Bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost (Toelichting-Regels-Verbeelding).pdf
Tekst van het document
De voor 'Wonen – 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van eengezinswoningen; b. (gebouwen ten behoeve van) nutsvoorzieningen; c. tuinen, erven en terreinen; d. woonstraten en paden; e. groenvoorzieningen en waterlopen; f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. er mogen maximaal 2 vrijstaande woningen worden gebouwd; c. het maximum bouwoppervlak van iedere woning bedraagt niet meer dan 150 m2; d. het maximum bouwvolume van iedere woning bedraagt niet meer dan 600 m3; e. de maximum goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan 4m; f. de maximum bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan 5 meter boven de goothoogte, met een maximum van 9m; g. hoofdgebouwen worden gebouwd op een afstand van: 1. ten minste 7,5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens; 2. ten minste 2 meter van de naar de weg gekeerde perceelsgrens; h. bij iedere woning bijgebouwen en uitbreidingen van de woonruimte mogen worden gebouwd, waarbij: 1. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw ten hoogste 3 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw ten hoogste 5 meter mag bedragen; 3.
de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw en uitbreiding van de woonruimte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bijbehorende woning; 4. de bijgebouwen en uitbreidingen van de woonruimte dienen te worden opgericht; op een afstand van ten minste 3 meter achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning; voor zover het bijgebouwen betreffen, op een afstand van minimaal 3 meter vanaf de woning; op een afstand van ten minste 7,5 meter uit een perceelsgrens; 5. de oppervlakte aan bijgebouwen per kavel niet meer dan 90 m2 mag bedragen; i. de inhoud van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt niet meer dan 50 m³; j. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt niet meer dan 3 meter. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
12
6.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het bebouwingsbeeld en/of de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. 6.4 Voorwaardelijke verplichtingen 6.4.1 Parkeren Bij de inrichting van het gebied met de bestemming "Wonen – 1" dienen de gronden van het betreffende bouwperceel in ieder geval te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheden, waarbij wordt getoetst aan de parkeernormering zoals opgenomen in de CROW.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
13
Artikel 7
Wonen – 2
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van eengezinswoningen; b. (gebouwen ten behoeve van) nutsvoorzieningen; c. tuinen, erven en terreinen; d. woonstraten en paden; e. groenvoorzieningen en waterlopen; f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. er mag maximaal 1 vrijstaande woning worden gebouwd; c. het maximum bouwoppervlak van iedere woning bedraagt niet meer dan 150 m2; d. het maximum bouwvolume van iedere woning bedraagt niet meer dan 750 m3; e. de maximum goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan 4m; f. de maximum bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan 5 meter boven de goothoogte, met een maximum van 9m; g. hoofdgebouwen worden gebouwd op een afstand van: 1. ten minste 7,5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens; 2. ten minste 7,5 meter van de naar de weg gekeerde perceelsgrens; h. bijgebouwen en uitbreidingen van de woonruimte zijn niet toegestaan, met uitzondering van bouwwerken die zijn toegestaan met toepassing van de vergunningsvrije mogelijkheden zoals opgenomen in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht; i. binnen de aanduiding de inhoud van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt niet meer dan 50 m³; j.
de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt niet meer dan 3 meter. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
14
7.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het bebouwingsbeeld en/of de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.
7.4 Specifieke gebruiksregels – voorwaardelijke verplichtingen 7.4.1 Parkeren Gronden en bouwwerken binnen de bestemming “Wonen -2” worden gebruikt overeenkomstig deze bestemming wanneer in ieder geval voldoende parkeergelegenheden op deze gronden zijn voorzien en in stand worden gelaten, volgens de geldende parkeernormen bepaalt aan de hand van de meest recent bekend gemaakte richtlijn van het CROW of de geldende beleidsregels over parkeren. 7.4.2 Erfinrichting en -bebouwing De woning binnen de bestemming “Wonen -2” wordt overeenkomstig de geldende bestemming gebruikt indien de op het perceel aanwezige paardenbak is verwijderd en het gedeelte van de bestaande schuur in de bestemming “Tuin” – voor zover gelegen buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak – is gesloopt en gesloopt wordt gehouden.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
15
Artikel 8 Leiding – Water 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse waterleiding. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Primair Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van niet meer dan 3 m. 8.2.2 Secundair Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde, dat: a. de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit toelaten; b. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod He is verboden ten behoeve van het leidingbelang ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 8.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 8.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd in het kader van het onderhoud en beheer van de leiding; b. van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; c. niet van ingrijpende betekenis zijn.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
16
8.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in 8.4.1 wordt uitsluitend verleend indien gebleken is dat door de werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan de leiding. 8.4.4 Advies Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
17
Artikel 9 Waarde - Archeologie 1 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 9.2 Bouwregels Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. c. Indien uit het in artikel 9 lid 2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub c, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 9.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van dam-wanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 9.2.
9.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
18
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 9.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 100 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m2 beslaan. 9.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.
9.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 9.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overlegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 9.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
19
Artikel 10
Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor: a. b. c. d. e.
de afvoer en berging van oppervlaktewater, sediment en ijs; de waterhuishouding; verkeer te water; aanleg, beheer en onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering; het vergroten van de afvoercapaciteit.
10.2 Bouwregels Op de voor 'Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie' bestemde gronden mag niet worden gebouwd. 10.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarden dat: a. de activiteit zodanig is gesitueerd en uitgevoerd dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk is gewaarborgd; b. geen sprake is van een feitelijke belemmering van de vergroting van de afvoercapaciteit; c. de activiteit zodanig is gesitueerd en uitgevoerd dat de waterstandsverhoging dan wel de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten dan wel de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, mede in de vorm van rivierverruimingsmaatregelen. Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning horen burgemeester en wethouders de waterbeheerder.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
20
Artikel 11
Waterstaat - Waterkering
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de waterkering alsmede voor behoud, versterking en/of herstel van de landschappelijke en natuurwaarde van dijken, bermen en bermbeplantingen. 11.2 Bouwregels Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken ten dienste van de bestemming Waterstaat - Waterkering worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m. 11.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde lid 11.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de aangegeven onderliggende bestemmingen, op voorwaarde, dat: a. de belangen van de waterhuishouding dit toelaten; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de waterkering.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
21
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 12
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
22
Artikel 13 13.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
13.1.1 Algemeen De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen; b. gebouwd mag worden tussen peil en 4 m onder peil; 13.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.1.1 onder a ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bestaande, bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van kelders bedraagt ten hoogste 0,1 m beneden peil; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelgrens mag worden gebouwd; c. kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel. 13.2
Geluid
13.2.1 Industrielawaai De bouw van geluidsgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone-industrie' is uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
23
Artikel 14 14.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen verbod op strijdig gebruik
Het is ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming. 14.2
Bijzonder gebruiksverbod
14.2.1 Opslag Onverminderd het bepaalde in lid 14.1 is het in ieder geval verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor: a. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer-en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 14.2.2 Seksinrichting Onverminderd het bepaalde in lid 14.1 is het in ieder geval verboden bouwwerken te gebruiken voor een seksinrichting, sekswinkel en voor detailhandelsdoeleinden, tenzij in het bestemmingsplan anders is bepaald. 14.3
Uitzonderingen gebruiksverbod
14.3.1 Beroepen aan huis Het bepaalde in lid 14.1 is niet van toepassing op het medegebruik van woningen en/of aangebouwde bijgebouwen als praktijkruimte voor beroepsmatige activiteiten, is toegestaan mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; 14.3.2 Uitzonderingen voor opslag Het bepaalde in lid 14.2.1 is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; c. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
24
14.4
Afwijken van de gebruiksregels
14.4.1 Bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.1 ten behoeve van het medegebruik van woningen en/of aangebouwde bijgebouwen ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; d. de bedrijfsuitoefening geschiedt door degene die op het perceel woonachtig is; e. er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de bedrijfsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; f. er geen vergunningplichtige activiteiten op grond van de Wet milieubeheer mogen plaatsvinden.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
25
Artikel 15
Parkeren
15.1 Algemeen 1. De gronden zoals aangewezen in de verschillende bestemmingen mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat op eigen terrein minimaal twee parkeerplaatsen per perceel zijn voorzien en in stand worden gehouden. 2. Bij omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormen voor auto's en fiets in het Handboek Verkeersmaatregelen, behorende bij het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan Albrandswaard, bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 1.2
Afwijkingsbevoegdheid5
15.2.1 Laden en lossen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de eis dat parkeren en/of laden en lossen op eigen terrein dient plaats te vinden en van de parkeernormen zoals opgenomen in het Handboek Verkeersmaatregelen. 15.2.2 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. 15.2.3 Voorwaarden Afwijken van de regels, als bedoeld in artikel 15.2.2 is slechts mogelijk, indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie. b. wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeerskundige belang. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien maatschappelijke, sociale en/of economische belangen zwaarder wegen dan het verkeerskundige belang. c. als de parkeerdruk tijdelijk of voor langere tijd boven de verkeerskundig wenselijke en aanvaardbare grens van 90% oploopt, worden de gevolgen daarvan afgewogen tegen de voordelen die het bouwplan oplevert.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
26
Artikel 16
Algemene aanduidingsregels
16.1 Geluidzone - industrie De bouw van geluidsgevoelige objecten binnen de aangegeven gebiedsaanduiding 'GeluidzoneIndustrie' is uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
27
Artikel 17
Algemene afwijkingsregels
17.1 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de bepalingen in de regels ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de bouw ten dienste van het openbaar nut van: 1. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut waarbij de inhoud niet meer mag bedragen dan 75 m3 en de goothoogte niet meer mag bedragen dan 2,25 m, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; 2. andere bouwwerken, zoals standbeelden, uitingen van kunst en dergelijke, met een bouwhoogte van niet meer dan 10 m; Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning voor het afwijken dient in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer); b. het in geringe mate aanpassen van het plan, zoals een bestemmingsgrens, een bouwgrens of een aanduiding te veranderen, indien bij de definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze nadere bepaling of aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan redelijk gewenst of noodzakelijk is waarbij: 1. de grenzen met niet meer dan 2 m mogen worden verschoven; 2.
de grenzen met niet meer dan 5 m mogen worden verschoven; indien burgemeester en wethouders toepassing wensen te geven aan deze bepaling dient de procedure te worden gevolgd als omschreven in artikel 19.1; c. het afwijken van de voorgeschreven maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 10% mag worden afgeweken; met betrekking tot deze omgevingsvergunning voor het afwijken geldt, dat: 1. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet; 2. de omgevingsvergunning voor het afwijken slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke 'als recht' zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende omgevingsvergunning voor het afwijken ten aanzien van de bouwnorm is niet toegestaan; 3. het oprichten van andere bouwwerken, zoals antenne-installaties en vlaggenmasten, met een bouwhoogte van niet meer dan 20 m.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
32
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Ontwerp
28
Artikel 18
Algemene wijzigingsregels
18.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. het oprichten van gebouwen ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 150 m3 en een goothoogte van ten hoogste 3 m, dit voor zover deze op grond van de Algemene afwijkingsregels niet kunnen worden gebouwd; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van bouwpercelen, dan wel bestemmingsvlakken, bouwgrenzen en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 10 m mag worden verschoven én de vergroting van het vlak niet meer dan 10% bedraagt; c.
het afwijken van voorgeschreven maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met niet meer dan 20% mag worden afgeweken, op voorwaarde, dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet; de wijzigingsbevoegdheid slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welk als recht zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende omgevingsvergunning voor het afwijken en/of wijzigingsbepaling ten aanzien van de bouwnormen is niet toegestaan;
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
29
Artikel 19
Algemene procedureregels
19.1 Procedureregels afwijken bij omgevingsvergunning Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor afwijken is de procedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
30
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 20
Overgangsrecht
20.1 Overgangsrecht bouwwerken 20.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 20.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 20.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 20.1.1 met maximaal 10%. 20.1.3 Uitzondering Lid 20.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2 Overgangsrecht gebruik 20.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
20.2.2 Veranderen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 20.2.3 Onderbreken strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het lid 20.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 20.2.4 Uitzondering Lid 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
31
Artikel 21
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost.
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Vaststelling
32
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Regels Ontwerp
Richtafstandenlijst, Versie 101
9 januari 2014
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG.
Inleiding
Staat van bedrijfsactiviteiten
Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak.
De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieuplanologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen diverse productie- en handelsbedrijven en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen. Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecreatie.
De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zonodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”). Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
In verband met de specifieke situatie van bedrijventerreinen is er, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, gekozen voor het in eerste instantie uitsluiten van een aantal bedrijven/bedrijfsactiviteiten (de negatieve lijst). Deze activiteiten zijn in bijgaande staat doorgehaald. Aan vestiging van de doorgehaalde bedrijven kan, na een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning voor afwijken, en na een nadere belangenafweging, medewerking worden verleend. In de regels is aangegeven of en zo ja onder welke voorwaarden medewerking kan
1
Richtafstandenlijst, Versie 101 worden verleend. Aan de omgevingsvergunning voor afwijken kunnen daarbij, zo nodig voorwaarden worden gesteld.
9 januari 2014
Voor wat betreft de milieucomponenten zijn "afstanden" bepaald ten aanzien van: geur; stof; geluid; gevaar. Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar
Bij de onderscheiden bedrijfstypen is bij de beoordeling van de milieu-planologische aspecten uitgegaan van: in Nederland aanvaarde normen voor wat betreft de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor wat betreft de toelaatbare immissies bij woningen en andere milieugevoelige objecten; ervaringen/waarnemingen voor wat betreft de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.
De in lijst 1 en 2 vermelden richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:: het betreft "gemiddelde" nieuwe bedrijven met voor nieuwe bedrijven gangbare voorzieningen binnen het gedefinieerde bedrijfstype; het referentiegebied betreft woningen in een “rustige woonwijk” en een “rustig buitengebied”; de opgenomen richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten;
Doordat de bedrijfstypen zodanig gedefinieerd/geclusterd zijn dat voor wat betreft de milieubelastingen sprake is van een zekere uniformiteit kan, onder meer door verschillende installaties, processen, (grond)stoffen, producten, productieomvang, terreinindeling, voorzieningen en dergelijke, sprake zijn een zekere variatie. De in de lijst aangegeven afstanden zijn dan ook indicatief. In concrete situaties kan er sprake zijn van afwijkingen van de gehanteerde uitgangspunten voor lijst 1 en 2. Daarbij kan er in concrete situaties sprake zijn van een hogere dan wel een lagere milieubelasting
Wijze van meten richtafstanden
Kolom met richtafstanden voor geluid
De richtafstanden gelden enerzijds de grens van de bestemming of perceel die bedrijven/bedrijfsactiviteiten en/of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van het milieugevoelig object zoals een woning of een andere milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen (bijvoorbeeld voor een uitbreiding van de woning) mogelijk is. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen. Geringe afwijkingen kunnen in de lokale situatie (gemotiveerd) mogelijk zijn.
In de kolom met richtafstanden voor geluid is, waar van toepassing, de letter “C” van continu opgenomen om aan te geven dat bij de betreffende activiteiten voor geluid meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voor bedrijven die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder art 4.2 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer is de letter “Z“ opgenomen.
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
2
Richtafstandenlijst, Versie 101
9 januari 2014
Kolom met richtafstanden voor gevaar
Kolom milieucategorie
Het betreft hier over het algemeen alle gevaarsaspecten met inbegrip van brandgevaar en explosiegevaar. De letter “R” is opgenomen voor activiteiten die onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten die altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is en dient zonodig te worden getoetst aan de in het Bevi opgenomen vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Daarnaast geldt ook nog de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom deze inrichtingen. Nieuwvestiging van een Bevi-inrichting is slechts mogelijk nadat een “afweging op maat” heeft plaatsgevonden, waarbij is bezien wat de gevolgen zijn voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden in de omgeving van de vestiging. De letter “V” is opgenomen voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is.
Bij de bepaling van de richtafstanden is uitgegaan van “gemiddelde moderne activiteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. In deze kolom is de letter “D” opgenomen indien er sprake is van een grote variatie in productieprocessen, waardoor er sprake kan zijn van een grote variatie in milieubelasting. In die gevallen dient dat per casus te worden bekeken.
Grootste afstand en milieucategorie -
Per bedrijfsactiviteit is voor elke milieucomponent een afstand aangegeven, die vanwege die milieucomponent tot een milieugevoelig object in beginsel moet worden aangehouden. De grootste daarvan vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Deze grootste afstand is daarom in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen in de kolom "afstand". De in deze kolom gegeven afstandsmaten bepalen tezamen met de indices de milieucategorie van een bedrijfsactiviteit; deze categorieën staan vermeld in de kolom "cat". Er zijn zes milieucategorieën; per milieucategorie gelden de volgende afstanden:
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
Milieucategorie
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 0 - 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Tevens zijn indices opgenomen voor verkeer, visueel, bodem en lucht, waarbij voor: index 1 sprake is van potentieel geen of geringe emissie of hinder; index 2 sprake is van aanzienlijke emissie of hinder; index 3 sprake is van potentieel ernstige emissie of hinder.
3
Richtafstandenlijst, Versie 101 Index voor verkeersaantrekkende werking In de kolom is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). De index is van belang in relatie tot de gekozen verkeersontsluiting. Daar waar de verkeersontsluiting slecht is zijn activiteiten met een relatief grote verkeersaantrekkende werking niet gewenst. Visuele hinder De index voor visuele hinder is een indicator voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. Hoe kolossale industriële bouwwerken hebben een index gelijk aan 3; een klein kantoorgebouw een index gelijk aan 1. De bepaling van de index is subjectief en niet eenduidig. Door aankleding of afscherming kunnen “lelijke” installaties worden gemaskeerd. De index heeft dan ook vooral een signaalfunctie. Bodemverontreiniging De index voor bodem kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gebieden zoals bodembeschermingsgebieden. In de kolom is de letter “B” opgenomen indien een activiteit een verhoogde kans geeft op bodemverontreiniging bijvoorbeeld bij calamiteiten, incidenten of “sluimerende” lekkages.
9 januari 2014 geëmitteerde stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora, zoals ingeval van neerslag verzurende stoffen op natuurgebieden en de neerslag van ware metalen op groenten. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de letter “L“ van luchtverontreiniging opgenomen. Tabellen De Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG bevat twee tabellen. Tabel 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten bevat de verschillende bedrijfstypen met de SBI-codes, alsmede de bij de bedrijfstypen behorende milieu-planologische kenmerken gerelateerd aan de richtafstand tot het omgevingstype "rustige woonwijk" en "rustig buitengebied"; deze gegevens zijn verwerkt in de hierna volgende Staat van bedrijfsactiviteiten. De in tabel 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG opgenomen "Opslagen en installaties" zijn niet afzonderlijk in de hierna volgende versie van de Staat vermeld, omdat deze doorgaans reeds tot een andere bedrijfsvoering gerekend worden.
Luchtverontreiniging De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot milieugevoelige objecten in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht planologisch relevant zijn, zoals ingeval van
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
4
Richtafstandenlijst, Versie 101 Milieucategorie
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
9 januari 2014 Aan te houden richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
Lijst van afkortingen: niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan > groter dan = gelijk aan cat. categorie e.d. en dergelijke kl. klasse n.e.g. niet elders genoemd o.c. opslagcapaciteit p.c. productiecapaciteit p.o. productieoppervlak v.c. verwerkingscapaciteit u uur d dag w week t ton j jaar B bodemverontreiniging C continu D divers L luchtverontreiniging Z zonering (op basis van de Wet geluidhinder) R risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing V vuurwerkbesluit van toepassing
5
Richtafstandenlijst, Versie 101
SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
LUCHT
BODEM
VISUEEL
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
016 016 016 016 016 0162 02
GEUR
01
0111, 0113 011, 012, 013 0112 011, 012, 013, 016 0112 011, 012, 013 0112 011, 012, 013 0112 011, 012, 013 0112 0113 0112 0113 0112 0163 0112 011 0121 0141, 0142 0122 0143, 0145 0122 0143 0122 0145 0123 0146 0124 0147 0124 0147 0124 0147 0124 0147 0124 0147 0125 0149 0125 0149 0125 0149 0125 0149 0125 0149 0125 0149 0125 0149 0130 0150 014 014 014 014 014 0142 02
indices
nummer
01
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
-
9 januari 2014
10
10
30 C
10
30
2
1G
1
B
L
10 10 10 30 100 30 30 100
10 10 10 10 10 10 10 30
30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10 10 10 10 0
30 30 30 30 100 30 30 100
2 2 2 2 3.2 2 2 3.2
1G 1G 1G 1G 1G 1G 1G 1G
1 1 1 1 1 1
B B B B B B
L L L
50 50 200
30 30 30
30 C 30 C 50 C
0 0 0
50 50 200 D
3.1 3.1 4.1
1G 1G 1G
1 1 1
200 200 200 100
30 30 50 30
50 C 50 C 50 C 50 C
0 0 0 0
200 D 200 200 100 D
4.1 4.1 4.1 3.2
1G 1G 1G 1G
1 1 1 1
200 100 30 100 10 30 100
30 30 0 0 0 10 30
30 C 30 C 50 C 30 C 30 C 30 C 30 C
0 0 10 10 10 0 0
200 100 50 100 30 30 D 100
4.1 3.2 3.1 3.2 2 2 3.2
1G 1G 1G 1G 1G 1G 1G
1 1 1 1 1 1 1
30 30 30 30 30
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30 C
10 10 10 10 0
50 D 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
2G 1G 2G 1G 1G
1 1 1 1 1
- LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
0 1 2 3 4 5 6 7 0 1 2 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 5 6
0 1 2 3 4
Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - champignonkwekerijen met mestfermentatie - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van rundvee Fokken en houden van overige graasdieren: - paardenfokkerijen - overige graasdieren Fokken en houden van varkens Fokken en houden van pluimvee: - legkippen - opfokkippen en mestkuikens - eenden en ganzen - overig pluimvee Fokken en houden van overige dieren: - nertsen en vossen - konijnen - huisdieren - maden, wormen e.d. - bijen - overige dieren Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
-
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
6
1
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
AFSTANDEN IN METERS
indices
-
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
10
50
0
50
3.1
1G
1
100 50
0 0
100 C 50 C
50 R 10
100 50
3.2 3.1
2G 1G
2 1
100 50
30 0
50 C 50 C
0 0
100 50
3.2 3.1
1G 1G
1 1
50
50
100 C
10
100
3.2
2G
2
100 30 50
0 0 0
200 C 500 C 700 C Z
200 R 200 R 200 R
200 500 700
4.1 5.1 5.2
1G 1G 1G
2 1 1
10 10 50 10
100 200 10 200
200 700 Z 100 C 500 C
10 10 30 50
200 D 700 100 500
4.1 5.2 3.2 5.1
2G 2G 2G 3G
1 2 1 3
100 700 300 100 50 30 50
0 0 0 0 0 0 0
100 C 100 C 100 C 100 C 50 C 50 50
50 R 30 50 R 50 R 30 10 10
100 D 700 300 100 50 50 50
3.2 5.2 4.2 3.2 3.1 3.1 3.1
2G 2G 2G 2G 1G 1G 1G
1 2 2 2 1 1 1
50
0
50
10
50
3.1
2G
1
7
B B B
B
LUCHT
8 - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
10
BODEM
108
VISUEEL
151
VERKEER
- VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen 1 - oester, mossel- en schelpenteelt bedrijven 2 - visteeltbedrijven - TURFWINNING Turfwinningbedrijven - AARDOLIE- EN AARDGASWINNING 0 Aardolie- en aardgaswinning: 1 - aardoliewinputten 2 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d 3 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d - WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. 0 Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): 1 - algemeen 2 - steenbrekerijen Zoutwinningbedrijven Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 1 - slachterijen en pluimveeslachterijen 2 - vetsmelterijen 3 - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval 4 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² 5 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² 6 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² 7 - loonslachterijen
GROOTSTE AFSTAND
03 03 0311 0312 032 032 032 08 08 089 06 06 061, 062 061 062 062 08 08 0812 0812 0812 0893 0899 10, 11 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101 101, 102
GEVAAR
05 05 0501.1 0501.2 0502 0502 0502 10 10 103 11 11 111 111 111 111 14 14 1421 1421 1421 144 145 15 15 151 151 151 151 151 151 151 151
GELUID
- BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven
STOF
02 021, 022, 024
GEUR
nummer
02 020
CATEGORIE
-
9 januari 2014
L
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
AFSTANDEN IN METERS
indices
-
700 200 300 300 100 50
100 0 0 10 10 10
200 C 100 C 50 C 50 C 50 30
30 30 0 30 30 10
700 200 300 300 D 100 50
5.2 4.1 4.2 4.2 3.2 3.1
2G 2G 1G 2G 1G 1G
2 2 2 2 1 1
300 50
30 10
200 C 50
50 R 50 R
300 50
4.2 3.1
2G 1G
2 1
50 50 100 300 300
10 10 10 10 10
100 C 100 C 100 C 200 C 100 C
10 10 10 30 10
100 100 100 300 300
3.2 3.2 3.2 4.2 4.2
1G 2G 2G 2G 2G
1 2 2 2 2
200 300
30 50
100 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B B
200 300
10 10
100 C 300 C Z
100 R 200 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B B
100 200
10 10
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B
200 200 50 100 50 50 10
100 30 0 0 50 0 0
500 C Z 500 C Z 100 C 300 C Z 300 C 100 C 30
50 50 50 50 50 50 0
500 500 100 300 300 100 30
5.1 5.1 3.2 4.2 4.2 3.2 2
3G 3G 2G 3G 3G 2G 1G
2 2 1 2 2 2 1
200 100 50
100 50 100
300 C Z 200 C 200 C
100 R 50 R 50
300 200 200 D
4.2 4.1 4.1
2G 2G 2G
2 2 2
200
50
200 C
30 R
200
4.1
1G
2
R R R R R R
8
LUCHT
BODEM
VISUEEL
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
GELUID
Visverwerkingsbedrijven: - drogen - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken: - gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u - geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken 0 Zetmeelfabrieken: 1 - p.c. < 10 t/u
STOF
0 1 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2 0 1 2 3 4 5 1 2 0 1 2
GEUR
nummer
152 102 152 102 152 102 152 102 152 102 152 102 152 102 1531 1031 1531 1031 1531 1031 1532, 1533 1032, 1039 1532, 1533 1032, 1039 1532, 1533 1032, 1039 1532, 1533 1032, 1039 1532, 1533 1032, 1039 1532, 1533 1032, 1039 1541 104101 1541 104101 1541 104101 1542 104102 1542 104102 1542 104102 1543 1042 1543 1042 1543 1042 1551 1051 1551 1051 1551 1051 1551 1051 1551 1051 1551 1051 1552 1052 1552 1052 1561 1061 1561 1061 1561 1061 1561 1061 1562 1062 1562 1062
CATEGORIE
-
9 januari 2014
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
AFSTANDEN IN METERS
indices
-
0 1 2
0 1 2
0 1
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
50 R
300
4.2
2G
3
700 700 300 700 200 300 200
30 100 100 200 50 100 100
200 C 100 C 200 C 300 C Z 200 C 300 C Z 200 C
50 30 R 30 50 30 50 R 30
700 D 700 D 300 700 200 300 200
5.2 5.2 4.2 5.2 4.1 4.2 4.1
3G 3G 2G 3G 3G 3G 2G
3 3 2 3 3 3 2
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
1G 2G 2G
1 2 2
500 1000
100 200
300 C 700 C Z
100 R 200 R
500 1000
5.1 5.3
2G 3G
2 3
500 100
50 30
100 50
50 R 30
500 100
5.1 3.2
2G 2G
3 2
30
10
30
10
30
2
1G
1
300 100 30 50
30 30 10 30
50 50 30 10
30 R 30 R 10 10
300 100 30 50
4.2 3.2 2 3.1
2G 2G 1G 2G
2 2 1 2
500 100 200 200 200
30 10 30 30 50
200 C 30 50 50 50
10 10 10 30 50 R
500 D 100 200 200 D 200
5.1 3.2 4.1 4.1 4.1
2G 2G 2G 2G 2G
1 1 1 2 2
100 300 200 300
10 50 50 30
50 50 50 200 C
10 50 R 30 30
100 300 200 300
3.2 4.2 4.1 4.2
2G 2G 2G 2G
2 2 2 2
200
30
200 C
30 R
200
4.1
1G
2
9
B B
LUCHT
4 5 6
300 C Z
BODEM
10821 10821 10821 1073 1083 1083 1083 108401 1089 1089 1089 1089 1089 1089 110101 110102 110102
100
VISUEEL
1584 1584 1584 1585 1586 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2 1589.2 1589.2 1589.2 1591 1592 1592
300
VERKEER
3
GROOTSTE AFSTAND
10821
0 1 2 0 1 2
GEVAAR
1584
0 1 2
- p.c. >= 10 t/u Veevoerfabrieken: - destructiebedrijven - beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water - mengvoeder, p.c. < 100 t/u - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: - v.c. < 2.500 t/j - v.c. >= 2.500 t/j Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m² - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken met suiker branden - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o.
<= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - koffiebranderijen - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Soep- en soeparomafabrieken: - zonder poederdrogen - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: - p.c. < 5.000 t/j
GELUID
2 0 1 2 3 4 5 6
STOF
1062 1091 1091 1091 1091 1091 1091 1091 1092 1071 1071 1071 1072 1081 1081 1081 10821 10821 10821
GEUR
nummer
1562 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1583 1583 1584 1584 1584
CATEGORIE
-
9 januari 2014
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
indices
-
50 R 0
300 30
4.2 2
2G 1G
3 1
300 300 10
30 50 0
100 C 100 C 100
50 R 30 50 R
300 300 100
4.2 4.2 3.2
2G 2G 3G
2 2 2
30
50 C
30
200
4.1
2G
1
50
100
30
100
3.2
2G
1
10 30 0 0 30 10
100 300 50 50 200 50
0 50 10 10 10 10
100 300 50 50 200 50
3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1
2G 3G 2G 1G 2G 1G
1 2 2 1 2 2
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
1G 2G 1G
1 2 1
30 10 10
100 30 50
10 10 10
300 50 D 50
4.2 3.1 3.1
2G 2G 2G
2 2 1
50
100
50 R
100
3.2
2G
2
30 30 30 30
50 50 100 100
10 10 10 0
200 50 100 100
4.1 3.1 3.2 3.2
2G 2G 3G 2G
2 1 2 2
30
50
0
50
3.1
1G
1
162
1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
0
Z
VERKEER
16 16101 16102 16102 16102 1621 162
- VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie 200 - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 10 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 10 2 - aantal weefgetouwen >= 50 10 Textielveredelingsbedrijven 50 Vervaardiging van textielwaren 10 Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken 100 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen 0 - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer 30 Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) 10 Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont 50 - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken 300 Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) 50 Schoenenfabrieken 50 - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 0 Houtconserveringsbedrijven: 1 - met creosootolie 200 2 - met zoutoplossingen 10 Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 100 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 0
10
LUCHT
300 C 30 C
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
50 0
VISUEEL
GEVAAR
Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
300 10
GELUID
1105 1106 1107 12 12 120 13 13 131 132 132 132 133 139 1393 139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151,152 151 152
2 - p.c. >= 5.000 t/j Vervaardiging van wijn, cider e.d.
STOF
110102 1102 t/m 1104
GEUR
nummer
1592 1593 t/m 1595 1596 1597 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 172 173 174, 175 1751 176, 177 18 18 181 182 183 19 19 191 192 193 20 20 2010.1 2010.2 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
-
9 januari 2014
B
B B
L
B
L
B
L
B B B
L
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
indices
-
10
30
0
30
2
1G
1
100
200 C
50 R
200
4.1
3G
2
30 50 100 30
50 C 200 C Z 300 C Z 100 C
30 50 100 30
R R R R
50 200 300 100
3.1 4.1 4.2 3.2
1G 2G 3G 2G
2 2 2 2
30 30
100 C 200 C Z
30 R 30 R
100 200
3.2 4.1
2G 2G
2 2
0 0 0 0 0 0 0 0 0
10 100 C 100 30 10 30 10 30 10
0 10 10 0 0 0 10 10 0
10 100 100 30 10 30 30 30 D 10
1 3.2 3.2 2 1 2 2 2 1
1P 3G 3G 1P 1G 2G 2G 2G 1G
1 2 2 1 1 1 1 1 1
R R R R R
1000 1500 100 300 300 D 1500 D
5.3 6 3.2 4.2 4.2 6
2G 3G 2G 2G 2G 1G
3 3 2 2 2 2
R R R R
700 500 500 200 D
5.2 5.1 5.1 4.1
3G 3G 3G 3G
3 3 3 3
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
700 1000 C Z 100 100 1500 C Z 1500 0 100 30 0 100 50 0 200 50 10 100 1500
0 0 0 0
700 C Z 500 C 500 C 200 C
100 100 300 200
11
B B B
LUCHT
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 10 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp 200 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 50 2 - p.c. 3 - 15 t/u 100 3 - p.c. >= 15 t/u 200 Papier- en kartonwarenfabrieken 30 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 30 2 - p.c. >= 3 t/u 50 - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) 0 Drukkerijen van dagbladen 30 Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) 30 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 10 A Grafische afwerking 0 B Binderijen 30 Grafische reproduktie en zetten 30 Overige grafische aktiviteiten 30 Reproduktiebedrijven opgenomen media 0 - AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Cokesfabrieken 1000 Aardolieraffinaderijen 1500 A Smeeroliën- en vettenfabrieken 50 B Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie 300 C Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. 300 Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven 10 - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Vervaardiging van industriële gassen: 1 - luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht 10 2 - overige gassenfabrieken, niet explosief 100 3 - overige gassenfabrieken, explosief 100 Kleur- en verfstoffenfabrieken 200 0 Anorg. chemische grondstoffenfabrieken:
BODEM
VISUEEL
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
162902 17 17 1711 1712 1712 1712 1712 172 17212 17212 17212 58 58 581 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182 19 19 191 19201 19202 19202 19202 201, 212, 244 20 20 2011 2011 2011 2011 2012 2012
GEUR
nummer
205 21 21 2111 2112 2112 2112 2112 212 2121.2 2121.2 2121.2 22 22 221 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 23 23 231 2320.1 2320.2 2320.2 2320.2 233 24 24 2411 2411 2411 2411 2412 2413
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
-
9 januari 2014
L
B B
B B B B B B
B
L L L L L
L L L
Richtafstandenlijst, Versie 101 SBI-1993 SBI-2008
OMSCHRIJVING
indices
-
LUCHT
BODEM
VISUEEL
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
Gemeente Albrandswaard, Bestemmingsplan Rhoon Dorp 2013
GELUID
1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" 2 - vallend onder "post-Seveso-richtlijn" A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken: A1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" A2 - vallend onder "post-Seveso-richtlijn" B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j B2 - p.c. >= 100.000 t/j 0 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): 1 - p.c. < 50.000 t/j 2 - p.c. >= 50.000 t/j Kunstmeststoffenfabrieken Kunstharsenfabrieken e.d. 0 Landbouwchemicaliënfabrieken: 1 - fabricage 2 - formulering en afvullen Verf, lak en vernisfabrieken 0 Farmaceutische grondstoffenfabrieken: 1 - p.c. < 1.000 t/j 2 - p.c. >= 1.000 t/j 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen 2 - verbandmiddelenfabrieken Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken Parfumerie- en cosmeticafabrieken Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 1 - zonder dierlijke grondstoffen 2 - met dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken B Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 2 - vloeropp. >= 100 m2
STOF
2012 2012 20141 20141 20141 20141 20141 20141 20149 20149 20149 2015 2016 202 202 202 203 2110 2110 2110 2120 2120 2120 2041 2042 2051 2052 2052 2052 205902 205903 205903 2060 22 22 221101 221102 221102 221102
GEUR
nummer
2413 2413 2414.1 2414.1 2414.1 2414.1 2414.1 2414.1 2414.2 2414.2 2414.2 2415 2416 242 242 242 243 2441 2441 2441 2442 2442 2442 2451 2452 2461 2462 2462 2462 2464 2466 2466 247 25 25 2511 2512 2512 2512
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
-
9 januari 2014
100 300
30 50
300 C 500 C
300 R 700 R
300 D 700 D
4.2 5.2
2G 3G
3 3
B B
L L
300 1000
10 30
200 C 500 C
300 R 700 R
300 D 1000 D
4.2 5.3
2G 2G
3 2
B B
L L
100 200
0 0
200 C 300 C Z
100 R 200 R