RO-BP-621.110.80-TOTAAL-ON02.pdf
Tekst van het document
Gemeente Albrandswaard Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Ontwerp
16 maart 2022
Gemeente Albrandswaard Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Ontwerp
Inhoud • Toelichting • Regels • Bijlagen • Verbeelding
werknummer datum bestand
621.110.80 16 maart 2022 J:\621\110\80\3 Projectresultaat\
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Toelichting
Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 2. 2.1 2.2 2.3
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1
Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Ontwikkelingen Juridische aspecten 2.3.1 Planmethodiek
1 1 1 1 2 2 4 9 9
2.3.3
11
Geometrische plaatsbepaling
Ruimtelijke Ordening Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Natuur en landschap Kader 4.1.1 Soorten
12 12 13 17 19 20 20 20
4.1.2
Natura 2000
21
4.1.3
Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden
21
4.2 Onderzoek 4.2.1 Soortenbescherming 4.2.2
Gebiedsbescherming
4.3 Conclusie 5 Water 5.1 Kader 5.1.1 Europees en rijksbeleid
5.2 5.3 6 6.1 6.2 7 7.1 7.2
22 22 23 23 24 24 24
5.1.2
Provinciaal beleid
25
5.1.3
Beleid waterbeheerder
25
Onderzoek Conclusie Archeologie en cultuurhistorie Kader Onderzoek en conclusie Milieu Algemeen M.e.r.-beoordeling 7.2.1 Kader
25 28 29 29 29 31 31 31 31
7.2.2
31
Afweging en conclusie
7.3 Bodemkwaliteit 7.3.1 Kader
32 32
7.3.2
Onderzoek
33
7.3.3
Conclusie
33
7.4 Akoestische aspecten 7.4.1 Kader
33 33
7.4.2
Onderzoek
33
7.4.3
Conclusie
34
7.5 Luchtkwaliteit 7.5.1 Kader
34 34
7.5.2
Onderzoek
35
7.5.3
Conclusie
36
7.6 Milieuzonering 7.6.1 Kader
36 36
7.6.2
Onderzoek
36
7.6.3
Conclusie
37
7.7 Externe veiligheid 7.7.1 Kader
37 37
7.8 8 8.1 8.2
7.7.2
Onderzoek
39
7.7.3
Conclusie
41
Overige belemmeringen Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Voorbereidingsfase
41 42 42 42 42
8.2.2
Ontwerpfase
42
8.2.3
Vaststellingsfase
43
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Demografisch onderzoek particuliere woonzorg Albrandswaard, Klinkenberg Groep B.V., juni 2020 Quickscan Wet natuurbescherming Dorpsdijk 40 en 40a te Rhoon, Blom Ecologie B.V., d.d. 29 juni 2020 Nader onderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen Dorpstraat 40/40a Rhoon, Buijs Eco Consult B.V., d.d. 23 augustus 2021 Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan “Sonneheerdt”, KuiperCompagnons, d.d. 3 maart 2022 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai – Bestemmingsplan “Sonneheerdt”, KuiperCompagnons, d.d. 1 november 2021 Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder – Inzake bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’, gemeente Albrandswaard, d.d. 22 februari 2022 Programma van Eisen voor een verkennend veldonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied ‘Dorpsdijk 30 en 40’ te Rhoon in de gemeente Albrandswaard, Archeologie Rotterdam (BOOR), d.d. 7 februari 2022
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied in de omgeving (het plangebied is globaal rood omcirkeld).
Afbeelding 1.2: Ligging en begrenzing plangebied in de directe omgeving.
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Op het terrein van het (voormalige) zorgwoningencomplex Sonneheerdt aan de Dorpsdijk in Rhoon bestaat het voornemen om in totaal 47 nieuwe (zorg)woningen te realiseren. Het bestaande zorggebouw dat niet meer in gebruik is wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Daarnaast wordt ook de huidige bebouwing aan de Dorpsdijk 30 en 40 getransformeerd. Omdat het nieuwe bouwplan niet past binnen de grenzen van de bestemmingen en bouwvlakken in het vigerende bestemmingsplan, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw juridisch-planologisch kader, waarmee de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ bevindt zich aan de Dorpsdijk 30-40a in Rhoon. Daarmee ligt het binnen de bebouwde omgeving van het dorp, ten noorden van het centrum en metrostation van Rhoon. Het plangebied ligt aan de westzijde van de Dorpsdijk; aan de overzijde bevinden zich op korte afstand het kasteel van Rhoon en de dorpskerk. Afbeelding 1.1 geeft de globale ligging van het plangebied in de omgeving weer. Afbeelding 1.2 toont de ligging in de directe omgeving en de begrenzing van het plangebied. Het plangebied omvat de bestaande bebouwing aan de Dorpsdijk 30 tot en met 40, en het daarachter gelegen (voormalige) zorgwoningcomplex Sonneheerdt aan de Dorpsweg 40a. Aan de oostkant wordt het plangebied dan ook begrensd door de Dorpsdijk, aan de zuidzijde ligt het Adriana van Roonhof en een parkeerplaats. Aan de westkant grenst het plangebied aan een watergang die langs de achtertuinen van de woningen aan de Baljuw ligt. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het perceel en de bijbehorende inrit van de woning aan de Dorpsdijk 28.
1.3
Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormen feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaan onder andere in op ruimtelijke beleidskaders, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en de verschillende milieuaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
2
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie In deze paragraaf worden zowel de huidige feitelijke situatie als de op dit moment geldende planologische situatie beschreven. Huidige situatie De Dorpsdijk is een oud woonlint met een eigen historie en typologie van bebouwing, dat in noordzuidelijke richting een groot deel van Rhoon doorkruist. Het plangebied bevindt zich aan het noordelijke deel van de Dorpsdijk, ten noorden van de Groene Kruisweg en de metrolijn die de Dorpsdijk onderbreken. Het plangebied ligt aan de rand van het woongebied Rhoon-Noord, ten noorden van het dorpscentrum. Dit woongebied dateert grotendeels uit de jaren 80 en 90. Het plangebied kent eveneens grotendeels een (zorg)woonfunctie, maar de bebouwing aan de Dorpsdijk ter hoogte van het plangebied is beduidend ouder. Aan de overzijde van de Dorpsdijk bevinden zich onder meer de dorpskerk en het kasteel van Rhoon. Het plangebied bevindt zich ter plaatse van de lintbebouwing aan de Dorpsdijk 30 tot en met 40. Aan de noordkant ligt de woning aan de Dorpsdijk 30 (en 32), aan de zuidkant op de hoek met het Adriana van Roonhof de woning met huisnummer 40, die met de voorgevel iets naar achter gelegen is. Daartussen bevinden zich de monumentale woningen aan de Dorpsdijk 36 en 38, ‘De Oude Pastorie’ en ‘Het Oude Reghthuijs’. Achter de eerstelijnsbebouwing ligt het voormalige zorgwoningencomplex Sonneheerdt.
Dit complex ligt aan de Dorpsdijk 40a en heeft een hoofdingang aan het Adriana van Roonhof. Hier bevindt zich tevens een parkeerplaats voor het complex. De bebouwing strekt zich uit vanaf de woning aan de Dorpsdijk 30 richting het zuidwesten van het plangebied. De open ruimten tussen en rondom de bebouwing is deels verhard en deels groen ingericht. Het gebouw heeft op dit moment een tijdelijke invulling.
Afbeelding 2.1: Bestaande situatie van het plangebied bezien vanaf de hoek van de Dorpsdijk en het Adriana van Roonhof (bron: Google Maps).
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
3
Afbeelding 2.2: Bestaande situatie van het plangebied bezien vanuit vogelvluchtperspectief.
Planologische situatie Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Albrandswaard Noord’, zoals vastgesteld op 30 juni 2015 door de gemeente Albrandswaard. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Binnen de woonbestemming zijn enkele aanduidingen opgenomen. Het gehele zorgwoningcomplex inclusief de woning aan de Dorpsdijk 30 kent de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijzondere woonvorm’. Deze gronden zijn, naast voor wonen, tevens bestemd voor bijzondere woonvormen, zoals een gezinsvervangend tehuis met al dan niet zelfstandige woningen of wooneenheden. Daarnaast is aan het pand aan de Dorpsdijk 30 de specifieke bouwaanduiding ‘monument’ toegekend. Daarnaast kent het westelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, en het oostelijk deel ‘Waarde – Archeologie 3’. Tevens is voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ opgenomen. Een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan is weergegeven in afbeelding 2.2. Omdat de bouwplannen voor de voorgenomen ontwikkeling niet passen binnen de grenzen van de bestemmingen en bouwvlakken van het vigerende bestemmingsplan, wordt met voorliggend bestemmingsplan een passend planologisch kader opgesteld.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
4
Afbeelding 2.3: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing).
2.2
Ontwikkelingen In deze paragraaf is de toekomstige ontwikkeling beschreven. Verkaveling Een stedenbouwkundige verkaveling van de toekomstige situatie is weergegeven in afbeelding 2.4. De huidige bebouwing van het (voormalige) zorgwoningcomplex Sonneheerdt zal worden gesloopt, en vervangen door een nieuw woongebouw. Daarin zijn in totaal 24 zorgappartementen voorzien, met daarnaast 12 koopappartementen. De nieuwe bebouwing wordt in een ‘U’-vorm gesitueerd rondom een binnenplaats, die de centrale entree vormt en aan de zuidkant aansluit op een parkeerterrein. Het woonzorggebouw is in de nieuwe situatie niet langer verbonden met de bebouwing aan de Dorpsdijk 30. Deze woning wordt getransformeerd ten behoeve van 3 nieuwe koopappartementen. Daarnaast zal de huidige woning aan de Dorpsdijk 40 geheel worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Daarbij wordt de woning naar voren geschoven en zal deze in de nieuwe situatie met de gevel aansluiten aan de Dorpsdijk, in lijn met de woningen aan de noordkant. In het nieuwe gebouw is ruimte voor 8 sociale huurappartementen.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
5
Afbeelding 2.4: Inrichtingsplan en stedenbouwkundige verkaveling (24 februari 2022).
Het nieuwe woongebouw ‘Sonneheerdt’ en de woningen aan de Dorpsdijk worden in de nieuwe situatie gescheiden door een achterplaats, waar ruimte is voor parkeerplaatsen. Dit sluit aan op de parkeerplaats aan de zuidzijde van het gebied, waar openbare parkeerplaatsen zijn voorzien. Via deze parkeerplaats sluit het plangebied aan de zuidoostkant aan op de Dorpsdijk. Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke kwaliteit De beoogde nieuwbouw wordt stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast in de omgeving en afgestemd op de bestaande omliggende bebouwing. Het bouwvolume van het nieuwe wooncomplex ‘Sonneheerdt’ zal bestaan uit drie bouwlagen, in lijn met de bouwhoogtes in de omgeving. De architectuur en materialisering worden afgestemd op de bebouwing in de omgeving van het plangebied. Een impressie van de gevels van de nieuwbouw is te zien in afbeelding 2.5. Daarnaast wordt de transformatie en nieuwbouw aan de Dorpsdijk 30 en 40 zorgvuldig ingepast in het karakteristieke straatbeeld van de Dorpsdijk. De Dorpsdijk 30 is in het vigerende bestemmingsplan aangeduid als ‘monument’, waar de gronden bestemd zijn voor behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Het bestaande bouwvolume en gevelaanzicht zullen hier dan ook behouden blijven.
De woning wordt aan de binnenzijde getransformeerd tot drie nieuwe appartementen, waarbij alleen de verbinding met het wooncomplex aan de westzijde verdwijnt. De te herbouwen woning aan de Dorpsdijk 40 wordt in oostelijke richting naar de straat verschoven, waardoor deze meer in lijn met de bestaande bebouwing aan de Dorpsdijk komt te staan. Het nieuwe gebouw zal bestaan uit drie bouwlagen afgedekt met een Mansardedak, vergelijkbaar met onder meer de Dorpsdijk 30 ten noorden en Dorpsdijk 42 ten zuiden van de nieuwbouw. Ook qua architectuur wordt nauw aangesloten bij de karakteristieke bouwstijl van de omliggende bebouwing aan de Dorpsdijk. Afbeelding 2.6 en 2.7 tonen gevelimpressies van de Dorpsdijk 30 en 40 in de toekomstige situatie.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
6
Afbeelding 2.5: Voorlopig ontwerp gevels woongebouw ‘Sonneheerdt’ (bron: Toonaangevend, 17 februari 2022).
Afbeelding 2.6: Voorlopig ontwerp gevels Dorpsdijk 30 (bron: Toonaangevend, 15 maart 2022).
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
7
Afbeelding 2.7: Voorlopig ontwerp gevels Dorpsdijk 40 (bron: Toonaangevend, 18 februari 2022).
De openbare ruimte die binnen het plangebied valt wordt gedeeltelijk groen ingericht (zie afbeelding 2.4). Dit met name aan de westkant van het plangebied, waarbij ook aangesloten wordt bij de bestaande watergang. Het westelijke woongebouw krijgt een centrale entree, met een groene uitstraling. Ook worden de parkeerplaatsen vergroend door het aanbrengen van bomen. In afbeelding 2.8 is een 3Dimpressie van de toekomstige situatie in vogelvlucht weergegeven.
Afbeelding 2.8: Impressie van de toekomstige situatie, bezien in vogelvluchtperspectief vanuit het zuidwesten.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
8
Ontsluiting Het plangebied wordt in de toekomstige situatie ontsloten door de Dorpsdijk. Het parkeerplein en de parkeerplaatsen op het achterterrein, op de plaats van het huidige Adriana van Roonhof takken via een centrale entreepoort aan de zuidoostkant van het plangebied aan op de Dorpsdijk. Vanaf daar wordt het verkeer verder verdeeld in noordelijke richting naar de Rhoonsedijk en naar het zuiden richting de Stationsstraat. De Stationsstraat sluit aan op de N492, die zorgt voor ontsluiting in westelijke richting naar Portugaal en in oostelijke richting de A15 en Rotterdam. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing, en het realiseren van 47 (zorg)appartementen. Daarbij gaat het om 24 zorgappartementen, 15 koopappartementen en 8 sociale huurappartementen. In de huidige situatie is er reeds sprake van een zorgwoningcomplex van een vergelijkbare omvang, en zijn er aan de Dorpsdijk 30 (en 32) en 40 ook al woningen aanwezig. Afgezet tegen de huidige (planologische) situatie, zal de verkeersaantrekkende werking naar verwachting niet significant toenemen. Daarbij is er geen bestaande verkeersproblematiek in de omgeving bekend. Het Adriana van Roonhof, de Dorpsdijk en de omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om het verkeer vanwege de nieuwe (zorg)woningen te verwerken.
Parkeren Voor wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid. In het Handboek Verkeersmaatregelen als onderdeel van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan van de gemeente Albrandswaard is aangegeven dat de gemeente een stedelijkheidsgraad in de categorie ‘weinig stedelijk’ kent. Daarbij is het gehele grondgebied aangemerkt als gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Op basis daarvan zijn voor verschillende functies de gemeentelijke parkeernormen bepaald. Gezien het relatief lage autobezit in de gemeente is daarbij uitgegaan voor de minimale parkeernormen van het CROW, behalve bij goedkopere woningen. Voor zorgappartementen geldt een gemiddelde parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen per woning, voor dure koopaappartementen 1,7 en voor sociale huurwoningen 1,2 parkeerplaatsen per woning.
24 zorgappartementen (dementiezorg) min max norm 0,5 parkeerplaatsen 12,0 15 koopappartementen duur min max norm 1,3 parkeerplaatsen 19,5 8 sociale huurwoningen min max norm 0,8 parkeerplaatsen 6,4 TOTAAL
gemiddeld 0,5 12,0
totaal 0,5 12,0
gemiddeld 2,1 31,5
12,0 totaal
1,7 25,5 gemiddeld
1,6 12,8
25,5 totaal
1,2 9,6
9,6 47,1
Tabel 2.1: berekening parkeerbehoefte.
Tabel 2.1 toont een berekening van de parkeerbehoefte van de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm. In totaal levert de ontwikkeling een parkeerbehoefte van 47,1 parkeerplaatsen op. Daarnaast zijn ten behoeve van de bestaande woningen aan de Dorpsdijk 10
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
9
parkeerplaatsen benodigd. De volledige planontwikkeling voorziet dus in een parkeerbehoefte van afgerond 57 parkeerplaatsen. Uit de laatste verkavelingstekening (te zien in afbeelding 2.4) blijkt dat wordt voorzien in ruim voldoende parkeergelegenheid om in deze behoefte te voorzien. Aan de zuidkant van het plangebied wordt een parkeerterrein ingericht, waar 66 parkeerplaatsen zijn voorzien. Hiermee wordt grotendeels aangesloten bij het al bestaande parkeerterrein, waar in de huidige situatie 49 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Hiernaast zijn in de achterplaats tussen het woonzorggebouw en de woningen aan de Dorpsdijk nog eens 26 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien. In totaal gaat het zodoende om 92 parkeerplaatsen. Van de 57 benodigde parkeerplaatsen worden er dus 26 op eigen terrein gerealiseerd. De overige 31 parkeerplaatsen zijn in openbaar gebied voorzien. Hierdoor blijven 35 parkeerplaatsen resterend voor de omgeving. Na verdiscontering van het bestaand programma (maximaal 38 parkeerplaatsen o.b.v. ouderenzorg) en de 10 parkeerplaatsen voor de bestaande woningen is de beschikbare capaciteit voor de omgeving niet minder dan nu. 2.3
Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.
2.3.1 Planmethodiek Bij de bestemmingsplanmethodiek is aangesloten op het bestemmingsplan ‘Albrandswaard Noord’. De huidige bestemmingen worden aangepast aan het nu voorliggende bouwplan. Daarnaast zijn de regels zoals gesteld in het bestemmingsplan ‘Albrandswaard Noord’, waaronder de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’, onveranderd overgenomen. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn voor zover mogelijk overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Albrandswaard Noord’. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden.
Tuin Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen en parkeervoorzieningen. Hier mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Deze bestemming is opgenomen voor de gronden rondom het woonzorgcomplex.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
10
Verkeer – Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen met een verblijfsfunctie, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en enkele andere voorzieningen. Deze bestemming is toegekend aan het terrein ten westen van de bebouwing aan de Dorpsdijk en ten zuiden van het woonzorgcomplex, waar hoofdzakelijk parkeerplaatsen zijn voorzien. Hiermee wordt aangesloten bij de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ uit het vigerende bestemmingsplan. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor alle beoogde woningen in het plangebied; het woonzorgcomplex aan de westzijde de Dorpsdijk 30 en 40 aan de oostzijde. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, groenvoorzieningen en water. Aan het bestemmingsvlak voor het woonzorgcomplex is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – zorgwoning’ toegekend. Ter plaatse van deze aanduiding zijn gronden tevens bestemd voor zorgwoningen. Binnen de bestemming zijn bouwvlakken opgenomen waar de hoofdgebouwen mogen worden opgericht. Voor de Dorpsdijk 30 is de bestaande bebouwingscontour gevolgd.
Waarde – Archeologie 3 Voor het oostelijk deel van het plangebied, dat valt binnen een strook evenwijdig aan de Dorpsdijk en het historische dorp Rhoon (Roden) in de uitbreiding van circa 1850, is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. Hier geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 0,5 m beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 100 m2. Waarde – Archeologie 5 Voor het westelijk deel van het plangebied geldt een lagere archeologische verwachting, en is uit het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ overgenomen. Hier geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor alle bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 1,0 m beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 m2. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen.
Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden, zoals regels omtrent erfbebouwing en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven wat in ieder geval onder strijdig gebruik met alle bestemmingen in het bestemmingsplan wordt verstaan.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
11
Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn bepalingen opgenomen bij de aanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘specifieke bouwaanduiding – monument’, die op de verbeelding zijn opgenomen. Deze aanduidingen en regelingen zijn een-op-een overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Albrandswaard Noord’. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan een in dit plan opgenomen afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheid.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
12
3.
Ruimtelijke Ordening
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 24 zorgappartementen en 23 reguliere woningen. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij meer dan 11 woningen. Het voorgenomen bouwplan kan daarom aangemerkt worden als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, waardoor een laddertoets noodzakelijk is. Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
13
Behoefte Voor wat betreft de zorgwoningen is de behoefte onderzocht door middel van een demografisch onderzoek. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. In dit onderzoek is aangetoond dat er een grote behoefte bestaat in de regio aan wonen in combinatie met zorg. Zo stijgt naar verwachting het aantal ouderen met een behoefte aan een beschermde woonvorm in ZuidHolland van zo’n 36.000 in 2015 naar ongeveer 50.500 in 2050. Het aantal mensen met de noodzaak aan verzorgd wonen neemt fors toe van zo’n 39.000 naar 92.000 en het aantal ouderen met behoefte aan een geschikte woning zonder zorg van 143.000 naar 235.000. Bij de groep met behoefte aan verzorgd wonen gaat het met name om ouderen met een somatische en/of psychogeriatrische zorgvraag. Ook binnen de gemeente Albrandswaard wordt een forse stijging van deze groep en daarmee de behoefte aan een vorm van wonen met zorg voorzien. Zo neemt het aandeel 70-plussers toe van 4,5% in 2020 tot ruim 7,5% in 2050, en stijgt het aantal mensen met dementie in dezelfde periode van 380 naar 990. Daarbij wordt geconstateerd dat het huidige aanbod binnen de gemeente van beschermd wonen, verpleeghuisplaatsen, ofwel een particuliere woon- en zorgvoorziening voor ouderen nu al en zeker in de toekomst niet toereikend is.
Dit geldt zowel in kwantitatief (aantal plekken) als kwalitatief opzicht (aanbod voor ouderen met dementie, en ouderen met een modaal inkomen). Naast de zorgappartementen worden er 15 koopappartementen en 8 sociale huurappartementen gerealiseerd. Met deze relatief beperkte omvang geeft de voorgenomen ontwikkeling invulling aan de omvangrijke woningvraag binnen de regio. De ontwikkeling past binnen de woningbehoefte die geldt voor de gemeente Albrandswaard volgens de woningbehoefteraming 2019 van de provincie ZuidHolland. In de periode 2019-2030 wordt een groei van de woningbouwbehoefte in de regio Rotterdam van 51.310 woningen geprognotiseerd, waarvan 650 woningen in de gemeente Albrandswaard. Op basis van deze prognoses is de voorliggende ontwikkeling dus passend binnen de lokale en regionale woningbouwopgave zoals bepaald door de provincie Zuid-Holland. Ook in kwalitatief opzicht wordt aangesloten bij de vraag van de verschillende doelgroepen benoemd in de gemeentelijke Woonvisie, zoals besproken in paragraaf 3.3. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied bevindt zich binnen het bebouwde gebied van Rhoon, en maakt onderdeel uit van het bestaande woongebied Rhoon-Noord. De voorgenomen ontwikkeling vindt dan ook plaats binnen bestand stedelijk gebied. Daarbij is het plangebied in de huidige situatie reeds bebouwd.
De bestaande bebouwing zal worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Er wordt per saldo dan ook geen nieuw bebouwd gebied toegevoegd. De locatiekeuze van de ontwikkeling behoeft om deze reden geen verdere onderbouwing in het kader van de Ladder. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een vraag naar zowel zorg- als reguliere woningen, en vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee is het plan niet in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking, of ander Rijksbeleid. 3.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
14
Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.
De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
15
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in drie kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Daarnaast is het gebied aangeduid als ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’.
Ontwikkelingen in deze gebieden houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Zeekleipolderlandschap’ en ‘Rivierdeltalandschap’. Richtpunten in zeekleipolderlandschappen zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
16
•
Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 47 appartementen, geconcentreerd in bestaand bebouwd gebied en nabij de kern van Rhoon. Het plangebied is in de huidige situatie reeds bebouwd. De ontwikkeling respecteert daarmee het open middengebied en het herkenbaar houden van het polderlandschap. Qua maat en schaal past de nieuwe bebouwing in de omgeving. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’ en als ‘Stadsen dorpsrand). Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. • De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. Het pand wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur.
• Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Voorgenomen ontwikkeling wordt ingepast binnen het bestaande dorpsgebied en sluit aan bij de karakteristieke kenmerken uit de omgeving. Er wordt geen hoogbouw mogelijk gemaakt, de bouwhoogtes sluiten aan bij de mogelijkheden in de omgeving. De ontwikkeling wordt dus ingepast in de bestaande structuren en dragen bij aan de ontwikkeling van de dorpsrand. Daarnaast maakt het plangebied deel uit van het gebiedsprofiel IJsselmonde. Daarin valt het gebied aanvullend binnen ‘Kwaliteit in dorpsgebied – Rhoon’. Voor Rhoon zijn de volgende relevante ambities opgenomen: • Rhoon wil zich ontwikkelen tot een chic en modern dorp door een duurzaam hoogwaardige inrichting van de omgeving van het kasteel, het dorpshart met de Groene Brink en het recreatiegebied rondom de jachthaven. • Behouden en versterken van de historische dijklinten. Er is hier beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, vanwege de dichtheid van het dijklint. Bij de inpassing van (vervangende) nieuwbouw rekening houden met de huidige korrel, de nokrichting, het profiel en variatie in bebouwing. • (Nieuwe) ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied.
Hierbij worden waardevolle patronen en elementen herkenbaar opgenomen in de structuur van de ontwikkeling. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe zichtrelaties en routes. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsverbetering ter plaatse, waarbij de verouderde bebouwing die niet meer in gebruik is vervangen wordt door nieuwbouw, die enerzijds modern is en anderzijds past binnen het historische karakter van de omgeving. Er is sprake van vervangende nieuwbouw, die plaatsvindt binnen bestaand bebouwd gebied en waardoor de dichtheid van het dijklint niet toeneemt. De ontwikkeling wordt zorgvuldig ingepast bij de stedenbouwkundige structuren en bebouwingstypologieën in de omgeving. Tot slot is in het gebiedsprofiel de Dorpsdijk aangeduid als ‘Dijklint’ binnen het thema ‘Linten blijven linten’. Relevante ambities hierbij zijn:
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
17
•
Er is beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen als rekening wordt gehouden met de karakteristieken van het lint. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, het profiel, de variatie in bebouwing en de transparantie van het dijklint met zicht over de polder richtinggevend zijn. • Bij (nieuwe) ontwikkelingen wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht. De bebouwing behoudt de karakteristieke kleinschaligheid door de onderlinge afstand te respecteren of te herstellen. Routes en zichtrelaties blijven behouden of worden gerealiseerd. De ruimte achter het dijklint blijft vrij van bebouwing. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in vervangende nieuwbouw. De nieuwe bebouwing is qua schaal vergelijkbaar met de bebouwing die in de huidige situatie aanwezig is. Daarbij wordt er qua korrel, profiel en ontwerp aangesloten bij de karakteristieken van het lint en de omliggende bebouwing. Zichtlijnen richting de polder zijn in het plangebied niet van toepassing. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. • Gezondheid en veiligheid: zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder.
• Ruimte en verstedelijking: zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. • Bodem en ondergrond: zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. • Energievoorziening: bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3
Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Albrandswaard 2025 De Toekomstvisie Albrandswaard 2025 is vastgesteld op 15 april 2013. In de toekomstvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluiten bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf o’s: Ondernemen (werken), Ontspannen (recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaakt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken. Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
18
Prioriteiten bij uitvoering van de Toekomstvisie door de gemeente: 1. De gemeente staat dicht bij haar burgers en partners. 2. Geen standaard woningbouw, maar maatwerk: dorps en levensloopbestendig. 3. Bedrijvigheid: geen grote hallen, maar vernieuwing en verbetering. Nadruk op kleinschalige dienstverlening (kantoorvilla’s) en dorpse bedrijvigheid (ambachtelijkheid). 4. Van een puur agrarische productie naar ‘natuurlijk’ boeren (verbreden en duurzaam). 5. Gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties zorgen samen voor een excellente openbare ruimte. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van 47 (zorg)woningen mogelijk gemaakt, die passen binnen de toekomstvisie van de gemeente. Het gaat niet om standaard woningbouw, de ontwikkeling is toegespitst op de locatie en op verschillende doelgroepen. De ontwikkeling wordt ingepast binnen de karakteristieken van het dijklint, waarmee ook het dorpse karakter behouden blijft. Daarnaast worden er zowel koop-, sociale huur- als zorgappartementen toegevoegd, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de vraag van verschillende doelgroepen. Zo bieden de zorgappartementen bijvoorbeeld woonruimte voor de groeiende groep ouderen in de gemeente. Structuurvisie Albrandswaard De Structuurvisie Albrandswaard is op 15 april 2013 vastgesteld.
Deze structuurvisie is een uitwerking van de Toekomstvisie Albrandswaard 2025. De structuurvisie kent een kernkoers. Deze kernkoers is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie. 5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van 47 (zorg)appartementen, en past binnen het streven van Albrandswaard om haar dorpen – Rhoon in dit geval – vitaal en aantrekkelijk te houden om te wonen en werken. De bestaande bebouwing die niet meer in gebruik is wordt daarbij vervangen door nieuwbouw, waarmee een kwaliteitsverbetering ter plaatse van het plangebied wordt gerealiseerd. Daarbij wordt voorzien in een woonbehoefte van verschillende doelgroepen.
Bovendien levert het zorgwooncomplex de nodige werkgelegenheid op. De ontwikkeling past binnen de identiteit van Rhoon als aantrekkelijk woondorp, en wordt landschappelijk ingepast in de ruimtelijke kwaliteiten en uitstraling van de directe omgeving. Woonvisie Albrandswaard 2016-2025 In de woonvisie Albrandswaard 2016 – 2025 wordt gestreefd naar een kwaliteitsniveau dat gelijk of hoger is dan het huidige niveau. Daarbij wordt (voornamelijk) ingezet op verschillende doelgroepen. Significatie doelgroepen in het huisvestingsbeleid zijn: a. inwoners die met een zorgvraag langer zelfstandig moeten blijven wonen; b. startende en terugkerende jonge gezinnen; c. doorstromers vanuit sociale huurwoningen; d. oudere (senior) doorstromer naar passende woonvorm; Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
19
e. inwoners met de laagste inkomensgroepen; f. nog niet settelende bewoners tussen 18 en 30 jaar; g. particuliere initiatiefnemers. Het voorliggende particuliere initiatief voorziet in de ontwikkeling van 24 zorgwoningen, 15 koop- en 8 sociale huurappartementen. In lijn met de gemeentelijke woonvisie, wordt daarmee invulling gegeven aan een woningbehoefte van verschillende doelgroepen. Zo bieden de zorgwoningen ruimte voor huisvesting van inwoners met een zorgvraag en oudere doorstromers naar een passende woonvorm. De sociale huurappartementen komen tegemoet aan inwoners uit de laagste inkomensgroepen, terwijl de koopappartementen weer andere doelgroepen aanspreken. Met betrekking tot de zorgwoningen wordt in de woonvisie specifiek aangegeven: “extramuralisatie geeft druk op de typologie van woningen. Wij streven naar het beperken van uitplaatsing van inwoners naar zorginstellingen buiten de gemeente.” Met voorliggend initiatief wordt ingespeeld op de doelstellingen uit de woonvisie; ouderen kunnen in de gemeente blijven wonen, en er vindt doorstroming plaats op de woningmarkt. 3.4
Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
20
4
Natuur en landschap
4.1
Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.
4.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ✓ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: • de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
21
3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Albrandswaard is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).
Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de Rijksoverheid).
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
22
4.2
Onderzoek
4.2.1 Soortenbescherming De kans bestaat dat in het projectgebied beschermde planten- en/of diersoorten voorkomen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing van het complex Sonneheerdt en de Dorpsdijk 40, en vervanging daarvan door nieuwbouw. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom benodigd. Door Blom Ecologie B.V. is in dit kader een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierin is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het plangebied en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. De gehele rapportage is opgenomen in bijlage 2. Tabel 4.1 toont een overzicht van de onderzoeksresultaten; de belangrijkste conclusies worden hieronder beknopt samengevat.
Tabel 4.1: Overzicht onderzoeksresultaten quickscan Wnb (bron: Blom Ecologie B.V.).
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd naar huismussen en vleermuizen. Verder is het plangebied mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels die niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn daarnaast geen houtopstanden aanwezig, waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit de quickscan volgt zodoende dat voorafgaand aan de werkzaamheden met aanvullend onderzoek dient te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor huismussen en vleermuizen (soortenbescherming). Indien deze soorten gebruik maken van het plangebied zal door het bevoegd gezag – onder voorwaarden – een ontheffing van de verbodsbepalingen uit de Wnb moeten worden verleend. Tot slot worden er in de quickscan nog enkele in het algemeen te treffen maatregelen benoemd.
Bestemmingsplan ‘Sonneheerdt’ Toelichting – Ontwerp (16 maart 2022)
23
Naar aanleiding van de resultaten uit de quickscan, is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de volgende beschermde soorten: huismus, gierzwaluw en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). De rapportage van het onderzoek, uitgevoerd door Buijs Eco Consult, is opgenomen in bijlage 3. In het aanvullend onderzoek wordt geconcludeerd dat voor deze potentieel aanwezige soorten de aanwezigheid door middel van het uitgevoerde (jaarrond) onderzoek met zekerheid kan worden uitgesloten. Het paarverblijf van de gewone dwergvleermuis ten zuiden van het plangebied in een woning en de paarverblijven in bomen zullen door de voorgenomen ingreep niet worden aangetast (mits niet aangelicht door bouwverlichting). Door de sloopwerkzaamheden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van algemene broedvogels uit te voeren wordt invulling gegeven aan het zorgvuldig handelen principe. 4.2.2 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur, en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Er gaat met de voorgenomen ontwikkeling dan ook geen oppervlakte aan Natura 2000-, NNN- of ander natuurgebied verloren. Wel liggen er rondom het plangebied verschillende Natura 2000-gebieden.