CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

HvP_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 28 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Hof van Poortugaal31.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan Hof van Poortugaal

1 Inleiding 1.1

Toelichting

Het ontwerpbestemmingsplan Hof van Poortugaal heeft van 22 december 2023 tot en met 15 februari 2024 ter inzage gelegen voor eenieder om een zienswijze op het plan in te dienen. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 525 woningen ter plaatse mogelijk en geeft een geactualiseerd kader voor de zorgvoorzieningen.

1.2

Wettelijk kader

Het voornemen om maximaal 525 woningen te realiseren past niet binnen het vigerende bestemmingsplan Poortugaal Dorp. Om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken wordt dan ook een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening doorlopen.

1.3

Zienswijze

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen. In deze periode stond voor eenieder de mogelijkheid open om hun zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad kenbaar te maken. Hierop zijn 17 reacties binnengekomen, waarvan 16 binnen de daarvoor gestelde termijn.

1.4

Opzet

Een uitwerking van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie treft u in hoofdstuk 2 aan. Per zienswijze is de inhoudelijke strekking daarvan zakelijk weergegeven. Vervolgens wordt per zienswijze de inhoudelijke reactie van de gemeente weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de onderdelen die ten opzichte van het ontwerp zijn gewijzigd. Het betreft wijzigingen die voortkomen uit ingebrachte zienswijzen en ambtelijke wijzigingen.

Nota Zienswijzen

Pagina 2

2 Beantwoording zienswijzen Indiener 1. Ontvangstdatum: 14 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. De indiener van de zienswijze maakt zich zorgen over de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op de in beheer zijnde waterleidingen in het plangebied. Er wordt verzocht ten allen tijden rekening te houden bij de inrichting met de voorwaarden die gelden op basis van de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming Leiding – Water en de voorwaarden die horen bij de zakelijke rechten van opstal van de leidingbeheerder. Het is niet toegestaan om binnen de belemmerende strook zonder toestemming van de leidingbeheerder dergelijke werken of werkzaamheden zoals thans voorzien in de planvorming uit te voeren. Het is daarom van groot belang dat de leidingbeheerder vroegtijdig wordt betrokken in de planvorming om de mogelijkheden en onmogelijkheden te bepalen voor de sloopfase, de bouwfase en de uiteindelijke inrichting van het terrein.

Ontvankelijk Reactie gemeente Er is in het plan aandacht voor de aanwezige waterleidingen van de leidingbeheerder en er zal ook gedurende het proces aandacht voor zijn. De dubbelbestemming Leiding – Water is bewust opgenomen ter bescherming van de aanwezige waterleidingen in het gebied. In de dubbelbestemming is een regeling opgenomen waarin vastligt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor werken en werkzaamheden die de belangen van de leiding kunnen aantasten. Voor het verkrijgen van deze omgevingsvergunning dient advies gevraagd te worden van de leidingbeheerder. Op deze manier is de bescherming van de leidingen in het bestemmingsplan publiekrechtelijk geborgd. Er zijn gesprekken met Evides gevoerd over de ingediende zienswijze. Hierin heeft Evides haar zorgen naar voren gebracht aangaande enkele conflictpunten tussen de nieuwe ontsluitingsweg bij de sportvelden en de aanwezige waterleiding. Evides ziet graag dat bij het beoordelen van de gevolgen van werkzaamheden nabij de leiding dat de NEN 3650 wordt toegepast. Naar aanleiding hiervan wordt de regeling van de dubbelbestemming aangevuld. In artikel 14.4.4 wordt toegevoegd dat bij de adviesvraag van het college van B&W een onderbouwing op basis van NEN 3650 wordt aangeleverd aan de leidingbeheerder. Ook wordt aan de begripsbepalingen in artikel 1 de begripsbepaling NEN 3650 toegevoegd.

Dit laat onverlet dat bij het opstellen van de stedenbouwkundige plannen en de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte met de waterleidingbeheerder wordt afgestemd. Conclusie: de zienswijze is gegrond. Aan artikel 1 Begripsbepalingen wordt een nieuw begrip toegevoegd: 1.37 NEN 3650-1:2020 Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 1: Algemene eisen, versie 2020 De hierna komende begrippen worden vervolgens doorgenummerd. Artikel 14.4.4 Advies (van de dubbelbestemming Leiding – Water) wordt als volgt gewijzigd: De oorspronkelijke tekst onder 14.4.4 wordt sub a. en er wordt een nieuw sub b. toegevoegd: b. Bij de adviesaanvraag wordt een onderbouwing op basis van NEN 3650 aan de leidingbeheerder aangeleverd.

2. De indiener van de zienswijze vindt het huidige ontwerp voor de nieuwe ontsluitingsweg niet acceptabel. De nieuwe weg is voorzien bovenop een 1.400 mm ruwwaterleiding (een leiding met een essentiële functie voor de levering van water). Er zijn mitigerende maatregelen nodig. Het aanpassen van de leiding is een

Nota Zienswijzen

Het bestemmingsplan biedt met het opnemen van de verkeersbestemming de kaders voor de nieuw aan te leggen weg. Het ontwerp voor de weg zal nog nader geconcretiseerd worden en civieltechnisch worden uitgewerkt. In dit kader wordt met de leidingbeheerder overlegd om te komen tot een civieltechnisch ontwerp waarbij het functioneren van de waterleiding mogelijk blijft en er geen schade ontstaat. De zienswijze leidt

Pagina 3

bijzonder complexe operatie. Daarom wordt verzocht het ontwerp aan te passen.

niet tot wijziging van de verbeelding of regels van het bestemmingsplan. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 2. Ontvangstdatum: 15 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. Regeling dubbelbestemming Verzocht wordt om bij de planvorming zorgvuldig te handelen en een zorgvuldige afweging te maken of de voorgenomen plannen passen binnen de vigerende wetgeving op het gebied van leiding. In dit kader is een voorstel gedaan voor enkele tekstuele wijzigingen aan de regeling van de dubbelbestemming voor de buisleiding. 2. Externe Veiligheid. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn er nieuwe definities van kracht die van belang zijn. Verzocht wordt rekening te houden met de nieuwe definities, met name die van ‘zeer kwetsbare gebouwen’. Gemeente Albrandswaard heeft een verantwoordelijkheid om een zorgvuldige afweging te maken en dient aan te tonen dat de beoogde ontwikkelingen passen binnen de gestelde externe veiligheidskaders.

Ontvankelijk Reactie gemeente De voorgestelde aanpassingen betreffen enkele verduidelijkingen van de regeling en worden overgenomen. De zienswijze leidt tot een tekstuele wijziging van artikel 13 van de regels van het bestemmingsplan. Conclusie: zienswijze is gegrond. Artikel 13 wordt gewijzigd. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. De rapporten worden daar waar dit nodig is geactualiseerd op de nieuwe definities. Ten aanzien van de nieuwe definitie zeer kwetsbare gebouwen dient opgemerkt te worden dat er met dit bestemmingsplan geen nieuwe klinieken mogelijk worden gemaakt binnen het aandachtsgebied van de buisleiding. De afbeelding waar in de ingediende zienswijze naar wordt verwezen, is niet de verbeelding van het bestemmingsplan maar een globale weergave van hoe het gebied is opgedeeld in zorg en wonen, afkomstig uit de toelichting. In de huidige situatie heeft bijna het hele plangebied een maatschappelijke bestemming. In het nieuwe bestemmingsplan wordt deze maatschappelijke bestemming voor de verschillende delen aan de westzijde van het plangebied gecontinueerd en is voor belangrijke groenstructuren de maatschappelijke bestemming gewijzigd in een groenbestemming. De zienswijze leidt niet tot wijziging van de verbeelding of regels van het bestemmingsplan. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 3. Ontvangstdatum: 13 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. Behoud van uitbreidingsmogelijkheid in de toekomst De druk op de TBS blijft onverminderd groot omdat het aantal opleggingen in de laatste jaren de beschikbare capaciteit te boven gaat en omdat de uitstroom zeer beperkt blijft. Er is behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst om de TBS zorg op langere termijn te kunnen waarborgen. Hiervoor heeft de indiener van de zienswijze een nadere onderbouwing opgesteld waarin concreet is gemaakt welke bouwmogelijkheid gewenst is en hoe dit ingepast wordt in de aanwezige bossingel (Inpassingsplan Hof van Poortugaal, visiedocument, opgesteld door

Nota Zienswijzen

Ontvankelijk Reactie gemeente De gemeente erkend het belang dat de kliniek op langere termijn hier kan blijven functioneren. Om ruimte te geven aan uitbreiding in de toekomst wordt op de verbeelding het bestemmingsvlak Maatschappelijk-1 uitgebreid aan de oostzijde van de huidige kliniek. Ook wordt een bouwvlak toegevoegd van ongeveer 7.000 m2 en ruimte geboden aan een ontsluitingsweg. Het bebouwingspercentage voor het bouwvlak in Maatschappelijk-1 wordt verlaagd naar 65%, zoals gevraagd in de nadere onderbouwing die is ingediend bij de zienswijze. De voorgestelde aanpassing zorgt ervoor dat er nog steeds een afschermende groenstrook aanwezig blijft. Er gaat door deze uitbreidingsmogelijkheid echter wel een deel van de hoofdgroenstructuur verloren.

Pagina 4

‘Ruimte voor Advies’, d.d. 8 maart 2024). In aanvulling hierop is in juni 2024 een aangepaste versie van het inpassingsplan bij de gemeente ingediend (d.d. 13 augustus 2024)

Het verlies aan groenstructuur dient te worden gecompenseerd in het plangebied. Door de indiener van de zienswijze is een nadere onderbouwing opgesteld om tot de benodigde compensatie te komen. Met de op 13 augustus 2024 ingediende onderbouwing wordt meegewerkt. Bij dit voorstel wordt gecompenseerd in het plangebied op drie locaties. De verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan wordt hier op aangepast door op deze locaties de bestemming Groen-1 op te nemen in plaats van Maatschappelijk-2. Zie hiervoor Inpassings Plan Hof van Poortugaal (d.d. 13 augustus 2024) Conclusie: zienswijze is gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding.

2. Mogelijkheid van ontsluiting Forensisch Psychiatrische Kliniek aan de noordzijde.

Zie reactie onder zienswijze 3.1. Er is met de wijziging rekening gehouden met een ontsluitingsweg. Conclusie: zienswijze is gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding.

3. Aanpassing bestemmingsomschrijving De indiener van de zienswijze doet voorstellen om aan de bestemmingen Maatschappelijk-1 lid 1 sub a en Maatschappelijk-2 lid 1 sub het volgende toe te voegen: ‘[…], waaronder forensische instellingen zoals bijvoorbeeld forensische verslavingsklinieken, forensische psychiatrische afdelingen, forensische psychiatrische klinieken en forensisch psychiatrische centra, waaronder TBSinstellingen.’

De gevraagde wijziging ziet toe op een verduidelijking van wat er mogelijk is binnen de bestemmingen Maatschappelijk-1 en Maatschappelijk-2. Door de toevoeging van de gevraagde zinsnede aan de bestemmingsomschrijving in Maatschappelijk-1 is duidelijk dat het bestaande gebruik van de forensische zorg en de Tbs-instelling Kijvelanden hier is toegestaan. Het is echter niet de bedoeling om ook binnen Maatschappelijk-2 een Tbs-instelling toe te staan. Daarom wordt de zinsnede voor Maatschappelijk-1 volledig overgenomen en voor Maatschappelijk-2 wordt de zin aan het eind gewijzigd in: “, waaronder echter geen Tbsinstellingen.” Conclusie: zienswijze is gegrond en leidt tot wijziging van de regels. De bestemmingsomschrijvingen van Maatschappelijk1 en Maatschappelijk-2 worden aangepast.

Indiener 4. Ontvangstdatum: 14 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. Verschil programma en prestatieafspraken De indiener van de zienswijze wijst op een verschil tussen de aantallen sociale en middeldure woningen zoals genoemd in de toelichting bij het bestemmingsplan en het door hen gewenste programma. Ook zijn de volkshuisvestelijke beleidsdoelstellingen uit de Woonvisie en de afspraken uit de Prestatie afspraken onvoldoende geborgd in het ontwerpbestemmingsplan.

Nota Zienswijzen

Ontvankelijk Reactie gemeente De verbinding die in deze zienswijze wordt gemaakt met de Prestatieafspraken die gemaakt zijn met de gemeente Albrandswaard is te begrijpen. Echter, de woningbouwontwikkeling op het Antesterrein is een marktinitiatief en de initiatiefnemer (Antes/Parnassia) streeft naar een businesscase waarin het negatief resultaat zo klein mogelijk is. Hierin voorziet het huidige programma . Van het programma zal 1/3 sociale woningbouw zijn, dit is ook in de regels geborgd en in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. De gevraagde aanpassingen in het middenhuur segment zijn gelet op het negatief resultaat van het project niet wenselijk.

Pagina 5

De voorgenomen ontwikkeling Hof van Poortugaal is het grootste bouwproject in de gemeente Albrandswaard, met daarin, gelet op de bussinescase en de stedenbouwkundige randvoorwaarden, het maximale aantal sociale woningen. Hof van Poortugaal biedt een forse uitbreiding van de woningvoorraad van de woningcorporaties en de gemeente. De zienswijze leidt niet tot wijziging van de verbeelding of regels van het bestemmingsplan. Conclusie: zienswijze is ongegrond.

Indiener 5. Ontvangstdatum: 28 februari 2024 (14 februari 2024 pro forma zienswijze ontvangen) Inhoud zienswijze 1. Programma Het programma voldoet aan het vastgestelde woningbouwprogramma. Het aantal van 525 is iets meer dan het programma. Het aantal sociale huurwoningen (170) is vrijwel dezelfde verhouding. Het aantal middeldure woningen van 30 is beperkt. Dit stond niet in het vastgestelde programma. De indiener van de zienswijze wil opmerken dat het aandeel middeldure woningen in het gemeentebrede programma met 2% zeer beperkt is. De gemeente Albrandswaard heeft in maart 2023 de Regiodeal (ook Realisatieagenda genoemd) getekend met daarin onder andere opgenomen toe te werken naar een woningbouwprogramma vanaf 2025 met 2/3 betaalbaar (sociaal en middelduur) en 1/3 door corporaties (sociaal en middelduur). Gemeenten vragen we daarom hierop aan te sturen.

Ontvankelijk

Reactie gemeente Zoals ook is beschreven in de reactie op zienswijze 4.1, is sprake van een projectontwikkeling waarbij wordt gestreefd naar een businesscase waarin het negatief resultaat zo klein mogelijk is. Hierin voorziet het huidige programma en het opgenomen aantal middeldure woningen is het maximaal mogelijke binnen de randvoorwaarden van de bussinescase en de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Van het programma zal 1/3 sociale woningbouw zijn, dit is ook in de regels geborgd en in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. De gevraagde aanpassingen in het middenhuur segment zijn gelet op het negatief resultaat van het project niet wenselijk. De voorgenomen ontwikkeling Hof van Poortugaal is het grootste bouwproject in de gemeente Albrandswaard, met daarin, gelet op de bussinescase en de stedenbouwkundige randvoorwaarden, het maximale aantal sociale/middeldure woningen. Hof van Poortugaal biedt een forse uitbreiding van de woningvoorraad van de woningcorporaties en de gemeente. Op gemeentelijk niveau wordt verder gestuurd op de opgaven die volgen uit de Regiodeal. De zienswijze leidt niet tot wijziging van de verbeelding of regels van het bestemmingsplan. Conclusie: zienswijze is ongegrond.

2. Balansregeling Het plangebied ligt grotendeel binnen bestaand stads- en dorpsgezicht (BSD). De ontwikkeling van dit deel van het plangebied is niet in strijd met het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Deelgebied 5 ligt buiten BSD en heeft bescherming Groene Buffer en Recreatiegebied (beiden beschermingscategorie 2). De bouw van woningen past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit en moet daarom worden gezien als transformeren (art. 6.9 lid 5 onder c). Transformeren binnen gebieden met beschermingscategorie 2 is in strijd met de Omgevingsverordening (art. 6.9 lid 9). Het

Nota Zienswijzen

De gemeente is van mening dat er sprake is van een goede balans tussen de ‘rode’ ontwikkeling in het buffergebied/recreatiegebied en de groenblauwe hoofdstructuur die in het plangebied wordt ontwikkeld en ook juridisch verankerd. In de Nota van Uitgangspunten voor Hof van Poortugaal is een groenblauwe hoofdstructuur voorgesteld waarbinnen de nieuwe woongebieden zijn voorzien. De structuren sluiten aan op de bestaande groenstructuren. In het nieuwe bestemmingsplan is deze hoofdstructuur terug te zien doordat voor grote gebieden de huidige bestemming Maatschappelijk is gewijzigd in Groen-1 en Groen-2. In de toelichting van het bestemmingsplan is een uitgebreide onderbouwing opgenomen waarin de ontwikkeling is beoordeeld op basis van de

Pagina 6

bestemmingsplan is in strijd met artikel 6.9 lid 1 van de Omgevingsverordening omdat er niet voldaan wordt aan het criterium dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk moet blijven. De beoogde ontwikkeling in de groene buffer betekent een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit op deze plek. Tevens is het bestemmingsplan in strijd met artikel 6.9b, beschermingscategorie 2 Recreatiegebied. In de toelichting van het bestemmingsplan is niet duidelijk gemaakt dat het verlies aan ruimtelijke kwaliteit en recreatieve waarden elders in het plangebied gecompenseerd wordt door daar de (groene) kwaliteit te verbeteren. Tevens heeft het college onvoldoende rekening gehouden met de van toepassing zijnde richtpunten zoals bedoeld in artikel 6.9 lid 2 jo. 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening. Dit is in strijd met beleid van de provincie Zuid-Holland voor groene buffer en voor het bouwen buiten BSD. De indiener van de zienswijze ziet wel dat er elders in het plangebied, binnen de huidige grenzen van bestaand stads- en dorpsgezicht, groene kwaliteiten worden toegevoegd. Op de Antes locatie wordt voorgesteld om de locatie grotendeels openbaar te maken en onderdeel te maken te maken van het netwerk van groene ruimten en groene routes in aansluiting op de groene buffers. Daarmee wordt de functie groene buffer versterkt.

voorwaarden van de balansregeling. Ook is concreet toegelicht hoe dit juridisch is geborgd in het bestemmingsplan. Conclusie: zienswijze is gegrond. In de toelichting is een nadere onderbouwing gegeven van de toets aan de balansregeling.

De indiener van de zienswijzen ziet voor dit plan een oplossing om gebruik te maken van de balansregeling in artikel 7.86 van de ZuidHollandse omgevingsverordening (eerder maatwerkregeling genoemd onder art. 6.34 Omgevingsverordening ZH). 3. Biodiversiteit De indiener wijst op artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) in de Zuid Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV): “Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit”. Aan het bovenstaande wordt in ieder geval voldaan, wanneer in het plan wordt omschreven hoe men vormt geeft aan de volgende punten (terug te vinden in de Handreiking Versterken van Biodiversiteit bij Stedelijke Ontwikkelingen): A. Behoud en bescherm bestaande natuur Het behouden van bestaande bomenstructuur en andere goed functionerende groenstructuren is van groot belang, omdat de ecologische waarde van o.a. bomen en struiken over tijd steeds meer wordt, in vergelijking met nieuwe aanplant. In

Nota Zienswijzen

In de ontwikkeling van Hof van Poortugaal is ruime aandacht voor het vergroten van de biodiversiteit in het gebied, zoals is opgenomen in de Nota van uitgangspunten en in de toelichting van het bestemmingsplan. Bestaande groenstructuren en bomenstructuren worden in het nieuwe bestemmingsplan duidelijker vastgelegd dan voorheen door hier een groenbestemming aan toe te kennen. Deze groene structuur wordt uitgebreid met extra groenzones tussen de nieuwe woongebieden in. In totaliteit neemt het bestemde oppervlak aan groen in het bestemmingsplan flink toe. Ook in de herstructurering van de zorgfuncties is veel ruimte en aandacht voor groen tussen en rond de bebouwing. Behalve goed voor de biodiversiteit is dit namelijk ook zeer belangrijk voor een gezond en prettig woonen leefklimaat. Voor de gebiedsontwikkeling is nog geen uitgewerkt ontwerp van de inrichting opgesteld, waarin is ingegaan op de kansen voor icoonsoorten en welke natuurtypen er in het gebied komen. De

Pagina 7

het deelgebied gaan ook bestaande structuren verloren. B. Ontwikkel een habitat voor (icoon)soorten en zorg voor basis kwaliteit natuur Het aanwijzen van icoonsoorten bij het opstellen van ecologische plannen, kan helpen in het gericht leefgebied creëren voor soorten. De indiener iet dit graag terug in de verdere uitwerking van de plannen. Voor inspiratie, zie de icoonsoorten: Icoonsoorten - Provincie Zuid-Holland. C. Realiseer voldoende ruimte voor natuur Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor natuur. In het plan dient dit gespecificeerd te worden. Er wordt gevraagd om op hoofdlijnen aan te geven welke natuurtypen gerealiseerd worden en hoe dit zich verhoudt tot de omvang van het plangebied. D. Versterk en behoud groenblauwe structuren In het plan verwerken hoe de groenblauwe structuren van de omgeving, in het plangebied verwerkt kunnen worden als fijnmazig groenblauw netwerk dat dient als ecologische verbindingszones voor relevante soorten. Denk aan bomenrij, waterlichamen, kruiden- en bloemrijke verbindingsstrook, faunapassage, etc.

gebiedsontwikkeling zal via gronduitgifte de komende jaren over een langere periode tot stand komen. Het bestemmingsplan geeft de kaders op hoofdlijnen waarbinnen de ontwikkeling plaats zal vinden.

4. Mobiliteit A. Effecten N294 De indiener van de zienswijze verzoekt om in het mobiliteitsonderzoek uit te gaan van het prognosejaar van tenminste 2035 danwel 2040 om de effecten op het bovenliggend wegennet inzichtelijk te maken. Ook wordt verzocht om de effecten op de N492 (traject tussen Duifhuisweg – aansluiting A15) te onderzoeken. Van grof naar gedetailleerd (I/C verhouding spits en etmaal, kruispuntcapaciteit-wachtrijlengte, cyclustijd). Dit is gedeeltelijk al gedaan, maar voor het prognosejaar 2030.

A. Effecten N294 In aanvulling op het mobiliteitsrapport is een notitie ‘Technische onderbouwing zienswijzen Hof van Poortugaal’ opgesteld. Deze notitie is als bijlage bij de Nota zienswijzen opgenomen. De eerste paragraaf van de notitie gaat in op het planeffect met prognoses tot en met 2040 met daarbij een analyse van de afwikkeling op kruispunt Schroeder van der Kolklaan – Groene Kruisweg. Andere kruispunten verder weg worden hier niet in meegenomen. De aansluiting Groene Kruisweg is het moment dat de bijdrage van het plan afneemt tot niet meer significant en herleidbaar. Op deze kruising was het effect beperkt. Op de wegen en kruispunten hierna draagt het plan Hof van Poortugaal nog minder bij. Zodoende is dat niet verder onderzocht.

B. Fietsontsluiting / STOMP Daarbij wordt aanvullend gevraagd om in het mobiliteitsonderzoek en het bestemmingsplan in te gaan op de fietsontsluiting binnen en buiten het plangebied. Vanuit het gedachtegoed van STOMP zou de fietsontsluiting direct over de Schroeder van der Kolklaan kunnen lopen. C. Fietsvoorzieningen stations Graag aantonen of er voldoende fietsvoorzieningen naar en op Station Rhoon en Station Poortugaal zijn voor de verwachte OV-reizigers, hiermee komt er een aansluiting op het hoofdnet fiets langs de N492.

Nota Zienswijzen

De kwaliteit van de inrichting van het gebied en de nieuwe bebouwing komen in meer detail aan bod in het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan, stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan. Daarom is in de regels de verplichting opgenomen dat nieuwe woningen pas mogen worden vergund als er een stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en inrichtingsplan voor de openbare ruimte is opgesteld. Om tegemoet te komen aan de zienswijze is aan deze verplichting toegevoegd dat in deze documenten het bevorderen van de biologische diversiteit betrokken moet worden. Zo is ook publiekrechtelijk verankerd dat er ingezet dient te worden op het bevorderen van de biodiversiteit. Conclusie: zienswijze is gegrond en leidt tot wijziging van de regels. Artikel 12.2.3 wordt aangevuld met dat in het stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en inrichtingsplan een verantwoording dien te worden gegeven hoe de biodiversiteit wordt bevorderd.

B. Fietsontsluiting Afhankelijk van de bestemming en doel van de verplaatsing kunnen verschillende routes als fietsontsluiting worden gebruikt. Zo kunnen de Albrandswaardsedijk (west) en de Schroeder van der Kolklaan als verbinding naar het centrum (Poortugaal) en het metrostation functioneren. De Albrandswaardsedijk (oost) zorgt voor de verbinding met Rhoon. Het fietspad langs de sportvelden bedient beide kernen. De Albrandswaardsedijk (zowel oost als west) heeft samen met de Welhoeksedijk ook een recreatieve functie in het fietsnetwerk ten opzichte van het plangebied. Ook in de toekomst blijven we (vanuit het Mobiliteitsplan) scherp op waar we deze structuren kunnen versterken.

Pagina 8

C. Fietsvoorzieningen stations Vanuit het collegewerkprogramma lopen er diverse projecten om fietsgebruik (van en naar ov-haltes) te stimuleren. Een belangrijk onderdeel daarvan is ook de aanpak van de ov-haltes (in samenwerking met RET en MRDH). Hierbij wordt een kwaliteitsslag geslagen als het gaat om de haltes zelf. De openbare ruimte wordt aangepakt en er worden nieuwe veilige grotere stalplaatsen gerealiseerd om het fiets- en ov-gebruik aan te moedigen/faciliteren. Met de RET en de MRDH zijn en blijven we in nauw contact om het openbaar vervoer zo goed mogelijk in te zetten en te benutten voor een beter bereikbaar Albrandswaard. Zo houden we in de reacties op het vervoerplan 2025 én de toekomstige ov-concessie rekening met ontwikkelingen als Hof van Poortugaal. Conclusie: zienswijze is ongegrond.

5. Parkeernorm sociale woningen Door het toevoegen van 525 woningen is geen sprake van rest bebouwde kom. Volgens de indiener van de zienswijzen is de ontwikkeling te vergelijken met een wijk als Poortugaal Zuid. In artikel 6.10 b van de provinciale verordening is opgenomen dat de parkeernorm voor sociale huur dient uit te gaan van maximaal 0,7 pp per woning. Hier kan alleen van worden afgeweken als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. De indiener merkt op dat dit niet het geval is en verzoekt de gemeente om de parkeernorm voor sociale woningen omlaag te stellen naar 0,7 pp/woning.

Binnen het project ‘Hof van Poortugaal’ worden circa 525 woningen gebouwd. Bij het bestemmingsplan dat hiervoor wordt opgesteld hoort een verkeerskundige onderbouwing, waarvan parkeren een onderdeel is. In de gemeente Albrandswaard wordt momenteel aan een mobiliteitsplan gewerkt waarin ook een nieuwe parkeernota wordt opgenomen. In het oude verkeer en vervoerplan was dit ook een onderdeel, maar omdat deze dateert uit 2012 anticipeert dit beleidsstuk niet meer voldoende op de actuele verkeerskundige gevolgen van ontwikkelingen. De provincie Zuid-Holland heeft in haar omgevingsverordening beleidsregels opgenomen die maatgevend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen (sociale woningbouw en stationsomgevingen), tenzij op gemeentelijk niveau eigen beleidsregels voor wat betreft parkeren zijn vastgesteld. Van het provinciale beleid kan worden afgeweken als er ‘data-gedreven’ parkeernormen worden gebruikt. Daarbij moet aanvullend worden onderbouwd waarom deze normen toepasbaar zijn voor de ontwikkeling in kwestie. Van de ontwikkeling ‘Hof van Poortugaal’ bestaat een deel van het programma uit sociale huur. In de provinciale omgevingsverordening is een algemene norm opgenomen van 0,7 parkeerplaats per woning. We willen als gemeente het autogebruik verminderen, maar zijn hierbij wel opzoek naar een kader dat past bij Albrandswaard.

Zodoende kijken we naar bestaande situaties binnen (of net buiten) de

Nota Zienswijzen

Pagina 9

gemeente die qua aard en schaal vergelijkbaar zijn. Daarvoor gebruiken we de volgende uitgangspunten: 1. De ontwikkeling ligt op vergelijkbare (loop/fiets)afstand van een hoogwaardige ovvoorziening (metrohalte, HOV-bushalte); 2. De ontwikkeling ligt op vergelijkbare (loop/fiets)afstand van voorzieningen (supermarkt, sportvereniging, horeca); 3. Het gebied waarin de ontwikkeling ligt heeft een representatief aantal vergelijkbare (woning)typologieën; Vergelijkbare situatie Voor data-gedreven parkeernormen gebruiken we tool van de provincie Zuid-Holland (www.passendeparkeernorm.nl), die gebaseerd is op daadwerkelijk autobezit. Voor Hof van Poortugaal zijn gegevens van Rhoon-Zuidoost vergeleken. Beide locaties hebben een vergelijkbare afstand tot voorzieningencentra en hoogwaardige OVvoorzieningen. In Rhoon-Zuidoost is een passende parkeernorm voor sociale huur appartementen van 1,0 pp / woning (excl. bezoekersparkeren). Op basis van deze vergelijking is ervoor gekozen om voor Hof van Poortugaal ook een norm van 1,0 pp/woning toe te passen voor bewoners en 0,3 pp/woning voor bezoekers. In totaal komt daarmee de parkeernorm voor sociale huur appartementen op 1,3 pp/woning. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 6. Ontvangstdatum: 25 januari 2024

Ontvankelijk

Inhoud zienswijze

Reactie gemeente

1.a. Locatiekeuze De indiener van de zienswijzen vindt de keuze van de locatie onvoldoende doordacht, onderbouwd en toegelicht. De plannen om de wijk te bouwen zijn in strijd met het vigerend beleid van het rijk en provincie Zuid-Holland om de ruimte in het bestaand dorps- en stadsgebied te benutten.

De locatie Antes in Poortugaal is ruim 100 jaar in gebruik voor psychische en forensische zorg en is in de geschiedenis steeds groter geworden. De meeste zorgpanden op de locatie dateren uit de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. Door concentratie van de kernactiviteiten en herordening van de zorgfuncties is het mogelijk om binnen het plangebied het gebied voor maatschappelijke functies te verkleinen. Dit bood kansen voor zogenaamde omgekeerde integratie, waardoor de zorglocatie meer onderdeel wordt van de maatschappij en er woningbouw op een deel van het terrein mogelijk is. Het afstoten van gronden ten behoeve van woningbouw vormt tegelijk ook een kostendrager voor alle benodigde investeringen op het maatschappelijke deel, waaronder de noodzakelijke vernieuwing van (ondergrondse) infrastructuur.

Door de grote afstand tot de dorpskernen van Rhoon en Poortugaal zullen de toekomstige bewoners op de auto aangewezen zijn voor werk en voor het bezoeken van voorzieningen (onderwijs, .

Het grootste deel van het plangebied is aangewezen als bestaand stads- en dorpsgebied en door de ontwikkeling van woningen hier wordt juist ingezet op het zo goed mogelijk benutten van het bestaand stedelijk gebied. De woningbouwopgave in de gemeente is groot en het plan draagt in positieve zin bij aan de opgave.

Nota Zienswijzen

Pagina 10

Ook zijn er dichter bij de kernen van Poortugaal en Rhoon geen binnenstedelijke gebieden beschikbaar waar een dergelijk aantal van 525 woningen kan worden gerealiseerd. Bij het bepalen van de verkeerskundige gevolgen is rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van de dorpscentra met voorzieningen. Ook zijn er voorzieningen in de buurt, zoals de sportvelden en kinderopvang en is de dichtstbijzijnde basisschool op 1,2 km gelegen. En in het plangebied is binnen de maatschappelijke bestemming ruimte voor kleinschalige voorzieningen bij zorgfuncties, waaronder bijvoorbeeld dienstverlening, horeca en detailhandel en kleinschalige bedrijven. Het plangebied is gelegen direct tegen Poortugaal aan en voorzieningen zijn nabij gelegen op ongeveer 1,5 kilometer afstand. Dit is op de fiets goed te doen (+/5 min). Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 1.b. Ecologie De ecologische quickscan is onvoldoende om de aanwezige natuur in beeld te brengen. Er is door de indiener een lijst toegevoegd met waargenomen vogelsoorten. Er wordt verzocht om een diepgaander onderzoek, waarbij ook wordt ingegaan op lichthinder op soorten en gebieden.

In de Quickscan Wet natuurbescherming AntesLocatie en Quickscan Wet natuurbescherming ontsluitingsroute zijn de effecten van de ontwikkelingen getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied ‘Oude Maas’. In dat gebied zijn geen specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor broedvogels. De zienswijze gaat in op de broedvogels in het Natura-2000 gebied, maar deze zijn niet strenger beschermd dan broedvogels in het plangebied. In het plangebied is onderzoek uitgevoerd naar enkele soorten met jaarrond beschermde nesten, zie het uitgevoerde nader onderzoek. Indien noodzakelijk zijn daarvoor maatregelen uitgewerkt en wordt eventueel een ontheffing aangevraagd. Er is geen reden om aan te nemen dat het onderzoek onvolledig is. In het ecologisch onderzoek is zowel de aanlegfase als de gebruiksfase beoordeeld, waarbij ook is gekeken naar verstoring van het project als het in gebruik is (dus incl. licht). Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

1.c. Identiteit Daarnaast wordt door het plan de identiteit van Poortugaal niet versterkt en voldoet het niet aan het uitgangspunt om te clusteren. In het gemeentelijk beleid van de gemeente Albrandswaar wordt de prioriteit gegeven voor ruimte voor maatwerk in plaats van standaard woningbouw. In de structuurnota van gemeente Albrandswaard wordt gesproken over; van meer naar beter, identiteit van de dorpen Rhoon en Poortugaal versterken en clusteren.

Nota Zienswijzen

In de Structuurvisie is een kernkoers gegeven, gericht op vijf pijlers. Pijler 3 is Clusteren. De opgave die de structuurvisie hierin beschrijft is om ervoor te zorgen dat elke dorpskern een aantrekkelijke bestemming vormt met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Hierbij wordt gezocht naar slimme clusteringen van voorzieningen. Het gaat zodoende niet om het clusteren van woningbouw. Het bestemmingsplan geeft de regels voor bouwmassa en gebruik, maar niet over vormgeving en materialisatie. Er wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin uitgangspunten worden gegeven voor de architectuur en uitstraling. De architectuur zal in het gebied eenzelfde handtekening krijgen met

Pagina 11

ruimte voor maatwerk. Ook zal bebouwing een relatie moeten aangaan met de groenblauwe omgeving, bijvoorbeeld door veranda’s. Maatwerk is ook mogelijk in woningtypen en woonvormen. Er is voor het plangebied gekozen voor intensiveren door het concentreren van zorgruimte en toevoegen van woningen. Zo ontstaat een divers leefmilieu met volop ruimte voor een kwalitatieve buitenruimte. En benutten we stedelijk gebied beter en versterken we het dorp. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 2. Financiële onderbouwing De betrokkene heeft een zienswijze ingediend over de financiële onderbouwing van het plan. Aangegeven wordt dat de financiële onderbouwing van het plan onvoldoende wordt gevonden en dat de onderbouwing een onvermijdelijk substantieel tekort verhult. De indiener van de zienswijze vraagt om een overzicht van de mogelijke opbrengsten van ozb en de kosten van uitkering aan toekomstige bewoners van de woningen. Daarnaast wordt geen informatie geven in het plan over de samenhang met de dorpskernen qua parkeerplaatsen (parkeerbalans), winkels of scholen. Volgens de indiener van de zienswijze is geen rekening gehouden met planschadeclaims wegens waardevermindering van de omliggende woning c.q. gemeentelijk monumenten aan de Albrandswaardsedijk. “Wat ontbeert is een omgevingsvisie met daarop gebaseerd een omgevingsplan en omgevingsprogramma.

Voor kosten als die voor het onderhoud aan het nieuw toe te voegen openbaar gebied, bouw van scholen en eventuele uitkeringen aan toekomstige bewoners dient de Algemene Uitkering die de gemeente jaarlijks van de rijksoverheid ontvangt. Deze uitkering wordt per jaar berekend en houdt rekening met veel factoren, waaronder het inwoneraantal en areaal openbare ruimte. Dergelijke kosten maken geen deel uit van de beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het plan. De gemeentelijke kostenbijdrage voor de nieuwe weg is reeds door de gemeenteraad gedekt. De overige kosten voor deze weg, en de plankosten van de gemeente, worden door de initiatiefnemer gedekt en er zijn afspraken gemaakt met de initiatiefnemer over eventuele planschade. Ook heeft het college vastgesteld dat de grondexploitatie van de initiatiefnemer haalbaar is en op basis van deze constatering het bestemmingplan aangeboden aan de gemeenteraad. Deze grondexploitatie is geheim en kan niet worden gedeeld. Voor de gebiedsontwikkeling is een Nota van Uitgangspunten opgesteld en een Ontwikkelstrategie. De Nota van Uitgangspunten is op 6 februari 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en de Ontwikkelstrategie op 2 oktober 2023. Daarmee heeft de gemeenteraad de ruimtelijke kaders voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd.

Op basis daarvan is een bestemmingsplan opgesteld, welke in december 2023 als ontwerp ter inzage is gelegd. Op basis van het overgangsrecht van de Omgevingswet wordt het bestemmingsplantraject afgerond onder de regels uit de Wet ruimtelijke ordening. Er is zodoende geen omgevingsplan opgesteld en ook geen omgevingsvisie of omgevingsprogramma. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

3. Waterhuishouding De betrokkene heeft een zienswijze ingediend waarin zorgen worden geuit over de oplossingen voor de afwatering van het plangebied. In de bestaande situatie is de afwatering onvoldoende. Dit wordt in de watertoets ook beschreven. De indiener vraagt om een onderzoek naar mogelijke oplossingen voor de afwatering.

Nota Zienswijzen

De watertoets is bedoeld om te toetsen of een plan nadelig gevolgen heeft voor de waterhuishouding. Het bestemmingsplan hoeft niet de huidige problemen op te lossen. In het waterhuishoudkundigplan staat voor het grotere peilgebied nog een opgave van 0,07 hectare wateroppervlak voor de compensatie. Daarvoor zijn twee realistische opties benoemd. Het plan is besproken met het waterschap en zij hebben de keuze voor deze twee opties akkoord bevonden.

Pagina 12

Voor het kleine peilgebied is er een opgave van 0,06 hectare wateroppervlak. Daarbij is gezegd dat vergroten van de vijver weinig effect heeft, als die afvoert naar het lage gelegen gebied. In het kleine peilgebied is voorgesteld om de berging in de vijver beter te benutten door een gestuurde stuw te plaatsen. Door het plaatsen van een gestuurde stuw wordt het water langer vastgehouden. Deze oplossing is ook voorgedragen aan het waterschap en akkoord bevonden. Daarnaast heeft het kleine peilgebied geen invloed op de bestaande woningen. Met de ontwikkeling van de nieuwe woningen is het de bedoeling de riolering op het Antes-terrein te vervangen, door een gescheiden stelsel (hemelwater en afwaterwater gescheiden). Daarmee kan de waterhuishouding in het plangebied verbeterd worden. Daarnaast zal er tijdens nadere uitwerking ook aandacht zijn voor ontwatering. De bestaande woningen zijn woningen met een oude riolering in de achtertuin. Er zijn problemen bekend bij de riolering. Dit valt buiten de scope en grens van het nieuwe bestemmingsplan voor het Hof van Poortugaal. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 4. Gemeentelijk monument De woningen op de Albrandswaardsedijk (vanaf nr. 70 tot nr. 106) zijn gemeentelijk monument. De indiener van zienswijze uit zijn zorgen over de mogelijk negatieve gevolgen van de ontwikkeling op het aanzicht van de monumenten.

De toepasselijke regelgeving inzake bescherming van Rijks- en Gemeentemonumenten wordt genegeerd met miskenning van de nota Albrandswaard/Monumenten.nl /Gemeenteblad 2020,175506,( hierna "de nota"). Daarnaast is er kans op schade aan woningen door de hei werkzaamheden. 5. Bodemkwaliteit De indiener van de zienswijzen uit zijn zorgen over de geconstateerde verontreinigingen met PCB en PAK ter plaatste van boring 13-3 (150-200).

Nota Zienswijzen

De woningen aan de Albrandswaardsedijk 70 tot 106 liggen buiten het plangebied. Er zijn in het plan geen ingrepen gepland aan de gemeentelijke monumenten. Voorafgaand aan de realisatie van de deelprojecten zal een risicoanalyse worden opgesteld, waarbij ook in beeld wordt gebracht of er nabijgelegen gebouwen zijn die mogelijk schade kunnen oplopen als gevolg van de bouw- en aanlegwerkzaamheden. Dit risico is vaak beperkt tot gebouwen in de directe omgeving van de bouwlocatie. Per fase wordt op basis van de risicoanalyse bepaald of nulmetingen moeten worden uitgevoerd bij belendende panden, en of preventieve maatregelen nodig zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de uitvoerend partijen, dus de exacte uitvoering kan variëren. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. De sterke verontreiniging (630 mg/kg d.s.) van het grondwater met barium is tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoond bij peilbuis 54 (filterstelling op 3,5 – 4,5 m onder maaiveld). In het grondwater van de bemonsterde peilbuizen zijn verhoogde waardes voor troebelheid gemeten (>10 NTU). De verhoogde troebelheid is vermoedelijk veroorzaakt door in suspensie zijnde gronddeeltjes. De verhoogde gemeten waarden met barium zijn daarmee naar alle waarschijnlijkheid deels veroorzaakt door verhoogde concentraties/ zwevende gronddeeltjes en niet door de werkelijke concentraties in het grondwater.

Zoals aangegeven in de rapportage komen verhoogde concentraties aan barium in zowel de grond als het grondwater van nature verhoogd voor. Om deze reden zijn ook geen

Pagina 13

normen (grenswaarde voor verontreiniging) vastgesteld voor barium in grond en grondwater (Bodemplus). Gezien barium van nature verhoogd voorkomt is een herbemonstering van het grondwater daarom achterwege gelaten. Bij een herbemonstering is sprake van een langere standtijd van de peilbuis, waardoor de zwevende deeltjes meer tijd hebben om te stabiliseren. Bij een herbemonstering zal naar alle waarschijnlijkheid sprake zijn van een lagere troebelheid en daarmee een lagere concentratie barium in het grondwater. De sterke verontreinigingen met PAK (130 mg/kg d.s.) en PCB (1,6 mg/kg d.s.) zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoond bij boring 13 in een matig slibhoudende en sporen plastic-houdende laag zand (1,5 tot 2,0 m onder maaiveld). In de bijlage is de locatie van boring 13 en de boringen die er omheen gezet zijn weergegeven. Om de omvang van de verontreiniging ter plaatse van boring 13 vast te stellen is onderzoek in verticaal (boring 13) en horizontaal vlak (boringen 101 t/m 106) uitgevoerd. Hierbij zijn zowel in horizontale als verticale richting hooguit licht verhoogde gehalten PAK en PCB aangetoond. Vanwege de geringe omvang zijn er geen humane risico’s aanwezig en is er tevens ook geen saneringsnoodzaak conform de Omgevingswet. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 6.

Participatietraject De indiener van de zienswijze vindt het participatietraject onvoldoende. Het is voornamelijk gestuurd door Antes/ Parnassia. In de bijeenkomsten werden keuzes voorgelegd waarover een voorkeur kon worden uitgesproken. De indiener uit zijn zorgen over dat gemeente geen actieve rol heeft gehad in het participatie traject.

Het initiatief van deze ontwikkeling ligt bij een marktpartij. Door de initiatiefnemer Antes is in samenwerking met de gemeente Albrandswaard in 2021 een participatietraject opgestart. In de periode 2021 tot en met 2023 hebben verschillende participatiemomenten plaatsgevonden. Aan de start van het traject is een website opgericht en zijn huisaan-huisbrieven verzonden. Ook heeft er een online peiling plaatsgevonden met daaropvolgend zogenoemde halfuurgesprekken met omwonenden (vanwege de coronapandemie waren deze online). Als onderdeel van de participatie hebben twee excursies plaatsgevonden naar de locatie Duin en Bosch in Castricum en de locatie Woonzorgpark Bloemendaal. Deze locaties zijn voorbeelden waar wonen en zorg samengaan. Als vervolg op het eerste participatietraject zijn drie bijeenkomsten gehouden in 2023 voor omwonenden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn verschillende onderwerpen besproken, zoals verkeer, woonbebouwing, groen, beeldkwaliteit en sociale veiligheid. De rol van de gemeente is om af te wegen of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden en de verschillende belangen af te wegen. Tijdens de behandeling van de Nota van Uitgangspunten en de Ontwikkelingsstrategie is ruimte geweest om in te spreken. Daarnaast is de gemeente in gesprek geweest met de bewoners naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen.

Daarmee acht de gemeente dat er voldoende ruimte voor participatie is geboden. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Nota Zienswijzen

Pagina 14

Indiener 7. Ontvangstdatum 14 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. de (juridische) positie van de initiatiefnemer; de rechtmatigheid verwerving gronden. De indiener van de zienswijzen wijst op de aankoop en verkoop van de gronden.

Ontvankelijk Reactie gemeente De initiatiefnemer Antes is eigenaar van de betrokken gronden, waarop deze haar plan wil realiseren. De gemeente heeft dit geverifieerd en vastgesteld in de openbare registers. De gemeente heeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de transactie waarbij het bloot eigendom is geleverd van gemeente Rotterdam aan initiatiefnemer. Bovendien is voor het bestemmingsplan niet relevant wie eigenaar is van de grond. Indien een perceel binnen het plangebied van eigenaar wisselt, heeft dit geen invloed op het bestemmingsplan zelf: de bestemming wijzigt niet. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

2. Participatie traject met omwonenden. De indiener van de zienswijze uit zijn zorgen over het participatie traject. De indiener uit zijn twijfels over de onafhankelijkheid van de betrokken adviesbureaus (STAAT, Goudappel)

Zoals in zienswijze 6.6 is beschreven is door Antes in samenwerking met de gemeente Albrandswaard in 2021 een participatietraject opgestart. In de periode 2021 tot en met 2023 hebben verschillende participatiemomenten plaatsgevonden. Aan de start van het traject is een website opgericht en zijn huisaan-huisbrieven verzonden. Ook heeft er een online peiling plaatsgevonden met daaropvolgend zogenoemde halfuurgesprekken met omwonenden (vanwege de coronapandemie waren deze online). Als onderdeel van de participatie hebben twee excursies plaatsgevonden naar de locatie Duin en Bosch in Castricum en de locatie Woonzorgpark Bloemendaal. Deze locaties zijn voorbeelden waar wonen en zorg samengaan. Als vervolg op het eerste participatietraject zijn drie bijeenkomsten gehouden in 2023 voor omwonenden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn verschillende onderwerpen besproken, zoals verkeer, woonbebouwing, groen, beeldkwaliteit en sociale veiligheid. De gemeente twijfelt niet aan de deskundigheid en onafhankelijkheid van de betrokken adviesbureaus. Zij zijn bij het uitvoeren van de onderzoeken gehouden aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De gemeente is ambtelijk betrokken geweest bij de totstandkoming van de onderzoeken door advies te geven over de uitgangspunten en er

Nota Zienswijzen

Pagina 15

heeft ook ambtelijke controle plaatsgevonden van de rapporten (door specialisten van de gemeente en/of de omgevingsdienst). Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 3. De betrokkene heeft een zienswijze ingediend waarin de zorgen over verkeeroverlast op de Albrandswaardsedijk worden geuit. Door de ontwikkeling van Hof van Poortugaal in cumulatie met de toename van verkeer van Antes en Fivoor zal dit tot een toename van overlast, hinder, gevaar en schade vormen voor de omwonenden. Al 22 jaar geleden is er een maximum snelheid van 30 km/u op de Albrandswaardsedijk ingevoerd, maar er wordt niet gehandhaafd. De indiener stelt een oplossing voor om het doorgaande verkeer van de Albrandswaardsedijk om te leiden via het plangebied van Hof van Poortugaal. Deze oplossing is bij de gemeente bekend onder de naam “het Achterom”. Door gelijktijdige aanleg van “het Achterom” en de voorgenomen ontsluitingsroute van het nieuwe woongebied worden twee vliegen in een klap bereikt, mede gefinancierd uit de grondexploitatiewinst van initiatiefnemer. Daarmee zal de verkeershinder op de Albrandswaardsedijk bij de woning van de indiener van de zienswijze afnemen.

Voor de aanleg van de voorgestelde extra verkeersontsluiting in het plangebied, het zogenaamde ‘Achterom’, heeft de gemeente geen grond om de kosten hiervoor te verhalen op de initiatiefnemer van het bestemmingsplan, aangezien het verkeer dat via het Achterom zou worden afgewikkeld, niet afkomstig is van nieuwe ontwikkelingen die door het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, maar van bestaande functies die onder het vigerend bestemmingsplan reeds mogelijk zijn. De gemeente zou het initiatief kunnen nemen om voor eigen rekening het Achterom aan te leggen en daarvoor de grond te verwerven. Omdat uit de verkeersonderzoeken naar voren komt dat dit niet nodig is om te komen tot een acceptabele verkeersafwikkeling, wordt er niet overgegaan tot de aanleg van het Achterom. De gemeente heeft naar aanleiding van de zienswijze wel nader onderzocht of het mogelijk is om het verkeer van en naar Antes/Fivoor over de al opgenomen nieuwe ontsluitingsweg in het plangebied te leiden, om zo tot verdere afname van verkeer over de Albrandswaardsedijk te komen en tegemoet te komen aan de zorgen die leven bij de bewoners. Hiervoor is in de door Goudappel opgestelde notitie ‘Technische onderbouwing zienswijzen Hof van Poortugaal’ (d.d. 20 maart 2024, kenmerk 20240320.017517.N01.01) ingegaan onder het kopje ‘Alternatieve ontsluiting Fivoor via Hof van Poortugaal’.

Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Uit het onderzoek volgt dat met het extra verkeer van Fivoor de verkeersintensiteit op de nieuwe wegen in Hof van Poortugaal aan de bovenkant van het maximaal wenselijke zit, met name op het meest oostelijke deel van de Albrandswaardsedijk Delta. Het is daarmee inpasbaar, met aandacht voor de kruispuntinrichting (gelijkwaardig of geregeld). Om het verkeer van Fivoor over de wegen van Hof van Poortugaal te leiden, wordt er een aanpassing op de verbeelding doorgevoerd om zo ruimte te geven aan een extra verbinding tussen de Kijvelandsekade en de nieuwe hoofdontsluiting in het woongebied. Hier is een de bestaande weg gelegen die met de Kijvelandsekade verbonden is, maar waar in het ontwerpbestemmingsplan voor was gekozen om deze af te sluiten en een groenbestemming op te nemen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond maar er is wel gekozen voor een wijziging van het bestemmingsplan. De verbeelding wordt aangepast. Tussen de Kijvelandsekade en de nieuwe hoofdontsluiting komt een extra verbinding welke wordt aangeduid met de aanduiding ‘weg’ op de verbeelding. Een deel van de bestemming Groen-1 wordt daarvoor gewijzigd in Groen-2.

Nota Zienswijzen

Pagina 16

4. De opgenomen kadastrale nummers en percelen lijken niet te kloppen.

Na de koop zijn er meerdere splitsingen geweest van kadastrale nummers. Daardoor zijn hernummeringen geweest. Het gaat om de huidige nummers. Deze zijn nogmaals gecontroleerd en zijn correct. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

5.Rol van het bestuur is dubieus gebleken in het overleg met omwonenden en in publieke uitspaken. Er is een goede terugkoppeling gemist van eerder aangedragen verkeerskundige oplossingen aan het bestuur.

De zorgen van de bewoners worden begrepen. Naar aanleiding van de zienswijze is nadere afstemming geweest met de bewoners aan de Albrandswaardsedijk. Er zijn voor een deel diverse maatregelen genomen om de verkeersintensiteit op de Albrandswaardsedijk af te nemen en de snelheid te verlagen. Zoals ook aangegeven in de reactie op zienswijze 6.6 en 7.2 is er door Antes in samenwerking met de gemeente Albrandswaard een uitgebreid participatietraject geweest en is op meerdere momenten terugkoppeling geweest. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

6a. Gekozen ontsluiting Hof van Poortugaal, z.g. "haakse variant" De gekozen voorkeur voor de ontsluiting geeft niet/onvoldoende aan op welke wijze het hoogteverschil van minimaal 3,6 meter op beschikbare, beperkte afstand, verkeerstechnisch zal worden gerealiseerd.

De zienswijze betreft een vraagstuk voor de civiele uitwerking. Het voorliggende bestemmingsplan biedt ruimte voor de realisatie van de nieuwe weg door een verkeersbestemming op te nemen. Er is op hoofdlijnen alvast nagedacht of de overbrugging van het hoogteverschil mogelijk is en wat dit ruimtelijk gezien betekent. In de tekening die is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat het hoogteverschil wordt overbrugd door een helling, die voldoet aan de aanbevolen hellingspercentage van 5%. Met een totale lengte van 90 meter kan hiermee het hoogteverschil worden overbrugd. Daarmee is voldoende zekerheid dat de uitvoering mogelijk is. Voor het project zal zoals gebruikelijk is, na vaststelling bestemmingsplan, nog een nadere civiele slag worden gemaakt om al deze zaken in meer detail uit te werken. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

6b. Alvorens er bouw- en ontwikkelingsactiviteiten op de Antes locatie worden uitgevoerd, dient de gekozen ontsluitingsweg te zijn aangelegd en voor gebruik gereed te zijn. Door de indiener van de zienswijze wordt aangegeven dat dit een eerdere toezegging is van het bestuur.

De gemeentelijke kostenbijdrage voor de nieuwe weg is reeds door de gemeenteraad gedekt. De overige kosten voor deze weg, en de plankosten van de gemeente, worden door de initiatiefnemer gedekt. De nieuwe Sportveldweg is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het uitgangspunt is om de aanleg van de nieuwe Sportveldweg gelijk op te laten gaan met de gebiedsontwikkeling. Uit de verkeersonderzoeken volgt dat er geen noodzaak is om de nieuwe Sportveldweg al gerealiseerd te hebben voordat gestart wordt met de bouw van de nieuwe woningen. Zodoende is dit niet als verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. De gemeente neemt aan dat de zorgen vooral liggen bij hinder vanwege bouwverkeer (zwaarder vrachtverkeer). Met de initiatiefnemer is afgesproken dat het bouwverkeer via de nieuwe toegang van het Antesterrein zal gaan lopen. Daarmee zal de hinder op de Albrandswaardsedijk beperkt wordt. De route van bouwverkeer maakt echter geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.

Nota Zienswijzen

Pagina 17

Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 7. Oostelijk, ter plaatse van de ingang van het Antesterrein is in het verleden langdurig een varkenshouderij in exploitatie geweest, waarvan de stallen bedekt waren met asbesthoudend materiaal. Bij de sloop destijds was gevaar van asbest nog niet algemeen erkend. De asbesthoudende platen zijn destijds ter plaatse in stukken gehakt en grotendeels afgevoerd. Met achterlaten van aanzienlijke hoeveelheid asbesthoudend restafval. Het ontwerp bestemmingsplan geeft geen enkele actie/advies aan hieromtrent. Het bestuur is verondersteld kennis te hebben van deze kwestie.

Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Hof van Poortugaal (IDDS, 4 augustus 2023, kenmerk A1335/rap2). In dat onderzoek is ook ingegaan op het voorkomen van asbest in het onderzoeksgebied. Er heeft veldonderzoek plaatsgevonden waarbij het maaiveld visueel beoordeeld is op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Uit het onderzoek kwam het advies naar voren om een perceeldekkend asbest in grondonderzoek uit te voeren. Dit is vervolgens uitgevoerd gecombineerd met een nader bodemonderzoek (IDDS, 27 september 2023, kenmerk A1335/BJO/rap4). Er zijn door het hele onderzoeksgebied asbestinspectiegaten gegraven, waarbij op plekken waar puindempingen bekend zijn, extra inspectiegaten zijn gemaakt (zie het boorplan bij het onderzoek). Uit dit gebiedsdekkend asbestonderzoek is naar voren gekomen dat in het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit inspectiegaten geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. En in de onderzochte grondmengmonsters (fijne fractie) zijn ook geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte asbest in de grond (<0,4 mg/kg ds) is lager dan 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds), en vormt daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond.

Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

8. De indiener van de zienswijze wijst er op dat voor iedereen te zien is dat de zorglocatie in Castricum en Hof van Poortugaal, hoe goed bedoeld "appels en peren" vergelijken is.

Waar de indiener van de zienswijze op doelt betreft de vergelijking van ruimtelijke kwaliteit bij de locatie van Parnassia in Castricum. Daar heeft een vergelijkbare ontwikkeling van herstructurering van een zorgterrein met het toevoegen van woningbouw plaatsgevonden. Het bestuur heeft deze locatie bezocht en was onder de indruk van de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. Er zijn overeenkomsten in de ontwikkelaanpak en borging van hoe de kwaliteit tot stand zal komen. De kenmerken zijn wel anders .De locatie in Castricum kent natuurlijk andere landschappelijke kenmerken dan het plangebied in Poortugaal. Dit is ook in de Nota van Uitgangspunten terug te vinden en zal in meer concretere mate ook tot uiting komen in de specifiek voor Hof van Poortugaal nog op te stellen Beeldkwaliteitsplan, Stedenbouwkundig Plan en Inrichtingsplan. In die documenten zal de na te streven kwaliteit van de bebouwing en de openbare ruimte beschreven worden. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

9. Het is bij de omwonenden van de Albrandswaardsedijk bekend dat zich een populatie vleermuizen op het Antes terrein bevindt. Jaarlijks in het voorjaar, regelmatig tussen ca. 22.15 en 22.45. vliegen zij uit vanaf het Antes terrein, richting

Nota Zienswijzen

Er is uitgebreid vleermuisonderzoek gedaan voor de voorgenomen ontwikkeling (Ecoresult, 13 mei 2022, kenmerk ER20211028v01). Het onderzoek was om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-, kraam- en paar- en massawinterverblijfplaatsen) van vleermuizen

Pagina 18

Albrandswaardsedijk ,tussen huisnummers 78 en 76 en langs kopgevel huisnummer 113, richting ter plaatse in aldaar hoge bomen en naar gevels van woonhuizen aan de Dr. Willen Vosstraat. Bewoner(s) van Albrandswaardsedijk nr. 96 , alsmede bewoner van huisnr. 113 zijn getuige geweest bij registratie en onderzoek van de populatie, een klein aantal jaren terug, door externe biologen, namens een ons onbekend instituut. Van het bestaan van deze bijzondere en beschermde diersoort is in het ontwerp bestemmingsplan niets terug te vinden.

(gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied in beeld te brengen, conform de condities en methodiek van het op dat moment geldende vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021). De door de indiener van de zienswijze genoemde locaties van waarnemingen komt overeen met de resultaten van het vleermuisonderzoek. Er zijn ter hoogte van de Albrandswaardsedijk 76-78 en 113 meerdere waarnemingen gedaan van onder andere de Gewone Dwergvleermuis en de Laatvlieger. Er is in de toelichting van het bestemmingsplan niet in detail ingegaan op elke waarneming die heeft plaatsgevonden, maar de conclusies van het onderzoek zijn wel betrokken bij de totstandkoming van het bestemmingsplan en er wordt ook in de verdere planvorming rekening gehouden met de bevindingen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

11. Het Ontwerp bestemmingsplan is door spoed gedreven opgesteld, wat ten koste is gegaan van kwaliteit.

Het ontwerp bestemmingsplan is het resultaat van een al langer lopende voorbereiding en is gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten, de Ontwikkelstrategie, de uitkomsten van tal van studies en onderzoeken en de participatie die de afgelopen jaren is doorlopen. Al deze zaken hebben input gevorm voor het ontwerp bestemmingsplan. Na de terinzage legging van het ontwerp, wordt het bestemmingsplan waar nodig aangepast op basis van de ingediende zienswijzen en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad om vast te stellen. Na vaststelling van het bestemmingsplan zijn er nog de nodige stappen te maken voor de gebiedsontwikkeling tot stand kan komen. Zo vindt er nog uitwerking plaats op stedenbouwkundig niveau, beeldkwaliteit en inrichting openbare ruimte. En er zullen nog vergunningen verleend moeten worden voor het bouwen etc. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 8. Ontvangstdatum: 14 februari 2024 Inhoud zienswijze 1. Bezwaar tegen de gekozen optie van de ontsluitingsweg. De indiener van de zienswijze uit zijn zorgen over de gekozen optie voor de ontsluitingsroute. Door de gekozen ontsluitingsroute worden logistieke problemen verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33980