7. 494642 Raadsvoorstel Zienswijze begroting 2023 DCMR.pdf
Tekst van het document
- Er zijn inhoudelijke samenwerkingsafspraken gemaakt met de Nederlandse Emissieautoriteit. - Er zijn cursusdagen georganiseerd voor het op peil houden van kennis en kwaliteit van de medewerkers die voldoen aan de opleidingsvereisten voor Brzo-toezicht. - Er is onderzoek verricht naar het verbeteren van de meldingsbereidheid over ongewone voorvallen bij bedrijven. - Er is een bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van een gezamenlijk landelijk speelveld op het gebied van zeer zorgwekkende stoffen en het leveren van ondersteuning van vergunningverleners op dit onderwerp. Meerjarenagenda Versterken omgevingsveiligheid (MVO) cluster 1 2021 Om de ambities met elkaar vorm te geven zijn via MVO1 Brzo in 2021 diverse projecten uitgevoerd waaraan DCMR heeft bijgedragen. Het gaat onder meer om de volgende werkzaamheden:
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
20 / 100
-
-
Opstellen monitor Brzo-bedrijven 2020, die als onderdeel van de Staat van de Veiligheid naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het verder ontwikkelen van de nieuwe inspectiemethodiek Landelijke Benadering Risicobedrijven. De implementatie van het nieuwe gemeenschappelijke inspectieregister 2.0. Ingebruikname januari 2022. Het stimuleren van Brzo-bedrijven om ongewone voorvallen te melden. In het kader van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een bijdrage geleverd aan het opstellen van een concept beleidskader van een nieuw wettelijk instrument financiële zekerheidstelling. Ook zijn botsproeven uitgevoerd op de werking van het concept en een ontwikkelde ratingsystematiek. Er is een aanzet gemaakt voor een actualiseringsprogramma voor vergunningverlening. In het kader van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een bijdrage geleverd aan de implementatie van de bestuurlijke boete. Er heeft afstemming plaatsgevonden over de implementatie van de PGS 29 in de vergunningen binnen de zes Brzo-omgevingsdiensten, waarbij een eenvormige werkwijze is besproken. Er heeft afstemming plaatsgevonden over het programmatisch actualiseren van de vergunningen tussen de zes Brzo-omgevingsdiensten volgens de afgesproken actualisatiemethodiek.
2.2.8
Transparante en zichtbare overheid
DCMR luistert naar de omgeving en gaat het gesprek aan DCMR werkt in verbinding met de omgeving. Daar hoort een open cultuur bij. Openheid staat voor respectvol en onbevooroordeeld luisteren naar elkaar, zoeken naar gemeenschappelijke belangen en het delen van kennis. Maar het betekent ook actief het gesprek opzoeken en voeren, daar waar het kan, en krachtig optreden, daar waar het moet. DCMR organiseerde in 2021 bewonersavonden om actief in gesprek te gaan met bewoners, bedrijven en beleidsmakers om te werken aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving. DCMR brengt deskundigheid in en zoekt actief naar samenwerking Als oudste en grootste omgevingsdienst van Nederland heeft DCMR veel deskundigheid in huis. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Er zijn verschillende initiatieven om die kennis en expertise in te zetten en te delen. Een voorbeeld is de digitale werkomgeving 'asbestplanningtool' om effectiever inspecties uit te voeren bij asbestmeldingen. Deze is aan de andere omgevingsdiensten aangeboden, inclusief een webinar georganiseerd door DCMR om de werking toe te lichten. Open communicatie In april 2021 lanceerde DCMR een nieuwe website. Voor zowel inwoners als bedrijven biedt de website een gemakkelijke ingang naar relevante informatie. Ook het klachtenformulier is geïntegreerd in de website zodat melders goed worden bediend.
In 2021 lanceerde DCMR de podcast Ogen en Oren van Rijnmond, waarbij een medewerker van DCMR in gesprek gaat met verschillende betrokkenen om meer te vertellen over het werk van DCMR. DCMR startte in 2021 de informatievoorziening over de luchtkwaliteit met een digitaal billboard langs de A20. Zo verschaft DCMR op verschillende manieren en met de inzet van verschillende communicatiemiddelen inzicht in de werkzaamheden. DCMR bestaat vijftig jaar Op 20 december 1971 werd de akte van oprichting van DCMR ondertekend. In 2021 werd dit 50-jarig bestaan gevierd met een online talkshow waarin werd teruggeblikt op het verleden, stilgestaan bij het heden en vooruitgekeken naar de toekomst (bekijk video van talkshow). Tijdens de talkshow werd een nieuwe corporate film gelanceerd (bekijk video van corporate film). De activiteiten rond het 50-jarig bestaan zullen in 2022 vervolg hebben.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
21 / 100
2.2.9
Kritische procesindicatoren (KPI’s)
In onderstaande tabel is de realisatie van de vijf KPI’s opgenomen die met de participanten zijn afgesproken. Deze indicatoren gaan over de tijdigheid van reguliere en uitgebreide vergunningen, de realisatie van het actualisatieprogramma vergunningen en van het inspectieprogramma en het opvolgen van de sanctiematrix. Tabel: Kritische procesindicatoren (KPI’s) Omschrijving
Indicator
Doel
Streefwaarde
Realisatie
1 Op tijd verlenen van vergunningen reguliere procedures
Afgeronde besluiten binnen wettelijke termijn
Voorkomen dat vergunningen van rechtswege worden verleend (lex silencio positivo)
100%
94,3% (316 van de 335)
2 Op tijd verlenen van vergunningen uitgebreide procedures
Afgeronde besluiten binnen wettelijke/afgesproken termijn
Op tijd eisen en maatregelen vastleggen voor adequaat toezicht
85%
Vraaggestuurd: 52% (exclusief revisie) (63 op tijd en 58 te laat) 49% (inclusief revisies) (67 op tijd en 71 te laat)
3 Uitvoeren actualisatieprogramma
Vergunningen geactualiseerd programma
Het vergunningenbestand actueel houden
100%
88% (totaal van alle bedrijven onder provinciaal en gemeentelijk bevoegd gezag) 70% (uitsluitend Brzo/RIE4 bedrijven van Zuid-Holland en Zeeland) 67% (alle bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag ZuidHolland en Zeeland)
4 Uitvoeren inspectieprogramma
Uitgevoerde controles conform de jaarlijks bijgestelde planning voor de branches
Programmatisch (preventief) toezicht risicogericht uitgevoerd, gericht op verbeteren naleefgedrag en beperken ernstige milieuovertredingen
100%
83%
5 Opvolgen sanctiematrix
Uitgevoerde acties conform de sanctiematrix
Voortvarende aanpak van de handhaving
100%
100%
De streefwaarde van 85% van de tweede KPI is niet gehaald. Reden is dat er ongeveer 22 vergunningsprocedures die eerder wegens onvoldoende aangeleverde bedrijfsgegevens zijn vertraagd, nu alsnog zijn afgerond. Van de 22 zijn er twaalf revisies/oprichtingen verleend. Daarnaast speelde bij een flink aantal dossiers technische discussies, vooral over de stikstofdepositie en problematiek rondom de PAS en ZZS (zeer zorgwekkende stoffen). Eind 2021 is de notitie Doortastend vergunnen vastgesteld. De werkwijze beschrijft welke wettelijke middelen DCMR heeft om doortastend vergunningen te verlenen en te lange doorlooptijden terug te dringen. De derde KPI komt uit op 88% als naar het totale vergunningenbestand wordt gekeken. Daarnaast is onderscheid gemaakt in het vergunningenbestand van alleen Brzo/RIE4-bedrijven van de provincies Zuid-Holland en Zeeland (70%) en het vergunningenbestand met bevoegd gezag provincies ZuidHolland en Zeeland (67%). De actualiteit van een vergunning wordt bepaald aan de hand van een prioriteitenladder die door de zes Brzo-omgevingsdiensten is vastgesteld. Een vergunning is niet actueel als de vergunning niet is
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
22 / 100
geactualiseerd op de eerste drie prioriteiten van de in totaal zes prioriteiten. Het gaat hierbij om het binnen de gestelde termijn doorvoeren van best beschikbare technieken (BBT)-documenten (landelijk of Europees) die nog niet zijn opgenomen in de vigerende vergunningen. Dit wordt mede veroorzaakt doordat er technische discussies spelen en beroepszaken. Daarnaast spelen een paar actualisaties die meelopen in een revisietraject en deze zijn eind 2021 nog niet afgerond. De vierde KPI komt uit op 83%. Dit heeft te maken met het feit dat pas vanaf 18 maart kon worden gestart met fysieke controles vanwege corona. Verder was veel repressief toezicht nodig op een aantal specifieke dossiers, waardoor minder inzet mogelijk was op preventief toezicht. Dit laatste had ook te maken met capaciteitstekort vanwege de huidige arbeidsmarkt. Voor de vijfde KPI is in 100% van de gevallen de sanctiestrategie gevolgd. Dit betekent echter niet dat in alle gevallen daadwerkelijk een bestuurlijke sanctie hoefde te worden opgelegd. De overtreding werd vaak na een waarschuwing alsnog opgelost. Spoor 2 Toetsing van en advisering voor ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling 2.2.10 Integrale benadering bij ruimtelijke ontwikkeling In 2021 is DCMR betrokken geweest bij gebiedsbestemmingsplannen, omgevingsplannen, quickscans milieu, hogere-waardenbesluiten, nulstapadviezen m.e.r.
bij vergunningprocedures en project- en plan-m.e.r.-procedures, zowel bij ruimtelijke plannen als vergunningprocedures. Vanwege de toename van woningbouw en ruimtelijke plannen en de spin-off van de Rotterdamse omgevingsvisie (Binnenstadsplan en Alexandrium tot Zuidplein) is er een groter aantal ruimtelijke en m.e.r.-adviezen gegeven aan Rotterdam dan in 2020. Het aantal adviezen op losse bouwplannen die transformatie van panden inhouden, is ook hoger dan in voorgaande jaren. Voor de provincie Zeeland adviseert DCMR uitsluitend voor Brzo-bedrijven en niet voor de ruimtelijke plannen van gemeenten. Vooral het grote aantal m.e.r.-procedures voor Brzo-bedrijven als gevolg van ontwikkelingen in waterstof en ondergrondse CO2-opslag (CCS) is in 2021 opvallend. Voor 2022 is een structureel overleg gepland met de provincies Zeeland en Zuid-Holland over lopende projecten en de werkvoorraad van de toekomst. In opdracht van de provincie Zuid-Holland is gewerkt aan het actualiseren van de handreiking Evaluatie en monitoring m.e.r. Die handreiking is geactualiseerd en voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. De andere omgevingsdiensten binnen de provincie zijn hierbij betrokken. Er is verder in het bijzonder aandacht geweest voor de monitor leefomgeving, een systeem dat de wijzigingen in de kwaliteit van de leefomgeving inzichtelijk maakt.
De monitor is bedoeld om het beleid van de provincie Zuid-Holland te volgen en te evalueren. De informatie uit het systeem wordt ook gebruikt voor het opstellen van de plan-m.e.r.’s. Vanwege de aanstaande Omgevingswet zijn de specialisten ruimtelijke ordening en m.e.r. nauw betrokken bij mogelijke invloed hiervan op het werkveld. Kleine wets- en beleidswijzigingen die vooruitlopen op de Omgevingswet kunnen hierdoor snel worden opgepakt en daar waar nodig omgezet naar nieuwe werk- of handelwijzen. Tegen de verwachtingen in is in de loop van 2021 een toenemende inzet gepleegd op windenergie, zowel wat de planvorming en uitwerking van concrete projecten betreft als een bijdrage aan diverse algemene dossiers. De toegenomen vraag valt te verklaren uit diverse ontwikkelingen, zoals de toegenomen bestuurlijke druk op de realisatie van de opgave uit het verlengde regionale convenant en jurisprudentie naar aanleiding van het Europese Nevele-arrest waardoor de algemene regels voor windparken momenteel niet meer toepasbaar zijn. Vrijwel alle participanten hebben hiermee in meer
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
23 / 100
of mindere mate te maken. Naast het behandelen van formele adviezen en procedures levert DCMR daarom inzet aan onder andere het regionale ondersteuningsteam windenergie, het Rotterdamse kernteam windenergie en een regionale werkgroep lokale normering van windturbines. In 2022 wordt een voortzetting van deze inzet verwacht. 2.2.11 Bodem en ondergrond In 2021 zouden alle gemeenten bij de invoering van de Omgevingswet bevoegd gezag zijn geworden voor de grond. Door uitstel van de invoering naar 1 januari 2023 is dit vertraagd. De rol van bevoegd gezag brengt met zich mee dat er tot op bepaalde hoogte beleidsvrijheid is voor gemeenten. Om de gemeenten hierbij te ondersteunen is door DCMR het project Eenheid in beleid gestart. Samen met de gemeenten en de provincie wordt onderzocht welke mogelijkheden en keuzes er zijn. Dit project wordt in 2022 voortgezet. Bij DCMR is het platform Bodem actief. Hieraan nemen zowel de provincie als alle regiogemeenten deel. In 2021 hebben de budgettaire en beleidsontwikkelingen vanwege de komst van de Omgevingswet veelvuldig op de agenda gestaan en zijn initiatieven benoemd en gezamenlijke standpunten verkend. Belangrijk bij de ondersteuning van de gemeentelijke participanten is het programma Bodembeheer van de toekomst. DCMR is hier al vanaf 2020 nauw bij betrokken.
Het programma is erop gericht gemeenten te informeren en te faciliteren bij het opnemen van regels over de kwaliteit van bodem, grondwater en ondergrond in hun omgevingsplannen die passen bij de maatschappelijke opgaven en behoeften van gemeenten. In 2021 heeft dit een vervolg gekregen en in 2022 wordt dit voortgezet. 2.2.12 Grond- en hemelwater In 2021 heeft DCMR de provincie als bevoegd gezag over het grondwater en de locaties die onder het overgangsrecht vallen in de taakuitvoering ondersteund. Het betrof het in kaart brengen van de werkvoorraad op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Deze ondersteuning wordt in 2022 voortgezet. De gebiedsgerichte aanpak (GGA) van het grondwater in het Rotterdamse havengebied heeft verder vorm gekregen door het uitvoeren van nieuwe gebiedsstudies en verdere uitrol van de GGA over het havengebied. DCMR is door het college van Rotterdam aangewezen als gebiedscoördinator en faciliteert het bodemloket GGA. Het eerste locatiebeheerplan GGA van een bedrijf is vastgesteld en er is met meerdere bedrijven overlegd over de vaststelling van hun locatiebeheerplan. Onder de Omgevingswet wijzigt het bevoegd gezag van het grondwater op een aantal plekken. In het kader van de GGA in het Rotterdamse havengebied leidt dit tot een onwenselijke situatie.
Daarom hebben DCMR, de gemeente Rotterdam en de provincie afspraken gemaakt die ertoe moeten leiden dat Rotterdam de bevoegdheden over het grondwater behoudt. De bedrijven houden daarmee slechts één aanspreekpunt. In 2022 worden de afspraken bestuurlijk vastgesteld. Gemeenten en waterschappen hebben diverse subsidieregelingen voor particulieren en bedrijven om het ontkoppelen van hemelwater mogelijk te kunnen maken. Ondanks dat het ontkoppelen vanaf januari 2021 geen deel meer uitmaakt van het MJP, blijft aandacht hiervoor bestaan vanwege de klimaatontwikkelingen. 2.2.13 Omgevingsveiligheid Naast het geven van adviezen over omgevingsveiligheid bij vergunningverlening en toezicht is verder gewerkt aan de voorbereiding van omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
24 / 100
De landelijk berekende aandachtsgebieden voor externe veiligheid zijn in concept klaar, maar nog niet altijd realistisch. Er is meegewerkt aan een voorstel om de kwaliteit van de aandachtsgebieden te verbeteren. Zolang de aandachtsgebieden niet definitief zijn, is dit van invloed op de planning van andere projecten. Het werkproces voor het verwerken van veiligheidsdata is alvast aangepast aan de Omgevingswet en er is mee geoefend. Ook als voorbereiding op het register externe veiligheid (REV). Voor de technische aansluiting op het REV zijn de eerste testen succesvol uitgevoerd. Er is begonnen met het aanpassen van de DCMR EV-database met als doel automatische levering van data aan het REV vanaf juli 2022. Ook voor het werkproces ruimtelijke ordening zijn de wijzigingen vanwege de Omgevingswet verder in kaart gebracht en uitgewerkt in een schematische weergave van alle stappen. Hoewel de conceptaandachtsgebieden nog niet geschikt zijn om te delen, is al wel geoefend met gemeenten die daaraan behoefte hadden. De andere participanten zijn zoveel mogelijk op de hoogte gehouden. Verder is een bijdrage geleverd aan landelijke initiatieven om prioriteiten en budget voor omgevingsveiligheid op orde te krijgen.
2.2.14 Programma Actualisatie geluidsmanagement havenindustrieel complex In 2018 is in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam gestart met een tweejarig programma tot actualisering van het geluidmanagementsysteem (PAG) voor industrielawaai in de Rotterdamse haven. In het programma is onderzocht welke actualiseringen op technisch, organisatorisch en juridisch gebied doorgevoerd moeten worden. Op 17 juli 2020 is het PAG officieel afgesloten. Een aantal deelprojecten liep door naar 2021. Daarnaast was er een aantal projecten waaruit vervolgacties zijn voortgekomen. In 2021 zijn op meerdere industrieterreinen binnen het havenindustrieel complex (HIC) de relevante AMvB-bedrijven in de zonemodellen ingevoerd. Dit project wordt in 2022 afgerond. Ook heeft er een pilot voor het handhaven van afschermende werking plaatsgevonden en is gestart met het opzetten van een online viewer die inzicht geeft in beschikbare en uitgegeven geluidruimte. Verder is gekeken hoe moet worden omgegaan met een aantal zaken die betrekking hebben op geluid in het HIC-gebied na invoering van de Omgevingswet. Het afronden van het viewerproject is afhankelijk van het facet bestemmingsplan geluid (FBG) danwel het thematisch Omgevingsplan (TOP) en dit proces heeft vertraging opgelopen.
Het in de vergunningen opnemen van het geluid van afgemeerde schepen is in afwachting van de meetresultaten van het langdurige meetprogramma naar de bronvermogens van schepen. 2.2.15 Omgevingswet Er is verder gewerkt aan het programma Omgevingswet. De voorbereiding op de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022 stond hierbij centraal. Het programma was in 2021 in een uitvoerende fase, is eind 2021 afgerond en overgedragen aan de lijnorganisatie. In 2021 zijn de volgende werkzaamheden verricht: - Het in 2019 gestarte opleidingsprogramma liep door in 2021 en is aan het einde van het jaar succesvol afgesloten. De medewerkers van DCMR zijn voldoende en tijdig opgeleid voor werken met de Omgevingswet. - Er is een groot aantal oefensessies verzorgd binnen de dienst. Medewerkers konden opgedane kennis alvast toepassen in concrete cases. Binnen het Rijnmondberaad is gezamenlijk een ketendag Omgevingswet georganiseerd. Dit initiatief – waarin het programma Omgevingswet DCMR veel energie heeft gestoken – behaalde de tweede plaats in de verkiezing van de Aan de
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
25 / 100
-
-
slag-trofee, een belangrijke prijs van het landelijke programma Aan de slag met de Omgevingswet. DCMR is volledig aangesloten op de landelijke voorziening digitaal stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast is verder gewerkt aan het aanpassen van bestaande werkprocessen/sjablonen. DCMR heeft samen met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en GGD een goedbezochte sessie georganiseerd met als thema samenwerken onder de Omgevingswet. Tijdens deze sessie is de basis gelegd voor de meer praktische invulling van de samenwerking. Verwacht wordt dat de samenwerking onder de Omgevingswet intensiever wordt dan nu. Binnen het Rijnmondberaad, de regionale samenwerking tussen de participanten en ketenpartners, zijn op deelonderwerpen belangrijke adviezen opgesteld: De werkgroep VTH heeft een uitgebreid concept-werkafsprakendocument opgeleverd voor VTH-taken tussen DCMR, de participanten en andere ketenpartners. Binnen de werkgroep leges/mandaten is een concept-mandatendocument opgesteld dat als basis dient voor de invulling van de mandaten tussen DCMR en de participanten.
2.2.16 Geluidsaneringen subsidieregeling sanering verkeerslawaai Voor de gemeenten waarvoor DCMR saneringswerkzaamheden uitvoert, zijn in 2020 alle resterende saneringswoningen aangemeld bij Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV). Dit heeft geresulteerd in het aanvragen van subsidies voor zo’n 22.000 woningen in vier gemeenten. Het totaal aantal betrokken woningen is hierdoor gestegen van circa 7.000 naar ongeveer 29.000. Bij de saneringswerkzaamheden wordt geluidisolatie aangebracht aan de gevels van woningen, zodat deze gaan voldoen aan de geluidnormen. Eind 2021 heeft BSV voor ongeveer 9.000 woningen uit de gemeente Rotterdam subsidie toegekend. In 2022 gaat DCMR voor deze woningen een plan van aanpak opstellen. Ook voor de andere gemeenten zijn in 2021 de laatste projecten goedgekeurd. Ook in 2021 ondervonden de werkzaamheden hinder van coronamaatregelen. Vanaf september konden woningopnames weer worden uitgevoerd. In totaal zijn in 2021 ruim 1.000 woningen aangeboden aan bouwkundig adviseurs voor woningopnames en, indien noodzakelijk, het uitwerken van een maatregelenpakket. De verwachting is dat de eerste projecten in het eerste kwartaal van 2022 ter toetsing aan BSV worden aangeboden, waarbij na akkoord aannemers kunnen beginnen met isolerende maatregelen.
2.2.17 Programma energietransitie en circulaire economie Op 1 januari 2021 is DCMR gestart met opgavegericht werken en als invulling daarvan met programmamanagement. Dit om DCMR als sectorale organisatie beter aan te laten sluiten op de opgaven van de participanten. Op 1 juli 2021 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven een programma te maken om de belangrijke maatschappelijke opgaven van de energietransitie en de circulaire economie een impuls te geven. Dit programma wordt gefinancierd uit het resultaat van 2020. Belangrijke voorwaarden voor het programma zijn: het moet ambtelijk en bestuurlijk in samenspraak met de participanten tot stand komen, de extra werkzaamheden worden ondergebracht bij de reguliere werkzaamheden, dicht bij de al uit te voeren taken liggen, en het programma is eindig. Op 9 december 2021 heeft het algemeen bestuur een positief besluit genomen. Het programma loopt gedurende vier jaar en is in 2021 uitgewerkt in vijf actielijnen, te weten: 1. Kennispositie. Door kennisnetwerken en samenwerking versterkt DCMR de kennispositie op het gebied van energietransitie en circulariteit en zet die in voor het versnellen van de duurzaamheidsdoelstellingen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
26 / 100
2. Versnelling VTH. De VTH-aanpak van DCMR zorgt voor een versnelling van duurzame initiatieven. 3. Kennis nieuwe energiedragers. DCMR heeft kennis van het opwekken van duurzame energie en nieuwe energiedragers en hun impact op de leefomgeving. 4. Circulaire initiatieven. DCMR bevordert het gebruik van secundaire grondstoffen op een veilige en verantwoorde manier. 5. Wetgeving en beleid. DCMR draagt bij aan regelgeving die een landelijk level playing field bewerkstelligd voor duurzame initiatieven en bevordert en versnelt deze. Jaarlijks wordt een jaarplan opgesteld met de activiteiten en resultaten voor het behalen van bovenstaande doelstellingen. 2.2.18 Programma duurzaamheid Voor de gemeente Rotterdam werkt DCMR aan het thema duurzaamheid. Er zijn verschillende werkzaamheden en projecten uitgevoerd rond dit thema: - Adviesvragen van de gemeente over een breed scala aan energieonderwerpen zijn opgepakt en beantwoord. Onder andere op het gebied van het Rotterdams klimaatakkoord, warmteinfrastructuur, Omgevingswet, waterstof, warmtetafel, biogas, biomassa, warmtetransitie, warmte-integratie, symbiose stad en haven, energie-infrastructuur, energieefficiencymaatregelen en uitwerking van het akkoord van Parijs voor bedrijveninzet. - Er zijn vijftien bedrijven bezocht waarvan de energievoorschriften in de vergunning niet actueel waren.
- Samen met bedrijven en de gemeente Rotterdam is in drie workshops tijdens een bedrijvenleertraject gekeken naar energiebesparingsmogelijkheden buiten de erkende maatregelenlijsten. - Samen met de gemeente is een project opgezet om een impuls te geven aan het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht van bedrijven en duurzame bedrijventerreinen. Hiervoor zijn toezichts- en hercontrolebezoeken uitgevoerd. - Begin 2021 is een eerste update van het Klimaatakkoord doorgerekend op het effect voor de CO2-uitstoot. - Er zijn een monitor hernieuwbare energie en een CO2-rapportage over 2020 opgesteld. - Er is een eerste versie van een CO2-rekentool opgeleverd waarmee Rotterdamse beleidsmakers hun geplande maatregelen kunnen doorrekenen en vergelijken op het effect voor de CO2-uitstoot. 2.2.19 Landelijke ontwikkelingen Versterking landelijk stelsel omgevingsdiensten De commissie-Van Aartsen evalueerde in opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het stelsel van 29 omgevingsdiensten in Nederland. In maart 2021 trok de commissie stevige conclusies: het stelsel functioneert niet voldoende en wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. De commissie oordeelde dat voor veel omgevingsdiensten het takenpakket, de financiering en de kwaliteit niet robuust genoeg zijn.
In de aanbevelingen werd daarom gepleit voor steviger afspraken over normfinanciering, opbouw van deskundigheid en betere afspraken over de taken en positie van de omgevingsdiensten. Medio 2021 publiceerde ook de Algemene Rekenkamer een onderzoek over de VTH-aanpak bij risicobedrijven. De rekenkamer concludeerde dat de informatie over toezicht en handhaving bij risicobedrijven niet goed beschikbaar is en onvoldoende tussen de inspectiediensten wordt uitgewisseld. Op basis van deze onderzoeken drong de Tweede Kamer aan op snelle maatregelen. De staatssecretaris heeft op 13 december 2021 een brief aan de kamer gestuurd met tien maatregelen om de uitvoering van VTH-taken te versterken. Die maatregelen gaan onder andere over normen voor de financiering van VTH-taken, betere uitwisseling van VTHdata, onafhankelijkheid in toezicht en handhaving en het verhogen van de kwaliteit door onderlinge visitaties van omgevingsdiensten. Deze verbetervoorstellen worden in 2022 verder uitgewerkt door het Rijk, IPO, VNG en de gezamenlijke omgevingsdiensten. De betekenis van de voorstellen is voor
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
27 / 100
DCMR per punt verschillend. Een deel van de verbeterpunten is in de Rijnmond-praktijk al geregeld. Zo heeft DCMR een robuuste omvang en kwaliteit en zijn er goede afspraken over een regionale VTH-aanpak. DCMR zal wel vervolgacties oppakken en bestuurlijk bespreken die de onafhankelijkheid van toezicht en handhaving betreffen en het versterken van kennis- en informatie-uitwisseling. Samenwerking Zuid-Hollandse omgevingsdiensten In 2021 is in opdracht van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de doorontwikkeling van de VTH-uitvoering door de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Het rapport concludeert dat een toekomstbestendige uitvoering van VTH-taken vraagt om intensievere samenwerking van de vijf diensten. Nieuwe maatschappelijke opgaven, innovatie van werkwijzen en opbouw van nieuwe expertise vragen van alle omgevingsdiensten extra inzet, en daarbij is onderlinge samenwerking vereist. De gezamenlijke bestuurders van de omgevingsdiensten hebben op basis hiervan een opdracht geformuleerd voor intensivering van de samenwerking. De focus ligt in eerste instantie op arbeidsmarktcommunicatie en digitalisering. De vijf diensten gaan, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, meer samenwerken op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, werving en traineeprogramma’s.
Daarnaast wordt de opgave van digitalisering gezamenlijk opgepakt, waaronder de uitwisseling van VTH-data en het provinciebreed ontwikkelen van de altijd actuele digitale vergunning (AADV). Spoor 3 Databeheer, meten en monitoring 2.2.20 Databeheer Ontwikkeling databeheer Eind 2020 beëindigde het transitieteam Informatievoorziening de werkzaamheden en heeft DCMR een informatiestrategie vastgesteld. Uitgangspunt voor beide activiteiten was de door het bestuur onderschreven ambitie om uit te groeien tot een datagedreven organisatie. Die ambitie impliceert betrouwbare data, waarvan het beheer op betaalbare en beheersbare wijze is geborgd. In 2021 is verder gewerkt aan de programma’s, projecten en activiteiten die deze ambities moeten realiseren. Wat databeheer betreft is in 2021 een flinke verbeterslag gemaakt. Er zijn voor diverse groepen van essentiële data, zoals bijvoorbeeld locaties, meldingen en milieuthema’s, registers gedefinieerd en ingericht. Voor elk register is een eigenaar en een beheerder aangewezen. De beheerders zijn begonnen de kwaliteit van de gegevens in de registers te verbeteren en te borgen. Ze vormen de basis voor diverse producten, zoals omgevingsvergunningen en monitoringsrapporten, voor de participanten, de bedrijven en de inwoners van het Rijnmondgebied.
Regionale Omgevingsinformatie (ROI) Het programma ROI heeft in 2021 de aandacht verlegd van het op orde brengen en houden van data en datakwaliteit, naar de ontwikkeling van informatieproducten die zijn gebaseerd op data die nu zijn ondergebracht in de registers. Er zijn verschillende tools ontwikkeld of in ontwikkeling ter ondersteuning van de primaire processen vergunningverlening, toezicht, advies en monitoring. Een voorbeeld daarvan is de QSM-viewer (Quick Scan Milieu), die het RO-adviesproces ondersteunt. Ook is gewerkt aan ondersteunende geo-viewers voor bijvoorbeeld toezicht op de kaart. De ontsluiting van het omgevingsdataregister en de kaartviewers voor externe partijen hebben vertraging opgelopen mede door de coronacrisis. Monitoring en Omgevingsinformatie (MOI) In het samenwerkingsproject Monitoring & OmgevingsInformatie (MOI) verzamelen en beheren de participanten al 25 jaar data over milieu en leefomgeving in de Rijnmond. Naast de participanten nemen ook Havenbedrijf Rotterdam, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de GGD RotterdamRijnmond deel.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
28 / 100
In 2021 is het project vernieuwd en verbeterd met de introductie van Swing. Met deze softwaretool zijn alle indicatoren verzameld op het platform. Het platform bundelt, bewerkt en presenteert openbare gevalideerde data van en over de Rijnmond-gemeenten en geeft een beeld van de leefomgeving. De website Staat van Rijnmond ontsluit zowel kaartinformatie als trendinformatie over de kwaliteit van de leefomgeving, alsook de bronnen van milieubelasting en de door overheden en andere partijen genomen maatregelen. Tegelijk is de indeling van MOI voorbereid op de Omgevingswet: de indeling in klassieke milieuthema’s is vervangen door thema’s die aansluiten op de Omgevinsgwet. De website biedt een selectie van gegevens in kant-en-klare dashboards (veilige regio, gezonde regio). Maar de databank bevat ook uitgebreidere datasets waaruit bezoekers zelf selecties kunnen samenstellen en de data direct downloaden. Daarnaast maakt Staat van Rijnmond het mogelijk om beschikbare data van de verschillende participanten met elkaar te vergelijken. Op 17 november 2021 is de website Staat van Rijnmond officieel gelanceerd door wethouder Ivana Somers van de gemeente Vlaardingen. 2.2.21 Citizen science DCMR investeert in het betrekken van burgers bij het vaststellen van de omgevingskwaliteit. Dit is onder andere mogelijk doordat goedkope sensoren en meetapparatuur beschikbaar zijn gekomen.
Citizen science wordt gezien als een manier om burgers meer bij het bestuur te betrekken en te laten meedenken over hun omgeving. Ontwikkelingen op dit gebied (technologisch en de uitvoering van projecten) worden ondersteund of geïnitieerd. In 2021 is de gemeente Rotterdam een groot project gestart dat technisch ondersteund wordt door DCMR. Verder is er aan andere gemeentes en de provincie geadviseerd en worden in samenwerking met het RIVM technische ontwikkelingen gevolgd. 2.2.22 Meetprogramma luchtkwaliteit informatie Meetprogramma luchtkwaliteitinformatie In 2021 is een nieuw vijfjarenprogramma overeengekomen met de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam waarmee het luchtmeetnet weer vijf jaar wordt voortgezet. Het meetnet voorziet in een kern van hoogwaardige metingen die gebruikt kunnen worden bij citizen-science-activiteiten en bij modellering als ijking en referentie. Daarnaast wordt het meetnet aangepast aan de veranderde eisen die de omgeving stelt zodat het ook de komende jaren een belangrijke bron van milieuinformatie blijft. Daarnaast is het Schone Lucht Akkoord (SLA), dat in januari 2020 is getekend, en de toegenomen aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de regio belangrijk. In het SLA is veel aandacht voor primair fijnstof, onder andere van houtstook. De modernisering van de roetmonitoren in het meetnet speelt hierop in.
Coronapandemie en luchtkwaliteit De strenge lockdown uit het voorjaar van 2020 veroorzaakte flinke verbetering van de luchtkwaliteit. Dit is door DCMR (metingen) en het RIVM (modelberekeningen) grondig onderzocht en hierover is gezamenlijk gepubliceerd. De vraag kwam op in hoeverre het thuiswerken zou blijven bestaan en tot een blijvende afname van bijvoorbeeld files en luchtvervuiling zou leiden. Dat is niet gebeurd. Met de opening van de economie nam de verkeersdrukte weer toe en omdat het openbaar vervoer veelal werd gemeden en mensen een (tweedehands)auto aanschaften werd het effect van extra thuiswerken grotendeels tenietgedaan. 2021 kende nog steeds perioden met coronamaatregelen, waardoor er enig positief effect op de luchtkwaliteit was, maar een blijvende positieve verandering bleef dat jaar uit. Een negatief effect van de lockdowns op de luchtkwaliteit is de toename van het bezorgverkeer. E-noses De meldkamer van DCMR monitort een uitgebreid netwerk van e-noses (elektronische neuzen) in de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant en Gelderland. Een groot deel van deze e-noses
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
29 / 100
staan opgesteld langs vaarwegen. Ze kunnen zowel live worden bekeken als historisch uitgelezen door de meldkamer. Een e-nose is een ‘indicatief meetinstrument’ dat 24 uur per dag veranderingen in de luchtsamenstelling detecteert. De e-nose geeft niet aan om welke concentraties van stoffen het precies gaat. De meetresultaten van de e-noses worden voor zover mogelijk gebruikt om bij incidenten de bron van een emissie op te sporen. Vooral bij de ontgassing van een binnenvaartschip heeft het netwerk van e-noses toegevoegde waarde. 2.2.23 Integrale rapportage Visie en vertrouwen Het project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) zorgt ervoor dat de haven voldoende ruimte krijgt om te groeien (de aanleg van Maasvlakte 2) en de regio als geheel leefbaarder wordt. De voortgang en de resultaten van deze dubbele doelstelling van het project zijn beschreven in de integrale rapportage Visie en Vertrouwen. DCMR doet deze integrale rapportage jaarlijks vanaf 2010. In het najaar van 2021 verscheen de twaalfde editie, de eerste volledig digitale en interactieve versie. In het rapport staan de voortgang en de resultaten beschreven van de afspraken uit het convenant Visie en Vertrouwen. Het convenant bevat de afspraken over de uitvoering van PMR die overheden, Havenbedrijf en maatschappelijke organisaties zijn overeengekomen.
Naast afspraken over de duurzame aanleg van Maasvlakte 2 zijn in het convenant afspraken opgenomen over natuurcompensatiemaatregelen en leefbaarheidsprojecten. DCMR volgt, beschrijft en monitort de afspraken op basis van interviews met stakeholders, literatuuronderzoek, veldbezoeken, onderzoeksrapporten en media- en data-analyse. DCMR doet dit in opdracht van de overheidspartijen van PMR en Havenbedrijf Rotterdam. Daarbij is het voortdurend schakelen tussen gegevensleveranciers, beleidsmakers, vergunningverleners, onderzoekers en belangengroepen. Op 18 november 2021 is onder leiding van de nieuwe voorzitter, Marion Gout-van Sinderen, de twaalfde editie van de integrale rapportage besproken aan de tafel van borging, een overlegplatform waar alle ondertekenaars van het convenant bij aanschuiven. Het rapport maakt een discussie op hoofdlijnen aan de tafel mogelijk en verwijst de lezer naar onderliggende detailinformatie. De tafel kan op grond hiervan de overheden en het Havenbedrijf adviseren om aanvullende of alternatieve maatregelen te nemen. Ook kunnen aan de tafel aanvullende afspraken worden gemaakt. De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert sinds 2016 de Tweede Kamer met behulp van de integrale rapportage over PMR.
2.3
Wat heeft het gekost?
Een weergave en uitleg van de kosten en opbrengsten is opgenomen in hoofdstuk 5 Financiële resultaten en van de baten en lasten in hoofdstuk 9 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
30 / 100
3 Bedrijfsvoering 3.1
Wat waren we van plan?
DCMR heeft de ambitie als excellente organisatie de kwaliteit en het resultaat van haar werkzaamheden te optimaliseren voor VTH, advies en omgevingsdata. Dit kan door de basiswerkzaamheden van financiën, HR en ICT efficiënter te organiseren. Daarnaast heeft de afdeling Bedrijfsvoering zelf ambities. In 2021 is de ambitie door te groeien naar een datagedreven organisatie. De ambitie van een datagedreven, excellente DCMR-organisatie vraagt om professionalisering van de informatiefunctie van DCMR. De rol van informatie in de primaire processen en de bedrijfsvoering van DCMR wordt steeds groter. Dit past bij de algemene ontwikkeling van organisaties dat informatie steeds meer een integraal en sturend onderdeel wordt van de werkprocessen. Binnen veel overheidsorganisaties is dit zichtbaar door een toenemende inzet van ICT. Met ingang van 2021 wordt digitalisering en informatievoorziening geheel gefinancierd binnen de exploitatie, conform het besluit van het algemeen bestuur in december 2019. Door data-analyse en gebruik van ICT is het mogelijk om in de VTH-uitvoering meer risicogericht te werken en daarmee met dezelfde inzet een groter resultaat en meer kwaliteit te realiseren. Ook bij de uitvoering van adviestaken kan met een verbeterde informatiepositie de kwaliteit en snelheid van de adviesproducten worden vergroot.
Daarnaast biedt de investering in datagedreven uitvoering ook efficiencymogelijkheden. De beschikbare inzet kan scherper worden geprioriteerd. Tot slot wordt met het verbeteren van het applicatielandschap ingezet op het gemakkelijk en veilig uitwisselen van gegevens met bedrijven, de participanten en andere omgevingsdiensten en een transparante en betrouwbare presentatie van openbare informatie. In navolging van de verkenning in 2020 naar een meer output- en outcomegerichte sturing en een bijpassende financieringsstructuur, wordt in afstemming met het bestuur in 2021 vervolg aan dit traject gegeven.
3.2
Wat hebben we gedaan?
Bedrijfsvoering heeft ondanks corona mooie stappen gezet op meerdere gebieden zoals onder andere het definiëren van de datagedreven organisatie, support implementatie nieuw VTH-systeem, de start van het nieuwe werkplekconcept en het opstellen van een communicatiestrategie. Corona In 2021 blijft de organisatie medewerkers ondersteunen om gedurende de coronapandemie het werk zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. In het tweede jaar van de pandemie begrijpen de medewerkers hoe ze hiermee om moeten gaan, maar het langdurig thuiswerken is voor sommige medewerkers moeilijker. De directie verleent steun onder andere via onlinecampagnes zoals inloopsessies met de directie en de online vitaliteitsweek in op verbinden en open communicatie. Financieel gezien is het effect van corona op de exploitatie niet goed aan te geven. In ieder opzicht kan corona effect hebben. Een aantal voorbeelden.
Het later kunnen rekruteren van nieuwe medewerkers, is dat een positief corona-effect of is de arbeidsmarkt krap? Is het opnemen van meer verlof in de zomer dan gebruikelijk, omdat iedereen op vakantie wilde na een lange tijd of is, zoals afgesproken in december 2020, gestuurd op het afbouwen van het verlofstuwmeer? En lagere declarabele uren, komt dat door de lockdowns, het thuiswerkadvies of is er minder werk? Facilitair management: nieuw werkplekconcept Corona bracht aan het licht dat het negen-tot-vijf-werkconcept niet meer terug zou komen. Hybride werken was ineens de trend. Maar hoe pak je hybride werken aan? Facilitair management is hiermee met een ruime afvaardiging van de diverse afdelingen en de ondernemingsraad gestart. Eind 2021 zijn de uitgangspunten voor het toekomstige hybride werken vastgesteld: - Het gemiddelde percentage bezetting op kantoorlocatie is vastgesteld op 50%.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
31 / 100
-
De inhoud van het werk is leidend voor de fysieke plek waar medewerkers het werk uitvoeren: thuis, op kantoor of buiten.
Dit hybride werkconcept wordt in 2022 verder vormgegeven. Het bijbehorende noodzakelijke verandermanagement komt vooral terecht op de schouders van de DCMR-teammanagers. Hybride werken vraagt om een andere stijl van leidinggeven die uitgevoerd en omarmd moet worden door de teammanagers, wil het concept slagen. Datagedreven organisatie Het jaar van de datagedreven organisatie is samen te vatten in een aantal steekwoorden, namelijk: definitie, datakwaliteit en samenwerking. DCMR heeft een goede staat van dienst als het gaat datateams zoals Ommo (Omgevingsinformatie en Monitoring), BI (Business Intelligence) en het Toezichtslab. Deze en andere teams zijn door de jaren heen ontstaan vanuit een bepaalde behoefte, zoals slimmere analyses op het gebied van toezicht, het leveren van regionale kaart-informatie en het centraal ontsluiten van databronnen. Nu staat DCMR op het punt de stap naar een datagedreven organisatie te maken. Wat betekent dat precies? Dat zijn zaken die je alleen voor elkaar kan krijgen met een DCMR-breed begrippenkader, centrale aansturing en monitoring van datakwaliteit en het effectief samenwerken van teams om complexe en innovatieve informatieproducten te maken. Wat heeft DCMR in 2021 opgeleverd? DCMR heeft een definitie opgesteld waarbij de medewerker centraal staat.
Daarnaast is DCMR hard aan de slag gegaan om het gegevensbeheer op te zetten, om data-eigenaarschap te beleggen op het juiste niveau en zijn nieuwe centrale functies aangesteld bij datamanagement voor de gehele organisatie. En tenslotte stevent DCMR af op innovatieve informatieproducten maken voor de participanten, de inwoners en voor de bedrijfsvoering van DCMR zelf. Deze nieuwe werkvormen en strategieën worden bedacht in een zogeheten databoard, een managementgremium met brede DCMR-vertegenwoordiging. Informatievoorziening DCMR heeft begin 2021 de informatiestrategie bekrachtigd. Hierin staan drie ambities voor de komende drie tot vijf jaar. 1. DCMR voorziet proactief in informatie die aansluit bij de behoeften van interne en externe belanghebbenden. 2. DCMR draagt bij aan een integraal en gedeeld beeld van de leefomgeving. 3. DCMR handelt betrouwbaar en transparant. Om deze strategie ten uitvoer te brengen is in 2021 een informatieplan opgesteld waarin alle initiatieven met een informatiecomponent zijn beschreven, toebedeeld aan de juiste prioriteit (tijd en middelen) stellende gremia, zoals het portfolioboard en het databoard. Projectmanagement Met projectmanagement zijn mooie stappen gemaakt. Voor 2021 is gericht op het toedelen van capaciteit aan portfolioboard-projecten (informatievoorziening) en het stellen van prioriteiten.
Prioriteiten zijn gesteld door het toekennen van punten aan projecten: gaat het om wettelijk verplicht, contractueel verplicht of toegevoegde waarde voor DCMR? Vervolgens is in een gesprek een eerste schifting gemaakt tussen de projecten die DCMR wel of niet wil (doel) of kan (geld en bemensing) uitvoeren. Dit was een uitdaging en een eerste oefening die succesvol verliep en naar meer smaakte. In 2021 is samen met de informatiemanagers een doorontwikkeling geweest waarbij ook de informatiestrategie is betrokken. Hierdoor is de organisatie nog beter in staat om prioriteiten aan projecten te geven. Terugkijkend is onder andere het project nieuwe website succesvol afgerond: binnen scope, tijd en geld. Er is veel geleerd over situationele aanbestedingsmethodieken, toepasbaar op bijvoorbeeld het project Microsoft 365 dat momenteel openstaat voor aanbieders. Zo ook is Microsoft Teams als videovergadertool succesvol breed in de organisatie geland en kunnen medewerkers nog beter met
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
32 / 100
elkaar samenwerken. Ook is een verbetering ingezet om op een meer projectmatige wijze de ‘technische schuld’ (updaten ICT-landschap) in te lossen. In 2021 is een Project Management Office (PMO) gestart dat projectleiders faciliteert bij het voorbereiden en ondersteunen van projecten als het gaat om voortgang- en budgetrapportages en resourceplanningen. Daarnaast zorgt PMO samen met de projectmanager ervoor dat het portfolioboard tijdig en van de juiste informatie wordt voorzien, zodat goede beslissingen genomen kunnen worden over prioriteiten van projecten. Kort gezegd stond 2021 in het teken van ‘de juiste dingen doen’ en kenmerkt 2022 zich door ‘doe de dingen juist’ met de introductie van marktconforme projectstandaarden. Hiermee wordt kennis en kunde in de organisatie geborgd. Project Mozard Suite Het VTH-systeem is het belangrijkste systeem ter ondersteuning van het primaire proces. In dit systeem worden alle werkzaamheden voor vergunningverlening, advisering en toezicht en handhaving begeleid en vastgelegd en de administratie van het werkveld bijgehouden. Met dit project wordt het bestaande systeem, Rudis, vervangen door Mozard Suite. Mozard Suite is als beste oplossing uit de aanbesteding gekomen en onderscheidt zich van andere oplossingen door gebruiksgemak en de uitgebreide mogelijkheden in het ondersteunen van de VTH-dienstverlening.
De omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied gebruikt het systeem al een aantal jaar naar tevredenheid. In 2021 is de voorbereiding gestart om Mozard Suite in gebruik te nemen. Het systeem is geïntegreerd in de DCMR-omgeving, de werkprocessen zijn erin opgenomen en de administratie van het werkveld ingericht. De gebruikersorganisatie is nauw betrokken geweest bij het ontwerpen, inrichten en valideren. Dit moet ervoor zorgen dat Mozard Suite goed aansluit op het werkveld. Bij de procesinrichting in het systeem zijn verbeterkansen in de procesvoering aangegrepen. Begin 2022 worden deze voorbereidingen afgerond en wordt de organisatie getraind in het gebruik. De historische data uit het oude systeem is gemigreerd naar Mozard Suite. In het tweede kwartaal van 2022 wordt het in gebruik genomen voor alle VTH-taken van DCMR. Data- en recordsmanagement Het loket Omgevingsdata is omgebouwd naar het Dataloket, waarvoor een proces is opgesteld waar centraal interne en externe dataverzoeken afgehandeld kunnen worden. Het Dataloket wordt in 2022 operationeel. Het Business Intelligence (BI)-team heeft de SAP-koppeling afgerond, Cognos gereed gemaakt voor uitfasering, unieke klagers beschikbaar voor de meldkamer en met de processpecialisten nauw samengewerkt aan meerdere Power BI-rapportages voor RA&O en T&H.
Daarnaast is veel werk verzet met het voorbereiden van de koppeling van Mozard Suite naar het datawarehouse (DWH). Voor de doorontwikkeling van DCMR naar een datagedreven organisatie moeten databeheer en datakwaliteit op orde zijn. In 2021 zijn vier databeheerders voortvarend aan de slag gegaan met de locatie-, thema- en bedrijfsvoeringsregisters. De basis is nu gelegd. Daarnaast heeft het team de restanttaken van het voormalig Informatiecentrum overgenomen en is vervolgens het analoge en digitale abonnementenbestand gaan inventariseren en opschonen, wat een significante besparing heeft opgeleverd. Recordsmanagement is er met Octobox als externe partner in geslaagd het tijdrovende handmatige AVG-proces van anonimiseren volautomatisch te maken met zelflerende software. Daarnaast is de eerste fase van het overbrengen van het digitale archief naar het e-depot van het Stadsarchief Rotterdam succesvol afgerond. Dit omvat het zakendeel voor de periode 2007–2016 DMS Rudis. Ook het analoge algemene archief voor de periode 1997–2006 en het afgesloten deel van het gemeentelijk WM-archief zijn succesvol bewerkt en gereed voor overbrenging naar het stadsarchief.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
33 / 100
ICT In 2021 is op basis van de roadmap ICT en de door de portfolioboard geprioriteerde informatievoorzieningsprojectenkalender verder uitvoering gegeven aan het vernieuwen van de ICT-omgeving. Om optimaal digitaal samen te kunnen werken is Microsoft Teams uitgerold als eerste stap naar Microsoft 365. Op kantoor is gestart met het vernieuwen van de ICT op de werkplekken, zodat medewerkers eenvoudig overal met hun laptop kunnen werken en is hybride vergaderen mogelijk gemaakt. Diverse systemen op het gebied van beveiliging zijn vernieuwd. Ook zijn de voorbereidingen getroffen om in 2022 een nieuw VTH-systeem en een nieuwe Microsoft Office-omgeving in gebruik te kunnen nemen. Eind 2021 is een bewustwordingscampagne gestart voor alle medewerkers rond informatiebeveiliging om alle medewerkers digitaal veilig te kunnen laten werken en te voldoen aan wetgeving zoals de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Planning en control De organisatie voelt al langere tijd dat de planning-en-controlcyclus niet meer voldoet. De cyclus is tijdrovend, complex en inflexibel. In 2021 is de planning-en-controlveranderopgave gedefinieerd en is het eerste project gestart. Dit is een meerjarenveranderopgave die breed door de organisatie wordt gedragen en in gezamenlijkheid zal worden uitgewerkt.
Financiën In 2020 is SAP opgezet en in 2021 is op basis van het gebruik een verbeteragenda opgesteld om maximale waarde uit SAP te kunnen halen. Zo worden bijvoorbeeld verantwoordelijkheden in de financiële processen op de juiste plaats in de organisatie belegd en proceseigenaren benoemd, zodat deze aansluiten op de veranderende wijze van sturing. De financiële processen worden ingericht naar de mogelijkheden van SAP Business ByDesign. Werkprocessen worden gestandaardiseerd en versimpeld. Maatwerk wordt uitgefaseerd. In 2021 is gestart met het actualiseren van financiële processen en werkinstructies en is voor de afdeling Bedrijfsvoering nieuwe managementinformatie ontwikkeld waarbij huidige kosten en toekomstige verplichtingen in beeld zijn gebracht naast de ontwikkeling van de bezetting. Hiermee kunnen de managers van de afdeling Bedrijfsvoering beter sturen. In 2021 is het vastleggen van de inkoopverplichting en de prestatieverklaringen als bewijs van ontvangst van levering nog beter geborgd in de organisatie. DCMR blijft hierdoor goed zicht houden op de openstaande inkoopverplichtingen. Dit helpt de financiën beter te beheersen en onrechtmatige inkopen te voorkomen.
Controleraamwerk De komende jaren wordt het controleraamwerk versterkt, onder andere door de hoofdprocessen goed vast te leggen, inclusief risicoafweging en beheersmaatregelen, de aanleg van een document met de belangrijkste beheersmaatregelen (20% maatregelen, 80% bereik) en het borgen van rechtmatigheid. In 2021 is vooral ingezet op rechtmatigheid, risicomanagement en het definiëren van lessen uit audits van opvallende casussen. Deze onderwerpen worden besproken in de auditcommissie en de drie DCMR-afdelingen. In 2021 is gestart met het opzetten van de functie verbijzonderde interne controle (VIC). Prioriteit was de opzet van het rechtmatigheidsproces aangezien de verantwoordelijkheid van de accountant naar het algemeen bestuur is verschoven. Er is allereerst een plan van aanpak opgesteld inclusief tijdslijn. De eerste stap was de analyse van de processen, waarbij is gebleken dat procesbeschrijvingen niet voldoende geborgd zijn binnen de organisatie. Inmiddels is hierop actie ondernomen. Er is in kaart gebracht welke beheersmaatregelen er momenteel binnen de kernprocessen zijn. Op basis hiervan is in overleg met de externe onafhankelijke accountant de omvang van de te nemen steekproef bepaald. Voor het salaris- en inkoopproces is de steekproef afgerond en zijn bevindingen, conclusies en advies vervat in een conceptrapport dat opgevolgd wordt in 2021/2022.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
34 / 100
Belangrijkste lessen uit de audits van opvallende casussen: versterk procesregie op probleemdossiers en langlopende zaken, vergroot zakelijke houding, verantwoordelijkheid en escalatiebewustzijn van de medewerker, versimpel sturing op jaarplannen en rouleer toezichthouders. Deze acties zijn verwerkt in de doelen van de organisatie. Organisatieontwikkeling en personeelsbeleid 2021 heeft in het kader gestaan van de doorontwikkeling van DCMR. Daarvoor zijn zes ontwikkelthema’s, zogenaamde bouwstenen, vastgesteld om de komende jaren aan te werken: proactief en wendbaar, persoonlijke ontwikkeling, datagedreven organisatie, opgavegericht werken, kwaliteit en structuur en sturing. Per 1 januari 2021 is een afgeslankt lijnmanagement opgezet en wordt gewerkt in units en teams, aangestuurd door unit- en teammanagers. De HR-verantwoordelijkheid is verschoven naar de onderste managementlaag, zodat er meer aandacht is voor medewerkers. Daarnaast is in 2020 de basis gelegd om met behulp van programmamanagement te gaan werken aan afdelingsoverstijgende opgaven. Hiermee is de basis gelegd voor een wendbare organisatie die flexibel kan inspelen op de snel veranderende behoeften van de participanten, bedrijven, inwoners en medewerkers.
Alle managers, inclusief DCMR-directie, zijn daarom in 2021 gestart met het DCMR-leiderschapsontwikkelingstraject ‘leiderschap in beweging’, waarin de opgave van DCMR wordt verbonden aan team- en individuele ontwikkeling, leiderschapsskills en persoonlijk leiderschap in een dynamische omgeving. Omdat in 2021 corona nog steeds overheerste, heeft DCMR met online tools de medewerkers kunnen faciliteren, ontwikkelen en aan zich kunnen binden. Daarnaast hebben de meeste opleidingen en trainingen online plaatsgevonden. Door het mentaal en materieel faciliteren van medewerkers in de thuiswerksituatie probeert DCMR optimaal bij te dragen aan een gezonde en prettige, tijds- en plaatsonafhankelijke werksituatie. DCMR werkt samen met de stichting Werken en studeren op maat (SWOM) en Tempo-Team Participatie. Dit zijn sociale ondernemingen die zich inzetten voor een unieke doelgroep: hoogopgeleide jongeren met een arbeidsbeperking. DCMR begeleidt samen met deze partijen de young professionals naar een baan, traineeship of stage. Twee medewerkers zijn in 2021 op deze wijze in dienst getreden. Het ziekteverzuimpercentage – inclusief langdurig zieken, maar exclusief zwangerschappen – is gegeven corona iets gestegen naar 5,0%. Dit is boven de norm van 4,5%.
In 2021 zijn 49 medewerkers bij DCMR in dienst getreden en 41 uitgestroomd; 214 tijdelijk krachten hebben DCMR voor korte of lange termijn ondersteund. Communicatie In 2021 heeft het communicatieteam steeds meer vorm gekregen. Hoe de communicatie bij DCMR eruitziet, is in 2021 vastgelegd in het communicatiehuis. Het communicatiehuis bestaat uit een communicatievisie, een communicatiestrategie en een communicatiedienstverleningsvisie. Via klankbordgroepen is de input van de organisatie opgehaald en heeft team communicatie deze invulling gegeven. Uiteraard is deze opgehangen aan de missie en visie van DCMR. Om de stap te maken van plan naar praktijk is in het laatste kwartaal van 2021 gewerkt aan vier implementatieplannen en een organisatiebreed implementatieplan. De vier implementatieplannen betreffen de interne communicatie, externe communicatie, onlinecommunicatie en visuele communicatie. Het organisatiebrede implementatieplan betreffen de organisatie-identiteit en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie. Zeggen wat je voorstaat is de eerste stap, maar in de praktijk brengen waar je voor staat maakt het tastbaar en inzichtelijk. De implementatieplannen worden in drie jaar uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
35 / 100
Duurzaam inkopen Ook in 2021 heeft DCMR conform de Europese wet- en regelgeving ingekocht. Naast de reguliere eisen ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu heeft DCMR in 2021 een aanbesteding bedrijfscatering en banqueting gepubliceerd volgens de innovatieve RIC-methode (rapid impact contracting). Deze is erop gericht om de markt uit te dagen op een aantal door DCMR uitgevraagde milieu-ambities – gebaseerd op de Sustainable Development Goals (SDG’s) die zijn vastgesteld door de Verenigde Naties – de visie, aanpak en kunde te presenteren. Doordat deze ambities in lijn zijn met de SDG’s daagt DCMR de leveranciers uit om op een innovatieve manier om te gaan met de duurzaamheids-, energie- en CO2-uitdagingen die voor ons liggen. Deze aanbesteding zal in het eerste kwartaal van 2022 worden gegund. De methodiek zal mogelijk de basis vormen voor meer aanbestedingen waarbij het belangrijk is leveranciers op een innovatieve manier uit te dagen.
3.3
Wat heeft het gekost?
Een weergave en uitleg van de kosten en opbrengsten is opgenomen in hoofdstuk 5 Financiële resultaten en van de baten en lasten in hoofdstuk 9 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
36 / 100
4 Productie 4.1
Algemeen
In hoofdstuk 2 is in kwalitatieve zin beschreven wat in het programma Milieubeheer in 2021 is uitgevoerd. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de gerealiseerde productie. In de productiecijfers worden ook geweigerde of ingetrokken procedures meegeteld evenals onderbroken handhavingsacties die wel zijn voorbereid maar geen vervolg hebben gehad. Alleen bij de strafrechtelijke handhavingsproducten zijn slechts die zaken meegeteld die tot een afgerond product hebben geleid.
4.2
Productie toezicht
Hoewel er steeds vaker aanvullende instrumenten worden ingezet voor het houden van toezicht, zoals voorlichting over regelgeving en samenwerking met andere toezicht- en belangengroepen, vindt toezicht hoofdzakelijk plaats door het uitvoeren van inspecties. Door het uitvoeren van uiteenlopende soorten inspecties wordt gecontroleerd of bedrijven hun werkzaamheden in overeenstemming met de milieuregelgeving uitvoeren. Er zijn verschillende soorten inspecties (zie bijlage 11.6 Nadere verklaring producten hoofdstuk 4). Tabel: Aantallen inspecties exclusief Brzo-inspecties.
Product
2021
2020
2019
Opleveringscontroles
203
162
254
Preventieve controles
4.118
3.734
3.878
Nacontroles
2.952
2.108
2.181
Administratieve controles
1.722
1.396
1.541
Klachten/voorvalonderzoeken
2.088
1.968
2.216
Inventariserende controles
673
1.465
723
Overige toezichtsproducten
11.542
9.417
8.126
-
In 2021 zijn controles, daar waar efficiënt, ook weer (deels) op afstand uitgevoerd, fysieke controles zijn uitgevoerd met in achtneming van coronamaatregelen. Inventariserende controles zijn afgenomen tot het gebruikelijke niveau omdat veel kwaliteitsacties in 2020 zijn afgerond. Administratieve en nacontroles zijn vooral toegenomen door het geïntensiveerde toezicht op de informatieplicht met betrekking tot energie.
Tabel: Aantal gecontroleerde Brzo-bedrijven.
Product
2021
2020
2019
Brzo-inspectie preventief
172
179
159
Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken om bij elk Brzo-bedrijf een Brzo-inspectie uit te voeren en daarnaast minimaal één Wabo-inspectie. Deze inspecties zijn allemaal uitgevoerd. Met de provincie Zeeland is afgesproken om elk hoogdrempelig Brzo-bedrijf (twintig bedrijven) eenmaal per jaar te inspecteren in het kader van het Brzo-toezicht en elk laagdrempelig Brzo-bedrijf (twee bedrijven) eenmaal per drie jaar. Alle Brzo-inspecties zijn uitgevoerd volgens de opdracht. Daarnaast is bij elk Brzo-bedrijf in Zeeland minimaal één Wabo-inspectie uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
37 / 100
In bovenstaande tabel staat alleen het aantal Brzo-inspecties. De aantallen Wabo-inspecties van de Brzo-bedrijven zijn meegenomen in de tabel met de algemene inspecties.
4.3
Productie handhaving
In de volgende tabellen is het aantal sancties opgenomen. Tabel: Overtredingen, (na)controles en sancties inclusief Brzo.
Product
2021
2020
2019
Bestuursrechtelijke sancties
521
481
543
Strafrechtelijke sancties*