231123 RIB bedrijventerrein Oudorp - Bijlage 3 Toelichting De Staalmeester Schermerweg 33
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Staalmeester Schermerweg 33 te Alkmaar Gemeente Alkmaar Ontwerp
Bestemmingsplan De Staalmeester Schermerweg 33 te Alkmaar Gemeente Alkmaar Ontwerp
Rapportnummer: P05041
IMRO-identificatienummer: NL.IMRO.0361.BP00197-0201
Datum: 27 oktober 2023
Opdrachtgever: SW C.V.
Projectteam BRO: WdR, TSc, TAu
Concept-ontwerp: april 2022, juli 2022
Ontwerp: juni 2023, juli 2023, oktober 2023
Vaststelling: --
Bron kaft: Venhoeven CS
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave pagina
1. INLEIDING 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Plangebied 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan 7 1.4 Leeswijzer 7
2. PLANBESCHRIJVING 9 2.1 Bebouwing en openbaar gebied 9 2.2 Programma 11 2.3 Duurzaamheid 12
3. BELEIDSKADER 14 3.1 Rijksbeleid 14 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 14 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 16 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 16 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 21 3.3 Gemeentelijk beleid 26
4. OMGEVINGSASPECTEN 32 4.1 Verkeer en parkeren 32 4.2 Geluid 33 4.2.1 Toetsingskader 33 4.2.2 Onderzoek 34 4.2.3 Conclusie 36 4.3 Luchtkwaliteit 36 4.3.1 Toetsingskader 36 4.3.2 Onderzoek 36 4.3.3 Conclusie 37 4.4 Bedrijven en milieuzonering 38 4.4.1 Toetsingskader 38 4.4.2 Onderzoek 38 4.4.3 Conclusie 40 4.5 Geur agrarisch 40 4.5.1 Toetsingskader 40 4.5.2 Onderzoek 40 4.5.3 Conclusie 40 4.6 Externe veiligheid 40 4.6.1 Toetsingskader 40 4.6.2 Onderzoek 41 4.6.3 Conclusie 42 4.7 Ecologie 43
Inhoudsopgave 1
4.7.1 Toetsingskader 43 4.7.2 Onderzoek 44 4.7.3 Conclusie 44 4.8 Bodem 45 4.8.1 Toetsingskader 45 4.8.2 Onderzoek 45 4.8.3 Conclusie 45 4.9 Water 46 4.9.1 Toetsingskader 46 4.9.2 Onderzoek 47 4.9.3 Conclusie 48 4.10 Archeologie 48 4.10.1 Toetsingskader 48 4.10.2 Onderzoek 49 4.10.3 Conclusie 49 4.11 Cultuurhistorie 49 4.11.1 Toetsingskader 49 4.11.2 Onderzoek 49 4.11.3 Conclusie 50 4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling 50 4.13 Windhinder 51
5. JURIDISCHE PLANOPZET 52 5.1 Inleiding 52 5.2 Toelichting op de planregels 53
6. UITVOERBAARHEID 55 6.1 Economische uitvoerbaarheid 55 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 55 6.2.1 Vooroverleg 56 6.2.2 Participatie 56 6.2.3 Vaststellingsprocedure 56
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Omgevingsbeeld Alkmaars Kanaal Bijlage 2: Ontwikkelbeeld Oudorp Bijlage 3: Ladder en behoefteonderzoek Bijlage 4: Quickscan Flora en fauna Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Verkeersonderzoek Bijlage 8: Parkeerberekening Bijlage 9: Vooronderzoek bodem Bijlage 10: Aanmeldingsnotitie Bijlage 11: Stikstofonderzoek
Inhoudsopgave 2
Bijlage 12: Quickscan windklimaat Bijlage 13: Participatieverslag Bijlage 14: Advies veiligheidsregio Bijlage 15: Verslag vooroverleg Bijlage 16: Plan van aanpak
Inhoudsopgave 3
1. INLEIDING
1.1 Aanleiding
In het zuiden van de wijk Oudorp in Alkmaar ligt het gemengde bedrijventerrein ‘Oudorp’. Voor het overgrote deel van dit bedrijventerrein zijn bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 toegestaan. De zwaar- dere bedrijvigheid (tot en met categorie 4) is meer gesitueerd aan de zijde van het kanaal. Voor deze locaties is door de gemeente Alkmaar in 2021 een bestemmingsplan vastgesteld waarmee de geluid- zone industrie van het bedrijventerrein Oudorp is verwijderd. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om het bedrijventerrein te transformeren naar een gemengd leefgebied. Aan de zuidzijde van de Scher- merweg (aan het Jaagpad) zijn dan ook al de eerste nieuwbouwwoningen gerealiseerd. De wens be- staat om aansluitend op dit gebied ook een terrein ten noorden van de Schermerweg te ontwikkelen.
Onderhavig bestemmingsplan richt zich op de ontwikkeling van een terrein tussen de Schermerweg en de Edisonweg in Alkmaar. Op het terrein zijn op dit moment verschillenden bedrijfsgebouwen aan- wezig. Er worden hoogwaardige proces- en transportbanden ontwikkeld, geproduceerd en gedistribu- eerd. Dit bedrijf (behorende tot een zware milieucategorie (4.1)) gaat verhuizen en het voornemen be- staat om de bedrijfsbebouwing te slopen en plaats te maken voor woningen. Deze woningbouw gaat gepaard met de realisatie van enkele commerciële voorzieningen en andere niet-woonfuncties in de plint. Hierbij kan gedacht worden aan horeca, maatschappelijke voorzieningen en werkruimten. Het gebied wordt daarmee getransformeerd naar een gemengd gebied waarin werken, wonen en voorzie- ningen gecombineerd worden. In totaal wordt ruimte geboden voor maximaal 300 appartementen op het terrein, verdeeld over verschillende bouwblokken. De appartementen variëren in oppervlaktes en de bouwblokken hebben verschillende bouwhoogtes en maatvoeringen (zie ook figuur 1.1)
Figuur 1.1. Nieuwe invulling De Staalmeester
De gewenste ontwikkeling is niet direct toegestaan conform de regels van het geldende bestemmings- plan. De realisatie van woningen is namelijk niet mogelijk binnen de geldende bestemming en ook de overige functies/voorzieningen wijken op plekken af van de huidige gebruiksregels. Om deze reden is een (partiële) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit document geeft hier invulling aan.
Hoofdstuk 1 4
1.2 Plangebied
Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein Oudorp in Alkmaar. Dit bedrijventerrein is gelegen ten oosten van het centrum van Alkmaar en grenst aan de zuidzijde aan het kanaal. De gewenste ont- wikkeling vindt plaats tussen de Schermerweg en de Edisonweg, nabij de Scheepsjagerstraat. De lig- ging en globale begrenzing van het plan is weergegeven in figuur 1.2. Het terrein heeft een opper- vlakte van ongeveer 1,2 hectare.
Hoofdstuk 1 5
Figuur 1.2: Ligging en globale begrenzing plangebied (bron: pdok.nl)
Hoofdstuk 1 6
1.3 Vigerend bestemmingsplan
Voor dit project is het bestemmingsplan “Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp” het vigerende kader. Ook is het bestemmingsplan “Geluidzonering Oudorp” geldend op de locatie, waarin een ge- biedsaanduiding over het plangebied is opgenomen die zorgt dat geluidzoneringsplichtige bedrijven hier niet zijn toegestaan. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp” is weergegeven in figuur 1.3 hieronder. Ter plaatse van het plangebied geldt op dit moment voor het overgrote deel de bestemming ‘gemengd – 1’. Binnen deze bestemming zijn verschillende functies toegestaan, waaronder bedrijven (t/m categorie 4), kantoren en andere voorzieningen. Woningen zijn onder andere niet toegestaan in het plangebied. Daarnaast wordt afge- weken van de bouwregels op sommige locaties. De maximale bouwhoogte van 12 meter wordt name- lijk op plekken overschreden. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 80%. Hier wordt wel aan voldaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een (partiële) herziening van het bestem- mingsplan noodzakelijk.
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren 2018’ is ook geldend binnen het plangebied. Hiermee is rekening gehouden bij de planontwikkeling.
1.4 Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmings- plan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang
Hoofdstuk 1 7
zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planop- zet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1 8
2. PLANBESCHRIJVING
2.1 Bebouwing en openbaar gebied
Stedenbouwkundige uitgangspunten In de figuur 2.1 staan de stedenbouwkundige uitgangspunten gevisualiseerd weergegeven.
Figuur 2.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten
Hoofdstuk 2 9
De toekomstige planopzet De bestaande bedrijfsbebouwing op het terrein zal worden gesloopt. Zo wordt er ruimte gemaakt voor nieuwbouw gebaseerd op de stedenbouwkundige uitgangspunten en conform de kaders van de ge- meente Alkmaar (zie daarvoor paragraaf 3.3) . Er worden meerdere bouwblokken gerealiseerd waarin een gemengd programma van wonen en werken wordt gerealiseerd en een mobiliteitshub. In figuur 2.2 is de ligging weergegeven in een impressie. De blokken variëren in oriëntatie en volume, maar zul- len een eenheid met elkaar vormen middels het groene binnenterrein en architectuur. Hierdoor wordt een fijne leefomgeving gecreëerd. Midden over het terrein komt een zogenaamd kindlint: een noord- zuidverbinding naar het Noordhollandsch Kanaal.
Figuur 2.2: Impressie toekomstige inrichting met ligging bouwblokken
Hoofdstuk 2 10
De bouwblokken hebben een gemiddelde hoogte van 5 bouwlagen met een hoogteaccent aan de dijk van maximaal 50 meter hoog. In figuur 2.3 zijn enkele uitgangspunten beschreven ten aanzien van de bebouwing.
Figuur 2.3: Uitgangspunten bouwvolumes
Het totale bebouwde oppervlakte zal circa 60% van het plangebied bedragen, minimaal 20% wordt onverhard en onbebouwd en circa 20% wordt (half) verhard. Deze gronden worden ingevuld met groen en ontsluitingen en blijven openbaar. Het plan wordt verder ‘doorwaadbaar’. Aan de noordzijde komt een ‘kindlint’ met een zachte oever naar de reeds bestaande watergang.
De beoogde parkeerhub is uitgelijnd met de reeds bestaande bebouwing met werkplaatsen aan de Alexander Flemingstraat 3 – 41 direct ten oosten van het plangebied en wordt rechtstreeks aangeslo- ten op een nieuw aan te leggen weg ten noorden van dit bestaande gebouw, waar nu nog een groot parkeerterrein is gelegen. Het gemotoriseerd verkeer zal hoofdzakelijk gebruik maken van deze weg.
De aansluiting van het plangebied met de Schemerweg is voornamelijk bedoeld voor calamiteitenver- voer. Daarnaast is het de ontsluiting van enkele parkeerplaatsen bedoeld voor een nieuw te bouwen gebouw in het zuidoosten van het plangebied. Dit gebouw krijgt een kleinere korrel, dat gelijk is aan andere reeds bestaande tweekappers aan de Schermerweg.
Voor het plan is een kavelpaspoort opgesteld met stedenbouwkundige uitgangspunten inclusief beeld- kwaliteitsplan. Dit kavelpaspoort is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in onderhavig be- stemmingsplan. Dit geldt ook voor het borgen van een goed windklimaat.
2.2 Programma
Het programma is opgedeeld in het woongedeelte en het ‘niet-woongedeelte’. Het woongedeelte be- slaat de realisatie van maximaal 300 appartementen verdeeld over de verschillende bouwblokken. Er wordt een mix gecreëerd van kleine en grote appartementen (ongeveer tussen 45 en 100 m 2). Daar- naast wordt gezorgd in een variatie van huur- en koopappartementen. De woningen trekken daardoor verschillende doelgroepen aan, zoals starters, senioren, zorgbehoevenden en kleine gezinnen. Bij de totale ontwikkeling wordt tevens rekening gehouden met de implementatie van 33% sociale woningen.
Hoofdstuk 2 11
Direct ten noordwesten vindt ook een transformatie plaats van bedrijven naar wonen. In dit plan is een groot aantal stadswoningen opgenomen. Beide projecten gezamenlijk leiden tot een brede variatie van woningtypes.
Naast woningen worden ook verschillende voorzieningen mogelijk gemaakt. Het gaat daarbij om een oppervlakte van maximaal 5.000 m2 bvo. Met dien verstande dat de maximale oppervlaktes per niet- woonfunctie het volgende bedragen: Maatschappelijke voorzieningen incl. zorgwoningen: maximaal 3.000 m2 bvo Horeca: maximaal 150 m2 bvo Dienstverlening en kantoren: maximaal 3.000 m2 bvo.
2.3 Duurzaamheid
Duurzaam en natuurinclusief voor mens en natuur De ambities om de locatie duurzaam te ontwikkelen zijn hoog. Op alle vlakken; sociale, economische en milieutechnische duurzaamheid zal De Staalmeester zich positief opstellen. De sociale duurzaam- heid speelt een grote rol voor de goede instandhouding van het gebouw. Inclusiviteit en sociale cohe- sie wordt gecreëerd middels de beoogde gemeenschappelijke voorzieningen in de plint van de gebou- wen en groene openbaar toegankelijke buitenruimte die de blokken verbind. In het ontwerp ligt de na- druk op het buurtgevoel, stimuleren van ontmoetingen en sociale veiligheid.
Op het gebied van economische duurzaamheid wordt er veel waarde gehecht aan flexibiliteit. Als ver- anderingen in de toekomst er om vragen kan bijvoorbeeld in de parkeergarage ruimte worden ge- maakt voor fietsenstallingen en komen ruimtes op de begane grond vrij voor functies. De woningen kunnen met gemak worden ingezet als zorgwoningen en woningen kunnen goed worden uitgebreid dan wel gedeeld wanneer de markt erom vraagt.
Op de huidige locatie staat het bedrijf Derco. Er wordt niet meer uitgegaan van slopen, maar van del- ven. Door een inventarisatie te doen voor de sloop kunnen materialen worden geoogst welke in het nieuwe plan of elders een nieuw leven krijgen.
De woningen worden ontworpen conform de BENG uitgangspunten. Met de hoge energielasten en verduurzamingsopgave is het van belang om het energieverbruik verder te minimaliseren waar moge- lijk. Mogelijk kan de mobiliteitshub een rol spelen in het opslaan van energie als “Buurtbatterij”. Deze HUB wordt daarnaast demontabel uitgevoerd.
Met de mobiliteitstransitie wordt ingezet op een meer duurzame manier van vervoer zoals fiets, OV en deelmobiliteit. Deze transitie maakt mogelijk de auto over 20 tot 30 jaar overbodig.
Door parkeergarages niet meer ondergronds te maken, wat ook voor veel wateroverlast zorgt, maar als demontabele hub, kan deze makkelijk worden verwijderd.
Op milieuniveau wordt niet alleen de focus gelegd op de technische aspecten maar ook op de biodi- versiteit en de toekomstige klimaatontwikkelingen. Hevige regenbuien kunnen worden gebufferd in de daktuin en hittestress wordt door vergroening zoveel mogelijk tegen gegaan. Het vergroenen van de buitenruimtes zal even eens helpen de biodiversiteit in stand te houden. Door het natuurinclusief bou- wen kunnen insecten en vogels de gebouwen beschouwen als hun habitat.
Hoofdstuk 2 12
De ambitie om piekbuien op te kunnen vangen wordt ingevuld door een deel van het plangebied ver- laagd aan te leggen, circa 20% van het plangebied is onverhard en onbebouwd. Hierdoor ontstaat ruimte om water na een regenbui vertraagd af te voeren. Groen draagt zo bij aan een klimaat adap- tieve omgeving waarin regenwater kan worden gebufferd of geïnfiltreerd en hittestress wordt voorko- men. Tevens wordt de druk op het riool verminderd.
De aanwezige watergang grenzend aan het plangebied is nu vervallen en kan niet worden onderhou- den. In de plannen is de ambitie om het water weer de ruimte te geven en de groenblauw structuur te herstellen. Tevens wordt het watersysteem weer toegankelijk voor onderhoud.
Hoofdstuk 2 13
3. BELEIDSKADER
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hier- aan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie
Beleidskader Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omge- vingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omge- vingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruim- telijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.
In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoe- ringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Figuur 3.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
Hoofdstuk 3 14
De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sec- toren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maat- schappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen el- kaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer sa- men en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorg- vuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omge- ving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformu- leerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen
Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende be- schikbaarheid van zoetwater; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomge- ving” wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3 en de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omge- vingsaspecten aan de orde komen.
Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige af- weging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagna-
Hoofdstuk 3 15
tie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overpro- grammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zie verder onder paragraaf 3.1.3.
Voor het nationale belang “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid” en “Waar- borgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater” wordt verwezen naar paragraaf 4.9 Water.
In paragraaf 4.10 Archeologie en 4.11 Cultuurhistorie wordt aandacht besteed aan onder archeologie en natuurhistorie. Dit raakt aan nationaal belang “Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang”.
Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmings- plan niet in de weg.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.
Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijke- ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking binnen dit uitwer- kingsplan
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstede- lijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvul- dige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De lad- der is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzienin- gen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder terugge- bracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stede- lijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand
1 O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3 16
stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Doorwerking plangebied Als bijlage 3 is de ladder en behoefteonderzoek De Staalmeester bijgevoegd. Hieronder worden de conclusies op een rij gezet.
Wonen Het initiatief aan de Schermerweg voorziet met de ontwikkeling van 300 appartementen in een kwanti- tatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied: Tot 2030 neemt het aantal inwoners en huishoudens in het de gemeente Alkmaar en regio Alk- maar sterk toe. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad. Op basis van provinciale cijfers is er in de gemeente Alkmaar in de periode 2021-2030 een woningbehoefte van 5.450 woningen en in de regio Alkmaar een behoefte van 13.500 woningen (inclusief inhaalvraag van 1.000 wonin- gen). Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit in de gemeente Alkmaar om in deze woning- behoefte te voorzien. Na aftrek van de harde plancapaciteit is er nog planologische ruimte voor circa 2.249 woningen. In de regio Alkmaar is na aftrek van de harde plancapaciteit nog ruimte voor circa 6.000 woningen. Om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien is het van belang dat zachte plannen omgezet wor- den in harde plannen. Het initiatief is onderdeel van het bouwplan Alkmaars Kanaal Oudorp, dat met ca. 2.300 woningen is opgenomen in de zachte plancapaciteit.
Het initiatief aan de Schermerweg voorziet met de ontwikkeling van 300 koop- en huurappartementen (waarvan 33% sociale woningbouw) in een kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied: Door de demografische ontwikkeling (vergrijzende bevolking en meer jongeren) is in de regio Alk- maar en gemeente Alkmaar een nadrukkelijke behoefte aan woningen die geschikt zijn voor oude- ren, jongeren en gezinnen. Daarbij wordt gedacht aan onderscheidende woonmilieus met een grote diversiteit aan vormen van wonen voor alle doelgroepen. Betaalbaar en toekomstbestendig. Deze vraag naar stedelijke woonvormen past goed in de ambities van Alkmaar om vrijkomende ruimte in de stad te herontwikkelen als (hoog)stedelijke woonmilieus. Kansen worden daarbij ge- zien om bedrijventerreinen te transformeren tot gemengde woonmilieus zoals appartementenge- bouwen. Het initiatief heeft met de ontwikkeling van 300 appartementen als voornemen om het bedrijventerrein te ontwikkelen tot gemengd woonmilieu. Daarnaast is er de behoefte om doorstroming te stimuleren. Zowel de gemeente Alkmaar als de regio Alkmaar zien een behoefte aan het uitbreiden van de voorraad appartementen en levens- loopbestendige woningen.
Dit gebeurt enerzijds door op de locatie zelf diverse appartementen te bouwen in één complex waardoor een wooncarrière doorlopen kan worden en anderzijds kunnen appartementen gezien worden als levensloopbestendige woningen waardoor doorstroming vanuit grondgebonden woningen naar appartementen op gang komt. De gemeente Alkmaar heeft onvoldoende harde woningbouwplannen om te voorzien in de be- hoefte aan sociale huurwoningen, woningen in de vrije huursector en goedkope en betaalbare koopwoningen (zowel grondgebonden als appartementen). Ook op regionaal niveau is behoefte om een kwalitatief woonprogramma te ontwikkelen met sociale huur en koop. Met de realisatie van appartementen in diverse prijsklassen, waaronder 33% sociaal, voorziet het initiatief in deze kwalitatieve behoefte.
Hoofdstuk 3 17
De ontwikkeling aan het Alkmaars Kanaal vangt deels de vraag op van de verhoogde instroom vanuit de MRA. De kwaliteit van de woningen en de woonomgeving die Alkmaars Kanaal gaat bie- den, moet dusdanig zijn dat potentiële vestigers ‘over de streep worden getrokken’. Het initiatief draagt hieraan bij door een gedifferentieerd woonmilieu te bieden (koop en huur, verschillende grootte van appartementen, voorzieningen nabij). Tot slot is de bereikbaarheid met woonlocaties dichtbij OV-knooppunten een belangrijk thema. De regio Alkmaar en specifiek de gemeente Alkmaar zijn onderdeel van het Daily Urban System van Metropool Regio Amsterdam. Hoofdzakelijk heeft het Daily Urban System als doel om de bereik- baarheid te verbeteren en de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in de verschillende kernen te verg- roten. Het regionale kader, om woonmilieus een impuls te geven aan sterke steden, krachtige ker- nen en een gemengde regio, sluit hierop aan. Van belang daarbij is dat nieuwbouw ingevuld wordt in bestaand stedelijk gebied (zoals aan het Alkmaars Kanaal) en circa 10 minuten fietsen van het OV. Doordat de beoogde locatie ligt in bestaand stedelijk gebied (Kanaal zuid) en 8 minuten fiet- sen is van het OV (centraal station) draagt het bij aan de bereikbaarheid en daarmee aan de aan- trekkelijkheid van de gemeente Alkmaar.
Dit geeft tevens een impuls aan de gemeente Alkmaar om zichzelf als sterke stad te profileren.
Zorgwoningen en niet-woonfuncties Voor de functies horeca, dienstverlening en kantoren, en maatschappelijke voorziening (excl. zorg- woningen) is een behoefteonderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan zijn uitspraken gedaan over welk programma kwantitatief en kwalitatief te onderbouwen is volgens de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De resultaten kunnen gebruikt worden voor het bepalen van de invulling van het niet-wonen programma (5.000 m² bvo).
Horeca Behoefte horeca Gezien de beleidskaders, de actuele trends en ontwikkelingen en de kwantitatieve marktverkenning wordt geconcludeerd dat er behoefte is aan horeca op de locatie Schermerweg in Alkmaar. Het realise- ren van 150 m² horeca past bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Met de ontwikkeling van een nieuw woon-werkgebied in Oudorp ontstaat behoefte aan ‘eigen’ ho- reca. Het gaat met name om horeca ter ondersteuning van de andere functies (wonen, werken, recreëren). Afhankelijk van de invulling en de mate waarin de locatiekansen benut worden gaat het met name om horeca in de branches restaurant (o.a. bistro, café-restaurant, restaurant), dran- kensector (o.a. café/bar, coffeecorner, kiosk) en fastservicesector (o.a. cafetaria, ijssalon, lunch- room). Hierbij is het van belang dat de horeca niet concurreert met aanbod in de binnenstad, van- daar dat er (ondanks de ruime uitbreidingsbehoefte op gemeenteniveau) met name beperkt aan- bod gerealiseerd moet worden voor de ‘eigen’ inwoners. Horeca in dit gebied draagt wel bij aan de aantrekkelijkheid van de Kanaalzone als geheel. De gemeente Alkmaar zet in op de herontwikkeling van de Kanaalzone.
Dit moet een impuls zijn voor de hele stad, met nieuwe stedelijke woonomgevingen die niet alleen aantrekkelijk zijn voor Alkmaarders zelf, maar ook voor nieuwe doelgroepen zoals bewoners van Metropoolregio Amster- dam. Het gebied moet stedelijk aanvoelen door een combinatie van wonen, werken en recreëren. Horeca is hierbij een belangrijke bindende factor, die de levendigheid en reuring in een gebied aanmerkelijk kan versterken. Goede horeca is essentieel voor een sterke (toeristisch-recreatieve) gebiedsontwikkeling. Het belichaamt immers de brede toegankelijkheid, gastvrijheid en belevings- waarde.
Hoofdstuk 3 18
Horeca wordt steeds meer met andere functies (bijv. detailhandel, cultuur, vermaak, recreatie) ge- mixt. Soms is horeca de hoofdfunctie, soms niet. Cross-selling, waarbij aanvullende diensten of producten worden verkocht aan de klant, heeft de toekomst.
Zoals hierboven aangegeven is er enige ruimte voor horeca voor de ‘eigen’ inwoners, omdat de ho- reca niet mag concurreren met de aanbod in de binnenstad. Besloten is het maximum aan horeca te stellen op 150 m2 bvo.
Dienstverlening en kantoren Behoefte kantoren Gezien de beleidskaders, de actuele trends en ontwikkelingen en prognose van de werkgelegenheid op gemengde werkmilieus wordt geconcludeerd dat er in kwantitatieve en kwalitatieve zin behoefte is aan kantoren: De verwachting is dat de behoefte aan formele kantoorlocaties de komende jaren niet verder toe- neemt. Het verzorgingsgebied heeft te maken met een overaanbod van de kantorenvoorraad. Vooral op stationslocaties zal de behoefte blijven bestaan. In gemengde milieus zien we nog wel een toename van de vraag. De meeste werkgelegenheid in gemengde werkmilieus betreft zakelijke dienstverlening en zorg. Onder gemengde werkmilieus worden alle locaties waar gewerkt wordt, buiten bedrijventerreinen en kantoorlocaties verstaan. Deze milieus kenmerken zich door een mix van onder andere wonen, werken, recreatie en voor- zieningen. Ook de ontwikkeling van het plangebied valt onder deze definitie, aangezien gestreefd wordt naar een gemengd gebied met wonen en voorzieningen. Bedrijventerrein Oudorp en kan- toorlocaties langs het kanaal worden getransformeerd tot aantrekkelijke stedelijke omgevingen. In deze gebieden moet worden gewoond, gerecreëerd én gewerkt. De manier waarop we op kantoor werken zal na corona nooit meer hetzelfde zijn. Toekomstige kantoorpanden moeten over veel meer beschikken dan alleen werkruimte.
Met ruimte voor ont- moeten, vergaderen, creatieve processen. De gebouwen zullen modern moeten zijn net als de omliggende openbare ruimte, voorzieningen en faciliteiten. Gezondheid en welzijn begint ook steeds belangrijker te worden en bereikbaarheid blijft een zeer belangrijke factor voor een goed kantoorpand. Het initiatief kan op deze aspecten inspelen, denk aan ateliers, flexwerkplekken en woonwerkcombinaties te realiseren. Zo is het aspect werken onderdeel van de nieuwe wijk. Hierbij is goed om te vermelden dat er op dit moment ook al kantoren zich mogen vestigen op de planlo- catie, ook dit onderschrijft de behoefte.
Behoefte dienstverlening Gezien de beleidskaders, de actuele trends en ontwikkelingen en behoefte vanuit de benchmark, wordt geconcludeerd dat er in kwantitatieve en kwalitatieve zin behoefte is aan dienstverlening: Met een toename van het aantal woningen en daarmee inwoners in Oudorp neemt ook het draag- vlak voor voorzieningen toe. Op basis van de benchmark blijkt dat er in Oudorp behoefte ontstaat aan circa 3 tot 4 extra dienstverleners, bij een ‘autonome’ groei van de bevolking. Rekening hou- dend met de ontwikkeling van 2.300 woningen in Oudorp ontstaat zelfs uitbreidingsruimte voor circa 12 dienstverleners. Voor de toekomst is de verwachting dat het aspect ‘gemak’ nog meer bepalend zal zijn bij de keu- zes van de consument ten aanzien van dienstverlening. Vanuit die optiek zijn er kansen voor dienstverlening die inspeelt op deze behoefte van consumenten door o.a. informatieverstrekking, advisering, verhuur, bezorging, afhaalmogelijkheden en retournering, etc. en bijvoorbeeld het aan- bieden van producten via leaseconstructies en abonnementsvormen. Vanuit de trend van blurring is er een steeds minder duidelijk onderscheid tussen winkels, horeca en ook dienstverlening. De verwachting is dat dergelijke nieuwe concepten in de toekomst steeds
Hoofdstuk 3 19
vaker gaan voorkomen. Ook in combinatie met bijvoorbeeld (flex)werkplek-concepten en verga- derruimten.
Maatschappelijke voorzieningen Hieronder volgt een beknopte toelichting over de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en advies. De volledige onderbouwing van de behoefte is opgenomen in bijlage 7 van dit rapport.
Behoefte maatschappelijk: eerstelijnszorg Voor de Schermerweg is er zowel in kwantitatieve zin als kwalitatieve zin behoefte aan eerstelijnszorg: Er blijkt een duidelijke behoefte aan eerstelijnszorg door de verwachte groei van het inwonertal in dit gebied en het deels beperkte aanbod. Er is een toenemende behoefte aan moderne, centraal gelegen, geclusterde gezondheidscentra waar behalve de huisarts en apotheek ook andere zorg- verleners gehuisvest zijn. Door de omvang van het gebied en het beleid om voldoende basisvoorzieningen te faciliteren, is het wenselijk om een volledig zorgvoorzieningenaanbod te realiseren in Oudorp. De locatie leent zich goed voor een grootschaliger gezondheidscentrum (1.000 tot 2.000 m2 bvo) met een comple- ter aanbod aan eerstelijnszorg en ook aanvullende ‘gezondheidsdiensten’ (bijv. orthodontie, logo- pedie, psychologische zorg, verloskunde, ergotherapie, chiropractie, oefentherapie, diëtist, apo- theek). Aangezien er binnen de zorg als gevolg van marktontwikkelingen behoefte is aan functiemenging en clusterontwikkeling kan een koppeling tussen zorgvoorzieningen en andere (maatschappelijk) voorzieningen van meerwaarde zijn om bij te dragen aan de vitaliteit en gezondheid van inwoners.
Behoefte maatschappelijk: kinderdagverblijf/BSO Voor de Schermerweg is er zowel in kwantitatieve zin als kwalitatieve zin behoefte aan kinderdagver- blijf/BSO: Er gaan steeds meer kinderen naar de opvang door stijgende arbeidsparticipatie van ouders en verhoging van de kinderopvangtoeslag. Kinderen gaan daarnaast ook meer uren naar de opvang. Uitgaande van de verwachte samenstelling van de bevolking in de gemeente Alkmaar en de be- oogde woningbouwontwikkelingen in Oudorp is er behoefte aan 2-3 kinderdagverblijflocaties en 2 BSO-locaties. Indicatief gaat het om een omvang van 360 tot 455 m² bvo voor kinderdagverblijf en 390 tot 490 m² bvo ten behoeve van twee BSO-locaties. Afgerond betekent dit een behoefte van 750 tot 945 m² bvo voor kinderopvang/BSO. Het is wenselijk om kinderopvang/BSO te realiseren, bij voorkeur geclusterd. Steeds vaker wor- den ruimten voor kinderopvang/BSO gecombineerd met andere functies om tot een betere ruimte- bezetting te komen. Er liggen kansen om hiermee in te spelen op de groeiende aandacht voor duurzaamheid en gezondheid. Dit uit zich in aandacht voor voldoende buiten spelen en sporten, duurzaam speelgoed, eten en afvalscheiding. Er ontstaan steeds meer gespecialiseerde kinder- dagverblijven die zich hierop richten en ook in Oudorp kunnen dergelijke concepten passend zijn.
Behoefte zorgwoningen De ontwikkeling om zorgwoningen te realiseren aan de Schermerweg voorziet in een kwantitatieve be- hoefte: Uit de provinciale prognose blijkt dat het inwonersaantal en huishoudensaantal toeneemt in de re- gio Alkmaar en gemeente Alkmaar. De groei van ouderen blijft hoog. Tussen 2021 en 2040 is er een toename van 7.500 65 plushuishoudens in de gemeente Alkmaar. Binnen deze groep neemt met name het aantal 75-plussers sterk toe. Deze sterke vergrijzing leidt onvermijdelijk tot een ste- vige toename van de zorgvraag.
Hoofdstuk 3 20
De toename van 65-plushuishoudens zal voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen voor ouderen. Doordat er straks meer 75- en 85-plussers wonen in de gemeente zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) echter naar verhouding sterker gaan toenemen. Het aantal oudere huishoudens in een geclusterde woonvorm neemt tot 2040 toe: - +2.180 woonvorm geclusterd wonen (zorg nabij) - +270 woonvorm geclusterd wonen (24-uurszorg SOM) - +340 woonvorm geclusterd wonen (24-uurszorg PG) Dit maakt duidelijk dat er extra zorgwoningen moeten worden toegevoegd om in de groeiende be- hoefte te voorzien; hier kan het initiatief aan de Schermerweg in voorzien. Hierbij kan het gaan om zorgwoningen met 24-uurszorg (zwaardere zorgvraag), maar ook zorgwoningen met geclusterd wonen en zorg nabij (lichte of middelzware zorgvraag). Duidelijk is dat door de vergrijzende trend er in de toekomst een grotere behoefte aan zorgwoningen ontstaat. Samen met een verande- rende kwalitatieve behoefte (zie volgende paragraaf) vraagt dit om uitbreiding van het woonzorg- aanbod.
De ontwikkeling voorziet bovendien in een kwalitatieve behoefte: Er is meer variatie nodig in het type woningen voor zorgbehoevenden. Dit kunnen zelfstandige woningen zijn, die voor ouderen goed toegankelijk zijn (gelijkvloers). Daarnaast is er behoefte om gebruik te maken van een tussenvoorziening: zelfstandig wonen met meer ambulante zorg aan huis. De toekomst vraagt om nieuwe tussenvormen tussen thuis wonen en wonen in een ver- pleeghuis, waar kleinschaligheid en privacy steeds meer gewaardeerd worden, evenals de aan- wezigheid van voorzieningen en activiteiten. Enerzijds zijn binnenstedelijke locaties in trek (nabij- heid voorzieningen) en anderzijds locaties in het buitengebied (rustig, groen). Voorbeelden van initiatieven voor ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen zijn onder andere meergenera- tiewoningen, meegroeiwoningen, kangoeroewoningen en collectieve woonprojecten. De focus ligt bij dit type woningen sterk op samen zelfstandig oud worden. Recentelijk neemt ook de vraag naar groepswonen onder ouderen toe. Voorbeelden van nieuwe woonzorgvormen zijn bijvoorbeeld de ‘Magic Mix’ (verschillende groepen bij elkaar, bijvoorbeeld ouderen en jongeren), hofjes of getransformeerd bestaand vastgoed voor een groep ouderen.
Het planinitiatief, dat onderdeel is van de Kanaalzone Alkmaar, voorziet in een omgeving waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten en woningen ontwikkeld worden voor alle doelgroepen. Naar verwachting zal in de toekomst wonen met een zorg-hulpvraag een integraler onderdeel van een woonwijk vormen. Het initiatief om zorgwonen te realiseren aan de Schermerweg 33 valt hier- onder aangezien het zorgwonen onderdeel is van de integrale ontwikkeling om op deze locatie een gemengd woongebied te realiseren in combinatie met enkel voorzieningen voor de buurt.
3.2 Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 heeft de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastge- steld. De huidige provinciale plannen (Structuurvisie, het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, het Mi- lieubeleidsplan, de Watervisie en de Agenda Groen) komen te vervallen en gaan op in één integrale omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving met onderliggende programma’s.
De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt
Hoofdstuk 3 21
gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangs- punt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van onze inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om onze provincie sociaal-inclusief te houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame energie- huishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van ons karakteristieke land- schap.
Deze visie laat in algemene zin zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schet- sen we vijf samenhangende bewegingen. Bewegingen die laten zien hoe we omgaan met opgaven die op onze samenleving afkomen en die we willen faciliteren. Dat doen we door een aantal ontwikkel- principes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen:
Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverde- diging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuur- waarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ont- wikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de ker- nen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuur- waarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die onze kusten bieden voor toeristisch-recreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegin- gen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten.
Doorwerking plangebied In de Omgevingsvisie wordt besproken dat er een goede balans dient te zijn tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. In hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan is beschreven dat onderhavige ont- wikkeling vanuit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is. Het plangebied ligt op een bedrijventerrein, dat getransformeerd wordt naar een gemengd leefgebied en maakt onderdeel uit van de Kanaalzone. In de Omgevingsvisie zijn geen specifieke uitgangspunten of ambities beschreven waar dit plan in strijd mee is.
Hoofdstuk 3 22
Omgevingsverordening NH2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2020. De provincie wil een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. Om dat te bereiken stelde de provincie samen met haar partners de Omgevingsverordening op. Voor de provincie betekent dit een andere, nieuwe manier van werken. Ook de regels worden op een nieuwe manier opgesteld. De nieuwe regels richten zich op het ‘hoe’: hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving? De fysieke leefomge- ving staat voor alles wat mensen zien, voelen en ruiken zoals gebouwen, wegen, parken, bossen, rivie- ren en een schone lucht. Voorheen richtten de regels zich vooral op het ‘wat’: wat mag niet en welke uitzonderingen gelden? Het gaat dus meer om het doel en minder om het middel. In de Omgevingsver- ordening NH2020 worden daarvoor de eerste stappen gezet.
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de stad Alkmaar. De ontwikkeling van De Staalmees- ter past binnen de kaders van de Omgevingsverordening voor dit gebied. Ruimtelijke plannen voor wo- ningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame ener- giebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van rest- warmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie, biomassa. Een nieuwe stedelijke ont- wikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen (artikel 6.62).
In paragraaf 2.3 en 3.3 wordt verder ingegaan op de wijze waarop in dit plan met duurzaamheid en klimaat-adaptatie wordt omgegaan.
Het plangebied is gelegen binnen een regionale waterkering. Conform artikel 6.77 dient deze als zoda- nig te worden bestemd. Ook is bepaald, dat aan weerszijden van de kering een beschermingszone geldt, als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en als zodanig moet worden bestemd of aangeduid. Tenslotte is vastgelegd dat ontwikkelingen in de beschermingszone alleen in overeenstemming met het waterschap en de provincie kunnen worden toegestaan.
In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’ overgenomen conform het geldende bestemmingsplan. Deze verschilt van de regionale waterkering uit de omgevingsverordening. Hierover vindt nog overleg plaats met de provincie. De resultaten hiervan zullen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan.
Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsverordening Noord-Holland. Wel vindt nog overleg plaats over de regionale waterkering.
Provinciale Woonvisie 2010-2020 De provincie ziet vooral in Noord-Holland Noord een afnemende druk op de woningmarkt en een toe- nemende vergrijzing. In Noord-Holland Zuid blijft de druk op de woningmarkt hoog, terwijl de ruimte om te bouwen schaars is. Er is in Noord-Holland daarom een relatief grote binnenstedelijke woning- bouwopgave. Voor beide gebieden geldt dat de woningvraag zich steeds meer concentreert in stede- lijke gebieden. De woningen dreigen daardoor onbetaalbaar te worden. Vooral starters, eenpersoons- huishoudens en lage inkomensgroepen hebben het hierdoor moeilijk. Voor deze groep woningzoeken- den is het beschikbare aanbod nu vaak te duur in de provincie. Om starters en jongeren op de wo- ningmarkt betere kansen te geven is de betaalbaarheid van de woningen belangrijk. De doorstroming moet worden bevorderd, zodat goedkopere woningen vaker vrijkomen. Ook kunnen bij nieuwbouw
Hoofdstuk 3 23
meer betaalbare woningen worden gebouwd. Bovendien zijn er onvoldoende geschikte woningen voor senioren beschikbaar. Zij hebben behoefte aan gevarieerde, goede woningen die intern en extern goed toegankelijk zijn, met alle woonfuncties zonder barrières op een niveau, en met alle (zorg)voor- zieningen en diensten in de nabije omgeving. De gebrekkige doorstroming in Amsterdam, maar ook in de andere gebieden van Noord-Holland, zorgt voor problemen bij het vinden van geschikte woningen voor starters op de woningmarkt. De Pro- vinciale Woonvisie stelt de volgende doelstelling: “voldoende woningen in een aantrekkelijk woonmi- lieu en met een passende kwaliteit in 2020. Streven naar een gevarieerd, volwaardig en betaalbaar woningaanbod voor jongeren en starters”.
Het planinitiatief sluit daarom goed aan op Provinciale Woonvisie 2010-2020 aangezien het een geva- rieerd (en ook betaalbaar) programma biedt en onder andere geschikt is voor starters.
Coalitieakkoord 2023-2027: Verbindend vooruit! Het coalitieakkoord is gepresenteerd op 6 juli 2023. In het coalitieakkoord is de ambitie om de ko- mende jaren te zorgen voor een sterke, schone, duurzame, leefbare en economisch krachtige provin- cie voor alle inwoners, in de stad en op het platteland. De ambitie is om 2030 184.000 woningen bij te bouwen binnen de provincie. Hiertoe zal samen met de regionale partners zoals het rijk, gemeenten worden opgetrokken om deze opgave te realiseren. De provincie zal de gemeenten, die de hoofdtaak hebben voor hun woningbouwopgave, faciliteren om aan deze ambities te kunnen voldoen en waarbij de provincie een regierol vervult voor de bovenlokale afstemming.
Woondeal NHN (2023) De Woondeal NHN (2023) gaat over de opgaven voor heel Noord-Holland Noord. Noord-Holland Noord en de MRA (Metropool Regio Amsterdam) vullen elkaar aan op het gebied van woningbouwop- gaven, verhuisdynamiek, economische ontwikkelingen en mobiliteit. Alkmaar, Heerhugowaard en Hoorn zijn onderdeel van het DUS (Daily Urban System) van Amsterdam. Het is dan ook logisch dat op die plekken een deel van de woningvraag binnen de MRA wordt opgevangen.
Provincie Noord-Holland heeft het doel om 184.000 woningen te realiseren. Circa 40.000 woningen hiervan moeten in Noord-Holland Noord worden gerealiseerd. Daarbij is ook een grote behoefte aan betaalbare woningen. Om aan te sluiten bij deze behoefte streeft de regio ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn. Onder het betaalbare segment vallen: De sociale huurwoningen tot maximaal circa € 806,06 per maand (prijspeil 2023) Middenhuur tot maximaal circa € 1.000 (prijspeil 2020; of 187 punten13) Koopwoningen met een aankoopprijs van maximaal € 355.000 (VON)
De gemeente Alkmaar zet in voor de realisatie van circa twee derde betaalbaar segment.
Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013-2020 Van de woningvoorraad in de regio Alkmaar bestaat driekwart uit eengezinswoningen en een kwart valt in de categorie meergezinswoningen. Van de totale woningvoorraad in de regio bestaat 28% uit huurwoningen. In de gemeente Alkmaar zijn er relatief veel huurwoningen vergeleken met de regio. Ook zijn er in de gemeente Alkmaar vooral de goedkopere woningen te vinden (WOZ tot € 163.625). In Bergen en Heiloo staan relatief meer dure woningen in vergelijking met de regio (vanaf € 214.500). Op termijn ontstaat er volgens de Woonvisie Regio Alkmaar sociale huursector schaarste aan voor- raad. Door de huidige marktsituatie wordt er aan de onderkant van de sociale voorraad in de huur nu ook al schaarste ervaren. De Regionale Woonvisie 2013 – 2020 hanteert bij nieuwbouw regionaal een
Hoofdstuk 3 24
percentage van minimaal 30% sociale woningbouw. In het coalitieakkoord van de gemeente Alkmaar wordt zelfs ingezet op ruimte voor 1/3 sociale woningen.
Er is schaarste voor starters (goedkope koop en betaalbare huur) te zien in de regio. In de regio Alk- maar zijn er ongeveer 30.000 huishoudens en starters die een (ander) huis willen, waarvan 23.000 be- staande huishoudens en 7.000 personen die nu nog geen zelfstandig huishouden vormen: starters op de woningmarkt. De meeste woningzoekenden wensen een eengezinskoopwoning (44%). Daarna is een meergezinshuurwoning het meest populair (30%). De minste vraag is er naar een meergezins- koop-woning (10%). Ook is er nu sprake van een beperkte doorstroming in zowel koop als huur.
Van alle huishoudens richt de regio zich beleidsmatig extra op die huishoudens die qua mogelijkheden geholpen moeten worden. Dat zijn de huishoudinkomens tot €38.500. Dit is in de regio Alkmaar het inkomen van de huishoudens dat via de huisvestingsverordening in aanmerking komt voor een sociale huurwoning (huurtoeslaggrens). Een belangrijke doelgroep zoals de starters zal voor het grootste deel binnen deze inkomensgroep vallen.
In totaal bedraagt de opgave voor de regio Alkmaar 10.000 woningen tot 2020. In de Regionale Woon-visie Regio Alkmaar 2013-2020 is vastgelegd welke woningtypen het meest kansrijk zijn. Goed- kope rijwoningen en betaalbare huurappartementen worden als zeer kansrijk gezien (zie onderstaand figuur).
Het planinitiatief sluit goed aan op Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013-2020 gezien het een ge- varieerd programma biedt, het tegemoet komt aan de aankomende schaarste van o.a. huurwoningen. Het initiatief komt tegemoet aan opgave om betaalbare huurwoningen toe te voegen.
Woningbouwafspraken en Programmering, regio Alkmaar (2019) De regio Alkmaar heeft in 2016/2017 haar Regionaal Actie Programma wonen (RAP) vastgesteld. Deze notitie betreft een uitwerking van de ambities en opgaven, programmering- en woningbouwaf- spraken.
De regio heeft de volgende ambitie gesteld: De regio Alkmaar staat voor een vitale en aantrekkelijke regionale woningmarkt voor eigen inwoners en als functioneel onderdeel van de Amsterdamse metro- pool, nu en in de toekomst. Daarbij werkt de regio naar een balans tussen vraag en aanbod op de wo- ningmarkt op de korte en lange termijn.
Hoofdstuk 3 25
Om deze ambitie te realiseren zijn er een vijftal opgaven: 1. Bouwtempo moet stevig omhoog om huidige druk op de markt het hoofd te bieden; Om in te spelen op de woningbehoefte blijft de komende jaren een forse bouwproductie noodza- kelijk; en moet het tempo omhoog. Doel is het verbeteren (verhogen) van krapte-indicatoren in de huur- en de koopsector. 2. Flexibiliteit creëren in planvoorraad; Adaptief programmeren is nodig om in te spelen op de veranderende dynamiek op de woning- markt. Dit vraagt continu de vinger aan de pols. Dus geen blauwdruk van exacte woningpro- gramma’s en locaties voor de komende tien jaar, maar een werkwijze met de vinger aan de pols. 3. Inzet op diversiteit aan woonmilieus; Traditioneel verhuizen huishoudens naar de regio Alkmaar vanwege de beschikbare ruimte in en om de woning. Bovendien liggen de prijzen in de regio Alkmaar nu nog lager dan in andere delen van de MRA, waardoor woningzoekers een plek vinden in dit deel van de metropoolregio. Daar- naast zet de regio aansluitend op de propositie Noord-Holland-Noord in op de realisatie van nieuwe (centrum-stedelijke) woonmilieus die potentieel in trek zijn bij huishoudens vanuit de meer stedelijke gebieden binnen de MRA. Daarmee draagt de regio bij aan de verstedelijkingsopgave waar de provincie Noord-Holland voor staat.
Om deze groep een gepast woonmilieu te bieden wordt ingezet op: transformatie, inbreiding, nabijheid van OV-knooppunten, en van voorzieningen. 4. Voorkomen van verdringing; Om de verdringing van lage en middeninkomens op de woningmarkt te voorkomen, is primair meer aanbod nodig (voorkomen van verdringing). Daarnaast moet binnen de woningbouwplan- ning ruimte zijn voor een gegarandeerd aanbod van sociale huur-, middeldure huur- en goedkope koopwoningen. 5. Inspelen op lange termijn behoefte; Door ontgroening en vergrijzing verandert de kwalitatieve lange termijn behoefte: meer levens- loopgeschikte woningen, meer kleine woningen. Toevoegingen in de nieuwbouw moeten gepaard gaan met aandacht voor effecten hiervan op de bestaande voorraad; ook op de lange termijn in wijken waar woningen een beperkte toekomstwaarde hebben.
Het planinitiatief sluit aan op deze opgaves: toevoeging van dit aantal woningen verlicht druk op markt (1), zowel sociaal- als liberale huurwoningen (3 & 4) en het speelt in op de behoeftes op de langer ter- mijn (5).
3.3 Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Alkmaar 2040 Voor de omgevingsvisie Alkmaar zijn diverse trends en ontwikkelingen in Alkmaar benoemd. Op het gebied van wonen wordt stedelijk wonen met voorzieningen binnen handbereik steeds populairder. Daarom vindt een herwaardering plaats van het wonen in de stad, waarbij de kwaliteit en variatie van de stedelijke leefomgeving steeds belangrijker wordt. In de omgevingsvisie Alkmaar zijn de ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren uiteengezet: Focus op de Kanaalzone De focus op het Noord-Hollands Kanaal verschuift van industrieel transportkanaal naar uitnodi- gende stadsrivier. Hier vinden ontwikkelingen plaats van voorbeeldprojecten op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie en ontstaan representatieve bedrijven. De oevers van het ka- naal vormen het uitloopgebied van de stad. Compact en stedelijk bouwen gaat hier gepaard met
Hoofdstuk 3 26
het koppelen van fietsroutes. De ontwikkeling van de Kanaalzone vindt grotendeels organisch plaats. Compacte stad Alkmaar beschouwt haar relatief kleine schaal als pluspunt. Ze kiest daarom niet voor uitbreiding, maar voor verdichting die bijdraagt aan de kwaliteit van de stad. De compacte stad Alkmaar is een duurzame en klimaatbestendige stad, waarin iedereen gezond kan leven. In de naoorlogse wijken vindt een herwaardering plaats van bestaande kwaliteiten zoals veel groen, een aantrekkelijke openbare ruimte en kleinschalige woonbuurten. De Overloopwijken in Alkmaar Noord worden duurzamer en meer toekomstbestendig gemaakt. Toekomstbestendig en innovatief landelijk gebied Alkmaar streeft naar behoud van het landschap en haar karakteristieken en faciliteert tegelijkertijd veranderingen in de landbouw, zoals schaalvergroting. In het landelijk gebied is naast volledig agrarische bedrijven ook plaats voor kleinschalige recreatieve initiatieven om gebruik van het ge- bied te stimuleren. Alkmaar streeft naar het oplossen van bodemdaling en verzilting en wil bijdra- gen in het verbeteren van de waterkwaliteit. De gemeente faciliteert daarnaast initiatieven om wa- teroverlast- en tekorten in het landelijk gebied te voorkomen. Bij het ontwikkelen van dorpen geldt de oorspronkelijke dorpsstructuur als leidend ruimtelijk uitgangspunt.
Specifiek op het gebied van wonen en de omgeving Oudorp komen de volgende ambities naar voren: De verwachting is dat de woonbehoefte verschuift naar een woningvoorraad in een meer stede- lijke context met meer ruimte voor woningen in onder meer het lage en middeldure huursegment, één-en tweepersoonshuishoudens en duurdere koopwoningen. De huidige woningvoorraad in (de regio) Alkmaar voorziet nog onvoldoende in de behoefteverschuiving waardoor meer sturing op kwaliteit nodig is bij het toevoegen van woningen aan de voorraad. Er wordt een diversiteit aan woningtypen ontwikkeld aansluitend op de vraag, met zeker ook ruimte voor betaalbare woningen. Bedrijventerreinen Oudorp en Overdie en kantoorlocaties langs het kanaal worden getransfor- meerd tot aantrekkelijke stedelijke leefomgevingen
Omgevingsbeeld Kanaalzone Alkmaar De gemeente Alkmaar heeft voor de ‘Kanaalzone’ een document met een omgevingsbeeld opgesteld. De ontwikkeling van de Kanaalzone is een uitwerking van één van de drie ambitielijnen van de Omge- vingsvisie van Alkmaar die in 2017 is vastgesteld. Om richting te kunnen geven aan de transformatie van de Kanaalzone is het noodzakelijk om aanvullende kaders op te stellen. Hiervoor is het omge- vingsbeeld opgesteld.
De kernboodschap van het document is: bouwen voor iedereen bereikbaarheid in balans economisch toekomst bestendig de vitale stad heeft toegankelijke voorzieningen en levert maatwerk een groene stad is een klimaatadaptieve stad
In het omgevingsbeeld wordt bedrijventerrein Oudorp aangeduid als ontwikkelgebied. Voor dit gebied wordt het volgende beschreven: