Nota Activabeleid def.pdf
Tekst van het document
Investeringen nemen we in de regel op in het meerjarig investeringsplan in de begroting en de meerjarenraming. Het gaat hierbij om de reguliere vervangingsinvesteringen en nieuwe
investeringen die worden voorzien van een toelichting. Dezetoelichting kan bestaan uit een omschrijving van de geplande investering, of een verwijzing naar de nota waar de investering uit
voortvloeit. Voor nieuwe (uitbreidings-)investeringen, welke niet in het meerjarig investeringsplan zijn
opgenomen, geldt dat deze via de begroting of een apart raadsvoorstelworden aangevraagd.Nadat de raad de begroting of het voorstel heeft vastgesteld worden de daarin genoemde investeringen toegevoegd aan het meerjarig investeringsplan bij de programmabegroting voor het komende jaar of de tussenrapportage van het lopende jaar. 25
7.3 Realistisch plannen van investeringen en doorschuiven van investeri ngsbudgetten Bij de tussenrapportages wordt inzicht verschaft in het verloop van de uitvoering ten opzichte van de planning. Daarbij gaat het om zowel de uitvoering in de tijd als de verwachte besteding en toereikendheid van de beschikbaar gestelde middelen. Het komt voor dat de originele planning van een investering niet meer overeenkomt met de praktische uitvoering. Als vertraging in de uitvoering leidt tot een verschuiving over boekjaren kunnen (delen van) investeringsbudgetten worden overgeheveld naar volgende boekjaren. Daar is wel een apart raadsbesluit voor nodig. Datzelfde geldt voor een wijziging van de omvang en/of het doel van een investering. In de regel leggen we de raad deze wijziging voor in de documenten van de planning & control-cyclus. De gewijzigde kapitaallasten als gevolg van de mutatie worden (meerjarig) verwerkt in de lopende begroting / meerjarenraming. In de jaarrekening en de tussenrapportages wordt een overzicht verstrekt van alle lopende investeringsbudgetten en wordt duidelijk aangegeven welke investeringsbudgetten kunnen worden afgesloten of gereed gemeld en welke restantbudgetten worden doorgeschoven naar het volgende boekjaar. Daarbij hanteren wij het uitgangspunt dat restantbudgetten slechts één keer naar het volgende jaar worden overgeheveld.
Daarna komt het te vervallen, tenzij de raad anders beslist. Investeringsbudgetten waarvan de uitvoering met een jaar is opgeschoven kunnen, na toestemming van de raad, worden verschoven naar een volgend jaar. Ook hierbij hanteren we de stelregel dat dit slechts eenmaal is toegestaan. Hierna vervalt het investeringsbudget en dient het eventueel opnieuw te worden aangevraagd. De bevoegdheid tot het toekennen, wijzigen en afsluiten van een investeringsbudget ligt bij de raad. Het is daarom van belang dat investeringsbudgetten op voorhand worden voorzien van een realistische looptijd en planning. Daarbij speelt ook het verschuiven van deze budgetten in de tijd een rol; in hoeverre is de originele planning nog realistisch en uitvoerbaar als er vanuit eerdere jaren investeringsbudgetten zijn opgeschoven.
26
8. Inwerkingtreding en ondertekening Deze nota treedt in werking op de dag na de bekendmaking. De “Nota activabeleid 2016" zoals vastgesteld in maart 2016 vervalt op bovenstaande datum. Aldus vastgest§d in de openbare vergaderin: van de raad, gehouden op 8 november 2021
rv-&ht
Groenenboom
//
8
Vltte
Bijlage A: Stellige uitspraken van de Commissie BBV In de notitie materiële vaste activa (2020) heeft de Commissie BBVde volgende stellige uitspraken opgenomen: •
•
Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid la BBV (investeringen met een economisch nut); Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht
vallen onder de materiële vaste activa alsbedoeld in artikel 35, lid la BBV(investeringen met •
een economisch nut); Voor vastgoed met een economische functie is - ingeval van een duurzame
waardevermindering - afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de •
•
•
•
•
directe opbrengstwaarde voorgeschreven ; Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een
schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.; Een wijziging van de 'vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven; Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het einde (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad; Klein en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is
dus niet van invloed op de bepaaldegebruiksduur(afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd; •
•
Voorzieningendie vooraf worden gevormdom lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basisvan een recent beheerplan; Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten
opzichte van het verslagleggingsjaar.Dezevijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kanworden afgeweken. Eengemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatIe is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen’ van de begrotIng en de jaarstukken; •
•
Tussentijdsebijstelting van het beheerplanbinnen de vijf jaar is verplicht indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud; In geval van achterstallig onderhoud waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties wordt er op basis van artikel 44 lid la BBV een voorziening gevormd.
28
Bijlage B: Relevante wetsartikelen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materïële en de financiële vaste activa. Artikel 34
In de balansworden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningenen het saldovan agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a. investeringen met een economischnut; b. investeringen met een economischnut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijknut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c.
overige langlopende leningen;
d. uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e.
uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
f.
overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Artikel 37
Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa. Artikel ZH 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; 29
b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten
verplichtingen of verliezen waarvande omvang redelijkerwijs is te schatten; c.
2.
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatIge verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49,
onderdeel b. 3.
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegevenvolgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen;
b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd.
2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a. b. c. d.
het voornemen bestaat het actief te gebruikenof te verkopen; de technischeuitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economischof maatschappelijknut zalgenereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld .
30
31
Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actIef op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artIkel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardïgingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten
en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardigingvan het actief kan worden toegerekend; in dat gevalvermeldt de toelichtIng dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte alsverkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van actIva waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de actIva van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
7. Passivaworden gewaardeerdtegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen 8.
die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in
artikel 34 onder a, maximaalgelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in
artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 32
6. Voor bijdragen aan de activa in eigendomvan derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt
verstrekt. Artikel 65 1.
Naar verwachting duurzame waardeverminderingen
van vaste activa worden onafhankelijk van
het resultaat van het boekjaar in aanmerkinggenomen. 2. Voorraden en deelnemingenworden tegen de marktwaarde gewaardeerdindien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigïngsprijs.
3. Eenactief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
33
Bijlage C: Afschrijvingstermijnen per categorie L=Lineair, A=Annuïtair; T=Totaalbenadering, C= Componentenbenadering
Immateriële vaste activa
L/A T/C
Geldleningen Kosten van afsluiting
Termijn in
jaren
L
C
5
L
C
looptijd
Onderzoek en ontwikkeling
L
C
5
Bijdrage aan activa in eigendom van derden
L
C
termijn bij
max. Saldo agio disagio
lening max.
derde
Materiële vaste activa Gronden en terreinen Gronden en terreinen
Terreininrichting Buitenruimte Huis van Albrandswaard (bestaand) Bedrijfsgebouwen
nvt C L C A C
0
20 25
L
C
A
C
40 40
L
T
40
L
C
25
Semipermante gebouwen Noodgebouwen
L
C
L
C
20 10
Restauratie gebouwen / gemeentelijke monumenten Bouwtechnische installaties en bouwkundige voorzieningen: Warmwatervoorziening, regelapparatuur, verlichting
L
C
25
L
C
10
L
C
15
L
C
20
Nieuwbouw / Aankoop / Uitbreiding Gemeentehuis Albrandswaard (bestaand) Onderwijsgebouwen (juridisch eigendom bij schoolbestuur) Woonwagens
Klimaatregelapparatuur, energiebesparende maatregelen, zonnepanelen, verwarming- en luchtbehandelingsinstallaHes Ventilatie, sanitair, zonwering Dakisolatie Installaties Huis van Albrandswaard (bestaand) Overige bouwtechnische installaties en bouwkundige voorzieningen (w.o. nieuwbouw) Inrichtingskosten, meubilair, inventarïssen, stoffering Inrichting Huis van Albrandswaard (bestaand) Aanpassingenten behoeve gebruiksvergunning Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Civieïtechnischewerken (bruggen, viaducten, duikers): Aanleg bruggen, viaducten en tunnels (wegen) Mechanisme bruggen en viaducten Technische haveninstallaties Kunstwerken (bruggen, viaducten en duikers in parken etc.) Aanleg duikers (wegen) Metalen bolders 34
L
C
30
A
C
15
L
C
10 - 20
L
C
10
A
C
10
L
C
15
L
C
60
L
C
25
L
C
15
L
C
20
L
C
20
L
C
30
L/A T/C
Termijn in jaren
Overige civieltechnische werken Openbare verlichting (aanleg, lantaarnpalen, lichtmasten, kabelnet, armaturen) Aanleg beschoeiingen Speeltuinen en -weiden en parken: Aanleg (reguliere) ondergronden inclusief speeltoestellen Sport buiten: Aanleg en renovatie velden Kunstgrasveld - aanleg toplaag Kunstgrasveld - aanleg onder- en mïddenlaag Wegen (aanleg, fiets- wandelpaden en overige wegen, reconstructies en rehabilitatie, aanleg parkeerplaatsen) Rijwielstallingen Bushaltes, abri's, straatmeubilair
L
C
20
L
C
10
L
C
20
L
C
30
L
C
15
L
C
10
L
C
30
L
C C
voorziening 20 15
L L
C C
L L L
C C C
4- 5
L L
C C
15
L
C
10
L
C
10
L
C
8
L
C
10
L
C
15
L
C
20
L
C
10
L
C
5
L L L L
C C C C
5 - 10
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten heffing kan worden geheven Aanleg, herinrichting en renovatie begraafplaatsen (w.o. ruimen graven) Riolering Aanleg waterwegen
Millïeuparken Vervoermiddelen Bedrijfswagens, vrachtwagens, etc. Onderhoudsmaterieel
Machines, apparaten en installaties Automatisering, apparatuur en programmatuur Audiovisuele middelen Communicatiemiddelen, telefooncentrale (exclusief mobiele telefoons) Installaties: Liften, filterinstallaties, beregenings- en drainageapparatuur Overige installaties, w.o beveiliging en alarm Machines: Stemmachines Borstelmachines, sneeuwschuivers, sneeuwblazers en overige machines Vuilniswagen, veegwagen Opzetstrooiers Trekker, heftruck Mechanische afvalinzameling Technische installaties afvalinzameling Liftinstallatie begraafplaats Overige materiële vaste activa Gereedschappen, instrumenten, materialen e.d. Onderwijsleerpakketten, gymnastiekmateriaal Sportvloeren (sporthal of gymzaal) Hekwerken, terreinafrastering
35
L
8 5
4 5
10
10 15 15
L/A T/C
Verkeer:
Bewegwijzeringsborden Controlemiddelen/signaleringsborden Lichteninstallaties
C C C
Telapparatuur (mini-)Containers en ondergrondse containers Elektronische voorzieningen containers (b.v. toegangscontrole)
L
C
L
C
L
C
Termijn in
jaren 10 5 12 5 15 10
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking en deelnemingen
L/A nvt
Aandelenkapitaal
nvt nvt
Kapitaalverstrekking aan deelnemingen, GRen verbonden partijen
L/A nvt
36
looptijd lening 0 looptijd lening
Bijlage D: Wijzigingen ten opzichte van vorige nota D.1 Vergelijking uitgangspunten Vergelijking nieuwe uitgangspunten t.o.v. vorjge nota Nieuwe nota 1
2
Vorige nota
De ondergrens voor activering is gesteld
Ondergrens was € 10.000. Zie punt 2 vorige
op € 25.000, tenzij de raad in
nota. Keuzeom af te wijken van de grens
voorkomende gevallen anders besluit.
toegevoegd. Nieuwt.o.v. vorige nota. Wettelijke verplichting.
Investeringen in gronden, terreinen en financiële vaste activa worden altijd
geactiveerd,onafhankelijkvan het bedrag. 3
Er is sprake van onderhoud wanneer
Conform vorige nota punt 3.
uitgaven worden gedaan ten behoeve van
het behoud van de oorspronkelijke
4
5
kwaliteit en levensduurvaneen actief. Deze mogen niet worden geactiveerd. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningenen het saldovan agioen disagio actíveren wij alleen als de raad hier expliciettoe besluit.
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
Bijdragen aan activa in eigendom van
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
derden activeren wij alleen als de raad
6
hier expliciettoe besluit. Bijdragen van derden die in directe relatie Conform vorige nota punt :16. tot een vast actief staan worden op het investerïngsbedrag in minderinggebracht. Wij passen de componentenbenadering toe, tenzij anders aangegeven in de bijgevoegde tabel met afschrijvingsterm ijnen Kosten welke rechtstreeks aan de
Conform vorige nota punt 17.
verkrijgings- of vervaardigingsprijs kunnen
aangegevendat interne uren niet worden
worden toegerekend, moeten worden
toegerekend, tenzij de raad anders beslist.
geactiveerd. Daaronder vallen ook de interne en externe salarislasten.
Toerekenenvan uren is echter door het BBV
Kosten van overhead worden geactiveerd
middels een opslagvoor indirecte kosten op het geldende uurtarief. Rentekosten
Gewijzigd t.o.v. vorige nota. Bij punt 6 is daar
verplicht. Niet opgenomen in vorige nota. Voorgestelde systematiek in de nieuwe versie is in lijn met de
huidige werkwijze van toerekenen van uren.
worden niet separaat geactiveerd. 10
Jaarlijks toetsen wij bij het opstellen van
de jaarrekening de waarde van het
11
Nieuw t.o.v. vorige nota. Toetsing is een wettelijke verplichting.
vastgoed met een economische functie aan de hand van de indirecte opbrengstwaarde. Wij passen standaard de lineaire afschrijvingsmethode toe. Bij uitzondering kan, middels een expliciet raadsbesluit,
Conform vorige nota punt 7
gekozenworden voor toepassingvan de annuïtaire methode. 37
De afschrijvingstart vanaf het boekjaar
Conform vorige nota punt 18.
volgend op het jaar waarin het kapïtaalgoed gereed komt/verworven wordt of in gebruik wordt genomen. Conform vorige nota punt 4.
De afschrijvingsmethoden en -termijnen zijn vastgelegd in de bij deze nota bijgevoegde afschrijvingstabel met een indeling in (sub)categorieën. Indien er bij een voorgenomen investering sprake is
van een nieuwe (sub)categorie en/of
afwijkende afschrijvingstermijn wordt dit in het betreffende raadsvoorstel expliciet benoemd en gemotiveerd .
De restwaarde van het vaste actief wordt 15
16
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
op nihil gesteld. Het omslagpercentage ten behoeve van het toerekenen van rente aan de taakvelden, wordt voor het nieuwe begrotingsjaar bepaald bij de vaststelling van de begroting. De raad autoriseert bij de vaststelling van de begroting de budgetten voor de investeringen van het begrotingsjaar.
Gewijzigd t.o.v. vorige nota punt 9. In de nieuwe versie is gekozen voor vaststelling bij de begroting i.p.v. bij de voorjaarsnota.
Conform vorige nota punt 1.
o
Conform vorige nota punt 1. begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor.
r
Conform vorige nota punt 5 en 11. uitvoering met een jaar is opgeschoven kunnen, na toestemming van de raad, eenmalig worden verschoven naar een volgend jaar
Vervallen uitgangspunten vorige nota Nieuwe nota
8
De rente wordt gebaseerdop de
10
boekwaarde van de activa per 1 januari, ongeacht of het actief wel of niet gereed is en wordt ten laste van de exploitatie gebracht. Het afsluiten of het omzetten van een
Vorige nota Dit is het BBVvoorgeschrevenwerkwijze, geen uitgangspunt. Wordt verder toegelicht in de nieuwe nota.
krediet in een ander krediet is niet
Geen uitgangspunt, toekennen, wijzigen en afsluiten van investeringsbudgetten is geen
toegestaan zonder besluit van de Raad.
bevoegdheidvan het college, maarvan de raad. Wordt in de nieuwe nota ook genoemd.
12
13
De kosten van onderzoek en/of
Vervallen. BBVschrijft voor dat uren altijd
voorbereidend werk (exclusief eigen ureninzet) worden bij de investering geraamd indien aan de voorwaarden is voldaan.
dienen te worden toegerekend.
Investeringen met een maatschappelijk nut worden geactiveerd. De minimum
Geen onderscheid meer tussen activeringsgrenzen economisch en 38