpassing van de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze.
Figuur 2: visualisatie van het evaluatieproces.
9
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
Deel B: Evaluatie en conclusies
6. Aanbod(ontwikkeling) logies in NHN Allereerst is het belangrijk om een beeld te hebben van de huidige stand van zaken van het aanbod logiesaccommodaties in NHN. Daarnaast is het belangrijk om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen die plaatsvonden in dit aanbod tijdens de afgelopen jaren. Hiervoor zijn analyses verricht van door gemeenten aangeleverde aanbodbestanden. Deze aanbodbestanden zijn vergeleken met de aanbodbestanden uit 2017. De belangrijkste bevindingen van deze analyses zijn:
• Gemeenten hebben onvoldoende zicht op het aanbod (uitgedrukt in aantallen eenheden2) maar op basis van het gemiddeld aantal eenheden per logiesbedrijf dat in 2017 bekend was is een inschatting gemaakt van de verdeling van het aanbod (uitgedrukt in aantallen eenheden) over de verschillende deelsectoren: o Hotels: 14% van het aantal eenheden; o Recreatieparken (bungalowparken, recreatieparken): 40% van het aantal eenheden; o (Mini)campings: 30% van het aantal eenheden; o Jachthavens: 9% van het aantal eenheden; o Kleinschalig aanbod (B&B’s, stand-alone groepsaccommodaties en solitaire vakantiewoningen): 7% van het aantal eenheden.
• Het aantal eenheden B&B’s en solitaire vakantiewoningen ligt hoog ten opzichte van het aantal eenheden in hotels. Deze verhouding is gestegen de afgelopen jaren. Dit impliceert dat goede wetgeving voor B&B’s belangrijk is om oneerlijke concurrentie met hotels te voorkomen. B&B’s en hotels spreken namelijk steeds meer eenzelfde doelgroep aan naarmate B&B’s luxer worden en beginnen te concurreren met het middensegment hotels.
• Er is relatief veel verstening van het logiesaanbod en deze verstening is de afgelopen jaren toegenomen. Het aantal eenheden op recreatieparken ligt hoog in de regio NHN. Met name in verhouding tot het aantal eenheden op (mini)campings. In NHN ligt de verhouding eenheden op recreatieparken t.o.v. eenheden op (mini)campings op ongeveer 1,3. Landelijk is dit ca. 0,5. In 2017 lag deze verhouding nog op ongeveer 1,1 in NHN. Daarnaast zijn veel campings ook relatief versteend. Er staan bijvoorbeeld veel verhuuraccommodaties en/of bungalows. Het aantal eenheden op (mini)campings t.o.v. het totale logiesaanbod is klein. In NHN is dit ongeveer 30%. Ter vergelijking: Friesland: 43%, Achterhoek: 65% en Zuid-Holland: 37%. In 2017 lag dit percentage in NHN op ca. 35%.
• In een aantal bestemmingsplannen (toekomstig: omgevingsplannen) zit nog (fors) ruimte voor uitbreiding, herstructurering of nieuwvesting van logies. Veel van deze slapende planvoorraad is al jaren aanwezig. Door een gebrek aan transparant
2 Een eenheid is: kamer (hotels en kleinschalig aanbod), recreatiewoning (vakantiepark), kampeerplaats (camping), ligplaats (jachthaven). Een eenheid van solitair aanbod is soms een kamer (B&B) en soms een woning (solitaire vakantiewoningen).
10
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
overzicht is het moeilijk te duiden om hoeveel eenheden op hoeveel terreinen het gaat. Hierdoor is het lastig om te sturen op nieuwe initiatieven.
Conclusies ter input van de tussentijdse evaluatie vanuit de aanbodanalyse Op basis van de aanbodanalyses worden de volgende conclusies getrokken ter input van de tussentijdse evaluatie: • De verstening in NHN is groter dan gemiddeld in Nederland. Deze verstening is de afgelopen jaren toegenomen. • Beter zicht op het aanbod, de aanbodontwikkeling en de slapende voorraad is nodig om goed te kunnen sturen op nieuwe initiatieven.
7. Wat gebeurt er ondertussen in de omgeving: externe trends en ontwikkelingen De logiessector is dynamisch en verandert continu als gevolg van trends in de samenleving. De samenleving ziet er nu anders uit dan in 2017. Sterker nog, de samenleving veranderde misschien wel sneller dan ooit, mede door externe ontwikkelingen. Op externe ontwikkelingen kan nauwelijks tot geen invloed worden uitgeoefend door de overheid en de markt. Wel is het van belang in beleid rekening te houden met de consequenties. Hieronder worden de belangrijkste veranderingen en externe ontwikkelingen benoemd die de afgelopen jaren invloed hadden en nog steeds hebben op de logiessector in NHN. Daarnaast wordt aangegeven hoe hier (beleidsmatig) op ingespeeld kan worden.
• Ruimtelijke puzzel wordt steeds ingewikkelder. • De druk op de beschikbare ruimte is groot en verschillende ruimteclaims zorgen voor steeds grotere ruimtedruk: De Regionale Energie Strategie (RES), natuurdoelen (gekoppeld aan de stikstofnormen), waterbuffering, extensivering van veehouderij, bedrijventerreinen, de woningmarkt en benodigde (groene) recreatieruimte. • Naar verwachting zal deze druk op de beschikbare ruimte in de toekomst nog groter worden. Dit zorgt in toenemende mate voor vraag naar multifunctioneel ruimtegebruik. • De ruimtelijke puzzel van Nederland, die zeker in NHN gelegd moet worden, zorgt mogelijk voor andere afwegingen ten aanzien van nieuw en bestaand verblijfsrecreatief aanbod dan in het verleden. Te midden van het regionale krachtenspel is het belangrijk ook ruimtelijke keuzes te blijven maken voor de logiessector en te zoeken naar zuinig ruimtegebruik en combinaties/samenwerking tussen de logiessector en andere sectoren.
• De invloed van COVID-19 op de logiessector was groot en zorgde voor verschillende vraagontwikkelingen in deelsectoren die invloed hebben op de toekomst. • COVID-19 had enorme impact op de logiessector. Met name de groepsaccommodaties en de hotelsector zijn hard geraakt door sluitingen, de maximale groepsgrootte die gehanteerd werd en het grotendeels wegvallen van de zakelijke vraag. Maar ook in andere deelsectoren (recreatieparken, kampeerterreinen) lag de gemiddelde bezetting lager dan gewoonlijk doordat veel inkomend vakantieverkeer wegviel. • Anno 2023 lijken de meeste sectoren weer hersteld te zijn en liggen vraagniveaus weer op of soms zelfs boven het niveau van 2019. Zo was er de afgelopen jaren sprake
11
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
van een recordverkoop van caravans, campers en boten (van invloed op campings en jachthavens), vonden er nog niet eerder zoveel tweede woningtransacties plaats en is de vraag naar kleinschalig aanbod in de natuur (zie opkomst natuurhuisje.nl) en privacy gestegen. • De verwachting is dat deze ontwikkelingen invloed zullen hebben op de toekomstige ontwikkelingen van de vraag(verdeling) in de logiessector. Zo zal de recordverkoop van campers er in de toekomst hoogstwaarschijnlijk voor zorgen dat de vraag naar camperplaatsen stijgt. Aanbodontwikkeling moet in de pas lopen met de vraag. Met een initiatief dat op de juiste locatie met de juiste formule nieuwe camperplaatsen omvat zal dan dus soepeler moeten worden omgegaan dan met een initiatief voor een accommodatievorm waar de vraag gelijk blijft of zelfs daalt.
• Investeren in schone energie vraagt vaak om wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan. • Er is een transitie gaande van fossiele naar groene energie. Ook van logiesaccommodaties wordt verwacht dat zij deze omslag maken. • Vanwege Europese klimaatdoelen die hun doorwerking hebben op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau zal deze transitie in de toekomst doorzetten of mogelijk zelfs versnellen. • Echter, voor logiesaccommodaties is dit niet altijd haalbaar binnen bestemmingsplannen/omgevingsplannen. Denk bijvoorbeeld aan extra benodigde footprint voor een technische ruimte (vanwege warmtepomp, zonneboilers, installaties van zonnepanelen en andere installaties) in recreatiewoningen of een planologische uitbreiding voor zonnepanelen of waterbuffers. • Wil de verblijfssector deze omslag kunnen maken door het nemen van energiebesparende en groene maatregelen, zal er planologische ruimte moeten worden gegeven aan ondernemers.
• Woningnood is groot. • Gezinsverdunning en bevolkingsgroei (m.n. door migratie) hebben er in de afgelopen jaren voor gezorgd dat er een woningtekort in Nederland is ontstaan. • Daarnaast zijn bouwvergunningen lastiger te verkrijgen door stikstofemissie in de bouw en zijn materiaalkosten hoog. Dit zorgt er de komende jaren voor dat het tekort aan woningen verder toeneemt. • Deze woningnood heeft invloed op de logiessector omdat, met name recreatiewoningen (maar ook hotels en groepsaccommodaties), steeds vaker worden ingezet als woning (voor inwoners, spoedzoekers, arbeidsmigranten, vluchtelingen- statushouders etc.). Soms is er sprake van oneigenlijk gebruik, maar soms worden logiesbedrijven ook actief door gemeenten aangewezen als tijdelijke huisvestingslocatie. In alle gevallen wordt recreatief aanbod aan de toeristisch- recreatieve markt onttrokken. • Op korte termijn zorgt dit voor minder verblijfsrecreatief aanbod in de markt. De gevolgen op lange termijn zijn groter. Op deze logiesbedrijven wordt niet of nauwelijks geïnvesteerd in de wensen van de toekomstige toeristisch-recreatieve gast waardoor het lastig wordt om deze bedrijven in de toekomst weer vitaal te laten zijn. De woningnood en sluimerende alternatieve aanwendbaarheid van de voorraad
12
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
recreatiewoningen draagt eraan bij dat de vastgoedprijzen van recreatiewoningen toenemen. • Het lijkt steeds meer evident dat toevoeging van reguliere woningvoorraad in ruimtelijk opzicht voorrang verdient op de ontwikkeling van nieuw (residentieel) vastgoed zoals tweede woningen en chalets.
• Lage rente en inflatie stuwden investeringen in recreatief vastgoed. Gezien de huidige macro-economische ontwikkelingen vlakken investeringen in recreatief vastgoed iets af. • De afgelopen jaren was er sprake van een uitzonderlijk lage rente terwijl de inflatie steeds hoger werd. Geld op een spaarrekening zetten was daardoor jarenlang niet interessant voor kleine en grote beleggers. Beleggers gingen daarom op zoek naar investeringen die zo veel mogelijk inflatiebestendig waren. Een van deze investeringen betreft recreatief vastgoed (recreatiewoningen, hotels). • Hierdoor kwam er bij veel recreatieve projectontwikkelaars nog meer focus op planrealisatie met eenmalige ontwikkelwinst in plaats van focus op het realiseren van een vitaal en exploitabel verblijfsrecreatieproject. De mogelijkheden om recreatiewoningen (en sinds kort ook hotelkamers) uit te ponden en te verkopen voor ontwikkelaars leken de afgelopen jaren oneindig. Dit is een landelijk fenomeen maar speelde in NHN sterk waardoor aanbodontwikkeling van recreatiewoningen groter was dan de toeristisch-recreatieve vraagontwikkeling naar recreatiewoningen. • Vanwege de torenhoge inflatie stijgt de rente snel sinds begin 2023 (centrale banken willen inflatie beteugelen door verhoging van de rente). Daarnaast zijn de bouw- en energiekosten hoog.
Dit zorgt ervoor dat de exploitatiemarges onder druk staan en dat er meer alternatieve investeringsopties naast recreatief vastgoed ontstaan voor particuliere beleggers. Het valt te verwachten dat de toekomstige verkoopvolumes van recreatief vastgoed iets afnemen en dat rendementsbeloftes aan investeerders (kopers van het vastgoed) steeds minder hard gegeven worden door ontwikkelaars en exploitanten. • Nog belangrijker wordt het daarom om vraag en aanbod in evenwicht te hebben binnen de grondgebonden logiessector. Hier zou dan ook door de overheid op gestuurd moeten worden.
Conclusies analyse externe trends: input voor de tussentijdse evaluatie • Bij nieuwe initiatieven moet er gekeken worden naar zuinig ruimtegebruik; • Bij nieuwe initiatieven moet er gekeken worden naar maatschappelijke meerwaarde (bijvoorbeeld openstelling voorzieningen, waterbuffer, bijdrage aan circulaire doelen van de regio, bieden van arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt); • Voor een gezonde logiessector is het belangrijk dat toeristisch-recreatieve vraag- en aanbodontwikkeling in de pas lopen. Naar initiatieven in bepaalde deelsectoren (waar aanbodontwikkeling sneller gaat dan de vraagontwikkeling) moet strikter worden gekeken dan naar initiatieven in andere deelsectoren (waar vraagontwikkeling sneller gaat dan de aanbodontwikkeling); • Het is belangrijk dat planologische ruimte wordt gegeven aan ondernemers die in hun plannen energiebesparende en groene maatregelen nemen; • Het lijkt steeds meer evident dat toevoeging van reguliere woningvoorraad in ruimtelijk opzicht voorrang verdient op de ontwikkeling van nieuw (residentieel) vastgoed.
13
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
8. Belangrijkste trends en ontwikkelingen binnen de logiessector Ook binnen de logiessector vonden de afgelopen jaren en vinden nog steeds ontwikkelingen plaats die ervoor zorgen dat de logiessector verandert:
• Volwassen sector vraagt om innovaties. De verblijfsrecreatiesector in Nederland bevindt zich na decennia van groei in de volwassenheidsfase. In deze fase woedt een hevige strijd om het marktaandeel én verliezen veel bedrijven het contact met hun oorspronkelijke markt (shake-out). Enerzijds vindt innovatie, consolidatie (toetreding van private equity, buitenlandse toetreders en schaalvergroting) en branchevervaging plaats. Anderzijds vindt aan de onderkant van de markt een shake-out plaats met allerlei onwenselijke gevolgen zoals ongereguleerd wonen, sociale en fysieke onveiligheid, verpaupering en zelfs ondermijning. Om als sector niet door te glijden naar verzadiging zijn snel nieuwe en radicale ‘innovatie-curves’ nodig. Dit zijn product-marktcombinaties die nieuwe toegevoegde en vaak maatschappelijke waarde leveren.
• Digitalisering en data als sturingsmechanisme voor bestemmingsmanagement in de toeristische sector. In het hele land wordt steeds professioneler gewerkt aan bestemmingsmanagement. Hierbij is aandacht voor de toeristische draagkracht en draagvlak onder inwoners, draagkracht van de natuur, proactief programmeren van aanbod, integraler (over de sectorgrenzen heen) werken en monitoren. Data en kennis zijn steeds belangrijker als sturingsmechanisme in toerisme en recreatie. Tegelijkertijd zien we in de logiessector vaak een gebrek aan goede en betrouwbare data en dus kennis. Zo ook in NHN. Momenteel is er onvoldoende zicht op het huidige aanbod (incl. aantallen eenheden), de planvoorraad (zacht, hard en slapend) en het functioneren van individuele logiesaccommodaties (overnachtingen, bezettingsgraad). Meer inzicht hierin is nodig om effectiever te kunnen sturen.
• Toerisme en recreatie moet bijdragen aan de samenleving. Landelijk wordt toerisme, waaronder (verblijfs)recreatie, steeds nadrukkelijker gezien als een middel om de brede welvaart van Nederlanders te vergroten. Zo bezien is verblijfsrecreatie niet alleen een doel op zichzelf, maar moet het ook bijdragen aan een waardevol leven voor inwoners (te gast en als inwoner in de omgeving van logiesbedrijven). Om de invloed van de verblijfssector op de brede welvaart te vergroten wordt steeds meer ingezet op het maken van verbindingen met andere sectoren, zoals bij bestemmingsmanagement. In nieuwe concepten waar schaarse ruimte voor wordt aangewend, moet steeds meer rekening gehouden worden met bijvoorbeeld duurzaamheid, circulariteit, biodiversiteit, lokale voedselketens, arbeidsmarkt en lokale voorzieningen. Op deze kenmerken van nieuwe initiatieven kan beleidsmatig worden gestuurd door de overheid.
• Aanbod- en vraagontwikkeling in verschillende deelsectoren verschilt sterk. Van een aantal sectoren kan op basis van cijfers van het CBS de aanbod- en vraagontwikkeling worden vastgesteld en kan deze met elkaar worden vergeleken. Dit
14
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
biedt inzicht in het wel of niet in de pas lopen van de aanbod- en vraagontwikkeling. CBS beschikt over aanbodontwikkeling op regionaal (NHN) niveau en vraagontwikkeling op provinciaal niveau. Vergelijking van regionale aanbodcijfers is daarom gedaan met provinciale vraagcijfers. Desondanks biedt dit inzicht in de ontwikkelingen de afgelopen jaren. • Hotelsector: het aanbod kamers in de hotelsector in NHN groeide (in tegenstelling tot provinciaal en landelijk excl. Amsterdam) nauwelijks terwijl de provinciale vraag (excl. Amsterdam) sterk stijgend was. Aanbodontwikkeling in NHN lijkt dus achter te lopen bij de vraagontwikkeling. • Groepsaccommodaties: vraag- en aanbodontwikkeling verloopt grillig over tijd. Er kunnen hierdoor geen uitspraken worden gedaan over het wel/niet in de pas lopen van vraag- en aanbodontwikkeling van groepsaccommodaties. • Huisjesterreinen: zowel het aanbod als de vraag groeit snel. Aanbodontwikkeling lijkt de (vakantiehuur)vraagontwikkeling de afgelopen jaren te overtreffen. Om dalende bezetting tegen te gaan zal de ontwikkeling van het aantal eenheden op huisjesterreinen dus geremd moeten worden. • Kampeerterreinen: het aanbod op kampeerterreinen in NHN (en provinciaal en landelijk) daalt snel terwijl de vraag stijgt. Dit impliceert dat vraag- en aanbodontwikkeling in deze deelsector niet hand in hand gaan.
• De (provinciale) prestatie van de verschillende deelsectoren is vaak bovengemiddeld goed. Aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse bezettingsgraad landelijk en provinciaal kunnen enkele conclusies getrokken worden over de (provinciale) prestatie van de verschillende deelsectoren over de periode 2012-2021. • Hotelsector (excl. Amsterdam): in de periode 2012-2019 presteerde de hotelsector in Noord-Holland substantieel beter (6-11%) dan de landelijke hotelsector. Gedurende de coronajaren (2020 en 2021) presteerde de Noord-Hollandse hotelsector echter minder goed (-3% tot -7%). • Groepsaccommodaties: groepsaccommodaties in Noord-Holland presteren gemiddeld beter dan landelijk (ca. 3% hogere bezetting over de periode 2012-2021). • Huisjesterreinen: tot en met 2017 steeg de bezetting op huisjesterreinen in Noord- Holland. Vanaf 2017 zien we echter een kentering: de bezettingsgraad daalt. Vanaf 2019 lag de gemiddelde bezettingsgraad van recreatiewoningen op huisjesterreinen in Noord-Holland zelfs lager dan landelijk gemiddeld. Dit impliceert dat de aanbod- en vraagontwikkeling niet in de pas lopen in deze deelsector, waarbij aanbodontwikkeling de vraagontwikkeling overstijgt. • Kampeerterreinen: kampeerterreinen in Noord-Holland kennend de afgelopen jaren een stijgende bezetting. Daarbij presteren ze substantieel beter dan landelijk (4-9% hogere plaatsbezetting).
• Aanbod groeide niet altijd logisch mee met de vraag waardoor vraag- en aanbodontwikkeling op campings en recreatieparken uit de pas lijkt te (gaan) lopen. Op basis van het hierboven genoemde wordt geconcludeerd dat de aanbodontwikkeling niet altijd de vraagontwikkeling volgde de afgelopen jaren. Dit geldt met name voor de kampeerterreinen waarbij het aanbod daalde terwijl de vraag steeg de afgelopen jaren. Als we inzoomen op de kampeersector zien we dat vraagstijging met name zit in het
15
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
kamperen bij de boer, charmecampings en professioneel geleide (familie)campings. Aanboddaling zit vooral in het aantal jaar- en seizoensplaatsen en in mindere mate het toeristisch kamperen. Op recreatieparken is een omgekeerde ontwikkeling gaande. Het aanbod steeg sneller dan de vraag de afgelopen jaren. Eén van de redenen voor beide ontwikkelingen is het herstructureren van campings naar recreatieparken.
• Op grote schaal opkopen van bestaande campings. In lijn met de vorige ontwikkeling worden op grote schaal bestaande verblijfsrecreatiebedrijven overgenomen. Met name door projectontwikkelaars van recreatiewoningen. Landelijk (en in NHN) zien we dit opkopen met name bij campings op de betere locaties gebeuren. • Het blijkt een economische wetmatigheid dat jaarplaatsen en vormen van toeristisch kamperen verdrongen worden door recreatiewoningen. Enerzijds komt dit door de hogere winstmarge bij verkoop en uitponding van recreatief vastgoed. Anderzijds komt het doordat er per vierkante meter meer winst kan worden gemaakt met de exploitatie van recreatiewoningen. De grondwaarde wordt bepaald door de functie met de exploitatie die erop plaatsvindt. Dus als bijvoorbeeld een camping in de verkoop wordt aangeboden, dan redeneert de markt vanuit de hoogst mogelijke grondwaarde. Uitponding zorgt bovendien voor een nog hogere grondwaarde. Campings kunnen hierdoor vaak tegen een hoge prijs worden verkocht aan projectontwikkelaars die de grondwaarde maximaliseren door recreatiewoningen te realiseren, de grond met opstal uit te ponden en te gelde te maken. Door ruimte in de bestemmingsplannen/omgevingsplannen van kampeerterreinen kan dit soms zelfs binnen de bestaande functie gebeuren.
Recreatiewoningen voldoen dan aan de maatvoering voor chalets die binnen de functie mogen worden geplaatst. • Opvolgingsproblematiek als gevolg van vergrijzing (waar ook zeker sprake van is in NHN) en hoge investeringen die nodig zijn om weer aantrekkelijk te worden voor de markt voeden deze opkooptrend verder. In de regio’s Alkmaar en Westfriesland hebben 15% van de bedrijven een eigenaar van 60+ waarvan 2/3 van plan is binnen 5- 10 jaar te gaan verkopen/overdragen (bron: vitaliteitsonderzoek Alkmaar en Westfriesland, Bureau Ruimte & Vrije Tijd, cijfers uit 2019). Dit is dus een substantieel deel van het aanbod. • Het is wel degelijk mogelijk om een goed lopend verblijfsrecreatiebedrijf te realiseren met eenheden (zoals toeristisch kamperen en jaarplaatsen) met een minder hoge grondwaarde, maar er zijn nu eenmaal beter renderende bestemmingsfuncties. Van individuele ondernemers in de vrije markt kan niet worden verwacht dat zij (aan- en verkoop)keuzes maken op basis sociale en diversiteitsgedachtes. Zonder overheidsingrijpen zullen er in de toekomst dus meer jaarplaatsen/toeristische kampeerplaatsen omgezet worden naar recreatiewoningen.
• Door deze ontwikkelingen staat de diversiteit van het logiesaanbod in NHN deels onder druk. • Op dit moment staat de diversiteit van het logiesaanbod in NHN onder druk in een aantal sectoren. Dit terwijl één van de strategieën om de regionale ambitie te behalen is om een voldoende divers logiesproduct te hebben. Binnen de meeste deelsectoren vindt verluxing plaats. Vaak is dit in lijn met de veranderende toeristisch-recreatieve marktvraag waarbij sprake is van emancipering van het sociaaleconomische
16
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
middensegment. Daardoor verandert het aanbod van vooral groepsaccommodaties en chalets snel. • Toch ligt deze aanbodontwikkeling niet altijd logisch in lijn met de ontwikkeling van de toeristisch-recreatieve marktvraag. Bijvoorbeeld bij de dominante ontwikkeling van het omzetten van toeristische kampeereenheden en jaarplaatsen naar recreatiewoningen. Daardoor ontstaat er op termijn minder ruimte voor de meer sociale vormen van verblijfsrecreatie zoals het toeristisch (natuur)kamperen en de jaarplaats. Dat zorgt voor stijgende prijzen en minder koopkrachtige groepen worden verdrongen. Ook in de hotelsector zien we dat de diversiteit onder druk staat. Aanbod in het hogere segment is kwalitatief gezien goed op orde. De kwaliteit van het aanbod in het wat lagere-/middensegment daarentegen staat onder druk. Mogelijk komt dit door de forse groei van kleinschalig aanbod als B&B’s welke in toenemende mate concurrerend zijn voor het lagere-/middensegment van de hotelsector. In de deelsector bungalowparken valt op dat de kwaliteit niet altijd op orde is vanuit het oogpunt van centrale bedrijfsmatige exploitatie. Met name op parken gericht op het middensegment. • Binnen de deelsectoren campings, bungalowparken en hotels valt dus op dat de diversiteit onder druk staat.
Binnen de andere deelsectoren staat de diversiteit niet noemenswaardig onder druk en volgt de aanbodontwikkeling op grote lijn de vraagontwikkeling.
• (Kwalitatieve) trends binnen de deelsectoren zorgen voor veranderingen en doorontwikkeling van logiesbedrijven. De volgende belangrijkste trends zijn zichtbaar binnen de verschillende deelsectoren: • Campings: 1) steeds minder aanbod toeristisch kamperen, seizoensplaatsen en jaarplaatsen en steeds meer verstening terwijl verkoopcijfers van toercaravans en campers torenhoog zijn, 2) grote toetreding van buitenlandse partijen in het 4-5*- aanbod, 3) steeds meer plaatsen met privé sanitair, 4) steeds meer agrarische bedrijven die als alternatief verdienmodel een camping (willen) starten. • Groepsaccommodaties: 1) steeds meer vraag vanuit (kleinere) groepen als families- en vriendengroepen en steeds minder vraag vanuit scholen, verenigingen en kerkelijke groepen, 2) meer luxe, comfort en privacy worden gevraagd door de markt, 3) hebben het lastig door de hoge energiekosten bovenop de slechte jaren tijdens de coronacrisis. • Jachthavens: 1) kenden jarenlang een dalende vraag maar door de recordverkoop van boten tijdens de coronacrisis kende de vraag een piek, 2) meer vraag naar faciliteiten voor elektrische boten, 3) verandering van de haven van multifunctionele plek met recreatiebeleving naar ‘vakantiepark’ op en aan het water: steeds meer aanvullende diensten en faciliteiten zijn nodig.
• Hotels: 1) richten zich steeds meer op de groeiende leisure-markt met gezinskamers en/of geschakelde familiekamers en komen daarmee in het vaarwater van recreatiewoningen, 2) schaalvergroting en ketenvorming en tegelijkertijd een tegenreactie door vraag naar uniciteit en concepten met een hoge belevingswaarde zoals boetiekhotels, 3) veranderende herkomst van de vraag: shortbreaks worden steeds populairder terwijl de zakelijke markt krimpt. • Vakantieparken: 1) toenemende aandacht voor aanvullende faciliteiten voor specifieke doelgroepen, 2) veel vraag naar kleine (2-persoons) en grotere accommodaties (>6-
17
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
persoons), 3) markt wordt steeds meer gedomineerd door private equity geleide bedrijven, vastgoedrendement of eigen gebruik waardoor er minder focus ligt op exploitatiegerichte initiatieven.
Conclusies trends in de logiessector: input voor de tussentijdse evaluatie • Nieuwe product-marktcombinaties die nieuwe toegevoegde en vaak maatschappelijke waarde leveren zijn nodig. Er moet ruimte worden geboden aan initiatieven die inzetten op nieuwe product-marktcombinaties en maatschappelijke waarde. • Meer inzicht op het aanbod, de planvoorraad (hard, zacht en slapend) en het functioneren van logiesaccommodaties is nodig om effectiever te kunnen sturen. • In nieuwe concepten waar schaarse ruimte voor wordt aangewend, moet steeds meer rekening gehouden worden met de impact op de maatschappij. • Voor een gezonde ontwikkeling van de sector is het belangrijk dat vraag- en aanbodontwikkeling in de pas lopen. Dit is niet het geval bij de kampeerterreinen en vakantieparken. Uit de vraag- en aanbodanalyse blijkt dat aanbod op kampeerterreinen (m.n. toeristisch kamperen, jaarplaatsen en seizoensplaatsen) moet worden beschermd terwijl stringent zou moeten worden omgegaan met initiatieven van recreatiewoningen. Vanwege de huidige ruimte in bestemmingsplannen/omgevingsplannen om kampeerplaatsen om te zetten naar verhuuraccommodaties die in de koopmarkt worden uitgepond als recreatiewoning moet ook strikt gekeken worden naar initiatieven van verhuuraccommodaties. • Binnen deelsectoren moet ruimte worden gegeven aan concepten die inspelen op de trends die binnen die deelsector spelen.
9. Overkoepelende thema’s in landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid Gedurende de evaluatieperiode (januari – mei 2023) is, naast de analyse van het logiesproduct in NHN, een uitvoerige beleidsanalyse uitgevoerd van landelijk, provinciaal en gemeentelijk (toeristisch) beleid. Met name gemeentelijk beleid is heterogeen. De verschillende gemeenten hebben een verschillende kijk ten aanzien van (de mogelijkheden van) toerisme en recreatie en dus logiesontwikkelingen. Toch zijn er ook overkoepelende conclusies te trekken uit de analyse die aansluiten bij landelijk, provinciaal en (het grootste deel van het) gemeentelijk beleid. Dit zijn de volgende conclusies:
• Maatschappelijke meerwaarde moet leidend zijn bij nieuwe logiesontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten een bijdragen leveren aan de maatschappelijke opgaven in en rond hun locatie. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat eisen ten aanzien van bijvoorbeeld openstelling van voorzieningen, duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, architectuur etc. kostprijsverhogend werken. Dit zorgt er dus voor dat het vakantieproduct in NHN (nog) duurder wordt en zo minder toegankelijk voor een deel van de bevolking. Het is dus belangrijk een goede afweging te maken tussen maatschappelijke meerwaarde en kostprijs van het logiesproduct.
• Duurzaamheid en circulariteit zijn ten minste een pré voor nieuwe logiesontwikkelingen. Aansluitend bij de bovengenoemde trend blijkt uit landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid dat duurzaamheid en circulariteit ten minste een pré en (voor sommige
18
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
gemeenten) zelfs een voorwaarde zijn voor de ontwikkeling van nieuw initiatieven in de sector. In ieder geval moet er voldoende aandacht zijn voor en in plannen ruimte geboden worden aan klimaatadaptatie en moet er bijgedragen worden aan de energietransitie.
• Meervoudig ruimtegebruik gaat voor enkelvoudig ruimtegebruik. Aansluitend op de eerder genoemde trend waarin beschreven werd dat de druk op de ruimte in Nederland groter is geworden en nog altijd toeneemt, moet er slim worden omgegaan met de ruimte. Dat houdt in dat meervoudig ruimtegebruik (meerdere functies) voor enkelvoudig ruimtegebruik (een enkele functie) gaat. Denk bijvoorbeeld aan een zwembad op een vakantiepark dat ook gebruikt wordt als locatie waar zwemles wordt gegeven buiten de vakantieperioden om en zalen die ook door lokale verenigingen gebruikt worden. Hierop aansluitend wordt herontwikkeling van locaties geprefereerd over nieuwe ontwikkeling (zuinig ruimtegebruik).
• Kenmerken van een gebied en de identiteit van een gebied moet centraal staan in nieuwe logiesontwikkelingen. Bijzondere landschappen en cultuurhistorische tradities bieden kansen voor het toerisme. Daarnaast kunnen bedrijven, zoals logiesbedrijven, bijdragen aan behoud en/of zelfs versterking van het landschap. Daarom moeten de kernmerken van een gebied en de identiteit van het gebied centraal staan in nieuwe logiesontwikkelingen.
• Differentiatie van het logiesaanbod aansluitend bij de vraag. Er wordt erkend dat het logiesaanbod in veel gemeenten onvoldoende gedifferentieerd is en onvoldoende aansluit op de toeristisch-recreatieve vraag. Dit sluit aan bij de analyse van het aanbod waaruit blijkt dat het logiesproduct in NHN relatief versteend is, dat er relatief veel recreatieparken zijn, er relatief weinig eenheden op campings zijn en dat de vraag- en aanbodontwikkeling in sommige deelsectoren ongelijk lopen. Op basis van (met name) gemeentelijk beleid wordt geconcludeerd dat dit onwenselijk is.
Conclusies beleidsanalyse: input voor de tussentijdse evaluatie • Het is belangrijk om nieuwe initiatieven te toetsen op maatschappelijke meerwaarde (bijvoorbeeld openstelling voorzieningen, waterbuffering, het bieden van arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Leefbaarheid, duurzaamheid en circulariteit worden daarin beleidsmatig gezien als meest belangrijke vormen van maatschappelijke meerwaarde. • Voor een gezonde logiessector is het belangrijk dat toeristisch-recreatieve vraag- en aanbodontwikkeling in de pas lopen. Naar initiatieven in bepaalde deelsectoren (waar aanbodontwikkeling sneller gaat dan de vraagontwikkeling) moet strikter gekeken worden dan naar initiatieven in andere deelsectoren (waar vraagontwikkeling sneller gaat dan de aanbodontwikkeling); • Nieuwe ontwikkelingen zouden moeten inzetten op meervoudig ruimtegebruik. Daarnaast zouden herstructureringen minder strikt moeten worden afgewogen dan volledig nieuwe ontwikkelingen. • Nieuwe logiesontwikkelingen moeten rekening houden met de identiteit en kernmerken van een gebied en/of landschap.
19
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
10. Evaluatiegesprekken ambtenaren (t&r), marktpartijen en juristen Om ook een beeld te krijgen van de werking van de visie, het ontwikkelkader en de werkwijze in de beroepspraktijk zijn (evaluatie)gesprekken gevoerd met: • De leden van de stuurgroep over het proces van deze tussentijdse evaluatie; • De drie regionale overleggen van ambtenaren toerisme & recreatie: West-Friesland, Kop van Noord-Holland, Alkmaar; • Ambtelijk vertegenwoordiger toerisme en recreatie van de gemeente Texel; • Directies van vier marktpartijen: Europarcs, Molecaten, Kopare en Dutchen; • Zypp advocaten.
Tijdens deze gesprekken kwamen inhoudelijke en procesmatige ervaringen aan de orde. Bevindingen en beleidskeuzes uit deze evaluatiegesprekken worden dus opgedeeld in inhoudelijke- en procesmatige bevindingen.
Figuur 3: Werksessie met Werkgroep verblijfsrecreatie en RAC (23 mei 2023)
Inhoudelijke bevindingen • Grenzen tussen woonbestemmingen en recreatiebestemmingen in NHN vervagen. In toeristisch-recreatieve drukke gebieden (de hotspots) verblijft de toerist regelmatig in woonwijken (met name in B&B’s of in woningen die ook als tweede woning gebruikt mogen worden), terwijl met name recreatiewoningen en chalets (en soms hotelkamers) in toeristisch-recreatief minder drukke gebieden veelvuldig fungeren als huisvestingslocatie voor inwoners en andere doelgroepen (zoals flexwoners en spoedzoeker). Dus, er zijn toeristisch-recreatieve kernen waar toerisme tot in de woonwijken doordringt terwijl er niet-toeristische gebieden zijn waar huisvestingsvormen in logiesaccommodaties doordringen. Ambtenaren geven aan dat deze vermenging ongewenst is omdat zowel de leefbaarheid in woonwijken als de exploitatiekracht van recreatiebedrijven wordt aangetast.
• Het is wenselijk een divers verblijfsrecreatief product te behouden dat inspeelt op gebruik van zo veel mogelijk mensen en dat kwalitatief aansluit bij de wensen uit de markt. • Onder ambtenaren en een groot deel van de marktpartijen is consensus over het feit dat het toevoegen van nieuwe tweede woningen ongewenst is. Deze vergroten de druk op de ruimte, hebben een verdringend effect op laagwaardige grondfuncties, zorgen voor privatisering van aantrekkelijke recreatielocaties en zorgen voor minder regionaal-economische spin-off tijdens de levensduur dan aan toeristen en
20
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
recreanten verhuurde woningen. Daarnaast worden nieuwe tweede woningen eigenlijk altijd uitgepond waardoor flexibiliteit om mee te bewegen met de wensen van de markt in de toekomst ontbreekt. Mensen die in NHN een tweede woning willen hoeven niet op een recreatiepark te kopen, maar kunnen kiezen voor een woning met woonbestemming die ook als tweede woning gebruikt kan worden. Dit kan op veel plekken. Het bestaande tweede woningaanbod op recreatieparken in NHN moet in kwaliteit worden verbeterd. In het toekomstbestendig maken van dit bestaande tweede woningaanbod moet bedrijfsmatige exploitatie buiten beschouwing gelaten worden, omdat er anders geen kwaliteitsverbetering zal plaatsvinden. Omdat vanuit marktpartijen het signaal komt dat er nog veel vraag is naar tweede woningen en omdat de diversiteit van vraag en aanbod daardoor verder onder druk komt, is het belangrijk dat de overheid actief beleid voert door geen ruimte te bieden aan nieuwe tweede woningparkontwikkelingen. • Veel van bovengenoemde redenen om geen nieuwe tweede woningen meer toe te staan zijn ook toe te schrijven aan jaarplaatsen. Toch is de ontwikkeling van nieuwe jaarplaatsen wel gewenst. Dit komt doordat jaarplaatsen geen verdringend effect hebben op laagwaardige grondfuncties en over het algemeen niet worden uitgepond.
Hierdoor kan er én worden ingespeeld op de wensen van de sociale middengroepen én blijft flexibiliteit om mee te bewegen met de wensen van de toekomstige gast behouden. Daarnaast is de omvang van de slapende voorraad voor jaarplaatsen heel beperkt. • Vanuit de overheid is het als wenselijk benoemd om de kust, waar de ontwikkeldruk enorm groot is, voor een breed en divers publiek toegankelijk te houden. De vastgoedmarkt leidt (met name aan de kust) tot privatisering ten koste van kampeerterreinen. Daarom is actiever beleid nodig gericht op het behoud van (het aantal) plaatsen op campings voor de sociale middengroepen. Bijvoorbeeld door: ▪ Het hanteren van een ‘nee, tenzij’-principe (strenge voorwaarden zoals een heel lage dichtheid van de logies en eisen aan (het gebruik van) logiesaccommodaties en voorzieningen) bij initiatieven die om bestemmingsplanwijziging/verandering omgevingsplan vragen omtrent kampeerterreinen die naar recreatiepark omgezet worden. ▪ Het inperken van de aanwezige ruime mogelijkheden binnen het bestaande bestemmingsplan/omgevingsplan van veel kampeerterreinen om recreatiewoningen en grote chalets te plaatsen. Door deze ruimte te beperken kunnen kampeerplaatsen niet meer zo makkelijk omgezet worden naar recreatiewoningen.
▪ Anticiperen en grip houden op belangrijke, vaak maatschappelijk impactvolle, (toeristische A)-locaties en sturen op de ontwikkeling en exploitatie hiervan. Dat kan door als overheid locaties in handen te krijgen/houden en met erfpachtconstructies te werken ter realisatie van nieuwe campings/jaarplaatsterreinen voor sociale middengroepen. • Marktpartijen geven aan dat de diversiteit in het logiesaanbod kan worden vergroot door te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen van bungalowparken op planniveau voldoende diversiteit hebben qua aanbodmix met schaarste in producttypen zoals: aantallenmix (2-,4-,6-,8-,16-pers), specials (thema’s) en prijscategorieën (net als in de
21
TUSSENTIJDSE EVALUATIE VISIE VERBLIJFSRECREATIE, ONTWIKKELKADER EN WERKWIJZE REGIO NOORD-HOLLAND-NOORD
woningbouw). Projecten vanaf een bepaalde omvang moeten een behoorlijk voorzieningenniveau hebben.
• De logiesmarkt lijkt (bijna) oneindig waardoor programmeren gewenst is. Door geprognosticeerde marktgroei3, het ontbreken van een afgebakend verzorgingsgebied en een heterogeen product, is kwantitatieve marktruimte voor een logiesontwikkeling bijna altijd te onderbouwen. De regio wil het landschap, cultuur, identiteit van een gebied/kern en de leefbaarheid echter beschermen tegen deze (bijna) oneindige ontwikkeldruk. Zowel marktpartijen als ambtenaren geven daarom aan dat de overheid hierdoor meer proactief zal moeten programmeren. De overheid moet proactief en gebiedsgericht aan toeristisch-recreatieve, ruimtelijke planning doen. In plaats van reactief en afwachtend op ontwikkelingen van individuele initiatiefnemers reageren. Hierdoor wordt gefragmenteerde postzegelplanologie tegengegaan en kunnen gemeenten meer sturen. Het is daarvoor belangrijk om gebieden aan te wijzen waar maatschappelijke opgaven (bijvoorbeeld het voorzieningenniveau om leefbaar te blijven) spelen in relatie tot verblijfsrecreatieve belevingskwaliteit en toevoegingen van bedden. Voor deze gebieden kan worden bepaald hoe veel verblijfsaanbod (en van welk type) de komende jaren nodig en gewenst is om maatschappelijke doelen te halen.
Zo landen nieuwe initiatieven in gebieden waar deze het beste kunnen landen in plaats van dat de overheid reageert op initiatieven op locaties waar een ontwikkelaar toevallig grip heeft.
Procesmatige bevindingen
• Het beter bijhouden van data over de logiesaccommodaties in NHN is nodig om grip te houden op de sector en te kunnen sturen op aanbodontwikkeling. Op dit moment hebben niet alle gemeenten hun logiesdata op orde. Vanuit verschillende gemeenten wordt overigens aangegeven dat dit voor hen geen prioriteit heeft. Dit komt met name door de beperkte capaciteit in combinatie met feit dat verblijfsrecreatie in die betreffende gemeenten geen beleidsspeerpunt is. Evenwel blijkt uit deze tussentijdse evaluatie dat het hebben van de volgende data cruciaal is om grip te houden op de sector en te kunnen sturen op (potentiële) aanbodontwikkeling: • Een overzicht van het huidige aanbod (incl. aantallen eenheden) en de ontwikkeling van het aanbod over de jaren heen; • Een overzicht van de harde-, zachte- en slapende planvoorraden; • Het aantal overnachtingen in logiesaccommodaties. Dit zou kunnen worden gedaan aan de hand van een digitaal nachtregister; • Marktruimte-berekeningen per deelsector en -marktgericht deelgebied. Aan de hand van deze data kan er effectief gestuurd worden op het logiesaanbod in NHN. Het lijkt een goede oplossing om, gezien de beperkte capaciteit van ambtenaren Recreatie & Toerisme, een bureau(combinatie) deze data te laten uitzoeken middels een onderzoek en dit onderzoek periodiek (bijvoorbeeld om de vier jaar) te laten herhalen.