CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

8. 787863 Raadsvoorstel Zienswijze 1e Begrotingswijziging 2023 en Begroting 2024 VRR.pdf

Gemeenteraad AW 3 juli 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken29.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dat was niet voorzien, waardoor de oorspronkelijk geplande activiteiten van de ontwikkeling MIC vertraging hebben opgelopen. Eind 2022 hebben we op basis van de ervaringen die door interregionaal gebruik van het informatieknooppunt zijn opgedaan een migratie naar een nieuwe digitale omgeving in gang gezet.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

29 / 114

Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR Doel Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) De GHOR kent als primaire aandachtsgebieden: 1. Acute gezondheidszorg 2. Publieke gezondheidszorg Vanuit deze aandachtsgebieden voert de GHOR-regie, coördinatie en aansturing en geeft de GHOR adviezen aan het bevoegd gezag en aan instellingen. Ook levert de GHOR vanuit die aandachtsgebieden bijdragen aan de ontwikkeling en totstandkoming van multidisciplinaire producten.

Wat willen wij bereiken: Hulpverlening op maat: De wet- en regelgeving rond hoog-risico laboratoria is versnipperd en sectoraal van aard. De wetgeving dekt diverse, maar niet alle aspecten en er is geen integrale wet- en regelgeving ten aanzien van de locatie (vestiging of uitbreiding) van dergelijke laboratoria in relatie tot de omgeving. De vergunningen met betrekking tot hoog-risico biologische laboratoria zijn gericht op voorschriften en maatregelen aangaande het laboratorium en op werkvoorschriften. Er wordt echter niet gekeken naar de locatie van de inrichting en de kenmerken van het gebouw (bijvoorbeeld de aard, de functie en de openbare toegankelijkheid) en van de kenmerken van de omgeving. Daarnaast bestaan er hiaten wat betreft de toetsing op de beheersbaarheid van calamiteiten en ontbreekt bijvoorbeeld een meldplicht aan de arts infectieziektebestrijding van de GGD bij calamiteiten. Wij willen bereiken dat de veiligheidsregio’s (en de GGD-en) weet hebben van de locaties en andere relevante veiligheidstechnische gegevens van hoog-risico laboratoria en tijdig worden betrokken bij de vergunningverlening voor vestiging of uitbreiding van dergelijke laboratoria, zodat wij goed invulling kunnen geven aan de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van (de voorbereiding op) de crisisbeheersing en rampenbestrijding en de infectieziektebestrijding.

Het onderwerp staat inmiddels op de landelijke agenda van het Veiligheidsberaad en door het voeren van gesprekken met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) willen wij dat de belangen van de veiligheidsregio ten aanzien van hoog-risico laboratoria (biosafety levels 3 en 4) in de aanstaande biosecurity wetgeving worden meegenomen en geborgd. Hoewel de kans op ernstige calamiteiten zeer klein is, ontstijgt de mogelijke impact op de publieke gezondheid al snel het lokale niveau. Vandaar dat wij willen aansturen op een eenduidig en sluitend landelijk bioveiligheidsbeleid op departementaal niveau. Wij willen ervoor zorgen dat lokale besturen bij vestiging of uitbreiding tijdig (aan de voorkant) in positie worden gebracht. Daarbij krijgt het lokaal bestuur de mogelijkheid om tot tijdige toetsing op publieke gezondheid en veiligheid te komen en de beheersbaarheid bij incidenten en calamiteiten via het omgevingsplan te regelen. Vanwege de complexiteit van het onderwerp kan niet verwacht worden dat alle gemeenten, veiligheidsregio’s en GGD-en zelf alle kennis en expertise in huis hebben. Het opstellen van eenduidige landelijke beoordelingskaders is daarvoor wenselijk. Wat hebben wij al bereikt: VWS heeft een voorstel tot wijziging van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) gedaan t.a.v. faciliteiten die werken met infectieuze agentia.

Hierin zijn ook aanpassingen voorgesteld waar de Veiligheidsregio’s en GGD’en baat bij kunnen hebben, zoals een meldplicht bij calamiteiten aan de arts Infectieziektenbestrijding. De voorgestelde verbreding van de vergunnings- en meldplicht kan helpen bij het in beeld krijgen van locaties. Tijdens de consultatieronde heeft onze directeur, mede namens onze Directeur Publieke Gezondheid en de Directeuren Veiligheidsregio en de Directeuren Publieke Gezondheid van de regio’s Hollands Midden en Utrecht, een gezamenlijke reactie ingediend om de inhoudelijke voorstellen te ondersteunen. Het is nog niet bekend of de voorgestelde wetwijzigingen definitief in de Wpg zullen worden opgenomen. Bij de NCTV is er op dit dossier door alle drukte rondom andere crises het afgelopen half jaar niet veel voortgang te melden. Wel wordt benadrukt dat het onderwerp nog op de agenda staat, en dat Ministerie Justitie & Veiligheid in overleg is met andere ministeries over dit dossier. Dit is echter zeer complex omdat er veel verschillende belangen mee gemoeid zijn waarvan veiligheid en volksgezondheid slechts 2 facetten zijn.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

30 / 114

Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR

De Oranje Kolom Als onderdeel van het openbaar bestuur hebben gemeenten een algemene zorgplicht voor hun bevolking en vervullen daarom een belangrijke rol in de crisisbeheersing. De taken van bevolkingszorg zoals ze nu zijn gedefinieerd zijn: het verzorgen van crisiscommunicatie, opvang en verzorging van de bevolking, voorbereiden van de nafase ten behoeve van de getroffen gemeente(n), het coördineren van het informeren van verwanten van slachtoffers, het adviseren van het Regionaal Operationeel Team en het coördineren van de registratie van slachtoffers en schade(gevallen). In het beleidsplan 2018-2022 is beschreven dat de invulling van de taken van Bevolkingszorg geüniformeerd moeten worden, opdat in alle delen van de regio taakvolwassen personeel beschikbaar is voor de bemensing van de verschillende operationele teams. Daarnaast moet een proces in gang worden gezet om de coördinatie van de bevolkingszorgprocessen verder te verstevigen. Er zijn al diverse stappen gezet naar het verder professionaliseren van Bevolkingszorg in een samenleving die sterk in verandering is en waarbij risico’s veranderen. Zowel op landelijk als regionaal niveau bestaan de wens om Bevolkingszorg verder te versterken en te werken aan een toekomstbestendige Bevolkingszorg waarbij ook ingespeeld kan worden op nieuwe soorten crises, zoals wij de afgelopen jaren al gezien hebben.

Hier zal de komende jaren verder aan gewerkt worden.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

31 / 114

Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR

Incident- en crisiscommunicatie Open en transparant communiceren is een van de kernbegrippen van de VRR. In principe wordt over alle incidenten gecommuniceerd en datgene wat leeft in de ‘buitenwereld’ vormt de basis van de aanpak van de crisiscommunicatie. De crisiscommunicatie rond COVID-19 was nog niet afgerond toen de oorlog in Oekraïne uitbrak. Opnieuw kwam er een crisisteam in de vorm van een planningsstaf bij elkaar. Met deze staf is uitgebreid ingegaan op de mogelijke gevolgen en denkbare scenario’s die zich in de regio zouden kunnen afspelen als gevolg van de oorlog. Bij dit team is een strategische communicatieadviseur aangesloten, die tevens het actiecentrum communicatie aanstuurde. Al snel bleek dat de grote stroom vluchtelingen uit Oekraïne een extra opgave voor de regiogemeenten betekende. Met het verzoek vanuit het rijk om opvanglocaties te realiseren kreeg de veiligheidsregio een coördinerende taak. Om deze opdracht uit te voeren werd een aparte planningsstaf ingesteld, waar de sectie communicatie een belangrijke taak kreeg. Later in het jaar werd de taak van deze planningsstaf uitgebreid met de regionale coördinatie van de opvang van de asielzoekers. Het actiecentrum communicatie van de veiligheidsregio heeft het afgelopen jaar voor beide planningsstaven veel werk verzet. Met een flexibel team werd de communicatie verzorgd van strategie tot uitvoering.

Een van de belangrijkste rollen was de verbinding leggen tussen de gemeenten onderling en tussen de gemeenten en het rijk. Er werd samengewerkt met de communicatieteams van de gemeenten en zij werden ondersteund in de communicatieprocessen waar nodig. Wekelijks werden meerdere omgevingsanalyses opgeleverd die gedeeld werden met de crisisteams en de regiogemeenten. De website rijnmondveilig.nl werd in no-time als platform ingezet waar vraag en antwoord te vinden was over de Oekraïnecrisis. Ook werd een klantcontactcenter ingericht waar (bezorgde) burgers terecht konden met vragen. Bij dit alles was er intensief contact met het landelijke Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie en later de Directeur Generaal Oekraïne en Nationale Opvang Organisatie. In het afgelopen jaar werd bevestigd dat de veiligheidsregio en daarmee ook de sectie crisiscommunicatie niet alleen voor de flitsrampen beschikbaar is, maar ook steeds vaker voor langdurige crises gesteld staat en zich daarop moet richten. Naast de inzet in de crisisteams voor Oekraïne en opvang zijn de communicatieadviseurs ook ingezet tijdens de 33 GRIP-incidenten, waaronder de duinbrand in Ouddorp en talloze andere grote en kleine incidenten. De media werd ruimschoots bediend met onder andere de persmonitor en een 24/7 bereikbare woordvoerder die bij grote incidenten vanaf de incidentlocatie woordvoering verzorgd.

Het afgelopen jaar is fors geïnvesteerd om de bestaande piketgroepen aan te vullen met nieuwe gekwalificeerde collega’s. Bij alle drie de piketfuncties (woordvoerders VRR/Communicatieadviseur CoPI, communicatieadviseur Analyse en Advies en het Hoofd Sectie Communicatie) zijn meerdere collega’s toegevoegd aan de piketgroep na een intensief opleidings- en trainingsprogramma. Tenslotte nog enkele cijfers op een rij. In 2022 is Rijnmond.veilig.nl 104 keer ingezet tijdens incidenten en crises en zijn 436 updates geplaatst. De website is 237.475 keer bezocht. Ook zijn er 557 berichten op onze social media kanalen geplaatst (Twitter, Facebook en Instagram) die bij elkaar 1.961.050 keer zijn gezien.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

32 / 114

Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR Wat heeft het gekost?

Een toelichting op de verschillen vindt u op pagina 68.

De prestaties van Risico en Crisisbeheersing vindt u terug op het Bestuurlijk Dashboard https://dashboard.mijnvrr.nl/.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

33 / 114

Jaarverslag 2022 Deel 2 Paragrafen

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

34 / 114

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

35 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) staat voor ‘samen sterk’ in risicobeheersing, incidentbestrijding en crisisbeheersing. Dit gebeurt door een gezamenlijke inzet van diensten, organisaties, burgers en bedrijfsleven, waardoor schade en leed bij incidenten wordt voorkomen of beperkt. Om deze missie te kunnen uitvoeren, is het wenselijk om risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Hierbij is de relatie tussen risico’s en de mate waarin de organisatie in staat is om eventuele grote financiële tegenvallers die bij de risico’s horen op te vangen van belang. Door actief naar risico’s te kijken en waar nodig beheersmaatregelen in te stellen, vervult de VRR een actieve rol. Het doel van risicomanagement is dat het structureel bijdraagt aan het in control zijn van de VRR. Beleid De doelstellingen en de kaders waarbinnen risicomanagement zich afspeelt, zijn beschreven in de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement (2022). Risicomanagement is een continu proces dat is opgenomen in de planning- & control cyclus. Zowel in de halfjaarrapportage als in de begrotings- en jaarrekeningstukken worden de actuele risico’s en beheersmaatregelen gerapporteerd.

De VRR tracht een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het benodigde weerstandsvermogen en zal risico’s zoveel mogelijk proberen te kwantificeren. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om klappen op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio= ------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

Wat verstaan wij onder risico en risicomanagement: - Een risico wordt gezien als de kans dat een gebeurtenis zich voordoet met een negatief of een positief gevolg in relatie tot de doelstelling en bedrijfsvoering van de organisatie. - Er wordt een onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s. Een structureel risico heeft een meerjarig effect op de organisatie. - Risicomanagement bevat alle gecoördineerde activiteiten om een organisatie te sturen en te beheersen met betrekking tot risico’s.

Wat is het doel van risicomanagement: Het inzichtelijk maken en houden van de risico’s die de organisatie loopt om zo een verantwoorde keuze te kunnen maken en hiermee het vertrouwen in de organisatie te vergroten.

Wat willen we met risicomanagement bereiken: - Voldoen aan wet- en regelgeving. - Vergroten van het risicobewustzijn. - Een juist en volledig beeld krijgen en houden van de belangrijkste risico’s die realisatie van de doelstellingen van de organisatie kunnen belemmeren. - Maatregelen nemen om de risico’s zo goed mogelijk te beheersen. - Voor de dekking van de resterende risico’s: een goed onderbouwde en voldoende financiële capaciteit om de risico’s op te vangen.

In de primaire begroting 2022 en de 1e en 2e begrotingswijziging 2022 is een aantal ontwikkelingen genoemd waarvan destijds de verwachting was dat ze mogelijk een risico voor de VRR-organisatie konden vormen. Risico’s zijn dynamisch, dat betekent dat sommige risico’s inmiddels zijn vervallen of dat er nieuwe risico’s in de risicoparagraaf zijn opgenomen. Met name door het aannemen van de ontwikkelagenda in de vergadering van het bestuur van december 2021 zijn een aantal risico’s vervallen. Ook zijn er in de loop van de tijd risico’s bijgekomen.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

36 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op risico’s Hierna worden de risico’s zoals deze in de begroting 2022 en de 1e en 2e begrotingswijziging voor 2022 waren opgenomen nader toegelicht en hoe zich deze hebben ontwikkeld. Per risico wordt aangegeven wat er mee is gebeurd in 2022 en of de risico’s voor de komende jaren nog van toepassing zijn. Risico s = structureel i = incidenteel Structurele risco's Bestaansrecht organisatie/Ontwikkelagenda VRR Inwerkingtreding omgevingswet Duurzame piketorganisatie Vakbekwaamheid Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. Het gaat hier om juridische gevolgrisico's, zoals claims. Personele capaciteit brandweer. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers/Bouwsteen verplichtend karakter Verlofsparen Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg. Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is Fiscale risico's Alarmering bevolking. Incidentele risco's Wegvallen en niet toereikend zijn van LEC-gelden. Opzeggen contract Gazprom Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling. Effecten en kosten als gevolg van grote crises Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000)

Begroting Jaarverslag 2022 1e BW 2022 2e BW 2022 2022 s s s s s

PM PM 791 1.490 250

s

PM

s s

PM 3.600

s s s

0 500 PM

s s

PM

686 146

343 73

0 0

PM

PM

PM

370 -

185 -

0 208 PM

370 -

623 208 PM

0 450 PM

250 -

-

250 -

i i i

320 PM

1.600

-

i

PM 6.951

11.000 14.010

21.970 23.902

-

250

0 0 1.070

Bestaansrecht organisatie/ Ontwikkelagenda VRR De aanleiding voor de VRR Ontwikkelagenda was dat het takenpakket van de VRR in het afgelopen decennium aanzienlijk is verbreed. De uitbreiding van taken is o.a. het gevolg van diverse nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de dienstverlening van de VRR. Denk hierbij aan verstedelijking (inclusief hoogbouw), de klimaat- en energietransitie, de komst van de omgevingswet, digitalisering, informatisering en robotisering, extreem weer, Covid-19 etc. Om aan de huidige eisen te kunnen voldoen is een aantal scenario’s ontwikkeld. In de vergadering van 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten om uitvoering te geven aan het scenario Basis op orde (scenario 2). In dit scenario zal de basisdienstverlening van de VRR op orde worden gebracht. Dat betekent dat de VRR beter is toegerust voor het bestrijden van incidenten in hoogbouw en de informatievoorziening en informatiebeveiliging wordt verbeterd. Verder kan de organisatie zich aanpassen op de nu al ervaren gevolgen van klimaatverandering en energietransitie. Ook zal de VRR vanuit dit scenario verder investeren en ontwikkelen in de coördinerende en netwerk-rol tijdens crises. Het risico zoals dat was opgenomen in de risicoparagraaf is met het aannemen van het scenario Basis op orde van de ontwikkelagenda komen te vervallen.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

37 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inwerkingtreding Omgevingswet Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water met allemaal hun eigen uitgangspunten, werkwijzen en eisen. De nieuwe omgevingswet bundelt al deze bestaande wetten. In de ontwikkelagenda zijn budgetten opgenomen voor investeringen in deskundigheid en competenties van functionarissen en capaciteit. Met deze investeringen kan ingespeeld worden op de verwachte verschuiving van werkzaamheden en nieuwe werkzaamheden die de wet met zich meebrengt. De wet zou ingaan in 2022. Inmiddels is dit diverse keren uitgesteld en de inwerkingtreding is nu uitgesteld naar januari 2024. Gezien het uitstel en het beschikbaar komen van geld hiervoor is dit risico komen te vervallen. Duurzame piketorganisatie Er vinden steeds meer en meer complexe incidenten plaats, waardoor er meer inzet van piketfunctionarissen vereist is (er is sprake van verdubbeling van incidenten waar piketinzet voor vereist is) en ook steeds meer deskundigheid wordt vereist. Doordat deze functie naast de niet-repressieve taak wordt gedaan, gaat dit ook ten koste van de capaciteit van de niet-repressieve taak. Hieruit volgt een noodzaak tot modernisering van de piketorganisatie.

In de ontwikkelagenda is de versterking van de piketorganisatie als ontwikkelpunt opgenomen en hiervoor zijn ook de middelen beschikbaar gesteld vanaf 2023. In 2022 is met de voorbereidingen voor de nieuwe piketorganisatie gestart. Vakbekwaamheid. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen – zoals een verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens dag-uren, kortere dienstverbanden, vergrijzing personeelsbestand, tweede loopbaanbeleid -, is de doorstroom van personeel fors gestegen. Daarnaast wordt ook het vakbekwaam blijven een steeds groter probleem. Het minimale basisniveau van vakbekwaamheid wordt in veel gevallen niet meer gehaald. Daarnaast is er te weinig aandacht voor nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en schiet de capaciteit om effectief te kunnen leren van incidenten tekort. Bovendien moet er meer aandacht zijn voor de verplichte rijvaardigheidstrainingen. In de ontwikkelagenda is de versterking van de vakbekwaamheid van de medewerkers opgenomen als ontwikkelpunt en hiervoor zijn ook de middelen beschikbaar gesteld. Ook zal daarvoor de instructiecapaciteit worden vergroot, zowel kwalitatief als kwantitatief. In 2023 zal hiermee een start worden gemaakt en de voorbereidingen zijn daarvoor in 2022 al begonnen.

Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen De VRR heeft bij de uitvoering van haar taken te maken met diverse wetten en regels. Hoewel medewerkers voortdurend worden opgeleid en informatie wordt uitgewisseld met diverse netwerken, bestaat het risico dat niet altijd is voldaan aan relevante wet- en regelgeving. Met het aannemen van de ontwikkelagenda wordt er onder andere meer geïnvesteerd in vakbekwaamheid en in deskundigheid omtrent de nieuwe omgevingswet. Hiermee is het risico komen te vervallen. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Voor het risico ‘Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s’ was voorheen een bedrag opgenomen. Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risico-inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Dit risico heeft zich niet voorgedaan in 2022 maar het blijft wel een risico voor de komende jaren.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

38 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Personele capaciteit brandweer De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, is moeilijk. Zeker in kleinere dorpskernen is het steeds lastiger om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. De dekking staat hierdoor onder druk. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en werkt aan andere vormen en manieren van brandweerzorg. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost € 74k. Vooralsnog is de inschatting dat dit mogelijk nodig is op 5 kazernes. De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €370k per jaar. In de loop van 2022 is hiervoor geen extra dagdienstpersoneel ingezet omdat er voldoende capaciteit was op de kazernes. Het risico blijft voor de komende jaren wel nog bestaan. Deeltijdregeling vrijwilligers brandweer De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit met elkaar samenhangende bouwstenen.

De eerste hiervan is “ Verplichtend karakter”. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31 mln per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3,6 mln. In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 wordt ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op het moment is er nog geen extra geld beschikbaar gesteld door het ministerie en het plan is dan ook nog niet ten uitvoer gebracht. Voor 2023 is het risico dan ook beperkt. Indien het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico na 2023 om de financiële consequenties zelf te moeten betalen.

Verlofsparen Begin 2022 is de nieuwe CAO voor de medewerkers van de veiligheidsregio in werking getreden waarin ook de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van financiële regelgeving zal voor deze uren een voorziening gevormd moeten worden. Het vormen van deze voorziening komt ten laste van het resultaat. In de begrotingswijzigingen van 2022 was dit als risico opgenomen. Op basis van de regeling verlofsparen die is goedgekeurd hebben medewerkers bovenwettelijke uren aangemerkt voor verlofsparen voor een bedrag van € 150k. Dit is in de exploitatie van 2022 ten laste van het resultaat gebracht en in de voorziening opgenomen. Voor de komende jaren blijft dit risico bestaan en zal jaarlijks bepaald moeten worden of de voorziening nog toereikend is op basis van de uren die voor verlofsparen worden aangemerkt en de uren die zijn opgenomen. Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. De onderhandelingen gaan o.a. over de te leveren prestaties en vooral het aantal te leveren diensten.

Daaraan gerelateerd zijn afspraken over het aantal ambulancevoertuigen en postlocaties. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte budgetafspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de zorgverzekeraars een korting hanteren, waardoor het budget uiteindelijk niet toereikend is voor de VRR. In 2022 heeft dit risico zich voorgedaan omdat niet alle prestaties zijn geleverd. Hierdoor is een korting op het budget toegepast van € 226k. De opbrengsten zijn in de jaarrekening 2022 met dit bedrag verlaagd. Voor de komende jaren blijft dit risico voor de ambulancedienst bestaan.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

39 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting gaat de veiligheidsregio’s adviseren op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. Daarnaast is het de bedoeling om voor alle veiligheidsregio’s een ongevallenverzekering af te sluiten om zo grote premiestijgingen te voorkomen. Vervolgens zal een waarborgfonds worden opgericht voor niet-verzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. De financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. Omdat in 2022 nog verzekeringen waren afgesloten heeft zich dit risico niet voorgedaan. Ook voor 2023 is er geen risico omdat er nog verzekeringen door de VRR zelf worden afgesloten met dezelfde dekking.

Als vanaf 2024 met een waarborgfonds gewerkt gaat worden doet zich het risico voor dat het waarborgfonds onvoldoende middelen heeft om schade van niet verzekerbare risico’s te dekken. Dit betekent dan dat de bijdrage aan het waarborgfonds hoger uitvalt dan de huidige premie die wordt betaald. De voorwaarden voor dit waarborgfonds, o.a. met betrekking tot de financiële inbreng van de veiligheidsregio’s, zijn eind 2022 in het Veiligheidsberaad aan de orde geweest. In 2023 wordt dit verder uitgewerkt voor de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en b.v.

het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. In 2022 hebben zich geen controles voorgedaan waaruit naheffingen zijn voorgekomen. Voor de komende jaren wordt het risico ingeschat op € 250k per jaar. Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer en worden gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Het waarschuwingsstelsel is eigendom van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie was oorspronkelijk van plan het WAS per 1 januari 2020 op te heffen en te laten vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Het definitieve besluit hierover is inmiddels meermaals uitgesteld. Een aantal veiligheidsregio’s, waaronder de VRR, hebben er bij de minister op aangedrongen het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden. De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden, Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. De kosten voor het WAS worden nu door het ministerie van Veiligheid & Justitie gedragen. Het risico is dat bij instandhouding van WAS op risicolocaties de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Op basis van een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van najaar 2021 blijkt dat de kosten op landelijk niveau voor 700 risicolocaties liggen op € 1,7 mln per jaar voor heel Nederland als dit met ingang van 2025 wordt gerealiseerd. Op basis van 25 veiligheidsregio’s zou dat € 69k per veiligheidsregio zijn. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar met ingang van 2025.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

40 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wegvallen en niet toereikend zijn van LEC-gelden In de begroting 2022 was het risico opgenomen dat de subsidie van het ministerie van J en V voor ondersteuning van het Landelijk Expertisecentrum (LEC) niet zou worden ontvangen of lager zou uitvallen. De VRR gebruikt deze subsidie om werkzaamheden voor het LEC uit te voeren in het kader van het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO). In 2022 is deze subsidie uiteindelijk wel toegekend en heeft het risico zich niet voorgedaan. Opzeggen contract Gazprom In verband met de oorlog in Oekraïne heeft de Europese Unie sancties ingesteld tegen Rusland en Russische bedrijven. Deze sancties hebben gevolgen voor het contract dat de veiligheidsregio’s hebben met Gazprom voor de levering van gas. In 2022 leek het erop dat het contract per oktober 2022 opgezegd moest worden wat zou leiden tot extra kosten en daarom was een risico opgenomen van € 250k. Eind 2022 werd duidelijk dat het contract per 1 januari 2023 opgezegd moest worden en daarmee heeft het risico zich in 2022 niet voorgedaan. Voor 2023 wordt nu wel een stijging in de kosten voor de levering van gas verwacht en dat zal in de 1 e begrotingswijziging 2023 worden meegenomen. Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen t.b.v.

kostenontwikkeling Er is in 2020 een nieuwe systematiek afgesproken voor de indexering van de kosten brandweerzorg en Risico & Crisisbeheersing. In de systematiek wordt eerst een voorlopig indexpercentage voor een jaar bepaald voor het opstellen van de begroting en zodra de definitieve indexcijfers bekend zijn wordt dat achteraf gecorrigeerd voor de bijdragen van volgende jaren. Op deze wijze is sprake van een compensatie voor verschillen die vanaf de afgifte van de index optreden en werken deze niet door op langer termijn. Maar als in een jaar het afgegeven percentage dat is gebruikt voor de begroting lager is dan het werkelijke percentage prijsstijgingen dan heeft de organisatie onvoldoende middelen om deze prijsstijging in dat jaar zelf op te vangen. In 2022 is de gemiddelde inflatie voor consumentengoederen en -diensten volgens het CBS uitgekomen op 10%. In de begroting 2022 was rekening gehouden met een kostenstijging van 1,6%. De kostenstijging, exclusief personeel, is nog beperkt gebleven, vooral doordat op basis van afspraken in contracten met leveranciers er nog maar beperkte indexering heeft plaatsgevonden. Voor 2023 worden om diezelfde reden wel grote kostenstijgingen verwacht. In de 1e begrotingswijziging 2023 wordt hiermee dan ook rekening gehouden.

Effecten en kosten als gevolg van grote crises Er waren in 2022 meerdere crises waarvoor de VRR kosten heeft gemaakt. Omdat lang onzeker was of deze kosten volledig vergoed zouden worden zijn de kosten die werden gemaakt voor deze crises als risico opgenomen. In de loop van 2022 is duidelijk geworden dat de kosten vergoed zullen worden. - Als gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus zijn nog kosten gemaakt voor de bestrijding van het virus. In 2022 ging het totaal om €265k waarvan ruim € 198k is vergoed. - In het kader van de noodopvang asielzoekers heeft de minister van binnenlandse zaken in december 2021 de regio Rotterdam-Rijnmond aangewezen om locaties gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 500 asielzoekers voor een beoogde periode van 4 maanden. In mei 2022 is het verzoek gekomen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan het veiligheidsberaad om te voorzien in minimaal 150 opvangplekken voor een aantal weken. In het overleg met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en gemeenten in de regio heeft de veiligheidsregio in 2022 in diverse plaatsen opvang georganiseerd voor kortere en langere termijn. Deze opvang heeft plaatsgevonden op schepen en in tijdelijke huisvestingslocaties. Deze opvang loopt ook nog door in 2023. De kosten voor deze opvang zijn in de loop van 2022 vergoed door het COA op basis van facturatie.

In 2022 is voor ruim € 29 mln aan kosten gemaakt. In 2022 is daarvan inmiddels €20 mln vergoed. De laatste factuur voor vergoeding van de kosten is begin 2023 verzonden aan het COA en zal naar verwachting op korte termijn betaald worden. Ook in 2023 zullen naar verwachting de gemaakte kosten door het COA worden vergoed en daarmee is het risico komen te vervallen. - Voor de opvang van ontheemden uit Oekraine vervullen de veiligheidsregio’s, in het kader van crisisbeheersing, een coördinerende rol. Met het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het veiligheidsberaad overleg gevoerd over de vergoeding van de kosten die dit met zich meebrengt. Hiervoor is een regeling gemaakt waarbij de veiligheidsregio een voorschot ontvangt op basis van de te verwachten kosten. Over deze kosten wordt verantwoording afgelegd in de jaarrekening en daarbij wordt een eindafrekening opgesteld waarmee het voorschot wordt verrekend. Ook voor 2023 wordt deze regeling toegepast en daarmee zullen alle kosten worden vergoed. Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

41 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt om niet voorziene lasten te dekken, zonder dat de begroting en het beleid moeten worden aangepast. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico’s en daarmee het benodigde weerstandsvermogen kan vervolgens worden uitgedrukt in een verhoudingscijfer. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandscapaciteit Waarderingscijfer A B C D E F

x≥2 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De VRR streeft naar een gezond weerstandsvermogen met een weerstandsratio (verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s) van minimaal 1. Dit is ook opgenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement die begin 2022 is geactualiseerd en vastgesteld door het bestuur. Ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit In het volgende overzicht is de stand van de algemene reserve van de VRR weergegeven per ultimo 2022.

Realisatie ultimo 2021 Beschikbaar (x € 1.000) Algemene reserve VRR Nog te bestemmen resultaat Totaal

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

384 -196 188

Realisatie ultimo 2022 188 976 1.164

42 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkeling weerstandsratio Met het positieve resultaat van 2022 is de beschikbare weerstandscapaciteit toegenomen naar € 1.166k. De risico’s per einde van het jaar komen uit op een totaalbedrag van € 1.070k. Hierbij zijn niet de risico’s meegenomen die een rol spelen na 2023. Het gaat dan om de risico’s Bouwsteen verplichtend karakter en Alarmering bevolking (WAS-palen). Van deze risico’s wordt aangenomen dat als deze zich voordoen er een bekostiging tegenover staat vanuit de overheid. Hiermee komt de weerstandsratio uit op 1.09. Dit is boven de norm van 1.0.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

43 / 114

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Met ingang van het jaar 2015 dienen in de jaarstukken kengetallen (art. 11 lid 2, let d. Besluit Begroting en Verantwoording) te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het Besluit Begroting en Verantwoording heeft geen normen voor de kengetallen. Het gaat hierbij om de volgende vijf kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote wordt berekend inclusief of exclusief doorgeleende gelden. Omdat er onzekerheid is of deze leningen wel allemaal terug zullen worden betaald, is het verstandig om dit onderscheid te maken. Op die manier wordt dit risico in beeld gebracht. De VRR verstrekt geen leningen, daarom zijn de netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen gelijk aan elkaar. 2. De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de decentrale overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3.

Kengetal grondexploitatie Hierin wordt informatie gegeven over de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een(overheids-)organisatie is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een organisatie in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (conform artikel 17 lid c BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een (overheids-)organisatie heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten (zoals kapitaalslasten) op te vangen. Kengetallen jaarverslag 2022 Voor de VRR zijn de kengetallen met betrekking tot grondexploitaties en belastingcapaciteit niet van toepassing. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft geen mogelijkheden om belastingen te heffen en heeft geen bouwgronden in bezit.

Jaarverslag jaar 2022 Kengetallen:

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2021

33% 33% 5,0% -0,59%

Begroting 2022

Jaarverslag 2022

31% 31% 1,6% 0,04%

44 / 114

27% 27% 5,4% 0,21%

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op de kengetallen Netto schuldquote: in de handreiking houdbare gemeentefinanciën heeft de VNG aangegeven dat de netto schuldquote van een gemeente zich normaal tussen de 0% en 100% bevindt. In 2022 valt de netto schuldquote van de VRR binnen deze bandbreedte. De VRR leent geen gelden door, daarom is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie is gezond te noemen en gedaald ten opzichte van 2022. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de baten gestegen zijn, vooral als gevolg van incidentele baten. Solvabiliteitsratio: de solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen (balanstotaal). Het percentage is ten opzichte van 2021 licht gestegen. Zowel het eigen vermogen als het totale vermogen is toegenomen. De VRR heeft geen streefpercentage voor solvabiliteit afgesproken maar het huidige percentage van 5% wordt op bedrijfseconomische gronden als laag beoordeeld. De komende jaren zal met structurele positieve resultaten het eigen vermogen moeten worden verhoogd waarmee ook de solvabiliteit wordt verbeterd. De VRR streeft ernaar om de komende jaren elk jaar een positief resultaat te realiseren.

Structurele exploitatieruimte: Voor 2022 is het percentage positief en zijn er voldoende structurele baten om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. In 2021 was dit nog niet het geval. Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen Om de financiële positie van de organisatie te kunnen beoordelen dienen de kengetallen in samenhang te worden bekeken. Alle kengetallen geven aan dat de financiële positie van de VRR in 2022 is verbeterd. Dit komt vooral door het positieve resultaat, ook structureel. Voor de jaren na 2022 worden positieve resultaten begroot om zo het eigen vermogen te verhogen en de financiële positie te verbeteren.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

45 / 114

Paragraaf Financiering Algemeen Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de VRR te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. In de navolgende onderdelen wordt ingegaan op de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasury functie. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de VRR haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren.

De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van het kasgeldlimiet voor het jaar 2022 8,2%.

Kasgeldlimiet 2022 (bedragen x € 1.000)

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

2022

Bedragen in € 1.000,-

Grondslag : Lasten primaire begroting 2022

168.021

168.021

168.021

168.021

168.021

in procenten van de grondslag

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

-13.778

-13.778

-13.778

-13.778

-13.778

Omvang vlottende schuld (a.)

-

-

-

-

-

Af: Vlottende vorderingen (b.)

20.322

19.261

33.952

21.237

23.693

Saldo netto vlottende middelen(a+b)

20.322

19.261

33.952

21.237

23.693

Ruimte

34.100

33.039

47.730

35.015

37.471

Toegestane netto vlottende schuld : Toetsing :

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

46 / 114

Paragraaf Financiering Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g)

2022 -

Aflossingen

6.627

Renterisico

6.627

Lasten primaire begroting 2022 e.v. Percentage cf. regeling

168.021 20%

Renterisiconorm

33.604

Renterisiconorm

33.604

Renterisico

6.627

Ruimte onder renterisiconorm:

26.977

Ontwikkelingen Schatkistbankieren Vanaf 2013 houden alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Decentrale overheden deden dit al vrijwillig, maar schatkist-bankieren zonder leenfaciliteit is vanaf 2014 verplicht geworden. Het beoogd doel van schatkistbankieren is de risico’s van beleggen door decentrale overheden tot nul te reduceren en het begrotingstekort van de overheid terug te dringen. Met het systeem van schatkistbankieren zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De wettelijke term voor schatkistbankieren is “geïntegreerd middelenbeheer”. Ultimo 2022 was een bedrag van € 21.034.258 gedeponeerd bij de schatkist.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

47 / 114

Paragraaf Financiering Lening portefeuille In het volgende overzicht worden de leningen op lange termijn nader gespecificeerd: Omschrijving Bedragen (€ 1.000)

Binnenlandse banken 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 14 - BNG (2020) 15 - NWB (2019) 16 - NWB (2021) 17 - BNG (2022) 18 - Financial Lease RABO 19 - Financial Lease ABN Totaal

Hoofdsom

Rente %

1.450 2.340 1.589 2.305 10.000 10.000 7.500 7.500 10.000 5.000 5.000 7.200 8.000 5.000 10.000 906 4.130

5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585 0,080 0,230 0,755 * *

Stand 31-12-21

483 936 834 1.441 4.667 5.333 4.500 5.000 5.250 4.500 4.500 6.912 6.933 5.000 368 3.415 60.072

Rente 2022

26 31 43 51 135 138 62 63 55 8 14 40 5 12 60 5 82 831

Aflossing 2022

Opname 2022

48 94 40 58 667 667 500 500 1.000 500 500 288 533 500 148 585 6.627

Stand 31-12-22

10.000

10.000

* - Hiervan wordt afgezien omdat vermelding niet verplicht is en om administratieve lasten te beperken

Lening 15, 18 en 19 zijn overgenomen van de coöperatie AZRR per 1 januari 2021. Lening 11 is in 2020 vervallen. Kredietfaciliteiten Naast de langlopende doorlopende leningen zijn er geen kredietfaciliteiten afgesloten.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

48 / 114

435 842 795 1.383 4.000 4.667 4.000 4.500 4.250 4.000 4.000 6.624 6.400 4.500 10.000 219 2.830 63.445

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Panden Van de vijf in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde categorieën kapitaalgoederen (Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen) is de post Gebouwen van toepassing op de VRR. De VRR heeft 63 panden in gebruik. Hiervan zijn er 17 in eigendom en 46 worden er gehuurd van derden (w.o. gemeenten). De conditiemeting van de panden is verwerkt in een meerjaren onderhoudsplan dat voorziet in een overzicht van de benodigde onderhoudsactiviteiten voor de periode 2022-2030. Het uitvoeren van de activiteiten in dit plan zullen er voor zorgen dat de panden op het vereiste onderhoudsniveau blijven. Installaties Ook het onderhoud aan installaties is onderdeel van dit meerjaren onderhoudsplan. Uitgangspunt hierbij zijn o.a. duurzaamheid en energiebesparing. De fluctuatie in de uitgaven voor dit onderhoud aan eigen panden wordt opgevangen door een bestemmingsreserve. Overige kapitaalgoederen De VRR heeft ook een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 183 1 e lijn voertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

49 / 114

Paragraaf Bedrijfsvoering Ontwikkelagenda In december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met scenario 2 van de Ontwikkelagenda. De ontwikkelpunten uit dit traject zijn verwerkt in het Beleidsplan 2023 – 2027 en in de Begroting 2023. In 2022 zou al wel met twee items gestart worden, te weten het versterken van de piketorganisatie en verbeteren van vakbekwaam worden en blijven. Een combinatie van de grote capaciteitsinzet voor de Oekraïnecrisis, stijgende prijzen en een krappe algemene reserve leiden er echter toe, dat er een temporisering van de activiteiten zal plaats vinden. Wij willen hierbij wel benadrukken, dat de VRR zich volop inzet om alle voorbereidingen te treffen, zodat in 2023 volledig uitvoering kan worden gegeven aan de geplande activiteiten. Zo was oorspronkelijk de planning om in september vijf nieuwe piketfunctionarissen te laten starten met hun twee jarige voltijds opleiding. Dit zijn echter drie medewerkers geworden. De andere twee nieuwe medewerkers zijn een half jaar doorgeschoven. In 2023 zullen dus niet vier, maar 6 nieuwe collega’s geworven worden. Op het gebied van ‘vakbekwaam worden en blijven’ wordt voor 2022 de focus op het ‘vakbekwaam worden’ gelegd. De activiteiten ten behoeve van vakbekwaam blijven, waaronder een uitbreiding realistisch oefenen voor vrijwilligers zal vanaf 2023 conform de ontwikkelagenda starten.

Zo kunt u elders in deze rapportage lezen, dat de voorbereidingen hiervoor gestart zijn en dat het omvangrijke oefenrooster voor 2023 in concept klaar is. Vooruitlopend op de ontwikkelagenda is er al gestart met het Multidisciplinair Intelligence Informatie Centre. Deze eerdere start heeft vooral te maken met het informatieknooppunt in het kader van de afgelopen en huidige crises. De VRR werkt samen met de Veiligheidsregio Zuid Holland-Zuid aan een Multidisciplinair Intelligence Centre (MIC) dat het knooppunt wordt waarlangs informatie binnen komt en gedeeld wordt met stakeholders en zodanig klaar gezet kan worden dat operationeel het een nadrukkelijk toegevoegde waarde gaat hebben bij incidentbestrijding en crisisbeheersing. Zie voor meer informatie pagina 19. Rechtmatigheid Op het gebied van rechtmatigheid zal de Wet versterking decentrale overheden per 1 januari 2023 in werking treden. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt tot en met 2022 een controleverklaring verstrekt door een externe accountant inclusief een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van deze jaarrekening. Vanaf jaarrekening 2023 gaat het Dagelijks Bestuur een ‘rechtmatigheidsverantwoording’ afgeven bij de jaarstukken. Het doel van deze wet is de politieke verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering te onderstrepen.

Daarnaast beoogt deze wetgeving de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur te versterken. De externe accountant zal vanaf de jaarrekening 2023 een oordeel geven over de getrouwheid van de jaarrekening en de door het Dagelijks Bestuur opgestelde rechtmatigheidsverklaring. De VRR heeft voor het implementeren van deze wijziging een plan van aanpak opgesteld, dat al door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd. De organisatie voert samen met de verbijzonderde interne controle, controlewerkzaamheden uit omtrent rechtmatigheidsrisico’s om zo te voldoen aan de rechtmatigheidsvereisten.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

50 / 114

Paragraaf Bedrijfsvoering Human Resources Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten / cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties. Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het onderwerp Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden. Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is, dat tot 1 januari 2025 er nog geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden hebben een verschillend standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp bij het Ministerie ook geen prioriteit op dit moment. Deze ligt eerder op de deeltijdregeling.

Deeltijdregeling De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers kan door Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie niet in zijn huidige vorm blijven bestaan. Vanuit een landelijke denktank is er een oplossingsrichting onderzocht die uitgaat van een fundamenteel onderscheid (taakdifferentiatie) in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker. De minister van Justitie en Veiligheid heeft een finale juridische toets laten doen, waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarde dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. De landelijke werkgroep bouwsteen verplichtend karakter heeft eind 2022 het implementatieplan voor deze bouwsteen gepresenteerd.

Met het implementatieplan voor de bouwsteen verplichtend karakter wordt toegewerkt naar een situatie waarin de vrijwilliger niet meer wordt verplicht tot beschikbaarheid en/of aanwezigheid, zodat voldaan wordt aan de Europese wet- en regelgeving. Kazerneren en consigneren van brandweervrijwilligers zal na implementatie niet meer nodig zijn1. Het niet meer kunnen kazerneren en consigneren van brandweervrijwilligers heeft grote gevolgen voor de VRR. De impact verschilt tussen veiligheidsregio’s. Sommigen hebben er meer last van dan anderen. De impact op de VRR is misschien wel de grootste van alle veiligheidsregio’s. Op basis van het implementatieplan concluderen wij het volgende: 1. De VRR heeft de meeste beroepskazernes, gemengde kazernes én vrijwillige kazernes van Nederland waar structureel gewerkt wordt met gekazerneerde brandweervrijwilligers 2. De VRR heeft het grootste aantal vrijwilligers (in termen van aantallen mensen) die worden gekazerneerd; bijna het dubbele aantal ten opzichte van de nummer twee (Zuid-Limburg) 3. De VRR maakt ook veel gebruik van consignatie van vrijwilligers; ook op dit vlak staan we in de “top” van Nederland. Als regio zijn wij niet blij met de genoemde verandering, omdat het ons hybride brandweerstelsel onder druk kan zetten. Wel vinden wij dat wij moeten meebewegen met de Europese wet- en regelgeving.

Wanneer wij het voorliggende plan afzetten tegen de taakdifferentiatie is de bouwsteen verplichtend karakter veel realistischer implementeerbaar te noemen. Daarbij geldt wel, dat de vier randvoorwaarden uit het implementatieplan allemaal moeten worden gerealiseerd. Het gaat dan o.a. om beschikbaarheid van financiële middelen om de extra kosten structureel te kunnen dekken en een aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving om vrijwilligers die kazernediensten draaien naast een fulltimebaan in de toekomst deze mogelijkheid te kunnen blijven bieden als parttimer.

1

Enkel incidenteel, bijvoorbeeld bij uitval van 112, bij extreem weer of tijdens Oud & Nieuw.

Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

51 / 114

Paragraaf Bedrijfsvoering Bij het werkbaar maken van het plan heeft de VRR wel enkele zorgen. Naar schatting zal namelijk een substantieel deel van de brandweervrijwilligers geen interesse hebben in een deeltijdcontract bij de VRR. Bijvoorbeeld omdat zij dit niet willen of omdat hun werkgevers dit niet toestaan. Indien het ons niet lukt om personeel elders te werven, kan een gevolg zijn dat onze paraatheid onder druk komt te staan. Dit leidt tot zorgen over onze dekking en flexibiliteit. Wij roepen dan ook op om tijdig in te zetten op landelijke communicatie over dit onderwerp, zodat veiligheidsregio’s hun werknemers deel kunnen maken van het dilemma met de voorgenomen implementatie van de bouwsteen. Op deze manier hopen wij een zo hoog mogelijk “conversie-aantal” te krijgen van “oude gekazerneerde/geconsigneerde” brandweervrijwilligers naar “nieuwe” deeltijd-brandweermedewerkers. Daarnaast kent het vraagstuk ook een belangrijke financiële component. De brandweerzorg wordt substantieel duurder in Nederland met de genoemde wijziging. Deze middelen moeten komen vanuit het Rijk (één van de randvoorwaarden). In het implementatieplan worden twee verdeelsleutels voorgesteld voor dit geld, namelijk: a. Via de Cebeon-norm (standaard verdeelsleutel gemeentefonds); b.

Verdeling door aan te sluiten bij de mate waarin veiligheidsregio’s een verandering hebben door te voeren (met betrekking tot het huidig aantal gekazerneerde/geconsigneerde vrijwilligers). Met nadruk luidt het advies om te sturen op optie b. Voor dit advies is aandacht gevraagd in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s, omdat de impact van het plan voor de VRR niet in verhouding staat tot de impact voor andere regio’s. Er zijn zelfs regio’s die geheel geen gebruik maken van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers. Zij hebben in principe geheel geen probleem. Het is van belang dat overheidsgeld zo effectief mogelijk wordt uitgegeven en dat betekent, dat het geld ingezet dient te worden waar dat nodig is. Personele capaciteit brandweer Het wordt voor de brandweer steeds moeilijker om de onmisbare inzet van vrijwilligers te blijven garanderen en er wordt naar mogelijkheden gezocht om de personeelsschaarste te verminderen. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker evenals het werven van vrijwilligers in dunbevolkte regio’s door vergrijzing en urbanisatie. Het vraagstuk rondom de deeltijdregeling zal mogelijk voor een kentering zorgen, echter zorgt dit wel voor nieuwe uitdagingen op financieel vlak en qua inrichting en dekking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3528/documents/29562