CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1d Bp Pendorp Toelichting - verbeterde versie

Commissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Pendorp16.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Betekenis voor het project Voor het perceel is een verkennend bodemonderzoek3 uitgevoerd. In het uitgevoerde bodemon- derzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastge- steld en is beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming.

Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen:

Gehele onderzoekslocatie  Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen;  Op basis van de historie van het perceel en het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconclu- deerd dat onderhavige locatie als een niet verdachte locatie voor de aanwezigheid van as- best kan worden beschouwd. Deze conclusie wordt bevestigd doordat tijdens de boorwerk- zaamheden op of in de bodem op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal is geconstateerd.

Overig terrein  Met uitzondering van het plaatselijk licht verhoogde gehalte aan PFOS in de bovengrond, zijn verder geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten in de boven- en on- dergrond geconstateerd;  In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten gecon- stateerd.

Voormalig pompeiland  In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd;  In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd.

Voormalige ondergrondse tanks  Met uitzondering van het plaatselijk licht verhoogde gehalte aan minerale olie in de onder- grond, zijn verder geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten in de boven- en ondergrond geconstateerd;  In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd.

Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein, de geplande ontwikkeling van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de toekomstige bouw- activiteiten op het terrein.

3 Verkennend bodemonderzoek Voltastraat 2-4 te Alkmaar, Klijn Bodemonderzoek, 16 december 2020

Pagina 23 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

4.4 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeo- logie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke in- strumenten.

Betekenis voor het project De gemeente Alkmaar beschikt over een archeologische verwachtingskaart (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 26 september 2016). Deze kaart dient als beleidsinstrument bij het op- stellen van bestemmingsplannen en de op de kaart aangegeven archeologische waarden die- nen planologisch te worden verankerd. Op de verwachtingskaart 2016 heeft het te ontwikkelen gebied de waarde archeologie E, dat wil zeggen dat er geen archeologische maatregelen nood- zakelijk zijn bij verstoringen over een oppervlak kleiner dan 10.000m² en dieper dan 40cm. Om- dat deze verstoringsnorm wordt overschreden, is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd4.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek blijft de lage archeologische verwachting gehandhaafd.

4.5 Cultuurhistorie Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cul- tuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Betekenis voor het project Binnen PEN-dorp is sprake van een bijzondere architectuur (Bonnema) en de stedenbouwkun- dige en landschappelijke opzet (van de bekende landschapsontwerper Mien Ruys) wordt als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. De symbiose van het gebouw en het landschap, met aandacht voor overgangen van binnen naar buiten en de zorgvuldig ontworpen relaties met het landschap, is bijzonder. Er is een aparte rapportage opgesteld waarin is ingegaan op deze waarden en waarin is beschreven hoe deze terugkomen in het nieuwe Pendorp5.

4.6 Molenbiotoop Molens zijn monumenten die de identiteit van menig Nederlands landschap bepalen. Daarom verdienen ze het om hun cultuurhistorische plek daarin te behouden. Molens zijn bovendien le- vende monumenten. Het zijn werktuigen. Voor hun werking stellen ze specifieke eisen aan hun omgeving. Wordt niet aan die eisen voldaan, dan is de molen gedoemd tot stilstaan en verval. De bescherming van de windvang en cultuurhistorische waarde van een molen vindt plaats door middel van de molenbiotoop.

Betekenis voor het project Ten zuiden van het plangebied bevindt zich aan de Havinghastraat molen De Viaan, een pol- dermolen van het type grondzeiler. Ten noorden van het plangebied ligt aan de Oude Helderse- weg de Sluismolen, eveneens een poldermolen van het type grondzeiler. De molenbiotoop van beide molens valt niet binnen het plangebied. De beide molens zorgen niet voor beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7 Natuur In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden.

4 Archeologisch onderzoek PEN-dorp te Alkmaar, Sweco Nederland BV, 19 maart 2021 5 Cultuurhistorie PEN-dorp, De Zwarte Hond en Buro Mien Ruys, juli 2023

Pagina 24 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een ge- bied. De soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn verschil- lende beschermingsregimes voor soorten aangewezen.

Betekenis voor het project In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan natuur6 uitgevoerd. De quickscan is er op gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op be- schermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moe- ten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effect-onderzoek en nadere procedures.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 3 respectievelijk 4,2 kilometer afstand van de meest nabijgelegen Natura 2000‐gebieden, Noordhollands Duinreservaat en Schoorlse Duinen. Gelet op de grote afstand, afscherming en de aarde van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische versto- ring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.

Gezien de toename van stikstofemissie bij de werkzaamheden voor de herontwikkeling en bij het gebruik van de woningen en overige functies, zijn stikstofberekeningen met het programma Aerius uitgevoerd7. Er is zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase van de planontwikkeling, met toepassing van interne saldering, geen netto toename berekend van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Voor de planontwikkeling is geen Wnb-ver- gunning benodigd voor het onderdeel Stikstofdepositie.

Het plangebied bevindt zich niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of weidevogelleefgebied. Externe werking is niet aan de orde. Deze gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. De bepalingen van de Omgevingsveror- dening NH2020 worden niet overtreden en derhalve is geen vervolgprocedure noodzakelijk.

Soortenbescherming In de quickscan is in een boom aan de noordwestzijde een nest van vermoedelijk een sperwer aangetroffen. De gebouwen zijn geschikt bevonden voor vleermuizen en gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus en gierzwaluw). De aanwezigheid van rug- streeppad en kleine marterachtigen kunnen niet worden uitgesloten. In afwijking van de quickscan wordt de rugstreeppad echter niet verwacht binnen het gebied waar zal wor- den gebouwd. Om de aanwezigheid van deze soorten (behalve rugstreeppad) vast te kunnen stellen of uit te sluiten is nader onderzoek uitgevoerd8. Tijdens dit onderzoek zijn in totaal 18 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laagvlieger aangetroffen. Van deze 18 verblijfplaatsen zullen er 16 verdwijnen als gevolg van de voorgeno- men ontwikkeling. Tevens zal een foerageergebied verloren gaan. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger te beperken, worden maatregelen genomen. Het betreft maatregelen die zien op de beschik- baarheid van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van de te slopen panden.

De te slopen panden zullen voorafgaand ondergeschikt worden gemaakt buiten de meest kwetsbare periode, maar binnen het actieve seizoen van de gewone dwerg- vleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Op 9 maart 2022 is ontheffing van de Wet

6 Quickscan Wet Natuurbescherming Herinrichting Voltastraat 2 te Alkmaar, Bureau Aandacht Natuur, 10 oktober 2017 7 Onderzoek stikstofdepositie PEN-dorp, Sweco Nederland BV, 17 april 2024 8 Nader onderzoek vleermuizen, broedvogels en kleine marterachtigen Voltastraat 2-4 te Alkmaar, Dresme en van der Valk, 8 november 2018

Pagina 25 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

natuurbescherming verleend voor de sloop en kap en het treffen van de hiervoor beschreven maatregelen9. Deze ontheffing is inmiddels herzien10.

4.8 Verkeer en parkeren In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren.

Betekenis voor het project

Verkeer De gemeenteraad heeft op 24 november 2022 een besluit genomen over de Helderseweg. Er is besloten dat de huidige Helderseweg wordt opgewaardeerd, waarbij er ruimte vrijkomt voor een parkachtige openbare ruimte. De toekomstige verkeersgeneratie kan gecombineerd worden met een inrichting behorende bij een maximum snelheid van 30 km/uur (Duurzaam Veilig).

Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie11. Uit het onderzoek volgt dat het effect van de ontwikkeling op de bestaande infrastructuur en de kruispunten in de directe omgeving beperkt is. Het verkeer als gevolg van de beoogde ontwik- keling verspreid zich over de wegvakken en gaat snel op in het heersende verkeersbeeld. In de spitsmomenten zijn de toenames op kruispuntniveau beperkt. Dit verkeer bestaat uit aanko- mend en vertrekkend verkeer. Per richting is de toename circa 90 mvt/uur, wat neerkomt op circa 1 tot 2 aankomende en 1 tot 2 vertrekkende auto’s per minuut. Dit is een dermate be- perkte toename op het kruispunt dat dit beperkt van invloed is op de kwaliteit van de verkeersaf- wikkeling.

Parkeren De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de Nota Parkeernormen 2020 – 2027. De locatie wordt gekenmerkt als een sterk stedelijk gebied en ligt in het deelgebied ‘Overstad en overig’. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd naar de parkeerbehoefte12.

Op grond van de geldende gemeentelijke parkeernormen en aanwezigheidspercentages zijn 685 parkeerplaatsen nodig. Dit aantal parkeerplaatsen is in het stedenbouwkundig plan be- schikbaar. Er kan worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2020 – 2027.

De locatie ligt op fietsafstand van twee stations en dicht bij de stad en biedt kansen voor deel- mobiliteit. Wanneer aanvullend rekening wordt gehouden met deelmobiliteit, kan de parkeerbe- hoefte worden beperkt.

4.9 Geluid wegverkeer Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden.

Betekenis voor het project De voorgenomen woningbouw ligt binnen de geluidszone van de N9, Helderseweg en de Volta- straat. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarbij

9 Wnb aanvraag ontheffing ruimtelijke ingrepen, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, 9 maart 2022 10 Wijziging ontheffing ruimtelijke ingrepen, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, 21 juni 2023 11 Verkeersgeneratie ontwikkeling Pendorp – Bestemmingsplan, Goudappel, 28 februari 2024 12 Parkeren Pendorp Alkmaar, Goudappel, 21 november 2023

Pagina 26 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

de geluidbelasting in het toekomstig maatgevende jaar is bepaald ten gevolge van de ge- noemde wegen ter plaatse van de gevels van het nieuwbouwplan13.

De beoogde woningen ondervinden een geluidbelasting die hoger is dan de voorkeursgrens- waarde van 48 dB, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Dit geldt zowel voor de N9, de Helderseweg als de Voltastraat. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB conform de Wet geluidhinder wordt nergens overschreden. Geconcludeerd wordt dat het plan haalbaar is met betrekking tot wet- en regelgeving voor wegverkeerslawaai.

Het verlagen van de maximum rijsnelheid op de Helderseweg van 50 naar 30 km/uur verlaagt de geluidbelasting met 2 a 3 dB. Naar verwachting zal een snelheidsverlaging de verkeersinten- siteiten van het doorgaande verkeer verlagen en daarmee de geluidbelasting nog verder verla- gen dan nu is berekend. Tevens geldt dat de Helderseweg en Voltastraat bij 30 km/uur worden uitgezonderd van wettelijke zonering: er is daarmee geen sprake van toetsing aan de wettelijk ten hoogst toegestane waarde (48 dB) en tevens geen sprake van een hogere waardenproce- dure voor deze wegen. Overige bron- en/of overdrachtsmaatregelen zijn onvoldoende effectief of stuiten op bezwaren van technische of landschappelijke aard.

Voor hogere waarden van hoogstens 53 dB hanteert de gemeente geen aanvullende eisen. Voor iedere woning met een hogere waarde van minimaal 54 dB dient minstens één gevel en buitenruimte geluidluw te zijn. Bij het vaststellen van het definitieve stedenbouwkundig ontwerp dient te worden aangetoond dat hieraan wordt voldaan. Op voorhand wordt dit niet onhaalbaar geacht:  Doordat de gemeente voornemens is om de maximum rijsnelheid op de Helderseweg en de Voltastraat te verlagen, zal de geluidbelasting in de uiteindelijke situatie naar ver- wachting lager zijn;  Bij het realiseren van galerijappartementen kan naar verwachting voldoende geluidluw- heid gecreëerd: ieder appartement heeft dan zowel een geluidluwe als een geluidbe- laste zijde;  Bij het realiseren van eenzijdige appartementen kunnen maatregelen aan de gevel wor- den toegepast, bijvoorbeeld vliesgevels of inpandige balkons.

Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouw binnen het plangebied ruimtelijk inpasbaar is. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de woningbouw dient aangetoond te worden dat de buitengevels voldoende geluid weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maximaal 33 dB bedraagt. Dit betekent dat de buitengevels voldoende geluid dienen te weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maxi- maal 33 dB bedraagt.

4.10 Luchtkwaliteit Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijk- economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' ver- slechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de

13 Geluidonderzoek wegverkeerslawaai Transformatie PEN-dorp Alkmaar, Sweco Nederland BV, 14 juli 2023

Pagina 27 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getals- matige grenzen, bijvoorbeeld:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitings- wegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.

Op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen is een luchtkwaliteitsonderzoek nodig als een school met eventueel kinderdagverblijf binnen 300m van een Rijksweg en 50m van een provinciale weg wordt gerealiseerd.

Betekenis voor het project De ontwikkeling van het plangebied bevat de realisatie van minder dan 1.500 woningen. Omdat ook commerciële en maatschappelijke voorzieningen mogelijk worden gemaakt, is onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit14. Een tweede reden hiervoor is dat een school mogelijk een plaats krijgt op relatief korte afstand van de Rijksweg N9.

Uit het onderzoek volgt dat er met de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied en langs de ontsluitende wegen geen sprake van (dreigende) overschrijdingen van de grenswaar- den, dus ook niet ter hoogte van de beoogde basisschool. Er zijn vanuit de Wet milieubeheer met betrekking tot luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezig- heid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:  bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt;  transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd;  ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.

De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blij- ven.

Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtin- gen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vast- gelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

Betekenis voor het project Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleidingen A-637 en A-562 van Gasunie. Er is een groepsrisicoberekening uitgevoerd om de hoogte van het groepsrisico te

14 Onderzoek luchtkwaliteit transformatie PEN-dorp, Sweco Nederland BV, 13 juli 2023

Pagina 28 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

kunnen bepalen voor de bestaande en de nieuwe situatie15. De normen voor het plaatsgebon- den risico en belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgeno- men ontwikkeling. Uit het onderzoek volgt dat de ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-637 en A-562. In de bestaande(bestemde)situatie en de nieuwe situatie is het groepsrisico gelijk (geen toe- name) en is het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De aspecten voor een beperkte verantwoording van het groepsrisico zijn in de rapportage beschouwd.

De ontwikkellocatie is gelegen binnen 200 meter van de N9. Er is onderzoek uitgevoerd naar het groepsrisico16. Het groepsrisico is voor de N9 berekend voor de bestaande (bestemde) situ- atie en de nieuw te bestemmen situatie. Voor de bestaande (bestemde) situatie bedraagt het groepsrisico 0,045 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt door de voorgenomen ontwikkeling toe tot 0,204 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van artikel 8 van het Bevt is een verantwoording van het groepsrisico vereist omdat het plangebied gelegen is op minder dan 200 meter van de N9 en het groepsrisico hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en met meer dan 10% toeneemt. De verantwoording van het groepsrisico is in de rapportage opgenomen.

Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, wordt dit van rechtswege onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan bestaat naast de vastgestelde be- stemmingsplannen, uit de gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat. In de bruidsschat is een regeling opgenomen ter zake van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid. Deze regels zijn gebaseerd op de landelijke Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019.

De regels uit de bruidsschat zijn niet van toepassing wanneer een oud bestemmingsplan een eigen regeling ten aanzien van een specifiek onderwerp kende. Dit volgt uit artikel 22.1, eerste lid van het omgevingsplan (in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan is de bruidsschat opgeno- men). De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord hanteert een eigen, op de handreiking uit 2019 gebaseerde, handreiking uit 2021. Het plan is afgestemd op deze regionale handreiking. Om te voorkomen dat de regels uit de bruidsschat prevaleren, is in het bestemmingsplan opgenomen dat moet worden getoetst aan de regionale handreiking uit 2021.

4.12 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tus- sen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd  bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het om- gevingstype.

Betekenis voor het project

15 Groepsrisicoberekening Buisleidingen A-637 en A-562 t.b.v. de herontwikkeling van de locatie PEN-dorp Alkmaar, Prevent Adviesgroep, 26 juli 2023 16 Groepsrisicoberekening N9 t.b.v. de herontwikkeling van de locatie PEN-dorp Alkmaar, Prevent Adviesgroep, 26 juli 2023

Pagina 29 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven aanwezig. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimte- lijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. Hier is op de onderhavige locatie sprake van.

Stichting De Praktijk Aan de Ampèrestraat 2-6 is Stichting De Praktijk gevestigd, een GGZ-hulpverleningsinstelling voor de regio Noord-Holland Noord. Er geldt een richtafstand van 10 meter tot woningen in een gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een beperking voor Stichting De Praktijk.

Kantoren Naast Stichting De Praktijk zijn aan de zuidzijde van het plangebied uitsluitend kantoren toege- staan en aanwezig. Hiervoor geldt binnen gemengd gebied geen richtafstand. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een beperking voor de aanwezige kantoren.

Helderseweg 61 Het perceel met de stolpboerderij aan de Helderseweg 61 heeft een gemengde bestemming. De stolp is in gebruik als woning. De functies die binnen de bestemming Gemengd zijn toege- staan verhouden zich goed tot woningen. Daarnaast is een water- en groenbuffer tot het plan- gebied opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een beperking van de mogelijk- heden.

Gasbehandelingsinstallatie Taqa De gasbehandelingsinstallatie van Taqa ligt op circa 280 meter afstand van het plangebied. Het betreft grond dat in eigendom is bij de gemeente Alkmaar. De afspraak is dat Taqa uiterlijk op 31 december 2025 de activiteiten staakt. In 2026 wordt de locatie ontmanteld. Omdat de eerste woningen niet eerder dan 2026 in gebruik zullen worden genomen, vormt de aanwezigheid van Taqa geen belemmering.

4.13 Duurzaamheid In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duur- zaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendig- heid, etc.

De gemeente Alkmaar heeft het duurzaamheidsbeleid vastgesteld in haar Duurzaamheidspro- gramma 2020-2024. Met als basis de doelstellingen die afgesproken in het Klimaatakkoord. Het belangrijkste doel van het programma Duurzaam Alkmaar 2020-2024 is vermindering van CO2. Dat doen we met concrete maatregelen op het gebied van energiebesparing en duurzaam op- gewekte energie. Ook in het coalitieakkoord van Alkmaar wordt er duidelijk gesproken over duurzaamheid. Zo wordt er ingezet op zonne-energie en de verduurzaming van woningen.

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor de nieuwbouw:  gasloos bouwen  (bijna) energieneutraal bouwen / lokale opwekking duurzame energie  circulair bouwen / wateradaptie  duurzame mobiliteit

De toe te passen maatregelen voor een energiezuinige woning zijn grofweg onder te verdelen in drie stappen: 1. Duurzaam ontwerpen / duurzaam casco

Pagina 30 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

2. Duurzame warmte-koude voorziening 3. Duurzame energieopwekking

Betekenis voor het project Er is sprake van een duurzaam project op verschillende vlakken; energiegebruik, klimaatadap- tatie en gezondheid.

Energiegebruik De woningen worden niet aangesloten op het gasnet en zullen voldoen aan de geldende BENG-eisen (bijna energieneutraal). De daken, en mogelijk ook gevels, van de gebouwen zul- len deels worden gebruikt voor zonnepanelen om duurzame energie op te wekken.

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert, een belangrijk onderdeel hiervan zijn de hevigere weersomstandigheden zoals; wateroverlast, hittestress en droogte. Toepassing van groen als waterberging en het sti- muleren van de infiltratie verhoogt de lokale weerbaarheid tegen extreme neerslag, ontlasting van het gemeentelijk rioolstelsel en het watersysteem en effecten van droogte. Er wordt onder- zocht of groene daken en daktuinen gerealiseerd kunnen worden. Het groen en het water in het plan zorgt voor een verkoelende werking in warme perioden.

Circulair bouwen Het streven is om grondstoffen te hergebruiken en afvalstromen te beperken, juist bij de bouw van nieuwe woningen en de inrichting van gebieden. In de uitwerking van het plan krijgt dit na- dere aandacht.

Gezondheid Met de inrichting van het maaiveld wordt rekening gehouden met ruimte voor ontmoeting van bewoners. Verder wordt het gebruik van de fiets gestimuleerd, doordat deze makkelijk toegan- kelijk zijn voor bewoners en er zijn voorzieningen aanwezig voor het gebruik van elektrische fietsen.

Ecologie Het voornemen is om in de nieuwe bebouwing vogel- en vleermuiskasten toe te passen. Daar- naast wordt bij de groene inrichting en keuze van beplanting rekening gehouden met goede om- standigheden voor vogels en insecten.

4.14 Ontplofbare oorlogsresten Tijdens de Tweede Wereldoorlog is ook het gebied van de gemeente Alkmaar doelwit geweest van bombardementen. Daar zaten zogenaamde blindgangers bij, explosieven die niet tot explo- sie kwamen en in de grond zijn blijven liggen. Een groot deel van die blindgangers is tijdens de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Een deel daarvan kan nog steeds in de grond liggen. Deze ontplofbare oorlogsresten vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explo- sieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd. Als een gebied verdacht is van ontplofbare oorlogsresten dient er een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd door een gecertificeerd ex- plosieven opsporingsbedrijf.

Betekenis voor het project Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek17, in opdracht van de gemeente Alkmaar, kan wor- den gesteld dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten.

4.15 Windhinder

17 Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten ‘conflictperiode’ Gemeente Alkmaar, Saricon, 28 november 2022

Pagina 31 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij hoogbouwinitiatieven aandacht te wor- den besteed aan de effecten van de hoogbouw op de omgeving, waaronder windhinder. Ver- eiste voor een aanvaardbaar wildklimaat is dat het gevaarcriterium niet wordt overschreden en dat er voldoende aandacht is voor het windklimaat ter plaatse van entrees en buitenruimten.

Betekenis voor het project Door middel van een windklimaatonderzoek is een eerste theoretische beoordeling gemaakt van de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing18. Op basis van de windstatistiek en de oriëntatie van de geplande nieuwbouw is vastgesteld dat ten gevolge van de geplande nieuwbouw geen sprake is van windgevaar. Wel zijn er een aantal locaties waar een beperkt risico op windgevaar is. Dit is aanvaardbaar voor doorloopgebieden. .Met het plan treedt een verbetering op van het windklimaat naar de omgeving. De volkstuinen ten noorden, de woningen aan de oostzijde van het Noordhollandsch kanaal en het gebied ten zuiden van het plan Pendorp hebben een beter windklimaat dan in de huidige situatie.

Binnen het plangebied zijn er een aantal gebieden met een slecht windhinderklimaat. Deze hou- den met name verband met de overheersende zuidwestenwind en de aanwezigheid van de twee hoge torens in het plangebied. In de gebieden rondom deze torens zijn er op maaiveld een aantal gebieden waar een slecht windhinderklimaat ontstaat. Om het windklimaat te verbeteren, bestaan de volgende mogelijkheden:  rekening houden met plaatsing van looppaden, entrees, terrassen;  aanpassen stedenbouwkundig plan;  schermen en/of luifels;  in het openbaar gebied inpassen van bomen/struiken en/of schermen/kunstwerken.

De resultaten van het windhinderonderzoek worden meegenomen in de uitwerking van het plan. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting voor windhinder op- genomen.

4.16 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieube- heer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onder- deel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoorde- ling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de be- oordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten.

Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffect- rapport (Mer). In dit kader is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld19. Hieruit volgt dat het project niet leidt tot milieu-effecten van een zodanige omvang dat sprake kan zijn van belangrijke nade- lige milieugevolgen. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een for- mele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

4.17 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er vanuit de verschillende milieu- en omgevingsaspecten geen belemmeringen bestaan voor de uitvoerbaarheid van de ontwikke- ling in het plangebied.

18 Windhinderonderzoek PEN-Dorp Alkmaar, DGMR, 19 juli 2023 19 Aanmeldnotitie m.e.r. Pendorp Alkmaar, Sweco, 20 juli 2023

Pagina 32 van 43

Milieu- en omgevingsaspecten

Pagina 33 van 43

Juridische planbeschrijving

5 Juridische planbeschrijving

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald.

Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt sa- men met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toe- lichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbou- wing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2 Planopzet en systematiek Het voorliggende bestemmingsplan bevat gedetailleerde bestemmingen. Door de keuze voor deze planvorm wordt voldoende rechtszekerheid geboden voor een zorgvuldige inpassing en voor de omgeving.

5.3 Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. Deze bestemmingen correspon- deren met de artikelen in de regels, zoals beschreven in paragraaf 5.4. Op de verbeelding staan de symbolen en maatvoeringen waarbij in de planregels is opgenomen wat de bouw- en ge- bruiksmogelijkheden zijn.

5.4 Planregels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gron- den, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor.

 Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.

 Artikel 2: Wijze van meten Het tweede artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.

Pagina 34 van 43

Juridische planbeschrijving

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:

 Artikel 3: Gemengd Binnen de bestemming Gemengd zijn maximaal 550 woningen toegestaan en minimaal 3.500 m2 BVO en maximaal 7.500 m2 BVO aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen toe- gestaan. Er zijn specifieke maximale oppervlaktes bepaald voor kantoren (maximaal 500 m² BVO). een basisschool met gymzaal (maximaal 2.500 m² BVO), supermarkt (maximaal 1.500 m² BVO), overige detailhandel (maximaal 500 m² BVO) en horeca (maximaal 500 m² BVO). Een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’ en is uitsluitend toegestaan als door middel van een distributieplanologisch onderzoek wordt aangetoond dat er voldoende marktruimte is. De maximale bouwhoogtes binnen het plan zijn met maatvoeringsaanduidingen op de verbeel- ding weergegeven. Een aan huis verbonden bedrijf of beroep in een woning is bij recht, onder voorwaarden, binnen de woonbestemming mogelijk. Binnen de bestemming zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor geluidmaatregelen, windhinder en beeldkwaliteitseisen. Voordat de locatie conform de woonbestemming in gebruik mag worden genomen, moet aan deze eisen zijn voldaan en dienen deze in stand te worden gelaten.

 Artikel 4: Groen De landschappelijke rand van het plan heeft de bestemming Groen. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. In de bestemming is een aanduiding opgenomen voor de ont- sluiting van het plangebied. Binnen deze aanduiding zijn maximaal 4 ontsluitingen mogelijk op het aangrenzende wegennet aan de zuid- en oostzijde.

 Artikel 5: Water Het bestaande water is als Water bestemd met dezelfde bouw- en gebruiksregels die op grond van het voorgaande bestemmingsplan gelden.

 Artikel 6: Waterstaat - Waterkering De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen bestem- ming, mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen. Deze dubbelbestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De di- verse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is geno- men bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.

 Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de re- gels ten aanzien van het bouwen van kleine niet voor bewoning dienende gebouwtjes, het over- schrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken.

 Artikel 9: Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen.

Pagina 35 van 43

Juridische planbeschrijving

 Artikel 10: Overige regels In de overige regels is geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor mo- torvoertuigen, waarbij moet worden voldaan aan het geldende parkeernormen beleid en een mogelijkheid wordt gegeven om af te wijken middels een financiële bijdrage in het parkeerfonds.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de ver- schillende artikelen toegelicht.

 Artikel 11: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.

 Artikel 12: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

5.5 Handhaafbaarheid Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruim- telijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang:  Voldoende kenbaarheid geven aan het plan;  Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan;  Inzichtelijke en realistische regeling;  Handhavingsbeleid.

Pagina 36 van 43

Financiële uitvoerbaarheid

6 Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het be- stemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht.

In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het on- derhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd.

De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaar van het plan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeen- komst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

Pagina 37 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Participatie en vooroverleg Op 24 maart 2021 zijn omwonenden en bedrijven in de omgeving door middel van een (digitale) informatiebijeenkomst geïnformeerd over het planvoornemen. Tijdens de bijeenkomst is het plan toegelicht en zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld voor het stellen van vragen. De reacties op het plan waren overwegend positief. Van de bijeenkomst is een verslag opgesteld, dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Na de bijeenkomst heeft de initiatiefne- mer regelmatig contact gehad met omwonenden en andere belanghebbenden in de omgeving.

Op 20 juli 2023 is het concept-ontwerpbestemmingsplan in het kader van het artikel 3.1.1 Bro- overleg aan de vaste overlegpartners gezonden. Van de volgende partners is een reactie ont- vangen:

Rijkswaterstaat:

Ontvangen reactie: Het vigerende geluidregister is gebruikt. De etmaalintensiteit, snelheid en wegdektype zijn correct.

Niet elke woning heeft een geluidluwe gevel. Uit het akoestisch onder- zoek is gebleken dat niet elke woning een geluidluwe gevel heeft. Hier- voor zijn volgens het gemeentelijk beleid aanvullende maatregelen ge- wenst zodat elke woning in het bezit is van een geluidluwe gevel.

Voor de appartementen en woningen met een hoge geluidbelasting (tus- sen 49 dB en 63 dB) zijn de hogere waarden nodig.

Het gebruik/bouw van een geluid ‘dove gevel’ is niet benoemd in de plan- regels en ook niet in het akoestisch onderzoek. Dat is ook niet nodig.

Gevelwering. Om een goed binnenklimaat te realiseren moet de karak- teristieke geluidwering van de gevels voldoen aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Hierbij geldt een binnenniveau van maximaal 33 dB voor nieuwbouw. Volgens het akoestisch onderzoek is in het huidige plan de gecumuleerde geluidbelasting hoger dan 53 dB. Dit betekent dat er mogelijk extra geluidwerende maatregelen getroffen moeten worden. Daarom is t.b.v. omgevingsvergunning een gevelweringsonderzoek no- dig.

Geluidwering van de gevels bij de aanvraag omgevingsvergunning die- nen gebaseerd te worden op hoofdstuk 4.6 van het akoestisch onderzoek (Cumulatieve geluidbelasting).

Antwoord gemeente: De opmerkingen sluiten aan bij het gemeentelijk geluidbeleid. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan wordt een ontwerpbesluit hogere waarden geluid ter inzage gelegd. In dit besluit worden de benodigde maatregelen vastgelegd, waardoor de ontwikkeling voldoet aan het ge- meentelijk geluidbeleid.

Pagina 38 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Liander:

Ontvangen reactie: Liander heeft geen opmerkingen op het conceptbestemmingsplan.

Antwoord gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Gasunie:

Ontvangen reactie: In het plangebied liggen geen aardgastransportleidingen die bij Gasunie in beheer zijn; wel liggen deze nabij het plangebied. In hoofdstuk 4.11 van de toelichting staat de leiding Gasunie foutief benoemd. De leiding die nabij het plangebied gelegen is heeft de aanduiding A-637, niet zijnde A-6378. Verder is het verzoek om de onderzoeken van Prevent naar het groepsrisico op te nemen als bijlage bij de toelichting op het ontwerpbe- stemmingsplan.

Antwoord gemeente: De gevraagde aanpassing wordt verwerkt in de toelichting op het ont- werpbestemmingsplan. De onderzoeken van Prevent zijn opgenomen als bijlage.

ProRail:

Ontvangen reactie: ProRail heeft geen opmerkingen op het conceptbestemmingsplan.

Antwoord gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

GGD:

Ontvangen reactie: Op het plan hadden wij enige bezwaren qua gezonde leefomgeving.

Luchtkwaliteit:  In het plan wordt vermeld dat een school mogelijk een plaats krijgt op relatief korte afstand van de autoweg  Hoe verder van de weg, hoe schoner de lucht en dus hoe gezonder. Meer afstand leidt tot meer gezondheidswinst.  In het plan wordt vermeld: Uit het onderzoek volgt dat er met de voor- genomen ontwikkeling binnen het plangebied en langs de ontslui- tende wegen geen sprake van (dreigende) overschrijdingen van de grenswaarden, dus ook niet ter hoogte van de beoogde basisschool. Er zijn vanuit de Wet milieubeheer met betrekking tot luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de planontwikkeling.  Er wordt vaak gedacht dat de gezondheid geborgd is als aan de Eu- ropese grenswaarden voor luchtkwaliteit is voldaan. Dat klopt niet. De gezondheidseffecten door luchtverontreiniging in Nederland wor- den vrijwel geheel veroorzaakt door concentraties onder de grens- waarden. Elke verbetering van de luchtkwaliteit betekent gezond- heidswinst. De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) vindt het daarom belangrijk om te blijven werken aan een verbetering van de luchtkwaliteit, ook als de Europese grenswaarden zijn gehaald.  De Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit zijn bedoeld om de gezondheid van de bevolking te beschermen.

Deze grenswaar- den (en zelfs de WHO (World Health Organization) advieswaarden) vormen echter een compromis tussen wat vanuit gezondheidsper- spectief wenselijk is, wat technisch mogelijk is en wat economisch en politiek haalbaar is. Voor de relatie tussen de concentraties luchtver- ontreiniging en gezondheidseffecten, is er geen drempelwaarde be- kend waaronder geen effecten optreden. Dus geldt: ‘hoe schoner, hoe gezonder’. De huidige Europese normen voor de luchtkwaliteit vormen daarom geen veilig niveau. Ook onder deze grenswaarden

Pagina 39 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

worden gezondheidseffecten gezien, zoals effecten op de luchtwe- gen en effecten op hart en bloedvaten.  In Nederland wordt vrijwel overal aan de Europese normen voor luchtkwaliteit voldaan. Toch levert luchtverontreiniging een aanzien- lijke bijdrage aan de ziektelast in Nederland. Naar schatting is 4,5% van de ziektelast in Nederland toe te schrijven aan de huidige lucht- kwaliteit. Qua ordegrootte is die bijdrage vergelijkbaar met meero- ken, ongezond eten, gebrek aan beweging en alcoholgebruik.  Meer dan 99,9 procent van de totale ziektelast door luchtverontreini- ging in Nederland treedt op bij concentraties die voldoen aan de Eu- ropese normen. Dit betekent dat elke verbetering van de luchtkwali- teit, ook als deze voldoet aan de norm, gezondheidswinst oplevert. Het merendeel van de 17 miljoen inwoners van Nederland woont in gebieden waar geen sprake is van normoverschrijding van de grens- waarden. De meeste gezondheidswinst is dan ook te behalen door de blootstelling van iedereen te verminderen.  We raden de gemeente Alkmaar aan om ondanks dat de Europese grenswaarden niet worden overschreden qua luchtkwaliteit toch in te zetten op een betere luchtkwaliteit en daarmee gezondheidswinst voor alle Alkmaarders.

Dit kan door het tekenen van het Home - Schone luchtakkoord (SLA) Het doel van het Schone Lucht Akkoord is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. Samen streven de deelnemende partijen naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. 'Dat bete- kent dat mensen langer, gezonder en met meer kwaliteit leven', aldus toenmalig staatssecretaris Stientje van Veldhoven.

Geluid:  Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek (zie paragraaf 4.8) komt naar voren dat voor een deel van de woningen de voorkeursgrens- waarde uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Er zijn hogere waarden nodig waarbij wordt voldaan aan het ‘Beleid hogere waar- den Wet geluidhinder gemeente Alkmaar 2016’.  In het plan wordt vermeld: Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouw binnen het plangebied ruimtelijk inpasbaar is. Dit bete- kent dat de buitengevels voldoende geluid dienen te weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maximaal 33 dB bedraagt.  Graag benadrukken wij dat iedere 3 dB toename van geluid en ver- dubbeling van het volume betekend. Overschrijdingen van de ge- luidsbelasting mogen dan klein lijken, maar zo wordt dat niet ervaren.  Voor gezondheid is een waarde van 50 dB Lden en 40 dB Lnight of lager op de gevel gewenst. In een stedelijke omgeving zijn deze waarden zeer moeilijk te realiseren, zeker langs drukke wegen. Dan moet het doel altijd zijn om in elk geval zo dicht mogelijk bij deze waarden te komen, bij voorkeur door maatregelen aan de bron (stil- lere auto’s, minder auto’s, aanpassingen wegennet etc.) en over- drachtsmaatregelen (geluidscherm, geluidsreducerend asfalt etc.).

 Als bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende effectief zijn, zijn isolerende maatregelen gericht op een acceptabel binnenniveau noodzakelijk. Bovendien adviseert de GGD in dit geval altijd een geluidsluwe, aangename zijde: een toegankelijke, bruik- bare en liefst groene en schone zijde met een geluidbelasting minder dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight. De slaapkamers moeten zo veel mogelijk aan deze geluidsluwe zijde zijn gesitueerd. Zie Advieswaar- den WHO.

Pagina 40 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

 Naast isolatie is het belangrijk dat er voldoende en bruikbare ventila- tiemogelijkheden in de woning aanwezig zijn en dat de geluidproduc- tie van eventuele mechanische ventilatiesystemen of klimaatsys- temen zo laag mogelijk is (bij voorkeur lager dan de 30 dB(A) uit het Bouwbesluit).  Naast een acceptabele woonomgeving (woning en directe omge- ving) pleit de GGD voor de aanwezigheid van stille of rustige gebie- den in de nabije omgeving. Deze gebieden dragen positief bij aan de gezondheid, zie Advieswaarden omgevingsgeluid van de WHO | RIVM.

Antwoord gemeente: De gemeente waardeert de uitgebreide opmerkingen van de GGD. De gemeente onderschrijft dat gezondheid nu en in de toekomst een belang- rijk en uitdagend thema is binnen de te maken integrale belangenafwe- ging.

Ter zake van het onderwerp luchtkwaliteit merkt de gemeente op dat de GGD terecht vaststelt dat de juridisch afdwingbare normen de resultante van een afweging tussen diverse belangen. De gemeente hanteert bij de vaststelling van bestemmingsplannen als lijn dat moet worden voldaan aan de wettelijke normen en kaders. Het bestemmingsplan sluit aan bij die (beleids)lijn. Wel wordt ten aanzien van de mogelijke basisschool na- der onderzocht of deze op voldoende afstand van de N9 ligt.

Voor wat betreft het geluid, sluiten de gemaakte opmerkingen aan bij het gemeentelijk geluidbeleid. Met een voorwaardelijke verplichting in de re- gels is geborgd dat de ontwikkeling voldoet aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Ontvangen reactie: Het advies van de Veiligheidsregio is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen.

Antwoord gemeente: Naar aanleiding van het ontvangen advies, zijn de gemeente, de initia- tiefnemer en de Veiligheidsregio in overleg getreden. De diverse in het advies benoemde aandachtspunten zijn besproken. In de regels van het bestemmingsplan is een bepaling toegevoegd waarmee is geborgd dat ten aanzien van de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid voor hulp- diensten wordt voldaan aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Be- reikbaarheid 2021 van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier:

Ontvangen reactie: De feitelijke inhoud van het watertoetsdocument is redelijk compleet en inhoudelijk juist. Het document maakt duidelijk dat er een toename aan verharding en bebouwing verwacht wordt, maar dat er ook extra opper- vlaktewater gegraven wordt. In de tekst wordt gesteld dat dit plaats zal vinden in het noordwesten van het plangebied. Uit de diverse tekeningen in het stuk kon niet zo snel worden afgeleid waar dit dan is. Het is duidelijk dat dit wellicht nog wat verder uitgewerkt moet worden in het vervolgont- werp, maar wat wel van belang is, is dat de uitbreiding van oppervlakte- water aan de buitenzijde van het plangebied zit. En dat de uitbreiding niet plaatsvindt op het min of meer gesloten watersysteem op het PEN-dorp zelf. De reden daarvoor is dat het waterpeil hier hoger is dan in de om- liggende polder. Het wateroppervlak kan daarmee dus niet ten goede ko- men van de rest van de polder.

Uiteraard horen de vijverpartijen wel bij het ontwerp van PEN-dorp en kunnen ze vanuit die kwaliteit behouden blijven. Voor de nieuwe situatie

Pagina 41 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

lijkt het wenselijk om in beeld te brengen hoe de vijvers nu en in de toe- komst op peil worden gehouden en waar ze hun overtollige water afvoe- ren. Ook kan bekeken worden of de vijvers nog een extra functie kunnen vervullen als buffer voor opvang van hemelwater in het kader van kli- maatadaptatie.

In het watertoetsdocument worden meerdere van dit soort mogelijkheden / onderzoeksvragen geformuleerd die nog nader moeten worden inge- vuld. Voor de fase van het bestemmingsplan kan wel worden ingestemd met de voorlopige conclusie dat de ontwikkeling geen nadelig effect heeft op het watersysteem. In de plannen zit voldoende ruimte om dit inder- daad zo te laten zijn. HHNK wordt wel heel graag betrokken bij de ver- dere uitwerking van het plan en graag ook even inzicht waar op dit mo- ment de extra waterberging bedacht is.

Tot slot, in het watertoetsdocument is een voorlopig compensatiepercen- tage aangenomen van 15%. Voor deze ontwikkeling geldt een percen- tage van 13%.

Antwoord gemeente: De verzoeken zijn aan de initiatiefnemer doorgegeven. Voor het overige worden de opmerkingen voor kennisgeving aangenomen.

Gemeente Castricum:

Ontvangen reactie: De gemeente Castricum heeft geen bezwaren tegen dit plan. Er wordt daarbij vanuit gegaan dat het woningbouwplan regionaal is afgestemd conform de provinciale Omgevingsverordening 2020.

Antwoord gemeente: Het plan is regionaal afgestemd. De opmerking wordt voor het overige voor kennisgeving aangenomen.

Historische Vereniging Alkmaar:

Ontvangen reactie: HVA heeft kennisgenomen van het bestemmingsplan PEN-Dorp. HVA zal geen opmerkingen op het plan plaatsen. Dat is in het verleden, bij het opstarten van het project, al gedaan. Toen is aangegeven dat de kansen voor behoud van het PEN-dorp in de loop der jaren zeer ernstig geslonken waren. Dat is betreurenswaardig. Dit terrein zal een heel an- der inrichting en gebruik gaan krijgen onder invloed van het bureau De Zwarte Hond en Bureau Mien Ruys. HVA hoopt dat het in de loop der jaren een succes zal blijken te zijn geworden.

Antwoord gemeente: De opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen.

7.2 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft met ingang van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Op 15 januari 2024 heeft er een inloopbijeenkomst plaatsgevonden, waarbij onder meer de gelegenheid is geboden om vra- gen te stellen aan medewerkers van de gemeente over het ontwerpbestemmingsplan.

Er zijn drie zienswijzen ingediend. De samenvatting en beantwoording van de zienswijzen is op- genomen in de ‘Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Pendorp’. Te- vens is hierbij aangegeven of de zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmings- plan.

Onderstaande ambtelijke wijzigingen zijn in het bestemmingsplan doorgevoerd.

Pagina 42 van 43

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Verbeelding  Op de verbeelding is aan de zuidzijde van het plangebied een tweede functieaandui- ding opgenomen voor een supermarkt. Hiermee is geregeld dat de supermarkt ook in dit gebied is toegestaan.

Regels  In artikel 3.1 is toegevoegd dat minimaal 3.500 m² BVO aan maatschappelijke en com- merciële voorzieningen gerealiseerd moet worden.  In artikel 4.1 sub g is toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – ontsluiting' in aanvulling op de maximaal 4 ontsluitingswegen voor gemo- toriseerd verkeer ook één calamiteitenontsluiting is toegestaan;  Binnen de bestemming Water (artikel 5) is verwijderd dat steigers zijn toegestaan.

Toelichting en bijlagen  Het beeldkwaliteitsplan is op onderdelen aangepast. De nieuwe versie is als bijlage op- genomen bij de toelichting en regels;  Het onderzoek naar de verkeersgeneratie is uitgebreid en toegevoegd als bijlage bij de toelichting;  Het onderzoek naar stikstofdepositie is geactualiseerd en toegevoegd als bijlage bij de toelichting;  In paragraaf 3.4.8 is een tekst over het recent vastgestelde Beleidsplan klimaatadapta- tie 2024-2028 toegevoegd.

Na een beroepstermijn van zes weken treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State.

Omdat het bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisis- en Herstelwet van toepassing.

Pagina 43 van 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14160409/1