CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Raadsvoorstel 2024-079499 Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde.pdf

Gemeenteraad AW 16 december 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken28.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is mede van toepassing op een besluit tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de hoogte van de totale begroting (lasten) of in de bijdragen van de deelnemers. Artikel 35 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede aan gedeputeerde staten. Artikel 36 9

1. Een nadelig saldo van de rekening van baten en lasten van het recreatieschap wordt gebracht ten laste van: de gemeente Albrandswaard voor 13%, de gemeente Barendrecht voor 25%, de gemeente Hendrik-IdoAmbacht voor 15%, de gemeente Ridderkerk voor 24% en de gemeente Zwijndrecht voor 23%. 2. Wanneer de begroting een over de deelnemers om te slaan tekort aanwijst, zal de in de begroting geraamde bijdrage door de deelnemers bij wijze van voorschot worden voldaan in twee gelijke termijnen waarvan de eerste op 1 februari en de tweede op 1 augustus van het desbetreffende begrotingsjaar vervalt.

Hoofdstuk 14 Archief Artikel 37 De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften voor zover betrekking hebbend op de archiefbescheiden van de deelnemers zijn van overeenkomstige toepassing op het recreatieschap.

Hoofdstuk 15 Toetreding, wijziging en opheffing Artikel 38 Toetreding van een nieuwe deelnemer kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers. Artikel 39 De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 40 De gemeenschappelijke regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de meerderheid van de deelnemers. Artikel 41 1. De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van ten minste tweederde van de deelnemers. 2. Het besluit tot opheffing regelt tevens de gevolgen daarvan voor de deelnemers. 3. Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, is hij belast met de liquidatie van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde.

Hoofdstuk 16 Uittreding Artikel 42 1.Voorafgaand aan een besluit tot uittreding, maken de raden en colleges van de deelnemende gemeente het voornemen tot uittreding kenbaar aan het algemeen bestuur. Direct na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, wordt conform artikel 43 gestart met het opstellen van een conceptuittredingsplan met daarin de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding alsmede een voorlopige uittreedsom. 2. De gevolgen voor de eigendomspositie van, of de zakelijke rechten op, de gronden van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde zullen door de projectgroep als bedoeld in artikel 43, bij de voorbereiding van het concept- uittredingsplan buiten beschouwing worden gelaten. De deelnemende gemeenten onderhandelen hier zelf over en de uitkomst hiervan zal als bijlage worden toegevoegd aan het concept-uittredingsplan.

10

3. Het algemeen bestuur maakt het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom aan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, kenbaar. 4. De deelnemende gemeente die wenst uit te treden heeft na ontvangst van het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom, de mogelijkheid definitief uit het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde te treden bij daartoe strekkend besluit, dat binnen twee weken nadat het is genomen aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 5. De uittreding als bedoeld in het vierde lid heeft plaats op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin de uittredende deelnemende gemeente het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt aan het algemeen bestuur. 6. Het dagelijks bestuur zendt de besluiten tot uittreding aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 7. De besluiten tot uittreding worden door het dagelijks bestuur van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde toegezonden aan het college van gedeputeerde staten. Artikel 43 1. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het opstellen van het concept-uittredingsplan een projectgroep samen die onder leiding van een onafhankelijke (externe) deskundige het concept-uittredingsplan voorbereidt.

2.Het dagelijks bestuur geeft de accountant van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen. 3. De kosten voor het toetsen van het concept- uittredingsplan zoals genoemd in lid 2 van dit artikel, zijn voor rekening van de uittredende deelnemende gemeente. 4. Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Artikel 44 1.Het uittredingsplan bevat de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemende gemeente, hierna te noemen de uittreedsom. 2. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 3. Vaststelling van het uittredingsplan geschiedt bij unaniem besluit. 4.

Uiterlijk 8 maanden na ontvangst van het definitieve besluit tot uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan met daarin de uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op een gemiddelde van de jaarrekeningen van de voorafgaande vier begrotingsjaren. Artikel 45 1. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van directe kosten van uittreding (frictiekosten en desintegratiekosten), verminderd met het aandeel van de uittredende deelnemende gemeente in het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves van het Natuuren recreatieschap IJsselmonde op de datum van uittreding. 2. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de gemeenschappelijke regeling die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemende gemeente, zoals maar niet uitsluitend, de inhuur van deskundigen, een accountant en advocaat.

11

3. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de gemeenschappelijke regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder desintegratiekosten wordt mede verstaan alle kosten uit overige verplichtingen, zoals de afbouw van risico’s alsmede de door deelnemende gemeenten aangegane langlopende contractuele betalingsverplichtingen. 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 5. Het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van het eigen vermogen van de uittredende deelnemende gemeente minus de bestemmingsreserves van de gemeenschappelijke regeling zoals genoemd in lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemende gemeente. De uittredende deelnemende gemeente is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, op de wijze zoals genoemd in artikel 49. 6.

Kosten die de uittredende deelnemende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die deelnemende gemeente. Artikel 46 1. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 2. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemende gemeente dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: a. de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; b. de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 3.

De tussen de deelnemende gemeenten bestaande verhoudingen en afspraken met betrekking tot milieuproblematiek, waaronder bodemverontreiniging, zullen gedurende een periode van 30 jaren ongewijzigd gecontinueerd worden, als ware zij nog gezamenlijk deelnemende gemeenten aan het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde. Het vorenstaande geldt voor wat betreft besluitvorming ten aanzien van vraagstukken betreffende milieuproblematiek, als ook financiële inbreng van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de aan dit onderwerp verbonden kosten, voor zover die voor rekening en risico van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde komen en voor zover de bestemmings- en algemene reserves bezien vanuit de reservepositie van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde, niet toereikend zijn om die schade (geheel of gedeeltelijk) te dekken. Artikel 47 Na uittreding van de uittredende deelnemende gemeente, zal de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dienen te worden conform artikel 40 van deze regeling. Artikel 48 1. Het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van 12

overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemende gemeente. 2. De vertegenwoordiger van de uittredende deelnemende gemeente in het algemeen bestuur, houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding, bij de beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur rekening met de belangen van het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming. 3. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. Artikel 49 Bij de voorbereiding van het concept- uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uitredende deelnemende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in één keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemende gemeente of de uittredende deelnemende gemeente de uittreedsom in een aantal termijnen of in één keer dient te betalen.

Het aantal termijnen zal naar redelijkheid door het algemeen bestuur bepaald worden. In geval van betaling in één termijn, dient die betaling binnen 6 maanden na uittreding plaats te vinden.

Hoofdstuk 17 Slot- en overgangsbepalingen Artikel 50 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde 2023. 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de Gemeenschappelijke regeling IJsselmonde. De laatstgenoemde regeling blijft, voor zover nodig, van toepassing op de ingevolge die regeling genomen besluiten 3. De in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde bekendmaking zal geschieden door het bestuur van de gemeente Zwijndrecht.

Bijlage: Kaart werkgebied gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Artikelsgewijze toelichting gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Artikel 1 Dit artikel geeft een definitie van een aantal belangrijke begrippen die in de gemeenschappelijke regeling worden gebruikt.

13

Artikel 2 en 3 Belangrijk uitgangspunt op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna Wgr) is dat een gemeenschappelijke regeling als zodanig niet wordt aangegaan door gemeenten, maar door de bestuursorganen van de betreffende gemeenten. In dit geval door de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten. In het eerste lid van artikel 2 is bepaald dat de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht een openbaar lichaam vormen ingevolge artikel 8, eerste lid Wgr. Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en kan zelfstandig privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten en vermogen bezitten. In het tweede lid van artikel 2 is bepaald dat het Natuur- en recreatieschap gevestigd is in Schiedam (postadres secretariaat). In het derde lid van artikel 2 is bepaald dat het Natuur- en recreatieschap drie bestuursorganen heeft, te weten het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Het vierde lid van artikel 2 geeft aan welke taak en doelstelling het Natuur- en recreatieschap heeft. Een belangrijk uitgangspunt is dat de bevoegdheden die het Natuur- en recreatieschap uitoefent in overeenstemming moeten zijn met de geformuleerde taak en doelstelling.

Artikel 3 bepaalt dat een deelnemende gemeente het bestuur kan verzoeken de regeling te evalueren. Artikel 4 en 5 In artikel 4 en 5 is ingevolge artikel 30, eerste lid Wgr bepaald dat aan het bestuur van het Natuur- en recreatieschap alle bevoegdheden van regeling en bestuur worden toegekend ter vervulling van de taak en doelstelling van het schap. Overeenkomstig artikel 33 Wgr is hierbij bepaald dat alle bevoegdheden berusten bij het Algemeen Bestuur, tenzij in de gemeenschappelijke regeling en in de wet anders is bepaald. Ten aanzien van de bevoegdheden van het dagelijks bestuur moet rekening worden gehouden met artikel 33b Wgr waarin de bevoegdheden zijn opgesomd die in ieder geval toekomen aan het dagelijks bestuur. Voorts dient ook rekening te worden gehouden met de (eigen) bevoegdheden die in de gemeenschappelijke regeling zijn toegekend aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Artikel 6 Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 32a van de Gemeentewet dienen alle stukken die uitgaan van het bestuur naast de voorzitter mede te worden ondertekend door de secretaris. Het betreft dan o.a. besluiten van het bestuur waaronder met name de besluitenlijst. Deze bepaling heeft geen betrekking op uitgaande stukken waarvoor het bestuur mandaat heeft verleend. Artikel 7 In dit artikel is de samenstelling van het bestuur geregeld. De raad van elke deelnemende gemeente mag 2 leden in het algemeen bestuur benoemen. Ingevolge artikel 13 Wgr is de raad van een deelnemende gemeente bevoegd leden van het algemeen bestuur te benoemen en mogen als leden uitsluitend collegeleden (inclusief 14

de burgemeester) en raadsleden benoemd worden. De raad kan tevens een plaatsvervangend lid benoemen, niet zijnde een lid van het dagelijks bestuur, die het benoemde lid bij verhindering of ontstentenis kan vervangen. Aangezien de leden van het algemeen bestuur benoemd worden als vertegenwoordiger met “last en ruggespraak” van de deelnemende gemeente, heeft de raad ook ingevolge artikel 13 Wgr de bevoegdheid om het lid dat zij benoemd hebben te ontslaan indien deze het vertrouwen niet meer heeft van de raad. Voorts is in artikel 13 Wgr ook bepaald dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege komt te vervallen indien met ophoudt wethouder of raadslid te zijn. Nadat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is beëindigd, is de raad van een deelnemende gemeente gehouden om in de eerstvolgende vergadering een nieuwe lid te benoemen. Artikel 8 Ingevolge artikel 22 Wgr moet het algemeen bestuur tenminste tweemaal per jaar vergaderen. Uiteraard is het algemeen bestuur vrij om frequenter te vergaderen. Voorts is in dit artikel ingevolge artikel 22 Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet bepaald dat het algemeen bestuur vergadert indien de voorzitter daarom verzoekt dan wel tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Artikel 9, 10 en 11 De artikelen 9, 10 en 11 regelen de werkwijze rond de vergaderingen van het algemeen bestuur.

Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet is in artikel 1 bepaald dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. De eerste vier leden van artikel 11 vloeien voort uit het bepaalde in artikel 22 in samenhang met bepalingen in de Gemeentewet. Uit oogpunt van lokaal verlengd bestuur zijn in artikel 22 Wgr veel bepalingen in de Gemeentewet omtrent de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing verklaard op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 12 Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van het bestuur. Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een bestuurslid bepaalt artikel 21 Wgr dat deze in redelijke verhouding dient te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan de regeling deelnemende bestuursorgaan. Artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt voorts dat naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het Natuur- en recreatieschap mogen ontvangen.

Voordelen ten laste van het Natuur- en recreatieschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde verordening bepalen. Artikel 13 Dit artikel regelt de verantwoordings- en informatieplicht vanuit het bestuur van het Natuur- en recreatieschap aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 16 Wgr heeft een lid van het algemeen bestuur een informatie- en een verantwoordingsplicht jegens de raad die hem benoemd heeft. Het bestuur van het Natuur- en recreatieschap heeft ingevolge artikel 17 Wgr uitsluitend een informatieplicht jegens de raden van de deelnemers. Dit betekent dat het bestuur als zodanig niet ter verantwoording kan worden geroepen door de raden van de deelnemers. In het derde lid is bepaald dat bij het verstrekken van

15

informatie overeenkomstig artikel 16, vijfde lid Wgr ook eventuele opgelegde geheimhouding in acht moet worden genomen. Artikel 14 Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Ingevolge artikel 14 Wgr worden de leden van het dagelijks bestuur benoemd door en uit het algemeen bestuur. Alle deelnemende gemeenten zijn in dagelijks bestuur vertegenwoordigd met één lid. Bij verhindering of ontstentenis is er sprake van collegiale vervanging en wordt een lid van het dagelijks bestuur vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur. Artikel 15 Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks bestuur en leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 17 Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatieplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 19a Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatie- en verantwoordingsplicht aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur heeft dus geen verantwoordingsplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 16 Omdat de leden van het dagelijks bestuur door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen eindigt van het rechtswege het lidmaatschap van het dagelijks bestuur indien men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Verwezen wordt naar de toelichting bij artikel 7.

Artikel 17 Dit artikel bepaald dat het dagelijks bestuur de bevoegdheid heeft om voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast te stellen. In tegenstelling tot het algemeen bestuur geldt voor het dagelijks bestuur geen wettelijke verplichting om een reglement van orde vast te stellen. Artikel 18 Dit artikel regelt de stemverhoudingen in het dagelijks bestuur en bevat ook een aantal bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In tegenstelling tot het algemeen bestuur bevat de Wgr geen dwingende bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In het eerste lid is bepaald dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur in principe besloten zijn, met mogelijkheid van het dagelijks bestuur om een vergadering of gedeelte van een vergadering openbaar te verklaren. In het tweede lid is bepaald dat tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig moet zijn voordat de vergadering kan worden geopend. Deze quorum bepaling heeft als doel er voor te zorgen dat de besluiten die in het dagelijks bestuur genomen worden door een meerderheid van de deelnemende gemeenten wordt gedragen.

Door het vijfde en zesde lid van artikel 11 van overeenkomstige toepassing te verklaren heeft bij onvoldoende quorum de voorzitter wel de bevoegdheid om een tweede oproep te plaatsen voor een extra vergadering zonder quorum. Artikel 19 Het dagelijks bestuur geeft dagelijks leiding aan het Natuur- en recreatieschap en bereidt alle zaken voor die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het algemeen bestuur dient te beslissen. Daaronder 16

hoort ook het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur een zelfstandige bevoegdheid om besluiten te nemen, waarbij met name verwezen kan worden naar artikel 33b Wgr. De bevoegdheden die in laatstgenoemd artikel staan zijn overgenomen in artikel 19. Een van de belangrijkste bevoegdheden voor het dagelijks bestuur is de bevoegdheid om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het inkopen van goederen en diensten, grondaankopen en het vestigen van zakelijke rechten. Artikel 20 Dit artikel regelt, in aanvulling op artikel 13 waarin het verstrekken van gevraagde inlichtingen is geregeld, op welke wijze ook ongevraagde inlichtingen worden verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten conform artikel 17 tweede lid Wgr. De inlichtingen dienen bij te dragen aan de juiste uitoefening van de van de taken van de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 21 In dit artikel is geregeld ten aanzien van welke besluiten het bestuur beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden. Indien hier sprake van is, wordt de participatieprocedure gevolgd van de deelnemende gemeente waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. De deelnemende gemeente en het recreatieschap zullen samen optrekken in het burgerparticipatieproces.

Het vierde lid van dit artikel regelt ten aanzien van welke besluiten er geen mogelijkheid tot participatie wordt geboden. Artikel 22 en 23 Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van het Natuur- en recreatieschap en de taken van de voorzitter. De voorzitter van het Natuur- en recreatieschap is ingevolge artikel 12, derde lid Wgr tevens voorzitter en lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In artikel 19, derde lid is tevens de bevoegdheid opgenomen om een plaatsvervangend voorzitter te benoemen. Artikel 24 Het Algemeen bestuur benoemt een secretaris van het Natuur- en recreatieschap die het bestuur en ingestelde commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan instructies voor hem vaststellen. Artikel 25 Artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens bestuurscommissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling dit mogelijk maakt. In artikel 25 is daartoe in de regeling de bevoegdheid voor het algemeen bestuur opgenomen. Aan deze commissies, indien ingesteld, kan het algemeen bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om de kenbaarheid rond de bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te verduidelijken is de tekst van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen. Een bestuurscommissie mag echter geen territoriaal karakter hebben. Hiermee wordt voorkomen dat een extra bestuurslaag ontstaat.

De bevoegdheid voor het algemeen bestuur om adviescommissies in stellen vloeit al voort uit artikel 24 Wgr. Hiervoor hoeft in de regeling in tegenstelling tot bestuurscommissies geen bevoegdheid te worden opgenomen.

Artikel 26

17

Conform artikel 10 vijfde en zesde lid van de Wgr, regelt dit artikel welke besluiten voor zienswijzen voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 27, 28 en 29 Op grond van artikel 27 heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid om ten behoeve van de uitoefening van de taak van het Natuur- en recreatieschap verordeningen vast te stellen. Onderscheid kan gemaakt worden tussen zogenaamde interne verordeningen zoals een financiële verordening of een archiefverordening en verordeningen met externe werking zoals een algemeen verbindend voorschrift. Wat betreft verordeningen met externe werking dat wil zeggen verordeningen tevens inhoudende algemeen verbindende voorschriften is in artikel 28, eerste lid bepaald dat de ontwerpverordening eerst naar de deelnemers moet worden toegezonden. Op deze wijze kunnen de zienswijzen van de deelnemers in de besluitvorming worden meegenomen. Ten aanzien van het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften kan er namelijk overlap plaats vinden met algemeen verbindende voorschriften die al zijn vastgesteld door de deelnemende gemeenten zoals een Algemene Plaatselijke Verordening. In dat kader heeft het algemeen bestuur ingevolge artikel 25 en artikel 30, derde lid Wgr de bevoegdheid om te bepalen dat een verordening van het Natuur- en recreatieschap in de plaats treedt van een verordening van een deelnemende gemeente.

Artikel 30, 31 en 32 Artikel 30, 31 en 32 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals dat in hoofdstuk XIV van de Gemeentewet is geregeld. Het betreft o.a. het vaststellen van een verordening voor het beleid, beheer en organisatie van de financiën van het Natuur- en recreatieschap. Artikel 33, 34 en 35 De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is geregeld in de artikelen 33 t/m 35 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de artikelen 33, 34 en 35 zoveel mogelijk integraal overgenomen. Artikel 33b Wgr; ‘het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoering organisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten’, is niet overgenomen in de regeling, maar is wel onverkort van kracht. Voorts is in artikel 34 lid 6 een bepaling opgenomen waardoor het niet langer noodzakelijk is het Dagelijks Bestuur een besluit te laten nemen om een wijziging in de begroting niet voor zienswijze aan de deelnemers aan te bieden.

Artikel 36 Artikel 36, eerste lid regelt het algemene beginsel dat de deelnemende gemeenten er voor garant staan dat het Natuur- en recreatieschap te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo, wordt dit ten laste gebracht van de deelnemers volgens de verdeelsleutel in artikel 36, eerste lid. Om te zorgen dat het Natuur- en recreatieschap op elk moment beschikt over voldoende financiële middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen is in artikel 36, tweede lid bepaald dat de deelnemende gemeenten op twee momenten in het jaar een voorschot van 50 % moeten betalen van de in de begroting van het betreffende jaar opgenomen voor hen geldende bijdragen.

18

Artikel 37 t/m 49 Artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient in te houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de artikelen 37 t/m 49 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging een gewone meerderheid en voor opheffing van de regeling een tweederde meerderheid van de bij de regeling betrokken bestuursorganen is vereist. Tot de toetreding van een nieuwe deelnemer kan worden besloten bij unaniem besluit van deelnemende gemeenten van het Natuur- en recreatieschap. In het geval van opheffing van de regeling regelt het opheffingsbesluit de gevolgen van de opheffing voor de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur is belast met de liquidatie waaronder de vereffening van het vermogen. Voorts zijn niet alleen de gevolgen van uittreding vastgelegd, maar ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden (hoofdstuk 16). Artikel 50 Dit artikel bevat in het eerste lid de officiële citeertitel van de gemeenschappelijke regeling en in het tweede lid de datum van inwerkingtreding.

19

20

VOORDRACHT ALGEMEEN BESTUUR Onderwerp

:

Herziening gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap IJsselmonde i.v.m. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Kenmerk Bijlagen Besluitdatum Voorbereid door

: : : :

20231106 2 3 april 2024 mr. M. Schnitker

1. BESLUIT Het bestuur wordt voorgesteld: In te stemmen met de herziene gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde (hierna: herziene GR). De betrokken bestuursorganen van de deelnemers voor te stellen de herziene GR vast te stellen. 2. ONDERWERP IN KORT BESTEK Zoals afgesproken is de concept gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling voor het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde voor zienswijze aan de deelnemende gemeenten en hun gemeenteraden gestuurd. De zienswijzen zijn verzameld en worden hierbij aan u voorgelegd. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) op verschillende onderdelen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten.

Een aantal van deze wijzigingen is reeds op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wgr (en dus uiterlijk voor 1 juli 2024) geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in de concept GR, zijn de volgende: 1. Zienswijze voor besluiten: Er is een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stem men (art. 1 Wgr).

Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 26 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat ten aanzien van besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben, de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het te nemen besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen. 2. Afspraken over participatie: In elke regeling dient te worden opgenomen op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 21 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij besluiten over ontwikkelingen aangaande de fysieke leefomgeving beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt aangeboden. 3. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 20 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het bestuur via twee manieren informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, kunnen delen. 4. Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling.

De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze, wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 3 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat de taakstelling (zoals omschreven in artikel 2 lid 4 van de regeling) wordt geëvalueerd. 5. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 42 t/m 49 van de concept GR. Hierin is, kortgezegd, uitgewerkt dat de gemeente die wenst uit te treden, eerst een voornemen tot uittreding kenbaar maakt, waarna een concept-uittredingsplan wordt opgesteld. In het concept uittredingsplan wordt de voorlopige uittreedsom opgenomen.

Na ontvangst van dit concept-uittredingsplan kan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, een definitief besluit tot uittreden aan het algemeen bestuur doen toekomen, waarna een definitief uittredingsplan met een definitieve uittreedsom wordt vastgesteld. In voornoemde artikelen staat voorts omschreven, hoe de (voorlopige) uittreedsom berekend dient te worden. 6. De leden 9 en 10 van artikel 11 zijn toegevoegd aan de concept GR. Deze leden zijn van overeenkomstige toepassing verklaard in artikel 18 lid 3 van het concept. De artikelleden regelen de situatie wanneer er sprake zou zijn van het staken van stemmen (in zowel AB als DB). 2

7. Aan artikel 50 is lid 3 toegevoegd, waaruit blijkt dat het bestuur van de gemeente Zwijndrecht verantwoordelijk is voor de bekendmaking van de regeling (besluiten tot wijziging, opheffing, verlenging, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding). In de huidige GR is hiertoe namelijk geen gemeente aangewezen en blijkens artikel 26 Wgr dient dan het bestuur van de gemeente waar het schap gevestigd is, zorg te dragen voor bekendmaking. Een verzoek aan het bestuur van de gemeente Schiedam (hier is NRIJ formeel gevestigd), is onlogisch en ongepast omdat deze gemeente geen deelnemer is van de gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld wordt dan ook onderhavige GR deze keer door alle deelnemende gemeenten te laten publiceren en in de toekomst gebruik te maken van artikel 50 lid 3 van de GR (waarin het bestuur van de gemeente Zwijndrecht als aangewezen gemeente opgenomen staat). Er is in het concept gekozen voor Zwijndrecht, aangezien de voorzitter van het bestuur van de GR, uit deze gemeente afkomstig is. 3. VOORAFGAANDE BESLUITVORMING Niet van toepassing. 4. JURIDISCHE PARAGRAAF Ingevolge artikel 40 van de regeling, kan de regeling worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de meerderheid van de deelnemers. 5. FINANCIËLE PARAGRAAF Niet van toepassing. 6. COMMUNICATIE Niet van toepassing. 7.

WIJZE VAN TOTSTANDKOMING In samenwerking met de (juridische) ambtenaren van de gemeente, ambtelijk voorbereid door Staatsbosbeheer. 8. VERDERE PROCEDURE -

Het algemeen bestuur stemt in met de concept GR en besluit om aan alle betrokken bestuursorganen van de deelnemers voor te stellen de herziene GR vast te stellen. Indien gewenst kunnen de gemeenteraden, via hun colleges van B&W een zienswijze kenbaar maken. Na instemming van alle betrokken bestuursorganen, dient de herziene regeling onder verantwoording van alle deelnemende gemeenten gepubliceerd te worden in de door de gemeentebesturen uitgegeven gemeentebladen, waarna deze inwerking kan treden. 3

Hoogachtend,

De heer ing. R.W. van Keulen Bestuurssecretaris

4

WIJZIGING WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Types (laatste kolom in overzicht): A = Deze wetswijziging is per 1 juli 2022 automatisch van kracht gegaan B = Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat de gemeenschappelijke regeling (GR) voor 1 juli 2024 zal dienen te worden gewijzigd

Art. Wgr

Wijziging

Aandachtspunten

Gevolgen

Type

1

Verplichte zienswijzeprocedure bij het treffen van een regeling. Het ontwerpbesluit tot het treffen, wijzigen van en toe- en uittreden uit een regeling dient aan de raden te worden toegezonden voor zienswijzen. De raden kunnen binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen.

Deze zienswijzeprocedure geldt niet voor regelingen die getroffen of mede getroffen worden door raden.

Langere doorlooptijd besluitvorming voor aangaan, wijzigen enz. van een GR.

A

9

Verplichting om in de regeling bepalingen op te nemen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon.

De regeling dient meer duidelijkheid te verschaffen over wat de consequenties zijn bij uittreding.

Aan de GR wordt hoofdstuk 16 (artikel 42 t/m 49) toegevoegd.

B

10 lid 5 en 6

De GR dient een bepaling bevatten of en zo ja, bij welke besluiten een voorafgaande zienswijze van de raden wordt gevraagd.

Aan de GR wordt hoofdstuk 11 (artikel 26) toegevoegd.

B

10 lid 7 en 8

De GR dient een bepaling te bevatten op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak (participatie).

Inhoud bepaling is optioneel: In de GR kan ook worden geregeld dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de raden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen (art. 1 Wgr). In de GR dient omschreven te worden voor welke besluiten de inspraakprocedure geldt.

Aan de GR wordt hoofdstuk 7 (artikel 21) toegevoegd.

B

11a

De GR dient een bepaling te bevatten omtrent evaluatie van de regeling. Uit de GR dient te blijken waar de evaluatie specifiek op gericht is, hoe vaak die dient plaats te vinden en op welke wijze.

Optioneel: In de GR kan ook worden geregeld dat er niet geëvalueerd wordt.

Aan de GR wordt artikel 3 toegevoegd.

B

17 lid 2 en 3

Er geldt een actieve informatieplicht van bestuur aan raden. De GR dient een bepaling te bevatten over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt.

Het bestuur verstrekt alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken

Aan de GR wordt hoofdstuk 6 (artikel 20) toegevoegd.

B

24a.

De GR bevat regels over de mogelijkheid tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk.

Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een in artikel 24a Wgr bedoelde adviescommissie, kunnen aanspraak maken op extra vergoeding.

Deze wetswijziging vergt een actieve rol van de raden.

A

34. 34b. 35.

De GR bevat gewijzigde regels voor de planning- en controlcyclus (met name de begrotingscyclus). Aanpassing termijnen voor indiening van kadernota, ontwerpbegroting en begroting.

• •

Termijnen zijn gewijzigd in artikel 33 en 34 van de GR.

B

•

Kadernota: voor 30 april (i.p.v. 15 april) Ontwerpbegroting: uiterlijk 12 weken voor besluitvorming voor zienswijze aan raden aanbieden (i.p.v. 8 weken) Begroting moet uiterlijk 15 september naar GS (i.p.v. 1 augustus)

WIJZIGING GEMEENTEWET MET GEVOLGEN VOOR GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN

Art . Gemeentewet

Wijziging

Aandachtspunten

gevolgen

184

Bevoegdheden rekenkamercommissie worden uitgebreid.

De rekenkamercommissie is bevoegd geworden onderzoek te doen naar de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur als zodanig.

Uitbreiding van bevoegdheid om naast het doen van onderzoek naar het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur, ook het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur te onderzoeken.

155a

Enquêterecht

De bij een gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenteraden krijgen een nieuw instrument in de zin van een regionale onderzoekscommissie.

De nieuwe regionale onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur.

type A

A

OVERIGE AANPASSINGEN GR

Art GR

Oud

Nieuw

opmerkingen

Overwegingen

--

In verband met de gewijzigde Wet

Toevoeging aan overwegingen

gemeenschappelijke regelingen d.d. 1 juli 2022 het noodzakelijk is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen, Besluiten

de hierna volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde.

de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde 2023 vast te stellen, waarvan de tekst als volgt luidt:

50

50 lid 3

Aangezien de Gr wordt herzien (in plaats van op enkele punten gewijzigd) zal er 2023 aan de titel va de GR worden toegevoegd

Het artikel is geactualiseerd als gevolg van de herziening

-

De in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde bekendmaking zal geschieden door het bestuur van de gemeente Zwijndrecht.

Zie hiervoor de eisen in artikel 26 Wgr

3600 7 9 FEB 2021:.

Gemeente Albrandswaard

Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde Postbus 2 3800 AA Amersfoort

Uw brief van: 11 januari 2024 Uw kenmerk: 2024/NRIJ Bijlage(n): -

Ons kenmerk: 2024-007032 Contact: Peter Wunderink Doorkiesnummer: E-mailadres: p.wunderink@albrandswaard.n1 Datum: 26 februari 2024

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur-en Recreatiegebied Usselmonde (NRIJ)

Geacht bestuur, U heeft ons op 11 januari 2024 een ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling toegestuurd. U heeft om onze zienswijze gevraagd op dit concept. Wij hebben deze stukken besproken in onze raadsvergadering van 26 februari 2024. We maken graag gebruik van de geboden mogelijkheid tot het geven van een zienswijze, aan de hand van de voorgestelde wijzigingen. Daarbij hebben wij ook de brief van de gemeente Barendrecht van 16 januari 2024 in de beoordeling betrokken. A. Mogelijke zienswijzeprocedure bij besluiten die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevoig hebben Dit onderwerp geeft ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Als het AB hier aanleiding toe ziet, kan ze deze ruimte nemen. B. Participatie Er is in de regeling nu geen mogelijkheid tot inspreken opgenomen. Wij zijn van mening dat het voor belanghebbenden mogelijk moet zijn te kunnen inspreken op openbare en niet-vertrouwelijke onderwerpen die zijn geagendeerd in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Dit is uitgezonderd de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Wij verzoeken u hierover een artikel op te nemen in de regeling. Over de mogelijkheid van inspraak stellen wij de volgende tekst voor: Wij bieden de mogelijkheid tot inspraak in de AB vergadering. Dit moet minimaal 10 dagen van de tevoren met opgave van onderwerp aangevraagd worden.

De voorzitter past dit in in de vergaderorde. Onderwerpen waar minder dan 1 jaar geleden besluitvorming over heeft plaatsgevonden in het AB komen niet voor inspraak in aanmerking. C. Evaluatie In artikel 3 zijn bepalingen geformuleerd over de evaluatie van de regeling. Wij zien dit graag nader geduid en stellen voor lid 3 van artikel 3 te vervangen door de volgende tekst: het AB stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemers gehoord.

Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)

Pagina 2 van 3

D. Uittreding Ten aanzien van de artikelen met betrekking tot Uittreding, en meer bepaald de artikelen 42 t/m 46, staan wij een aantal aanpassingen voor die uiteraard uittreding in het algemeen betreffen, maar impliciet ook ons standpunt vormgeven ten aanzien van de eerdergenoemde brief van de gemeente Barendrecht. In artikel 42 t/m 46 worden, na de kennisgeving door een deelnemer van voornemen tot uittreding, het opstellen van een (concept-)uittredingsplan en een daarin opgenomen voorlopige uittredingssom besproken, de wijze waarop dat dient te geschieden en de termijnen die daarmee gemoeid zijn beschreven. Op een aantal punten zouden wij deze artikelen graag aangepast zien. Art.42 lid 2 bepaalt dat de in artikel 43 bedoelde projectgroep niet ingaat op de gevolgen van de eigendomspositie of zakelijke rechten met betrekking tot de gronden van het NRIJ, waarover de onderhandelingen met de uittredende in hetzelfde lid wordt ondergebracht bij de in de GR deelnemende leden. Hierbij wordt ons inziens onvoldoende onderkend dat de resultaten van deze onderhandelingen in directe wisseiwerking staan met het door de projectgroep op te stellen uittredingsplan.

De eigendomssituatie bepaalt immers mede het te beheren areaal, eventuele overdracht gaat gepaard met krimp van het NRIJ-areaal, met een overdrachtssom, met nieuwe uitgangspunten voor organisatie en financiering van beheer, en met gevolgen voor de maatschappelijke recreatieve functie. Als de toekomstige eigendomssituatie niet duidelijk is, is het ons inziens niet mogelijk los daarvan een adequaat uittredingsplan op te stellen. Wij stellen voor in artikel 42 de bepaling op te nemen dat de onderhandelingen over de grondpositie door de deelnemende gemeenten afgerond zijn voordat de in artikel 43 bedoelde projectgroep een uittredingsplan opstelt, zodat de uitkomst van die onderhandelingen en alle gevolgen daarvan kunnen worden meegenomen in het uittredingsplan. Artikel 42 lid 5 stelt een termijn aan uittreding, na kenbaar maken van besluit tot uittreding. Het lijkt ons ondenkbaar en onwenselijk dat uittreding kan worden geeffectueerd zonder dat de onderhandelingen over zowel de toekomstige eigendomspositie als het uittredingsplan succesvol zijn afgerond. De resultaten daarvan dienen ons inziens daarom in de vorm van een overeenstemming tussen partijen als voorwaarde voor uittreding te worden opgenomen, zonder dat daar een dwingende termijn aan verbonden wordt. Het is de overeenstemming die telt, en niet de termijn die wellicht tekort schiet om die overeenstemming te bereiken.

Wij stellen voor genoemde termijn te schrappen. Artikel 43 lid 5 stelt een termijn van 8 maanden na een kenbaar gemaakt voornemen tot uittreding voor, waarbinnen een concept uittredingsplan en een voorlopige uittreedsom moeten zijn vastgesteld. Door de wederzijdse afhankelijkheid tussen het resultaat van de onderhandelingen over grondeigendom en het door de in artikel 43 bedoelde projectgroep op te stellen uittredingsplan, kan vertraging van de onderhandelingen over grondeigendom het tijdig vaststellen van een uittredingsplan in de weg staan. Wij achten de termijn van 8 maanden onnodig en gelet op het voorgaande ongewenst en stellen derhalve voor deze termijn te schrappen.

Gemeente Albrandswaard

Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied Usselmonde (NRIJ)

Pagina 3 van 3

Ten aanzien van artikel 44 merken wij op dat de in lid 1 genoemde systematiek voor berekening van de financiele gevolgen, ons inziens zou uitwijzen dat die systematiek geen betrouwbaar resultaat kan afwerpen als de uitkomst van onderhandelingen over de grondpositie daarin niet meegenomen kunnen worden. Wij verwijzen verder naar onze opmerkingen over art.42 en 43. Ten aanzien van artikel 45 en 46 hebben wij verder geen opmerkingen. Met betrekking tot de door de deelnemers te voeren onderhandelingen over overdracht van grondeigendom tenslotte merken wij op dat wat ons betreft daarbij rekening dient te worden gehouden met: De huidige grondwaarde onder de bestemming recreatie en natuur t.o.v. de waarde onder een in 1. de toekomst te leggen bestemming. Een meerwaardeclausule die voor een zekere toekomstperiode het rendement van een eventuele nieuwe bestemming aan het NRIJ toebedeelt achten wij gewenst; De verandering van de toekomstige beheer- en onderhoudskosten t.o.v. de overdrachtssom; 2. Het maatschappelijk rendement van de bestaande recreatie- en natuurbestemming t.o.v. de 3. afbreuk daarop van een toekomstige bestemming die daarvan afwijkt; De gevolgen van vermindering van het NRIJ-areaal op het resterend deel van het NRIJ-areaal in 4. de vorm van toenemende recreatiedruk, toenemende beheerkosten etc.

Wij stellen voor deze laatstgenoemde punten te benoemen in een apart artikel dat nader ingaat op de onderhandelingen door deelnemers over de grondpositie en de daarvan afhankelijke zaken. Wij kunnen ons vinden in het door u geformuleerde artikel 47 over Uittreding. Een verdere regeling van een uittreding zoals nu geregeld, lijkt ons niet zinvol. E. Instelling adviescommissie Vanuit het principe van optimale democratische legitimiteit zal onze raad positief besluiten bij een verzoek tot instelling van een adviescommissie. Eventuele afvaardiging van raadsleden voor deze commissie zal nog onderwerp van overleg zijn, binnen onze raad. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geinformeerd.

dert Groenenboom

da de Witte

Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

GEMEENTEBARENDRECHT Binnenhof 1. 2991 hh Barendrecht Postbus 501. 2990 EA Barendrecht

14 0180 (/UgemeenLrnmer) gemeente@barendrecht.nl www.barendrecht.nl Bank: 30.54.00.235 Rabobank

GR Natuur en Recreatieschap IJsselmonde T.a.v. het Dagelijks bestuur

(Iban: NL04RABO0305400215, swift/BIC: RABONL2U) KvK numrner: 24494374

Postbus2 3800 AA AMERSFOORT

Uw brief van:

11 januari 2024

Uw kenmerk:

2024 / NRIJ

Ons kenmerk: Contact: Carin den Heijer Telefoonnummer: 14 0180 Team: Beleid Leefomgeving Datum 28-02-2024

Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Geacht bestuur,

Op 1 1 januari 2024 heeft u ons het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuuren recreatieschap IJsselmonde toegestuurd om daarop een zienswijze te geven. Hieronder treft u onze

zienswijzeaan A. Zienswijze bij besluiten Toegevoegd is een nieuw artikel 26. Hierin is uitgewerkt dat de raden van deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen bij besluiten van het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. Hierover hebben wij geen opmerkingen Nieuw zijn ook de artikelen 43 en 44 met bepalingen dat raden een zienswijze kunnen geven over een concept-uittredingsplan én het daaropvolgende utttredingsplan. Onder kopje E (Afspraken over uittreding) geven wij onze zienswijze ten aanzien van deze artikelen. De termijn voor het geven van een zienswijze is gesteld op “tenminste acht weken“, Gelet op onze vergadercyclus is acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u daarom de termijn van tenminste acht weken uit artikel 26, derde lid te wijzigen in tenminste tien weken

B. Afspraken over participatie Ten aanzien van participatie zijn wij van mening dat belanghebbenden bij het Algemeen Bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. De mogelijkheid tot inspreken ontbreekt nu in de regeling. Wij verzoeken u hiervoor een artikel op te nemen in de regeling

C. Informatieplicht De bepaling in artikel 20 is naar onze mening te summier en geeft geen duidelijke richtlijnen welke informatie minimaal moet worden verstrekt. Daarnaast zien wij graag dat er een termijn wordt opgenomen, waarbinnen de informatie dient te worden verstrekt.

Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke

Pagina2 van 3

regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Wij verzoeken u om aan de bepaling toe te voegen dat, de verslagen van het Algemeen Bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage in ieder geval beschouwd dienen te worden als informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken

de gevraagde informatiewordt aangeleverdbinnenzes weken na het verzoek. D.

Evaluatie

Wij verzoeken u om artikel 3 stelliger te formuleren en in de bepalingen ook op te nemen waar de evaluatie op moet zijn gericht. Artikel 3 zou met die aanvullingen als volgt kunnen luiden: 1. Op een gezamenlijk verzoek van de raad en het college van één of meer van de deelnemers zal het algemeen bestuur de toepassing en werking van deze regeling evalueren. Dit verzoek kan ieder vierde jaar van de zittingstermijn worden gedaan. Het algemeen bestuur kan hiertoe ook op eigen 2.

3. 4.

initiatief besluiten De in het eerste lid bedoelde evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald; b. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft. Door het algemeen bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd

E. Afspraken over uittreding De voorliggende ontwerpregeling geeft op dit punt reden tot het maken van opmerkingen Wij stellen u voor om bij artikel 42, tweede lid, de volgende toevoegingen te doen, om meer recht te doen aan de positie van een uittredende gemeente “Bij deze onderhandelingen is het uitgangspunt dat gronden in eigendom van het natuur- en recreatieschap IJsselmonde, gelegen in de uittredende gemeente, worden overgedragen aan de uittredende gemeente, met een nadere uitwerking met betrekking tot de kostenverdeling en de opbrengstenverdeling,” Wat onder kopje A (Zienswijzen bij besluiten) is opgemerkt ten aanzien van artikel 26, geldt ook voor artikel 43, vierde lid: Gelet op onze eigen vergadercyclus is de termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u de termijn van tenminste acht weken uit artikel 43, vierde lid, te wijzIgen in 10 weken. Artikel 44, tweede lid, bevat vervolgens nogmaals een regeling dat de raden van de deelnemende gemeenten ook op het uittredingsplan een zienswijze kunnen geven. Naar ons oordeel is dit dubbel en wij verzoeken artikel 44, tweede lid. om die reden te laten vervallen.

Betreft:zienswijze op de ontwerpwijzigingvan de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Pagina 3 van 3

Daarnaast bevat artikel 43, vierde lid, (“Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.”) een termijn van uiterlijk 8 maanden, maar artikel 44, vierde lid, bevat opnieuw die termijn van 8 maanden. Is het nodig dat de termijn tussen het definitieve besluit tot uittreding en het vaststellen van het uittredingsplan opnieuw (uiterlijk) 8 maanden dient te bedragen, of kan dit een kortere termijn zijn? Gezien de lange doorlooptijd van het totale proces tot uittreding staan wij bij artikel 44, vierde lid, een kortere termijn voor van maximaal 3 maanden. Verder merken wij op dat in artikel 46, derde lid. is benoemd dat een uittredende gemeente gedurende een termijn van 30 jaar als deelnemende gemeente wordt gezIen bij verhoudingen en afspraken rondom milieuproblematiek (waaronder bodemverontreiniging). Niet concreet benoemd is, of dit gaat om een termijn van 30 jaar na de datum van uittreding, maar wij gaan er van uit dat dit inderdaad is bedoeld. Verder willen wij u vragen om een inventarisatie van bij u bekende locaties binnen het NRIJ waar sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging

F. Aanpassen begrotingscyclus Wij verzoeken om het derde lid van artikel 34 te schrappen, Dat is geen wettelijk voorschrift en naar onze mening is een regeling daaromtrent aan de gemeenten zelf Artikel 35, vierde lid Wgr bevat de eis, dat het dagelijks bestuur, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis moet stellen van zijn oordeel over de zienswijzen. Deze wettelijke eis is nu niet in de gemeenschappelijke regeling opgenomen. Wij verzoeken

u om die reden in artikel 34 een lid op te nemen dat luidt: “Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”.

G. Instellen adviescommissies In artikel 25, eerste lid, van de regeling wordt verwezen naar artikelen van de Gemeentewet, die zijn vervallen per 1 juli 2021. Voor de juiste formulering verwijzen wij naar artikel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijkeregelingen. De overige voorgestelde wijzigingen van de regeling geven ons geen aanleiding tot het geven van zienswijzen. Hoogachtend,

De gemeenteraadvan Barendrecht, de voorzitlpr

n 360°

RIDDERKERK

7 9 FEB 2024

Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Postbus 4010 2980 GA Ridderkerk

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):

Ons kenmerk: Contact: Doorkiesnummer: E-mailadres: Datum:

2023-046289 A.A. Breedveld +31180451585 a.a.breedveld@ridderkerk.n1

16 FEB 2024

Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Geacht bestuur, U heeft ons de ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde voorgelegd om daarop een zienswijze te geven. Hieronder treft u onze zienswijzen aan. A. Zienswijze bij besluiten De termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven is erg krap gelet op onze eigen vergadercyclus. Wij verzoeken u de termijn van ten minste acht weken uit de artikelen 26, derde lid, 43, vierde lid en 44, tweede lid, te wijzigen in 10 weken. B. Afspraken over participatie Ten aanzien van participatie zijn wij van mening dat belanghebbenden bij het Algemeen Bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. De mogelijkheid tot inspreken ontbreekt nu in de regeling. Wij verzoeken u een artikel op te nemen in de regeling. C. Informatieplicht De bepaling in artikel 20 is te summier en geeft geen duidelijke richtlijnen welke informatie minimaal moet worden verstrekt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3665/documents/32985