CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen BP Buijtenland van Rhoon, versie 13 dec 2022 DEF.pdf

Gemeenteraad AW 3 april 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”33.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Omdat het bestemmingsplan zelf los staat van de procedure van realisatie ervan, wordt de procedure zoals beschreven in het ontwerpbestemmingsplan niet aangepast. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

27

RECLAMANT 4 1

2

3

Samenvatting Reclamant bezit een perceel in de gemeente Rhoon, sectie C, nummer 1361, inclusief woning aan de Essendijk 54a en constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ met dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ op zijn perceel is gelegd. Reclamant meldt dat dit perceel in gebruik is als tuin. Het omvormen naar hoogwaardige akkernatuur van deze tuin van ca. 6.000 m² met diverse sloten, afrastering en bebouwing, mede door toenemende regelgeving in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is daardoor weinig doelmatig, zo stelt de reclamant. Vanwege de vorm van het perceel zal het effectief te betelen oppervlak nauwelijks toenemen. Beantwoording Het gebruik van dit perceel als Tuinbestemming is in strijd met het ontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 en ook met het huidige bestemmingsplan Buytenland. In het bestemmingsplan Buytenland zijn de gronden bestemd als ‘Natuur – uit te werken’. De gronden worden nu bestemd als Hoogwaardige akkernatuur en dienen bij te dragen aan de bestemmingsomschrijving, zoals geformuleerd in artikel 7.1 van het ontwerpbestemmingsplan. De gebiedscoöperatie gaat graag in gesprek met reclamant om te verkennen hoe bijgedragen kan worden aan de realisatie van natuur- en landbouwdoelen in het gebied. Dat geldt ook voor andere particulieren die in een vergelijkbare situatie verkeren.

Particulieren kunnen geen lid worden van de coöperatie. Zij kunnen zich wel aansluiten bij een (belangen)vereniging die lid is van de coöperatie en via die weg hun stem laten horen en een bijdrage leveren. In onderhavig geval is het niet per se nodig de gehele tuin om te vormen, maar er zijn manieren te vinden om toch een bijdrage te kunnen leveren aan het Streefbeeld. Het gaat daarbij niet alleen om het te betelen oppervlak (landbouwdoelstellingen), maar ook om het behalen van natuurdoelen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Om uitvoering te geven aan de te telen soorten zoals genoemd in het bestemmingsplan is een intensieve bewerking van het perceel nodig inclusief bespuitingen. Op basis van de maximale planologische mogelijkheden is de afstand van minder dan 10 meter tussen de woning van reclamant en de agrarische gronden in strijd met goede ruimtelijke ordening en de waarborging van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse. Beantwoording Uit jurisprudentie blijkt dat een richtafstand moet worden aangehouden tussen agrarische bedrijvigheid met mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en gevoelige functies als bijvoorbeeld wonen. Deze richtafstand is afhankelijk van de teelt.

In het Streefbeeld is opgenomen dat het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een van de doelen is. Hiermee wordt de flora en fauna versterkt. Het uiteindelijk doel is zonder gewasbeschermingsmiddelen te werken. Binnen de aan te leggen natuurmaatregelen (40%) wordt geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Onder de randvoorwaarde dat de natuurdoelen worden gehaald blijft op de productiegronden (60%) beperkt gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan. Omdat reclamant het merendeel van de gronden in bezit heeft rondom zijn woonperceel is het niet aannemelijk dat hij/zij zijn eigen woonen leefklimaat aan zal tasten. Aan de oostzijde van het perceel is het land mogelijk niet in bezit van reclamant. In het Streefbeeld Plus is deze zone aangeduid als flora-akker. Op flora akkers worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Het gebruik als flora akker zal de komende jaren ook niet wijzigen. Op basis van het voorgaande stellen wij dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op de woonbestemming van reclamant. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting De reclamant stelt dat zijn/haar woongenot wordt aangetast door de toevoeging van fiets- ruiter en voetpaden, direct achter de woning.

28

4

Beantwoording In het bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om nieuwe routestructuren aan te leggen (wandel, fiets- en ruiterpaden). Ook is in het bestemmingsplan aangegeven dat de gebiedscoöperatie werkt aan een inrichtingsplan, waarin onder meer nieuwe wandel, fiets en ruiterpaden worden voorgesteld. Dit inrichtingsplan wordt in overleg met bewoners en andere belanghebbenden opgesteld. Graag betrekt de gebiedscoöperatie reclamant in dat overleg. Door dit overleg kan in samenspraak met alle belanghebbenden het optimum worden bereikt tussen het bieden van een gevarieerde routestructuur, verkeersveiligheid en het respecteren van de privacy van bewoners en andere belanghebbenden. Ook op basis van het huidige bestemmingsplan Buytenland is het reeds mogelijk om paden te realiseren in het gebied. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Aan de Essendijk 54 is een stuk ‘Natuur – uit te werken’ uit het vigerende bestemmingsplan omgezet naar ‘Wonen’ in het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant stelt dat op basis van een concept verbeelding van 21 april 2021 bij zijn perceel, gemeente Rhoon, sectie C, nummer 1361, ook sprake was van het geheel bestemmen als ‘Wonen’.

Daarom zou in het kader van de gelijke behandeling van gelijke gevallen, de tuin van reclamant die nu is bestemd als Hoogwaardige Akkernatuur, evenals die van nummer 54 de bestemming ‘Wonen’ met ‘Waarde archeologie 1’ moeten hebben. Beantwoording Reclamant heeft gelijk dat in een eerdere concept bestemmingsplan zijn bestemming ‘Wonen’ vergroot was tot het gehele perceel gemeente Rhoon, sectie C, nummer 1361. Dit betrof echter een interpretatiefout bij het opstellen van de verbeelding waarbij per abuis een te grote woonbestemming was ingetekend. Bij het voorontwerp is deze fout hersteld. Reclamant kan dan ook geen rechten ontlenen aan deze fout in het concept. De woonbestemming aan de Essendijk 54 is vergroot op basis van een private overeenkomst. Er is dan ook geen sprake van een vergelijkbaar geval. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

29

RECLAMANT 5 1

Samenvatting Reclamant is tegen de komst van de Graaf van Portland. In de commissievergadering van 24 januari 2022 is niet of nauwelijks tegemoetgekomen aan de door reclamant ingediende bezwaren. De verkleining van de schaalgrootte van de Graaf van Portland is te minimaal en heeft geen effect op het aantal bezoekers. De reclamant stelt dat de Graaf van Portland verder op drie punten te kort schiet: Verkeersdruk Met name de verkeersdruk rondom deze ontwikkeling baart zorgen. De ontsluiting van de ontwikkeling is onvoldoende geregeld zo stelt de reclamant waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Ook is het aantal parkeerplaatsen te klein waardoor er parkeeroverlast op de Koedood ontstaat. Stiltegebied De voorziening ligt in een stiltegebied. De geplande alcoholvergunning, openingstijden tot 22uur zomers, het restaurant en de feestzaal passen niet op deze locatie. Vanwege de ligging aan de grens van de gemeente zal er beperkt worden gehandhaafd is de verwachting van reclamant. Struinpaden Reclamant stelt dat de mogelijke aanleg van struinpaden vanaf de Graaf van Portland tot aan de Molenpolderse Zeedijk, achter de woningen aan de Koedood 23-27, zeer onwenselijk is voor deze bewoners en stelt dat er in het bestemmingsplan een minimale afstand van 500 meter tussen de achtertuinen en mogelijke publieke paden zou moeten worden opgenomen.

De reclamant vraagt de gemeente deze horecaontwikkeling aan de Koedood geheel te staken en samen met de gemeente Barendrecht te werken aan een integraal plan voor ontwikkeling van de Koedoodhaven als entreepunt voor Het Buijtenland van Rhoon. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.9 t/m 1.12. Voor de aanleg van onder andere struinpaden is de gebiedscoöperatie gestart met het opstellen van een inrichtingsplan waarin aandacht besteed wordt aan verkeers- en parkeermaatregelen in zijn algemeenheid en de aanleg van fiets-, wandelen ruiterpaden in het bijzonder. Voordat dit inrichtingsplan wordt uitgevoerd, wordt dit besproken met omwonenden en andere belanghebbenden en geïnteresseerden en het waterschap. Reclamant wordt betrokken bij de aanleg van de struinpaden achter zijn huis. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1 en 1.9 t/m 1.12. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van het bezwaar over de struinpaden.

30

RECLAMANT 6 1

2

3

4

Samenvatting In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat de aanduiding openheid is opgenomen voor de woningen aan de Lageweg 3/5/7. Reclamant heeft na overleg met de gemeente bevestigd gekregen dat er alleen een overeenkomst is met de eigenaar van de Lageweg 3 en vraagt dit aan te passen in het bestemmingsplan. Beantwoording In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan staat in de juridische planbeschrijving per artikel een toelichting omschreven. Per abuis is in de juridische planbeschrijving omschreven dat de aanduiding ‘specifieke vorm Wonen – openheid’ bij de adressen Lageweg 3, 5 en 7 hoort. Deze aanduiding is opgenomen naar aanleiding van een overeenkomst die de eigenaar van de gronden heeft gesloten met de provincie. Hierin zijn afspraken gemaakt over de inrichting. De overeenkomst is alleen gesloten met de gronden behorende bij Lageweg 3. De toelichting zal worden aangepast, zodat Lageweg 5 en 7 niet langer genoemd worden in de volgende zinsnede: ‘In deze bestemming komt ook de aanduiding 'specifiek vorm van Wonen - openheid' voor ter hoogte van de woningen aan de Lageweg 3.’ Conclusie De zienswijze is gegrond. In de juridische planbeschrijving bij het artikel Wonen worden de adressen Lageweg 5 en 7 verwijderd uit de zinsnede.

Samenvatting Daarnaast vindt de reclamant het vreemd dat er een aparte aanduiding is opgenomen voor Skydive en vraagt zich af wat je met deze locatie kan als de vereniging besluit elders te gaan springen. Beantwoording In het ontwerpbestemmingsplan is de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – Skydive’ opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen om duidelijk te maken dat de activiteit Skydive hier mede passend is. De aanduiding is noodzakelijk om het springen mogelijk te maken. Als Skydive besluit elders te gaan springen, wordt bezien of de aanduiding kan worden verwijderd. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant stelt dat Skydive geen extensieve recreatie is, maar sport. Reclamant refereert aan de coronaperiode waarin is onderzocht hoe Skydive weer mogelijk kon worden gemaakt als sport. Vervolgens stelt reclamant dat sport niet is toegelaten in dit gebied door de provincie en dus nu ook niet moet worden toegestaan. Beantwoording Dit onderwerp is in de Nota Inspraak en Vooroverleg ook naar voren gekomen. Uit jurisprudentie blijkt dat het parachute springen onder extensieve dagrecreatie kan worden geschaard, zie hiervoor uitspraak: ECLI:NL:RVS:2015:824 van de Raad van State. Skydive wordt daarom behandeld als extensieve (dag)recreatie en niet als sport.

Overigens is per abuis de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – Skydive’ weergegeven in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Dit zal worden hersteld naar ‘specifieke vorm van recreatie – Skydive’. Conclusie De zienswijze is deels gegrond. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt de aanduiding in de regels en de verbeelding aangepast. Samenvatting Ook geeft Skydive geluids- en milieuoverlast. Het gebied is natuurcompensatie voor de 2e Maasvlakte. Het rijmt volgens reclamant niet dat er minder gevlogen moet worden in de huidige tijd en het feit dat er natuurcompensatie wordt gerealiseerd in het gebied. Het landen zorgt namelijk voor geluidsoverlast en het vliegen + ophalen van de

31

parachutisten zorgt voor extra milieubelasting. Ook komen de parachutisten vaak naast de zone terecht. Reclamant stelt hierop dat parachutespringen niet passend is binnen het gebied. Beantwoording Binnen het Streefbeeld is het skydiven opgenomen als aparte activiteit die is toegestaan. Daarmee is de activiteit passend binnen het gebied. Om de overlast te beperken is besloten de landingslocatie van de skydivers te verplaatsen van het zuidelijke deel van het plangebied naar het noordelijke deel. Hier zijn op de verbeelding enkele plaatsen opgenomen waar de skydivers gebruik mogen maken van de gronden. De nieuwe locatie is nog in aanleg. Het terrein dat nu gebruikt wordt is een fractie van waar geland mag worden. Het is logisch dat de skydivers in het begin daarom vaker naast de landingszone terecht komen. Na verloop van tijd zal dit probleem zich vanzelf oplossen. Daarnaast is ook een motie aangenomen in de gemeenteraad op 7 februari 2022 om afspraken te maken tussen bewoners en gebiedscoöperatie over de tijden waarbinnen gesprongen mag worden en dagen waarop gesprongen mag worden. Hiermee willen we de balans tussen natuur, recreatie en rust herstellen. Deze afspraken worden nog uitgewerkt. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

32

RECLAMANT 7 1

Samenvatting In het ontwerpbestemmingsplan worden de Koedood, Essendijk en Korte Koedoodsedijk in hoofdstuk 2, Ruimtelijk beleidskader, in figuur 2.6 aangeduid als ‘fiets- en wandelroute indicatief’. Reclamant stelt dat bij de voorgenomen ontwikkelingen en maatregelen geen rekening gehouden wordt met fietsers en wandelaars en hun veiligheid. In de beantwoording van de reactie in de Nota Inspraak en Vooroverleg is gesteld dat verkeersveiligheid geen aangelegenheid van de bestemmingsplanprocedure is. Reclamant is het hier niet mee eens. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1. Verkeersveiligheid is een belangrijk onderwerp dat volop aandacht verdient. Om de verkeersveiligheid te verbeteren zijn echter andere instrumenten nodig. In de toelichting is daarom aangegeven dat de gebiedscoöperatie, in overleg met bewoners en andere belanghebbenden en het waterschap (wegbeheerder), een inrichtingsplan opstelt, waarin maatregelen met betrekking tot de verkeersveiligheid zijn opgenomen. Die maatregelen worden vervolgens samen met de wegbeheerder uitgevoerd. Dat is de reden dat in de beantwoording van de inspraakreacties is gesteld dat verkeersveiligheid niet door het bestemmingsplan zelf verbeterd kan worden en dat daar het inrichtingsplan voor wordt opgesteld.

Wel maakt het bestemmingsplan de realisatie van het Streefbeeld, inclusief verkeersmaatregelen mogelijk. Ook wordt in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat via een omgevingsvergunning, maatregelen aan wegen kunnen worden uitgevoerd, die knelpunten kunnen verminderen. Daarbij kan worden gedacht aan maatregelen die in het verkeersonderzoek zijn benoemd, zoals het verstevigen van wegbermen. Ook de toelichting wordt op dit punt aangepast Verder verwijzen wij naar de thematische beantwoording – Verkeersdruk, punt 2. Conclusie De zienswijze is deels gegrond. De regels en toelichting worden aangepast zodat via een vergunning verkeersmaatregelen mogelijk worden gemaakt

2

Samenvatting Ook wat betreft de capaciteit van de ontsluitingswegen heeft de reclamant vragen. De verkeersintensiteiten op de Essendijk, Omloopseweg en Koedood liggen hoger dan de maximale verkeersveilige wegvakcapaciteit vanwege de beperkte wegvakbreedte. De capaciteitsberekeningen en inschattingen van veilige toename van de verkeersintensiteit worden vervolgens gebaseerd op CROW-adviezen en modellen. De Koedood, Essendijk en Korte Koedoodsedijk worden daarbij gezien als erftoegangswegen buiten de bebouwde kom. Die karakterisering van deze wegen past niet bij de huidige situatie en het huidige gebruik. De capaciteitsberekeningen in het verkeersrapport van Goudappel, gebaseerd op CROW-modellen, houden naar de mening van de reclamant te weinig rekening met langzaam verkeer waardoor de huidige kwetsbare verkeersdeelnemers onterecht niet aan de orde komen in de plannen. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 1. Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen het feit dat de Graaf van Portland in het ontwerpbestemmingsplan staat aangeduid als entreepunt van het gebied, terwijl op de website van de gebiedscoöperatie negatief is geantwoord op de vraag of de Graaf van Portland een entreepoort is.

De informatievoorziening is op dit punt niet eenduidig en misschien zelfs misleidend stelt de reclamant. Beantwoording In het Streefbeeld is nagedacht over het afvangen van de bezoekers om het gebied zo min mogelijk te belasten met autoverkeer. Daarom worden op drie punten van de polder entreepunten (TOP-locaties) ontwikkeld. Deze TOPlocaties zijn aangegeven op de kaart in het Streefbeeld en liggen alle drie buiten het plangebied Buijtenland van Rhoon; namelijk de Johannapolder, Poort van het Buijtenland en de Koedoodhaven. Reclamant heeft daarmee gelijk dat de

3

33

4

5

6

Graaf van Portland niet benoemd mag worden als entreepunt, want de Graaf van Portland is geen entreepunt voor het gebied Buijtenland van Rhoon. De ruimtelijke onderbouwing, die als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen, is zo aangepast dat het niet langer als entreepunt benoemd is. Conclusie De zienswijze is deels gegrond. De ruimtelijke onderbouwing wordt zo aangepast dat de Graaf van Portland niet meer als entreepunt voor het Buijtenland van Rhoon wordt benoemd. Samenvatting De reclamant maakt bezwaar tegen het feit dat de Graaf van Portland in de ladderonderbouwing wordt gezien als eyecatcher vanaf winkelcentrum de Carnisse Veste. De Graaf van Portland is namelijk niet te zien vanaf het winkelcentrum. Beantwoording In de ruimtelijke onderbouwing staat in hoofdstuk 3.1 vermeld dat de Graaf van Portland goed zichtbaar is vanaf winkelcentrum de Carnisse Veste. Dit valt in de praktijk waarschijnlijk tegen doordat de Graaf van Portland achter de dijk van de Koedood is gelegen. Om verdere verwarring omtrent deze zinsnede te voorkomen is de zinsnede verwijderd uit de ruimtelijke onderbouwing. Conclusie De zienswijze is gegrond. De genoemde zinsnede wordt aangepast. Samenvatting Bij de ingekomen stukken van de gemeenteraadsvergadering van 7 februari 2022 is een brief bijgevoegd van de initiatiefnemer van de Graaf van Portland.

Die brief is op 20 december 2021 gedateerd. Reclamant vindt dat die detailinformatie ook opgenomen zou moeten zijn in de onderbouwing van het bestemmingsplan en de deelontwikkeling Graaf van Portland. Beantwoording Deze brief betreft informatie van de initiatiefnemer en is geen onderdeel van het bestemmingsplan. De brief wordt niet opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing en het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant beschrijft dat hij begrijpt dat de gebiedscoöperatie meer beslissingsmacht krijgt binnen het bestemmingsplan, maar uit zijn zorgen over de potentiële onbalans tussen coöperatiedeelnemers en de overige bewoners in het buitengebied. Met name op het feit dat ontwikkelingen ongemerkt in gang kunnen worden gezet waarbij veel extra verkeer wordt gegenereerd. Ook stelt reclamant dat niet helemaal duidelijk is wat wel en niet toegestaan zal worden bij het ontwikkelen van extra bedrijfswoningen en welke ontwikkelingen in de nabijheid van woningen, misschien voor de omwonenden zonder verdere aankondigingen, ineens mogelijk zijn. Reclamant vraagt om de belangen van goede verkeersveiligheid voor met name kwetsbare verkeersdeelnemers en woongenot van bewoners in en om het gebied Buijtenland goed te borgen.

Beantwoording Reclamant doelt met de beslissingsmacht die de gebiedscoöperatie krijgt op de regeling in artikel 32 – bestemmingsplanactiviteit. Deze activiteiten zijn alleen mogelijk als het college een omgevingsvergunning verleend. In de regeling staat beschreven dat het college advies inwint bij de gebiedscoöperatie. De gebiedscoöperatie krijgt daarmee geen beslissingsmacht, maar zal alleen adviseren op bepaalde ontwikkelingen. Het college is uiteindelijk bevoegd om de vergunning te verlenen en zal hierbij altijd alle belangen afwegen. Hierbij behoren ook de verkeerskundige gevolgen die gekoppeld zijn aan een activiteit. Reclamant gaat daarnaast ook nog in op de mogelijkheid of er extra bedrijfswoningen gerealiseerd kunnen worden. Dit kan niet binnen het huidige bestemmingsplan. Per bouwvlak met een Hoogwaardige akkernatuur-bestemming is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor een extra bedrijfswoning of een nieuw bouwvlak met bedrijfswoning moet worden afgeweken van het bestemmingsplan (bevoegdheid gemeenteraad). Er dient dan een ruimtelijke onderbouwing te worden aangeleverd om een goede afweging van belangen te kunnen maken. Op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen. Er kan dus niet zomaar een extra

34

bedrijfswoning in het gebied bij komen zonder dat omwonenden dat weten. De gebiedscoöperatie doet ook haar best om het gebied zoveel mogelijk in samenwerking met bewoners ervan te ontwikkelen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

35

RECLAMANT 8 1

2

3

4

5

6

Samenvatting De N.V. Rotterdam - Rijn Pijpleiding Maatschappij (RRP) exploiteert een tweetal hogedruk brandstofleidingen in het plangebied. Het gaat dan om de RRP-L6 leiding met bijbehorende veiligheidszone. RRP stelt dat de leiding onvolledig en onjuist is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en vraagt om enkele aanpassingen door te voeren aan het bestemmingsplan. Het gaat om artikel 21 – ‘Leiding – Olie’. Samenvatting In artikel 21.1 wordt de bestemming te summier beschreven volgens RRP. RRP vraagt het artikel 21.1 te wijzigen naar het voorbeeld dat in de zienswijze is opgenomen. Beantwoording Wij kunnen instemmen met de wijziging van de regeling zoals voorgesteld door RRP. Conclusie De zienswijze is gegrond. De regeling in artikel 21 wordt conform de zienswijze aangepast. Samenvatting Ook vraagt RRP artikel 21.3 te wijzigen. Beantwoording Wij kunnen instemmen met de wijziging van de regeling zoals voorgesteld door RRP. Conclusie De zienswijze is gegrond. De regeling in artikel 21 wordt conform de zienswijze aangepast. Samenvatting RRP vraagt artikel 21.4 aan te passen door de tekst “behoudens bestaande objecten” te laten vervallen omdat een wijziging van het gebruik van bestaande objecten ook kan leiden tot het ontstaan van een beperkt kwetsbaar object.

Beantwoording In artikel 21.4 worden met ‘behoudens bestaande objecten’ alleen objecten bedoeld die reeds een (beperkt) kwetsbaar object zijn. Deze objecten zijn op basis van deze regeling dan toegestaan. Het oprichten van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in de dubbelbestemming ‘Leiding – Olie’ is niet toegestaan, ook niet in bestaande gebouwen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting RRP verzoekt om de verbodsregels van Art. 21.6 te wijzigen/aan te vullen zoals zij in de zienswijze hebben aangegeven.: Beantwoording De gemeente hecht aan een standaardsystematiek van de bestemmingsplannen binnen de gemeente. Omdat een nagenoeg zelfde variant ook in een ander bestemmingsplan reeds voorkomt voor de olieleiding, stemmen wij in met het voorstel van RRP. Artikel 21.6 van het ontwerpbestemmingsplan wordt daarom aangepast zoals voorgesteld door RRP. Conclusie De zienswijze is gegrond. Artikel 21.6 wordt aangepast conform de zienswijze. Samenvatting RRP verzoekt om de “Uitzonderingen op het verbod” binnen de regels Art 21.6 in een separaat artikel (bijv. Art.21.7) te beschrijven. Beantwoording De gemeente hecht aan een standaardsystematiek van de bestemmingsplannen binnen de gemeente.

Omdat een nagenoeg zelfde variant ook in een ander bestemmingsplan reeds voorkomt voor de olieleiding stemmen wij in met het voorstel van RRP. Artikel 21.6 van het ontwerpbestemmingsplan wordt daarom aangepast. Wel vindt de gemeente het logischer de uitzonderingsregeling onder te brengen in hetzelfde artikel als waar de uitzondering voor gemaakt wordt. De wijziging wordt daarom doorgevoerd onder artikel 21.6.2.

36

7

8

Conclusie De zienswijze is deels gegrond. Artikel 21.6 wordt aangepast conform de zienswijze. Samenvatting RRP verzoekt om artikel 21.6, sub 3, “Advies” in een eigen artikel als volgt op te nemen: “21.8 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingexploitant omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de buisleiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.” Beantwoording De gemeente hecht aan een standaardsystematiek van de bestemmingsplannen binnen de gemeente. De voorgestelde variant sluit niet aan bij andere regelingen in onze bestemmingsplannen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting In de toelichting wordt in hoofdstuk 4.9 ‘Externe Veiligheid’ de PR10-6 contour voor de RRP-leiding omschreven als zijnde 25 meter en het invloedsgebied 300 meter. Beide zijn onjuist en verzocht wordt deze waarden aan te passen in respectievelijk 51 meter en 74 meter. Ook verzoekt RRP de volgende verklarende tekst aan de tabel in hoofdstuk 4.9 toe te voegen: “Veiligheidsafstanden voor RRP zijn locatie-afhankelijk waardoor binnen een plangebied of gemeente mogelijk meerdere afstanden gelden.

Voor meer details verzoeken we u contact op te nemen met de leidingexploitant”. Beantwoording Wij kunnen instemmen met de wijziging van de regeling zoals voorgesteld door RRP. De verklarende tekst doet echter geen recht aan het rechtszekerheidsbeginsel en leidt eerder tot verwarring dan duidelijkheid. Daarmee kan niet worden ingestemd. Conclusie De zienswijze is deels gegrond. Hoofdstuk 4.9 van de toelichting wordt gewijzigd voor zover betreft de afstanden van de PR10-6 contour en het invloedsgebied.

37

RECLAMANT 9 1

2

3

4

Samenvatting Reclamant stelt dat de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ zeer beklemmend is voor de ondernemer in het gebied en alleen kan worden gerealiseerd als er voldoende financiële middelen zijn. In het ontwerpbestemmingsplan staan de ‘financiële middelen’ summier beschreven aldus reclamant. Wat gebeurt als er geen financiële middelen meer zijn? Reclamant stelt dat beschreven moet worden dat de bestemming weer teruggaat naar agrarisch als de financiën niet toereikend zijn om het streefbeeld te blijven uitvoeren. Beantwoording Voor inrichting en beheer van het gebied is een taakstellend budget van 140 miljoen euro beschikbaar. Dit is voldoende voor grondverwerving, inrichting en beheer van het gebied. Bovendien komen er jaarlijks pachtopbrengsten beschikbaar. Deze gelden kunnen worden aangewend voor vergoedingen voor natuurinclusieve landbouw, waarmee het streefbeeld gerealiseerd kan worden. Mochten de doelstellingen uit het Streefbeeld niet haalbaar blijken dan kunnen de doelen eventueel worden bijgesteld. De gebiedscoöperatie en provincie Zuid-Holland, maar ook de Tafel van borging en het Rijk zullen dat monitoren en bewaken. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen het feit dat er binnen de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ alleen een bedrijfswoning mogelijk is. Gepensioneerde of stoppende ondernemers kunnen zo niet blijven wonen in het gebied. Beantwoording In het Streefbeeld zijn geen doelen opgenomen die betrekking hebben op extra huisvesting van gestopte agrariërs. Het bestemmingsplan voorziet daarom niet in die mogelijkheid. Indien een agrariër een overeenkomst met de provincie heeft gesloten die uitgaat van volledige schadeloosstelling, wordt de bestemming gewijzigd naar een woonbestemming. In de overeenkomst worden ook afspraken gemaakt wat er aan schuurruimte mag worden gebouwd. De resultaten van de gesloten overeenkomsten zijn in het bestemmingsplan verwerkt. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Het bouwblok aan de Essendijk 9 is te klein ingetekend volgens reclamant. Het ontbreekt aan uitbreidingsruimte en het blok is geen 1 hectare groot. Beantwoording In de afgelopen periode heeft reclamant onderhandeld met de provincie over al dan niet voortzetten van zijn agrarisch bedrijf in het gebied. Uiteindelijk is met de provincie een overeenkomst gesloten waarbij de agrarische bestemming wijzigt naar een woonbestemming.

Deze overeenkomst wordt verwerkt in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Inmiddels heeft reclamant andere afspraken gemaakt met de provincie. De verbeelding en de regels worden conform de gemaakte afspraken aangepast. Samenvatting Als laatste stelt de reclamant dat de planschade niet kan worden doorgeschoven en in natura kan worden voldaan. Reclamant verwacht dat de toekomstige waarde van hoogwaardige akkernatuur nog lager ligt dan de huidige bestemmingslegging van ‘zoetklei-oermoeras’. Voor zaken als andere gewassen gaan telen, een ander bouwplan, etc. moet een vergunning bij de gemeente worden aangevraagd en er is geld nodig om dit mogelijk te maken. Dit is zeer waarde verminderend, zo stelt de reclamant. Beantwoording Planschade ontstaat als een huis of een stuk grond minder waard wordt door een wijziging van het bestemmingsplan. In het geval dat een bestemmingsplan op grond waarvan een verzoek om tegemoetkoming in

38

planschade is ingediend, door een nieuw bestemmingsplan wordt vervangen, kan dit (gedeeltelijk) worden gezien als een compensatie in natura. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt dat er in onderhavig bestemmingsplan sprake is van de bestemming Hoogwaardige akkernatuur. Voor de betreffende gronden geldt tot inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een natuur of recreatiebestemming. Dit betekent dat het bestemmingsplan leidt tot ruimere gebruiksmogelijkheden. Na inwerkingtreding is ook een nieuwe vorm van agrarische bedrijfsvoering mogelijk, zij het onder voorwaarden. Er kan daarom van worden uitgegaan dat er voor de eigenaar van deze gronden als gevolg van het bestemmingsplan dan ook geen planologische verslechtering optreedt en dat de waarde van de gronden in het plangebied als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan dus zal stijgen. Ook het aanvragen (en betalen van kosten) voor het mogelijk maken van de bestemmingsplanactiviteiten uit artikel 32 bieden geen waardedaling. Reclamant is niet verplicht hier gebruik van te maken, het gaat om een afwijkingsmogelijkheid die met een omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt. Van waardevermindering is hier dan ook geen sprake. Wel moeten leges betaald worden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

39

RECLAMANT 10 1

2

3

4

Samenvatting Reclamant stuit op veel onduidelijkheden in het plan en vraagt zich af wat er wel en niet kan op zijn locatie (Essendijk 38) binnen de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’. Beantwoording Op de Essendijk 38 is een woonbestemming gelegen. Op de locatie is een aannemersbedrijf gevestigd. Verder is er bebouwing aanwezig binnen de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’. Deze bebouwing ligt niet binnen een bouwvlak van de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’. Ook in het vigerende bestemmingsplan Buytenland is de bebouwing gelegen buiten een bouwvlak. De bebouwing valt daarmee binnen het vigerende plan onder het overgangsrecht. Het is niet mogelijk om iets tweemaal onder het overgangsrecht te plaatsen. Om op de vraag van reclamant terug te komen: wat zijn de mogelijkheden op deze locatie? Wij weten van de wens van reclamant om zijn bedrijf voort te zetten. Dit valt echter niet binnen de mogelijkheden die passen bij het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon en het achterliggende Streefbeeld. Er zijn onder het nieuwe bestemmingsplan mogelijkheden om een agrarisch bedrijf conform Streefbeeld op te richten, maar er zijn ook andere mogelijkheden zoals recreatie en/of educatie. Hetzelfde aannemersbedrijf voortzetten gaat echter niet. Dit past niet bij de natuur-, landbouw- en recreatiedoelstellingen die wij met het Streefbeeld nastreven. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Tegen het huidige bestemmingsplan ‘Buytenland’ heeft reclamant een planschadeclaim lopen. Het is voor reclamant onduidelijk of er tegen het nieuwe plan ook planschade geclaimd moet worden. Beantwoording Planschade ontstaat als een huis of een stuk grond minder waard wordt door een bestemmingsplan. Het is vervolgens aan de eigenaar van het huis of stuk grond om planschade te claimen. Als het bestemmingsplan op grond waarvan een verzoek om een tegemoetkoming in planschade is ingediend, door een nieuw bestemmingsplan wordt vervangen, zal dit (gedeeltelijk) gelden als een compensatie in natura. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt dat het bestemmingsplan leidt tot de bestemming Hoogwaardige akkernatuur. Voor de betreffende gronden gold tot inwerkingtreding van het bestemmingsplan een natuur- of recreatiebestemming. Dit betekent dat het bestemmingsplan ertoe leidt dat de gebruiksmogelijkheden worden verruimd. Na inwerkingtreding is ook een nieuwe vorm van agrarische bedrijfsvoering mogelijk, zij het onder voorwaarden.

Er kan daarom van worden uitgegaan dat er voor de eigenaar van deze gronden als gevolg van het bestemmingsplan dan ook geen planologische verslechtering optreedt en dat de waarde van de gronden in het plangebied als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan dus zal stijgen. Er is dus geen sprake van extra planschade, daarmee valt er ook niets te claimen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Daarnaast meldt reclamant dat een nieuwe bedrijfslocatie nog niet geregeld is. Beantwoording Zoals in het eerste punt gemeld zijn wij bekend met de wens van reclamant om zijn bedrijf voort te zetten. Gesprekken met de provincie over schadeloosstelling lopen nog. Het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 biedt geen ruimte voor een nieuwe bedrijfslocatie voor het bedrijf van reclamant. Hier gaat het bedrijf dan ook geen ruimte vinden om voortgezet te worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen het wegbestemmen van zijn huidige bedrijfsbestemming.

40

5

6

7

8

Beantwoording Het is onduidelijk op welke locatie reclamant doelt. Er is tussen het vigerende bestemmingsplan Buytenland en het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 geen bedrijfsbestemming wegbestemd op de locatie (Essendijk 38) van reclamant. Conclusie Zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Ook stelt reclamant dat de bereikbaarheid via de Essendijk, Omloopseweg en Oudeweg naar het bedrijf van reclamant door de aanpassingen aan de wegen onmogelijk wordt gemaakt. Beantwoording Er is geen bedrijf bestemd op de locatie aan de Essendijk 38. Er zijn geen mogelijkheden om een bedrijf binnen dit bestemmingsplan te vestigen. Conclusie Zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant vraagt hoe de gebouwen een andere functie kunnen krijgen in de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ en of hij/zij met de agrarische grond mee kan doen in de bestemming ‘Hoogwaardige Akkernatuur’. Beantwoording Deze reactie betreft geen zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan, maar een vraag om contact over de locatie van reclamant. Reclamant heeft bestaande bebouwing binnen de bestemming Hoogwaardige Akkernatuur op de locatie Essendijk 38.

Deze bebouwing valt onder het overgangsrecht en is na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan illegaal aanwezig. Zoals gezegd bij punt 1 weten wij van de wens van reclamant om het bedrijf voort te zetten op deze locatie. Dit is niet mogelijk, omdat op basis van de doelstellingen voor het plangebied geen ruimte is voor een aannemersbedrijf. Wij (en de gebiedscoöperatie) denken graag mee hoe reclamant mee kan doen met zijn bestaande bebouwing of gronden in de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’. Conclusie Zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Als laatste vraagt reclamant zich af hoe het kan dat “alle bouwvlakken voor Wonen een omvang hebben van 4.000 tot 7.000 m2 en zijn/haar bouwvlak 1.700 m2 is”. Beantwoording De woonbestemming/het bouwvlak voor Wonen aan de Essendijk 38 is bijna 4.000 m2 groot. Niet duidelijk is wat het bezwaar van reclamant is. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Ook vraagt reclamant medewerking aan de planologische aanpassing voor de verplaatsing van zijn bedrijf, waar hij/zij reeds mee in overleg is met het college van B&W.

Beantwoording De verplaatsing van het bedrijf is niet relevant voor dit bestemmingsplan, omdat er binnen het plangebied geen ruimte is voor het aannemersbedrijf op basis van de doelstellingen voor het plangebied. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

41

RECLAMANT 11 1

Samenvatting De gemeente Barendrecht heeft in 2021 een vooroverlegreactie ingediend met betrekking tot de Graaf van Portland. Deze reactie is naar haars inziens onvoldoende beantwoord. De gemeente Barendrecht verzoekt om te heroverwegen de Graaf van Portland naar een andere locatie en (kleinschaligere) omvang die beter past bij het Streefbeeld Buijtenland van Rhoon. Hiervoor geeft de gemeente Barendrecht de volgende redenen: 1. De ontwikkeling is niet kleinschalig van aard – Reclamant stelt dat een horecavoorziening van 875 m2 inclusief terras niet kleinschalig is. Een voorziening á la Theehuys Polderzicht á 135 m2 is kleinschalig.; 2. In de Koedoodhaven is al een recreatiecluster voorzien – er is in de ladder onvoldoende aangetoond dat een extra horecavoorziening noodzakelijk is voor het behalen van de doelen uit het streefbeeld. De samenhang tussen de ontwikkeling van de Koedoodhaven en Graaf van Portland ontbreekt volledig.; 3. De Graaf van Portland valt in de beschermingscategorie 1 – In deze gebieden kan niet worden voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken. Barendrecht stelt dat een dergelijke voorziening juist niet in het Buijtenland van Rhoon zou moeten worden gerealiseerd om de natuur- en landbouwdoelstellingen van het streefbeeld te halen.; 4.

De graaf van Portland maakt deel uit van een Stiltegebied – Barendrecht geeft aan dat voor niet gebiedseigen geluiden een ontheffing moet worden aangevraagd bij de provincie. Gezien de aard en omvang stelt Barendrecht dat de horecavoorziening niet aan de norm van 40 dB kan voldoen die geldt als normering in het stiltegebied.; 5. In de berekende parkeerbehoefte is het terras buiten beschouwing gelaten – Barendrecht stelt dat er in de onderbouwing onvoldoende is aangetoond hoeveel bezoekers er verwacht worden op het terras en wat dit betekent voor de parkeerbehoefte. Het programma zou beperkt moeten worden om overlast aan de Koedood terug te dringen.; 6. Er is onvoldoende aangetoond hoe de bezoekers gehalveerd zijn ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan – Barendrecht stelt dat onvoldoende is aangetoond hoe de bijstelling van het aantal vierkante meters bvo leidt tot een halvering van de bezoekersaantallen.; 7. Zaalverhuur voor maximaal 50 personen is mogelijk – evenementen zijn binnen de regels van het ontwerpbestemmingsplan niet toegestaan. Barendrecht stelt dat de mogelijkheid om maximaal 50 personen in een zaal op te vangen gezien kan worden als kleinschalig evenement. Dit mag niet in lijn met het huidige beleid.

Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.5, 1.7 t/m 1.9, 1.11 t/m 1.13, 1.15, 1.17 en 1.22. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 – Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.5, 1.7 t/m 1.9, 1.11 t/m 1.13, 1.15, 1.17 en 1.22.

42

RECLAMANT 12 1

2

3

4

Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen de vestiging van de Graaf van Portland en vraagt zich af hoe dit in het streefbeeld ‘plus’ past. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1 en 1.18. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1 en 1.18. Samenvatting Reclamant stelt dat niet inzichtelijk is gemaakt hoe wordt omgegaan met de toegenomen verkeersdrukte door de komst van de horecavoorziening. Ook stelt de reclamant dat de vestiging leidt tot parkeerproblemen. De uitwijkmogelijkheid de ‘Carnisse Grienden’ is nu al overvol en dit gaat leiden tot overlast aan de kant van de Koedood. Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.11 en 1.12. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.11 en 1.12. Samenvatting De Graaf van Portland is gevestigd in een provinciaal stiltegebied.

Hoe kan de normering van 40 dB gehaald worden met de komst van deze horecavoorziening? En hoe wordt omgegaan met geluidsoverlast? Er zijn openingstijden tot 22 uur genoemd op een bijeenkomst, maar wat als de initiatiefnemer weg gaat? Welke zekerheden blijven er dan bestaan? Beantwoording Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.2 en 1.8 t/m 1.10. Conclusie Zie thematische beantwoording, thema 1 - Graaf van Portland, in het bijzonder de punten 1.1, 1.2 en 1.8 t/m 1.10. Samenvatting Als laatste vraagt de reclamant zich af of de resterende grond wordt opgekocht door de provincie. Net zoals is gedaan bij de agrariërs in het gebied. Beantwoording Inmiddels is een anterieure overeenkomst gesloten en zijn de resterende gronden aangekocht. De resterende gronden krijgen de bestemming Hoogwaardige akkernatuur . Conclusie Betreft geen zienswijze, maar een vraag. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze vraag.

43

RECLAMANT 13 1

2

3

Samenvatting Reclamant stelt dat om een onteigeningstitel mogelijk te maken er een bestemming is gecreëerd die eindigt op ‘natuur’ (hoogwaardige akkernatuur). Reclamant vraagt zich af of de grond hierdoor nog wel subsidiabel is en welke waarde de grond heeft met een natuurbestemming. Er staat geschreven dat de agrarische ondernemer een goede boterham moet kunnen verdienen, maar er wordt niet concreet gemaakt waar dat geld, want natuur kost geld zo stelt reclamant, vandaan moet komen. En als het geld op is, hoe worden dan de voor de agrariër verplichte natuurdoelen betaald? Beantwoording Zie de beantwoording bij reclamant 9, punt 1. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant heeft een planschadeclaim lopen op het huidige bestemmingsplan ‘Buytenland’. Door lopende onderhandelingen met de provincie is de procedure hiervoor opgeschort. Er is echter ook nog geen overeenstemming tot schadeloosstelling. Reclamant vraagt zich af wat dit betekent voor de lopende planschadeclaim. Reclamant wil dit graag zwart op wit hebben voordat er door ‘procedurefoutjes’ rechten op planschade komen te vervallen.

Beantwoording De provincie stelt dat reclamant óf planschade claimt en het agrarisch bedrijf voortzet en de schade van de bestemmingswijziging vergoed krijgt óf dat reclamant volledig schadeloos wordt gesteld. In dat tweede geval wordt de agrarische activiteit beëindigt en wordt de schadevergoeding hiervoor uitgekeerd. Het is niet mogelijk om van beide opties gebruik te maken. Aanvullend daarop zie ook de beantwoording bij reclamant 9, punt 4. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze. Samenvatting Reclamant zou door willen gaan met zijn agrarisch bedrijf in het gebied. Op dit moment bezit reclamant een akkerbouwbedrijf met paardenpension van 150 ha. Het is hem onbekend hoe hij dit weer vergund zou kunnen krijgen, terwijl hij de afgelopen jaren heeft geholpen met het behalen van de natuurdoelen uit het streefbeeld. Ook vraagt hij zich af of er nog steeds lakenvelder koeien mogen grazen in de polder. Reclamant vraagt de gemeente mee te denken hoe hij een doorstart kan maken om een bedrijf op te zetten dat zich richt op de toekomst. Beantwoording Ervan uitgaande dat het agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf blijft is het houden van vee alleen mogelijk als dit ingezet wordt ten behoeve van de natuurmaatregelen.

Afgezien daarvan is het houden van paarden alleen mogelijk als het gaat om het hobbymatig houden van paarden aan huis. Het houden van vee ten behoeve van natuurmaatregelen kan mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning (zie artikel 32, lid 1 onder b). Het houden van vee, in dit geval paarden, dient daarbij ondergeschikt te zijn aan de bestemming Hoogwaardige akkernatuur. Een paardenpension met enkel recreatief doel voldoet niet aan die eisen en is daarom niet mogelijk in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet daarom niet in een regeling om dit mogelijk te maken. Wat betreft de Lakenvelderkoeien, die mogen alleen worden ingezet voor natuurbeheer. Kortom, de inzet van vee is mogelijk op basis van artikel 32, lid 1, onder b, mits ondergeschikt aan de bestemming Hoogwaardige Akkernatuur en mits ingezet ten behoeve van de natuurmaatregelen. Wij staan verder open om met reclamant in gesprek te gaan, samen met de gebiedscoöperatie over een doorstart van het agrarisch bedrijf onder de regels van het nieuwe bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgt geen aanpassing aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

44

RECLAMANT 14 1

2

Samenvatting LSNed beheert de buisleidingenstraat in Nederland. LSNEd meldt dat eenduidige manier van bestemmen van groot belang is en verzoekt om een enkelbestemming ‘Buisleidingenstraat’ op te nemen in het bestemmingsplan. Beantwoording In het ontwerpbestemmingsplan zit de dubbelbestemming ‘Leiding - Leidingstrook’ opgenomen daar waar de buisleidingenstraat Nederland door het plangebied loopt. De ingebrachte zienswijze door LSNed is identiek aan de voorinspraakreactie die door LSNed is ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan. Wij zien geen aanleiding om af te wijken van het standpunt dat wij destijds hebben ingenomen. Wij hechten als gemeente aan een standaardsystematiek van bestemmingsplannen binnen onze gemeente. In andere plannen is voor de leidingstraat eveneens met een dubbelbestemming gewerkt. De regelgeving van beide methoden heeft dezelfde beschermende werking voor de buisleidingenstraat en er is geen sprake van het ontstaan van beperkingen voor het exploiteren en beheren van de buisleidingenstraat. Wij zien daarom geen aanleiding het bestemmingsplan op dit punt aan te passen. De gemeente hanteert de dubbelbestemming ‘Leiding – Leidingstrook’ voor de buisleidingstraat conform andere bestemmingsplannen binnen de gemeente Albrandswaard. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

Samenvatting LSNed vraagt om de volgende wijzigingen door te voeren aan de bestemming Leiding - Leidingstrook (nu als artikel 20 opgenomen): 1. Onder 20.1 als sub 3 toevoegen: “De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.” 2. Onder 20.3 sub 3 toevoegen: “Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en leveringszekerheid.” 3. Onder 20.4 sub 1 toevoegen: “het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de buisleidingen.” 4. Onder 20.4 sub 2 toevoegen: “- het aanbrengen en het in bedrijf nemen van buisleidingen en kabels en bijhorende voorzieningen voor een goed functioneren van de buisleidingenstraat beftreffen; - vallen onder graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie- uitwisseling ondergrondse netten” 5. Onder 20.4 sub 3 toevoegen: “Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in x.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Beheerder van de leidingenstraat omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de buisleidingen niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.” 6.

Artikel 33 – de aanduiding ‘veiligheidszone – leiding’ te wijzigen naar ‘vrijwaringszone leidingenstraat’. Beantwoording LSNed vraagt om bovenstaande zes wijzigingen door te voeren. Hieronder behandelen wij per aanvraag of de wijziging is doorgevoerd. 1. Zie de beantwoording onder punt 1 van deze reclamant. 2. Er is reeds aangegeven dat artikel 20.3, sub 3, uitsluitend mag worden gebouwd voor hetgeen onder sub a en b staat vermeld. Daarmee is voldoende aangegeven wat er wel en niet gebouwd mag worden. 3. Artikel 20.4, sub 1, wordt aangevuld met: “h. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de buisleidingen.” 4. Artikel 20.4, sub 2, wordt aangevuld met: “d. het aanbrengen en het in bedrijf nemen van buisleidingen en kabels en bijhorende voorzieningen voor een goed functioneren van de buisleidingenstraat beftreffen; en e. zijnde graafwerkzaamheden in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.”

45

5. De voorgestelde wijziging van artikel 20.4 sub 3 ziet niet op de adviesvraag. Dit betreft Artikel 20.4, sub 4. Wij stellen daarom voor om artikel 20.4 sub 4 te wijzigen conform de wens van reclamant. 6. Om consistent te blijven met andere bestemmingsplannen in de gemeente wijzigt de aanduiding ‘veiligheidszone – leiding’ niet. Conclusie De zienswijze is deels gegrond. Uit de beantwoording blijkt welke voorgestelde wijzigingen worden overgenomen en welke niet.

46

RECLAMANT 15 1

2

Samenvatting Reclamant gaat in op het aspect verkeer in het bestemmingsplan en stelt dat de versteviging van de bermen van de Omloopseweg en Oudeweg de capaciteit van de weg verhoogt en daarmee de auto weer het plangebied in wordt getrokken. Dit zorgt uiteindelijk ook nog eens voor gevaarlijke situaties. Bovendien zullen deze mensen in het gebied gaan parkeren wat de verkeerssituatie ook niet ten goede komt. Er wordt gesteld dat er bij de Buytenhof voldoende parkeergelegenheid is om het geprognotiseerde aantal van 70.000 bezoekers op te vangen, maar reclamant ervaart dit in drukke weekenden anders. Er wordt dan langs de wegen geparkeerd. Reclamant stelt dat het stimuleren van de aangewezen parkeerplaatsen op de randen van het plangebied niet voldoende is. Er moet meer worden gedaan om parkeren op en langs wegen in het plangebied tegen te gaan. Daarbij is ook participatie van omwonenden nodig. Beantwoording Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 2 en de beantwoording bij reclamant 7, punt 1 en 2. Conclusie Zie de thematische beantwoording, thema 2 – Verkeersdruk, punt 2 en de beantwoording bij reclamant 7, punt 1 en 2. Samenvatting Op 7 februari is een motie aangenomen van de partijen GroenLinks en de PVDA waarin o.a. staat dat de activiteiten van Skydive niet langer passen in zo’n dichtbevolkt gebied als het Buijtenland van Rhoon.

Ook is vermeld dat wanneer Skydive toch in het gebied actief blijft de tijden worden aangepast en het springen op zondag niet meer plaats mag vinden. Reclamant vraagt de motie over te nemen in het bestemmingsplan. Beantwoording Het bestemmingsplan is niet het juiste instrument om af te spreken tussen welke tijden en op welke dagen gesprongen mag worden in het gebied. In het bestemmingsplan is alleen geregeld dat er een landingsplek is in het gebied dat de skydivers mogen landen in het gebied en waar dat is. De motie wordt niet overgenomen in het bestemmingsplan, maar de gemaakte afspraken zullen uiteraard wel worden nageleefd. Met de motie willen we de balans tussen natuur, recreatie en rust in het gebied herstellen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Er volgen geen aanpassingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze.

47

RECLAMANT 16 1

2

Samenvatting De provincie geeft aan dat niet wordt voldaan aan artikel 6.9 sub e van de provinciale verordening en stelt dat onvoldoende is geborgd dat de doelstellingen uit het Streefbeeld gerealiseerd worden. Tussen het voorontwerp en ontwerp zijn wel aanpassingen gedaan, maar deze zijn niet afdoende. Vanwege het verdeeld eigendom en mogelijke zelfrealisatie van de bestemming ‘Hoogwaardige akkernatuur’ zouden de in het Streefbeeld genoemde recreatiemaatregelen van het plangebied geborgd dienen te worden. Hetzelfde geldt voor de in het Streefbeeld genoemde natuurmaatregelen. Beantwoording Recreatiemaatregelen worden op twee manieren geborgd. Enerzijds voorziet de inrichting van het gebied in recreatiemogelijkheden, bijvoorbeeld in de vorm van fiets-, wandel- en ruiterpaden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dergelijke voorzieningen te realiseren, al dan niet na het toepassen van het aanlegvergunningenstelsel. De inrichtingsmaatregelen worden in het inrichtings- en beheersplan voorgesteld, dat in samenspraak met bewoners en andere belanghebbenden tot stand wordt gebracht. Het bestemmingsplan is geen inrichtingsplan en kan ontwikkelingen alleen toestaan of verbieden, maar niet gebieden. Het bestemmingsplan voorziet daarom alleen in de mogelijkheden de inrichting te faciliteren. Borging komt met andere instrumenten tot stand.

Doordat de gronden van het Buijtenland van Rhoon worden verworven en in (erf)pacht worden uitgegeven kan goed geborgd worden dat de gewenste inrichting conform het Streefbeeld gerealiseerd wordt. Het Inrichtings- en beheersplan, afgestemd op het bestemmingsplan, draagt bij aan de mogelijkheden om op termijn zo nodig te onteigenen. De natuurmaatregelen worden in het bestemmingsplan geborgd door binnen de bestemming Hoogwaardige akkernatuur in de bestemmingsomschrijving de doelen van zowel extensieve akkerbouw als van natuur uitgebreid te beschrijven. Deze doelen komen overeen met de doelen van het streefbeeld. Het inrichtings- en beheersplan geeft een verdere invulling van de locaties aan waar natuur gerealiseerd wordt. Hiermee zijn de doelen van het Streefbeeld in onze ogen voldoende geborgd in het bestemmingsplan. In artikel 32 wordt de mogelijkheid geschapen op onderdelen af te wijken van de bestemmingsomschrijving van de bestemming Hoogwaardige akkernatuur. Dit is gedaan om het bestemmingsplan flexibel te houden. Zonder deze mogelijkheden om van de bestemmingsomschrijving af te wijken, kunnen er situaties ontstaan die juist belemmerend werken voor de uitvoering van het beheer van het gebied. Het mogelijk maken van deze gebruiksactiviteiten mag geen afbreuk doen aan de doelen van het streefbeeld (geborgd in artikel 32, lid 1 onder 2). Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Het bestemmingsplan behoeft op dit punt geen aanpassing. Samenvatting De provincie meldt dat voor zover nieuwe ontwikkelingen in het gebied zich zullen voordoen, deze op basis van artikel 34 van de planregels moeten worden getoetst aan de beleidsregel 'Uitwerking Streefbeeld' zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Albrandswaard op 7 februari 2022. De provincie stelt dat de beleidsregels zoals nu is vastgesteld onvoldoende garantie bieden voor de realisatie van het Streefbeeld bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan is op dat punt in strijd met artikel 6.9e van de verordening. Beantwoording Over de functie van de beleidsregel behorend bij dit bestemmingsplan is veel discussie gevoerd. De conclusie die uiteindelijk is getrokken, is dat de beleidsregel in de vorm zoals die was gekoppeld aan het ontwerp bestemmingsplan, van weinig toegevoegde waarde was. Bovendien zouden de criteria waar nieuwe ontwikkelingen aan getoetst moeten worden, ook in de regels van het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. Daar is verdere invulling aan gegeven. Het gevolg is dat de beleidsregel ‘Uitwerking Streefbeeld’ niet meer wordt gehanteerd en dat de bruikbare toetsingscriteria in artikel 32 zijn verwerkt. Ook is de begripsbepaling 1.51 ‘Uitwerking streefbeeld’ verwijderd uit het bestemmingsplan omdat dit begrip niet meer wordt gehanteerd in het kader van dit bestemmingsplan.

In de artikelsgewijze toelichting wordt onder 5.7 verwezen naar de beleidsregel Streefbeeld. Deze verwijzing wordt aangepast, zodat niet naar de beleidsregels wordt verwezen, maar naar het Streefbeeld.

48

3

4

5

Conclusie De zienswijze is gegrond. De beleidsregel zelf wordt geschrapt, de toetsingscriteria van de beleidsregel worden overgenomen in artikel 32 van het bestemmingsplan. Samenvatting De provincie geeft aan dat om tot hoogwaardige akkernatuur te komen, en daarmee behoud en vergroting van de biodiversiteit, er langjarig beheer en monitoring nodig is. Door middel van monitoring en lerend beheren, gaan de agrarische ondernemers die lid zijn van de gebiedscoöperatie in de komende jaren ontdekken hoe de natuurdoelstellingen behaald gaan worden met aangepast agrarisch gebruik. De provincie stelt dat monitoring essentieel is voor de realisatie van het Streefbeeld en daarom expliciet in de planregels geborgd dient te worden. Beantwoording Het instrument bestemmingsplan regelt het gebruik van gronden en gebouwen en wat er wel en niet gebouwd mag worden. Monitoring is een proces, dat bijvoorbeeld in het instrument programma verplicht is gesteld. De gebiedscoöperatie is, evenals reclamant een groot voorstander van monitoring en gaat het monitoringsproces zonder meer uitvoeren. Nog los van de vraag of het bestemmingsplan het juiste instrument is om het monitoringsproces in te borgen, wordt niet ingezien waarom dat in het bestemmingsplan geborgd dient te worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Het bestemmingsplan behoeft op dit punt geen aanpassing.

Samenvatting De provincie geeft aan dat de 600.000 bezoekers van het gebied (exclusief bezoekers van de golfbaan) uitgangspunt is bij de provincie. De bezoekers dienen daarbij zoveel mogelijk “opgevangen” te worden in de poorten te weten Johannapolder, Poort van Buijtenland en de Koedoodhaven. Uit de recreatievisie die voor het gebied is uitgewerkt blijkt ook dat in deze punten recreatieve voorzieningen moeten worden gerealiseerd om deze bezoekersaantallen te kunnen behalen. Het Buijtenland van Rhoon zelf krijgt met name een functie voor recreatief medegebruik van het natuurinclusief agrarisch landschap met ruimte voor kleinschalige (recreatieve) initiatieven. De recreatievisie is nu wel in de toelichting genoemd, maar niet concreet uitgewerkt in planregels. De provincie verzoekt om de aanbevelingen uit de recreatievisie over entreepunten en zonering alsnog bindend in de planregels op te nemen en verzoekt u in het plan helder te zijn over de ambitie van 600.000 bezoekers voor het Buijtenland van Rhoon. Beantwoording Over het uitgangspunt van 600.000 bezoekers zijn reclamant en gemeente het eens. De suggestie die reclamant doet om de aanbevelingen over de TOP-locaties (entreepunten) bindend in de planregels op te nemen, stuit op bezwaren, aangezien de TOP-locaties buiten het plangebied liggen en via een eigen afzonderlijke planologische procedure tot stand komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3598/documents/29224