231123 RIB terinzagelegging concept beleidskader kleine windturbines - Bijlage 2 Concept beleidskader kleine windturbines Alkmaar november 2023
Tekst van het document
Het onderzoek beschrijft de effecten van de kleine windturbine op de aanwezigheid van beschermde soorten en planten in een plangebied en directe omgeving. Het onderzoek moet uitwijzen of plaatsing verantwoord is. Er mogen geen negatieve gevolgen zijn voor de beschermde soorten. Wanneer de
28
Wet natuurbescherming wordt overtreden, dan moet het plan hierop worden aangepast of moet een ontheffing voor de Wet natuurbescherming bij de provincie Noord-Holland worden aangevraagd.
Het bouwen en gebruiken van een kleine windturbine mag ook niet leiden tot een toename van stikstofuitstoot. Uit stikstofberekeningen moet duidelijk worden of negatieve effecten op Natura-2000 gebieden door stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.
8.5 Participatie met de omgeving Wij vinden participatie met de omgeving belangrijk. De omgeving wordt daarom bij de plannen betrokken. Relevante zichtlijnen voor omwonenden worden open gehouden. Er wordt verkend of direct omwonenden of anderen eventueel last kunnen hebben van een windturbine. Waar mogelijk kan bij voorkeur gezamenlijke planontwikkeling voor de plaatsing van windturbines plaatsvinden.
De initiatiefnemer gaat daarom voorafgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning met de direct omwonenden in gesprek over het plaatsen van de windturbine. Bij direct omwonenden gaat het in ieder geval om iedereen die direct grenst aan de projectlocatie, binnen een straal van één kilometer woont of gevestigd is en eventuele gevolgen (zowel positief als negatief) direct kan ervaren.
Het landelijk gebied bestaat vooral uit een grootschalig open polderlandschap, waarbij op basis van het zichtcriterium van het belanghebbende begrip al snel sprake zal zijn van een belanghebbende als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Er volgt overleg op het niveau van raadplegen met direct omwonenden over het plaatsen en inpassen van de windturbine. Van dit gesprek levert de initiatiefnemer een participatieverslag bij de gemeente aan.
8.6 Tijdelijke vergunningen Er worden geen tijdelijke vergunningen voor kleine windturbines verleend. Een tijdelijke vergunning is beperkt geldig tot ten hoogste tien jaar en doet geen recht aan de hoge investeringskosten. Bovendien is niet gezegd dat tijdelijke vergunningen automatisch in een het omgevingsplan worden opgenomen.
29
Hoofdstuk 9 Bijlagen 9.1 Kosten en checklist aanvraag omgevingsvergunning De kosten (leges) kunnen per aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een windturbine verschillen. Om die reden worden initiatiefnemers verwezen naar de Legesverordening.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet een goede en op de locatie toegesneden ruimtelijke onderbouwing worden meegestuurd samen met: 1. het participatieplan en participatieverslag; 2. algemene informatie over de constructie (funderingsconstructie) en technische tekening van de kleine windturbine (doorsnede aangezicht met hoogtemaatvoering), meestal de gegevens van de fabrikant; 3. een met een plattegrond van de indeling (schaal 1:500) en overzichtskaart (schaal 1:10.000) van de locatie met het erf waaruit blijkt dat de landschappelijke kwaliteiten en kenmerken worden afgewogen voor de plaatsing van een windturbine. Daarnaast dienen naast de indieningsvereisten die gelden op grond van de Omgevingsregeling de volgende tekeningen te worden aangeleverd: een lengtedoorsnede over het erf, (voor, achter en zij) aanzichten en een duidelijke afbeelding van het type windturbine; 4. actuele energiegegevens waaruit blijkt dat de opgewekte elektriciteit van een kleine windturbine nodig is voor de eigen energievoorziening; 5. een natuuronderzoek (Wet natuurbescherming), archeologie, geluid, externe veiligheid en slagschaduw. Vooraf kan met de gemeente worden afgestemd welke onderzoeken op de specifieke locatie vereist zijn; 6. als dat van toepassing is: de watertoets. Vooraf kan met de gemeente worden afgestemd of dit onderzoek op de locatie van toepassing is.
9.2 Provinciale en gemeentelijke regelgeving/beleid Bij de aanvraag voor een kleine windturbine dient in ieder geval rekening gehouden te worden met onderstaande regelgeving van Provincie Noord-Holland en gemeente Alkmaar: • de Omgevingsvisie NH2050. • de Omgevingsverordening NH2020. • de ontwerp-Omgevingsverordening NH2022. De Omgevingsverordening NH2022 treedt in werking bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarmee vervalt de Omgevingsverordening NH2020 • de Omgevingsvisie Alkmaar 2040. • Artikel 6.27b Omgevingsverordening NH2020 Kleine windturbines in landelijk gebied 1.Voor zover een ruimtelijk plan van toepassing is op het werkingsgebied Landelijk gebied kan het, in afwijking van artikel 6.27a, ook buiten het werkingsgebied zoekgebieden wind en wind + zon RES 1.0 voorzien in de bouw van één windturbine per bouwperceel, als: a.de windturbine wordt gebouwd op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke activiteit is toegestaan; b.de ashoogte niet meer bedraagt dan 15 meter vanaf het maaiveld; c.de windturbine in landschappelijk opzicht aansluit op de bijbehorende bebouwing; en d.de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast. 2.Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.
*Er zijn op het moment van schrijven van dit beleidskader door de Gedeputeerde Staten nog geen nadere regels als bedoeld in het eerste lid gesteld.
30