Nota Zienswijzen BP Buijtenland van Rhoon, versie 13 dec 2022 DEF.pdf
Tekst van het document
Er is in een eerder stadium samen met reclamant besloten dat deze gebieden een gescheiden planologische procedure volgen. Reclamant is ook uitvoerig betrokken bij de procedures voor deze TOP-locaties. Hier kunnen aanbevelingen uit de recreatievisie worden opgenomen. De recreatievisie is destijds opgesteld als een verkenning van de recreatieve mogelijkheden van het Buijtenland van Rhoon. Hierbij is een doelgroepenbenadering gebruikt die gekoppeld is aan een zonering. Op deze manier is een uitwerking gemaakt van de recreatiedoelen uit het Streefbeeld. De recreatievisie is overigens geen directe vertaling van het Streefbeeld, maar eerder een inspiratiedocument voor nieuwe ontwikkelingen. In het Streefbeeld wordt echter wel een onderscheid gemaakt tussen het gebied ten noorden van de Essendijk en het gebied ten zuiden van de Essendijk. Terecht merkt reclamant op dat deze zonering onvoldoende in de regels van het bestemmingsplan is vertaald. Dit zullen we alsnog doen door aan artikel 32.3 criteria toe te voegen waarmee sturing kan worden gegeven aan deze tweedeling; ten noorden en ten zuiden van de Essendijk. Daarbij denken wij aan criteria die betrekking hebben op behoud van landschappelijke openheid, behoud van rust, en het geen inbreuk doen op grootschalige extensieve akkerbouwbedrijven. Conclusie De zienswijze is gegrond. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.
Samenvatting In de recente herziening van het omgevingsbeleid wordt meer aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid bij nieuwe ontwikkelingen. Op basis van het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng (26 september 2020) dat bij de
49
6
7
toelichting is gevoegd concludeert de gemeente dat binnen het plangebied parkeer- en verkeersmaatregelen nodig zijn om een goede bereikbaarheid te kunnen verzekeren. Deze maatregelen worden echter niet in het plan geborgd. De provincie vraagt om gezien de verwachte komst van grote aantallen bezoekers het plan op dit punt, conform artikel 6.10 d van de verordening, aan te scherpen. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1, 2 en 3. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1, 2 en 3. Samenvatting Nieuwvestiging van intensieve veehouderij is vanwege de schaal en aard van de bedrijfsvoering en de daarmee samenhangende ruimtelijke verschijningsvorm ongewenst en dient op basis van het provinciaal beleid uitgesloten te worden. Momenteel is alleen een verbod op de intensieve veehouderij in de begripsbepalingen opgenomen. De provincie verzoekt om dit ook in de regels te borgen. Beantwoording In artikel 6.18 van de provinciale verordening onder g staat vermeld dat nieuwe intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak dient te worden uitgesloten in de planregels van een bestemmingsplan. Per abuis is vergeten dit verbod op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. Het verbod op nieuwe intensieve veehouderij wordt opgenomen in de planregels. Conclusie De zienswijze is gegrond.
Het plan wordt op dit punt aangepast. Het bestemmingsplan wordt in artikel 5 (Gemengd – Zorgboerderij) en 7 (Hoogwaardige Akkernatuur) aangepast naar aanleiding van de zienswijze. Samenvatting Als laatste wil de provincie graag in gesprek met de gemeente om het aantal woonkavels waar nog woningen kunnen worden gebouwd (nu 2) beperkt te verhogen. Beantwoording Ondanks dat de raad zich al nadrukkelijk heeft uitgesproken over het aantal woningen in het plangebied staan wij open voor een gesprek met de provincie. Conclusie Dit verzoek om een gesprek is geen zienswijze en bevat derhalve geen reden tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
50
RECLAMANT 17 1
2
Samenvatting Reclamant start zijn betoog met redenen waarom volgens hem/haar de Graaf van Portland tijdens de raadsvergadering op 7 februari 2022 niet uit het ontwerpbestemmingsplan is gehaald. Het is hierbij duidelijk dat reclamant de komst van de Graaf van Portland ongewenst acht. Hierna vervolgt de reclamant met voorbeelden waarom hij/zij vindt dat de ontwikkeling misleidend is en te mooi wordt voorgesteld. Het gaat om zaken als: - Het uitgaan van schattingen en verwachting en zomaar wijzigen van de bezoekersaantallen; - De objectiviteit van de verkeerscijfers; - Er is geen milieueffectrapportage voor de horecaontwikkeling gemaakt; - De diverse activiteiten in relatie tot geluid zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt in de aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling. Bij een stiltegebied tellen andere zaken mee dan alleen de aanwezigheid van woningen. De horecaontwikkeling maakt meer geluid dan gewoon recreëren in het gebied; - De openingstijden zijn onveranderd; - Er wordt gesuggereerd dat door een verbod op versterkte muziek geen gebiedsvreemd geluid ontstaat en de alcoholvergunning in combinatie met openingstijden in de avond werken gebiedsvreemd geluid in de hand. Openingstijden tot 18u zoals in de vorm van een theehuis is passender bij het Streefbeeld; - De ondernemer kan de regels niet handhaven.
- De ontwikkeling is niet kleinschalig, maar grootschalig; - De horecaontwikkeling past niet binnen Streefbeeld; - De noordelijke entree van het gebied is passender voor deze ontwikkeling; - Het is contrasterend dat wordt geschreven dat grondbroeders rust en ruimte nodig hebben in het zuidelijke plangebied maar tegelijkertijd de horecaonderneming wordt gepromoot in dit deel en dat dit kan omdat het in een hoekpunt van het gebied is. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1 t/m 1.3, 1.5, 1.8 t/m 1.10, 1.15, 1.17 t/m 1.20. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1 t/m 1.3, 1.5, 1.8 t/m 1.10, 1.15, 1.17 t/m 1.20. Samenvatting Daarnaast heeft de reclamant enkele vragen over de Nota Inspraak en Vooroverleg item 2.1 en 2.2 (thematische beantwoording). Hieronder zijn de vragen en opmerkingen met betrekking tot de thematische beantwoording van de Graaf van Portland weergegeven. 1. Reclamant trekt een vergelijking met het restaurant Abel en vraagt waarom deze terwijl die buiten het plangebied, wel als rustpunt kan dienen en welke doelgroep daar anders wordt aangetrokken dan bij de Graaf van Portland. Uiteindelijk concludeert de reclamant dat de Graaf van Portland paradoxaal is aan de (stille) omgeving waarin het ligt. 2.
Er worden nu 42 parkeerplaatsen mogelijk gemaakt bij de Graaf van Portland, dit is bijna het minimum. Gaat de Graaf van Portland uitbreiden als de bezoekersaantallen toenemen tot boven de geschatte 600/700? 3. De reclamant stelt dat stemmen voor of tegen het ontwerpplan pas kan als er verkeersoplossende elementen worden aangeboden rondom de Koedood. 4. De reclamant stelt dat zaalverhuur niet passend is op de locatie. 5. Ook vindt de reclamant dat te veel de rand van het gebied wordt opgezocht voor wat betreft (het beperken van) verlichting. Beantwoording 1. Wij zijn het niet eens met de stelling dat de Graaf van Portland paradoxaal is aan de omgeving waarin het komt te liggen. De Graaf van Portland past immers binnen het Streefbeeld en de gestelde doelstellingen voor o.a. recreatie. De Graaf van Portland is dan ook dienend aan de bezoekers van het gebied Buijtenland van
51
3
Rhoon die een pauze in willen lassen tijdens hun bezoek. Dat Abel als rustpunt kan dienen is een constatering die reclamant zelf doet. Abel bestaat nu al en richt zich niet specifiek op bezoekers van het gebied Buijtenland van Rhoon, terwijl de Graaf van Portland dit wel zal doen. De stelling dat er een andere doelgroep wordt bediend moet wel genuanceerd worden. Er kan natuurlijk overlap zitten in de doelgroepen, maar feit blijft dat de Graaf van Portland zich voornamelijk zal richten op bezoekers van het gebied. Daar waar Abel al enige tijd bestaat en zijn bestaansrecht niet hoeft te ontlenen aan bezoekers van het gebied. 2. Het is aan de kwaliteiten van de ondernemer of deze bezoekersaantallen gehaald worden en of de initiatiefnemer dan de wens heeft het restaurant uit te breiden. Gezien de grootte van het restaurant is 42 parkeerplaatsen voldoende voor de huidige grootte van het restaurant. In de regels van het bestemmingsplan is de maximale oppervlakte voor het restaurant begrenst waardoor uitbreiden groter dan de maatvoering in strijd is met het bestemmingsplan. Indien de Graaf van Portland wil uitbreiden dienen zij een Omgevingsvergunning aan te vragen. Wij als gemeente zullen de aanvraag behandelen en beoordelen of de uitbreiding mogelijk is op deze locatie. 3.
Verkeerstechnisch past de ontwikkeling Graaf van Portland binnen de verkeerscapaciteit, zoals deze nu beschikbaar is op de Koedood. In andere woorden: er is voldoende ruimte om de extra verkeersgeneratie van de Graaf van Portland op te kunnen vangen. 4. Zie hiervoor de thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, punt 1. 5. Er zijn geen bindende regels omtrent verlichting vanuit het rijksbeleid, provinciaal beleid of gemeentelijk beleid. Wel wil de provincie lichtvervuiling op het eiland IJsselmonde tegengaan. Specifiek voor de Graaf van Portland betekent dit dat ze kunnen bijdragen door zo min mogelijk verlichting te plaatsen en de donkere gebieden donker houden, oftewel, door het plaatsen van verlichting aan de Koedoodse zijde. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van de vragen van reclamant. Met betrekking tot de zienswijzen over de Graaf van Portland wordt verwezen naar de motivering bij de thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland. Samenvatting Daarnaast heeft de reclamant enkele vragen over de Nota Inspraak en Vooroverleg item 2.1 en 2.2 (thematische beantwoording). Hieronder de vragen/opmerkingen met betrekking tot de thematische beantwoording rondom Verkeer en Parkeren. 1.
De reclamant vraagt zich af wanneer de gebiedscoöperatie iets bekend maakt over de verkeersmaatregelen in het gebied en of hier inspraak op volgt voor inwoners van het gebied? 2. De reclamant is negatief over de ontwikkeling ‘Graaf van Portland’ en vraagt zich af of deze ontwikkeling ook op deze locatie was gekomen als er geen initiatiefnemer was geweest met eigen grond en een eigen plan. 3. Reclamant geeft mee een andere locatie voor de Graaf van Portland te kiezen. Beantwoording De reclamant stelt enkele vragen over de beantwoording van de Nota Inspraak en Vooroverleg. Dit betreft geen zienswijze, maar wij zullen de vragen hieronder beantwoorden. 1. De Gebiedscoöperatie is gestart met het opstellen van een inrichtings- en beheersplan waarin de verkeersmaatregelen in het gebied worden uitgewerkt. De inwoners van het gebied worden betrokken bij het opstellen van dit inrichtingsplan. 2. Het is zo dat de initiatiefnemer zich heeft gemeld bij de gebiedscoöperatie met zijn plannen. Deze plannen zijn verwerkt in het Streefbeeld nadat wij als gemeente (college) een positieve grondhouding hebben aangenomen ten aanzien van dit initiatief. Het initiatief past immers binnen het Streefbeeld. 3. Zie hiervoor de thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, punt 1. Conclusie De zienswijze is ongegrond.
Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van de vragen van reclamant. Voor de keuze een andere locatie te kiezen voor de Graaf van Portland wordt verwezen naar de motivering bij de thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland.
52
4
Samenvatting Als laatste geeft reclamant aan dat hij heeft gehoord dat de Graaf van Portland over twee jaar wordt verkocht en vraagt zich af hoe de gemeente grip heeft op een volgende eigenaar en of de huidige borging dan voldoende is? Beantwoording Of de Graaf van Portland verkocht wordt na realisatie is ons onbekend en niet relevant. De regels in het bestemmingsplan, maar ook die van de APV gelden voor iedere eigenaar van de Graaf van Portland. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.
53
RECLAMANT 18 1
Samenvatting Reclamant vraagt om niet over te gaan tot het bouwen van de Graaf van Portland om de volgende redenen: - Het is geen kleinschalige, maar een grootschalige ontwikkeling. - Tussen het voorontwerp en ontwerp zijn 500 bezoekers ‘verdwenen’. Er is uitgegaan van niet 1200 maar 600 á 700 bezoekers op een drukke zondag. Reclamant vraagt zich af waar deze 500 bezoekers zijn gebleven. - De verkeerssituatie is lastig: de Koedood is een smalle dijk en reeds overbelast. Een extra verkeersgenererende ontwikkeling past daar niet bij. - Op drukke zondagen is het al overvol in de nabijgelegen parkeerplaats aan de Carnisse Grienden. Parkeren voor overloop kan dan niet. - De geluidsoverlast die ontstaat als gevolg van de horecaontwikkeling is ongewenst in een stiltegebied. - De ontwikkeling is een ‘oude manier van denken’ waarbij de wensen van de horecaondernemer voorgaan op natuur behoud en ontwikkeling. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.5, 1.6, 1.9, 1.11, 1.12, en 1.23. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.5, 1.6, 1.9, 1.11, 1.12, en 1.23.
54
RECLAMANT 19 1
Samenvatting Dezelfde reclamant als onder 18 heeft nog een zienswijze ingediend over de horecaontwikkeling Graaf van Portland. Ook hierin stelt de reclamant dat de ontwikkeling niet plaats moet vinden. Hiervoor worden dezelfde redenen gegeven als in de andere zienswijze, minus de argumentatie over het wijzigen van de bezoekersaantallen tussen voorontwerp en ontwerpbestemmingsplan. Kortom, de strekking van beide zienswijzen is gelijk. Beantwoording Zie de beantwoording van de zienswijze bij reclamant 18. Conclusie Zie de conclusie van de zienswijze bij reclamant 18.
55
RECLAMANT 20 1
2
3
4
5
Samenvatting Het Waterschap Hollandse Delta heeft een zienswijze ingediend over de verwachte toename van verkeersintensiteiten op de weg en stelt dat de noodzakelijk verkeersmaatregelen niet zijn geborgd in het bestemmingsplan. Hierover wil het waterschap in gesprek. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 3. Wij treden verder graag in gesprek met het Waterschap om samen te werken in het gebied. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1 en 3. Samenvatting Als wegbeheerder heeft het waterschap twijfels over de effectiviteit en realiseerbaarheid van de genoemde maatregelen in het verkeersrapport van Goudappel Coffeng en wil hierover in gesprek. Waarbij ze het standpunt van de gemeente graag horen en willen weten hoe de verkeersmaatregelen verder uitgewerkt worden. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 4. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 4. Samenvatting Het verstevigen van de bermen op de Oudeweg doet te weinig voor de verkeersveiligheid van de fietsers. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1.
Samenvatting In artikel 29, lid 1, van het ontwerpbestemmingsplan wordt gevraagd om in voldoende parkeerplaatsen te voorzien op eigen terrein. Dit lijkt haaks te staan om het parkeren zoveel mogelijk aan de rand van het plangebied te laten plaatsvinden. Ook is het onduidelijk of het uitsluitend gaat om parkeren voor bezoekers voor de activiteit die mogelijk wordt gemaakt. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 5. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 5. Samenvatting Het waterschap constateert dat de belangrijkste parkeerplekken buiten het plangebied liggen. Dit kan leiden tot parkeerproblemen en verkeersonveiligheid, als er niet voldoende parkeercapaciteit kan worden geboden. Het waterschap vraagt wat het standpunt van de gemeente hierin is en hoe dit verder wordt uitgewerkt. Beantwoording Rondom het plangebied liggen drie entreepoorten. Hier komen de belangrijkste parkeerplekken te liggen voor bezoekers aan het plangebied Buijtenland van Rhoon. De constatering van het waterschap dat de belangrijkste parkeerplekken buiten het plangebied liggen is dan ook juist. Ons standpunt is dat er voldoende parkeercapaciteit moet worden geboden ter plaatse van deze entreepoorten om de bezoekers van het plangebied op te vangen.
Met name de noordelijke entreepoort (Poort van Buijtenland) moet het merendeel van de bezoekers op gaan vangen. Hiervoor is momenteel een ontwerpvisie opgesteld. Van de andere twee poorten is de poort aan de westelijke zijde, bij de Johannapolder, al concreet, want dit betreft een bestaande ontvangstplek voor bezoekers van het gebied. Aan de andere zijde, de oostelijke zijde, bij de Koedoodhaven, is nog geen concreet plan ontwikkeld. Dit zal op termijn wel moeten gebeuren. Uiteraard willen wij het waterschap hierbij betrekken als wegbeheerder. De bezoekersstroom
56
6
7
8
9
groeit tot 2026 door, wat ons de gelegenheid biedt de ontwikkeling hier in de komende jaren nog verder uit te werken. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Het waterschap betwijfelt of de toegenomen intensiteit op de Koedood (van 1.500 naar 2.400 mvt/etmaal) op een veilige manier kan worden afgewikkeld. Er wordt in de ogen van het waterschap onvoldoende rekening gehouden met de verkeersveiligheid van fietsers. Het waterschap wil graag het standpunt van de gemeente hierin weten en vraagt om een verdere uitwerking. Beantwoording Wij zijn het eens met het Waterschap dat de verkeersveiligheid op de Koedood een probleem is dat aangepakt moet worden. Daarom stelt de Gebiedscoöperatie een inrichtingsplan op om de benodigde verkeersmaatregelen in het plangebied vorm te geven. Dit proces is gestart en loopt door tot na vaststelling van het bestemmingsplan. Het waterschap wordt betrokken bij de totstandkoming van dit inrichtingsplan. Specifiek voor de Koedood wordt gekeken naar oplossing om de verkeersveiligheid te verbeteren, onder meer in de vorm van vrij liggende fiets- en wandelpaden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.
Samenvatting In hoofdstuk 4.4 van de toelichting wordt het Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 genoemd. Deze is inmiddels vernieuwd en moet nu zijn Waterbeheerprogramma 2022 – 2027. Ook staat hier genoemd dat er een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd, maar het moet gaan om een watervergunning. Beantwoording In de toelichting van het bestemmingsplan is het Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 aangehaald. Op 10 november 2021 heeft het Waterschap een nieuw Waterbeheerprogramma vastgesteld. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. Daarnaast is in hoofdstuk 4.4 per abuis aangegeven dat een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd voor de werkzaamheden gelegen in de beschermingszone van een waterkering. Dit betreft inderdaad een watervergunning. Ook dit wordt aangepast in het bestemmingsplan. Dezelfde correcties worden ook doorgevoerd in de ruimtelijke onderbouwing voor de Graaf van Portland (bijlage 4 van het bestemmingsplan). Conclusie De zienswijze is gegrond. Het bestemmingsplan en de ruimtelijke onderbouwing worden op dit punt aangepast. Samenvatting Ook wordt in de toelichting onder hoofdstuk 4.4 vermeld dat het noodzakelijk is om de watergangen te verleggen om de bermen te kunnen verharden langs de Oudeweg. Het waterschap wil graag betrokken worden bij verdere uitwerking van deze maatregel.
Beantwoording Het Waterschap wordt conform de gebruikelijke procedures betrokken bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden wanneer er bermen verhard worden of als er watergangen verlegd gaan worden. Conclusie De zienswijzen is gegrond. Er volgen echter geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting In bijlage 4, de ruimtelijke onderbouwing Graaf van Portland, wordt gesproken over een watercompensatie van 200 m2. Deze compensatie voldoet niet aan de huidige regels voor compensatie. Het waterschap geeft aan dat het de voorkeur heeft dat initiatiefnemer met 200 m2 oppervlaktewater én een natuurspeeltuin á 80 m2 compenseert. Het waterschap wil graag het standpunt van de gemeente hierin weten en vraagt om een verdere uitwerking.
57
10
Beantwoording Voor de Graaf van Portland dient aan watercompensatie te worden gedaan voor de toename in verharding groter dan 1.500 m2. Uit de berekening blijkt dat er een watercompensatie van 200m2 benodigd is. De voorwaarde die hierbij geldt en waar het waterschap op doelt in haar zienswijze, is dat bij het graven van oppervlaktewaterlichamen geen doodlopende of afgesloten oppervlaktewaterlichaam ontstaan. De 80 m2 die gecompenseerd wordt in de Natuurspeeltuin voldoet dan ook niet aan de eisen uit de Keur. Het gaat immers op een afgesloten waterlichaam. Deze 80 m2 dient daarom elders te worden gecompenseerd. Op de locatie waar reeds 120 m2 wordt gecompenseerd wordt dit uitgebreid naar 200 m2, zodat voldaan wordt aan de Keur. Conclusie De zienswijze is gegrond. Naar aanleiding van deze zienswijze is de ruimtelijke onderbouwing zo aangepast dat de 120 m2 compensatie vergroot is tot 200 m2. Samenvatting Het waterschap vraagt om overleg voordat het bestemmingsplan definitief wordt vastgesteld. Beantwoording Wij treden graag, samen met de gebiedscoöperatie in overleg voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Conclusie Er is geen sprake van een zienswijze in de vorm van een bezwaar tegen het bestemmingsplan. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.
58
RECLAMANT 21 1
2
3
Samenvatting De Vereniging de Carnisse Grienden (VCG) heeft een zienswijze ingediend over een drietal onderwerpen. De eerste gaat over de mogelijkheid nog twee woningen te kunnen realiseren in het bestemmingsplan. Deze zijn gelegen aan de Essendijk tussen 58 en 64. De VCG stelt dat de woningen niet gerealiseerd moeten worden. De woningen passen volgens de VCG niet in het streefbeeld en het open karakter van de polders omdat woningen langs dijken verstorend werken op het landschap en het vrije uitzicht op de polder ontnemen. Daarnaast laten recent gebouwde woningen in dit gebied zien dat deze qua bouwstijl en inrichting niet in het cultuurhistorisch landschap passen. Beantwoording In het vigerende bestemmingsplan zijn een aantal woningbouwlocaties bestemd waar in totaal vijf woningen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die negen woningen mogelijk kan maken. Om dezelfde redenen als reclamant benoemt, hebben wij besloten dat deze wijzigingsbevoegdheid niet terugkeert in het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021. De nu bestemde woningen zijn nodig om de uitvoering van het Streefbeeld (mede) te financieren. Van deze woningen waren wij tot het voorontwerp van mening dat deze gerealiseerd kunnen worden op de bestemde locaties of mogelijk elders, in het geval dat landschappelijk tot een beter resultaat zou leiden.
Uiteindelijk is een amendement ingediend door de Nieuwe Albrandswaardse Partij (NAP) waarbij de drie woningen aan de naast de Vlakkenburg weg bestemd worden vanwege de ligging in stiltegebied en het feit dat deze niet passen bij de te behalen doelstellingen uit het Streefbeeld. De bouwrechten voor de twee woningen aan de Essendijk tussen nummer 58 en 64 blijven behouden onder de voorwaarden dat bouwhoogtes, bouwvolumes en afstand tot de rooilijnen gehandhaafd worden zoals in het oude bestemmingsplan. Bij het verlenen van een eventuele bouwvergunning (het bouwen van de twee woningen is immers een planologisch recht en geen plicht), zal getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan, waarmee de beeldkwaliteit geborgd wordt. Deze voorwaarde is opgenomen in artikel 16.2 onder 8 van het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Het bestemmingsplan wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting De VCG stelt dat de gevolgen van de extra toestroom van verkeer naar de Johannapolder onvoldoende belicht is in het ontwerpbestemmingsplan. Deze parkeerplaats is op mooie dagen nu al overbelast en werkt meer verkeer- en parkeeroverlast in Rhoon in de hand.
De VCG stelt dat de toevoerende en afvoerende wegen onvoldoende capaciteit hebben en de verkeersgeleiding veel beter moet worden ontwikkeld om verdere overbelasting van Dorpsdijk en Essendijk te voorkomen. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 2. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 2. Samenvatting In het Buijtenland van Rhoon wordt volop geïnvesteerd in o.a. allerlei recreatieve voorzieningen. De interactie met aangrenzende gebieden is daarbij nog onderbelicht zo stelt de VCG. Om de interactie te verbeteren moet er meer afstemming komen tussen de verschillende overheidsinstanties, aldus VCG, waarbij een integrale aanpak van deze gebieden moet worden gehanteerd. Dit geldt met name voor de grensgebieden die in de ogen van de VCG uitstekend dienen als rustplekken voor fietsers en wandelaars. Beantwoording Wij zijn als gemeente het met de reclamant eens en gaan graag de samenwerking aan met de andere overheidsinstanties om tot een integrale aanpak van deze gebieden te komen. Dit valt echter buiten de scope van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze. Conclusie Dit verzoek tot samenwerking bevat geen aanleiding tot aanpassingen aan het bestemmingsplan.
59
RECLAMANT 22 1
Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen de Graaf van Portland vanwege het feit dat: 1. De bezoekers een toename van autoverkeer op de Koedood en Achterzeedijk veroorzaken; 2. Er geluidsoverlast wordt veroorzaakt door de bezoekers in en bij de Graaf van Portland; 3. Het uitzicht op het polderlandschap wordt verstoord; 4. De rust van de bewoners aan de Gaatkensplas niet wordt gewaarborgd. Beantwoording Wij wijzen in eerste instantie op de thematische beantwoording, thema 1, Graaf van Portland, waar veel antwoorden te vinden zijn over waarom wij als gemeente vinden dat de Graaf van Portland op de aangewezen locatie willen behouden binnen dit bestemmingsplan. Verder gaan wij hieronder in op de punten die reclamant aandraagt: 1. De Graaf van Portland zorgt zeker voor een toename in autoverkeer op de Koedood en Achterzeedijk. De capaciteit van deze wegen is echter ruimvoldoende om de gehele groei aan autoverkeer die de Graaf van Portland genereert op te vangen zonder dat dit leidt tot verkeersproblemen. 2. Zie voor de thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, punt 1.9. 3. Voor de ontwikkeling Graaf van Portland is door de betrokken partijen (gebiedscoöperatie, provincie, gemeente, landschapsarchitect) veel aandacht besteed aan de inrichting van het perceel. Het doel is om de nadelige effecten op de landschappelijke belevingswaarde zo veel mogelijk te beperken.
Het perceel is daarom dusdanig ingericht dat het uitzicht op de achterliggende polder zo min mogelijk wordt geblokkeerd. 4. Er gelden beperkingen voor de Graaf van Portland die geluidsoverlast tot een minimum beperken. Deze beperkingen zitten in de openingstijden, kleinschaligheid van het etablissement, en het verbod om evenementen te mogen organiseren. Ook is de maximale grootte van het terras geregeld in het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.
60
RECLAMANT 23 1
Samenvatting De reclamant maakt bezwaar tegen de komst van de horecaontwikkeling inclusief bedrijfsactiviteiten, genaamd Graaf van Portland. Reclamant geeft aan dat de verkleining van de ontwikkeling geen effect heeft op de oorspronkelijke grootschaligheid en daarmee niet op het aantal bezoekers. De omvang wordt te groot bevonden en geeft onacceptabel gevolgen voor de omgeving, te weten: - De horecagelegenheid past niet in een stiltegebied dicht bij de grienden (Natura200-gebied). De flora en fauna wordt aangetast door de ontwikkeling. - De landschappelijke inrichting mist zijn doel vanwege de geluidsrijke omgeving. - De openingstijden staan in contrast met de (groene) aspiraties zoals in het Streefbeeld omschreven. - Het voorkomen van geluidsoverlast wordt in handen gelegd van de ondernemer, terwijl die andere belangen heeft. - Een alcoholvergunning zorgt voor meer geluidshinder. - De horeca trekt geen andere doelgroep aan dan elke andere horecagelegenheid. Men komt voor de gezelligheid en niet voor de polder. - De verkeerssituatie op de Koedood is slecht en verslechterd door de komst van de horecaontwikkeling. - De parkeeroverlast neemt toe. - Het geluidsniveau zal door snelverkeer toenemen.
Reclamant geeft aan dat de Graaf van Portland te rooskleurig wordt neergezet en alleen een negatief effect heeft op de akkernatuur en omwonenden en vraagt de gemeente het plan te heroverwegen. Verder wordt opgeroepen met de gemeente Barendrecht in gesprek te gaan om te zoeken naar een andere locatie en een kleinschaligere voorziening. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24. Reclamant geeft verder aan dat de landschappelijke inrichting zijn doel mist door de geluidsrijke omgeving. De landschappelijke inrichting dient als voornaamste doel om de ontwikkeling passend te maken binnen de omgeving. Mooie bijkomstigheid is dat daar ruimte komt voor de doelsoorten zoals die gelden voor het gebied. Dit is echter niet het doel van de landschappelijke inrichting. Dat de openingstijden in contrast staan met de (groene) aspiraties van het Streefbeeld is niet waar. Het Streefbeeld kent natuur-, landbouw- en recreatiedoelstellingen. De openingstijden van de Graaf van Portland doen geen afbreuk aan de (groene) aspiraties uit het Streefbeeld. De Graaf van Portland als geheel draagt bij aan de (recreatieve) doelstellingen uit het Streefbeeld. De openingstijden staan daar wat ons betreft los van.
Uiteindelijk vinden wij als gemeente dat de Graaf van Portland zoals nu ingepast, inclusief openingstijden passend is op deze locatie. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24. Er volgen geen aanpassingen naar aanleiding van deze zienswijze voor wat betreft de beantwoording op landschappelijke inrichting en openingstijden.
61
RECLAMANT 24 1
Samenvatting Deze zienswijze is gelijk aan die van reclamant 23, de standaard zienswijze over de Graaf van Portland en kent de volgende toevoeging: Reclamant geeft aan dat in het geval de gemeente besluit om een kleinschalige horecagelegenheid aan de Koedood te ontwikkelen de zonering van de locatie Graaf van Portland te wijzigen van zone 1 naar zone 2 (in de recreatievisie, zie bijlage 5). Zo blijft de kleinschaligheid geborgen. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24. De recreatievisie is opgesteld om te komen tot een recreatieve invulling in het gebied, passend bij de landbouwen natuurdoelstellingen. De zonering uit de recreatievisie is niet een op een vertaald in het bestemmingsplan. De zonering in de recreatievisie zal daarom niet worden aangepast naar aanleiding van deze zienswijze. Ook niet als er een kleinschalige horecagelegenheid zou komen. Er gaat geen rechtskracht uit van de recreatievisie omdat deze niet is vertaald naar het bestemmingsplan. Zie verder ook zienswijze 16, punt 4. Conclusie Zie de beantwoording bij zienswijze 23 en zienswijze 16, punt 4.
62
RECLAMANT 25 T/M 169 EN 171 T/M 243 1
Samenvatting Deze zienswijze is identiek aan die van reclamant 23, de standaard zienswijze over de Graaf van Portland. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24.
RECLAMANT 170 1
Samenvatting Deze zienswijze is identiek aan die van reclamant 23, de standaard zienswijze over de Graaf van Portland. Aanvullend hierop geeft de reclamant de gemeente mee om niet ondoordacht te handelen en de gemeente Barendrecht niet met de lasten op te zadelen van het initiatief. De reclamant herhaalt voornamelijk wat er in de standaard zienswijze ook al is geschreven. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24. Wij wegen als gemeente altijd alle aanwezige belangen af en spreken zo van een goede ruimtelijke ordening waarbij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst voor alle burgers, ook die van de gemeente Barendrecht. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.9 t/m 1.12, 1.14 en 1.24.
63
4. DE AMBTSHALVE WIJZIGINGEN 4.1
Ambtshalve wijzigingen aan de verbeelding
1
Toelichting Het bouwvlak van Essendijk 4 (de Zegenhoeve) is per abuis te klein ingetekend voor een volwaardig natuurinclusief agrarisch bedrijf. Verwerking Het bouwvlak wordt aangepast op basis van de laatste inrichtingsschets, zodat heel kadastraal perceel RHO00-C1532 en het oostelijke deel van RHO00-C-1548 bij het bouwvlak worden gevoegd. Toelichting Na de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is een overeenkomst gesloten tussen provincie en de eigenaar van het agrarisch bedrijf aan het Weegje 3 en 5. De overeenkomst houdt in dat de bestemming wijzigt van Hoogwaardige akkernatuur naar wonen. Tevens is de vorm van het bouwvlak aangepast Verwerking De verbeelding wordt conform de gesloten overeenkomst aangepast. Toelichting Aan de Lageweg 4 te Rhoon is in 2018 door het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een zogenaamde poolhouse met zwembad. Deze vergunning is nog niet verwerkt in een bestemmingsplan. Dit gebeurt alsnog. Verwerking De bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen’ worden verplaatst en vergroot en verwerkt in de verbeelding, zodat het poolhouse met zwembad binnen de woonbestemming komen te liggen.
2
3
4.2
Ambtshalve wijzigingen aan de regels
Artikel 1.35, begripsbepaling 4 Toelichting In de begripsbepaling (hoofdstuk 1 van de planregels) is per abuis een verbodsbepaling opgenomen. Het gaat om de begripsbepaling 1.35 – intensieve veehouderij. Het opnemen van een verbodsbepaling kan niet in een begripsbepaling, want dit is voorbehouden aan de regels uit de volgende hoofdstukken. Het verbod wordt opgenomen in de bestemming Hoogwaardige Akkernatuur (zie zienswijze 16, punt 6). Verwerking De begripsbepaling 1.35 intensieve veehouderij wordt aangepast. Artikel 1.52, begripsbepaling 5 Toelichting In de begripsbepaling 1.52 – verkeersaantrekkende werking staat omschreven wat met een verkeersaantrekkende werking op activiteiten wordt bedoeld. Hierbij is per abuis niet aangegeven dat met de stijging van de verkeersintensiteit het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen bedoeld. Verwerking Dit wordt toegevoegd in de begripsbepaling. Artikel 1, begripsbepaling, nieuwe begrippen 6 Toelichting In artikel 9.2, onder 6, wordt het begrip ‘een (beperkt) kwetsbare objecten’ gebruikt. Naast dat hier het enkelvoud bedoeld is, een kwetsbaar object, is ook geen definitie van deze (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. We bedoelen hiermee de (beperkt) kwetsbare objecten zoals gedefinieerd in artikel 1 van het besluit externe veiligheid inrichtingen (bevi).
64
Verwerking De begrippen ‘1.15 - beperkt kwetsbaar object’ en ‘1.41 - kwetsbaar object’ zijn alsnog toegevoegd aan artikel 1 7 Toelichting In artikel 7, hoogwaardige akkernatuur, wordt het bouwen van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen mogelijk gemaakt. Het begrip ‘kleinschalige dagrecreatieve voorziening wordt daarom gedefinieerd Verwerking. Het begrip ‘kleinschalige dagrecreatieve voorziening’ is daarom aan artikel 1, begripsbepaling toegevoegd. 8 Toelichting Het begrip ‘permanente bewoning’ was niet gedefinieerd in het bestemmingsplan, terwijl dit wel wordt gehanteerd in het begrip ‘wonen’. Verwerking Het begrip ‘permanente bewoning’ is daarom aan artikel 1, begripsbepaling toegevoegd. Artikel 3, doelstelling bestemmingsplan Toelichting 9 In artikel 3 zijn de algemene doelstellingen voor het plangebied geformuleerd. Onder 2 zijn de doelstellingen in relatie tot het Streefbeeld genoemd. Het doel in artikel 3, lid 1 onder 2, sub a ‘ervaring kunnen opdoen met het verweven van natuur, landbouw en recreatie’, lijkt alleen te gaan over het opdoen van ervaring, terwijl het verweven van natuur, landbouw en recreatie natuurlijk een doel op zich is.
Verwerking Om dit te verduidelijken, wordt het doel in artikel 3, lid 1 onder 2, sub a aangepast met een nieuwe formulering Artikel 7, Hoogwaardige akkernatuur 10 Toelichting In artikel 7.2 onder 5 zijn per abuis de maximale goot- en bouwhoogte verwisseld. Verwerking Dit wordt gecorrigeerd. 11 Toelichting Het is gebruikelijk om in een bestemmingsplan buitengebied bouwwerken geen gebouwen zijnde mogelijk te maken buiten het bouwvlak voor terreinafscheidingen, verkeersborden, lantaarnpalen en dergelijke. Dit is per abuis niet gebeurd. Dit wordt alsnog opgenomen. Verwerking In artikel 7.2 na sub 6 wordt hiervoor een regeling opgenomen en vindt doornummering plaats 12 Toelichting In de toelichting wordt op pagina 33 getoetst aan artikel 6.18 uit de provinciale omgevingsverordening. Hierin wordt in de tweede alinea onder ‘Toetsing’ gesteld dat voor nieuw op te richten agrarische bebouwing geldt dat dit alleen kan indien dit noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven. Dit is niet volledig doorgewerkt in de regels. Ook geeft de verordening aan dat er een maximum geldt voor de oppervlakte van het bouwvlak. Het oppervlak aan bouwvlak is gesteld op maximaal 2 hectare. Verwerking Artikel 7.3.1, sub a wordt hierop aangepast.
13 Toelichting Om het Streefbeeld ten uitvoer te brengen, wil de gebiedscoöperatie kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen kunnen realiseren, zoals een uitkijk- of observatiepunt. Dit is nu buiten het bouwvlak niet mogelijk. Hiervoor wordt alsnog een regeling opgenomen via een afwijkingsmogelijkheid, zodat er altijd een afweging plaats vindt, voordat hiervoor vergunning wordt verleend. Verwerking In artikel 7.3 wordt een sub 3 toegevoegd, waarin via een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels.
65
14
Toelichting In artikel 7.4, onder 1, is de aanhef als volgt: Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Hoogwaardige akkernatuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren. Sub c begint ook direct met ‘het uitvoeren van’. De aanhef en de sub c sluiten niet op elkaar aan. Verwerking ‘het uitvoeren van’ wordt daarom verwijderd uit sub c. 15 Toelichting Dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een middel om de doelstellingen uit het Streefbeeld na te streven. Een van de doelstellingen is dat de boer zijn eigen boterham moet kunnen verdienen. Hiervoor is het van belang dat ieder bedrijf over voldoende grond beschikt. Om de natuurmaatregelen te behalen is namelijk minder grond in gebruik per bedrijf waar ook inkomsten uit verworven kunnen worden. Het is daarom van belang een minimale oppervlakte te stellen per bedrijf om de economische uitvoerbaarheid van dit plan aan te kunnen tonen. Met name in het gebied ten zuiden van de Essendijk is dit relevant. De minimale oppervlakte ten behoeve van natuurinclusieve landbouw wordt daar daarom gesteld op 100 hectare per agrarisch bedrijf.
Verwerking Onder de ‘specifieke gebruiksregels’ uit artikel 7 wordt een sub toegevoegd waaruit blijkt dat de minimale oppervlakte van een agrarisch bedrijf ten zuiden van de Essendijk voor natuurinclusieve landbouw 100 hectare betreft. 15A Toelichting Dit bestemmingsplan dient de doelstellingen uit het Streefbeeld. Een van de doelstellingen is dat het gebruik van gewas bestrijdingsmiddelen wordt vermeden. Verwerking In artikel 7 van de gebruiksregels wordt in Artikel 7.4.1 “Strijdig gebruik” een sub c toegevoegd “c. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen”. En een flexibiliteit “artikel 7.4.2. Afwijkingsbevoegdheid” wordt toegevoegd: “Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor bepaalde tijd, niet zijnde meer dan drie jaar, afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.1 onder c, voor het gebruik van insecticiden zoals bij de teelt van hakvruchten of het gebruik van herbiciden of fungiciden, indien dit niet onaanvaardbaar afbreuk doet aan de natuurdoelen uit het Streefbeeld”. Artikel 9, Horeca 16 Toelichting In artikel 9.2 onder 5 zijn per abuis de maximale goot- en bouwhoogte verwisseld. Verwerking Dit wordt gecorrigeerd. 17 Toelichting In artikel 9.2, onder 6, wordt het begrip ‘een (beperkt) kwetsbare objecten’ gebruikt. Naast dat hier het enkelvoud bedoeld is, een kwetsbaar object, is ook geen definitie van deze (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen.
We bedoelen hiermee de (beperkt) kwetsbare objecten zoals gedefinieerd in artikel 1 van het besluit externe veiligheid inrichtingen (bevi). Verwerking De formulering wordt aangepast (enkelvoud). Artikel 10, Recreatie 18 Toelichting In artikel 10 lid 1 (bestemmingsomschrijving Recreatie) wordt onder 2 een verwijzing gemaakt naar artikel 9.2. Dit moest artikel 10.2 (bouwregels Recreatie) zijn. Verwerking Dit wordt gecorrigeerd. Artikel 12, Tuin 19 Toelichting
66
In de bouwregels van de bestemming Tuin, artikel 12.2, is een bouwverbod opgenomen. Desondanks kan het zijn dat er nu al bebouwing aanwezig is. Bestaande bebouwing is daarom toegestaan. Verwerking Er wordt een planregel toegevoegd waardoor bestaande bebouwing is toegestaan. Artikel 13, Verkeer 20 Toelichting In de bestemmingsomschrijving van artikel 13.1 sub g wordt ‘naastgelegen weg’ gehanteerd in de volgende regel: “ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - bomendijken' uitsluitend bestaande cultuurhistorische dijklichamen met aan weerszijden van de naastgelegen weg bomenrijen;”. Hier wordt de naast de weg gelegen bomenrijen bedoeld en niet een ‘naastgelegen weg’. Verwerking Het betreffende artikel wordt hersteld. Artikel 16, Wonen 21 Toelichting In de bouwregels behorende bij de bestemming Wonen (artikel 16.2) is een fout geslopen. Per abuis geldt de inhoudsmaat van 750 m3 ook voor aan- en uitbouw en bijgebouwen. De inhoudsmaat geldt alleen voor het hoofdgebouw. Verwerking Dit wordt gecorrigeerd. 22 Toelichting Na de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is een overeenkomst gesloten tussen provincie en de eigenaar van het agrarisch bedrijf aan het Weegje 3 en 5. De overeenkomst houdt in dat de bestemming wijzigt van Hoogwaardige akkernatuur naar wonen.
In de overeenkomst zijn tevens afspraken gemaakt over de maatvoering van de toekomstige bebouwing. Die is in artikel 16, Wonen, vastgelegd in een tabel waarin de afwijkende maatvoering is opgenomen. Verwerking Aan de tabel in artikel 16 lid 2 onder 6 wordt de afwijkende maatvoering voor het Weegje 3 en 5 toegevoegd. Artikel 17, zorgwoning 23 Toelichting In de bouwregels, artikel 17.2, wordt de term ‘woning’ gebruikt onder 2 en 3c terwijl het om een zorgwoning gaat. Verwerking Om verwarring te voorkomen en consistentie te waarborgen wijzigt ‘woning’ hier naar ‘zorgwoning’. 24 Toelichting In de gebruiksregels, artikel 17.3.2 (strijdig gebruik bij Wonen – Zorgwoning), is per abuis het woordje ‘strijdig’ vergeten in de aanhef van de regel. Verwerking Dit wordt hersteld. Artikel 20, Leiding - Leidingstrook 25 Toelichting In artikel 20.2 worden de specifieke gebruiksregel met betrekking tot de ‘Leiding – Leidingstrook’ weergegeven. Onder b wordt genoemd ‘activiteiten met een verhoogd risico’. Hier is bedoeld ‘activiteiten met een verhoogd groepsrisico’. Verwerking Artikel 20 wordt aangepast. Artikel 30, algemene bouwregels 26 Toelichting In Artikel 30 - Algemene Bouwregels staat onder 3 het volgende vermeld ‘Bouwwerken ten behoeve van beheersof nutsvoorzieningen kunnen, in afwijking van de bouwregels zoals bedoeld in het eerste lid, met een
67
omgevingsvergunning buiten het bouwvlak worden gebouwd. De omgevingsvergunning kan onder de volgende voorwaarden worden verleend:’. De verwijzing naar het eerste lid is per abuis opgenomen. Verwerking Dit wordt hersteld. Artikel 31, Activiteiten in strijd met dit bestemmingsplan 27 Toelichting In artikel 31 – Activiteiten in strijd met dit bestemmingsplan, onder 2, wordt verwezen naar het eerste lid sub b. Dit had echter sub a moeten zijn. Verwerking De fout wordt hersteld. Diverse artikelen 28 Toelichting In het ontwerpbestemmingsplan wordt in verschillende artikelen verwezen naar het beeldkwaliteitsplan (BKP). In de bestemmingen ‘Gemengd – Zorgboerderij’, ‘Hoogwaardige akkernatuur’, ‘Horeca’, ‘Wonen’ en ‘Wonen – Zorgboerderij’ is in de planregels het volgende opgenomen: ‘Nieuwe bouwwerken voldoen aan de vereisten die volgen uit het beeldkwaliteitsplan’. Deze planregel is weinig specifiek en bovendien kent het oude BKP alleen aandachtspunten en tips, geen eisen. Het beeldkwaliteitsplan is eind 2021 zodanig aangepast dat er nu een specifiekere planregel kan worden opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan ziet nu ook op zaken als situering, landschappelijke inpassing, erfbeplanting e.d. De planregel wordt aangepast. Verwerking In de betreffende artikelen wordt een nieuwe regel opgenomen
4.3
Ambtshalve wijzigingen aan de toelichting
Hoofdstuk 2 29 Toelichting In de toelichting wordt in paragraaf 2.3.2 provinciale verordening, onder het kopje ‘toetsing’, getoetst aan artikel 6.18 van de provinciale omgevingsverordening. In de eerste alinea wordt gesteld dat voor (intensieve) veeteelt alleen plaats is op basis van een omgevingsvergunning. Dit is niet correct. Voor intensieve veeteelt is überhaupt geen plaats in het bestemmingsplan. Verwerking De toelichting wordt op dit punt aangepast. Hoofdstuk 3 30 Toelichting In de toelichting van het bestemmingsplan wordt op twee plekken in hoofdstuk 3.3 van ‘entreepunten’ gesproken. Binnen de gemeente Albrandswaard wordt gesproken over Toeristische overstappunten (TOP-locaties). Deze term dekt voor het Buijtenland van Rhoon de lading beter. Het betreft immers locaties waar de bezoeker zijn auto kan laten staan om verder het Buijtenland van Rhoon in te trekken door ‘over te stappen’ op de fiets, te paard of te voet. Verwerking Paragraaf 3.3 van de toelichting wordt aangepast. 31 In de toelichting wordt in paragraaf 3.3. onder het kopje ‘bestaande situatie’ gesproken over een vijftal woonbestemmingen die zijn opgenomen. Bij de raadsbehandeling van het ontwerpbestemmingsplan op 7 februari 2021 heeft de raad dit aantal gewijzigd in twee woningen. Dit is op de verbeelding verwerkt. In de toelichting is verwezen naar genoemd raadsbesluit.
Bij vaststelling wordt deze tekst geactualiseerd naar 2 woningen. Het onderzoek naar landschappelijk beter inpasbare locaties heeft geen alternatieven opgeleverd. Ook dit wordt in de toelichting aangepast. Hoofdstuk 5
68
32
Toelichting In de toelichting wordt bij de juridische planbeschrijving onder 5.17 – Wonen Zorgwoning, gesteld dat de wijzigingsbevoegdheid om een 2e zorgwoning te realiseren is verwijderd. Dit klopt theoretisch gezien ook. Echter is de wijzigingsbevoegheid vertaald naar een afwijkingsbevoegdheid. Feitelijk is de wijzigingsbevoegdheid teruggekeerd als afwijkingsbevoegdheid onder artikel 7.3.2. van de regels. Verwerking De juridische planbeschrijving wordt hierop aangepast. 33 Toelichting Dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een middel om de doelstellingen uit het Streefbeeld na te streven. Een van de doelstellingen is dat de boer zijn eigen boterham moet kunnen verdienen. Hiervoor is het van belang dat ieder bedrijf over voldoende grond beschikt. Om de natuurmaatregelen te behalen is namelijk minder grond in gebruik per bedrijf waar ook inkomsten uit verworven kunnen worden. Het is daarom van belang een minimale oppervlakte te stellen per bedrijf om de economische uitvoerbaarheid van dit plan aan te kunnen tonen. Dit geldt met name voor de bedrijven ten zuiden van de Essendijk. De minimale oppervlakte ten behoeve van natuurinclusieve landbouw wordt daar daarom gesteld op 100 hectare per agrarisch bedrijf. Verwerking De juridische planbeschrijving onder 5.7 - Artikel 7; Hoogwaardige akkernatuur wordt hierop aangepast.
H6.1 - Economische uitvoerbaarheid 34 Toelichting De tekst voor economische uitvoerbaarheid (H6.1) kan met de huidige kennis een stuk concreter worden geformuleerd. Samen met de gebiedscoöperatie is gekeken naar een nieuwe formulering waaruit beter blijkt hoe de agrariër zijn inkomen genereert en welke rol dit plan heeft in de overgang naar natuurinclusieve landbouw binnen Nederland en Europa. Daaruit komt ook het experimentele karakter beter naar voren. Ook bleek uit de oude formulering onvoldoende wat er gebeurt als er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de doelen uit het streefbeeld te behalen. Dit wordt in de nieuwe formulering beter benadrukt, ondanks dat er nog steeds onzekerheden bestaan. Garanties kunnen niet worden gegeven. Verwerking Er is een nieuw tekstvoorstel gedaan die de gehele paragraaf voor de economische uitvoerbaarheid vervangt. Bijlage 1 35 Toelichting Bijlage 1 van de toelichting bevat de m.e.r.-beoordeling. Per abuis is deze op pagina 16 niet aangepast naar aanleiding van de wijziging in bezoekersaantallen op een piekzondag bij de Graaf van Portland toen dit in het ontwerpbestemmingsplan is doorgevoerd. Verwerking Deze wijziging van 1.200 naar 600 á 700 bezoekers op een drukke zondag wordt nu alsnog doorgevoerd.
Bijlage 4 36 Toelichting Bijlage 4 van de toelichting bevat op pagina 28 de volgende zinsnede: ‘De ontwikkeling ligt enigszins van de dijk af en is relatief groot. Toch draagt de ontwikkeling bij aan een eigen en sterke identiteit van het Buijtenland van Rhoon.’ Deze zinsnede rijmt niet met de verkleining die we hebben doorgevoerd naar aanleiding van het voorontwerp. Verwerking De zinsnede ‘relatief groot’ wordt hersteld, zodat de relatie met de openheid en zichtbaarheid van de polder en de identiteit en kennisverspreiding over de polder meer naar voren komen in de tekst. Bijlage 6, beleidsregel Beeldkwaliteitsplan 37 Toelichting Voor de compleetheid hebben wij de beleidsregel ‘Beeldkwaliteitsplan’ (BKP) toegevoegd als bijlage 6 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Het Beeldkwaliteitsplan is een beleidsregel en maakt als zodanig geen onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders zijn het
69
bevoegd gezag voor het vaststellen of wijzigen van de beleidsregel. Door de beleidsregel op te nemen in het bestemmingsplan, wordt daarmee automatisch de raad bevoegd gezag, mocht er in de toekomst een wijziging van deze beleidsregel aan de orde zijn. Dat is niet de bedoeling. Het beeldkwaliteitsplan wordt daarom verwijderd uit het vast te stellen bestemmingsplan. Verwerking Het beeldkwaliteitsplan, Bijlage 6 van de toelichting, wordt verwijderd.
70
5. WIJZIGING VAN HET BESTEMMINGSPLAN In dit hoofdstuk worden de letterlijke wijzigingsvoorstellen beschreven naar aanleiding van de gegrond verklaarde zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. De wijzigingen worden gerangschikt naar wijzigingen op de verbeelding, wijzigingen in de regels en wijzigingen in de toelichting van het bestemmingsplan. De gewijzigde teksten zijn cursief en tussen ‘aanhalingsteken’ weergegeven.
5.1
Verbeelding Wijziging
1. In de legenda van de verbeelding en op de verbeelding zelf wijzigen de aanduidingen ‘specifieke vorm van sport – skydive’ in ‘specifieke vorm van recreatie – skydive’.
N.a.v. zienswijze (zw) of ambtshalve wijziging (aw) Zw 6, punt 3
Situatie bij ontwerp:
Situatie bij vaststelling:
71
2. Ter plaatste van Essendijk 9 wijzigt de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ inclusief bouwvlak naar ‘Wonen’ met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering’.
Zw 9, punt 3
Situatie bij ontwerp:
Situatie bij vaststelling:
72
3. Ter plaatste van het Weegje 3 en 5 wordt de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ inclusief bouwvlak gewijzigd naar ‘Wonen’ voor de kadastrale percelen 1729 en 1245. Ook de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering’ wordt opgenomen. De aanduiding voor ‘cultuurhistorische waarden’ blijft behouden.
Aw 2
Situatie bij ontwerp:
Situatie bij vaststelling:
73
4. Het bouwvlak van Essendijk 4 (De Zegenhoeve) wordt vergroot, zodat heel kadastraal perceel RHO00-C-1532 en het oostelijke deel van RHO00-C-1548 bij het bouwvlak worden gevoegd.
Aw 1
Situatie bij ontwerp:
Situatie bij vaststelling:
74
5. Het bouwvlak van Lageweg 4 wordt vergroot, zodat de verleende vergunning voor het poolhouse en zwembad in het bestemmingsplan is verwerkt.
Aw 3
Situatie bij ontwerp:
Situatie bij vaststelling:
75
5.2
Regels
Hoofdstuk
N.a.v. thematische beantwoording (Tb), zienswijze (Zw), of ambtshalve wijziging (Aw)
Hoofdstuk 1 1.
2.
3.
4.
5.
6.
De begrippen ‘1.15 - beperkt kwetsbaar object’ en ‘1.41 - kwetsbaar object’ zijn als volgt toegevoegd aan artikel 1: - 1.15 - Beperkt kwetsbaar object: ‘een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een richtwaarde is bepaald voor het plaatsgebonden risico, waar rekening mee gehouden moet worden. In artikel 1 lid 1 onder b van het Bevi wordt een opsomming gegeven van objecten die onder deze definitie vallen.’ - 1.41 - Kwetsbaar object: ‘Een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde is bepaald voor het plaatsgebonden risico, die in acht genomen moet worden. In artikel 1 lid 1 onder l van het Bevi wordt een opsomming gegeven van objecten die onder deze definitie vallen.’ De overige nummers in de begripsbepaling worden doorgenummerd. In de begripsbepaling wordt het begrip ‘1.29 - evenement’ als volgt toegevoegd: ‘1.29 – evenement Een evenement is een voor publiek toegankelijk en/of besloten georganiseerde activiteit die gedurende een periode van één dag meer dan 50 bezoekers trekt. Zaalverhuur ten behoeve van de exploitatie van een horecavoorziening wordt niet gezien als evenement.’ De overige nummers in de begripsbepaling worden doorgenummerd.
De begripsbepaling 1.35 is als volgt aangepast: 1.35 intensieve veehouderij het houden van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en geheel of nagenoeg geheel zonder weidegang, waarbij het houden van deze dieren niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel. Daarnaast is het houden van dieren voor melk of melkproducten niet toegestaan in gevallen waarbij het houden niet grondgebonden is. In de begripsbepaling wordt het begrip ‘kleinschalige dagrecreatieve voorziening’ als volgt toegevoegd: 1.39 kleinschalige dagrecreatieve voorziening Een kleinschalige voorziening die ten dienste staat van extensieve dagrecreatie, zoals een uitkijktoren, informatie voorziening, schuilgelegenheid of anderszins die bijdraagt aan de beleving van het Buijtenland van Rhoon. In de begripsbepaling wordt het begrip ‘permanente bewoning’ als volgt toegevoegd: ‘1.50 permanente bewoning Gebruik van een ruimte als hoofdverblijf.’ De overige nummers in de begripsbepaling worden doorgenummerd. Begripsbepaling 1.51 uitwerking Streefbeeld wordt verwijderd uit de regels. De overige nummers in de begripsbepaling worden hernummerd.
Aw 6
Tb 1.13
Aw 4
Aw 7
Aw, 8
Zw 16, punt 2
76
7.
Begripsbepaling 1.52 – verkeersaantrekkende werking, luidt na de aanpassing als volgt: ‘het aantrekken van (nieuwe) bezoekers ter plaatse van de activiteit met als gevolg een stijging van de gemotoriseerde verkeersintensiteit op het plaatselijke wegennet en een grotere vraag naar parkeerplekken.’ Hoofdstuk 2 Artikel 3.1 onder 2, sub a wijzigt naar: ‘(ervaring kunnen opdoen met) het verweven van 8. natuur, landbouw en recreatie’. Hoofdstuk 3 9. In de bouwregels van artikel 5 Gemengd – Zorgboerderij, wordt onder sub 6 de regel: ‘Nieuwe bouwwerken voldoen aan de vereisten die volgen uit het beeldkwaliteitsplan’ vervangen door ‘Nieuwe gebouwen dienen te passen binnen het poldergebied en dienen de beleving daarvan in stand te houden en te versterken. Hiertoe geldt dat nieuwe gebouwen voldoen aan de vereisten uit het Beeldkwaliteitsplan voor de van toepassing zijnde typologieën, ten aanzien van positie en oriëntatie, kap en bouwhoogte, materiaal en kleurgebruik en organisatie van de kavel’. 10. In de specifieke gebruiksregel van artikel 5 Gemengd – Zorgboerderij, wordt een nieuw lid en sub toegevoegd, luidend: ‘5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1. Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor intensieve veehouderij.’ 11.
In artikel 7, Hoogwaardige Akkernatuur, wordt in lid 1 onder h toegevoegd, het artikel 32.4 12. In artikel 7 Hoogwaardige Akkernatuur wordt in lid 1 de twee aanduidingen ‘specifieke vorm van sport – skydive’ gewijzigd in ‘specifieke vorm van recreatie – skydive’. 13. In artikel 7 ‘Hoogwaardige akkernatuur wordt in de bouwregels onder lid 2, sub 5 als volgt gewijzigd: ‘In afwijking van het bepaalde onder 2 bedraagt de bouw- en goothoogte van nieuwe bijgebouwen maximaal 6 m respectievelijk 3 m, met uitzondering van een hooiberg, schuurberg of kapberg waarvan de maximale hoogte 8 meter bedraagt’. 14. In artikel 7 ‘Hoogwaardige akkernatuur’ worden in de bouwregels 7.2 na sub 6, een nieuw sub 7 opgenomen (de overige nummers worden doorgenummerd) dat luidt als volgt:
Aw 5
Aw 9
Aw 28
Zw 16, punt 6
Zw 16, punt 2 Zw 6 punt 3 Aw 10
Aw 11
In afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 zijn buiten het bouwvlak toegestaan: a. erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van ten hoogste 1,5 m; b. gebouwen, uitsluitend ten behoeve van nutsvoorziening en met een oppervlakte van ten hoogste 50 m2 per gebouw; c. bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting; d. overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 15.
In artikel 7 ‘Hoogwaardige akkernatuur’ worden in de bouwregels (7.2 onder 7) en in Afwijken Aw 25 van de bouwregels (7.3.1 onder b en onder 7.3.2. onder a) de regel: ‘Nieuwe bouwwerken voldoen aan de vereisten die volgen uit het beeldkwaliteitsplan’ vervangen door ‘Nieuwe gebouwen dienen te passen binnen het poldergebied en dienen de beleving daarvan in stand te houden en te versterken. Hiertoe geldt dat nieuwe gebouwen voldoen aan de vereisten uit het Beeldkwaliteitsplan voor de van toepassing zijnde typologieën, ten aanzien van positie en oriëntatie, kap en bouwhoogte, materiaal en kleurgebruik en organisatie van de kavel’.
77
16.
17.
Artikel 7’ ‘Hoogwaardige akkernatuur’ wordt in lid 3, Afwijken van de bouwregels onder 1, sub Aw 10 a als volgt gewijzigd: a. De nieuwe bebouwing noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering en de
realisatie of beheer van de bestemming Hoogwaardige akkernatuur ten behoeve van de bedrijfsvoering van een volwaardig extensief agrarisch bedrijf; In dezelfde bepaling onder 7.3.1. wordt een sub c toegevoegd: c. Het bouwvlak na overschrijding maximaal 2 hectare bedraagt; De overige subnummers worden doorgenummerd. In artikel 7 lid 3 wordt een nieuwe sublid toegevoegd, luidend: Aw 13 7.3.3 Realiseren kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2 onder 1 en 2 voor het bouwen van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen met dien verstande dat: a. Dergelijke voorzieningen buiten het bouwvlak gerealiseerd mogen worden b. Het oppervlak van de voorziening niet meer bedraagt dan 60 m2 en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 meter c. De voorziening wordt ingepast in het landschap in ieder geval door gebruik te maken van gebiedseigen materialen d. De voorziening geen hinder oplevert voor het verkeer en de verkeersveiligheid niet in het geding is e. Ten behoeve van de beoordeling van het bepaalde onder c wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de Gebiedscoöperatie. f.