ter inzage gelegde ontwerp Buijtenland van Rhoon 2021_ontwerp_excl bijlagen en verbeelding.pdf
Tekst van het document
5.11 Artikel 11; Sport ‐ Golfbaan De bestemming 'Sport ‐ Golfbaan' biedt in beginsel geen nieuwe mogelijkheden op de locatie van de golfbaan in het zuiden van het plangebied. De golfbaan kan en mag in de huidige omvang met de huidige activiteiten doorgaan. Er is reeds een kleinschalige horecagelegenheid aanwezig op locatie, evenals een winkel voor golfattributen.
87/188
5.12 Artikel 12; Tuin Rond een aantal woonpercelen is de bestemming 'Tuin' gelegen. De tuinbestemming is opgenomen voor tuinen bij woonhuizen. In de bestemming Tuin komt de aanduiding 'specifiek vorm van Tuin ‐ openheid' voor. In deze bestemming komt ook de aanduiding 'specifiek vorm van Tuin ‐ openheid' voor ter hoogte van de woningen aan de Molenpolderse Zeedijk (ter hoogte van nummer 2, 4 en 6) tot aan de watergang. Voor dit perceel is een landschappelijke inpassing opgesteld naar aanleiding van een private overeenkomst tussen de provincie en de eigenaar van het perceel. De ideale erfinrichting volgt uit een landschappelijke inpassing en is een resultaat van onderhandelingen tussen de provincie en de perceelseigenaar. Binnen deze aanduiding is het niet toegestaan bebouwing op te richten, ook niet vergunningvrij. Het realiseren van erfafscheidingen is hier wel mogelijk.
5.13 Artikel 13; Verkeer De bestaande wegenstructuur is bestemd voor verkeer. Zo veel mogelijk is alleen hetgeen wat is verhard als zodanig bestemd. De bomenrijen die langs de weg staan worden zo veel mogelijk gehandhaafd en beschermd via de aanduiding 'specifieke vorm van natuur ‐ bomendijken'. Zij vervullen zowel voor de natuurlijke als cultuur‐historische uitstraling een belangrijke rol en maken geen onderdeel uit van de verkeersfunctie.
5.14 Artikel 14; Water In het plangebied loopt een aantal watergangen met meerdere deelfuncties zoals waterberging, waterafvoer, landschappelijke beeldfunctie en ook een natuurlijke functie. Naast de hoofdwatergang en secundaire watergang zal een aantal watergangen worden voorzien van een flauwe natuurvriendelijke oever met plasdras en begeleid met brede akkerranden. Overige watergangen worden voorzien van een natuurvriendelijke oevers en geflankeerd door akkerranden.
5.15 Artikel 15; Water ‐ Waterweg De Oude Maas is als Water ‐ Waterweg bestemd.
5.16 Artikel 16; Wonen Naast de woonfunctie is het toegestaan om op kleine schaal een beroep of bedrijf aan huis te starten. Dat zou een bedrijf kunnen zijn zoals dat beoogd is in het Streefbeeld, zoals een winkel voor streekproducten, maar het kan ook een beroep zijn zoals kapper of advocaat. Zolang het blijft binnen de kaders die in dit artikel staan, is de activiteit rechtstreeks toegestaan. Dat betekent dat geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd. Voor een beroep of bedrijf aan huis is het eerste vereiste dat het gebruik qua aard, milieubelasting en uitstraling moeten passen in de woonomgeving. Dat betekent dat zolang het kleinschalig is, niet te veel geluid of geur produceert en past of zou passen in het hoofdgebouw de activiteit toegestaan is. Als er een vergunning of melding vereist wordt op basis van de Wet milieubeheer dan kan het niet zomaar worden toegestaan. Ook kan maar een beperkt deel van de bebouwing worden gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf en moet de bewoner of een van de bewoners degene zijn die primair het beroep of bedrijf uitoefent. Dat sluit niet uit dat werknemers kunnen worden ingehuurd.
88/188
Daarnaast is het als bewoner toegestaan om een bed & breakfast te starten. De bepalingen sluiten aan bij het huidige beleid van de gemeente. Maximaal de helft van de woning mag worden gebruikt voor het bed & breakfast, maximaal 7 slaapplaatsen van elk max 30 m², deze mogen geen zelfstandige kookgelegenheden bevatten en bevinden zich alleen in het hoofdgebouw. Omdat een dergelijke nevenfunctie past bij het Streefbeeld en de gestelde regels de omvang en de effecten voldoende begrenzen, is er voor gekozen om in afwijking van het oorspronkelijke gemeentelijke beleid, Bed en Breakfast rechtstreeks toelaatbaar te stellen en niet via een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Dit in het kader om procedures zoveel mogelijk te beperken waar dat kan. In deze bestemming komt ook de aanduiding 'specifiek vorm van Wonen ‐ openheid' voor ter hoogte van de woningen aan de Lageweg 3/5/7. Voor dit perceel is een landschappelijke inpassing opgesteld naar aanleiding van een private overeenkomst tussen de provincie en de eigenaar van het perceel. De ideale erfinrichting volgt uit een landschappelijke inpassing en is een resultaat van onderhandelingen tussen de provincie en de perceelseigenaar. De prominente ligging van het perceel aan de Achterweg is bepalend geweest in de afweging om dit perceel groen en onbebouwd te houden.
Binnen deze aanduiding is het niet toegestaan bebouwing op te richten, ook niet vergunningvrij. In dit artikel is ook een tabel opgenomen voor afwijkende maatvoeringen. Het gaat hierbij om maatvoeringen voor twee woningen tussen Essendijk 58 en 64 naar aanleiding van het amendement (Bijlage 13) of om boeren die met de provincie een overeenkomst hebben gesloten en hierbij overeen zijn gekomen dat zij mogen afwijken met enkele maatvoeringen.
5.17 Artikel 17; Wonen ‐ Zorgwoning In het plangebied is een woning aanwezig die specifiek is gericht op het kunnen verlenen van zorg. Deze woning is verbonden aan de Buytenhof. Deze woning is als zodanig aangeduid en heeft een afwijkende maatvoering, conform het huidige gebruik. In het vigerende plan zat een wijzigingsbevoegdheid om een tweede zorgwoning mogelijk te maken. Deze wijzigingsbevoegdheid is komen te vervallen in dit bestemmingsplan.
5.18 Artikel 18 tot en met 23; Leidingen In artikel 18 tot en met 23 zijn dubbelbestemmingen geregeld over een hoofdbestemming heen. De dubbelbestemmingen betreffen diverse leidingen die leiden tot diverse berekeningen voor het gebruik binnen de bestemming waar ze overheen liggen. Het betreft zowel gas‐, olie, brandstof en waterleidingen als een leidingenstraat.
5.19 Artikel 24; Waarde ‐ Archeologie 1 Deze dubbelbestemming regelt de bescherming van de hogere archeologische verwachtingswaarden binnen een deel het plangebied. Op het overige deel van het plangebied is de gemeentelijke archeologieverordening van toepassing. Het doel van deze bestemming is het voorkomen van de verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden als gevolg van het bouwen en de uitvoering van grondwerken. Het kan zijn dat er voor de beoogde activiteit een vergunning vereist is voor archeologie. Ook als er geen vergunningplicht geldt, moeten eventuele vondsten worden beschermd.
89/188
5.20 Artikel 25; Waarde ‐ Archeologie 2 Deze dubbelbestemming regelt de bescherming van lagere archeologische verwachtingswaarden binnen een deel het plangebied. Dat wil zeggen, een lagere verwachting dan Waarde ‐ Archeologie 1. Op het overige deel van het plangebied is de gemeentelijke archeologieverordening van toepassing. Het doel van deze bestemming is het voorkomen van de verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden als gevolg van het bouwen en de uitvoering van grondwerken. Het kan zijn dat er voor de beoogde activiteit een vergunning vereist is voor archeologie. Ook als er geen vergunningplicht geldt, moeten eventuele vondsten worden beschermd.
5.21 Artikel 26; Waterstaat ‐ Waterkering Langs deze zeedijk van de Oude Maas is ook een dubbelbestemming Waterstaat ‐ Waterkering opgenomen ten behoeve van de beschermingszone. Deze dubbelbestemming beperkt de bebouwingsmogelijkheden zodat de waterkerende werking gewaarborgd blijft.
5.22 Artikel 27; Waterstaatkundige functie De langs de hoofdwatergangen gelegen beschermingszones zijn door middel van een dubbelbestemming Waterstaat ‐ Waterstaatkundige functie opgenomen.
5.23 Artikel 28; Anti‐dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwvlak mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
5.24 Artikel 29; Parkeren Voor een nieuwe activiteit is waarschijnlijk parkeergelegenheid nodig, met name voor het type activiteiten die passen in het Streefbeeld (winkel voor streekproducten, theetuin en recreatieve activiteiten). Er is niet veel ruimte op de dijken en andere wegen waardoor het zeer onwenselijk is dat er langs die wegen geparkeerd wordt. Parkeren vindt bij voorkeur zo veel mogelijk plaats buiten het plangebied bij de entrees en anders op het eigen terrein. Om tot duurzame parkeeroplossingen te komen, wordt hieraan de voorwaarde gekoppeld, dat de verharding waterdoorlatend moet zijn.
5.25 Artikel 30; Algemene bouwregels Ten behoeve van onvoorziene omstandigheden dat een beoogd nieuw bouwwerk niet past binnen de bouwregels van de desbetreffende bestemming is in dit artikel een algemene afwijking opgenomen van de bouwregels. Met een omgevingsvergunning kan dan alsnog bijvoorbeeld hoger worden gebouwd. Uiteraard moet nog steeds voldaan worden aan het Beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in 1.13 van de regels.
90/188
5.26 Artikel 31; Activiteiten in strijd met dit bestemmingsplan Dit is een belangrijke bepaling voor het hele plangebied. Er zijn drie specifieke activiteiten die binnen het plangebied niet zijn toegestaan. a. Deze bepaling is van belang in verband met de hoeveelheid stikstof die problematisch is voor veel van onze natuurgebieden. Een belangrijke bron van stikstof bij akkerbouw is het bemesten van de grond. Dit wordt gedaan om de gewassen die daarop worden geplant beter en sneller te laten groeien. Deze intensieve vorm van grondbewerking zal door uitwerking van het Streefbeeld op de langere termijn naar verwachting niet of in mindere mate voorkomen. Dit is afhankelijk van wat noodzakelijk is voor het realiseren van de doelen, met name de doelen voor akkerflora (zie paragraaf 5.4.1). Doordat naar verwachting minder zal worden bemest, zal de stikstofemissie (en daarmee veelal ook de depositie) verlagen. Omdat dit echter onderdeel is van het 'lerend beheren' en dus mogelijk geen verlaging van de stikstofdepositie met zich meebrengt, vormt dit verbod op een toename een bepaalde drempel waar niet zomaar overheen kan worden gestapt. Die drempel is voor dit plan gelegd op de depositie ten tijde van vaststelling van dit plan. Dit is in lijn met de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als een nieuwe ontwikkeling onder die drempel blijft, is het in lijn met het bestemmingsplan. Let op; het kan ook dan zo zijn dat een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming nodig is. Overigens geldt niet dat iedere toename boven de drempel niet is toegestaan. Dat is namelijk pas het geval als sprake is van een significant effect door die toename. Dit kan vaak door een ecoloog worden beoordeeld. Als geen sprake is van een significant effect, dan is de activiteit op basis van dit plan toegestaan. Na de uitleg van sub d volgt een uitleg wat er mogelijk is als een nieuwe ontwikkeling toch boven die drempel uitkomt en een significant effect heeft. b. Seksinrichtingen zijn in dit plangebied niet toegestaan. Dat betekent dat alle vormen van prostitutie en seksueel gerelateerde bedrijvigheid niet is toegestaan. Dit betreft een buitengebied waar dergelijke inrichtingen of bedrijven niet passen. Bovendien zou door het toestaan van dergelijke bedrijven de ruimte beperken voor in het Streefbeeld passende bedrijvigheid zoals een winkel voor streekproducten of een kleinschalige horecagelegenheid. Het (bijna) rechtstreekse verkopen van de streekproducten maakt ook dat de agrarische ondernemers beter in staat zijn voldoende te verdienen om het agrarische bedrijf te onderhouden. Dit is ook een uitgangspunt in het Streefbeeld. c. Als laatste zijn geen Bevi‐inrichtingen toegestaan.
Dit zijn zware bedrijven die een risico vormen voor bewoners en bezoekers van het gebied, met name door het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dit is daarom geen ontwikkeling die wenselijk is in het plangebied en ook niet past in het Streefbeeld. Lid 2 heeft het over het afwijken van het eerste lid sub b. Dat is de bepaling over de stikstofdepositie. Als een nieuwe ontwikkeling gaat plaatsvinden in het plangebied en deze meer uitstoot heeft waardoor een toename ontstaat aan stikstofdepositie ten opzichte van de drempel en daarbij een significant effect veroorzaakt, dan is dat eigenlijk niet toegestaan. Met de bepaling in dit lid kan daar een uitzondering op worden gegeven. In een dergelijk geval is namelijk altijd een vergunning vereist van de provincie op basis van de Wet natuurbescherming. Die vergunning kan ook 'aanhaken' aan een gemeentelijke vergunning door middel van een verklaring van geen bedenkingen. Als die vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend, dan kan ook de vergunning voor de binnenplanse afwijking van het plan worden verleend, uiteraard als ook aan overige voorwaarden wordt voldaan. De verklaring van geen bedenkingen van de provincie kan ook 'aanhaken' aan de vergunning om af te wijken (dat is de vergunning in deze bepaling).
91/188
5.27 Artikel 32; Bestemmingsplanactiviteit Deze bepaling is de kern van de flexibiliteit in dit plan. Het Streefbeeld geeft zowel een toekomstvisie op het Buijtenland van Rhoon als de maatregelen die eind 2026 moeten zijn gerealiseerd om deze visie te verwezenlijken. Het Streefbeeld is doelgericht waarbij de uitwerking ook afhankelijk is van hoe de natuur zal reageren op de maatregelen (lerend beheren). Bestemmingsplannen werken op basis van 'toestemmingsplanologie'. Dat betekent dat als iets niet expliciet wordt toegestaan in de regels van dit plan, het niet is toegestaan (op die locatie). Met dit bestemmingsplan wil de gemeente ook uitnodigend zijn voor ondernemers die passen in het toekomstplaatje zoals die is geschetst in het Streefbeeld. Alle activiteiten die niet rechtstreeks zijn toegestaan op basis van de planregels, maar wel goed passen binnen de kaders van het Streefbeeld, zijn in beginsel wenselijk. De regels voor het toestaan van die activiteit staan in deze bepaling. Zo mogen nieuwe activiteiten niet de doelen belemmeren die dit plan voor ogen heeft. Een andere belangrijke voorwaarde is dat het bevoegd gezag (het college van burgemeester en wethouders) voldoende zekerheid heeft verkregen dat aan andere regelgeving wordt voldaan. Hierbij kan worden gedacht aan de Drank‐ en Horecawet en een eventueel benodigde vergunning daarvoor.
Maar ook kan worden gedacht aan de Wet natuurbescherming. Dit zijn andere beoordelingskaders die buiten de grenzen van dit plan liggen. Als blijkt dat andere vergunningen (evident) niet kunnen of zullen worden verleend, dan zou een omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit ongewenst beperkende effecten kunnen hebben. Dat is onwenselijk en daarom is deze bepaling in de voorwaarden voor de omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit opgenomen. De term voldoende zekerheid is redelijk ruim. Dat betekent dat de andere vergunningen nog niet hoeven te zijn verleend, maar dat er wel zicht bestaat op het verlenen ervan. Als de vergunning is verleend en onherroepelijk is, is voldoende zekerheid in ieder geval verkregen. Via de bestemmingsplanactiviteit wordt ook een mogelijkheid geboden om kamperen bij de boer mogelijk te maken. Hiervoor dient aan bepaalde voorwaarden te worden voldaan, om onder meer de overlast voor de omgeving te beperken.
5.28 Artikel 33; Algemene aanduidingsregels 5.28.1 Eendenkooi In dit artikel is een regel opgenomen die het afpalingsrecht waarborgt van een buiten het plan gelegen eendenkooi. Bij het verrichten van handelingen (waaronder bouwen en de uitvoering van andere werken) binnen de aanduiding moet rekening worden gehouden met artikel 3.30 van de Wet natuurbescherming. Daarin staat geregeld dat alleen de kooiker (of iemand met toestemming van de kooiker) handelingen verricht die de eenden binnen dit gebied zou kunnen verstoren. Op deze manier wordt de rust binnen de eendenkooi zoveel mogelijk gewaarborgd. Als deze rust wordt verstoord moet de schade die de kooiker oploopt worden vergoed aan de kooiker, tenzij je hierover afspraken kunt maken met de kooiker.
92/188
5.28.2 Veiligheidscontour ‐ Leiding De gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone ‐ Leiding' ligt aansluitend op de dubbelbestemming 'Leiding ‐ Leidingstrook'. Aan weerszijden vanaf de rand van de dubbelbestemming 'Leiding ‐ Leidingstraat' geldt er een strook van 55 meter met de aanduiding 'Veiligheidscontour ‐ Leiding' waarin geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden gebouwd. Hiervan kan worden afgeweken mits de belangen van de leidingen binnen de naastgelegen dubbelbestemming 'Leiding ‐ Leidingstrook', alsmede de veiligheid van personen en goederen is afgewogen en het groepsrisico is verantwoord. Voordat de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies ingewonnen bij de beheerder van de leidingstraat. 5.28.3 Overige zone ‐ beschermingszone molen Om te borgen dat een waterwipmolen op de voorgenomen plek gerealiseerd kan worden, is een algemene gebiedsaanduiding opgenomen in de regels en op de verbeelding. De gebiedsaanduiding moet voorkomen dat er ontwikkelingen op de locatie plaats vinden, die de realisatie van de toekomstige molen in de weg staan. Denk daarbij aan het realiseren van bouwwerken en het aanleggen van opgaande beplanting.
5.29 Artikel 34; Beleidsregels Deze bepaling is opgenomen ter verduidelijking van de status van de beleidsregels waarnaar wordt verwezen in dit bestemmingsplan. In dit artikel is ook geregeld dat de beleidsregels kunnen worden aangepast als uit monitoring blijkt dat dit nodig is om de doelen uit hoofdstuk 2 van de regels te kunnen realiseren. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit zoals bedoeld in Artikel 32 wordt getoetst aan de meest recente versie van deze beleidsregels. Het Streefbeeld zelf is onvoldoende geschikt als toetsinstrument. Hiervan wordt daarom een uitwerking gemaakt, die dienst zal doen als beleidsregel en als zodanig wordt vastgesteld. Voor het Beeldkwaliteitsplan geldt dat deze in zijn geheel wordt vastgesteld als beleidsregel.
93/188
5.30 Artikel 35 en 36; Overgangsrecht en Slotregel Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Dit is een standaardregel die op grond van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht in het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Let op: De twee vormen van overgangsrecht verschillen van elkaar. Ook hoeft het niet op elkaar van invloed te zijn. I. Bouwovergangsrecht De bepaling voor het overgangsrecht voor bouwwerken is opgenomen voor het geval een bouwwerk niet is toegestaan in dit plan, maar wel legaal is (of wordt) gerealiseerd mag natuurlijk blijven staan. Ook mag het bouwwerk worden terug gebouwd of herstelt als die verwoest is door een calamiteit. Dat betekent dat als het bouwwerk wordt verwoest door bijvoorbeeld een grote brand, dan mag het worden terug gebouwd, maar let op: het bouwwerk mag niet veranderen! Ook is deze bepaling niet van toepassing als het bouwwerk verloren is gegaan door gebrekkig onderhoud. II. Gebruiksovergangsrecht Op het moment dat de gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt, kan het zijn dat de bestemming van een perceel wordt gewijzigd. Voor een perceeleigenaar kan dit consequenties hebben, zoals dat het huidige gebruik niet zomaar zou kunnen worden voortgezet. Om dat te voorkomen wordt deze overgangsregel standaard opgenomen.
Het gebruik wat voor de inwerkingtreding van dit plan legaal was, blijft legaal en toegestaan. Dat betekent dus ook dat als het niet was toegestaan, dat nu nog steeds niet is toegestaan. Ook kan geen gebruik worden gemaakt van deze bepaling als het gebruik minimaal een jaar is gestopt. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
94/188
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan dat onder de Crisis en herstelwet is opgesteld, kent niet de verplichting om de economische uitvoerbaarheid aan te tonen. Dat heeft te maken met de verplichting van de Wet op de ruimtelijke ordening het bestemmingsplan om de 10 jaar te herzien, onder de Chw is komen te vervallen. Toch is het voor potentiële initiatiefnemers, maar ook in het kader van de bestuursovereenkomst tussen provincie en Rijk, waarin prestatieafspraken zijn vastgelegd, van belang inzicht in de economische uitvoerbaarheid te geven. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt onder meer bepaald door een financiële en een organisatorische component. Wat de organisatie betreft, hebben provincie en gebiedscoöperatie een samenwerkingsovereenkomst gesloten om de natuur‐, landbouw‐ en recreatiedoelstellingen middels maatregelen te realiseren en daarmee de doelen uit het Streefbeeld te realiseren. De uitkomsten uit deze samenwerkings‐ overeenkomst zijn bepalend voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Wat de financiële component betreft, beschikt de provincie over een taakstellend budget van 140 miljoen euro voor de realisatie van het Buijtenland van Rhoon. Dit budget wordt ingezet voor verwerving van onroerende zaken tegen een volledige schadeloosstelling ter voorkoming van onteigening, inrichting en beheer.
Het Buijtenland van Rhoon genereert ook inkomsten, door verworven gronden in pacht uit te geven en aangekocht vastgoed te verkopen. Voor het slagen van dit project zullen ondernemers die de bestemming Hoogwaardige akkernatuur gaan realiseren, een primair inkomen moeten kunnen verkrijgen uit de natuurinclusieve landbouw. Dit staat los van het taakstellende budget voor het slagen van dit project (realiseren van het Streefbeeld). Dat betekent dat tegenover de natuurprestatie die deze ondernemers leveren, een vergoeding moet staan, waarmee dat inkomen kan worden zekergesteld. Aanvullend aan dit primaire inkomen kunnen extra inkomsten worden gegenereerd door de levering van producten voor de lokale markt of met behulp van mogelijke nevenfuncties. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen of met het beschikbare budget het te verwachten resultaat behaald kan worden. Het resultaat is sterk afhankelijk van de wisselende conjunctuur. Zo zijn de prijzen van vastgoed de laatste jaren sterk gestegen, maar het is niet te voorspellen hoe die zich de komende jaren zullen ontwikkelen. De opbrengsten uit pacht zijn eveneens lastig te voorspellen. Niet duidelijk is wat een reële pachtprijs is voor gronden die voor hoogwaardige akkernatuur mogen worden ingezet. Het is onderdeel van het experiment en afhankelijk van de markt hoe hierop wordt ingespeeld.
Tot slot moet het Streefbeeld uiteindelijk worden gerealiseerd door ondernemers die het gebied beheren conform het Streefbeeld. Initiatiefnemers zullen hiertoe alleen bereid zijn, als zij met dat beheer een fatsoenlijke boterham kunnen verdienen, zoals hierboven al werd benoemd (primair inkomen, mede op basis van vergoeding van de geleverde natuurprestatie). De gebiedscoöperatie zal zich maximaal inspannen om dit te bewerkstelligen.
95/188
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Gebiedscoöperatie Voorafgaand aan het maken van dit bestemmingsplan is het Streefbeeld 'Buijtenland van Rhoon' opgesteld. Het Streefbeeld is opgesteld door het Louis Bolk Instituut en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap met inbreng van natuurorganisaties, agrarische ondernemers, recreatiedeskundigen en lokale betrokkenen. Om tot uitvoering van het Streefbeeld te komen is een gebiedscoöperatie opgericht waarin (lokale) natuurpartijen, agrarische ondernemers en recreatieondernemers op een gelijkwaardige manier samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. De gebiedscoöperatie speelt een grote rol in de uitvoering van dit bestemmingsplan door de spil die zij is tussen publieke en private uitvoering in het behalen van de doelen uit het Streefbeeld. Nadat het bestemmingsplan de geldende regels voor alle bewoners en gebruikers van het gebied heeft vastgesteld, wordt nadere uitwerking gezocht in privaat recht. In afzonderlijke privaatrechtelijke overeenkomsten en het lidmaatschap van de gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon, die de basis vormen voor de gronduitgifte, worden de uitgangspunten van het Streefbeeld vertaald naar het niveau van extensieve agrarische teeltplannen en andere relevante vormen van grondgebruik. Een groot deel van de gronden is in bezit van de provincie. De gebiedscoöperatie geeft die vervolgens uit in pacht aan de agrariërs.
Lerend beheren en het meerjarenplan Om het samenspel van alle landbouw‐ en natuurmaatregelen (en de daarmee samenhangende doelstellingen) en de verweving met hoogwaardige akkernatuur goed op elkaar af te stemmen, is veel lerend beheer nodig. De gebiedscoöperatie zal op dit vlak onafhankelijk en deskundige monitoring uitvoeren op het behalen van de doelen en de indicatoren die hierover informatie geven (insecten, akkervogels, bodemgesteldheid etc). De coöperatie maakt gebruik van externe en onafhankelijke expertise bij het ontwikkelen van plannen, het uitvoeren daarvan en het bijsturen op resultaten. Aan de hand van het Streefbeeld wordt door de gebiedscoöperatie een meerjarenplan opgesteld waarin de inrichtings‐ en beheersmaatregelen worden beschreven voor de komende 4‐6 jaar. Dit helpt bij de realisatie van doelen. Het meerjarenplan wordt jaarlijks geactualiseerd door de gebiedscoöperatie. Op basis van de monitoring wordt geëvalueerd en wordt de effectiviteit van de tot dan toe gevolgde aanpak bekeken. Daarop kan het meerjarenplan dan weer worden aangepast. De doelen in het Streefbeeld blijven hierbij vooralsnog hetzelfde. Indien er alle middelen zijn ingezet om tot realisatie van de doelen te komen, maar dat is niet gelukt, dan kan de coöperatie of de provincie Zuid‐Holland verzoeken om de doelen uit het Streefbeeld aan te passen.
Beide partijen, maar ook de Tafel van borging en het Rijk zullen daar dan mee in moeten stemmen. Inspraak en vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen van 4 juni 2021 tot en met 15 juli 2021. Iedereen is in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan diverse overleginstanties. Ook is het voorontwerp middels twee inloopavonden op locatie toegelicht en besproken, waarbij mensen in de gelegenheid zijn geweest om vragen te stellen. Er zijn 154 inspraakreacties en 7 vooroverlegreacties binnengekomen. De reacties zijn samengevat en voorzien van een beantwoording. Deze beantwoording heeft in eerste instantie plaats gevonden vanuit de gebiedscoöperatie, die de initiatiefnemer is voor dit bestemmingsplan. De Nota van Inspraak en Vooroverleg is toegevoegd als Bijlage 9. Ook zijn er enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn ook terug te vinden in Bijlage 9.
96/188
De gemeenteraad heeft op 7 februari 2022 een besluit genomen over het gewijzigd vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021. Dit besluit is opgenomen in Bijlage 12. Daarnaast is door een raadslid een amendement ingediend. Dit amendement is opgenomen in Bijlage 13. Uit het amendement is beslispunt 6 van het raadsbesluit voortgekomen. Hierin worden van de vijf bouwkavels uit het voorontwerp drie bouwkavels naast de Vlakkenburg (Essendijk 24) geschrapt uit het ontwerpbestemmingsplan. De overige twee bouwkavels bij de Essendijk tussen 58 en 64 blijven bestaan met als voorwaarden dat bouwhoogtes, bouwvolumes en afstand tot de rooilijnen gehandhaafd worden zoals in het bestemmingsplan Buytenland (vastgesteld, 19 juni 2013). De verbeelding, regels (paragraaf 16.2)en toelichting zijn hierop aangepast. De locatie Essendijk tussen 58 en 64 krijgt de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ afwijkende maatvoering'. Ontwerpfase Het ontwerp bestemmingsplan wordt, op grond van afdeling 3.4 Awb, voor een periode van zes weken ter inzage gelegd.
97/188
98/188