2 Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar Toelichting
Tekst van het document
Bij de bakkerij is sprake van een activiteit die in gemengd gebied kan worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor de omgeving, dat de activiteit bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dient plaats te vinden. Het planvoornemen ziet op de realisatie van een nieuw woongebouw in het plangebied. Het woongebouw is opzichzelfstaand en wordt bouwkundig afgescheiden van de bakkerij. Er is in de toekomstige situatie geen sprake meer van aaneengebouwde bebouwing, zoals in de bestaande situatie het geval is.
Met oog op het voorgaande mag worden aangenomen dat het woongebouw geen hinder ondervindt van bakkerij Fermento. Milieubelastende functies en milieugevoelige functies zijn op verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd.
Medisch Centrum Alkmaar Ten noorden van het plangebied bevindt zich het Medisch Centrum Alkmaar. Dit ziekenhuis maakt geen onderdeel uit van het gebied met functiemenging waarin het plangebied zicht bevindt. Voor de toetsing geldt daarom het principe van functiescheiding. In dat kader worden de minimale richtafstanden uit de VNG-brochure gehanteerd voor dit onderdeel. Voor ziekenhuizen geldt op grond van de VNG-brochure bedrijvigheid van milieucategorie 2 (SBI-8610). Bij dergelijke bedrijvigheid hoort een richtafstand van 30 meter. Daarnaast wordt hier de lettercode C vermeld dat aangeeft dat het gaat om continu geluid. Aangezien er ter plaatse van het ziekenhuis wel sprake is van een gemengd gebied, mag met één afstandsstap worden verlaagd. Dit resulteert in een richtafstand van 10 meter. De bestemmingsgrens van het ziekenhuis ligt op circa 120 meter van de uiterste situering van het dichtstbijzijnde woongebouw. Aan de richtafstand kan ruimschoots worden voldaan. aangenomen mag worden dat het ziekenhuis niet leidt tot milieuhinder in het plangebied. De
26 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
nieuwe woonfunctie in het plangebied geeft evenmin belemmeringen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het ziekenhuis.
Conclusie Het planvoornemen kan wat de aspecten bedrijfshinder en milieuzonering betreft, uitvoerbaar worden geacht.
4.3 Externe veiligheid Toetsingskader De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is er een zogeheten risicokaart gecreëerd. Op deze kaart is onder andere informatie met betrekking tot risico's van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Om na te gaan of er bij het planvoornemen sprake is van risico's ten behoeve van externe veiligheid, is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat er zich in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen bevinden. Het plangebied bevindt zich dan ook buiten het invloedgebied van risicobronnen. Daarnaast leidt de herstructurering van het voormalig bedrijventerrein niet tot de totstandkoming van een nieuwe risicobron. Tevens maakt het planvoornemen geen transport van gevaarlijke stoffen die tot risico's kunnen leiden mogelijk.
Conclusie Het plan kan wat het aspect externe veiligheid betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.4 Bodem Toetsingskader Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Als gevolg van bodemsanering kan de financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan belemmerd worden. Daarom is het van belang om na te gaan of de bodem schoon is. In het kader van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid wordt daarom onderzocht of de bodem voldoende schoon is.
Toetsing Om aan te kunnen tonen of de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik, is het Bodemloket en de Bodeminformatie van de ODNHN geraadpleegd, zie navolgende figuur.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 27
Figuur 10. Weergav e resultaten Bodemloket
Uit beide informatiebronnen blijkt dat er ter plaatse van het plangebied verschillende onderzoeken hebben plaatsgevonden. Uit de resultaten van deze onderzoeken blijkt dat er in het plangebied een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater is aangetoond. Naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling van de locatie dient de verontreiniging te worden gesaneerd. Omdat de laatste onderzoeksresultaten afkomstig zijn van een bodemonderzoek uit 2010, dient de verontreinigingssituatie voorafgaande aan de bodemsanering te worden geactualiseerd. Naar aanleiding hiervan is een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 3 bij deze toelichting te raadplegen. In het onderstaande wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten.
Resultaten De omvang van de verontreiniging is in kaart gebracht voor zover de terreinsituatie dit mogelijk maakt (bebouwing, openbare weg). In het kader van het bodemonderzoek zijn diverse boringen uitgevoerd. De omvang van de verontreiniging in grond bedraagt circa 1.250 m3, waarvan circa 565 m3 sterk verontreinigd is met minerale olie. De omvang van de verontreiniging in grondwater bedraagt circa 2.100 m3, waarvan circa 1.300 m3 sterk verontreinigd is met minerale olie . Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Voor vluchtige aromaten zijn hooguit lichte verhogingen gemeten in zowel grond als grondwater.
De verontreiniging is te relateren aan het voormalige tankstation en de daarbij behorende ondergrondse brandstoftanks. De activiteiten van het garagebedrijf en het tankstation hebben naar verwachting tussen 1957 en 1985 plaatsgevonden. De verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’.
Wanneer sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dient dit gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Het bevoegde gezag ten aanzien van de verontreiniging is de Omgevingsdienst
28 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
Noord-Holland Noord. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is. Uit de risico-analyse volgt dat de verontreiniging bij het huidige gebruik geen risico’s oplevert en dat een sanering dus niet spoedeisend is. Nadat de vaststelling van ernst en spoedeisendheid door middel van een beschikking door het bevoegde gezag is bevestigd, zijn de uitkomsten van dit bodemonderzoek ook formeel vastgelegd. In verband met het planvoornemen dient de verontreiniging te worden gesaneerd. Hiervoor dient voorafgaand aan de sanering een saneringsplan te worden opgesteld, waarin de aanpak van de sanering en de randvoorwaarden worden beschreven. Eventuele kosten voor sanering kunnen door de initiatiefnemer worden gedragen.
Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect bodem betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.5 Erfgoed In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het belangrijk om aandacht te besteden aan erfgoed. In welke mate er in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aan de hand van onderzoek te worden bepaald. Vervolgens moet worden aangegeven op welke manier met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet (1988) vervallen. Delen van deze wet zijn op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat de besluitvorming in de fysieke leefomgeving betreft, gaat over naar de Omgevingswet wanneer deze naar verwachting in januari 2023 in werking treedt. Voordat de Omgevingswet in werking gaat, zijn artikelen met betrekking tot de wet in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet te vinden. Hierin blijven ze ongewijzigd van toepassing totdat de Omgevingswet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het gebied van cultureel erfgoed. Het belangrijkste onderdeel van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Indien dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet elk ruimtelijk plan een analyse bevatten van de overige cultuurhistorische waarden in relatie tot het plangebied.
4.5.1 Archeologie In het geldend bestemmingsplan zijn ter plaatse van het plangebied archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. De gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor het behoud en/of het herstel van voorkomende archeologische waarden. Op het grootste deel van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie 3' van toepassing. Indien hier bouwwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,40 m of een groter oppervlak beslaan dan 5.000 m² is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op een klein deel van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing. Ter plaatse geldt dat wanneer bouwwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,40 meter of een groter oppervlak beslaan dan 500 m2, archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 3065 m2. De voorgenomen bodemingrepen overschrijden voor beide dubbelbestemmingen de oppervlakte- en dieptewaarden. Recenter archeologiebeleid (Erfgoedbeleid Alkmaar 2016-2026) geeft echter een actueler overzicht van de situatie in het plangebied. Voor het planvoornemen is dit beleid geraadpleegd. Op grond van de erfgoednota geldt ter plaatse van het gehele plangebied de waarde 'Archeologie C'. Dit betekent dat er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden als bodemingrepen groter dan 500 m2 zijn en dieper dan
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 29
40 cm reiken. Het plangebied bedraag 3065 m2. De voorgenomen bodemingrepen zijn dieper dan 40 cm en beslaan een oppervlakte die groter is dan 500 m2. Naar aanleiding hiervan dient archeologisch onderzoek plaats te vinden.
Archeologisch onderzoek In 2021 heeft door Saricon een Geofysisch onderzoek in het plangebied plaatsgevonden, zie Bijlage 4 Hieruit blijkt dat de ondergrond van het plangebied deels verstoord is, maar dat er ook locaties zijn waar zich mogelijk resten van het Leprozenhuis bevinden. In afstemming met de gemeente vindt nader archeologisch onderzoek in het plangebied plaats. Daarnaast zijn de uitkomsten van het bodemonderzoek, zoals beschreven in 4.4, gedeeld met het bureau dat het archeologisch onderzoek uit gaat voeren. Op basis hiervan kan het proefsleuvenonderzoek om de verontreinigde delen van het plangebied heen worden uitgevoerd. Dit onderzoek is in gang gezet. Mogelijke aanwezige archeologische resten in het plangebied worden in voorliggend bestemmingsplan beschermd door middel van een dubbelbestemming.
Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect archeologie betreft als uitvoerbaar worden geacht.
4.5.2 Cultuurhistorie Toetsingskader In het kader van de Modernisering Monumentenzorg (MoMo), is in het Bro opgenomen dat gemeenten bij het nemen van ruimtelijke besluiten rekening dienen te houden met cultuurhistorische waarden.
Toetsing Als handreiking voor het onderzoek naar cultuurhistorie heeft de provincie Noord-Holland de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie met bijbehorende digitale informatiekaart beschikbaar gesteld. In kader van dit bestemmingsplan is deze informatie geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen in het esemble Noord-Kennemerland. De ruimtelijke opbouw van het gebied is van oudsher sterk structurerend. Het esemble bestaat uit een brede zone jong duinlandschap, met daarachter een brede zone van strandwallen en -vlaktenlandschap en een klein deel droogmakerijenlandschap. Het ensemble bestaat onder meer uit zogenoemde ruimtelijke dragers. Dit zijn driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. De Kennemerstraatweg, waaraan het plangebied zich bevindt, is in de Leidraad aangemerkt als een ruimtelijke drager. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen helder te positioneren ten opzichte van ruimtelijke dragers. Het planvoornemen voorziet in een woongebouw dat aan de Kennemerstraatweg is gesitueerd. Het plan heeft verder geen betrekking op de weg zelf en doet daarmee geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden.
Naast het voorgaande maakt het plangebied onderdeel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Het Westerhoutkwartier (Stadsuitbreidingen tot 1909). Typerend voor het Westerhoutkwartier is de kenmerkende bouw van een stadsuitbreiding die in de periode 1850-1940 is ontwikkeld. Er zijn een groot aantal gebouwen van architectonische en typologische waarde, waardoor het Westerhoutkwartier een staalkaart is van de Nederlandse architectuur uit de 19e en 20e eeuw. Het gebied kenmerkt zich voornamelijk door individuele woningbouw met ruime villa-achtige bebouwing op grotere kavels en herenhuizen die met vier of meer panden een bouwkundige eenheid vormen. Het stratenverloop in deze buurt is afgeleid uit het bestaande sloten- en wegenpatroon. Deze wijze van verkavelen heeft geresulteerd in smalle straten met nauwelijks enige vorm van stedelijk groen of open ruimte.
30 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
De voormalige bebouwing in het plangebied was niet aan te merken als bebouwing met een hoge architectonische of typologische waarde. Met het planvoornemen gaan dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren. De nieuwe woonbebouwing vindt in stijl en materiaalgebruik aansluiting bij de omliggende woonbebouwing.
Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect cultuurhistorie betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.6 Ecologie Toetsingskader In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. In deze wet is zowel de bescherming van de flora- en faunasoorten vastgelegd, alsook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Naast de Wnb zijn ook de provinciale omgevingsvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig.
Onderzoek Om de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan vanuit ecologisch oogpunt aan te kunnen tonen, heeft de initiatiefnemer een verkennend natuuronderzoek laten uitvoeren. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting raadpleegbaar (Bijlage 5).
SOORTENBESCHERMING Jaarrond beschermde nesten Uit gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het projectgebied de volgende vogelsoorten voorkomen met jaarrond beschermde nest- en rustplaatsen; boerenzwaluw, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar en sperwer. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen (grote) nesten waargenomen in de bomen rondom het projectgebied. De bebouwing is door de kieren in de muur en de gescheurde dakpannen geschikt voor gebouwbewonende soorten zoals de gierzwaluw en de huismus. Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de aan- dan wel afwezigheid van deze soorten aan te tonen.
Overige broedvogels Het plangebied is geschikt voor algemene vogelsoorten, zoals de merel en houtduif. Deze soorten kunnen de bomen langs de bebouwing gebruiken om te broeden. Nesten van inheemse vogelsoorten zijn beschermd gedurende de broedperiode (ca. half maart – half augustus). In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode voor het broedseizoen gegeven omdat bepaalde vogelsoorten (zoals bijvoorbeeld de bosuil of houtduif) juist vroeg of erg laat in het jaar kunnen broeden. Broedende vogels zijn volgens de Wet natuurbescherming echter altijd beschermd. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (globaal 15 maar tot 15 augustus) plaats te vinden, zodat broedende vogels geen verstoring zullen ervaren. Indien de werkzaamheden wel binnen het
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 31
broedseizoen plaats zullen vinden, dient het plangebied en directe omgeving (binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) door een ter zake kundig persoon gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels kort voorafgaand (uiterlijk een week) aan de werkzaamheden. Deze persoon bepaalt of en waar (op welke verstoringsafstand) werkzaamheden mogen worden uitgevoerd.
Planten In de omgeving van het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten bekend (NDFF 2016-2021). Evenmin bestaan er binnen het projectgebied geschikte groeiplaatsen voor deze soorten. Beschermde soorten komen voornamelijk voor in stabiele (voedselarme) habitattypen zoals duinen, heiden en venen. In het betreffende plangebied is geen sprake van een dergelijk habitat. Beschermde planten worden op basis van habitatseisen niet verwacht. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde planten is niet noodzakelijk. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is evenmin noodzakelijk.
Vleermuizen Uit gegevens van de NDFF (2016-2021) blijkt dat de volgende vleermuissoorten in en/of in de omgeving van het projectgebied zijn waargenomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, grootoorvleermuis en laatvlieger. Vleermuizen zijn wat hun keuze voor vaste rust- en verblijfplaatsen betreft, globaal in te delen in twee typen vleermuizen: gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen. Soorten zoals de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis maken gebruik van holtes en spleten in bomen als verblijfplaats en worden soms ook achter loshangend schors waargenomen. De bomen langs het plangebied zijn gecontroleerd op holtes etc. In de bomen langs het projectgebied zijn geen kieren, scheuren, barsten of holtes aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan daarom worden uitgesloten.
Gebouwbewonende soorten Andere soorten zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger worden uitsluitend in gebouwen aangetroffen. Hier bevinden de verblijfplaatsen zich voornamelijk op zolders, onder dakpannen, in spouwmuren en achter houten betimmering. De bebouwing is vanwege de aanwezigheid van kapotte en/of niet goed aansluitende dakpannen, open stootvoegen en kieren onder de betimmering potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De bebouwing is potentieel geschikt als winter-, zomer-, kraam- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en laatvlieger. Door de sloopwerkzaamheden kunnen mogelijk vleermuizen verstoord worden of kunnen verblijfplaatsen vernield worden (overtreding Wet natuurbescherming artikel 3.5, lid 2 en lid 4). Om de aan- dan wel afwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aan te tonen, is aanvullend onderzoek nodig. Volgens dit onderzoek, wat plaats zal vinden op basis van het vleermuisprotocol 2021, zijn 7 bezoeken nodig in de periode tussen 15 april en 1 oktober. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig.
Foerageergebieden Het projectgebied, en dan voornamelijk de parkeerplaats, is niet erg geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De parkeerplaats is beschut door de omliggende bomen, maar wordt erg verlicht door de aanwezige lantaarnpalen aan de Kennemerstraatweg. Er zijn in de nabije omgeving, zoals in het naastgelegen park, zeer geschikte foerageergebieden aanwezig waar bomen beschutting kunnen bieden en waar geen sprake is van verstoring door verlichting. Het projectgebied is daarom geen onderdeel van essentieel foerageergebied. Aanvullend onderzoek naar foerageergebieden is niet noodzakelijk. Een
32 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Het is desalniettemin nodig om tijdens de aanlegfase en gebruiksfase het gebruik van verlichting zoveel mogelijk te beperken of om maatregelen te nemen om verstoring door verlichting zoveel mogelijk te voorkomen in deze zone. Dit kan gedaan worden door tijdens de werkzaamheden in de kwetsbare periode (april t/m oktober, tussen zonsondergang en zonsopgang) geen verlichting toe te passen in deze zone.
Overige zoogdieren Het projectgebied is, door de ligging naast het stadspark, geschikt voor de egel (algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten)). Volgens het beleid van de provincie Noord-Holland dienen vrijgestelde soorten die binnen het projectgebied aanwezig zijn of worden verwacht, voorafgaand aan de werkzaamheden bij het bevoegd gezag - de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord - digitaal te worden gemeld; zie het meldingsformulier vrijgestelde soorten. Zonder deze melding geldt de vrijstelling niet en is een ontheffing nodig.
Zorgplicht De zorgplicht geldt voor alle (ook de onbeschermde) plant- en diersoorten. De zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Een manier om aan de zorgplicht te voldoen is om de werkzaamheden vanaf één kant rustig op de starten zodat mogelijk aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Tevens wordt aangeraden om in verband met verstoring van aanwezige dieren de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren.
Aanvullend onderzoek In het verkennend natuuronderzoek is geconstateerd dat nader onderzoek nodig is naar mus, gierzwaluw en vleermuis. De initiatiefnemer heeft dit nadere onderzoek voorafgaand aan de sloop van de bebouwing laten uitvoeren. De rapportage van het aanvullend onderzoek is als bijlage bij de toelichting te raadplegen (Bijlage 6). In het onderstaande wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten van het onderzoek.
Huismus Gedurende het onderzoek naar huismus zijn geen huismussen in of in de directe omgeving waargenomen. De aanwezigheid van vaste rust- en nestplaatsen of essentieel leefgebied is dan ook uitgesloten. Door het slopen van de gebouwen worden geen vaste rust- en nestplaatsen en/of essentieel leefgebied verstoord of vernietigd. Overtredingen van de van toepassingzijnde verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn dan ook uitgesloten. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Gierzwaluw Gedurende het onderzoek naar de gierzwaluw zijn geen gierzwaluwen in of in de directe omgeving waargenomen. De aanwezigheid van vaste rust- en nestplaatsen of essentieel leefgebied is dan ook uitgesloten. Door het slopen van de gebouwen worden geen vaste rust- en nestplaatsen en/of essentieel leefgebied verstoord of vernietigd. Overtredingen van de van toepassingzijnde verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn dan ook uitgesloten. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 33
Vleermuis Tijdens de inventarisatiemomenten zijn meerdere gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Deze vleermuizen vlogen over of foerageerden kort binnen en in de directe omgeving van het plangebied. De waargenomen vleermuizen maakten geen gebruik van de bebouwing binnen het plangebied. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen is dan ook uitgesloten. Door het slopen van de gebouwen worden geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord of vernietigd. Overtredingen van de relevante verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn dan ook uitgesloten. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Wel komt uit het onderzoek naar voren dat gebruik van verlichting zoveel mogelijk moet worden beperkt. Ook kunnen er maatregelen worden genomen om verstoring door verlichting zoveel mogelijk te voorkomen tijdens de actieve periode van vleermuizen. Deze periode valt tussen april en oktober van zonsondergang tot zonsopgang. Om ook lichthinder tijdens de gebruiksfase te voorkomen wordt het toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting (zoals bijvoorbeeld het toepassen van amberkleurige, UV-vrije ledverlichting) aan de nieuwe bebouwing aangeraden waarbij de human-bat response ratio groter is dan 40. Bij deze ratio kunnen mensen voldoende waarnemen maar worden vleermuizen niet beïnvloed.
Conclusie aanvullend onderzoek Voor huismus, gierzwaluw en vleermuis hoeft geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Wel dient tijdens de gebruiksfase verlichting te worden beperkt en verstoring door verlichting zoveel mogelijk te worden voorkomen.
GEBIEDSBESCHERMING Met oog op gebiedsbescherming wordt getoetst aan verschillende wetgeving op nationaal en provinciaal niveau. In het onderstaande wordt daar per relevant beleidskader op ingegaan.
Natura 2000 Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Noordhollands Duinreservaat’ ligt op een afstand van circa 4,7 kilometer van het projectgebied. Licht, trillingen en geluid kunnen tot enkele honderden meters ver reiken. Effecten door externe werking zoals verstoring door geluid, licht, optische verstoring en dergelijke zijn dan ook – gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden – op voorhand uit te sluiten.
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt op een afstand van circa 1 kilometer van het plangebied. Met het planvoornemen is geen sprake van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden. Effecten op NNNgebieden zijn, gelet op de ligging buiten een NNN-gebied en uitsluiting door externe werking, voor het voorgenomen plan uitgesloten.
Gebieden buiten het NNN Ganzenfoerageergebied De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op ganzenfoerageergebied. Er is geen nader veldonderzoek en/of effectonderzoek noodzakelijk. Tevens zijn er geen maatregelen nodig om effecten
34 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
te voorkomen.
Habitat voor weidevogels Het plangebied is niet gelegen binnen een gebied behorend tot een habitat voor weidevogels (Bijzonder Provinciaal Landschap). Zodoende kunnen effecten op een habitat voor weidevogels voor het voorgenomen plan worden uitgesloten. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
Stikstofdepositie Om vast te stellen of het planvoornemen wel of niet leidt tot een onevenredige stikstofdepositie, is een Aerius-berekening uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 7. De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescher-ming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
Conclusie Het planvoornemen is wat betreft ecologie uitvoerbaar.
4.7 Water Toetsingskader Op grond van de Bro (artikel 3.1.6) moet aandacht worden besteed aan de waterhuishouding en een waterparagraaf worden opgenomen in de toelichting van ruimtelijke plannen. Hierin wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weergave van de zogenoemde watertoets. De watertoets heeft als doel om waterhuishoudkundige doelstellingen te betrekken bij relevante besluiten en ruimtelijke plannen. Het voorliggend plangebied valt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Toetsing Op 15 december 2022 is via de digitale watertoets advies opgevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De uitkomsten van het advies zijn als bijlage bij de toelichting te raadplegen (Bijlage 8). Uit dit advies blijkt dat de korte watertoetsprocedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat het hoogheemraadschap heeft geconstateerd dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de korte procedure moet worden gevolgd. Uit het advies komt tevens naar voren dat het plan een beperkte invloed op het watersysteem en/of afvalwaterketen, welke ondervangen kan worden met standaard maatregelen. In het onderstaande wordt ingegaan op de maatregelen die voor het planvoornemen van belang zijn.
Verharding Bestaande situatie De bebouwing in het plangebied is tot de fundering toe gesloopt. De voormalige bebouwing besloeg een oppervlakte van circa 1086 m2. Het terrein is in de bestaande situatie nagenoeg volledig verhard.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 35
Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is er sprake van een woongebouw met een oppervlakte (vanaf de begane grond bezien) van circa 850 m2. Delen van het verharde terrein zijn vervangen door groenvoorzieningen en/of tuinen. Hierdoor is er sprake van waterdoorlaatbare terreindelen. Daarnaast is het voormalige bouwvlak ongewijzigd aanwezig. Ook de bouw- en goothoogten zijn van overeenkomstige toepassing.
Bevindingen De bestaande situatie tegen de nieuwe situatie afgezet komt uit op een afname van het verhard oppervlak in het plangebied. Er is minder bebouwing aanwezig en een aantal delen van het terrein zijn waterdoorlatend. Bovendien is er geen sprake van extra planologisch ruimtebeslag. Het bouwvlak blijft ongewijzigd van toepassing. De mogelijkheid om extra bebouwing en verharding toe te voegen blijft daardoor gelijk met de bestaande situatie. Gelet op het voorgaande is er geen sprake van een toename van bebouwing en/of verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen getroffen te worden.
Gescheiden stelsel Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat er vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan daarom als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat het hoogheemraadschap adviseert om een gescheiden stelsel aan te leggen. Dit zal in de nadere planuitwerking verder worden geconcretiseerd.
Waterkwaliteit en riolering Samen met de gemeenten heeft het hoogheemraadschap de basisdoelstelling het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Het hoogheemraadschap adviseert daarom om mogelijkheden te onderzoeken om het hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem of rechtstreeks te lozen op het aanwezige oppervlaktewater. Voorwaarde hierbij is dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Uit de voorgaande alinea 'gescheiden stelsel' wordt duidelijk dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. In het plan is rekening gehouden met verschillende bermen, groenvoorzieningen en tuinen. Dit zorgt ervoor dat afstromend hemelwater van verharde oppervlakken verwerkt kan worden in de bodem op het eigen terrein.
Water/klimaatadaptatie-advies Stadswerk072 Stadswerk072 heeft een advies gegeven over het aspect water in relatie tot eisen/richtlijnen van de gemeente, naast de eisen van het hoogheemraadschap. Uit het advies wordt duidelijk dat voor het plangebied met name de thema's hemelwater en grondwater van belang zijn.
Hemelwater Om schade door hevige neerslag (70 mm in een uur) te voorkomen, wordt een groot deel van die neerslag (40-70 mm) op het perceel zelf verwerkt. Dit gaat door infiltratie in de bodem, het opvangen of vertraagd afvoeren van neerslag in boven- of ondergrondse voorzieningen. Deze voorzieningen voeren de
36 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
eerste 24 uur vertraagd af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Een ontwikkelaar kan zelf bepalen wat er met hemelwater gebeurt op het eigen terrein. In het plangebied zal het hemelwater in de bodem infiltreren met behulp van wadi's.
Grondwater De grondwaterstand rondom de locatie staat relatief hoog, ca. 60 cm onder maaiveld en in de winter hoger. Stadswerk072 adviseert daarom om onderzoek te doen naar welke invloed de bouw op de grondwaterstand in de omgeving heeft: bij de bouw van bijvoorbeeld een parkeergarage; door infiltratie van hemelwater;
Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.8 Verkeerseffecten en parkeren In deze paragraaf wordt getoetst of er geen onevenredige belasting plaatsvindt op de omliggende infrastructuur van het plangebied. Daarnaast wordt getoetst of er voldoende parkeerruimte aanwezig is in verband met de nieuw te realiseren functies.
Verkeerseffecten Om een inschatting te kunnen doen van de verkeersgeneratie die het planvoornemen veroorzaakt, zijn de kencijfers van het CROW geraadpleegd. Voor het planvoornemen is uitgegaan van de categorie 'Koop, appartement, midden'. Uit 3.4.4 kan worden afgeleid dat het plangebied zich in de 'Schil centrum' bevindt. Daarnaast kan het plangebied aangemerkt worden als 'zeer sterk stedelijk'. Het voorgaande maakt dat het planvoornemen een verkeersgeneratie van 3,7 verkeersbewegingen (motorvoertuigen per weekdaggemiddelde) per appartement genereert. In totaal komt dit uit op 28 X 3,7 = 103,6, afgerond 104 extra verkeersbewegingen. Het plangebied is ontsloten via de Kennemerstraatweg. Op basis van de bepaalde verkeersgeneratie kan gesteld worden dat de aansluiting op de Kennemerstraatweg, vergeleken met de huidige situatie, enigszins zwaarder wordt belast (met name tijdens de ochtendspits). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de OV-bereikbaarheid relatief goed is door de nabijheid van drie bushaltes en vijf verschillende buslijnen die tevens in verbinding staan met station Alkmaar. Te verwachten is dat een groot aandeel van de toekomstige bewoners regelmatig het OV gebruikt, waardoor het aantal van 104 extra verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde mogelijk lager kan zijn en derhalve niet volledig representatief is.
Desondanks mag wel aangenomen worden dat de Kennemerstraatweg goed in staat is om een dergelijk aantal van 104 verkeersbewegingen op te vangen. De 104 verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde, waarvan het er waarschijnlijk minder zijn door het gebruik van OV, zullen vanuit het oogpunt van verkeer niet leiden tot een onevenredige belasting van omliggende infrastructuur. Naast het voorgaande dient te worden opgemerkt dat de verkeerssituatie verbetert door de realisatie van een inrit aan de noordzijde van het plangebied. In de bestaande situatie ligt de ontsluiting van het perceel vrij dicht op het kruispunt Kennemerstraatweg - Juliana van Stolberglaan. Dit bemoeilijkt het uitrijden van het perceel in met name de ochtendspits. In de nieuwe situatie bevindt de inrit zich aan de noordzijde van het perceel, verder van het kruispunt af. Het uitrijden van het perceel is hierdoor eenvoudiger. De realisatie van de inrit leidt derhalve tot minder verkeerscongestie en veiligere verkeerssituaties.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 37
Parkeren In een half verdiepte parkeergarage onder het woongebouw is voor een deel voorzien in een parkeerruimte aan de hand van een inpandige garage. Bezoekersparkeren vindt plaats op de Kennemerstraatweg. Dit aangezien de parkeergarage voor de bewoners van het appartementengebouw is bedoeld en er verder op het terrein nergens in substantiële parkeermogelijkheden kan worden voorzien. In 3.4.4 is uitgebreid ingegaan op de vanuit het gemeentelijk beleid geldende parkeernormen. Uit deze subparagraaf blijkt dat aan de parkeernorm kan worden voldaan en dat er in het plangebied voorzien is in voldoende parkeerruimte.
Conclusie Het planvoornemen kan wat de aspecten verkeer en parkeren betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.9 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen. Projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.369 auto's dan wel 132 vrachtwagens per weekdagetmaal (grenswaarde in 2019).
PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden.
Toetsing Het planvoornemen voorziet in 28 extra woningen. Dit aantal blijft ruimschoots onder de grenswaarden. De voorgenomen ontwikkeling kan derhalve als NIBM worden beschouwd. Daarnaast is in kader van het planvoornemen onderzocht of het kruispunt met de optrekkende auto's, geen te schadelijke fijnstof oplevert voor de woonfunctie die met dit plan mogelijk wordt gemaakt. Om dit te achterhalen zijn de luchtkwaliteitskaarten van Atlas voor de Leefomgeving geraadpleegd. Uit de fijnstof 2020-kaart blijkt dat het gehalte aan fijnstof in het plangebied ten hoogste 18 microgram PM10/m3 bedroeg. Dit blijft onder de grenswaarde van 40 microgram/m3. Om nog een actueler beeld te krijgen van het gehalte aan PM10, is een kaart van de actuele fijnstof concentratie in Nederland geraadpleegd. Uit die kaart blijkt dat de fijnstofconcentratie circa 22 microgram/m3. Ook dit aantal blijft onder de grenswaarde. Aangezien aan de waarde PM10 wordt voldaan, mag worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een onaanvaardbare luchtkwaliteit voor de beoogde functie.
Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar worden geacht.
38 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
4.10 M.e.r.-verantwoording Bij elk ruimtelijk plan moet worden overwogen of een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In dat kader moet het bevoegd gezag nagaan of er activiteiten plaatsvinden die belangrijke negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor bestaat enerzijds uit het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds uit de hiervoor beschreven onderzoeken. Als sprake is van een activiteit zoals genoemd in kolom 1 van de C-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dient het bevoegd gezag de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen. Als sprake is van een activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dient het bevoegd gezag te toetsen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Op voorliggend bestemmingsplan is categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing, te weten: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De drempelwaarden behorende bij deze categorie worden echter niet overschreden (oppervlakte van 200 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer).
Het voornemen is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor projecten die voorkomen in de lijst met categorieën in de bijlage bij het Besluit m.e.r, maar geen drempelwaarden overschrijden is de zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde.
1. kenmerken van het project De kenmerken van het project moeten in aanmerking worden genomen en met name: de omvang van het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico op zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering; de risico's voor de menselijke gezondheid;
Het plan is kleinschalig van aard en past binnen de aanwezige bouwrechten maar wijkt af van het toegestane gebruik. Het behelst de realisatie van een appartementencomplex op de voormalige locatie van een horecazaak 'Koekenbier' in het centrum van Alkmaar. Het betreft een wijziging van een gemengde bestemming naar woonbestemming. Er is geen cumulatie met andere projecten. De overige aspecten spelen geen rol bij dit project.
2. locatie van het project De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in aanmerking worden genomen, en met name: het bestaande en goedgekeurde landgebruik; de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regenartievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied en de ondergrond ervan; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu; Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van Alkmaar. Ten oosten loopt de Kennemerstraatweg met daarachter het centrum van Alkmaar. Ten westen bevindt zich het ziekenhuis van Alkmaar dat van het plangebied gescheiden wordt door het park 'Het Alkmaarderhout'. Uit het
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 39
uitgevoerde ecologische onderzoek en de stikstofberekening blijkt dat geen negatieve effecten optreden op beschermde soorten en gebieden.
3. soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijkheid aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met inachtneming van: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de intensiteit en complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten met de effecten van bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen;
Het betreft hier een kleinschalig project binnen bestaand stedelijk gebied. Het project heeft slechts een beperkt effect op alleen de directe omgeving. In de directe nabijheid zijn geen omwonenden die hinder kunnen ondervinden van het project. Het project brengt enige verkeersgeneratie met zich mee maar dit leidt, gezien de ligging ten opzichte van de ontsluitingswegen, niet tot grote effecten. Het project is onomkeerbaar maar niet van negatieve invloed op natuurwaarden. Er is geen sprake van cumulatie van effecten met effecten van andere projecten.
Conclusie Op basis van het voorgaande en van de uitkomsten van het omgevingsonderzoek zoals dat hiervoor in hoofdstuk 4 is toegelicht, kan worden geconcludeerd dat de effecten op het milieu beperkt zijn. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag het besluit nemen dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure.
4.11 Duurzaamheid Bij uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen heeft betrekking op een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren van de te realiseren woningen. Bij de bouw van de woningen kan aan de volgende duurzaamheidsaspecten worden gedacht: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, en toekomstbestendigheid. De gemeente Alkmaar heeft het duurzaamheidsbeleid vastgesteld in haar Programma Duurzaam Alkmaar 2020 – 2024. Met als basis de doelstellingen die afgesproken zijn in de regio Alkmaar. Er wordt gewerkt naar een toename van het aandeel duurzame energie en een afname van het gebruik van fossiele energie. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor de nieuwbouw: gasloos bouwen; (bijna) energieneutraal bouwen / lokale opwekking duurzame energie; circulair bouwen / wateradaptie; duurzame mobiliteit.
De toe te passen maatregelen voor een energiezuinige woning zijn grofweg onder te verdelen in drie stappen: 1. Duurzaam ontwerpen / duurzaam casco
40 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
2. Duurzame warmte-koude voorziening 3. Duurzame energieopwekking
Op de volgende manier is binnen het plan rekening gehouden met duurzaamheid: De appartementen worden gasloos gebouwd; Het woongebouw is bijna energieneutraal (BENG) , mede door het gebruik van warmtepompen; In het ontwerp van het omliggende terrein is rekening gehouden met wateradaptatie door toepassing van verschillende tuinen, groenvoorzieningen en bodempassages. Bij het plan wordt dan ook rekening gehouden met klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.
Conclusie Bij de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met duurzaamheid.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 41
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving
5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de digitale verplichtingen zoals die per 01-01-2010 van kracht zijn.
SVBP2012 De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Ook schrijft de SVBP2012 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan artikel 2 betreffende de wijze van meten. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen.
Analoog vs. digitaal bestemmingsplan De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal bestemmingsplan. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is het digitale bestemmingsplan bepalend qua vormgeving en inhoud.
5.2 Regels De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 - Inleidende regels In de 'Inleidende regels' zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot.
Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In de 'Bestemmingsregels' zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. De regels kunnen onder meer bestaan uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving is uitgegaan van een volledige opsomming van wat binnen een bestemming functioneel ten aanzien van het gebruik van de gronden is toegestaan. Soms kan het voorkomen dat verschillende functies of bestemmingen naast elkaar zijn toegelaten, soms als primaire bestemming en soms als ondergeschikte bestemming. Bouwregels De bouwregels bieden voor iedere bestemming het kader in hoeverre er ergens gebouwd mag worden.
42 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
Er zijn regels gesteld met betrekking tot het oprichten van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten. Nadere eisen Deze bepaling regelt dat het bevoegd gezag de mogelijkheid heeft om op grond van artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening binnen een bestemming nadere eisen te stellen aan onderwerpen of onderdelen die in deze bestemming zijn geregeld. Afwijken van de bouwregels Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden bij verschillende bestemmingen kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels per bestemming. Specifieke gebruiksregels Met specifieke gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval tot strijdig met het in de bestemmingsomschrijving toegestane gebruik wordt gerekend. Afwijken van de gebruik sregels Burgemeester en wethouders kunnen in een aantal concrete situaties bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werk zaamheden Door deze regel is de verplichting opgelegd om bij het uitvoeren van bepaald werk, geen bouwwerk zijnde of bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunning aan te vragen.
Op deze vergunningplicht kunnen uitzonderingen worden geformuleerd waarbij bepaalde werken of werkzaamheden zonder omgevingsvergunning toegestaan zijn. Daarnaast zijn er voorwaarden gesteld voor wanneer het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheden toelaatbaar zijn.
Hoofdstuk 3 - Algemene regels In de 'Algemene regels' staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreft onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene bouwregels. In de algemene bouwregels zijn bouwregels opgenomen over ondergronds bouwen, bijvoorbeeld voor het bouwen van een parkeergarage. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen verder voor enige flexibiliteit in het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht; zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de algemene wijzigingsregels zijn regels opgenomen waaronder Burgemeester en wethouders op een aantal onderdelen onder bepaalde randvoorwaarden het plan kan wijzigen. In de overige regels is tot slot het parkeerverhaal met betrekking tot bouwen uitgewerkt.
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Ten slotte bevat het bestemmingsplan nog 'Overgangs- en slotregels'. Dit betreft overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven artikelen over het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en afsluitend de slotregel.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 43
5.3 Toelichting op de bestemmingen
5.3.1 Wonen In het plangebied zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Wonen'. Gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor bebouwing en het bebouwen van die gronden met woningen. Het planvoornemen voorziet in 28 appartementen. Het appartementengebouw mag een goot- en bouwhoogte hebben van respectievelijk dertien en zestien meter. Op de verbeelding is hiervoor een aanduiding opgenomen. Ook is door middel van een bouwvlak aangegeven waar de gebouwen gebouwd mogen worden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' moet de gevel worden uitgevoerd als dove gevel, tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat een dove gevel geheel of gedeeltelijk niet noodzakelijk is. Van deze regel kan worden afgeweken als burgemeester en wethouders een hogere waarde besluit in de zin van artikel 110a van de Wet geluidhinder hebben genomen. De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf is onder voorwaarden toegestaan.
5.3.2 Waarde - Archeologie Het plangebied bestaat uit archeologisch waardevolle gronden. Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Binnen de desbetreffende zone moet worden onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn en of die kunnen worden geschaad indien een ingreep plaatsvindt met een diepte van meer dan 0,40 m en een oppervlakte van meer dan 500 m². De oppervlakte en de diepte zijn cumulatieve voorwaarden, dat wil zeggen: als de ingreep kleiner is dan de vrijstellingsdiepte of oppervlakte, dan kan archeologisch onderzoek achterwege blijven.
5.4 Bestemmingsplanprocedure De bestemmingsplanprocedure is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de procedure zijn de volgende fasen te onderscheiden: Ontwerpbestemmingsplan en vaststellingsprocedure Na aankondiging in het Gemeenteblad en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl, wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp naar voren brengen. Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd uiterlijk 12 weken na de termijn van terinzagelegging vast. Vastgesteld bestemmingsplan en beroepsprocedure Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, heeft ook de mogelijkheid om beroep in te stellen. Op deze hoofdregel is een aantal uitzonderingen: tegen gewijzigde vaststelling kan beroep worden ingediend zonder dat een zienswijze is ingediend, als de gewijzigde vaststelling leidt tot een belang van diegene die eerder geen aanleiding zag om een zienswijze in te dienen; als kan worden aangetoond dat er een dringende reden bestond waarom geen zienswijze is ingediend.
Deze optie is gebonden aan een strikte uitleg en zal niet snel aan de orde zijn.
Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Binnen 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep
44 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)
worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.
Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld) 45
Hoofdstuk 6 M aatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1 Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de uit het plan voortkomende kosten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst afgesloten. Op basis van deze overweging is het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid belemmerd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Wettelijk vooroverleg In het kader van bestuurlijk overleg ex. artikel 3.1.1. Bro is het bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. Op het plan zijn geen reacties ingekomen.
6.2.2 Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan is voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn zijn geen zienswijzen op het plan ingebracht. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.
6.2.3 Participatie Ten aanzien van het planvoornemen is een participatieplan opgesteld. Dit plan is als Bijlage 9 te raadplegen. Er is tevens een informatieavond met de direct belanghebbenden en omwonenden geweest. Hier is het planvoornemen gepresenteerd en toegelicht. Er zijn diverse gesprekken gevoerd met omwonenden over het plan. Het verslag van het informatiemoment is bijgevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting.
46 Bestemmingsplan "Kennemerstraatweg 10-16 Alkmaar" (vastgesteld)