Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
- 28 -
Lasten 3.1 Voor het onderhoud aan wegen is ongeveer € 164.000 minder begroot. Dit komt met name door de overheveling van een incidenteel budget uit 2023 naar 2024, voor € 150.000 voor de asfaltering van de S. van der Kolklaan. Verder is er geen budget meer opgenomen voor de aanpak van zwerfafval (-/- € 130.000 t.o.v. 2024). Naar verwachting komen hier gedurende het jaar 2025 gelden voor beschikbaar vanuit de Single Use Plastic-vergoeding. Daarnaast is er ca. € 100.000 minder begroot voor het onderhoud aan openbare verlichting, als gevolg van een incidentele overheveling vanuit de jaarrekening 2023 naar 2024 (€ 60.000). Ook voor verkeersveiligheid, wijkregie en de begraafplaatsen is minder budget beschikbaar (tezamen ca. -/- € 300.000), wat deels komt door het schrappen van al jaren niet gebruikte ruimte, en deels door het aflopen van tijdelijke inhuur. Vanwege het aflopen van afschrijvingen bij de verkeersinstallaties, gaat het budget met ca. € 50.000 omlaag. Tevens worden er ongeveer € 185.000 lagere lasten verwacht omtrent de energietransitie, omdat we hier vanuit het Rijk ook al gelden voor krijgen. Hierdoor is er minder budget nodig via de reguliere exploitatie. Tot slot worden er lagere lasten verwacht door een lagere doorbelasting vanuit de DBP en eigen personeelsbegroting aan dit subprogramma (ca. -/- € 100.000).
Door het opstellen van een nieuw groenbeleidsplan gaan de lasten voor het openbaar groen met ca. € 100.000 omhoog. De toename wordt gedekt door een onttrekking uit de stelpost nieuw beleid. Voor het inzamelen van huishoudelijk afval is ongeveer € 100.000 meer begroot, wat met name komt vanwege indexeringen voor lonen en prijzen. Verder is de (tijdelijke) huur van Binnenbaan 34, voor de Buitendienst, begroot. Voor 2025 is hier € 80.000 voor begroot. Om de begroting van de DCMR te kunnen blijven volgen, is ca. € 100.000 meer begroot. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 3.2 Alle mutaties zijn < € 50.000. Baten 3.1 Net als aan de lastenkant, is er geen budget meer opgenomen voor de aanpak van zwerfafval (-/- € 130.000 t.o.v. 2024). Daarnaast zijn de inkomsten vanuit de afvalstoffenheffing ca. € 70.000 lager, wat komt door het opnemen van een onttrekking vanuit de voorziening in 2024, van ca. € 94.000. Voor de verhuur van de Nijverheidsweg 3 zijn in 2025 € 230.000 meer baten opgenomen. Daarnaast nemen de baten vanuit de rioolheffing met ongeveer € 230.000 toe. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 3.2 Alle mutaties zijn < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
AW
1 Omvang huishoudelijk restafval (bron: CBS)
Aantal kilo niet-gescheiden ingezameld huishoudelijk afval per inwoner.
177,2 147,7
2022
2 Hernieuwbare elektriciteit (bron: RWS)
Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit.
21,6% 41,3%
2022
Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2024 * Klasse matig stedelijk
- 29 -
NL*
Cijfers over
Programma 4 - Financiën Inleiding en missie Programma 4 Houdbare financiën Dit programma bevat de speerpunten voor de ontwikkeling van de financiële positie en risico’s van gemeente Albrandswaard. De Planning- en Control cyclus is het instrument om zicht te houden op de voortgang van het gevoerde beleid en de financiële gezondheid van de gemeente. Wij geven niet meer uit dan we ontvangen. Onze structurele lasten zijn in evenwicht met de structurele inkomsten. Een gezonde financiële positie is nodig om de gemeentelijke voorzieningen op niveau te houden. Ons doel is de lasten voor inwoners zo laag mogelijk te houden. Daarnaast blijven we verstandig omgaan met de reserve- en schuldenposities van Albrandswaard en proberen we deze in de komende jaren te verbeteren, Zo hopen we onze toenemende risico’s op te kunnen vangen. Er wordt actief onderzoek gedaan naar aanvullende financieringsbronnen, variërend van lokale/regionale fondsen tot Europese subsidies. Wat willen we bereiken? We hebben voldoende reserves nodig die aansluiten bij de verwachtingen. De komende jaren zien we een aantal ontwikkelingen die voor Albrandswaard een financieel risico kunnen zijn. Bij het bepalen van de risicoreservepositie in de begroting houden we rekening met ontwikkelingen die reeds gestart zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een energietransitie en woningbouwontwikkelingen.
Verschillende onderdelen zijn hierbij van invloed. Sterk wisselende inkomsten vanuit het Rijk, herijking van het gemeentefonds, woningbouw, groei inwoners en lokale ruimte om inkomsten te genereren. De gemeentelijke belastingen voor inwoners en bedrijven proberen we hierbij zo laag mogelijk te houden. In de komende periode is er veel nog onzeker over de wijze van inrichten van onze bedrijfsvoering. Hoe organiseren we onze ambtelijke ondersteuning in relatie tot de te verwachten wijzigingen binnen de DBP-organisatie. We gaan dit apart zorgvuldig monitoren en de risico’s voor onze gemeente in kaart brengen en houden. In 2023 gaat de Wetswijziging Rechtmatigheidsverantwoording in. Deze wet gaat voor een grote verandering zorgen in de manier waarop het college verantwoording aflegt. 4.1 Financiën Maatschappelijk rendement Wat willen we bereiken? Het maatschappelijk rendement van de uitgaven wordt vergroot. Scherpe keuzes maken wij met betrekking tot nut en noodzaak van voorgenomen investeringen. Dit doen wij ook bij vervolgbesluiten van eerder genomen besluiten. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025
1a
Continu
Verhoogd maatschappelijk rendement en het voorkomen van onnodige (dubbele) investeringen. Meer stabiliteit, continuïteit en evenredigheid in de inkomsten vanuit het Rijk.
Binnen begroting.
1b
In het besluitvormingstraject het maatschappelijk rendement meer mee laten wegen bij de uiteindelijke beslissing. Signalerende en acterende rol richting provincie en Rijk over gemeentefonds en kansen/bedreigingen voor onze gemeente.
Continu
- 30 -
Binnen begroting.
Financiële positie Wat willen we bereiken? Bij een goede en stabiele financiële positie van de gemeente, hoort ook een actueel financieel beleid. Dit draagt bij aan een goede (financiële) afweging bij de besluitvorming. Wat gaan we doen Wanneer is het Wat is het streven Extra kosten + FTE klaar in 2025 2a
Onderzoek naar inzet en noodzaak verhogen/verlagen van reserves en voorzieningen.
Continu
Een actueel en opgeschoond overzicht van de reserves en voorzieningen op basis van aangepaste beleidsvoornemens en maatschappelijke ontwikkelingen.
Binnen begroting.
2b
Frequenter bijstellen van het financieel beleid (nota’s en verordeningen) naar aanleiding van wijzigingen in de wetgeving (jaarlijks bij wijziging wetgeving) en/of bedrijfsvoering (iedere 3 jaar).
Continu
Voldoen aan rechtmatigheid en doelmatigheid.
Binnen begroting.
Risicobeheersing Wat willen we bereiken? Een meer integrale aanpak van het kwalificeren en kwantificeren van de risico’s die een gemeente loopt en vergroting van de sturing op en beperking van deze risico’s. Wat gaan we doen 3b
Wanneer is het klaar
Een ruim voldoende financiële buffer Continu houden om alle risico’s te kunnen opvangen.
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025
Een weerstandsvermogen met een ratio van minimaal 1,5.
Binnen begroting.
Wat mag het kosten? Programma Financiën
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
4.1 - Financien
9.409
730.000
67.800
1.954.800
3.086.300
3.950.800
Totaal Lasten
9.409
730.000
67.800
1.954.800
3.086.300
3.950.800
4.1 - Financien
33.693
0
600.000
675.000
950.000
1.025.000
Totaal Baten
33.693
0
600.000
675.000
950.000
1.025.000
Saldo baten en lasten
24.284
-730.000
532.200
-1.279.800
-2.136.300
-2.925.800
Onttrekkingen
432.500
1.053.500
275.700
197.000
197.000
197.000
Stortingen
10.800
10.800
10.800
10.800
10.800
10.800
Mutaties reserves
421.700
1.042.700
264.900
186.200
186.200
186.200
Totaal programma 4
445.984
312.700
797.100
-1.093.600
-1.950.100
-2.739.600
Lasten
Baten
- 31 -
Verklaring van verschillen Verschillen programma 4 ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten 4.1 - Financien
730.000
67.800
-662.200
Totaal Lasten
730.000
67.800
-662.200
4.1 - Financien
0
600.000
600.000
Totaal Baten
0
600.000
600.000
-730.000
532.200
1.262.200
Baten
Saldo van baten en lasten
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 4.1 De afname in de lasten wordt veroorzaakt door de vrijval van diverse, eerder opgenomen stelposten. Hierdoor hebben we nu geen stelposten meer die gevormd zijn vanuit het verleden. Voor 2025 en verder staan diverse onderdelen op de stelposten, waaronder de stelpost voor de dekking van uitgaven van het nieuw beleid en stelposten voor de indexaties van materiële- en personele zaken. Vanwege het oplopende karakter van het investeringsvolume en de opgenomen indexaties, loopt het totaalsaldo van de stelposten hard op vanaf 2026. Baten 4.1 In de begroting 2025 is het toegestaan om de vrijval uit het jaar 2023 binnen het BTWCompensatiefonds (BCF), die in 2024 wordt afgerekend, voor de komende jaren als extra inkomsten uit de algemene uitkering te begroten. Voor Albrandswaard zorgt dit voor een bate van € 600.000. Kerngegevens Financiële structuur
Jaarrekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Omvang totale begroting/exploitatieomzet
€ 76.383.936
€ 73.386.800
(Begrotings)resultaat
€ 2.974.341
€ 478.200
-€ 1.130.500
Omvang algemene uitkering incl stelpost Jeugd
€ 39.764.837
€ 41.005.000
€ 42.334.900
Algemene reserve
€ 15.055.705
€ 13.394.646
€ 13.394.646
Beklemde reserves en bestemmingsreserves
€ 22.046.441
€ 24.202.441
€ 23.576.841
Weerstandscapaciteit
€ 17.974.566
€ 16.264.607
€ 16.274.607
Voorzieningen
€ 8.267.439
€ 10.920.521
€ 10.573.921
- 32 -
€ 74.041.200
Programma 5 - Educatie Inleiding en missie Programma 5 Educatie is meer dan onderwijs Onderwijs is onmisbaar voor de ontwikkeling van elk kind. Met goed onderwijs bieden wij onze kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen. Wat willen we bereiken? Het programma Educatie richt zich op het bevorderen van de ontwikkeling van alle kinderen, het bevorderen van toeleiding naar specifieke activiteiten, de doorgaande leerlijn en doorgaande zorglijn. Het maatschappelijk middenveld is een sterke partner bij het behalen van de doelstellingen. Samenwerking zien wij als een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen zijn. 5.1 Educatie Educatie Wat willen we bereiken? Ieder kind krijgt les op zijn of haar eigen niveau. De samenwerking met de partners in het onderwijs- en maatschappelijk middenveld wordt geïntensiveerd en over de gehele gemeente is sprake van een netwerk van kwalitatief goede scholen. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar
Wat is het streven
1a
Eind 2025
Een vastgesteld koersdocument. Binnen begroting.
In samenwerking met de partners in het onderwijs stellen we een koersdocument op.
- 33 -
Extra kosten + FTE in 2025
Wat mag het kosten? Programma Educatie
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
5.1 - Educatie
3.475.203
3.222.000
3.234.800
3.177.700
3.171.600
3.224.000
Totaal Lasten
3.475.203
3.222.000
3.234.800
3.177.700
3.171.600
3.224.000
5.1 - Educatie
452.469
140.200
453.400
453.400
453.400
453.400
Totaal Baten
452.469
140.200
453.400
453.400
453.400
453.400
Saldo baten en lasten
-3.022.733
-3.081.800
-2.781.400
-2.724.300
-2.718.200
-2.770.600
Onttrekkingen
28.900
16.700
16.700
16.700
16.700
16.700
Lasten
Baten
Stortingen
0
0
0
0
0
0
Mutaties reserves
28.900
16.700
16.700
16.700
16.700
16.700
-2.993.833
-3.065.100
-2.764.700
-2.707.600
-2.701.500
-2.753.900
Totaal programma 5
Verklaring van verschillen Verschillen programma 5 ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten 5.1 - Educatie
3.222.000
3.234.800
12.800
Totaal Lasten
3.222.000
3.234.800
12.800
5.1 - Educatie
140.200
453.400
313.200
Totaal Baten
140.200
453.400
313.200
-3.081.800
-2.781.400
300.400
Baten
Saldo baten en lasten
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 5.1 Voor BBS De Wegwijzer waren er in 2024 lasten begroot voor het bouwrijp maken van grond en voor de huur van een noodlokaal, samen voor € 90.000. Deze budgetten waren vanuit de jaarrekening 2023 overgeheveld naar 2024, en zullen in 2025 niet meer voorkomen. Voor de Educatieve Agenda nemen de lasten met ca. € 76.000 af, omdat in 2024 (eveneens) een overheveling van budget vanuit de jaarrekening 2023 heeft plaatsgevonden. Voor peuterwerk nemen de lasten af met ongeveer € 143.000, deels door het vrij laten vallen van budget wat niet gebruikt wordt, en deels vanwege de aansluiting met het subsidieplafond. Om aansluiting met het subsidieplafond voor 2025 te maken, zijn de lasten op de besteding van de OAB-gelden toegenomen met ongeveer € 293.000. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 5.1 De toename in de baten wordt voornamelijk verklaard doordat er in 2025 een SISAuitkering in dit programma is verwerkt, voor ca. € 309.000. Voor 2024 zijn deze baten er (nog) niet. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000.
- 34 -
Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
AW
NL*
Cijfers over
1 Absoluut verzuim Er wordt gesproken van absoluut verzuim als een leerplichtige en/of (bron: DUO/Ingrado) kwalificatieplichtige jongere niet op een school of instelling staat ingeschreven. De periodeaanduiding '2021' staat voor schooljaar '2020/2021'. Aantal per 1.000 leerlingen.
4,9
6,3
2023
2 Relatief verzuim Er is sprake van relatief verzuim als een jongere wel op een school staat (bron: DUO/Ingrado) ingeschreven, maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt. Ook veelvuldig te laat komen kan hiertoe worden gerekend. De periodeaanduiding '2021' staat voor schooljaar '2020/2021'. Aantal per 1.000 leerlingen.
19,1 27,2
2023
3 Voortijdig Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 - 23 1,6% 2,4% schoolverlaters (bron: jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. DUO/Ingrado) De periodeaanduiding '2021' staat voor schooljaar '2020/2021'.
2023
Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2024 * Klasse matig stedelijk
- 35 -
Programma 6 - Sport Inleiding en missie Programma 6 Actief en gezond Sporten en bewegen is belangrijk voor een gezond gewicht en een gezonde leefstijl. Iedereen kan daarin meedoen. Daar zorgen we onder andere voor met de regeling ‘Meedoen’. Binnen Albrandswaard is een zeer actief verenigingsleven, waardoor er voor elke inwoner een passende sport of hobby te vinden is. Hiervoor zijn gezonde en sterke verenigingen van groot belang, net als culturele initiatieven. Zij verdienen aandacht en ondersteuning van de gemeente, met wederkerigheid als uitgangspunt. Sport en cultuur hebben gedeelde belangen en zijn samen op zoek naar kansrijke lokale verbindingen. Wij trekken met elkaar op in het Akkoord van Albrandswaard. Op dit moment zijn de sterk stijgende energiekosten een grote zorg voor onze verenigingen en culturele instellingen. Wij zijn hierover in gesprek om met elkaar een aanpak te bepalen. Wat willen we bereiken? Wij koesteren onze verenigingen, zij brengen saamhorigheid en verbinding. Het is een laagdrempelige ontmoetingsplek voor veel mensen. Sport geeft individuen en groepen een gemeenschappelijke identiteit, van waaruit zij in verbinding kunnen komen met nieuwe ervaringen en andere mensen. 6.1 Sport Sport Wat willen we bereiken? Iedereen in Albrandswaard doet mee met sporten en bewegen. Het is belangrijk voor een gezond gewicht en een gezonde leefstijl. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar Continu
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025 Verenigingen vormen met elkaar Binnen begroting. een netwerkorganisatie en werken hierin effectief samen.
1a
Stimuleren in de uitvoering van het Akkoord van Albrandswaard.
1b
Actief stimuleren rookvrije accommodaties.
Continu
Alle sportaccommodaties in Albrandswaard zijn rookvrij.
Binnen begroting.
1c
Actief stimuleren ‘de gezonde kantine’.
Continu
Binnen begroting.
1d
Bewegen in de buitenruimte.
Continu
Alle sportaccommodaties doen mee me het programma ‘de gezonde kantine’. Albrandswaard investeert in
Binnen begroting.
voldoende mogelijkheden om te bewegen in de buitenruimte. 1e
Actualiseren sportbeleid.
Continu
Een geactualiseerde beleidsnotitie ‘blije gezichten’.
- 36 -
Binnen begroting.
Wat mag het kosten? Programma Sport
Realisatie 2023 Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten 6.1 - Sport
2.123.236
1.785.300
1.827.500
1.837.500
2.575.300
2.484.700
Totaal Lasten
2.123.236
1.785.300
1.827.500
1.837.500
2.575.300
2.484.700
6.1 - Sport
781.173
426.000
439.100
439.100
439.100
439.100
Totaal Baten
781.173
426.000
439.100
439.100
439.100
439.100
Saldo baten en lasten
-1.342.063
-1.359.300
-1.388.400
-1.398.400
-2.136.200
-2.045.600
Totaal programma 6
-1.342.063
-1.359.300
-1.388.400
-1.398.400
-2.136.200
-2.045.600
Baten
Verklaring van verschillen Verschillen programma 6 ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten 6.1 - Sport
1.785.300
1.827.500
42.200
Totaal Lasten
1.785.300
1.827.500
42.200
6.1 - Sport
426.000
439.100
13.100
Totaal Baten
426.000
439.100
13.100
-1.359.300
-1.388.400
-29.100
Baten
Saldo baten en lasten
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 6.1 De afschrijvingslasten voor het zwembad zijn met ongeveer € 75.000 toegenomen t.o.v. 2024, vanwege de kredieten uit het Meerjarenonderhoudsplan, welke in 2024 is aangenomen. Het betreft hierbij een bouwkundige- en een vervangingsinvestering. Het restant betreft allemaal kleinere mutaties onder de € 50.000. Baten 6.1 Alle mutaties zijn < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
1 Niet-sporters (bron: gezondheidsmonitor volwassenen, GGD'en, CBS en RIVM)
Het percentage niet-wekelijkse sporters t.o.v. bevolking van 42,5% 46,4% 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.
Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2024 * Klasse matig stedelijk
- 37 -
AW
NL*
Cijfers over 2022
Programma 7 - Sociaal Domein Inleiding en missie Programma 7 Sociaal en nabij De meeste Albrandwaarders zitten in goed in hun vel en kunnen over het algemeen hun draai goed vinden. We hebben een grote groep vrijwilligers die samen een rijk verenigingsleven mogelijk maken. Met elkaar bouwen we aan een stevige en hechte samenleving. Sommige inwoners hebben een steuntje in hun rug nodig. En dat steuntje is er. Iedereen kan meedoen binnen zijn of haar eigen mogelijkheden. In Albrandswaard staat welzijn en welbevinden van onze inwoners centraal. We zorgen ervoor dat inwoners hun weg weten te vinden naar (welzijns)activiteiten, verenigingen en noodzakelijke zorg. Iedereen hoort erbij, doet er toe, iedereen doet mee. Bijdragen aan de samenleving op je eigen manier vergroot de zingeving en geeft je een goed gevoel. We moedigen inwoners aan om bij elkaar betrokken te zijn, elkaar te respecteren en elkaar te helpen. Inwoners nemen met elkaar verantwoordelijkheid. De informele zorg door inwoners heeft grenzen, daar biedt de gemeente hulp en ondersteuning aan degenen die omzien naar hun naasten. Factoren zoals personeelstekort in de zorg, hoge inflatie en afnemende financiële draagkracht vragen van ons een extra steun in de rug. Wat willen we bereiken - Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen. - Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen.
- Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om. - Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond. - Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen. Wat doen we al - Centrum voor jeugd en gezin (CJG) o.a. opvoedondersteuning. - Wijkteams (o.a., POH GGZ, medewerker gekoppeld aan school). - Lokale preventieagenda. - Minimaregelingen (o.a. meedoen, schoolkostenregeling etc.). - Schuldhulpverlening, schuldhulpmaatjes, vroegsignalering met partners etc. - Stichting Welzijn Albrandswaard (SWA: Vraagwijzer, vrijwilligers ondersteuning. Mantelzorgondersteuning, ouderenwerk, jongerenwerk, buurtsportcoaches, wijkcentra, aanpak eenzaamheid, aanpak dementie, preventie etc.). - Overleg-/adviesorganen: Wonen, Welzijn, Zorg (WWZ), Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard (MAA). - Akkoord van Albrandswaard.
- 38 -
7.1 Maatschappelijke Ondersteuning Maatschappelijke ondersteuning Wat willen we bereiken? Iedereen krijgt mogelijkheden om mee te doen aan werk, onderwijs, activiteiten, sport en cultuur etc. om zijn/haar talenten te ontwikkelen en om plezier te hebben. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025
1b
Vergunninghouders en ontheemden Eind 2025 zo spoedig mogelijk aan betaald werk helpen. Lokale beschermd wonen projecten verbinden met onze lokale verenigingen/organisaties/winkeliers en ondernemers.
Percentage (arbeids)participatie Binnen begroting. onder nieuwkomers met 25% verhogen ten opzichte van 2022.
1d
Inwoners die op dit moment geen betaald werk kunnen doen te stimuleren om vrijwilligerswerk te doen.
Iedere inwoners heeft een nuttige tijdsbesteding die voldoening geeft. Betaald werk blijft het uitgangspunt.
Continu
Binnen begroting.
Woningen en voorzieningen Wat willen we bereiken? Woningen en voorzieningen in Albrandswaard helpen inwoners om langer veilig thuis wonen mogelijk te maken. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025
2a
De processen bij Jeugdhulp Eind 2025 onderzoeken om deze sneller en efficiënter te laten verlopen. Plan van aanpak opstellen en invoeren.
Wachttijden verkorten, snel de best passende hulp bieden.
Binnen begroting.
2b
De processen bij WMO onderzoeken Eind 2025 om deze sneller en efficiënter te laten verlopen. Plan van aanpak opstellen en invoeren.
Wachttijden verkorten, snel de best passende hulp bieden.
Binnen begroting.
2d
Concrete (prestatie)afspraken maken Continu met de woningcorporaties over wonen en zorg.
Bij nieuwbouw rekening houden Binnen begroting. met voorwaarden voor goede zorgverlening aan ouderen (geclusterd wonen).
- 39 -
7.2 Kwetsbare Groepen Kwetsbare groepen Wat willen we bereiken? In onze dorpse gemeenschap heeft iedereen oog voor elkaar en helpt elkaar. Wanneer iemand niet meer voor zichzelf kan zorgen en/of (externe) hulp nodig heeft, is die hulp goed vindbaar en bereikbaar. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar
Wat is het streven
Extra kosten + FTE in 2025 Binnen begroting.
1a
We voeren samen met onze partners Eind 2025 een campagne gericht op herkenning, bewustwording, voorlichting van dementie en evalueren die. Trainingsbijeenkomsten voor ketenpartners.
Een dementievriendelijke samenleving.
1d
We verbeteren de samenwerking tussen GGZ, wijkteam, woningbouwverenigingen en inwoners op het gebied van overlast door verward gedrag in de wijken.
Iedereen moet gelukkig en veilig Binnen begroting. kunnen wonen in Albrandswaard.
1e
Stimuleren dat Stichting Welzijn Eind 2025 Albrandswaard en de wijkteams een communicatieplan opstellen om het loket Vraagwijzer van de Stichting Welzijn Albrandswaard en de functie daarvan te optimaliseren.
2025
De vindbaarheid van hulp, ondersteuning en zorg vergroten.
- 40 -
Binnen begroting.
Wat mag het kosten? Programma Sociaal Domein
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
7.1 Maatschappelijke Ondersteuning
5.691.832
5.615.700
6.163.700
5.942.400
5.948.900
5.948.900
7.2 - Kwetsbare Groepen
1.575.840
1.667.500
829.000
829.000
829.000
829.000
7.3 - Participatie
9.364.898
8.008.200
7.653.800
7.637.100
7.648.400
7.648.400
7.4 - Jeugdzorg
6.980.665
7.957.000
8.288.700
8.293.300
8.297.300
8.297.300
858.017
1.469.100
1.406.800
1.404.300
1.403.500
1.402.800
Lasten
7.5 - Zorg & Welzijn 7.6 - Wijkteams
2.159.971
1.928.800
2.058.400
1.973.200
1.973.900
1.973.900
Totaal Lasten
26.631.224
26.646.300
26.400.400
26.079.300
26.101.000
26.100.300
7.1 Maatschappelijke Ondersteuning
4.365.342
148.000
151.400
151.400
151.400
151.400
7.2 - Kwetsbare Groepen
220.971
2.582.700
0
0
0
0
7.3 - Participatie
5.394.849
4.445.000
4.445.000
4.445.000
4.445.000
4.445.000
7.4 - Jeugdzorg
115.802
0
0
0
0
0
7.5 - Zorg & Welzijn
461.276
199.700
205.800
205.800
205.800
205.800
Baten
7.6 - Wijkteams
60.219
14.000
14.100
14.100
14.100
14.100
Totaal Baten
10.618.458
7.389.400
4.816.300
4.816.300
4.816.300
4.816.300
Saldo baten en lasten
-16.012.766
-19.256.900
-21.584.100
-21.263.000
-21.284.700
-21.284.000
Onttrekkingen
1.271.864
142.100
35.000
35.000
35.000
35.000
Stortingen
1.229.764
44.000
44.000
44.000
44.000
44.000
Mutaties reserves Totaal programma 7
42.100
98.100
-9.000
-9.000
-9.000
-9.000
-15.970.666
-19.158.800
-21.593.100
-21.272.000
-21.293.700
-21.293.000
Verklaring van verschillen Verschillen programma 7 ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning
5.615.700
6.163.700
548.000
7.2 - Kwetsbare Groepen
1.667.500
829.000
-838.500
7.3 - Participatie
8.008.200
7.653.800
-354.400
7.4 - Jeugdzorg
7.957.000
8.288.700
331.700
7.5 - Zorg & Welzijn
1.469.100
1.406.800
-62.300
7.6 - Wijkteams
1.928.800
2.058.400
129.600
Totaal Lasten
26.646.300
26.400.400
-245.900
Baten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning
148.000
151.400
3.400
7.2 - Kwetsbare Groepen
2.582.700
0
-2.582.700
7.3 - Participatie
4.445.000
4.445.000
0
199.700
205.800
6.100
7.5 - Zorg & Welzijn 7.6 - Wijkteams
14.000
14.100
100
Totaal Baten
7.389.400
4.816.300
-2.573.100
-19.256.900
-21.584.100
-2.327.200
Saldo baten en lasten
- 41 -
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Personeelslasten Als gevolg van het inrichten van onze eigen personeelsbegroting, hebben we in het Sociaal Domein vanaf 1-1-2025 de volgende teams: - Beleid & Advies Sociaal; - Wijkteam; - Poort, inkomen en participatie, en - Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Inclusief de bijbehorende teammanager gaat het om 47,40 fte. Voor deze teams hebben we € 4.487.200 voor begroot in 2025. De lasten worden middels een procentuele verdeelsleutel over de programma's verdeeld. Lasten 7.1 In 2025 wordt er ongeveer € 235.000 meer aan kosten verwacht voor de uitvoering van de WMO, en € 291.000 voor de uitvoering van de GRJR. Daarnaast wordt er, vanwege het opnieuw veranderen van de taakvelden in het Sociaal Domein, in 2025 voor ca. € 43k meer doorverdeeld aan dit subprogramma t.o.v. 2024. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.2 In 2024 hebben we ongeveer € 800.000 besteedt aan de opvang van vluchtelingen binnen de gemeente, wat geheel vergoed werd door het Rijk. Deze kosten zijn niet begroot in 2025. Daarnaast is er € 64.000 minder begroot voor de subsidies voor het Oudenwerk. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.3 In 2025 wordt er ca.
€ 233.000 minder doorbelast naar dit subprogramma voor de bijdrage van de DBP en de eigen personeelsbegroting. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.4 De kosten voor de GRJR nemen met ca. € 187.000 toe in dit subprogramma. Ook voor het CJG nemen de kosten toe t.o.v. 2024, namelijk met ca. € 60.000. Deze verhogingen hangen sterk samen met de indexeringen die over de tarieven zijn doorgevoerd, alsmede door de oplopende zorgvraag. Met deze verhogingen blijven we de begrotingen van deze aanbieders volgen. Daarnaast is de doorbelasting van de bijdrage van de DBP en de eigen personeelsbegroting met ca. € 110.000 toegenomen t.o.v. 2024. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.5 De verlaging wordt met name verklaard door de lagere doorbelasting van de bijdrage van de DBP en de eigen personeelsbegroting van ongeveer € 108.000. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.6 De toename komt met name door de nieuwe doorverdeling van de DBP en eigen personeelsbegroting naar dit subprogramma (ca. € 152.000). Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 7.1 Alle mutaties zijn < € 50.000. 7.2 In 2024 hebben we een vergoeding (specifieke uitkering) van het Rijk gekregen voor de opvang van vluchtelingen, verdeeld over twee locaties.
Voor 2025 is deze vergoeding nog niet begroot. 7.3 Geen mutaties. 7.4 Geen mutaties. 7.5 Alle mutaties zijn < € 50.000. 7.6 Alle mutaties zijn < € 50.000.
- 42 -
Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
AW
NL*
1 Banen (bron: CBS/LISA)
Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar.
596,5 836,6
Cijfers over 2023
2 Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de voor de rechter (bron: CBS) rechter is verschenen.
1%
1%
2022
3 Kinderen in uitkeringsgezinnen (bron: CBS)
Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.
3%
6%
2022
4 Netto arbeidsparticipatie (bron: CBS)
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
76,4% 73,1%
2023
5 Jeugdwerkloosheid (bron: CBS)
Percentage personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie.
6 Personen met een bijdtandsuitkering (bron: CBS)
Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak- en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inwoners.
1%
1%
2022
236,2 344,8
2023
7 Aantal reintegratievoorzieningen (bron: CBS)
Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd 106,3 191,5 van 15-64 jaar.
2023
8 Jongeren met jeugdhulp (bron: CBS)
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014).
10,1% 13,5%
2023
9 Jongeren met jeugdbescherming (bron: CBS)
Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt.
0,5% 1,1%
2023
10 Jongeren met jeugdreclassering (bron: CBS)
Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar).
0,2% 0,3%
2023
11 Wmo-cliënten met een maatwerkarr. (bron: CBS)
Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.
550
2023
700
Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2024 * Klasse matig stedelijk
Kerngegevens Sociale structuur
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Aantal inwoners
26.428
26.377
26.664
Aantal inwoners tot 20 jaar
6.168
6.185
6.174
Aantal inwoners 65 jaar en ouder
5.031
4.943
5.134
- 43 -
Niet in voorgaande programma's verantwoorde baten en lasten Inleiding Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV) gewijzigd. Een van de wijziging betreft het verantwoorden van algemene baten en lasten in de begroting en jaarrekening. Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Dus alleen de baten en lasten die betrekking hebben op het primaire proces worden in de programma’s opgenomen. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, Vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder.
1. Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit. Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat mag het kosten? Algemene Realisatie 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 dekkingsmiddelen na wijziging Lasten
3.571.695
216.800
522.800
1.008.500
1.439.000
1.712.200
Baten
48.091.117
49.144.400
50.827.400
50.801.300
52.743.800
54.704.800
Totaal baten en lasten
44.519.422
48.927.600
50.304.600
49.792.800
51.304.800
52.992.600
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
44.519.422
48.927.600
50.304.600
49.792.800
51.304.800
52.992.600
Verklaring van verschillen Verschillen algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten
216.800
522.800
306.000
Baten
49.144.400
50.827.400
1.683.000
Saldo baten en lasten
48.927.600
50.304.600
1.377.000
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.1 In de begroting van 2024 is materieel, wat over is gekomen vanuit de BAR-organisatie, ingeboekt. Naar nu blijkt kan een deel van het opgenomen bedrag weer vrijvallen, omdat de opgenomen lasten te hoog zijn gebleken. Dit heeft een positief effect van ongeveer € 27.000. Daarnaast wordt er minder rente toegerekend aan het programma, waardoor de lasten toenemen met ca. € 205.000. Verder worden er hogere uitgaven aan rente voor langlopende
- 44 -
leningen verwacht; deze lasten nemen met ongeveer € 90.000 toe t.o.v. 2024. Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000. Baten 9.1 De toename in de baten komt onder meer door hogere te verwachten dividendinkomsten (+ € 60.000). Daarnaast wordt de te ontvangen rente op het schatkistbankieren positief bijgesteld, met € 100.000, vanwege de gestegen rente op het schatkistbankieren. Verder ontvangen we meer geld vanuit het Rijk via het Gemeentefonds (+ € 1,3 mio) en nemen ook de OZB-inkomsten toe (+ € 320.000). De interne doorverdeling van personeelslasten leidt tot een nadeel van ca. € 130.000. Uitsplitsing lokale heffingen Lokale heffingen
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
338.590
297.400
346.200
340.400
345.300
350.300
Baten
7.885.183
7.954.800
8.280.100
8.654.600
8.964.200
9.298.300
Saldo lokale heffingen
7.546.593
7.657.400
7.933.900
8.314.200
8.618.900
8.948.000
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten
39.764.837
41.005.000
42.334.900
41.842.500
43.500.400
45.123.700
Saldo algemene uitkering
39.764.837
41.005.000
42.334.900
41.842.500
43.500.400
45.123.700
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Uitsplitsing algemene uitkering Algemene uitkering
Uitsplitsing dividend Dividend
Realisatie 2023
Lasten
7.597
12.200
8.400
8.400
8.400
8.400
Baten
173.738
175.500
235.500
325.500
300.500
300.500
Saldo dividend
166.141
163.300
227.100
317.100
292.100
292.100
Saldo financieringsfunctie Het saldo van de betaalde rente en de ontvangen rente wordt door middel van het renteomslagpercentage via de kapitaallasten doorberekend aan de taakvelden. Deze doorberekening is gebaseerd op de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari x het renteomslagpercentage. Het percentage wordt berekend bij het opstellen van de begroting, waarbij uitgegaan wordt van de geraamde boekwaarde van de vaste activa en de geraamde rente. Het saldo van de financieringsfunctie betreft het verschil tussen rentelasten van de geldleningen OG (verminderd met de eventueel ontvangen rente) en de doorbelaste rentelasten naar de taakvelden. Uitsplitsing saldo financieringsfunctie Financieringsfunctie
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-75.800
222.600
714.100
1.139.700
1.407.900
Lasten
245.607
Baten
267.360
9.100
109.100
109.100
109.100
109.100
Saldo financieringsfunctie
21.752
84.900
-113.500
-605.000
-1.030.600
-1.298.800
- 45 -
Ontwikkeling Algemene uitkering De verantwoorde algemene uitkering uit het Gemeentefonds is gebaseerd op de ten tijde van het opstellen van de begroting bekende informatie (meicirculaire 2024). De ontwikkeling van de algemene uitkering voor de jaren 2025 - 2028 ziet er als volgt uit: Ontwikkeling Algemene uitkering
2025
2026
2027
2028
Meicirculaire 2024
-557.100
268.500
159.400
202.700
Vrijval stelpost jeugd Totaal correcties Algemene uitkering
0 -557.100
0 268.500
0 159.400
0 202.700
AW
Cijfers over
+/+ is positief -/- is negatief
Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
1 Gemiddelde WOZ-waarde (bron: CBS)
De gemiddelde WOZ waarde van woningen in duizenden euro's.
2 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (bron: COELO)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
geen 1.030 data
2024
3 Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden (bron: COELO) meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten
geen 1.236 data
2024
Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2024 * Klasse matig stedelijk
- 46 -
431
NL* 368
2023
2. Overhead Inleiding Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden: - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toerekenen aan de desbetreffende taakvelden en programma’s; - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead; - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead, en - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead. Wat mag het kosten? Overhead
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
9.2 - Overhead
9.037.706
10.901.800
Totaal Lasten
9.037.706
10.901.800
9.2 - Overhead
71.400
Totaal Baten
71.400
Totaal baten en lasten Saldo overhead
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
11.028.500
11.020.400
11.018.600
11.018.500
11.028.500
11.020.400
11.018.600
11.018.500
32.900
394.100
390.500
390.500
383.300
32.900
394.100
390.500
390.500
383.300
-8.966.306
-10.868.900
-10.634.400
-10.629.900
-10.628.100
-10.635.200
-8.966.306
-10.868.900
-10.634.400
-10.629.900
-10.628.100
-10.635.200
Lasten
Baten
Verklaring van verschillen Verschillen overhead ten opzichte van gewijzigde begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Verschil 1e tr 2024 Begroting 2025
Lasten 9.2 - Overhead
10.901.800
11.028.500
126.700
Totaal Lasten
10.901.800
11.028.500
126.700
9.2 - Overhead
32.900
394.100
361.200
Totaal Baten
32.900
394.100
361.200
-10.868.900
-10.634.400
234.500
Baten
Saldo baten en lasten
Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.2 De hogere lasten komen voornamelijk vanwege de hogere doorbelasting van de personele lasten naar het taakveld Overhead toe. In 2025 komen alle medewerkers die in 2024 nog in de SWO met Ridderkerk zaten, over naar Albrandswaard. Met deze overgang verandert ook de feitelijk werkgever, van de gemeente Ridderkerk naar de gemeente Albrandswaard. Deze ontwikkeling leidt tot een hogere doorbelasting naar het
- 47 -
subprogramma Overhead, van ongeveer € 1 mio. Hier staat tegenover dat de doorbelasting vanuit de SWO komt te vervallen (-/- € 650.400). Ook de lasten voor bestuursondersteuning nemen af, met ca. € 77.000, vanwege personele mutaties. Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000. Baten 9.2 De hogere baten komen door het opnemen van een stelpost voor de interne doorbelasting van gewerkte uren naar projecten (+ € 132.000), en door de interne doorbelasting van personeelslasten vanuit het taakveld Overhead (+ € 228.700).
- 48 -
3. Vennootschapsbelasting (Vpb) Inleiding Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitsplitst is, wordt de eventueel af te dragen Vpbheffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat mag het kosten? Vennootschapsbelasting
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
407.324
7.800
7.100
6.900
6.900
6.900
Totaal baten en lasten
-407.324
-7.800
-7.100
-6.900
-6.900
-6.900
Totaal saldo vennootschapsbelasting
-407.324
-7.800
-7.100
-6.900
-6.900
-6.900
Verschilverklaring Er zijn geen individuele verschillen groter dan € 50.000.
- 49 -
4. Onvoorzien Inleiding In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat mag het kosten? Onvoorzien
Realisatie 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
0
75.000
75.000
75.000
75.000
75.000
Totaal baten en lasten
0
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
Saldo onvoorzien
0
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
Verschilverklaring Er zijn geen individuele verschillen groter dan € 50.000.
- 50 -
3. PARAGRAFEN
- 51 -
Paragraaf 1 - Lokale heffingen In deze paragraaf treft u informatie aan over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen. Aan de orde komt het gemeentelijke beleid een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid, en de lokale lastendruk in vergelijking met omliggende gemeenten. Algemene uitgangspunten lokale heffingen De uitwerking van de begroting 2025 vloeit voort uit de Voorjaarsnota 2025. Ten aanzien van de gemeentelijke belastingen en heffingen geldt een indexering van de (belasting)tarieven en heffingen met een percentage van 3% en/of maximaal kostendekkende tarieven. Woonlasten en tarieven belastingen en heffingen De gemeentelijke woonlasten worden bepaald door de uitgaven van burgers aan Onroerende zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. De OZB is een gemeentelijke belasting waarbij de opbrengsten in de algemene dekkingsmiddelen terecht komen en dus vrij besteedbaar zijn. Daarnaast zijn er gebonden heffingen die volledig bestemd zijn voor de uitvoering van gemeentelijke taken. De gebonden heffingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en retributies) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn (lager mag ook). Dit is inclusief de toe te rekenen compensabele BTW, mutaties in voorzieningen en toe te rekenen kosten voor overhead.
Albrandswaard kiest voor tarieven die 100% van de kosten dekken, uitgezonderd de tarieven voor lijkbezorgingsrechten. Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Albrandswaard en omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht vergelijkt de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing als zijnde de woonlasten per gemeente. Kostenonderbouwing tarieven In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de gebonden heffingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. opbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Het dekkingspercentage van het betreffende taakveld wordt hiermee weergegeven. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen.
- 52 -
Gemeentelijke belastingen
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
7.954.800
8.280.100
8.654.600
8.964.200
9.298.300
Algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelastingen Gebonden heffingen
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Afvalstoffenheffing
4.326.400
4.350.500
4.350.500
4.350.500
4.350.500
Rioolheffing
3.173.500
3.400.400
3.417.700
3.433.900
3.459.400
De geraamde opbrengsten zijn een gevolg van de tariefstelling en het aantal heffingseenheden. OZB tarieven 2025 Onroerende zaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Bij het bepalen van de opbrengst OZB voor de begrotingsjaren 2025 – 2028 wordt de opbrengstraming van 2024 gecorrigeerd met het stijgingspercentage van 3% exclusief areaaluitbreiding door nieuwbouw. OZB-tarieven 2025 Op basis van het voorgaande en door SVHW in juni/juli aangeleverde WOZwaardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2025 er als volgt uit: Onroerende zaakbelastingen
2025
2024
(als percentage van de WOZ-waarde) Eigenaren woningen
0,1006%
0,1023%
Eigenaren niet-woningen
0,3970%
0,3991%
Gebruikers niet-woningen
0,3270%
0,3325%
Afvalstoffenheffing tarieven 2025 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente Albrandswaard maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. Onderbouwing kostendekkende tarieven De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Afvalstoffenheffing Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
2.298.600
Lasten vanuit de gemeente, inclusief (omslag)rente
1.112.200
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
-226.000
Netto kosten van de activiteit
3.184.800
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
373.200
Overhead, inclusief (omslag)rente
133.300
Compensabele BTW
664.800
Totale kosten
4.356.100
Opbrengst afvalstoffenheffing
4.350.500
Dekkingspercentage
100%
- 53 -
Op basis van kostendekkendheid zien de tarieven 2025 er ten opzichte van 2024 als volgt uit: Afvalstoffenheffing
2025
2024
Eenpersoonshuishouden (vast tarief)
257,04
261,00
Tweepersoonshuishouden (vast tarief)
334,08
339,00
Meerpersoonshuishouden (vast tarief)
353,04
357,96
Variabel tarief 60 liter
1,15
1,15
Variabel tarief 30 liter
0,57
0,57
Variabel tarief container 240 liter
4,60
4,60
Rioolheffing tarieven 2025 Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. Het Programma Stedelijk Water (PSW) 2021-2025 geldt als basis bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Rioolheffing Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
1.679.834
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
-39.600
Voorziening beklemde middelen
1.093.000
Netto kosten van de activiteit
2.733.234
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
345.600
Overhead, inclusief (omslag)rente
313.800
Compensabele BTW
511.200
Totale kosten
3.903.834
Opbrengst rioolheffing
3.400.400
Dekkingspercentage
87%
Op basis van kostendekkendheid zien de tarieven 2025 er ten opzichte van 2024 als volgt uit: Rioolheffing
2025
2024
Eenpersoonshuishouden
220,50
227,04
Meerpersoonshuishouden
294,00
302,76
Lijkbezorging tarieven 2025 Lijkbezorging Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten.
- 54 -
De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Lijkbezorgingsrechten Omschrijving
2025
Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
204.900
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
274.300
Netto kosten van de activiteit
479.200
Overhead, inclusief omslagrente Totale kosten
178.200 657.400
Opbrengst lijkbezorgingsrechten
214.400
Dekkingspercentage
33%
Op basis van kostendekkendheid zien de tarieven 2025 er ten opzichte van 2024 als volgt uit: Lijkbezorging
2024
2025
Particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar
1.815
1.815
Particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar
3.620
3.620
Particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar
2.970
2.970
Begraafkosten (personen vanaf 18 jaar)
1.405
1.405
925
925
Afkoop van verplichte onderhoudskosten 1 diep (20 jaar)
Leges De algemene verhoging als gevolg van prijsindexering van de overige gemeentelijke heffingen bedraagt in beginsel 3% met dien verstande dat de opbrengst maximaal kostendekkend mogen zijn. Leges Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. De kosten en opbrengsten van de leges zijn te vinden op de volgende bladzijde.
- 55 -
Leges Hoofdstuk/Paragraaf
Kosten taakveld
Overhead BTW
Lasten
Baten
Dekking
1. Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand
49.616
23.778
73.394
45.106
61%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
353.482
115.477
468.959
442.005
94%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
68.174
36.247
104.421
105.426
101%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
4.899
431
5.330
4.062
76%
7.801
2.584
10.385
9.635
93%
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten
20.068
19.057
39.125
41.974
107%
Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal Algemene Dienstverlening
504.000
197.600
701.600
648.200
92%
Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief
Hoofdstuk/Paragraaf
Kosten taakveld
-
Overhead BTW
Lasten
Baten
Dekking
2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.3. Omgevingsvergunning
551.100
523.600
5.500 1.080.200
448.200
41%
Totaal Algemene Dienstverlening i.h.k.v. Omgevingswet
551.100
523.600
5.500 1.080.200
448.200
41%
Hoofdstuk/Paragraaf
Kosten taakveld
Overhead BTW
Lasten
Baten
Dekking
3. Diensten waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is Paragraaf 3.1 - Horeca
4.822
Paragraaf 3.2 - Gereserveerd
3.072
2.592
7.414
2.732
37%
3.072
0%
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt
3.786
678
Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
1.935
1.166
Totaal Dienstverlening Europese Richtlijn
13.600
4.400
1.068.700
725.600
4.464
470
11%
Paragraaf 3.5 - Standplaatsen Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014
KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
3.101
2.405
78%
18.100
5.600
31%
5.500 1.799.900
1.102.000
61%
-
Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting 2025 zijn de volgende bedragen voor kwijtschelding opgenomen: Kwijtschelding
2024
2025
2026
2027
2028
Afvalstoffenheffing
98.600
98.600
98.600
98.600
98.600
Rioolheffing Totaal
100.000 198.600
100.000
100.000 198.600
100.000 198.600
100.000 198.600
198.600
- 56 -
Overzicht belastingdruk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten inzichtelijk gemaakt. Omschrijving
2023
2024
2025
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut
In %
A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
€ 220,50
€ 220,50
€ 227,04
€ 6,54 3%
Afval**
€ 243,00
€ 257,04
€ 261,00
€ 3,96 2%
Totaal
€ 463,50
€ 477,54
€ 488,04
€ 10,50 2%
Rioolgebruik
€ 294,00
€ 294,00
€ 302,76
8,76 3%
Afval (tweepersoons)**
€ 315,00
€ 334,08
€ 339,00
€ 4,92 2%
Totaal
€ 609,00
€ 628,08
€ 641,76
€ 13,68 2%
Rioolgebruik
€ 294,00
€ 294,00
€ 302,76
€ 8,76 3%
Afval (meerpersoons)**
€ 333,00
€ 353,04
€ 357,96
€ 4,92 1%
Totaal
€ 627,00
€ 647,04
€ 660,72
€ 13,68 2% € 6,54 3%
B1: Tweepersoonshuishouding met een huurwoning
B2: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning
C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 520.100* Rioolgebruik
€ 220,50
€ 220,50
€ 227,04
Afval**
€ 243,00
€ 257,04
€ 261,00
€ 3,96 2%
OZB-eigendom
€ 512,77
€ 516,08
€ 532,06
€ 15,98 3%
Totaal
€ 976,27
€ 993,62
€ 1.020,10
€ 26,48 3% € 8,76 3%
D1: Tweepersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 520.100* Rioolgebruik
€ 294,00
€ 294,00
€ 302,76
Afval (tweepersoons)**
€ 315,00
€ 334,08
€ 339,00
€ 4,92 2%
OZB-eigendom
€ 512,77
€ 516,08
€ 532,06
€ 15,98 3%
€ 1.121,77
€ 1.144,16
€ 1.173,82
€ 29,66 3% € 8,76 3%
Totaal
D2: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 520.100* Rioolgebruik
€ 294,00
€ 294,00
€ 302,76
Afval (meerpersoons)**
€ 333,00
€ 353,04
€ 357,96
€ 4,92 1%
OZB-eigendom
€ 512,77
€ 516,08
€ 532,06
€ 15,98 3%
€ 1.139,77
€ 1.163,12
€ 1.192,78
€ 29,66 3%
Totaal *OZB-grondslag voor 2023 en 2024 is de gemiddelde WOZ-waarde uit Coelo. OZB 2025 uitgaande van 1,4% stijging WOZ en concept tarief 2025. ** Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak (60 ltr of 30 ltr)) á € 1,15 resp. € 0,57 of per container á € 4,60.
Albrandswaard ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2025 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2024. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Albrandswaard en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning.
- 57 -
Tarieven per gemeenten 2024 Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
OZB-tarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten*
Albrandswaard
425
294
0,1006%
513.000
1.236
Barendrecht
441
199
0,0878%
486.000
1.067
Ridderkerk
386
215
0,0903%
395.000
957
Zwijndrecht
368
322
0,0866%
389.000
1.027
Hendrik-Ido-Ambacht
410
218
0,0934%
465.000
986
* Coelo-Atlas 2024
Vergelijking woonlasten 2023 en 2024
- 58 -
Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2024) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte en de ontwikkeling van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Uit de grafiek is af te lezen dat de hoogste stijging van de woonlasten in de gemeente Dordrecht plaatsvindt, met een stijging van 17,04%. Daarentegen zijn de woonlasten in Zoetermeer als enige gemeente gedaald, met -0,84%. Albrandswaard kent een stijging van 1,95%.
- 59 -
Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 21 juni 2024. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.
De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 94% van alle geïdentificeerde risico’s. Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. De gemeente ontvangt ruim de helft van hun inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds.
De meeste gemeenten voorzien vanaf 2026 grote tekorten omdat de algemene uitkering met ingang van 2026 terugloopt. Om hier op in te spelen moet er nu al actie worden ondernomen om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen. Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden, worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht en wordt er naar andere weerstandscomponenten gekeken om de dekking te herstellen en de dienstverlening op peil te houden. Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde
- 60 -
budgetten ook komend jaar groot. De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB berekent richting 2025 landelijk opnieuw een kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet oplopend tot ruim 8%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot en met 2025 hoog blijven en ook hier wordt landelijk een kostenstijging van 1,5% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren. De uitvoering van de BUIG (Participatiewet) laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt blijkt er in veel gevallen maar beperkt aansluiting te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy.