CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

86. 597458 Raadsvoorstel Programmabegroting 2023-2026.pdf

Gemeenteraad AW 3 oktober 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken25.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

142.400 4.445.000 0 194.000 11.300 4.792.700 -16.188.400

3.200 -607.600 -414.300 5.700 0 -1.013.000 -566.000

Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht: Lasten 7.1 De afname wordt verklaard door een lagere BAR-bijdrage € 3 ton. In 2022 zijn er lasten voor opvang van Oekraïners opgenomen € 1 ton, deze zijn voor 2023 niet begroot. Het restant betreft lagere lasten WMO, doordat er in 2022 aanvullend budget gevraagd is voor wegwerken van wachtlijsten WMO welke in 2023 niet wordt verwacht.. 7.3 De daling wordt verklaard door een lager verwachte uitgaaf voor WWB. In de eerste tussenrapportage 2022 is een incidentele bijstelling geraamd van € 6 ton. Voor 2023 wordt het niveau van 2021 verwacht. Daarnaast is er € 124 duizend minder uitgaven verwacht die in 2022 beschikbaar zijn om de Tozo uitkeringen af te wikkelen. 7.4 De toename wordt verklaard door een hogere begroting van de GRJR, zie daarvoor ook de verklaring op pagina 9. 7.5 Lasten zijn lager door verlaging BAR-bijdrage € 170 duizend. 7.6 Lasten zijn hoger door verhoging BAR-bijdrage € 600 duizend. Baten 7.3 Zie voor de afwijking de beschrijving onder lasten 7.3 de €6 ton lager verwachte WWB uitkering leidt ook tot een lagere bijdrage van het Rijk. 7.4 De lagere baten hebben te maken met het vervallen van de vlaktax bij de GRJR.

- 32 -

Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

NL*

Cijfers over 601,7 805,5 2021

1 Banen (bron: CBS/LISA) Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. 2 Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 t/m 21 1% 1% voor de rechter (bron: jaar) dat met een delict voor de rechter CBS) is verschenen. 3 Kinderen in Percentage kinderen tot 18 jaar die in 3% 6% uitkeringsgezinnen (bron: een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. CBS) Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. 4 Netto arbeidsparticipatie Het percentage van de werkzame 71,5% 68,4% (bron: CBS) beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 5 Jeugdwerkloosheid Percentage personen van 16 t/m 22 jaar 1% 2% (bron: CBS) die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. 6 Personen met een Het aantal personen met een uitkering 304,1 431,7 bijdtandsuitkering (bron: op grond van de Wet werk en bijstand CBS) (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak- en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inwoners.

7 Aantal reHet aantal re-integratievoorzieningen, 150,8 202,2 integratievoorzieningen per 10.000 inwoners in de leeftijd van (bron: CBS) 15-64 jaar.

- 33 -

2020 2020

2020 2020

2021

2020

Nr. Indicator

Beschrijving indicator

8 Jongeren met jeugdhulp (bron: CBS)

AW NL*

Cijfers over 12,9% 2021

Het percentage jongeren tot 18 jaar met 8,1% jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). 9 Jongeren met Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die 0,5% 1,2% jeugdbescherming op enig moment in de verslagperiode een (bron: CBS) maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. 10 Jongeren met Het percentage jongeren (12-23 jaar) met 0,3% 0,3% jeugdreclassering een jeugdreclasseringsmaatregel ten (bron: CBS) opzichte van alle jongeren (12-23 jaar). 11 Wmo-cliënten met Aantal per 10.000 inwoners in de 540 onbekend een maatwerkarr. betreffende bevolkingsgroep. Een (bron: CBS) maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2022 * Klasse matig stedelijk

Kerngegevens Sociale structuur Aantal inwoners Aantal inwoners tot 20 jaar Aantal inwoners 65 jaar en ouder Aantal bijstandsgerechtigden

2021

2021 2021

Jaarrekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 25.951 25.871 26.210 6.233 6.264 6.237 4.670 4.615 4.805 390

- 34 -

NIET IN VOORGAANDE PROGRAMMA'S VERANTWOORDE BATEN EN LASTEN Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, Vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder. 1. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit. Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat mag het kosten? Algemene Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting dekkingsmiddelen 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Lasten Algemene 339.293 318.100 147.200 106.000 47.100 -26.600 dekkingsmiddelen Baten Algemene 39.832.651 41.632.900 44.876.900 46.856.700 48.687.600 46.712.200 dekkingsmiddelen Totaal baten en 39.493.359 41.314.800 44.729.700 46.750.700 48.640.500 46.738.800 lasten Totaal Algemene 39.493.359 41.314.800 44.729.700 46.750.700 48.640.500 46.738.800 dekkingsmiddelen

Verklaring van verschillen Verschillen algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van gewijzigde begroting 2022 Lasten Algemene dekkingsmiddelen Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten en lasten

Begroting 2022

Begroting 2023

Verschil 1e tr 2022 - Begroting 2023

318.100

147.200

-170.900

41.632.900 41.314.800

44.876.900 44.729.700

3.244.000 3.414.900

Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht: Lasten De afname wordt verklaard door een lagere toerekening rente € 66k duizend. Het restant betreft een lagere BAR-bijdrage.

- 35 -

Baten De toename wordt veroorzaakt door een toename van de OZB-opbrengsten € 280 duizend. Het restant betreft een hogere algemene uitkering ad € 2,9 miljoen. De bedragen zijn als volgt samengesteld: Algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen Dividend Saldo financieringsfunctie Verzekeringen Bijdrage BAR Saldo lasten Lokale heffingen Algemene uitkering Dividend Saldo financieringsfunctie Saldo baten Totaal Algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2023 282.800 17.800 -234.300 0 80.900 147.200 7.596.900 37.067.400 203.500 9.100 44.876.900 44.729.700

Begroting 2024 285.800 17.800 -278.200 0 80.600 106.000 7.824.800 38.855.300 167.500 9.100 46.856.700 46.750.700

Begroting 2025 288.400 17.800 -339.200 0 80.100 47.100 8.059.500 40.451.500 167.500 9.100 48.687.600 48.640.500

Begroting 2026 288.300 17.800 -412.400 0 79.700 -26.600 8.301.400 38.234.200 167.500 9.100 46.712.200 46.738.800

Lokale heffingen De gemeente kent de volgende niet-bestedingsgebonden gemeentelijke heffingen. Lokale heffingen Lasten heffing en invord.gem.belastingen Bijdrage BAR Saldo lasten OZB woningen OZB niet-woningen Overige Saldo baten Totaal Lokale heffingen

Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 228.400 231.500 234.600 234.600 54.400 282.800 4.674.900 2.922.000 0 7.596.900 7.314.100

54.300 285.800 4.815.100 3.009.700 0 7.824.800 7.539.000

53.800 288.400 4.959.600 3.099.900 0 8.059.500 7.771.100

53.700 288.300 5.108.400 3.193.000 0 8.301.400 8.013.100

Onder de post Lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen wordt de bijdrage aan de SVHW verantwoord. De bijdrage BAR betreft de doorberekening van de bijdrage aan het taakveld 0.61 OZB woningen, 0.65 Belasting overig en 0.8 Overige baten en lasten.

- 36 -

Algemene uitkering De verantwoorde algemene uitkering uit het Gemeentefonds is gebaseerd op de ten tijde van het opstellen van de begroting bekende informatie (meicirculaire). Voor een specificatie van de ontwikkeling van de algemene uitkering wordt verwezen naar de verschillenanalyse in de Financiële begroting. omschrijving 2023 2024 2025 2026 Meicirculaire 2022 3.381.000 4.626.000 5.319.000 3.320.000 Vrijval stelpost jeugd -1.203.600 0 0 0 Vrijval stelpost herijking 384.000 768.000 1.152.000 1.536.000 Meicirculaire 2023 Jeugd van stelpost naar AU 1.202.400 0 0 0 Totaal correcties Algemene uitkering 3.763.800 5.394.000 6.471.000 4.856.000 saldo financieringsfunctie Het saldo van de betaalde rente en de ontvangen rente wordt door middel van het renteomslag% via de kapitaallasten doorberekend aan de taakvelden. Deze doorberekening is gebaseerd op de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari x renteomslag%. Het renteomslag% wordt berekend bij het opstellen van de begroting, waarbij uitgegaan wordt van de geraamde boekwaarde van de vaste activa en de geraamde rente. Het saldo financieringsfunctie betreft het verschil tussen rentelasten van de geldleningen OG (verminderd met de eventueel ontvangen rente) en de doorbelaste rentelasten naar de taakvelden.

saldo financieringsfunctie tabel Saldo financieringsfunctie Financiering Toerekenen rente vanuit de activa Toerekenen rente overig Saldo lasten Financiering Toerekenen rente vanuit de activa Toerekenen rente overig Saldo baten Totaal Saldo financieringsfunctie

Begroting 2023 606.800 -757.100

Begroting 2024 503.700 -760.200

Begroting 2025 401.900 -741.100

Begroting 2026 308.400 -720.800

-84.000 -234.300 9.100 0

-21.700 -278.200 9.100 0

0 -339.200 9.100 0

0 -412.400 9.100 0

0 9.100 243.400

0 9.100 287.300

0 9.100 348.300

0 9.100 421.500

- 37 -

Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

NL* Cijfers over 332 2021 290 876 2021 733

1 Gemiddelde WOZ-waarde De gemiddelde WOZ waarde van (bron: CBS) woningen in duizenden euro's. 2 Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in eenpersoonshuishouden (bron: euro’s per jaar dat een COELO) éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. 3 Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in meerpersoonshuishouden euro’s per jaar dat een 1.031 810 (bron: COELO) meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Waar staat je gemeente d.d. 19 juli 2022 * Klasse matig stedelijk

- 38 -

2021

2. OVERHEAD Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden. - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toerekenen aan de desbetreffende taakvelden en programma’s. - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead. - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead. Wat mag het kosten Overhead Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Lasten Overhead 8.088.488 8.217.700 7.855.700 7.892.100 7.930.900 7.930.800 Baten Overhead 39.549 27.500 27.500 27.800 29.200 29.200 Totaal -8.048.940 -8.190.200 -7.828.200 -7.864.300 -7.901.700 -7.901.600 Overhead

Verklaring van verschillen Verschillen overhead ten opzichte van gewijzigde begroting 2022 Lasten Overhead Baten Overhead Totaal baten en lasten

Begroting 2022

Begroting 2023

Verschil 1e tr 2022 - Begroting 2023

8.217.700

7.855.700

-362.000

27.500 -8.190.200

27.500 -7.828.200

0 -362.000

Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht: Lasten De afname wordt verklaard door een lagere kosten bestuursondersteuning € 115 duizend. In 2022 is aanvullend budget opgenomen voor inhuur van communicatie en een adjunct gemeente secretaris. In 2023 zijn deze posten niet opgenomen.

- 39 -

De bedragen zijn als volgt samengesteld: Overhead Bestuursondersteuning Kosten vm personeel Communicatie en voorlichting Juridische zaken Overhead vanuit de BAR Doorbelasting kosten gemeentehuis Saldo lasten Doorbelasting kosten gemeentehuis Saldo baten Totaal Overhead

Begroting 2023 285.900 0 64.000 22.600 7.242.200 241.000

Begroting 2024 285.100 0 63.500 22.600 7.281.400 239.500

Begroting 2025 284.500 0 64.500 22.900 7.319.300 239.700

Begroting 2026 284.400 0 64.500 22.900 7.319.300 239.700

7.855.700 27.500

7.892.100 27.800

7.930.900 29.200

7.930.800 29.200

27.500 -7.828.200

27.800 -7.864.300

29.200 -7.901.700

29.200 -7.901.600

- 40 -

3. VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitsplitst is, wordt de eventueel af te dragen Vpbheffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat mag het kosten? Vennootschapsbelasting

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026

Lasten Vennootschapbelasting Totaal Vennootschapsbelasting

7.426 -7.426

23.700 -23.700

24.600 -24.600

24.400 -24.400

24.700 -24.700

24.700 -24.700

De bedragen zijn als volgt samengesteld: Vennootschapsbelasting Heffing vennootschapsbelasting Bijdrage GR BAR Saldo lasten Heffing vennootschapsbelasting Saldo baten Totaal Vennootschapsbelasting

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

24.600

24.400

24.700

24.700

0 24.600 0

0 24.400 0

0 24.700 0

0 24.700 0

0 -24.600

0 -24.400

0 -24.700

0 -24.700

- 41 -

4. ONVOORZIEN In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat mag het kosten? Onvoorzien Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Lasten Onvoorzien 0 75.000 75.000 75.000 75.000 75.000 Totaal 0 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 Onvoorzien

- 42 -

4. PARAGRAFEN

- 43 -

PARAGRAAF 1 - LOKALE HEFFINGEN In deze paragraaf treft u informatie aan over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen. Aan de orde komt het gemeentelijke beleid een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid, en de lokale lastendruk in vergelijking met omliggende gemeenten. Algemene uitgangspunten lokale heffingen De uitwerking van de begroting 2023 vloeit voort uit de Kaderbrief 2022-2023. Een algemeen uitgangspunt is een stijging van 3% en/of maximaal kostendekkende tarieven. Woonlasten en tarieven belastingen en heffingen De gemeentelijke woonlasten worden bepaald door de uitgaven van burgers aan Onroerende zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. De OZB is een gemeentelijke belasting waarbij de opbrengsten in de algemene dekkingsmiddelen terecht komen en dus vrij besteedbaar zijn. Daarnaast zijn er gebonden heffingen die volledig bestemd zijn voor de uitvoering van gemeentelijke taken. De gebonden heffingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en retributies) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn (lager mag ook). Dit is inclusief de toe te rekenen compensabele BTW, mutaties in voorzieningen en toe te rekenen kosten voor overhead. Albrandswaard kiest voor tarieven die 100% van de kosten dekken.

Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark woonlasten van de Coelo. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Begrotingsregels Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven moeten zijn opgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn er kostenonderbouwingen opgenomen volgens het BBVmodel. Deze geven inzicht in de opbouw van de geraamde baten en lasten. Onderdeel van de begrotingsregels zijn richtlijnen voor de berekening van de overhead. De overhead wordt binnen de gemeentelijke begrotingen afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In overeenstemming met de nieuwe regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Albrandswaard, wordt een opslag voor de kosten van overhead meegenomen in de tarievenberekening.

Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BAR-begroting. Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/ het tarief zijn toe te schrijven.

- 44 -

Overzicht geraamde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen. Gemeentelijke belastingen 2022 Algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelastingen Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing

2023

Begroting 2024

2025

2026

7.317.300 7.596.900 7.824.800 8.059.500 8.301.400 Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 3.994.500 3.942.500 3.942.500 3.942.500 3.942.500 2.981.300 3.223.900 3.246.200 3.255.000 3.259.100

De geraamde opbrengsten zijn een gevolg van de tariefstelling en het aantal heffingseenheden. Tarieven 2022 Onroerende zaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Waardepeildatum De waarde van een onroerende zaak wordt vastgesteld conform de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De vastgestelde waarde geldt voor een tijdvak van één jaar en heeft als peildatum 1 januari van één jaar eerder. In 2023 zal de OZB daarom berekend worden op basis van WOZ-waarde met als waardepeildatum 1 januari 2022. Opbrengst OZB Jaarlijks ontvangen we in juli van het SVHW een raming van de heffingsmaatstaven van de verschillende belastingen en heffingen. Op basis hiervan wordt de berekening gemaakt van de opbrengsten en de tarieven voor de lokale heffingen. Bij het bepalen van de opbrengst OZB voor de begrotingsjaren 2023 – 2026 is de opbrengstraming van 2023 gecorrigeerd met het stijgingspercentage van 3% exclusief areaaluitbreiding door nieuwbouw. De opbrengst van OZB wordt voor 2023 geraamd op €7.596.900. In deze opbrengstraming zitten de verwachte waardeontwikkeling van de WOZ inclusief areaaluitbreiding en de verwachte verminderingen op aanslagen verwerkt.

- 45 -

OZB tarieven 2023 Op basis van het voorgaande zien de tarieven OZB voor 2023 er als volgt uit. Onroerende zaakbelastingen (als percentage van de WOZ-waarde) Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen

2022

2023

0,1172% 0,3735% 0,2845%

0,1038% 0,3767% 0,3192%

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente Albrandswaard maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. Onderbouwing kostendekkende tarieven De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald. Afvalstoffenheffing Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Dekkingspercentage

2023 1.969.400 1.410.100 -512.800 2.866.700 325.000 106.000 644.800 3.942.500 3.942.500 100%

Op basis van kostendekkendheid zien de tarieven 2023 er ten opzichte van 2022 als volgt uit: Afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden (vast tarief) Meerpersoonshuishouden (vast tarief) Variabel tarief per zak 60 liter Variabel tarief container 240 liter

2022 274,92 366,60 0,75 3,00

- 46 -

2023 252,00 336,00 0,75 3,00

Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op: • de inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA); • de inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater; • het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald. Rioolheffing Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Voorziening beklemde middelen Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst rioolheffing Dekkingspercentage

2023 212.700 1.358.600 -38.600 1.027.000 2.559.700 306.500 188.500 481.900 3.536.600 3.223.900 91%

De tarieven rioolheffing 2023 zien er als volgt uit: Rioolheffing Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden

2022 202,86 270,48

2023 220,44 294,00

Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald.

- 47 -

Lijkbezorgingsrechten Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten Dekkingspercentage

2023 196.200 290.500 486.700 164.500 651.200 214.400 33%

Tarieven lijkbezorging Lijkbezorging Particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar Particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar Particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar Begraafkosten (personen vanaf 18 jaar) Afkoop van verplichte onderhoudskosten 1 diep (20 jaar)

2022 2023 1.710 1.760 3.415 3.515 2.800 2.885 1.325 1.365 875 900

De algemene verhoging als gevolg van prijsindexering van de overige gemeentelijke heffingen bedraagt in beginsel 3% met dien verstande dat de opbrengst maximaal kostendekkend mogen zijn. Leges Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.

- 48 -

De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Leges Hoofdstuk/Paragraaf 1. Algemene dienstverlening 1.1. Burgerlijke stand 1.2. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 1.3. Rijbewijzen 1.4. Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 1.5. Bestuursstukken 1.6. Vastgoedinformatie 1.7. Overige publiekszaken 1.8. Gemeentearchief 1.9. Bijzondere wetten 1.10. Diversen Totaal Algemene Dienstverlening Hoofdstuk/Paragraaf 2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.1. Begripsomschrijving 2.2. Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.3. Omgevingsvergunning 2.4. Verminderingen 2.5. Teruggaaf 2.6. Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7. Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8. Ontheffing geluidhinder bouwen en slopen 2.9. Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal Algemene Dienstverlening ihkv Omgevingswet

Kosten taakveld

Overhead BTW Lasten Baten

Dekking

41.928 119.992

11.263 44.620

118 53.309 12.171 469 165.081 135.756

23% 82%

79.428 27.946

44.207 16.771

464 124.100 97.869 176 44.893 144

79% 0%

59.167 11.487 339.900

6.664 70 65.901 54.379 10.338 109 21.933 1.373 133.900 1.400 475.200 301.700

Kosten taakveld

Overhead BTW Lasten Baten

-

-

480.158 -

-

-

332.354 3.490 816.002 475.404 -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- 49 -

6% 63% Dekking

-

-

480.158

83%

332.354 3.490 816.002 475.404

58%

58%

Hoofdstuk/Paragraaf 3. Diensten waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is 3.1. Horeca 3.2. Organiseren evenement of markt 3.3. Sexbedrijven 3.4. Standplaatsen 3.5. Winkeltijdenwet 3.6. Landelijke Register Kinderopvang 3.7. In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal Dienstverlening Europese Richtlijn KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL

Kosten taakveld

Overhead BTW Lasten

Baten

Dekking

37.686 65.027

32.079 58.524

337 615

70.102 124.165

2.512 0

4% 0%

893 49.640 7.011 4.464

803 41.984 6.309 4.017

8 441 66 42

1.705 0 92.065 665 13.386 15.133 8.523 1.256

0% 1% 113% 15%

5.150

4.017

42

9.210

1.024

11%

169.900

147.700 1.600

319.200 20.600

6%

989.958

613.954 6.490 1.610.402 797.704

50%

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting 2023 zijn de volgende bedragen voor kwijtschelding opgenomen. Kwijtschelding Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal

2022 98.600 100.000 198.600

2023 98.600 100.000 198.600

2024 98.600 100.000 198.600

2025 98.600 100.000 198.600

2026 98.600 100.000 198.600

Overzicht belastingdruk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten inzichtelijk gemaakt.

- 50 -

Omschrijving

2021

2022

2023

Afwijking

+ = stijging en - = daling van lasten Absoluut In % A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik € 202,86 € 202,86 € 220,44 € 17,58 9% Afval** € 260,40 € 274,92 € 240,36 -€ 34,56 13% Totaal € 463,26 € 477,78 € 460,80 -€ 16,98 -4% B1: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (tweepersoons)** € 347,28 € 366,60 € 320,52 -€ 46,08 13% Totaal € 617,76 € 637,08 € 614,52 -€ 22,56 -4% B2: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (meerpersoons)** € 347,28 € 366,60 € 384,60 € 18,00 5% Totaal € 617,76 € 637,08 € 678,60 € 41,52 7% C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 202,86 € 202,86 € 220,44 € 17,58 9% Afval** € 260,40 € 274,92 € 240,36 -€ 34,56 13% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € 852,95 € 843,44 € 805,42 -€ 38,02 -5% D1: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (tweepersoons)** € 347,28 € 347,28 € 320,52 -€ 26,76 -8% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € € 983,42 € 959,14 € -24,28 -2% 1.007,45 D2: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (meerpersoons)** € 347,28 €

366,60 € 384,60 € 18,00 5% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € € € € 20,48 2% 1.007,45 1.002,74 1.023,22 *Gemiddelde WOZ-waarde woning in 2022 volgens Waarderingskamer. ** Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak á € 0,75 of per container á € 3,00.

- 51 -

Albrandswaard ten opzichte van buurgemeenten Om de absolute woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2022 ten opzichte van 2021. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning van gemiddelde WOZ waarde. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2022) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.

Albrandswaard Barendrecht Ridderkerk Zwijndrecht Hendrik-IdoAmbacht * Coelo-Atlas 2022

tarieven per gemeenten 2022 afvalstoffen- rioolheffing OZBgem. woning- woonlasten* heffing tarief waarde 383 270 0,1172% 332.000 1.150 337 188 0,1016% 337.000 951 328 186 0,0985% 258.000 842 373 306 0,0957% 236.000 980 374 191 0,0974% 307.000 930

Vergelijking woonlasten 2021 en 2022

Bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2021 en 2022

- 52 -

Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2022) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.

- 53 -

PARAGRAAF 2 - WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Aanleiding en achtergrond De Gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Door een scherp inzicht in de actuele risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Ook wordt gekeken naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Deze buffer is het weerstandsvermogen. In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de resultaten van de meest recente herijking/inventarisatie van risico’s en maatregelen. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandsvermogen berekend. Risicoprofiel concern Albrandswaard Om de risico's van Gemeente Albrandswaard in kaart te brengen is in samenwerking met het regieteam Albrandswaard en de GR BAR-organisatie een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.

Omdat binnen de GR BAR-organisatie het grootste deel van de producten en diensten wordt geleverd voor de drie gemeenten en de GR BAR-organisatie zelf geen algemene reserve kent, dient de benodigde weerstandscapaciteit middels de afgesproken verdeelsleutel opgevangen te worden door de deelnemende BAR gemeenten. In de gemeentelijke top 10 ziet u de verzameling aan BAR risico’s terug als één geconsolideerd risico met als percentage 100%. Alle risico’s worden 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Alle onzekerheden dan wel risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen worden vanaf het moment dat zij kwantificeerbaar zijn opgenomen in het risicoprofiel. Actuele ontwikkelingen Risico decentralisaties De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond werkt met ingang van 2023 niet meer met het vlaktaks model. Vanaf de begroting 2023 wordt als kosten verdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023).

Vanuit de ervaringen die komende periode worden opgedaan kan de risicobeheersing sterk worden verbeterd en het opgenomen risico veel scherper worden ingeschat. Corona Ten tijde van het opstellen van dit profiel zijn de maatregelen nagenoeg volledig afgeschaald geweest maar worden in de zorg voorzichtig weer maatregelen geactiveerd.

- 54 -

Door het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames wordt er rekening gehouden met overbelasting door schaarste van personeel na de zomer. Nieuwe pieken worden voorspeld in de herfst doorlopend tot aan het voorjaar van 2023. De scenario’s die hier bij worden geschetst zijn wel milder van toon qua geschetste gevolgen en maatregelen. We zien dat de hieraan gekoppelde financiële risico’s m.b.t. corona nog steeds stevig zijn, maar substantieel lijken af te nemen ten opzichte van de afgelopen jaren. De oorlog in Oekraïne De aanhoudende oorlog heeft in toenemende mate gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn kunnen voor een grotere toename van benodigde weerstandscapaciteit gaan zorgen. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang en begeleiding van vluchtelingen en de administratieve organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin zijn ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog wel degelijk aanwezig is en toe zal nemen met het aanhouden er van. Sterk stijgende energieprijzen, hoge inflatie Onder andere door de oorlog en de sancties die het Westen oplegt aan Rusland blijven de prijzen van allerlei producten stijgen.

Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie flink is gestegen en rond de 10 procent ligt. De koopkracht neemt zo snel af dat het voor veel huishoudens problemen op kan gaan leveren. Bouw- en onderhoudskosten lopen eveneens hard op. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en dit beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Oplopende kosten bedrijfsvoering Zoals eerder aangegeven versterken diverse ontwikkelingen elkaar momenteel. De capaciteit die nu op de aan crisis gerelateerde activiteiten wordt ingezet levert elders gebrek aan capaciteit op, Er is sprake van hoger ziekteverzuim onder gemeenteambtenaren, extra uitgaven op inhuur, hogere werkdruk. Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt. Het werven van goed personeel wordt steeds lastiger en duurder. Vrijwillig ontslag kan een vlucht nemen en een toenemend risico gaan vormen omdat de vraag in de arbeidsmarkt groot is en de lokale overheid een lastige concurrentiepositie heeft.

ICT/ Informatiebeveiliging De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. De gemiddelde kosten per inwoner lopen sterk op. Dit heeft alles te maken met de toenemende eisen die noodzakelijkerwijs worden opgelegd. Het verschil tussen de investering die werkelijk wordt gedaan en wat er gemiddeld nodig is vormt een belangrijke indicatie voor de risico-inschatting.

- 55 -

De gemeente krijgt steeds meer last van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc..). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Dit kan gaan zorgen voor vertraging en oplopende prijzen in het onderhoud voor de gemeente. Verbonden partijen Risico’s van bijna alle risicodragende verbonden partijen worden in de loop van 2022 en 2023, in één cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd. Op dit moment komt dit clusterrisico niet terug in de top 10. Uitzondering hierop vormt nu nog de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond welke nu nog onderdeel is van het cluster risico decentralisaties, welke wel prominent aanwezig is in de top 10. Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

- 56 -

Het overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Kwantiteit Referentiebeelden 10%

<0 of 1 keer per 10 jaar

30%

1 keer per 5-10 jaar

50%

1 keer per 2-5 jaar

70%

1 keer per 1-2 jaar

90%

1 keer per jaar of >

Kans Toelichting kansklasse klasse 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. 2 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. 3 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag niet nodig is omdat de risico’s nooit allemaal tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

- 57 -

Uit de simulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s van Albrandswaard kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.695.566 (benodigde weerstandscapaciteit). Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage Bedrag 10% € 1.514.845 25% € 2.000.030 50% € 2.416.884 75% € 3.765.508 90% € 4.695.566 95% € 5.164.977

- 58 -

Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2022 (specificaties in hoofdstuk 4). Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel. MPO 2022 MPO 2021 MPO 2022 MPO 2021 Project

Risico's (ongewogen en gesaldeerd)

Risico's Risico's Risico's Verschil Op te (ongewogen (gewogen en (gewogen en vangen in en gesaldeerd) gesaldeerd) grondexploigesaldeerd) tatie

A Verliesgevend Spui -919.500 -1.060.000 Polder -220.000 -220.000 Albrandswaard Subtotaal -1.139.500 -1.280.000 Winstgevend Binnenland -2.100.000 -2.100.000 Portland Overhoeken III Subtotaal -2.100.000 -2.100.000 TOTAAL

B

C=AB

D

Niet op te vangen in grondexploitatie

E=D-A

-304.800 -86.000

-358.000 53.200 -86.000 0

0 0

-304.800 -86.000

-390.800

-444.000 53.200

0

-390.800

-650.000

-650.000

0

0

-650.000

-650.000

-650.000

0

0

-650.000

-3.239.500 -3.380.000 -1.040.800 -1.094.000 53.200

0 -1.040.800

Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 1.040.800 (benodigde weerstandscapaciteit).

- 59 -

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2023 Weerstandsonderdelen Algemene reserve Reserve MPO Reserve Sociaal domein Beschikbare weerstandscapaciteit

Huidige capaciteit € 12.774.385 € 1.746.000 € 1.726.900 € 16.247.285

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's

Weerstandscapaciteit

Bedrijfsproces Financieel Imago/politiek Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product

Algemene reserve Reserve MPO Reserve Sociaal domein

Weerstandvermogen Ratio Beschikbare weerstandsvermogen = weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

- 60 -

0

€ 16.247.285 (€ 4.695.566 + € 1.040.800) = € 5.736.366

0

2,83

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.

Geld x > € 500.000 € 250.000 < x < € 500.000 € 100.000 < x < € 250.000 € 25.000 < x < € 100.000 x < € 25.000 Geen geldgevolgen

Geld x > € 500.000 € 250.000 < x < € 500.000 € 100.000 < x < € 250.000 € 25.000 < x < € 100.000 x < € 25.000 Geen geldgevolgen

1

2 6

4 1

7

10%

10%

30%

1 1

2 2

1 5

7 1

4

30%

1 1

Bruto

1 2 1

2

2

3

50%

1

70%

Netto

2 1 1

90%

1

1

3

50%

1

70%

90%

Kengetallen In dit onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de onze begroting 2023 met haar meerjarenperspectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? - 61 -

Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium. Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Realisatie 2021 55,8% 53,4% 35,0% 8,3% -0,6% 127,2%

Begroting 2022 61,0% 58,6% 35,0% 4,7% 0,4% 137,0%

2023 47,6% 45,2% 37,7% -2,9% 2,9% 121,6%

2024 42,3% 40,0% 41,8% -1,2% 5,2% 121,6%

2025 34,8% 32,4% 47,1% 0,4% 7,9% 121,6%

2026 27,6% 25,1% 51,3% 0,4% 6,1% 121,6%

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Categorie A

Categorie B

Categorie C

minst risicovol < 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%

neutraal 90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%

meest risicovol > 130% > 130% < 20% > 35%% < 0% > 105%

Schuldquote Een graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.

Onze schulden zijn toegenomen afgelopen jaren. De gemeente heeft behoorlijk geïnvesteerd. Ondanks het economisch hoogtij wat we hebben gehad, vielen de structurele opbrengsten, onder andere vanuit het gemeentefonds, tegen de afgelopen jaren. Gedane en toekomstige besluiten omtrent de besteding van gelden, en eventuele nieuwe investeringen zullen hun effect hebben op de schuldquote. Ondanks de positieve ontwikkeling, blijven er altijd risico’s. Dat rentestanden in de nabije toekomst toch sneller oplopen dan verwacht of er grotere nadelige ontwikkelingen zijn rondom het gemeentefonds.

- 62 -

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Een woning bijvoorbeeld, deze is voor 80% gefinancierd bij de bank en 20% betaald met eigen spaargeld. In dit geval is de solvabiliteit 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.

Albrandswaard heeft een stabiele vermogenspositie, die de afgelopen jaren licht af nam. Grote investeringen / nieuwe bezittingen moesten worden gefinancierd. De opbrengst van de aandelen van Eneco heeft een verbetering laten zien. Keuzes omtrent de besteding van deze gelden hebben hun effect op de solvabiliteit. Alsmede eventuele toekomstige grote investeringen. De economie heeft een cyclisch karakter. Financiële tegenvallers zijn niet altijd goed te voorspellen. Door huidige risico’s die nog niet helemaal inzichtelijk zijn, bestaat ook minder zekerheid over de haalbaarheid van verwachte exploitatieresultaten en de groei van vermogen. Dit is ook meegenomen in de meerjarenraming. Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert kan dat grote impact hebben op de stand van onze algemene reserve. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën.

- 63 -

Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.

Onze positie is sterk verbeterd de afgelopen jaren en de prognoses zijn goed, zoals eerder verwacht. De grafiek laat zien dat we onder de signaalgrens van 20% blijven. De realisatie van sociale woningbouw (in combinatie met woningbouw in de vrije marktsector) blijft een belangrijk speerpunt. Een speerpunt met impact op de financiële kengetallen. Nieuwe plannen en exploitaties zullen om investeringen en financiering vragen, en dat geeft inherente risico’s bij het terug verdienen. Met mogelijk risico dat de lijn omhoog schiet. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De signaalgrens is daarom om ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen of ombuigingen gerealiseerd moeten worden. Het kengetal laat zien dat de structurele inkomsten, de onzekerheid hieromtrent en het onstabiele karakter, zijn invloed heeft. Alsmede de opgaven die we op ons af zien komen. Hierdoor zien we het kengetal onder de signaalgrens komen.

Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten. - 64 -

Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb).

De inwoner van Albrandswaard betaalt hogere woonlasten dan de gemiddelde Nederlander. Dit betekent echter niet dat wij als gemeente meer financiële ruimte hebben dan ‘de gemiddelde gemeente’. De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn namelijk financieel gesloten systemen. De baten uit deze heffingen mogen alleen besteed worden aan de bekostiging van de riolering en de reiniging. Deze kosten kunnen hoger liggen dan gemiddeld door bijvoorbeeld de aard van de grond, oppervlakte en omgevingsfactoren. Om de lasten voor de inwoner niet onnodig te laten stijgen is het daarom van belang om bedrijfsmiddelen doelmatig in te zetten en/of innovatieve, kostenbesparende maatregelen te nemen. Ook al zien we de kosten op deze gebieden sterk toenemen, wordt hierbij ook lastenverlichting afgewogen met de inhoudelijke mogelijkheden. We zien een verbetering van de belastingcapaciteit voor de inwoner van Albrandswaard. Deels doordat de gemiddelde landelijke woonlasten meer zijn gestegen t.o.v. de stijging van woonlasten in Albrandswaard. De relatieve hoge gemeentelijke belastingen zijn, gelet op het voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomsten en toenemende kosten nodig om tot een sluitende begroting te kunnen komen.

- 65 -

Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen. Onze organisatie valt in klasse A (waarderingscijfer); een weerstandsvermogen dat uitstekend is. We kunnen derhalve stellen dat de organisatie er financieel goed voor staat. Investeringen, de fluctuerende algemene uitkering en risico’s hebben een negatieve uitwerking op enkele kengetallen. Daar tegenover staan ook positieve uitwerkingen. O.a. door de verkoop van de aandelen van Eneco en keuzes hieromtrent de afgelopen periodes. Ook hebben we nog te maken met lage rentes. Het is noodzakelijk de kengetallen in de gaten te houden en financieel gezond te blijven door tijdig afwegingen en keuzes te maken indien nodig. Met name ook bij grote investeringen. De komende jaren moeten we ook blijven vasthouden aan een structureel sluitende begroting op basis van reële ramingen.

- 66 -

PARAGRAAF 3 - FINANCIERING In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2023 tot en met 2026. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op: • • • • • • • •

Wettelijke kaders en treasurystatuut Rentevisie en rentebeleid Renterisicobeheer Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Uitzettingen Renteomslag Garantstelling Relatiebeheer

Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2017 en het treasurystatuut 2017. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde. Wel heeft het college in 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en rentebeleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer.

Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne echter ongunstiger geworden. De oorlog leidt tot een sterke stijging van de prijzen van energie en andere grondstoffen. Ook is de onzekerheid over de economische situatie toegenomen. De centrale banken, waaronder de ECB, zullen het monetaire beleid (geleidelijk) verkrappen. Dit jaar zijn de officiële tarieven van de ECB met 50 basispunten verhoogd en liggen verdere verhogingen in vooruitzicht. In de loop van 2023 zal de rente verder worden verhoogd. De ECB heeft al besloten om de effectenaankopen in het derde kwartaal van dit jaar te beëindigen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent een stijgende trend. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van

- 67 -

gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Rentevisie BNG Afgaande op recente besluiten van de ECB verwachten we dat het monetaire beleid sneller zal worden verkrapt dan eerder was aangenomen. Bovendien komt de inflatie in 2022 en 2023 nog hoger uit dan eerder was voorzien. In verband met deze ontwikkelingen zijn de verwachtingen voor de rentetarieven in alle looptijden naar boven bijgesteld.

euribor 3 mnd euroswap 5 jaar euroswap 10 jaar euroswap 30 jaar

Actueel Over een jaar Prognose BNG 0,28% 1,55% 1,81% 1,63%

1,3-1,5 % 2,4-2,6 % 2,6-2,8 % 2,8-3,0 %

Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

- 68 -

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. Renterisico op vaste schuld 1. 2. 3. Renterisiconorm 4a. 4b. 4.

bedragen x € 1.000

Netto renteherziening op vaste schuld Betaalde aflossingen Renterisico op vaste schuld (1 + 2)

2023 2024 2025 2026 0 0 0 0 4.165 4.166 4.166 3.628 4.165 4.166 4.166 3.628

Begrotingstotaal 2023 Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage Renterisiconorm

65.853 63.826 60.305 58.516 20% 20% 20% 20%

Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

9.006 8.599 7.895 8.075 0 0 0 0

13.171 12.765 12.061 11.703

Toets renterisiconorm 5a. 5b.

- 69 -

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2023. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. bedragen x € 1.000 1e 2e 3e 4e kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal 0 0 0 0 3.423 3.423 3.423 3.423 -3.423 -3.423 -3.423 -3.423

Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2023 vastgestelde percentage

5.598

5.598

5.598

5.598

9.021

9.021

9.021

9.021

65.853 8,5%

Ruimte onder kasgeldlimiet

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3421/documents/28045