CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

231127 Bijlage 1 Raadsinformatiebrief Regio in beeld 2023 - noord-holland-noord

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken20.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regio in Beeld Noord-Holland Noord

31 oktober 2023

Inhoudsopgave

Voorwoord 2

Samenvatting 3

1. Banengroei Noord-Holland Noord in lagere versnelling 4 1.1. Economie koelt af 4 1.2. Banengroei vlakt af door minder economische groei en krapte 4 1.3. Omvang vacaturemarkt neemt af, maar blijft op hoog niveau 8 1.4. Geen einde aan de krapte 9

2. Krapte lost niet vanzelf op 11 2.1. Aanhoudende krapte door vergrijzing 11 2.2. Meerdere oorzaken voor mismatch 13 2.3. Mismatch in initieel onderwijs zichtbaar 15 2.4. Post-initieel onderwijs noodzakelijk voor terugdringen mismatch 18 2.5. Uitgaande pendel vergroot krapte in Noord-Holland Noord 19

3. Waar is aanbod op de arbeidsmarkt te vinden? 21 3.1. Potentieel werkzoekenden nog niet volledig benut 21 3.2. Deel onbenut arbeidspotentieel bekend bij UWV en gemeenten 22 3.3. Belemmeringen bij deelname aan arbeidsmarkt 23

4. Uitdagingen en oplossingen voor de arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord 26

Literatuur 28

Begrippen 30

Colofon 32

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 1

Voorwoord

Voor u ligt het UWV-rapport Regio in Beeld 2023. Met deze publicatie brengen wij de arbeidsmarktontwikkelingen in Noord-Holland Noord in kaart. Zoals u weet is de krapte op de arbeidsmarkt groot, ook in Noord-Holland Noord. Dat biedt kansen voor mensen die (ander) werk zoeken. Anderzijds worden werkgevers met een groeiende vraag naar personeel geconfronteerd met uitdagingen. Dat vereist een andere kijk op vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, op arbeidspotentieel en op binden en boeien van medewerkers.

Het is duidelijk dat de sleutel tot de oplossing van de huidige arbeidsmarktvraagstukken ligt bij de inzet op vaardigheden, een leven lang ontwikkelen en het volledig benutten van ons arbeidspotentieel. Als bestuurders en beleidsmakers zijn wij ons bewust van de cruciale rol die regionale samenwerking speelt bij het oplossen van deze vraagstukken. Het verbeteren van de arbeidsmarktinfrastructuur, waarbij we als arbeidsmarktpartners samenwerken ten behoeve van inwoners en werkgevers, is een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren.

Het is van groot belang dat we de arbeidsmarktopgave integraal, vanuit verschillende perspectieven benaderen: sociaal, economisch en vanuit onderwijs. We streven naar inclusiviteit, waarbij voor iedereen plek is op de arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord. Dat is onze gezamenlijke opdracht en dat is waar we ons vizier op richten. Zo creëren we een toekomstbestendige arbeidsmarkt met elkaar.

Hans Tromp Robert te Beest Rayonmanager UWV Wethouder centrumgemeente Alkmaar Noord-Holland Noord Voorzitter Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid Noord-Holland Noord

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 2

Samenvatting

De economie stagneert en voor 2024 wordt een lagere economische groei verwacht. In 2023 groeit het aantal banen in Noord-Holland Noord nog, maar in 2024 valt de banengroei bijna stil. Nog steeds zijn er voor veel beroepen in verschillende richtingen personeelstekorten die de komende jaren blijven aanhouden. Dit komt met name door vergrijzing en mismatch. Ondanks deze krapte zijn er mensen die de weg naar de arbeidsmarkt niet kunnen vinden. Zij ervaren verschillende belemmeringen waardoor het voor hen soms moeilijk is om werk te vinden of houden.

Kleinere banengroei in 2023 en 2024 Tussen 2020 en 2022 groeide het aantal werknemersbanen in Noord-Holland Noord met 12.400. In 2023 komt de arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord in een lagere versnelling. In 2023 groeit het aantal banen nog, maar in 2024 valt de banengroei bijna stil. In sectoren zoals bouw, industrie en financiële diensten krimpt het aantal banen in 2024. In sectoren als Zorg, ICT en horeca groeit het aantal banen nog wel. Halverwege 2022 piekte het aantal vacatures in Nederland tot het hoogste niveau sinds 1997. Sindsdien daalt het aantal vacatures. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2023 stonden in Noord-Holland Noord 12.000 vacatures open. Dat zijn er wel minder dan een jaar eerder, maar nog altijd veel meer dan eind 2019, voor de coronacrisis. Ook de spanning op de arbeidsmarkt is iets lager dan een jaar geleden. Nog steeds is er in veel beroepen een (zeer) krappe arbeidsmarkt, waardoor het voor werkgevers moeilijk blijft om personeel te vinden.

Krapte houdt voorlopig aan Door vergrijzing houdt de krapte voorlopig aan. Er zijn namelijk meer mensen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en de arbeidsmarkt verlaten dan dat er mensen toetreden. Vooral in de sectoren openbaar bestuur, onderwijs en transport & logistiek werken momenteel veel 60-plussers. Maar ook op individueel niveau weten werkgevers en werkzoekenden elkaar niet altijd te vinden en is er een mismatch. Het onderwijs en de arbeidsmarkt sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Zo kiezen studenten soms voor opleidingsrichtingen waar minder vraag naar is. Daarnaast verandert de vraag van werkgevers door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. In deze snel veranderende samenleving is het belangrijk dat mensen zich een leven lang ontwikkelen, om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt.

Waar is personeel te vinden? In Noord-Holland Noord wonen 40.000 mensen die (meer uren) willen werken. Dit onbenut arbeidspotentieel is onder te verdelen in:  19.000 onderbenutte deeltijders. Zij werken al, maar willen en kunnen meer uren werken.  11.000 werklozen. Deze mensen hebben geen betaald werk, zochten onlangs naar werk én zijn daarvoor direct beschikbaar.  10.000 semi-werklozen. Dit zijn mensen zonder betaald werk die bijvoorbeeld tijdelijk vanwege ziekte, arbeidsongeschiktheid of andere redenen niet beschikbaar zijn of niet naar werk zoeken.

Een deel van het onbenut arbeidspotentieel is in beeld bij UWV. In juni 2023 waren er in Noord-Holland Noord 27.100 personen geregistreerd als werkzoekend bij UWV (GWU). De meerderheid van het GWU behoort echter niet tot het onbenut arbeidspotentieel.

Belemmeringen om te werken Door verschillende oorzaken kan het – ondanks de krappe arbeidsmarkt – voor mensen lastig zijn om (meer) te werken, terwijl zij dat wel willen. Bijvoorbeeld vanwege een aandoening, ziekte of handicap. Ook hebben ze niet altijd de vaardigheden waar werkgevers om vragen. Bijvoorbeeld omdat ze moeite hebben met lezen en/of schrijven, of belangrijke digitale vaardigheden missen die nodig zijn op de werkvloer. Sommige mensen verwachten dat zij er financieel niet of weinig op vooruit gaan als ze (meer) gaan werken. Bijvoorbeeld door verlies van toeslagen of andere ondersteuningsregelingen.

Uitdagingen en oplossingen voor Noord-Holland Noord Er zijn verschillende manieren om vraag en aanbod elkaar beter te laten vinden. Het laatste hoofdstuk van Regio in Beeld beschrijft uitdagingen en oplossingen voor de arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 3

1. Banengroei Noord-Holland Noord in lagere versnelling De arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord is in een lagere versnelling terechtgekomen. De economie koelt af en ook de banengroei vlakt af. In 2023 groeit het aantal banen nog door, maar in 2024 valt de banengroei nagenoeg stil met een groei van 0,2%. De terugval van het groeitempo van de werkgelegenheid in 2024 doet zich voor in de meeste sectoren. Enkele sectoren laten zelfs banenkrimp zien. In de ICT en zorg en welzijn groeit het aantal banen wel sterk door. Het aantal vacatures neemt in 2023 en 2024 af, nadat het in 2022 het hoogste niveau sinds 1997 bereikte. De krapte wordt weliswaar iets minder, maar blijft aanwezig in veel beroepsgroepen.

1.1. Economie koelt af De economische groei stagneerde in de afgelopen periode. In de eerste twee kwartalen van 2023 kromp de economie zelfs licht, waardoor er medio 2023 sprake is van een milde economische recessie. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor 2023 (+0,7%) en 2024 (+1,4%) een duidelijk lagere economische groei dan in de afgelopen jaren, waarin het bbp met meer dan 4% groeide. De jaren 2021 en 2022 stonden in het teken van herstel van de economische gevolgen van de coronapandemie. Het einde van de beperkende maatregelen vanwege het coronavirus viel in voorjaar 2022 min of meer samen met een nieuwe bedreiging voor de economie: de oorlog in Oekraïne. Die leidde tot sterk stijgende gasprijzen en een hoge inflatie. Overheidsmaatregelen, zoals het instellen van een prijsplafond voor energie, verzachtten de gevolgen daarvan. Desondanks kromp de economie in het eerste en tweede kwartaal van 2023 met respectievelijk 0,4% en 0,2%. Hiermee kwam de Nederlandse economie in een milde recessie. Van een crisis is echter geen sprake. Hoewel het aantal faillissementen inmiddels enigszins oploopt, ligt dit nog steeds op een laag niveau vergeleken met de jaren voor de coronapandemie. Ook de arbeidsmarkt is uitermate krap gebleven. Dit uit zich in hogere lonen en een recordaantal mensen met een baan.

Afbeelding 1.1 toont de ontwikkeling van de economie in de afgelopen jaren en de ramingen voor 2023 en 2024. De belangrijkste factoren die de groei van de economie de komende jaren drukken zijn de hoge inflatie, afkoeling van de wereldhandel, geopolitieke onzekerheden, stijgende rente en veranderingen op de woningmarkt (dalende huizenprijzen, minder investeringen in woningen).

Afbeelding 1.1 Economische groei per jaar (bruto binnenlands product) en ramingen CPB Nederland, realisatie 2016-2022, raming 2023-2024

8,0%

6,0%

4,0%

2,0%

0,0%

-2,0%

-4,0%

-6,0% 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

bbp (realisatie) raming bbp (CPB, cMEV 2024)

Bron: CPB

1.2. Banengroei vlakt af door minder economische groei en krapte De werkgelegenheid ontwikkelde zich in de afgelopen jaren behoorlijk positief. Zo groeide het aantal werknemersbanen in arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord sinds 2020 met 12.400 banen (zie afbeelding 1.2). De economie bleek weerbaar en herstelde snel van de twee crises die elkaar in korte tijd opvolgden (corona en energiecrisis). Dit kwam mede door overheidssteun en maatregelen als het prijsplafond voor energie en regelingen om de negatieve gevolgen voor huishoudens en bedrijven te compenseren. Dit neemt niet weg dat de verwachtingen voor de komende jaren onder invloed van de aanhoudende hoge inflatie, arbeidsmarktkrapte, onzekerheden op de internationale markten en afkoeling van de woningmarkt minder positief zijn.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 4

In de jaren 2023 en 2024 neemt het aantal banen van werknemers in Noord-Holland Noord naar verwachting toe met 4.000 (1,4%) en komt uit op 279.200. Deze groei wordt echter voor een belangrijk deel in 2023 gerealiseerd.

Afbeelding 1.2 Ontwikkeling werknemersbanen Noord-Holland Noord, realisatie 2016 – 2022 en prognoses 2023 en 2024

290.000

280.000

270.000

260.000

250.000

240.000

230.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Bron: UWV

In 2024 neemt het groeitempo van de werkgelegenheid beduidend af met in Noord-Holland Noord een groei van 0,2%, hoewel de productie van veel bedrijven redelijk op peil blijft. De arbeidsmarkt staat onder druk vanwege de lagere economische groei maar ook door de aanhoudende krapte. De krapte neemt naar verwachting de komende jaren op totaalniveau wel enigszins af, maar blijft aanwezig in veel beroepsrichtingen. Het schaarse personeelsaanbod zorgt ervoor dat er op de arbeidsmarkt weinig ruimte is voor verdere groei. Bedrijven zijn genoodzaakt andere oplossingen te vinden in plaats van het werven van meer personeel om de productie te laten groeien. Zo stimuleren aanhoudende personeelstekorten bedrijven om vol in te zetten op automatisering, robotisering en het herverdelen van het extra werk onder het zittend personeel. Daardoor stijgt de arbeidsproductiviteit, maar groeit ook de werkdruk.

Box 1.1. Werkgelegenheid, werknemersbanen en vacatures

Economische activiteit creëert werkgelegenheid. Werkgelegenheid is een containerbegrip voor de al dan niet vervulde vraag naar arbeid. Meerdere begrippen vallen onder deze noemer: arbeidsplaatsen - zowel vervulde arbeidsplaatsen (banen) als onvervulde arbeidsplaatsen (openstaande vacatures), werkzame personen, werkzame beroepsbevolking en arbeidsvolume. Banen worden onderscheiden in banen van werknemers en banen van zelfstandigen. Er zijn geen regionale prognoses van het aantal zelfstandigen. De geschetste ontwikkeling van de regionale werkgelegenheid in Regio in Beeld betreft dan ook de ontwikkeling van werknemersbanen. Volgens UWV groeit het aantal zelfstandigen in 2024 in heel Nederland met 0,8%; iets sterker dan de banengroei van werknemers van 0,4%. Voor arbeidsmarktvraagstukken is het verder relevant te kijken naar vacatures. Dat zijn onvervulde arbeidsplaatsen waarvoor, binnen of buiten een arbeidsorganisatie, personeel wordt gezocht. Vacatures leveren mogelijk knelpunten op voor werkgevers en bieden kansen voor werkzoekenden. Bron: UWV (2023), Arbeidsmarktprognose 2023-2024

Noord-Holland Noord in middenmoot banengroei In Noord-Holland Noord neemt de werkgelegenheid in de jaren 2023 en 2024 in de meeste sectoren toe. Het aantal banen van werknemers groeit echter vooral in 2023, in sectoren als zorg en welzijn, horeca, overige diensten en specialistische zakelijke diensten. In 2023 neemt in de industrie, in de ICT en in financiële diensten het aantal banen af. In 2024 valt in vrijwel alle sectoren het groeitempo van de werkgelegenheid terug. Meerdere sectoren laten dan banenkrimp zien. Meer informatie is te zien het dashboard Prognoses dat jaarlijks geactualiseerd wordt.

Noord-Holland Noord bevindt zich met een banengroei van 0,4% in 2024 in de middenmoot van de 35 arbeidsmarktregio’s.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 5

De regio’s met de grootste groei van het aantal werknemersbanen Afbeelding 1.3 Ontwikkeling werknemersbanen zijn Groot Amsterdam, Flevoland en Midden-Utrecht. Met name de 35 arbeidsmarktregio’s, prognose 2024 groei in de Regio Groot Amsterdam is ook voor Noord-Holland Noord van belang. Een aanzienlijk deel van de inwoners van reist naar Groot Amsterdam voor het werk. Meer over de regionale pendelstromen in paragraaf 2.5. Regio’s met banenkrimp zijn Drenthe, Achterhoek, Zeeland en Noord-, Midden- en Zuid- Limburg. Daarmee herstellen zich de regionale patronen in de werkgelegenheidsontwikkeling van voor de coronacrisis: een sterkere banengroei in de verstedelijkte regio’s en minder banengroei in decentrale gebieden. Regionale bevolkingsgroei of –krimp is een belangrijke verklaring voor het verschil in de regionale banenontwikkeling. De regionale bevolkingsgroei zegt enerzijds iets over de potentiële afzetmarkt voor producten en diensten, en anderzijds iets over het potentiële arbeidsaanbod. In Noord-Holland Noord groeit de bevolking van 18 tot en met 65 jaar iets minder hard dan het landelijk gemiddelde. Dit dempt de ontwikkeling van de werkgelegenheid in sectoren als detailhandel, horeca, onderwijs en openbaar bestuur.

Factoren als de ligging ten opzichte van landelijke en Europese economische centra, regionale marktgroei en opleidingsniveau van de beroepsbevolking spelen eveneens een rol in de regionale werkgelegenheidsontwikkeling. Zo profiteert Noord-Holland Noord van de relatieve nabijheid van de Randstad en het toerisme naar Bron: Bureau Louter in opdracht van UWV de regio.

Structuur werkgelegenheid beïnvloedt regionale ontwikkeling Ook de sectorstructuur heeft invloed op de regionale prestaties. Noord-Holland Noord kenmerkt zich door een oververtegenwoordiging van sectoren als de agrarische sector, bouw, horeca, detailhandel en de collectieve sectoren openbaar bestuur, en zorg & welzijn. Sectoren als ICT, financiële en zakelijke diensten zijn er minder sterk aanwezig. Afbeelding 1.4 (zie volgende pagina) geeft een beeld van de werkgelegenheidsstructuur in Noord-Holland Noord en de verwachte banenontwikkeling in 2024. De afbeelding laat drie dingen zien:  De omvang en verdeling van het aantal verwachte banen van werknemers in 2023; hoe meer banen, hoe groter de bol.  De verwachte procentuele groei of krimp in 2024 ten opzichte van 2023; boven de horizontale as is sprake van groei, eronder van krimp.  Het relatieve belang van een sector voor de regio in 2023. Dit is hier het regionale aandeel van een sector in het aantal banen van werknemers, in verhouding tot het landelijke aandeel van die sector in het aantal banen van werknemers. Links van de verticale as is het regionale aandeel kleiner dan het landelijke aandeel, rechts groter.

De agrarische sector is in bovenstaande afbeelding niet opgenomen. Deze sector is zeer oververtegenwoordigd in de regio en zou rechts, ver buiten de afbeelding vallen. De grootte van de bol is vergelijkbaar met de bouw en hij bevindt zich op de hoogte van de ICT op de horizontale lijn.

Groeisectoren vallen terug in groeitempo In Noord-Holland Noord komen er in 2024 per saldo bijna 600 banen van werknemers bij. Dat brengt het aantal banen van werknemers in deze regio in 2024 op ruim 279.200. In de meeste sectoren groeit het aantal werknemersbanen in 2024, al neemt het groeitempo duidelijk af. Ook enkele sectoren met een oververtegenwoordiging in Noord-Holland Noord laten banengroei zien. In afbeelding 1.4 bevinden deze sectoren zich in het kwadrant rechts bovenin.

Met een banengroei van ruim 700 neemt de sector zorg & welzijn een groot deel van de totale banengroei voor zijn rekening. Met 50.900 banen is zorg & welzijn verreweg de grootste sector in de regio. De sector is in Noord-Holland Noord ook sterker aanwezig dan in veel andere regio’s. De zorgsector heeft nog steeds te maken met de nasleep van de coronacrisis, zoals een inhaalvraag van uitgestelde zorg, met name bij ziekenhuizen. De zorgvraag blijft ook hoog door de toenemende vergrijzing van de bevolking. Het kan lastig zijn om aan deze vraag te voldoen door aanhoudende personeelstekorten. Ook de kinderopvang heeft te maken met personeelstekorten. Hierdoor kan de kinderopvang lang niet altijd voldoen aan de toenemende vraag en komt het zelfs voor dat groepen moeten sluiten door een gebrek aan medewerkers kinderopvang. Een manier om het personeelstekort in de zorg aan te pakken is het opleiden van mensen die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn. Dit gebeurt in Noord-Holland Noord in het project BBL-anderstaligen helpende plus. Dit project is een combinatie van de normale bbl-opleiding tot helpende plus, gecombineerd met extra aandacht voor taalonderwijs en burgerschap.

De opleiding duurt twee in plaats van één jaar en komt tot stand als samenwerking tussen Vonk en Horizoncollege als regionale mbo-opleidingen, het Regio college in Zaanstreek/Waterland en De Omring en Woonzorggroep Samen als werkgevers. Eerder is een vergelijkbaar traject in West-Friesland gestart. Begin 2024 krijgt dit een vervolg in heel Noord-Holland Noord en in Zaanstreek/Waterland onder de vlag van Leren is Werken, Werken is Leren, coördinatie van het WSP Noord-Holland Noord en in samenwerking met meerdere werkgevers en alle gemeenten in de regio. Het doel is om mensen die wel hebben gewerkt in de zorg, of hiervoor sterk gemotiveerd zijn snel als helpende aan het werkt te laten gaan.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 6

Afbeelding 1.4 Werknemersbanen per sector: omvang, aandeel en ontwikkeling Noord-Holland Noord, verwachte omvang (2023) en groeiprognose 2023-2024

groei 2% zorg en welzijn

ov. zakelijke ICT groothandel diensten 1% horeca

detailhandel uitzendbureaus

0% onderwijs spec. zakelijke transport openbaar bestuur diensten

-1% overige diensten bouw industrie

-2%

financiële diensten

-3% ondervertegenwoordigd oververtegenwoordigd krimp t.o.v. Nederland t.o.v. Nederland

Bron: UWV

Opvallend is de stagnatie in banengroei bij transport & logistiek. Dit is anders dan in de afgelopen jaren. Deze sector staat de komende jaren onder druk. Het thuiswerken is structureel toegenomen waardoor er minder reizigers zijn in het openbaar vervoer dan voor de coronacrisis. Ook de personeelstekorten in de sector remmen de productie. Daarbij is de sector vergrijsd, waardoor er de komende jaren veel medewerkers met pensioen gaan en het personeelstekort waarschijnlijk niet zal afnemen. Ook bij de uitzendbureaus blijft het aantal banen stabiel. De uitzendbranche is een conjunctuurgevoelige sector die in de coronacrisis behoorlijk hard werd getroffen en in de afgelopen jaren juist weer flinke groei liet zien. De personeelskrapte zorgt er echter voor dat bedrijven personeel liever rechtstreeks in dienst nemen, zonder tussenkomst van een uitzendbureau. Ook maakt de krapte het voor uitzendbureaus lastig om personeel te vinden om uit te plaatsen bij bedrijven.

Box 1.2. Uitzendwerk

Uitzendwerk is een belangrijke manier om vanuit de WW-uitkering weer aan het werk te gaan. Van de mensen die in 2022 vanuit de WW het werk hervatten, ging landelijk 23% als uitzendkracht aan de slag; in Noord-Holland Noord is dat aandeel met 19% lager. Mensen die vanuit de WW als uitzendkracht aan het werk gaan, verrichtten vaak voor de WW ook uitzendwerk. Werkhervatting met een uitzendcontract geeft minder werkzekerheid dan werkhervatting met een vast of tijdelijk contract. Uitzendkrachten komen ook relatief vaker in de WW terecht dan werknemers die direct in dienst zijn bij een werkgever. Dit hangt samen met de grotere kans op herhalingswerkloosheid bij uitzendkrachten. Uitzendkrachten worden vaak ingezet voor bijvoorbeeld seizoenswerk, piekdrukte of vervanging bij ziekte. Uit de factsheet van ABU blijkt dat de meeste uitzendkrachten werken in de industrie, transport & logistiek, zorg & welzijn, verhuur & overige zakelijke diensten. Het aandeel uitzendkrachten is vooral groot in technische, transport-, logistieke en dienstverlenende beroepen. Bronnen: UWV en ABU (2023), De waarde van uitzendwerk – Feiten en cijfers 2021

Naast zorg en welzijn laten in 2024 ook sectoren als ICT en agrarische sector een relatief sterke banengroei zien. Het aantal banen in deze twee sectoren in de regio is beperkt, waardoor het effect van de banengroei in deze sectoren voor de totale werkgelegenheid in Noord-Holland Noord minder is dan in andere sectoren. De agrarische sector is in verhouding met het landelijke aandeel wel sterker vertegenwoordigd.

Krimp in industrie, bouw en financiële dienstverlening Niet in alle sectoren groeit de werkgelegenheid. Ook enkele grotere sectoren in Noord-Holland Noord, zoals Openbaar bestuur en bouw, krijgen in 2024 te maken met banenkrimp. In afbeelding 1.4 zijn deze sectoren terug te vinden in het kwadrant rechts onderin. Vooral de banenkrimp in de industrie heeft een negatieve invloed op de werkgelegenheid in Noord-Holland Noord. In 2024 neemt het aantal werknemersbanen in deze sector af met bijna 200. De industrie is conjunctuurgevoelig en afhankelijk van internationale ontwikkelingen, zoals de oorlog in Oekraïne. De oorlog verstoort internationale ketens van productie en transport en zorgt voor hoge energieprijzen en grondstoftekorten. Vooral bij energie-intensieve bedrijven wordt een daling van de productie verwacht door enerzijds hogere energie- en grondstofprijzen en anderzijds afnemende vraag. Voortschrijdende automatisering en digitalisering zorgen er verder voor dat minder werknemers nodig zijn voor de productie.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 7

Ook flexibilisering en uitbesteding van taken hebben invloed op de dalende werkgelegenheid in de industrie. Dit zorgt ervoor dat veel werkzaamheden in de industrie worden uitgevoerd door uitzendkrachten en specialistische zakelijke diensten.

De bouw lijkt na jarenlange stijging van productie en werkgelegenheid te stagneren. In 2024 wordt in Noord-Holland Noord zelfs een lichte krimp (-100) van het aantal werknemersbanen verwacht. De nieuwbouw van woningen en andere gebouwen valt terug en de investeringen en het onderhoud van de infrastructuur staan onder druk. Als gevolg van de aanhoudende hoge prijzen voor grondstoffen en materialen en een stijgende rente neemt de vraag naar nieuwbouw af. Ook de stikstofproblematiek en personeelstekorten remmen de bouw. Een positieve ontwikkeling is de toename van de vraag naar verduurzaming van bestaande woningen. Ook in het onderwijs (-100) neemt het aantal werknemersbanen af in 2024. Dat hangt onder andere samen met de teruglopende aantallen leerlingen. Ook kampt het onderwijs met lerarentekorten, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs, die de ontwikkeling van de werkgelegenheid drukken (omdat vacatures niet ingevuld kunnen worden). In het voortgezet onderwijs zijn er met name tekorten in exacte en taalkundige vakken.

Relatief krijgt de financiële dienstverlening in 2024 te maken met de sterkste banenkrimp. In deze sector maakt automatisering veel handmatige werkzaamheden overbodig. Dit zorgt voor concentratie van werkzaamheden op de hoofdkantoren in de grote steden. De financiële dienstverlening is in Noord-Holland Noord echter ondervertegenwoordigd, zodat de afname van werknemersbanen beperkt blijft tot nog geen 100. Ook de overige diensten krimpen in 2024. Ook deze sector is in Noord-Holland Noord echter klein van omvang, ondervertegenwoordigd én divers samengesteld. Een eenduidige verklaring voor de banenkrimp is daarom lastig. Het gaat hier om kappers en schoonheidsspecialisten, ideële en belangenorganisaties, reparatie van consumentenartikelen, huishoudens als werkgever en extraterritoriale organisaties.

1.3. Omvang vacaturemarkt neemt af, maar blijft op hoog niveau De afkoelende economie heeft invloed op de vacaturemarkt, maar legt deze zeker niet stil. Het aantal ontstane vacatures neemt in 2023 en 2024 landelijk af, nadat het in 2022 het hoogste niveau sinds 1997 bereikte. Als gevolg van de afkoelende economie daalt het aantal ontstane vacatures de komende jaren tot net boven het niveau van 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie. Hoewel de beperkte werkgelegenheidsgroei in 2024 amper zorgt voor uitbreidingsvraag, blijft de vacaturemarkt op een hoog niveau door vervangingsvraag die ontstaat als personeel met pensioen gaat of van baan wisselt (zie box 1.3).

Box 1.3. Vacaturemarkt - Uitbreidingsvraag en vervangingsvraag

Twee belangrijke factoren bepalen de ontwikkeling van het aantal vacatures in een sector: de banengroei (leidend tot uitbreidingsvraag) en het personeelsverloop (leidend tot vervangingsvraag). De vervangingsvraag ontstaat vooral als personeel naar een andere werkgever vertrekt, met pensioen gaat, (tijdelijk) vervangen moet worden in verband met verlof (zwangerschap, ouderschap, sabbatical) of ziekte of omdat tijdelijke contracten van flexwerkers eindigen. Het belang van deze factoren verschilt per sector. In de detailhandel en horeca bijvoorbeeld ontstaan veel vacatures door het (be)eindigen van tijdelijke contracten. In deze sectoren werken relatief veel scholieren en studenten met een kleine bijbaan. In sectoren met een sterk vergrijsd personeelsbestand - zoals openbaar bestuur, onderwijs en transport & logistiek - is pensionering een belangrijke factor bij het ontstaan van vacatures.

De afname van het aantal ontstane vacatures zorgt er ook voor dat er minder vacatures openstaan. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2023 stonden in Noord-Holland Noord 12.000 vacatures open. Dat zijn er ruim 1.500 minder (-11%) dan in het tweede kwartaal van 2022, toen de vacaturemarkt zijn hoogtepunt bereikte. Ondanks de afname in de laatste drie kwartalen was de regionale vacaturemarkt medio 2023 64% groter dan eind 2019, vlak voor de uitbraak van corona. Ten opzichte van begin 2016 is de vacaturemarkt zelfs drie keer zo groot.

Afbeelding 1.5 (zie volgende pagina) toont het aantal openstaande vacatures in Noord-Holland Noord aan het eind van het tweede kwartaal van 2023 naar beroepsklasse en -niveau. De indeling naar beroepsniveau is op basis van de internationale ISCO-classificatie, die een indeling van niveaus in vier categorieën kent:  Beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken, waarvoor elementair of lager onderwijs volstaat;  Beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken, waarvoor lager of middelbaar onderwijs vereist is;  Beroepsniveau 3: complexe taken, waarvoor middelbaar of hoger onderwijs vereist is;  Beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken, waarvoor hoger of wetenschappelijk onderwijs vereist is.

Van de vacatures die medio 2023 openstonden in Noord-Holland Noord waren de meeste voor een technisch beroep, vooral op ISCO-beroepsniveau 2. Het gaat hier om beroepen als timmerman, elektricien, loodgieter en installateur. Ook stonden veel economische & administratieve vacatures open. Deze vacatures zijn eveneens veelal op ISCO- beroepsniveau 2, zoals ondersteunend secretarieel medewerker, financieel-administratief medewerker, medewerker klantenservice en productieplanner. Verder telt de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord veel openstaande vacatures voor commerciële en zorg & welzijn beroepen. Vacatures voor beroepen met veel eenvoudige routinematige taken (ISCO-beroepsniveau 1) zijn vooral te vinden in transport & logistiek en dienstverlenende beroepen. Het gaat hier vooral om vakkenvullers, magazijnmedewerkers en schoonmakers. Meer informatie en actuele cijfers zijn te vinden in het dashboard Vacaturemarkt.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 8

Afbeelding 1.5 Openstaande vacatures naar beroepsrichting en -niveau (ISCO) Noord-Holland Noord, 2e kwartaal 2023

Technisch Economisch en administratief Zorg en welzijn Commercieel Dienstverlenend Transport en logistiek Managers Pedagogisch ICT Openbaar bestuur Creatief en taalkundig

0 500 1.000 1.500 2.000 2.500

beroepsniveau 1 beroepsniveau 2 beroepsniveau 3 beroepsniveau 4

Bron: UWV

1.4. Geen einde aan de krapte De afkoelende economie met bijbehorende afvlakking van de banengroei en afname van het aantal vacatures betekent niet dat de personeelstekorten verdwijnen. Conjuncturele ontwikkelingen lijken maar beperkt invloed te hebben op de personeelstekorten. De krapte wordt weliswaar iets minder, maar blijft aanwezig in beroepsgroepen als techniek, industrie, bouw, zorg en ICT. Dit komt omdat personeelskrapte deels structurele oorzaken heeft, zoals vergrijzing, ontgroening en mismatch. Het volgende hoofdstuk gaat hier nader op in.

Krappe arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord Halverwege 2023 was de spanning op de arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord minder groot dan in dezelfde periode in 2022. Dit is vooral het gevolg van een kleiner aantal openstaande vacatures in het afgelopen jaar. Daar stonden in het tweede kwartaal van 2023 meer mensen tegenover met een kortdurende WW-uitkering. Hoewel de arbeidsmarkt minder krap is dan landelijk blijft de vraag naar personeel groot. De arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord is dan ook nog steeds oververhit. In de meeste regio’s en beroepen was er halverwege 2023 sprake van een krappe of zeer krappe arbeidsmarkt (zie landkaart in afbeelding 1.6) en daarmee van grote personeelstekorten.

Afbeelding 1.6 Spanningsindicator arbeidsmarkt 35 arbeidsmarktregio’s (landkaart) en Noord-Holland Noord naar beroepsrichting (tabel), 2e kwartaal 2023

Noord-Holland Noord Beroepsklasse ICT zeer krap Zorg en welzijn zeer krap Dienstverlenend zeer krap Transport en logistiek zeer krap Pedagogisch zeer krap Openbaar bestuur zeer krap Commercieel zeer krap Technisch zeer krap Economisch en administratief krap Managers krap Totaal alle beroepen Creatief en taalkundig gemiddeld 2e kwartaal 2023 Totaal krap Bron: UWV

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 9

De krapte op de arbeidsmarkt en de daarmee gepaard gaande personeelstekorten doen zich voor in een breed spectrum van beroepen. De tabel in afbeelding 1.6 laat zien dat de spanningsindicator in het tweede kwartaal van 2023 in Noord-Holland Noord voor acht van de elf beroepsrichtingen een zeer krappe arbeidsmarkt aangeeft. Alleen voor de creatieve & taalkundige beroepen was de arbeidsmarkt in evenwicht. Binnen de beroepsrichtingen verschilt de spanning tussen de beroepsgroepen en beroepen die daaronder vallen. Meer informatie en actuele cijfers zijn te vinden in het dashboard Spanningsindicator.

Tekorten aan personeel, materiaal en ruimte beperken productiegroei De economie koelt in 2023 en 2024 af, na enkele jaren van uitbundige groei. De resultaten van de Conjunctuurenquête Nederland (COEN) van het CBS laten dan ook zien dat in Noord-Holland Noord het percentage ondernemers dat onvoldoende vraag ziet als grootste belemmering voor de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar is toegenomen. Aanhoudende tekorten aan personeel, materiaal en ruimte spelen echter nog steeds een grote rol. Het tekort aan arbeidskrachten blijft voor de meeste ondernemers de grootste belemmering in hun bedrijfsvoering, al neemt het aandeel af van ondernemers die dit als grootste belemmering ziet. In het tweede kwartaal van 2023 gaf bijna 27% van de ondernemers in de COROP-regio Kop van Noord-Holland en omgeving aan dergelijke belemmeringen te hebben, in Alkmaar en omgeving zelfs bijna 47%. Het personeelstekort drukt niet alleen de economische groei, maar ook de werkgelegenheid. Bedrijven zijn in deze krappe arbeidsmarkt genoodzaakt om andere oplossingen te vinden om aan de vraag te voldoen en de productie te laten groeien.

80 beroepen structureel kansrijk in Noord-Holland Noord UWV publiceert regelmatig overzichten met kansrijke beroepen. Vanwege de extreme krapte bevatte het meest recente overzicht meer kansrijke beroepen dan ooit. Een aantal van deze beroepen geldt al langer als kansrijk voor werkzoekenden (en daarmee krap voor werkgevers). Schommelingen in de conjunctuur lijken weinig invloed te hebben op de mate waarin werkgevers moeite hebben om geschikt personeel te vinden voor deze structureel kansrijke beroepen. De verwachting is dan ook dat deze beroepen voorlopig kansrijk (krap) blijven, ook als de economie afkoelt. In totaal gaat het in Noord-Holland Noord om 80 structureel kansrijke beroepen. Meer dan de helft van deze beroepen valt in het segment bouw, industrie en techniek. De krimp van de werkgelegenheid in bouw en industrie in 2024 (zie paragraaf 1.2.) betekent dus niet dat in deze sectoren geen vraag meer is naar personeel. In veel technische beroepen (die veelal voorkomen in bouw en industrie) blijft er sprake van krapte. Vergrijzing, ontgroening, schoolkeuze en mismatch zorgen voor een beperkt personeelsaanbod. Daar tegenover staat een onverminderd grote vraag, onder andere als gevolg van de grote klimaatuitdagingen voor de gebouwde omgeving en het duurzaam maken van het energiesysteem.

Grote maatschappelijke impact Ook de collectieve sector kent veel structureel kansrijke beroepen. Werkgevers in zorg, onderwijs en openbaar bestuur hebben al jarenlang moeite met het vinden van personeel voor enkele cruciale beroepen. Zo zijn in de zorg al jaren tekorten in onder andere de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT), geestelijke gezondheidszorg en ziekenhuizen. Als gevolg van de groeiende en vergrijzende bevolking heeft de zorg te maken met een toenemende vraag. In de komende jaren neemt het aantal ouderen snel toe, ook onder medewerkers in de zorg. Dit betekent dat niet alleen de zorgvraag toeneemt, maar ook de vervangingsvraag van zorgpersoneel. Ook de overheid kent al lang tekorten voor onder andere beleidsadviseurs ruimtelijke ordening en inspecteurs toezichthouders brandveiligheid. Het onderwijs heeft een groot tekort aan leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs. De verwachting is dat het lerarentekort de komende jaren in het hele land zal toenemen.

De maatschappelijke impact van de personeelstekorten is groot; lange wachtlijsten in de zorg, kinderen die niet naar de kinderopvang kunnen, ouders die beperkt worden in het aantal uren dat en het moment waarop ze werken, leerlingen die niet voor alle vakken les krijgen van bevoegde vakdocenten en bouwvergunningen die lang op zich laten wachten. Ook met de afkoelende economie lost de krapte niet vanzelf op. Het volgende hoofdstuk gaat nader in op de oorzaken van de krapte en het structurele karakter ervan.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 10

2. Krapte lost niet vanzelf op

Momenteel is er in Noord-Holland Noord een krappe arbeidsmarkt. Deze krapte heeft meerdere oorzaken en lost niet vanzelf op. Ontwikkelingen als vergrijzing en ontgroening spelen hier een belangrijke rol in. Ook sluiten onderwijs en arbeidsmarkt niet altijd goed op elkaar aan. Verder hebben werkenden tegenwoordig andere wensen ten aanzien van werk. Dat uit zich bijvoorbeeld in de toename van het aantal deeltijdwerkers en zelfstandigen zonder personeel (zzp). Ook pendel kan de krapte op de arbeidsmarkt amper verlichten.

2.1. Aanhoudende krapte door vergrijzing Veranderingen in omvang en samenstelling van de bevolking hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. Een afnemend aantal jongeren en een toenemend aantal ouderen in de bevolking stelt overheid, werkgevers en sectoren voor een enorme uitdaging. Te weinig jongeren om ouderen die met pensioen gaan te vervangen, houdt de krapte de komende jaren in stand. In sectoren als transport & logistiek, openbaar bestuur en industrie werken al bovengemiddeld veel 60- plussers.

Werk fit en stimuleren Leven Lang Ontwikkelen om ouderen te behouden voor werk Noord-Holland Noord telde begin 2023 in totaal 690.800 inwoners. Tussen 2003 en 2023 groeide de bevolking in Noord- Holland Noord met 8% (+51.700 personen). De bevolkingsgroei in Nederland als geheel was met 10% iets sterker. Afbeelding 2.1 laat zien dat de groei tussen 2003 en 2023 niet gelijk is verdeeld over de leeftijdsklassen:  11% minder jongeren tot 20 jaar, een daling met 18.400 personen tot 144.200;  2% minder 20 tot 65-jarigen, een daling met 6.900 personen 389.400;  96% meer 65-plussers, een stijging met 77.000 personen tot 157.200.

Afbeelding 2.1 Bevolking naar leeftijdsklasse Noord-Holland Noord, stand per 1 januari 2003, 2008, 2013, 2018 en 2023

800.000 690.800 648.900 658.500 668.800 639.100 700.000

600.000 80.300 92.800 116.900 139.500 157.200

500.000

400.000 396.400 395.800 386.800 380.100 389.400 300.000

200.000

100.000 162.500 160.300 154.800 149.200 144.200 0 2003 2008 2013 2018 2023

0 tot 20 jaar 20 tot 65 jaar 65 jaar en ouder

Bron: CBS, bewerking door UWV

Deze veranderingen binnen de bevolking zorgen ervoor dat de totale ‘demografische druk’ in Noord-Holland Noord is opgelopen van 61% in 2003 tot 77% in 2023. De totale demografische druk geeft de verhouding weer tussen jongeren tot 20 jaar en 65-plussers samen ten opzichte van de 20 tot 65-jarigen. Daarmee wordt de verhouding weergegeven tussen het aantal werkende en niet-werkende leeftijdsgroepen. Jongeren tot 20 jaar volgen immers nog vaak een voltijdsopleiding en 65-plussers zijn dikwijls gepensioneerd, alhoewel de pensioenleeftijd inmiddels hoger is. Een hogere demografische druk zorgt voor een dempend effect op het aantal gewerkte uren per inwoner. De toename van de demografische druk komt door de vergrijzing: het aantal en aandeel 65-plussers is in 20 jaar tijd sterk gestegen. Het aandeel jongeren tot 20 jaar is daarentegen gedaald. Volgens CPB kan langer doorwerken na het 65e levensjaar de gevolgen van de vergrijzing verlichten.

Voor werkgevers betekenen vergrijzing en langer doorwerken al eerder investeren in ‘werk fit’ houden van al werkzame 50-plussers en inclusief personeelsbeleid. Centraal daarbij staat hoe oudere werknemers zo goed mogelijk inzetbaar blijven tot aan hun pensioen. Denk daarbij aan een loopbaan APK, zorgen voor laagdrempelige manieren voor werknemers om zich te ontwikkelen en stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Ook voor 50-plussers die op zoek zijn naar een baan is werk fit worden en blijven essentieel.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 11

Daarnaast ontstaat in de samenleving steeds meer aandacht voor de optie om door te werken ná het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Het leidt tot aanpassingen van cao’s waarin nu nog automatisch ontslag volgt bij het bereiken van die leeftijd. Een ander voorbeeld zijn gespecialiseerde uitzendbureaus die (door)werkende ouderen bemiddelen naar werk.

Klus klaren door hogere arbeidsproductiviteit en aanboren onbenut arbeidspotentieel Noord-Holland Noord zal volgens de bevolkingsprognoses van CBS en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) 700.100 inwoners tellen in 2030 (2,0% meer dan in 2023) en 721.900 in 2050 (5,2% meer dan in 2023). Deze bevolkingsgroei is aanzienlijk lager dan gemiddeld in die van Nederland: landelijk is sprake van een groei van 4,7% in 2030 en 10,7% in 2050 ten opzichte van 2023. De gematigder bevolkingsgroei kan samenhangen met een lager aandeel inwoners met een migratieachtergrond. CPB wijst er in ‘De Nederlandse economie in historisch perspectief’ op het gemiddeld hoger kindertal van migranten in vergelijking tot de bestaande bevolking.

De komende jaren schuiven 151.000 inwoners in de leeftijdsgroepen 50 tot 65-jarigen geleidelijk door naar de groep 65-plussers. In afbeelding 2.2 is te zien dat dit de grootste groepen zijn. De leeftijdsgroepen daaronder zijn kleiner van omvang. Deze situatie werkt door richting de beroepsbevolking. De groep die de arbeidsmarkt verlaat vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is groter dan de aanwas vanuit jongere leeftijdsgroepen. Aanboren van het onbenut arbeidspotentieel en overbruggen van de eventuele kloof tussen gevraagde en aangeboden kwaliteiten via scholing en training kan de gevolgen beperken. Steeds vaker ook zoeken gemeenten, UWV en leerwerkloketten hun doelgroepen op in de wijken. In hoofdstuk 3 wordt verder ingegaan op het onbenut arbeidspotentieel. Ook innovatie en vergroten van de productiviteit met inzet van technologie zijn voor werkgevers manieren om deze situatie het hoofd te bieden.

Afbeelding 2.2 Bevolkingsopbouw naar leeftijd en geslacht in Noord-Holland Noord Noord-Holland Noord, 1 januari 2023

>= 95 jaar 90 tot 95 jaar 85 tot 90 jaar 80 tot 85 jaar 75 tot 80 jaar 70 tot 75 jaar 65 tot 70 jaar 60 tot 65 jaar 55 tot 60 jaar 50 tot 55 jaar 45 tot 50 jaar 40 tot 50 jaar 35 tot 40 jaar 30 tot 35 jaar 25 tot 30 jaar 20 tot 25 jaar 15 tot 20 jaar 10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar < 5 jaar

30.000 20.000 10.000 0.000 10.000 20.000 30.000

Mannen Vrouwen

Bron: CBS, bewerking door UWV

De veranderende samenstelling van de bevolking plaatst werkgevers, sectoren en overheid voor uitdagingen. Aard en omvang van producten, diensten en voorzieningen kunnen veranderen. Voorbeelden van sectoren waarop de bevolkingsontwikkeling en –samenstelling van invloed zijn, zijn onder meer detailhandel, horeca, cultuur, sport & recreatie en persoonlijke dienstverlening. Bij een lagere bevolkingsgroei in Noord-Holland Noord dan landelijk, betekent dit voor deze marktsectoren potentieel beperktere verdiensten en daarmee samenhangende arbeidsvraag. Als het aantal jongeren daalt kan hiervan een dempend effect uitgaan op personeelstekorten in het onderwijs. Meer ouderen kan juist voor zorg & welzijn bijdragen aan grotere knelpunten op de arbeidsmarkt.

Grootste vervangingsvraag in zorg & welzijn, industrie, openbaar bestuur en onderwijs Meer dan zeven op de tien inwoners tussen 15 en 75 jaar in Noord-Holland Noord is aan het werk. De meesten van hen zijn werknemer in loondienst (83%), anderen zijn zelfstandig ondernemers (17%). UWV heeft inzicht in werknemers per arbeidsmarktregio en in welke sectoren zij werken. Daaruit blijkt dat eind 2022 in Noord-Holland Noord 303.300 werknemers woonden. Hiervan zijn er:  66.800 jongeren tot 27 jaar;  132.300 werknemers tussen 27 en 50 jaar;  101.500 werknemers van 50 jaar of ouder, waaronder 33.800 60-plussers.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 12

Afbeelding 2.3 laat zien hoe de verschillende leeftijdsklassen binnen de sectoren zijn verdeeld. De figuur is aflopend gesorteerd op het aandeel 60-plussers.

Afbeelding 2.3 Leeftijdsopbouw werknemers naar sector Noord-Holland Noord, december 2022

Totaal Transport en logistiek Openbaar bestuur Onderwijs Zorg en welzijn Industrie Ov. zakelijke diensten Bouw Overige diensten Groothandel Financiële diensten Uitzendbureaus Spec. zakelijke diensten Landbouw Detailhandel ICT Horeca

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

15 tot 27 jaar 27 tot 50 jaar 50 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar

Bron: UWV

Horeca en detailhandel in Noord-Holland Noord bieden vooral emplooi aan jongeren. Jongeren tot 27 jaar hebben een aandeel van 59% en 47% in het personeelsbestand van die sectoren. Ook in landbouw en uitzendbureaus werken veel jongeren. Meer dan de helft van alle jongere werknemers doet dat in één van deze vier sectoren. Hoewel het aandeel jongeren in zorg & welzijn beperkter is, werken er gezien de grootte van de sector veel jongeren, zo’n 8.500. Als er vanuit bevolkingsontwikkeling minder beschikbare jongeren zijn, betekent dat meer competitie tussen werkgevers om schaarse kandidaten. UWV geeft op werk.nl negen tips om jongeren te vinden en te binden.

33.800 werknemers van 60 jaar of ouder aan de andere kant van het leeftijdsspectrum zullen in de nabije toekomst geleidelijk de arbeidsmarkt verlaten. In Noord-Holland Noord werkt ruim de helft van alle werknemers van 60-plus in een van de sectoren zorg & welzijn, industrie, openbaar bestuur en onderwijs. Vergrijzing kan ook kleine sectoren voor een forse uitdaging stellen. In transport & logistiek is het aandeel 60-plussers het hoogst. Horeca, ICT en detailhandel hebben de laagste aandelen 60-plussers in het personeelsbestand. Bij detailhandel gaat het daarbij wel om 2.600 werknemers door de omvang van de sector.

De komende jaren ontstaat een aanzienlijke vervangingsvraag. Behalve de 60-plussers telt Noord-Holland Noord ook 67.700 werknemers tussen de 50 en 60 jaar. Zij verlaten de arbeidsmarkt in de verdere toekomst. Uitstroom door vergrijzing is dan ook een belangrijke factor die de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren in stand houdt. Individuele werkgevers kunnen inspiratie op doen in de publicatie van UWV over 34 oplossingen bij personeelstekorten om toch personeel te vinden. Zo kunnen ze meerdere of andere groepen betrekken in de werving van personeel, werk in de sector aantrekkelijker maken en inzetten op behoud van personeel. Ook kunnen ze kijken naar de inzet van technologie en innovaties om productiviteit te verhogen.

Een evenwichtige leeftijdsopbouw van personeel is voor werkgevers soms een uitdaging. Zo zijn er verschillende generaties waaraan bepaalde kenmerken of eigenschappen worden toegekend. In de praktijk blijkt dat wat mensen belangrijk vinden, samenhangt met de levensfase waarin zij verkeren. Onderzoekers van de Universiteit van Gent zien geen grote verschillen tussen generaties. Belangrijk is dus dat mensen elkaar in het werk en de organisatie kunnen versterken. Voor de werving van nieuw personeel kan dan beter gekeken worden naar individuele kwaliteiten. En wordt een groepsbenadering gekozen dan kan dat volgens de Gentse onderzoekers bijvoorbeeld op basis van instroomcohorten of positie binnen de organisatie. Werknemers met een lange staat van dienst kunnen als mentor of buddy hun kennis en vaardigheden overdragen aan nieuwe werknemers. Nieuwe werknemers brengen van hun kant frisse energie en andere invalshoeken in.

2.2. Meerdere oorzaken voor mismatch Het aantal vacatures is sterk gestegen, terwijl het aanbod van werkzoekenden op een historisch laagtepunt is. De vergrijzing zorgt ervoor dat de krapte de komende jaren aanhoudt, ook als de economie verder zou afkoelen.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 13

Tegelijkertijd zijn er nog mensen die geen goede aansluiting op de arbeidsmarkt vinden omdat hun profiel niet goed past bij hetgeen gevraagd wordt op de arbeidsmarkt. Individuele werkgevers en werkzoekenden kunnen elkaar niet altijd vinden. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn (zie afbeelding 2.4).

Afbeelding 2.4 Meerdere oorzaken voor mismatch tussen vraag en aanbod op arbeidsmarkt

Bron: UWV

Het aantal studenten dat de arbeidsmarkt betreedt neemt af en is onvoldoende om de huidige vraag in te vullen. Bovendien kiezen sommige studenten voor opleidingsrichtingen met een gematigde startpositie op de arbeidsmarkt. Dit heeft betrekking op de aspecten kennis en opleiding en interesse en wordt in paragraaf 2.3 en 2.4 verder uitgewerkt.

Binnen bestaande functies ontwikkelen benodigde ervaring en vaardigheden zich snel. Iemand kan de aansluiting met de arbeidsmarkt verliezen wanneer diegene zich niet blijft ontwikkelen. Het kan dan moeilijk zijn om na baanverlies weer werk te vinden. Een voorbeeld hiervan is de digitalisering en automatisering in economisch-administratieve beroepen, waardoor taken binnen bepaalde functies komen te vervallen. Daarentegen worden andere taken zoals adviesvaardigheden en projectmatig werken steeds belangrijker. Ontbrekende ervaring en vaardigheden kan een belemmering zijn voor werkzoekenden om werk te vinden (zie paragraaf 3.3).

De mismatch kan zich ook voordoen in de aspecten houding en gedrag ten aanzien van werk, arbeidsvoorwaarden en de bedrijfscultuur. Gedeelde kernwaarden en motieven, contractvormen en de leiderschapsstijl in een organisatie zijn daar voorbeelden van. Nederland heeft het hoogste aandeel werkenden met een deeltijdcontract van Europa en dit aandeel blijft nog steeds groeien. Pluspunt hiervan is dat de arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking hoog is, zeker ook in vergelijking met andere Europese landen. In sommige sectoren en beroepen is het haast vanzelfsprekend om in deeltijd te werken (zoals in de zorg of onderwijs). In andere sectoren als ICT en techniek is voltijds werken wel de norm. Werkzoekenden en werkgevers weten elkaar niet altijd te vinden op dit punt. De groei van het aantal zelfstandigen kan ook onder dit aspect van mismatch worden geschaard. Volgens CBS gaan mensen om meerdere redenen als zelfstandige aan de slag. Zelf kunnen bepalen hoeveel en wanneer men werkt wordt het vaakst genoemd als reden. Deze groep wil dus meer grip krijgen op het werkrooster en het aantal uren. Hierdoor verbetert de balans tussen werk en privé. Dit speelt bijvoorbeeld in de zorgsector. Voor werkgevers en het vaste personeel is of wordt het daarentegen zo erg lastig om een continue bezetting rond te krijgen en kwalitatief goede zorg te blijven bieden.

Andere redenen om als zelfstandige aan de slag te gaan is dat men dat altijd al heeft willen doen, niet meer voor een baas wil werken of dat men op zoek is naar een nieuwe uitdaging.

Vitaliteit komt van het Latijnse woord vitae (leven). Hoe vitaal iemand is heeft te maken met meerdere aspecten, zoals fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociaal-emotionele kenmerken. Op de arbeidsmarkt vertaalt zich dat in mensen die energie hebben om hun werk en taken uit te voeren, zelfvertrouwen hebben, kunnen omgaan met werkdruk en op een constructieve manier communiceren en samenwerken. Wanneer één of meerdere van deze aspecten ontbreken kan een werkgever ervoor kiezen om iemand niet aan te nemen. Hulpmiddelen of extra ondersteuning kunnen ervoor zorgen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar wel weten te vinden. Meer mensen hechten waarde aan een vitale werkplek, waar ruimte is voor lichamelijke gezondheid, mentaal welbevinden en inspiratie.

Ook kan er een geografische mismatch zijn: werkenden of werkzoekenden wonen niet altijd waar de vraag is. Zo kwamen werkgevers in sommige regio’s in de eerste helft van 2023 voor beroepen als ondersteunend secretarieel medewerker, medewerker data invoer, secretaresse, medewerker bedrijfsrestaurant, conciërge, schilder en behanger, productiemedewerker en heftruckchauffeur gemakkelijker aan personeel, terwijl dat in andere regio’s moeilijker was. Of de geografische mismatch op te lossen is hangt af van de mate waarin iemand bereid is om een (grotere) afstand af te leggen voor het woon-werkverkeer (pendel). Paragraaf 2.5 geeft inzicht in de pendelbewegingen van en naar Noord- Holland Noord.

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 14

2.3. Mismatch in initieel onderwijs zichtbaar Een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is van essentieel belang voor schoolverlaters en bedrijven en daarmee voor een goed functionerende economie. Voor sommige jongeren is er een mismatch tussen de opgedane kennis in het initieel onderwijs en hetgeen werkgevers vragen. Deze mismatch is zowel kwalitatief als kwantitatief van aard. Het aantal studenten dat de arbeidsmarkt betreedt neemt de laatste jaren af en de kennis die werkgevers vragen verandert door technologische, sociaal-culturele en economische ontwikkelingen. Andere ambities zoals de energie- en klimaattransities dragen ook bij aan de veranderende vraag. Daardoor is er een blijvende uitdaging om curricula aan te laten sluiten op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Bovendien kiest een deel van de studenten (soms onbewust) voor opleidingsrichtingen met een minder kansrijke startpositie op de arbeidsmarkt.

Profielkeuze eerste indicatie van toekomstige richting In Nederland nam het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs van 2011 tot 2022 af (-2%) naar 929.600. In Noord-Holland Noord was deze afname sterker (-8%) naar uiteindelijk 36.700 leerlingen in het voortgezet onderwijs. Landelijk doet de daling zich volledig voor op vmbo-niveau leerjaar 3 en 4, zowel de theoretische/gemengde (-2%) als basis/kaderberoepsgerichte leerweg (-25%). Het aantal leerlingen op de havo leerjaar 3 tot en met 5 (+6%) en het vwo leerjaar 3 tot en met 6 (+5%) steeg. In Noord-Holland Noord nam het aantal leerlingen op vmbo theoretische/gemengde leerweg iets toe (+3%) en nam op vmbo basis/kaderberoepsgerichte leerweg het aantal sterker dan landelijk af (-17%). Ook het aantal leerlingen op de havo (-5%) als het vwo (-2%) nam in Noord-Holland Noord af.

De onderlinge verdeling van de richtingen die gekozen worden door vmbo-leerlingen verandert. Het aandeel leerlingen dat voor landbouw kiest nam tussen 2011 en 2022 licht toe, terwijl het aandeel dat kiest voor techniek, zorg & welzijn en economie licht daalde. De grootste ontwikkeling doet zich voor in het intersectorale profiel. Dit profiel leidt leerlingen breed op in plaats van voor één beroepsrichting, zodat ze nog alle kanten op kunnen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Het aandeel leerlingen met een intersectoraal profiel steeg van 18% naar 28%.

Tussen 2011 en 2022 is het profiel economie en maatschappij ieder jaar het populairste onder de leerlingen op de havo en het vwo. Het aandeel havisten dat kiest voor het profiel natuur en techniek neemt af en wordt het minst gekozen, terwijl een vervolgopleiding in deze richting de kans op een goede startpositie op de arbeidsmarkt vergroot. Bij het vwo neemt het aandeel leerlingen dat kiest voor de profielen natuur en techniek en natuur en gezondheid juist toe.

De profielkeuzes geven een indicatie waar de interesses van leerlingen in het initieel onderwijs naar uit gaan en in welke richting mogelijk een vervolgopleiding gevolgd gaat worden. Bovendien heeft de gekozen richting invloed op de kennis en vaardigheden van de toekomstige beroepsbevolking en hun arbeidsmarktpositie. Ondanks dat het overgrote deel van de vervolgopleidingen geen profieleis heeft (technische of bèta-vervolgstudies vaak wel), krijgen leerlingen in ieder profiel te maken met andere werk- en denkwijzen die hun eerste vaardigheden vormen. Op jonge leeftijd scholieren en studenten voorlichten en interesseren voor richtingen met een sterke arbeidsmarktpositie zorgt voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en verkleint de mismatch.

Praktijkervaring en opleidingsrichting vervolgonderwijs bepalend voor positie arbeidsmarkt Afbeelding 2.5 toont het verschil in startpositie en startsalaris tussen mbo-, hbo- en wo-afgestudeerden.

Afbeelding 2.5 Startpositie van bol en bbl (mbo-niveau 2, 3 en 4), hbo en wo Nederland, studiejaar 2020/2021

€3.500 wo

€3.000 hbo Gemiddeld startsalaris

bbl4 €2.500

bol4 €2.000 bbl3

bbl2 bol3 €1.500 bol2

€1.000 minder kansrijk kansrijk

Gemiddelde startpositie Bron: CBS Microdata en SEO Economisch Onderzoek (2023)

Regio in Beeld Noord-Holland Noord 15

Over het algemeen vinden jongeren op de huidige arbeidsmarkt snel werk nadat ze een vervolgopleiding hebben afgerond. Wel is er per opleidingsniveau en –richting verschil in hoe gemakkelijk dit verloopt, blijkt uit het onderzoek Studie & Werk 2023 van Elsevier Research en SEO Economisch Onderzoek. Dit onderzoek geeft inzicht in 4.500 opleidingen en de aansluiting met de arbeidsmarkt op mbo, hbo en wo-niveau.

De startpositie wordt bepaald door de duur tot een substantiële baan en de kans op een vast contract. In vergelijking met hbo- en wo-afgestudeerden vinden mbo-afgestudeerden gemiddeld minder snel een substantiële baan, hebben een kleinere kans op een vast contract en verdienen minder één jaar na het afstuderen. Toch vertellen gemiddeldes niet het hele verhaal over verschillen in startpositie tussen mbo-, hbo- en wo-afgestudeerden.

Zo hebben mbo’ers van bbl-opleidingen (met name op niveau 3 en 4) een kansrijkere startpositie op de arbeidsmarkt dan de meeste hbo’ers en wo’ers. Bbl staat voor beroepsbegeleidende leerweg. Bbl-studenten zijn tijdens hun opleiding al in dienst bij een werkgever, wat zich in een gunstigere startpositie op de arbeidsmarkt vertaalt. Bbl-afgestudeerden verdienen gemiddeld meer dan bol-gediplomeerden. Bol-studenten gaan voltijds naar hun opleiding maar lopen wel stage bij werkgevers. Over het algemeen blijft het startsalaris van mbo-niveaus wat achter op het hoger onderwijs. Maar opleidingsrichtingen zijn hierbij bepalend. Zo verdienen bbl-afgestudeerden in de zorg en techniek gemiddeld evenveel als hbo- en wo-afgestudeerden van alfa-opleidingen. Bol niveau 4 heeft meer afstudeerders maar de startpositie op de arbeidsmarkt is minder kansrijk. Bovendien ligt het gemiddeld startsalaris lager dan bbl- afgestudeerden. De bollen in afbeelding 2.5 zijn geschaald naar de omvang van het aantal afgestudeerden.

Middelbaar beroepsonderwijs: alle bbl- en bol-opleidingen in de zorg en techniek kansrijk Het mbo is van cruciaal belang voor de Nederlandse economie. Het mbo biedt praktijkgerichte opleidingen die studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven voorziet in de vraag naar mbo geschoold personeel. Enerzijds groeit de vraag naar mbo’ers door onder andere vergrijzing (vervangingsvraag) en door veranderingen in de maatschappij, zoals de energietransitie (uitbreidingsvraag). Anderzijds daalt het aanbod van mbo-studenten de laatste jaren en naar verwachting zet deze daling de komende jaren door.

Volgens SBB is het aantal bol-studenten in Noord-Holland Noord tussen 2018/2019 en 2021/2022 afgenomen met 3% naar 14.300 studenten. Het aantal bbl-studenten nam in dezelfde periode juist toe met 5% naar 6.600 studenten in 2021/2022. DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) verwacht dat het totaal aantal mbo-studenten in Noord-Holland Noord afneemt, van 20.300 in 2022 naar 18.600 in 2032 (-8,4%). Deze afname heeft te maken met de afname van het aantal jonge volwassenen (zie paragraaf 2.1). Bovendien volgt in Nederland een steeds kleiner deel van de leerlingen in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding, terwijl het aandeel havo en vwo juist toeneemt. Daardoor stromen vaker jongeren door naar een hbo- of wo-opleiding en is de beroepsbevolking steeds hoger opgeleid. Er wordt dus minder vaak voor een mbo-opleiding gekozen, terwijl bepaalde richtingen zoals zorg en techniek wel een sterke startpositie op de arbeidsmarkt geven. In de maatschappij is ook veel vraag naar deze mbo’ers. Onderwijsinstellingen, werkgevers en de overheid proberen jongeren (en hun ouders) te stimuleren om vaker voor een vmbo- en daaropvolgende mbo- opleiding te kiezen, met name in de richting van belangrijke kraptesectoren zoals zorg en techniek.

Uit het onderzoek Studie & Werk 2023 blijkt ook dat het mbo-opleidingsniveau (niveau 2, 3 en 4), de gekozen leerweg (bol en bbl) én opleidingsrichting van invloed zijn op de startpositie op de arbeidsmarkt. Afbeelding 2.6 laat een uitsplitsing zien naar opleidingsrichting per niveau en leerweg.

Afbeelding 2.6 Bol en bbl-opleidingen naar startsalaris en startpositie op arbeidsmarkt Nederland, studiejaar 2020/2021

€2.800 techniek 4

€2.600 techniek 3

€2.400 zorg 4 Gemiddeld startsalaris

economie 4 techniek 2 €2.200 techniek 4 landbouw 4 techniek 3 landbouw 3

€2.000 zorg 4 zorg 3 economie 4 zorg 3 €1.800 economie 3 landbouw 2 landbouw 4 economie 3 economie 2 zorg 2 €1.600 techniek 2 landbouw 3 €1.400 landbouw 2 economie 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13535243/1