Jaarstukken 2025.pdf
Tekst van het document
Daarnaast heeft het uitvoeringsplan HGKM (Huiselijk Geweld en Kinder Mishandeling) meer vorm gekregen waar thema’s als ervaringsdeskundigheid, dadersperspectief en femicide verder worden uitgewerkt. Binnen het onderwijs is gewerkt aan een nieuwe werkwijze met schoolcontactpersonen. Alle scholen zijn bevraagd over hun behoefte aan jeugdhulp op school, wat heeft geleid tot beter inzicht in ondersteuningsvragen. In het tweede halfjaar van 2025 is een stevige basis gelegd voor verdere verbetering van de jeugdhulpprocessen, met aandacht voor toegankelijkheid, samenwerking en passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen.
- 53 -
7.2 Kwetsbare groepen Kwetsbare groepen Wat willen we bereiken? In onze dorpse gemeenschap heeft iedereen oog voor elkaar en helpt elkaar. Wanneer iemand niet meer voor zichzelf kan zorgen en/of (externe) hulp nodig heeft, is die hulp goed vindbaar en bereikbaar. Wat gaan we doen
Wanneer is het klaar Eind 2025
Wat is het streven
1a
We voeren samen met onze partners een campagne gericht op herkenning, bewustwording, voorlichting van dementie en evalueren die. Trainingsbijeenkomsten voor ketenpartners.
1d
We verbeteren de samenwerking Continu tussen GGZ, wijkteam, woningbouwverenigingen en inwoners op het gebied van overlast door verward gedrag in de wijken.
Iedereen moet gelukkig en veilig Binnen begroting. kunnen wonen in Albrandswaard.
1e
Stimuleren dat Stichting Welzijn Albrandswaard en de wijkteams een communicatieplan opstellen om het loket Vraagwijzer van de Stichting Welzijn Albrandswaard en de functie daarvan te optimaliseren.
De vindbaarheid van hulp, Binnen begroting. ondersteuning en zorg vergroten.
Continu
Een dementievriendelijke samenleving.
Extra kosten + FTE in 2025 Binnen begroting.
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij gedaan? 1a De projectopdracht Dementievriendelijke gemeente en de bijbehorende inloopvoorziening was verlengd tot 31 december 2025. Er is medio 2025 een subsidieaanvraag ingediend bij ZonMw om de opdracht te continueren, maar deze is helaas niet toegekend. Aangezien er geen “extra” budget beschikbaar is, is het project per 31 december 2025 beëindigd. Binnen de opdracht hebben veel mantelzorgers en andere betrokkenen kennis opgedaan over het omgaan met mensen met dementie. Activiteiten zoals aansluiten bij de Wereld Alzheimer Dag en de contactgroep dementie voor mantelzorgers blijven bestaan. Bij de jaarrekening van Welzijn Albrandswaard over 2025 zullen ook de resultaten van het project in beeld worden gebracht. 1d
Net als in alle gemeenten in Nederland neemt ook in Albrandswaard de overlast van verward gedrag toe. Ook in Albrandswaard zijn er voorbeelden dat dit tot onaanvaardbare overlast heeft geleid. Door het college is in 2024 een inventarisatie van de verbeterpunten verbinding Zorg en Veiligheid vastgesteld. Uw raad is daarover geïnformeerd met raadsinformatiebrief 752620. Er is onder andere een Advies- en Meldpunt Verward Gedrag gerealiseerd waar inwoners verward gedrag kunnen melden. Preventief: In de regio is in de eerste helft van 2025 een transformatieplan opgesteld om samen met zorg, welzijn en gemeentes inzet te plegen op Mentale gezondheid. Het plan is vooral gericht op het verminderen van de druk op de Geestelijke Gezondheid Zorg (GGZ zorg) en het vroeg signaleren en aanpakken van mentale gezondheidsproblemen welke vaak ten grondslag liggen aan verward gedrag. Er wordt ook geld ter beschikking gesteld voor gemeenten en welzijn. Nadat het plan is goedgekeurd zal de raad via een raadsinformatiebrief worden geïnformeerd wat dit voor de gemeente betekent.
1e
Wij zien als gemeente heel veel voordelen in het normaliseren van zorg en problemen. Daarom hebben we als doel om bij een "zware of complexe" zorgvraag direct Welzijn in te zetten zodat er naast de zorgvraag ook veel aandacht is voor het 'normale' leven. Tevens zorgen de welzijnsoplossingen ook voor een vermindering van de problemen in de toekomst. Het is belangrijk dat de inwoner zo snel mogelijk op de goede plek hulp en/of ondersteuning kan vragen. Een communicatieplan helpt daarbij. Omdat de Albrandswaardse organisatie nog steeds in ontwikkeling is en ook de samenwerking tussen wijkteam, KCC en Vraagwijzer ontwikkelt, is het communicatieplan over het loket Vraagwijzer nog niet verder uitgewerkt. De gedachten over de verdere uitwerking worden meegegeven aan een volgend college.
- 54 -
Wat heeft het gekost? Programma 7 - Sociaal domein
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten 7.1-Maatschappelijke Ondersteuning 7.2-Kwetsbare Groepen
5.872.600
7.023.000
6.953.598
69.402
829.000
1.471.000
1.676.111
-205.111
7.3-Participatie
7.653.800
9.844.610
10.704.864
-860.254
7.4-Jeugdzorg
8.579.800
8.633.600
8.945.553
-311.953
7.5-Zorg & Welzijn
1.406.800
1.659.200
1.597.754
61.446
7.6-Wijkteams
2.058.400
2.270.200
1.834.273
435.927
Totaal Lasten
26.400.400
30.901.610
31.712.153
-810.543
151.400
929.400
1.072.308
142.908
0
1.750.000
1.782.049
32.049
7.3-Participatie
4.445.000
6.607.510
6.648.730
41.220
7.4-Jeugdzorg
0
160.000
261.934
101.934
7.5-Zorg & Welzijn
205.800
434.700
424.651
-10.049
7.6-Wijkteams
14.100
14.100
91.317
77.217
Baten 7.1-Maatschappelijke Ondersteuning 7.2-Kwetsbare Groepen
Totaal Baten
4.816.300
9.895.710
10.280.988
385.278
-21.584.100
-21.005.900
-21.431.166
-425.266
Onttrekkingen
35.000
235.000
2.425.311
2.190.311
Stortingen
44.000
44.000
1.584.848
-1.540.848
Mutaties reserves
-9.000
191.000
840.463
649.463
-21.593.100
-20.814.900
-20.590.703
224.197
Saldo van baten en lasten
Gerealiseerd resultaat programma 7
- 55 -
Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 530300 Teammanager Sociaal Domein € 298.435 nadelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530310 Team Beleid & Advies Sociaal € 142.337 voordelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530311 Team Wijkteam € 556.124 voordelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530312 Poort, inkomen en participatie € 70.609 nadelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530313 Wet maatschappelijke ondersteuning € 313.019 voordelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530314 Jeugd € 325.814 nadelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. FCL 530315 Volwassenen € 453.421 nadelig Zie kop 'Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein' hieronder. Toelichting afwijking loonkosten Sociaal Domein De afwijkingen in de loonkosten van het Sociaal Domein zijn met name ontstaan door de herindeling van teams gedurende het jaar. Deze herindeling is in de financiële administratie nog niet volledig doorvertaald naar de onderliggende grootboekrekeningen. Hierdoor worden op het niveau van de grootboekrekeningen afwijkingen zichtbaar. Per saldo bedraagt de totale overschrijding € 136.801, op een totaal begrotingsbedrag van € 4.780.200.
De overschrijding wordt voornamelijk verklaard door extra loonkosten als gevolg van aanvullende inzet van inhuur, noodzakelijk om de continuïteit van de dienstverlening en een voldoende bezetting van de teams te borgen. Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie FCL 662110/112/114 Opvang Oekraïners € 166.556 nadelig De kosten die gemaakt zijn voor alle zaken omtrent de opvang van mensen uit Oekraïne (huur van panden, gas/water/licht, personeel, beveiliging, etc.), zijn ongeveer € 200.000 hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door de flink gestegen kosten voor de beveiliging. Daarnaast zijn de inkomsten vanuit het Rijk ongeveer € 30.000 hoger uitgevallen dan begroot. De inkomsten bestaan uit normbedragen per beschikbaar bed. Ten opzichte van 2024 zijn de normbedragen (opnieuw) naar beneden bijgesteld, maar de totale inkomsten zijn opnieuw hoger dan de uitgaven. FCL 667000 Jeugdwerk € 126.122 voordelig Vanwege de inzet van de SPUK GALA-middelen, hebben er minder kosten op het budget van jeugdwerk gedrukt. Voor 2026 en verder is het subsidiebedrag naar beneden aangepast. Het overschot is incidenteel van aard. FCL 667002 Maatschappelijk werk € 41.838 voordelig In 2025 heeft een terugbetaling plaatsgevonden van de niet-bestede subsidie over 2024 van de stichting De Sociale Basis (€ 17.120).
Daarnaast is, op basis van ervaringscijfers, € 14.297 minder aan subsidie verleend aan stichting De Sociale Basis. Dit betreft een incidenteel overschot.
- 56 -
FCL 667062 Sociaal Cultureel Centrum Brinkhoeve + huisvesting € 34.041 nadelig De incidentele overschrijding wordt veroorzaakt doordat huurinkomsten van het pand aan de Irenestraat 2b administratief zijn verantwoord op een ander grootboeknummer dan in de begroting is opgenomen. Hierdoor ontstaat op dit grootboeknummer structureel een afwijking. Er is geen sprake van gemiste inkomsten of budgetverlies, maar van een administratieve verwerking. De afwijking is structureel en zal bij de eerste tussenrapportage worden gecorrigeerd. Taakveld 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd FCL 667045 Lokaal Preventief jeugd € 54.473 voordelig Met ingang van 2025 worden de lasten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) niet meer op deze grootboekrekening geboekt, waardoor er een onderschrijding van de lasten heeft plaatsgevonden. De begroting was nog niet op aangepast met deze wijziging. Met ingang van 2026 zal dat wel het geval zijn. Het overschot is daarom incidenteel. Taakveld 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal FCL 661415 Toeslagenaffaire ondersteuning gedupeerde € 30.991 voordelig Het voordelig resultaat is ontstaan door een teruggave van € 31.070, m.b.t. de kwijtschelding schulden van de hersteloperatie uit 2023.
FCL 667117 Clientondersteuning rondom teams € 27.911 voordelig In 2025 heeft er een afrekening plaatsgevonden van de niet bestede subsidie 2023 van Stichting MEE (€ 28.152,-). Dit zorgt voor een incidenteel overschot in 2025. FCL 668350 Opdracht H-Veilig Thuis Rdam Rijnm Jeugdbescherm. € 117.337 nadelig Zie de tekst onder 'toelichting GRJR' voor de verklaring. Taakveld 6.3 Inkomensregelingen FCL 661000 Wet BUIG uitkeringen € 620.361 nadelig Het tekort op het BUIG-budget wordt met name veroorzaakt door hogere uitkeringslasten als gevolg van meer instroom dan uitstroom, en een veranderende samenstelling van het bestand. Landelijk laat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zien dat de instroom in de bijstand al meerdere kwartalen hoger ligt dan de uitstroom. Dit beeld werkt door in de lokale ontwikkeling. Daarnaast betreft de instroom relatief vaker doelgroepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder jongeren, statushouders en inwoners met multiproblematiek (o.a. toename bewoners Antes). Deze groepen hebben doorgaans meer ondersteuning nodig en kennen een langere route richting duurzame uitstroom, wat leidt tot hogere uitkeringslasten.
FCL 661025 Studietoeslag regeling 2022 € 27.136 nadelig Het tekort op het budget Studietoeslagregeling (onderdeel van de participatiewet) is primair toe te schrijven aan een toename van het aantal deelnemers, mede door landelijke trends van doorstuderen en volwasseneneducatie. Daarnaast spelen inhaalbetalingen uit voorgaande jaren en veranderingen in de inkomenssituatie van studenten een rol. Ook de uitbreiding van het aantal opleidingen dat in aanmerking komt voor de toeslag heeft bijgedragen aan de hogere uitgaven. FCL 661400 Minimabeleid € 36.099 voordelig Het overschot komt met name door lagere uitgaven aan de bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand toont jaarlijks wisselingen door tijdelijke regelingen in voorgaande jaren zoals de Energietoeslag en Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Daarnaast zijn de terugvorderingen leenbijstand in 2025 60% hoger uitgevallen dan verwacht.
- 57 -
FCL 661410 Schuldhulpverlening € 36.122 voordelig In 2025 zijn geen uitgaven gedaan aan preventie-activiteiten zoals aandacht voor life-events. Daarnaast maakte in 2025 een zeer laag aantal ondernemers gebruik van schuldhulpverlening. Deze doelgroep is in 2025 nog niet actief benaderd. Beide onderdelen zijn opgenomen in het beleidsplan Schuldhulpverlening en worden vanaf 2026 opgepakt. Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie FCL 662301 Re-integratieprojecten € 100.034 voordelig Het overschot van ruim € 100.000 op het re-integratiebudget hangt samen met de doorontwikkeling van re-integratietrajecten die passend zijn bij de doelgroepen in Albrandswaard. Hierdoor zijn nog niet alle beschikbare middelen ingezet. Het budget is echter nodig en een efficiënte inzet kan bijdragen aan een lagere druk op de BUIG-middelen, doordat goed gefinancierde re-integratietrajecten de instroom en bijstandsafhankelijkheid op termijn kunnen beperken. Taakveld 6.60 Hulpmiddelen en diensten (WMO) FCL 66205 WMO / Collectief vervoer € 82.778 voordelig Het aantal cliënten dat gebruik maakt van het WMO collectief vervoer is afgenomen met 7%. Daarnaast maken bestaande reizigers gemiddeld minder vaak gebruik van de taxi dan in het voorgaande jaar. Wij stimuleren mensen vaker gebruik te maken van het OV of Automaatje, wat voorliggende voorzieningen zijn.
Dit heeft geleid tot lagere vervoerskosten en daarmee een onderschrijding van het budget. Taakveld 6.711 Huishoudelijke hulp (WMO) FCL 666200 WMO Huishoudelijke verzorging ZIN € 46.305 voordelig Bij de eerste tussentijdse rapportage is het budget opgehoogd vanwege een verwachte stijging van het aantal cliënten met 15%, en als gevolg van indexatie. Door cliënten te stimuleren gebruik te maken van voorliggende voorzieningen en/of eigen netwerk is het aantal cliënten met slechts circa 10% toegenomen. Hierdoor zijn de uitgaven lager uitgevallen dan geraamd, wat heeft geleid tot een onderschrijding op dit budget. FCL 666700 WMO Eigen bijdrage € 40.080 voordelig De opbrengsten uit de WMO-eigen bijdragen zijn hoger uitgevallen dan geraamd. Dit wordt verklaard door een groei van het aantal cliënten en een lichte stijging van het gemiddelde bedrag van de eigen bijdrage. Taakveld 6.713 Dagbesteding (WMO) FCL 666230 WMO Dagbesteding € 61.044 voordelig Door de intensieve samenwerking tussen Participatie en WMO vindt aan de voorkant een scherpere triage plaats. Bij jongere aanvragers wordt daardoor vaker gekozen voor een participatietraject of een andere voorliggende (algemene) voorziening. Dit beperkt de instroom in WMO-dagbesteding.
Daarnaast wordt dagbesteding bij oudere inwoners gemiddeld later ingezet, omdat zij de ondersteuning langer binnen de eigen omgeving organiseren of gebruikmaken van voorliggende (algemene) voorzieningen. Hierdoor verschuift de instroom en is de inzetduur binnen de WMO korter, doordat inwoners relatief snel doorstromen naar de Wet langdurige zorg (Wlz) of direct een Wlz-indicatie krijgen. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot lagere uitgaven dan begroot. Taakveld 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal FCL 667310 Perceel 2: Dagprogramma's € 208.714 nadelig FCL 667320 Perceel 3: Generalistische basis GGZ € 107.845 nadelig Zie de tekst onder 'toelichting lokale jeugdzorg' voor de verklaring.
- 58 -
Taakveld 6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal FCL 667300 Perceel 1: Ambulante jeugdhulp met verblijf € 42.350 nadelig Zie de tekst onder 'toelichting lokale jeugdzorg' voor de verklaring. Toelichting lokale jeugdzorg In 2025 heeft de verschuiving van regionaal naar lokaal ingekochte jeugdhulp zich voortgezet. Door de versterking van het lokale hulpaanbod kunnen meer hulpvragen in de directe leefomgeving van jeugdigen en gezinnen worden opgepakt, in lijn met de gemeentelijke doelstelling om jeugdhulp laagdrempelig en nabij te organiseren. Echter neemt de complexiteit van hulpvragen binnen het lokale hulpaanbod toe. Cliënten hebben vaker intensievere en langdurigere ondersteuning nodig, waardoor zij langer in zorg blijven en de uitstroom beperkt is. Aanhoudende wachtlijsten en beperkte doorstroom binnen de jeugdhulpketen vergroten deze druk. Daarnaast is sprake van een structurele stijging van de kosten, onder meer door hogere tarieven als gevolg van toenemende personeels- en uitvoeringskosten bij aanbieders. Hierdoor nemen de kosten per cliënt toe. De combinatie van toenemende complexiteit, langere zorgduur, stijgende tarieven en wachtlijstproblematiek zorgt voor blijvende druk op het jeugdhulpbudget en vraagt om voortdurende monitoring en sturing.
Taakveld 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal FCL 668310 Opdracht A-Gewoon opgroeien buiten gezin-Pleegzorg € 434.245 nadelig Toelichting GRJR Het tekort wordt veroorzaakt met name veroorzaakt vanwege het terugontvangen bedrag n.a.v. de definitieve jaarrekening over 2024, en door de lagere afgegeven verwachtingen vanuit de GRJR voor de daadwerkelijke uitnutting van 2025. Als gevolg hiervan hebben we zowel in de eerste- als in de tweede tussenrapportage het totale budget naar beneden bijgesteld, met ongeveer € 1,2 miljoen. Aan het eind van 2025 blijkt de totale bijstelling te rooskleuring te zijn geweest, en komen we € 200.724 tekort t.o.v. de gewijzigde begroting. Per saldo is de uitnutting van de zorgkosten voor de gemeente toch voordelig uitgevallen in vergelijking met de primitieve begroting 2025 (voordelig saldo van ongeveer € 1 miljoen).
- 59 -
Taakveld 6.791 PGB WMO FCL 667200 WMO Huishoudelijke verzorging PGB € 36.800 voordelig Er is actief gestuurd op een kwalitatief goed aanbod van huishoudelijke ondersteuning in natura (ZIN). Hierdoor hebben minder cliënten gekozen voor een PGB-voorziening dan verwacht. Dit heeft geresulteerd in een onderschrijding van het budget van € 36.800. Taakveld 6.792 PGB Jeugd FCL 667205 Lokale Jeugdhulp PGB € 26.800 voordelig Er is actief gestuurd op een kwalitatief goed aanbod van jeugdzorg. Hierdoor hebben minder cliënten gekozen voor een PGB-voorziening dan verwacht. Dit heeft geresulteerd in een onderschrijding van het budget van € 26.800. Taakveld 7.1 Volksgezondheid FCL 653031 SPUK IZA € 35.227 nadelig Het nadeel op deze SPUK wordt veroorzaakt doordat er meer subsidiale lasten zijn gemaakt, dan het bedrag wat er een baten tegenover gezet kon worden vanaf de balans. FCL 671400 Volksgezondheid € 29.846 voordelig De bijdrage aan de GGD is lager uitgevallen dan begroot. Voor 2026 is de begroting van onze gemeente opnieuw weer aangepast op de ingediende begroting van de GGD. FCL 671500 Jeugdgezondheidszorg € 49.237 voordelig In 2025 heeft er een verrekening plaatsgevonden over de subsidie 2024 aan het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Er is in 2025 € 26.368 teruggevorderd over de subsidie 2024 waardoor er een incidenteel overschot is bij de jaarrekening 2025.
Taakveld 0.10 Mutaties reserves FCL 698007 Mutaties reserves programma 7 € 649.463 voordelig Het voordelig saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door de onttrekking uit de reserve Sociaal Domein voor het negatief saldo van het programma (effect op de onttrekkingen van ca. € 660.000 t.o.v. de begroting).
- 60 -
Beleidsindicatoren Nr. Indicator 1 Banen (bron: CBS/LISA)
Beschrijving indicator
AW
NL*
Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar.
593,4 850,2
Cijfers over 2024
2 Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de voor de rechter (bron: CBS) rechter is verschenen.
1%
1%
2023
3 Kinderen in uitkeringsgezinnen (bron: CBS)
Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.
3%
6%
2024
4 Netto arbeidsparticipatie (bron: CBS)
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
76,2% 73,2%
2024
5 Jeugdwerkloosheid (bron: CBS)
Percentage personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie.
2%
2024
6 Personen met een bijstandsuitkering (bron: CBS)
Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en 198,4 281,2 bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak- en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inwoners.
2025
7 Aantal reintegratievoorzieningen (bron: CBS)
Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
112,0 203,1
2024
8 Jongeren met jeugdhulp (bron: CBS)
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle 11,6% 14,0% jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014).
2024
9 Jongeren met jeugdbescherming (bron: CBS)
Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt.
0,4% 1,0%
2024
10 Jongeren met jeugdreclassering (bron: CBS)
Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar).
0,2% 0,4%
2024
11 Wmo-cliënten met een maatwerkarr. (bron: CBS)
Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.
530
2025
1%
660
Waar staat je gemeente d.d. 10 maart 2026 * Klasse matig stedelijk
Kerngegevens Sociale structuur
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Aantal inwoners
26.732
26.664
26.573
Aantal inwoners tot 20 jaar
6.152
6.174
6.006
Aantal inwoners 65 jaar en ouder
5.188
5.134
5.322
- 61 -
Niet in voorgaande programma's verantwoorde baten en lasten Inleiding Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV) gewijzigd. Een van de wijziging betreft het verantwoorden van algemene baten en lasten in de begroting en jaarrekening. Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Dus alleen de baten en lasten die betrekking hebben op het primaire proces worden in de programma’s opgenomen. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, Vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder. 1 - Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit. Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat heeft het gekost? Algemene dekkingsmiddelen
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
577.200
415.500
478.421
-62.921
Baten
50.959.600
52.270.300
54.241.320
1.971.020
Gerealiseerd saldo baten en lasten
50.382.400
51.854.800
53.762.899
1.908.099
Gerealiseerd resultaat Algemene dekkingsmiddelen
50.382.400
51.854.800
53.762.899
1.908.099
- 62 -
Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.5 Treasury FCL 691100 Financiering € 50.699 voordelig De ontvangen rente op de schatkistrekening wordt per dag berekend op basis van het saldo en de op dat moment geldende dagrente. Dit maakt het lastig om vooraf een inschatting te maken van de te ontvangen rente. Voor 2025 hebben we aanzienlijk meer rente ontvangen dan vooraf verwacht, waardoor we op deze grootboekrekening een positief resultaat hebben behaald van ruim € 50.000. FCL 691101 Rentetoerekening vanuit activa € 58.671 nadelig Vooral door onderuitputting bij de investeringen in 2025 (met name vanwege het doorschuiven van investeringskredieten) is er minder rente aan activa doorberekend, dan aanvankelijk begroot. Ook de omslagrente is iets lager uitgevallen. Dit veroorzaakt op deze post een nadeel, maar daar staan, in totaal, dezelfde voordelen tegenover op de diverse taakvelden waar de rente aan toe is gerekend. Taakveld 0.62 OZB niet-woningen FCL 693350 OZB Niet Woningen € 217.895 voordelig In 2025 blijkt de totale, definitieve WOZ-waarde van de niet-woningen hoger dan waarmee bij het opstellen van de ramingen rekening is gehouden. Zelfs na een tussentijdse ophoging van de raming (+ € 100.000), heeft de hogere WOZ-waarde per saldo geleid tot een incidenteel hogere opbrengst uit de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen, van ca. € 218.000.
Taakveld 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds FCL 692100 Algemene uitkering € 1.664.138 voordelig Het voordeel wordt grotendeels verklaard door de uitkomsten van de september- en decembercirculaire 2025, die niet meer in de begroting 2025 konden worden verwerkt (totaal effect van € 1.744.880). Dit is toegelicht in de raadsinformatiebrieven van 7 oktober 2025 en 17 januari 2026. Daarnaast hebben verrekeningen plaatsgevonden over 2023 (€ 120.520) en 2024 (€ -201.270). Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 507200 Hulpkostenplaats personele benodigdheden € 236.938 nadelig Op deze kostenplaats is een stelpost begroot voor de doorbelasting van personeelskosten aan projecten. Op deze stelpost wordt de realisatie echter niet geboekt; dat gebeurt op de kostenplaats van de betreffende afdeling. Hierdoor ontstaat een verschil tussen begroting en realisatie van € 132.200. Daarnaast is een deel van de eindheffing van de WKR-regeling hier geboekt (€ 30.189), die niet begroot was. Ook de mutatie in de voorziening verlofsparen (ca. € 87.500) is op deze kostenplaats geboekt. Beleidsindicatoren Nr. Indicator
Beschrijving indicator
1 Gemiddelde WOZ-waarde (bron: CBS)
De gemiddelde WOZ waarde van woningen in duizenden euro's.
2 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (bron: COELO)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
3 Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden (bron: COELO) meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Waar staat je gemeente d.d. 10 maart 2026 * Klasse matig stedelijk
- 63 -
AW
NL*
Cijfers over
456
398
2025
1.054
957
2025
1.263 1.050
2025
Uitsplitsing lokale heffingen Lokale heffingen
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
346.200
346.400
333.932
12.468
Baten
8.280.100
8.380.100
8.610.459
230.359
Saldo van baten en lasten
7.933.900
8.033.700
8.276.527
242.827
Gerealiseerd resultaat lokale heffingen
7.933.900
8.033.700
8.276.527
242.827
Uitsplitsing algemene uitkering Algemene uitkering
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Baten
42.334.900
43.545.600
45.209.738
1.664.138
Saldo van baten en lasten
42.334.900
43.545.600
45.209.738
1.664.138
Gerealiseerd resultaat Algemene uitkering
42.334.900
43.545.600
45.209.738
1.664.138
Uitsplitsing dividend Dividend
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
8.400
8.400
7.570
830
Baten
235.500
235.500
257.325
21.825
Saldo van baten en lasten
227.100
227.100
249.755
22.655
Gerealiseerd resultaat dividend
227.100
227.100
249.755
22.655
Uitsplitsing saldo financieringsfunctie Saldo financieringsfunctie
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
222.600
60.700
136.919
Baten
109.100
109.100
163.798
54.698
Saldo van baten en lasten
-113.500
48.400
26.879
-21.521
Gerealiseerd resultaat saldo financieringsfunctie
-113.500
48.400
26.879
-21.521
- 64 -
-76.219
2 - Overhead Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden. - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toerekenen aan de desbetreffende taakvelden en programma’s. - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead. - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead. Wat heeft het gekost? Overhead
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
10.974.100
11.153.500
12.127.819
Baten
261.900
261.900
247.349
-974.319 -14.551
Saldo van baten en lasten
-10.712.200
-10.891.600
-11.880.470
-988.870
Gerealiseerd resultaat Overhead
-10.712.200
-10.891.600
-11.880.470
-988.870
Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.4 Overhead FCL 600200 Bestuursondersteuning € 37.892 nadelig De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door uitbesteed werk voor de ondersteuning in de afhandeling van WOO-verzoeken (ca. € 46.000). FCL 600240 Juridische zaken € 36.026 nadelig De totale overschrijding van de lasten worden met name veroorzaakt door de toegenomen advieskosten. Ondanks een bijraming in de eerste tussenrapportage is hier nog steeds ca. € 20.000 meer aan uitgegeven. Vanwege het ontbreken van personeel voor de behandeling van bezwaar en beroep betreffende het omgevingsrecht, zijn we genoodzaakt geweest om externe rechtsbijstand in te roepen. Dit betreffen voornamelijk kosten, gemaakt door advocaten, om juridische geschillen te behandelen. FCL 600530 Overhead vanuit DBP € 77.379 nadelig Vanuit de DBP zijn er meer overheadkosten doorbelast dan vooraf verwacht. Hier staat tegenover dat de bijdrage aan de DBP-uren in programma 1 lager is uitgevallen dan begroot. FCL 600563 Doorbelasting Huis van Albrandswaard € 45.083 nadelig Vanuit het Huis van Albrandswaard zijn meer kosten doorbelast naar overhead, omdat er meer kosten zijn gemaakt ten behoeve van het Huis, dan vooraf verwacht. Dit komt met name door de forse overschrijding van de energiekosten en de onderhoudskosten.
Ook de kosten van de doorbelasting van het Huis in programma 1 zijn hierdoor hoger uitgevallen dan begroot.
- 65 -
Uitsplitsing saldo Overhead Hieronder is een gespecificeerd overzicht van de Overhead te zien. Overhead
Begroting 2025 Begroting 2025 Werkelijk 2025 Verschil (voordeel na wijziging is + nadeel is-)
Bestuursondersteuning
385.600
346.100
Communicatie en voorlichting
66.100
66.100
65.240
860
Juridische zaken
43.800
93.800
129.826
-36.026
6.525.800
6.602.100
6.679.479
-77.379
Huur werkplekken Ridderkerk
0
8.300
8.225
75
Ondernemingsraad Albrandswaard
0
0
2.592
-2.592
Doorbelasting kosten gemeentehuis
201.000
204.000
250.644
-46.644
Overhead vanuit BAR
383.992
-37.892
Dummy 04 Overhead
3.751.800
3.833.100
4.607.822
-774.722
Saldo lasten
10.974.100
11.153.500
12.127.820
-974.320
0
0
0
0
Bestuursondersteuning Doorbelasting kosten gemeentehuis
33.200
33.200
34.761
1.561
Dummy 04 Overhead
228.700
228.700
212.588
-16.112
Saldo baten Gerealiseerd resultaat Overhead
261.900
261.900
247.349
-14.551
10.712.200
10.891.600
11.880.471
-988.871
- 66 -
3 - Vennootschapsbelasting (Vpb) Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitsplitst, wordt de eventueel af te dragen Vpb-heffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat heeft het gekost? Vennootschapsbelasting
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten
7.100
7.100
3.144
3.956
Saldo van baten en lasten
-7.100
-7.100
-3.144
3.956
Gerealiseerd resultaat Vennootschapsbelasting
-7.100
-7.100
-3.144
3.956
Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting In 2025 zijn er geen verschillen groter dan € 25.000.
- 67 -
4 - Onvoorzien In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat heeft het gekost? Onvoorzien
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk 2025
Verschil (voordeel is + nadeel is -)
Lasten 9.4-Onvoorzien
75.000
75.000
0
75.000
Totaal Lasten
75.000
75.000
0
75.000
Saldo van baten en lasten
-75.000
-75.000
0
75.000
Gerealiseerd resultaat Onvoorzien
-75.000
-75.000
0
75.000
Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 692200 Onvoorzien € 75.000 voordelig In 2025 is geen gebruik gemaakt van de post onvoorzien.
- 68 -
4. PARAGRAFEN Paragraaf 1 – lokale heffingen Inleiding U leest in deze paragraaf informatie over het gevoerde beleid en de gerealiseerde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Het betreft zowel heffingen waarvan de bestedingen gebonden zijn (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten) als heffingen waarvan de bestedingen ongebonden zijn (onroerende zaakbelastingen). Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt er een toelichting op gegeven. Beleidskaders Uitgangspunt bij het bepalen van de gewenste opbrengst van de gemeentelijke belastingen in 2025 is dat deze zo laag mogelijk worden gehouden en waar mogelijk gematigd. Daarnaast mogen de opbrengsten van de gebonden heffingen niet hoger zijn dan de kosten die daarvoor worden gemaakt. In het overzicht van de gerealiseerde kostendekking is te zien in welke mate de gerealiseerde opbrengsten niet hoger zijn dan de gerealiseerde kosten. Een algemeen uitgangspunt is een stijging van 3% en/of maximaal kostendekkende tarieven. De woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verderop in deze paragraaf, onder Lokale woonlasten, wordt de ontwikkeling van de woonlasten en de tarieven in 2025 ten opzichte van 2024 weergegeven en toegelicht.
Overzicht geraamde en gerealiseerde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaaloverzicht aan van de geraamde en gerealiseerde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen. Ongebonden heffingen
Begroting 2025 primair
Realisatie 2025
Afwijking
V/N
230.359
V
Afwijking
V/N
na wijziging
Financiering/algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelasting Gebonden heffingen
8.280.100
8.380.100
Begroting 2025 primair
8.610.459 Realisatie 2025
na wijziging
Afvalstoffenheffing
4.350.500
4.350.500
4.403.775
53.275
V
Rioolheffing
3.400.400
3.400.400
3.308.664
-91.736
N
Begraafplaatsrechten
214.400
214.400
230.712
16.312
V
Leges Burgerzaken
649.800
649.800
658.213
8.413
V
Leges Omgevingsvergunning & APV
463.400
463.400
376.161
-87.239
N
- 69 -
Toelichting Onroerende zaakbelasting In 2025 is vastgesteld dat de totale definitieve WOZ-waarde van de niet-woningen hoger is dan waarmee bij het opstellen van de raming rekening is gehouden. Deze hogere WOZwaarde heeft per saldo geleid tot een incidenteel hogere opbrengst uit de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen. Afvalstoffenheffing In 2025 zijn de opbrengsten uit afvalstoffenheffing hoger uitgevallen dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van het aantal aanbiedingen en ledigingen van restafval, wat heeft geleid tot circa € 35.000 extra opbrengsten. Daarnaast zijn de opbrengsten uit het aanbieden van grof afval circa € 18.000 hoger dan geraamd. Gezamenlijk verklaren deze ontwikkelingen het positieve verschil ten opzichte van de begroting. Rioolheffing Bij de rioolheffing voor niet-woningen is sprake van een verschil ten opzichte van de begroting. Bij het opstellen van de begroting is ,op grond van de ramingen van SVHW, uitgegaan van een hoger aantal heffingseenheden met een waterverbruik boven de 500 m³ dan daadwerkelijk is gerealiseerd. Als gevolg hiervan zijn de opbrengsten uit de rioolheffing voor niet-woningen achtergebleven bij de raming. Leges Omgevingsvergunning & APV De bouw van de flexwoningen heeft vertraging opgelopen. De vergunningaanvraag (opbrengst ca. € 120.000) is daarom ingetrokken.
Hierdoor blijven de gerealiseerde opbrengsten achter bij de raming. Kostendekking De mate van kostendekking ziet als volgt uit: Kostendekkendheid gebonden heffingen
Rekening 2025 Lasten
Dekking
Baten
Afvalstoffenheffing
4.488.559
4.403.775
98%
Rioolheffing
3.854.166
3.308.664
86%
Begraafplaatsrechten
508.411
230.712
45%
Leges Burgerzaken
1.026.133
658.213
64%
Leges Omgevingsvergunning & APV
1.109.786
376.161
34%
Totaal
10.987.055
8.977.525
82%
Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Wanneer een belastingplichtige niet, of slechts met moeite, in staat is de aanslag te betalen, kan hij of zij onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De behandeling van kwijtscheldingsverzoeken verloopt via het SVHW. In onderstaand overzicht is een vergelijking opgenomen tussen de geraamde en de gerealiseerde kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
- 70 -
Kwijtschelding lokale heffingen
Begroot 2025
Realisatie 2025
Afwijking
V/N
Rioolheffing
100.000
106.400
-6.400
N
Afvalstoffenheffing
98.600
98.213
387
V
Verzoeken kwijtschelding
2024
2025
Gehonoreerd
677
Afgewezen
260
663 610
Totaal
937
1.273
Lokale woonlasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo publiceert hierover jaarlijks de Atlas van lokale lasten, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland. De bron van de hierna volgende grafieken is de Atlas van lokale lasten 2025. Hierna wordt de ontwikkeling van de woonlasten in Albrandswaard in 2025 ten opzichte van 2024 weergegeven. Vervolgens wordt de lokale lastendruk van de gemeente Albrandswaard vergeleken met die van omliggende gemeenten en met de gemeenten met de laagste en hoogste woonlasten op landelijk niveau. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner), en B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner). De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van: (a) woonlasten van Albrandswaard in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten, en (b) de woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in Nederland. Woonlastenontwikkeling in Albrandswaard De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen woningen, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
De ontwikkeling van de woonlasten voor de verschillende huishoudens ziet er als volgt uit.
- 71 -
Vergelijking met Barendrecht, Ridderkerk en qua inwonerstal vergelijkbare gemeenten Uit de volgende vergelijkingen blijkt dat een gezin dat eigenaar-bewoner van een woning is, in de gemeente Ridderkerk de laagste woonlasten heeft. Als huurder betaalt men in de gemeente Goirle de laagste woonlasten. In de gemeente Voorschoten liggen de woonlasten het hoogst vergeleken met Albrandswaard, voor zowel eigenaren als huurders. A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
- 72 -
Landelijke woonlastenvergelijking De landelijke vergelijking laat zien dat Ameland voor eigenaar-bewoners de laagste woonlasten kent, zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens. De hoogste woonlasten voor eigenaar-bewoners worden in Bloemendaal betaald. Voor huurders liggen de laagste woonlasten in Nijmegen en de hoogste in West-Betuwe, beiden voor zowel eenpersoons-als meerpersoonshuishoudens. De volgende vergelijking geeft inzicht in de positie van Albrandswaard ten opzichte van andere gemeenten. De grafieken tonen de cijfers per huishoudtype op landelijk niveau. A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
- 73 -
- 74 -
Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De Gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt, en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 27 februari 2026. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.
De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering en specifieke primaire bedrijfsfuncties zoals de uitkerings- en zorgadministratie vallen binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in het overzicht met de belangrijkste risico’s. In het afgelopen jaar hebben wij de sturing op risico's verder geprofessionaliseerd door een actieve samenwerking met de BedrijfsvoeringsPartner (DBP) en het toepassen van data gedreven risico- en peer analyses. Onze lokale risico-inventarisatie is afgezet tegen de macro-economische gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB). Hierdoor ontstaat een integraal beeld dat niet alleen naar de interne organisatie kijkt, maar ook de externe onzekerheden in de markt en de samenleving weegt en een realistisch en scherper risicoprofiel oplevert. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard In dit onderdeel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente.
De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. 1. Sociaal Domein (Jeugd,WMO, Participatiewet) De financiële kwetsbaarheid binnen het Sociaal Domein wordt in belangrijke mate bepaald door externe en lastig voorspelbare ontwikkelingen. Jeugd - De volumebeheersing in de uitvoering jeugdwet loopt achter op de landelijke trend. De kosten voor jeugdzorg blijven stijgen wat leidt tot tekorten voor gemeenten. Het aantal jeugdhulptrajecten is niet alleen toegenomen, de kosten per traject zijn eveneens gestegen. De analyses op de kosten laten zien dat met name de tariefstijgingen sneller gaan dan de rijks compensatie die daar tegenover staat. Daarnaast duren trajecten gemiddeld langer door verschillende redenen. Het is wenselijk om de capaciteit voor benodigde gemeentelijke
- 75 -
hulpverlening aan inwoners te laten meegroeien met de ontwikkelingen, echter brengt ook dit extra kosten met zich mee. Als de capaciteit niet meegroeit vormen de werkdruk en de wachtlijsten een risico. Landelijk is er sprake van lange wachtlijsten voor specialistische jeugdzorg. De hervormingsagenda Jeugd heeft als doel de beschikbaarheid en kwaliteit van jeugdzorg te verbeteren en de gemeenten willen de regionale samenwerking hierin bevorderen, maar de uitvoering is nog niet goed vormgegeven en in ontwikkeling. Wmo - De Wmo is in 2025 binnen het beschikbare budget gerealiseerd, maar kent aanhoudende risicodruk doordat vergrijzing en extramuralisering in zowel de ouderenzorg als de ggz, in combinatie met ggz-wachtlijsten, leiden een toenemende vraag naar huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. Voor Wmo blijven daarnaast tarief- en prijsontwikkelingen en de ‘wet van de kleine getallen’ (enkele kostbare trajecten met relatief groot budgettair effect) structurele factoren die de budgettaire beheersbaarheid onder druk kunnen zetten. Participatiewet - Het tekort op BUIG (het rijksbudget voor bijstandsuitkeringen) zet in 2025 door. Dit hangt samen met de stijging van het wettelijk minimumloon (doorwerking in bijstandsnormen) en toenemende plaatsingscomplexiteit (lagere uitstroom en langere uitkeringsduur). 2.
Algemene uitkering gemeentefonds: De uitkering uit het Gemeentefonds is onze belangrijkste inkomstenbron, maar de onzekerheid over de toekomstige verdeling door het Rijk bleef in 2025 groot. Eventuele neerwaartse bijstellingen in rijksuitkeringen kunnen direct leiden tot een noodzaak voor lokale budgettaire ombuigingen. 3. Krappe arbeidsmarkt: De impact weerspiegelt de wisselwerking tussen de krappe arbeidsmarkt, verloop en verzuim. Schaarste bemoeilijkt vervanging, wat de werkdruk verhoogt en dwingt tot kostbare externe inhuur om de continuïteit te borgen. 4. Informatiebeveiliging en Privacy: Gezien de toenemende dreiging van cybercriminaliteit en de strenge eisen van de AVG, blijft dit een aanzienlijk risico voor de continuïteit en reputatie van de gemeente. 5. BedrijfsvoeringsPartner risicoprofiel: De taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverleningsprocessen van de gemeente(n) worden door DBP uitgevoerd. Hiernaast voert DBP ook primaire taken uit zoals de financiële uitkerings- en zorgadministratie. De (bedrijfsvoerings) risico’s die hierbij bestaan vormen het risicoprofiel van DBP. De gemeente deelt naar rato in het afdekken van deze risico’s. 6. Gemeenschappelijke regelingen: Dit risico betreft onvoorziene tekorten bij regionale samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidsregio en de GGD.
Prijsstijgingen of nieuwe taken bij deze partners kunnen leiden tot een extra rekening voor Albrandswaard. We beheersen dit door scherp toezicht op de regionale begrotingsplannen. 7. Ontwikkelingen in de bouwsector: Bij grote projecten en onderhoud zijn we afhankelijk van prijzen en beschikbaarheid in de markt. Sterke schommelingen kunnen projecten duurder maken. We vangen dit op door prijsindexaties in contracten en een zorgvuldige planning van de uitvoering. 8. Toenemende inflatie: Inflatie zet de koopkracht van het gemeentelijk budget onder druk. We baseren onze ramingen op actuele cijfers van het CPB en sturen waar nodig op interne kosten om de algemene middelen te beschermen. 9. Huisvesting vluchtelingen: De gemeente heeft een wettelijke taak voor passende opvang en huisvesting. Onzekerheid over de instroom kan leiden tot extra kosten. We
- 76 -
werken nauw samen met regionale partners en benutten rijkssubsidies om lokale lasten te beperken. 10. Onderwijshuisvestingsplan: Dit richt zich op de kosten voor schoolgebouwen. Onvoorziene prijsstijgingen kunnen investeringen onder druk zetten. We monitoren de voortgang van het huisvestingsplan continu en stellen binnen de meerjarenplanning (MPO) scherpe prioriteiten. Strategische addenda (Buiten de Top 10) Steun aan lokale verenigingen (Subsidiepartners): De gemeente houdt rekening met de financiële veerkracht van verenigingen en stichtingen. Zij zijn de motor van onze lokale samenleving. Om te voorkomen dat zij door hoge lasten hun deuren moeten sluiten, hebben we een proactieve reservering van € 250.000 opgenomen. Voorbereid zijn op onverwachte gebeurtenissen (BCM): Albrandswaard investeert samen met DBP in het moderniseren van haar continuïteitsplannen. Dit zorgt ervoor dat de gemeente bij grote storingen of incidenten direct weet wat haar te doen staat, zodat onze dienstverlening aan de burger altijd door kan gaan. Ruimte voor nieuwe plannen (Adaptatievermogen): Plannen voor nieuwe woningen of verbouwingen kunnen vertraging oplopen door landelijke regels over stikstof of een vol stroomnet. Door onze plannen flexibel te organiseren, kunnen we projecten aanpassen of verschuiven als dat nodig is en blijven bouwen aan de toekomst van Albrandswaard.
Risico's In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met de 10 belangrijkste risico’s omvat circa 85% van alle geïdentificeerde risico’s Belangrijkste financiële risico's
Nr.
Risicogebeurtenis
Gevolgen
Maatregelen
Kans Financiële gevolgen
R1401 Risicocluster tekorten uitvoering taken Sociaal Domein.
Hogere netto uitputting budget; wachtlijsten specialistische zorg; druk op voortbestaan subsidiepartners
Continue processturing;
5
max.€ 1.250.000 19.64%
R501 Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lopende het begrotingsjaar lager.
Onzekere inkomstenstroom; noodzaak tot bezuinigingen; beperking van meerjaren-ambities.
Monitoring via BI; scherpe 4 inkoop.
max.€ 1.000.000 12.30%
- 77 -
Invloed
Belangrijkste financiële risico's
R1622 (Gekwalificeerd) personeel is Vertraging in uitvoering moeilijk verkrijgbaar, hoog projecten; hogere kosten door externe inhuur; verloop, moeizame retentie stijgende werkdruk personeel.
Monitoring circulaires;
3
max.€ 1.150.000 10.01%
R532 Risicoprofiel Hogere bijdrage BedrijfsvoeringsPartner, DBP Albrandswaard; kan haar taken niet uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
Goed werkgeverschap; inhuurbeheersing.
5
max.€ 574.000
9.05%
R385 Begrotingstekorten in gemeenschappelijke regelingen/ verbonden partijen waardoor de gemeente financieel moet bijspringen.
Onvoorziene navorderingen (tekorten); druk op lokale begroting;
Financiële rapportage’s; 4 sturing efficiency. Integrale Risico beheersing
max.€ 600.000
7.32%
R1440 Risicocluster uitvoering weten regelgeving Informatiebeveiliging en Privacy
Uitval van digitale dienstverlening; reputatieschade; hoge boetes bij datalekken (AVG).
Deelname 4 bestuurscommissies; begrotingsdruk. Sturing op ingediende begrotingen van GR’ i.s.m. raad
max.€ 500.000
7.04%
R1558 Toenemende inflatie
Algemene prijsstijgingen in Implementatie BIO; exploitatie; verlies van awareness; audits. koopkracht in budgetten; indexatie-risico's.
4
max.€ 500.000
6.12%
R1552 Integraal huisvestingsplan Onderwijs.
Hogere kapitaallasten door Actualisatie prijspeil; bouwkosten; noodzaak tot bijsturen in herprioritering; uitstel van tussenrapportages. renovaties.
3
max.€ 500.000
4.77%
R1555 Onvoldoende woonruimte huisvesting vluchtelingen.
Extra inzet van personeel Prioritering in MPO; en middelen; druk op investeringsbegroting; beschikbare woonruimte; monitoring kosten. fluctuerende rijkssubsidies.
3
max.€ 500.000
4.37%
R1442 Oplopende kosten in bouwsector.
Overschrijding Rijkssubsidies; regionale investeringsbudgetten; spreiding. vertraging in woningbouw; herijking maatschappelijk vastgoed.
3
max.€ 500.000
4.36%
- 78 -
Belangrijkste financiële risico's Totaal van grote risico's: € 7.074.000
Totaal van overige risico's: € 3.780.000
Totaal alle risico's: € 10.854.000
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen Kwantiteit
Referentiebeelden
Kans
Toelichting kansklasse
klasse 10%
<0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5-10 jaar
2
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
50%
1 keer per 2-5 jaar
3
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1-2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of >
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
- 79 -
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.934.385 (benodigde weerstandscapaciteit).
Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
5%
€ 1.550.434
25%
€ 2.284.804
50%
€ 2.831.433
75%
€ 3.407.485
90%
€ 3.934.385
95%
€ 4.251.566
Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2026. Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel.
- 80 -
MPO 2026
MPO 2025
MPO 2026
Project
Risico's (ongewogen en gesaldeerd)
Risico's (ongewogen en gesaldeerd)
Risico's Risico's Verschil Op te vangen in Niet op te vangen (gewogen en (gewogen en grondexploitatie in gesaldeerd) gesaldeerd) grondexploitatie A
B
C=A-B
D
E=D-A
De Omloop
4.460.060
4.623.000
-1.338.018
-1.387.000
48.982
1.338.018
0
Schutskooiwijk 248.554
300.000
-71.716
0
-71.716 29.000
-42.716
TOTAAL
4.923.000
-1.409.734
-1.387.000
-22.734 1.367.018
-42.716
4.708.615
MPO 2025
Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 42.716 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Zie de tabel hieronder. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 Weerstandsonderdelen
Huidige capaciteit
Algemene reserve
€ 13.671.333
Reserve MPO
€ 49.123
Reserve Sociaal domein
€ 1.140.037
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 14.860.493
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's
Weerstandscapaciteit
Bedrijfsproces
Algemene reserve
Financieel
Reserve MPO
Imago/politiek
Reserve Sociaal domein
Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product Weerstandvermogen Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit
= € 14.860.493
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 3.934.385
- 81 -
= 4,84
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. De ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekende basis van het weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2
Uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
Voldoende
D
0.8-1.0
Matig
E
0.6-0.8
Onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer vóórdat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen. Geld
Bruto
x > € 500.000
1
2
€ 250.000 < x < € 500.000
1
1
3
2
€ 100.000 < x < € 250.000
3
5
2
€ 25.000 < x < € 100.000
6
6
2
10%
30%
50%
2
x < € 25.000 Geen geldgevolgen
Geld
70%
90%
2
Netto
x > € 500.000
1
2
€ 250.000 < x < € 500.000
1
1
3
2
€ 100.000 < x < € 250.000
3
3
2
€ 25.000 < x < € 100.000
8
6
10%
30%
x < € 25.000 Geen geldgevolgen 50%
70%
90%
Kengetallen In het onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie bij de jaarrekening 2025. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium.
- 82 -
Realisatie Begroting Realisatie
Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
2024 32% 30% 42% 3% 0,0% 124%
2025 35% 34% 43% 2% 0,9% 120%
2025 25% 23% 43% 1% 0,9% 120%
De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol.
Schuldquote Een belangrijke graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling. 1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
32%
35%
25%
Realisatie 2024 Minst risicovol
Begroting 2025 Neutraal
Realisatie 2025 Meest risicovol
De netto schuldquote is opnieuw gedaald ten opzichte van de realisatie van vorig jaar, en ook gedaald ten opzichte van de begroting van dit jaar. Dit komt door zowel de afname van de netto schulden, als door de toename van de gerealiseerde baten. Ook het uitblijven van grootschalige investeringen speelt hierin een rol. Toekomstige investeringen en eventuele risico’s zullen hun invloed hebben op de schuldquote. Ook de stijgende rentestanden zullen hun invloed hebben. Het is niet alarmerend als onze schuldquote zou verslechteren, maar wel goed om de investeringen goed af te wegen en marktontwikkelingen in de gaten te houden.
- 83 -
Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Neem bijvoorbeeld een woning; als deze voor 80% is gefinancierd bij de bank, en voor 20% is betaald met eigen spaargeld, dan is de solvabiliteit 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente. 2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30%
42%
43%
43%
Realisatie 2024 Meest risicovol
Begroting 2025 Neutraal
Realisatie 2025 Minst risicovol
20% 10% 0%
De solvabiliteit blijft op ongeveer hetzelfde niveau. Deels veroorzaakt door continu en stabiel (financieel) beleid waardoor het eigen vermogen redelijk constant blijft, en deels door niet al te grote nieuwe investeringen (waardoor de schulden niet of nauwelijks toenemen). De landelijke norm is om de kritische grens van 20% aan te houden voor het eigen vermogen. Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard blijven we kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert heeft dat grote impact op de stand van onze algemene reserve. Nieuwe investeringen en eventuele risico’s zullen hun invloed hebben op de solvabiliteit. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën. Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bij bijvoorbeeld een nieuw woningbouwproject, geldt dat eerst de grond gekocht en bouwrijp gemaakt dient te worden, voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden.