CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel AW Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde.pdf

Beraad en Advies Algemeen AW 2 december 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 7: Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde14.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur op de uitoefening van de bevoegdheden van de commissie; e. de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; f. de verantwoording aan het algemeen bestuur. 6. Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 10 van overeenkomstige toepassing met inachtneming van door het algemeen bestuur vastgestelde nadere regels. 7. Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt

29/43

7

tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

Hoofdstuk 11 Besluiten voor zienswijzen Artikel 26 1. Ten aanzien van de volgende besluiten kunnen de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het nemen van het besluit, een zienswijze naar voren brengen: besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. 2. Het dagelijks bestuur stelt vast of er sprake is van een besluit als vermeld in lid 1. Indien daarvan sprake is, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp- besluit toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp- besluit naar voren brengen. 4. Het dagelijks bestuur stelt, voorafgaand aan de besluitvorming door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ook het algemeen bestuur wordt daarvan op de hoogte gesteld. 5. Het algemeen bestuur zendt, na definitieve besluitvorming, de raden van de deelnemende gemeenten het besluit ter informatie toe.

Hoofdstuk 12 Verordeningen Artikel 27 Het algemeen bestuur is bevoegd ten behoeve van de uitoefening van de taak van het recreatieschap verordeningen vast te stellen. Op overtreding van de bij of krachtens deze verordeningen gegeven voorschriften kan straf of bestuursdwang worden gesteld. Artikel 28 1. Voordat een verordening tevens inhoudende een algemeen verbindend voorschrift wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan voor een zienswijze aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot vaststelling van de verordening wordt niet genomen binnen zes weken na de datum van verzending van het ontwerp. 2. Het algemeen bestuur kan in de verordeningen van het recreatieschap het dagelijks bestuur bevoegd verklaren nadere regels te stellen met betrekking tot bepaalde in de verordening aangewezen onderwerpen. Artikel 29 1. Voor zover een verordening van het recreatieschap voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente, regelt eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen dat de verordening van een deelnemende gemeente voor het gehele gebied, dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden. 2.

Voor zover een verordening van een deelnemende gemeente in hetzelfde onderwerp voorziet als een eerder in werking getreden verordening van het recreatieschap geldt eerstbedoelde verordening niet voor het binnen het gebied gelegen deel van de gemeente. Hoofdstuk 13 Financiële bepalingen Artikel 30

30/43

8

1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de regels voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. 2. Bij de verordening als bedoeld in eerste lid worden tevens regels gesteld voor de controle op het financiële beheer en de financiële organisatie. 3. De artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 31 1. De invordering van de door het Natuur- en recreatieschap te heffen belastingen geschiedt op overeenkomstige wijze als die van de gemeentelijke belastingen. 2. De betekening van stukken betreffende de vervolging ter invordering van belastingen van het recreatieschap en de tenuitvoerlegging van dwangbevelen geschieden door een gerechtsdeurwaarder, daartoe door het dagelijks bestuur aan te wijzen. Artikel 32 Het boekjaar van het Natuur- en recreatieschap is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 33 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2. Voor de vaststelling van de begroting is een meerderheid vereist van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. 3. Het bepaalde in lid 2 geldt ook voor begrotingswijzigingen. 4.

Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Artikel 34 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt openbaar kennis gegeven. 3. De raden van de deelnemende gemeenten beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid bedoeld. 4. De raad van een deelnemende gemeente kan bij het dagelijks bestuur zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.

Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is mede van toepassing op een besluit tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de hoogte van de totale begroting (lasten) of in de bijdragen van de deelnemers. Artikel 35 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede aan gedeputeerde staten. Artikel 36

31/43

9

1. Een nadelig saldo van de rekening van baten en lasten van het recreatieschap wordt gebracht ten laste van: de gemeente Albrandswaard voor 13%, de gemeente Barendrecht voor 25%, de gemeente Hendrik-IdoAmbacht voor 15%, de gemeente Ridderkerk voor 24% en de gemeente Zwijndrecht voor 23%. 2. Wanneer de begroting een over de deelnemers om te slaan tekort aanwijst, zal de in de begroting geraamde bijdrage door de deelnemers bij wijze van voorschot worden voldaan in twee gelijke termijnen waarvan de eerste op 1 februari en de tweede op 1 augustus van het desbetreffende begrotingsjaar vervalt.

Hoofdstuk 14 Archief Artikel 37 De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften voor zover betrekking hebbend op de archiefbescheiden van de deelnemers zijn van overeenkomstige toepassing op het recreatieschap.

Hoofdstuk 15 Toetreding, wijziging en opheffing Artikel 38 Toetreding van een nieuwe deelnemer kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers. Artikel 39 De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 40 De gemeenschappelijke regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de meerderheid van de deelnemers. Artikel 41 1. De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van ten minste tweederde van de deelnemers. 2. Het besluit tot opheffing regelt tevens de gevolgen daarvan voor de deelnemers. 3. Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, is hij belast met de liquidatie van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde.

Hoofdstuk 16 Uittreding Artikel 42 1.Voorafgaand aan een besluit tot uittreding, maken de raden en colleges van de deelnemende gemeente het voornemen tot uittreding kenbaar aan het algemeen bestuur. Direct na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, wordt conform artikel 43 gestart met het opstellen van een conceptuittredingsplan met daarin de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding alsmede een voorlopige uittreedsom. 2. De gevolgen voor de eigendomspositie van, of de zakelijke rechten op, de gronden van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde zullen door de projectgroep als bedoeld in artikel 43, bij de voorbereiding van het concept- uittredingsplan buiten beschouwing worden gelaten. De deelnemende gemeenten onderhandelen hier zelf over en de uitkomst hiervan zal als bijlage worden toegevoegd aan het concept-uittredingsplan.

32/43

10

3. Het algemeen bestuur maakt het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom aan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, kenbaar. 4. De deelnemende gemeente die wenst uit te treden heeft na ontvangst van het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom, de mogelijkheid definitief uit het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde te treden bij daartoe strekkend besluit, dat binnen twee weken nadat het is genomen aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 5. De uittreding als bedoeld in het vierde lid heeft plaats op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin de uittredende deelnemende gemeente het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt aan het algemeen bestuur. 6. Het dagelijks bestuur zendt de besluiten tot uittreding aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 7. De besluiten tot uittreding worden door het dagelijks bestuur van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde toegezonden aan het college van gedeputeerde staten. Artikel 43 1. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het opstellen van het concept-uittredingsplan een projectgroep samen die onder leiding van een onafhankelijke (externe) deskundige het concept-uittredingsplan voorbereidt.

2.Het dagelijks bestuur geeft de accountant van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen. 3. De kosten voor het toetsen van het concept- uittredingsplan zoals genoemd in lid 2 van dit artikel, zijn voor rekening van de uittredende deelnemende gemeente. 4. Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Artikel 44 1.Het uittredingsplan bevat de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemende gemeente, hierna te noemen de uittreedsom. 2. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 3. Vaststelling van het uittredingsplan geschiedt bij unaniem besluit. 4.

Uiterlijk 8 maanden na ontvangst van het definitieve besluit tot uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan met daarin de uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op een gemiddelde van de jaarrekeningen van de voorafgaande vier begrotingsjaren. Artikel 45 1. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van directe kosten van uittreding (frictiekosten en desintegratiekosten), verminderd met het aandeel van de uittredende deelnemende gemeente in het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves van het Natuuren recreatieschap IJsselmonde op de datum van uittreding. 2. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de gemeenschappelijke regeling die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemende gemeente, zoals maar niet uitsluitend, de inhuur van deskundigen, een accountant en advocaat.

33/43

11

3. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de gemeenschappelijke regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder desintegratiekosten wordt mede verstaan alle kosten uit overige verplichtingen, zoals de afbouw van risico’s alsmede de door deelnemende gemeenten aangegane langlopende contractuele betalingsverplichtingen. 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 5. Het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van het eigen vermogen van de uittredende deelnemende gemeente minus de bestemmingsreserves van de gemeenschappelijke regeling zoals genoemd in lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemende gemeente. De uittredende deelnemende gemeente is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, op de wijze zoals genoemd in artikel 49. 6.

Kosten die de uittredende deelnemende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die deelnemende gemeente. Artikel 46 1. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 2. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemende gemeente dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: a. de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; b. de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 3.

De tussen de deelnemende gemeenten bestaande verhoudingen en afspraken met betrekking tot milieuproblematiek, waaronder bodemverontreiniging, zullen gedurende een periode van 30 jaren ongewijzigd gecontinueerd worden, als ware zij nog gezamenlijk deelnemende gemeenten aan het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde. Het vorenstaande geldt voor wat betreft besluitvorming ten aanzien van vraagstukken betreffende milieuproblematiek, als ook financiële inbreng van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de aan dit onderwerp verbonden kosten, voor zover die voor rekening en risico van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde komen en voor zover de bestemmings- en algemene reserves bezien vanuit de reservepositie van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde, niet toereikend zijn om die schade (geheel of gedeeltelijk) te dekken. Artikel 47 Na uittreding van de uittredende deelnemende gemeente, zal de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dienen te worden conform artikel 40 van deze regeling. Artikel 48 1. Het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van

34/43

12

overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemende gemeente. 2. De vertegenwoordiger van de uittredende deelnemende gemeente in het algemeen bestuur, houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding, bij de beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur rekening met de belangen van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming. 3. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. Artikel 49 Bij de voorbereiding van het concept- uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uitredende deelnemende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in één keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemende gemeente of de uittredende deelnemende gemeente de uittreedsom in een aantal termijnen of in één keer dient te betalen.

Het aantal termijnen zal naar redelijkheid door het algemeen bestuur bepaald worden. In geval van betaling in één termijn, dient die betaling binnen 6 maanden na uittreding plaats te vinden.

Hoofdstuk 17 Slot- en overgangsbepalingen Artikel 50 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde 2023. 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de Gemeenschappelijke regeling IJsselmonde. De laatstgenoemde regeling blijft, voor zover nodig, van toepassing op de ingevolge die regeling genomen besluiten 3. De in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde bekendmaking zal geschieden door het bestuur van de gemeente Zwijndrecht.

Bijlage: Kaart werkgebied gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Artikelsgewijze toelichting gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Artikel 1 Dit artikel geeft een definitie van een aantal belangrijke begrippen die in de gemeenschappelijke regeling worden gebruikt.

35/43

13

Artikel 2 en 3 Belangrijk uitgangspunt op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna Wgr) is dat een gemeenschappelijke regeling als zodanig niet wordt aangegaan door gemeenten, maar door de bestuursorganen van de betreffende gemeenten. In dit geval door de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten. In het eerste lid van artikel 2 is bepaald dat de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht een openbaar lichaam vormen ingevolge artikel 8, eerste lid Wgr. Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en kan zelfstandig privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten en vermogen bezitten. In het tweede lid van artikel 2 is bepaald dat het Natuur- en recreatieschap gevestigd is in Schiedam (postadres secretariaat). In het derde lid van artikel 2 is bepaald dat het Natuur- en recreatieschap drie bestuursorganen heeft, te weten het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Het vierde lid van artikel 2 geeft aan welke taak en doelstelling het Natuur- en recreatieschap heeft. Een belangrijk uitgangspunt is dat de bevoegdheden die het Natuur- en recreatieschap uitoefent in overeenstemming moeten zijn met de geformuleerde taak en doelstelling.

Artikel 3 bepaalt dat een deelnemende gemeente het bestuur kan verzoeken de regeling te evalueren. Artikel 4 en 5 In artikel 4 en 5 is ingevolge artikel 30, eerste lid Wgr bepaald dat aan het bestuur van het Natuur- en recreatieschap alle bevoegdheden van regeling en bestuur worden toegekend ter vervulling van de taak en doelstelling van het schap. Overeenkomstig artikel 33 Wgr is hierbij bepaald dat alle bevoegdheden berusten bij het Algemeen Bestuur, tenzij in de gemeenschappelijke regeling en in de wet anders is bepaald. Ten aanzien van de bevoegdheden van het dagelijks bestuur moet rekening worden gehouden met artikel 33b Wgr waarin de bevoegdheden zijn opgesomd die in ieder geval toekomen aan het dagelijks bestuur. Voorts dient ook rekening te worden gehouden met de (eigen) bevoegdheden die in de gemeenschappelijke regeling zijn toegekend aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Artikel 6 Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 32a van de Gemeentewet dienen alle stukken die uitgaan van het bestuur naast de voorzitter mede te worden ondertekend door de secretaris. Het betreft dan o.a. besluiten van het bestuur waaronder met name de besluitenlijst. Deze bepaling heeft geen betrekking op uitgaande stukken waarvoor het bestuur mandaat heeft verleend. Artikel 7 In dit artikel is de samenstelling van het bestuur geregeld. De raad van elke deelnemende gemeente mag 2 leden in het algemeen bestuur benoemen. Ingevolge artikel 13 Wgr is de raad van een deelnemende gemeente bevoegd leden van het algemeen bestuur te benoemen en mogen als leden uitsluitend collegeleden (inclusief

36/43

14

de burgemeester) en raadsleden benoemd worden. De raad kan tevens een plaatsvervangend lid benoemen, niet zijnde een lid van het dagelijks bestuur, die het benoemde lid bij verhindering of ontstentenis kan vervangen. Aangezien de leden van het algemeen bestuur benoemd worden als vertegenwoordiger met “last en ruggespraak” van de deelnemende gemeente, heeft de raad ook ingevolge artikel 13 Wgr de bevoegdheid om het lid dat zij benoemd hebben te ontslaan indien deze het vertrouwen niet meer heeft van de raad. Voorts is in artikel 13 Wgr ook bepaald dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege komt te vervallen indien met ophoudt wethouder of raadslid te zijn. Nadat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is beëindigd, is de raad van een deelnemende gemeente gehouden om in de eerstvolgende vergadering een nieuwe lid te benoemen. Artikel 8 Ingevolge artikel 22 Wgr moet het algemeen bestuur tenminste tweemaal per jaar vergaderen. Uiteraard is het algemeen bestuur vrij om frequenter te vergaderen. Voorts is in dit artikel ingevolge artikel 22 Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet bepaald dat het algemeen bestuur vergadert indien de voorzitter daarom verzoekt dan wel tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Artikel 9, 10 en 11 De artikelen 9, 10 en 11 regelen de werkwijze rond de vergaderingen van het algemeen bestuur.

Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet is in artikel 1 bepaald dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. De eerste vier leden van artikel 11 vloeien voort uit het bepaalde in artikel 22 in samenhang met bepalingen in de Gemeentewet. Uit oogpunt van lokaal verlengd bestuur zijn in artikel 22 Wgr veel bepalingen in de Gemeentewet omtrent de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing verklaard op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 12 Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van het bestuur. Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een bestuurslid bepaalt artikel 21 Wgr dat deze in redelijke verhouding dient te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan de regeling deelnemende bestuursorgaan. Artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt voorts dat naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het Natuur- en recreatieschap mogen ontvangen.

Voordelen ten laste van het Natuur- en recreatieschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde verordening bepalen. Artikel 13 Dit artikel regelt de verantwoordings- en informatieplicht vanuit het bestuur van het Natuur- en recreatieschap aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 16 Wgr heeft een lid van het algemeen bestuur een informatie- en een verantwoordingsplicht jegens de raad die hem benoemd heeft. Het bestuur van het Natuur- en recreatieschap heeft ingevolge artikel 17 Wgr uitsluitend een informatieplicht jegens de raden van de deelnemers. Dit betekent dat het bestuur als zodanig niet ter verantwoording kan worden geroepen door de raden van de deelnemers. In het derde lid is bepaald dat bij het verstrekken van

37/43

15

informatie overeenkomstig artikel 16, vijfde lid Wgr ook eventuele opgelegde geheimhouding in acht moet worden genomen. Artikel 14 Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Ingevolge artikel 14 Wgr worden de leden van het dagelijks bestuur benoemd door en uit het algemeen bestuur. Alle deelnemende gemeenten zijn in dagelijks bestuur vertegenwoordigd met één lid. Bij verhindering of ontstentenis is er sprake van collegiale vervanging en wordt een lid van het dagelijks bestuur vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur. Artikel 15 Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks bestuur en leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 17 Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatieplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 19a Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatie- en verantwoordingsplicht aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur heeft dus geen verantwoordingsplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 16 Omdat de leden van het dagelijks bestuur door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen eindigt van het rechtswege het lidmaatschap van het dagelijks bestuur indien men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Verwezen wordt naar de toelichting bij artikel 7.

Artikel 17 Dit artikel bepaald dat het dagelijks bestuur de bevoegdheid heeft om voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast te stellen. In tegenstelling tot het algemeen bestuur geldt voor het dagelijks bestuur geen wettelijke verplichting om een reglement van orde vast te stellen. Artikel 18 Dit artikel regelt de stemverhoudingen in het dagelijks bestuur en bevat ook een aantal bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In tegenstelling tot het algemeen bestuur bevat de Wgr geen dwingende bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In het eerste lid is bepaald dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur in principe besloten zijn, met mogelijkheid van het dagelijks bestuur om een vergadering of gedeelte van een vergadering openbaar te verklaren. In het tweede lid is bepaald dat tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig moet zijn voordat de vergadering kan worden geopend. Deze quorum bepaling heeft als doel er voor te zorgen dat de besluiten die in het dagelijks bestuur genomen worden door een meerderheid van de deelnemende gemeenten wordt gedragen.

Door het vijfde en zesde lid van artikel 11 van overeenkomstige toepassing te verklaren heeft bij onvoldoende quorum de voorzitter wel de bevoegdheid om een tweede oproep te plaatsen voor een extra vergadering zonder quorum. Artikel 19 Het dagelijks bestuur geeft dagelijks leiding aan het Natuur- en recreatieschap en bereidt alle zaken voor die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het algemeen bestuur dient te beslissen. Daaronder

38/43

16

hoort ook het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur een zelfstandige bevoegdheid om besluiten te nemen, waarbij met name verwezen kan worden naar artikel 33b Wgr. De bevoegdheden die in laatstgenoemd artikel staan zijn overgenomen in artikel 19. Een van de belangrijkste bevoegdheden voor het dagelijks bestuur is de bevoegdheid om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het inkopen van goederen en diensten, grondaankopen en het vestigen van zakelijke rechten. Artikel 20 Dit artikel regelt, in aanvulling op artikel 13 waarin het verstrekken van gevraagde inlichtingen is geregeld, op welke wijze ook ongevraagde inlichtingen worden verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten conform artikel 17 tweede lid Wgr. De inlichtingen dienen bij te dragen aan de juiste uitoefening van de van de taken van de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 21 In dit artikel is geregeld ten aanzien van welke besluiten het bestuur beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden. Indien hier sprake van is, wordt de participatieprocedure gevolgd van de deelnemende gemeente waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. De deelnemende gemeente en het recreatieschap zullen samen optrekken in het burgerparticipatieproces.

Het vierde lid van dit artikel regelt ten aanzien van welke besluiten er geen mogelijkheid tot participatie wordt geboden. Artikel 22 en 23 Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van het Natuur- en recreatieschap en de taken van de voorzitter. De voorzitter van het Natuur- en recreatieschap is ingevolge artikel 12, derde lid Wgr tevens voorzitter en lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In artikel 19, derde lid is tevens de bevoegdheid opgenomen om een plaatsvervangend voorzitter te benoemen. Artikel 24 Het Algemeen bestuur benoemt een secretaris van het Natuur- en recreatieschap die het bestuur en ingestelde commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan instructies voor hem vaststellen. Artikel 25 Artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens bestuurscommissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling dit mogelijk maakt. In artikel 25 is daartoe in de regeling de bevoegdheid voor het algemeen bestuur opgenomen. Aan deze commissies, indien ingesteld, kan het algemeen bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om de kenbaarheid rond de bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te verduidelijken is de tekst van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen. Een bestuurscommissie mag echter geen territoriaal karakter hebben. Hiermee wordt voorkomen dat een extra bestuurslaag ontstaat.

De bevoegdheid voor het algemeen bestuur om adviescommissies in stellen vloeit al voort uit artikel 24 Wgr. Hiervoor hoeft in de regeling in tegenstelling tot bestuurscommissies geen bevoegdheid te worden opgenomen.

Artikel 26

39/43

17

Conform artikel 10 vijfde en zesde lid van de Wgr, regelt dit artikel welke besluiten voor zienswijzen voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 27, 28 en 29 Op grond van artikel 27 heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid om ten behoeve van de uitoefening van de taak van het Natuur- en recreatieschap verordeningen vast te stellen. Onderscheid kan gemaakt worden tussen zogenaamde interne verordeningen zoals een financiële verordening of een archiefverordening en verordeningen met externe werking zoals een algemeen verbindend voorschrift. Wat betreft verordeningen met externe werking dat wil zeggen verordeningen tevens inhoudende algemeen verbindende voorschriften is in artikel 28, eerste lid bepaald dat de ontwerpverordening eerst naar de deelnemers moet worden toegezonden. Op deze wijze kunnen de zienswijzen van de deelnemers in de besluitvorming worden meegenomen. Ten aanzien van het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften kan er namelijk overlap plaats vinden met algemeen verbindende voorschriften die al zijn vastgesteld door de deelnemende gemeenten zoals een Algemene Plaatselijke Verordening. In dat kader heeft het algemeen bestuur ingevolge artikel 25 en artikel 30, derde lid Wgr de bevoegdheid om te bepalen dat een verordening van het Natuur- en recreatieschap in de plaats treedt van een verordening van een deelnemende gemeente.

Artikel 30, 31 en 32 Artikel 30, 31 en 32 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals dat in hoofdstuk XIV van de Gemeentewet is geregeld. Het betreft o.a. het vaststellen van een verordening voor het beleid, beheer en organisatie van de financiën van het Natuur- en recreatieschap. Artikel 33, 34 en 35 De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is geregeld in de artikelen 33 t/m 35 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de artikelen 33, 34 en 35 zoveel mogelijk integraal overgenomen. Artikel 33b Wgr; ‘het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoering organisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten’, is niet overgenomen in de regeling, maar is wel onverkort van kracht. Voorts is in artikel 34 lid 6 een bepaling opgenomen waardoor het niet langer noodzakelijk is het Dagelijks Bestuur een besluit te laten nemen om een wijziging in de begroting niet voor zienswijze aan de deelnemers aan te bieden.

Artikel 36 Artikel 36, eerste lid regelt het algemene beginsel dat de deelnemende gemeenten er voor garant staan dat het Natuur- en recreatieschap te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo, wordt dit ten laste gebracht van de deelnemers volgens de verdeelsleutel in artikel 36, eerste lid. Om te zorgen dat het Natuur- en recreatieschap op elk moment beschikt over voldoende financiële middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen is in artikel 36, tweede lid bepaald dat de deelnemende gemeenten op twee momenten in het jaar een voorschot van 50 % moeten betalen van de in de begroting van het betreffende jaar opgenomen voor hen geldende bijdragen.

40/43

18

Artikel 37 t/m 49 Artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient in te houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de artikelen 37 t/m 49 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging een gewone meerderheid en voor opheffing van de regeling een tweederde meerderheid van de bij de regeling betrokken bestuursorganen is vereist. Tot de toetreding van een nieuwe deelnemer kan worden besloten bij unaniem besluit van deelnemende gemeenten van het Natuur- en recreatieschap. In het geval van opheffing van de regeling regelt het opheffingsbesluit de gevolgen van de opheffing voor de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur is belast met de liquidatie waaronder de vereffening van het vermogen. Voorts zijn niet alleen de gevolgen van uittreding vastgelegd, maar ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden (hoofdstuk 16). Artikel 50 Dit artikel bevat in het eerste lid de officiële citeertitel van de gemeenschappelijke regeling en in het tweede lid de datum van inwerkingtreding.

41/43

19

42/43

20

43/43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3773/documents/33113