231116 Bijlage 2 Oostmijzerdijk 11 Schermerhorn - Toelichting en regels
Tekst van het document
Waterkering De woning wordt niet binnen het zogenaamde profiel van vrije ruimte van de waterkering ge- bouwd.
Vergunning Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap en het aanleggen van ≥800 m² verharding is een watervergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap nodig.
Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het oogpunt van water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Voor de sloop en bouw zal een watervergunning worden aangevraagd in verband met de ligging binnen de beschermingszone van de waterkering.
4.3 Bodem In een bestemmingsplan of wijzigingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodem- gesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bo- dem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmings- plan/wijzigingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is.
Betekenis voor het project Door de Omgevingsdienst is aangegeven dat het terrein asbestverdacht is, in verband met het bouwjaar van de inmiddels gesloopte bebouwing. Bovendien is er aan de noordzijde van de lo- catie een gedempte sloot bekend. Voor de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd.
4.4 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeo- logie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke in- strumenten.
DNS Planvorming BV 22/44
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project De gemeente Alkmaar beschikt over een archeologische verwachtingskaart (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 26 september 2016). Deze kaart dient als beleidsinstrument bij het op- stellen van bestemmingsplannen en de op de kaart aangegeven archeologische waarden die- nen planologisch te worden verankerd. Op de verwachtingskaart 2016 heeft het te ontwikkelen gebied een waarde C. Dat wil zeggen dat bij verstoringen van meer dan 500 m² en dieper dan 40cm er archeologische verplichtingen aan de omgevingsvergunning gekoppeld kunnen wor- den. Het oppervlak dat verstoord wordt ten behoeve van de te realiseren woning is kleiner dan deze vrijstellingsgrens. Tevens vinden de bodemingrepen plaats op gronden die reeds ver- stoord zijn als gevolg van de gesloopte bebouwing. Archeologisch onderzoek is niet noodzake- lijk. Wel geldt een wettelijke meldingsplicht bij het doen van toevalsvondsten aan het bevoegd gezag. Voor eventuele toekomstige ingrepen is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 in dit wijzigingsplan opgenomen.
4.5 Cultuurhistorie Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cul- tuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
Betekenis voor het project De structuur van het perceel blijft intact en met het plan worden doorzichten naar het landschap behouden. Door het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak blijft de openheid naar de toe- komst toe geborgd. Door de nieuw te bouwen stolpwoning wordt de stolpenstructuur aan de Oostmijzerdijk versterkt. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.6 Natuur Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming.
Betekenis voor het project In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een ge- bied.
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 1 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐ge- bied, de Eilandspolder. Gezien de afscherming van het Natura 2000-gebied door de bebouwde kom van Schermerhorn en de beperkte omvang en aard van het plan worden geen directe ne- gatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring.
De gemeente Alkmaar heeft een stikstofberekening laten uitvoeren voor de bouw- en de inge- bruikname van 11 woningen, deze berekeningen zijn geprojecteerd op een stikstofkaart. Het plangebied bevindt zich op de grens tussen een gele zone (geen depositie bij de realisatie van 5 woningen) en oranje zone (geen depositie bij de realisatie van 2 woningen). Omdat het bouw- plan betrekking heeft op één woning is een projectspecifieke berekening daarom niet vereist. Bij de bouw van de woning wordt rekening gehouden met de landelijke wetgeving omtrent gasloos bouwen.
Het plangebied bevindt zich niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Externe werking is niet aan de orde.
Het plangebied maakt voor een klein deel onderdeel uit van het weidevogelleefgebied. Momen- teel kan het geldende bouwvlak binnen het plangebied volgens het bestemmingsplan volledig worden bebouwd. Met de voorgenomen ontwikkeling zal dit bouwvlak worden opgeheven. De
DNS Planvorming BV 23/44
Milieu- en omgevingsaspecten
agrarische bedrijfsvoering is reeds beëindigd waardoor geen verstoring meer optreedt als ge- volg van bedrijfsactiviteiten op het perceel en het komen en gaan van zwaar verkeer. Met de voorgenomen ontwikkeling ontstaat de mogelijkheid om een deel van het perceel natuurlijk in te richten en/of extensief agrarisch in gebruik te nemen. Er zal bovendien terughoudend worden omgegaan met de toepassing van opgaande beplanting. Met de onderhavige ontwikkeling wordt per saldo een bijdrage geleverd aan het weidevogelleefgebied ten opzichte van de voor- malige situatie en de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan nu biedt.
Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit kort gemaaid gras en biedt geen plaats voor beschermde planten- soorten. Er worden geen bomen gekapt. Het plangebied is tevens ongeschikt als permanent leefgebied voor beschermde diersoorten. Het gebied zal, gezien de ligging en aard van het plangebied, hooguit dienst doen als incidenteel foerageergebied of incidentele route voor kleine algemene diersoorten. De voorgenomen ontwikkeling zal dan ook geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van aanwezige planten- en diersoorten. Aangezien voor de algemeen voorkomende soorten een vrijstelling van de Wet natuurbescherming geldt, worden vervolgacties niet noodzakelijk geacht. Wel zal rekening moeten worden gehouden met de al- gemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat er niet willens en wetens schade mag worden toegebracht aan beschermde natuurwaarden. Mochten tijdens de uitvoe- ring beschermde soorten worden waargenomen, dienen maatregelen te worden getroffen om schade zoveel mogelijk te voorkomen.
Vanuit de Wet natuurbeschermingen zijn er geen belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.
4.7 Verkeer en parkeren In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een wijzigingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren.
Betekenis voor het project Hieronder wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.
Verkeer Volgens de CROW-publicatie 381 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ wordt voor vrij- staande en twee-onder-één-kapwoningen op deze locatie een verkeersaantrekkende werking van circa 8 motorvoertuigen per dag per woning aangehouden. Met het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak wordt nieuw agrarisch verkeer over de dijk voorkomen. De bestaande inrit blijft gehandhaafd. Verkeerskundig zijn er geen aandachtspunten.
Parkeren De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de Parkeernormennota 2020 – 2027. Het plangebied valt in de categorie ‘Overstad en Overig’. Voor woningen met een BVO > 125 m² geldt ter plaatse een parkeernorm van minimaal 1,7 en maximaal 2,0 parkeerplaatsen per woning. Op het toekomstig erf is voldoende ruimte om minimaal 2 auto’s op eigen terrein te parkeren.
In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat er conform de Parkeernormennota 2020 – 2027 voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
4.8 Geluid wegverkeer Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden.
DNS Planvorming BV 24/44
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project De locatie ligt binnen de wettelijke onderzoekzone de Oostmijzerdijk. Uit onderstaande uitsnede van de geluidkaart van Atlas Leefomgeving volgt dat op de locatie wort voldaan aan de wette- lijke voorkeursgrenswaarde. Er is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting.
Afbeelding 4.1: Uitsnede geluidkaart Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl)
4.9 Luchtkwaliteit Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijk- economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' ver- slechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.
Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getals- matige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitings- wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.
DNS Planvorming BV 25/44
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een onderzoek naar de luchtkwa- liteit is niet nodig.
Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2018, 2020 en 2030 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.10 Externe veiligheid Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid trans- portroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Betekenis voor het project Het plangebied is getoetst op het aspect externe veiligheid. Hierbij is gebruik gemaakt van de gegevens op de Risicokaart (www.risicokaart.nl) Ten noorden van het plangebied ligt op circa 190 meter afstand een aardgastransportleiding (W-571-01) van de Gasunie. Het invloedsgebied (1% letaliteit) van deze leiding bedraagt 140 meter. De ontwikkelingen in het plangebied worden niet belemmerd door het aspect externe veiligheid.
Betekenis voor het project In het kader van het wijzigingsplan is het aspect externe veiligheid onderzocht. Uit raadpleging van de website www.atlasleefomgeving.nl volgt dat in de nabijheid van de ontwikkeling zich geen risicovolle inrichtingen bevinden. In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig. Wel is sprake van transport van gevaarlijke stoffen over de N243. Maatgevend voor de omvang van het groepsrisico zijn het aantal GF3 transporten met een invloedsgebied van 355 meter. Het plangebied is gelegen op ruim 730 meter van de N243 en daarmee buiten het invloedsge- bied.
Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is het planvoornemen getoetst aan de uitgang- punten die in de handreiking ‘bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021’ beschre- ven zijn. De rijweg (Oostmijzerdijk) is voldoende breed, zodat deze als opstelplaats bij openwa- ter (Beemsterringvaart) dienst kan doen en er is voldoende werkruimte (bij voorkeur een ruimte van 4,5x10 m) rondom een opgesteld voertuig. Voor de toegang van de brandweer vindt bij de uitwerking van het plan nader overleg met de Veiligheidsregio plaats.
De ontwikkeling in het plangebied wordt niet belemmerd door het aspect externe veiligheid.
4.11 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tus- sen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
DNS Planvorming BV 26/44
Milieu- en omgevingsaspecten
woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering.
Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het om- gevingstype.
Betekenis voor het project Hieronder is onderscheid gemaakt tussen mogelijke hinder van bedrijven en het gebruik van ge- wasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden.
Bedrijven In de directe omgeving zijn een aantal woningen aanwezig. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf bevindt zich op meer dan 200 meter afstand, aan de overzijde van de ringvaart. Boven- dien is op het perceel nu al een agrarische bedrijfswoning toegestaan. Bedrijven in de omge- ving worden bovendien niet beperkt door de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er daarom geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Agrarische gronden De gronden in de directe omgeving van het plangebied hebben een agrarische bestemming op basis waarvan een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, niet zijnde bollenteelt, glastuin- bouw, akkerbouw of tuinbouw is toegestaan. Op grond van de agrarische bedrijfsvoering dat wel is toegestaan (veeteelt) kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect staat een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg.
Conclusie Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.12 Duurzaamheid In de uitvoering van het wijzigingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaam- heid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrich- ten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendig- heid, etc.
De gemeente Alkmaar heeft het duurzaamheidsbeleid vastgesteld in haar Duurzaamheidspro- gramma 2016 – 2020. Met als basis de doelstellingen die afgesproken zijn in de regio Alkmaar. Er wordt gewerkt naar een toename van het aandeel duurzame energie en een afname van het gebruik van fossiele energie. Ook in het coalitieakkoord van Alkmaar wordt er duidelijk gespro- ken over duurzaamheid. Zo wordt er ingezet op zonne-energie en de verduurzaming van wonin- gen.
De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor de nieuwbouw: gasloos bouwen energieneutraal bouwen / lokale opwekking duurzame energie circulair bouwen / wateradaptie duurzame mobiliteit
De toe te passen maatregelen voor een energiezuinige woning zijn grofweg onder te verdelen in drie stappen: 1. Duurzaam ontwerpen / duurzaam casco 2. Duurzame warmte-koude voorziening 3. Duurzame energieopwekking
DNS Planvorming BV 27/44
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project De initiatiefnemers van het onderhavige bouwplan streven naar een energiezuinige woning. Er wordt niet aangesloten op het gasnet maar gebruik gemaakt van een warmtepomp. Daarnaast worden zonnepanelen op het dak geplaatst en wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen.
4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het is verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbe- reiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Uit het natuuronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 4.5 blijkt dat de ontwikkeling naar ver- wachting geen invloed heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwik- keling is ook niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten.
Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffect- rapport (Mer).
Betekenis voor het project De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in de volgende tabel opgenomen.
Projectnaam Oostmijzerdijk 11, Schermerhorn Kenmerken van de projecten Omvang van het project (relatie met drempel D lijst) D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk ontwikke- lingsproject (drempelwaarde: >100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m2). Betreft de ontwikkeling van 1 woning. Cumulatie met andere projecten Geen Gebruik natuurlijke hulpbronnen Voor de bouw van de woning worden regu- liere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). Productie afvalstoffen Enkel relevant tijdens de bouw Verontreiniging en hinder Aanleg: enkel tijdens de bouw. Toename van geluid, verkeer en luchtkwaliteit leidt niet tot relevante milieu-effecten. Risico voor ongevallen Nee Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik Voormalig agrarisch bouwperceel Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen na- Geen tuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, Geen significant negatieve effecten op Natura kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en 2000 gebied of andere gevoelige gebieden. natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar mi- lieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen Lokaal bevolking)
DNS Planvorming BV 28/44
Milieu- en omgevingsaspecten
Grensoverschrijdend karakter Nee Orde van grootte en complexiteit effect Zeer beperkt Waarschijnlijkheid effect Uitsluitend tijdens de bouw Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Uitsluitend tijdens de bouw CONCLUSIE De bestemmingswijziging leidt niet tot rele- vante milieueffecten. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordelinq is niet noodzakelijk.
4.14 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.
DNS Planvorming BV 29/44
Juridische planbeschrijving
5 Juridische planbeschrijving
5.1 Algemeen In het kader van artikel 3.6 lid 1a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in het bestemmings- plan ‘Landelijk Gebied 2014’ bepaald dat de bestemming ter plaatse van het plangebied kan worden gewijzigd naar Wonen. In het bestemmingsplan zijn voor toepassing van de wijzigings- bevoegdheid voorwaarden gegeven. Met het voorliggende wijzigingsplan wordt gebruik ge- maakt van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid.
Krachtens artikel 3.6, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) maken de regels van dit wijzi- gingsplan deel uit van het bestemmingsplan. Dit wijzigingsplan moet dus worden gelezen in combinatie met het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2014’ en de 1e partiële herziening.
Het juridisch bindende deel van het wijzigingsplan bestaat uit de verbeelding en de planregels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt sa- men met de regels het voor de burgers bindende deel van het wijzigingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plan- gebied juridisch is vertaald.
5.2 Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestem- ming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3 Planregels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gron- den, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor.
Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit wijzigingsplan komen de volgende bestemmingen voor:
DNS Planvorming BV 30/44
Juridische planbeschrijving
Artikel 2: Agrarisch met waarden - Natuur Het grootste deel van het plangebied behoudt de bestemming Agrarisch met waarden - Natuur, echter zonder bouwvlak. Hiermee kan op deze gronden nog een agrarische functie worden uit- geoefend. Het oprichten van gebouwen is hier niet toegestaan.
Artikel 3: Tuin De voorzijde van de woonpercelen heeft de bestemming Tuin. Met uitzondering van bouwwer- ken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd.
Artikel 4: Wonen De bestemming Wonen is opgenomen voor de bestaande stolp met erf en de locatie waar de nieuwe woning met erf en bijgebouwen is voorzien. De bestemming is gelijk aan het bestem- mingsplan Kleine Kernen waarbij een aanvullende bouw- en gebruiksbepaling is opgenomen voor de te behouden schuren en de maximale goot- en bouwhoogte van de te realiseren wo- ning.
Artikel 5: Waarde – Archeologie 3 (dubbelbestemming) Ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden is de bestemming Waarde – Archeologie 3 opgenomen. Binnen de desbetreffende zone moet worden onderzocht of er ar- cheologische waarden aanwezig zijn en of die kunnen worden geschaad indien een ingreep plaatsvindt dieper dan 0,40 meter over een oppervlak van meer dan 500 m². De oppervlakte en de diepte zijn cumulatieve voorwaarden, dat wil zeggen: als de ingreep kleiner is dan de vrijstellingsdiepte of oppervlakte, dan kan archeologisch onderzoek achterwege blijven.
Artikel 6: Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen bestem- ming, mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen. Deze dubbelbestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7: Overige regels In de overige regels is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor mo- torvoertuigen, waarbij moet worden voldaan aan het geldende parkeernormen beleid.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de ver- schillende artikelen toegelicht.
Artikel 8: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.
Artikel 9: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het wijzigingsplan aan.
DNS Planvorming BV 31/44
Financiële uitvoerbaarheid
6 Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het wijzigingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uit- voerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht.
In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het ver- haal van kosten anderszins is verzekerd.
De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor zal een overeen- komst tussen initiatiefnemer en de gemeente worden gesloten. Om deze reden is een exploita- tieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV 32/44
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1 Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Bewoners van woningen in de directe omgeving zijn over het planvoornemen geïnformeerd. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen.
Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) is bij de voorbereiding van het wijzigingsplan vooroverleg gevoerd met de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan betrokken zijn. De ontvangen vooroverlegreacties zijn hieronder samengevat en van be- antwoording voorzien.
Rijkswaterstaat:
Ontvangen reactie: Geen opmerkingen.
Antwoord gemeente: De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Liander:
Ontvangen reactie: Geen opmerkingen.
Antwoord gemeente: De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen
ProRail:
Ontvangen reactie: Geen opmerkingen.
Antwoord gemeente: De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen
Provincie Noord-Holland:
Ontvangen reactie: Er is gekeken naar paragraaf “water” op blz 20, waarbij er nieuwe versies van de Deltavisie en van het Waterprogramma zouden zijn. De provincie heeft verzocht dit te controleren bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Verder geen opmerkingen.
Antwoord gemeente: Naar aanleiding van de provincie is het hoogheemraadschap om een reactie gevraagd: zie onder Hoogheemraadschap.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier:
Ontvangen reactie: De reactie op de watertoets (registratienummer Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: 23.0725404) die het hoogheemraadschap geschreven heeft richting de planvormer is goed verwerkt. Mocht de in- houd van het plan wijzigen, dan wil het hoogheemraadschap graag een geactualiseerde versie ontvangen. In reactie op de provincie: de Deltavisie is nog steeds van kracht, die is
DNS Planvorming BV 33/44
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
niet vervangen door een nieuw document. Het Waterprogramma 2016- 2021 is inderdaad vervangen door het Waterplan 2022-2027.
Antwoord gemeente: De opmerking zal worden verwerkt in het wijzigingsplan.
Veiligheidsregio Noord-Holland Noord:
Ontvangen reactie: De stukken doen vermoeden dat het een particulier initiatief betreft. Het vermoeden is daardoor eveneens dat de initiatiefnemer er voordeel bij kan hebben, als deze het voorlopig ontwerp en de erf inrichting met de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord bespreekt. Bespreken van het voorlopig plan kan hulpverlening waarschijnlijk optimaliseren. De Veilig- heidsregio Noord-Holland Noord stelt het op prijs als deze boodschap aan de initiatiefnemer wordt overgebracht. Zie ook meegestuurde advies- bijlage.
Antwoord gemeente: De initiatiefnemer zal worden gevraagd om contact op te nemen met de Veiligheidsregio.
Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord:
Ontvangen reactie: Zie apart adviesdocument d.d. 24-8-2023
Antwoord gemeente: De opmerking zullen worden verwerkt in het wijzigingsplan
Historische Vereniging Alkmaar:
Ontvangen reactie: Geen opmerkingen.
Antwoord gemeente: De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
7.2 Procedure wijzigingsplan In artikel 3.9a Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat op de procedure voor wijziging van het bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit houdt in dat de uitgebreide totstandkomingsprocedure wordt gevolgd, ook wel de uniforme openbare voorbereidingsprocedure genoemd. Hieronder worden de procedure stapsgewijs toegelicht.
Na het wettelijk vooroverleg (zie voorgaande paragraaf) en eventuele aanpassingen wordt het ontwerp wijzigingsplan ter inzage gelegd en vindt een formele kennisgeving plaats van het ont- werpbesluit. Gedurende de terinzagelegging, de termijn hiervan bedraagt 6 weken, heeft eenie- der de mogelijkheid een zienswijze op het ontwerpwijzigingsplan naar voren te brengen. Aan de hand van de ingebrachte zienswijzen kan het plan eventueel worden aangepast.
Binnen een termijn van acht weken na het verloop van de termijn van de terinzagelegging, be- slist het college van burgemeester en wethouders van de gemeente omtrent vaststelling van het wijzigingsplan. Het besluit tot vaststelling treedt in werking met ingang van de dag na verloop van de beroepstermijn. Tegen de vaststelling van een wijzigingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
DNS Planvorming BV 34/44
REGELS
REGELS
DNS Planvorming BV 35/44
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
1.1 plan: Het wijzigingsplan ‘Oostmijzerdijk 11 Schermerhorn met identificatienummer NL.IMRO.0361.WP00128-0201.
1.2 bestemmingsplan: Het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2014’ van de gemeente Alkmaar zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Schermer op 30 september 2014.
1.3 1e partiële herziening: Het bestemmingsplan ‘1e Partiële herziening Landelijk Gebied 2014’ van de gemeente Alkmaar zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar op 25 april 2019.
Voor de overige begrippen is artikel 1 van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2014’ onver- minderd van toepassing.
DNS Planvorming BV 36/44
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 2 Agrarisch met waarden - Natuur De regels van het bestemmingsplan en de 1e partiële herziening zijn onverminderd van toepas- sing op deze bestemming.
Voor de regels van de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Natuur’ wordt verwezen naar arti- kel 4 van het bestemmingsplan en artikel 2 van de 1e partiële herziening.
DNS Planvorming BV 37/44
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Tuin De regels van het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing op deze bestemming.
Voor de regels van de bestemming ‘Tuin’ wordt verwezen naar artikel 15 van het bestemmings- plan.
DNS Planvorming BV 38/44
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 4 Wonen De regels van het bestemmingsplan en de 1e partiële herziening zijn onverminderd van toepas- sing op deze bestemming.
Voor de regels van de bestemming ‘Wonen’ wordt verwezen naar artikel 18 van het bestem- mingsplan en artikel 2 van de 1e partiële herziening.
DNS Planvorming BV 39/44
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 5 Waarde – Archeologie 3
De regels van het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing op deze bestemming.
Voor de regels van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ wordt verwezen naar artikel 24 van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV 40/44
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 6 Waterstaat - Waterkering
De regels van het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing op deze bestemming.
Voor de regels van de bestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ wordt verwezen naar artikel 27 van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV 41/44
Artikel 7 Overige regels
7.1 Voldoende parkeergelegenheid Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergun- ning voor een wijziging van de functie dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegen- heid voor motorvoertuigen. Dit dient plaats te vinden op eigen terrein dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort. Daarbij moet worden voldaan aan het gel- dende parkeernormen beleid. Indien het beleid wijzigt dient rekening te worden gehouden met de wijzigingen. Bij de afmetingen van de parkeervoorzieningen dient te worden uitgegaan van de geldende CROW normen. 7.1.1 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
DNS Planvorming BV 42/44
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 8 Overgangsrecht
8.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veran- derd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsver- gunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
8.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde on- der a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit ge- bruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV 43/44
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 9 Slotregel Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het wijzigingsplan ‘Oostmijzerdijk 11 Schermerhorn’.
DNS Planvorming BV 44/44