CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel AW Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde.pdf

Beraad en Advies Algemeen AW 2 december 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 7: Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde14.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voorstel Onderwerp: Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde Portefeuillehouder Richard Polder Opsteller: Stolk Henkjan

College van burgemeester en wethouders 5 november 2024

Zaaknummer 2024-079499

Openbaar

Geadviseerd besluit 1. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde vast te stellen, voor zover het de bevoegdheid van de gemeenteraad betreft. 2. Het college van B&W toestemming te geven de herziene gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde vast te stellen, voor zover het de bevoegdheid van het college betreft

Raadsvoorstel Inleiding Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) gewijzigd. De wijziging heeft onder andere als doel de raad meer te betrekken en meer invloed te geven bij de besluitvorming van de gemeenschappelijke regelingen. De wetswijziging geeft een aantal aanpassingen en aanvullingen op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel moet na inwerkingtreding van de Wgr verwerkt worden in alle gemeenschappelijke regelingen. Zo ook bij de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde (hierna GR NRIJ). Hiervoor is een besluit nodig van de deelnemers in de regeling. Begin januari 2024 heeft de GR NRIJ, daartoe een ontwerp-gewijzigde gemeenschappelijke regeling voor een zienswijze voorgelegd. Op 26 februari 2024 heeft de raad een zienswijze vastgesteld ten aanzien van de ontwerpwijziging (zie bijlage 4). Deze is aan het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling NRIJ verzonden. Ook de andere deelnemers hebben een zienswijze ingediend (bijlagen 5-8). Op 3 april 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling NRIJ het definitieve voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling vastgesteld, waarbij het grootste deel van de voorstellen uit de zienswijzen van de deelnemers zijn overgenomen.

Het is aan de raden van de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling NRIJ om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen, voor zover het de bevoegdheid van de raad betreft, en de colleges toestemming te geven de gewijzigde gemeenschappelijke regeling aan te gaan, voor zover het de bevoegdheid van het college betreft. Beoogd effect Het hebben van een actuele gemeenschappelijke regeling die voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad wordt versterkt ten opzichte van de oude regeling. Argumenten 1.1 Wettelijk is voorgeschreven dat de toestemming van de raad vereist is, om als college de wijziging van de gemeenschappelijke regeling te kunnen vaststellen. 1.2 De nieuwe, gewijzigde, gemeenschappelijke regeling treedt in werking indien meer dan de helft van het aantal deelnemers daartoe besluit. De overige deelnemers hebben hiertoe al een positief besluit genomen. 1.3. Hiermee geeft de raad sturing aan de inhoud van de gemeenschappelijke regeling. Het Algemeen Bestuur van het NRIJ heeft op 3 april 2024 de gewijzigde regeling vastgesteld (zie bijlage 2 voor de bijbehorende voordracht). In bijlage 3 is een overzicht opgenomen met alle wijzigingen. Bijlage 1 bevat de volledige gewijzigde gemeenschappelijke regeling.

De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in de gemeenschappelijke regeling zoals deze voorligt, gaan over: a. Zienswijze voor besluiten b. Afspraken over participatie c. Actieve informatieplicht d. Afspraken over evaluatie e. Afspraken over uittreding 1.4 Op 26 februari 2024 heeft de raad een zienswijze vastgesteld ten aanzien van de ontwerpwijziging van de GR NRIJ. De hoofdpunten hierin waren: a) Het toevoegen van de mogelijkheid tot inspreken bij een AB-vergadering; b) Het toevoegen van het door het AB laten vaststellen van het doel en de reikwijdte bij een evaluatie c) Een aantal aanpassingen voor de artikelen die gaan over uittreding van een deelnemende partij (artikelen 42 t/m 46 van de concept-GR) De voorgestelde aanpassing onder a) en b) is overgenomen. De voorgestelde aanpassingen onder c) grotendeels. In de zienswijze van uw raad was voorgesteld eerst de onderhandeling over de grondpositie af te ronden alvorens het uittredingsplan opgesteld wordt. Dit voorstel is niet overgenomen omdat het onderdeel uit gaat maken van een eventueel uittredingsplan.

2/43

Ondanks dat niet alle onderdelen die uw raad in de zienswijze heeft voorgesteld, door het schap zijn overgenomen, wordt geadviseerd in te stemmen met het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. De wijziging van de regeling betreft in feite namelijk een wettelijk verplichte aanpassing die de raad en het college meer mogelijkheden geeft om op het schap te sturen. 2.1 Hiermee geeft de raad toestemming aan het college van burgemeester en wethouders tot het sturen op de inhoud van de gemeenschappelijke regeling, voor zover het de bevoegdheid van het college betreft. Op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wgr moet de raad toestemming verlenen aan het college tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. Dit geldt ook bij een gemengde regeling tussen college en raad. 3.1 en 4.1 De oorspronkelijke Gemeenschappelijke regeling is vastgesteld door zowel het college als de gemeenteraad. Dit is ook de reden dat de voorliggende wijziging door de twee besturen vastgesteld moet worden. Overleg gevoerd met Deelnemers GR (ambtelijk) Kanttekeningen 1.1 Op de nu voorliggende regeling kan de raad geen wijziging aanbrengen, door een amendement daarop of bijvoorbeeld een verzoek daartoe. De raad beslist de regeling vast te stellen of niet vast te stellen.

Uitvoering/vervolgstappen Na vaststelling publiceren de raden van alle deelnemers van het NRIJ de gemeenschappelijke regeling. Artikel 50 bepaalt dat de gemeente Zwijndrecht wijzigingen van de regeling bekendmaakt, maar dit artikel wordt pas van kracht na inwerkingtreding van de gewijzigde regeling. Omdat de regeling pas in werking treedt na bekendmaking, geldt (nu nog) dat alle gemeenten de regeling bekendmaken. Financiën N.v.t. Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Zoals hierboven is vermeld, maken alle deelnemende gemeenten van het NRIJ de gemeenschappelijke regeling bekend na vaststelling. Het raadsbesluit wordt ook meegedeeld in de rubriek Berichten uit de raad in Albrandswaard Actueel.

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bijlage 2, voordracht AB Wgr NRIJ.pdf Bijlage 3, overzicht wijziging Wgr NRIJ.pdf Bijlage 4, Zienswijze Albrandswaard.pdf Bijlage 5, Zienswijze Barendrecht.pdf Bijlage 6, Zienswijze Hendrik-Ido-Ambacht.pdf Bijlage 7, Zienswijze Ridderkerk.pdf Bijlage 8, Zienswijze Zwijndrecht.pdf Bijlage 1, NRIJ_GR_Definitieve versie.pdf

3/43

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Gemeenteraad: 3 december 2024

Zaaknummer:

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 5 november 2024,

BESLUIT: 1. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde vast te stellen, voor zover het de bevoegdheid van de gemeenteraad betreft.

2. Het college van B&W toestemming te geven de herziene gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde vast te stellen, voor zover het de bevoegdheid van het college betreft

4/43

VOORDRACHT ALGEMEEN BESTUUR Onderwerp

:

Herziening gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap IJsselmonde i.v.m. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Kenmerk Bijlagen Besluitdatum Voorbereid door

: : : :

20231106 2 3 april 2024 mr. M. Schnitker

1. BESLUIT Het bestuur wordt voorgesteld: In te stemmen met de herziene gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde (hierna: herziene GR). De betrokken bestuursorganen van de deelnemers voor te stellen de herziene GR vast te stellen. 2. ONDERWERP IN KORT BESTEK Zoals afgesproken is de concept gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling voor het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde voor zienswijze aan de deelnemende gemeenten en hun gemeenteraden gestuurd. De zienswijzen zijn verzameld en worden hierbij aan u voorgelegd. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) op verschillende onderdelen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten.

Een aantal van deze wijzigingen is reeds op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wgr (en dus uiterlijk voor 1 juli 2024) geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in de concept GR, zijn de volgende: 1. Zienswijze voor besluiten: Er is een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stem men (art. 1 Wgr). 5/43

Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 26 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat ten aanzien van besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben, de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het te nemen besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen. 2. Afspraken over participatie: In elke regeling dient te worden opgenomen op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 21 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij besluiten over ontwikkelingen aangaande de fysieke leefomgeving beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt aangeboden. 3. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 20 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het bestuur via twee manieren informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, kunnen delen. 4. Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling.

De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze, wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 3 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat de taakstelling (zoals omschreven in artikel 2 lid 4 van de regeling) wordt geëvalueerd. 5. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 42 t/m 49 van de concept GR. Hierin is, kortgezegd, uitgewerkt dat de gemeente die wenst uit te treden, eerst een voornemen tot uittreding kenbaar maakt, waarna een concept-uittredingsplan wordt opgesteld. In het concept uittredingsplan wordt de voorlopige uittreedsom opgenomen.

Na ontvangst van dit concept-uittredingsplan kan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, een definitief besluit tot uittreden aan het algemeen bestuur doen toekomen, waarna een definitief uittredingsplan met een definitieve uittreedsom wordt vastgesteld. In voornoemde artikelen staat voorts omschreven, hoe de (voorlopige) uittreedsom berekend dient te worden. 6. De leden 9 en 10 van artikel 11 zijn toegevoegd aan de concept GR. Deze leden zijn van overeenkomstige toepassing verklaard in artikel 18 lid 3 van het concept. De artikelleden regelen de situatie wanneer er sprake zou zijn van het staken van stemmen (in zowel AB als DB). 2

6/43

7. Aan artikel 50 is lid 3 toegevoegd, waaruit blijkt dat het bestuur van de gemeente Zwijndrecht verantwoordelijk is voor de bekendmaking van de regeling (besluiten tot wijziging, opheffing, verlenging, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding). In de huidige GR is hiertoe namelijk geen gemeente aangewezen en blijkens artikel 26 Wgr dient dan het bestuur van de gemeente waar het schap gevestigd is, zorg te dragen voor bekendmaking. Een verzoek aan het bestuur van de gemeente Schiedam (hier is NRIJ formeel gevestigd), is onlogisch en ongepast omdat deze gemeente geen deelnemer is van de gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld wordt dan ook onderhavige GR deze keer door alle deelnemende gemeenten te laten publiceren en in de toekomst gebruik te maken van artikel 50 lid 3 van de GR (waarin het bestuur van de gemeente Zwijndrecht als aangewezen gemeente opgenomen staat). Er is in het concept gekozen voor Zwijndrecht, aangezien de voorzitter van het bestuur van de GR, uit deze gemeente afkomstig is. 3. VOORAFGAANDE BESLUITVORMING Niet van toepassing. 4. JURIDISCHE PARAGRAAF Ingevolge artikel 40 van de regeling, kan de regeling worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de meerderheid van de deelnemers. 5. FINANCIËLE PARAGRAAF Niet van toepassing. 6. COMMUNICATIE Niet van toepassing. 7.

WIJZE VAN TOTSTANDKOMING In samenwerking met de (juridische) ambtenaren van de gemeente, ambtelijk voorbereid door Staatsbosbeheer. 8. VERDERE PROCEDURE -

Het algemeen bestuur stemt in met de concept GR en besluit om aan alle betrokken bestuursorganen van de deelnemers voor te stellen de herziene GR vast te stellen. Indien gewenst kunnen de gemeenteraden, via hun colleges van B&W een zienswijze kenbaar maken. Na instemming van alle betrokken bestuursorganen, dient de herziene regeling onder verantwoording van alle deelnemende gemeenten gepubliceerd te worden in de door de gemeentebesturen uitgegeven gemeentebladen, waarna deze inwerking kan treden. 3

7/43

Hoogachtend,

De heer ing. R.W. van Keulen Bestuurssecretaris

4

8/43

WIJZIGING WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Types (laatste kolom in overzicht): A = Deze wetswijziging is per 1 juli 2022 automatisch van kracht gegaan B = Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat de gemeenschappelijke regeling (GR) voor 1 juli 2024 zal dienen te worden gewijzigd

Art. Wgr

Wijziging

Aandachtspunten

Gevolgen

Type

1

Verplichte zienswijzeprocedure bij het treffen van een regeling. Het ontwerpbesluit tot het treffen, wijzigen van en toe- en uittreden uit een regeling dient aan de raden te worden toegezonden voor zienswijzen. De raden kunnen binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen.

Deze zienswijzeprocedure geldt niet voor regelingen die getroffen of mede getroffen worden door raden.

Langere doorlooptijd besluitvorming voor aangaan, wijzigen enz. van een GR.

A

9

Verplichting om in de regeling bepalingen op te nemen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon.

De regeling dient meer duidelijkheid te verschaffen over wat de consequenties zijn bij uittreding.

Aan de GR wordt hoofdstuk 16 (artikel 42 t/m 49) toegevoegd.

B

10 lid 5 en 6

De GR dient een bepaling bevatten of en zo ja, bij welke besluiten een voorafgaande zienswijze van de raden wordt gevraagd.

Aan de GR wordt hoofdstuk 11 (artikel 26) toegevoegd.

B

10 lid 7 en 8

De GR dient een bepaling te bevatten op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak (participatie).

Inhoud bepaling is optioneel: In de GR kan ook worden geregeld dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de raden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen (art. 1 Wgr). In de GR dient omschreven te worden voor welke besluiten de inspraakprocedure geldt.

Aan de GR wordt hoofdstuk 7 (artikel 21) toegevoegd.

B

11a

De GR dient een bepaling te bevatten omtrent evaluatie van de regeling. Uit de GR dient te blijken waar de evaluatie specifiek op gericht is, hoe vaak die dient plaats te vinden en op welke wijze.

Optioneel: In de GR kan ook worden geregeld dat er niet geëvalueerd wordt.

Aan de GR wordt artikel 3 toegevoegd.

B

9/43

17 lid 2 en 3

Er geldt een actieve informatieplicht van bestuur aan raden. De GR dient een bepaling te bevatten over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt.

Het bestuur verstrekt alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken

Aan de GR wordt hoofdstuk 6 (artikel 20) toegevoegd.

B

24a.

De GR bevat regels over de mogelijkheid tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk.

Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een in artikel 24a Wgr bedoelde adviescommissie, kunnen aanspraak maken op extra vergoeding.

Deze wetswijziging vergt een actieve rol van de raden.

A

34. 34b. 35.

De GR bevat gewijzigde regels voor de planning- en controlcyclus (met name de begrotingscyclus). Aanpassing termijnen voor indiening van kadernota, ontwerpbegroting en begroting.

• •

Termijnen zijn gewijzigd in artikel 33 en 34 van de GR.

B

•

Kadernota: voor 30 april (i.p.v. 15 april) Ontwerpbegroting: uiterlijk 12 weken voor besluitvorming voor zienswijze aan raden aanbieden (i.p.v. 8 weken) Begroting moet uiterlijk 15 september naar GS (i.p.v. 1 augustus)

WIJZIGING GEMEENTEWET MET GEVOLGEN VOOR GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN

10/43

Art . Gemeentewet

Wijziging

Aandachtspunten

gevolgen

184

Bevoegdheden rekenkamercommissie worden uitgebreid.

De rekenkamercommissie is bevoegd geworden onderzoek te doen naar de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur als zodanig.

Uitbreiding van bevoegdheid om naast het doen van onderzoek naar het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur, ook het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur te onderzoeken.

155a

Enquêterecht

De bij een gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenteraden krijgen een nieuw instrument in de zin van een regionale onderzoekscommissie.

De nieuwe regionale onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur.

type A

A

OVERIGE AANPASSINGEN GR

11/43

Art GR

Oud

Nieuw

opmerkingen

Overwegingen

--

In verband met de gewijzigde Wet

Toevoeging aan overwegingen

gemeenschappelijke regelingen d.d. 1 juli 2022 het noodzakelijk is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen, Besluiten

de hierna volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde.

de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde 2023 vast te stellen, waarvan de tekst als volgt luidt:

50

50 lid 3

Aangezien de Gr wordt herzien (in plaats van op enkele punten gewijzigd) zal er 2023 aan de titel va de GR worden toegevoegd

Het artikel is geactualiseerd als gevolg van de herziening

-

De in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde bekendmaking zal geschieden door het bestuur van de gemeente Zwijndrecht.

12/43

Zie hiervoor de eisen in artikel 26 Wgr

3600

Gemeente Albrandswaard

7 9 FEB 2021:.

Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde Postbus 2 3800 AA Amersfoort

Uw brief van: 11 januari 2024 Uw kenmerk: 2024/NRIJ Bijlage(n): -

Ons kenmerk: 2024-007032 Contact: Peter Wunderink Doorkiesnummer: E-mailadres: p.wunderink@albrandswaard.n1 Datum: 26 februari 2024

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur-en Recreatiegebied Usselmonde (NRIJ)

Geacht bestuur, U heeft ons op 11 januari 2024 een ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling toegestuurd. U heeft om onze zienswijze gevraagd op dit concept. Wij hebben deze stukken besproken in onze raadsvergadering van 26 februari 2024. We maken graag gebruik van de geboden mogelijkheid tot het geven van een zienswijze, aan de hand van de voorgestelde wijzigingen. Daarbij hebben wij ook de brief van de gemeente Barendrecht van 16 januari 2024 in de beoordeling betrokken. A. Mogelijke zienswijzeprocedure bij besluiten die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevoig hebben Dit onderwerp geeft ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Als het AB hier aanleiding toe ziet, kan ze deze ruimte nemen. B. Participatie Er is in de regeling nu geen mogelijkheid tot inspreken opgenomen. Wij zijn van mening dat het voor belanghebbenden mogelijk moet zijn te kunnen inspreken op openbare en niet-vertrouwelijke onderwerpen die zijn geagendeerd in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Dit is uitgezonderd de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Wij verzoeken u hierover een artikel op te nemen in de regeling. Over de mogelijkheid van inspraak stellen wij de volgende tekst voor: Wij bieden de mogelijkheid tot inspraak in de AB vergadering. Dit moet minimaal 10 dagen van de tevoren met opgave van onderwerp aangevraagd worden.

De voorzitter past dit in in de vergaderorde. Onderwerpen waar minder dan 1 jaar geleden besluitvorming over heeft plaatsgevonden in het AB komen niet voor inspraak in aanmerking. C. Evaluatie In artikel 3 zijn bepalingen geformuleerd over de evaluatie van de regeling. Wij zien dit graag nader geduid en stellen voor lid 3 van artikel 3 te vervangen door de volgende tekst: het AB stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemers gehoord.

13/43

Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)

Pagina 2 van 3

D. Uittreding Ten aanzien van de artikelen met betrekking tot Uittreding, en meer bepaald de artikelen 42 t/m 46, staan wij een aantal aanpassingen voor die uiteraard uittreding in het algemeen betreffen, maar impliciet ook ons standpunt vormgeven ten aanzien van de eerdergenoemde brief van de gemeente Barendrecht. In artikel 42 t/m 46 worden, na de kennisgeving door een deelnemer van voornemen tot uittreding, het opstellen van een (concept-)uittredingsplan en een daarin opgenomen voorlopige uittredingssom besproken, de wijze waarop dat dient te geschieden en de termijnen die daarmee gemoeid zijn beschreven. Op een aantal punten zouden wij deze artikelen graag aangepast zien. Art.42 lid 2 bepaalt dat de in artikel 43 bedoelde projectgroep niet ingaat op de gevolgen van de eigendomspositie of zakelijke rechten met betrekking tot de gronden van het NRIJ, waarover de onderhandelingen met de uittredende in hetzelfde lid wordt ondergebracht bij de in de GR deelnemende leden. Hierbij wordt ons inziens onvoldoende onderkend dat de resultaten van deze onderhandelingen in directe wisseiwerking staan met het door de projectgroep op te stellen uittredingsplan.

De eigendomssituatie bepaalt immers mede het te beheren areaal, eventuele overdracht gaat gepaard met krimp van het NRIJ-areaal, met een overdrachtssom, met nieuwe uitgangspunten voor organisatie en financiering van beheer, en met gevolgen voor de maatschappelijke recreatieve functie. Als de toekomstige eigendomssituatie niet duidelijk is, is het ons inziens niet mogelijk los daarvan een adequaat uittredingsplan op te stellen. Wij stellen voor in artikel 42 de bepaling op te nemen dat de onderhandelingen over de grondpositie door de deelnemende gemeenten afgerond zijn voordat de in artikel 43 bedoelde projectgroep een uittredingsplan opstelt, zodat de uitkomst van die onderhandelingen en alle gevolgen daarvan kunnen worden meegenomen in het uittredingsplan. Artikel 42 lid 5 stelt een termijn aan uittreding, na kenbaar maken van besluit tot uittreding. Het lijkt ons ondenkbaar en onwenselijk dat uittreding kan worden geeffectueerd zonder dat de onderhandelingen over zowel de toekomstige eigendomspositie als het uittredingsplan succesvol zijn afgerond. De resultaten daarvan dienen ons inziens daarom in de vorm van een overeenstemming tussen partijen als voorwaarde voor uittreding te worden opgenomen, zonder dat daar een dwingende termijn aan verbonden wordt. Het is de overeenstemming die telt, en niet de termijn die wellicht tekort schiet om die overeenstemming te bereiken.

Wij stellen voor genoemde termijn te schrappen. Artikel 43 lid 5 stelt een termijn van 8 maanden na een kenbaar gemaakt voornemen tot uittreding voor, waarbinnen een concept uittredingsplan en een voorlopige uittreedsom moeten zijn vastgesteld. Door de wederzijdse afhankelijkheid tussen het resultaat van de onderhandelingen over grondeigendom en het door de in artikel 43 bedoelde projectgroep op te stellen uittredingsplan, kan vertraging van de onderhandelingen over grondeigendom het tijdig vaststellen van een uittredingsplan in de weg staan. Wij achten de termijn van 8 maanden onnodig en gelet op het voorgaande ongewenst en stellen derhalve voor deze termijn te schrappen.

14/43

Gemeente Albrandswaard

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied Usselmonde (NRIJ)

Pagina 3 van 3

Ten aanzien van artikel 44 merken wij op dat de in lid 1 genoemde systematiek voor berekening van de financiele gevolgen, ons inziens zou uitwijzen dat die systematiek geen betrouwbaar resultaat kan afwerpen als de uitkomst van onderhandelingen over de grondpositie daarin niet meegenomen kunnen worden. Wij verwijzen verder naar onze opmerkingen over art.42 en 43. Ten aanzien van artikel 45 en 46 hebben wij verder geen opmerkingen. Met betrekking tot de door de deelnemers te voeren onderhandelingen over overdracht van grondeigendom tenslotte merken wij op dat wat ons betreft daarbij rekening dient te worden gehouden met: De huidige grondwaarde onder de bestemming recreatie en natuur t.o.v. de waarde onder een in 1. de toekomst te leggen bestemming. Een meerwaardeclausule die voor een zekere toekomstperiode het rendement van een eventuele nieuwe bestemming aan het NRIJ toebedeelt achten wij gewenst; De verandering van de toekomstige beheer- en onderhoudskosten t.o.v. de overdrachtssom; 2. Het maatschappelijk rendement van de bestaande recreatie- en natuurbestemming t.o.v. de 3. afbreuk daarop van een toekomstige bestemming die daarvan afwijkt; De gevolgen van vermindering van het NRIJ-areaal op het resterend deel van het NRIJ-areaal in 4. de vorm van toenemende recreatiedruk, toenemende beheerkosten etc.

Wij stellen voor deze laatstgenoemde punten te benoemen in een apart artikel dat nader ingaat op de onderhandelingen door deelnemers over de grondpositie en de daarvan afhankelijke zaken. Wij kunnen ons vinden in het door u geformuleerde artikel 47 over Uittreding. Een verdere regeling van een uittreding zoals nu geregeld, lijkt ons niet zinvol. E. Instelling adviescommissie Vanuit het principe van optimale democratische legitimiteit zal onze raad positief besluiten bij een verzoek tot instelling van een adviescommissie. Eventuele afvaardiging van raadsleden voor deze commissie zal nog onderwerp van overleg zijn, binnen onze raad. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geinformeerd.

dert Groenenboom

da de Witte

15/43

Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

GEMEENTEBARENDRECHT Binnenhof 1. 2991 hh Barendrecht Postbus 501. 2990 EA Barendrecht

14 0180 (/UgemeenLrnmer) gemeente@barendrecht.nl www.barendrecht.nl Bank: 30.54.00.235 Rabobank

GR Natuur en Recreatieschap IJsselmonde T.a.v. het Dagelijks bestuur

(Iban: NL04RABO0305400215, swift/BIC: RABONL2U) KvK numrner: 24494374

Postbus2 3800 AA AMERSFOORT

Uw brief van:

11 januari 2024

Uw kenmerk:

2024 / NRIJ

Ons kenmerk: Contact: Carin den Heijer Telefoonnummer: 14 0180 Team: Beleid Leefomgeving Datum 28-02-2024

Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Geacht bestuur,

Op 1 1 januari 2024 heeft u ons het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuuren recreatieschap IJsselmonde toegestuurd om daarop een zienswijze te geven. Hieronder treft u onze

zienswijzeaan A. Zienswijze bij besluiten Toegevoegd is een nieuw artikel 26. Hierin is uitgewerkt dat de raden van deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen bij besluiten van het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. Hierover hebben wij geen opmerkingen Nieuw zijn ook de artikelen 43 en 44 met bepalingen dat raden een zienswijze kunnen geven over een concept-uittredingsplan én het daaropvolgende utttredingsplan. Onder kopje E (Afspraken over uittreding) geven wij onze zienswijze ten aanzien van deze artikelen. De termijn voor het geven van een zienswijze is gesteld op “tenminste acht weken“, Gelet op onze vergadercyclus is acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u daarom de termijn van tenminste acht weken uit artikel 26, derde lid te wijzigen in tenminste tien weken

B. Afspraken over participatie Ten aanzien van participatie zijn wij van mening dat belanghebbenden bij het Algemeen Bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. De mogelijkheid tot inspreken ontbreekt nu in de regeling. Wij verzoeken u hiervoor een artikel op te nemen in de regeling

C. Informatieplicht De bepaling in artikel 20 is naar onze mening te summier en geeft geen duidelijke richtlijnen welke informatie minimaal moet worden verstrekt. Daarnaast zien wij graag dat er een termijn wordt opgenomen, waarbinnen de informatie dient te worden verstrekt.

16/43

Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke

Pagina2 van 3

regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Wij verzoeken u om aan de bepaling toe te voegen dat, de verslagen van het Algemeen Bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage in ieder geval beschouwd dienen te worden als informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken

de gevraagde informatiewordt aangeleverdbinnenzes weken na het verzoek. D.

Evaluatie

Wij verzoeken u om artikel 3 stelliger te formuleren en in de bepalingen ook op te nemen waar de evaluatie op moet zijn gericht. Artikel 3 zou met die aanvullingen als volgt kunnen luiden: 1. Op een gezamenlijk verzoek van de raad en het college van één of meer van de deelnemers zal het algemeen bestuur de toepassing en werking van deze regeling evalueren. Dit verzoek kan ieder vierde jaar van de zittingstermijn worden gedaan. Het algemeen bestuur kan hiertoe ook op eigen 2.

3. 4.

initiatief besluiten De in het eerste lid bedoelde evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald; b. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft. Door het algemeen bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd

E. Afspraken over uittreding De voorliggende ontwerpregeling geeft op dit punt reden tot het maken van opmerkingen Wij stellen u voor om bij artikel 42, tweede lid, de volgende toevoegingen te doen, om meer recht te doen aan de positie van een uittredende gemeente “Bij deze onderhandelingen is het uitgangspunt dat gronden in eigendom van het natuur- en recreatieschap IJsselmonde, gelegen in de uittredende gemeente, worden overgedragen aan de uittredende gemeente, met een nadere uitwerking met betrekking tot de kostenverdeling en de opbrengstenverdeling,” Wat onder kopje A (Zienswijzen bij besluiten) is opgemerkt ten aanzien van artikel 26, geldt ook voor artikel 43, vierde lid: Gelet op onze eigen vergadercyclus is de termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u de termijn van tenminste acht weken uit artikel 43, vierde lid, te wijzIgen in 10 weken. Artikel 44, tweede lid, bevat vervolgens nogmaals een regeling dat de raden van de deelnemende gemeenten ook op het uittredingsplan een zienswijze kunnen geven. Naar ons oordeel is dit dubbel en wij verzoeken artikel 44, tweede lid. om die reden te laten vervallen.

17/43

Betreft:zienswijze op de ontwerpwijzigingvan de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Pagina 3 van 3

Daarnaast bevat artikel 43, vierde lid, (“Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.”) een termijn van uiterlijk 8 maanden, maar artikel 44, vierde lid, bevat opnieuw die termijn van 8 maanden. Is het nodig dat de termijn tussen het definitieve besluit tot uittreding en het vaststellen van het uittredingsplan opnieuw (uiterlijk) 8 maanden dient te bedragen, of kan dit een kortere termijn zijn? Gezien de lange doorlooptijd van het totale proces tot uittreding staan wij bij artikel 44, vierde lid, een kortere termijn voor van maximaal 3 maanden. Verder merken wij op dat in artikel 46, derde lid. is benoemd dat een uittredende gemeente gedurende een termijn van 30 jaar als deelnemende gemeente wordt gezIen bij verhoudingen en afspraken rondom milieuproblematiek (waaronder bodemverontreiniging). Niet concreet benoemd is, of dit gaat om een termijn van 30 jaar na de datum van uittreding, maar wij gaan er van uit dat dit inderdaad is bedoeld. Verder willen wij u vragen om een inventarisatie van bij u bekende locaties binnen het NRIJ waar sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging

F. Aanpassen begrotingscyclus Wij verzoeken om het derde lid van artikel 34 te schrappen, Dat is geen wettelijk voorschrift en naar onze mening is een regeling daaromtrent aan de gemeenten zelf Artikel 35, vierde lid Wgr bevat de eis, dat het dagelijks bestuur, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis moet stellen van zijn oordeel over de zienswijzen. Deze wettelijke eis is nu niet in de gemeenschappelijke regeling opgenomen. Wij verzoeken

u om die reden in artikel 34 een lid op te nemen dat luidt: “Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”.

G. Instellen adviescommissies In artikel 25, eerste lid, van de regeling wordt verwezen naar artikelen van de Gemeentewet, die zijn vervallen per 1 juli 2021. Voor de juiste formulering verwijzen wij naar artikel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijkeregelingen. De overige voorgestelde wijzigingen van de regeling geven ons geen aanleiding tot het geven van zienswijzen. Hoogachtend,

De gemeenteraadvan Barendrecht, de voorzitlpr

18/43

19/43

DB van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde Postbus 4010 2980 GA Ridderkerk

Raadhuisplein 3 3331 BT Zwijndrecht Postbus 15 3330 AA Zwijndrecht T 14 078 (algemeen) F (078) 620 64 00 gemeente@zwijndrecht.nl

Onderwerp

Van/behandeld door

Datum

zienswijze op de ontwerp wijziging van

A. Sterk

6 maart 2024

Ons nummer

Verzenddatum

de GR NRIJ Uw kenmerk/schrijven

2024 / NRIJ

Geacht bestuur, De raad van de Gemeente Zwijndrecht heeft in zijn vergadering van 5 maart 2024 kennisgenomen van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur en Recreatieschap IJsselmonde (hierna NRIJ). Onze raad heeft onderstaande zienswijze gegeven: Inspraak Er is in de regeling nu geen mogelijkheid tot inspreken opgenomen. Wij zijn van mening dat het voor belanghebbenden mogelijk moet zijn te kunnen inspreken op openbare en nietvertrouwelijke onderwerpen die zijn geagendeerd in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Dit is uitgezonderd de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Wij verzoeken u hierover een artikel op te nemen in de regeling. Over de mogelijkheid van inspraak stellen wij de volgende tekst voor: Wij bieden de mogelijkheid tot inspraak in de AB vergadering. Dit moet minimaal 10 dagen van de tevoren met opgave van onderwerp aangevraagd worden. De voorzitter past dit in in de vergaderorde. Onderwerpen waar minder dan 1 jaar geleden besluitvorming over heeft plaatsgevonden in het AB komen niet voor inspraak in aanmerking. Evaluatie In artikel 3 zijn bepalingen geformuleerd over de evaluatie van de regeling. Wij zien dit graag nader geduid en stellen voor lid 3 van artikel 3 te vervangen door de volgende tekst: het AB stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren.

Daarbij worden de deelnemers gehoord.

20/43

Datum

6 maart 2024 Onderwerp

Zienswijze Zwijndrecht Pagina

2 van 3

Afspraken over uittreding In artikel 43 wordt de procedure over uittreding besproken. Hierin staat dat een conceptuittredingsplan voor een zienswijze aan de raad wordt voorgelegd. Daarna wordt het definitieve uittredingsplan nogmaals voor zienswijze aan de raden voorgelegd. Het twee maal aanbieden voor een zienswijze neemt veel tijd in beslag. Wij stellen voor om het concept-uittredingsplan voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemende colleges. Dit neemt minder tijd in beslag, maar biedt wel de mogelijkheid te reageren op het conceptuittredingsplan. Wij stellen voor artikel 43, lid 4 dusdanig aan te passen. Wij kunnen ons vinden in de overige wijzigingen van de regeling. Wij verzoeken u onze zienswijze te betrekken bij de behandeling van de wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling NRIJ in de vergadering van uw Algemeen Bestuur. Reactie op het standpunt gemeente Barendrecht Het college van de gemeente Barendrecht heeft op 16 januari een brief (bijlage) gestuurd over de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. In deze brief wordt aandacht gevraagd voor hetgeen in de ontwerpwijziging is opgenomen over het uittredingsplan. De gebieden binnen de gehele GR NRIJ bieden een gevarieerd scala aan recreatie en natuur. In een druk bebouwde omgeving is voor inwoners wat te kiezen, binnen redelijke afstanden.

De natuur en recreatie staan onder druk in onze steeds drukker wordende omgeving. Goed verdelen van gebruik van gebieden en de natuur de kans geven om te herstellen zijn urgenter dan ooit. In een aantal gebieden is de bodem gesaneerd en geschikt gemaakt voor de huidige functies en gebruik. Gebieden met en zonder vervuiling in de bodem liggen verspreid, niet per definitie ‘evenwichtig verdeeld’ tussen de gemeenten. Gebieden kennen verschillen in inrichting en verschillen in benodigd beheer -vaak gebonden aan het type inrichting. Een spartelbad vraagt ander beheer dan een bosgebied. Er is ook verschillend geïnvesteerd in inrichting. Naast kosten kent een deel van de gebieden ook opbrengsten, zoals pacht. De gebieden zijn niet allemaal in eigendom bij het NRIJ. Wel dragen ze allen bij aan evenwicht, in de bredere zin, binnen het NRIJ. Bij een eventueel uittreden van een van de deelnemers voorziet de regeling in het opstellen van een uittredingsplan, waarbij de mogelijkheid om toekomstig beheer en/of eigenaarschap van gebieden te spreken. Echter, altijd met de balans in het geheel als uitgangspunt. Het op voorhand hanteren van gemeentegrenzen bij uittreding is daarom volstrekt onlogisch, zeer nadelig voor de gehele GR en dus ondermijnend aan het doel waarvoor de GR NRIJ is opgericht. Zoals genoemd, dat doel en belang nemen alleen maar toe.

Bovendien zou dit een zeer onwenselijke prikkel tot uittreden zijn, het mag nimmer een reden of mogelijkheid zijn om als gemeente gronden te verwerven. Iedere schijn dat dat via de GR NRIJ mogelijk zou zijn, moeten we verre van ons laten.

21/43

Datum

6 maart 2024 Onderwerp

Zienswijze Zwijndrecht Pagina

3 van 3

De huidige regeling voorziet in een uittredingsplan, de artikelen die hierop betrekking hebben zijn toereikend verwerkt in voorliggende wijziging en dienen het juiste gesprek. Wij willen dit benadrukken en verwachten dat het bestuur van NRIJ hier ook in de toekomst waakzaam op is.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders

De secretaris

De burgemeester

22/43

Gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht, Overwegende dat: De deelnemende gemeenten alsmede de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland sinds 1 januari 1990 samenwerken ten aanzien van het beheer en ontwikkeling van natuur en recreatie binnen het werkgebied van de gemeenschappelijke regeling voor het Natuur- en recreatiegebied IJsselmonde; De gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland per 1 januari 2018 uit de gemeenschappelijke regeling zijn getreden; De overig deelnemende gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht hebben besloten per 1 januari 2018 de gemeenschappelijke regeling in herziene vorm voort te zetten; In verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen d.d. 1 juli 2022 het noodzakelijk is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen, Gelet op: De Wet gemeenschappelijke regelingen; De Gemeentewet,

BESLUITEN de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde vast te stellen, waarvan de tekst als volgt luidt:

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling voor het Natuur- en recreatiegebied IJsselmonde; b. natuur- en recreatieschap: het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde; c. deelnemers: de aan de regeling deelnemende gemeenten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de regeling; d. werkgebied: het gebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling behorende bijlage; e. voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 2 lid 3 en artikel 22 van de regeling. f. wet: de wet gemeenschappelijke regelingen

Hoofdstuk 2 Naam, taakstelling en evaluatie Artikel 2

23/43

1

1. De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht vormen een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 lid 1 van de Wet, genaamd Natuur- en recreatieschap IJsselmonde. 2. Het Natuur- en Recreatieschap is gevestigd in Schiedam 3. Het recreatieschap kent de organen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. 4. Het Natuur- en recreatieschap heeft tot taak in onderlinge samenhang het behartigen van het gemeenschappelijk belang van de deelnemers voor wat betreft de ontsluiting, de ontwikkeling, aanleg en het beheer in het kader van de openluchtrecreatie en het toerisme en waar mogelijk van natuur en landschap in het werkgebied. Artikel 3 1. Op een gezamenlijk verzoek van de raad en het college van één of meer van de deelnemers zal het algemeen bestuur de toepassing en werking van deze regeling evalueren. Dit verzoek kan ieder vierde jaar van de zittingstermijn worden gedaan. Het algemeen bestuur kan hiertoe ook op eigen initiatief besluiten 2. De in het eerste lid bedoeld evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen (artikel 2, lid 4) zijn behaald; b.

of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft. 3. Door het algemeen bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden 4. De colleges en de raden van de deelnemers worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd.

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen Artikel 4 Aan het Natuur- en recreatieschap worden ter vervulling van de in artikel 2, vierde lid, omschreven taak alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grenzen van de wet. Artikel 5 Aan het algemeen bestuur behoort met betrekking tot de in artikel 2, vierde lid, omschreven taak van het Natuur- en recreatieschap alle bevoegdheid, tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald. Artikel 6 Alle stukken die uitgaan van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Hoofdstuk 4 Algemeen bestuur Artikel 7 1. Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, aan te wijzen door de raad van elke deelnemende gemeente uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders. 2. De raad van elke deelnemende gemeente kan voor ieder lid dat zij benoemt een plaatsvervangend lid aanwijzen die het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. De bepalingen in deze regeling en de wet ten

24/43

2

aanzien van leden van het algemeen bestuur zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. 3. De leden en plaatsvervangende leden mogen niet in dienst van het recreatieschap werkzaam zijn. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, dan wel ontslag verlenen op eigen verzoek. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder te zijn. 6. De raad wijst nadat het lidmaatschap door ontslag of van rechtswege is beëindigd in de eerstvolgende vergadering een lid van het algemeen bestuur aan. 7. De besluiten tot aanwijzing of ontslag van leden van het algemeen bestuur worden in afschrift aan het algemeen bestuur gezonden. Artikel 8 Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig acht, dan wel wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur daarom schriftelijk verzoekt. Artikel 9 1. De deelnemers plegen met het dagelijks bestuur overleg over de in voorbereiding zijnde besluiten waarvan de kennisneming voor de uitoefening van de bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van belang is. 2.

De deelnemers geven aan het dagelijks bestuur terstond kennis van de hunnerzijds genomen besluiten waarvan de kennisneming voor de uitoefening van de bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van belang is. 3. Onder besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden in ieder geval gerekend besluiten genomen ingevolge de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover betrekking hebbend op het werkgebied. Artikel 10 Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze gemeenschappelijke regeling en de wet een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers. Artikel 11 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 2. Er wordt met gesloten deuren vergaderd wanneer een vijfde van de leden daartoe verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. De voorzitter van het algemeen bestuur opent de vergadering niet voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 5.

Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 6. Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de in het vierde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

25/43

3

7. Er wordt de mogelijkheid tot inspraak in de vergadering van het algemeen bestuur geboden. De aanvrager dient dit minimaal 10 dagen van te voren met opgave van onderwerp aan te vragen. De voorzitter past de inspraak in de vergaderorde in. Onderwerpen waar minder dan 1 jaar geleden besluitvorming over heeft plaatsgevonden in een vergadering van het algemeen bestuur, komen niet voor inspraak in aanmerking. 8. Over het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen en andere door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen, over de begroting, begrotingswijzigingen en over de jaarrekening kan het algemeen bestuur niet beraadslagen noch een besluit nemen dan in een openbare vergadering. 9. Het algemeen bestuur besluit met meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 10. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. 11. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het negende lid opnieuw belegde vergadering, zal de voorzitter advies aan een derde (deskundige) opvragen. Na kennisneming van dit advies zal opnieuw gestemd worden. Indien de stemmen ook dan staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Artikel 12 De leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder of burgemeester vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Artikel 21 van de wet en artikel 99 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 13 1. Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Het desbetreffende bestuursorgaan regelt de wijze waarop de gevraagde inlichtingen worden verstrekt. 2. De raden van de deelnemende gemeenten informeren het algemeen bestuur omtrent de wijze waarop: a. een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken; b. een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3. Op het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording is artikel 16, vijfde lid van de wet van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5 Dagelijks bestuur Artikel 14 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente, waaronder de voorzitter. Het dagelijks bestuur wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 2. In geval van ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur of van verhindering anderszins tot het vervullen van zijn taak als zodanig treedt een ander als zodanig aangewezen lid van het dagelijks bestuur op als plaatsvervanger. 3. Het dagelijks bestuur heeft het recht personen c.q. instanties aan te wijzen en toe te laten tot zijn vergaderingen als adviseur, al dan niet uitsluitend voor een bepaald onderwerp en/of bepaalde tijd. Het dagelijks bestuur kan deze aanwijzing te allen tijde intrekken. Artikel 15

26/43

4

1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de wijze waarop het dagelijks bestuur informatie verstrekt en verantwoording aflegt. Artikel 16 Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Artikel 17 Het dagelijks bestuur kan met inachtneming van de bepalingen van deze gemeenschappelijke regeling een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen. Dit reglement wordt aan het algemeen bestuur ter kennis gebracht. Artikel 18 1. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar, tenzij het dagelijks bestuur besluit dat een vergadering of een gedeelte van een vergadering openbaar is. 2. De vergadering van het dagelijks bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Het vijfde en zesde lid van artikel 11 zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur besluit met meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

Het negende en tiende lid van artikel 11 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 19 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; f. het besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. zorg te dragen voor de bekendmaking van besluiten van het algemeen bestuur; h. toezicht te houden op het beheer en onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen; i. de dagelijkse zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; j.

het nemen van alle conservatoire maatregelen, alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en ander verlies van recht en bezit; k. het gedurig toezicht op al wat het recreatieschap aangaat; l. de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden; m. het opleggen van een last onder bestuursdwang, indien de last dient tot handhaving van regels welke het bestuur van het recreatieschap uitvoert; n. het stellen van nadere regels als bedoeld in artikel 29, tweede lid.

27/43

5

Hoofdstuk 6 Actieve informatieplicht Artikel 20 Het bestuur van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde en ingestelde commissies geven de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze informatie delen zij door: Rechtstreekse schriftelijke verzending aan de raden van de deelnemende gemeenten; of Mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten.

Hoofdstuk 7 Burgerparticipatie Artikel 21 1. Het dagelijks bestuur beslist per ontwikkeling aangaande de fysieke leefomgeving, of de mogelijkheid tot burgerparticipatie aan ingezetenen van de deelnemende gemeente en/of belanghebbenden wordt geboden. Ingezetenen en belanghebbenden worden, indien de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden, zowel bij de voorbereiding, de uitvoering als de evaluatie van voornoemde ontwikkeling betrokken. 2. Indien de mogelijkheid tot burgerparticipatie op grond van lid 1 van dit artikel wordt geboden, wordt gebruik gemaakt van het participatiebeleid van de deelnemende gemeente waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. 3. De deelnemende gemeente zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, zal het participatieproces toepassen. 4.Er is geen participatie mogelijk: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van wetgeving waarbij het bestuur geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft of als daarbij niet meer dan één belanghebbende betrokken is; d. bij beslissingen over financiën van het recreatieschap, zoals maar niet uitsluitend, het opstellen en vaststellen van de begroting en het vaststellen van tarieven; e.

als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. bij beslissingen of beleidsvoornemens die uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking hebben op interne of organisatorische aangelegenheden, waaronder de inrichting en samenstelling van het bestuur; g. als de aard van de door het bestuur uit te oefenen bevoegdheid zich hiertegen verzet.

Hoofdstuk 8 De voorzitter Artikel 22 1. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter van het Natuur- en recreatieschap wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 3. Het algemeen bestuur wijst uit de leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter bij verhindering of ontstentenis vervangt. Artikel 23 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter vertegenwoordigt het Natuur- en recreatieschap in en buiten rechte.

28/43

6

3. Overeenkomstig artikel 5 van deze regeling worden door de voorzitter alle stukken ondertekend welke van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

Hoofdstuk 9 De secretaris Artikel 24 1. Het algemeen bestuur benoemt een secretaris en kan instructies voor deze vaststellen. 2. De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op de door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 3. Door de secretaris worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan, medeondertekend. 4. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies behulpzaam in alles wat de hen opgedragen taken aangaat. De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur bij.

Hoofdstuk 10 Commissies Artikel 25 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerst lid dan nadat de raden van elk van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. Het algemeen bestuur kan aan een commissie als bedoeld in het eerste lid bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening; b. het heffen van rechten; c. het vaststellen van verordeningen. 4. Bevoegdheden van het dagelijks bestuur kunnen niet dan op voorstel van het dagelijks bestuur worden overgedragen. 5. Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid regelt het algemeen bestuur tevens voor zover zulks in verband met aard en omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is: a. de werkwijze van de commissie; b. de openbaarheid van vergaderingen; c. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie; d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3773/documents/33113